Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on

Toeloop conservatieven binnen CDU na toetreding Hans-Georg Maaßen tot WerteUnion

Dat de voormalige directeur van de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst Bundesverfassungsschutz Hans-Georg Maaßen en de bekende politicoloog Werner Patzelt lid zijn geworden van de WerteUnion, bezorgt CDU-partijleider Annegret Kramp-Karrenbauer slapeloze nachten. Sinds hun toetreden wint de pressiegroep, die CDU en CSU weer op een conservatieve koers wil brengen, binnen de partij snel aan leden en invloed.

Maaßen geldt als gedecideerd criticus van Angela Merkels immigratiebeleid. Eerder sloeg hij een aanbod om over te stappen naar de AfD af. Patzelt werd door de mainstream bekritiseert omdat hij als wetenschapper enkele keren op verzoek een rapport (een zogeheten Gutachten) had geschreven voor de AfD. Daarnaast sprak de politicoloog ook een paar keer op een AfD-congres.

De voorzitter van de Werte-Union, Alexander Mitsch stelde dat de toetreding van “twee zulke gerenommeerde conservatieve CDU-leden” tot de WerteUnion laat zien dat deze organisatie zich “ondanks alle weerstand” gevestigd heeft binnen de CDU en CSU.

Conservatief profiel

Terwijl de SPD zich weer links probeert te profileren, zou de CDU weer aantrekkelijker kunnen worden voor de kiezers door de voorstellen van de conservatieven binnen de partij serieus te nemen. Inmiddels is de Werte-Union met zo’n tweeduizend leden ruimschoots groot genoeg om zich om te vormen tot een zogenaamde basisbeweging binnen CDU/CSU, die zelf over het benodigde quorum van 500 leden beschikt om op partijcongressen voorstellen te kunnen doen. De WerteUnion zou bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat er in de toekomst een coalitie met de Groenen gevormd wordt, zoals Kramp-Karrenbauer lijkt te willen. De WerteUnion zou het liefst centrumrechtse coalities met de FDP zien, zoals ten tijde van Helmut Kohl.

Factor om mee te rekenen

Met zo’n tweeduizend leden is de Werte-Union, in een tijd dat CDU en CSU massaal leden verloren hebben, uitgegroeid tot een factor die de partijleiding niet meer kan negeren. De door Merkel veroorzaakte immigratiechaos vanaf 2015 was voor Mitsch en anderen binnen de CDU een keerpunt. Ooit was hij “vanwege Helmut Kohls pleidooi voor een ‘geistig-moralische Wende'” lid geworden van de CDU. In de herfst van 2015 richtte hij met gelijkgestemden de groep ‘Adenauers Erben’ op, die in maart 2017 omgevormd werd tot de Werte-Union. In een ‘Conservatief Manifest’ riep de groep in april 2018 tot een fundamentele programmatische ommekeer op.

Ingrijpende veranderingen nodig

De lijst met punten waarop het beleid van CDU en CSU moet veranderen is lang. Het reikt van inperking van de immigratie tot belastingverlagingen, kapitaal-gedekte pensioenen, een offensief gezinsbeleid, meer realisme in het klimaat- en energiedebat tot inperking van het aantal periodes dat iemand bondskanselier kan zijn. Met partijleider Merkel, die iedere dialoog met critici weigert, was een nieuwe, conservatievere koers niet haalbaar. Nu Merkel geen partijleider meer is, benadrukt de WerteUnion echter dat de CDU sowieso niet meer vanuit het Kanzleramt gestuurd mag worden. De Unie van CDU en CSU moet volgens Mitsch “na jaren van opschuiven naar links onder Angela Merkel weer een duidelijk conservatief profiel krijgen”.

Prominenten

Waar het de conservatieven binnen CDU/CSU vooralsnog echter vrijwel aan ontbreekt, zijn gelijkgestemden op sleutelposities in Berlijn. De toetreding van de prominenten Maaßen en Patzelt zijn echter een plus voor het imago van de WerteUnion. Dit heeft dan ook een stroom nieuwe leden opgeleverd. Voor CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer kon dit wel eens gevaarlijk worden. Ze kan de conservatieven binnen haar partij niet meer zonder risico negeren.

Posted on

Griekenland trekt leeg en vergrijst, nieuwe bailout kwestie van tijd

Vanwege gebrek aan toekomstperspectief verlaten steeds meer jonge Grieken hun land. En degenen die blijven, beginnen steeds minder vaak een gezin. Ondertussen is de Griekse regering vooral bezig met aan de macht blijven. Het lijkt een kwestie van tijd voor Griekenland bij het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) aanklopt voor een nieuwe bailout.

Door gebrek aan toekomstperspectief, lage lonen en hoge werkloosheid hebben sinds 2010 ruim 360.000 Grieken hun land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Dit getal noemt het toonaangevende Griekse economische onderzoeksinstituut KEPE. Omdat het bestuur van land meer op zijn bord krijgt dan het aankan en dus niet ieder vertrek geregistreerd wordt, zijn er zelfs deskundigen die er van uit gaan dat sinds 2010 reeds meer dan een half miljoen Grieken de wijde wereld in getrokken is.

Jonge vakkrachten

Meer dan 90 procent van hen die hun vaderland verlaten hebben is jonger dan 40 jaar oud. Het is vooral de uittocht van vakkrachten die gemerkt wordt. Volgens de Griekse vakorganisatie voor artsen zijn sinds 2010 naar schatting 18.000 jonge artsen en duizenden verplegers uit Griekenland vertrokken. Ook ingenieurs en andere hoog gekwalificeerde mensen hebben hun biezen gepakt. De meerderheid van hen werkt volgens het Duitse weekblad Der Spiegel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Golfstaten. Veel jonge mensen zonder beroepskwalificatie worden niet eens geregistreerd, maar vertrekken ongemerkt naar naburige EU-landen om als seizoensarbeider of oproepkracht door te ploeteren.

Sinds het begin van de crisis in 2009 heeft Griekenland een kwart van zijn economische kracht verloren. Inmiddels groeit het Bruto Binnenlands Product weliswaar, maar slechts op zeer gering niveau. In 2017 was het 1,4 procent, net twee procent in het daaropvolgende jaar. Het werkloosheidscijfer ligt rond de 20 procent. Onder de 15-24-jarigen is zelfs 42 procent werkzoekend.

Regering houdt de moed erin

Desalniettemin proberen de machthebbers in Athene optimistisch te doen. Premier Alexis Tsipras kondigde in zijn nieuwjaarstoespraak voor Griekenland “een jaar van hoop, vertrouwen en creativiteit” aan. Eindelijk zouden de Grieken weer “zonder betutteling en bevelen” van internationale geldschieters over hun lot beslissen.

In Brussel heeft men van deze woorden met argwaan kennis genomen. Want pas eind augustus vorig jaar werd Athene uit het miljardenkredietprogramma van de internationale instanties ontslagen. Om het eerste staatsbankroet van een EU-lidstaat te verhinderen, hadden EU en Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2010 289 miljard euro ter beschikking gesteld. Daaraan waren harde bezuinigingsvoorwaarden verbonden, waaraan de regering zich nu schijnbaar niet meer gebonden voelt. Zelfs de onder druk van de EU doorgevoerde pensioenhervorming staat weer ter discussie.

‘Het Afrika van Europa’

En dat blijft niet zonder gevolgen. In de internationale vergelijking van het vestigingsklimaat ‘Doing Business’ van de Wereldbank viel Griekenland onder de 190 geëvalueerde staten in het afgelopen jaar van plaats 61 naar 67. EU-deskundigen spreken reeds van ‘het Afrika van Europa’. Persbureau DPA meldt dat economen onlangs nog een sterk beroep op de regering deden om de in de crisis ingeslagen koers aan te houden.

Zo riep de Griekse centrale bank in haar jongste rapport over het monetair beleid op tot voortzetting van de structuurhervormingen, verdere privatiseringen, afbouw van bureaucratie en een belastinghervorming. Daarvan hangt het volgens de centrale bank af wanneer Griekenland zich weer kan herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Politieke verhoudingen

Maar de regering in Athene is voorlopig vooral bezig met aan de macht blijven. In het nieuwe jaar staat er parlementsverkiezingen op de rol. Tsipras en zijn kabinet hebben die zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven. Maar uiterlijk in de herfst moeten de stemgerechtigden onder de elf miljoen inwoners van het land ter stembus. Tsipras’ Syriza zou volgens peilingen nog slechts op 23 procent van de stemmen komen. In 2015 was dat nog circa 36 procent. De nationaal-conservatieve Onafhankelijke Grieken (ANEL) die de regering aan een meerderheid helpen zouden met  2 procent niet eens over de kiesdrempel meer komen.

Gevreesd wordt bovendien voor extreem instabiele politieke verhoudingen. Ook dit geldt als reden waarom jongeren in groten getale emigreren. Maar weinig Grieken zien de toekomst met vertrouwen tegemoet en weinigen kunnen zich voorstellen onder de huidige omstandigheden een gezin te beginnen. Het geboortecijfer is dermate laag, dat deskundigen voor de komende vijf decennia verwachten dat de Griekse bevolking met de helft krimpt. De gevolgen daarvan zouden drastisch zijn. Naar inschatting van economen zou de pensioengerechtigde leeftijd van nu 67 naar 73 jaar opgeschroefd moeten worden.

Nieuwe hulpkredieten

Kostas Simitis van de oppositionele sociaaldemocratische partij PASOK vreest dat Athene al snel weer om nieuwe hulpkredieten zal moeten vragen. De sociaaldemocraat, die van 1996 tot 2004 premier van Griekenland was, denkt niet dat zijn land financieel op eigen benen kan staan. In de EU gaat men er ook reeds vanuit dat Griekenland op afzienbare termijn opnieuw bij het Europese Stabiliteitsmechanisme aan zal moeten kloppen, zo stelde Simitis tegenover het Griekse weekblad To Vima. De politiek oud-gediende geldt als iemand die goed op de hoogte is en hij staat met zijn pessimistische inschatting niet alleen. Aan het begin van het jaar schilderen diverse Griekse commentatoren een grimmig beeld. Alleen zieken, zwakken en ouden van dagen zouden voor het land behouden blijven. Wie een toekomstperspectief zoekt, denkt onvermijdelijk aan emigratie, aldus KEPE.

Posted on

Paul Scheffer praat goed wat niet goed te praten valt

Paul Scheffer – ooit mede-aanzwengelaar van het migratiedebat – is nu ingezet om het onbehagen op dit onderwerp te temperen. Dit blijkt uit een column in NRC, waar hij in één adem door Forum voor Democratie zwart maakt, door uit de school te klappen over een bijeenkomst waar hij was uitgenodigd als spreker. Scheffer heeft ongetwijfeld gewetenswroeging over de politieke consequenties van zijn vroegere wetenschappelijke integriteit. Er is namelijk onbehagen rond een prognose van de VN: vorig jaar werd voorspeld dat er in het jaar 2100 mede als een gevolg van migratie mogelijk 24 miljoen mensen in Nederland zullen wonen.

We zouden bijna denken dat hij is omgekocht om te deugen. Dit is wat hij schrijft:

“Na de lezing wilde een Vlaamse student weten hoe ik dacht over remigratie. Ik zei dat het overgrote deel van de migranten die hier zijn is genaturaliseerd, dus hoezo remigratie? Dan nemen we hun paspoorten toch weer af, was zijn repliek die op enige bijval kon rekenen. Ik zei dat zelfs Pim Fortuyn – toch hun held – niet wilde terugkomen op de migratie uit het verleden.”

Wat een bizarre uitspraak. In de tijd van Fortuyn was de situatie nog beheersbaar gebleven, als op dat moment alle migranten waren genaturaliseerd en de grenzen waren gesloten. Oftewel als de migratie uit niet-Westerse landen op dat moment was stopgezet.

De realiteit is, dat men vijftien jaar is doorgegaan met het opnemen van mensen uit moslimlanden. Hierdoor is vandaag een totaal andere situatie ontstaan: waarschijnlijk had Fortuyn vandaag ook iets totaal anders gezegd.

Wat het nóg lager maakt, is dat Scheffer gebruik maakt van Schild en Vrienden, om FvD zwart te maken. Heeft Scheffer dan ook zijn sprekersvergoeding teruggestort, toen hij ontdekte dat er iemand van Schild en Vrienden aanwezig was?

Het is triest gesteld dat dergelijke academici nog altijd worden betaald voor ‘onderzoek’ om het kromme recht te doen lijken. Zo hoorde ik gister bij de verhalen op Prinsjesdag dat het “goed gaat met de werkgelegenheid”. Wordt er ook bijgezegd dat iedereen die één uur betaald werk verricht, sinds enkele jaren wordt meegeteld als werkende? Dacht het niet!

Scheffer probeert het optimisme rond de Troonrede aan te vullen met zijn boodschap dat het wel meevalt met de bevolkingsverandering. Ja, als je iedereen na twee generaties plots als ‘autochtoon’ bestempelt, zoals in huidige rekenmethodes. Toch zijn er genoeg derde generatie Turken en Marokkanen die een gebrekkiger Nederlands spreken, dan Afghanen die in de jaren negentig zijn ingevlogen.

Scheffer beweert als volgt: “Bij een migratiesaldo van + 50.000 per jaar komt de bevolking in 2060 uit op 20 miljoen inwoners, bij een saldo van – 8.000 op 16 miljoen.” Echter, dit zegt totaal niets over de omvang van bevolkingsgroepen en hun vruchtbaarheidscijfers. Noch zegt het iets over hoe die bevolkingsgroepen zich tot elkaar verhouden qua leefbaarheid. Scheffer probeert het onbehagen over migratie weg te nemen zonder het onderliggende issue te adresseren. Dit noemen we op zijn Oudhollands: wegkijken.

“Mijn opmerking dat er nog zoiets is als een rechtsstaat, kon het enthousiasme voor remigratie ook niet drukken.”

Leg eens uit dan, hoe een Westerse rechtstaat kan overleven onder druk van de islam? Want volgens onderzoekers als David Suurland en Ruud Koopmans heeft een groot deel van de Europese moslims een voorkeur voor een rechtssysteem gebaseerd op de islam.

Het betoog van Scheffer komt neer op “het zal zo’n vaart niet lopen”. In mijn eigen jeugd werden dergelijke prognoses afgedaan als “complottheorieën van Janmaat”. Er waren zó weinig migranten in verhouding tot de Nederlanders, daar kon toch geen serieuze invloed van uitgaan?! Dat werd in mijn jeugd door ouders, leraren en officiële onderzoekers voortdurend herhaald. Intussen is DENK in een stad als Schiedam de populairste onder jongeren met 20,77 procent van de stemmen. Dat gaan hele gezellige wijken worden, waarin Scheffer niet zal hoeven wonen.

Hij gebruikt zijn grijze erudiete hoofd met diepe rimpels en denklijnen om dat goed te praten wat niet goed te praten valt. Waarom doet hij dit? Er is maar één antwoord: hij wil deugend de kist in. Zoals ik hier al voorspelde.

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Het eigenaardige einde van Europa

In The Strange Death of Europe herleidt Douglas Murray deze ‘eigenaardige dood’ tot massa-immigratie, identiteitsverlies en sluipende islamisering. Murray biedt daarbij niet zozeer nieuwe feiten, maar zet voort wat rond het begin van dit decennium met Christopher Caldwells boek Reflections on the Revolution in Europe (De Europese Revolutie, 2009) begon. Hier wordt niet meer slechts met Angelsaksische nuchterheid de balans opgemaakt. Hier gaat het om een gerichte confrontatie met dreigende gevaren en een oproep tot verzet.

Murray maakt weliswaar geen gebruik van Renaud Camus’ term ‘grand remplacement‘ (grote vervanging), maar zijn taxatie van de migratiegolven is helder: Er komen er te veel, die hier niet thuis horen en hier ook nooit thuis zullen horen. Er komen er meer dan de Europese volken met het oog op hun zwakke geboortecijfers zouden kunnen absorberen, en absorptie zou nodig zijn als men de Europese identiteit wil bewaren. Die identiteit is natuurlijk niet eens en voor altijd gefixeerd, maar ook geen mozaïek waarvan de steentjes naar believen steeds opnieuw samengesteld kunnen worden. Er moet zoiets als continuïteit mogelijk zijn, ook een uiterlijke herkenbaarheid. Wie dat bestrijdt, houdt ofwel zichzelf voor de gek dan wel de anderen en voedt de “zelfhaat”, een haast volledig uitdoven van het Europese zelfbewustzijn en van de wil zich te doen gelden met het oog op een eindeloos aangehaalde historische “schuld”, die de blanke man met zending, kolonialisme, fascisme enzovoorts op zich geladen zou hebben. Tegelijk stimuleert de leider een laatste toevlucht, waarvan hij voorwendt die te bestrijden: het “ras” als laatste, onbetwistbare bolwerk van de identiteit.

Hoe ver het proces van de aftakeling al voortgeschreden is, illustreert Murray aan de hand van het lot van het Parijse stadsdeel Saint-Denis. Daar bevindt zich in de kathedraal de crypte waar de Franse koningen begraven liggen. Vandaag de dag wordt de wijk bewoond door zwarten en Noord-Afrikanen. Wanneer er in de kathedraal een kerkdienst plaatsvindt, posteert men zwaar bewapende soldaten rond het gebouw. De schrijver observeert treffend dat zelfs Jean Raspail in zijn dystopische roman Le Camp des Saints (De ontscheping, 2017) dat niet zo geschilderd heeft, net zo min als dat een priester tijdens de mis in zijn dorpskerk de keel doorgesneden wordt.

Dat de daders moslims waren is voor Murray alles behalve toeval. De islam houdt hij voor dé bedreiging voor de Europese identiteit en dat niet alleen vanwege de schier onafzienbare massa van de uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en andere regio’s toestromende immigranten of het grotere kindertal van de reeds in Europa wonende moslims, maar ook vanwege de agressiviteit en primitiviteit van de wereldbeschouwing die velen van hen er volgens Murray op na houden. Murray heeft er in ander verband al eens op gewezen dat hij ‘islamofobie’ niet als pathologische maar als rationeel ziet. Er zijn heel goede redenen om bang te zijn voor de islam, die anders is dan andere religies – zoals het christendom of het jodendom – in de zin dat het een grotere, meer ingrijpende machtsaanspraak zou doen dan andere geloven.

Daarom acht Murray het zaak op te roepen tot gedecideerde verdediging van Europa. De auteur is er zeker van dat het nog niet te laat is, want de Europeanen zijn het weliswaar over veel oneens, maar ze zijn het nog grotendeels eens dat ze het Europa terug willen dat hun Europa was. Met het oog op het feit dat de politieke klasse het zo jammerlijk af heeft laten weten, voorziet Murray echter geen zachte landing. Een “terughoudende reactie” op de uitdagingen die de 21e eeuw voor ons in petto heeft, volstaat niet meer.

N.a.v. Douglas Murray, The Strange Death of Europe. Immigration, Identity, Islam (Bloomsbury Continuum: London, 2017), hardcover, 352 pagina’s