Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.

Posted on

Bespiegelingen in Washington

Capitool Washington

Zo doordacht en systematisch de internationale, seculiere homobeweging is georganiseerd, zo onbeholpen en ongestructureerd zijn de internationale netwerken van christenen die actief zijn in het publieke domein. Zo heeft het COC een internationaal vertakt netwerk, dat planmatig lobbyt bij de VN, de OVSE, de Raad van Europa, maar ook bij het Amerikaanse Congres en de Afrikaanse Commissie. Daar steken christelijke netwerken mager bij af. Sterker: hier laten zij veel kansen onbenut.

Wie even de moeite neemt om op zoek te gaan naar de talloze doorwrochte rapporten van Amerikaanse, christelijke denktanks staat versteld van de informatie die hier ligt opgeslagen op het terrein van het huwelijk, gezin, levensbescherming, etc. Nog verbazingwekkender is het, dat bijvoorbeeld Europese christenpolitici hier nauwelijks uit putten. Eigenlijk is dit pas goed tot mij doorgedrongen toen christenpolitici in Nederland en andere Europese landen werden gedwongen te debatteren over de consequenties van adoptie door homoparen. In de VS is hierover veel materiaal beschikbaar, wat door ons nauwelijks ontsloten en benut wordt.

Hoewel de mogelijkheden voor kennisuitwisseling en persoonlijk contact vandaag groter zijn ooit, krijg je de indruk dat leidende christenen uit het negentiende-eeuwse Reveil serieuzer gebruik maakten van hun contacten met buitenlandse geestverwanten dan wij.
Ook binnen de boezem van de SGP is deze tekortkoming gesignaleerd. Om die reden is in het laatste jaarplan van deze partij opgenomen, dat er een grondige inventarisatie moet komen van bestaande relevante internationale christelijke netwerken. Vervolgens dient bezien te worden hoe aan deze netwerken vruchtbaar kan worden deelgenomen.

Verbinding
Gelukkig hoeven we niet helemaal bij nul te beginnen. Het ‘Transatlantic Christian Council’ (TCC) wil Europese en Amerikaanse christenen en conservatieven verbinden in een netwerk met als doel het overheidsbeleid in christelijk-conservatieve zin te beïnvloeden. In dat licht organiseerde zij onlangs in Washington een congres waarbij politici en leiders van denktanks uit vele landen met elkaar nadenken over de vrijheid van godsdienst in samenlevingen die steeds meer worden gedomineerd door seculiere meerderheidsopvattingen. Nog belangrijker dan deze bezinning zijn echter de concrete voornemens om de vele christelijke denktanks in zowel de VS als in Europa te verenigen in een trans-Atlantisch netwerk. Het ideaal is om vanuit het christelijk geloof en vanuit christelijke waarden en deugden het maatschappelijk middenveld weer vitaal te maken en zo de westerse cultuur opnieuw te voorzien van een moreel fundament. Een fundament dat het liberalisme nimmer kan bieden.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Zonder twijfel een verreikend streven. Het zal niet meevallen in deze streng geseculariseerde tijd. ‘Er is enkel de strijd om te heroveren wat verloren ging, gevonden werd, en weer verloren, telkens opnieuw; en nu in omstandigheden, die ongunstig lijken’ (T.S. Eliot).
De SGP vindt het de moeite waard om haar steentje hieraan bij te dragen. Het zou goed zijn als het CDA, dat opnieuw het maatschappelijk middenveld lijkt te hebben ontdekt, maar ook de ChristenUnie deze handschoen zouden oppakken. Zo ligt het voor de hand dat de wetenschappelijke bureaus van de christelijke partijen gaan participeren in dit netwerk en hun agenda’s op elkaar afstemmen. Maar ik zie ook kansen voor de Kamerfracties. Een doordachte en succesvolle motie op het terrein van het gezin, zou niet alleen zijn werk kunnen doen in de Tweede Kamer, maar ook in de Amerikaanse politiek. Laten we profiteren van elkaars creativiteit en kennis delen. Op hoop van zegen!

Christofobie
Het congres dat werd georganiseerd door het TCC was inhoudelijk zeer de moeite waard. Zowel in de VS als in Europa zijn seculiere politici en media laks als het gaat om het aan de kaak stellen van christenvervolging in grote delen van de wereld. Dit werd door zowel Europese (Rocco Buttiglione) als door Amerikaanse politici (Frank Wolf, lid van het US-Congress) in stevige bewoordingen vastgesteld tijdens het congres. Zij spraken zelfs van christianofobie.
Ik vroeg Buttiglione waar die christianofobie van seculieren toch vandaan komt. Zijn antwoord was: ze schamen zich voor ons. Ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat christenen zo dom zijn om zich te laten discrimineren en vervolgen vanwege hun geloof. Ze begrijpen daar niets van en ze vinden het gênant om daarvoor openlijk op te komen.

Dit vond ik verrassend. Het impliceert dat christenen nog beter moeten uitleggen wat geloof voor hen omvat en dat het hun leven doortrekt. Ze zullen moeten kunnen uitleggen wat het betekent dat Christus hun leven ís. Nu weet ik wel dat we hiermee de weerstand tegen christenen niet helemaal wegnemen. Zoals Christus werd gehaat, zullen Zijn volgelingen worden gehaat. Maar verantwoording afleggen van je geloof blijft geboden.

Beoefening
Zoals gezegd zijn er initiatieven om leidende christenen uit de VS en Europa in een netwerk bijeen te brengen en krachten te bundelen. Het is niet goed als dit een westers onderonsje blijft. In Azië en Afrika groeit het christendom. Wat kunnen wij van hen leren als het gaat om de confrontatie met andersdenkenden? Waarin slagen zij waar wij falen? De relatief jonge kerken in Afrika en Azië kennen meer lenigheid en flexibiliteit ten opzichte van de omringende cultuur dan de oude, gevestigde kerken in Europa. Maar er moet méér van hen te leren zijn.

Een vervolgvraag is hoe christenpolitici het meest effectief opkomen voor de vrijheid van christenen. Amerikaanse christenpolitici strijden voluit voor vrijheid voor ieder geloof: islam, hindoeïsme, christendom, etc. Dit vind ik lastig. Moet de overheid geen onderscheid maken tussen verschillende godsdiensten? Mag zij – als dienares van God – waarheid en leugen over één kam scheren? Of mogen christenpolitici in het publieke domein voluit de godsdienstvrijheid van een ieder verdedigen en de waarheidsclaim aan het domein van de kerk overlaten? Dit zal een worsteling blijven en ik hoop dat we die worsteling nooit helemaal passeren.

Sprekend over de rol van religie in het publieke leven blijft één ding voorop staan. Christenen moeten voorkomen dat bespiegeling het wint van beoefening. We hebben mensen nodig die het onder een kopje koffie over de liefde van Christus kunnen hebben. Daar kan geen Kamerzetel van CDA, CU of SGP tegenop.

Posted on

Nederland tekent eigen doodsvonnis door negeren slachting christenen in Midden-Oosten

Terwijl in het Midden-Oosten niet alleen messen maar ook zwaarden worden geslepen heeft Nederland met het verwerpen van de motie voor VN onderzoek naar de massale slachtingen op christenen haar eigen doodvonnis getekend. Want met het internationaal blijven ontkennen van deze nieuwe genocide snijdt Nederland in haar eigen vrije vingers.

Daar waar ISIS het kalifaat heeft uitgeroepen is het niet meer veilig voor andersdenkenden. Voor christenen is de dreiging nog groter. Christenen worden namelijk vermoord. Dat is geen gerucht meer, dat zijn keiharde feiten en het kabinet lijkt het nog steeds te willen ontkennen.

Het kalifaat is niet genoeg voor ISIS en evenmin voor ISIS-sympathisanten in Nederland. Het moet groter, beter, gruwelijker en voornamelijk: gevaarlijk voor alle verworven vrijheden die wij hebben in het westen. Sympathisanten willen een islamofascistische staat. Alleen hun volk, hun religie, hun denkwijze en hun wetten. Het sluiten van de ogen voor dit enorme gevaar is het eigen doodsvonnis.

In Nederland beginnen de eerste anti-ISIS demonstraties eindelijk vorm te krijgen. In de Kamer blijkt dit geluid alleen nog maar via een paar Kamerleden te horen. Waaronder CDA-Kamerlid Omtzigt, die onlangs een vlammende speech hield over de gevaren van deze vorm van moslimsextremisme.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Niet alleen in het Midden-Oosten is de sfeer grimmig. Ook vanuit een ander islamitisch land begint de dreiging naar het christendom alleen maar toe te nemen. Afgelopen week alleen al viel Azerbeidzjan – u weet wel, dat land dat een groot gebied waar een Armeense enclave woont gewoon opeist – Armeense dorpen in het grensgebied aan. Ook dit geweld moet worden afgekeurd maar komt helaas niet aanbod in de Kamer.

Er moet een onderzoek komen naar de massale afslachting van christenen in Irak en Syrië. Er moet internationaal worden opgetreden tegen het toenemende geweld in de Kaukasus. Er moet internationaal worden opgetreden tegen dit geweld. Er moet internationaal worden opgetreden tegen elke vorm van buitensporig geweldig en terrorisme. Dat is namelijk geen kwestie van elkaar een andere mening gunnen, maar het trekken van een ethische grens: vrijheid moet voor iedereen vanzelfsprekend zijn en veiligheid moet niet een wens zijn maar een zekerheid. En pas als Nederland die ethische grens durft te trekken, dan kan men in Nederland ook in die zekerheid leven.

Andrei Vreeling is oprichter van het Nederlands Comité van Verenigde Christenen, een organisatie die aandacht vraagt voor de pijnlijke situatie waar christenen in het Midden-Oosten en Afrika in leven

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.

Posted on Leave a comment

Christenen hadden in Assads Syrië meer vrijheden dan in Turkije

Dat schrijft Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Joël Voordewind in een verslag van een reis die hij samen met een medewerker en iemand van de christelijke mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign maakte.

“Hoewel christenen volgens de grondwet niet worden erkend en formeel geen rechten hebben, was er onder Assad ruimte om christen te zijn. Er waren kerken die bezocht konden worden en klokken van kerken mochten worden geluid. Christenen konden eigen scholen en seminaries oprichten. Uit meerdere verklaringen hebben wij ook kunnen afleiden dat moslims en christenen in redelijke harmonie samenleefden en dat gematigde moslims en Christenen deel uitmaakten van  elkaars  vriendengroepen. Een vergelijking met de vrijheid van christenen in het huidige Turkije levert op dat een christen onder het regime Assad meer vrijheden kende dan een christen in  het huidige Turkije. In tegenstelling tot in Turkije mochten christenen hun eigen taal spreken, kerken bezoeken en bouwen, scholen (inclusief kinderopvang) en seminaries stichten. Verder hadden christenen hoge posities in de maatschappij en in de politiek. In de republiek Turkije is nu voor het eerst in de geschiedenis een christelijke Koerd in het parlement gekomen. In Syrië waren er meer mogelijkheden om politiek actief te zijn. Ook typerend is dat een kerk in Turkije geen klokken mag luiden -uitzonderingen daargelaten zoals in een enkel dorp waar (bijna) uitsluitend christenen wonen- terwijl dat in Syrië wel mocht. Volgens bisschop Samuel van Mor Gabriel die wij spraken had iedereen in Syrië in tegenstelling tot in Turkije respect voor bisschoppen. Hij deelde ons ook mee dat hij bij reizen vanuit Turkije naar Syrië respect ervoer van de Syrische politie. ”Er werd zelfs voor mij gesalueerd” vertelde hij”

Na de zogenaamde Arabische lente werd alles anders:

“Van de vele christelijke vluchtelingen die we hebben gesproken hebben we verhalen gehoord over beroving, bedreiging en ontvoering. Ook over fatwa’s tegen christenen onder meer inhoudende dat christenen straffeloos mochten worden ontvoerd of gedood. Vluchtelingen vertelden ons dat  het begon met rebellen die christelijke mensen met aanzien, zoals artsen of ondernemers, ontvoerden om met het losgeld wapens te kunnen kopen. Om het losgeld bij elkaar te krijgen is de familie genoodzaakt hun mooiste kleren te verkopen en in bepaalde gevallen zelfs hun  land en huis. Zelfs dan zijn ze echter nog niet zeker dat ze hun familielid weer in de armen kunnen sluiten. Door de gebeurtenissen voelden ook de gemiddelde burgers zich helemaal niet meer veilig en vluchtten. In Syrië vallen onder alle bevolkingsgroepen slachtoffers en zijn er onder alle groepen ook vluchtelingen. Christenen lijden echter aantoonbaar meer. Getalsmatig zijn er meer ontheemd en gevlucht [..]. Christenen zijn een makkelijk slachtoffer, omdat ze vaak welgesteld zijn en geen bescherming genieten. Ze hebben geen militie of leger die hen beschermd. Ze willen ook niet meevechten omdat ze pacifistisch zijn en het omver werpen van het regime niet hun doel is. Daarnaast zijn het de militante  moslims die christenen zwaar onderdrukken. Christenen kunnen niemand vertrouwen en heel moeilijk bepaalde gebieden of straten afschermen, zoals bijvoorbeeld de Koerden wel kunnen doen. Na drie uur gaat niemand meer de straat op uit angst voor ontvoering. [..] Berichten van ontvoerde en vermoorde christenen en stromen van christenen die richting Turkije vluchten, blijven ons bereiken.”

Het rapport beschrijft verder de situatie van de vluchtelingen, zowel binnen Syrië als in buurland Turkije, verschillende (gewapende) oppositiegroeperingen en tast verschillenden oplossingsrichtingen af om uiteindelijk tot een aantal aanbevelingen te komen.  Gesuggereerd wordt onder andere het vormen van een veilige zone voor christenen en opvang van christenen in aparte vluchtelingenkampen, zodat ze niet bedreigd worden door moslimvluchtelingen. Verder wordt ontraden wapens te leveren aan de oppositie vanwege de samenwerking radicaal-islamitische beweging Jabat al-Nusra.

Het reisverslag is op de website van Jubilee Campaign te downloaden.

Posted on Leave a comment

Christenen Pakistan wel risicogroep

De redenen die staatssecretaris Teeven noemt om Pakistaanse christenen niet als risicogroep te beschouwen, kloppen niet met de werkelijkheid. Er is wel degelijk sprake van sektarisch geweld en van beperkende maatregelen van de overheid.

PAKISTAN CHRISTIANS PROTESTStaatssecretaris Fred Teeven, van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, communiceerde in zijn kamerbrief “Asielbeleid ten aanzien van Pakistaanse christenen” van 26/03/2013 zijn besluit om Pakistaanse christenen niet aan te merken als risicogroep. Hoewel hij onderkent dat “alle religieuze minderheden, maar de ahmadi-gemeenschap in het bijzonder, te maken hadden met discriminatie, bedreigingen en geweld”, beschouwt hij alleen de ahmadi-gemeenschap als risicogroep. In zijn kamerbrief “Antwoorden kamervragen over het bericht dat ca 100 huizen van Pakistaanse christenen zijn verbrand vanwege vermeende belediging van Mohammed” van 03/04/2013 herhaalt Staatssecretaris Teeven zijn standpunt dat “op dit moment de kwalificatie van Pakistaanse christenen als risicogroep niet aan de orde is.”

De toezegging van Staatssecretaris Teeven “dat het niet kwalificeren van Pakistaanse christenen als een risicogroep geenszins betekent dat er nooit bescherming wordt verleend” en de erkenning dat “van de vreemdeling mag redelijkerwijs niet worden verwacht dat hij afziet van godsdienstige handelingen die hem blootstellen aan een werkelijk gevaar van vervolging” zijn geruststellend.

Echter, de redenen die Staatssecretaris Teeven aanvoert voor het besluit om Pakistaanse christenen niet aan te merken als risicogroep staan ver af van de feiten. In Pakistan is de christelijke bevolking minstens zo kwetsbaar als de ahmadi-gemeenschap, en zou dus wel degelijk aangemerkt moeten worden als risicogroep.

Staatssecretaris Teeven stelt in zijn kamerbrief dat “de vrijheid van vereniging en vergadering van christenen wordt, voor zover bekend, door de autoriteiten niet beperkt.” Deze uitspraak is in strijd met de werkelijkheid. De Pakistaanse overheid perkt de vrijheden van christenen wél in. In dit kader kan worden verwezen naar de wetgeving op godslastering en afvalligheid. Vele christenen (en moslims) zitten vast vanwege de vaak misbruikte wet op de godslastering. Verder is bekend dat de overheid regelmatig weigert om toestemming te verlenen voor de bouw van kerken of het houden van publieke bijeenkomsten – vrijheid van vereniging en vergadering.

Meerdere toonaangevende onderzoeksinstellingen delen hun zorg over de waarborging van de rechten van de christelijke minderheid in Pakistan. Op de wereldranglijst christenvervolging die Open Doors jaarlijks uitbrengt, bevindt Pakistan zich op plaats 14, wat wil zeggen dat Pakistan het 14de land ter wereld is waar christenen het meeste druk ervaren om hun geloof in vrijheid te beleven. Deze druk uit zich niet alleen in de publieke ruimte, maar ook nadrukkelijk in de privé-, familie- en gemeenschapssfeer.

De bevindingen van Open Doors worden gedeeld door de United States Commission on Religious Freedom (die Pakistan beschouwd als een “land van bijzondere zorg”) en het Noord-Amerikaanse Pew Forum. Volgens Brian Grim, senior onderzoeker bij Pew Forum is “Pakistan het land met het hoogste niveau van sociale vijandelijkheden met betrekking tot religie, en ook één van de landen waar de overheid de meeste beperkingen oplegt aan religie.” Deze studie benoemt nadrukkelijk de wetgeving op godslastering en afvalligheid, maar noemt ook nadrukkelijk het religieuze geweld dat veroorzaakt wordt door zowel radicaal islamitische groepen als familieleden van moslims die zich bekeren tot het christendom: “Bovenop het geweld in verband met de wetgeving op godslastering en afvalligheid, ervaart Pakistan tal van andere vormen van religieuze vijandigheid door invididuën, organisaties en sociale groepen, met inbegrip van maffia of sektarisch geweld, religie-gerelateerd terrorisme, intimidatie over religieuze kledij en andere religie-gerelateerde intimidatie of misbruik.”

In Pakistan ondervinden christenen niet alleen hinder van de overheid, maar nadrukkelijk ook van fanatieke radicaal-islamitische groeperingen, die druk uitoefenen op de autoriteiten om religieuze vrijheden in te perken, maar ook zelf daders zijn van aanslagen, ontvoeringen, verkrachtingen, valse beschuldigingen, gedwongen bekeringen tot de islam en zelfs moorden. Christenen voortdurend onder angst en voelen zich vaak nergens veilig. Het feit dat christenen zich hierdoor een “zekere zelfcensuur” opleggen zou dan ook gezien moeten worden als een teken van de dreiging die ze ervaren.

Dit artikel is eerder verschenen in het Nederlands Dagblad van donderdag 11 april 2013.

Posted on Leave a comment

Athene moet moskee bouwen van EU

Onder druk van de Europese Unie wordt het bankroete Griekenland nu gedwongen om haar eerste moskee te bouwen in Athene. Terwijl er zich in het Midden-Oosten een langzame maar zekere genocide voltrekt op de inheemse christelijke bevolking, acht de EU het noodzakelijk om haar lidstaten aan te manen grote moskeeën te bouwen in hun hoofdsteden. 

De Janitsarenmoskee op Kreta, gebouwd tijdens de Turkse bezetting.
De Janitsarenmoskee op Kreta, gebouwd tijdens de Turkse bezetting.

Het is begrijpelijk dat Griekenland de inmenging van aartsvijand Turkije afwijst bij de bouw van de moskee. Het is dan wel de Griekse regering die instaat voor de financiering van dit bouwproject.

Dat Europa een schoothondje is geworden van de olieproducerende Golfstaten, hebben we gezien toen de voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz, zich aan de zijde van twee Arabische parlementairen verontschuldigde voor een amateuristisch anti-islamfilmpje, dat in Amerika op internet was geplaatst: ”We zijn het erover eens dat dit soort godslasterlijke films veroordeeld moet worden. Ik veroordeel ten sterkste niet alleen de inhoud, maar ook de verspreiding van zo’n film, die enorm vernederend is voor veel mensen over de hele wereld.”

Het ware beter dat Europa een voorbeeld nam aan Paus Benedictus XVI, die ijvert voor een relatie met moslims die gebaseerd is op wederkerigheid:

Maar het sterkste motief is misschien wel de teleurstelling over de wederkerigheid. Een bekend voorbeeld: terwijl de Saoediërs in 1995 miljoenen dollars hebben bijgedragen tot de bouw van de grootste moskee van Europa in Rome, mogen christenen geen kerken bouwen in Saoedi-Arabië. Als geestelijken in Saoedi-Arabië het terrein van oliebedrijven of ambassades verlaten, lopen zij gevaar te worden lastiggevallen door de religieuze politie. De bisschop van die regio heeft onlangs gezegd dat de situatie hem doet denken aan de catacomben.