Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Amerikaanse krijgsmacht verruimt noodgedwongen criteria voor rekruten

Van alle staten ter wereld geven de Verenigde Staten verreweg het meeste uit aan hun krijgsmacht. Maar niet alles is met geld op te lossen. Zo neemt het aantal voor militaire dienst geschikte Amerikanen drastisch af.

Nadat deze zowel door de Senaat als het Huis van Afgevaardigden van het Amerikaanse Congres goedgekeurd was, heeft president Donald Trump de begroting voor het lopende jaar ondertekend. De meest opvallende post in het geheel zijn zonder twijfel de uitgaven voor de krijgsmacht, die ten opzichte van het voorgaande jaar met 15,5 procent zijn gestegen.

“Onze krijgsmacht”, aldus de president, “wordt nu sterker dan ooit tevoren. We houden van onze krijgsmacht en hebben die nodig en hebben die alles gegeven – en zelfs nog meer.” De Verenigde Staten staan met hun militaire uitgaven in internationale vergelijking dan ook zonder concurrentie eenzaam aan de top. Men moet de uitgaven van de daarop volgende twaalf staten bij elkaar optellen om op de som van de Amerikaanse uitgaven te komen, namelijk circa 1 biljoen (1000 miljard) Amerikaanse dollar. Daartegenover bedragen de defensie-uitgaven van het door de VS en westerse vazallen als agressor afgeschilderde Rusland slechts een in vergelijking geringe 65 miljard dollar.

Het verschil laat zich eenvoudig verklaren. De reden ervoor ligt in het simpele feit dat het geld kost om oorlog te voeren. En de Amerikanen hebben sinds 1945 zo’n 35 militaire operaties doorgevoerd, deels met hun NAVO-bondgenoten, deels zonder, deels met VN-mandaat, deels zonder. Daaronder vallen openlijke oorlogen, gevallen van subversieve militaire ondersteuning van rebellen in burgeroorlogen – zoals in Venezuela – en couppogingen, maar ook vergeldingsacties bij hardnekkige weerstand van landen die niet wilden toegeven aan de Amerikaanse machtsaanspraak. Deels duren deze oorlogen, zoals die in Afghanistan, jarenlang voort en overlappen ze in de tijd met diverse andere operaties. Dat de Verenigde Staten maar één oorlog voeren, komt niet eens voor.

Niet meegeteld zijn de drone-oorlogen tegen tenminste een half dozijn landen. In veel gevallen is het niet de Amerikaanse krijgsmacht die oorlog voert, maar de CIA met subversieve acties en eigen gevechtseenheden. Terwijl de CIA dergelijke missies op grote schaal uit de illegale drugshandel financiert, is de krijgsmacht op de officiële begroting aangewezen.

Niet alleen oorlogshandelingen zijn enorm duur, maar ook het onderhoud aan bijna duizend Amerikaanse militaire bases rond de wereld. Om ook hier een vergelijking te maken met de gezworen vijand: Rusland beschikt over welgeteld vijf militaire bases buiten de Russische Federatie.

De gigantische uitgaven die de VS doen voor hun krijgsmacht dienen slechts één doel: Ze willen de doorzettende ontwikkeling naar een multipolaire wereldorde terugdraaien en zichzelf opnieuw als enige wereldmacht vestigen – zoals ze dat in de jaren ’90 in hoge mate kenden. De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis verklaarde onlangs:

We zullen de campagne tegen terroristen voortzetten, maar de concurrentie van de grootmachten – niet het terrorisme – is nu het primaire zwaartepunt van de nationale veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika. Van nu af aan zullen Rusland en China de hoofdvijanden van Amerika zijn, waarbij Iran en Noord-Korea als verdere vijanden gerekend worden.”

Met de extra miljarden voor de Amerikaanse krijgsmacht moeten schepen en tanks gekocht worden, nieuwe wapensystemen ontwikkeld worden en allerlei munitie gekocht worden. Een ding valt met meer geld echter niet per se te realiseren. De rekrutering van extra militairen stuit in de VS op een onverwachte grens. Het aantal voor de militaire dienst geschikte Amerikanen neemt steeds verder af. Amerikaanse media melden dat van de jonge Amerikanen in de leeftijd van 17 tot 24 jaar bijna een derde vanwege zwaarlijvigheid, andere gezondheidsproblemen, gebrekkige opleiding of vanwege een crimineel verleden afvalt. Al deze mensen zijn niet eens geschikt om dienst te nemen. In een interview stelde de Amerikaanse luitenant-generaal b.d. Tom Spoehr:

We hebben allemaal het beeld van een krachtige Amerikaanse burger in het hoofd, die tot alles in staat is. Dit beeld komt niet meer overeen met de werkelijkheid.”

De nieuwe militaire planning voorziet echter in het opvoeren van de sterkte aan manschappen met 56.000 man. Het Pentagon heeft evenwel nu al grote moeite om überhaupt de huidige, lagere raming te vervullen. Dit leidt tot vertwijfelde maatregelen. Omdat vanwege gezondheidsproblemen, intellectuele zwakte en criminaliteit veel jonge mensen niet geschikt zijn, ziet men zich gedwongen in toenemende mate een beroep te doen op rekruten met psychische storingen. De tot nu toe in dit opzicht geldende uitzonderingen van uitsluiting van militaire dienst werden reeds verruimd. Kolonel b.d. Elspeth Ritchie, vroeger hoofd-psychiatrie bij het Amerikaanse leger, licht toe:

Nu kunnen ook personen die vroeger vanwege diagnoses als de neiging tot zelfverminking, manisch-depressieve psychosen, depressie of een drugsverslaving uitgesloten waren, als in staat tot militaire dienst aangenomen worden.”

De Verenigde Staten bevinden zich volgens de psychiater in een continue oorlog. Zodoende wordt het gebrek aan nieuwe soldaten in toenemende mate merkbaar. En op grond van deze “moeilijke tijden” is men dan tot het besluit gekomen ook geestelijk zieken aan te nemen. Dat hun toestand zich door het soldatenleven verslechtert houdt Ritchie voor waarschijnlijk. Zeker is wat haar betreft dat men in ieder geval geen schizofrenen in dienst zou moeten nemen.

Posted on

Mannen maken geschiedenis

Het vlakke moderne type politicus loopt op zijn laatste benen. Opvallende karakters en uitstekende leiders timmeren aan de weg voor een nieuw tijdperk.

Met de vermeende totale overwinning van het liberalisme overal ter wereld werd het ‘einde van de geschiedenis’ (Francis Fukuyama) geprognosticeerd. Daaraan gepaard ging ook de neergang van de politieke persoonlijkheid in zijn klassieke vorm. In plaats van de charismatische leider, of de bedachtzame staatsman, of zelfs de strijdende filosoof, kwam de kleur- en karakterloze apparatsjik  van de westerse eenheids-‘democratie‘. Die lijkt echter zijn langste tijd te hebben gehad. Het establishment heeft over het algemeen niets in het veld te brengen tegenover de overal de kop opstekende onbuigzame karakters. De geschiedenis is weer terug en ze wordt ‘gemaakt’ door sterke persoonlijkheden.

Klassieke geschiedenisopvattingen bewijzen zich

Het gevleugelde woord “Mannen maken de geschiedenis” stamt van de historicus Heinrich von Treitschke (1834-1896). In onze tijd werd het dikwijls door links bekritiseerd, vooral door marxistische beïnvloede historici. Naar verluidt werd daardoor zowel op de vrouwen als ook op de zogenaamde ‘normale mensen’ te weinig acht geslagen. Het louter opsommen van belangrijke veldslagen en grote mannen zou de geschiedenis vervlakken en geen echte antwoorden leveren of tot een dieper begrip van het gebeurde leiden. De vestiging van deze instelling aan de universiteiten ging vaak gepaard met het opbloeien van nieuwe takken c.q. methoden, zoals de ‘geschiedenis van het alledaagse leven’ of de ‘mondelinge overlevering’.

Het relativeren van het belang van grote persoonlijkheden is enerzijds een vereiste van het egalitarisme, aangezien het uitstekende en geniale de natuurlijk vijand van de ondergemiddelde ‘gelijkheid’ is, die vandaag de dag een ‘ideaal’ heet te zijn. Anderzijds volgt de afkeer van grootsheid uit het marxistische historisch materialisme, volgens welke het wereldgebeuren mechanisch naar zijn doel loopt.

Treitschke heeft de ware aard van de geschiedenis echter goed herkend:

Als de geschiedenis een exacte wetenschap was, zouden we in staat moeten zijn de toekomst van de staten te onthullen. Dat kunnen we echter niet, want overal stuit de geschiedkunde op het raadsel van de persoonlijkheid. Personen, mannen zijn het, die de geschiedenis maken.

Het volk heeft zijn tribunen nodig

De spreuk ‘vox populorum est vox dei’ staat er op de muur van de pronkzaal van het Minnesota State Capitol en drukt daarmee de Verlichtingsgeest van de oprichters van de Verenigde Staten van Amerika uit. Het volk heeft echter helemaal geen stem die men als ‘stem van god’ kan begrijpen. Veeleer moet de leiding het volk een stem geven. Het zijn de grote persoonlijkheden van de geschiedenis, die als spreekbuis en uitvoerder van een goddelijke wil gezien kunnen worden. Niet voor niets sprak men in de Oudheid over een bijzonder succesvolle man als een ‘lieveling van de goden’.  Uit de eenheid van volk en leiding, volgens Carl Schmitt de eigenlijke definitie van ‘democratie’, komt de ware macht van een natie voort. Voor Gustave Le Bon ligt in deze combinatie het grootste explosieve potentieel van een “menigte”, die uiteindelijk de grootste omslagen in het wereldgebeuren veroorzaakt en daarmee geschiedenis schrijft.

We leven in een ontaard gemeenschapswezen, waarin een van de algemeenheid volledig afgezonderde politieke klasse nog slechts in het belang van een kleine internationalistische camarilla handelt en daarbij alle vitale belangen van het volk niet slechts veronachtzaamd, maar zelfs bewust en bedoeld schaadt. Het gaat om een systeem van alleenheerschappij van een kaste van minderwaardigen en niet om een organisatievorm van het volksgeheel. Politieke krachten die er, ondanks alle beperkingen en de vermurwende werking van het systeem in slagen, blijvend succes te hebben, worden door de vertegenwoordigers van de achterhaalde politieke klasse zeer juist als ‘populisten’ aangeduid, oftewel als stem van het volk. Tegen deze ‘populisten’ is er intussen echter geen werkzaam middel weer, ze zullen dus verder opklimmen.

Rechts heeft de persoonlijkheden

Het ware rechts is het, dat reeds lang de werkelijke karakters in zijn gelederen heeft. Dat vindt alleen al daarin zijn reden, dat het publieke optreden in naam van deze ideeën ondertussen een zware levensweg met zich meebrengt, waartegen alleen mensen opgewassen zijn die sterk in hun schoenen staan. De rechtse activist kiest uit idealisme voor een onzeker leven van strijd, terwijl zijn tegenstanders er aan gewend zijn van alle kanten slechts instemming en ondersteuning te ontmoeten. Nu het tij zich lijkt te keren, ontbreekt het de overkant aan equivalente persoonlijkheden.

Rechtse bewegingen, hetzij partijen dan wel burgerinitiatieven, zijn in hoge mate van hun leiders afhankelijk. Veel koppen zouden bij uitval feitelijk onvervangbaar zijn. Maar het is evenwel ditzelfde gegeven dat voor een groot deel voor de recente succes verantwoordelijk is. De mensen kiezen nu eenmaal voor een bepaalde persoon, in wie ze hun vertrouwen stellen en waarmee ze zich identificeren kunnen. Het publiek heeft simpelweg genoeg van steeds dezelfde voorspelbare, vlakke dertien-in-een-dozijn-gezichten. De apparatsjiks van de oude partijen zijn volstrekt uitwisselbaar en zodoende van geen belang. Het beste voorbeeld voor de overwinning van de persoonlijkheid is zeker Donald Trump, die zelfs tegen de weerstand van de elites van zijn eigen partij en feitelijk van de gezamenlijke mediale publieke sfeer erin geslaagd is in het Witte Huis door te dringen.

Veel wijst er op dat Trump niet de laatste man van dit nieuwe tijdperk is die geschiedenis zal schrijven. Vrouwen, zoals bijvoorbeeld Marine Le Pen, zijn van dit fenomeen overigens niet uitgesloten.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij de Blaue Narzisse. 
Posted on

Het einde van de geschiedenis als verraderlijke comfortzone

Hoeveel doden er ook vallen, in Nice, Brussel, München of Parijs. Hoeveel oorlogen en conflicten er ook ontstaan of dreigen – nog steeds lijkt de westerse samenleving overtuigd van de absolute superioriteit van haar eigen cultuur, en handelt alsof haar cultuur onkwetsbaar en onoverwinnelijk is. Onze verlichtingscultuur is de cultuur van de comfortzone. Van comfortabele burgers die weliswaar opgeschrikt worden, maar daardoor niet gaan nadenken over zichzelf. En daar moet verandering in komen.

In het artikel ‘De islam is het probleem niet’ van 28 juli, leverde ik kritiek op het anti-islam discours dat naar ik meen in de weg staat van een kritische zelfreflectie van onze samenleving. Dit punt maakte ik niet om in het rijtje van politiek correcte commentatoren te behoren die de rode draad weigert te zien in de reeks aanslagen, maar ik maakte het punt om aan te duiden dat de oorzaak niet zozeer een vijandige gevaarlijke ideologie of religie is, maar dat de aanslagen symbool staan voor het falen van onze eigen politiek. De drie in het vorige artikel besproken zwaktepunten waardoor het religieus geweld de kop op steekt waren 1) vrije migratie en slechte integratie; 2) het falen van justitie, en 3) de geopolitieke agenda.[1] In dit ‘vervolg’ wil ik ingaan op iets wat me evenzeer bezighoudt als waar het anti-islam discours faalt: het vermogen tot maatschappelijke en culturele zelfkritiek.

Als we nadenken waarom velen zo bang zijn voor de radicale islam, komen we vaak op twee redenen uit. Enerzijds dat de jihadisten ergens het lef vandaan halen om hun eigen leven op te offeren voor hun strijd. Tegen zo’n vijand is het natuurlijk moeilijk te vechten. In de jihadist wordt de moderne Europeaan geconfronteerd met een voor ons vreemde samenleving die ‘verder kijkt dan het hier en nu’ van de moderne samenleving door een hiernamaals na dit leven voor te stellen. En een hiernamaals is vandaag de dag voor vele westerlingen ondenkbaar, en wordt in de islam in veler ogen zelfs lachwekkend voorgesteld.

Daarnaast zijn we bang voor een collectief dat achter één doel staat. Als we de anti-islam profeten mogen geloven is dat doel de onderwerping van het Westen. Een verzameling van individuen is minder wervend en minder dreigend. Onze samenleving is in oorlog, maar de onverschilligheid keert bij ons terug in alsmaar snellere cycli. Dit is anders bij de jihadisten die als groep gezamenlijk achter een transcendent doel staan, in tegenstelling tot ons, waar enkel individuen lijken te leven die enkel bezig zijn met het hier en nu. Het is niet moeilijk dat we dit als benauwend ervaren.

Onze politici slaan volop op de oorlogstrom. Van links tot rechts zijn we het ogenschijnlijk over één zaak eens. Wij moeten ‘onze’ waarden verdedigen, en ‘onze’ manier van leven niet in het gedrang laten komen. Als je verder doorkijkt op wat die waarden dan zijn, komen we al snel tot de waarden van de Verlichting. Onze democratie, onze mensenrechten, onze vrijheid, ons verlicht burgerschap – het zijn allemaal populaire termen voor politici om die ‘waarden’ te benoemen.[2]

Door de focus op deze Verlichting – met haar waarden – lijkt deze ‘verlichting’ wel het enige dat de moslims en de Europeanen weet te onderscheiden. En bijgevolg moeten we eventjes wachten tot ze de verlichting en de mensenrechten overnemen. Hoe mooi dit in theorie ook klinkt, in de praktijk zien we deze strategie falen. Ten eerste omdat de verlichting in het Westen er is gekomen op een zeer specifiek moment in tijd en ruimte. De geschiedenis ontwikkelt zich overal anders. Daarnaast moeten we ons van het idee ontdoen dat de verlichte waarden overal geldend kunnen zijn. Een politiek die eender welk waardenpatroon verabsoluteert, heeft als resultaat een dogmatische benadering van de realiteit die enkel en alleen met een ‘dictatuur’ van waarden kan worden gerealiseerd. De islam dus van buitenaf gaan verlichten, is iets wat blijkbaar een averechts effect blijkt te hebben, omdat geen enkele samenleving maakbaar is.

Het is dan ook naïef te denken dat men hele groepen kan laten immigreren, en dat deze groepen na vestiging zomaar die waarden gaan overnemen. Moraliteit is een individuele zaak, en een heersende ideologie opleggen lukt eenvoudigweg ook niet. Dat men in België – maar ook in andere landen – symboolpolitiek voert zoals men doet met de ‘nieuwkomersverklaring’ [3] zal hier dan ook weinig aan veranderen. Ondanks de mogelijkheden van meer materiële welstand, de democratie en de vrijheid nemen talloze immigranten onze waarden vandaag de dag helemaal niet over. We stellen vast dat er telkens meer jongeren hier opgroeien, meestal dan met een andere culturele achtergrond, die achteraf deze westerse moraal gaan haten. [4]

Bovendien: als we spreken over onze cultuur te verdedigen, verengen we dit hoe langer hoe vaker tot die verlichting. Sinds wanneer behoren onze christelijke zowel als pre-christelijke (‘heidense’) gebruiken en tradities niet meer tot ons erfgoed? Ons cultureel patrimonium is er een van duizenden jaren aan beschaving, en we komen enkel en alleen af met de heersende ideologie. Hoe moeilijk dit ook denkbaar is, deze is vergankelijk. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we verwezenlijkingen en goede elementen meteen moeten prijsgeven. Maar elke ideologie of politiek systeem heeft zijn zwaktepunten en wordt opgevolgd door een nieuwe synthese. Zoals in vorig artikel beschreven zijn een aantal zwaktepunten van het Westers liberalisme ook oorzaken van de huidige problematiek van het terrorisme. Zou het dan niet ondenkbaar zijn dat een kosmopolitisch mensbeeld dat aan de basis ligt van vrije migratie, een oorzaak zal zijn van het definitieve verval van het liberalisme? Of dat ons geloof dat we elders een democratie kunnen maken, als een boemerang in ons gezicht terugkeert? Of dat we bij een gebrek aan collectief bewustzijn niet in staat zijn om onze samenleving een andere wending te geven?

We moeten dan ook uit onze comfortzone komen. Want een vijandsbeeld opwerpen is te gemakkelijk, dat zien we in de opgroeifase van elk kind. De fout bij een ander leggen is veel makkelijker dan eigen fouten toe te geven. Het heeft ook een functie om de eenheid te verzekeren in eigen rangen. Deze morele zelfreflectie mag niet worden uitgespeeld tegen het leed dat de aanslagen veroorzaken. Want van links tot rechts is iedereen er het over eens dat het ontoelaatbaar is dat mensen aanslagen plegen, onder welke noemer dan ook, tegen onschuldige burgers. Maar ook deze common sense ontslaat ons niet van de plicht ongemakkelijke paden te betreden die ons uit onze moderne maatschappelijke comfortzone leiden.

Het is natuurlijk buitengewoon makkelijk en voor de hand liggend om vanuit een moral high ground te spreken en een andere cultuur als minderwaardig te beschouwen. Wij met onze mensenrechten, democratie en vrijheid staan volgens het gros van de leiders en opinieleiders immer ver vooruit op andere samenlevingen. Althans, zo is de teneur bij mensen als Holslag.[5] En natuurlijk: we kunnen terecht tevreden zijn met een aantal verwezenlijkingen die we hebben gekend de afgelopen honderden jaren, dat zal ik zeker niet ontkennen.

Maar erkennen van verworvenheden hoeft niet te leiden tot het jezelf niet te willen ontdoen van de moral high ground. Ons systeem is verre van volmaakt, dat kunnen we vandaag alleen maar vaststellen. Elke ideologie en elk politiek systeem heeft het in zich om onder veranderlijke omstandigheden achterhaald te worden. Bovendien is ook een politiek systeem daarom niet toepasbaar in elke situatie. Als we verschillende historische periodes uit onze eigen geschiedenis erbij nemen kunnen we alleen maar vaststellen dat die mensenrechten en vrijheden er niet altijd waren, ondanks opkomst of bloei van de samenleving. Een lineaire historische analyse met onszelf als verlichte democraten aan het uiteinde is dan ook een grote denkfout.

Juist vandaag, in het licht van terreurdreiging en internationale verwarring en conflicten, zou het niet moeilijk moeten zijn de zwaktes van ons huidig politiek systeem vast te stellen? En in plaats van in het defensief te gaan en deze fouten niet te erkennen is een aanpassing van ons metapolitiek denkkader nodig. Metapolitiek gezien verdient elke nieuwe antithese immers een nieuwe synthese.

In plaats van de fouten te leggen bij de islam of de radicale islam, afhankelijk van de interpretatie, ligt de enige oplossing voor de huidige problematiek van het terrorisme bij het analyseren van het eigen politiek denkkader. Om een zoveelste nutteloze discussie aan te gaan alsof wij allemaal weten wat de intentie is van ‘de islam’, liggen de oorzaken van dat dit jihadisme een kans krijgt bij ons eigen politiek systeem. Een polarisatie tussen ‘de islam’ en het ‘liberale westen’ belet dat we die oorzaken zouden aanpassen. Hiervoor moeten we wel bereid zijn uit een moral high ground of een levensbeschouwelijke superioriteit ten opzichte van andere politieke structuren te stappen.

Elk politiek systeem kent een begin onder bepaalde omstandigheden, maar draagt het altijd in zich om te verdwijnen als die bepaalde omstandigheden veranderen. Hier kan er gedacht worden aan de snelle opkomst en val van derde politieke wegen zoals fascisme en nationaalsocialisme die in haar ontstaan al de kiemen van de eigen ondergang in zich bleken te dragen. Maar ook aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het einde van het communisme. Juist ideologieën die zichzelf als het einde van de geschiedenis zagen, zoals genoemde voorbeelden, waren en zijn extra bevattelijk voor ondergang. Dit zou ons wantrouwig moeten maken tegen elke claim dat we met de verlichte maatschappij in het westen nu werkelijk het eindpunt van de geschiedenis hebben bereikt, zoals Fukuyama jaren geleden in een liberaal pleidooi poneerde.

De vraag is of deze veranderlijke omstandigheden: het terrorisme, de veranderingen op geopolitiek vlak en de schokken op economisch vlak zwaar genoeg zullen zijn om ons dit te doen beseffen. En de bijkomende vraag is hoeveel slachtoffers er nog moeten vallen eer we dit zullen beseffen.

De geschiedenis kent geen comfortzone, maar slechts periodes van rust. Diezelfde geschiedenis leert ons dat juist deze periodes gebruikt dienen te worden om het besef te sterken dat rust en comfort slechts bijproducten zijn van moeite en strijd. Ook op het gebied van ideologie en politieke en maatschappelijke zelfkritiek. De terreur in naam van islam of iets anders ontslaat ons niet van deze plicht.


[1] http://www.novini.nl/islam-is-probleem-niet/
[2] http://www.demorgen.be/opinie/wie-niet-wil-vechten-zal-op-zijn-knieen-verder-mogen-leven-bd3625ff/
[3] http://nieuws.vtm.be/binnenland/184946-deze-verklaring-moeten-nieuwkomers-tekenen
[4] http://www.hln.be/hln/nl/33982/Islamitische-Staat/article/detail/2819432/2016/08/01/IS-somt-zes-redenen-op-waarom-we-jullie-haten.dhtml
[5] http://www.demorgen.be/opinie/beste-bart-bespaar-ons-uw-volksverlakkerij-b2d32cb7/1UrwuU/

Posted on

De islam is het probleem niet

Meegaan in het anti-islam discours staat in de weg van een kritische zelfreflectie van onze samenleving.

Voor velen is dit misschien al meteen vloeken in de kerk. De golf van gewelddadige incidenten en aanslagen volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Parijs, Brussel, Nice, München … één constante is telkens aanwezig: het is weer een moslim en de motieven zijn meestal geheel of gedeeltelijk religieus geïnspireerd. Volledig terecht komt dan de vraag bij veel mensen op of de islam de oorzaak is van deze golf van geweld. Ik ga geen moeite doen om de rol van de islam te ontkennen in al wat er gebeurt qua aanslagen in Europa en elders in de wereld. Dat de laatste jaren de meerderheid van de aanslagen gebeuren met een religieus motief valt ook niet te ontkennen. Dit telkens weer proberen te bestempelen als een alleenstaand geval, een lone wolf-verhaal, is alleen maar geloofwaardig als dit soort aanslagen daadwerkelijk een uitzondering zou zijn. Toch is het te simplistisch en zelfs contraproductief om het vijandsbeeld van de islam als uitgangspunt te nemen in je politieke visie.

Wat feitelijk al onjuist is, is de islam als één geheel te beschouwen. Net zoals in het christendom zijn de beschouwingen binnen de islam zeer divers. Daarvoor moeten we zelfs geen theologische discussie voeren, de chaos in grote delen van het Midden-Oosten spreekt daar boekdelen van, evenals de aanslag van een Iraniër op voornamelijk soennitische moslims in München. Niet alle moslims zijn aanhangers van het jihadisme, de meerderheid is er zelfs mede het slachtoffer van. Dat een significant gedeelte dit wel steunt, is een niet te ontkennen realiteit, maar daar kom ik later op terug.

Zelfreflectie

De voornaamste reden voor mij om niet mee te gaan in het anti-islam discours is dat dit in de weg staat van een kritische zelfreflectie van onze samenleving. ‘Het is die groep zijn schuld’ is meteen de schuld van onze eigen samenleving afschuiven. Het is een gemakkelijk verhaaltje om de oorzaken extern te leggen.

Bovendien is een ideologie op zich nooit gevaarlijk. Nu maakt u wellicht de vergelijking met de rampzalige jaren 30-40, wat nogal vaker gedaan wordt als het over een vijandsbeeld gaat. Het nationaalsocialisme is vandaag vrij onschadelijk als ideologie, omdat het weinig voedingsbodem heeft en de maatschappelijke omstandigheden zich er niet toe lenen om van een dergelijke ideologie ook een heersende ideologie te maken. Men kan gemakkelijk Mein Kampf in een boekenrek laten liggen, de meerderheid zal het eens vastnemen uit historisch perspectief. Maar bang zijn dat een significant deel van de bevolking daarin zou geloven is er niet. Waarom waren er geen islamitische aanslagen op ons territorium in de jaren 20, of in de jaren 60, of pakweg vorige eeuw? De vraag stellen wie of wat dit probleem heeft mogelijk gemaakt, is relevanter dan te zoeken naar de motieven van de daders.

De huidige golf van islamitisch geweld los bekijken van de grote migratiestromen en mislukte integratie van de afgelopen pakweg 40 jaar naar Europa zou al minstens even dom zijn als ontkennen dat de aanslagen gebeuren met een jihadistisch perspectief. Dat er telkens ook een verband is met een slechte justitie, zowel in België als Frankrijk valt evenzeer op. Als laatste hebben we ook de geopolitieke realiteit en instabiliteit in het Midden-Oosten, die meestal de veiligheid op eigen bodem niet ten goede komt.

Enkele decennia geleden, na de overwinning op het communisme bij de val van de muur, dacht een groot deel van de westerse bevolking dat de geschiedenis zijn eindpunt had bereikt. Althans de geschiedenis van de ideologieën. Een abstracte discussie over ideologie werd naar achter geschoven, en in de plaats werd het heel logisch om vanuit ons ‘superieur’ maatschappijbeeld de wereld te beschouwen. Politieke discussies werden discussies tussen centrumlinks of centrumrechts, maar een politieke partij of beweging die het politiek systeem zelf in vraag durfde te stellen werd weggezet met epithetons als ‘extreemlinks’ of nog beter ‘extreemrechts’. Het beleid werd bepaald vanuit het centrum, de ene keer wat meer toegevingen voor links, de andere keer voor een wat rechtser beleid.

Op geopolitiek vlak moest en zou heel de wereld ons model van democratische waarden aanvaarden en respecteren. Als gevolg hebben we heel wat ‘dictators’ gedestabiliseerd, en landen in burgeroorlog gestort. Op vlak van justitie zijn we zodanig beginnen te geloven in de goedheid van de mens dat we meestal veel te laat komen om te voorkomen dat recidivisten telkens weer gewelddadiger toeslaan.

Als we met een kritische zelfreflectie naar ons huidig politiek systeem kijken, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de aanslagen een aantal van deze steunpilaren en gevoeligheden onder druk plaatsten. Is het dan geen schuldig verzuim van onze politici en intellectuelen die de oorzaken van de problemen hebben gezien en laten groeien?

Vrije migratie onder druk

Op vlak van migratie is er al jaren de kritiek te horen dat dit in grote getallen negatief zou zijn op vlak van onder meer veiligheid, maar tot op vandaag doet men een aardige poging om dit gelijk te stellen met xenofobie en racisme. Het cordon sanitaire is trouwens nog steeds aan de macht en het lijkt voor velen ondenkbaar dat Vlaams Belang of Front National zou meedoen aan het beleid omwille van die reden. Dit is onlogisch aangezien stilaan meer en meer mensen toch dezelfde argumenten beginnen over te nemen. Echter is het logisch als we ermee rekening houden dat vrije migratie één van de pijlers is van ons huidig politiek systeem.

Naast de migratiediscussie is een discussie over integratie vandaag relevant. De migratie van de afgelopen decennia is ook niet meer weg te denken. Wat moet een Syriër, Afghaan of een Chinees eens hij het recht heeft om zich te vestigen, en hoe zit het met de tweede en derde en zelfs vierde generatie? De migratiecrisis is niet ontstaan sinds het conflict in Syrië. We hebben vandaag zeker zoveel problemen met nakomelingen van migranten, die hier zijn opgegroeid. Een groot gedeelte van de derde en vierde generatie nakomelingen van de tweede migratiegolf zitten met een serieuze identiteitscrisis. Velen voelen zich geroepen om een heilige jihad te gaan vechten in Syrië, Lybië of Irak of keren zich rechtstreeks tegen de samenleving waarin ze alle rechten krijgen van volwaardige burgers, anderen houden zich dan maar bezig met kleine of grote straatcriminaliteit. Het ene ligt vaak in het verlengde van het andere. De meeste integratieproblemen lijken zich alweer te stellen met moslims.

Als we moslims hun geloof laten gebruiken om zich niet te integreren in onze samenleving, wil dat zoveel zeggen als dat we zelf accepteren dat onze cultuur geen alternatief is voor hun cultuur. Als we vandaag kijken naar de binnenlandse rellen na de mislukte staatsgreep in Turkije, kunnen we het resultaat zien van ‘onze Turken’ die na drie of vier generaties nog steeds onze belangen en onze gemeenschappelijke toekomst niet erkennen boven die van hun afkomst. Dit is een rechtstreeks gevolg van onze aanvaarding van groepen die hier komen migreren en hun eigen collectief bewustzijn niet vereenzelvigen met het land waarin ze terechtkomen. De dubbele nationaliteit die nog steeds in Belgische wetgeving mogelijk is, is een tekenend voorbeeld dat op vlak van integratie niets is veranderd. Hoe kan het ook zijn dat een politieagent, een leraar of een ambtenaar nu aan twee naties trouw kan zijn?

Onveiligheid en justitie

De Witte Mars door Brussel in oktober 1996 is een nooit geziene gebeurtenis. Op dat moment kwamen er een paar honderdduizend mensen op straat om een rechtvaardige justitie te eisen. Vandaag stellen we vast dat justitie op dat vlak nog steeds een even grote puinhoop is. Hoe kan het zijn dat figuren die met zware oorlogswapens op politieagenten schieten niet beter worden opgevolgd? Of dat ondanks zoveel inlichtingen over gevaarlijke individuen zij niet eerder worden tegengehouden? Meestal blijkt daags na de aanslagen dat ze al op zijn minst ‘gekend waren door het gerecht’. We doen er echter niets mee.

Hoe kan het dat we er niet in slagen illegale wapenhandel te verhinderen, ondanks zo’n strenge blik op legale wapens? Volautomatische vuurwapens zijn zelfs toevallig te vinden in de parkjes in Brussel, althans als we bepaalde verklaringen mogen geloven. De werving van terreurgroepen als IS, loopt niet enkel via de moskeeën maar via gevangenissen. Men zou denken dat we een grote concentratie van criminelen die in gevangenschap worden genomen omwille van de veiligheid van de samenleving dan toch beter in het oog houden? We stellen telkens opnieuw vast dat justitie en de veiligheidsdiensten er zijn om achteraf naar motieven te zoeken.

Geopolitieke verschuivingen

De Arabische lente was ogenschijnlijk de eindelijke verwestering en democratisering van het Midden-Oosten. Echter stellen we nu vast dat daar ofwel nieuwe dictaturen zich hebben gevestigd, in het beste geval, ofwel er nog steeds een burgeroorlog is. Het Westen blijft zich vasthouden aan een verzameling rebellengroepen steunen die ogenschijnlijk rondlopen met de naam ‘democratische militie’, maar in de praktijk ofwel meteen worden weggevaagd en hun nieuw wapentuig geleverd door ons in handen valt van IS of Al Nusra, ofwel zelf overlopen naar IS of Al Nusra.  Diezelfde strategie van destabilisering blijven we steevast volhouden als het de agenda van de Verenigde Staten uitkomt. Is het nu nog niet duidelijk geworden dat instabiliteit in die regio’s dan onze veiligheid evenzeer in gevaar brengt, of dit net weer meer grote migratiestromen met zich meebrengt? Dan zwijgen we nog maar over de humanitaire ramp die we voor de regio’s in kwestie veroorzaken. Toch blijven we als NAVO-bondgenoten trouw aan de VS-strategie, en gaan we met een paar F-16’s nog maar eens in de weg lopen in Syrië en Irak. Frankrijk en België worden op hun eigen grondgebied aangevallen door hier opgegroeide moslims en het enige wat onze leiders weten te verzinnen is: ‘We gaan ISIS bombarderen in Syrië in Irak’. Met andere woorden: we gaan ginder nog meer bommen gooien – maar hier willen we vooral niets veranderen. Er is geen grondrecht op een eenzijdige oorlog, maar dat hebben onze ministers van Defensie nog steeds niet door.

Er is trouwens wel wat aan de hand, als je de machtsverhoudingen wereldwijd bekijkt. Bij de aanslagen van 2001 op het WTC was er één baas op wereldschaal, één oppermachtige natie op militair vlak, de Verenigde Staten. Zij hadden zoveel militaire middelen ter beschikking om de war on terror aan te vatten. Er was gewoon geen geloofwaardig alternatief. De grote vijand van de Koude Oorlog had het communisme achterwege gelaten en zolang een Boris Jeltsin en een paar corrupte oligarchen aan de macht bleven, was er geen zorg voor concurrentie. Vandaag is die situatie lichtjes anders. Het Midden-Oosten pikt de bemoeienissen niet meer van de VS. Als de VS er al eens in slagen om een staatshoofd aan de macht te krijgen, bijt die de hand die hem wist te voeden. Elders kiezen ze resoluut van een antiwesterse koers. Rusland is terug een wereldmacht. Met een sterke leider als Poetin weten we sinds Oekraïne, maar eigenlijk al eerder sinds Georgië in 2006, dat we hem beter niet te veel kunnen treiteren. Rusland heeft ook één voordeel, ze zijn van het communisme af. Dit wil echter nog niet zeggen dat ze het het liberalisme zomaar aanvaarden, al kunnen we hier nog veel verder over uitweiden. We zullen dan nog maar zwijgen over China, die de afgelopen decennia de sterkste groei kende op economisch vlak. De groeilanden zijn ook niet van plan zich braafjes aan de leiband te laten houden door de VS. Hoewel er ook positieve elementen te melden zijn aan het Amerikaanse (economische) herstel, zal het zich moeten neerleggen met het feit dat het niet de alleenheerser meer is op zowel economisch als geopolitiek vlak.

Niet naïef

Om terug te komen op mijn inleiding, ik ben verre van naïef en zal niet ontkennen dat het ‘toch weer eens moslims’ zijn. Maar ik ben evenmin naïef om te vergeten dat de oorzaken van dit probleem liggen bij het beleid dat we al jaren volgen, en onze politici die pertinent weigeren dit aan te passen. Ik laat me dan ook niet voor de kar spannen om hen te ontzien van dit schuldig verzuim.

Ons huidig politiek systeem staat onder druk. Als we ons beleid niet dringend een grote wending geven in een andere richting, blijven we achter de feiten aanlopen. Dan zijn nog meer aanslagen het gevolg en dreigen we definitief te verzanden in een burgeroorlog. We hebben nu vooral een kritische zelfreflectie nodig en zeker ook een ander beleid.

Een halt aan de grote migratie influx, een andere en minder naïeve visie op integratie, een kordate en strenge justitie en een geopolitiek gebaseerd op nationale soevereiniteit. Dit is niet waar we nu mee bezig zijn en met de oorzaak van de problemen kortweg bij ‘de islam’ te leggen zijn we onszelf aan het ontslaan van de plicht om hier ook daadwerkelijk iets aan te wijzigen. Voor mij moet er geen genade zijn voor de jihadisten die in de naam van de islam hier aanslagen willen komen plegen of dit willen faciliteren. Maar evenmin genade voor de politici, intellectuelen en mediagroepen die dit probleem veroorzaken en nog steeds weigeren om de fout op zijn minst gedeeltelijk bij zichzelf te leggen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Doorbraak.be

Posted on

De zwakste schakel

Waarom verkeren we in deze situatie? Hoe kan het dat we het gevoel van naderend onheil en machteloosheid niet van ons af kunnen schudden? Hoe is het mogelijk dat een kleine groep bewapende mannen ons zo veel schade berokkent? Het antwoord is simpel: opoffering. In de lijn der erfgenamen van de Europese tradities is de moderne Nederlander de zwakste schakel. Hij is laf, angstig en verslaafd aan genot en comfort. Het antwoord is ook complex, maar laten wij voor vooralsnog de analyse zo veel als mogelijk simplificeren zodat wij een helder startpunt hebben van waaruit we kunnen vertrekken.

Ergens in het nabije verleden zijn onder invloed van het radicaal-progressieve en liberale wereldbeeld de barrières van onze Europese tradities grotendeels naar beneden gehaald. De hoop was dat goed voorbeeld goed doet volgen. Het Einde van de Geschiedenis was immers weer een stapje dichterbij. De Europeanen moesten de weg voorbereiden naar een wereld waarin geen ruimte meer zou zijn voor intolerantie, gebondenheid en onwetendheid. Het autonome individu zou zegevieren en zijn recht op zelfbeschikking opeisen. Wat er werkelijk heeft plaatsgevonden is dat de leegte die is ontstaan na de aanval op onze tradities eerst is gekoloniseerd door het commerciële (en het banale) en vervolgens door de barbaren van buiten.

De moderne Nederlander is inmiddels door en door bourgeois. Hij is een streng gesocialiseerd en afgericht dier dat niets liever wil dan dat de wereld ‘gezellig’ blijft. Er is geen enkele geestelijke bandbreedte meer over voor mentale hardheid. De Nederlander lijdt aan ‘RTL4-liberalisme’: de door televisiebeelden verlichte woonkamer is het podium waarop hij graag vertoeft. Hier voelt hij zich veilig en krijgt hij voorgeschoteld wat hij moet geloven. Buiten is echter de wereld op drift. Het leven zoekt nieuwe wegen, maar hier wil hij niets van weten. Strijd en vijand? Wij hebben markt en concurrentie. De staat? Wij hebben de maatschappij. Wilskracht? Je zal calculatie bedoelen. Een volk? Wij kennen louter het publiek, de arbeidskrachten en consumenten. Zijn geest en vocabulaire zijn gepacificeerd en zo ontworpen dat zij hem gehoorzaam houden. De sluwheid van dit ontwerp zit hem erin dat hij zijn laatste hoopje natuurlijke agressie alleen kan richten op zijn eigen soort: er is bij hem immers wel een visie op goed en kwaad (‘fout’) geprogrammeerd. Dit houdt de opkomst van antiliberale krachten tegen en de bourgeois stevig in het zadel. In deze denkwijze is de Nederlander (en westerling) echter idiosyncratisch. In zijn vermeende onbaatzuchtigheid ook, wat niets anders is dan een masker. Wanneer dit wordt afgeslagen blijft niets anders over dan een allesvernietigende zelf- en genotszucht. Geen enkel ander volk lijdt zo sterk aan liberalisme.

De terugtrekking in de warme woonkamer en de erosie van verantwoordelijkheidsgevoel voor het historische en het gemeenschappelijke laten de buitenruimte onbewaakt en gevoelig voor kolonisering door externe machten. Dit is een natuurlijk proces dat zich constant overal en altijd voltrekt. Ook in Nederland. Het (fysiek) sterkere domineert altijd het zwakkere. De nabije toekomst behoort daarom logischerwijs toe aan naar macht-strevende volkeren en groeperingen met een antiliberale ethiek en een sterk gemeenschapsgevoel. De moderne West-Europeaan is een ziektesymptoom. Die diagnose is reeds ook door de andere volkeren gesteld. Zij zijn het medicijn dat het zieke, verzwakte lichaam komt vullen met nieuwe energie.

In het westen doet men zo nu en dan een poging om gemeenschapszin en strijdlust te imiteren. Moderne mensen met een uitgesproken links(liberaal) wereldbeeld willen een kunstmatige gemeenschapszin gebaseerd op universele waarden forceren. Moderne mensen met een uitgesproken rechts(liberaal) wereldbeeld willen een strijd van allen tegen allen faciliteren binnen de kaders van een historische gemeenschap. De rest kiest voor een variant op of vermenging van bovenstaande houdingen. Gemeenschap vereist echter de wil tot opoffering. Niemand wil sterven voor abstracte waarden en niemand wil zich opofferen voor iemand die hij tevens op dagelijkse basis beconcurreert in de markt. Dit is het centrale probleem van de moderne samenleving: het gebrek aan echte binding met elkaar en het verlies van de wil tot opoffering voor elkaar.

Stel dat we de grenzen sluiten, dan is het links-liberale wereldbeeld daarmee nog niet uit Nederland verdwenen. Er is geen positieve affirmatie van onze tradities, geen historisch besef, geen culturele vitaliteit of breed gedragen geestelijke bezinning. Het enige wapen dat we nu effectief kunnen inzetten tegen vijanden is de kleinburgerlijke angst voor het verlies van ‘brood en spelen’. Deze angst kan echter leiden tot onwenselijke vormen van nationalisme. Het probleem met ‘marcheren door de straten’ is dat dit onherroepelijk zal leiden tot onnodig bloedvergieten. Robespierre heeft immers ook zijn eigen hoofd verloren. Daarnaast is nationalisme een slecht wapen om beschaafdheid en traditie te stimuleren. Zeker in de huidige tijd. Het kost geen enkele moeite om xenofobisch te zijn, dat zit in onze aard (mensen zijn groepsdieren). Anti-modern zijn daarentegen kost veel meer inspanning (studie, contemplatie, debat). Iets waarvoor niemand meer geduld lijkt te hebben.

Er lijken zich drie scenario’s voor te doen. De eerste is de meest voor de hand liggende: de bourgeois verklaart geen andere vijanden te hebben dan zijn eigen intolerantie. Hij helpt zijn vijanden door inactief te blijven en zich in zijn woonkamer op te sluiten. Hij kan zich bekeren en vredig verder leven in gevangenschap. Hij is de zwakste schakel en breekt de ketting van onze tradities voorgoed. De tweede is mogelijk, maar zeer onwenselijk: hij kiest een sterke leider om schoon schip te maken. Dit is de keuze voor de totale oorlog van allen tegen allen. Het volk zal langzaam militariseren. Meestal gaat hieraan een groeiende politiestaat vooraf. Het groepsdier zal wakker worden en allen zullen ‘vuile handen’ hebben. Ik vraag mij sterk af of dit tot de herwaardering van onze tradities zal leiden. De derde optie is het meest wenselijk, maar onwaarschijnlijk: een significante groep mannen staat op en verdedigt de rest van het volk. In dit scenario hoeft niet iedereen zijn handen vuil te maken. Deze mannen offeren zich op en zullen ook een nieuwe staat gaan vormen. Dit noem ik het aristocratische model. In dit scenario wordt de bourgeois teruggestuurd naar het domein waar hij hoort: de economie. De economie wordt teruggestuurd naar haar rechtmatige plaats, onder de beteugeling van de politiek. De bourgeois zal niet meer over de bourgeois regeren. Dat recht heeft hij immers verspeeld. Alleen in dit scenario kunnen we hopen op een uitkomst waarin traditie weer over commercie regeert en wij allen over onze vijanden.