Posted on

Triomftocht van de Duitse carrièrepolitica

carrièrepolitica Annegret Kramp-Karrenbauer

Zelfs regeringsgezinde media, die het publieke debat in Duitsland nog altijd grotendeels beheersen, moesten wat langer nadenken om argumenten te vinden om de carrièresprongen van de CDU-politici Ursula von der Leyen en Annegret Kramp-Karrenbauer te prijzen. De motieven zijn overduidelijk niet zuiver en tekenend voor de triomf van het verschijnsel carrièrepolitica.

In het geval van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie konden ze tenminste nog op haar verblijven in het buitenland en haar taalkennis wijzen, alsmede haar buitenlandpolitieke ervaring als minister van Defensie. Voor de nieuwe minister van Defensie Kramp-Karrenbauer was echter ook met de beste wil van de wereld niets te vinden dat haar kwalificeerde voor die post.

Carrièrepolitica AKK ziet Defensie puur als springplank

Het is al te doorzichtig dat het ministerie van Defensie voor de CDU-leider slechts een springplank naar het bondskanselierschap na Angela Merkel is. AKK ontwijkt vragen over haar ware motieven dan ook met onheldere of nietszeggende antwoorden. Ondertussen probeert ze wat aan inhoudelijk profiel te winnen door te pleiten voor meer verhoging van de Defensie-begroting.

Defensiebegroting

Scepsis is hier echter op zijn plaats. Ten eerste wil Kramp met haar eis overduidelijk demonstreren dat ze echt in Defensie geïnteresseerd is. Dat het motief om dit ambt op te nemen niets met Defensie te maken heeft, is echter zo duidelijk dat de demonstratieve eis die indruk niet weg kan nemen.

SPD is tegen, carrièrepolitica Merkel drukt zich

Ten tweede moet Kramp de verhoging van de Defensiebegroting zwaar bevechten op de coalitiepartner SPD. Daarvoor heeft ze de steun van bondskanselier Merkel nodig. Merkel staat er echter om bekend zich steeds buiten inhoudelijke twisten binnen de coalitie te houden, omdat ze haar machtspositie belangrijker acht dan welke inhoudelijke kwestie ook. Het is nauwelijks voorstelbaar dat Merkel omwille van de Bundeswehr een breuk in de coalitie riskeert. Dat zou immers haar laatste twee jaren kanselierschap in gevaar brengen.

Von der Leyen als uitvoerder anti-Duits beleid

Dat Ursula von der Leyen vooral op instigatie van de Franse president Emmanuel Macron op het schild geheven werd, is al door menigeen uiteengezet. Macron bouwt steeds openlijker aan een door Frankrijk aangevoerde as binnen de EU, die duidelijk tegen Duitse belangen ingaat. Dat hij daarbij ook Duitse politici in weet te schakelen spreekt dit frappant genoeg niet tegen. Vergemeenschappelijking van schulden en andere manieren om geld uit Duitsland en andere noordelijke EU-lidstaten naar het zuiden te doen vloeien, daar komen veel van Macrons plannen op neer.

Duitsland aan het noordelijke kamp onttrekken

Onder leiding van de Nederlandse regering is er weliswaar enig verzet, maar zonder Duitsland kan dit de zuidelijke eisen niet afstoppen. Parijs rekent erop dat Von der Leyen juist als Duitse EU-federalist de ideale persoon is om Duitsland uit het noordelijke kamp los te maken.

Posted on

Bitcoin – Geopolitieke implicaties in een veranderende wereldorde

Dit opiniestuk zal de geopolitieke opkomst van Bitcoin als een nieuwe mogelijke reservemunt bespreken. Dit zal worden gedaan binnen de context van de aankomende turbulente transitie van de huidige unipolaire wereldorde naar een nieuwe multipolaire wereldorde die mogelijk door toenemende handelsoorlogen, devaluaties en een nieuwe financiële crisis zal worden versneld.     

Het avondschemer van de unipolaire wereldorde

We bevinden ons nu in het avondschemer van de oude unipolaire wereldorde. De hegemonie van de Verenigde Staten over de huidige wereldorde zal in de komende jaren veranderen. Zeker, de Amerikaanse Dollar domineert nog steeds de internationale handel en de valutareserves van de centrale banken, maar een voorzichtig dedollarisatie proces is al een aantal jaren op gang gebracht door voornamelijk China, Rusland en Iran. Deze landen kopen gretig goud en hebben onderling bilaterale handelsverdragen waarbij de Amerikaanse Dollar meer en meer wordt vermeden in de handel van grondstoffen zoals olie. Deze bondgenootschap ondermijnt het tanende petrodollar recycling systeem, dat vooral dankzij Saoedi-Arabië, een cruciale bondgenoot van de Verenigde Staten en aartsvijand van Iran, in stand wordt gehouden.

Olie en de meeste andere belangrijke grondstoffen worden bijna altijd berekend en verrekend in Amerikaanse dollars. De afwikkeling vindt bijna altijd plaats door het Amerikaanse bankwezen met New York (Wall Street) als belangrijkste financieel centrum. Veel landen willen graag deze gang van zaken veranderen aangezien het de Verenigde Staten enorme voordelen oplevert die er mede voor hebben  gezorgd dat de hegemonie van de Verenigde Staten lang zonder problemen kon worden gehandhaafd.

Voor het handhaven van de hegemonie was wel het loslaten van de goudstandaard (de Nixon-schok van 1971[1]) noodzakelijk geworden aangezien de voortslepende Vietnamoorlog het vertrouwen in een goud gedekte Dollar ondermijnde. Het Bretton Woods-systeem[2] werd opgeheven. De invoering van een systeem van zwevende wisselkoersen kwam er voor in de plaats waarbij de Amerikaanse Dollar uiteindelijk als anker moest worden gebruikt binnen een nieuw petrodollar systeem. Deze werd in 1973 ingevoerd[3]. Deze opzet gaf de Verenigde Staten ongelimiteerde macht over het machtigste wapen in de wereld: de geldpers van de Federal Reserve. Een unipolaire wereldorde gebaseerd op Amerikaans schuldenimperialisme[4] en financieel-militaire overmacht was het gevolg. Mogelijke gevaren werden met de benodigde militaire ingrepen en oorlogen uitgeschakeld. De verschillende oorlogen in het Midden Oosten hebben uiteindelijk geleid tot meer chaos, terrorisme en uitputtingsslagen, die nog tot op heden voortduren en nooit gewonnen kunnen worden.

Financieel en militair is de Verenigde Staten nu dan ook verzwakt. Militair heeft het zijn doelstellingen niet kunnen bereiken en alleen afkeer en vijandigheid geoogst. Kleurenrevoluties, valse vlagoperaties en couppogingen onder leiding van de CIA zijn de laatste jaren niet meer succesvol geweest. Dankzij de vrije verspreiding van informatie op het internet (bijvoorbeeld door Wikileaks) heeft de wereld het Amerikaans machtsspel door. Rusland intervenieerde in Syrië en markeerde daarmee het einde van de absolute Amerikaanse hegemonie in het Midden Oosten.

Verder heeft de Amerikaanse bevolking een afkeer gekregen van het militair interventionisme en kampt ze nog steeds met de gevolgen van de financiële crisis van 2008. De Amerikaanse bevolking is verpauperd, de schulden zijn exponentieel gestegen, inkomensongelijkheid is enorm toegenomen en de landelijke infrastructuur is verouderd. De verkiezing van Donald Trump als president markeert hier ook een belangrijk keerpunt. Het beleid van Trump signaleert de transitie van een unipolaire naar een multipolaire wereldorde.

De komende transitie naar een multipolaire wereld

Deze komende transitie werd uitvoerig besproken op 14 mei 2019 tijdens een belangrijke conferentie die door de centrale bank van Zwitserland werd georganiseerd: de 9th High-Level Conference on the International Monetary System[5]. Hier werd het verleden, het heden en de toekomst van het internationale monetaire systeem besproken. De algemene strekking is dat, ondanks het feit dat er geen goed alternatief is voor de Amerikaanse Dollar, het onwaarschijnlijk is dat de Verenigde Staten de hegemonie zal behouden. De Amerikaanse regering heeft verder het SWIFT-betalingssysteem als machtsinstrument gebruikt voor financiële repressie. Internationale financiële repressie is een symptoom van het economisch en militair verval van de Amerikaanse hegemonie. Er zal daardoor worden gezocht naar alternatieve reservemunten. Een economische-militaire herbalancering zal leiden tot een multipolaire wereldorde met verschillende reservemunten.

[pullquote]Internationale financiële repressie is een symptoom van het economisch en militair verval van de Amerikaanse hegemonie.[/pullquote]

Het probleem is echter dat de Europese Monetaire Unie officieel[6] niet beschikt over eurobonds en steeds minder draagvlak heeft onder de Europese bevolking. China is op dit moment niet in staat om haar kapitaalmarkt te liberaliseren aangezien het uiteindelijk geen stabiele eenheid is; bovendien is haar financiële sector onvoldoende ontwikkeld om de Chinese Yuan als stabiele reservemunt te positioneren. China en de Verenigde Staten zijn wederzijds afhankelijk van elkaar in handel en technologie. Escalerende handelsoorlogen zullen leiden tot meer volatiliteit op de effecten- en valutamarkten. Een uiteindelijk chaotische transitie zal het gevolg zijn. Hoe het precies zal verlopen is niet duidelijk.

De introductie van cryptocurrency

Tijdens de conferentie werd er met veel scepsis gesproken over de uitgave van stablecoins[7] en de rol van Central Bank Digital Currencies (CBDC’s)[8]. Vandaar dat het des te meer opmerkelijk was te noemen dat de directeur van Ripple, Brad Garlinghouse, tien minuten spreektijd kreeg over de Ripple’s xCurrent[9] technologie. Deze technologie kan als een SWIFT 2.0 netwerk worden beschouwd. Brad Garlinghouse gaf te kennen dat het huidige internationale betalingsnetwerk ver achterloopt op het internet tijdperk. Zo’n 6% van alle SWIFT-transacties ondervinden bovendien problemen waarbij menselijke interventie nodig is om de transactie goed uit te voeren.

Ripple’s technologie kan het monetaire systeem op een nieuwe infrastructuur zetten. Bitcoin kwam verder niet ter sprake. Vandaar dat het interessant is om op te merken dat het Ripple project een aanpak heeft die diametraal tegenovergesteld is aan die van Bitcoin. Ripple faciliteert het internationale betalingsverkeer, terwijl Bitcoin zich kan positioneren als een alternatief voor centraal bankieren. Het is verder niet uit te sluiten dat het monetaire beleid van de centrale bankiers in de komende transitie periode in de problemen komt. Een hernieuwde geldverruiming politiek met negatieve rentes zal grote gevolgen hebben voor de koopkracht van de reserve munten in een stagnerende wereldeconomie verwikkeld in valuta- en handelsoorlogen met een nieuwe financiële crisis als mogelijk gevolg.

Waarom zou Bitcoin een belangrijke rol kunnen spelen?

Bitcoin zou in dit complexe speelveld inderdaad als een alternatieve reservemunt een rol kunnen gaan spelen. Het kan bovendien de huidige fragiele financiële orde behoorlijk omschudden. Bitcoin is een open-source gedecentraliseerd cryptocurrency project dat door een anonieme genius, Satoshi Nakamoto, tijdens de financiële crisis werd gelanceerd en uitgebouwd[10]. Bitcoin is als een technologische doorbraak ook een revolutionaire daad. Het is het resultaat van decennialang onderzoek en geëxperimenteer van visionaire nerds en cypherpunks[11] met cryptografie en cryptogeld. Een van de doelstellingen is het beschermen van de burgers tegen de staat. Een staat die steeds meer haar macht misbruikt ten koste van de privacy en financiele vrijheid van haar burgers. Bitcoin scheidt de macht van de staat/bankenstelsel van het geld en bevordert de financiële emancipatie van de mensheid.

In haar nu tienjarige geschiedenis heeft Bitcoin alle mogelijke aanvallen overleefd en is antifragiel gebleken. Doordat bijna niemand in het Bitcoin project geloofde, kon het tien jaar lang organisch uitgroeien tot een nieuw onverwoestbaar betalingsnetwerk. Een betalingsnetwerk met een ingebouwde monetaire politiek die diametraal tegenovergesteld is aan het huidige centraal gestuurde systeem. Hier bepalen de centrale bankiers, volgens post-keynesiaanse moderne geldtheoretische (MMT) modellen, de rente politiek en de geldverruimingspolitiek voor het aansturen van de economie en het behalen van bepaalde inflatiedoelstellingen.

Satoshi Nakamoto moet een hekel hebben gehad aan dit post-keynesiaanse theoretische gedachtegoed en geeft in het ontwerp van Bitcoin duidelijk een voorkeur voor het gedachtegoed van de Oostenrijkse economische school[12]. Bitcoin werkt geheel op basis van een protocol met vastgestelde regels dat automatisch het vooraf geprogrammeerde monetaire beleid uitvoert. Bitcoin imiteert hierbij de werking van goud. Het werkt volledig transparant en voorspelbaar op basis van een afnemende inflatie met betrekking tot het aantal bitcoins dat bij elk blok kan worden gedolven door de Bitcoin-mijnbouwindustrie. Bitcoins worden steeds schaarser en uiteindelijk kunnen er maximaal 21 miljoen bitcoins bestaan. Bitcoins representeren extreem digitale schaarste en zijn schaarser dan goud. Bitcoins zijn het meest harde geld[13] dat de mensheid ooit heeft uitgevonden.

Bitcoin representeert verder een boekhoudkundige revolutie[14] in de vorm van een compleet driedimensionaal boekhoudsysteem in de vorm van een blockchain met de Satoshi[15] als de kleinste rekeneenheid. Bitcoin heeft niet alleen de potentie om monetair een nieuwe rekeneenheid (unit of account) te worden, het is al per definitie een rekeneenheid binnen het meest veilige driedimensionaal boekhoudsysteem.

De bitcoin transacties zijn hierbinnen verder niet te censureren of terug te draaien dankzij de enorme hashing power[16] van de Bitcoin-mijnbouwindustrie die de Bitcoin-blockchain (boekhouding) onverwoestbaar maakt. Bitcoin ontwikkelt zich als een nieuwe activaklasse die niet kan worden geconfisqueerd of gecensureerd; een nieuwe vorm van digitaal goud binnen een decentraal netwerk zonder muntheren of centrale banken dat parallel aan het huidige fragiele gecentraliseerde systeem onafhankelijk opereert.

Bitcoins geopolitieke rol in de toekomst

Dit maakt Bitcoin nu al tot een ideaal middel voor kapitaalvlucht, een economische levenslijn en een oppotmiddel buiten het bereik van derde partijen zoals de Amerikaanse regering. Dit heeft al geopolitieke implicaties. De oliehandel kan gemakkelijk tussen partijen die elkaar niet vertrouwen in bitcoin worden afgehandeld zonder dat de Amerikaanse regering daar iets aan kan doen. Iran is hierbij een goed voorbeeld. Iran heeft al zijn eigen goud afgedekte cryptocurrency gelanceerd, de PayMon[17]. Deze kan gemakkelijk meer liquiditeit krijgen wanneer de Iraanse regering deze crypto verhandelbaar zou maken voor bitcoins. Financiële repressie kan dankzij cryptocurrency en vooral veilig via het Bitcoin netwerk worden ontweken, waardoor er een levenslijn blijft voor de interne economie van een getroffen land. Zelfs de centrale bank van Rusland lijkt interesse te hebben voor de lancering van een crypto die door haar goudvoorraad is gedekt en veilig kan worden gebruikt voor een stabiele handel tussen de leden van de Euraziatische Economische Unie[18].

Venezuela is een ander goed voorbeeld. Venezuela kent zeer strikte sancties en kapitaalrestricties. De lancering en acceptatie van de eigen Petro[19] cryptocurrency binnen de internationale handel is mislukt. De regering heeft daarom Litecoin en Bitcoin geaccepteerd als een internationaal transactiemiddel[20]. Bezorgde familieleden in het buitenland kunnen familieleden in Venezuela van geld (Bolivars) voorzien met behulp van Bitcoin en Litecoin. De regering behoudt uiteindelijk de Bitcoin zelf en zet daarvoor bolivars op de bankrekening van het betreffende familielid. De bevolking in Venezuela die uiterst zwaar te lijden heeft onder de gevolgen van hyperinflatie, koopt nu zoveel mogelijk Bitcoin in op de website van Local Bitcoins[21]. Bitcoin adoptie is in Venezuela exponentieel toegenomen[22]. Bitcoin hoe klein deze kapitaalmarkt nog is, heeft al een geopolitieke dimensie gekregen in deze voortslepende financiële en humanitaire crisis.

Congreslid Bradley Sherman heeft dit goed begrepen. Tijdens een hoorzitting van de Financial Services Committee op 9 mei 2019 riep hij op tot een verbod op Bitcoin en cryptocurrency aangezien het de macht van de Amerikaanse Dollar als wereldreservemunt ondermijnt[23]. Een verbod op Bitcoin in de Verenigde Staten is zeer onwaarschijnlijk en onhaalbaar. Vooral nu de institutionele beleggers op Wall Street in Bitcoin willen beleggen als een niet-gecorreleerde asset die systeemrisico’s binnen de effectenhandel kan afdekken. Financiële grootmachten achter de belangrijkste aandelenbeurzen (waaronder ICE en LSEG) investeren in de vereiste infrastructuur zodat het institutioneel grootkapitaal meer geld kan gaan beleggen in Bitcoin[24]. Het is verder niet uit te sluiten dat niet alleen institutionele beleggers, maar ook landen[25] stiekem bitcoins accumuleren voor later gebruik als een reservemunt.

In de transitie van een uni- naar multipolaire wereldorde zal het systeem van wisselende valutakoersen volatieler worden en gezocht worden naar veilige havens. Traditioneel speelt goud hier de belangrijkste rol als een opslagmiddel voor waarde en behoud van koopkracht. De goudmarkt is echter volledig gefinancialiseerd (derivaten), niet meer transparant en gemanipuleerd[26]. Goud kan verder makkelijk worden geconfisceerd. Chinezen die traditioneel in goud sparen, gebruiken nu ook meer Bitcoin als een noodzakelijk alternatief voor onder meer het ontwijken van kapitaalrestricties en verdere devaluaties. Veel vermogende Chinezen sturen hun kinderen naar het buitenland om te studeren voor het opzetten van een economische levenslijn waar Bitcoin steeds meer plaats krijgt in de gereedschapskist voor het beschermen van de welvaart van een familie. Chinezen hebben sinds 2016 meer en meer bitcoins gekocht. Zolang Hong Kong Bitcoin niet zal verbieden, zullen de Chinezen hier met onder meer contant geld en goud bitcoins kunnen kopen. Goud is misschien de meest veilige asset voor koopkrachtbehoud, maar kent in het huidige tijdperk beperkingen.

Binnen het huidige globale internettijdperk, waar handel en financiën zijn geglobaliseerd, past Bitcoin beter. Het is een onafhankelijk financieel systeem met globaal objectief betalingsmiddel binnen een driedimensionaal boekhoudsysteem waar iedereen op kan vertrouwen in bijvoorbeeld het instandhouden van de (internationale) handelsbetrekkingen. Dit is des te meer relevant voor een wereld waar het internationale vertrouwen zoek is, de schuldenberg exponentieel groeit; en een turbulente transitie tegemoet gaat. Nieuwe financiële crisissituaties liggen hier onvermijdelijk in het verschiet. De centrale banken zullen dan uiteindelijk weer gedwongen zijn tot het invoeren van nieuwe geldverruimingsprogramma’s en negatieve rentes. Met deze maatregelen zullen ze proberen  een escalerende crisissituatie te bezweren en een verder imploderende globale bankensector (Deutsche Bank[27], BNP Paribas[28], BBVA[29] ec.) proberen overeind te houden; totdat het punt is bereikt dat het niet meer gaat. Een nieuwe Bretton-Woods-conferentie[30] zal moeten worden georganiseerd voor het hervormen van het globale financiele systeem. In dit scenario zal Bitcoin[31] (samen met goud) door meer en meer mensen als een alternatief en veilige haven worden gebruikt voor het behoud van koopkracht en onafhankelijke financiële daadkracht.


[1] Nixon schreef op 15 augustus 1971 de Executive Order 11615 uit, conform de Economic Stabilization Act of 1970, die als belangrijkste maatregel het goudvenster sloot, waarbij de omwisseling tussen dollars en goud werd beëindigd. https://nl.wikipedia.org/wiki/Nixon-schok

[2] De conferentie van Bretton Woods (1944) ging over het bepalen van de naoorlogse monetaire en financiële ordening met de  invoering van een stelsel van vaste wisselkoersen waar alleen de dollar tegen een vaste hoeveelheid goud kon worden ingewisseld bij de Amerikaanse Centrale Bank.

[3] In 1973 sloot de Amerikaanse regering een akkoord met het Wahabitische koninkrijk van Saoedi-Arabië. Het land was het eens om alleen nog dollars te aanvaarden als betaalmiddel voor de olie. Saoedi-Arabië kreeg de waarborg om altijd militaire steun van het Pentagon te krijgen. Alle andere olie exporterende landen (OPEC) volgden Saoedi-Arabië. De petrodollars is een oliestandaard en waarborgt ook dat de OPEC-landen zouden blijven investeren in Amerikaanse staatsobligaties. https://www.bestebank.org/petrodollar/

[4] Zie het werk van de onderzoeker Michael Hudson: https://michael-hudson.com/books/super-imperialism-the-economic-strategy-of-american-empire/

PDF: https://michael-hudson.com/wp-content/uploads/2010/03/superimperialism.pdf

[5] Een gedeelte van de conferentie is opgenomen en te zien op de website van de Zwitserse centrale bank: https://www.snb.ch/de/ifor/research/id/researchtv-event?event=luUj6_tSzXh1s1Uf7RR88g

[6] De Europese Unie beschikt over het Europees Stabiliteitsmechanisme die leningen kan ophalen op de financiële markten. Deze fungeren als eurobonds: https://www.bestebank.org/europees-stabiliteitsmechanisme/

[7] Een stablecoin is een token die op een blockchain wordt uitgeven en fungeert als een digitale representatie van fiduciair geld of andere activa als onderpand bij de token uitgever.

[8]Central Bank Digital Currencies zijn stable coins die door een centrale bank worden uitgegeven.

[9] De Ripple xCurrent software gaat om het verwezenlijken van interoperabiliteit voor het verwerken van internationale transacties. Het gaat om het verwezenlijken van een beter alternatief voor het huidige SWIFT-systeem (SWIFT 2.0): https://ripple.com/ripplenet/process-payments/

[10] Voor een goed boek over deze bijzondere ontwikkeling: Cryptocurrency, how Bitcoin and digital money are challeging the global economic order: https://books.google.nl/books/about/Cryptocurrency.html?id=niCQrgEACAAJ&redir_esc=y

[11] Voor meer informatie: https://www.bestebank.org/bitcoin/cypherpunks/

[12] De Oostenrijkse school is een economische school die voorkomt uit het werk van Carl Menger en diens collega’s te Wenen. Centraal staan een subjectieve waardetheorie en het principe van methodologisch individualisme. Belangrijke vertegenwoordigers: L. von Mises, E. von Böhm-Bawerk F. von Hayek, M. Rothbard.

[13] Voor een goed boek over Bitcoin als hard geld en de geschiedenis van geld zie The Bitcoin Standard van Dr. Saifedean Ammous:  https://www.bol.com/nl/f/the-bitcoin-standard/9200000082670695/

[14] Een prachtig gedetailleerd artikel over Bitcoin als een accounting revolution kan hier worden gevonden: https://medium.com/@permabullnino/bitcoin-an-accounting-revolution-40efcb903d7b

[15] 1 Bitcoin bestaat uit 100 miljoen satoshis. Voor meer informatie: https://www.bestebank.org/satoshi/

[16] Hashing Power is de rekenkracht die de Bitcoin mijnbouwindustrie moet inzetten om om nieuwe transactieblokken toe te kunnen voegen aan de blokketen (het kasboek) van Bitcoin om daarmee bitcoins te verdienen. Hoe meer hashing power wordt ingezet hoe veiliger het netwerk. Voor meer informatie: https://www.bestebank.org/bitcoin/hashrate-hashing-power/

[17] Deze goud gedekte cryptomunt wordt gebruikt voor het omzeilen van de Amerikaanse sancties. https://www.bestebank.org/paymon-pmn-crypto-rial/

[18] Voor meer informatie: http://tass.com/economy/1059727

[19] Voor meer informatie: https://www.bloomberg.com/news/articles/2019-05-10/venezuela-s-failed-cryptocurrency-is-the-future-of-money

[20] Voor meer informatie en bronnen: https://www.bestebank.org/cryptonieuws/remesas-crypto-remittance-venezuela/

[21] Voor meer informatie en bronnen: https://www.bbc.com/news/business-47553048

[22] Voor meer informatie en bronnen: https://cointelegraph.com/news/bitcoin-trading-reaches-all-time-high-in-venezuela-amidst-ongoing-economic-collapse

[23] Voor meer informatie en bronnen: https://cointelegraph.com/news/us-rep-sherman-calls-for-crypto-ban-says-it-threatens-to-diminish-american-power

[24] Voor meer informatie en bronnen: https://marketupdate.nl/dossiers/bitcoin-dossiers/zijn-institutionele-beleggers-klaar-voor-beleggen-in-bitcoin/

[25] Bulgarije heeft 200.000 BTC bemachtigd tijdens operatie PRAKTA waar een internationaal crimineel netwerk werd opgerold. De regering van Bulgarije heeft besloten om deze niet te verkopen en in feite als een digitale valuta reserve vast te houden. https://beincrypto.com/bulgaria-betting-on-bitcoin-holds-over-200000-btc-in-reserve/

[26] Voor meer informatie, lees de artikels en het onderzoek van GATA: http://www.gata.org/

[27]Voor meer informatie:  https://marketupdate.nl/nieuws/economie/aandeel-deutsche-bank-zakt-verder-weg/

[28]Voor meer informatie: https://www.bestebank.org/analyse-bankensector/problemen-bnp-paribas/

[29] Voor meer informatie: https://www.eurasiareview.com/23052019-why-turkeys-debt-crisis-is-a-bigger-risk-to-the-eurozone-than-the-pigs-analysis/

[30] Ibid 2.

[31] Het is hierbij uiterst interessant om te kijken naar de ontwikkeling van Bitcoin als een monetaire basis (base money) in vergelijking met andere monetaire basiseenheden waaronder de belangrijkste fiat valuta’s, goud en zilver: https://cryptovoices.com/basemoney 

Dit artikel is een opiniestuk gebaseerd op verschillende artikels die je kunt vinden op de bestebank.org. Het is geschreven door Luuk Soons, de hoofdredacteur van deze diepgravende crypto-kennisbank. Disclaimer: Dit opiniestuk is uiterst speculatief en alleen bedoeld voor educatieve doeleinden. Het is geen beleggingsadvies.

Posted on 1 Comment

Junckers laatste zet

Tegen het einde van zijn termijn als voorzitter van de Europese Commissie onderneemt voorzitter Jean-Claude Juncker nog een laatste rooftocht om op financieel en sociaal terrein meer centralisatie binnen de EU te bewerkstelligen. Het zou tot protest moeten leiden, maar wordt nauwelijks opgemerkt.

Jean-Claude Juncker heeft van begin af aan benadrukt dat hij als Commissievoorzitter de EU tot een centraal geleide staat wilden ontwikkelen, waarin de lidstaten dus tot provincies worden. Inmiddels heeft de centralisatie in het buitenlands beleid, economisch beleid en juridisch vorm gekregen. Aan de centralisatie van het defensiebeleid, financieel beleid en de vorming van een schuldenunie wordt gewerkt.

Sociaal beleid

Maar al te graag zou de EU ook de bevoegdheid voor sociaal beleid naar zich toe trekken. Dat zou betekenen dat failliete lidstaten uit het zuiden naar de sociale potten van de noordelijke lidstaten kunnen grijpen. De EU slaagde er tot nog toe echter niet in deze bevoegdheid te krijgen, omdat er geen meerderheid gevonden kon worden. Voor besluiten over sociaal- en belastingbeleid geldt namelijk het unanimiteitsvoorbehoud.

Unanimiteitsvoorbehoud

Juncker wil nu de zwakke positie of afwezigheid van de Britten uitbuiten om het unanimiteitsvoorbehoud voor belasting- en sociaal beleid op de helling te zetten, zodat voor besluiten daarover een ‘gekwalificeerde meerderheid’ volstaat. Een gekwalificeerde meerderheid wil zeggen 55 procent van de lidstaten die samen tenminste 65 procent van de gehele EU-bevolking vertegenwoordigen.

Gekwalificeerde meerderheid

Zo’n gekwalificeerde meerderheid zouden Frankrijk en de zuidelijke EU-lidstaten makkelijk bereiken. Als de noordelijke EU-lidstaten derhalve mee zouden gaan in het afschaffen van het unanimiteitsvoorbehoud, geven ze zich daarmee over aan praktisch onbeperkte plundering van de noord-Europese potjes door de zuidelijke lidstaten.

Centralisatie van (belasting)bevoegdheden

Juncker wijst er terecht op dat de meerderheid van de kandidaten voor het Europees Parlement in diverse noordelijke EU-lidstaten voor meer centralisatie van bevoegdheden is. Verder verstopt hij de centralisatie van de sociale systemen handig in de door de meeste landen gewenste centralisatie van de belasting op digitale bedrijven, die Ierland en Luxemburg als belastingoases tot nog toe verhinderen met behulp van het unanimiteitsvoorbehoud.

Schuldenunie

In de ruis van de campagne voor een in principe tamelijk machteloos Europees Parlement, is Junckers rooftocht in het financiële en sociale domein tot nog toe aan de aandacht ontsnapt. Als Juncker slaagt in zijn opzet worden alle schulden van de zuidelijke lidstaten ook onze schulden en worden onze belastingopbrengsten de hunne. De zuidelijke lidstaten zouden dan de pensioen- en werkloosheidsuitkeringsstelsels kunnen centraliseren, oftewel hun voorzieningen kunnen laten meefinancieren door het noorden.

Protest blijft uit

Eigenlijk zou er nu in landen als Duitsland een storm van verontrusting en protest op moeten gaan of Junckers rooftocht te verhinderen. Het feit dat de Duitse regering niet luid weerwerk beidt en ook de Duitse media het thema niet bespreken, doet vrezen voor de verwezenlijking van Junckers plannen.

Posted on

Gemeenschappelijke munt voor Euraziatische Economische Unie

De landen van de Euraziatische Economische Unie (EAEU) hebben concrete plannen gevormd om een gemeenschappelijke munt te gaan gebruiken. Deze moet uitsluitend voor het betalingsverkeer tussen de lidstaten dienen en zal alleen in elektronische vorm bestaan.

Terwijl overheidsuitgaven in de post-Sovjet-staten niet zelden in de relatief stabiele euro gedaan worden, is de Amerikaanse dollar in veel bilaterale handelsovereenkomsten nog vastgelegd. Nu neemt echter al geruime tijd het onderlinge gebruik van de Russische roebel toe, wat tot betalingsproblemen bij de kleinere EAEU-staten leidt en hun goederenverkeer met Rusland en anderen hindert.

Transacties tussen de lidstaten

Dit heeft de landen van de EAEU ertoe gebracht het plan op te vatten voor een gemeenschappelijke munt voor transacties tussen de lidstaten. Deze moet de handel tussen de betrokken landen verder vergemakkelijken. Een dergelijke gemeenschappelijke munt moet dus niet verward worden met een eenheidsmunt zoals de euro. De nationale valuta van de betrokken landen blijven gewoon bestaan en in gebruik voor de overige transacties.

De EAEU wordt gevormd door Armenië, Kazachstan, Kirgizië, Rusland en Wit-Rusland en heeft vrijhandelsverdragen met Oezbekistan, Tadzjikistan, Iran, China, Vietnam, Moldavië, Servië en Egypte.

Posted on

Griekenland trekt leeg en vergrijst, nieuwe bailout kwestie van tijd

Vanwege gebrek aan toekomstperspectief verlaten steeds meer jonge Grieken hun land. En degenen die blijven, beginnen steeds minder vaak een gezin. Ondertussen is de Griekse regering vooral bezig met aan de macht blijven. Het lijkt een kwestie van tijd voor Griekenland bij het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) aanklopt voor een nieuwe bailout.

Door gebrek aan toekomstperspectief, lage lonen en hoge werkloosheid hebben sinds 2010 ruim 360.000 Grieken hun land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Dit getal noemt het toonaangevende Griekse economische onderzoeksinstituut KEPE. Omdat het bestuur van land meer op zijn bord krijgt dan het aankan en dus niet ieder vertrek geregistreerd wordt, zijn er zelfs deskundigen die er van uit gaan dat sinds 2010 reeds meer dan een half miljoen Grieken de wijde wereld in getrokken is.

Jonge vakkrachten

Meer dan 90 procent van hen die hun vaderland verlaten hebben is jonger dan 40 jaar oud. Het is vooral de uittocht van vakkrachten die gemerkt wordt. Volgens de Griekse vakorganisatie voor artsen zijn sinds 2010 naar schatting 18.000 jonge artsen en duizenden verplegers uit Griekenland vertrokken. Ook ingenieurs en andere hoog gekwalificeerde mensen hebben hun biezen gepakt. De meerderheid van hen werkt volgens het Duitse weekblad Der Spiegel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Golfstaten. Veel jonge mensen zonder beroepskwalificatie worden niet eens geregistreerd, maar vertrekken ongemerkt naar naburige EU-landen om als seizoensarbeider of oproepkracht door te ploeteren.

Sinds het begin van de crisis in 2009 heeft Griekenland een kwart van zijn economische kracht verloren. Inmiddels groeit het Bruto Binnenlands Product weliswaar, maar slechts op zeer gering niveau. In 2017 was het 1,4 procent, net twee procent in het daaropvolgende jaar. Het werkloosheidscijfer ligt rond de 20 procent. Onder de 15-24-jarigen is zelfs 42 procent werkzoekend.

Regering houdt de moed erin

Desalniettemin proberen de machthebbers in Athene optimistisch te doen. Premier Alexis Tsipras kondigde in zijn nieuwjaarstoespraak voor Griekenland “een jaar van hoop, vertrouwen en creativiteit” aan. Eindelijk zouden de Grieken weer “zonder betutteling en bevelen” van internationale geldschieters over hun lot beslissen.

In Brussel heeft men van deze woorden met argwaan kennis genomen. Want pas eind augustus vorig jaar werd Athene uit het miljardenkredietprogramma van de internationale instanties ontslagen. Om het eerste staatsbankroet van een EU-lidstaat te verhinderen, hadden EU en Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2010 289 miljard euro ter beschikking gesteld. Daaraan waren harde bezuinigingsvoorwaarden verbonden, waaraan de regering zich nu schijnbaar niet meer gebonden voelt. Zelfs de onder druk van de EU doorgevoerde pensioenhervorming staat weer ter discussie.

‘Het Afrika van Europa’

En dat blijft niet zonder gevolgen. In de internationale vergelijking van het vestigingsklimaat ‘Doing Business’ van de Wereldbank viel Griekenland onder de 190 geëvalueerde staten in het afgelopen jaar van plaats 61 naar 67. EU-deskundigen spreken reeds van ‘het Afrika van Europa’. Persbureau DPA meldt dat economen onlangs nog een sterk beroep op de regering deden om de in de crisis ingeslagen koers aan te houden.

Zo riep de Griekse centrale bank in haar jongste rapport over het monetair beleid op tot voortzetting van de structuurhervormingen, verdere privatiseringen, afbouw van bureaucratie en een belastinghervorming. Daarvan hangt het volgens de centrale bank af wanneer Griekenland zich weer kan herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Politieke verhoudingen

Maar de regering in Athene is voorlopig vooral bezig met aan de macht blijven. In het nieuwe jaar staat er parlementsverkiezingen op de rol. Tsipras en zijn kabinet hebben die zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven. Maar uiterlijk in de herfst moeten de stemgerechtigden onder de elf miljoen inwoners van het land ter stembus. Tsipras’ Syriza zou volgens peilingen nog slechts op 23 procent van de stemmen komen. In 2015 was dat nog circa 36 procent. De nationaal-conservatieve Onafhankelijke Grieken (ANEL) die de regering aan een meerderheid helpen zouden met  2 procent niet eens over de kiesdrempel meer komen.

Gevreesd wordt bovendien voor extreem instabiele politieke verhoudingen. Ook dit geldt als reden waarom jongeren in groten getale emigreren. Maar weinig Grieken zien de toekomst met vertrouwen tegemoet en weinigen kunnen zich voorstellen onder de huidige omstandigheden een gezin te beginnen. Het geboortecijfer is dermate laag, dat deskundigen voor de komende vijf decennia verwachten dat de Griekse bevolking met de helft krimpt. De gevolgen daarvan zouden drastisch zijn. Naar inschatting van economen zou de pensioengerechtigde leeftijd van nu 67 naar 73 jaar opgeschroefd moeten worden.

Nieuwe hulpkredieten

Kostas Simitis van de oppositionele sociaaldemocratische partij PASOK vreest dat Athene al snel weer om nieuwe hulpkredieten zal moeten vragen. De sociaaldemocraat, die van 1996 tot 2004 premier van Griekenland was, denkt niet dat zijn land financieel op eigen benen kan staan. In de EU gaat men er ook reeds vanuit dat Griekenland op afzienbare termijn opnieuw bij het Europese Stabiliteitsmechanisme aan zal moeten kloppen, zo stelde Simitis tegenover het Griekse weekblad To Vima. De politiek oud-gediende geldt als iemand die goed op de hoogte is en hij staat met zijn pessimistische inschatting niet alleen. Aan het begin van het jaar schilderen diverse Griekse commentatoren een grimmig beeld. Alleen zieken, zwakken en ouden van dagen zouden voor het land behouden blijven. Wie een toekomstperspectief zoekt, denkt onvermijdelijk aan emigratie, aldus KEPE.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Kan Italië uit de klauwen van de ECB ontsnappen?

Het is al weer ruim een jaar geleden dat president Draghi van de Europese Centrale Bank in een brief aan het Europees parlement bijna laconiek opmerkte dat het voor de problematische lidstaten van de Eurozone uiteraard was toegestaan om de Euro te verlaten, mits – en toen kwam het – deze lidstaten eerst al hun uitstaande rekeningen bij de ECB volledig voldoen. Een op het eerste gezicht volkomen redelijke, maar tegelijkertijd onhaalbare eis voor al die lidstaten die tot over hun oren in de schulden zitten en nu – anno 2018 – meer dan ooit tevoren merken dat je maar bepaalde tijd op de pof kunt leven.

Momenteel draait alles om Italië, met in het kielzog Spanje. Zullen deze beide landen uit de klauwen van de ECB kunnen ontsnappen? Dat kan alleen als de ECB failliet gaat. Hoe waarschijnlijk is dat? En komen deze landen daarna niet van de regen in de drup, namelijk van bittere armoede met uitzicht op Europese solidariteit, naar bittere armoede zonder vrienden, ook in eigen land?

De ECB verwees in haar publieke berichtgeving naar het voor het grote publiek vrijwel onbekende, maar daarom niet minder belangrijke Target 2 handelssysteem, dat in zijn uitwerking bijzonder complex oogt, maar dat in de kern niet is. Stel je voor dat Spanje goederen importeert vanuit Duitsland – bijvoorbeeld auto’s – zonder dat hiervoor eenzelfde bedrag aan export van Spanje naar Duitsland tegenover staat. Zou dat wel het geval zijn dan spreken we van een evenwichtige handelsbalans, althans in Euro’s. Anders dan het geval is bij het normale binnenlandse betalingsverkeer, is er bij Target 2 transacties geen sprake van het rechtstreeks overboeken van geld van het ene land naar het andere. Er wordt in plaats daarvan gewerkt met IOU’s. Dat zijn schuldbekentenissen (in dit geval van de commerciële Spaanse banken bij wie de initiële transactie plaatsvond) die aan de Spaanse Centrale Bank worden afgegeven. Deze zorgt vervolgens voor ‘funding’, in alle mogelijke vormen.

Een voorbeeld. Aan het einde van 2017 bedroeg het Target 2 saldo van de Banco d’ Italia bij de ECB zo’n 364 miljard euro, ongeveer 22% van het BBP van Italië. In 2018 zal dit bedrag naar verwachting exponentieel stijgen. Het Target 2 saldo van Spanje bedroeg op datzelfde moment 328 miljard euro, ongeveer 30 % van het Spaanse BBP. Let wel, het gaat hier om schulden (= uitstaande rekeningen), niet om bezit. Geheel aan de andere kant van het spectrum boekte de Duitse Centrale Bank in die periode een positief (!) saldo in het kader van Target 2 van zo’n 769 miljard euro.

Het Target 2 systeem is meer dan alleen een stabiliteitsprogamma ten behoeve van de handelsstromen tussen de lidstaten. Er stroomt ook heel wat ‘gewoon’ geld door het systeem. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het programma van kwantitatieve geldverruiming van de ECB. Veel van dit geld was bedoeld om de zinkende lidstaten een reddingsvest toe te werpen, maar kwam uiteindelijk bij Duitsland en Nederland terecht. Het aloude liedje. De rijken worden rijker, de armen worden armer. Totdat natuurlijk de zeepbel barst. Wanneer dat gebeurt? Als de rentes omhoog gaan.

Alle goede bedoelingen ten spijt is de positie van de ECB wankel geworden. Dat komt ook doordat de ECB de markt voor staatsobligaties volledig aan gort heeft geslagen, omdat het de schuldenlanden de mogelijkheid heeft geboden om kortlopende obligaties met hoge rentes in te ruilen voor langlopende obligaties met lage rentes, tot zelfs perpetuals met negatieve rentes. De ECB is zelfs buitengewoon vrijgevig geweest door in voorkomende gevallen af te zien van betrouwbare onderpanden.

Gaat de ECB dit overleven? Ik verwacht het niet. Tenzij natuurlijk de Europese lidstaten financieel bijspringen, in de vorm van een schuldenunie die ook Italië voor ogen heeft. De totale schuld wordt dan per hoofd van de bevolking omgeslagen en in relatie tot het verdienvermogen van de afzonderlijke lidstaten gefiscaliseerd. Bondskanselier Merkel heeft onlangs laten weten dat zij niets voor een schuldenunie voelt. Gelukkig maar.

Zojuist zijn de eerste concrete plannen bekend geworden van de nieuwe Italiaanse coalitieregering. Het komt allemaal op één ding neer, namelijk hogere uitgaven zonder hogere inkomsten. Sociaal gezien volkomen verdedigbaar, maar financieel gezien eerder een poging tot zelfmoord dan een teken van het streven naar een lang en welvarend leven voor iedereen.

Posted on

Donkere wolken pakken zich samen boven de Eurozone

Tegen alle verwachting in heeft Italië toch nog redelijk snel een nieuwe coalitieregering kunnen vormen. Beppe Grillo, de oprichter van de ooit zo eurovijandige Vijf Sterrenbeweging is inmiddels opgevolgd door de euro-elastische Luigi Di Maio. Hij gaat samen met de eurosceptische Lega van Matteo Salvini een poging doen om het sterk verarmde Italië uit het slop te halen, wetende dat het land in werkelijkheid verstikkend diep is wegzakt in de modder van achterklap, armoede en corruptie.

Het is echter bijna bizar om te moeten ervaren dat het momenteel niet Italië is dat wellicht weer toekomst heeft, maar Silvio Berlusconi. Plotseling wordt hij in twee belangrijke hoger beroepsprocedures vrijgesproken, waarin de rechters oordelen dat Berlusconi niets te verwijten valt en hij weer volop politiek actief mag zijn. De rechters kwamen vroeger dan gepland tot hun vonnis. En dat in Italië? Voor Berlusconi kon de timing niet beter. Uiteraard zal deze ontwikkeling niet aan de aandacht van bondskanselier Merkel van Duitsland zijn ontsnapt en weet zij als geen ander dat Berlusconi nog een paar stevige ‘appeltjes van Europa’ met haar te schillen heeft en dat zeker zal doen.

Momenteel resteert alleen nog de benoeming van een neutrale premier –niet zijnde Di Maio of Salvini. Voor Europa en de Euro breken onzekere tijden aan, maar zo onzeker eigenlijk ook weer niet. Immers, zodra de nieuwe regeringsploeg wordt geïnformeerd over de werkelijke staat van ontbinding van de eigen financiële sector, zal de nieuwe regering zich met hangende pootjes tot de Europese Commissie moeten wenden en er niet aan ontkomen om hulp te vragen. De verwachting is dat een tweede openlijke bankencrisis in Italië zal beginnen, namelijk zodra duidelijk wordt dat vooral de systeembank Monte dei Paschi di Siena er onhoudbaar slecht voor staat en nooit door de staat alleen gered zal kunnen worden. Wil deze bank Italië niet in haar val mee sleuren (zoals in het bedrijfsleven vaker gebeurt als zieke onderdelen niet geheeld worden maar juist de andere delen besmetten), dan zal het voor de nieuwe coalitie onmogelijk zijn om op eigen kracht verder te gaan.

In het nieuwe Italiaanse regeerakkoord is opgenomen dat er onderzoek gedaan zal worden naar de introductie van een parallelle munt, zeg maar de nieuwe Lire. Eerder heb ik – en met mij vele anderen – geopperd dat het goed zou zijn om één systeemmunt in Europa te hebben voor het geldverkeer dat in het kader van de handelsrelatie plaatsvindt en een eigen ‘burgermunt’ per lidstaat voor het dagelijks gebruik van mensen. Kan daar mee een nieuwe bankencrisis worden voorkomen? Ik betwijfel het. Zo  ook Klaus Regling, de directeur van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) de opvolger van het EFSF, het Europese noodfonds dat ten tijde van de schuldencrisis in het leven werd geroepen om wegkwijnende landen, banken en bedrijven weer op de been te krijgen. Tijdens een spreekbeurt op negen mei van dit jaar voor de Ierse Centrale Bank in Dublin wond Regling er geen doekjes om. Er komt een tweede internationale bankencrisis aan. Alleen weet hij nog niet wanneer. Vreemd, dacht ik, met alle toezicht op de banken dat er is en met alle stresstests die er de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, kan deze topbankier dus niet met zekerheid zeggen waar, wanneer en in welke omvang de zaak gaat ontploffen. Dat kan toch niet waar zijn?

Directeur Regling stelt voor om op korte termijn de positie van burgers en hun spaargelden bij banken verder te versterken, ter voorkoming van de nog altijd op de loer liggende bankruns en dus van oorlog. Ook moeten aandeelhouders van banken nu echt als eerste naar de kassa worden geroepen als het mis dreigt te gaan. Pikant is de oproep van Regling om een Europees Monetair Fonds (EMF) op te richten, naar analogie van het IMF. Het is velen opgevallen dat het IMF onder leiding van Christine Lagarde zich langzaam maar zeker steeds verder uit Europa heeft terug getrokken. Ook het IMF geeft elke keer met kracht aan dat het niet goed gaat met het Europese financiële stelsel en ook niet met Europa als geheel. Maar het geeft tevens aan  dat wij onze zaken nu zelf op orde moeten krijgen. Vanwaar deze ommezwaai van het IMF? Simpel. Amerika is de grootste geldschieter van het IMF. En daar wil Amerika mee stoppen. Net als met Defensie en handel.

Posted on

Wie volgt Schäuble op Financiën, Lindner of Merkels beoogde opvolger?

Onlangs, kort voor de Duitse parlementsverkiezingen, vierde Wolfgang Schäuble zijn 75e verjaardag. Bondskanselier Angela Merkel omschreef hem in een korte toespraak als “Herzenseuropäer”. Op de vraag of de jubilaris in haar volgende regering opnieuw een plaats in zou nemen, ging de CDU-leider wijselijk niet in. Inmiddels is echter duidelijk dat Schäuble zich richt op de positie van voorzitter van de Bondsdag.

Twee dingen waren voor de verkiezingen al duidelijk: Ten eerste dat Schäuble opnieuw in de Bondsdag gekozen zou worden. Ten tweede dat de CDU opnieuw als sterkste fractie het initiatief zou hebben in de vorming van de regering. Alleen in een grote coalitie zou het echter voor de hand liggen dat Schäuble aanbleef als minister van Financiën, in andere voor de verkiezingen denkbare constellaties zouden de coalitiepartner of -partners deze positie opeisen.

In een economisch sterk land zijn ministers van Financiën over het algemeen relatief populair. Schäuble moet echter vrezen voor zijn positie. In november zit de jurist vierenhalf decennia ononderbroken in de Bondsdag, waarvan bij elkaar 19 jaar op de regeringsbankjes.

Maar nu azen er anderen op de positie. Christian Lindner, leider van de liberale FDP, ziet het als een vergissing dat zijn inmiddels overleden partijvriend Guido Westerwelle in 2009 het ministerie van Financiën aan de CDU overliet. In Lindners kringen wordt er van uit gegaan dat hij zelf de ambitie heeft om minister van Financiën te worden. Anders dan Westerwelle, trekt het ministerie van Buitenlandse Zaken hem niet, hoewel Buitenlandse Zaken steeds naar de FDP ging als die aan een regering deelnam.

“De FDP moet niet tot een regering toetreden, waarin ze niet de minister van Financiën levert”, aldus FDP-bestuurslid Alexander Hahn tegenover het boulevardblad Bild. Alleen zo kan naar zijn inschatting de FDP belangrijke verkiezingsbeloften zoals een betere financiering van het onderwijs en een hervorming van het belastingsysteem veiligstellen. Ook is de FDP terughoudender ten aanzien van plannen voor verdere integratie van de Eurozone dan de CDU. Regeringsdeelname van de FDP zou op dit punt ook enige kritische zin in de CDU op kunnen wekken. Zo reageerde CDU-politicus Eckhardt Rehberg, die in de begrotingscommissie van de Bondsdag zit op de recente toespraak van de Franse president Emmanuel Macron, waarin deze maatregelen voor verdere integratie van de Eurozone voorstelde: “Het probleem in Europa is niet een gebrek aan geld.”

Zelfs binnen de SPD zijn er die het voor een vergissing houden dat de sociaaldemocraten steeds op Buitenlandse Zaken en niet op Financiën inzetten. Op reis kun je geen binnenlandse tegenspeler voor de machtige bondskanselier opbouwen, zo klinkt het in SPD-kringen. Ook de Groenen loeren op het populaire ministerie. De belastinginkomsten zijn zo hoog als zelden tevoren.

Schäubles opvolger zou met een succesvolle belastinghervorming op zijn conto een gooi naar het bondskanselierschap kunnen wagen. Ook in de CDU zijn er derhalve belangstellenden. Naar wat Merkel eigenlijk wil, blijft het op dit moment echter gissen. Met het opnieuw benoemen van Schäuble had ze ook tegenspelers uit kunnen schakelen. Als ze een andere CDU’er als minister van Financiën aanstelt, kan dat een aanwijzing zijn over haar opvolging. 

Posted on

Sterke Euro versterkt problemen Italië

Wie alleen de wisselkoers als maatstaf voor de stabiliteit van een munt neemt, die kan momenteel met het oog op de euro goed slapen. Na een fase van zwakte heeft de Europese eenheidsmunt tegenover andere belangrijke valuta’s als de Amerikaanse Dollar, de Yen en het Pond duidelijk terrein gewonnen.

Mario Draghi, de directeur van de Europese Centrale Bank (ECB), verheugt zich daarentegen evenmin als leidende economische experts. Ze zien de hoge wisselkoers als nog een bron van problemen, die de euro substantieel kunnen raken.

Productie nog altijd onder niveau van voor 2007

De ogen zijn daarbij vooral gericht op Draghi’s thuisland Italië. Het land lijdt sowieso al onder de euro, die voor de Italiaanse economie te sterk is. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) is in de afgelopen acht jaar met 600 miljard afgenomen tot 1800 miljard USD, zo schat het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Volgens de voormalige chef van het Ifo-instituut in München, de econoom Hans Werner Sinn, ligt de productie in de Italiaanse industrie nog altijd 19 procent onder het niveau voor de crisis van 2007. Een wezenlijke reden daarvoor: Sinds 1995 is Italië als productieland tegenover Duitsland maar liefst 42 procent duurder geworden. Hierin ligt de bijzondere moeilijkheid, die de situatie van de op twee na grootste economie van de eurozone in zeker opzicht zelfs nog problematischer maakt dan die van Griekenland.

Devaluatie of hervormingen

De Grieken beschikken niet over noemenswaardige, naar de wereldmarkt exporterende industrie, Italië heeft die daarentegen wel in aanzienlijke mate. Tot het bevriezen van de wisselkoersen in 1999 kon Italië eventuele kostennadelen door middel van devaluatie van de Lira gladstrijken. Sindsdien is deze weg geblokkeerd. De momenteel hoge koers van de euro versterkt de druk op Italië nog extra.

Spanje heeft op een vergelijkbare ontwikkeling met harde hervormingen gereageerd. In het chronisch politiek instabiele Rome zijn dergelijke hervormingen echter nauwelijks door het parlement te loodsen. Hier probeert men de sociale gevolgen van de afglijdende concurrentiekracht en de daaruit voortvloeiende hoge werkloosheid door opname van kredieten te verhullen. Daardoor heeft de staatsschuld een gigantische 133 procent van het BBP bereikt. De staatsschuld van Duitsland ligt ter vergelijking ongeveer bij de helft daarvan.

Vertrek uit de euro

Ondanks massieve ondersteuning door de ECB, die Italiaanse staatsschuldpapieren koopt en daarmee de rente drukt, kan deze ontwikkeling niet eindeloos zo door gaan. Sinn voorspelt zodoende het spoedige vertrek van Italië uit de Euro, ofwel nog dit najaar dan wel, waarschijnlijker, komend voorjaar.

Daarbij loopt een race tegen de klok: Oudere Italiaanse staatsobligaties zijn onderhevig aan een regel die stelt dat het schuldenaarland besluiten kan in welke munt het verschuldigde bedragen uitbetaalt. Rome zou dat dus in (duidelijk gedevalueerde) nieuwe Lira’s kunnen doen. Jongere papieren zijn daarentegen onderhevig aan het principe dat de meerderheid van de schuldeisers met een dergelijke switch moet instemmen, wat niet waarschijnlijk lijkt. In 2016 waren er ongeveer evenveel nieuwe als oude papieren in omloop. Vanaf 2022 zijn er nauwelijks nog oude Italiaanse obligaties in omloop.