Posted on 1 Comment

Hedonistische technocratie houdt ons gevangen in post-adolescentie

Eerder dit jaar filosofeerde ik over het boek Keep the Aspidistra Flying. Daarin maakt George Orwell invoelbaar hoe banaal en afgestompt het leven van de Britse middenklasse was. Nadien verscheen er in Nederland een boek met een soortelijk thema: het is geschreven door Mel Bontje en heet Bart Mittendorf, een zak met niets. Van de film The Matrix (1999) kennen we allemaal de keuze tussen de blauwe en de rode pil. Wie de rode pil slikt, wordt wakker in de harde realiteit maar leeft wel in de authentieke waarheid. De blauwe pil betekent weer in slaap vallen en wegdromen bij comfortabele leugens.

Laat me daarom tevoren één opmerking maken: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar. Reader beware.

Het verhaal heeft raakvlakken met films als Fight Club (1999) en Noise (2007). In Noise ontmoet een man die is voorbestemd voor het leven van de familie doorzon een even wellustige als gewillige filosofiestudente. Zij prikkelt zijn geest en vervult zijn oerinstincten. Hierdoor ziet hij in een moment van helderheid hoe hij gebukt gaat onder een hedonistische technocratie: hij breekt los uit zijn routinebestaan en besluit volledig break the system te gaan.

Vanaf de openingspagina is duidelijk welke auteur voor Mel Bontje een grote inspirator is. Seks in een boek is één ding, maar waarom toch die fascinatie met zelfbevlekking? Een ander feit dat in het oog springt is dat de auteur doorklinkt in de gesprekken. Hij laat zich kennen in zowel zijn fascinatie met aftandsheid en verval, als in zijn erudiete woordkeuzes om sociale analyses uit te drukken. Dit rijmt niet overal met de personages: het zijn deftige zinnen waarmee de jonge geest absoluut en doordringend oordeelt over de werkelijkheid.

De hoofdpersoon Bart Mittendorf loopt een zielloze haptent binnen. “Het enige speelse in de zaak was het geluid van het borrelende frituurvet” (p.38). Elke pagina kent dergelijke zinnen – de auteur is duidelijk getalenteerd. Wel geven de personages lange, gestileerde commentaren op de maatschappij en op wat er speelt in hun leven. Deze reflecties vinden plaats binnen situaties die daar soms te vluchtig voor lijken.

Via deze commentaren drukt het boek het afgrijzen uit van het vooruitzicht een diploma te halen bij een instituut dat zich niet om je bekommert, om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich niet om je bekommert. Ondertussen een sprankelend en levenslustig enthousiasme veinzend om jezelf ‘in de markt te zetten’ – dit afgrijzen wordt met drank, drugs of Netflix gekalmeerd en dit noemen we ‘vrijheid’.

“Ik heb het geprobeerd, maar ik kwam erachter dat ik geen geluk haal uit een leven dat bestaat uit interactie met jongens en meisjes die hun gebrek aan authenticiteit verschuilen achter maat- en mantelpakjes […] Alles voor het behalen van validatie in een absurde, ontwortelde en volledig vervlakte realiteitscontext. Niemand was meer dan een mislukte reproductie van een vacatureomschrijving.” (p.16-7)

Het type leven dat zojuist werd omschreven hebben we ook nog eens uitgeroepen tot het hoogst haalbare in de menselijke geschiedenis, namelijk ‘liberale democratie’. En zo stuurt het boek ons indirect in de richting van een levenswijsheid: niet het hebben van een hoog inkomen is het geheim van de vrijheid, maar het hebben van een laag uitgavenpatroon. De auteur verwoordt dit als volgt: “Zijn buikvet zou schuilgaan achter een maathemd van dure stof. Dag in dag uit zou hij gehuld moeten gaan in een mantel van leugens en opgaan in de grijze massa der kantoorschepsels tot hij niet beter zou weten. Toch wilde hij de chaos in zijn ziel niet laten bedwingen door de dwangbuis van het bedrijfsleven.” (p.17)

De kernzin van het boek – en feitelijk van de Westerse cultuur – vinden we op pagina 52: “Niets dwong me om serieus te worden.” Oftewel de hedonistische technocratie houdt ons gevangen in een post-adolescentie. Het is normaal dat je na je afstuderen een vaste baan vindt met een degelijk salaris en dan een gezin sticht. Tenminste dat geldt voor een beschaving die wil voortbestaan. Onze realiteit na het afstuderen is tig onbetaalde stages, nul urencontracten, tien jaar Tinderen, een leven lang huurwoningen.

Échte volwassenheid betekent in deze situatie: een slaaf worden van het systeem. Steeds meer jongvolwassenen zien dit en slikken de rode pil. Ik ken een arts die maandelijks 4.000 euro verdient en 2.500 overhoudt. Ik ken een consultant die 5.000 verdient en 2.800 overhoudt. Beiden werken dag en nacht. De auteur beschrijft soortgelijke situaties en concludeert dat we welbeschouwd werkvee zijn van een globale elite, die jongeren met kosmopolitische propaganda bestookt om hen in dit keurslijf te lokken:

“Hoe langer de jonge westerling op reis is, hoe meer hij gaat geloven in de maakbaarheid van de wereld, het ideaal van mondiaal pacifisme en postmoderne theorieën. In de Berlijnse hostels krioelt het van de cultuurmarxisten: types die het als hun levensdoel zien om zich op te werpen voor alles wat zwak en zielig is. Ze willen niets liever dan zichzelf wegcijferen voor alles dat als minderheid, onderdrukt of achtergesteld bestempeld kan worden. Het Berlijnse jeugdhostel is de bunker van de Gutmensch.” (p.56)

Dat de welbespraaktheid van de personages niet overal rijmt met hun sociale stratificatie, maakt echter niet dat het geen leuke personages zijn om over te lezen. Neem nu Vera – zij wordt omschreven als slank, blond en goed in vorm. “Vera zweeg, legde haar hand op Barts rug, bracht haar lippen richting zijn hals en klom langzaam op zijn schoot. Ze zat met haar gezicht naar hem toe, met zijn neus onder haar boezem” (p.56). Dit personage vervult een belangrijke pedagogische rol: Vera’s geile gekronkel leert jeugdige lezers dat cultuurrealisme en postprogressivisme wel degelijk kunnen leiden tot goede seks.

Dit is een passend moment om kort iets te zeggen over Houellebecq, met wiens proza er vele gelijkenissen zijn. “Mijn wanstaltige voorkomen zou ze met een enkele blik veroordelen. Zonder woorden zou ze de verwerpelijkheid van mijn gedaante in volle helderheid bevestigen” (p.35). Deze Franse schrijver wordt soms ‘vrouwonvriendelijkheid’ verweten oftewel misogynie – het tegendeel is waar. Deze auteur die in de verleidingskunst wat klungelig is, maakt zijn vrouwelijke personages tot lustvolle sletten die zélf het contact initiëren. ‘Sletterig’ is hier niet in een negatieve zin bedoeld, maar juist in een sekspositieve. De vrouwelijke karakters die hun genot najagen zijn uiterst geëmancipeerd.

Het enige kritiekpunt op Bart Mittendorf is dat de auteur mogelijk teveel doorschijnt in de erudiete volzinnen van de personages. De dialogen van de personages zijn soms te intelligent geschreven voor de proleten die ze zijn. Maar al met al is dit een perfect jeugd- en avonturenboek dat de huidige tijdsgeest weerspiegelt. De anti-Steppenwulf.

“Rustig blijven we onze dagelijkse taken uitvoeren; we hopen dat iedereen elkaar ooit, zonde enige vorm van wrok, de hand zal reiken. In lijn met de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder stellen we ons voor dat culturen elkaar prachtig aanvullen, zoals bloemen in een tuin. Wat we vergeten is dat al die bloemen snakken naar licht, ruimte en lucht. Het hardnekkigste onkruid zal de dienst gaan uitmaken en al het overige verdringen. We laten iedereen binnen en zien alles steeds verder naar de klote gaan. Hierover durven we geen oordeel te vellen.” (p.63)

“We worden uitgeleverd door een politieke elite die zijn machtsgeile gezicht verschuilt achter een masker van valse humanitaire waarden. Het is de neomarxistische elite die de fatale baksteen in het bloedende gezicht van Europa smijt. Ik kan het niet accepteren om als nietszeggend schepsel te worden vertrapt onder de schoenzolen van de botsende beschavingen.” (p.64)

“In de menigte leek iedereen op elkaar: het kroost van het kroost van 68-ers.” (p.77)

“We zijn te laf om de slijmerige realiteit te ontsluieren. Tot dat moment, het moment dat we onszelf hebben ontdaan van de leugen, zullen we enkel leven om vergeten te worden, tot niets groots in staat zijn en louter onzinnig slavengedrag vertonen.” (p.22)

De schrijver Mel Bontje zal natuurlijk niet worden ‘ontdekt’ door ‘kwaliteitsmedia’: daarvoor is het deuggehalte onvoldoende – zo zal duidelijk zijn uit het bovenstaande meesterlijke proza. Maar het boek is zéker de moeite van het lezen waard. Misschien is het hier en daar zelfs net te gepassioneerd geschreven ‘for his own good’. Zoals ik al zei: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar.

Op zaterdag 29 september om 15:00 uur vindt een boekpresentatie plaats van het boek ‘Bart Mittendorf. Een Zak Met Niets’ in Boekhandel Cursief te Gorinchem. Meer informatie hier: https://www.facebook.com/events/1129092800581064/

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

De impotentie van een Tweede Kamerlid

Onlangs las ik op Novini het begeesterende artikel van Sid Lukkassen over Thierry Baudet en de representatieve democratie. Hij legt op heldere wijze bloot dat het huis van Thorbecke kraakt aan alle kanten. Paradoxaal genoeg legt de samenleving steeds meer problemen op het bordje van de politiek; tegelijk sijpelt de macht gestaag weg van politici naar mondiale multinationals. Graag reageer ik op Lukkassens betoog met een eigen relaas.

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaaldt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die deprimerende kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor wie dat zouden willen heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder wat ze bereiken (effectiviteit), laat staan om je daarover een oordeel te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Pechtold, Beertema, Asscher, Klaver, Baudet, Hiddema en de nieuwste aanwinst van de PVV Kops[1]. Het kostte me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve Kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens Kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeurstemmen in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de Tweede Kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. De visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitieconstructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina’s tellende akkoord te lezen, en hieraan hun instemming te geven. Het laatste regeerakkoord tussen VVD/CDA/D66 en CU was dusdanig lang uitonderhandeld (225 dagen) en dusdanig gedetailleerd, met als enige doel 100% van alle mogelijke besluiten voor een periode van 4 jaar vast te leggen, dat ook daar geen coalitie-Kamerlid – met slechts 76 zetels meerderheid – enige kanttekening bij durfde te plaatsen. Het zou hem of haar de kop kosten. Mevrouw Ybeltje Berckmoes, tot maart 2017 kamerlid voor de VVD, schreef een prachtige inkijk over het ware leven binnen de Tweede Kamerfractie van de VVD.[2] Een ontluisterend relaas. Sharon Gesthuizen schreef als voormalig Tweede Kamerlid voor de SP, Macht en Liefde over het heimelijke ongezonde leven binnen de Socialistische Partij.[3] Ik kon mij, in tegenstelling tot het boek van Berckmoes, er niet doorheen werken. Het ging teveel over Sharon.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse, Spaanse parlement of zelfs het Europese nepparlement.[4] Thierry Baudet is een van de weinigen die deze regel van de Tweede Kamer durft te tarten.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractiediscipline afgedwongen, d.m.v. het bespelen van carrièrebelangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg.[5]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk- c.q. praktijkervaring.

Hieronder zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk ik deze analyse tot de Tweede Kamer, die slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:
Veruit de meeste Tweede Kamerleden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[6] zijn wij inmiddels gewend aan de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe, is onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Ze vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de Tweede Kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggespraak[7]. Zonder ruggespraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, de partij raadplegen of overleggen in het torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamerleden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang en het gewicht van hun stem, kun je hun armetierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wél kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen Kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks emplooi. Vooral ex-Tweede Kamerleden van de PVV worden getroffen door stelselmatige uitsluiting. Engeland en de VS doen het beter omdat daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijkartelleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden, i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet, want dat is het: vriendjespolitiek of lobbycratie, waarover Elsevier-columnist Syp Wynia met zoveel hartstocht heeft gepubliceerd.[8]

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en eindigde 225 dagen later, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. Het was de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.[9]

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak”, dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf dat in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als het zo rigide te werk gaat, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

De vorig jaar nieuw aangetreden Thierry Baudet heeft een flink aantal frisse ideeën gelanceerd sinds hij in de Tweede Kamer zit, ten einde het democratische proces nieuw leven in te blazen: het referendum, de regeringspartijen en de overige partijen speerpunten laten aanbrengen en die dan door de echte volksvertegenwoordiging te laten beslissen, met wisselende meerderheden, zonder dichtgetimmerd coalitieakkoord (met bijbehorende handtekeningen), en een kenniskabinet laten samenstellen van vakmensen uit de praktijk, in plaats van partijbobo’s die aan de beurt waren voor een bewindspositie. Er moesten in deze huidige coalitie zoveel beloften worden ingelost dat de vier partijen maar liefst 26 bewindspersonen benoemden. Het lijkt wel een Afrikaans land.

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan Geert Wilders en de frisse fractie van de FvD, dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU-parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage[10], dan zou er geen hond kijken.

Hierboven een video van een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter dat, is dodelijk. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater, zoals Thierry Baudet terecht aanvoert. Het is een debat tussen partijen en zogenaamde volksvertegenwoordigers, waarbij het uitwisselen van argumenten er totaal niet meer toe doet. Het enige doel is steun geven aan het kabinet door de nipte meerderheid van Kamerleden die het kabinet verplicht zijn te steunen. Dat kabinet en de bewindslieden komen dus met van alles weg.

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractiediscipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: “In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan. Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.” Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden.

Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu wederom bij de coalitievorming van VVD/CDA/D66/CU hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. Het CDA stond vierkant achter het verlagen van de eigen bijdrage, D66 maakte zich al sinds 1966 “hard” voor bestuurlijke vernieuwing, waaronder het referendum, VVD liet na om in haar partijprogramma op te nemen dat zij zou komen met een voorstel voor het coalitieakkoord dat er in voorzag dat de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zou moeten worden afgeschaft (1,4 miljard ten behoeve van Unilever en Shell) en van alle flinke woorden over het aanpakken van de volledig uit de hand gelopen immigratie kwam niets. De CU haalde nog even ruim een miljard meer binnen voor ontwikkelingssamenwerking.  Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging zijn een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie- en partijdiscipline zoals die invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de kloof tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Het kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

http://www.novini.nl/illusie-interne-partijdemocratie/

Bovendien zijn politieke partijstructuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosauruspartijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van iets meer dan 300.000 is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% (hooguit 10.000 mensen) die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik sociale media. Gebruik je verstand. Het FvD heeft in deze YouTube clip precies laten zien hoe het partijkartel dit heeft georganiseerd:

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun cv’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekenende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongerenafdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Chriet Titulaer. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante ‘werkervaring’, meestal in veilige publieke sectorfuncties, waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat ook willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Hans Wiegel, Dries van Agt, Ernst Hirsch Balin, Piet Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhagen, Frans Timmermans, Bert Koenders, Ad Melkert en vele, vele anderen.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks, net zoals u, dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[12]

 Ik wens u sterkte.


[1] Wat een verfrissing deze Kops: https://youtu.be/sojpJnxk_7k

[2] https://www.bol.com/nl/f/voorlichting-loopt-met-u-mee-tot-het-ravijn/9200000083037524/

[3] https://www.bol.com/nl/f/schoonheid-macht-liefde/9200000071825012/

[4] https://youtu.be/6dh15ZipMxI Originele bijdrage van Thierry Baudet in militaire outfit.

[5] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[6] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[7]http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[8] https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/blog/2016/11/waar-blijft-de-ontmanteling-van-lobbystaat-nederland-406137/

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinetsformatie_Nederland_2017

[10]  Heerlijke bijdrage van Nigel Farage https://youtu.be/SJzRa7HWVqs

[12] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

De transgenderbeweging leeft in een fantasiewereld

“Het behandelen van de psychologische verwarring ten gevolge van een geslachtsidentiteitsstoornis met hormonen of geslachtsveranderende chirurgie is als anorexia behandelen met liposuctie,” aldus Paul McHugh. McHugh was voor 26 jaar hoofd-psychiater van het Johns Hopkins Ziekenhuis in Baltimore. Dat ziekenhuis werd wereldberoemd omdat het als eerste begon met geslachtsveranderende ingrepen, maar stopte daarmee in de zeventig jaren nadat onderzoek uitwees dat de geestelijke toestand van patiënten er niet beter door werd.

Transgenderisme is het nieuwste speerpunt van de LHBTQI-beweging, een beweging die als “een culturele tsunami” de westerse wereld overspoelt, schrijft Katherine Kersten in het decembernummer van het Amerikaanse maandblad First Things. Acht jaar Obama heeft de beweging vleugels gegeven. Ze schrikt er tegenwoordig niet voor terug om iconen van de burgerrechtenbeweging uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in te zetten voor haar doelen. ‘Wees de Rosa Parks van jouw school en kom uit de kast als transgender’ luidt de leuze van een actiegroep in Minnesota. Actiegroepen in deze staat wisten een uitmuntende en zeer goed aangeschreven lagere school in St. Paul, de hoofdstad van de staat, naar de rand van de afgrond te brengen. De activisten steunden de ouders van een vijf jaar oud kind dat de kleuterschool van Nova Classical Academy, de school in kwestie, volgde. Zij hadden aan de schoolleiding gevraagd om voorzieningen te treffen voor hun zoontje “die van meisjesspullen houdt”. De directie van Nova besloot daarop het lesprogramma aan te passen en kinderen – tussen 6 en 10 jaar – te leren “over hoe mooi het is jezelf te zijn”. Het voorstel verdeelde de ouders en onderwijzers in twee kampen. Voorlichtingsbijeenkomsten en ouderavonden werden geïnfiltreerd door LHBT-activisten, die met steun van juristen al snel de tegenstanders van het wijzigen van het lesprogramma wegzetten als intolerant. “We werden belachelijk gemaakt, bespot en beschuldigd als haatdragend en onwetend,” zegt een van de ouders tegen Kersten. Een beroep op vrije meningsuiting werd afgewezen omdat het zou leiden tot een “vijandig klimaat”. De tegenstanders moesten onder politiebewaking bijeenkomen. Bestuursleden van de school werd geadviseerd deze bijeenkomsten niet te bezoeken omdat hun aanwezigheid zou neerkomen op ‘pesterij’. Toen uiteindelijk de school, ondanks protesten, hun gender-neutraal beleid doorzette – inclusief de Orwelliaanse taalverandering – haalden de ouders van het kind dat de aanleiding voor dit alles vormde hem van school! Reden? De school had hun ‘dochter’ (sic) het recht ontzegd om op een “veilige en tijdige wijze een gender-verandering mogelijk te maken”. Bovendien had de school ouders de keuze gegeven om hun kinderen geen lessen te laten volgen die transgender-onderwerpen behandelen. Als klap op de vuurpijl dienden de ouders van de kleuter een officiële klacht in bij het Departement van Mensenrechten van de gemeente.

Het voorbeeld van de Nova basisschool in St. Paul laat zien hoe fanatiek, intolerant en totalitair de genderbeweging is. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten, of gender-onderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaat voor hen niet. Ze leven in een fantasiewereld, waarin de realiteit er niet meer toe doet, schrijft Kersten. Ze vergelijkt het met het klassieke gnostieke denken, waarbinnen de fysieke werkelijkheid verworpen werd als iets slechts. Het ontkent de natuur, de menselijke wil en het gezond verstand. Kersten citeert de filosoof Eric Voegelin, die zei dat “in de gnostieke droomwereld het niet-erkennen van de werkelijkheid het eerste principe is”.

Terwijl de wetenschap heel duidelijk is. Iedere menselijke cel bepaalt of een individu man of vrouw is: voor de eerste het XY-chromosoom, voor de laatste het XX-chromosoom. Mannelijk of vrouwelijk wordt anatomisch na de conceptie bepaald en bevestigd in de geboorte. Professor McHugh schrijft: “In zoogdieren zoals mensen zorgt de vrouw voor het nageslacht en de man voor de bevruchting. Er is geen andere biologische classificatie voor de geslachten mogelijk.” De enorme aandacht voor transgenderisme onder jongeren heeft te maken met de crisis in het welzijn van jongeren. Zij hebben te maken met angst- en gedragsstoornissen, onzerheid, depressie, alcohol misbruik, en zelfmoordfantasieën. Het verdwijnen van gezinnen en andere sociale instellingen verzwakt de moraal en het gedrag van jongeren. Het ontbreekt hen simpelweg aan veiligheid, stabiliteit en toekomstdoelen. Bovendien leven ze tegenwoordig in een van seks doordrenkte maatschappij. De muziek- en filmindustrie en de sociale media bombarderen kinderen continue met suggestieve en verleidelijke beelden. Steeds meer jongeren krijgen het idee dat ze ‘vastzitten’ in hun lichaam. Volgens McHugh heeft transgenderisme onder jongeren een cultstatus. Maar in plaats van hun ontwikkeling af te wachten en jongeren therapie aan te bieden, moet nu alles wijken voor de grillen van ‘jongens die denken dat ze een meisje zijn’ en vice versa. Met als gevolg dat er dure medische behandelingen volgen, operaties en een leven lang slikken van medicijnen, met alle risico’s van dien.

Wetenschappers die hier kritiek op hebben of kanttekeningen bij plaatsen houden hun mond. Uit angst hun baan te verliezen of geen subsidie meer te ontvangen. Kersten haalt het voorbeeld aan van dokter Kenneth Zucker, een van meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van genderidentiteit bij kinderen. Hij vond dat kinderen met geslachtsidentiteitsstoornissen het beste geholpen zijn met therapie. In 2015 verloor Zucker onder druk van genderactivisten zijn baan.

Nederland is koploper als het gaat om LHBT-kwesties. Protocollen, behandelmethodes en visies die hier bedacht en ingezet worden, vinden navolging in het buitenland. Toch zal de transgenderbeweging tegen haar eigen grenzen aanlopen, voorspelt Kersten. Simpelweg omdat ze de werkelijkheid niet onder ogen wil zien. Wat als iemand met een genderidentiteitsstoornis zichzelf typeert als persoon met een handicap en een beroep gaat doen op voorzieningen en financiële tegemoetkomingen hiervoor? Wat als een blanke middenstander zichzelf als zwart verklaart en steun vraagt op grond van subsidies voor minderheden? Wat als een veertig jarige vrouw zichzelf beschouwt als 65+ en aanspraak wil maken op AOW? Hoe gaat de overheid hier dan mee om? Want op basis van wat kunnen zij deze mensen hun rechten ontzeggen? In een fantasiewereld is namelijk alles mogelijk.

Posted on

“Ieder mens heeft wel iets te verbergen”

Volgens Cybersecurity-expert Arjen Kamphuis stevenen we in Nederland af op een politiestaat. Met inlichtingendiensten die alles van iedereen weten, heeft het individu niks meer in te brengen tegen de machtige overheid.

Arjen Kamphuis adviseert bedrijven en overheden over de beveiliging van hun netwerken. Zakelijk gaat het hem voor de wind, maar in zijn missie burgers te doordringen van het belang van privacy lijkt hij een roepende in de woestijn. “Ik moet stoppen mij daarover boos te maken”, zegt hij. “Ik probeer het inmiddels te bekijken met een geamuseerde verbaasdheid.”

Een gesprek (op persoonlijke titel) over: de killswitches van de NSA, de lessen van de Tweede Wereldoorlog, het hacken van stemcomputers, chantage en intimidatie van inlichtingendiensten, de CIA als hoeder van de democratie, tv’s die je in de gaten houden, terroristen die altijd hun paspoort achterlaten, Russische fantoomhackers, de War on Terror, de Volkskrant die ons Irak heeft ‘ingeluld’, de iPads van het kabinet Rutte, de marteling van Julian Assange en het grote wachten op het ‘digitale equivalent van de Watersnoodramp’.

Je hebt gestemd op lijsttrekker Ancilla van de Leest van de Piratenpartij. Ze heeft geen zetel gehaald in de Tweede Kamer. Teleurgesteld?

Ik vind het jammer voor Nederland dat we geen Ancilla hebben in Den Haag. Het tekent de collectieve hersenloosheid, het totale gebrek aan toekomstvisie. Negentig procent van het politieke debat ging over vragen als: ‘U bent een zetel gedaald in de peilingen, wat vindt u daarvan?’ Over belangrijke vraagstukken als het klimaat en digitale burgerrechten werd niet of nauwelijks gesproken.

Je bent verhuisd naar Duitsland. Daar is het anders?

In Nordrhein-Westfalen, dat vergelijkbaar is met Nederland qua inwonertal en economie, beschikt de Piratenpartij over 17 van de 237 zetels. Duitsland heeft natuurlijk ook een andere geschiedenis, of eigenlijk: ze hebben andere lessen getrokken uit hun geschiedenis. Duitsers erkennen dat ze dader kunnen zijn of zijn geweest. Ze leren hun kinderen vanaf hele jonge leeftijd: dit is wat er is gebeurd, en het kon gebeuren omdat wij het hebben laten gebeuren, en het is jouw plicht als Duitse burger om het nooit meer te laten gebeuren. Vergelijk dat met Nederland. Toen ik in de jaren zeventig en tachtig in het basis- en middelbaar onderwijs zat, heb ik vooral geleerd: de Duitsers waren slecht, wij waren goed en Anne Frank was zielig. Op 6 mei 1945 zat heel Nederland in het verzet met terugwerkende kracht, en never mind de politionele acties in Nederlands-Indië.

Politiek in Nederland is een belangenstrijd tussen individuen en groepen. Er is geen grotere context, een collectief verhaal, iets waar we met z’n allen voor staan of naartoe willen. Dat maakt het allemaal heel plat en leeg. En intussen rooft het corporate gebeuren in Nederland de hele tent leeg.

Waarschijnlijk was de uitslag voor de Piratenpartij anders geweest als er gestemd was met stemcomputers?

We hebben wel schertsend gezegd dat als de overheid zo stom was geweest van stemcomputers gebruik te maken, er maar één manier was om het ze voorgoed af te leren, en dat was: de verkiezingen hacken en de Piratenpartij 148 zetels te geven. Met alles wat we nu weten, over de diverse zwakheden in het systeem, was het zeker gelukt met tien of twintig man en een half jaartje voorbereiding.

Helemaal makkelijk was het geweest als we nog de oude Nedaps hadden gehad, waarvan de Nederlandse overheid zei dat er geen problemen waren, totdat er een paar hackers, Rop Gonggrijp en zijn club, op televisie demonstreerden dat het tegendeel het geval was. Die geschiedenis heeft geleerd dat het geen zin heeft een rationeel gesprek te voeren op een kamertje in een ministerie. Als er een rotte vis is, dan moet je die demonstratief voor het gezicht houden van de dames en heren politici, publiekelijk, met alle media erbij.

Zijn er concrete aanwijzingen geweest dat de Russen zich hebben willen bemoeien met onze verkiezingen?

Ik heb nog nooit iets gezien wat daar op wijst, en ook niet dat ze zich hebben willen bemoeien met de Amerikaanse verkiezingen. Ik heb wel bewijzen gezien dat de CIA in meer dan tachtig nationale verkiezingen heeft geïntervenieerd.

Hoe is het gesteld met onze privacy? Wat is daar nog van over?

Tenzij je radicale maatregelen neemt zijn de levens in de westerse wereld 100 % transparant voor een hele lange lijst diensten, en dat beperkt zich niet tot statelijke actoren, maar dat kunnen ook grote bedrijven zijn, die al dan niet samenwerken met overheden, en in die rol ook zelf toegang hebben tot dingen.

Je telefoon kan afgeluisterd worden, je laptop, je smart-tv. Eigenlijk wisten we dit al voor de onthullingen van Edward Snowden in 2013, maar sinds Snowden kennen we de technische details, en na Snowden nog weer wat meer technische details.

Wikileaks kwam in maart 2017 met Vault 7, een nieuwe reeks onthullingen over de technologische werkwijzen van de CIA.  Is het nog erger dan we dachten?

Telkens als we weer iets leren, blijkt het toch weer een tikkeltje erger te zijn. Ik ga er nu van uit dat alles wat technisch mogelijk is en voor minder dan tien miljard dollar gebouwd kan worden, ook daadwerkelijk bestaat. Vrijwel alle gebruikelijke technologie die we hebben is niet te vertrouwen, want zit onder een buitenlandse killswitch, een soort achterdeurtje, waarmee deze vanuit het buitenland kan worden uitgezet, en ook dat alle informatie die er doorheen beweegt, kan worden bekeken en gemanipuleerd.

Als het er op aankomt, kun je dus niks vertrouwen, niet dat het systeem dat jij gebruikt voor jou werkt, dat de informatie die je ziet klopt en dat de informatie die je er in stopt terecht komt waar je wilt dat die terecht komt. Het is niet jouw computer. Je mag wel met je vingers aan het toetsenbord zitten, en je ziet wel iets op het scherm, en soms kan het ook best wel kloppen, maar jij hebt daar niks over te vertellen. Dus als jij je computer gebruikt en daar iets mee doet in Nederland, bijvoorbeeld een ziekenhuis, gemeente of bedrijf aansturen, dan kan dat prima, maar het is alleen bij de gratie van een buitenlandse partij die op dat moment niet de knop indrukt.

Want als die buitenlandse partij de knop indrukt?

Dan kan het zijn dat jouw systeem het helemaal niet meer doet, of misschien nog wel erger: dat datastromen gemanipuleerd worden, en dat je dus denkt dat je de werkelijkheid ziet, maar dat het iets heel anders is.  Je denkt bijvoorbeeld dat je een artikel leest op de website van de NOS, maar het is geen artikel van de NOS, het is een artikel dat ze willen dat je leest en waarvan je denkt dat het betrouwbare informatie is.

We weten uit de Snowden-documenten dat men die technische mogelijkheden heeft om de inhoud te manipuleren van een pagina terwijl die reist van de webserver naar jouw computer. Je kunt dus op het niveau van individuele gebruikers het nieuws aanpassen. Je kunt op die manier verwarring stichten, groepen tegen elkaar opzetten.

Ik zeg niet dat het dagelijks gebeurt bij iedereen, maar de technische capaciteit is er. In elk geval weten we dat Amerikaanse inlichtingendiensten een lange geschiedenis hebben van het creëren van narratieven om beleidsdoelstellingen te halen. Noem het nepnieuws. Voor 2016 heette het nog propaganda.

Wat is voor jou de grootste openbaring van Vault 7?

Dat daadwerkelijk operationeel gebruik wordt gemaakt van de technische mogelijkheden die Snowden geopenbaard heeft. En dat er dus geen enkele rem zit op de activiteiten van Amerikaanse geheime diensten om elk apparaat waar zij informatie mee kunnen verzamelen te manipuleren en daarvoor in te zetten.  Er is geen enkele wettelijke of morele limiet.

En dat doen ze met medewerking van de fabrikanten?

Vaak wel. Bedrijven als Apple hebben geen enkele keuze. Als een Amerikaanse inlichtingendienst iets van ze vraagt, dan kunnen ze geen ‘nee’ zeggen. Dan is het: ‘ja’, of ‘ja graag’. Het maakt dus ook niet uit of Apple daar met liefde aan meewerkt of met frisse tegenzin. Voor jou als eindgebruiker is het resultaat hetzelfde. De Amerikaanse overheid is de grootste klant, en heeft ze wettelijk by the balls.

Waarom is privacy zo belangrijk? Velen hebben een houding van: ‘Ik heb niks te verbergen, Ze mogen alles van mij weten, behalve mijn pincode’.

Privacy is het mensenrecht dat je hebt om al die andere mensenrechten te kunnen bevechten. Als jij je wilt verzetten tegen de macht, of dat nou een bedrijf is of een overheid, dan heb je samen met anderen daarvoor privacy nodig om je te kunnen organiseren als tegenmacht. Als je dat niet hebt, dan ben je volledig overgeleverd aan de machtigen van deze planeet. En als zij zich misdragen, dan kun jij niks meer terugdoen.

Dan maakt het bijvoorbeeld niet meer uit dat jij als journalist bronbescherming hebt, omdat je je bronnen dan in de praktijk niet meer kunt beschermen, want die hebben geen privacy meer. Het is dan niet langer mogelijk om met onderzoeksjournalistiek bedrijven en overheden scherp te houden. Dan eindig je dus in een heel vervelend soort samenleving, waarvan we de afgelopen eeuw genoeg voorbeelden hebben gezien.

De gsm van Merkel werd afgeluisterd door de NSA, weten we dankzij Snowden. En de VS chanteren Duitsland met afgeluisterde informatie, onthulde een Duitse insider, Werner Weidenfeld, live in een tv-show.

Duitsland is nog steeds een bezet land. En met behulp van hun inlichtingendiensten houden de Amerikanen het ook bezet. Het doel van mass surveillance, grootschalige observatie, is altijd geweest; de politieke en economische manipulatie van andere landen door de VS.

Toch gebeurt er in Duitsland wel iets. Onderdelen van de Duitse overheid stappen af van onveilige computersystemen, ze versleutelen hun dataverkeer en gebruiken niet langer reguliere smartphones. In tegenstelling tot Nederland overigens, waar de iPads in de kabinetsvergadering op tafel liggen.

De Bundesnachrichtendienst (BND) is een paar keer gemept door de Duitse overheid omdat onderdelen van de BND trouwer bleken te zijn aan hun Amerikaanse partners dan aan de Duitse overheid die ze formeel aanstuurt.

Maar zo’n BND, die gedetailleerde dossiers heeft over iedereen die in Duitsland politiek iets voorstelt, is heel moeilijk politiek te managen, want die hebben alle dirty details over alle politici. Als die dus vervelend worden, dan lopen ze het risico dat hun dossier terecht komt op de redactie van Bild.

Ook Duitsland heeft zijn Deep State?

Alle landen hebben dat in zekere zin. Duidelijker dan in Duitsland zie je het in het Verenigd Koninkrijk. Daar zijn MI5 en MI6 een staat in een staat. Er is geen enkel toezicht op. Elke politicus in het land weet: ‘Don’t fuck with MI5’. Want elke joint die je hebt opgestoken sinds je zestiende en elke seksuele escapade staat in je dossier en kan zo bij The Sun belanden.

Ze bestaan al bijna een eeuw, en hebben nog nooit een budgetreductie gehad. Of het nu oorlog was of vrede. Fuckups, of geen fuckups. De enige rode draad is altijd geweest: meer macht, meer mensen, meer middelen.

Iedere politicus heeft wel iets te verbergen en is dus chantabel?

Ieder mens heeft wel eens iets gedaan in zijn leven waarvan hij liever niet heeft dat zijn vrouw, zijn moeder, zijn kinderen en de rest van de wereld het weet. Dat is namelijk omdat we allemaal maar mensen zijn. En dan sta je kansloos tegenover een organisatie die heel goed is in alles weten, en daar vrijwel onbeperkt middelen tegenaan kan gooien, en ook nog volledig buiten de wet kan opereren. Inlichtingendiensten worden niet beperkt door wat mag. Ze doen in grote lijnen wat ze willen. Er is in theorie wel een wettelijk kader, maar in de praktijk is het een wassen neus.

De Commissie Stiekem, die vanuit de Tweede Kamer toezicht houdt op de AIVD en MIVD, is een wassen neus?

Het zit in de natuur van de inlichtingendiensten dat ze buiten de wet opereren, omdat ze zich anders niet te weer kunnen stellen tegen andere inlichtingendiensten. Dus dat het zo werkt is goed te begrijpen.

Mensen lijken graag bereid hun privacy te offeren in ruil voor meer veiligheid. Ze denken dat hiermee terroristische aanslagen kunnen voorkomen en dat zware misdrijven, zoals moord en de handel in kinderporno, beter kunnen worden aangepakt.  Zijn we er in veiligheid op vooruitgegaan? Zijn er veel aanslagen voorkomen?

Londen is de stad met het grootste aantal bewakingscamera’s per hoofd van de bevolking en per vierkante meter, meer dan enige andere plek op aarde.  Een paar jaar geleden is er een groot intern rapport van de London Metropolitan Police gelekt. De conclusie was: ‘It doesnt work’. Er is geen enkel bewijs dat al die camera’s preventief werken of significant helpen in de opsporing.

In 1993 was er de spraakmakende zaak van de moord op het 2-jarige jongetje James Bulger In Liverpool. Die werd opgelost dankzij bewakingscamera’s in een winkelcentrum.

Als je ergens een miljard pond tegenaan gooit , dan is er altijd wel een resultaatje te vinden. Maar de vraag die je je altijd moet stellen is: wegen de kosten en de beperking van de burgerrechten op tegen de resultaten? En ook: kun je met hetzelfde geld meer bereiken als je het anders besteedt, bijvoorbeeld aan meer dienders op straat en beter onderwijs?

We hebben ondanks al die bewakingscamera’s onlangs weer een aanslag gehad in Londen. De dader was bekend bij de politie.

Het heeft dus weer niet gewerkt. Parijs, Brussel, Madrid, London 2005, Bali, 9/11… mass surveillance heeft niet geholpen.

We leven nu 16 jaar na 9/11. Kijk wat de War on Terror die daaruit voortvloeide ons heeft gebracht. We zijn onveiliger dan ooit. Want we hebben een hele serie failed states gecreëerd, die een bron zijn geworden van ellende.

Vergelijk wat we nu doen met de manier waarop ze destijds de IRA hebben aangepakt. Toen de IRA wekelijks bommen liet ontploffen in Londen, heeft niemand voorgesteld dat we Belfast gingen bombarderen, of dat we een land gingen bezetten dat niks te maken hadden met de bommen van de IRA.

Experts van MI5 en FBI zeggen ook allemaal: Je rolt een terroristisch systeem niet op met mass surveillance, en ook niet met militaire interventies. Dat weten we van de ervaring die we in Europa hebben met het oprollen van de IRA, en ook de ETA, de Rote Armee Fraktion en de Rode Brigades. Je rolt ze op met goed politiewerk en door te onderhandelen met de civiele poot van zo’n organisatie over de grieven die zij hebben. Je moet die grieven adresseren, of in elk geval bespreekbaar maken, zodat je ze omkat van een terroristische organisatie naar een legitieme, politieke organisatie, die binnen een democratisch kader kan strijden voor de belangen van hun achterban.

Overigens zien wij ons in het Westen als slachtoffers van het terrorisme, maar als ik even naar de cijfers kijk, dan komen wij er nog goed vanaf. West-Europa is een paar honderd mensen kwijt geraakt. Irak zo’n 2 miljoen. Terrorisme in Europa is een statistisch randverschijnsel. Er gaan meer mensen dood in West-Europa aan slecht gelegde stoeptegels, doordat ze hun heupen breken en overlijden aan de complicaties, dan aan terrorisme.

De Amerikaanse president Eisenhower waarschuwde voor het military-industrial complex, de toenemende invloed van de wapenindustrie op de politiek. We kunnen inmiddels misschien spreken van een military-surveillance-industrial complex?

Mass surveillance is een extensie van hetzelfde mechanisme. Overheden willen een mechanisme in handen hebben om hun burgers in het gareel te houden, en er is niks zo effectief en goedkoop als mass surveillance. Het enige wat je hoeft te doen is mensen bang te maken om hun mening te uiten.

Arjen Kamphuis (foto: Dennis van Zuijlekom)

In workshops hoor ik mensen die ontkennen dat we in Nederland mass surveillance hebben, maar als ik ze adviseer Tor Browser te installeren, zeggen ze: ‘Dat doe ik niet, want dan gaat de overheid mij in de gaten houden’. En dat is dan een en dezelfde persoon die binnen drie minuten die twee uitspraken doet, zonder dat hij in de gaten heeft dat hij Orwelliaanse doublethink aan het plegen is. Dus: hij ontkent dat het bestaat, want, zeg hij: ‘We zijn een democratie’ – om vervolgens drie minuten later te zeggen: ‘Ik ga geen Tor downloaden want dan kom ik op de radar van de overheid’.

Mensen weigeren eenvoudig te accepteren dat de Nederlandse overheid misschien wel trekjes heeft die in die richting wijzen. Het gebruiken van Tor en het versleutelen van je e-mail is een politieke daad geworden. Je speelt je dan in de kijker.

Het feit dat er mensen zijn die dit niet durven: hun mensenrecht op privacy op legale wijze regelen – toont aan hoe stuk je samenleving al is. Dan leef je feitelijk al in een politiestaat. Het is dan weliswaar nog niet zover in Nederland dat op dagelijkse basis SWAT-teams deuren van politieke activisten komen inbeuken, maar dat is ook helemaal niet nodig, want mensen censureren zichzelf al.

Zie jij aanwijzingen dat er bewust wordt ingespeeld op de angst voor terrorisme om de privacy steeds verder af te kunnen schaffen? Jij stelt dat labiele mensen er toe worden aangezet om aanslagen te plegen.

De meeste plannen voor terroristische aanslagen in de VS na 9/11 zijn niet gemaakt door terroristen, maar door de FBI, met de bedoeling mensen die tot zoiets in staat zijn in de val te lokken. FBI-informanten voorzien ze van geld en wapens, en de FBI pakt ze op voordat ze toeslaan. In rechtszaken tegen deze mensen blijkt dan vaak dat ze helemaal niet van plan waren om een aanslag te plegen, maar dat de  informanten van de FBI flink op ze hebben ingepraat om ze zover te krijgen.

Het is toch ook opmerkelijk dat terroristen altijd paspoorten achterlaten of bij zich dragen? Ja, sorry, als je dat gelooft… Maar de meeste mensen willen het kennelijk allemaal graag geloven, of geloven het niet, maar vinden het niet belangrijk genoeg om zich er druk over te maken. Anders liepen er nu 80.000 mensen in optocht met brandende toortsen door Den Haag.

Hoe onderscheiden we een false flag van een echte aanslag?

Je bullshitradar moet keihard tekeer gaan als je ziet dat het volledige mediasysteem binnen negentig minuten na een event een compleet verhaal heeft wat intern consistent lijkt te zijn over alle mediabronnen heen.

Zie MH17. Er dwarrelden nog dingen uit de lucht, maar de hele Nederlandse media, alle instituties, onafhankelijk van elkaar, leken het complete antwoord al te hebben. Dan denk ik: ‘We are being played, again’.  Het is een psychologische tactiek: als de emoties vers zijn, dan moet je de boodschap er in rammen bij de mensen. Sla de CIA en MI5 handboeken er maar op na.

Zijn er na de onthullingen van Snowden nog dingen ten goede veranderd?

Europese instellingen mogen sinds 1 februari 2016 persoonsgegevens niet langer opslaan op Amerikaanse servers. Dat heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vastgesteld in een juridische uitspraak. Die gaat dus 180 graden in tegen de dominante technologische trend, zeker in een land als Nederland, waar we alles weggeven aan Amerikaanse bedrijven die onder Amerikaans recht opereren, ook al staan hun servers in Europa. En ondanks die uitspraak van het Hof, die hard is en niet onderhandelbaar, probeert de Europese Commissie de boel weer recht te plakken, waarbij ik dan denk: voor wie werken jullie eigenlijk? Kennelijk niet voor de belangen van Europese burgers. Daar is dus iets heel geks aan de hand.

We leven nu drieënhalf jaar na Snowden. Er is onweerlegbaar documentair bewijs dat vrijwel alle systemen die wij gebruiken in Nederland kunnen worden gemanipuleerd, afgeluisterd en uitgezet, en dat daar gebruik van gemaakt kan worden in het nadeel van onze samenleving. Dan zou je zeggen: dan gaan we iets doen. Maar in Nederland hebben we er niet eens een gesprek over.

Rationele informatie is dus kennelijk niet in staat een politiek momentum te creëren. Je hebt dan blijkbaar iets nodig, een digitaal equivalent van de Watersnoodramp van 1953, om het politieke systeem wakker te schudden. Denk bijvoorbeeld aan een crash van ons financiële systeem als gevolg van manipulatie van informatiestromen. Als mensen drie dagen geen pinbetalingen kunnen doen, dan moet je eens zien wat er gebeurt. In 1933 wisten we al dat we een probleem hadden met onze dijken, maar pas twintig jaar later, nadat de dijken waren doorgebroken, zijn we het gaan fixen.

Jij bent bevriend met Julian Assange.  Je bezoekt hem wel eens, in de ambassade van Ecuador in Londen. Hoe gaat het met hem?

Hij heeft het mentaal heel zwaar, wat goed te begrijpen is als je, zonder dat je iets hebt gedaan of in staat van beschuldiging bent gesteld, in feite gevangen zit en letterlijk met de dood bedreigd wordt door militaire hyperpowers.

Hillary Clinton heeft zich hardop afgevraagd: ‘Can’t we drone this guy?’ Haar adviseur Bob Beckel riep op tv: ‘We should illegally shoot the son of a bitch’. Als mensen op dat niveau dat soort uitspraken doen, dan is het geen lolletje meer.

De Working Group on Arbitrary Detention van de Verenigde Naties, die normaal uitspraken doet over landen als Birma, heeft een glasheldere uitspraak gedaan: de situatie waarin Julian Assange verkeerd is niet legitiem en staat gelijk aan marteling. Amerika, Zweden en het Verenigd Koninkrijk moeten onmiddellijk stoppen, hem vrijheid garanderen, en hem een schadevergoeding betalen.

In Nederland wordt het niet eens gemeld, we hebben het er niet over. Wij in Nederland hebben het liever over de persoon Assange, of je hem wel of niet leuk vindt, dan over de vraag: hoe het kan dat er geen politieke shitstorm uitbreekt over het feit dat wij nauwe banden onderhouden met landen als het Verenigd Koninkrijk en Zweden, die een journalist op zo’n manier behandelen dat de Verenigde Naties zeggen: het staat gelijk aan marteling. Als hetzelfde in Birma gebeurt, dan staat iedereen op zijn achterste benen.

Ook hier zie je: je kunt in Nederland bijna geen volwassen gesprek meer voeren over de feiten. Je kunt alleen nog op een fantasie-eilandje een beetje in de marge klooien.

Heb je Assange wel eens gevraagd waarom WikiLeaks vooral documenten lekt van de Amerikaanse overheid?

Wat je hier ziet: de media creëren een beeld van Wikileaks, en vervolgens beschuldigen ze Wikileaks van dat gecreëerde beeld. Wikileaks is begonnen met het adresseren van corruptie in Kenia in 2006. En ze doen het nog steeds: documenten lekken van andere landen dan de VS. Zoals over de corruptie binnen het Russische overheidsapparaat en staatsbedrijven. En over hoe Rusland in de jaren negentig, met behulp van Amerikaanse adviseurs van Harvard, en onder leiding van het IMF, volledig economisch werd uitgekleed en leeggeroofd, waar de Russische oligarchen uit zijn voort gekomen.

Maar op de een of andere manier vinden we dat dan weer niet interessant om over te schrijven, omdat het niet in het narratief past van het goede Amerika en het slechte Rusland. Ik neem daarom, op een handjevol uitzonderingen na, Nederlandse journalisten niet meer serieus. Het zijn een stel kleuters. Levensgevaarlijke kleuters, die met vlammenwerpers spelen, en ons straks weer een oorlog in lullen, zoals ze dat al een paar keer hebben gedaan de afgelopen vijftien jaar.

Maar het is wel zo: Wikileaks lekt vooral Amerikaanse documenten.

Ja, en met recht. Want welk ander land voert dagelijks bombardementen en dronestrikes uit op zeven landen tegelijk, en schiet burgers dood, inclusief hun eigen burgers, waarvan sommigen minderjarig zijn,  zonder vorm van proces? Dus dat een bepaald land bovenaan het lijstje van Wikileaks staat is niet gek.

De meeste mensen, zelfs journalisten die over Wikileaks schrijven, hebben de website van Wikileaks nog nooit bezocht. Het kost ook moeite, maar wat gebeurt er als je het niet doet? Dan ga je er over lezen in de Volkskrant, de krant die ons Irak heeft ingeluld.

Word jij extra in de gaten gehouden? Vanwege jouw contacten met Assange of anderen?

Ik was verhuisd naar Duitsland, had net een nieuw appartement. We waren anderhalve dag weggeweest, en bij thuiskomst, bij het openen van de buitendeur kwam de cilinder uit het slot.  Dan weet je dus dat er iemand in je huis is geweest, en als daar dan niks van waarde is verdwenen, dan weet je: het was waarschijnlijk een waarschuwing. En zo zijn er meer dingen gebeurd.

Of ik digitaal gevolgd wordt, weet ik niet. Professioneel opgezette surveillance van een inlichtingendienst heb je niet door, tenzij de dienst wil dat je die doorhebt. En heel vaak willen ze dat, om je te intimideren.

Maar jij laat je niet intimideren?

Ik ga nog wel even door. Maar de laatste jaren ben ik mij wel meer gaan focussen. Met politiek activisme kun je eindeloze hoeveelheden energie verbranden aan dingen die nergens toe leiden. Dan moet je af en toe zeggen: Deze laat ik even aan mij voorbijgaan, vraag maar aan iemand anders. Of: Hier kan ik niet winnen, dus laat maar. Wat betreft Nederland: ik weet niet meer zo goed wat je hier nog moet zeggen of doen. Zie alleen al het feit dat Nederland achterop wil lopen in de strijd tegen de klimaatverandering, terwijl wij er als eerste Europese land fysiek door zullen verdwijnen. Ik weet niet wat je daar nog over moet zeggen. In een vrije samenleving heb je het recht collectief zelfmoord te plegen, maar het is wel vreemd om het te zien gebeuren.

Door de nieuwe Nederlands afluisterwet mogen ook burgers die nergens van verdacht worden worden gevolgd. Maakt dat wat uit voor onze privacy? De NSA houdt nu toch al iedereen in de gaten?

Waarschijnlijk is de nieuwe wet bedoeld om technische praktijken die al gebeurden met terugwerkende kracht legaal te maken. Zo gaat het wel vaker namelijk. Zo heeft de Nederlands overheid, lang voordat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) was ingegaan, elektronische tools ingekocht, onder meer bij Israëlische bedrijven. Die tools koop je niet in als je ze niet gaat gebruiken, toch?

Destijds, toen ik sprak met mensen die werkten in die kringen, klaagden zij erover dat de Israëlische software zo ondoorzichtig was, en dat er vaak mensen uit Tel Aviv kwamen om software-upgrades te doen, en dat het hun niet werd toegestaan te kijken hoe die gasten dat deden. Het ging daarbij om software die hangt in systemen die gekoppeld zijn aan de telefooncentrales. We praten hier dus over een of meerdere Israëlische bedrijven die low level toegang hebben tot de hele communicatiestructuur van Nederland, en dus zonder dat onze overheid kan weten wat dat systeem nou eigenlijk allemaal doet. Als je die remote dus kunt controleren dan kun je ook via die remote data vanuit Nederland verplaatsen naar Tel Aviv. Wat dus bijvoorbeeld betekent dat je iedere ministersvergadering kunt afluisteren.

Jij vindt dat een Nederlands bedrijf dit zou moeten doen?

In elk geval een Europees bedrijf.

Maar een Europees bedrijf kan toch ook gegevens doorsluizen?

Ja, maar we hebben meer een vertrouwensrelatie met bijvoorbeeld Duitsland, dat geen belang heeft bij een failed state aan hun westgrens, vanwege onze integratie van economie en samenleving, dan een land ver weg als Israël. Maar daarvoor ligt nog een heel principieel feit: als je weet dat jouw nationale soevereiniteit op het spel staat, dan moet je toch gewoon ingrijpen?

Misschien geloven onze politici niet meer in nationale soevereiniteit. We voelen ons één met de landen waarmee we bevriend zijn, en alleen de rest wantrouwen we.

Het curieuze is: onze vrienden en vijanden definiëren we arbitrair en los van hun daden. Dus Rusland waarvan we niet weten of ze interveniëren in onze verkiezingen, maar het misschien doen, is onze vijand. Terwijl Amerika waarvan we honderd procent zeker weten dat ze het doen nog steeds onze vriend is. Dat is toch Alice in Wonderland?

Hoe zie jij de rol die de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben gespeeld in de Amerikaanse verkiezingen, en de rol die ze nog steeds spelen in het onderzoek naar hoe de verkiezingen zijn verlopen? Proberen ze Trump te wippen?

Die indruk heb ik niet. Wel dat ze proberen te bewijzen dat zij de grote redders zijn van de democratie, en hij de grote klootzak is. Dat is natuurlijk de ultieme mediacoup van de CIA. Dat zij nu worden gezien als de bewakers van de democratie. Ondanks de 55 coup d’états die ze de afgelopen halve eeuw hebben gepleegd.

Dat is toch prachtig? Dat we nu naar de CIA kijken om de democratie te redden? En Trump is de ultieme afleidingsmanoeuvre, want aan de achterkant gebeuren er de gruwelijkste dingen. En wat dat betreft is hij niet anders dan Obama die ook een fantastische afleidingsmanoeuvre was voor het feit dat het buitenlandbeleid van George W. Bush gewoon doorging: de regime changes, het martelen, het bombarderen van burgers.

Je roept mensen op de NSA op kosten te jagen door gebruik te gaan maken van cryptologie.

De NSA geeft nu ongeveer 10 dollarcent per internetter per dag uit. Ga je Tor gebruiken en je e-mailverkeer versleutelen dan verhoog je de kosten voor de NSA voor jou alleen naar 100.000 dollar per dag. De NSA heeft een jaarbudget van 100 miljard dollar. Dus die kan wel tegen een stootje. Maar als mensen massaal hun privacy gaan beschermen, dan kan zelfs de NSA er niet tegenop.

Posted on

Hoedt u voor de (pre-/post-/haat-)feiten! Verwijt van ‘post-truth’ keert als boemerang terug

Het is een kleine wereld; terwijl de BBC ‘post-truth’ tot ‘woord van het jaar’ uitriep, werd het in Duitsland ‘postfaktisch’, waarmee in feite het zelfde bedoeld wordt. Daarmee lijkt het sleets geraakte begrip ‘populistisch’ een broertje te hebben gekregen.

Of het begrip even bruikbaar is om iedere oppositie weg te zetten als ‘populistisch’? Ik heb zo m’n twijfels. Het woord populist heeft het immers tot zo’n grote populariteit gebracht, omdat het zo’n vaag begrip is. Niemand kan goed afbakenen wat het begrip nu eigenlijk betekent en pogingen daartoe leveren steeds andere definities of meningsverschillen over de toepassing ervan op. Dat is echter precies wat het woord zo bruikbaar maakt, het begrip is zo rekbaar als de vroegere banvloek ‘fascist’ (Let op: Flink sissen bij het uitspreken!), waarmee stalinisten allen die niet in hun kraam pasten, tot de goelag veroordeelden – van de sociaaldemocraten (“sociaalfascisten”) en de liberalen (“Achter het fascisme staat het kapitaal”) tot de christendemocraten (“clericaal-fascisten”). Met het verwijt een “populist” te zijn, kan men kortom naar believen iedere andersdenkende tegen de vlakte slaan, zonder iets concreets tegen hem te hoeven houden. Op voorwaarde dat men de overmacht van de massamedia in handen heeft uiteraard.

Met begrippen als post-truth en postfaktisch is dat echter niet zo eenvoudig. De betekenis daarvan is gemakkelijk te verstaan als de houding van iemand die zijn mening vanuit zijn onderbuik verkondigd zonder zich van de feiten iets aan te trekken. Gevolg is dat, waar men het begrip populistisch naar believen op kan rekken, het begrip postfaktisch als een boemerang terug kan keren.

Dat gebeurde bijvoorbeeld Kai Gehring, lid van de Duitse Bondsdag voor de Groenen, in het RTL-programma ‘Der Heisse Stuhl’. Daar paarde hij, waarschijnlijk hopend op meer effect, de twee begrippen aan elkaar toen hij Thilo Sarrazin als “postfaktische Populist” wegzette. Dat kon natuurlijk niet goed gaan, wie ook maar vluchtig iets van Sarrazin gelezen heeft, die weet dat de publicaties van de bankier bol staan van de feiten, cijfers, meetbare gegevens. Om deze man minachting voor feiten te verwijten is zo ongeloofwaardig als Moeder Theresa een gebrek aan geloof te verwijten, of te veronderstellen dat Metternich niets van diplomatie begrepen had – ronduit belachelijk.

Slimmere tegenstanders van Sarrazin leggen zich er dan ook liever op toe hem kwade bedoelingen toe te dichten, waartoe hij zijn feiten zou ‘misbruiken’ – wat ze aan de andere kant van de grote plas wel ‘hate facts’ noemen. Maar Gehring wilde zo graag het nieuwe modewoord eens van stal halen dat hij op zijn smoel ging.

Sarrazin kon achteroverleunen en zijn vier aanklagers met één hand op de rug en vervelende feiten in de andere neer maaien. Bijvoorbeeld: “Toen ik in Berlijn senator (wethouder/schepen, red.) was, waren 80 procent van de mannelijke gedetineerden in jeugdgevangenissen van Arabische en Turkse afkomst.” Op dit punt aangekomen is het gebruikelijk om maatschappelijke factoren ter sprake te brengen: Ze zitten in de gevangenis omdat ze gediscrimineerd worden, te weinig kansen krijgen enzovoort. Deze draai probeerde Gehrings bondgenoot Khola Maryam Hübsch te aan de discussie te geven, waar ze overigens een janboel van maakte. De islamitische boekauteur waarschuwde dat men bij de grijpers van Keulen ook de factor moet verdisconteren dat zij niet zo rijk zijn als de gemiddelde Duitser, steekwoord: ‘benadeling’. Maar wat wil ze daarmee nu eigenlijk zeggen? Dat arme mensen fundamenteel meer geneigd zijn tot moreel verwerpelijk daden dan mensen met een dikkere bankrekening? In betere tijden had oprecht links haar daarvoor gelyncht vanwege verachting van de onderklasse of ‘klassenstrijd van boven’. In het tv-programma protesteerden tenminste de toeschouwers in de studio hoorbaar.

De twee andere Sarrazin-aanklagers, presentatrice Annabelle Mandeng en Arnold Plickert van de politievakbond, vermaakten het publiek ondertussen met adembenemende (fake) nieuwtjes. Zo wierp Mandeng tussen dat “Ook Duitse jongeren zich zo zouden kunnen gedragen als jonge mannen in Oudejaarsavond.” Nee, heus? Dat klopt natuurlijk, zoals ook Mandeng zelf zich aan ieder vergrijp waartoe ze fysiek en psychisch in staat is schuldig ‘zou kunnen’ maken. Van doorslaggevende betekenis is echter dat ze dat nooit gedaan heeft, zoals de politie destijds ten aanzien van Keulen van een misdrijf sprak dat nog niet eerder is voorgekomen in Duitsland. De  presentatrice opereert zogezegd ‘pre-feitelijk’. Ze argumenteert met ‘feiten’ voordat deze überhaupt plaats hebben gevonden. De man van de politievakbond maakte vervolgens een ongelooflijk saaie omtrekkende beweging door iets recht te zetten dat Sarrazin nooit gezegd had: “Slechts zeer klein deel van de vluchtelingen is crimineel.” Je meent het!

Moraal van het verhaal: ‘Postfaktisch’ is als begrip om politieke opponenten de mond te snoeren niet alleen nu al bot, het gebruik ervan kan zich ook tegen je keren. Dat geldt in het bijzonder voor degenen die dit nieuwe wapen zelf in stelling hebben gebracht, de verdedigers van de ‘politieke correctheid’. Want juist die ‘correctheid’ stoelt op de veronderstelling dat men met feiten ‘gevoelig’ om moet gaan. Zeg, feiten ofwel te versluieren: “Ach, weet u, dat ligt allemaal heel gecompliceerd.” Dan wel de feiten volledig onder de mat te schuiven.

Daarmee nemen de verdedigers van de politieke correctheid echter geen genoegen. Ze willen bovendien dat de gewone mensen met hun verachtelijke ‘borrelpraat’ ook niet meer over de ‘verkeerde’ feiten spreken. Maar hoe pak je zoiets aan? Daarvoor heeft de Noord-Duitse publieke omroep NDR een goed idee: Wanneer men bepaalde woorden uit het spraakgebruik verbant, dan verdwijnt al snel ook de waarneming van de zaak die het woord beschrijft, zo veronderstelt de staatszender. ‘Uit de woordenschat, uit de onderbuik’, luidt het devies. De NDR-schrijfster beklaagt zich over “rechtse taal in de media”, waar tegen zij zich in het verweer stelt, door een zwarte lijst aan te leggen van woorden die niet meer gebruikt zouden mogen worden – zoals “vluchtelingengolf” of “vluchtelingenstroom”. Hier zou sprake zijn van “dehumaniserende watermetaforen”. Ach toch! Geldt dat ook voor de zomerse “toeristenstroom” of steeds terugkerende “modegolven”? Worden de reizigers door deze metafoor ‘gedehumaniseerd’? Komt de voorjaarscollectie ons als bedreiging voor omdat ze als een golf verschijnt? Lastige vragen, haatvragen! Ook “bovengrens” mag niet meer gezegd worden, want dat “stelt een natie als een vat met een beperkte ruimte voor”, aldus de NDR. De Duitse natie is met andere woorden strikt te verstaan als een “vat met onbeperkte ruimte”. Als ik het goed heb, was er in Berlijn ooit een Oostenrijker aan het bewind die van iets dergelijks droomde.

Maar dat is nog niet alles, want verderop in het stuk kom de cognitiewetenschapper Elisabeth Wehling aan het woord, die uitlegt waar het werkelijk om gaat: Met ieder woord worden in de hersenen “bepaalde duidingskaders geactiveerd, en deze duidingskaders  zeggen u dan hoe een zaak is”. Daar hebben we het dan eindelijk: Het komt er helemaal niet op aan ‘wat’ een zaak is (feiten), maar veeleer ‘hoe’ we die zaak moeten zien, op de correcte wereldbeschouwing dus. En daar hebben de hoeders van de taal een zeer belangrijke taak, die George Orwell reeds in zijn roman ‘1984’ beschreef. Daarin werkt een heel ministerie er aan de taal steeds zo om te vormen dat ze in het ‘duidingskader’ van de regeringspropaganda past.