Posted on

Hollywood-activisme in het Interbellum. Hoe de Sovjet-Unie haar propagandamachine uitrolde en westerse beroemdheden voor zich won

[pullquote]“De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire rol gespeeld.” – Karl Marx [i] [/pullquote]

Weinig mensen zullen Willi Münzenberg kennen. Deze mediamagnaat was een meester in de strijd om de politieke waarheid. Na te zijn vermoord door zijn oude werkgever, Stalin, is Münzenberg behendig uit de geschiedenis gelaten. Maar juist daarom is het van belang om zijn loopbaan als propagandist te onderzoeken.[ii] In dit artikel zal ik ingaan op de verregaande culturele invloed van Willi Münzenberg.

Het activisme van een groot aantal acteurs, auteurs en musici in onze tijd is algemeen bekend. Dit wordt veelal slechts als iets modieus gezien. Onschuldige goeddoenerij. Maar waarom is het überhaupt modieus? Lezen over Münzenberg opent een poort naar een vreemde en in nevelen gehulde geschiedenis. Het legt de machinekamer bloot waarmee de westerse intellectueel vanuit Moskou werd verleid. Deze machinekamer bestond uit een groot netwerk van uitgeverijen, filmproductiebedrijven en kranten. Maar het beheerste ook de levens van publieke intellectuelen en grote literaire schrijvers. Het was Wilhelm “Willi” Münzenberg die geknipt bleek om dit propaganda-apparaat te sturen.

Bespeelde levens

Lillian Hellman, Dorothy Parker, Romain Rolland, Felix Frankfurter, Fernand Leger, Paul Eluard, Ella Winter, Elsa Triolet, Louis Aragon, Lincoln Steffens, André Malraux, Clara Malraux, André Gide, Ernest Hemingway, Sinclair Lewis: dat is slechts een greep uit de namen van de beeldbepalende kunstenaars die sympathie hadden voor het stalinisme. Literaire zwaargewichten, prijswinnaars en trendsetters in de jaren twintig en dertig van (West-) Europa en de VS. Zij werden allen, vrijwillig of onvrijwillig, verleid om ‘fellow-traveler’ van de communistische zaak te worden. Een haast schrijnend voorbeeld is dat van Romain Rolland, Frans schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Sommige schrijvers werden enkel geschaduwd, maar Rolland’s leven werd direct gemanipuleerd. Maria Pavlova Khoudachova (dit is de Franse transliteratie, hierna wordt de naam steeds weergegeven in de Nederlandse transliteratie, nl. als Choedasjova, red.), een Russische prinses, was een sovjetspion die getraind was om het leven van Rolland te bespelen.[iii] Zij trouwde met hem, beïnvloedde zijn politiek en zijn werk en zou na zijn dood de literaire erfenis blijven manipuleren. Dit gebeurde allemaal zonder dat Rolland ooit de waarheid achter de bedoelingen van Choedasjova leerde kennen. Choedasjova was een succesvolle pion in Münzenbergs strategie om cultureel Europa te veroveren.

Wie was dan die man, die met het grootste gemak het denken van velen bespeelde? Willi Münzenberg, geboren in 1889 in Duitsland, groeide in armoede op. Als zoon van een barman raakte Willi al snel betrokken bij de arbeidersbeweging. Tegen de tijd dat de Eerste Wereldoorlog uitgebroken was, was hij al een graaggeziene gast van Lenin. Münzenberg was op de radar van Trotski gekomen en werd al snel de organisatorisch talentvolle protegé van Karl Radek, een belangrijke spin in de communistische activiteiten in Duitsland. De eerste grote verdienste van Münzenberg, kwam in 1921. Lenin had hem in Moskou uitgenodigd en de taak gegeven om in het westen een inzamelingsactie voor de hongersnood in de Sovjet-Unie te beginnen.[iv] Deze grote propagandaslag liep onverwachts slecht uit, aangezien westerse filantropen en beroemdheden deze actie gebruikten om hun weelde en goedheid te bewijzen. Hoewel er grote bedragen binnenkwamen, kwam de westerse ‘PR’ het beste uit de verf, vergeleken met de armoedige Sovjet-Unie – het binnengehaalde geld was überhaupt van kleiner belang dan een propagandistische winst.

Moskou zag wel het organisatorische talent van Münzenberg. Maar de grootste slag die Moskou geslagen had, was dat zij wisten wat er bij de westerse culturele elite te halen viel. De bespeelbaarheid van hun trots en morele kompas kon gemakkelijk misbruikt worden. Münzenberg kreeg veel middelen tot zijn beschikking. Begin jaren twintig begon hij met het opzetten van zijn media-imperium. Dit deed hij door te beginnen met de aankoop van de distributierechten van vrijwel alle films in Duitsland. Deze bracht hij onder de hoede van een breed scala aan dummy corporations, waaronder de Aufbau, Industrie & Handels A.G.[v] Niet alleen Europa moest eraan geloven. De lange arm van Moskou reikte tot voorbij de Atlantische Oceaan: Münzenberg kreeg in 1925 de opdracht van de Komintern (de organisatie die gericht was op het internationaliseren van het communisme) om van de Amerikaanse communistische partij een propagandacentrale te maken.[vi] In de loop der jaren zou zijn greep hierop toenemen. Vele andere westerse socialistische organisaties stond hetzelfde lot te wachten.

De Publieke Opinie

Het is even interessant als ontluisterend om te zien hoe Münzenberg de onderstroom van de mainstream wist binnen te dringen. Hiervan twee voorbeelden: allereerst was er de Sacco-Vanzetti Case. Dit was een rechtszaak in Amerika tegen twee anarchistische Italianen die een dubbele moord zouden hebben gepleegd, waar de internationale pers lang over zou blijven schrijven. Münzenberg zette de Sacco-Vanzetti Case neer als racistisch gemotiveerd en bevestigde hiermee het idee dat Amerika geen land vol kansen, maar vol bekrompen vooroordelen was. Hiernaast werden er vele protestacties georkestreerd door de communistische partij en zou een inzamelingsactie een half miljoen opleveren – waarvan slechts 6.000 dollar bij Sacco en Vanzetti terecht zou komen.[vii]

Het tweede voorbeeld toont misschien wel Münzenbergs sluwste kant: Tussen 1928 en 1932 orkestreerde Münzenberg een vredesbeweging, die als voorbeeld geldt voor hoe de mythologie van progressieve gedachten wordt verspreid. Hiervoor zette hij The League Against War op. Het culmineerde in meerdere congressen voor vrede, waarbij iedere graad van links denken welkom was. Om de schijn op te houden, dat het geen communistisch georganiseerd congres was, werd de financiering goed verborgen gehouden. Opvallend hierbij is dat de agitatie zich richtte op de VS en moedwillig de opkomst van de nazi’s leek te negeren.[viii] Deze organisatie zou Münzenberg nog lang waardevol zijn en werd, nadat Hitler de macht greep, simpelweg omgedoopt van The League Against War tot The League Against War and Fascism.[ix]

Hoewel Münzenberg een succesvol verleidingsbedrijf draaiende hield, was er natuurlijk ook een verleidingsbereidheid vanuit de linkse intellectueel. Wat zochten zij, in hun toewijding aan het publiekelijk verdedigen van het stalinisme? In het boekje ‘Verre Paradijzen’, over het linkse politieke toerisme, staat:

De intellectuelen die zich in hun eigen maatschappij ontheemd voelden, zochten, in een poging om niet aan totale wanhoop ten prooi te vallen, een samenleving waarin hun idealen van eenheid, gelijkheid en harmonie wel verwezenlijkt leken. Hoe kritischer zij tegenover de maatschappij stonden die zij kenden, des te groter was hun behoefte aan een voorbeeld in de verte, een ver paradijs waar werd getoond hoe het beter kon.”[x]

Deze heimwee naar een onbestaande plek, moest ook verdedigd worden:

Uiteraard lokten de standpunten van de fellow-travelers in het Westen tegenspraak uit. In het publieke debat traden zij naast de communisten op als de belangrijkste peitbezorgers van de socialistische staten. Zij maakten daarbij gebruik van een vast repertoire argumenten waarmee ze de kritiek van hun tegenstanders pareerden. Verreweg de makkelijkste manier om hun critici te bestrijden bestond uit het verdacht maken van de bronnen waarop dezen hun betoog hadden gebaseerd. Het was voor de verdedigers van de Sovjet-Unie niet ongebruikelijk berichten over kampen in dat land af te doen als laster van de Amerikaanse geheime dienst.”[xi]

Nazi’s en communisten als stille kameraden

De antifascistische campagne en het vormen van ‘popular fronts’ waren manieren om jonge intellectuelen in het westen te werven voor de stalinistische zaak, met een als ‘moreel superieur’ gemaskeerd gedachtegoed (want alleen Stalin zou écht anti-Hitler zijn, wat progressieven aansprak).[xii] Maar waarom was Münzenberg dan, tot de machtsgreep van Hitler, niet geïnteresseerd in het bekritiseren van het fascisme? Het fascisme en het communisme waren immers aartsrivalen! Onder de oppervlakte lag de zaak ingewikkelder. Het zou de start van een samenwerking zijn die ook uiting vond in het beruchte Molotov-Ribbentroppact. De communisten hadden oog voor het antikapitalisme van Hitler en hoopten op een wending richting ‘sociaal-fascisme’. Zij konden het ook beter met elkaar vinden dan met de ‘burgerlijke’ liberalen en sociaal-democraten. Zo had Münzenberg veel contacten binnen de linkervleugel van de SA.[xiii]

Hoewel Münzenbergs leven en werk sterk veranderden na de machtsgreep van Hitler, bleef er geheim contact tussen de nazi’s en communisten. Münzenberg vluchtte in 1933 naar Parijs, kwam via een vriend van Sartre in bezit van een grote uitgeverij en begon met het creëren van een antifascistische beweging.[xiv] De boodschap – dat de Sovjet-Unie de ware en enige vijand was van het nazisme – overschreeuwde het stille feit dat de twee vijanden heimelijk samenwerkten.[xv]

Het Interbellum in Parijs

Na de rijksdagbrand was Münzenberg naar Parijs gevlucht. Een beschermheer van Münzenberg in het chique Parijs was Lucien Vogel. Zij kenden elkaar sinds de jaren ‘20. Vogel was een eigenaardige en opvallende smaakmaker en uitgever van tijdschriften, zowel in Berlijn, Parijs als later in de VS. Hij dacht al sinds 1926 na over manieren om socialisme via kunst in West-Europa salonfähig te maken. Twee bladen van hem zouden door Münzenberg gebruikt worden: Vu (dat zich bezighield met high-society) en Lu (een literair blad). Zijn landgoed (dat bekend stond als La Faisanderie, een 16e-eeuws jachtvertrek van Lodewijk XIV) was een constante verzamelplaats voor de links-modieuze bovenklasse in de jaren ‘20 en ‘30: intellectuelen, kunstenaars en spionnen uit de Sovjet-Unie.[xvi] In dit dromerige oord werden liefdes, vriendschappen en rivaliteiten geboren. Ook hier kon Münzenberg weer mensen vinden om om zijn vinger te winden.

In de jaren ‘30 was het in Parijs een komen en gaan van mensen en bezigheden. De vele gevluchte communisten vonden elkaar snel en creëerden een eigen biotoop. Vreemde wandelafspraken en ontmoetingen met sovjetspionnen waren aan de orde van de dag. Begin maart 1933 bracht een koerier uit Moskou opdracht om de World Committee for the Relief of the Victims of German Fascism op te richten. In tegenstelling tot de vredesorganisatie werd het een kleine organisatie, niet gericht op het grote ‘softe’ publiek. Het werd opgericht door Gibarti; een belangrijke, maar mysterieuze medewerker van Münzenberg, waarvan erg weinig bekend is. Het richtte zich op zeer geheime en fijnmazige taken, zoals het voeden van desinformatie richting Churchill.[xvii] Het mag duidelijk zijn dat Münzenberg in staat was tot aan de zon te reiken, als hij deze nodig had voor zijn cultuurpolitiek.

Het einde van Münzenberg

Het mystificeren van de geschiedenis en het verspreiden van onwaarheden is alomtegenwoordig in de Sovjetgeschiedenis. Zo is het algemeen bekend dat in onmin geraakten uit foto’s gewist werden. Ook het samenwerken met ‘oncommunistische’ krachten was niet voor de geschiedenisboeken bedoeld. Zowel de samenwerking met de nazi’s, als met het keizerlijk-burgerlijke Duitsland, leverden geen fraaie propaganda op. Zelfs de geboorte van het sovjetparadijs kon niet plaatsvinden, zonder steun van de Duitsers. Perry Pierik onthuld in zijn biografie over Ludendorff  hoe intensief Duitsland samenwerkte met de revolutionairen. De Duitsers beschouwden de revolutionairen slechts als huurlingen, die de strijd in het oosten konden verlichten.[xviii] Na de revolutie werd iedere verbinding tussen de Russen en Duitsers uit de geschiedenis gehouden, waaronder de mysterieuze Israel Helphand, die de gehele reis had gecoördineerd maar achteraf ook uit de geschiedenis is gewist.

Münzenberg stond hetzelfde lot te wachten. Tegen de tijd dat de oorlog was begonnen, in 1940, was Münzenberg in onmin geraakt bij Stalin. Hij werd achtervolgd door zowel de Russische NKVD als de Duitse SD. Toen zijn situatie te onzeker werd, ging hij op de vlucht richting Zuid-Frankrijk. In oktober 1940 vonden twee jagers hem, opgeknoopt aan een boom. Hoewel het nooit bewezen is, wijst alles erop dat Münzenberg door de NKVD is ingehaald.[xix] Münzenberg was uitgespeeld; bekneld geraakt tussen de totalitaire scharnieren van de geschiedenis.

Dit artikel is onderdeel van een reeks over de cultuurstrijd die de Sovjet-Unie voerde, ten tijde van de Koude Oorlog. Deze artikelen worden bewaard om in boekvorm te verschijnen. Eerder in deze reeks verscheen De rampzalige gevolgen van communistische infiltratie in de Derde Wereld, geschreven door dr. Perry Pierik.


[i] Marx, K. Het Communistisch Manifest. (1848). P 2.
[ii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. (1995).
[iii] Ibid. P 21-22.
[iv] Ibid. P 24.
[v] Ibid. P. 27.
[vi] Ibid. P 30.
[vii] Ibid. P 31-35.
[viii] Ibid. P 38-42.
[ix] Ibid. P 64-65.
[x] Aarsbergen, A. Verre Paradijzen, Linkse Intellectuelen op Excursie naar de Sovjet-Unie, Cuba en China. (1988). P 16.
[xi] Ibid. P 21.
[xii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 59-61.
[xiii] Ibid. P 41.
[xiv] Ibid. P 62-63.
[xv] Ibid. P 53-54.
[xvi] Ibid. P 69-72.
[xvii] Ibid. P 65.
[xviii] Pierik, P. Erich Ludendorff, Biografie. (2017). P 195-198.
[xix] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 309-310.

Posted on

Naar oplossing Bende van Nijvel?

Ongelooflijk maar waar, er lijkt nu toch een doorbraak in zicht voor het dossier van de Bende Van Nijvel, de bende aanslagplegers die in een ware golf van terreur van 1982 tot 1985 28 doden maakte en vele zwaar gewonden. Christiaan Bonkoffsky, een reeds lang bij specialisten van het dossier bekende naam, zou nu de beruchte reus van die Bende van Nijvel zijn. Deze overleed in 2015 en zou kort voor zijn overlijden aan zijn broer bekend hebben die reus geweest te zijn.

Gladio

Alle voor zover tot heden bekende gegevens lijken dit ook te bevestigen. Bovendien was de man voorheen lid van de later ontbonden antiterreureenheid van de gendarmerie Diane, later omgedoopt tot Speciaal Interventie Eskadron (SIE). Christiaan Bonkoffsky kende dus hun werkmethodes.

Christiaan Bonkoffsky is volgens vele getuigenissen de zogenaamde reus uit de Bende van Nijvel. De man eindigde als een marginale dronkenlap in de goot. Uit wroeging over wat hij ooit had gedaan en hoe zijn vermoedelijke opdrachtgevers hem desondanks behandelden? Links de robotfoto en rechts de man in carnavalsplunje.

 

Voor vele kenners van het dossier rond de Bende van Nijvel was een deel van hun harde kern immers afkomstig uit die groep Diane. Alleen praktisch zij immers kenden de wapentechnieken die door de bende bij hun aanslagen werden toegepast. Ze beheersten ook de knepen van het vak om steeds te ontsnappen aan hun onderzoekers. Zelfs hun vroegere baas en oprichter van de groep Diane was die mening toegedaan.

Bovendien was reeds lang de algemeen theorie dat zij in hogere kringen bescherming genoten. Daarbij werd vooral verwezen naar Gladio, een netwerk van geheime en bewapende figuren die ondergronds moesten werken. Waarbij vooral de Belgische militaire veiligheidsdienst AIVD en de NAVO instonden voor zowel de opleiding, bewapening als de begeleiding. En wie NAVO zegt denkt aan de VS.

Voor velen was dit of de voorbode van een staatsgreep of een poging om een zogenaamd sterke staat te installeren waarbij politie en bepaalde militairen voor of achter de schermen aan zoveel mogelijk touwtjes trokken. Ook in Turkije, Italië en Luxemburg grepen dergelijke veelal dodelijke acties plaats. Waarbij de Turkse generaal Kenan Evren op 12 september 1980 na jaren van terreur een militaire dictatuur kon installeren.

Vielsalm

Bijna zeker is dat in al die gevallen Amerikaanse steun een cruciale rol speelde. Zo was er in die periode de fameuze aanval op de basis van de Ardeense Jagers in Vielsalm waarbij men stelt dat leden van de Amerikaanse Special Forces een bewaker neerschoten en er wapens ontvreemden.

Wapens die nadien in Frankrijk deels bij de ‘linkse’ terreurgroep Action Directe werden teruggevonden. Action Directe was officieel een ultralinkse groep die nauwe banden had met de Belgische Cellules Communistes Combattantes (CCC), ook een zogenaamd ultralinks groepje die in diezelfde periode als de Bende van Nijvel eveneens aanslagen pleegde. Action Directe en de CCC hadden trouwens ongeveer het zelfde logo.

Eerst schreef de Nijvelse procureur des konings Jean De Prêtre de zaak toe aan ordinair banditisme en werkte hij alle onderzoeken in een andere richting brutaal tegen. Tot woede van vele gerechtelijke onderzoekers en bepaalde persmensen. Daar wees men al snel richting kringen bij de rijkswacht.

Bovendien hadden de overvallers amper interesse in een buit en wilden ze duidelijk de bevolking angst aanjagen. Daarom die aanvallen op een vrijdagavond op supermarkten als er veel volk aanwezig was. Gaan winkelen bleek plots een levensgevaarlijke zaak. Verder werd er ondanks de vele aanslagen nooit enig spoor gevonden van de daders. Wat bescherming doet vermoeden en het werk van insiders en specialisten.

De Delhaize in Eigenbrakel die op 27 september 1985 door de bende brutaal werd overvallen. Met als resultaat 8 doden waaronder een kind van 14 jaar en een buit van een schamele 388.000 frank (9.620 euro).

Nu 32 jaar na de laatste feiten komt zo te zien eindelijk het definitieve bewijs boven tafel dat de Bende van Nijvel en de groep Diane elkaar tot op zekere hoogte overlapten. Wat terreur moest bestrijden bleek zo te zien deels zelf terreur te veroorzaken.

Staatsgreep

Daarbij is de getuigenis belangrijk van Marc Van Damme, zoon van Willy Van Damme, toen de uitbater van café Tijl in de periode dat Christiaan Bonkoffsky er regelmatig zat. Die stelde dat Bonkoffsky een staatsgreep nodig achtte. Marc Van Damme gaf zijn informatie in 1998 al anoniem aan het gerecht door maar voelde zich nadien afgeluisterd en gevolgd en werd bang. En het gerecht negeerde zo te zien deze info. Nooit ondervroeg men Bonkoffsky.

De vraag is of er nog meer bewijs boven tafel zal komen en of we de namen van de andere bendeleden zullen leren kennen. Cruciaal is echter te weten wie hun bevelhebbers waren en de opdrachtgevers. Christiaan Bonkoffsky is immers een simpele uitvoerder. Misschien zitten die namen in het archief van de militaire veiligheid, de AIVD. Een dienst die steeds op goede voet leefde met hun Amerikaanse collega’s.

Het ganse verhaal toont hoe machtig de ‘staat binnen de staat’ in België wel is. Ministers, parlement en de Comités P en I en eventueel magistraten en politielui mogen doen wat ze willen. Men zorgt er steeds voor dat ze nergens geraken, minister van Justitie of Binnenlandse Zaken, het doet er niet toe. Men lacht hen achter de schermen desnoods gewoon uit.

Dendermondse carnavalisten gezellig onder elkaar in café Tijl zot te doen niet beseffend wat voor een figuur er zich in hun midden bevond. De schok bij hen is dan ook enorm geweest.

De recente golf van aanslagen door allerlei salafistische groepen kadert praktisch zeker in hetzelfde verhaal, het is de Bende van Nijvel 2. Ook nu weer wil men de Belgen, of Fransen en anderen, bang maken en hen allerlei maatregelen doen aanvaarden die de controle op hun doen en laten enorm doen toenemen.

Met camera’s die een gelaat of nummerplaat herkennen, stofzuigers die doorseinen wat er in de huiskamer van Jan Modaal gebeurt en televisietoestellen die afluisteren en de zenderkeuze en programmavoorkeur doorzenden naar… Wie feitelijk? Big Brother is al gearriveerd en machtiger dan ooit tevoren. Zie Facebook, Google, etc… niet toevallig allen Amerikaans.

Militaire achtergrond

Christiaan Bonkoffsky is een telg van een Poolse voorvader die in het begin van de achttiende eeuw naar Dendermonde kwam als militair in dienst van de Habsburgse vorsten. (1) Dendermonde was immers een garnizoensstad. En die militaire traditie werd ook nadien in eer gehouden.

Zo was François Bonkoffsky, vader van Christiaan, tijdens de Duitse bezetting in WOII lid van het Geheim Leger en nadien beroepsmilitair. En de vroegtijdig overleden oom Luc en broer van François was dan weer bij de Dendermondse politie. Een man met trouwens een goede reputatie in de stad.

Ironisch is het feit dat Christiaan Bonkoffsky afkomstig was uit de Dendermondse Greffelinck. In datzelfde straatje woonde ook de vroeg overleden substituut procureur Willy Acke die tot zijn zelfmoord – Voor velen een verdachte zaak – er woonachtig was en met onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek leidde. In wezen hoefde hij voor zijn reus dus niet echt ver te zoeken. Bij de buur eens aankloppen.

In Dendermonde was hij erg actief bij eerst de scouts en daarna de carnavalsvereniging de Tijlvrienden waar hij ondervoorzitter was en met als stamkroeg het toen populaire café  Tijl van stads- en naamgenoot Willy Van Damme.

Een na de overval in Aalst zwaar beschadigde Aalsterse politieauto. Christiaan Bonkoffsky eindigde zijn carrière bij die Aalsterse politie.

Geen verbazing dat men er in het milieu van de Dendermondse carnavalisten door het nieuws zwaar geschokt was. “Hij vertelde wel eens dat hij straffe dingen kon doen maar dat leek ons toen eerder een soort van grap”, klinkt het bij een oude carnavalsvriend. “De man kon als het er op aan kwam bij een caféruzie een man zo tegen de muur kletsen”, stelt een vroegere Dendermondse collega.

Ondertussen heerst er bij bepaalde kennissen van de man, waaronder de vroegere carnavalisten, een grote woede over een bepaalde pers en de sociale media die er niet voor terugschrikken, aldus een betrokkene, om mensen woorden in de mond te leggen die men niet eens heeft uitgesproken.

Een vroegere vriend carnavalist promoveerde men op het internet zelfs al bijna tot lid van de bende. Ja want hij was….rijkswachter geweest en condoleerde in 2015 de overleden vroegere gewezen vriend.

Zelfs Dendermondse naamgenoten van Christiaan Bonkoffsky waaronder zelfs kinderen worden zo al in de sociale media met de vinger gewezen en beklad. Grenzen lijken er hier niet meer te zijn. Roddel en laster lijken wel de regel. De riool is opengetrokken en de ratten lopen vrij rond.

Hilde Geens

Voor Hilde Geens (2) is er blijkbaar weinig echt reden voor optimisme in de zaak. Hilde Geens was een van de weinige journalisten die zich professioneel op de zaak gooiden. Ze schreef er ook veel over in tijdschriften als Humo en in een boek over de manipulaties en flaters in dit dossier.

Hilde Geens is zeer sceptisch wat betreft het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Voor haar kunnen historici zoals bij de zaak van de moord op Julien Lahaut eventueel voor een oplossing zorgen.

Hilde Geens: “Er is in dit dossier al van bij de eerste overval in september 1982 bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver sprake van manipulaties, en dat is er niet op verbeterd. En als we zien dat men er na 32 jaar nog niet in slaagde zelfs maar een dader te arresteren hoe kan men dan verwachten dat men de regisseurs zou kunnen identificeren? En dan hebben we het nog niet over de mannen die hen inhuurden. Neen, ik ben niet optimistisch. Een goed idee is dat wat de historici Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer dit weekend opperden in De Standaard. Zij stelden hier de aanpak te gebruiken zoals bij het dossier van de eveneens nooit opgeloste rakende moord uit 1951 op parlementslid en CP-leider Julien Lahaut. Die historici konden wel de daders identificeren wat het gerecht nooit lukte.” (3)

Ook wist men al jaren van de mogelijke betrokkenheid van Christiaan Bonkoffsky en pas op vrijdag 20 oktober ondervroeg men zijn vroegere echtgenote. Maanden nadat de broer van Christiaan met zijn verhaal naar het gerecht was gestapt. Gerommel in de pers dreef hen blijkbaar in die richting. Echt (sic) kwaliteitsvol politiewerk dus.

De indruk is daarom dat ook deze huidige onderzoekscel er een soep van maakt. Bewust? En wie gaat nu nog een magistraat of politieman in deze zaak geloven? Debielen? Ook voor diegenen in die milieus die het goed menen en hard werken is dit een drama. Men sleurt hen mee het modderbad in.


1) Op het einde van de zeventiende eeuw verzwakt de positie van Polen sterk en komt er zelfs een Saksische vorst aan het bewind. Waarna vrij snel het land als onafhankelijk natie ophoud te bestaan en men het verdeelde tussen Oostenrijk, Rusland en later Duitsland. Dit tot in 1917-1918 wanneer als gevolg van de nederlaag van Oostenrijk-Hongarije en Duitsland en de Russische revolutie Polen met Frans-Britse steun terug onafhankelijk kan worden.

Gelijktijdig heerst er rond 1700 in onze regio toen een oorlog rond de opvolging van de Spaanse troon waar Karel II de bezittingen overlaat aan een kleinzoon van Lodewijk XIV die echter alles voor zichzelf wil hebben. Waarna er tussen Frankrijk en de alliantie van de Nederlandse republiek, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Beieren een langdurige oorlog losbarst. Die oorlog duurt tot de Vrede van Utrecht uit 1713-14.

Waardoor onze regio in handen valt van de Oostenrijkse Habsburgers. De Oostenrijkse Habsburgers hadden hier dus veel militairen nodig. Bij de Vrede van Utrecht creëerde men ook het Barrièreverdrag van 1715 dat tot 1781 duurde en waarbij een aantal steden waaronder Dendermonde een Nederlands en Oostenrijks garnizoen kregen. De eerste Oostenrijkse vorst voor het latere België was Karel VI. In die periode krijgt ook de naam België geleidelijk ingang onder de intelligentsia.

2) Op 4 augustus 2013 werd hier het boek van journaliste Hilde Geens besproken. Gelijktijdig verscheen er ook een gesprek hierover met haar. Het boek ‘beetgenomen’ gaat over het falen van het gerecht in de zaak en de blijkbaar bewuste sabotage van het onderzoek. Het verscheen in 2013 bij uitgeverij Manteau.

In beetgenomen geeft Hilde Geens vele voorbeelden van de machinaties van dit dossier met als ultieme bedoeling dat men de daders nooit zou vinden.

3) Ook in dit onderzoek van die historici werd verwezen naar allerlei politiek als rechts bestempelde milieus verbonden met mensen uit de VS die Lahaut en zijn CP definitief uit de machtscentra wilden verdrijven. Geheime netwerken met een crimineel karakter. Waarbij allerlei politionele en gerechtelijke manipulaties de enquête naar die moord eveneens saboteerden.

Posted on

Een originele oorlogsfilm

De film Dunkirk is op het moment van schrijven in sommige bioscopen al niet meer te zien, maar het is toch de moeite waard even stil te staan bij deze verfilming over een van de grootste nederlagen van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog.

Laten we meteen tot de kern komen. De film is een meesterwerk. Het grootste deel van de film bestaat uit 3 verhalen. Een soldaat die een week op het strand van Duinkerken doorbrengt. Een piloot van een Spitfire-jachtvliegtuig en een burger die met zijn plezierjacht het kanaal oversteekt. Deze drie verhalen vinden elkaar tijdens het sluitstuk van de film die toch zeker origineel te noemen is.

Wat ook origineel te noemen is, zeker gezien de veelheid aan films over de Tweede Wereldoorlog, is dat de geallieerde soldaten geen onoverwinnelijke superhelden zijn. En de weinige Duitse soldaten geen baby-etende monsters. Dat klinkt allemaal erg logisch, maar in te veel andere films worden deze evidenties niet zo in beeld gebracht. De regisseur Christopher Nolan heeft ervoor gekozen de strijd neutraal in beeld te brengen. Er zijn geen swastika’s te zien en geen gratuite beelden van gewonde soldaten. De stuka’s maken hun specifieke angstaanjagende geluid en schepen zinken als ze geraakt worden door torpedo’s of bommen. Er is duidelijk actief geprobeerd een waarheidsgetrouw verhaal te vertellen.

De muziek is gedaan door Hans Zimmer die eerder de filmmuziek voor Gladiator componeerde en zich daarbij liet inspireren door Richard Wagner. Die invloed van klassieke muziek is ook in deze film te horen. De muziek is naast al het andere moois in deze film ook een pluspunt. Op momenten is de muziek angstaanjagender dan in menig horrorfilm die ik heb gezien en op de juiste momenten is de muziek mooi en dromerig en faalt nooit in het begeleiden van de toon van de scene.

Het strand waar de 400.000 soldaten bivakkeren wordt naarmate de film vordert steeds meer gevuld met dode lichamen en als de vloed opkomt spoelen er nog meer lijken – afkomstig van getorpedeerde en gebombardeerde schepen – aan. Aangevuld met de muziek van Hans Zimmer wordt er een claustrofobische sfeer op de open ruimte van het strand gecreëerd.

Het beeld van een verslagen leger dat uit de lucht steeds weer onder vuur wordt genomen door nietsontziende aanvallen van stuka’s en de Heinkel bommenwerpers die meedogenloos Britse schepen tot zinken brengen projecteert Christopher Nolan vakkundig op ons netvlies. De bedrukte sfeer van nederlaag, van paniek en het gevoel van noodzaak om het strand van Duinkerken te verlaten is zo dik dat het bijna tastbaar is.

De personages worden naamloos opgevoerd en we leren ze op voornamen en wat oppervlakkige kernmerken na niet echt kennen. Maar dat is niet erg. Deze film gaat over een naamloze massa en ik vind de keuze om niet te veel persoonlijke verhalen te verfilmen ook terecht en passen bij de algemene Untergangsstimmung.

De film illustreert natuurlijk een nederlaag en in die zin is er geen “happy end”. Maar vlak voordat de aftiteling getoond wordt worden we getrakteerd op de legendarische “we shall never surrender”-speech van Winston Churchill. Verwoord door een naamloze soldaat en wederom gezet op de prachtige, dromerige muziek van Hans Zimmer.

In november te zien op DVD. Aanrader.

Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on

Waarom Kaczynski’s waanbeeld Europese kernmacht niet opgaat

De uitlatingen van de Amerikaanse president Donald Trump over de NAVO houden de gemoederen bezig en plotseling wordt zelfs weer gediscussieerd over de vraag of Duitsland een eigen kernwapenpotentieel zou moeten bezitten. Dat idee is echter volstrekt irreëel.

Jaroslaw Kaczynski bekleedt weliswaar geen staatsambt, maar de leider van regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS) geldt wel als de sterke man achter de schermen in Polen. Op wat hij zegt wordt ook in het buitenland acht geslagen.

Reeds lang mag hij graag voor vermeende Russische agressie waarschuwen en een sterkere aanwezigheid van de NAVO in zijn land eisen. Intussen is hem dat echter niet meer genoeg, hij droomt nu zelfs van een “supermacht Europa”.

In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung zette de politieke leider, die als eurosceptisch geldt en onder andere bekend werd door anti-Duitse retoriek, uiteen dat hij het zou verwelkomen, als Europa zich als zelfstandige kernmacht met Rusland zou kunnen meten.

Kaczynski moest daarbij wel toegeven dat Europa daarvoor tot “enorme uitgaven” bereid zou moeten zijn. En zoals altijd wanneer er in Europa geld op tafel moet komen, werd daarmee ook nu de blik op Duitsland gevestigd.

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar men de Bondsrepubliek ook na decennia partnerschap in het Noord-Atlantisch bondgenootschap nog altijd met een zekere argwaan bekijkt, kan men zich in het licht van de momentele onzekerheden van het Amerikaanse beleid een kernmacht Duitsland voorstellen.

De reactie van Duitse politici, militairen en wetenschappers op deze impuls is evenwel overwegend negatief. Dat heeft niet alleen politieke en praktische redenen. De jurist Wolfgang Ischinger, voormalig Duits ambassadeur in Washington, staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken, en sinds 2008 directeur van de Münchner Sicherheitskonferenz, zegt duidelijk waarom het debat over een uitrusting van het Duitse leger met kernwapens een schijndebat is: “Het grijpen naar kernwapens zou voor Duitsland een ernstige schending van het internationaal recht zijn.”

Internationaal recht

Duitsland heeft zich er immers in diverse verdragen vastgelegd op het afzien van kernwapens. De eerste stap in deze richting nam de Bondsrepubliek bij het toetreden tot de West-Europese Unie (WEU) in 1954, toen ze verklaarde het bezit noch het beschikkingsrecht over kernwapens na te streven. Korte tijd later, bij het afsluiten van de Verdragen van Parijs bekrachtigde de Bondsrepubliek dit nog eens.

Vervolgens ondertekenden op 1 juli 1968 de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk na zesenhalf jaar onderhandelen het Non-proliferatieverdrag. Dat verdrag legde vast welke landen kernmachten waren en welke niet en stond geen verandering van die situatie toe. Als 91e staat ondertekende op 28 november 1969 ook de Bondsrepubliek Duitsland dit verdrag. Daarin verplicht iedere ondertekenende niet-kernmacht zich ertoe, van niemand direct of indirect kernwapens of het beschikkingsrecht daarover aan te nemen en om ze ook zelf niet te vervaardigen of verwerven, en om geen ondersteuning te geven aan de vervaardiging van kernwapens. Het verdrag werd oorspronkelijk afgesloten voor een periode van 25 jaar, maar geldt sinds 1995 voor onbepaalde tijd. Vandaag de dag zijn 191 staten verdragspartij.

In het zogenaamde Twee-plus-Vier-verdrag bekrachtigden de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek in 1990 “hun afzien van de vervaardiging en het bezit van en van het beschikkingsrecht over atoom-, biologische en chemische wapens. Zij verklaren dat ook het verenigde Duitsland zich aan deze verplichtingen houden zal. In het bijzonder blijven de rechten en verplichtingen uit het Verdrag over de Non-proliferatie van Kernwapens [..] voor het verenigde Duitsland gelden.”

Een legaal Duits bezit van kernwapens is kortom niet mogelijk en een debat daarover overbodig. Toch is het niet voor het eerst dat er over gedacht wordt. Bondskanselier Konrad Adenauer droomde namelijk al van Duitsland als kernmacht.

Geheime overeenkomst

Hoewel Adenauer zeer geloofde in het Noord-Atlantische bondgenootschap, vertrouwde hij toch niet helemaal op de verzekering uit Washington dat iedere Russische agressie met een nucleaire tegenaanval beantwoord zou worden. In een kabinetszitting eind 1956 verklaarde hij dat het nodig was om tenminste over tactische kernwapens te beschikken.

Aangezien de Bondsrepubliek zich er in de Verdragen van Parijs internationaal-rechtelijk op had vastgelegd af te zien van kernwapens, moest hij in het geheim opereren. Hij vond daarbij steun in Parijs, waar men eveneens twijfelde aan de geloofwaardigheid van Washington.

Tijdens een ontmoeting in Adenauers privéwoning in november 1957 deed de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Maurice Faure hem het aanbod om samen Frankrijk en Italië kernwapens te produceren. Nog geen week later ondertekenden de minister van Defensie van de Bondsrepubliek, Franz Josef Strauß, en zijn ambtsgenoten uit Frankrijk en Italië een geheim protocol over de samenwerking, waarbij de Duitse bijdrage als deelname aan een “Europees Instituut voor Raketten” verhuld werd.

In april 1958 ondertekenden de drie ministers van Buitenlandse Zaken het akkoord over het trilaterale bewapeningsprogramma. Er kwam echter niets van terecht. Want toen Charles de Gaulle enkele weken later premier werd, maakte hij meteen een eind aan de plannen. Hij wilde Frankrijk tot een zelfstandige grootmacht met eigen nucleaire slagkracht maken.

Nadat hun plannen om zich van het Amerikaanse kernwapenpotentieel onafhankelijk te maken mislukt waren, bleef Adenauer en Strauß niets anders over dan de ‘nuclear sharing‘, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Dit gaf (West-)Duitsland de mogelijkheid aan de planning voor de inzet en aan de consultaties over de vrijgave van kernwapens mee te werken. Bovendien verwierf de Duitse krijgsmacht eigen systemen waarmee Amerikaanse kernwapens ingezet konden worden.

Lees ook:

Posted on

Hoe Amerikaanse drones en Jemenitische bruiloft beperkingen Duitse soevereiniteit onthullen

Een van de lopende zaken uit 2016 die mee gaat naar 2017 is een rechtszaak die aan het wezen van de Duitse staat raakt. Het gaat om de aanklacht van de Jemeniet Faisial bin Ali Jaber en twee nauwe verwanten tegen de Bondsrepubliek Duitsland. De zaak draait om de dood van twee van zijn familieleden, die tijdens een bruiloft door Amerikaanse drones getroffen werden.

Voor deze Jemenitische familie was dat een catastrofe, voor de Amerikaanse luchtmacht is het alledaags. Duizenden onschuldige mensen zijn reeds door hun drones om het leven gebracht. Maar waarom vindt een rechtszaak hierover in Duitsland plaats en waarom is de Duitse regering de beschuldigde?

De verklaring is eenvoudig. Zonder de Amerikaanse luchtmachtbasis in het Duitse Ramstein zou de Amerikaanse luchtmacht geen drone-aanvallen uit kunnen voeren in het Midden-Oosten en Noordoost-Afrika. De doelgebieden in Irak, Somalië, Jemen en Pakistan zijn zo ver van de Verenigde Staten verwijderd dat vanwege de kromming van de aarde een relaisstation nodig is, en als zodanig dient Ramstein. Dat is de geografische kant van de zaak, maar er is ook een juridische kant.

Deze eliminaties door drones, zonder proces, zonder bewijsvoering, zonder rechter, op basis van een willekeurig besluit, zouden ook als moord te kwalificeren zijn, als er bij die aanvallen daadwerkelijk slechts terroristen getroffen zouden worden. Ook terroristen hebben immers recht op de bescherming die het strafprocesrecht van een rechtsstaat – waarvoor de VS zich toch uitgeven – biedt.

Maar waarom wordt nu Duitsland aangeklaagd? Heel eenvoudig, Ramstein ligt op de Duitse grond en zodoende laadt de Duitse regering, die het gebeuren op de Amerikaanse basis toelaat, de verdenking van medeplichtigheid op zich. Van deze verdenking kan Berlijn zich slechts ontdoen als ze verklaart dat ze geen toegang heeft tot Ramstein, geen juridisch eigendom en geen mogelijkheid om daar gepleegde misdrijven te vervolgen. Het is nauwelijks voorstelbaar dat bondskanselier Angela Merkel of een van haar ministers zich op een dergelijke argumentatie zou verlaten.

Al jaren gaat de Duitse regering iedere vraag naar Ramstein en wat daar allemaal gebeurt uit de weg. Totdat een paar weken geleden het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan een lid van de Bondsdag bevestigde, dat in Ramstein steun verleend wordt aan “de planning, toezicht en evaluatie van toegewezen luchtoperaties”. Deze toegeving was nogal algemeen verwoord. Dat zonder Duitse betrokkenheid de dronemoorden van de VS niet plaats zouden kunnen vinden, wilde men in ieder geval niet zeggen.

Ook andere zaken met betrekking tot Ramstein houdt men liever voor zich. In de loop van de afgelopen herfst leverden de VS daar – met toestemming van bondskanselier Merkel – 20 atoombommen van de nieuwere soort aan, wat op zich al onverkwikkelijk genoeg is. Daarbij komt echter dat voor de inzet van deze bommen Duitse ‘Tornado’-gevechtsvliegtuigen zijn aangepast en Duitse piloten zijn opgeleid. Dit raakt aan het Non-proliferatieverdag en aan de Duitse grondwet. In artikel II van het verdrag verplicht Duitsland zich ertoe “van niemand direct of indirect kernwapens of andere kernspringladingen aan te nemen” en die “te fabriceren nog op een andere manier te verkrijgen”. De aanwezigheid van kernwapens in Ramstein, die bedacht is voor Duitse vliegtuigen en piloten, gaat duidelijk tegen dit verdrag in.

Met de grondwet zit het wat anders in elkaar. Daarin staat namelijk in artikel 26 iets dergelijks, maar in de paragaaf daarvoor is de NAVO uitgezonderd. Zodoende gelden voor Amerikaanse kernwapens op Duitse bodem niet de de Duitse maar de Amerikaanse regels. In de NAVO wordt in dit verband gesproken van ‘nuclear sharing’. Daarmee worden van nucleaire have-nots handlangers onder Amerikaans bevel gemaakt en wordt een goed deel verantwoordelijkheid op de vazallen afgeschoven. Zo is men er weliswaar in geslaagd met een juridische truc de Duitse grondwet te omzeilen, de schending van het Non-proliferatieverdrag blijft echter staan.

Ook blijft de vraag bestaan, waarom de Duitse regering zich ten aanzien van Ramstein zo terughoudend opstelt. De beide genoemde problemen, drones en kernwapens, zijn immers niet de enige. Andere, zoals de effectieve onmogelijkheid van strafvervolging, komen daar nog bij.

Het kan zijn dat Merkel persoonlijk zo zeer aan de bestaande verhouding van Duitsland en de VS hecht, dat ze dit alles op de koop toe neemt. Joost mag het weten. Het kan echter ook zijn dat ze het gebeuren in Ramstein – en andere Amerikaanse bases in Duitsland – tolereert, omdat ze geen andere mogelijkheid heeft. De keuzemogelijkheden van een Duitse bondskanselier zijn immers beperkt. Het lidmaatschap van een zo nauw bondgenootschap als de NAVO brengt grote beperkingen van de nationale soevereiniteit met zich mee. Dit weegt des te zwaarder met het oog op de casus fœderis die sinds 11 september 2001 geldt in de strijd tegen het terrorisme.

In het geval van Duitsland wordt deze afhankelijkheid versterkt door het feit dat de bezettingsmachten (Amerika, Engeland en Frankrijk) in de geheime onderhandelingen over de hereniging enkele privileges uit het bezettingsstatuut tot op de dag van vandaag veilig gesteld hebben, zoals de toelating om in Duitsland bedrijven en personen te bespioneren. Hier ligt ook de rede voor de ingehouden reactie van de regering op het NSA-afluisterschandaal. Wat de Verenigde Staten in deze gevallen in Duitsland doen, is weliswaar immoreel, maar wel in overeenstemming met de regelingen. Dat geeft weinig basis voor protest van regeringszijde.

Hiermee hangt ook de zogenaamde Kanzlerakte samen, die de SPD-politicus Egon Bahr door zijn getuigenis in Die Zeit op 14 mei 2009 in de openbaarheid bracht. Bahr beschrijft hoe de pas gekozen bondskanselier Willy Brandt drie documenten ter ondertekening voorgelegd kreeg. Woordelijk: “Aan de respectievelijke ambassadeurs van de drie machten – de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië – in hun capaciteit van Hoge Commissarissen gericht. Daarmee moest hij toestemmend bevestigen wat de militaire gouverneurs in hun akte van goedkeuring van de grondwet van 12 mei 1949 aan bindende voorbehouden gemaakt hadden.” Brandt weigerde in eerste instantie een dergelijk “onderwerpingscontract” te ondertekenen, moest het uiteindelijk echter toch doen. Sedert het Twee-plus-Vier-verdrag van 1991 gelden weliswaar de geallieerde voorbehouden als niet meer geldig, maar de Kanzlerakte bestaat tot op de dag van vandaag.

Posted on

Poolse regeringspartij wil Duitse verleden van Breslau wegmoffelen

Breslau (in het Pools Wroclaw) is dit jaar de Culturele Hoofdstad van Europa en presenteert in dat kader ook haar Duitse cultureel erfgoed en geschiedenis. Dat is echter tegen het zere been van de gemeenteraadsfractie van de nationaal-conservatieve partij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS).

“Duitsland moet eens en voor altijd het verlies van Breslau aanvaarden”, zo schrijft de fractie opgewonden aan de burgemeester. De nationaal-conservatieven storen zich er onder andere aan dat er aan het raadhuis van de stad geen Poolse vlaggen wapperen, die zou bij Duitse toeristen tot “verkeerde conclusies” kunnen leiden, zo vreest PiS. Als het aan de fractie ligt, worden de  uit Breslau afkomstige ontvangers van de Nobelprijs ook niet langer als ereburgers van de stad geëerd, dat zijn namelijk stuk voor stuk Duitsers. Ook moet de straat die naar Wilhelm Grapow (zeg: Grapoo), de architect van het negentiende-eeuwse hoofdstation, vernoemd is, hernoemd worden, want ook dat was een Duitser. De Poolse minister voor Cultuur en Nationaal Erfgoed wil op zijn beurt de Breslauer Opera omdopen tot Nationale Opera.

Aan het raadhuis van Breslau hangen tot ergernis van de PiS-gemeenteraadsleden geen Poolse vlaggen.
Aan het raadhuis van Breslau hangen tot ergernis van de PiS-gemeenteraadsleden geen Poolse vlaggen.

Rafal Dutkiewicz, de onafhankelijke burgemeester van Breslau, heeft weinig op met de verzoeken van de PiS-fractie. Het Duitse erfgoed is een belangrijke toeristentrekker.

563px-Curzon_line_en.svgBreslau is de belangrijkste stad van Silezië en was de hoofdstad van de Pruisische provincie Neder-Silezië. In 1871 was Breslau na Berlijn en Hamburg de derde stad van Duitsland. Met zo’n 633.000 inwoners is het momenteel de vierde stad van Polen. Silezië hoorde bij Duitsland tot het na de Tweede Wereldoorlog door de Conferentie van Potsdam aan Polen werd toebedeeld. Het overgrote deel van de Duitse bevolking werd verdreven, alleen uit Neder-Silezië werden al zo’n 1,7 miljoen Duitsers verdreven. In de gebieden die Duitsland aan Polen verloor, werden Polen uit de gebieden die na de oorlog aan de Litouwse, Wit-Russische en Oekraïense Sovjet-republieken toevielen gevestigd. Dat kon echter niet verhinderen dat de gebieden nog enkele decennia sterk onderbevolkt zouden zijn. In Silezië bevindt zich nog altijd een concentratie van de kleine Duitse minderheid in Polen. Ook identificeert een deel van de inwoners zichzelf niet als Pool, maar als Sileziër.

Posted on

De nieuwe Britse buitenlandpolitiek

Door Thierry Meyssan, vertaling Harry Prins

De westerse media blijven de boodschap herhalen: door de Europese Unie te verlaten hebben de Britten zichzelf geïsoleerd van de rest van de wereld en zullen ze een oplossing moeten vinden voor de verschrikkelijke economische gevolgen. En toch kan de val van het Britse pond een voordeel zijn voor het Gemenebest, dat een veel grotere familie is dan de Unie en aanwezig is op alle zes continenten. Geroemd om haar pragmatisme kan de City snel het internationale centrum worden voor de yuan en de Chinese munt in het hart van de Unie plaatsen.

De Verenigde Staten blijven onzeker over hun vermogen om de Europese Unie actief te laten deelnemen in de NAVO en de wil van het Verenigd Koninkrijk om de militaire alliantie die zij samen sinds 1941 hebben opgebouwd – met als doel de wereld te overheersen – voort te zetten. Ondanks de beschuldigingen van Europese leiders isoleert de Brexit het Verenigd Koninkrijk niet, maar maakt deze het mogelijk dat zij zich wendt tot het Gemenebest en banden met China en Rusland creëert.

Europeanen in de NAVO dwingen

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren van plan om bij de leden van de Europese Unie aan te dringen om tijdens de Top in Warschau (8 en 9 juli) een uitbreiding van het militaire budget van 2%  bekend te maken. Daarnaast waren er plannen tot het aannemen van een strategie om troepen bij de Russische grens te stationeren, inclusief het oprichten van een gezamenlijke NAVO-EU logistieke eenheid, die het gemeenschappelijk gebruik van helikopters, schepen, drones en satellieten mogelijk moet maken.

Tot nu leverde het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste bijdrage in de Unie wat betreft defensie; bijna 15% van het defensiebudget van de EU. Daarnaast gaf het leiding aan Operatie Atalanta, die bescherming biedt aan maritieme transporten voor de kust van de Hoorn van Afrika, en stelde het haar schepen ter beschikking op de Middellandse Zee. Tenslotte was het plan dat het Verenigd Koninkrijk troepen zou leveren voor de nog op te richten gevechtseenheden van de EU. Met de Brexit zijn al deze afspraken van nul en generlei waarde.

Voor Washington is nu de vraag of Londen bereid is haar rechtstreekse belang in de NAVO – waarvoor het de op een na grootste bijdrage levert – te vergroten, ter compensatie voor de rol die ze speelde in de EU – maar zonder daarbij enig direct voordeel terug te krijgen. Hoewel Michael Fallon, de huidige Britse minister van Defensie, beloofd heeft niet de gezamenlijke inzet van NAVO en EU te  verzwakken, ziet niemand een reden waarom Londen akkoord zal gaan met het plaatsen van troepen onder buitenlands bevel.

Het resultaat is nu dat Washington vraagtekens zet bij het Britse verlangen om de militaire alliantie die zij sinds 1941 hebben opgebouwd voor te zetten. Natuurlijk mogen we niet de mogelijkheid uitsluiten dat de Brexit een Britse truc is om opnieuw te onderhandelen over hun ‘speciale relatie’ met ‘de Amerikanen’ in het voordeel van de Britten. Het is echter waarschijnlijker dat Londen hoopt haar relaties met Beijing en Moskou uit te breiden zonder de eerder genoemde voordelen van de alliantie met Washington op te geven.

De Angelsaksische geheime diensten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, en zelfs voordat de Verenigde Staten gingen deelnemen aan de strijd, sloot Washington een pact met het Verenigd Koninkrijk. De details hiervan zijn terug te vinden in het Atlantic Charter [1]. Het riep beide landen op zich te verenigen om vrije zeevaart en uitbreiding van vrije handel te garanderen.

Deze alliantie werd verwezenlijkt in de ‘Five Eyes’ overeenkomst, die de basis vormt voor de samenwerking tussen 17 geheime diensten van 5 verschillende landen (de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, plus drie andere leden van het Gemenebest – Australië, Canada en Nieuw-Zeeland).

De documenten die Edward Snowden onthulde laten zien dat het Echelon-netwerk in haar huidige vorm “een supranationale inlichtingendienst” vormt, “die onafhankelijk is van de deelnemende landen”. Op deze manier heeft ‘Five Eyes’ mensen als de secretaris-generaal van de Verenigde Naties of de Duitse kanselier kunnen bespioneren en tegelijkertijd grootschalig bespioneren van hun eigen burgers kunnen uitvoeren.

Op gelijke wijze stichtten de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in 1948 een tweede supranationale dienst, de Office of Special Projects, die leiding gaf aan de ‘stay-behind’ netwerken van de NAVO, tegenwoordig bekend onder de naam Gladio.

Professor Daniele Ganser heeft onthuld dat deze dienst een aantal staatsgrepen en terroristische aanslagen in Europa heeft uitgevoerd [2]. We gingen er eerst van uit dat de ‘strategie van de spanning’ erop gericht was om op democratische wijze te voorkomen dat communisten aan de macht zouden komen in Europa. Maar al snel werd duidelijk dat het doel vooral was de angst voor het communisme te vergroten en daarmee Angelsaksische militaire bescherming te rechtvaardigen. Nieuwe vrijgegeven documenten laten zien dat deze methode ook buiten Europa bestaat en werkzaam is in de Arabische wereld [3].

In 1982 creëerden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië tenslotte een derde supranationale dienst, waarvan de nep-NGO’s – de National Endowment for Democracy en haar vier dochterondernemingen, ACILS, CIPE, NDI en IRI – het zichtbare deel vormen [4]. Het is gespecialiseerd in het organiseren van staatsgrepen verhuld als ‘revoluties’.

Hoewel er een aanzienlijke hoeveelheid literatuur is over deze drie programma’s, weten we niets over de supranationale diensten die de controle hierover hebben.

De ‘speciale relatie’

De Verenigde Staten, die hun onafhankelijkheid uitriepen door zich af te scheiden van het koninkrijk, verzoende zich pas eind 19e eeuw met het Verenigd Koninkrijk (de Great Rapprochement). De twee staten vormden een alliantie tijdens de Spaanse oorlog op Cuba, en daarna voor het gebruik maken van hun koloniale handelsposten in China – in andere woorden, toen Washington haar imperialistische roeping ontdekte. In 1992 werd er een trans-Atlantische club opgericht, de Pilgrim Society, waarmee hun hernieuwde vriendschap werd bevestigd. De Engelse koning is traditiegetrouw voorzitter van de club.

De verzoening werd in 1917 verzegeld met het gemeenschappelijke project voor de oprichting van een Joodse staat in Palestina [5], en met de deelname van de Verenigde Staten naast Engeland aan de oorlog. Sindsdien hebben beide staten verschillende militaire middelen gedeeld, waaronder later de atoombom. Toen echter het Gemenebest werd opgericht, weigerde de Verenigde Staten toe te treden, omdat ze zich gelijkwaardig voelde aan Londen.

Ondanks een aantal onenigheden – de Britse aanval op Egypte (Suez-kanaal) of tegen Argentinië (de Falkland-oorlog), of opnieuw tijdens de Amerikaanse invasie van Grenada – hebben de twee machten elkaar altijd gesteund.

Het koninkrijk financierde de start van Obama’s verkiezingscampagne in 2008, door omvangrijke giften via de Iraaks-Britse wapenhandelaar Nadhmi Auchi. Tijdens zijn eerste periode was een groot aantal van de medewerkers van de nieuwe president in het geheim lid van de Pilgrim Society. De Amerikaanse afdeling daarvan werd voorgezeten door Timothy Geithner. Maar president Obama maakte zich los van de groep, waardoor het koninkrijk het idee kreeg dat het geen waar kreeg voor haar geld. De verhouding verslechterde door de aanval op David Cameron in The Atlantic [6], en het bezoek van de Obama’s aan koningin Elizabeth II vanwege haar verjaardag heelde de wonden niet.

Premiers van de Gemenebestlanden in 1944, vlnr: Mackenzie-King (Canada), Jan Smuts (Zuid-Afrika), Winston Churchill, Peter Fraser (Nieuw-Zeeland, John Curtin (Australië).
Premiers van de Gemenebestlanden in 1944, vlnr: Mackenzie-King (Canada), Jan Smuts (Zuid-Afrika), Winston Churchill, Peter Fraser (Nieuw-Zeeland, John Curtin (Australië).

Het Gemenebest

Door zich los te maken van de Europese Unie en zich te verwijderen van de Verenigde Staten heeft het Verenigd Koninkrijk zich op geen enkele wijze geïsoleerd, maar kan het opnieuw de joker trekken, het Gemenebest.

Men is geheel vergeten dat in 1936 Winston Churchill met het voorstel kwam om de huidige landen van de Europese Unie in het Gemenebest op te nemen. Zijn plan werd verhinderd door de politieke spanning en de wereldoorlog. Pas na de geallieerde overwinning kwam dezelfde Churchill met het idee tot de vorming van de ‘Verenigde Staten van Europa’ [7] en riep hij de Conferentie van de Europese Beweging in Den Haag bijeen [8].

Het Gemenebest is een organisatie van 53 lidstaten, gegrondvest op Engelse waarden – raciale gelijkheid, rechtsstaat, mensenrechten vanuit ‘nationaal belang’. Het moedigt echter ook zakenrelaties en sportieve vaardigheden aan. Daarnaast wisselt ze deskundigen op allerlei terreinen uit.

Koningin Elizabeth II, staatshoofd van 16 van de lidstaten, is het hoofd van het Gemenebest (eerder een keuze dan een erfelijke titel).

Wat willen de Britten?

Volgens Londen is het de Verenigde Staten die de ‘speciale relatie’ verstoord heeft, door toe te geven aan de buitensporigheid (overmoed) van een unipolaire wereld en door hun eigen buitenlandse en economische beleid uit te voeren. Terwijl ze niet langer de belangrijkste economische en conventioneel-militaire macht in de wereld zijn.

Van hieruit gezien is het in het belang van het Verenigd Koninkrijk te stoppen met het ‘alles op één kaart zetten’. Ze moet de gemeenschappelijke doelen die ze deelt met Washington behouden, vertrouwen op het Gemenebest, en nieuwe betrekkingen met Beijing en Msokou aangaan, rechtstreeks of via de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO).

Op de dag van de Brexit stemde de SSO in met de toetreding van twee leden van het Gemenebest, India en Pakistan, terwijl daarvoor nog nooit een Gemenebestland lid was geweest [9].

Hoewel we niets weten van de contacten die het Verenigd Koninkrijk al met Rusland moet hebben gelegd, valt de toenadering tot China op.

Afgelopen maart kondigde de London Stock Exchange, die de beurs van de City en van Milaan beheert, het plan aan om tot een fusie met de Deutsche Börse te komen. De Deutsche Börse beheert de beurs van Frankfurt, het verrekenkantoor van Clearstream en Eurex. Het was de bedoeling dat de twee instellingen hierover direct na het Brexit referendum een besluit zouden nemen. Deze aankondiging is des te opmerkelijk, omdat de Europese regelgeving formeel zo’n handeling verbiedt, omdat het een ‘monopolie’ creëert. Het lijkt erop dat het besluit van de twee instellingen al anticipeerde op het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Bovendien heeft de London Stock Exchange een overeenkomst aangekondigd met de China Foreign Exchange Trade System (CFETS), en werd zij in juni de eerste aandelenbeurs ter wereld waar Chinese staatsobligaties werden verhandeld. Alle onderdelen waren gereed om de City om te vormen tot een Chinees Paard van Troje in de Europese Unie, ten koste van de Amerikaanse heerschappij.


Noten

[1] “The Atlantic Charter”, by Franklin Delano Roosevelt, Winston Churchill, Voltaire Network, 14 August 1941.

[2] Nato’s Secret Armies: Operation Gladio and Terrorism in Western Europe, Daniele Ganser, Cass, London, 2004.

[3] America’s Great Game: The CIA’s Secret Arabists and the Shaping of the Modern Middle East, Hugh Wilford, Basic Books, 2013.

[4] “The networks of “democratic” interference”, by Thierry Meyssan, Voltaire Network, 22 January 2004; « Национальный фонд демократии — игровая площадка ЦРУ] », Тьерри Мейсан, Однако (Российская Федерация) , Сеть Вольтер, 6 октября 2010.

[5] “Who is the Enemy?”, by Thierry Meyssan, Translation Roger Lagassé, Voltaire Network, 4 August 2014.

[6] “The Obama Doctrine”, by Jeffrey Goldberg, The Atlantic (USA) , Voltaire Network, 10 March 2016.

[7] “Winston Churchill speaking in Zurich on the United States of Europe”, by Winston Churchill, Voltaire Network, 19 September 1946.

[8] « Histoire secrète de l’Union européenne », par Thierry Meyssan, Réseau Voltaire, 28 juin 2004.

[9] “Brexit coincides with India’s and Pakistan’s entry into the SCO”, by Alfredo Jalife-Rahme, Translation Anoosha Boralessa, La Jornada (Mexico) , Voltaire Network, 2 July 2016.

Bron: http://www.voltairenet.org/article192722.html

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

Nederland was niet neutraal in de Tweede Wereldoorlog

Nadat Engeland en Frankrijk op 3 september 1939 aan Duitsland de oorlog hadden verklaard, werd het Nederlandse volk door de toenmalige regering middels een proclamatie in de Staatscourant wijsgemaakt dat Nederland strikt neutraal zou blijven.

staatscourant nederland blijft neutraal

Maar vanaf dat moment begon een intensieve samenwerking tussen de Britse Secret Intelligence Service (SIS) en de Nederlandse geheime dienst GSIII onder leiding van generaal-majoor J.W. van Oorschot. De Britse geheime dienst opereerde destijds uit een pand aan de Haagse Nieuwe Parklaan en Van Oorschot, die overigens getrouwd was met een Engelse vrouw, stond daar bekend als agent 969.  In 1938 had hij ook al eens een hoge Britse onderscheiding gekregen.

hoofdkwartier britse geheime dienst den haag

onderscheiding generaal van oorschot

Bij de Duitsers kwam de samenwerking tussen de Britse en Nederlandse geheime dienst pas goed aan het licht door het zogeheten ‘Venlo-incident’ in de nacht van 8 op 9 november 1939.

venlo-incident

Tevens waren er contacten tussen de Nederlandse opperbevelhebber generaal Winkelman en de geallieerden. Hoewel de politiek zei te volharden in de ‘beproefde neutraliteit’ droeg Winkelman desondanks zijn attachés op contacten te leggen met de toekomstige bondgenoten. Vooral Frankrijk werd benaderd. Op 24 maart 1940 – dus ruim 6 weken voor de Duitse inval in Nederland – schreef Winkelman een memorandum aangaande de samenwerking tussen de Nederlandse, Belgische, Engelse en Franse legers.

memorandum winkelman

En de marineleiding nam het intussen ook al niet zo nauw met de neutraliteit en voerde in het diepste geheim, besprekingen in Londen. Die geheime contacten waren gelegd door de chef van de marinestaf en tegelijk bevelhebber der zeestrijdkrachten, vice-admiraal J. Th. Fürstner. Hij zorgde er onder meer voor dat sommige marine-eenheden in de Nederlandse wateren begin 1940 een verzegelde envelop aan boord kregen met daarin speciale zeekaarten voor de evacuatieroutes naar Engeland, alsook gegevens over het herkenningssein van de Britse marine. Voorts bereidde Fürstner via de marine-attaché in Londen, luitenant-ter-zee eerste klasse A. de Booy, een directe radioverbinding voor tussen de marinestaf in Den Haag en de Admirality in Londen en regelde hij alvast het verschepen van de Nederlandse goudreserve naar Engeland, onder escorte van Britse oorlogsschepen. Al deze contacten hadden destijds de instemming van de ministers Van Kleffens (Buitenlandse Zaken) en Dijxhoorn (Defensie).

Zelfs oud-premier Colijn voerde in maart 1940 besprekingen met leden van het Britse oorlogskabinet, terwijl Engeland al een half jaar in oorlog was met Duitsland. In het ‘neutrale’ Nederland werd over dit bezoek zelfs helemaal niet geheimzinnig gedaan. Het stond in alle kranten.

Colijn te Londen

Hieronder een document uit het Franse archief. Het betreft een brief van de Franse generaal Maurice Gamelin aan de toenmalige Franse minister van Oorlog Édouard Daladier d.d. 9 april 1940 over een plan voor een aanval op het Duitse Roergebied via België en Nederland. Het plan dateert dus één maand voor de Duitse inval in Nederland. In de brief staat onder meer te lezen: “Het binnenrukken in BELGIË is de beste voorbereiding voor ons binnenrukken in NEDERLAND, waarvoor het de eerste stap is”.

detail brief Gamelin

brief Gamelin

Aangezien de Franse aanval op het Duitse Roergebied dus ook over Nederlands grondgebied zou lopen, had de Nederlandse legerleiding aan de Fransen belangrijke informatie verstrekt voor hun gemotoriseerde eenheden. Dit betrof de exacte gegevens met betrekking tot de Nederlandse tankstations en tegoedbonnen waarmee ze konden tanken.
Nadat de Duitse geheime dienst door het decoderen van berichten op 6 en 7 mei 1940 tussen Londen en Parijs tot de slotsom was gekomen dat er hoogst waarschijnlijk ieder ogenblik een aanval via Nederland en België op het Duitse Roergebied te verwachten was, besloot de Duitse legerleiding de geallieerden voor te zijn door op 10 mei 1940 tot de aanval over te gaan. Hierbij moet opgemerkt worden dat op dat moment behalve de Franse divisies inmiddels ook al 10 Britse divisies van in totaal 394.000 man aan de Frans-Belgische grens lagen.
Op 10 mei 1940, om 06:00 uur in de ochtend, werd de Duitse oorlogsverklaring door de Duitse gezant Graf Zech von Burkensroda aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens overhandigd met de volgende inhoud: “Wij hebben onweerlegbare bewijzen voor een onmiddellijk dreigende inval van Frankrijk en Engeland in België, Nederland en Luxemburg, die met medeweten van Nederland en België sinds lang was voorbereid, met het doel op het Roergebied een aanval te doen”.

Duitse gezant

Uiteindelijk moest in 1969 ook onze rijksgeschiedschrijver Loe de Jong schoorvoetend toegeven “dat Nederland niet zo neutraal was geweest”.

Loe de Jong 1 Loe de Jong 2 Loe de Jong 3

Oorspronkelijk verschenen op gerard1945.wordpress.com