Posted on 1 Comment

Tijd voor reflectie over anti-Rusland-houding NAVO en EU

Het is deze week precies 70 jaar geleden dat de NAVO is opgericht. De Atlantici waren de afgelopen jaren qua stemming nog euforisch, maar de laatste jaren lijkt hun invloed tanende te zijn. Daarbij moet worden opgemerkt dat de NAVO als instituut nog steeds één van de invloedrijkste machthebbers is als het er om gaat een agenda uit te stippelen voor buitenlands beleid. De opmars naar het oosten gaat gestaag door evenals de negatieve beeldvorming van het ‘Russische gevaar’.

Met de Europese verkiezingen in het oog is goed dat we eens stil staan bij ons lidmaatschap van de NAVO – over het lidmaatschap van de EU zelf is trouwens ook genoeg te zeggen. Hoeveel is het lidmaatschap van de NAVO nou echt waard?

Het ‘Russische gevaar’

Daar waar bij de oprichting van de NAVO nog vol trots een ‘Westers front’ werd gevormd tegen het ‘Russische gevaar’ – de angst dat de Sovjet-Unie heel Europa zou beïnvloeden met het marxisme – zien we nu dat de Atlantische mediamachine nog steeds de Russen als grootste gevaar afschildert. In de ogen van de links-liberale orde is het Rusland van Poetin een gevaar voor onze ‘Westerse waarden’ en probeert Poetin onze democratie te ondermijnen.

‘Westerse waarden’

Dat de NAVO zich al jaren naar het oosten uitbreidt wordt vaak voor het gemak achterwege gelaten. De Russen heten namelijk per definitie de agressor of de agressieve partij, het Westen is de onschuld zelve. Het Westen zou namelijk staan voor diverse waarden die de hele wereld zou moeten omarmen. Hierbij schuwen zowel media als overheid het niet om totaal ongefundeerde smaadcampagnes tegen Poetin en zijn ‘aanhangers’ te houden. In de ogen van de Atlantici staat Poetin aan het hoofd van de ‘boze blanke mannen’-beweging – lees populistische golf.

Trumps ‘samenspanning met Rusland’

Voor bijna 2 jaar zocht het team van Mueller naar een samenzwering tussen het campagneteam van Trump en het Kremlin. Het complotdenken van het anti-Trump-kamp (Democraten,  links-liberale media, buitenlandse overheden) bereikte werkelijk zeer diepe dalen. WikiLeaks postte een korte video die pijnlijk laat zien dat de media hun rol als criticasters al lang kwijt zijn.[1] Als drammende kinderen die hun gelijk willen halen en zich laten leiden door emotie in plaats van ratio hebben zij zich compleet voor schut gezet. Waarom zij hiervoor niet ter verantwoording worden geroepen is een raadsel.

Ongefundeerde hetze

Ook in Nederland doen we mee met de vaak ongefundeerde hetze tegen Rusland. Met minister Kajsa Ollongren voorop grossieren ook de Nederlandse politiek en media in de demonisering van Poetin. Sinds haar aanstelling als minister is zij een lastercampagne begonnen tegen de Russen. De Russen zouden namelijk ook hier in Nederland proberen de kiezers te beïnvloeden. Thierry Baudet werd tijdens en na het Oekraïne-referendum al vaak ‘spottend’ een spion van Poetin genoemd bijvoorbeeld.

‘Groot Rusland’

Oud-minister Halbe Zijlstra produceerde een compleet onzinverhaal over een besloten toespraak waarin Poetin sprak over de ambities van een ‘groot Rusland’. Dit verhaal werd gelukkig snel ontkracht, maar de schade was aangericht. Nederland onderging een internationale blunder, maar waarschijnlijk is het gros van de Nederlanders dit alweer vergeten. Men krijgt immers niets anders te horen dan dat de Russen altijd alles fout doen.

‘Pro-Russische’ populisten

Binnen de EU zien we eenzelfde trend als het gaat om de anti-Russische houding. Bij een groei of overwinning van populistische partijen wordt al direct gespeculeerd over Russische bemoeienis of geldfondsen. In de VS zagen we dat met de verkiezing van Trump. In andere landen zien we het ook bij ‘pro-Russische’ bewegingen of personen. Denk maar aan Lega Nord, AfD, en in Frankrijk bij Le Pen maar ook Fillon. De oud-premier was immers voor betere relaties met Rusland, iets wat bijna taboe is tegenwoordig.

Na 70 jaar hoog tijd voor reflectie

Nu de NAVO 70 jaar bestaat is het wellicht eens goed dat we meer aandacht gaan besteden aan het nut van de NAVO tegenwoordig. Zowel de NAVO als de EU zijn anti-Russisch. De EU en diverse Europese regeringsleiders menen dat de tijd rijp is om zelf deel te nemen aan het geopolitieke schaakbord. Plannen voor een Europees leger worden bijvoorbeeld steeds concreter. Een andere Europese koers ten aanzien van Rusland tekent zich daarbij echter nog niet af.

Nord Stream 2

Zo neemt het Europees Parlement net als de Amerikaanse regering en de NAVO scherp stelling tegen de aanleg van de Nord Stream 2-pijpleiding. Bedrijven uit Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Nederland nemen deel aan de pijpleiding omdat ze de toevoer van goedkoop gas veilig willen stellen en niet te afhankelijk willen zijn van het instabiele Oekraïne. Voor het Europees Parlement is het echter van groter belang om in alle opzichten anti-Russisch te zijn.

Is samenwerking met Rusland nog mogelijk?

Een open en kritisch gesprek over de te varen koers van de EU is hard nodig, zeker met de economische ontwikkeling die we nu zien. De komende verkiezingen gaan een klap worden voor het eurofiele establishment, de ‘populistische trein’ is de komende maand zeker niet te stoppen. Wellicht dat het ervoor zorgt dat we kritisch gaan kijken naar onze huidige koers en dat pijnlijke vragen worden gesteld. Want is die anti-Russische retoriek terecht? Kunnen we nog zorgen voor betere samenwerking met de Russen of hebben we dat definitief verspeeld?

Poetin heeft het gedaan

Zaterdag 20 april organiseert de Nieuwe Zuil een themabijeenkomst in de Oosterkerk in Amsterdam. Sander Boon en Arno Wellens zullen gaan spreken over de EU, de euro en de gele hesjes. Meer informatie over het evenement vindt u hier: https://denieuwezuil.nl/dnz-sprekersmiddag-in-amsterdam/

Er zijn genoeg vragen die de politieke elite zichzelf mag stellen, want het neo-McCarthyisme wat we zien neemt steeds extremere vormen aan. Bij iedere hobbel op de weg voor de politieke elite wordt het anti-Rusland-paard van stal gehaald. Van de gele hesjes tot de opkomst van FvD, het moet en zal de schuld van de Russen zijn. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling die totaal niet constructief is voor ons continent.


[1] https://www.facebook.com/watch/?v=405381826945379

 

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Macrons minister van Europese Zaken verdacht van fraude

Terwijl de regering er koud twee weken is, wordt president Emmanuel Macron al in verlegenheid gebracht door nieuws dat zijn minister van Europese Zaken verdacht wordt van fraude.

Het gaat om Marielle de Sarnez (MoDem), die tot voor kort lid was van het Europees Parlement. De Sarnez is een van 19 Franse europarlementariërs wier praktijken rond het inhuren van personeel verdenkingen heeft gewekt.

Franse openbaar aanklagers vermoeden dat de europarlementariërs van verschillende politieke kleuren collega’s en familieleden inhuurden, zodat zij niet uit partijfondsen betaald hoefden te worden, maar in plaats daarvan door het Europees Parlement betaald werden.

De Sarnez ontkent iets verkeerd te hebben gedaan en stelt zich aan de regels van het Europees Parlement te hebben gehouden. Voor de president is echter de verdenking tegen zijn minister al ongemakkelijk, temeer omdat hij in de verkiezingscampagne beloofde “het publieke leven te moraliseren”. Macron kon daarmee in de campagne gemakkelijk punten scoren, gezien de lopende onderzoeken tegen François Fillon en Marine Le Pen.

De Franse gerechtelijke politie en de anti-corruptie-eenheid verrichten het onderzoek naar de europarlementariërs. Mogelijk wordt op enig moment ook OLAF, de anti-fraudewaakhond van de Europese Unie, betrokken. Het vooronderzoek werd in maart geopend na een tip van Sophie Montel, europarlementariër voor het Front National.

Posted on

Prijsvraag: Hoe ziet de volgende Franse regering er uit?

Zondag 23 april vond de eerste ronde van de presidentsverkiezingen plaats en werd duidelijk dat het in de tweede ronde op zondag 7 mei tussen Emmanuel Macron en Marine Le Pen zal gaan.

Minstens zo belangrijk zijn echter de verkiezingen voor de Nationale Vergadering, het Lagerhuis van het Franse parlement, die op 11 en 18 juni in twee ronden plaats moeten vinden. Want of Macron of Le Pen nu president wordt, het is afhankelijk van de samenstelling van de Nationale Vergadering welke regering er gevormd kan worden.

Novini is dan ook benieuwd naar de ideeën van zijn lezers over de vraag hoe de volgende Franse regering er uit zal zien. Daarom schrijven we een prijsvraag uit: Hoe ziet de volgende Franse regering er uit?

Inzenders wordt gevraagd daarbij in te gaan op:

  • de volgende president,
  • de samenstelling van zijn of haar regering. Welke politici nemen daarin een prominente plaats in en welke partijen maken deel uit van de coalitie die die regering steunt?,
  • de voornaamste plannen die die regering ten uitvoer zal brengen, problemen waar de regering daarbij tegen aan zal lopen en hoe ze daar mee om zal gaan.

De beste inzendingen worden gepubliceerd op Novini en de allerbeste maakt kans op een leuke prijs. Inzenders zijn vrij in de lengte en vorm van hun inzending, de reguliere richtlijnen voor ingezonden stukken gelden dus niet. Inzendingen worden beoordeeld op:

  • onderbouwing,
  • overtuigingskracht,
  • stijl,
  • originaliteit.

Ter beoordeling van de stukken hebben we een deskundige jury samengesteld bestaande uit onze correspondent in Parijs Dato den Boer, uitgever Tom Zwitser en eindredacteur van Novini Jonathan van Tongeren.

Stukken kunnen ingezonden worden via dit formulier tot uiterlijk vrijdag 5 mei 12:00 uur. Eventuele vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier.

Prijs

En dan is er natuurlijk de prijs die er te winnen valt. Naast de eeuwige roem en glorie van publicatie van je inzending op het onvolprezen Novini, die alle door de jury als beste beoordeelde inzendingen ten deel valt, hebben we voor de allerbeste inzending ook nog een leuke prijs bedacht.

Geheel passend bij het onderwerp van de prijsvraag, krijgt de inzender van het beste stuk namelijk een exemplaar van het boek Zo bezig met zichzelf. Een politieke biografie van Frankrijk, geschreven door de in Frankrijk wonende en werkende Nederlandse advocaat Noud Ingen-Housz en onlangs verschenen bij Uitgeverij De Blauwe Tijger.

Dus, heb jij een duidelijke en originele visie op hoe de tweede ronde van de presidentsverkiezingen en de komende parlementsverkiezingen in Frankrijk zullen verlopen en wil je die onder de aandacht van een breder publiek brengen? Klim dan in de pen (of liever achter je toetsenbord) en stuur voor de deadline je stuk in naar Novini. Dan maak je ook nog eens kans op een mooi boek!

Posted on

François Bayrou trekt zich terug als presidentskandidaat, steunt Macron

François Bayrou, de leider van de Mouvement Démocrate, een kleine sociaal-liberale partij, heeft vandaag aangekondigd zich terug te zullen trekken als presidentskandidaat en heeft daarbij aangegeven de kandidatuur van Emmanuel Macron te willen ondersteunen. Voor Macron kan dit de steun nodige steun opleveren om de centrumrechtse kandidaat François Fillon voor te blijven in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen.

Bayrou motiveerde zijn stap met een verwijzing naar het feit dat Marine Le Pen van het Front National momenteel duidelijk aan kop gaat in de peilingen. Als de links-liberale burgemeester van Bordeaux Alain Juppé de presidentskandidaat van de centrumrechtse partij Les Républicains zou zijn geworden, had Bayrou willen overwegen hem te steunen tegen Le Pen, maar nu het de cultureel conservatievere en economisch liberalere François Fillon is geworden, die er bovendien van verdacht wordt onder andere zijn vrouw een nepbaantje in het parlement te hebben gegeven, acht Bayrou het uitgesloten om steun te geven aan de centrumrechtse kandidaat.

De leider van de MoDem ziet het zodoende als beste optie om zich terug te trekken en zijn steun aan te bieden aan Emmanuel Macron, om zo de kans te vergroten dat hij en niet Fillon de tweede ronde bereikt. Bayrou verbindt daar wel een aantal politiek-inhoudelijke voorwaarden aan, maar die zijn niet van dien aard dat Macron er niet aan tegemoet kan komen.

Bayrou was al drie keer presidentskandidaat, in 2002, 2007 en 2012. In 2007 behaalde hij met 18,57 procent van de stemmen in de eerste ronde zijn beste resultaat, waarmee hij op de derde plaats eindigde. In de vorige verkiezingen behaalde hij nog zo’n negen procent van de stemmen, in de peilingen staat hij nu op 5,5%. De gematigde kiezers van Bayrou zullen hem denkbaar niet zonder meer allemaal volgen naar Macron, die immers een dissident van de Parti Socialiste is, maar de steun van Bayrou kan Macron wel net de paar procentpunten extra geven die kunnen maken die hij en niet Fillon het in de tweede ronde tegen Marine Le Pen mag opnemen.

Lees ook: Wie het ook wordt, Frankrijk krijgt een zwakke president

Posted on

Peiling: Macron streeft Fillon voorbij

Voor het eerst is er een peiling die uitwijst dat François Fillon, presidentskandidaat voor de centrumrechtse partij Les Républicains, de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen niet zou halen.

Volgens de in Les Echos gepubliceerde peiling van Elabe behaalt de oud-premier 19 à 20 % van de stemmen, waarmee hij op de derde plaats belandt. De tweede ronde zou dan gaan tussen Marine Le Pen van het Front National, die in de eerste ronde 26 à 27 procent van de stemmen zou krijgen, en de PS-dissident Emmanuel Macron die in de eerste ronde 22 à 23 procent van de stemmen zou krijgen.

Dit scenario werd eerder al voorspeld door Philippe de Villiers, leider van de eurosceptische Mouvement pour la France. De oud-europarlementariër maakte die voorspelling reeds toen de peilingen nog unisono op een tweede ronde tussen Fillon en Le Pen wezen. De Villiers wees echter op de volgens hem tekort schietende capaciteiten van de oud-premier om een effectieve campagne te voeren, een punt waarop Macron meer talent zou hebben.

Inmiddels wordt Fillon daarbij ook nog geplaagd door een onderzoek naar zijn vrouw, die mogelijk ten onrechte op de loonlijst gestaan zou hebben als zijn parlementair assistent. De links-liberaal Macron lijkt anderzijds te profiteren van de selectie van de linkse Benoît Hamon als kandidaat voor de Parti Socialiste, dat levert nieuwe steun van  de rechtervleugel  van de PS voor Macron op.

De peiling wijst verder uit dat Macron de tweede ronde van Le Pen zou winnen. Daarmee zou de unieke situatie ontstaan van een president wiens partij (vooreerst) niet in het parlement vertegenwoordigd is.

Posted on

Franse Bernie Sanders wint voorverkiezingen PS

Benoît Hamon heeft tegen de verwachting in de eerste ronde van de voorverkiezingen voor de presidentskandidaat van de Franse Parti Socialiste gewonnen.

Hamon behaalde 36 procent van de stemmen en liet daarmee zowel Manuel Valls (31 procent) als Arnaud Montebourg (17 procent). Hamon, die als vertegenwoordiger van de linkervleugel van de partij gezien wordt, mag het in de tweede ronde tegen de huidige premier Manuel Valls opnemen, die juist meer een ‘new labour’-imago heeft.

De in de eerste ronde uitgeschakelde oud-minister van Economische Zaken Montebourg sprak na zijn verlies zijn steun uit voor Hamon, die zodoende goede kans maakt om de uiteindelijke kandidaat van de PS in de presidentsverkiezingen te worden. De peilingen wijzen er echter al enige tijd op dat de kandidaat van de PS, ongeacht wie van de drie het zou worden, geen kans maakt om door te gaan naar de tweede ronde.

Toch is het van belang wie de PS-kandidaat wordt, omdat dit van invloed kan zijn op de kansen van andere kandidaten. Zo zou de links-liberale onafhankelijke kandidaat Emmanuel Macron in de eerste ronde meer stemmen kunnen trekken als zijn directe concurrent ter linker zijde een socialist is in plaats van een andere links-liberaal.

Als Hamon en niet Valls de presidentskandidaat van de PS wordt, verbetert dat met andere woorden de kansen van Macron om door te gaan naar de tweede ronde. Daarvoor zou Macron de centrumrechtse oud-premier François Fillon voorbij moeten streven, om het vervolgens in de tweede ronde tegen Marine Le Pen van het Front National op te nemen.

Valls heeft het nadeel dat hij de zittende premier is en dus met de opgebrande zittende president François Hollande geassocieerd wordt. Hamon wordt binnen de partij daarentegen als een frisse wind gezien, ook al omdat hij een linkser geluid laat horen. De bekendheid van Hamon onder de kiezers in het algemeen is echter geringer dan die van Valls.

Posted on

‘Fillon haalt de tweede ronde niet’ – Wordt het Macron versus Le Pen?

François Fillon, presidentskandidaat voor de centrumrechtse partij Les Républicains, haalt de tweede ronde van de presidentsverkiezingen komend voorjaar niet. Dat voorspelt Philippe de Villiers, leider van de eurosceptische en conservatieve Mouvement pour la France (MPF).

Volgens Philippe de Viliers is Fillon er weliswaar in geslaagd de centrumrechtse voorverkiezingen te winnen, maar blinkt hij niet uit in het campagne voeren. Tegenover dagblad Le Figaro zegt de traditionalistische katholiek uit de Vendée desgevraagd, dat hij vermoedt dat de kandidaat, die zichzelf als gaullist en christen probeert te profileren, te veel op het advies van marketingmensen leunt.

De Villiers ziet in voormalig minister van Economische Zaken Emmanuel Macron een geduchte concurrent voor Fillon. Macron, die tot voor kort lid was van de Parti Socialiste, heeft nu een eigen links-liberale partij en neemt aan de presidentsverkiezingen deel. Wie de kandidaat van de Parti Socialiste wordt, moet nog besloten worden, maar in de peilingen ligt Macron duidelijk voor op zowel premier Manuel Valls als Arnaud Montebourg, de belangrijkste kanshebbers.

Op het moment gaan Marine Le Pen en François Fillon aan kop in de peilingen. Maar De Villiers, zelf presidentskandidaat in 1995 en 2007, denkt dat Macron met een goede campagne in staat zal zijn niet alleen de kandidaat van de PS achter zich te laten maar ook Fillon voorbij te streven. Het kan voor Macron ook een handicap zijn dat hij geen groot partijapparaat heeft om campagne mee te voeren. De Villiers denkt evenwel dat Macron het in de campagne beter zal doen dan Fillon.

Daarmee zou in Frankrijk een situatie kunnen ontstaan die enigszins aan de recente Oostenrijkse presidentsverkiezingen doet denken, waar in de tweede ronde twee kandidaten het tegen elkaar opnamen die beide niet tot een van de klassieke regeringspartijen behoorden. Zowel bij Marine Le Pen als bij Emmanuel Macron zou de grote vraag zijn met wat voor regering zij als president zouden moeten gaan samenwerken. Macrons eigen partij is immers zo nieuw dat deze nog niet eens in het parlement vertegenwoordigd is en het Front National is door gevestigde partijen slim tegengewerkt zodat ze ondanks aanzienlijke electorale steun maar een paar zetels in de Nationale Vergadering heeft.

De Villiers, burggraaf van Saintignon, is euroscepticus van het eerste uur. Hij was het die in 2005 naar aanleiding van Bolkesteins EU-Dienstenrichtlijn als eerste het gevleugelde woord van de “Poolse loodgieter” in de mond nam. Reeds in de verkiezingen voor het Europees Parlement van 1994 leidde hij al een groep eurosceptische dissidenten van de inmiddels niet meer bestaande conservatieve UDF, die 12% van de stemmen en 13 van de 87 Franse zetels in het Europees Parlement behaalden. In 1999 wist hij samen met oud-minister van Binnenlandse Zaken Charles Pasqua dat resultaat nog iets te verbeteren en kwamen ze zelfs op de tweede plaats na de Socialisten.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

Syrië en de EU–Schaamteloze idioten

Geconfronteerd met een snel evoluerende situatie in Syrië heeft de EU volgens de Londense krant The Times (1) nu ook zijn positie tegenover de regering van president Bashar al Assad aangepast. Rijkelijk laat en het zoveelste bewijs voor zowel de totale incompetentie als de onvoorstelbare arrogantie van de leiders van de EU. Niet dat dit allemaal natuurlijk verrassend komt.

Mensen die de zaak op een professionele wijze van nabij volgden konden dit al in 2011 voorspellen. Het was toch de Franse ambassadeur in Damascus die dit in een verhit bijna fysiek geworden discussie in Parijs op het ministerie van Buitenlandse Zaken voorspelde. Maar de Franse president Nicolas Sarkozy wou die waarheid niet horen. Assad moest van Sarkozy dood en dat zou gebeuren. (2)

Decentralisatie

Volgens The Times zou de EU nu een ganse smak geld willen geven aan het Syrië van Assad indien hij een paar voorwaarden zou aanvaarden. En dat zijn een decentralisatie van de macht naar de provincies toe en democratische verkiezingen. Meer niet. Het doet denken aan de niet nagekomen beloften tegenover Oekraïne.

Nu men hem niet kon vermoorden gaat men bij de EU pogen zoete broodjes te bakken met president Bashar al Assad. Men denkt daarbij zelfs nog druk te kunnen uitoefenen om hem tot toegevingen te kunnen dwingen. De EU, het rijk der illusies. 
Nu men hem niet kon vermoorden gaat men bij de EU pogen zoete broodjes te bakken met president Bashar al Assad. Men denkt daarbij zelfs nog druk te kunnen uitoefenen om hem tot toegevingen te kunnen dwingen. De EU, het rijk der illusies.

Deze week publiceerde de European Council of Foreign Relations een analyse (3) waarin men dit min of meer voorstelde. Het argument was dat Assad dan wel zal winnen maar doordat zijn land vernield is – dankzij de EU, maar dat schreef men natuurlijk niet – hij heel veel geld nodig zal hebben om dat te heropbouwen. En dus, klonk het, kan de EU de baas blijven en zijn voorwaarden stellen aan Assad.

Idiotie die bewijst dat de auteur niet beseft dat de periode van de westerse alleenheerschappij definitief voorbij is. China bezit nu een oorlogskas die tegen de 3.500 miljard dollar bedraagt. Het zijn landen als China, niet de schuldenaars van de EU en de VS, die de toekomst van Syrië gaan bepalen. Een China dat evenzeer als Rusland last heeft van die door het westen gesteunde salafistische terreur.

Typerend waren de bussen die men nu overal in Syrië gebruikt om vluchtelingen en rebellen te vervoeren. Het zijn allen modern ogende Chinese bussen. Vergeet Van Hool, VDL, Fiat of wie uit Europa ook. Zoals er in Syrië nu ook overal Chinese auto’s rondtoeren.

Didier Reynders, Mark Rutte, Angela Merkel en Theresa May zullen allen in Damascus als schaamteloze wezens door het stof moeten kruipen in de hoop toch een druppel van de contracten rond de wederopbouw te bemachtigen.

Troeven

Volgens o.m. Franse bronnen, wou Sarkozy na Moeammar Kadhaffi ook Bashar al Assad doen vermoorden. Een beleid dat zijn opvolger François Hollande voortzette. Assad zal echter nog steeds president spelen als zij reeds geschiedenis zullen zijn. In Damascus zitten velen hen daarom al openlijk uit te lachen.
Volgens o.m. Franse bronnen, wou Sarkozy na Moeammar Kadhaffi ook Bashar al Assad doen vermoorden. Een beleid dat zijn opvolger François Hollande voortzette. Assad zal echter nog steeds president spelen als zij reeds geschiedenis zullen zijn. In Damascus zitten velen hen daarom al openlijk uit te lachen.

De reden voor die koerswijziging is, volgens de Times, dat in de ogen van onze Europese leiders de VS elke controle over de zaak verloren heeft en dat het Rusland is dat alle troeven in handen heeft. Dat werd volgens de krant twee weken geleden ook aan die rebellen meegedeeld. Waarbij men hun – als zwijggeld en afscheidspremie? – ook een pak geld beloofde. De krant citeerde hierbij meerdere anonieme bronnen.

Een andere reden voor die koerswijziging is volgens het dagblad de enorm zware politieke problemen die ontstaan zijn door de vluchtelingencrisis als gevolg van de door het westen, en dus ook de EU, in gang gestoken oorlogen in Syrië en Irak.

De komst van François Fillon als toekomstig Frans president past hierin perfect. Hij wil dat Frankrijk goede maatjes wordt met zowel Rusland als Syrië. Hetzelfde met Donald Trump natuurlijk die ook zegt te streven naar goede relaties met Rusland. Alhoewel we hier gezien de chaotische onvoorspelbare natuur van de man nog erg voorzichtig moeten zijn.

Belangrijk is ook dat nadat Jordanië het al op een akkoord met Syrië en Rusland gooide nu ook Recep Erdogan overstag is gegaan. Dat het salafistische verzet in Aleppo aan het instorten is komt mede doordat hij enkele duizenden huurlingen uit Aleppo wegtrok om voor Turkse rekening elders te gaan vechten tegen de alliantie van de VS en de Koerdische YPG/PKK.

Na Assad is de Russische president Vladimir Poetin de grote overwinnaar van de oorlog van het westen tegen Syrië. Toen de Russische luchtmacht op 30 september 2015 in Syrië in actie kwam wuifde Barack Obama alles weg, stellende dat Rusland zoals in Afghanistan in Syrië eveneens zou verzuipen. Ook hier in Washington zat men luidop te dromen en zich illusies te maken. Syrië brak de almacht van de VS. Het brak ook de macht van het salafisme. Men zou in Brussel Poetin en Assad dan ook beter feliciteren en duizendmaal bedanken.
Na Assad is de Russische president Vladimir Poetin de grote overwinnaar van de oorlog van het westen tegen Syrië. Toen de Russische luchtmacht op 30 september 2015 in Syrië in actie kwam wuifde Barack Obama alles weg, stellende dat Rusland zoals in Afghanistan in Syrië eveneens zou verzuipen. Ook hier in Washington zat men luidop te dromen en zich illusies te maken. Syrië brak de almacht van de VS. Het brak ook de macht van het salafisme. Men zou in Brussel Poetin en Assad dan ook beter feliciteren en duizendmaal bedanken.

Erdogan spartelt nog wel eens tegen maar zit duidelijk in een Russische machtsgreep waaruit hij niet kan of wil ontsnappen. Het is geen toeval dat sommige van die salafistische terreurgroepen in het geheim in Turkije met Rusland aan het onderhandelen waren.

VS zijn onbetrouwbaar

Waarbij men via Charles Lister – een Amerikaanse officieuze woordvoerder van die bendes en een man die vroeger in Qatar voor het Brookings Institute werkte – liet uitlekken dat men de VS hierbij niet betrok omdat deze toch onbetrouwbaar is.

Nu reeds is duidelijk dat Syrië en de regering van Assad de overwinnaar zijn van de meest gruwelijke oorlog sinds die van Vietnam. En ook hier leed de VS een zeer smadelijke nederlaag. De veruit tweede belangrijkste winnaar is Rusland die aan het Midden-Oosten en de wereld toonde een betrouwbaar bondgenoot te zijn.

Nadat het westen Libië vernielde en weigert het te helpen om uit die diepe put te kruipen trok generaal Khalifa Haftar, een vroegere generaal van Kadhaffi en gewezen man van de CIA, nu naar Moskou om hulp te vragen.
Nadat het westen Libië vernielde en weigert het te helpen om uit die diepe put te kruipen trok generaal Khalifa Haftar, een vroegere generaal van Kadhaffi en gewezen man van de CIA, nu naar Moskou om hulp te vragen.

Dit in tegenstelling tot de VS die probleemloos haar vazallen liet vallen en zelfs vermoorden zoals de Iraanse Sjah, de Egyptische Hosni Moebarak en de Iraakse Saddam Hoessein. Rusland liet Assad en Syrië nooit in de steek en integendeel stuurde zelfs zijn luchtmacht die mede verantwoordelijk is voor de overwinning op al Qaeda en het assortiment van koppensnellers die er amok maakten.

Het is dan ook geen toeval dat het recente akkoord binnen de olieproducerende landen OPEC er kwam dankzij de centrale rol van Rusland die Irak, Iran en Saoedi-Arabië tot een akkoord dwong waarbij de Saoedi’s de meeste toegevingen deden en Iran niets. En het is eveneens geen toeval dat de Libische krijgsheer generaal Khalifa Haftar recent eveneens op bezoek was in Moskou. En dat zal wel niet geweest zijn om er wat wodka te kopen.

Het ganse voorval toont nogmaals de totale incompetentie van de Europese leiders en hun onvoorstelbare schaamteloosheid. Dat ze na alles wat er gebeurde nog denken aan Damascus eisen te moeten en kunnen stellen is feitelijk hallucinant. Men zou nog gaan denken dat ze in Brussel op hun bijeenkomsten LSD gebruiken.


1) The Times, 3 december 2016, Richard Spencer, ‘EU offers cash to Assad regime for Syria peace deal’. http://www.thetimes.co.uk/edition/world/eu-offers-cash-to-assad-regime-for-syria-peace-deal-w8shn8rjx

2) Christian Chesnot en Georges Malbrunot, ‘Les chemins de Damas, le dossier noir de la relation franco-syrienne’, Robert Laffont, 2014.

3) European Council of Foreign Relations, 18 november 2016, Julien Barnes-Dacey, ‘The first Trump test: European policy and the Siege of Aleppo’.   http://www.ecfr.eu/article/commentary_the_first_trump_test_european_policy_and_the_siege_of_aleppo7186?platform=hootsuite