Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Nord Stream 2 is beslissende slag in economische oorlog

Rond de jaarwisseling kwamen er nieuwe aanvallen vanuit de VS in hun al jaren durende economische oorlog tegen Duitsland. Wat er met de Nord Stream 2-pijpleiding gebeurt is van betekenis voor de toekomst van Europa.

De Amerikaanse ambassadeur in Berlijn bedreigde de bedrijven die de Nord Stream 2-pijpleiding door de Oostzee aanleggen met gerichte sancties – en dat zelfs schriftelijk. Kort daarvoor had de Amerikaanse senaat de Amerikaanse regering en de NAVO ertoe opgeroepen de Nord Stream 2-pijpleiding “met alle middelen” tegen te gaan. En president Trump had de Duitse regering eind vorig jaar reeds meermaals een ultimatum gesteld om de aanleg van de pijpleiding af te breken. Trump schroomt evenmin als zijn ambassadeur om de ware redenen voor zijn strijd tegen Nord Stream 2 bloot te leggen. Deze zou tussen de verkoop van de rond een derde duurdere Amerikaanse energiedragers naar Europa komen.

LNG-terminal

De Duitse regering heeft op deze druk weliswaar een half miljard beschikbaar gesteld om de LNG-handel met Duitsland mogelijk te maken door de bouw van een terminal. De Amerikanen weten echter dat ze qua prijs in Europa niet kunnen concurreren en willen derhalve met alle geweld iedere goedkopere levering door Rusland verhinderen.

Economische oorlog

De slag om Nord Stream 2 is het hoogtepunt van een reeds langer gevoerde economische oorlog tussen de VS en Duitsland. De VS zien Duitsland, niet zonder recht, als economische ruggengraat van de EU en de Eurozone, die  de Amerikaanse plannen voor (economische) wereldheerschappij in de weg zit.

Spionage

De basis van de Amerikaanse maatregelen is het compleet bespioneren van Duitsland. Het recht daartoe hebben de Amerikanen eerst verkregen door het bezettingsrecht en daarna door het Twee-plus-Vier-verdrag veiliggesteld. De Snowden-onthullingen hebben laten zien hoe de Amerikaanse inlichtingendiensten iedere e-mail, surfactie en telefoongesprek door hun in Duitsland geïnstalleerde spionage aftappen, opslaan en door programma’s geautomatiseerd laten uitkammen.

De Amerikaanse overheid kan dus in detail op de hoogte zijn van beslissingen van Duitse bedrijven voor ze überhaupt openbaar gemaakt worden. En kan meteen overgaan tot het opleggen van sancties en boetes om de Duitse concurrentie op de wereldmarkt te schaden. Zo werden aan Deutsche Bank tot nu toe boetes van bij elkaar circa twaalf miljard dollar opgelegd, tegen Volkswagen van meer dan tien miljard en tegen de gezamenlijke Duitse economie meer dan 30 miljard.

Innovatie

Daarbij komt dat overal waar Duitse patenten en kennis superieur waren aan de Amerikaanse, deze door de Amerikaanse overheid aan Amerikaanse bedrijven doorgespeeld werden en buitenlandse opdrachtgevers onder druk gezet om hun opdrachten aan Amerikaanse bedrijven te geven. Edward Snowden heeft hier uitvoerig over gepubliceerd. Al in de oorlog van Boeing tegen Airbus hebben de Duitse regering en de Europese Commissie zich opvallend ingehouden onder de Amerikaanse afpersing, in plaats van te protesteren of de openbaarheid te zoeken.

Eurocraten

In de nieuwe slag om Nord Stream 2 is de opstelling van de Europese politiek volledig onbegrijpelijk. Angela Merkel heeft geprobeerd door hoge compensatiebetalingen aan Oekraïne en Polen de weerstand te verminderen, maar zonder succes. De bondskanselier heeft weliswaar de door de VS geëiste stop niet doorgevoerd, maar ze heeft ook niet geprotesteerd. De eurocraten willen de pijpleiding ook niet, omdat Polen er tegen is, en Amerikaanse financiële kringen de van hen afhankelijke EU-politici en -organisaties intensief bewerken.

Europese belangen of Amerikaanse?

De economische oorlog tussen de VS en de EU wordt in de slag om Nord Stream 2 besloten. Als Duitsland en de EU toegeven aan de afpersing door de VS, dan is definitief duidelijk dat het in economisch opzicht niet meer om Duitse of Europese belangen gaat, maar uitsluitend om Amerikaanse, dat Europa kortom als kolonie van de VS moet gehoorzamen en zich moet laten uitbuiten.

Wordt de slag om Nord Stream 2 echter gewonnen, dan is daarmee ook meer onafhankelijkheid voor Europa van de VS gewonnen, met effect op de lange termijn. Derhalve grijpen de VS nu naar bijzondere maatregelen. Gerichte sancties moeten de contractueel toegezegde deelname van een Nederlands gespecialiseerd schip verhinderen om daarmee de aanleg stil te leggen en te vertragen. Eerder waren reeds alle banken die aan Nord Stream 2 wilden meedoen bedreigd met internationale strafmaatregelen. Het gaat om oorlog met alle middelen om de verkoop van Russisch gas in Europa te hinderen en Amerikaans gas te slijten.

Duitsland staat alleen

Analysten houden het intussen voor waarschijnlijk dat de VS zullen winnen. Ze kunnen voor hun economische oorlogvoering alle internationale organisaties als IMF, Wereldbank en NAVO mobiliseren. Daarnaast hebben ze door hun sanctiedreigementen ook de grote bedrijven en banken van de wereld geneutraliseerd. De VS kunnen praktisch de hele wereld bestraffen, omdat Amerikaanse rechtbanken overal jurisdictie hebben waar een rekening in dollars betaald wordt of werd. Duitsland heeft echter zelfs in Europa nauwelijks echte bondgenoten in deze kwestie. Uitgesproken vijanden, zoals Polen, de Baltische staten en Oekraïne zijn er wel. Ook het Verenigd Koninkrijk, zelf een grote belanghebber bij de toevoer van Russisch gas, is om redenen van trans-Atlantische loyaliteit tegen de pijpleiding.

Posted on 1 Comment

“Over Rusland is maar één standpunt toegestaan”

Nederland behoort tot de meest Russofobe landen ter wereld. Voor diplomaat Vladimir Naydenov is het een raadsel hoe het zover heeft kunnen komen. “De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.”

diplomatieke carrière 
1977- 1978 stagiair Russische ambassade Den Haag
1978 eindexamen Hogeschool internationale betrekkingen
1978-1982 Russisch consulaat Antwerpen. Eerste medewerker
1982- 1987 Benelux-desk Russische Ministerie BuZa
1987- 1990 medewerker Russische ambassade Den Haag
1990 – 1992 cultureel- en persattaché Russische ambassade Den Haag
1992 – 1995 hoofd Benelux-desk Russische ministerie BuZa
1995 – 2000 ambassaderaad politieke afdeling Russische ambassade Den Haag
2000 – 2001 In Moskou
2001 – 2006 cultureel attaché Russische ambassade Berlijn
2006 – 2010 In Moskou
2010 – 2019 ambassaderaad, hoofd politieke afdeling Russische ambassade Den Haag

Vladimir Naydenov is de éminence grise van de Russische ambassade in Den Haag. In 1977 ging hij daar als stagiair aan de slag. Sindsdien woonde en werkte hij afwisselend in voornamelijk Den Haag en Moskou. Hij zag liefst vijf Nederlandse premiers voorbijkomen: van Dries van Agt tot en met Mark Rutte. Hij ontmoette ze allemaal. In zijn functie van tolk begeleidde Naydenov vele delegaties van Nederlandse en Russische politici, zakenmensen, kunstenaars en anderen.

Sinds 2010 staat hij aan het hoofd van de politieke afdeling van de ambassade. Hij volgt in die functie de Nederlandse buitenlandpolitiek op de voet. Zowel door het bijwonen van debatten in de Tweede Kamer, als door de Nederlandse kranten te spellen en contacten te onderhouden met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Met lede ogen heeft Naydenov zien gebeuren hoe er “in korte tijd weinig overbleef van de uitstekende vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld.” Met als voorlopig dieptepunt: “Minister Bijleveld van Defensie die zegt dat Nederland in oorlog is met Rusland.”

Een gesprek met Vladimir Naydenov over onder meer de bijdrage die Nederland begin jaren tachtig leverde aan de ontspanning met de Sovjet-Unie, het rampzalig verlopen Nederland-Ruslandjaar 2013, de afwikkeling van de ramp met MH17, Russische bommenwerpers die de Noordzeekust frequenteren, de uitzetting van Russen die gepoogd zouden hebben de OPCW in Den Haag te hacken, de volgzaamheid van Nederlandse journalisten – en last but not least de dreigende terugkeer van de discussie over plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlands grondgebied.

In 1989 liepen er militairen van de Sovjet-Unie mee in de Nijmeegse Vierdaagse. In 1990 zei u daarover in een interview met Elsevier: “Als iemand mij vijf jaar geleden had verteld dat er Russische militairen naar een NAVO-land zouden komen en daar met Amerikaanse militairen in hetzelfde kampement zouden logeren, dan had ik dat niet geloofd.” Wat had u zich vijf jaar geleden niet voor kunnen stellen wat er nu gebeurt?

Dat Russische militairen niet meer meelopen in de Vierdaagse, omdat zij niet meer welkom zijn hier. Voor de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 liepen jaarlijks militairen mee uit Pskov, een zusterstad van Nijmegen. Ik had mij in het algemeen niet kunnen voorstellen dat er in zo’n korte tijd zo weinig zou overblijven van de vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld. De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.

Hoe ontwikkelde zich die vriendschapsrelatie?

In 1981, toen de spanningen groot waren tussen de Sovjet-Unie en het Westen, is er een Nederlandse delegatie van de Tweede Kamer naar Moskou gegaan. Ook Ruud Lubbers, die later premier werd en het afgelopen jaar helaas is overleden, maakte deel uit van die delegatie. De parlementariërs brachten een enorme stapel foto’s mee van de demonstratie op het Museumplein in Amsterdam tegen de komst van Amerikaanse kruisraketten. Ze presenteerde die foto’s aan Andrey Gromyko, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Ik was daarbij als tolk aanwezig en ik kreeg als relatiegeschenk een stropdas. Die was helemaal blauw, met een witte afbeelding van de Ridderzaal. Het bleek een traditie te zijn van delegaties van Tweede Kamerleden om stropdassen te schenken. Ik heb er sindsdien heel wat ontvangen. De das die ik vandaag draag is er één van.

De parlementaire delegaties van Nederland hebben in de jaren tachtig een enorme bijdrage geleverd aan de ontspanning, aan het einde van de Koude Oorlog, en aan de verbetering van de betrekkingen tussen onze landen.

In 1985 werd het begin van het einde ingeluid van de Sovjet-Unie met het aantreden van Michail Gorbatsjov als president.

Ik herinner mij als de dag van gisteren 21 november 1986. Dat was de dag dat premier Ruud Lubbers en zijn minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in Moskou waren. Er was een belangrijke bespreking tussen Van den Broek en onze minister van Buitenlandse Zaken Edoeard Sjevardnadze over ontwapening, en dan vooral over het terugdringen van het aantal kernwapens. Die bespreking begon om 9 uur ’s ochtends en eindigde pas om half 2 ’s middags. Russische toponderhandelaren namen eraan deel. Daarom duurde het ook zo lang. Zij hebben Van den Broek zeer serieus genomen. Zij vonden dat hij met concrete voorstellen kwam, met compromissen die zowel voor de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten aanvaardbaar waren. Toponderhandelaar Juli Kwizinski heeft gezegd: “Nederlanders zijn slimme mensen. Ze komen met goede suggesties voor hoe je problemen kunt oplossen.” Van de NAVO-landen heeft met name Nederland geprobeerd tot goede compromissen te komen. Nederland is een soort politieke katalysator geweest voor de totstandkoming van het INF-verdrag.

Het verbod op het gebruik van raketten voor de middellange afstand dat Michail Gorbatsjov en Ronald Reagan in 1987 overeenkwamen staat inmiddels op losse schroeven. Donald Trump heeft aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen.

Wat nu gebeurt, kan ik mij nauwelijks voorstellen. En wat mij nog het meest verbaast is de opstelling van Nederland. Ik ging er van uit dat Nederlanders zouden protesteren tegen deze eenzijdige stap van Amerika. De Nederlandse politiek heeft nu gezegd: “Wij steunen de Amerikanen in de opzegging van het verdrag.” Ik vind dat onvoorstelbaar. Nederlandse politici zouden toch moeten weten met hoeveel moeite het verdrag tot stand is gekomen en welke rol ze er bij hebben gespeeld? Denk ook aan de demonstraties van Nederlanders begin jaren tachtig, tegen de plaatsing van kernraketten in Woensdrecht, de eindeloze discussies in de Tweede Kamer, en de daaropvolgende blijdschap in Nederland toen men hoorde dat het verdrag een feit was.

Er staan in de Nederlandse kranten soms berichten over Russische bommenwerpers die langs de Noordzeekust vliegen. Wat doen die daar?

Zij maken oefenvluchten. Zoals de NAVO-landen dat doen langs de Russische grens. Het zijn geen schendingen van het nationale luchtruim. Zij vliegen in de ruimte waarin dat is toegestaan. Tussen 1992 en 2011 waren er geen Russische oefenvluchten, maar de NAVO is in die periode wel doorgegaan met oefenvluchten langs de Russische grens. Toen wij in antwoord daarop de oefenvluchten hervatten, ontstond daarover in de pers veel verontwaardiging. Wij hebben toen tegen Nederland en andere NAVO-landen gezegd: “Laten we rond de tafel gaan zitten, en zien of we hierover een akkoord kunnen sluiten. Vooral ook om misverstanden te voorkomen.” Want de vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk, alleen wel dat ze onverwacht komen. Maar de NAVO heeft gezegd: “Wij zijn niet geïnteresseerd in onderhandelingen daarover.”

U zegt: “De vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk.” Maar het gaat hier wel om strategische bommenwerpers. Met of zonder bommen aan boord?

Dat weet niemand. Maar ik denk geen bommen. Daarvoor is de situatie nog niet gespannen genoeg. Wij hebben in Rusland ook genoeg middelen om af te weren. Men hoeft niet met kernbommen te vliegen. Dat heeft geen zin, en het is gevaarlijk.

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research vroeg mensen in 25 landen naar hun mening over Rusland. Nederland kwam uit de bus als meest Russofobe land. Hoe verklaart u dit?

Het is de uitkomst van Amerikaans onderzoek. Ik baseer mijn idee daarover op de opinie van de Nederlanders met wie ik in contact sta.

De Nederlanders met wie u in contact staat zijn waarschijnlijk geen doorsnee Nederlanders.

Dat er negatief gedacht wordt over Rusland zal in elk geval kloppen voor Nederlandse politici, en ook voor de Nederlandse pers. De Nederlandse pers draagt het beleid uit van de Nederlandse overheid. Ik zie dat vooral bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), waar kennelijk maar één standpunt is toegestaan. Dat is toch geen vrije meningsuiting? Niet zo vreemd. De NPO is eigendom van de Nederlands staat. De vrijheid van pers bestaat niet. Nergens, Nederland niet uitgezonderd.

De commerciële zenders en kranten zijn niet in bezit van de Nederlandse overheid.

Ook daar zie je maar één standpunt over Rusland, dat van de overheid. En ook daarin verschilt Nederland niet van Rusland, want ook in Rusland laten journalisten  zich doorgaans leiden door de mainstream, al moet ik zeggen dat er in Rusland meer diversiteit bestaat dan in Nederland. In Russische talkshows zie je burgers uit tal van landen, Amerikanen, Britten, Oekraïners, Polen, Nederlanders, die daar het standpunt uitdragen van hun land. Op de Nederlandse televisie zie je nooit een Rus die de Russische visie uitdraagt. Nou ja, één keer onze ambassadeur, Alexander Shulgin, en één keer de tweede man van onze ambassade, Boris Zhilko.

Maar in elk geval beseft men in Rusland heel goed welke landen het slechtst over Rusland denken. De laatste jaren is Nederland bij die groep gekomen.

Hoe verklaart u dat in Nederland de opinie zo slecht is over Rusland?

Dat is voor mij een groot raadsel. Want vanaf eind jaren tachtig tot 2013 waren wij zeer goed bevriend. De betrekkingen waren perfect. Als ik met mijn Nederlandse gesprekspartners praat, dan zeggen zij: “Alles is begonnen in 2014, toen jullie de Krim annexeerden.” Maar dat is niet zo. De grote ommekeer kwam in 2013, tijdens het Nederland-Ruslandjaar. In dat jaar was er een aaneenschakeling van incidenten, niet in Rusland, maar hier in Nederland. Vooral rond de LHBT-campagne. Toen onze president Vladimir Poetin in april 2013 naar Nederland kwam, waren er enorme betogingen in Amsterdam, bij de Hermitage, het Scheepvaartmuseum.

U doelt op de betogingen tegen wat in Nederland genoemd wordt ‘de anti-homowetgeving’ in Rusland?

Van een anti-homowetgeving is absoluut geen sprake in Rusland. Er is een wetgeving, maar die is niet gericht tegen homo’s. U moet het in perspectief zien. In de jaren dat Rusland democratiseerde en er steeds meer openheid kwam, heeft de homobeweging zich enorm ontwikkeld. Moskou was, en is misschien nog steeds, de stad met de meeste homoclubs ter wereld. Niemand heeft die clubs gesloten. Er werd voor ons alleen een grens bereikt toen activisten naar lagere en middelbare scholen gingen om met kinderen te praten over homoseksualiteit. Dat wilden wij niet. Daar is die wetgeving voor bedoeld. Dat dat niet meer mogelijk is.

U denkt dus dat de LHBT-campagne in Nederland de betrekkingen tussen de landen heeft geschaad?

Om het Nederland-Ruslandjaar te vieren was er in zomer van 2013 een galaconcert georganiseerd op het Museumplein in Amsterdam. Dat dreigde mis te gaan omdat burgemeester Eberhard van der Laan toestemming had gegeven voor de organisatie van een protestmanifestatie van het COC op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek. Ik had niet de indruk dat dit van het COC uitging. Ik heb toen namelijk op de ambassade gesproken met vertegenwoordigers van het COC die contact met ons hadden opgenomen omdat ze zich zorgen maakten. Zij wilden voorkomen dat er confrontaties zouden ontstaan tussen de bezoekers van de twee evenementen. En natuurlijk wilden ook wij dat niet. Dat is uiteindelijk ook niet gebeurd. We hebben met het COC afgesproken dat zij eerst hun manifestatie zouden houden, en wij later zouden beginnen. Er zijn na afloop van de COC-manifestatie ook nog bezoekers van die manifestatie naar het Russische galaconcert gegaan. Niet om te demonstreren, maar om te kijken en te luisteren.

Het verliep dus vreedzaam, de twee evenementen op het Museumplein, maar u vermoedt dat er is aangestuurd op een confrontatie?

Ik ben er van overtuigd dat achter de mensen van het COC die geen confrontatie met ons wilden, iemand stond die wel een confrontatie wilde.

Wie kan dat geweest zijn? Burgemeester Van der Laan?

Ik weet het niet. Maar het is waar dat burgemeester Van der Laan toestemming heeft gegeven voor de organisatie van de beide evenementen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek. Als onze ambassade en het COC niet samen geregeld hadden dat de evenementen na elkaar zouden plaatsvinden, dan had het goed mis kunnen lopen.

Heeft u het vermoeden dat er ook op andere momenten in het Nederland-Ruslandjaar is aangestuurd op confrontatie?

De problemen rond het Nederlandse Greenpeace-schip Arctic Sunrise.

Greenpeace probeerde een boorplatform van Gazprom te bezetten, als protest tegen de Russische oliewinning bij het Noordpoolgebied. U ziet dat als een provocatie?

Ik ben ervan overtuigd. Waarom heeft men uitgerekend in het Nederland-Ruslandjaar die actie georganiseerd?

Is Greenpeace ook niet in andere jaren actief geweest in de Russische wateren?

Absoluut niet.

Het kan toch ook toeval zijn geweest?

Misschien. Maar als ik al die toevalligheden bij elkaar optel, dan zie ik een bepaalde trend.

Het Nederland-Ruslandjaar begon met de dood van een Russische activist en asielzoeker in een Nederlandse cel, Aleksandr Dolmatov.

Dat was in januari. Hij pleegde zelfmoord in het detentiecentrum Rotterdam. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Er is een Russische diplomaat door de Nederlandse politie opgepakt, omdat hij zijn kinderen zou mishandelen.

Dmitry Borodin was de tweede man van de ambassade, gevolmachtigd minister. Hij werkt nu in België. Hij is een vriend van mij. Ik ken hem heel goed, en ook zijn vrouw en kinderen. Het is volkomen idioot wat men hier over hem en zijn familie heeft beweerd.

Wat is er volgens u nog meer misgegaan in het Nederland-Ruslandjaar?

Er zijn LHBT-activisten naar Moermansk gegaan, om te proberen daar een manifestatie te organiseren. Wat hadden die mensen in Moermansk te zoeken? Waarom gingen ze niet naar Ankara, Turkije? Of naar Riaad, Saoedi-Arabië? Daar zijn echte schendingen van homorechten. En probeer daar ook maar eens te demonstreren.

U gelooft hoe dan ook niet in een ongelukkige samenloop van omstandigheden? U denkt dat geprobeerd is de feestelijkheden rond het Nederland-Ruslandjaar te verstoren?

Ik kan het mij bijna niet anders voorstellen. Ik stel mij de vraag: In de betrekkingen tussen Nederland en Rusland  loopt alles prima. Er zijn goede contacten op alle niveaus. Er zijn over en weer bezoeken, er wordt goed onderhandeld over diverse kwesties. Premier Rutte gaat naar Lubmin, een stadje in Duitsland, naar de opening van de gaspijpleiding Nord Stream 1, en voert daar vriendschappelijke gesprekken met Dmitri Medvedev, de toenmalige Russische president. En dan plotseling, in het Nederland-Ruslandjaar gebeuren al die dingen.

Als er is aangestuurd op een rampzalig Nederland-Ruslandjaar, wie kan daar dan belang bij hebben gehad?

Ik mag geen beschuldigingen uiten als ik geen bewijzen heb. Zeker niet aan het adres van onze Nederlandse vrienden. Maar kijk naar de Verenigde Staten. Aan het begin van de tweede termijn van Obama, in 2013, begint alles mis te gaan in de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten. Is het toeval dat tegelijk hetzelfde gebeurde tussen Rusland en Nederland?

U noemde net de ontmoeting van Rutte en Medvedev bij de opening van Nord Stream 1 als voorbeeld van dingen die goedgingen in 2013. Was dat een willekeurig voorbeeld? We weten nu dat de Amerikanen fel gekant zijn tegen Nord Stream 2 en de aanvoer van Russisch gas naar Europa in het algemeen.

Er werd in de Verenigde Staten destijds geen campagne gevoerd tegen Nord Stream 1 zoals nu tegen Nord Stream 2.

U noemde het rampzalig verlopen vriendschapsjaar als verklaring voor de omslag in de publieke opinie over Rusland. Maar denkt u niet dat MH17 daar ook een grote rol in heeft gespeeld? Nederland wijst hiervoor al vier jaar met de vinger naar Rusland.

Natuurlijk. Maar MH17 kwam een jaar later, in 2014. De opinie over Rusland was toen al verslechterd.

Klopt mijn indruk dat de Russische ambassade zich erg op de vlakte heeft gehouden ten aanzien van MH17? Heeft de ambassade bijvoorbeeld ooit geprobeerd in contact te treden met nabestaanden van de slachtoffers?

We hebben geen contact gehad met nabestaanden. Ons heeft daarvoor nooit een verzoek bereikt.

Het afgelopen jaar protesteerde een aantal nabestaanden bij de ambassade. Toen is niemand van u even met die mensen gaan praten?

Als die mensen hadden gezegd dat ze een petitie wilden overhandigen of gevraagd hadden om een gesprek met de ambassadeur, dan waren we daar zeker op ingegaan. Maar ook hier geldt: ons heeft geen verzoek bereikt.

Eén van u had er ook even naartoe kunnen lopen.

Hoe kunnen wij daar onbekommerd naartoe lopen? MH17 is zo’n gevoelige kwestie. Je weet niet wat je aantreft. Je kunt niet in de ziel kijken van die mensen. Misschien willen ze wel helemaal geen Russen zien. Worden ze heel kwaad. Als van hun een teken was uitgegaan dat ze iemand van de ambassade wilden spreken, dan waren we er zeker heengegaan. En sowieso protesteerden ze voor de verkeerde ambassade. Wij zien onszelf niet als schuldig aan de ramp.

U erkent dat MH17 een grote rol speelt in de manier waarop Nederlanders naar Rusland kijken. Heeft de Russische ambassade nooit gedacht: Wij willen dat beeld corrigeren?

Ik zou niet weten welke actie wij daarop kunnen ondernemen. Als mensen vragen hebben over MH17, dan reageren we daar op. Meer kunnen wij niet doen. De rest laten wij over aan de mensen in Moskou die zich bezighouden met het onderzoek naar de ramp.

Vladimir Naydenov (foto: Eric van de Beek)

De Russische ambassade spreekt zich via Twitter wel uit over Nederlands-Russische kwesties. Maar dat gebeurt in het Engels. Dat is dan kennelijk niet om een Nederlands publiek te bereiken?

Ik lees geen Twitter-berichten van de ambassade.

Hoe zijn de contacten van uw ambassade met de pers? De Amerikaanse ambassade organiseert persreizen, ontvangt journalisten in de ambassadeurswoning, betaalt zelfs voor artikelen. U doet dat allemaal niet? U doet niks aan pr?

Wij kunnen aan de pers niet aanbieden wat de pers niet wil. Maar de pers is altijd welkom hier. Onze ambassadeur is een zeer open man. Als een krant hem vraagt voor een interview is hij altijd bereid. Wel op voorwaarde dat alles wat hij zegt ook gepubliceerd wordt. Dit om te voorkomen dat uitspraken van hem niet in een hele verkeerde context geplaatst worden, zoals een keer gebeurd is met een Nederlandse krant, waarvan ik de naam niet zal noemen.

Die voorwaarde stelt hij ook aan tv-ploegen?

Ja. Er mag niet geknipt worden in interviews met hem.

Dat zou misschien kunnen verklaren waarom we de Amerikaanse ambassadeur veel vaker zien op televisie en in de kranten dan de Russische ambassadeur.

De Amerikaanse ambassadeur is misschien vaker op televisie omdat hij zegt wat men in Nederland wil horen.

U vindt de Nederlandse pers bevooroordeeld?

Zie de selectieve manier waarop de Nederlandse pers heeft bericht over de jaarlijkse persconferentie van president Poetin van afgelopen maand.

Kranten hebben een beperkte ruimte. Die kunnen geen integrale verslagen plaatsen van persconferenties.

Poetin zei dingen die van groot belang zijn voor Nederland, maar daarover stond helemaal niets in de kranten.

Welke dingen van groot Nederlands belang zei Poetin die niet door de Nederlandse pers zijn opgepikt?

Over kruisraketten. Hij heeft gezegd dat men niet beseft hoe gevaarlijk de tijd is waarin wij leven. Mensen zijn gaan denken dat wat nu gebeurt een soort computerspelletje is. Poetin noemde als voorbeeld strategische raketten zonder kernkop die de Amerikanen in gebruik willen gaan nemen. Hij zei: “Hoe kunnen wij, als zo’n raket gelanceerd wordt vanuit een onderzeeër, tijdig vaststellen of die een nucleaire lading heeft of niet? We hebben maar een paar seconden om te bepalen hoe we daarop reageren.” Poetin waarschuwde dat de veiligheidsdrempel zo een stuk lager komt te liggen.

Hij doelde daarmee ook op wat u eerder aansneed in dit gesprek: de Amerikaanse opzegging van het INF-akkoord?

Ja. En dat raakt direct aan de veiligheid van Nederland en andere Europese landen. Want wat als het INF-verdrag in de prullenbak wordt gegooid? Dan gaan we terug naar de tijd waarin het de vraag was: “Waar in Europa zullen de Amerikaanse raketten voor de middellange afstand worden opgesteld?” En dan zal gedacht worden aan dezelfde landen als in de jaren tachtig: Duitsland, Nederland en België.

Nog even terug naar MH17: Nederland en Australië hebben Rusland aansprakelijk gesteld voor de ramp. Ze willen hierover onderhandelen met Rusland, maar afgelopen maand werd bekend dat Rusland daar niets voor voelt.

Wij hebben gezegd: “Wij zijn bereid om met Nederland rond de tafel te gaan, maar niet op basis van een aansprakelijkstelling aan het adres van Rusland.”

Het is zeker dat Oekraïne schuld heeft. Die heeft het luchtruim niet gesloten boven een oorlogsgebied. Toch stelt Nederland Oekraïne niet aansprakelijk.

En dus is het uitgesloten dat Nederland en Rusland nog met elkaar in onderhandeling zullen gaan over MH17?

[pullquote]Misschien verklap ik nu een staatsgeheim.[/pullquote]

Er ligt nu van Nederland een nieuw voorstel op tafel. De Nederlanders zijn inmiddels bereid een gesprek te voeren op basis van een open agenda. Dat is acceptabel voor ons. Misschien verklap ik nu een staatsgeheim, een Nederlands staatsgeheim, maar dit is wat ik gehoord heb.

Er kan nu dus ook gesproken worden over de Oekraïense schuld aan de ramp?

Dat neem ik aan ja. Met een open agenda is alles bespreekbaar.

Terugkerend naar het thema van dit interview, de steeds verder verslechterende Nederlands-Russische betrekkingen: In 2017 beschuldigden de MIVD en AIVD Rusland ervan cyberaanvallen te plegen, nationale verkiezingen te beïnvloeden, de publieke opinie te bespelen en de traditionele media weg te zetten als onbetrouwbaar. Later dat jaar sprak minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken over Russen die nepnieuws verspreidden in Nederland.

Wat kan ik daarop zeggen? Er komt een nieuw begrotingsjaar aan, iedereen wil meer geld uit de staatsruif. En dus brengen de MIVD en AIVD een jaarverslag uit waarin ze spreken over een Russische dreiging. Ik vraag u: Waar blijven de bewijzen van al deze beschuldigingen die men ons voor de voeten werpt?

De Nederlandse overheid heeft de Russische ambassade nooit bewijzen getoond?

Het enige wat mevrouw Ollongren doet is praten, en voor veel gedoe zorgen in de pers en in de Tweede Kamer. Ze komt nooit met bewijzen.

Als de ene staat de andere ergens openlijk van beschuldigt is het de gewoonte de ambassadeur op het matje te roepen. Is dit gebeurd naar aanleiding van de jaarverslagen van de AIVD en MIVD en van datgene wat minister Ollongren heeft geroepen over Russisch nepnieuws?

Nee. Onze ambassade is alleen op het matje geroepen over de vermeende hackpoging van het wifi-netwerk van de OPCW, en over de aansprakelijkstelling inzake MH17.

In het algemeen: Wat het Westen doet is Rusland beschuldigen van datgene wat ze zelf in Rusland doet. Zoals inmenging in verkiezingen. Het Westen, en met name Nederland, heeft zich altijd gemengd in onze verkiezingen. Er bestaat in Nederland een instituut, het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, waar alle grote politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer aan deelnemen. Dat mengt zich al jarenlang in de Russische politiek.

Nederland heeft zelfs in de jaren negentig geprobeerd politieke partijen op te richten in Rusland, zoals een christendemocratische partij. Degene die dat geprobeerd heeft, is nog steeds actief in de Nederlandse politiek. Ik zal daarom zijn naam niet noemen. Van die partij is trouwens niks terecht gekomen. Hij heeft mij zelf verteld waarom niet. Al het Nederlandse geld dat in die partij was gestoken, was terecht gekomen in de zakken van ‘schoften’, zoals hij degenen noemde die hem hadden moeten helpen met de oprichting van die partij.

Mengt Nederland zich nog steeds in de Russische verkiezingen?

Ik weet niet precies hoe de situatie nu is. Maar vroeger was er het zogenaamde Matra-programma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie zei: “Matra heeft niks te maken met politiek. We geven geen geld aan organisaties. We ondersteunen alleen projecten.” Maar als je keek welke projecten dat waren, dan werd meteen duidelijk welke organisaties daar achter zaten. Het waren meestal projecten op het gebied van mensenrechten en de vrijheid van pers. De Russische overheid is daar trouwens niet op tegen. Het is niet verboden. Het is alleen zo dat de organisaties die buitenlands geld ontvangen dat moeten melden bij de Russische belastingdienst. Daar is niks vreemds aan. In heel veel landen is dat precies zo. In de Verenigde Staten is het zelfs nog veel strenger geregeld dan in Rusland. 

De Russische krant Novaya Gazeta is via het Nederlandse Matra-programma gefinancierd. Onder voormalig PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken is Nederland begonnen met het steunen van wat genoemd werd ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Dat is u waarschijnlijk bekend? De financiering verloopt via Free Press Unlimited.

Ik weet dat er is geprobeerd zoiets op te zetten met Polen, maar daarvan is dacht ik niks gekomen. Ik merk er althans niets van. Sowieso, als de heer Koenders of de heer Blok teveel geld heeft mogen zij dit uitgeven, maar in Rusland merken we er niks van.

De Russische overheid heeft nooit gedacht: We gaan in antwoord op de activiteiten van de Nederlandse overheid ‘onafhankelijke Nederlandstalige media’ steunen in Nederland en België?

We hebben alleen RT en Sputnik die actief zijn in het buitenland.

RT en Sputnik brengen geen nieuws in het Nederlands.

In Rusland is de belangstelling voor de Nederlandse taal sterk afgenomen. Nederlands wordt op steeds minder hogescholen in Rusland als vak aangeboden. Ik vind dat erg. Nederlands is de grootste van de kleinere talen van Europa. Er zijn meer mensen die Nederlands praten dan mensen die een Scandinavische taal spreken. Toch is er in Rusland meer belangstelling voor Scandinavische talen dan voor het Nederlands. In de sovjet-tijd had je nog Radio Moskou. Dat was een zender op de korte-golf in het Nederlands. Toen ik daar voor het eerst van hoorde dacht ik: “Niemand luistert daarnaar.” Maar toen ik naar Nederland kwam, en begon te werken als cultureel attaché, bleek dat er een gezelschap in Nederland bestond, genaamd ‘Vrienden Radio Moskou’. In heel Nederland bleken er groepjes trouwe luisteraars te zijn. Er waren er zelfs die aanboden reportages te maken over Russische culturele evenementen in Nederland.

NRC publiceerde onlangs een groot artikel met de kop: Russische ambassade in Den Haag is een zenuwcentrum voor spionage. Hoe is dit ontvangen bij u op de ambassade?

De taak van elke ambassade is informatie te verzamelen over het gastland. De Nederlandse ambassade doet dat ook in Moskou. Als men dat ‘spionage’ noemt, dan is dat misschien ook ‘spionage’. Ik weet dat niet.

NRC beschuldigt uw ambassade van spionage met name vanwege het contact dat er geweest is tussen een medewerker van de ambassade en de vier GRU-officieren die het land zijn uitgezet op beschuldiging van een mislukte hack van het wifi-netwerk van de OPCW.

Degene die de GRU-officieren van het vliegveld heeft afgehaald en ze naar hun hotel heeft gebracht is de secretaris van de ambassadeur. Hij heeft niks met spionage te maken. Dat is absoluut quatsch.

Het NRC heeft hem niet gevraagd voor wederhoor?

Nee.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat de vier GRU-officieren in Nederland waren op ‘routinereis’. Wat wil dat zeggen?

Zij waren naar Nederland gekomen om technische werkzaamheden te verrichten op de ambassade. Ik ben geen technische man. Ik weet niet welke geheimen onze ambassade heeft, maar elke ambassade beschikt over bijzondere apparatuur. De vier officieren logeerden tegenover de OPCW in het Marriott-hotel. En dus stond hun auto daar geparkeerd. Daar was niks bijzonders aan. Als wij Russische delegaties ontvangen, dan verwijzen we ze standaard naar het Marriott. Omdat dat hotel vlakbij onze ambassade gelegen is en ook omdat we er een prijsafspraak mee hebben.

Waarom denkt u dat Nederland Rusland vals wil beschuldigen?

Die beschuldiging maakt deel uit van een campagne die wordt gevoerd tegen ons land. Minister Bijleveld van Defensie heeft gezegd dat Nederland in oorlog is met Rusland. De beschuldiging van haar over Russen die geprobeerd zouden hebben de OPCW te hacken is een voorbeeld van hoe Nederland die oorlog voert, in dit geval door middel van propaganda.

Mevrouw Bijleveld is een verhaal apart. Toen zij Commissaris van de Koningin was in de provincie Overijssel nam zij een heel andere houding aan ten opzichte van Rusland. Zo heeft zij meerdere malen onze ambassadeur uitgenodigd om naar Enschede te komen. Dit in verband met de geschiedenis van de Rusluie uit Vriezenveen en de topbijeenkomst die de burgemeester van Losser wilde organiseren tussen Reagan en Gorbatsjov. Alles umsonst.

Wat moet er veranderen om de betrekkingen tussen de landen te verbeteren?

Wij moeten meer met elkaar in contact treden. Er moeten meer uitwisselingen komen. Nederlandse parlementariërs moeten weer naar Rusland komen. Problemen kun je alleen oplossen als je met elkaar praat.


Novini heeft navraag gedaan bij stichting De 4Daagse over Russische militairen die niet meer welkom zouden zijn bij de Nijmeegse Vierdaagse. De stichting schrijft in een reactie: “Een korte blik in onze administratie bevestigt inderdaad dat er de afgelopen jaren geen militaire deelnemers hebben deelgenomen die zich hebben geregistreerd met een adres in Pskov. Wel hebben er de afgelopen jaren steeds enkele militairen met de Russische nationaliteit deelgenomen aan de Vierdaagse. Het is dus niet juist dat het Russische militairen niet toegestaan zou zijn om in te schrijven voor de Vierdaagse.”

Posted on

Eerste kerncentrale Wit-Rusland komt gereed

In Astravyets in het noordwesten van Wit-Rusland, nabij de grens met Litouwen, is de bouw van de eerste kerncentrale van het land voltooid.

Wit-Rusland hoop de goedkope elektriciteit vooral naar Litouwen te kunnen exporteren. De EU dwong Litouwen bij toetreding tot de EU namelijk om zijn enige kerncentrale stil te leggen. Sindsdien is de stroomprijs in de Baltische staat fors gestegen.

De Wit-Russische kerncentrale moet een centrale worden met meerdere reactoren. In de jaren ’80 bestonden reeds plannen voor een kerncentrale op een andere locatie in Wit-Rusland. Na de ramp in het Oekraïense Tsjernobyl, nabij de Wit-Russische grens, in 1986 werden de voorbereidingen daarvoor echter stilgelegd.

Impressie van de kerncentrale (afbeelding: Nikita Syomushev)

Nu de bouwfase afgerond is, kan de eerste reactor opgezet worden, die moet volgens planning eind 2019 in gebruik genomen worden, een tweede volgt naar verwachting in 2020 en mogelijk nog twee tegen 2025.

Posted on

G7 wordt geen G8: Heiko Maas breekt met Ostpolitik SPD

Sinds 2014 is Rusland uit de groep van de leidende industriële staten gezet. De G8 werd weer G7. De nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) wijst de roep vanuit het Duitse bedrijfsleven om een terugkeer naar de G8 resoluut af. Het kwam hem op veel kritiek te staan, ook van partijgenoten.

Zijn partijgenoot en voorganger als minister van Buitenlandse Zaken, Sigmar Gabriel had zich recent nog uitgesproken voor het zoeken van toenadering tot Rusland. Ook politici van de liberale FDP en de socialistische partij Die Linke hadden zich ervoor uitgesproken de Russische president Vladimir Poetin voor de top van de Groep in juni in Canada uit te nodigen.

“Als het Westen het echt serieus meent, dat het weer een constructieve dialoog wil aangaan, dan zou dit de geschikte gelegenheid zijn. De G7 zou weer G8 moeten worden”, stelde de fractievoorzitter van Die Linke Sahra Wagenknecht.

De liberale politicus Alexander Graf Lambsdorff liet zich weliswaar terughoudender uit, wil Rusland echter ook beslist weer aan de onderhandelingstafel terughalen: “Het is zinvol de dialoog met Rusland vaste vorm te geven en beter te structureren. Daarvoor zou de G7+1 het juiste format zijn”, aldus de vice-voorzitter van de FDP-fractie in de Bondsdag tegenover dagblad Die Welt.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung had eerder bericht dat Maas partijintern de verantwoordelijkheid voor de Ostpolitik uit handen genomen zou kunnen worden. Dat zou een forse inperking van zijn bevoegdheden zijn. Maas wil echter met de traditionele Ostpolitik van de SPD breken en dat roept veel weerstand op binnen de partij, schreef de krant onder verwijzing naar partij- en fractieleiding: “Voor deze koers heeft hij niet de steun van de meerderheid.”

Achim Post, vice-voorzitter van de SPD-fractie in de Bondsdag en voorzitter van de invloedrijke delegatie uit Noord-Rijnland-Westfalen uitte tegenover het dagblad Tagesspiegel scherpe kritiek op het plan van Maas om Rusland weg te houden van de onderhandelingstafel: “Ik vind deze benadering niet doelmatig.” De verhouding met Rusland is op het moment zonder twijfel moeilijk en gespannen, aldus Post, maar daarom “hebben we juist nu formats voor dialoog en diplomatie, in plaats van uitsluiting en retorische krachtmetingen, nodig”.

Kritiek kwam er niet alleen uit de Bondsdag-fractie van de SPD, maar ook uit de deelstaten. Zo onderstreepten de premiers van Nedersaksen, Mecklenburg-Voor-Pommeren en Brandenburg, Stephan Weil, Manuela Schwesig en Dietmar Woidke, dat zij vast willen houden aan de ontspanningspolitiek uit de tijd van Willy Brandt en Egon Bahr. “De SPD hecht aan een goede verhouding met Rusland. Dat sinds lang onze opstelling en komt overeen met hoe de overgrote meerderheid van onze leden en ook onze kiezers tegen de zaak aan kijkt”, stelde Weil.

Partijleider Andrea Nahles probeerde daarentegen weinig overtuigend de beide kampen met elkaar te verzoenen. Steun kreeg Maas alleen vanuit Frankrijk en Oekraïne. Zo sprak ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Yves Le Drian (ex-PS) zich tegen het uitnodigen van Rusland op de G7-top in Canada uit. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin was, weinig verrassend, vol lof over de houding van Maas: “Ik waardeer zijn opstelling zeer.”

Posted on

Finland keurt aanleg Nordstream 2 goed

Finland heeft zijn goedkeuring gegeven aan de aanleg van de Nord Stream 2-pijpleiding door de Finse Exclusieve Economische Zone (EEZ), zo meldden de Finse regering en de Russische gasexporteur Gazprom donderdag.

De pijpleiding tussen Rusland en Duitsland, over de bodem van de Finse Golf en de Oostzee, zou zo’n 375 kilometer door de Finse EEZ gaan en vereist dus een bouwvergunning van de Finse autoriteiten. Het bedrijf dat de pijpleiding gaat exploiteren, Nord Stream 2 AG verwacht dat deze vergunning nu “binnen enkele weken” verstrekt zal worden.

Nord Stream 2 zou de huidige capaciteit van de bestaande Nord Stream-pijpleiding van 55 miljard kubieke meter per jaar verdubbelen. Hierdoor kan West- en Centraal-Europa van Russisch aardgas voorzien worden, zonder van Oekraïne, dat in het verleden op kritieke momenten illegaal gas aftapte, afhankelijk te zijn.

Duitsland heeft de pijpleiding reeds goedgekeurd en in Rusland, Zweden en Denemarken lopen de procedures nog. Denemarken nam vorig jaar een wet aan die het land desgewenst de wettelijke basis zou geven om de pijpleiding tegen te houden om politieke redenen. EU-lidstaten als Polen dringen op het tegenhouden van de pijpleiding aan, omdat het de positie van doorvoerlanden voor aardgas als Polen en Oekraïne verslechtert.

Posted on 2 Comments

“Beeld Nederlanders over Rusland zorgwekkend”

Eva Hartog staat sinds juli van dit jaar aan het hoofd van The Moscow Times van oprichter Derk Sauer, die de Engelstalige krant dit jaar onderbracht in een in Nederland gevestigde stichting. Met het aantreden van Hartog hield de papieren editie op te bestaan, maar met haar vier jaar ervaring als webeditor bij de krant is zij vastbesloten een succes te maken van de overgebleven online-versie.

Is het nog mogelijk een onafhankelijke krant te maken in een land waar de persvrijheid onder druk staat? Wat betekent dit voor de hoofdredactionele koers? Klopt het beeld dat Nederlanders hebben van Rusland? Zucht het Russische volk onder een dictatuur?

The Moscow Times is gevestigd op de bovenste verdieping van een hoog glazen kantoorgebouw, met uitzicht op een stadion in aanbouw voor het WK Voetbal dat volgend jaar in Rusland gehouden wordt. Eva Hartog zwaait er de scepter over een redactioneel team van jeugdige leeftijdgenoten.

Op de dag van interview gaat er een schok door journalistiek Rusland. Tatjana Felgenhauer, adjunct-hoofdredacteur en presentatrice van het radiostation Echo Moskou, wordt in haar nek gestoken, door een man, die later zou verklaren met haar in telepathisch contact te staan. De aangevallen presentatrice is inmiddels buiten levensgevaar, maar Eva Hartog moet nog bekomen van de schrik.

“Ik luisterde elke ochtend naar haar, al jarenlang. Ze is presentatrice bij een klein lokaal station, met een klein publiek. Ze vormt geen enkele bedreiging voor de georganiseerde misdaad of de autoriteiten. Het enige wat ze doet is een ochtendprogramma presenteren, waarin ze de actualiteiten bespreekt, op een stoute, brutale manier, met grapjes. Het feit dat zelfs zo’n journalist al niet veilig is, verlegt de grens.”

De aard van de dreiging voor journalisten is veranderd?

“Vroeger als je een stuk schreef over bijvoorbeeld de FSB of Poetin, dan wist je: ‘Het Kremlin komt achter je aan.’ Dat was niet fijn, want dan werd je doodgeschoten of in elkaar geslagen. Maar de thema’s kon je opnoemen, en je wist wie er achter de aanvallen zat. Dus als je werd doodgeschoten, zoals Anna Politkovskaya, dan wist iedereen meteen: ‘Dat heeft te maken met Tsjetsjenië.’ Dat maakt het niet beter, maar dat maakt het wel heel duidelijk. Wat er nu langzamerhand aan het gebeuren is: Het Kremlin houdt zich minder bezig met het bedreigen of erger van journalisten, maar ze tolereren wel dat andere mensen het doen. Dat betekent dat elke persoon die je tegen komt op straat een potentiële aanvaller is.”

Uit cijfers van het in New York gevestigde Committee To Protect Journalists blijkt dat onder Poetin het aantal vermoorde journalisten sterk is afgenomen. Maar nu zit de pers in Rusland dus met een ander probleem? Eenzame gekken die zich aangemoedigd voelen journalisten aan te vallen.

“In de Russische media is een beeld gecreëerd van mensen die patriottistisch en pro-Kremlin zijn, en aan de andere kant mensen die anti-Kremlin zijn en daarmee westers en vijanden van Rusland. Met het gevolg dat er vigilantes zijn gekomen, die, op eigen initiatief, alleen of in groepjes, achter mensen aangaan.”

Denk je dat het Kremlin het wel best vindt dat eenzame gekken de schrik er in houden bij de oppositie?

“De aanvaller van Tanja Felgenhauer was een psycho, maar het gebeurt wel allemaal in een setting waarin dat getolereerd wordt, zo niet aangespoord. De staat lijkt te zeggen: ‘Wij hebben er niks mee te maken.’

De journaliste die vandaag is aangevallen vormde geen enkele bedreiging voor het Kremlin. Maar de aanvallen op journalisten houden wel de schrik er in. Dit heeft zo zijn voordelen voor de overheid, omdat dat de controle over de media en daarmee de maatschappij versterkt.”

Er zijn geen politici die hun afschuw uitspreken over dit soort aanvallen?

“Dat is nog niet gebeurd. Het is ook geen nationaal thema. Over het algemeen zijn de mensen van de oppositie nichefiguren, dus met weinig naamsbekendheid. Ik denk ook dat, als mensen wel zouden weten over de aanvallen op journalisten, ze vaak hun schouders daarover ophalen, en bij zichzelf denken: ‘Die journalisten roepen het over zichzelf af. Het zijn foreign agents, gesponsord door de Amerikanen.’ Of: ‘Dan moeten ze maar niet dat soort dingen zeggen.”
(The Moscow Times meldde later dat Poetin zich had uitgesproken over de aanval op Felgenhauer, EvdB)

Is het terecht dat de Russen zich zorgen maken over de invloed van het Westen op hun media? Vanuit de VS en tal van Europese landen waaronder Nederland worden vele miljoenen aan belastinggeld besteed aan zogenoemde ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Zo ging er Nederlands belastinggeld naar oppositiekrant Novaya Gazeta.

“Ik begrijp de zorgen die de Russen hierover hebben. Maar het is angst grenzend aan paranoia.”

Het is geen gerechtvaardigde angst? Wie de media heeft, heeft de macht.

“Als er een geopolitieke strategie steekt achter geld vanuit het Westen naar Rusland, dan ken ik die niet. Wat ik wel zie zijn kleine NGO’s en kleine mediabedrijven die niks met politiek doen, maar die wel getroffen worden door alle beperkende wetten en maatregelen van de laatste jaren. Zo is er het Levada Center, het enige onafhankelijke enquêtebureau dat we hier hebben, de Maurice de Hond van Rusland. Zij hebben het administratieve stempel gekregen van foreign agent , en dat alleen maar omdat zij mensen vragen naar hun mening over politieke zaken.”

(Met buitenlands geld gefinancierde politiek georiënteerde NGO’s in Rusland moeten zich sinds 2012 registreren als foreign agent. In de VS bestaat al sinds 1938 dergelijke wetgeving, EvdB).

Stel je voor dat de Russen in Nederland gaan doen wat de Nederlandse overheid in Rusland doet: Het financieren van een Nederlandstalige, ‘onafhankelijke’ krant. Hoe zouden onze politici en media reageren?

“Ik vind dat je die vergelijking niet kunt maken. Voor een krant in Nederland is het veel makkelijker om te blijven bestaan dan voor een krant in Rusland. Als jij in Rusland aan onafhankelijke journalistiek wilt doen, dan wordt dat heel lastig zonder hulp vanuit het buitenland. Waar moet je anders het geld vandaan halen? Er wordt in Rusland druk uitgeoefend op sponsors om geen advertenties te plaatsen in onafhankelijke mediabedrijven. Ik heb daar zoveel voorbeelden van gezien.
Als Rusland zich wil beschermen tegen buitenlandse beïnvloeding, dan is daar op zich niks mis mee, maar zorg dan voor een infrastructuur die onafhankelijke berichtgeving mogelijk maakt. En dat is juist wat er niet gebeurt. Door alle beperkende maatregelen van de afgelopen jaren wordt de civil society, het maatschappelijk middenveld, volledig kapot gemaakt.”
(Echo Moskou is in bezit van staatsbedrijf Gazprom, maar laat in uitzendingen regelmatig critici van de Russische regering aan het woord. EvdB)”

Jij stelt dat de Nederlandse en de Russische media niet met elkaar zijn te vergelijken. Maar ranking-organisaties als Reporters Sans Frontières en Freedom House doen dit wel. Ze plaatsen Nederland ergens bovenaan en Rusland nog onder de Verenigde Arabische Emiraten.

“Ik weet niet wat ik van zo’n ranking vind. Behalve dat ik het label ‘not free’ van Freedom House wel op de Russische pers van toepassing vind.”

Jij voelt je niet vrij om te schrijven wat je wilt? Vier jaar geleden plaatste The Moscow Times een artikel over een hond uit Oekraïne die op Poetin leek, met de foto’s  van de hond en Poetin naast elkaar. Dat moet je in Nederland eens proberen met het portret van de koning.

“Dat soort vrijheden heb je dan weer wel in Rusland. Het is niet het best gelezen artikel ooit, maar het komt dicht in de buurt. Het is minstens 200.000 keer gelezen. Nou zitten we bij The Moscow Times wel in een unieke positie. Wij schrijven in het Engels voor een buitenlands publiek. Je kunt dat niet vergelijken met de situatie van Russische journalisten. Ik heb er nog niet één ontmoet die zich vrij voelt. Dat er desondanks journalisten zijn die alles schrijven wat ze willen, bekent niet dat ze vrij zijn. Ze zeggen: ‘Ik zet mijn carrière of leven op het spel om dit te doen.’
Ik ken ook veel mensen die voor staatsbedrijven werken zoals RT en RIA Novosti. Die mensen weten beter dan wie ook hoe onvrij het systeem is. Ze zijn heel pragmatisch daarin. Ze denken: ‘Ik wil geld verdienen.’ En: ‘Het is niet mijn probleem.’
Als je in Rusland bij een oppositiemedium ontslagen wordt, dan zijn er misschien nog maar twee outlets waar je eventueel nog aan de slag kunt. Dat betekent in de praktijk meestal: einde journalistieke carrière. De oppositiemedia zoals Novaya Gazeta werken in hele kleine teams. Veel kans om daar aan de slag te gaan is er dus niet.”

Waar ligt de rode lijn? Waarover kun je wel berichten in Rusland? En waarover niet?

“Die rode lijn ligt in elk geval bij Poetin en zijn naasten. En dan moet het om geld gaan.”

Waar wil jij heen met de krant? Welke koers sla je in, nu de papieren krant is opgehouden te bestaan en je een vijandiger klimaat ervaart voor journalisten?

“De media in Rusland zijn sterk gepolariseerd geraakt. Je zit of aan de Kremlin-kant of in de oppositie. Waar ik het met Derk heel vaak over heb: Wij willen wat meer in het midden gaan zitten, naar een neutrale berichtgeving toe. Daarnaast willen wij in de opiniesectie een podium gaan bieden voor zowel pro-Kremlin-meningen als anti-Kremlin meningen. Dat bestaat nog niet hier. Als er iets gebeurt in Rusland, dan weet je al van te voren welke krant wat zegt en op welke toon. Zo mag je als je voor een oppositiekrant schrijft geen goed woord over Poetin zeggen of over de burgemeester van Moskou, die overigens Moskou heeft omgetoverd tot best een mooie stad. Zelfs dat zeggen is al heel erg controversieel. Want daarmee praat je Poetin goed. Dus kortom, je hebt geen genuanceerd debat omdat je positie moet innemen als krant. Wij proberen dat juist niet te doen.”

Wat was jouw beeld van Rusland toen je vier jaar geleden hierheen kwam? Jouw moeder is Russisch-Oekraïens. Speelde dat een rol?

“Totaal niet. Niemand gelooft dat, maar het is wel zo. Ik ben als standaard-Nederlander naar Rusland gekomen vanuit het idee: ‘Het is hier gevaarlijk en ze lopen achter in hun opvattingen’. Ik ben daar veel zachter en genuanceerder in geworden. Dat heeft Rusland met mij gedaan, niet mijn moeder.
Ik kwam in 2013 naar Rusland, en wat een feestelijk Nederland-Ruslandjaar had moeten worden, liep volledig uit de hand. De Russische marine die het Greenpeace-schip Artic Sunrise enterde, de aanval op de adjunct van de Nederlandse ambassadeur. Er ging van alles mis. Ik heb toen meteen mee kunnen maken hoe aan beide kanten bericht werd. In Rusland was het pure propaganda. Maar wat ik in Nederland teruglas verbaasde mij heel erg. Dat heeft mij wel uit de droom geholpen dat wij aan totaal neutrale journalistiek doen in Nederland.”

Wat ontbrak er aan de Nederlandse berichtgeving over Rusland?

“Ik zag weinig nuance en kennis. Het was een beetje plat. En het werkt nog steeds zo. Volgens mij is dat niet bewust. Maar ik zie vaak weinig van Rusland terug in de berichtgeving. Ik geef op verzoek soms korte praatjes voor groepen Nederlanders die hier naartoe komen, en ik krijg soms ook vrienden en familie op bezoek. Iedereen blijkt dan heel erg verbaasd over hoe Moskou er uitziet, hoe de Russen zijn als je met ze praat over de politieke situatie. Dat zijn allemaal mensen die de Volkskrant of het NRC lezen, het Nederlandse nieuws goed volgen. Zeg maar: de intellectuele elite van Nederland. Hun beeld van Rusland blijkt heel erg af te wijken van wat Rusland werkelijk is, of in elk geval zoals ik Rusland ervaar. Het is voor die mensen bijna een shock Rusland zelf te ondergaan. Ze merken al snel dat er hier ook nuance is, dat hier ook debat bestaat en dat het hier geen primitieve dictatuur is. Ik vind dat zorgwekkend, want dan doe je als krant of televisieprogramma je werk misschien niet goed genoeg. Dan ontbreekt in elk geval een deel van het verhaal. Dat andere deel is heel belangrijk, want anders zal je het nooit snappen. Het blijft dan een mysterie waarom Poetin doet wat hij doet, en waarom mensen hem zo massaal steunen.”

De Russen lopen weg met Poetin omdat de armoede en chaos die ze meemaakten onder Jeltsin nog vers in het geheugen liggen?

“Absoluut. Met Russen sprekend over hun geschiedenis, gaat het altijd gelijk over de jaren negentig, en verder terug gaat het eigenlijk niet. De totale instabiliteit,  de hyperinflatie, geen eten, de bloeiende misdaad, ergens op straat iets moeten verkopen terwijl je eigenlijk academicus bent, de oligarchen die alles naar zich toetrokken. Dat gefaalde experiment van de jaren negentig is bepalender voor hoe mensen nu over de politiek denken dan de ervaring met het communisme. Wij kunnen ons dat in Nederland misschien niet voorstellen, maar het is wel zo.”

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Denemarken overweegt wetsvoorstel om Nordstream-2-pijpleiding tegen te houden

Denemarken overweegt een nieuwe wet in te voeren die het mogelijk maakt om de aanleg van de Nordstream-2-pijpleiding tegen te houden om politieke redenen. Het Deense parlement besprak donderdag een voorstel hiertoe.

Het gaat om de aanleg van een tweede pijpleiding over de bodem van de Oostzee, voor de export van Russisch aardgas naar Duitsland en West-Europa. Het plan voorziet in een pijpleiding die grotendeels door internationale wateren gaat, behalve bij het Deense eiland Bornholm.

Duitsland en West-Europa hebben belang bij de aanleg van de pijpleiding, omdat hiermee de afhankelijkheid van Oekraïne als doorvoerland verkleind wordt. Het politiek instabiele Oekraïne heeft in het verleden herhaaldelijk illegaal Russisch gas afgetapt, waardoor landen ten westen van Oekraïne te weinig gas ontvingen. De pijpleiding zou aangelegd worden door Gazprom in samenwerking met Duitse, Oostenrijkse, Nederlandse en Franse partners.

 

Denemarken heeft zelf geen strategisch belang bij het blokkeren van Nordstream 2, maar wordt al maanden onder druk gezet door diverse anti-Russische EU-lidstaten en de Verenigde Staten om de pijpleiding tegen te houden. Eerder moest de Deense regering echter constateren dat er op grond van bestaande wetgeving geen legitieme reden was om de aanleg van de pijpleiding tegen te houden, omdat de voorgenomen pijpleiding voldoet aan de Deense regelgeving.

Als het Deense parlement nu een wet aanneemt die het mogelijk maakt om op grond van andere overwegingen aanleg van de pijpleiding niet toe te staan, heeft de Deense regering een manier om tegemoet te komen aan de internationale druk.

Als de pijpleiding niet over Bornholm aangelegd kan worden, zou het theoretisch nog ten noorden of ten zuiden van het eiland kunnen. Dat alternatief wordt echter bemoeilijkt door het feit dat het om drukke scheepvaartroutes gaat. Polen en Zweden zouden zich waarschijnlijk ook in allerlei bochten wringen om een alternatieve route te dwarsbomen.

Posted on

Russische exclave Kaliningrad over zee bevoorraad

Om de doorvoer door Litouwen, en de formaliteiten en heffingen aan de grens die daarbij komen kijken, te vermijden, gaat Rusland de exclave Kaliningrad via de Oostzee bevoorraden.

Begin oktober neemt de nieuwe scheepvaartverbinding ‘Baltische Expresse’ het verkeer tussen de nieuwe diepzeehaven Bronka van Sint-Petersburg en Kaliningrad op. De vrachtroute wordt uitgebaat door de Noordelijke Zeerederij uit Archangelsk. In eerste instantie zullen twee kleine containerschepen per week ingezet worden.

Aangezien de schepen geen vreemde staatsgrenzen hoeven te passeren, maar alleen door Russische en internationale wateren varen, hoeven er geen heffingen betaald te worden of formaliteiten voldaan te worden.

Problemen hieromtrent met Litouwen waren begin 2017 aanleiding om plannen te maken voor een zeeverbinding. Het transport van Sint-Petersburg naar Kaliningrad duurt naar verwachting drie dagen en moet een kostenbesparing van 30 procent opleveren ten opzichte van transport per vrachtwagen.

Posted on

Ondanks diversificatie-praat neemt Europese import Russisch gas toe

De Europese Commissie en diverse EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa praten honderduit over het diversificeren van hun energietoevoer om met name minder afhankelijk van Rusland te worden. De realiteit ziet er echter anders uit: De Russische aardgasgigant wordt op de Europese markt namelijk niet teruggedrongen, maar blijkt zelfs nog sterk te groeien.

Zo verbrak Gazprom in augustus zijn dag-uitvoerrecord: In vergelijking met dezelfde maand van vorig jaar kon het bedrijf circa 12% meer aardgas naar Europa exporteren. Als reden daarvoor voeren deskundigen de Europese gasvoorraad aan, die in het relatief koude voorjaar meer is aangesproken dan voorheen.

De totale gasproductie van de energiereus stagneerde vorig jaar bij 419 miljard kubieke meter. Desalniettemin steeg de export naar landen buiten het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), waaronder de EU-lidstaten, naar een recordhoogte van 179 miljard kubieke meter.

Voor Gazprom is de Europese afzetmarkt lucratiever dan de binnenlandse, aangezien het in Europa een prijs per kubieke meter kan vragen die dubbel zo hoog is als in het binnenland. Voor de Europese afnemers is het Russische aardgas niettemin goedkoper dan het gas van bijvoorbeeld de Amerikaanse concurrentie. De relatief lage prijs is een beslissend concurrentievoordeel voor Gazprom.

Met name enkele Midden- en Oost-Europese landen willen zich sinds de Krim-crisis onafhankelijk maken van energievoorziening door Rusland en hebben zodoende onder andere het oog laten vallen op de import van Amerikaans schaliegas. In Litouwen en Polen zijn reeds de eerste LNG-terminals gebouwd. Het Amerikaanse gas is echter onvergelijkbaar duurder dan het Russische. Ook over de toekomstige concurrentiestrijd maakt Gazprom zich zodoende niet al te veel zorgen.