Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on

Denemarken overweegt wetsvoorstel om Nordstream-2-pijpleiding tegen te houden

Denemarken overweegt een nieuwe wet in te voeren die het mogelijk maakt om de aanleg van de Nordstream-2-pijpleiding tegen te houden om politieke redenen. Het Deense parlement besprak donderdag een voorstel hiertoe.

Het gaat om de aanleg van een tweede pijpleiding over de bodem van de Oostzee, voor de export van Russisch aardgas naar Duitsland en West-Europa. Het plan voorziet in een pijpleiding die grotendeels door internationale wateren gaat, behalve bij het Deense eiland Bornholm.

Duitsland en West-Europa hebben belang bij de aanleg van de pijpleiding, omdat hiermee de afhankelijkheid van Oekraïne als doorvoerland verkleind wordt. Het politiek instabiele Oekraïne heeft in het verleden herhaaldelijk illegaal Russisch gas afgetapt, waardoor landen ten westen van Oekraïne te weinig gas ontvingen. De pijpleiding zou aangelegd worden door Gazprom in samenwerking met Duitse, Oostenrijkse, Nederlandse en Franse partners.

 

Denemarken heeft zelf geen strategisch belang bij het blokkeren van Nordstream 2, maar wordt al maanden onder druk gezet door diverse anti-Russische EU-lidstaten en de Verenigde Staten om de pijpleiding tegen te houden. Eerder moest de Deense regering echter constateren dat er op grond van bestaande wetgeving geen legitieme reden was om de aanleg van de pijpleiding tegen te houden, omdat de voorgenomen pijpleiding voldoet aan de Deense regelgeving.

Als het Deense parlement nu een wet aanneemt die het mogelijk maakt om op grond van andere overwegingen aanleg van de pijpleiding niet toe te staan, heeft de Deense regering een manier om tegemoet te komen aan de internationale druk.

Als de pijpleiding niet over Bornholm aangelegd kan worden, zou het theoretisch nog ten noorden of ten zuiden van het eiland kunnen. Dat alternatief wordt echter bemoeilijkt door het feit dat het om drukke scheepvaartroutes gaat. Polen en Zweden zouden zich waarschijnlijk ook in allerlei bochten wringen om een alternatieve route te dwarsbomen.

Posted on

Ondanks diversificatie-praat neemt Europese import Russisch gas toe

De Europese Commissie en diverse EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa praten honderduit over het diversificeren van hun energietoevoer om met name minder afhankelijk van Rusland te worden. De realiteit ziet er echter anders uit: De Russische aardgasgigant wordt op de Europese markt namelijk niet teruggedrongen, maar blijkt zelfs nog sterk te groeien.

Zo verbrak Gazprom in augustus zijn dag-uitvoerrecord: In vergelijking met dezelfde maand van vorig jaar kon het bedrijf circa 12% meer aardgas naar Europa exporteren. Als reden daarvoor voeren deskundigen de Europese gasvoorraad aan, die in het relatief koude voorjaar meer is aangesproken dan voorheen.

De totale gasproductie van de energiereus stagneerde vorig jaar bij 419 miljard kubieke meter. Desalniettemin steeg de export naar landen buiten het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), waaronder de EU-lidstaten, naar een recordhoogte van 179 miljard kubieke meter.

Voor Gazprom is de Europese afzetmarkt lucratiever dan de binnenlandse, aangezien het in Europa een prijs per kubieke meter kan vragen die dubbel zo hoog is als in het binnenland. Voor de Europese afnemers is het Russische aardgas niettemin goedkoper dan het gas van bijvoorbeeld de Amerikaanse concurrentie. De relatief lage prijs is een beslissend concurrentievoordeel voor Gazprom.

Met name enkele Midden- en Oost-Europese landen willen zich sinds de Krim-crisis onafhankelijk maken van energievoorziening door Rusland en hebben zodoende onder andere het oog laten vallen op de import van Amerikaans schaliegas. In Litouwen en Polen zijn reeds de eerste LNG-terminals gebouwd. Het Amerikaanse gas is echter onvergelijkbaar duurder dan het Russische. Ook over de toekomstige concurrentiestrijd maakt Gazprom zich zodoende niet al te veel zorgen.

Posted on

Hoe de Verenigde Staten aan hun grootste deelstaat kwamen

Op de dag af 150 jaar geleden, op 30 maart 1867, ’s morgens vroeg, ondertekenden de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten van Amerika, William H. Seward en de Russische chargé d’affaires in Washington, Eduard von Stoeckl – zoon van een Oostenrijkse diplomaat, na een nachtelijke onderhandelingsmarathon het contract waarmee Alaska overging in handen van de Verenigde Staten.

Postzegel ter ere van Vitus Berings tweede ontdekkingsreis, waarop hij ook de Commandeurseilanden ontdekte

Slechts enkele decennia na de ontdekking van Alaska in juli 1741 door Vitus Bering, een Deense ontdekkingsreiziger in dienst van de tsaar, begon de Russisch-Amerikaanse Compagnie (RAC) met de exploitatie van de enige Russische overzeese kolonie ooit. Het half-statelijke monopolie behaalde daarbij schitterende winsten uit de handel in zeeotterpelzen en zeehondenbotten, die destijds even begeerd waren als ivoor. Onder het toezicht van de getalenteerde koopman Alexander Baranov werd al snel meer dan 1000 procent winst behaald.

Postzegel ter ere van Alexander Baranov, met een prent van Novo Archangelsk

Toen in 1818 marine-officieren de leiding van de RAC overnamen en zichzelf astronomische lonen toekenden, die deels het tienvoudige van dat van Russische ministers bedroegen, terwijl tegelijk de opbrengsten van de pelzen terugliepen, was het snel bekeken met de goede zaken. Dat leidde er toe dat de compagnie met staatssteun ter grootte van 200.000 roebel per jaar in leven gehouden moest worden. Maar dat kon het Russische Rijk zich op termijn niet veroorloven – vooral niet nadat het in 1856 de Krimoorlog verloren had. Daarbij kwam de vrees voor plannen van de superieure zeemacht Groot-Brittannië om Alaska te annexeren. 

Zodoende vatte men in Sint-Petersburg het plan op de kolonie Russisch-Amerika aan de Verenigde Staten te verkopen. Het principebesluit viel in december 1866 tijdens een overleg tussen tsaar Alexander II, zijn broer grootvorst Constantijn, minister van Buitenlandse Zaken en kanselier Alexander Gortsjakov, de minister van Financiën Michael von Reutern en de Russische zaakgelastigde in Washington.

Stoeckl kreeg opdracht hiertoe onderhandelingen te beginnen met minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten Seward. Deze namen een aanvang op 11 maart 1867. Seward liet meteen grote belangstelling blijken voor het voorstel. Net als president Andrew Johnson en de voorzitter van de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken Charles Summer, was hij een overtuigd voorvechter van de Monroedoctrine, die iedere inmenging van Europese machten op het westelijk halfrond uit den boze verklaarde. Met de aankoop van de destijds voor grotendeels waardeloos gehouden Russische bezittingen in Alaska moest een signaal aan de andere wereldmachten afgegeven worden, dat ze op “op dit continent niets te zoeken hebben”, zoals het dagblad New York Herald destijds schreef.

Ondertekening van de overeenkomst op 30 maart 1867, staand op de voorgrond William H. Seward en Eduard von Stoeckl

Als prijs had de tsaar vijf miljoen Amerikaanse dollar of 6,5 miljoen roebel in gedachten. Deze som moest dan jaarlijks zo’n 300.000 roebel rente opleveren en daarmee meer dan Alexander II aan inkomsten uit de kolonie verwachtte. De schrandere Stoeckl slaagde er in de nacht van 29 op 30 maart 1867 bij een spontaan bezoek aan Sewards privé-woning in de prijs nog op te drijven tot 7,2 miljoen dollar. Daarbij wist de gezant van de tsaar voor zichzelf nog een provisie van 25.000 roebel in de wacht te slepen en een jaarlijks rente van 6.000 roebel. De Verenigde Staten werd overigens niet het vel over de neus gehaald, want bij een oppervlak van Russisch-Amerika van 1,52 miljoen vierkante kilometer betekende dit dat de Verenigde Staten slechts 4,74 dollar per vierkante kilometer moest betalen.

De cheque waarmee Alaska gekocht werd.

De senaat van de VS ratificeerde de overeenkomst op 9 april 1867 met slechts twee tegenstemmen. Deze overweldigende meerderheid was geenszins vanzelfsprekend, want de Amerikaanse pers bekritiseerde de overeenkomst fel. Zo meenden veel bladen dat de VS hiermee slechts een “uitgeperste sinaasappel” of een “bevroren wildernis” verworven hadden, waarin slechts onbeschaafde Eskimo’s leefden wiens hoofdvoedsel visolie was. Summer wist onder verwijzing naar de Monroedoctrine en de geopolitieke voordelen van de aankoop uiteindelijk echter het leeuwendeel van de senatoren te overtuigen.

Later lag het Huis van Afgevaardigden echter dwars, toen het om de vrijgave van fondsen voor de koop ging, waardoor de aankoop twaalf maanden uitgesteld werd. Het gerucht gaat dat Stoeckl eerst nog deze en gene parlementsleden wat toe moest schuiven of voor bacchanalen uit moest nodigen voordat ook dit Huis akkoord ging met de koop.

De feestelijke overdracht van Russisch-Amerika met zijn 23 handelsposten en de twee grotere nederzettingen Novo Archangelsk (nu Sitka, in de Alexanderarchipel) en Sint-Pauls Haven (nu Kodiak op het gelijknamige eiland), alsmede naar schatting 58.000 inboorlingen, vond plaats op 18 oktober 1867 door marinekapitein Alexej Pesjtsjoerov. Aansluitend kwam Alaska onmiddellijk onder het bestuur van het Amerikaanse leger. Zodoende hadden tot 1877 militairen als generaal-majoors Lovell Rousseau en Jefferson C. Davis het voor het zeggen. Daarna had eerst het Ministerie van Financiën en later de Marine het voor het zeggen in het nieuwe territorium, totdat het in 1884 als District Alaska een eigen regering kreeg en uiteindelijk op 3 januari 1959 tot 49e en qua oppervlak grootste deelstaat van de Verenigde Staten van Amerika werd.

Prent van Novo Archangelsk uit 1837, het fort telde 3 wachttorens en 32 kanonnen om aanvallen van lokale Tlingit-stammen af te weren.

Niet alleen in de Verenigde Staten, maar ook in Rusland was er weerstand geweest tegen de transactie, men wist bijvoorbeeld al dat er goud was te vinden aan de andere kant van de Beringstraat. De omvang hiervan, die vanaf 1896 tot de goudkoorts van Klondike leidde, verraste echter alle betrokkenen.

Ook overigens bewees Alaska zich als uiterst rijk aan bodemschatten. Zo werden bijvoorbeeld in 1968 zeer productieve aardolievelden ontdekt. Dat zit sommige Russische nationalisten nog altijd niet lekker. Een daarvan is Alexej Bagatov van de Liberaal-Democratische Partij van Rusland (LDPR). In een interview met het Duitse dagblad Die Welt stelde hij in 1997 nog: “Alaska werd helemaal niet aan Amerika verkocht, maar alleen verpacht. De termijn is echter 30 jaar geleden afgelopen. Iedere keer als de Amerikanen iets van ons eisen, moeten we ze aan het eind van de pachtovereenkomst herinneren.”

Posted on

Kijktip: De opkomst van de Golfstaten

De Frans-Duitse zender Arte zendt vanavond een tweedelige documentaire uit over de opkomst van de Golfstaten.

Mede aan de hand van nog niet eerder vertoond archiefbeelden, schetst de documentaire de geschiedenis van de Golfstaten in de afgelopen honderd jaar. De eerste aflevering laat zien hoe de emiraten door de vondst van olie in de Perzische Golf veranderden van door nomaden gedomineerde staatjes in belangrijke economische spelers.

De belangrijkste inkomstenbron voor de kuststaatjes was de parelvisserij. In Qatar, Abu Dhabi en Dubai bouwden koopmansfamilies hun vermogen op met internationale handel. Om de handel veilig te stellen, sloot het Verenigd Koninkrijk protectoraatsverdragen met de emiraten af. In de tijd tussen de twee wereldoorlogen stortte de koers van parelmoer echter in. Binnen tien jaar vervielen de vissersdorpen en trokken grote delen van de bevolking weg.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd in de Perzische Golf echter een nieuwe schat ontdekt; in 1940 begonnen de eerst olieboringen in de Golfstaten. De emirs zagen het zwarte goed in eerste instantie voor net zo vergankelijk als de parels aan. Pas in de jaren ’60 schoven ze aan de tafel van grote aardolieproducenten aan. Sindsdien investeren de opbrengsten in de opkomst van hun staten.

Volgend op de aankondiging van de Britten in 1968, dat zij zich uit de regio terug trokken, kwamen de emirs de oprichting van een federatie overeen, om zich gezamenlijk te kunnen verhouden tot de machtige buurlanden Iran en Saoedi-Arabië. Sjeik Said bin Sultan al-Nahjan uit het zuidelijke Abu Dhabi wist zes andere emiraten te verzamelen onder de vlag van de Verenigde Arabische Emiraten, daaronder ook Dubai. De noordelijke emiraten Qatar en Bahrein verkozen de onafhankelijkheid. In 1973 versnelde de eerste oliecrisis de groei van de rijkdom in de OPEC-landen. Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten beleefden een enorme economische groei. In slechts twee decennia tijd veranderden vervolgens groot aangelegde stedenbouwkundige projecten het aanzicht van de steden in de emiraten radicaal.

In het tweede deel komt de rol van de emiraten in de regio en in de wereld aan bod, op de financiële markten, in de luchtvaart, op de kunstmarkt en in de sportwereld. Ook komen hierbij de spanningen tussen traditie en razendsnelle modernisering aan bod, tussen de rijke bovenlaag en de bedienden, alsmede de kwestie van autoritair bestuur, burgerrechten en de arbeidsomstandigheden van (veelal Aziatische) gastarbeiders.

Die flimmernde Macht der Emirate, Arte, dinsdag 9 augustus, vanaf 20:15 uur.

Posted on

Frackingbubbel – Iedereen lijdt onder de olieprijsstrijd

Met hun strijd om marktaandeel hebben de grote olieproducenten Amerika, Saoedi-Arabië en Rusland een overschot gecreëerd dat niet alleen kleine concurrenten als Venezuela op de knieën dwingt, maar inmiddels ook hen zelf onder druk zet vanwege de aanhoudend dalende olieprijs.

Sinds medio 2014 is de olieprijs maar liefst zo’n 75 procent gedaald. Kostte een vat Brent toentertijd nog zo’n 100 Dollar, nu is het slechts 36. Prijsschommelingen zijn niets ongewoons, maar op het moment lijken de olieprijzen alleen nog te kunnen dalen. De reden daarvoor is een overschot aan ruwe olie op de wereldmarkt. Het Internationale Energie Agentschap (IEA) rekent in haar onlangs in Houston gepresenteerde jaarverslag pas vanaf het jaar 2017 op een stabilisering van de oliemarkt.

Sinds de Verenigde Staten op grote schaal in de zogenaamde fracking-methode, waarbij schaliegas en -olie uit gesteente vrij gemaakt wordt, geïnvesteerd hebben, groeiden ze tot de grootste olieproducent ter wereld uit. Ze legden grote olievoorraden aan en exporteerden overschotten. Omdat de tot dan toe belangrijke producenten Saoedi-Arabië en Rusland hun marktaandeel niet wilden verliezen, voerden zij hun olieproductie op. Door het productieoverschot daalden de prijzen. Naar nu blijkt met negatieve gevolgen voor alle betrokkenen.

De calculatie van de Saoedi’s, om de VS met lage prijzen de wind uit de zeilen te nemen, lijkt op te gaan. Experts verwachten dat het aandeel van de Amerikaanse frackingtechniek onder druk van de prijsstrijd in 2016 en 2017 verder zal afnemen. Fracking is duidelijk duurder dan de gebruikelijke aardoliewinning.

Maar ook voor de traditionele winners wordt het steeds moeilijker om bij aanhoudende prijsdaling kostendekkend te produceren. Dat geldt niet alleen voor de Russische economie die sterk afhankelijk is van de winning van grondstoffen en ook nog met westerse sancties te kampen heeft. Bijzonder moeilijk is de situatie in Venezuela. De inkomsten van de Venezolaanse staat zijn voor 96 procent afkomstig uit de export van olie. Het land dreigt over enkele maanden failliet te zijn.

Noorwegen

Verder wordt ook het rijke Noorwegen door de olieprijscrisis getroffen. De winning van grondstoffen als gas en olie maakt een vijfde van de Noorse economie uit. Meer dan 200.000 banen hangen van die branche af. Geplande investeringen in olie en gas zijn reeds dramatisch gedaald. Het oliebedrijf Statoil, voor twee derde in staatsbezit, heeft inmiddels 30.000 banen geschrapt, vanwege een halvering van de inkomsten in 2015 als in 2014. Dergelijke ingrepen treffen niet alleen de olie-industrie, maar ook toeleveranciers van machinebouwers tot horeca-ondernemers. De regering in Oslo probeert met lage belastingen tegen de toenemende aanspraak op het pensioenfonds en de devaluatie van de Noorse kroon in te sturen.

Knut Anton Mork, hoofdeconoom van de Noorse Handelsbank stelt in dit verband dat de economische groei in Noorwegen tot stilstand is gekomen. De gevolgen van de huidige oliecrisis zijn voor Noorwegen volgens Mork ernstiger dan de financiële crisis van 2008. Dit is te zien in een stijging van de werkloosheid. Sinds begin 2015 is de werkloosheid gestegen van 3,8 naar 4,6 procent. “Duidelijk hoger dan tijdens de wereldwijde financiële crisis.”

Frackingbubbel

Maar zelfs de Verenigde Staten krijgen de gevolgen van de titanenstrijd te merken. Ze konden weliswaar hun afhankelijkheid van de OPEC-landen beëindigen door de eigen productie te vergroten. De grote hoeveelheden olie die ze hebben opgeslagen zullen een eventuele stijging van de olieprijs afremmen. Daarbij komt dat alle landen investeringen in de oliewinning uitstellen vanwege het prijsverval. Volgens het IEA daalden de investeringen zo’n 24 procent. Het is voor het eerst sinds 1986 dat deze uitgaven twee jaar op rij dalen.

De ene na de andere Amerikaanse firma in de olie- en gasindustrie gaat dan ook failliet, met massale ontslagen tot gevolg. Schlumberger, een marktleider in fracking, schrapte in 2015 bijvoorbeeld 25.000 banen, een vijfde van het totaal.

Fracking gold in Amerika lange tijd als rendabel. De olieprijs lag toen echter nog bij 100 dollar per vat. Zo schoten ook kleine frackingbedrijven als paddestoelen uit de grond. De groei in de frackingbranche maakte van Amerika de grootste olieproducent voor Saoedi-Arabië en Rusland, maar droeg ook aanzienlijk bij aan het overschot op de wereldmarkt en het daaruit voort vloeiende kelderen van de prijs. Inmiddels hebben 67 oliebedrijven in de VS faillissement aangevraagd. Een derde van de resterende 175 Amerikaanse bedrijven hangt dit jaar een faillissement boven het hoofd. Voor staten als North-Dakota en Texas, waar ten gevolge van de frackingboom hele nederzettingen zijn ontstaan, dreigt een schuldencrisis. De vastgoedprijzen in desbetreffende regio’s dalen en er ontstaan spooksteden.

Deze ontwikkelingen maken dat investeerders en kredietverleners nerveus worden en proberen hun geld te onttrekken. Ook aan Wallstreet heerst onrust. Sinds medio 2014 hebben beursgenoteerde firma’s uit de oliebranche al meer dan een biljoen dollar verloren. Dat roept herinneringen op aan 2008, toen de Amerikaanse bubbel op de vastgoedmarkt, de hypotheekcrisis, een wereldwijde financiële crisis ontketende.

Sinds eind 2014 gingen in de oliesector 86.000 banen verloren, voor 2016 wordt rekening gehouden met verdere ontslagen. Aangezien de frackingwereld nauw met de financiële sector verbonden is, maken velen zich zorgen dat de crisis overslaat. Amerikaanse banken hebben 277 miljard dollar aan frackingbedrijven geleend, waarvan 34 miljard bedrijfsobligaties met een hoge rente en een hoog risico, ook wel junk bonds genoemd. De grote banken op Wallstreet haastten zich dan ook hun reserves te verhogen. In december moesten reeds de eerste fondsen sluiten, omdat investeerders hun geld terug eisten.

Productiebeperking 

Olieproducerende landen kunnen het intussen niet eens worden over beperking van de winning om het overschot terug te dringen. Vooral Venezuela is begrijpelijkerwijs gedreven om een overeenkomst te bereiken over beperking en roept medio maart een OPEC-top samen.

Tot nu toe riepen Venezuela en Rusland vergeefs op tot productiebeperkingen van het kartel. Of de betrokken landen het in maart wel eens worden is zeer de vraag. Tot nu toe konden Saoedi-Arabië, Qatar en Venezuela het samen met niet-OPEC-lid Rusland eens worden de olieproductie stabiel te houden op het niveau van het begin van dit jaar, om zo verdere prijsdaling te voorkomen. Dat leidde daadwerkelijk tot een kortstondige stabilisatie van de prijs. Over een algemene beperking van de winning bestaat echter onenigheid.

Na het wegvallen van de sancties is nu ook Iran terug op de oliemarkt. Aangezien Iran veel in te halen heeft, is Teheran niet bereid mee te doen aan de productiebeperking. Geen onbillijke houding, aangezien Iran ook niet bijgedragen heeft aan het prijsverval in de afgelopen jaren.

Hoewel ook Saoedi-Arabië te leiden heeft onder het teruglopen van de olieprijs, zijn de sjeiks niet van zin toe te geven in de strijd met de nieuwe Amerikaanse concurrenten. Ze blijven inzetten op het uit de markt drukken van de tegenstanders door hoge productie en bodemprijzen. De Saoedi’s willen kortom eerst nog meer Amerikaanse schalie-oliebedrijven onrendabel maken en zo tot sluiting dwingen. Pas dan ontstaat er echt ruimte voor productievermindering. Gezien de omvang van de overschotten, is een stijging van de olieprijs pas weer te verwachten als ook de vraag toeneemt.

Posted on

Toenadering tussen Saoedi-Arabië en Rusland

Saoedi-Arabië en Rusland willen meer gaan samenwerken. Tot dat besluit kwamen de beide landen, wier relatie sinds de jaren ’80 als koel geldt, in de marge van het economisch forum in Sint-Petersburg, dat op 18 juni plaats vond.

De Saoedische delegatie bestond uit de minister van Defensie en zoon van de koning Mohammed bin Salman, minister van Buitenlandse Zaken Adel al-Shubeir, voorzitter van de Kamer van Koophandel Abdulrahman al-Zamil, minister van Aardolie Ali al-Naimi en andere hooggeplaatsten.

Moskou en Riaad zien zich in een geopolitieke situatie geplaatst, waarin de bestaande ordening massief verandert. De Russen hebben een conflict met het Westen, de Saoedi’s voelen zich door de Amerikanen in de steek gelaten sinds het Witte Huis geen schriftelijke garantie wilde geven hun veiligheid te beschermen, terwijl ze zich toenemend bedreigd voelen door de regionale invloed van Iran. Dat er voorzichtige toenadering is tussen de VS en Iran in het kader van de bestrijding van de Islamitische Staat en bereiken van een deal over het Iraanse kernprogramma, wordt in Saoedi-Arabië met argusogen bezien.

In Sint-Petersburg spraken de Saoedi’s in de eerste plaats met de Russen over een kernenergieovereenkomst. Verder stelde Mohammed bin Salman de Russische president Vladimir Poetin de aanschaf van Russische wapens en verdedigingssystemen in het vooruitzicht. Het Arabische koninkrijk plant de bouw van 16 kerncentrales op zijn territorium. Al met al werden zes overeenkomsten en memoranda over de nieuwe samenwerking ondertekent: In de eerste plaats een overeenkomst over het gebruik van kernenergie voor vreedzame doelen, daarnaast over ruimtevaart, militaire samenwerking, samenwerking in de energiesector, wederzijds investeringen, joint ventures voor de bouw van woningen en infrastructuur. Riaad wil miljarden investeren in de Russische economie. In de documenten is daarnaast onder andere een Russische deelname aan de bouw van kerncentrales in Saoedi-Arabië vastgelegd.

In het verleden waren de relaties tussen Rusland en Saoedi-Arabië op zijn best koel, belangrijke factoren daarin waren de olieprijs en Saoedische ondersteuning van radicaal-islamitische groeperingen in de Kaukasus. Het instorten van de olieprijs in de jaren ’80 heeft bijgedragen aan de uiteindelijke val van de Sovjet-Unie. De verbreiding van de radicale islam in Russische deelrepublieken als Tsjetsjenië en Dagestan heeft sinds de jaren ’70 en vooral sinds de jaren ’90 toenemend de aandacht van Moskou opgeëist.

De poging de Saoedi’s als grootste energieleverancier door Amerikaans schaliegas en -olie te verdringen, leidde tot een verdere val van de olieprijs. Terwijl voor het Kremlin ter verzachting van Ruslands economische crisis een hogere olieprijs dringend nodig was, zetten de Saoedi’s een lagere prijs door, om zo de Amerikaanse fracking-olie, waarvan de winning omslachtig en duur is, onrendabel te maken. Daar staat tegenover dat Rusland is opgekomen als grootste aardolieleverancier van China en de Saoedi’s bedreigt in hun functie als exporteur. Tegen deze achtergrond moet de toenadering tussen Rusland en Saoedi-Arabië gezien worden. Hoeveel van de overeenkomsten ten uitvoer gebracht worden zal in niet geringe mate van de geopolitieke ontwikkelingen in de nabije toekomst afhangen.