Posted on

Buchanan aan Trump: Verruil Bolton voor Tulsi Gabbard!

Tulsi Gabbard

In onderstaande column adviseert Pat Buchanan president Trump om zijn Nationale Veiligheidsadviseur John Bolton te dumpen en in plaats daarvan in zee te gaan met Tulsi Gabbard, die momenteel in de race om de Democratische nominatie van zich doet horen met een buitenlandbeleid dat veel lijkt op wat Trump in 2016 beloofde. Pat Buchanan is een paleoconservatief politiek commentator, was adviseur van diverse presidenten en deed ook zelf een gooi naar het presidentschap. 

“Te lang reeds hebben onze leiders het af laten weten, leidden ze ons van de ene regime change-oorlog naar de andere, leidden ze ons een nieuwe Koude Oorlog en wapenwedloop in, die ons biljoenen dollars van ons zuurverdiende belastinggeld en talloze levens kostten. Deze waanzin moet stoppen.”

Donald Trump, circa 2016? Nee, deze denunciatie van interventionisme á la John Bolton kwam van afgevaardigde Tulsi Gabbard van Hawaii tijdens het Democratische debat van woensdagavond. Met haar 38 jaar was ze de jongste kandidaat op dat podium. Gabbard vervolgde met een aanval op zowel de “president als zijn oorlogshavikenkabinet, die ons naar de rand van oorlog met Iran geleid hebben”.

“Niet de Taliban viel ons aan op 11 september”

In een verhitte woordenwisseling, reageerde afgevaardigde Tim Ryan van Ohio dat de VS zich niet uit Afghanistan terug kunnen trekken: “Toen we daar niet waren, begonnen ze vliegtuigen op onze gebouwen in te laten vliegen.” “Het was niet de Taliban die ons op 11 september aanviel”, repliceerde Tulsi Gabbard, “Al Qaida viel ons aan op 9/11. Dat is waarom ik en vele anderen militair werden, om achter Al Qaida aan te gaan, niet de Taliban.”

“In Afghanistan niet beter af dan toen oorlog begon”

Toen Ryan bleef volhouden dat de VS in Afghanistan moeten blijven, schoot Gabbard terug: “Is dat wat je de ouders van die twee soldaten die net gedood werden in Afghanistan zult vertellen? ‘Nou ja, we moeten daar gewoon blijven.’ Als militair kan ik je vertellen dat dat antwoord onacceptabel is. … We zijn in Afghanistan niet beter af dan toen die oorlog begon.”

Tulsi Gabbard wint debat met voorsprong

Tegen het einde van het debat was Tulsi Gabbard met voorsprong de winnaar in zowel de Drudge Report- als de Washington Examiner-peiling en ging ze veruit aan kop onder alle Democratische kandidaten wier namen opgezocht werden op Google. Hoewel ze minder dan zeven minuten spreektijd kreeg in een debat van twee uur, had ze die tijd niet effectiever kunnen gebruiken. Haar optreden zou de race om de Democratische nominatie op kunnen schudden. Als ze er in slaagt een paar punten boven haar 1 à 2 procent in de peilingen uit te komen, zou ze een plekje in de tweede ronde debatten veilig kunnen stellen.

Buitenlandbeleid zou zonder Tulsi Gabbard niet aan bod komen

Als ze daar bij is, zullen de gespreksleiders haar vragen stellen over buitenlandbeleid die zonder haar aanwezigheid niet eens aan de orde zouden komen. Deze vragen zullen de verborgen verdeeldheid in de Democratische Partij blootleggen. Men zou leidende Democratische kandidaten kunnen vragen te verklaren wat het Amerikaanse beleid moet zijn – niet alleen ten aanzien van Afghanistan, maar ook Irak, Syrië, Jemen, Saoedi-Arabië, Israël, Jared Kushners ‘deal van de eeuw’ en Trumps schijnbare afwijzing van de twee statenoplossing.

Als ze de tweede ronde haalt, zou Tulsi Gabbard de katalysator kunnen worden voor het soort ‘globalist versus nationalist’-debat dat uitbrak tussen Trump en de Bush-Republikeinen in 2016. Een debat dat bijdroeg aan Trumps overwinning op de conventie in Cleveland en in de presidentsverkiezingen.

Tulsi Gabbard verdeelt Democraten, maar kan ook probleem worden voor Republikeinen

Het probleem dat Gabbard vormt voor de Democraten, is dat, zoals bleek uit de woordenwisseling met Ryan, ze standpunten inneemt die haar partij verdelen. Haar rivalen geven er de voorkeur aan te praten over zaken die de partij verenigen, zoals hoe verschrikkelijk Trump is en ‘gratis’ hoger onderwijs. Als ze meer zendtijd krijgt, wordt ze ook een probleem voor de Republikeinen. Want het buitenlandbeleid dat Tulsi Gabbard voorstelt is niet ver verwijderd van het buitenlandbeleid dat Donald Trump in 2016 beloofde maar sindsdien niet waarmaakte.

Niet waargemaakte beloften

Nog altijd zijn er 2.000 Amerikaanse militairen in Syrië, 5.000 in Irak, 14.000 in Afghanistan. We verplaatsten onlangs een vliegdekschip-aanvalsgroep, B-52-bommenwerpers 1.000 militairen naar de Perzische Golf om Iran te confronteren. We staan op het punt de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, waarmee we zouden moeten onderhandelen om een oorlog te voorkomen, sancties op te leggen.

Jared Kushner probeert een plan te verkopen om 50 miljard dollar voor de Palestijnen in te zamelen in ruil waarvoor zij van soevereiniteit af moeten zien en van hun droom van een natiestaat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook met Jeruzalem als hoofdstad.

John Bolton praat over regime change in Caracas en zoekt de confrontatie met de “trojka van tirannie” in Cuba, Nicaragua en Venezuela. In plaats van het gesprek te zoeken met Rusland, zoals Trump beloofde, hebben we Rusland sancties opgelegd, Oekraïne bewapend, oorlogsschepen naar de Zwarte Zee gestuurd, de NAVO-aanwezigheid in het Oostzeegebied opgevoerd en door Ronald Reagan en andere presidenten tijdens de Koude Oorlog uitonderhandelde wapenbeheersingsverdragen verscheurd.

Rusland en China in elkaars armen gedreven

Het Amerikaanse beleid is er in geslaagd onze grote rivalen, Rusland en China, in elkaars armen te drijven. Die relatie is nu inniger dan die tussen Stalin en Mao in de eerste jaren van de Koude Oorlog. In juni reisde Vladimir Poetin naar Peking, waar hij en Xi Jinping elkaar ontmoeten om te waarschuwen dat in deze tijd van “toenemende mondiale instabiliteit en onzekerheid” Rusland en China “hun overleg over kwesties van strategische stabiliteit zullen verdiepen”. Xi onderscheidde Poetin met China’s nieuwe vriendschapsmedaille. Poetin reageerde: “Samenwerking met China is een van Ruslands hoogste prioriteiten en ze heeft een ongekend niveau bereikt.”

Aan het einde van de Koude Oorlog was de VS de enige overgebleven supermacht. Wie heeft deze positie kwijtgespeeld? Wie heeft ons 7.000 Amerikaanse levens en 6 biljoen dollar laten bloeden in eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten? Wie heeft ons deze hervatting van de Koude Oorlog in geleid? Waren het soms die vervloekte ‘isolationisten’?

Posted on

Strafhof zwicht voor intimidatie VS

Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden in Afghanistan. Tot genoegen van de VS, die al sinds 2002 bedreigingen uiten aan het adres van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Afrikaanse landen zien vermoeden bevestigd: Strafhof is neokoloniaal instrument.

De rechters van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag hebben het verzoek afgewezen van de hoofdaanklaagster, de Gambiaanse Fatou Bensouda, om een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan door de Taliban, het Afghaanse leger en de Amerikanen die in 2001 het land binnenvielen. Dit ondanks het feit dat ook de rechters aannemen dat er misdaden zijn gepleegd.

Vaagheid

De redenen die de rechters aanvoeren voor hun afwijzing van een strafrechtelijk onderzoek blinken uit in vaagheid. Zij voeren aan dat het voorbereidende onderzoek van Bensouda te lang heeft geduurd, dat “de politieke situatie inmiddels is veranderd” en dat ze verwachten dat betrokken partijen te weinig medewerking zullen verlenen.

Intimidatie

Het heeft er alle schijn van dat de rechters van het Strafhof gezwicht zijn voor intimidatie van de VS. De Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton van de regering Trump dreigde in september vorig jaar met strafmaatregelen mocht het Strafhof een strafrechtelijk onderzoek instellen naar de betrokkenheid van Amerikanen bij oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Afghanistan, of naar mogelijke misdaden van Israël of een andere bondgenoot. Personeel van het Strafhof zou door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen, Israëliërs of andere bondgenoten van de VS zou worden gestraft. “We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

The Hague Invasion Act

Aan die bedreiging van Bolton voorafgaand, in 2002, het jaar waarin het Strafhof haar deuren opende, namen de VS een wet aan, The American Service-Members’ Protection Act, bijgenaamd The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden.

http://www.novini.nl/eric-van-de-beek-bij-cafe-weltschmerz-over-the-hague-invasion-act/

Dat het niet bij bedreigingen blijft, maakten de VS begin april van dit jaar duidelijk door het visum van Bensouda in te trekken, zodat zij de VS niet meer inkomt. Dit terwijl op dat moment de rechters van het Strafhof nog geen besluit hadden genomen over haar verzoek een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

Afrikaanse uittocht

Het besluit van de rechters kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van het Strafhof, vooral wat betreft het lidmaatschap van Afrikaanse landen. De Afrikaanse Unie (AU) nam in januari 2017 een resolutie aan waarin staat dat Afrikaanse landen aandringen op forse hervorming bij het Strafhof, omdat ze anders massaal hun lidmaatschap opzeggen. De AU wil dat het Strafhof stopt met, wat zij noemt, “de dubbele standaard”. Het zijn tot nu toe alleen Afrikanen die door het Hof zijn vervolgd en veroordeeld.

Eén Afrikaans land, Burundi, heeft zijn lidmaatschap al opgezegd; Zuid-Afrika en Gambia kondigden afgelopen jaar aan uit het Strafhof te stappen. De president van Namibië, Hage Geingob, heeft verklaard dat zijn land alleen lid blijft als de VS ook lid worden. Het recente besluit van het Hof een machtig westers land als de VS te ontzien, zal daarom veel Afrikaanse en andere niet-westerse landen in hun vermoeden bevestigen dat het Hof een neokoloniaal instrument is van westerse landen en mogelijk resulteren in een massale opzegging van lidmaatschappen.

Statuut van Rome

Er zijn op dit moment 122 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd , en daarmee lid zijn van het Strafhof. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. Belangrijke landen als de VS, Rusland, China, Israël en India zijn geen lid. Toch kunnen ook burgers van die landen door het Strafhof worden vervolgd als zij hun misdaden hebben begaan in één van de landen die wel zijn aangesloten bij het Hof. Zo kan het Hof wel onderzoek doen naar oorlogsmisdaden van Amerikanen begaan in Afghanistan, dat lid is van het Hof, en niet in Irak, dat geen lid is.

CIA’s ‘black sites’

Een aantal misdaden van Amerikanen begaan in Irak, zoals in de Abu Graib-gevangenis, is bestraft in de VS, al bleven de hogere echelons en politiek verantwoordelijken buiten schot. Misdaden begaan door Amerikanen in Afghanistan zijn echter, op één uitzondering na, onbestraft gebleven. Ene David Passaro, een burger die was ingehuurd door de CIA, en die een Afghaanse man, genaamd Abdul Walid, doodsloeg, is veroordeeld tot een gevangenisstraf. Ook John C. Kiriakou, een CIA-officier, belandde achter de tralies; niet omdat hij zich schuldig had gemaakt aan een oorlogsmisdaad of een misdaad tegen de menselijkheid, maar omdat hij als klokkenluider de wereld deelgenoot had gemaakt van de manier waarop de CIA verdachten doorgaans verhoort: door ze met hun hoofd onder water te houden, het zogeheten waterboarding.

De onwil of onkunde van de Amerikaanse justitie om degelijk onderzoek te doen naar Amerikaanse verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan en ze strafrechtelijk te vervolgen en te veroordelen, heeft er toe geleid dat het Internationaal Strafhof in actie kwam. In 2006 startte de voorganger van Bensouda een vooronderzoek naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan. In 2016 presenteerde Bensouda het resultaat. Zij verdenkt tenminste 61 Amerikaanse militairen en 27 CIA’ers van marteling, wrede behandeling, aantasting van de menselijke waardigheid en verkrachting. Die verdachte CIA’ers waren overigens niet alleen actief in Afghanistan, maar ook in geheime centra in Polen, Roemenië en Litouwen, de zogeheten CIA black sites, waar ze verdachte Afghanen verhoorden. Bensouda voegt daar aan toe dat het niet om geïsoleerde gevallen lijkt te gaan , maar dat ze onderdeel uitmaakten van een verhoormethode die van bovenaf was opgelegd.

VS dreigen opnieuw

De Amerikaanse regering heeft haar tevredenheid geuit over het besluit van de rechters van het Strafhof af te zien van strafrechtelijk onderzoek naar Amerikanen in Afghanistan en de CIA-blacksites in EU-landen. President Trump bracht een officiële verklaring uit waarin hij het besluit “een enorme internationale overwinning” noemde en nog eens dreigde dat iedereen die Amerikaanse of Israëlische functionarissen wil vervolgen een ‘robuuste’ reactie kan verwachten.

Bensouda heeft echter aangegeven het er niet bij te laten zitten. Zij zegt te broeden op een juridische reactie. Waarschijnlijk zal dit zijn: heropening van het vooronderzoek, zoals eerder gebeurd is in het geval van Britse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in Irak. De rechters gaven Bensouda geen toestemming een strafrechtelijk onderzoek hiernaar in te stellen, waarna Bensouda het vooronderzoek heropende. Bensouda weet zich gesterkt door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Die laatste liet in een verklaring weten dat het Strafhof “is gezwicht voor Amerikaanse pesterijen en dreigementen” en “op schokkende wijze slachtoffers in de steek heeft gelaten”. Het besluit van de rechters zal, volgens Amnesty, “de geloofwaardigheid van het Hof nog verder aantasten.”

Nieuwe vuurproef

Intussen wacht Bensouda en de rechters van het Hof een nieuwe vuurproef. Bensouda leidt sinds 2015 een vooronderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden van Palestijnen en Israeliërs tijdens het 51-dagen durende conflict rond Gaza in 2014. Hoewel Israël geen lid is van het Strafhof, kan het Hof wel onderzoek doen naar mogelijke oorlogsmisdaden van Israël begaan op Palestijns grondgebied, omdat Palestina wel lid is. Gezien de dreigende woorden van Bolton in september vorig jaar, waarin hij met name Israël noemde als bondgenoot van de VS die met rust gelaten moest worden, kan het personeel van het Internationaal Strafhof opnieuw zijn borst natmaken.

Posted on

De ontkende grens waar niemand overheen mag

Al een aantal dagen vinden er protesten plaats in de Gazastrook omdat Palestijnen het recht willen hebben om terug te keren naar hun geboorteplaats. Elke dag worden er demonstranten doodgeschoten aan de grens en zelfs journalisten zijn nu doelwit geworden.

De westerse media zitten intussen met hun handen in het haar want er zijn (gelukkig lijkt mij) nog geen Israëliërs omgekomen. Normaal gesproken kunnen tragische verhalen over dode Palestijnen worden afgewisseld met verhalen over omgekomen Israëliërs. Maar het Israëlische leger stelt zich dit keer harder op. Niemand komt nog in de buurt van de grens zonder doodgeschoten te worden. De NOS lijkt compleet verslagen te zijn in dit falende mediastreven naar gelijke berichtgeving. Het woord dood is taboe geworden, over de dode journalist schreef de NOS dat deze was “bezweken”, alsof de dode man was flauwgevallen.

Het laatste redmiddel om deze crisis goed te praten is om maar te beweren dat de Palestijnen niet het recht hebben om de grens over te steken. Zelfs de Israëlische premier Netanyahu roept dat ze de grens niet over mogen steken. Israël spreekt in deze context zelfs over infiltranten. Maar over welke grens hebben we het eigenlijk ineens? Israël, de Verenigde Staten, Nederland en de meeste andere EU-lidstaten erkennen deze grens niet. Volgens deze landen is er slechts één erkende staat tussen de Dode Zee en de Middellandse Zee en dat is Israël.

Maar als Israël wil spreken van infiltranten, het recht op grensbewaking en een veilige en gecontroleerde grens, zullen ze moeten erkennen wat er aan de overkant ligt. Een inwoner die zich van de ene kant van je land naar de andere kant verplaatst is geen infiltrant die doodgeschoten moet worden.

Het is belachelijk dat een van de zwaarst bewaakte grenzen in de wereld alleen wordt erkend als we moeten goedpraten dat Israël demonstranten aan de andere kant doodschiet. Wie vindt dat Israël recht heeft om deze grens te bewaken zal Palestina moeten erkennen als buurland van Israël.

Posted on

BBC verzwijgt Westerse rol in opkomst huis van Saoed en salafisme

Je moet het de Britse media nageven. Niemand lijkt beter in het verdraaien van de feiten en vervalsen van de geschiedenis dan de Britse pers. De wijze waarop het Canadees-Britse persbureau Reuters bijvoorbeeld werkt is op dat vlak toonaangevend. Alleen wie zorgvuldig en met achtergrondkennis leest ontdekt de manipulaties.

Ook de BBC is hier een meester in. De driedelige documentairereeks over Saoedi-Arabië die dinsdag op BBC 2 begon (1) is een prachtvoorbeeld van hoe deze zender erin slaagt om alles te vervalsen, niet door te liegen maar vooral door de essentie te verzwijgen. Bijna constant werd de kijker gisteren bedrogen. Een traditie natuurlijk bij de Britse openbare omroep. Om niet te vergeten: Het is een staatsbedrijf.

Stichting Saoedi-Arabië

En voor die vervalsingen waren er gisteren voor wie het dossier van de strapatsen der familie Al Saoed kent voorbeelden zat. Voldoende om te concluderen dat dit geen toevallige fouten waren maar heel bewuste weglatingen om de misdadige sleutelrol van het Westen weg te moffelen. Waardoor men gemakshalve alle schuld voor de huidige toestand alleen bij de inderdaad misdadige familie Al Saoed kon leggen.

De Saoedische koning Salman bin Abdoel Aziz al Saoed, is zonder enige discussie een gevaarlijk man. Bij zijn aantreden als vorst trok praktisch het ganse politieke establishment van Washington naar Riaad om hem eer te betonen. Ook onze koning Philip pakte toen zijn valiezen richting de salafistische dictatuur. Het toont het belang van deze man in de wereldpolitiek. Hij is echter ziek en zijn zoon kroonprins Mohammed bin Salman is nu de ware baas.

 

Neem bijvoorbeeld de stichting van Saoedi-Arabië zelf in de periode 1920-1936. Het klopt inderdaad dat de familie Al Saoed het uiterst sektarische salafisme (abusievelijk soms wahhabisme genoemd) als staatsideologie gebruikte bij haar succesvolle veroveringstocht. Wat men echter vergat te vermelden was de cruciale rol die de Britten hierbij toen speelden.

Het Arabisch schiereiland was na het verjagen van de Ottomanen in 1918 een slagveld waar een serie rivaliserende clans vochten om de macht. Het waren de Britten die via wapenleveranties en politieke druk die strijd beslechtten.

Daarbij joeg men de familie Al Hoessein weg uit Mekka en Medina en kregen zij van de Britten dan maar Irak en Jordanië als geschenk. Ze heersen als westerse pro-consuls nog steeds over Jordanië. De salafistische Al Saoed kreeg dan in ruil praktisch het gehele Arabische schiereiland inclusief Mekka ten geschenke. Dat het salafisme zo macht, geld en islamitische legitimiteit kreeg is dan ook voor een groot deel de schuld van Londen.

Maar dat kan de BBC haar kijkers natuurlijk niet vertellen. En dus kregen deze burgers in plaats daarvan een fantasierijk verhaal opgediend. Maar hadden de Britten in het Interbellum daar anders opgetreden dan was er misschien nu niet eens sprake van die vorm van islamitisch fascisme.

Want zonder het Saoedische oliegeld – zo bewees deze reportage te over – was dit een bijna anonieme visie op de islam gebleven. Netjes verborgen onder enkele tenten in een oasestad ten midden van de grote woestijn, de Rub al Khali. Wat massa’s leed had vermeden.

Joegoslavië en prins Salman bin Abdullah

Neen, het echte verhaal kreeg men niet, zodat de huidige koning Salman de volle laag kreeg. Inderdaad – en de serie bracht hier niets nieuws – het was hij die als verantwoordelijke voor allerlei salafistische stichtingen in o.m. Joegoslavië op grote schaal slachtpartijen organiseerde en zo zorgde voor een stevige verankering van het salafisme op de Balkan. Documenten en getuigenissen tonen overvloedig de betrokkenheid van de huidige Saoedische koning. De man was toen gouverneur van de hoofdstad Riaad.

Maar ook hier weer diezelfde vervalsing. Bekend is immers dat die Saoedische aanwezigheid – Bin Laden was wel eens te gast bij de toenmalige Bosnische president Alia Izetbegovic – gebeurde in nauw overleg met de VS, NAVO en de EU. De Joegoslavische oorlog is immers vooral het werk geweest van de EU die tegen elke prijs de Balkan geheel onder haar controle wou krijgen. En een onafhankelijk Joegoslavië was daarbij onaanvaardbaar.

Hoessein ibn Ali al Hashimi, emir van Mekka wier familie voor 1920 eeuwenlang heersers waren over Mekka en die een directe afstammeling zou geweest zijn van de profeet Mohammed en diens stam de Hasjemieten. Hij weigerde echter in 1919 het Verdrag van Versailles te ondertekenen. De reden hiervoor was de verklaring van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour die Palestina met daarbij Jeruzalem aan de zionistische beweging schonk. Uit wraak begonnen de Britten dan de familie Al Saoed te steunen tegen Hoessein. Faisal en Abdoellah, zijn twee zoons, kregen als goedmaking van de Britten nadien dan maar Irak en Jordanië om daar koninkje te spelen. Om de zionisten te plezieren gaf men dus gans Saoedi-Arabië aan een salafistische clan!!

Als toen nog prins Salman hier het salafisme introduceerde en er zoals nu in Syrië zijn koppensnellers heen stuurde dan gebeurde dat met medeweten en steun van de EU en het ganse Westen. Wie weet vroeg Brussel het hem zelfs. Afghanistan was toch een Westers ‘succes’ gebleken niet? Over dit aspect kon je in de toenmalige kranten echter wel geen woord lezen. Het was de omerta, de censuur.

Maar ook dit werd door de makers van deze reportage dus heel netjes verborgen. De kijkers zouden het eens kunnen te weten komen hoe men in Brussel, London en Washington dit salafisme ook in Europa op weg hielp naar steeds meer slachtpartijen zoals in Zaventem en Manchester om al die oorlogen en geweld elders niet te vergeten.

Lachwekkend was zeker ook de bewering in de uitzending dat men in Saoedi-Arabië desnoods een salafistische beweging voor de bevrijding van Jeruzalem zou steunen. Sinds het omverwerpen van het koninkrijk in Noord-Jemen in 1962 werken Israël en de familie Al Saoed heel nauw samen. Vroeger in het geheim, nu in alle openheid.

Steun voor een oorlog tegen Israël moet men bij de familie al Saoed dan ook niet zoeken. Hamas kreeg er nog geen cent en de rivalen van Islamic Jihad in Gaza evenmin. En iedere kenner van salafistische terreurbewegingen weet dat deze in hun nu al 40-jarig bestaan nog nooit een aanslag pleegden in Israël zelf. Wel in tientallen landen elders in de wereld. Vooral dan in landen met een moslimmeerderheid. En dat kan uiteraard geen toeval zijn.

Mumbai 2008 en de DEA

Ook de erg bloedige en spectaculaire aanslag van 26 november 2008 in de Indiase stad Mumbai van de Pakistaanse salafistische terreurgroep Lashkar-e-Taiba van 2008 kwam ter sprake. En ook hier weer eenzelfde praktijk; Zo vergaten ze te melden dat de scouting voor deze aanval het werk was van de in Washington DC geboren David Coleman Headley, alias Daoud Sayed Gilanio, een agent van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA).

 

David Headley, drugshandelaar, bajesklant, agent van de DEA, salafistisch terrorist en de man die de cruciale voorbereidingen trof voor de terreuraanslag in Mumbai van 2008. Resulterend in 168 doden. Toen hij later in Denemarken ook een aanslag aan het voorbereiden was stopte men hem echter.

Officieel was deze man door de DEA uit een Amerikaanse gevangenis gehaald om te infiltreren in Pakistaanse drugroutes naar de VS. Maar toen hij in Pakistan aankwam vervoegde hij nog bijna diezelfde dag Laskhar-e-Taiba, een groep die werd gezien als de moorddadigste der lokale terreurgroepen.

Volgens de DEA was men hem nadien en jarenlang gewoon uit het oog verloren. Dit terwijl de man nadien nog regelmatig in de VS op bezoek was geweest en zijn drie vroegere vrouwen de FBI herhaaldelijk hadden verwittigd van zijn terroristische activiteiten.

Maar ja, ook hier zou de kijker over de rol van het westen en die salafistische terreurgolf wel eens rare en voor de Britse overheid ongepaste conclusies kunnen trekken. En dus pleegde men ook hier dan maar nog eens een flinke portie censuur.

Een gelijkaardig systeem paste men trouwens eveneens toe betreffende de Saoedische steun aan Al Qaida en de aanslagen van 11 september 2001 op het WTC in New York en het Pentagon. Er volgde nadien een groot onderzoek dat echter bij nader toezien niets anders bleek dan een schaamteloze witwasoperatie om de ware aard van de feiten en de rol van de familie Al Saoed en de Amerikaanse overheid te verdoezelen.

En dus kreeg men ook hier veel fantasie maar geen harde feiten. Waarbij het verhaal van de slachtoffers en kritische waarnemers door de makers ook maar netjes in die al zeer grote doofpot gestopt werd. Hou ze maar dom die kijkers.

Hoe de EU ISIS bewapende

En dan kwam natuurlijk onvermijdelijk de oorlog in Syrië eveneens aan bod. Daar kwam, een beetje verrassend toch, het recentste rapport van de Britse CAR, Conflict Armaments Research Ltd, (1) over de wapens van ISIS ter sprake. Een erg belangrijk document daar het in detail en op een zo te zien correcte wijze de wapenstroom richting ISIS onderzocht.

Het rapport bewijst nogmaals wat critici zoals hier op deze site al jaren zeggen en dat is dat ISIS gewoon een creatie van het westen is die hen voorzag van alle nodige fondsen, wapens, materiaal en politieke steun. ISIS moest Irak vernielen en Syrië zodanig verzwakken dat het overleven van Assad een bij voorbaat verloren zaak was. Syrië als chaosstaat.

Gebleken is dat vooral Bulgarije maar ook andere landen uit het vroegere Warschaupact op grote schaal oude Sovjetwapens zijn blijven produceren die o.m. Washington en Riaad dan kochten en langs Jordanië en Turkije en via derden, vooral dan andere salafistische Syrische terreurgroepen, leverden aan ISIS. Alhoewel er ook sprake is van nachtelijke leveringen met ongemarkeerde vliegtuigen.

ISIS in voor hen betere tijden. De meeste door hen gebruikte wapens kwamen uit de EU, vooral Bulgarije, die door vooral de VS en Saoedi-Arabië er speciaal voor hen waren gekocht. Zie maar wat mooie uniformen deze vrienden van het westen hier dragen.

 

Vooral de VS en Saoedi-Arabië kochten volgens dit verslag wapens die voor de eigen legers niet geschikt waren – het Westen en Saoedi-Arabië gebruiken nu eenmaal ander niet-compatibel wapentuig – en dus alleen konden dienen voor waar ze toen nodig waren: Syrië.

Uiteraard wist men dat in Brussel en zeker in Bulgarije, maar de handel ging gewoon door en in crescendo. Met andere woorden: Bulgarije, toch een lidstaat van de EU, leverde illegaal wapens aan Al Qaida, ISIS en andere bendes. Zolang men Syrië, en Irak, maar vernielde. De moreel hoogstaande waarden van de EU nietwaar?

Het misschien wel meest schokkende deel van dit rapport is echter dat bleek dat die wapenleveringen door o.m. Saoedi-Arabië vanuit Bulgarije aan ISIS tot in de lente van vorig jaar bleven duren. Dus op een ogenblik dat het Iraakse leger zich opmaakte voor de bevrijding van de stad Mosoel. Transporten die uiteraard ook maar konden gebeuren met medeweten van de EU.

Dus terwijl België en Nederland beweerden dat ze ISIS in Irak en Syrië bombardeerden leverde de EU hier bij ISIS bommen, raketten en geweren. Hoeft het te verbazen dat de EU in de regio niet echt een geliefde partner is? Onze minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) mocht met Nieuwjaar van de regering in Bagdad zelfs de Belgische soldaten in het noorden van Irak in de Koerdische Autonome Regio niet bezoeken. Tot zijn ongenoegen. Nou, hij zocht het zelf.(3)

Al Saoed de nieuwe Moebarak?

Dat de BBC-reportage het dus ook over dit rapport van CAR had kwam wel wat verrassend. Het verslag is nu eenmaal pure dynamiet. Maar geen zorgen, ook hier zorgde men er netjes voor dat alleen de familie Al Saoed als de slechteriken in beeld kwamen. Dat de VS hier volgens CAR via dit systeem eveneens grootschalig wapens aan ISIS leverde werd mooi verzwegen.

Het eerste deel van deze documentaire was dan ook een regelrechte aanval op Saoedi-Arabië zelfs al poogde men schuchter kroonprins Mohammed bin Salman wat krediet te geven. Totaal ten onrechte. De man is een crimineel van het zuiverste water die voor zijn plannen voor niets terugschrikt en zelfs Saad Hariri, de premier van Libanon, liet ontvoeren om hem zo op televisie te laten paraderen. Uniek in de moderne geschiedenis.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Saoedi’s weigerden mee te werken aan de uitzending en de makers ervan de toegang tot Saoedi-Arabië ontzegden. En ongetwijfeld zal er achter de schermen tussen Riaad, Londen en Washington hierover ontzettend veel ruzie geweest zijn. De BBC is nu eenmaal een staatsomroep die luistert naar de Britse regering en zo naar de VS.

De 32-jarige Kroonprins Mohammed bin Salman regeert als een alleenheerser die zelfs de eigen familie laat arresteren. Nadat hij de Libanese premier Saad Hariri ontvoerde riep hij de Palestijnse president Mahmoed Abbas bij zich en eiste hij dat de PLO in Libanese vluchtelingenkampen in opstand zou komen. Die weigerden echter. Nadien liet Abdoellah bin Hoessein, de Jordaanse koning, Ali bin Hoessein, Faisal bin Hoessein en prins Talal bin Mohammed, twee broers en een neef en topfiguren in het leger, arresteren wegens verdachte contacten met kroonprins Mohammed bin Salman. Eerder weigerden Israël en Egypte in Libanon militair tussenbeide te komen tegen Hezbollah. Toen de kroonprins echter in die periode in Washington een nooit geziene schrobbering kreeg haakte hij af en kwam Hariri vrij.

 

Het was dan ook geen toeval dat er bijna alleen oud-gedienden de CIA of andere Britse en Amerikaanse ‘specialisten’ aan het woord kwamen. Alsof alleen die er iets serieus over kunnen zeggen.

Dat men een David Petraeus, ex-baas van de CIA, hierover aan het woord liet spreekt eveneens boekdelen. Men had hem kunnen vragen over de steun aan Al Qaida en ISIS door de CIA en het Pentagon toen hij er baas was. Men deed het uiteraard niet. De man die ISIS mee hielp creëren die dan zijn beklag doet over de Saoedische steun aan ISIS. Je moet maar durven. BBC met de B van bedrog.

Deze reportage gaat natuurlijk bij de familie Al Saoed de indruk versterken dat zij weleens hetzelfde lot zouden kunnen ondergaan als bijvoorbeeld de Sjah van Iran of president Hosni Moebarak in Egypte.

Reportages als deze zijn een belangrijk politiek teken vanuit Londen en Washington dat de speeltijd wel eens voorbij zou kunnen zijn voor de Al Saoeds. De scenario’s circuleren trouwens al volop in Saoedi-Arabië, met het land omgevormd tot een lappendeken van elkaar bestrijdende woestijnstaatjes. Balkanisering heet dat. Of een nieuw Syrië?


1) BBC Two, ‘House of Saud: A family at war’, Michael Rudin, 9 januari 2018. Driedelige reportagereeks. Volgende afleveringen op 17 en 23 januari telkens om 22 uur.

De kaart van het Midden-Oosten van 28 september 2013 uit The New York Times. Of hoe men in de VS Irak en Syrië in drie of vier stukken zag met geel/okergeel voor Assad, groen voor ISIS/Al Qaida en paars voor de huidige bewindvoerders in Bagdad, als ze de hoofdstad tenminste konden behouden. Saoedi-Arabië valt dan uiteen in een centraal Wahhabistan en een Noord-, Zuid-, Oost- en Westelijk Arabië. Ook Jemen valt dan terug in twee stukken. Volgens de toenmalige Amerikaanse leerling-tovenaars.

 

2) Conflict Armaments Research Ltd, ‘Weapons of the Islamic State, a three-year study in Syria and Iraq’, December 2017.

Opvallend is dat de in de uitzending geïnterviewde medewerker van dat CAR eveneens zweeg over de rol van de VS en de EU. De sponsor van dit rapport is de EU en de Duitse regering. In een eerdere studie sprak CAR alleen over de herkomst van de wapens, niet over wie ze had gekocht en daarna aan ISIS leverde. Uit deze studie is ook gebleken dat de meeste wapens die ISIS gebruikte via dit kanaal waren verkregen.

3) Peter De Roover, fractieleider van de N-VA, schreef op 26 november 2015 op Knack.be een stevig pleidooi ter verdediging van Saoedi-Arabië tegen de toen toenemende Belgische kritiek op het land. De argumentatie van De Roover was dat wij het land broodnodig hadden in de strijd tegen ISIS en dus kritiek op dat land niet kon. Grapjas die De Roover. Maar de familie Al Saoed kan ook heel genereus zijn. Dat is bekend.

Posted on

Jordanië krijgt sleutelrol in Trumps Midden-Oosten-beleid

Wie kijkt naar het lijstje staatshoofden en regeringsleiders die Donald Trump ontvangen heeft, valt op dat hij al in zijn tweede week als president een ontmoeting had met koning Abdallah II van Jordanië. Daarvoor had Trump weliswaar reeds met de Israëlische regeringsleider Netanyahu getelefoneerd, maar Jordanië komt onder Trump een belangrijke rol toe.

Het kleine maar relatief stabiele koninkrijk kan zowel met het oog op de Palestijnse kwestie een belangrijkere rol gaan spelen dan voorheen als ook in de strijd tegen de islamistische terreur in Syrië en Irak.

In de eerste plaats ging het bij het bezoek van koning Abdallah aan de Verenigde Staten om de economische en politieke stabilisatie van het Hasjemitische koninkrijk. Trump had tijdens zijn campagne al aangekondigd, dat hij geen aanhanger van de twee-statenoplossing voor de Palestijnse kwestie is.  Het heropleven van een Jordaanse rol in de toekomst van de westelijke Jordaanoever verdient in deze visie de voorkeur boven de huidige internationale fixatie op het concept van een Palestijnse staat, waarvan de grenzen met Israël berusten op de grenslijnen van 1967.

Naast een gesprek met Donald Trump, had de Jordaanse koning ook gesprekken met vice-president Pence, de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, Mattis en Tillerson, en met Trumps National Security Advisor luit.-gen. b.d. Michael Flynn (foto).

Een nieuwe Palestijnse staat zou in de huidige islamitische conjunctuur van de grotere regio een strategische bedreiging voor alle staten in de regio zijn, met inbegrip van Jordanië, zo is de gedachte in Washington. De vrees is namelijk dat een Palestijnse staat op de westelijke Jordaanoever in handen van Hamas zou vallen, waarbij men zegt te vrezen voor Iran. Hieruit blijkt dat Trumps adviseurs ofwel slecht op de hoogte zijn van de verhoudingen dan wel hem bewust verkeerd voorlichten. Op zijn laatst sinds de soennitische Hamas ervoor koos om niet de Syrische regering onder Assad, maar de soennitische rebellen tégen Assad te steunen, zijn de relaties tussen Hamas en Iran bekoeld. Hamas onderhoudt daarentegen wel warme banden met de regeringen van Saoedi-Arabië en Qatar. Dat Hamas op de Gazastrook inmiddels te maken heeft met oppositie van ‘Islamitische Staat’, zoals de protesten van de laatste weken laten zien, roept overigens de vraag op, of de partij wel op het juiste paard gewed heeft.

Hoewel Jordanië sinds de Oslo-akkoorden een twee-statenoplossing voor Palestina accepteert, zijn er aanwijzingen dat het Hasjemitische koninkrijk flexibel is en open staat voor andere potentiële oplossingen. Jordanië heeft sinds het afzien van zijn aanspraak op de westelijke Jordaanoever 25 jaar geleden zijn grondwet van 1952, waarin sprake is van een koninkrijk op de beide oevers van de Jordaan, niet gewijzigd. Ook geldt Jordanië nog altijd als hoeder van de islamitische heilige plaatsen in Jeruzalem.

Posted on

Trump staat niet alleen: Overal ter wereld worden grenzen versterkt

Niet alleen in Europa, maar overal ter wereld ontstaan aan de grenzen weer meer muren en hekken. Ook wordt er weer vaker geschoten aan de grens.

Het nieuwe jaar begon met de grootste bestorming van de beide Spaanse exclaves in Marokko, Ceuta en Melilla, tot nu toe. Meer dan 1000 asielzoekers stormden op nieuwjaarsmorgen op de beide steeds hoger opgetrokken barrières toe en probeerden zo aan de Spaanse kant van de grens te komen. Slechts twee slaagden in die opzet.

Maar niet alleen aan de buitengrenzen van de Europese Unie nemen de muren en hekken weer toe. Ook tussen EU-lidstaten zijn weer diverse muren en hekken verrezen om de Balkanroute, de hoofdinvalsroute voor de massamigratie van de laatste jaren, af te sluiten. Hongarije bouwde als eerste een hek, aan de grens met Servië, al snelden volgden Kroatië en Slovenië dit voorbeeld en uiteindelijk ook Oostenrijk en Macedonië.

Na de ontbinding van het wilde immigrantenkamp, de ‘jungle’, van Calais na 17 jaar wordt daar nu de “grande muraille” van Calais gebouwd, die in de toekomst immigranten uit Eritrea, Somalië, de Soedan of Syrië ervan moet weerhouden op de snelweg te komen en zich op een vrachtwagen te verstoppen of op een veerboot naar Engeland te geraken. De muur wordt vier meter hoog en een kilometer lang.

Sommige hekken zijn onzichtbaar, zoals het hek aan de grenzen tussen Oostenrijk, Hongarije en Slowakije. Via zenders in de grond, die trillingen aan de dichtstbijzijnde grenspost doorgeven, moeten illegale grensovertredingen tegengegaan worden.

De meest besproken grens van dit moment is wel de welvaartsgrens tussen de Verenigde Staten en Mexico. De Amerikaanse president Donald Trump is niet de eerste die het voornemen heeft opgevat aan deze grens een doorlopende muur te bouwen. Al jaren neemt het aantal dodelijke slachtoffers aan deze grens toe. In 1994 stierven er 23 mensen aan deze grens, tussen 1998 en 2013 meer dan 6.000. De meeste daarvan niet bij pogingen tot illegale immigratie, maar bij de drugssmokkel.

Maar de Amerikaanse regering is niet de enige die plannen heeft voor een grensversterking. Ook de Mexicanen willen een hek optrekken, aan de grens met Guatemala, om de immigratie uit de rest van Latijns-Amerika af te sluiten. Zuidelijker in Latijns-Amerika heeft Brazilië al in 2013 aangekondigd haar hele 17.000 kilometer lange grens met zeppelins, drones en helikopters te willen bewaken.

Een voorbeeld voor Brazilië was India, dat een 4.000 kilometer lang hek gebouwd heeft om zich van Bangladesh, het dichtstbevolkte land ter wereld, af te schermen. Ieder jaar worden gemiddeld 100 Bengalen door Indiase grenswachten neergeschoten bij pogingen over het hek heen te klimmen. India wil daarnaast de meer dan 3.300 kilometer lange grens met Pakistan beter gaan bewaken.

Ook op het Afrikaanse continent worden hekken opgetrokken. Zo heeft Tunesië een 200 kilometer lang hek aan de grens met Libië laten neerzetten tegen de islamistische terreurdreiging. En in 2010 is Israël begonnen een 220 kilometer lang hek aan de grens met Egypte te bouwen tegen illegale immigranten uit Afrika. Om mogelijke infiltranten tegen te houden, had Israël eerder aan de grens met de Gazastrook reeds automatische wapensystemen geïnstalleerd. Sinds 2010 zouden alleen rond Gaza reeds 200 mensen hierdoor de dood gevonden hebben. Vergelijkbare automatische wapensystemen worden sinds 2010 door Zuid-Korea aan de grens met Noord-Korea ingezet. Hiervan is het aantal slachtoffers echter niet bekend.

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on 2 Comments

Karel van Wolferen: De verraderlijke kracht van propaganda

Er kon haast geen beter moment zijn om de effecten van politieke propaganda in wat tot voor kort ‘de vrije wereld’ genoemd werd te onderzoeken dan nu. We leven te midden van een voorbeeld van propaganda dat zich duidelijk aftekent. Het voorziet in een gemeenschappelijke behoefte. In een periode van grootschalig bloedvergieten en andere door de mens veroorzaakte rampen, heeft de moreel bewuste persoon behoefte aan enkele heldere categorieën van goed en kwaad, begeerlijk en verachtelijk. Politieke zekerheid met andere woorden. Je kunt zelfs oorlogen verkopen met ‘morele klaarheid’ als verkooppraatje, zoals we zagen ten aanzien van Irak en Afghanistan.

Indelen in goed en kwaad is eenvoudig genoeg wanneer gevangen genomen journalisten worden onthoofd door jihadisten. Zij die “daar iets aan doen” worden automatisch in de categorie van de ‘goeden’ geplaatst. Maar er is een probleem van troebelheid in dit voorbeeld. De Syrische president Assad heeft jarenlang de lijst van de ‘slechteriken’ aangevoerd, maar nu lijkt hij te veranderen tot een soort van bondgenoot van hen die er op uit zijn de zaken weer in orde te brengen. Daar komt bij, dat het geen geheim is dat de radicale islamieten uit wier midden ISIS is opgekomen gefinancierd en aangemoedigd zijn door de Verenigde Staten en hun Arabische bondgenoten, en men is het er wel over eens dat niets van dit alles nu zou bestaan zonder het tovenaarsleerling-effect dat voortvloeide uit de onthoofding van de Iraakse staat in 2003.

Oekraïne is een minder troebel voorbeeld. Hier hebben we strijders voor democratie en andere westerse waarden in Kiev versus een figuur die roet in het eten gooit, die de soevereiniteit van de buren niet eerbiedigt en wiens weerspannigheid niet aflaat, welke sancties men er ook tegen aan gooit.

Het verhaal van het neergehaalde vliegtuig met 298 doden is niet langer in het nieuws, en het onderzoek naar wie het heeft neergeschoten? Hou je adem maar niet in. Vorige week werden Nederlandse televisiekijkers geïnformeerd over iets dat al langer de ronde deed in de internetsamizdat: de landen die deelnemen aan het MH17-onderzoek hebben een geheimhoudingsovereenkomst getekend. Elk van de deelnemers (waaronder Kiev) heeft het recht om zonder opgaaf van redenen een veto uit te spreken over publicatie van de resultaten. De waarheid over de oorzaak van het verschrikkelijke lot van de 298 lijkt inmiddels al vast te zijn gesteld door de propaganda. Dat wil zeggen dat, hoewel er nog geen enkel bewijs geleverd is voor de officiële toedracht dat de ‘rebellen’ het vliegtuig neer zouden hebben geschoten met Russische betrokkenheid, het een rechtvaardiging blijft voor de sancties tegen Rusland.

Nadat de crisis wekenlang voort heeft gesleept met verder bloedvergieten en verwoesting door bombardementen, en een gretige NAVO die zich morrend afvroeg of Poetins witte vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen ook gezien zou kunnen worden als een vijfde colonne, heeft de belangstelling in de mainstream media voor de crisis in Oekraïne een nieuw hoogtepunt bereikt met een vermeende Russische invasie om de ‘rebellen’ te helpen. Op 1 september werd in een redactioneel commentaar van de New York Times aangekondigd dat “Rusland en Oekraïne nu in staat van oorlog verkeren”. Weer een propagandaproduct? Het heeft er allle schijn van. Buitenlandse vrijwilligers, zelfs Fransen, lijken zich aan de zijde van de ‘rebellen’ te hebben gevoegd en het ligt in de rede dat de meeste daarvan Russen zijn – vergeet niet dat de inwoners van Oekraïne die in Donjetsk en Loegansk vechten in veel gevallen familieleden aan de andere kant van de grens hebben. Maar zoals de nieuwe voorzitter van de ministerraad van de Volksrepubliek Donjetsk Alexander Zachartsjenko antwoordde op de vraag van een buitenlandse verslaggever op zijn persconferentie: Als Russische legereenheden aan de zijde van zijn gevechtseenheden zouden strijden, hadden ze al naar Kiev op kunnen trekken. Uit de spaarzame beschikbare informatie krijgt men de indruk dat zijn eenheden het ook zonder ondersteuning van het Russische leger niet onaardig doen. Ze worden ook geholpen door desertie onder de soldaten van de legereenheden van Kiev die het ontbreekt aan enthousiasme om hun broeders in het oosten te doden.

Emotioneel niet betrokken redacteurs hebben nauwelijks directe middelen om uit te vinden wat er aan de hand is in Donjetsk en Loegansk, omdat ze geen ervaren verslaggevers kunnen sturen naar de gebieden waar gevochten wordt. De astronomische verzekeringskosten die daarmee gemoeid zijn, kunnen niet gedekt worden door hun budget. Zodoende hebben we weinig meer om op te varen dan wat we kunnen vergaren van websites die zich in het verleden bewezen hebben.

De propagandalijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis inzake de MH17-ramp werd minder nadrukkelijk nadat analisten van Amerikaanse inlichtingendiensten – die hun commentaren naar verslaggevers lekten – weigerden het spel mee te spelen, maar hij is weer volop van kracht rond het thema van de vermeende Russische invasie, terwijl het goed-fout-schema nog altijd in stand gehouden en gevoed wordt door diverse Amerikaanse publicaties. Daaronder enkele die een reputatie hoog hebben te houden, zoals Foreign Policy, of die ooit als relatief progressieve bakens gezien werden, zoals The New Republic, wiens teloorgang als een relatief betrouwbare bron van politieke kennis te betreuren valt.

Het is pas in de laatste dagen dat een opmerkelijk artikel in Foreign Affairs, van de opmerkelijke geopolitieke wetenschapper John Mearsheimer, op de radar verschijnt. Mearsheimer legt de grootste verantwoordelijkheid voor de crisis in Oekraïne waar ze thuis hoort: bij Washington en zijn Europese bondgenoten. “Amerikaanse en Europese leiders blunderden met hun poging om Oekraïne te veranderen in een Westers bolwerk aan de Russische grens. Nu de consequenties zijn blootgelegd, zou het een nog grotere vergissing zijn om dit onzalige beleid voort te zetten.” Het zal tijd kosten voor deze analyse doordringt tot enkele Europese redacteurs en hen overtuigt. Een ander gezond geluid is dat van Stephen Cohen, die de eerste auteur zou moeten zijn die iedereen die werkelijk iets van Poetins Rusland wil begrijpen zou moeten lezen. Maar ‘patriottische ketters’, zoals hij zichzelf noemt, komen er dezer dagen slecht vanaf in de gedrukte pers, zo krijgt hij zelf de wind van voren van de New Republic.

Het kenmerk van succesvolle propaganda is de manier waarop het de niets vermoedende lezer of televisiekijker besluipt. Dat doet het door middel van terloopse negatieve opmerkingen, door relatief vluchtig tussen-de-lijnen-denken in recensies van boeken of films, of artikelen over wat dan ook. We zien dat overal om ons heen, maar laten we een voorbeeld van de Harvard Business Review nemen, waarin hoofdredacteur Justin Fox vraagt: “Waarom zou de Russische president Vladimir Poetin zijn land in een patstelling met het Westen brengen, die vrijwel zeker haar economie zal schaden?” Mijn vraag aan deze auteur – die economische analyses op zijn naam heeft staan die dikwijls zeer ter zake zijn – “Hoe weet je dat het Poetin is die hier op aanstuurt?” Fox haalt Daniel Drezner aan en zegt dat het wel eens waar zou kunnen zijn dat Poetin “niet om dezelfde zaken geeft als het Westen” en “er geen traan om laat om een beetje economische groei op te offeren voor reputatie en nationalistische glorie.” Dit soort prietpraat zien we overal; het komt er op neer dat we in Poetin met een revanchist te maken zouden hebben, die de ambitie heeft om een nieuwe Sovjet-Unie tot stand te brengen, maar dan zonder communisme, met machofantasieën en een politicus overmand door totalitaire ambities.

Wat propaganda effectief maakt is de manier waarop het, door zijn bestaan tussen de regels, binnen dringt in het brein als passieve kennis. Ons impliciete begrip van zaken is per definitie niet scherp, het helpt ons andere zaken te plaatsen. De aannames die ze bevat liggen vast, zijn niet langer onderhevig aan discussie. Impliciete kennis ligt buiten het bereik van nieuw bewijs of verbeterde logische analyse. Haar aannames terug te brengen onder het beslag van het scherpe bewustzijn is een moeizaam proces dat over het algemeen vermeden wordt onder de verzuchting “nou weten we het wel”. Impliciete kennis is hoogst persoonlijke kennis. Deze kennis wordt uiteraard gedeeld, aangezien ze is ontleend aan wat  de samenleving aan zekerheden te bieden heeft, maar het is omgezet in onze eigenste kennis en zodoende in iets dat we zo nodig met hand en tand willen verdedigen. Minder onderzoekende geesten willen wel menen een ‘recht’ te kunnen doen gelden op de waarheid ervan.

De propaganda die zijn wortels heeft in Washington en nog altijd trouw gevolgd wordt door instituten als de BBC en de overgrote meerderheid van de Europese mainstream media, heeft geen enkele plaats ingeruimd voor de vraag of de inwoners van Donjetsk en Loegansk misschien ook een volstrekt legitieme reden hebben om zich te verzetten tegen een russofoob regime met een anti-Russische-taalstrategie, dat de regering waarvoor zij gestemd hebben heeft vervangen, een reden die voor hen goed genoeg is om te riskeren dat hun overheidsgebouwen, ziekenhuizen en woningen gebombardeerd worden.

De propagandalijn is er een van eenvoudige Russische agressie. Poetin heeft de onrust in het Russischsprekende deel van Oekraïne op zitten stoken. Nergens in de mainstream media heb ik verslaggeving aan kunnen treffen over de verwoesting die wordt aangericht door het leger van Kiev, die door ooggetuigen wordt vergeleken met wat de wereld te zien kreeg van Gaza. Er worden geen vragen gesteld bij de impliciete opinie van CNN en BBC of bij de ‘sociale media’ die door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aangehaald worden. Alle informatie die niet overeenstemt met deze succesvolle propaganda moet geneutraliseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door de Russische televisiezender Russia Today als een propaganda-orgaan van Moskou weg te zetten.

Deze dominante propaganda tiert welig vanwege het atlanticisme, een Europees geloof dat inhoudt dat de wereld niet naar behoren zal functioneren als de Verenigde Staten niet worden geaccepteerd als haar primaire politieke bestuurder, en dat Europa Amerika niet voor de voeten moet lopen. Er is onverfijnd atlanticisme, dat we in Nederland bijvoorbeeld op kunnen merken in stemmen op de radio die stemming maken over een Russische vijand aan de poorten, en er is meer verfijnd atlanticisme onder de verdedigers van de NAVO, die allerlei historische redenen kunnen verzinnen waarom die organisatie zou moeten blijven bestaan. De eerste variant is te onzinnig om veel woorden aan vuil te maken en de tweede kan gemakkelijk weerlegd worden. Maar men kan niet gemakkelijk afrekenen met de intellectueel meest verleidelijke vorm van atlanticisme die gepaard gaat met een beroep op de redelijkheid.

Toen 11 jaar geleden een golf van propaganda Europa overspoelde voor de invasie van Irak, kwamen nuchtere wetenschappers en commentatoren achter hun bureau vandaan om een beroep te doen op onze redelijkheid, in een poging om de toenmalige crisis van vertrouwen in de politieke wijsheid van de Amerikaanse regering te repareren. Het was toen dat het beginsel van “zonder Amerika werkt het niet” werd vastgesteld. Dit atlanticistische leerstuk is goed te begrijpen onder een politieke elite die na meer dan een halve eeuw van relatief veilig comfort in een bondgenootschap ineens moet beginnen na te denken over de veiligheid van hun landen die ze eerder voor lief namen. Maar er was meer aan de hand. Het inroepen van een hoger begrip van het atlantische bondgenootschap en het pleidooi om het nieuw leven in te blazen door hernieuwd begrip, komen neer op een schrijnende uitroep van fatsoenlijke vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

De wond had zalf nodig, en die werd in grote klodders aangebracht. Eerzame Europese publieke intellectuelen en hooggeplaatste ambtsdragers stuurden gezamenlijke open brieven naar George W. Bush, met dringende pleidooien om de relaties te repareren en formules voor het bereiken daarvan. Op lager niveaus sloten schrijvers van redactionele commentaren zich aan bij het offensief as proponenten van redelijkheid. Te midden van uitingen van walging over Amerika’s nieuwe buitenlandbeleid, schreven en spraken velen over de noodzaak om de ontstane kloof te dichten, bruggen te slaan, wederzijds begrip te hernieuwen enzovoort. In de zomer van 2003 leken de niet mis te verstane voorstanders van een haastige invasie van Irak de ruwe kantjes van hun eerdere standpunten af te schaven. Mijn favoriet voorbeeld is Timothy Garton Ash, een historicus uit Oxford en veel schrijvende commentator die alom werd gezien als de stem der rede, die het ene na het andere artikel en boek schreef dat overvloeide  van trans-Atlantische zalvende woorden. Nieuwe mogelijkheden werden ontdekt, nieuwe bladzijden omgeslagen. Het moest “van twee kanten komen”, zo was de algemene teneur van deze pleidooien en belerende commentaren. Europa moest ook veranderen! Maar hoe dan wel, in deze context, dat bleef onduidelijk. Het lijdt geen twijfel dat Europa had moeten veranderen. Maar gezien de context van het Amerikaanse militarisme had die discussie moeten draaien om de functie van de NAVO en hoe dat bondgenootschap een risico voor Europa werd, niet om het tegemoet komen van de Verenigde Staten. Dat gebeurde echter niet en, zoals we de afgelopen maand gezien hebben, lijkt de energie voor de weerstand tegen de propaganda, die Europa in 2003 nog had, bijna volledig te zijn weggevloeid.

Garten Ash hakt weer met het zelfde bijltje, zo schrijft hij in de Guardian van 1 augustus jongstleden dat de “meeste West-Europeanen door Poetins Anschluss van de Krim heen sliepen”. ‘Anschluss’? Zinken we nu af tot het peil van de Hitler-vergelijkingen? Hij hoeft ditmaal niet erg zijn best te doen, hij komt niet uit boven de clichés van een krantencommentaar over de noodzaak van sancties; belangrijker, hij verontschuldigt zich ditmaal niet voor een mogelijke Amerikaanse rol in de crisis. De propaganda van dit jaar krijgt de vrije hand door het atlantistische geloof dat aan kracht heeft gewonnen door de bron van illusies die het presidentschap van Obama is. Het is impliciete kennis die geen bijzondere verdediging behoeft, omdat alle redelijke mensen weten dat het redelijk is.

Atlanticisme is een kwaal die Europa verblindt. Het doet dit zo effectief dat in iedere salon waar de hete hangijzers van vandaag de dag worden besproken de immer aanwezige olifant consequent buiten beschouwing blijft. Wat ik in mainstream nieuws en commentaar over Oekraïne heb gelezen ging over Kiev en de ‘separatisten’ en in het bijzonder over Poetins motieven. De reden voor dit incomplete beeld is duidelijk, denk ik: Het atlanticisme vereist het negeren van de Amerikaanse factor in wat er in de wereld gebeurt, tenzij die factor als positief voorgesteld kan worden. Als dat niet mogelijk is, dan vermijd je het. Een andere reden is eenvoudige onwetendheid. Niet genoeg bezorgde en opgeleide Nederlanders lijken de opkomst en invloed van de Amerikaanse neoconservatieven te hebben gevolgd, of een vermoeden te hebben dat Samantha Power (de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, red.) van mening is dat Poetin geëlimineerd moet worden. Ze hebben geen idee hoe de verschillende instellingen van de Amerikaanse overheid zich tot elkaar verhouden en in hoeverre ze hun eigen bestaan leiden, zonder effectief toezicht van enige centrale entiteit die in staat is een haalbaar buitenlands beleid te ontwikkelen dat zin heeft voor de Verenigde Staten zelf.

Propaganda reduceert alles tot de eenvoudigheid die kenmerkend is voor  stripboeken. Het laat geen ruimte aan subtiliteiten, zoals wat de mensen onder de regering in Kiev te wachten staat als de eisen van het IMF worden opgevolgd. Denk aan Griekenland. Het laat geen ruimte zelfs voor de minder subtiele regelmatig door Poetin naar voren gebrachte wens dat er diplomatie zou moeten plaats vinden met het oog op het bereiken van een soort federaal arrangement waardoor Oost- en West-Oekraïne in hetzelfde land kunnen blijven, maar tegelijk een significante mate van zelfbestuur kunnen hebben (iets dat op enig moment niet meer aanvaardbaar zou kunnen zijn voor de mensen in het oosten, naarmate Kiev hen blijft bombarderen). Stripboekbeelden laten ook geen ruimte voor de mogelijkheid dat de slechteriken goede en redelijke ideeën hebben.  En zo kan de primaire wens van Poetin, de fundamentele reden dat hij überhaupt in deze crisis betrokken is, namelijk dat Oekraïne geen onderdeel van de NAVO zal worden, geen deel uitmaken van het plaatje. De nogal voor de hand liggende en enige acceptabele toestand, één waarop iedere Russische president die aan de macht wil blijven moet staan, is een neutraal Oekraïne dat geen deel uit maakt van een machtsblok.

De aanstichters van de crisis in Oekraïne werken aan bureaus in Washington. Ze hebben een verschuiving in de Amerikaanse opstelling tegenover Rusland ontworpen en besloten om er een (hun woorden) “pariastaat” van te maken. In de aanloop naar de coup in februari hielpen ze anti-Russische rechtse krachten om een protestbeweging te kapen, die meer democratie eiste. Het idee dat de bevolking in het door Kiev gecontroleerde gebied meer democratie zou hebben gekregen is natuurlijk belachelijk.

Er zijn serieuze schrijvers inzake Rusland die moreel verontwaardigd en boos zijn geworden vanwege ontwikkelingen in Rusland in de afgelopen jaren onder Poetin. Dat is een ander onderwerp dan de crisis in Oekraïne, maar hun invloed speelt een grote rol in de propaganda. Ben Judah, die het eerder genoemde redactioneel commentaar in de New York Times schreef, is een goed voorbeeld. Ik denk dat ik hun verontwaardiging begrijp en tot op zekere hoogte heb ik er sympathie voor. Ik ben bekend met dit fenomeen, aangezien ik het vaak genoeg heb zien gebeuren onder journalisten die schreven over China of zelfs Japan. In het geval van China en Rusland wordt hun verontwaardiging opgeroepen door een accumulatie van zaken die in hun ogen volledig verkeerd zijn gegaan door maatregelen van de autoriteiten die terug lijken te keren op of af lijken te wijken van wat ze verondersteld werden te zullen doen overeenkomstig liberale ideeën. Deze verontwaardiging kan al het andere overstemmen. Het wordt een waas waardoor deze auteurs niet meer kunnen onderscheiden hoe machthebbers proberen om te gaan met moeilijke omstandigheden.

In het geval van Rusland lijkt er de laatste tijd weinig aandacht te zijn geschonken aan het feit dat toen Poetin de regering van Rusland overnam, de erfenis bestond in een staat die niet langer als zodanig functioneerde, wat in de eerste plaats een hernieuwde concentratie van macht in het centrum vereiste. Rusland was economisch aan de afgrond gebracht onder Jeltsin, geholpen door verscheidene Westerse roofzuchtige belangen en misleide marktfundamentalisten van Harvard. Na de afschaffing van het Communisme, werden ze verleid om een ogenblikkelijke overstap naar kapitalisme in Amerikaanse stijl te proberen, terwijl er hoegenaamd geen instellingen waren om iets dergelijks te begeleiden. Ze privatiseerden de gigantische industrieën die in staatseigendom waren, zonder dat er al een private sector bestond; iets dat je niet even snel uit het niets kunt creëren, zoals de Japanse geschiedenis duidelijk laat zien. Wat ze kregen was derhalve kleptocratisch kapitalisme, met gestolen staatseigendommen, wat leidde tot de opkomst van de beruchte oligarchen.  Dit vernietigde zo ongeveer de relatief stabiele Russische middenklasse en liet de Russische levensverwachting kelderen.

Natuurlijk wil Poetin buitenlandse ngo’s aan banden leggen. Ze kunnen veel schade aanrichten door zijn regering te destabiliseren. Door het buitenland gefinancierde denktanks bestaan niet om te denken, maar om beleid aan de man te brengen dat in lijn is met de opvattingen van de financiers, beleid waarvan zij, weigerend te leren van de ervaringen uit de laatste decennia, dogmatisch aannemen dat het goed is voor iedereen op elk moment. Het is een onderwerp dat op zijn best zeer zijdelings te maken heeft met de huidige crisis in Oekraïne, maar het heeft de geesten klaar gemaakt voor de heersende propaganda.

Lees ook: Paul Robinsons artikel over ‘Poetins filosofie’

Maakt wat ik gezegd heb mij tot een Poetin-aanhanger? Ik ken hem niet en weet niet genoeg van hem. Wanneer ik probeer daar wat aan te doen met recente literatuur, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik door een grote mate aan verguizing heen moet waden. Ook in de mainstream media zie ik geen serieuze poging om te begrijpen wat het zou kunnen zijn dat Poetin probeert te bereiken, behalve de flauwekul over het opnieuw tot stand brengen van een Russisch imperium. Er is geen enkel bewijs geweest van imperialistische ambities of van het feit dat hij al zijn zinnen gezet zou hebben op de Krim, voordat de coup in Kiev plaats vond en voordat de NAVO-ambities van de Russofoben die de overhand kregen de Russische marinebasis daar in gevaar brachten.

Maakt wat ik gezegd heb me anti-Amerikaans? Het lijkt me haast onvermijdelijk dat etiket opgeplakt te krijgen. Ik denk dat de Verenigde Staten een schijnbaar eindeloze tragedie doormaken. En ik voel diepe sympathie voor die bezorgde Amerikanen, waaronder veel van mijn vrienden, die daarmee moeten worstelen.


Vertaling: Jonathan van Tongeren

Posted on 1 Comment

Israël gebrandmerkt

minister Timmermans

Israël ligt aan alle kanten onder vuur. Dit kleine land wordt permanent bedreigd in haar bestaansrecht. Vanuit Iran, vanuit Gaza, door de terreurorganisaties van Hamas en Hezbollah, noem maar op. Israël is een land dat haar bestaan continu moet verdedigen en gedwongen is tot extreme veiligheidsmaatregelen.

minister TimmermansJe verwacht dan van Nederland – vanouds een vriend van Israël – dat zij waar mogelijk in de bres springt voor dit land. Het land, de enige serieuze democratie in het Midden-Oosten, tenminste moreel een hart onder de riem steekt.

Maar wat doet minister Timmermans? Welke daadkracht laat hij zien?

Zorgt hij ervoor dat Hezbollah op de Europese terreurlijst komt, waarvoor de SGP al jaren pleit?

Zorgt hij ervoor dat dat het vredesproces een nieuwe impuls krijgt? Zorgt hij ervoor dat de Palestijnse autoriteit de pin op de neus krijgt zolang zij doorgaat met het verheerlijken van zelfmoordaanslagen? Wij zien daar helaas nog veel te weinig van.

Maar wat zien we wel? Wat is kennelijk een speerpunt van deze minister van Buitenlandse zaken? Het aanpassen van de labels van Israëlische producten! De etiketten moeten anders.

Parfum uit Oost-Jeruzalem, vlees van de Golanhoogte, met daarop het etiket ‘Made in Israël’? Dat kan echt niet, volgens minister Timmermans. Dat zet consumenten immers op het verkeerde been.

Je vraagt je echt af waar de minister toch mee bezig is. In ieder geval niet met het dichterbij brengen van vrede. Nederland loopt hiermee in de voorhoede om Israël te beschadigen. Dit helpt de vrede geen stap dichterbij. Waarom dit en waarom nu?

De minister laat zich zo voor het karretje spannen van anti-Israël activisten. Op deze wijze wordt de weg gebaand voor een boycot van Israëlische producten. Het is ook nogal schijnheilig om een braaf beroep te doen op consumentenvoorlichting, terwijl iedereen weet dat het hier echt om iets heel anders gaat dan rundvlees op een etiket terwijl er paardenvlees inzit. Waarom spreekt de minister zo verhullend over voorlichting aan de burger, terwijl het toch feitelijk sancties zijn op hem onwelgevallig beleid? Waarom niet wat eerlijker? Hier wordt gewoon de basis gelegd voor een boycot. De minister plaatst een ei in een broedmachine en kijkt verbaasd op als er een kuikentje uitkomt!

Schrijnend is ook dat Kamerleden in Israëlische kranten moesten lezen, dat de minister met dat aanmoedigen van etiketteren al aan de slag is gegaan, terwijl de Kamer daar niet eens fatsoenlijk over is geïnformeerd, zoals was beloofd en gevraagd.

De SGP heeft daarom afgelopen week in de Kamer erop aangedrongen dat de minister stopt met het aandringen op het brandmerken van producten uit Israëlische nederzettingen. De minister moet tenminste een pas op de plaats maken en eerst hierover fatsoenlijk overleg plegen met de Kamer.

Er is hier ook duidelijk sprake van selectieve verontwaardiging. Er zijn meerdere controversiële gebieden op deze wereld – denk aan de Turkse bezetting van Noord-Cyprus. Het is discriminatie om etikettering alleen toe te passen op Israël.

Daarbij moet ook beseft worden dat veel Palestijnen juist ook werk vinden in de nederzettingen.

Kortom: helemaal niemand schiet hier wat mee op.

De minister heeft toegezegd met een brief naar de Kamer te komen waarin deze materie nader wordt uitgelegd. De SGP zal er alles aan doen om het brandmerken van Israël te stoppen.

Ooit schreef een Engelse auteur:

‘Uiteindelijk zullen we ons de woorden van onze vijanden niet herinneren, maar het zwijgen van onze vrienden.’

De SGP zal níet zwijgen als de belangen van Israël in het geding zijn.

C.G. van der Staaij, voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer
D.J.H. van Dijk, beleidsmedewerker voor de SGP-fractie in de Tweede Kamer

Commissie Internationaal schreef over bovenstaand onderwerp laatst een statement.

Posted on 3 Comments

Morsi zet Westen te kijk

Het Tahrirplein staat weer vol met demonstranten, ditmaal demonstreren ze niet tegen de voormalige dictator Hosni Moebarak, maar tegen de democratisch gekozen president Mohammed Morsi. Morsi heeft namelijk gepoogd zijn democratisch verkregen positie onaantastbaar te maken door onder andere de rechterlijke macht de macht te ontnemen zijn besluiten onwettig te verklaren.

Een aanzienlijk deel van de Egyptische bevolking gaat hier niet mee akkoord. Feit blijft echter dat Morsi democratisch verkozen is met de steun van een meerderheid van de kiezers. Het optreden van Morsi zet dan ook niet zozeer hemzelf als wel het Westen te kijk, de Verenigde Staten voorop.

Het was immers puur opportunistisch dat de Verenigde Staten Moebarak, waarmee vele jaren was samengewerkt, liet vallen, zogezegd omdat hij geen democraat was. Alsof men dat voordien nooit geweten had. Het was verder ronduit naïef om te veronderstellen, dat Egypte door democratische verkiezingen te houden zich ook in bredere zin in liberaal-democratische richting zou ontwikkelen. Het was eenvoudig te voorzien dat een meerderheid van de Egyptische kiezers voor de moslimbroeder Morsi zou kiezen, wat het seculiere karakter van de Egyptische staat vanzelfsprekend onder druk zou zetten. En zo gebeurde. Morsi presenteerde zich als ware democraat, die vrouwen en christenen in zijn regering op zou nemen. Niets van dat alles gebeurde. Het was zoals men van tevoren kon bevroeden: de democratische gezindheid van Morsi reikt niet dieper dan in zijn eigen belang en dat van de Moslimbroederschap is.

Intussen maakte Morsi goede sier door zijn bemiddeling bij het tot stand komen van het bestand tussen Israël en de Palestijnen in de Gazastrook. Morsi, die zich daarmee denkelijk niet populair maakt bij zijn eigen achterban, verzekerde zich hiermee van de verdere financiële steun van de Verenigde Staten. Er is dus niets nieuws onder de zon. Er moet in de regio nog altijd samengewerkt worden met ondemocratische leidslieden, seculier of moslim.

Morsi heeft het slim gespeeld, de timing van zijn greep om zijn machtspositie te versterken was uitstekend, alle ogen waren immers gericht op Gaza. Onder druk van binnenlandse en internationale protesten zal Morsi wellicht nog enigermate in moeten binden, maar voorlopig zit hij stevig in het zadel.