Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on

Paul Scheffer praat goed wat niet goed te praten valt

Paul Scheffer – ooit mede-aanzwengelaar van het migratiedebat – is nu ingezet om het onbehagen op dit onderwerp te temperen. Dit blijkt uit een column in NRC, waar hij in één adem door Forum voor Democratie zwart maakt, door uit de school te klappen over een bijeenkomst waar hij was uitgenodigd als spreker. Scheffer heeft ongetwijfeld gewetenswroeging over de politieke consequenties van zijn vroegere wetenschappelijke integriteit. Er is namelijk onbehagen rond een prognose van de VN: vorig jaar werd voorspeld dat er in het jaar 2100 mede als een gevolg van migratie mogelijk 24 miljoen mensen in Nederland zullen wonen.

We zouden bijna denken dat hij is omgekocht om te deugen. Dit is wat hij schrijft:

“Na de lezing wilde een Vlaamse student weten hoe ik dacht over remigratie. Ik zei dat het overgrote deel van de migranten die hier zijn is genaturaliseerd, dus hoezo remigratie? Dan nemen we hun paspoorten toch weer af, was zijn repliek die op enige bijval kon rekenen. Ik zei dat zelfs Pim Fortuyn – toch hun held – niet wilde terugkomen op de migratie uit het verleden.”

Wat een bizarre uitspraak. In de tijd van Fortuyn was de situatie nog beheersbaar gebleven, als op dat moment alle migranten waren genaturaliseerd en de grenzen waren gesloten. Oftewel als de migratie uit niet-Westerse landen op dat moment was stopgezet.

De realiteit is, dat men vijftien jaar is doorgegaan met het opnemen van mensen uit moslimlanden. Hierdoor is vandaag een totaal andere situatie ontstaan: waarschijnlijk had Fortuyn vandaag ook iets totaal anders gezegd.

Wat het nóg lager maakt, is dat Scheffer gebruik maakt van Schild en Vrienden, om FvD zwart te maken. Heeft Scheffer dan ook zijn sprekersvergoeding teruggestort, toen hij ontdekte dat er iemand van Schild en Vrienden aanwezig was?

Het is triest gesteld dat dergelijke academici nog altijd worden betaald voor ‘onderzoek’ om het kromme recht te doen lijken. Zo hoorde ik gister bij de verhalen op Prinsjesdag dat het “goed gaat met de werkgelegenheid”. Wordt er ook bijgezegd dat iedereen die één uur betaald werk verricht, sinds enkele jaren wordt meegeteld als werkende? Dacht het niet!

Scheffer probeert het optimisme rond de Troonrede aan te vullen met zijn boodschap dat het wel meevalt met de bevolkingsverandering. Ja, als je iedereen na twee generaties plots als ‘autochtoon’ bestempelt, zoals in huidige rekenmethodes. Toch zijn er genoeg derde generatie Turken en Marokkanen die een gebrekkiger Nederlands spreken, dan Afghanen die in de jaren negentig zijn ingevlogen.

Scheffer beweert als volgt: “Bij een migratiesaldo van + 50.000 per jaar komt de bevolking in 2060 uit op 20 miljoen inwoners, bij een saldo van – 8.000 op 16 miljoen.” Echter, dit zegt totaal niets over de omvang van bevolkingsgroepen en hun vruchtbaarheidscijfers. Noch zegt het iets over hoe die bevolkingsgroepen zich tot elkaar verhouden qua leefbaarheid. Scheffer probeert het onbehagen over migratie weg te nemen zonder het onderliggende issue te adresseren. Dit noemen we op zijn Oudhollands: wegkijken.

“Mijn opmerking dat er nog zoiets is als een rechtsstaat, kon het enthousiasme voor remigratie ook niet drukken.”

Leg eens uit dan, hoe een Westerse rechtstaat kan overleven onder druk van de islam? Want volgens onderzoekers als David Suurland en Ruud Koopmans heeft een groot deel van de Europese moslims een voorkeur voor een rechtssysteem gebaseerd op de islam.

Het betoog van Scheffer komt neer op “het zal zo’n vaart niet lopen”. In mijn eigen jeugd werden dergelijke prognoses afgedaan als “complottheorieën van Janmaat”. Er waren zó weinig migranten in verhouding tot de Nederlanders, daar kon toch geen serieuze invloed van uitgaan?! Dat werd in mijn jeugd door ouders, leraren en officiële onderzoekers voortdurend herhaald. Intussen is DENK in een stad als Schiedam de populairste onder jongeren met 20,77 procent van de stemmen. Dat gaan hele gezellige wijken worden, waarin Scheffer niet zal hoeven wonen.

Hij gebruikt zijn grijze erudiete hoofd met diepe rimpels en denklijnen om dat goed te praten wat niet goed te praten valt. Waarom doet hij dit? Er is maar één antwoord: hij wil deugend de kist in. Zoals ik hier al voorspelde.

Posted on

Over nut en noodzaak van de Renaissancevloot – Zin en onzin van ‘imagined traditions’

Gister werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had afgesproken met een vriend van mijn eerdere lerarenopleiding – inmiddels zo’n veertien jaar geleden. Die persoon was altijd best nationalistisch en behoudend. Nu zag ik mezelf nooit als nationalist en meer als humanist. Dat gaf aanleiding tot boeiende discussies over maatschappij en politiek. Plots kwam het gesprek nu op Thierry Baudet. Wat er vervolgens tussen ons werd gezegd heeft meer met me gedaan dan me slechts ‘aan het denken gezet’. Het heeft me op een existentiële wijze geraakt.

Wat we gezamenlijk hadden was dat we beiden het belang zagen van levenskrachtige tradities en een sterke cultuur, om een land bijeen te houden. Het was zoals Gerard Pieters, docent Middeleeuwen, destijds zei: “Als een natiestaat geen boeiende verhalen kan vertellen over haar geschiedenis, dan verliest de democratie iedere samenhang.”

Europese cultuurfamilie

Destijds al had ik het idee, dat de levensbeleving in de Randstad behoorlijk verschilde van de landelijke provincieën, en dat dit ‘natiegevoel’ te zwak was om ook maar enige aantrekkingskracht te hebben op minderheden. Ik zag Nederland als deel van de Europese cultuurfamilie, die tegen de contouren van het globalisme wél duidelijk te onderscheiden is. Nu ik meer tijd in Brussel doorbreng, begin ik het typische volkskarakter van de Nederlander beter te zien, de recht-door-zee-heid die velen van ons kenmerkt. Als er een probleem is dan hoeft men met de Nederlander  – anders dan met de Belg – geen serie aftastende gesprekken te voeren om te ontdekken wat het probleem zou kunnen zijn. En wat landen als Duitsland en Zweden zichzelf aandoen, daar kan een weldenkend mens slechts op neerkijken.

Maar ik zag dus altijd al dat het ‘natiegevoel’ weinig vlees op de botten heeft, en is opgelost in een levenshouding van consumeren. Als Michiel de Ruyter ooit zou terugkeren, dan zou het hooguit een cameo-appearance zijn op de omslag van meergranenbiscuits, als een soort kapitein koek. Wél zouden door de globalisering en de geopolitieke botsing van culturen, de Europese volkeren zich bewust worden van een verwante cultuurgeschiedenis en gedeelde identiteit.

Maar die studiegenoot kon juist prachtige verhalen vertellen over figuren als De Ruyter, Willem van Oranje en Willem Barentsz. Hij was fan van die vaderlandse helden, kende de details van hun ontdekkingsreizen en geloofde oprecht in de bezielende, natievormende kracht die daar van uitging. Hij hield bij het vak ‘drama’ gloedvolle pleidooien voor de Sinterklaastraditie omdat dat tenminste een authentiek Europees feest was met wortels in de Germaanse mythologie. En geen “kloonproductie zoals de Kerstman, die is uitgevonden door Amerikaanse bedrijven”.

Zwarte Piet wijst op wezenlijk vraagstuk

Gisteren zei hij dan plots: “Sid je moet weten dat ik nu anders over dingen denk. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Zwarte Piet best groen mag worden geschminkt. Als we hierdoor minder mensen voor het hoofd stoten. Want die Zwarte Piet is toch een knecht. Ik was altijd voor het behoud van tradities omdat dit wortels geeft. Maar nu zie ik dat je niet trots kunt zijn op dingen die je niet zelf hebt gemaakt. Ik hoor tokkies zeggen: ‘het mag niet veranderen, want het is traditie’. Dat is een onzinargument. Dat is net zoiets als de islam die weigert om haar heilige teksten aan te passen.”

Ik antwoordde dat ik nooit Sinterklaas vier, maar dat het veranderen van Zwarte Piet om twee redenen geen goed plan is. Ten eerste omdat het nooit een issue was – dit is het discours van Amerikaanse universiteiten, een discours met wortels in Martin Luther King, de Jim Crow laws en de KKK. Europa heeft een totaal andere koloniale geschiedenis en tot voor kort wisten alle zwarte mensen dit: hierom was Zwarte Piet nooit een issue, totdat dit discours hier kwam. Ten tweede moet je als heersende cultuur kracht uitstralen en eisen van anderen dat zij zich aanpassen, niet andersom.

Omdat het op deze wijze een vervelende avond zou worden, verlegde ik de aandacht naar de islam. Ik wees erop dat dit geen goede vergelijking was. Tradities zijn door mensen gemaakt en hebben historische wortels: de Koran zou daarentegen een ongeschapen boek zijn dat buiten de wereldlijke tijd bestaat. Het Zwarte Piet-discours chanteert met een positie van achtergesteldheid en slachtofferschap, maar de islam stelt vanuit zelfvertrouwen een eigen dominante claim centraal. Namelijk dat democratieën worden gemaakt door mensen en daarmee ook feilbaar zijn zoals mensen; het onfeilbare woord van God zou dus de grondslag zijn van een superieure politieke orde.

Baudet en de Renaissancevloot

Vervolgens kwam het gesprek op Thierry Baudet. “Ik zou nooit op hem kunnen stemmen. Hij spreekt wel erudiet maar ik krijg er een rare gewaarwording bij. Ik ben wel voor een seculiere staat natuurlijk, daarin geef ik hem gelijk. Maar dan met die stomme VOC-bootjes op de achtergrond… Dat gepraat over een Renaissance, ik voel me er onpasselijk bij. En dan ben ik nog iemand die erg in geschiedenis is geïnteresseerd.”

Ik knipperde met mijn ogen toen ik dit hoorde. Van iemand die ik kende als behoorlijk nationalistisch. “Je bedoelt dat met die schepen een bepaald beeld van de Nederlandse historie wordt opgeroepen? Het beeld zou zinspelen op een oer-Nederland. Daarbij vraag je je af, wat dat Nederland dan is.”

“Daar sla je precies de spijker op zijn kop. En ik maak me zorgen over de islam en ben natuurlijk vóór een seculiere rechtsstaat. Maar om die zorgen te onderbouwen, heb ik geen behoefte aan een verhaal over de Nederlandse identiteit.”

Imagined traditions

“Maar is dat niet de meerwaarde van een Thierry Baudet? Net noemde je Wilders een ‘schreeuwer’ die ‘alleen maar in herhaling valt’. Baudet probeert mensen te verleiden en hun harten te winnen met een positief eigen verhaal. Toevallig ken ik de man die die poster met de Renaissance-schepen heeft gemaakt. En ik weet ook wat het idee erachter is. Onze geschiedenis is niet perfect – dat weten wij geschiedenisdocenten als geen ander. Maar we hebben toch nationale of op zijn minst cultuurhistorische symbolen nodig om maatschappelijke samenhang te organiseren? Om daarop een bezielend verhaal te baseren over de leidende cultuur.”

“Maar zelfs als het gebaseerd is op verbeelding? Dan kom je uit bij de imagined traditions. Want zelfs in de Gouden Eeuw was er natuurlijk ruzie tussen de orangisten en de patriotten. Er waren conflicten tussen de zee- en de landgewesten, tussen de remonstranten en de contraremonstranten, tussen de stadhouder en de raadspensionaris, enz.”

“Wij kunnen samen een bezield en bevlogen gesprek voeren over deze nuances omdat wij deze kennis hebben over de geschiedenis van dit land. Het alternatief is een generatie die hier helemaal niets van weet, maar wél een rugzakje naar school draagt met daarop de kreet: ‘Fuck Nederland, Turkije nummer één’.”

De strijd om de Leitkultur

Men kan zeggen, ‘ik hoef alleen een liberale rechtsstaat – ik wil hier niet een overheersende cultuur hebben met duidelijke symbolen als standbeelden van De Ruyter om die cultuur uit te dragen’. Maar wat is dat standpunt waard als er een versnippering van cultuurenclaves voor terugkomt: Turkse en Marokkaanse of wie weet Somalische, die de publieke ruimte opeisen? Wat nu als dit wél duidelijke identiteiten zijn, met bijbehorende etniciteiten en religies en uiteindelijk ook eigen visies op het recht? En waar ‘wij’ dan eigenlijk geen antwoord op hebben? Om precies dat scenario te voorkomen, mag de Nederlandse cultuurhistorie met wat meer eigenwaarde worden uitgedragen.

En ten tweede, je kunt zeggen: ‘Ik wil alleen die seculiere rechtstaat, waar mensen gelijk voor de wet zijn, maar daar hoef ik niets omheen te hebben.’ Dan heb je inderdaad dat kader van die liberale rechtstaat, maar dat is een kale kapstok. Je hebt je kantoorbestaan, je werkt en betaalt belasting, maar verder heb je niets om jouw samenhang met die rechtsorde mee in te kleden. Stel nu dat jij een ‘kansenjongere’ bent, met weinig mobiliteit in het leven. Dan ben je vooral aangewezen op religie: die geeft houvast en identiteit. Waarom zou zo iemand dat laatste stukje trots en eigenwaarde loslaten voor de ‘kale kapstok’ van zo’n seculiere rechtstaat?

Hierdoor moest hij terugdenken aan een Syrische leerling die hij jaren geleden in de klas had. De leerling bleef met alle ernst volhouden dat Wilders van de ChristenUnie was, ondanks de tastbare tegenbewijzen. De verklaring hiervoor, zo zei mijn gesprekspartner, is als volgt. Hoe zouden zij als moslims omgaan met christenen in hun land? In die landen behoor je eerst en boven alles tot een religie – pas dan spelen zaken als nationaliteit of burgerschap een rol. Zelf zouden die moslims absoluut de meerderheid willen blijven boven de christenen. En dus projecteert die leerling ditzelfde denken op Wilders: die zou hoe dan ook zijn christelijke land christelijk willen houden, en is daarom kritisch op moslims. Moet je nagaan als zij ooit een meerderheid zouden worden…

Hoofdconclusie

Zo kwamen we terug op de kern van de discussie: zulke mensen kunnen alleen maar een verhouding aangaan op basis van kracht. Enkel vanuit het idee: ‘Ik ben de sterkere – mijn cultuur is hier leidend. Ik ben hier trots op en jij hebt je aan te passen. Jij moet eerst maar eens bewijzen of je het wel waardig bent om hier te zijn, dus heb jij je te voegen naar mijn cultuur.’

Als dit soort eisen dus niet worden uitgesproken, dan ben je in hun ogen zwak en ridicuul en niet serieus te nemen. Daarom kun je dus niet aankomen met een seculiere rechtsstaat zonder dit in te passen in een leidende cultuur met een bijbehorende identiteit. Inmiddels is dit besef van identiteit zo sterk verwaterd in Nederland – of zo u wilt geliberaliseerd – dat het vanuit de verbeelding moet worden verwekt.

Tot slot

Nu moet u weten dat deze persoon op de universiteit studeerde tussen echt radicale linksgekkies: mensen voor wie Baader Meinhof nog te rechts was. Door met hen om te gaan groeide zijn weerstand tegen die denkbeelden en werd hij voor zijn gevoel conservatiever. Maar juist door die omgeving van studie en discussie achter zich te laten en een kantoorbaan aan te nemen, werden al zijn gevoelens bij natie en traditie uitgewist: het enige wat voor hem nu nog telt zijn de seculiere rechtsstaat en de vrijheid om hedonistisch te leven. Zo blijkt weer duidelijk dat niet de ‘linksgekkies’ de ware vijand zijn, maar het gebrek aan maatschappelijk houvast. Hoog tijd voor een Nieuwe Zuil!

En kom langs op de 22ste!

Posted on

AIVD onderschat extreemlinks

NRC Handelsblad publiceerde in de krant van 30 mei jongstleden een analyse over het al of niet gevaarlijke karakter van extreemlinks. De journalist van de avondkrant maakte de analyse op basis van eigen informatie vanuit de inlichtingendiensten. Het artikel laat, onbedoeld wellicht, maar weer eens zien dat de AIVD haar werk niet goed doet.

De analyse van de NRC maakt een op het eerste oog overzichtelijke, maar rare onderverdeling van extreemlinks in vijf groepen, in rangorde van dreiging: anti-Baudet-activisten, anti-Zwarte Piet-activisten, antiglobalisten, dierenactivisten en antifascisten. Het is op z’n minst alarmerend dat mensen binnen de inlichtingendiensten niet schijnen te beseffen dat de harde kern van extreemlinks zich beweegt in al de genoemde activistische groepen. Want de antifascisten die aanslagen pleegden op Janmaat en Fortuyn, zijn dezelfden als die Baudet bedreigen, die rellen veroorzaken tijdens de intocht van Sint-Nicolaas of vooraan staan bij de demonstraties tegen bijvoorbeeld de G20-bijeenkomsten. Bij iedere gelegenheid zijn de ‘nuttige idioten’ ook van de partij, maar de harde activistische kern vinden we overal terug. Behalve in de dossiers van de AIVD.

Volgens de dienst ontwikkelt extreemlinks zich vooral in reactie op extreemrechts. Ergo: als we de laatsten weghalen verdwijnen de eersten ook. Sterk staaltje wishful thinking van de spionnenafdeling, want zo werkt het in de praktijk helemaal niet. Extreemlinks noemt steeds meer personen en organisaties ‘extreemrechts’, omdat ze er baat bij heeft een zo groot mogelijk vijandsbeeld te creëren. Want als de fascisten uitgestorven zijn, vinden de antifa’s ze gewoon ter plekke opnieuw uit. Uiteindelijk is in het wereldbeeld van extreemlinks iedereen die niet tot hun sekte behoort een fascist. Volgens de Duitse terroristen van de jaren zeventig had “de kleinburgerlijke samenleving het fascisme mogelijk gemaakt”.

Daar komt nog bij dat, binnen de dodelijke fantasiewereld van extreemlinks, het ‘verborgen fascisme’ in de maatschappij aan het licht moet worden gebracht. Zodra het ware gezicht van de machthebbers onthuld wordt komen de “onderdrukte massa’s” in beweging en zullen zij de revolutie uitroepen. Bovendien zochten de radicalen juist de confrontatie met politie en andere overheidsfunctionarissen om het “gewelddadig karakter van de staat” te onthullen. De overheid stond voor een onmogelijke keuze: niets doen betekende meer linkse terreur; wel reageren betekende meer linkse terreur. “Wir sagen, natürlich, die Bullen sind Schweine, wir sagen, der Typ in der Uniform ist ein Schwein, das ist kein Mensch, und so haben wir uns mit ihm auseinanderzusetzen. Das heißt, wir haben nicht mit ihm zu reden, und es ist falsch, überhaupt mit diesen Leuten zu reden, und natürlich kann geschossen werden,” zei Ulrike Meinhoff, een van de grondleggers van de Rote Armee Fraktion, in 1970. Er is een duidelijke samenhang tussen het studentenverzet, de buitenparlementaire acties en de extreemlinkse terreur van de jaren zeventig in Duitsland, stelt Gerd Koenen. Koenen was ooit actief in de studentenbeweging en lid van diverse communistische organisaties. Nu schrijft hij als historicus boeiende analyses van die organisaties en heeft hij afscheid genomen van zijn rode idealen. Koenen noemt de ‘beweging van 68’ een “Weltuntergangssekte”, die ervan overtuigd was “dat oorlog en fascisme zowel als de intriges van het kapitaal een bedreiging vormen, en dat men verplicht is deze te stoppen, het beste door middel van een revolutie”.

De AIVD en Bureau Beke uit Arnhem vinden dat de dreiging van extreemlinks niet overschat moet worden. Het is immers maar een reactie op extreemrechts. En die zijn verzwakt door een aantal arrestaties, melden de onderzoekers. Dus hoeven we van extreemlinks niet veel te vrezen, luidt de conclusie. Het lijkt erop dat de veiligheidsexperts zich niet kunnen voorstellen dat extreemlinks een eigen agenda heeft. Dat is de klassieke blinde vlek als het gaat om radicaal-linkse terreur. Het wordt altijd vergoelijkt én onderschat. Terwijl Gerd Koenen de stelling aandurft dat de communistische ideologie de ‘totalitaire conditie’ (met een knipoog naar Hannah Arendt) veel dichter naderde dan het nationaalsocialisme. Maar zo’n historische analyse gaat de NRC-journalist boven zijn pet. Dan liever een gemakzuchtig stukje over dat het allemaal wel meevalt met de linkse radikalinski’s

Posted on

De impotentie van een Tweede Kamerlid

Onlangs las ik op Novini het begeesterende artikel van Sid Lukkassen over Thierry Baudet en de representatieve democratie. Hij legt op heldere wijze bloot dat het huis van Thorbecke kraakt aan alle kanten. Paradoxaal genoeg legt de samenleving steeds meer problemen op het bordje van de politiek; tegelijk sijpelt de macht gestaag weg van politici naar mondiale multinationals. Graag reageer ik op Lukkassens betoog met een eigen relaas.

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaaldt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die deprimerende kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor wie dat zouden willen heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder wat ze bereiken (effectiviteit), laat staan om je daarover een oordeel te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Pechtold, Beertema, Asscher, Klaver, Baudet, Hiddema en de nieuwste aanwinst van de PVV Kops[1]. Het kostte me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve Kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens Kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeurstemmen in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de Tweede Kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. De visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitieconstructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina’s tellende akkoord te lezen, en hieraan hun instemming te geven. Het laatste regeerakkoord tussen VVD/CDA/D66 en CU was dusdanig lang uitonderhandeld (225 dagen) en dusdanig gedetailleerd, met als enige doel 100% van alle mogelijke besluiten voor een periode van 4 jaar vast te leggen, dat ook daar geen coalitie-Kamerlid – met slechts 76 zetels meerderheid – enige kanttekening bij durfde te plaatsen. Het zou hem of haar de kop kosten. Mevrouw Ybeltje Berckmoes, tot maart 2017 kamerlid voor de VVD, schreef een prachtige inkijk over het ware leven binnen de Tweede Kamerfractie van de VVD.[2] Een ontluisterend relaas. Sharon Gesthuizen schreef als voormalig Tweede Kamerlid voor de SP, Macht en Liefde over het heimelijke ongezonde leven binnen de Socialistische Partij.[3] Ik kon mij, in tegenstelling tot het boek van Berckmoes, er niet doorheen werken. Het ging teveel over Sharon.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse, Spaanse parlement of zelfs het Europese nepparlement.[4] Thierry Baudet is een van de weinigen die deze regel van de Tweede Kamer durft te tarten.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractiediscipline afgedwongen, d.m.v. het bespelen van carrièrebelangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg.[5]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk- c.q. praktijkervaring.

Hieronder zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk ik deze analyse tot de Tweede Kamer, die slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:
Veruit de meeste Tweede Kamerleden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[6] zijn wij inmiddels gewend aan de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe, is onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Ze vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de Tweede Kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggespraak[7]. Zonder ruggespraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, de partij raadplegen of overleggen in het torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamerleden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang en het gewicht van hun stem, kun je hun armetierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wél kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen Kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks emplooi. Vooral ex-Tweede Kamerleden van de PVV worden getroffen door stelselmatige uitsluiting. Engeland en de VS doen het beter omdat daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijkartelleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden, i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet, want dat is het: vriendjespolitiek of lobbycratie, waarover Elsevier-columnist Syp Wynia met zoveel hartstocht heeft gepubliceerd.[8]

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en eindigde 225 dagen later, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. Het was de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.[9]

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak”, dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf dat in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als het zo rigide te werk gaat, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

De vorig jaar nieuw aangetreden Thierry Baudet heeft een flink aantal frisse ideeën gelanceerd sinds hij in de Tweede Kamer zit, ten einde het democratische proces nieuw leven in te blazen: het referendum, de regeringspartijen en de overige partijen speerpunten laten aanbrengen en die dan door de echte volksvertegenwoordiging te laten beslissen, met wisselende meerderheden, zonder dichtgetimmerd coalitieakkoord (met bijbehorende handtekeningen), en een kenniskabinet laten samenstellen van vakmensen uit de praktijk, in plaats van partijbobo’s die aan de beurt waren voor een bewindspositie. Er moesten in deze huidige coalitie zoveel beloften worden ingelost dat de vier partijen maar liefst 26 bewindspersonen benoemden. Het lijkt wel een Afrikaans land.

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan Geert Wilders en de frisse fractie van de FvD, dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU-parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage[10], dan zou er geen hond kijken.

Hierboven een video van een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter dat, is dodelijk. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater, zoals Thierry Baudet terecht aanvoert. Het is een debat tussen partijen en zogenaamde volksvertegenwoordigers, waarbij het uitwisselen van argumenten er totaal niet meer toe doet. Het enige doel is steun geven aan het kabinet door de nipte meerderheid van Kamerleden die het kabinet verplicht zijn te steunen. Dat kabinet en de bewindslieden komen dus met van alles weg.

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractiediscipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: “In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan. Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.” Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden.

Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu wederom bij de coalitievorming van VVD/CDA/D66/CU hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. Het CDA stond vierkant achter het verlagen van de eigen bijdrage, D66 maakte zich al sinds 1966 “hard” voor bestuurlijke vernieuwing, waaronder het referendum, VVD liet na om in haar partijprogramma op te nemen dat zij zou komen met een voorstel voor het coalitieakkoord dat er in voorzag dat de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zou moeten worden afgeschaft (1,4 miljard ten behoeve van Unilever en Shell) en van alle flinke woorden over het aanpakken van de volledig uit de hand gelopen immigratie kwam niets. De CU haalde nog even ruim een miljard meer binnen voor ontwikkelingssamenwerking.  Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging zijn een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie- en partijdiscipline zoals die invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de kloof tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Het kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

http://www.novini.nl/illusie-interne-partijdemocratie/

Bovendien zijn politieke partijstructuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosauruspartijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van iets meer dan 300.000 is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% (hooguit 10.000 mensen) die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik sociale media. Gebruik je verstand. Het FvD heeft in deze YouTube clip precies laten zien hoe het partijkartel dit heeft georganiseerd:

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun cv’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekenende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongerenafdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Chriet Titulaer. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante ‘werkervaring’, meestal in veilige publieke sectorfuncties, waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat ook willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Hans Wiegel, Dries van Agt, Ernst Hirsch Balin, Piet Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhagen, Frans Timmermans, Bert Koenders, Ad Melkert en vele, vele anderen.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks, net zoals u, dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[12]

 Ik wens u sterkte.


[1] Wat een verfrissing deze Kops: https://youtu.be/sojpJnxk_7k

[2] https://www.bol.com/nl/f/voorlichting-loopt-met-u-mee-tot-het-ravijn/9200000083037524/

[3] https://www.bol.com/nl/f/schoonheid-macht-liefde/9200000071825012/

[4] https://youtu.be/6dh15ZipMxI Originele bijdrage van Thierry Baudet in militaire outfit.

[5] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[6] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[7]http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[8] https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/blog/2016/11/waar-blijft-de-ontmanteling-van-lobbystaat-nederland-406137/

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinetsformatie_Nederland_2017

[10]  Heerlijke bijdrage van Nigel Farage https://youtu.be/SJzRa7HWVqs

[12] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Posted on

Thierry Baudet en de representatieve democratie

In het bevrijdingsweekend verscheen in de Telegraaf een uitgebreid interview met Thierry Baudet (FvD). Als we het interview destilleren komen we tot drie kernpunten, die licht werpen op de democratie in Nederland vandaag de dag:

  1. Kamerleden worden gerekruteerd op hun vermogen om onbewegelijk te blijven onder argumenten.
  2. Geen Kamerlid laat zich ooit overtuigen: alles is al “bedisseld” en dan slechts door een handvol centrale figuren. De rest van de Kamerleden is min of meer klapvee. Of, nog harder gesteld: stemvee.
  3. Zogezegd worden debatten gevoerd om zaken “opgehelderd” te krijgen. Echter de oppositie weet bij voorbaat dat de coalitie de regering zal steunen. De debatten die de oppositie aanzwengelt zijn dus feitelijk uitputtingsslagen, die worden gevoerd in de hoop dat iemand (in de coalitie) zich verspreekt.

Levenswijsheden ingeruild voor lobbyisme

Deze punten zijn – weliswaar op academische wijze – behandeld in mijn proefschrift De Democratie en haar Media. De drie punten zijn ook op een andere wijze te duiden: onderaan de streep blijkt helaas dat de ruimte om écht inhoudelijk van gedachten te wisselen zeer beperkt is. Vandaag is in de politiek geen ruimte meer om partijprogramma’s bij te schaven op basis van levenswijsheden en filosofische inzichten. Het zijn de belangen van lobbyisten die de politieke melodie bepalen: hierdoor is de politiek vandaag een plek van levensbeschouwelijke en ideologische leegheid.

Sid Lukkassen ~ De democratie en haar media

Vroeger was er nog zoiets als een zuil of een kerk, die op basis van een inhoudelijke visie de politiek kon bijsturen. Dit alles is vandaag echter opgelost in één overkoepelend globalistisch progressivisme, met binnenskamers een ons-kent-ons bestuurscultuur. Een debat om elkaar oprecht te overtuigen is tegen deze achtergrond onmogelijk: bij gebrek aan zuilen achter de partijen hebben spindoctors en managers van vluchtige indrukken de macht gegrepen. Een meetup van Jesse Klaver, om een voorbeeld te nemen, is feitelijk een exercitie in zenden door een populaire voorman. Politici worden tot stijliconen: esthetiek neemt het over van de inhoud. Dit is kenmerkend voor de alomvattende beeldcultuur die ik analyseerde in mijn proefschrift.

Argumenten pro- en contra

Evengoed kan men tegenwerpen dat een goed debat veronderstelt dat de partijen zich niet laten overtuigen. Deze wijze van redeneren stelt echter de ratio buiten werking: de politicus wordt dan een handpop van voorgegeven belangen. Met als gevolg dat het debat puur een showtje voor de bühne wordt. Ook toont deze opvatting minachting voor zowel het dualisme als de controlerende rol van gekozen volksvertegenwoordigers. Een fractievoorzitter van een coalitiepartij mag het debat niet ingaan met de onwankelbare mening dat de premier hoe dan ook gelijk heeft en dat hij de regering koste wat kost moet beschermen.

Men kan op de drie punten ook tegenwerpen dat partijen nu eenmaal vaste belangengroepen hebben als achterban, en dat die kiezers rechtstreeks vertegenwoordigd moeten worden.

Die opvatting van democratie gaat echter in tegen de filosofie van Edmund Burke: namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordiger zijn rationele oordeelsvermogen nooit mag uitschakelen of laten gijzelen door een extern belang. Vandaag zien we in Groot Brittannië hoe Labour-politici nu clausules in de mediawetgeving bouwen die miljonairs beschermen tegen kritische journalisten. Denken in termen van louter belangen brengt parlementariërs namelijk tot de conclusie: ‘Ik kan niemand overtuigen – in het hele parlement is er maar een handjevol mensen met alle inside informatie. Dan laat ik mezelf maar inpalmen en fêteren door lobbyisten. Hopelijk ligt er voor mij dan een invloedrijke baan in het verschiet na mijn Kamerlidmaatschap waar ik wél impact kan maken.’

Onderwerp die handpoppen aan waarheidsvinding!

Als het uitgangspunt is dat je geen parlementariërs kunt overtuigen – omdat iedereen de handpop is van één of ander belang – dan nóg is overreding op basis van waarheidsvinding van grote importantie. Bij ieder politiek debat moet namelijk eerst worden vastgesteld wat precies het probleem is, voordat men kan bepalen wat voor de eigen achterban de beste omgang is met het probleem.

Een SP’er zal bijvoorbeeld de lijn uitdragen dat ontslagbescherming in het belang is van zijn kiezer. Maar een VVD’er kan vervolgens inbrengen dat een werkgever minder snel een werkloze zal aannemen, als hij moeilijk van deze persoon kan afkomen. Zodoende moet de politicus zich openstellen om de belangen van zijn achterban in een nieuw licht te zien. Een PVV’er kan vervolgens weer het punt maken dat mensen niet aan een gezin beginnen als er geen financiële zekerheid is, wat betekent dat een totale flexibilisering van de arbeidsmarkt een bevolkingsverandering versterkt.

Druk van de massa leidt tot slechte besluiten

Al deze argumenten zijn relevant en verdienen het om serieus genomen te worden op basis van waarheidsvinding, en niet op basis van louter retorica ofwel ‘een showtje voor de bühne’. Helaas betekent de praktijk van onze democratie dat het heroverwegen van een standpunt wordt geframed als zwakte. Dit betekent dat volharding in domheid en destructie dus meer loont dan ‘beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald’.

Democratieën drijven op kiezersdoelgroepen, en dus op groepsidentificatie wat leidt tot groepsdruk. Onder groepsdruk worden er ondoordachte besluiten doorgeramd die zijn gericht op de korte termijn. Daarin had Burke volkomen gelijk: het is een universeel bewezen feit van de geschiedenis dat het zelfstandig denkende individu betere beslissingen maakt dan mensenmassa’s. Vaak stond ik toen er een trein uitviel in een rumoerige massa te wachten op een vervangende bus. Terwijl ik op een app zag dat er ook een reguliere stadsbus naar de bestemming vertrok vanaf de andere kant van het station. “Al deze mensen kunnen er toch niet naast zitten?” dacht ik toen. Totdat ik als individu de proef op de som nam en naar de andere kant van het station liep. Daar nam ik in alle rust de lijnbus.

Moet visievorming in het parlement überhaupt meespelen?

Wat er over de conclusies van het interview met Baudet voorts nog beweerd kan worden, is dat ideologische overreding in de Tweede Kamer irrelevant zou zijn: visievorming zou namelijk al hebben plaatsgevonden in het maatschappelijk debat. Deze bewering mondt uit in twee belangrijke argumenten.

Ten eerste ben ik juist hierom bezig met de opbouw van een ‘Nieuwe Kerk’ – een nieuw levensbeschouwelijk huis van het Westen, waar verhalen uit de samenleving kunnen klinken die niet door managersjargon zijn besmet. Want de hele gang van zaken die überhaupt tot de oprichting van Forum voor Democratie leidde, is dat er in het maatschappelijke debat geen brood te verdienen is met visievorming op basis van realisme. Dit hangt weer samen met het linksliberale subsidiekartel, dat zo goed als alle betaalde talkshows, universiteiten en dagbladen beheerst. Precies hierom is het van belang dat lezers overwegen om mijn crowdfunding te steunen, om een tegenhanger te bieden.

Het tweede argument is dat Baudet in dat geval terecht redeneert (al zal hij dit niet letterlijk zo zeggen): “Ik kan al mijn energie opgebruiken om met mijn twee zetels achter ieder dossier aan te rennen en daar ons plasje over te doen. Maar omdat de maatschappelijke visievorming elders plaatsvindt, bereik ik daar weinig mee, buiten dat mijn achterban dan precies zal weten wat ik van ieder dossier vind. Mijn achterban weet echter al wat ik vind. Ik heb er meer aan om mezelf alvast te oriënteren op de toekomst en op de dossiers die zullen spelen zodra ik wél een meerderheid in de Kamer achter me kan krijgen – ook aan visievorming via boekpublicaties heb ik meer.”

Reflectie op Wilders en de PVV

Dit laat onverlet dat een andere aanpak op zijn plaats zou zijn wanneer FvD met twaalf of meer zetels in de Kamer komt. Met al deze overwegingen in het achterhoofd, is het tot slot interessant om nog kort te reflecteren op Geert Wilders.

De PVV speelt het parlementaire spel precies volgens de regels en doet mee in ieder debat. Hoewel de kiezer terecht waardering heeft voor deze plichtsbetrachting, steekt het systeem wel zo in elkaar dat de PVV-bevindingen niet terugkomen in de machinekamer van de macht. Naar verluid hebben topambtenaren zelfs geweigerd om de inbreng van de PVV in het coalitieakkoord uit te voeren, toen de PVV van 2010 tot 2012 deel was van een gedoogkabinet. De ministers en staatssecretarissen hebben dit destijds maar met de ‘mantel der liefde’ bedekt: de PVV trok haar eigen conclusies.

Tot besluit

Deze kennis maakt Baudets positie des te meer sympathiek. Het systeem is broken en in het interview komt hij daar openlijk voor uit. Hij zou zich wel helemaal kunnen identificeren met het parlementaire stelsel; daarmee zou hij echter ook verwachtingen opwekken die hij in het huidige systeem niet kán waarmaken – hij zou een agent of disillusion worden. Daarom is het goed dat hij wat mentale afstand tot het parlementswerk houdt.

De realiteit is namelijk dat een selecte groep de hoofdlijnen uitzet: de rest vangt de broodkruimels op die van de tafel vallen. Backbenchers brengen deze bijzaken onder tromgeroffel naar de achterban in de regio, in de hoop om zo weer herkozen te worden. Het is een trieste cyclus zonder uitweg. Dit is een mentale gevangenis waar Baudet met zijn intellectuele activiteiten aan ontsnapt.

Qua intellectuele activiteiten ben ik momenteel bezig met een crowdfunding, om de inhoudelijke discussies mogelijk te maken die in de politiek niet aan de orde zijn. Volg mijn project:

https://www.voordekunst.nl/index.php/projecten/7175-verhalen-uit-de-samenleving-1

Aanbieding: bibliotheek der democratie

Posted on

Zestien jaar na Fortuyn, de demonisering van Baudet

“Meneer Baudet, we zijn pas begonnen,” schreeuwt D66-leider Alexander Pechtold aan het einde van het verkiezingsdebat in Amsterdam vorige week. Pechtold was toen al meerdere malen uitgevallen naar Thierry Baudet, die zich staande moest houden in een spervuur van vileine en leugenachtige beschuldigingen van onder andere Lodewijk – “Wees toch een  kerel” –  Asscher en Jesse – “morele zelfverheffing” –  Klaver. Dezelfde Asscher, die vier jaar op schoot zat bij Mark Rutte en van kruiperigheid niet wist hoe hij iedere dag zijn gezicht moest plooien. Jesse Klaver, die zijn messiasrol niet in vervulling zag gaan en laf op zijn Babboe-bakfiets de formatiebesprekingen verliet.

Op YouTube staat sinds 10 februari een knap gemaakte videocompilatie, waarin beelden van demoniserende politici tegen Fortuyn worden afgewisseld met beelden van demoniserende politici tegen Baudet. De registratie is beangstigend en misselijkmakend.

We zien een vertwijfelde Ad Melkert (PvdA), die Le Pen van stal haalt om Fortuyn in een hoek te zetten. Ad Melkert, de beoogde opvolger van Wim Kok. Ad Melkert, die voor ieder televisie-debat en fotosessie drie vers geperste grapefruits nuttigde en zo aan zijn zure gezichtsuitdrukking kwam. We zien een valse Thom de Graaf (D66), die citeert uit het dagboek van Anne Frank om Fortuyn te besmeuren. Links-extremisten voegden de daad bij het woord en duwden een taart gevuld met onder meer uitwerpselen in het gezicht van de lijsttrekker van Leefbaar Nederland. We zien grootgrondbezitter Marcel van Dam (PvdA), die Fortuyn een “minderwaardig mens” noemt en daarmee de eerste nagel aan de doodskist spijkerde. En we zien een boze en machteloze Pim Fortuyn, die bij de talkshow van Jensen genoemde politici verantwoordelijk houdt voor zijn dood – hoe profetisch.

En zestien jaar later gaan de opvolgers van genoemde zetelplakkers keihard verder met hun lynchpartij. Fortuyn is uitgeschakeld, Wilders schakelt zichzelf uit, dus wordt alle vitriool en demonisering uitgestort over Thierry Baudet en het Forum voor Democratie. En ze weten zich daarbij zoals altijd gesteund door de media. Zestien jaar geleden legde het oudste weekblad van Nederland, twee dagen na de taartaanslag, Pim Fortuyn op de divan. Psychologen bogen zich over de geestelijke gesteldheid van de lijsttrekker. Op 10 februari schrijven Ruben Koops en Marcel Wiegman in het Parool een groot psychologiserend stuk over Thierry Baudet. Aan de hand van schoolherinneringen, verloren vriendschappen en Baudet’s familiegeschiedenis duiden de journalisten de lijsttrekker. De teneur is duidelijk, gezien de kop boven het artikel: ‘De man die de hele wereld zijn voeten ziet kussen’. Het is gemakzuchtige en schofterige journalistiek, die geen enkele informatie biedt en niet zou misstaan op de Privé-pagina van De Telegraaf. We zien hier het mechanisme dat Sid Lukkassen in zijn proefschrift – onder de titel ‘De democratie en haar media’ verschenen bij uitgeverij De Blauwe Tijger – beschrijft: hoe de politiek onder invloed van de media tot een vorm van entertainment is geworden. Onwaarheden en verkeerd geciteerde uitspraken worden in stelling gebracht om de tegenstander onschadelijk te maken. En het grote taboe – racisme (volgens de Franse filosoof Alain Finkelkraut is het antiracisme de ideologie van de 21ste eeuw) – maakt iedere zinvolle discussie onmogelijk. Artikel 1 van de Grondwet is – CPN-leider Marcus Bakker laat groeten – alsnog verheven tot het grote zaligmakende gebod.

Geen beter bewijs hiervoor dan de hysterie van Pechtold, Asscher en Klaver op 9 februari in Amsterdam.