Posted on

Veroordeling terugkerende jihadisten vaak moeilijk

De terugkeer van jihadisten vanuit Syrië naar West-Europa bergt grote veiligheidsrisico’s in zich. Veroordeling blijkt vaak moeilijk. En na een gevangenisstraf kunnen jihadisten, na een paar jaar als slapende cel, opnieuw geactiveerd worden voor terroristische activiteiten.

Naar schatting zo’n 40.000 personen uit de hele wereld zouden als jihadist naar Syrië zijn getrokken. Zo’n 2.000 uit kwamen er uit de Russische Federatie. Uit West-Europa kwamen er circa 4.500, waarvan 1500 uit Frankrijk, 850 uit het Verenigd Koninkrijk en 400 uit België. Van de 980 jihadisten uit Duitsland werden er 170 gedood, een derde van de overlevenden keer inmiddels terug. Tegenwoordig bevinden er zich nog 66 Duitse staatsburgers in Koerdische gevangenschap, tegen 18 is een Duits arrestatiebevel uitgevaardigd. Hun uitlevering vindt geen doorgang, omdat er geen uitleveringsverdrag is en de Koerdische junta weliswaar feitelijk macht uitoefent in delen van het noordoosten van Syrië, maar niet als staat erkend is. Het risico bestaat dat er IS-strijders ongecontroleerd vrijkomen.

Internationaal tribunaal

Verschillende landen roepen nu dan ook op tot vervolging door een tribunaal van de Verenigde Naties. Ook Zwitserland pleit voor een internationaal strafhof, maar dan wel ter plaatse. Frankrijk liet dit idee inmiddels varen uit zorg dat gevaarlijke jihadisten daar vrijgelaten zouden kunnen worden. Behalve Engeland maken de meeste landen geen haast. De terugkeerders zouden met het vliegtuig teruggehaald moeten worden, er is zelfs sprake van een internationale luchtbrug. Zwitserland wijst dit actieve terughalen als enige af. “Ze hebben de weg naar Syrië gevonden, dan moeten ze de weg terug ook maar zien te vinden”, aldus een expert van de federale overheid tegenover Novini.

http://www.novini.nl/laat-internationale-jihadisten-gewoon-door-syrie-berechten/

Arrestatiebevel

Anders dan Engeland, Frankrijk en België die de opname van hun staatsburgers afwijzen, staat Zwitserland iedere Zwitser de inreis toe. Ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas stelt: “Deze personen kunnen alleen dan naar Duitsland komen, wanneer vastgesteld is dat ze onmiddellijk in hechtenis gekomen kunnen worden.” Dat kan Maas wel zeggen, maar Duitsland is internationaal-rechtelijk verplicht zijn staatsburgers toe te laten, ook als ze in het buitenland misdaden hebben gepleegd. Een arrestatiebevel vereist concrete bewijzen. Om deze te verzamelen is dikwijls bijzonder lastig. Volgens een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof is het blote feit van verblijf in IS-gebied niet voldoende voor strafvervolging. Mede daarom maken Duitse overheidsinstanties geen haast met de repatriatie.

Intrekken staatsburgerschap

Voor het intrekken van staatsburgerschap is in Zwitserland een veroordeling nodig. Het intrekken van staatsburgerschap gebeurt in Europese landen doorgaans echter alleen als er sprake is van dubbel staatsburgerschap. De conventie is immers dat niemand stateloos gemaakt mag worden. Zodoende was de uitzondering die de Britse regering onlangs maakte ook omstreden. Londen koos ervoor Shamima Begum, een in Engeland geboren vrouwelijke IS-strijder van Bangladeshi afkomst het staatsburgerschap te ontnemen, waarop zij stateloos werd. Bangladesh wil haar ook niet opnemen.

Bewijzen

Mannelijke jihadisten waren vaak in IS-propagandavideo’s te zijn met vermoorde slachtoffers. Beelden die nu gebruikt kunnen worden voor het opbouwen van een zaak. Niet zelden zijn hun stemmen te identificeren. Terugkerende jihadisten die zich onschuldig voordoen, zijn vaak toch als strijders te herkennen aan het eelt op de vinger waarmee ze de trekker overgehaald hebben.

Vrouwen, die een vijfde van de jihadisten uit Duitsland uitmaken, waren minder vaak te zien in video’s. Eerder strafzaken hebben echter reeds bewezen dat ook zij in trainingskampen vaak onderwezen werden in het gebruik van automatische vuurwapens en dat ze aan publieke executies deelnamen. Wanneer directe betrokkenheid bij een misdaad niet te bewijzen valt, zijn ze voor IS-lidmaatschap of ondersteuning van een terroristische organisatie nog tot enkele jaren gevangenisstraf te veroordelen.

Laatste bolwerk ontmanteld, strijd gaat voort

Ofschoon onlangs na bijna vijf jaar ook het laatste bastion van IS in Syrië, in het dorp Baghouz ontmanteld kon worden, betekent dit niet dat IS zijn strijd op zal geven. IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi, op wiens hoofd de VS een beloning van 25 miljoen dollar hebben gezet, zou in Irak ondergedoken zijn. In een audioboodschap riep hij op tot nieuwe aanslagen in het Westen, met “bommen, messen en auto’s”.

Surveillance

Zoals te verwachten verklaren veel jihadisten zich bij arrestatie voor onschuldige slachtoffers. De meesten lijken echter onverbeterlijk te zijn – de moorddadige ideologie leeft dikwijls voort. In Zwitserland verklaarde het verantwoordelijke department onlangs: “de terroristische dreiging in Zwitserland blijft verhoogd.” Natuurlijk zal een veroordeelde IS-strijder ook buiten de gevangenis in de gaten gehouden worden, zo licht een overheidsexpert toe. Maar volledige toezicht vereist zo’n 30 personen per geval, dat kan geen West-Europees land in alle gevallen opbrengen.

Slapercellen

Al met al is de kans groot dat niet weinig jihadisten zich na een paar jaar gevangenis uiterlijk hervormd voor zullen doen, om vervolgens twee of drie jaar een normaal leven te leiden, waarna ze opnieuw ingeschakeld kunnen worden voor aanslagen.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 1 Comment

Laat internationale jihadisten gewoon door Syrië berechten

Nu het rijk van ISIS, al Qaida en de andere salafistische moordenaars- en plunderbendes in Syrië en Irak ten einde loopt stelt zich de vraag wat er met hen moet gebeuren. Voor de VS en hun huurlingen van de YPG/PKK is dat simpel: De westerse landen moeten hen gewoon terugnemen en er daarna mee doen wat ze willen.

Een wel erg merkwaardige redenering. Deze uit allerlei landen van Indonesië over Mali tot Frankrijk, Nederland en België afkomstige huurlingen moeten niet in hun thuislanden berecht worden maar moeten hun gerechtigde straf krijgen in de landen waar ze hun zware misdaden begingen. En dat zijn Irak en Syrië.

Territoriale integriteit

Zowel Nederland als België onderhouden nog steeds officiële relaties met de regeringen in Bagdad en Damascus en dienen gewoon de rechten van die staten te respecteren zoals onafhankelijke naties horen te doen. Als een Syriër hier een moord begaat gaan we die toch ook niet naar Syrië sturen om hem ginds te laten berechten? Neen, dan is er werk aan de winkel voor de Belgische of Nederlandse rechtbanken. Toch heel simpel.

Wat Syrië in het Belgische geval kan en moet doen is zorgen voor juridische bijstand voor haar landgenoot. Hetzelfde voor diegenen die in Bagdad en Damascus voor de rechter zouden verschijnen waar onze ambassades dan legale bijstand moeten verlenen. Meer niet.

Abdoelhamid Abaaoud
Abdoelhamid Abaaoud, een van de Belgische ‘idealisten’ die het niet overleefden. Moeten wij zijn nog overlevende collega’s echter naar hier halen zodat zij in Syrië en Irak hun rechtmatige straf ontlopen? Het voorstel is een pure schande. Laat hen ginds verder rotten. Ze moesten nu eenmaal naar ginds vertrekken.

Zelfs al zijn het gruwels zoals Mehdi Nemmouche. Bijstand is essentieel. Worden zij vrijgesproken of krijgen zij effectief de doodstraf dan is dan niet onze zaak maar die van de rechtbanken in Syrië of Irak.

Bovendien is het weghalen van die jihadisten een grove schending van het internationaal recht. Wij hebben gewoon het recht niet om hen daar weg te halen. Het zou het schenden van de territoriale integriteit van die landen betekenen. En dat is op zich toch een crimineel feit.

Maar ja, in de redenering van onze westerse regeringen bestaat er niet zoiets als de onschendbaarheid van de Syrische of Iraakse grenzen. Wij zijn de meester en zij, de knechten, moeten naar onze bevelen luisteren. Dat is toch complete waanzin.

Syrisch garnizoen

We moeten simpelweg de zaak overlaten aan het gerechtelijk apparaat van die landen. Het is bovendien een grote besparing voor onze begrotingen en het betekent ook dat ze ginds blijven zitten in allerlei gevangenissen, eventueel wachtend op hun executie.

Verder is de Syrische staat, inclusief een stevig garnizoen van het Syrische leger, in dit gebied aanwezig zowel in de provinciale hoofdstad Hasaka als in het aan de Turkse grens gelegen Qamishli. Die moeten die zaak ter hand nemen. Laat hen gewoon hun werk doen.

Ook betekent dit dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de veiligheidsproblematiek hier. Wat kan gemakkelijker zijn? Onze politici moeten dan zelfs niet wakker liggen over een eventueel ongeruste publieke opinie. Ze kunnen zonder zorgen gaan slapen.

En het risico op een heel zware (dood)straf zal in die landen zeker groter zijn dan hier waar ze er misschien met vijf jaar – ‘mijnheer, ik was er ambulancier’ – van af komen. Want hoe verzamel je hier bewijslast tegen dat uitschot? Moeten wij onze al overbelaste magistraten en politiemensen hiermee nog gaan belasten? Kom nou!

Posted on 1 Comment

‘VS bevrijdden IS-strijders uit Taliban-gevangenis’

40 leden van de terreurmilitie ‘Islamitische Staat’ (IS) zouden twee weken geleden met hulp van de Amerikaanse krijgsmacht uitgebroken zijn uit een Taliban-gevangenis in Afghanistan. Dat meldt het Iraanse persbureau Tasnim op basis van eigen bronnen. 

Volgens het persbureau ging het om een geheime operatie van de Amerikaanse krijgsmacht in de provincie Badghis in het noordwesten van Afghanistan. De voorzitter van de provincieraad, Abdullah Afzali bevestigde de informatie tegenover Tasnim.

Aminullah, een prominente IS-leider in het noorden van Afghanistan

Infiltratie

Het zou gaan om 40 buitenlandse IS-strijders die door de Taliban gevangen genomen waren na zware schermutselingen. Onder hen zou Aminullah zijn, een uit Oezbekistan afkomstige, prominente IS-leider in het noorden van Afghanistan. Aminullah zou in coördinatie met de Amerikanen undercover in de Taliban geïnfiltreerd zijn.

Vanwege de slechte toegankelijkheid van het dorp werd de extractie met helikopters uitgevoerd.

Uitbraak

De leider is naar verluidt aanvankelijk alleen ontsnapt om vervolgens de locatie van de gevangenis door te geven aan de Amerikanen, die de uitbraak van de anderen mogelijk maakten. Omdat de locatie van de Taliban-gevangenis bij het dorp Panjboz slecht toegankelijk was, besloten de Amerikanen de extractie met helikopters uit te voeren. Nadat ze het gebied gebombardeerd hadden en de gevangenisbewakers uitgeschakeld waren.

Ongemerkte militaire helikopters

In Afghanistan wordt al langer vermoed dat de Amerikanen ‘IS Khorasan’ steunen. Zo baarde het in het voorjaar van 2017 reeds opzien dat strijders van de regionale IS-afdeling bevoorraad werden door ongemerkte militaire helikopters.

http://www.novini.nl/waarom-amerika-is-afghanistan-stand-houdt/

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Seehofer moet eindelijk kiezen of hij Merkel blijft steunen

Wie had gedacht dat het nog weer zo spannend zou worden? Bondskanselier Merkel en haar minister van Binnenlandse Zaken zijn een dramatische confrontatiekoers ingeslagen.

Hij wil asielzoekers die zich vanuit een veilig land aan de Duitse grens melden terugsturen. Ook moet er volgens Seehofer niemand meer binnenkomen wiens asielverzoek al eens afgewezen is. Merkel wil die beide zaken uitdrukkelijk niet en ook in de toekomst iedereen binnenlaten die maar wil.

Het liefst zouden alle deelnemers aan dit conflict voor een glibberig compromis kiezen, waarin alles er uitziet alsof Seehofers eisen ingewilligd zijn, maar in werkelijkheid zo functioneert als het Merkel voor ogen staat. Op dezelfde voet verder, met andere woorden, kom binnen, kom binnen! Het ontbreekt in Berlijn momenteel echter aan de fantasie om te bedenken hoe zo’n vuil compromis er praktisch uit zou kunnen zien. Hoe moet je immers iemand half binnenlaten en half afwijzen?

In 2015 dreigde Seehofer als herhaaldelijk met een ramkoers, draaide naderhand echter steeds weer bij, wat hem de bijnaam ‘Drehhofer’ opleverde. Bepaald geen compliment. Mocht de CSU-leider deze manoeuvre kort voor de Landdagsverkiezingen in Beieren medio oktober nog eens herhalen, dat staat zijn partijgenoten in de zuidelijke deelstaat een nog groter verkiezingsdebacle te wachten dan de peilingen toch al voorspellen. In een peiling van Civey in opdracht van de Augsburger Allgemeine werd de AfD onlangs voor het eerst de op een na grootste partij in Beieren. De voor Beierse begrippen miezerige 38,8 procent die de CSU in de jongste Bondsdagsverkiezingen in Beieren binnenhaalde, zullen dan achteraf nog als een relatief goed resultaat aanvoelen. Met dit gegeven in het achterhoofd, resteren Seehofer echter maar twee opties: high noon of met de billen bloot. Het kon dus wel eens gaan knallen.

En dat terwijl de zaak in eerste instantie toch volstrekt ongevaarlijk scheen. Bij de voor haar heerlijk verlopen audiëntie die ze talkshow-presentatrice Anne Will gegund had, zei Merkel desgevraagd over Seehofers plan immers “We zijn daarover in gesprek”. Ze wilde daar “niet op vooruitgrijpen”. In gesprek? We weten uit ervaring dat dat in het Merkeliaans niets anders wil zeggen dan ‘prullenmand’. En dan nog onverhuld. Als Merkel een voorstel tenminste zachtjes te rusten wil leggen, dan zegt ze doorgaans dat dienaangaande reeds het een en ander “in gang is gezet”. Dat wil zeggen: ‘Daar hoef je geen aandacht meer aan te besteden, loopt al.’ Loopt natuurlijk helemaal niet, maar als er toch niet meer aandacht aan besteed, omdat iedereen zich weer door de bondskanselier in heeft laten zepen, dan merkt niemand het.

En nu? Stapt de CSU uit de coalitie, wanneer Seehofer aan het kortste eind trekt met zijn plannen? Stapt de CSU in de Bondsdag uit de gemeenschappelijke fractie met de CDU als Merkel de poot stijf houdt? Dat wordt spannend.

De uitzending van Anne Will afgelopen zondag was trouwens een wonderlijke gewaarwording: De toeschouwers zaten er zo aandachtig enthousiast bij als in een Amerikaanse opwekkingsdienst. Will, de bondskanselier en haar publiek versmolten tot een symbiotische eenheid van met de wereld en zichzelf tevredenen. Alsof het manna uit de hemel was verslonden de toeschouwers de zijdezachte woordwolken van hun hogepriesteres.

En toch had men dikwijls het vermoeden dat er achter de schijnbare ontspannenheid iets flakkerde, een vleug diepe onzekerheid, een vermoeden van de schone schijn van Merkels belofte van gelukzaligheid. Dit vermoeden werd echter overwonnen door het vaste, haast fanatieke verlangen om Merkel te geloven en te volgen. Wat moet er van ons worden zonder Mutti?

In onzekere tijden is de behoefte aan vaste geloofsformules bijzonder hoog, ongeacht hoe vreemd aan de werkelijkheid ze ieder redelijk mens ook voor mogen komen. In het Morgenmagazin van de Duitse publieke zender ARD was afgelopen maandag te vernemen dat de vermoedelijke moordenaar van de 14-jarige Susanna intussen naar Irak “terug gevlucht” was, waar men hem dan in de kraag vatte.

Wie “terug gevlucht” zegt, veronderstelt nog altijd dat Ali Bashar A. oorspronkelijk daadwerkelijk gevlucht zou zijn naar Duitsland. Inmiddels is echter onomstotelijk vastgesteld dat de man geenszins bescherming behoefde, maar zelf een bedreiging vormde, dat hij uit een veilig deel van de Koerdische regio van Irak met zijn clan illegaal naar Duitsland gekomen is. Voor de Duitse publieke omroep blijft hij echter een “vluchteling”, ongeacht wat hij daadwerkelijk in het schild voert.

Ontroerend, deze onverbrekelijke trouw aan de eenmaal gekozen dwaling. Vanzelfsprekend komt de ophef over deze gruwelijk moord op een zeer ongunstig moment. Zelfs Teflon-Merkel heeft geen manier gevonden om dit gevolg van haar welkomscultuur zonder kleerscheuren in de gebruikelijke woordenbrij te laten verzinken. Bij Anne Will noemde ze het “afschuwelijke voorval” een “beroep op ons allemaal om de integratie zeer serieus te nemen”.

Het is van een zelden vertoonde onbeschaamdheid. Waarom zou men iemand moeten “integreren” die sowieso uitgezet zou moeten worden? Ali Bashar A.’s asielverzoek was reeds lang voor de moord afgewezen. Het antwoord: Omdat het volstrekt om het even is, wat de uitkomst van een asielprocedure is. Omdat dat hele circus slechts voor het domme publiek opgevoerd wordt, zodat de gewone man gelooft dat alles er aan toegaat zoals je in een ‘rechtsstaat’ mag verwachten. De waarheid is echter dat het de bedoeling is dat alle asielzoekers blijven, allemaal. Daarom wil Merkel ook niet dat de weinige asielzoekers die succesvol uitgezet worden, teruggestuurd worden als ze het opnieuw proberen.

Wat de Irakees aangaat, is men ook daarom zo blij hem weer in Duitsland te hebben, omdat hem in zijn vaderland de doodstraf boven het hoofd hangt. Een onweerstaanbare boodschap aan alle voortvluchtige moordenaars, die in hun eigen land zo’n straf wacht: ‘Kom naar Duitsland!’ Men bedenke wel dat het niet weinigen zijn, die moeten vrezen door de rechter in hun landen van herkomst een straf opgelegd te krijgen die ze in Europa – ongeacht wat ze uitspoken – nooit zouden krijgen, zoals de doodstraf of een langere gevangenisstraf.

Wat bij ons in Europa komen ze er uiteraard ook niet ongestraft af. Kijk maar naar de 19-jarige Ahmet R. uit Keulen. Die heeft de 40-jarige Thomas K. zo hard tegen de grond geslagen dat hij aan een schedelbasisfractuur is overleden. K. laat zijn vrouw en twee kinderen van negen en dertien jaar oud achter. Motief van de daad? Ahmet R. wilde indruk maken op zijn vrienden, hun “respect” afdwingen. “het toebrengen van lichamelijk letsel met de dood tot gevolg”, luidde het oordeel van de rechter, die de dader na het proces op vrije voeten stelde.

Ja, dat leest u goed: Ahmet K., die een mensenleven op zijn geweten heeft, verliet de rechtszaal als vrij man. De rechter liet hem met twee jaar proeftijd wegkomen en legde hem verder een anti-agressietraining op en regelmatige drugstests. Verder krijgt hij nog een taakstraf, afval prikken in het park of grasmaaien bij de kinderopvang of iets dergelijks. Ook dergelijke vonnissen komen ongelegen voor Merkel, die immers graag over de hardheid van de rechtsstaat zwetst, wanneer er weer eens een asielzoeker een bloedspoor getrokken heeft.

Tegen Seehofers afwijs-plan tovert ze de laatste troef uit haar mouw: ‘Europa!’ Want Europees recht gaat boven Duits recht en Europa zou gebieden dat de Duitse grenzen voor iedereen openstaan, zo stelt de CDU-leider. Daar klopt weliswaar geen bal van, wat ook verklaart dat veel EU-lidstaten hier heel anders mee omgaan. Maar het Europa-argument maakt altijd veel indruk op de kiezers, bovendien is de charme van de Europese Unie voor Merkel dat de kwestie zo op de lange baan geschoven kan worden, door eindeloze onderhandelingen waar de Duitse burgers nauwelijks zicht op hebben, laat staan invloed. Daar gaat het de bondskanselier om.

Merkels fans in de studio bij Anne Will verafgoden de regeringsleider om de “evenwichtige” manier waarop ze Duitsland door de crisis leidt, de crisis die ze zelf iedere dag verder verscherpt.

Posted on

Hoe westerse geheime diensten jihadisten gebruiken

Gegevens rond de persoon van de Britse en erg belangrijke salafistische predikant Anjem Choudary (1), de man van Shariah4UK, tonen aan dat deze een infiltrant was van de Britse veiligheidsdienst MI5. Hij moest salafistische kernen oprichten en rekruteerde zo onder meer de Belg Fouad Belkacem, de stichter van Sharia4Belgium.

Ook rond de persoon van de Molenbeekse predikant Bassam Ayachi hangt er een verdacht geurtje. In Europa kwam die voor het eerst in 1996 met het gerecht in aanraking toen men hem noemde als de draaischijf die geld van erg gewelddadige overvallen gepleegd door de salafistische Bende van Roubaix doorsluisde naar terreurgroepen in Bosnië. En die steun van Bassam Ayachi aan de terreur blijft nu al 22 jaar lang duren en desondanks is de man nog nooit veroordeeld. Hoe kan dat?

Een groot huurlingenleger

Bekend is dat westerse veiligheidsdiensten al sinds de Afghaanse oorlog in 1978 begon massaal investeerden in de ontwikkeling van een enorm groot geworden leger van moslimextremisten. Het bevat vele tienduizenden jihadisten uit zowat alle landen ter wereld. Het is de culminatie van de al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw gegroeide samenwerking van eerst de Britten en daarna de Verenigde Staten met het salafistische Saoedi-Arabië.

Deze huurlingen waren voor de westerse alliantie al nuttig in een ganse serie door de VS en haar bondgenoten georganiseerde oorlogen zoals in Tsjetsjenië, Afghanistan, Libië, Kasjmir, Somalië, Mali, Joegoslavië, Irak, Libanon en Syrië.

Leden van al Qaida in Syrië, een onderdeel van het salafistische huurlingenleger aangestuurd door westerse inlichtingendiensten.

 

Ook in Iran gebruikte men dergelijke groepen voor terreuraanslagen. Zo is er de in Iraans Beloetsjistan, een gebied in het zuidoosten aan de grens met Pakistan, opererende Jundallah, de Volksverzetsbeweging van Iran, opgericht door een zekere Abdolmalek Rigi. De man werd echter gevangen genomen, kreeg de doodstraf en werd opgehangen.

Zonder die tienduizenden terroristen zou de VS immers haar eigen troepen moeten sturen, wat echter in de VS politiek niet meer te verkopen is. Vandaar dat men die salafistische moordbendes inschakelde. Overigens in veel gevallen met groot succes zoals bleek in Afghanistan, Libië en in het begin ook in Tsjetsjenië met de eerste van 1994 tot 1996 gevoerde oorlog met het Russische leger.

Eerst met de tweede oorlog in 2000 in Tsjetsjenië en nu in Syrië loopt het echter totaal fout en toont het de zwakte van die groepen. Een goed uitgerust en gemotiveerd leger haalt het er van het veelal ongeregeld maar wel gemotiveerd en voldoende bewapend jihadistenleger.

Duidelijk is dat het de westerse geheime diensten pakken werk bezorgt met de rekrutering, training, bewapening en ondersteuning via onder meer de media van die salafistische groepen. Dat de Israëlische Mossad hierbij betrokken is staat eveneens vast en is logisch. Zo is er de zionistische steun in de vorm van financiering en bewapening van in Syrië actieve terreurgroepen. (2)

Abdelkader Belliraj

En er is ook het verhaal van de Marokkaanse Belg Abdelkader Belliraj die in Marokko levenslang kreeg wegens het oprichten van een salafistische terreurgroep met een link naar al Qaida. Het aan het Belgisch parlement verbonden Comité I dat de inlichtingendiensten moet onderzoeken legde de zaak bloot (3). Uit dat bij de Senaat neergelegde rapport bleek dat de man naast informant van onze Staatsveiligheid ook werkte voor een andere maar dan grote dienst.

Verder onderzoek leerde dat volgens de toenmalige voorzitter van het Comité I wijlen Anne-Marie Lizin en drie andere betrokken bronnen die grote geheime dienst de Israëlische Mossad was.

Onder meer op voorstel van Anne-Marie Lizin (PS), toen voorzitster van de Senaat, werd het verhaal rond Abdelkader Belliraj door het Comité I onderzocht. Bleek de man Bin Laden te hebben ontmoet, een Marokkaans terreurnetwerk te hebben opgezet en te werken voor de Mossad. Nadien viel ze politiek in ongenade. Geen toeval natuurlijk.

 

Daarbij bleek dat Belliraj, ogenschijnlijk een gewone huisvader uit Evergem, kort voor de aanslagen van 11 september 2001 een privaat gesprek had met zowel Osama Bin Laden als met Ayman al Zawahiri, respectievelijk nummer een en twee van al Qaida. De Mossad wist dus waar Bin Laden verbleef.

Op 15 januari 2008 werd Belliraj dan in Marokko opgepakt als de stichter en wapenleverancier van een nieuwe salafistische terreurgroep. Het hof van beroep in het Marokkaanse Salé zal hem op 17 juli 2010 hiervoor veroordelen tot een levenslange celstraf. (4) Of hoe een infiltrant van de Mossad in Marokko vanuit de centrale positie van stichter en wapenleverancier de terreur poogde te organiseren.

Britse veiligheidsdiensten

Aan veel van de aanslagen in Europa zelf hangt niet verbazend dan ook een geurtje van de veiligheidsdiensten. Zo onthulde de Britse zakenkrant The Financial Times in een gedetailleerd artikel (5) hoe de aanslag van 22 mei 2017 tegen de Manchester Arena en het concert van Ariana Grande het werk was van mensen die MI5 voorheen van Manchester naar Libië had gestuurd.

Omar Bakri Muhammed, een infiltrant van MI5, is hier zijn volgelingen aan het opzwepen. Rechts naast hem Abu Hamza al Masri, nog een man van MI5.

 

Dit om het land te vernielen en president Moeammar Kadhaffi te vermoorden. Er vielen in Manchester toen 23 doden en 512 gewonden. Men wacht nog op het resultaat van het beloofde onderzoek naar de rol van de veiligheidsdiensten in de zaak. En dat zal zo te zien nog lang wachten worden.

Uit verder speurwerk blijkt nu dat die Britse veiligheidsdiensten op grote schaal en al decennia niet alleen zomaar samenwerken met die salafistische terreurbendes maar er integendeel een centrale rol in spelen.

Zo blijken drie der kopstukken van het Britse salafisme agenten te zijn van MI5. Wat betekent dat dit feitelijk geen veiligheidsdiensten zijn zoals het hoort maar oorlogsstokers en de ware leiders van terroristenbendes, verantwoordelijk voor een enorm aantal moorden en een massale destructie wereldwijd.

Zowel Abu Hamza al Masri, alias kapitein Haak, Omar Bakri Muhammed als Anjem Choudary blijken figuren te zijn die voor rekening van MI5 in moslimkringen ageerden en zo rekruten verzamelde voor de vele oorlogen van Afghanistan tot nu Syrië die het Verenigd Koninkrijk, de VS en Israël voor hen in petto hadden. Lekker kanonnenvoer dus.

Het is een wereldje gelieerd aan zowat alle terreuraanslagen en andere vormen van criminaliteit die salafisten op hun kerfstok hebben. Met onder meer de aanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005, de aanslagen van Mohammed Merah, de moordenaar van Toulouse, de bende van Roubaix met haar uiterst gewelddadige overvallen tot de aanslagen in Zaventem en de Brusselse metro in Maalbeek van 22 maart 2016.

Anjem Choudary

Vooral de figuren van Omar Bakri Muhammed en Anjem Choudary zijn hierbij interessant. Deze Choudary, een geschorste advocaat, leidde in zijn jongere jaren een erg liederlijk leven met grote hoeveelheden drugs, drank en het nodige vrouwelijke gezelschap.

Plots echter ontpopte die man zich als een uiterst fanatiek predikant voor wie het provoceren en uitschelden van de Britse maatschappij dagelijkse kost was. Hij werd dus geen advocaat maar onrustzaaier die maar niet genoeg kreeg van het beledigen van zijn thuisland. De drank, drugs en seks veranderden in donderpreken.

Omar Bakri en later Choudary richten eerst al Muhajiroun op en daarna Shariah4UK, Sharia4Islam en Mulims4Crusades op. Organisaties die na verloop van tijd werden verboden maar de leiders als Choudary en Omar Bakri bleven gerechtelijk merkwaardig steeds netjes buitenschot.

Anjem Choudary toen hij nog geen salafist en agent van MI5 was.

 

Een van hun strafste daden was het uitschelden in het stadje Wootton Bassett van de in Afghanistan gestorven Britse soldaten. Die werden er door de overheid ceremonieel in een kist door het stadje vervoerd, uiteraard in aanwezigheid van hun nabestaanden. Choudary en zijn vrienden kwamen er telkens tegen betogen en uiteraard al de omstanders, inclusief verwanten, beledigen.

Scheldpartijen

Wat voor de Britse pers dan weer een thema bij uitstek was om Choudary en Bakri en hun organisaties eveneens uit te schelden. Choudary werd voor de pers en de doorsnee Brit zo vijand nummer één. Het regende in het Verenigd Koninkrijk beledigingen heen en weer. Het leek dat ook voor de Britse regering Anjem Choudary en Omar Bakri Muhammed eveneens vijand nummer één waren.

Maar buiten de scheldpartijen en harde woorden van de regering gebeurde er niets. En dankzij die steeds maar opgedreven spanningen werden Choudary en zijn kompanen steeds populairder bij een bepaald segment van de Britse bevolking, jonge moslims, oudere tieners en twintigers die in de marge der samenleving zich veelal bezig hielden met allerlei vormen van kleinere criminaliteit.

Hun bestaan hier stelde niet veel voor, maar Choudary schotelde hen een nieuw leven voor en een waar er nog wat te verdienen was, huurling bij het almaar groeiende leger van jihadisten in Syrië en elders. En verloren ze hun leven dan waren er nog de 64 of zo maagden in de hemel, een neukparadijs. En men kreeg ginds niet alleen een loon maar men kon er ook naar hartenlust stelen, moorden en verkrachten.

Volgens vele bronnen zijn Choudary en Omar Bakri verantwoordelijk voor de rekrutering van zo’n 500 van de 850 Britten die in het Midden-Oosten voor al Qaida, ISIS en andere terreurgroepen gingen vechten. (1)

Abu Hamza al Masri

Een andere vriend van Omar Bakri en Choudary was Abu Hamza al Masri, alias Kapitein Haak. Dit omwille van de prothese waarbij een van zijn handen was vervangen door een haak zoals men die wel eens in zeeroverfilms ziet.

Ook die kon jarenlang vanuit de moskee van Finsbury Park in Londen waar hij imam was de heilige oorlog prediken, o.m. op de bijeenkomsten van al Muhajiroun die daar gehouden werden. Zijn eerste publiek bekende salafistische terreuractiviteiten dateren van rond 1990 en situeren zich in Bosnië.

Ook deze werd jarenlang, tot grote frustratie van zelfs de koningin, de volledige vrijheid gelaten om zoals Choudary op te roepen tot steun voor al Qaida en andere terreurgroepen. Hij vocht trouwens mee in de oorlogen rond Bosnië, Kasjmir, Algerije, Afghanistan, Pakistan en Jemen. In het geval van Jemen werd een van zijn zoons gearresteerd wegen het organiseren van ontvoeringen.

Abu Hamza werd een eerste maal gearresteerd op 27 mei 2004 op vraag van de VS en kort nadien op 26 augustus 2004 op vraag van het Britse gerecht zelf wegens betrokkenheid bij terrorisme. Men veroordeelde hem op 7 februari 2006 in London tot 7 jaar cel en leverde hem nadien op 6 oktober 2012, 6 jaar later, uit aan de VS.

Abu Hamza al Masri, provocateur in dienst van MI5, hier samen met enkele vrienden, zeer waarschijnlijk wereldverbeteraars.

 

Hier kreeg hij dan op 14 april 2014 levenslang zonder kans op beroep. Tijdens dat proces stelde diens advocaat Joshua Dratel dat zijn acties gebeurden in overleg met MI5 om zo de moslimgemeenschap in het Verenigd Koninkrijk te infiltreren. (6)

De strategie van MI5 en Choudary was dan ook succesvol. Door hem voor te stellen als ‘s lands grootste vijand werd hij geloofwaardig in dat segment van de bevolking dat zich om allerlei reden afkeerde van die Britse maatschappij. Des te meer scheldpartijen heen en weer des te beter voor MI5 en figuren als Aboe Hamza, Omar Bakri Mohammed en Anjem Choudary.

Voorwaarde was wel dat men hen liet begaan. Niet simpel, want terwijl de ene politiedienst tegen hen wilde optreden, zorgde een andere ervoor dat ze gerechtelijk buiten schot bleven. Wat bij nogal wat Britse politielui voor grote frustratie zorgde.

Aanslagen op Londense metro

Zo waren er in de pers verhalen te lezen over trainingskampen met wapens en de Britse krant The Telegraph noemde zelfs 15 terreuraanvallen of pogingen tot waarbij Choudary vanaf 2001 betrokken was. Zo waren er de aanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro en een dubbeldeksbus waarbij eventjes 52 doden en 700 gewonden vielen. De zelfmoordenaars waren allen lid geweest van Al Muhajiroun. (7)

Ook Rachid Redouane, Kuram Shozad Butt en Youssef Zaghba waren lid geweest van al Muhajiroun en haar opvolgers. Het waren zij die op 3 juni 2017 de moorddadige aanslagen pleegden op London Bridge, goed voor 5 doden.

Redouane was een oud-gediende van o.m. de oorlog in Libië waar hij vocht met de Libische Strijdersgroep van Abdul Hakim Belhaj, de man van al Qaida in Libië en na de machtsovername commandant van de Nationale Transitieraad. (8)

Youssef Zagba werd in maart 2016 op weg naar Syrië door de Italiaanse autoriteiten in Bologna tegengehouden maar na contact met iemand bij MI5 vrijgelaten. (9) Ook waren Michael Adelbolajo en Michael Adebowale, de moordenaars op 22 mei 2013 van de Britse soldaat Lee Rigby kennissen van diezelfde Choudary. Maar de politie ondernam niets en liet gewoon betijen.

En wie dacht dat de politie dan Omar Bakri Mohammed ging arresteren was eveneens verkeerd. De man trok op reis naar Libanon en toen hij wou terugkeren werd hem de toegang tot het Verenigd Koninkrijk verboden. Er kwam dus geen Brits proces tegen de man. Toch netjes. (1)

Abdul Hakim Belhaj, leider van de Libische Strijdersgroep, een onderdeel van al Qaida, werd om die reden door de Britten ontvoerd en overgeleverd aan de Libische regering van Khadaffi. Die mocht er dan mee doen wat hij wou. Nadien gebruikten de Britten hem om Khadaffi te vermoorden. Een regeringsbeleid gestoeld op democratische humanitaire principes noemt men dat.

 

Waarna de fakkel bij al Muhajiroun dan werd overgenomen door de Pakistaan Anjem Choudary. De meester agitator werd de nieuwe leider. Choudary kon zo verder kanonnenvlees werven voor de oorlogen van MI5.

Tot hij op 5 augustus 2015 in een filmpje op YouTube de eed van trouw aflegde aan ISIS. (1) Toen kon de Britse regering die hem tot dan beschermde niet veel anders meer doen dan hem arresteren en doen veroordelen. Het duurde echter nog tot 28 juli 2016 voor zijn veroordeling definitief was. Waarom hij in 2015 die ultieme provocatie deed is natuurlijk een goeie vraag die echter tot heden zonder antwoord blijft.

Leveranciers van al Qaida

Dat salafistische terreurorganisaties in het Verenigd Koninkrijk feitelijk vrij kunnen opereren is ook duidelijk uit het verhaal van de liefdadigheidsinstelling (sic) One Nation die werkt vanuit vier steden, Batley, Leicester, Oldham en High Wycombe.

Toen al Qaida in het Syrische stad Khan Sheikhoun begin april 2017 gasmaskers wou hebben was het One Nation die ze leverde. One Nation is dan ook een puur salafistische organisatie die samenwerkt met allerlei terreurgroepen in het buitenland. Wie dus een bijdrage wil leveren aan de ‘goede’ werken van al Qaida kan er zo geld storten, hen bellen of een bezoekje brengen. Zeer gemakkelijk. (10)

En zoals veel van die figuren in dit milieu hebben ook de beheerders van deze ngo een mooi strafblad. Zo veroordeelde de rechtbank voorzitter Maqsood Motala op 18 augustus 2003 voor zijn betrokkenheid bij een serie inbraken en de handel in hard drugs en wapens. (11)

Een andere beheerder en vroeger voorzitter van One Nation was dan Arshad Patel. Deze prees de daders van de zelfmoordaanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro en een dubbeldeksbus. Hij is immers gehuwd met Hasina Siddique Khan, de zus van zelfmoordenaar Mohammed Sidique Khan, de leider van de terreurgeroep die tekende voor die aanslagen. (12)

Opvallend is wel de steun die Arshad Patel en Maqsood Motala kregen van Jo Cox, het nadien vermoorde parlementslid van Labour voor de regio Batley waar One Nation haar hoofdkwartier heeft. (13) Steun die er kwam ondanks de eerdere veroordelingen en de bekende relaties van Patel met het salafisme.

Prins Charles

Een ander crimineel figuur in One Nation is een zekere Tarek Islam. Deze kreeg voorheen 16 maanden cel om reden dat hij in een nachtclub en stomdronken een man aftroefde met een fles champagne.

Anjem Choudary in actie. Is dat niet leuk, je door de Britse staat laten betalen om hen voor rotte vis uit te schelden. Fijn beroep.

 

En alhoewel de Britse officiële Liefdadigheidscommissie One Nation regelmatig op de vingers tikte blijft ze operationeel. (14). Maar One Nation steunt Al Qaida en dat doet ook de Britse regering en dus kan One Nation blijven verder werken. Deze blijkt immers bovendien goede vrienden te hebben in zionistische kringen. (10)

Zo krijgt One Nation geld van Prism The Gift Fund dat mede wordt geleid door lord Stone of Blackheath. Een lid van het Britse Hogerhuis die zijn benoeming daar te danken heeft aan premier Tony Blair (Labour).

Deze lord is ook lid van onder meer The Labour Friends of Israel en Jewish Policy Research dat onder leiding staat van bankier Jacob Rothschild, de levenslange voorzitter van deze organisatie. En wie Rothschild zegt denkt bijna onmiddellijk ook aan de stichting van Israël.

Hoeft het dan ook te verbazen dat de Moslimbroeders, in wezen toch een salafistische organisatie die in veel gevallen al samenwerkte met al Qaida, ook in het Verenigd Koninkrijk alle nodige steun krijgt. Kroonprins Charles is zelfs beschermheer van hun aan de universiteit van Oxford verbonden organisatie, het Oxford Center for Islamic Studies.

En daar komt men ook de Egyptische predikant Youssef Qaradawi tegen (15). Deze werd in 2004 een paar jaar beheerder van deze organisatie en leeft in ballingschap in Qatar. In zijn toespraken haalde die al uit naar alle niet-salafisten en uiteraard ook alle christenen, joden, enzovoort die wat hem betreft ook mogen vermoord worden. Hij wordt gezien als de hoofdideoloog van de Moslimbroeders maar werd in 2008 wel de toegang tot het Verenigd Koninkrijk ontzegd.

Moslimbroeders

In wezen gaat die relatie tussen de Britten en de Moslimbroeders terug tot de stichting van deze organisatie in 1928. Men zag haar als een tegengif voor het opkomende Arabische nationalisme dat in essentie vooral seculier was.

Hetzelfde voor het salafisme, ook wel eens wahhabisme genoemd. Het waren de Britten die in de periode 1917 tot ongeveer 1936 de basis legden voor het salafistisch rijk van Ibn Saoed, stichter van Saoedi-Arabië en beschermer van het salafisme.

En toen Europese zionisten in 1948 Israël stichten weigerde Ibn Saoed, ook wel Abdoelaziz Saoed genoemd,  zich daar tegen te verzetten. Het begin van de alliantie tussen dat land, de VS, het Verenigd Koninkrijk en het zionisme.

Bovendien hebben de veiligheidsdiensten MI5, MI6 en de CIA steeds kunnen rekenen op financiële steun vanuit het Huis van Saoed. Legden men ze in hun thuisland financieel en militair aan banden dan was er steeds Riaad om hen uit de nood te helpen. Wat er voor zorgde dat die samenwerking nog intensiever werd. Met dan de cruciale vraag: Wie controleerde dan uiteindelijk die diensten? Washington en Londen of Riaad, of beiden?

Het ontstaan van het salafisme in zijn huidige jihadistische vorm is ontstaan in 1978 toen de VS Afghanistan destabiliseerden en zo de Sovjetunie deden interveniëren in wat altijd al haar invloedsfeer was. Afghanistan was bijvoorbeeld het eerste land om na de Oktoberrevolutie de Sovjetunie te erkennen. Beiden hadden immers de Britten als vijand.

Zbigniew Brzezinski

In Pakistan bracht men in 1977 dictator Zia ul-Haq aan de macht en samen met hem, Saoedi-Arabië en Londen begon de VS met de creatie van wat toen nog de moedjahedien hette. Wat militair voor de VS een enorm succes was, voor Afghanistan zelf en de wereld echter een enorme ramp. (16)

Het was een strategie uitgedacht door Zbigniew Brzezinski, de toenmalige Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur onder president Jimmy Carter. Toen men Brzezinski later hierover interviewde gaf hij probleemloos de rol van de VS in de kwestie toe, incluis de destabilisering van Afghanistan. En toen men daarop de vraag stelde of die jihadisten geen gevaar vormende lachte hij dat ogenschijnlijk heel arrogant weg.

Achteraf gezien was zijn nonchalante houding in deze zaak begrijpelijk want het zijn de Westerse inlichtingendiensten die deze jihadisten via hun infiltranten van het genre Anjem Choudary en Abu Hamza al Masri sturen in de richting die de Mossad, CIA en MI5 wensen.

Het verklaart ook perfect waarom de oorlog tegen de terreur net als de oorlog tegen de drugs nergens raakt en men integendeel beide fenomenen ziet groeien. Immers achter die terreur en drugs staan diezelfde zogenaamde inlichtingendiensten die als het ware een staat binnen de staat vormen. Want ook de opbrengst van hun drugshandel zorgt dat zij desnoods onafhankelijk van hun regeringen kunnen opereren. (17)

Fouad Belkacem

Maar Anjem Choudary kwam er met zijn proces nog goed vanaf. Hij kreeg amper 5 jaar en 6 maanden cel voor steun aan een terreurorganisatie, hier ISIS. De hier in België en Nederland best bekende door Choudary gerekruteerde extremist is natuurlijk de Antwerpenaar Fouad Belkacem die samen met enkele kompanen in navolging van zijn vriend Choudary op 3 maart 2010 Sharia4belgium 2010 opricht.

En zoals Choudary was ook Fouad Belkacem een provocateur die steeds maar de spanning deed toenemen en daardoor van de media veel belangstelling en dus publiciteit kreeg. Fouad Belkacem mag, net als zijn illustere voorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, in België gezien worden als de mogelijk meest succesvolle ronselaar voor de oorlogen in het Midden-Oosten.

Fouad Belkacem een man met een stevig strafblad die salafistisch predikant werd na rekrutering door Anjem Choudary, een agent van MI5. Zoals Anjem Choudary in het Verenigd Koninkrijk de meest succesvolle werver voor Syriëstrijders was zo is Fouad Belkacem dat voor België geweest. Een succes dus voor MI5.

 

Voor hij zich in 2003 tot het salafisme bekeerde was ook hij een man met al een stevig strafblad gaande van inbraak tot weerspannigheid, autozwendel, schriftvervalsing, BTW-fraude, racisme, slagen en verwondingen, smaad aan de politie en drugshandel. Of Belkacem ook directe contacten had met MI5 is niet bekend, zeker is dat hij de methoden van Choudary overnam.

Zo werd Sharia4Belgium reeds op 7 oktober 2012, na twee jaar dus, verboden en kreeg hij van het Antwerpse hof van beroep op 27 januari 2016 twaalf jaar cel. Zijn Sharia4Belgium kon dus wel bijna drie jaar relatief ongestoord werken.

Verder konden zijn kompanen probleemloos naar Syrië vertrekken om er bij die terreurgroepen te gaan vechten. Zo bedreigde Belkacem ook o.m. toenmalig minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) met de dood. Wel werd hij regelmatig opgepakt en zag hij dikwijls een cel. Wat doet vermoeden dat hij zeker niet de bescherming genoot van zijn voorbeeld Anjem Choudary.

Het vertrek naar het Midden-Oosten van veel leden om er te gaan vechten en acties van politie en gerecht zorgden voor het wegkwijnen van deze beweging. En de enorme nederlaag die het salafisme in Irak en Syrië leed zal er ook niet veel goed aan doen.

Afghanistan en de eerste Tsjetsjeense oorlog waren de hoogtijdagen van het salafisme, nu is de top al lang voorbij en zit men in een dal. Of men hen daar nog uit zal kunnen halen is de vraag.

De sjeik van Molenbeek

En dan is er de andere bekende Belgische salafistische predikant, de 72-jarige uit het Syrische Aleppo afkomstige Bassam Ayachi. De man die in in 1992 na een failliet avontuur met een restaurant in Aix-en-Provence naar Brussel trok en er het Centre Islamique de Belgique (CIB) opricht. Wat Abu Hamza al Masri en de moskee van Finsbury Park in Londen was voor het rekruteren van jihadisten zo was dit het geval voor Bassam Ayachi en het CIB in het Brusselse Molenbeek.

Op 4 april van dit jaar werd hij door de Fransen aangehouden toen hij via Turkije uit Syrië terugkeerde. Blijkbaar verbleef hij al enkele maanden in Turkije, volgens zijn fans om er een nieuwe prothese voor zijn arm te laten plaatsen. Waarna de Turken hem oppakten en naar Frankrijk stuurden. (18)

Daar was er op 12 maart een onderzoek tegen hem gestart na de arrestatie van een naar Frankrijk uit Syrië teruggekeerde jihadist. Mogelijkerwijs viel bij diens ondervraging de naam van Bassam Ayachi als diens rekruteerder. (19)

Bassam Ayachi heeft het uiterlijk van een soort Sinterklaas, wee echter de niet-salafistische kinderen die in zijn handen raken.

 

En kijk onmiddellijk klommen enkelen in België in de pen om de man voor te stellen als feitelijk een onschadelijk figuur die het wel goed meent. Een soort fanclub dus. De allereerste om verzachtende omstandigheden in te roepen was Gauthier De Bock. Die schrijft op 4 april 2018 (20) op de website van het weekblad Moustique een stuk en stelt daarin:

Les amalgames allant bon train s’agissant de musulmans, barbus et maniant l’AK 47, même pour une bonne cause, le Cheikh Bassam Ayachi est toujours inculpé, en Belgique, de participation à une organisation terroriste.

Amalgamen verkopen altijd goed als het gaat over moslims, mannen met baarden die dan nog zwaaien met een AK47, zelfs als het voor een goede zaak is, dan is de sjeik Bassam Ayachi in België altijd schuldig wegens het lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Een soefi

Zelfs de website Bellingcat doet hier een flinke duit in het zakje (21) en springt in de bres voor onze Molenbeekse sjeik. Daar stellen onderzoeker Pieter Van Ostaeyen en journalist  Guy Van Vlierden, die werkt voor het Laatste Nieuws, dat het wat betreft Bassam Ayachi allemaal overroepen is.

Hun stelling is: Jazeker, hij is een salafistisch predikant maar hij heeft steeds gezegd dat hij tegen de komst naar Syrië van Syriërstrijders is. Bovendien vocht hij in Syrië tegen ISIS en nu tegen Hayat Tahrir al Sham (al Qaida in Syrië). Kortom hij is een gematigde jihadist waarmee men zaken kan doen.

En wie de man breed glimlachend en met zijn grijze baard ziet zou zelfs denken dat dit de vleesgeworden Sinterklaas is, de goede kindervriend dus. Maar dan moet men de realiteit die achter die baard, de mooie woorden en de glimlach schuilt wegcijferen. En daarin zijn Pieter Van Ostaeyen en Guy Van Vlierden bedreven.

Zo stellen zij in het stuk: ‘The pictures show an old man, dressed as a Sufi cleric, not a bloodthirsty jihadi.’ (‘De foto’s tonen een oude man, gekleed als een soefistische (22) predikant eerder dan als een bloeddorstig jihadist). Voor hen is de man een gematigde jihadist die buiten Syrië geen terreuraanslagen wil zien gebeuren en wiens groep De Valken van de Levant (Suqur al Sham) best te doen is. Ze zijn gematigd in hun jihad.

Bellingcat

En dat de website Bellingcat dit gemoedelijk portret van de vader van het Molenbeekse salafisme publiceert hoeft ook niet te verbazen. Eliot Higgins, de man achter eerst Moses Brown en nu Bellingcat, werkt immers voor The Atlantic Council en dat is feitelijk een soort van intellectuele satelliet van de NAVO die toch mee die oorlog tegen Syrië steunt.

Bovendien is Bellingcat binnen de Atlantic Council een deel van het Digital Forensic Research Lab en dat krijgt volgens eigen informatie steun van The Syrian American Medical Society, het Aleppo Media Center, the Syria Institute, Syrian Civil Defense (De Witte Helmen) en de Syrian Campaign. Organisaties die o.m. leiden naar al Qaida, en de Rockefeller Brothers Foundation en vermoedelijk naar allerlei Westerse geheime diensten.

Een deel van het netwerk rondom Eliot Higgins en zijn Bellingcat. Een man die op basis van internetfoto’s en video’s zware beschuldigingen uit. Alsof foto’s en video’s op het internet te betrouwen zijn. Links onderaan het logo van de Witte Helmen.

 

Dus de Witte Helmen steunen Bellingcat die op haar beurt al de verhalen die de Witte Helmen uit hun helm toveren, zoals de gifgasaanval op Douma, bewijzen door haar (sic) forensisch onderzoek. Een zwendel dus.

En bovendien stelt zich hier de vraag waarom zogenaamde hulporganisaties een toch rijke instelling als The Atlantic Council en dat Lab moeten gaan steunen. Dat is toch niet de taak van een hulporganisatie. Het is alsof het Nederlandse Rode Kruis het Haagse onderzoeksinstituut Clingendael of De Telegraaf zou gaan steunen.

Maar het toont dat Bellingcat gewoon een onderdeel is van een zwendel van organisaties die organisch met elkaar verbonden zijn en er alleen maar dienen om elkaar geloofwaardig te maken. Het verklaart waarom haar zogenaamde onderzoeksresultaten steeds daar belanden waar de VS en haar bondgenoten dat willen. Geen toeval.

Achter de façade

Pieter Van Ostaeyen, Gauthier De Bock en Guy Van Vlierden baseren zich in essentie op de verklaringen van Bassam Ayachi zelf, zonder echter achter die façade te kijken. Hij zegt wel dat hij tegen de komst naar Syrië van buitenlandse jihadisten is maar de realiteit is dat er in zijn spoor wel mensen naar Syrië trokken.

En dat hij tegen de internationale terreur is is eveneens een fabeltje. Vanuit zijn Centre Islamique de Belgique lopen er contacten met de ganse wereld van de internationale terreur, zelfs naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek.

Maar dan moet men wel verder kijken dan naar zijn beweringen natuurlijk. Ook die over de Valken van de Levant. En, nog erger, sinds wanneer is salafistische terreur een probleem hier in het Westen en niet ginds? Syriërs, Irakezen, enzovoort mogen dus in die filosofie leven onder het juk van die bendes. Zolang wij Belgen er maar geen last van hebben.

Abdel Rahman Ayachi, hier in de Brusselse rechtbank, de zoon van de ‘gematigde’ Bassam Ayachi, noemde joden op de website van het CIB apen en varkens en zette er ook video’s met onthoofdingen op. Gematigde weliswaar.

 

En zoals met Abu Hamza kan men ook hier de vraag stellen naar de rol van de inlichtingendiensten. Bassam Ayachi kwam voor het eerst begin 1996 in het vizier van het gerecht toen hij volgens een enquête van de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière een cruciale rol speelde bij de erg gewelddadige overvallen van wat men de Bende van Roubaix noemde. (23)

En nog steeds kreeg onze Molenbeekse salafist ondanks al de feiten nooit een definitieve veroordeling op zijn naam. Dus al 22 jaar kan de man bijna ongestraft opereren in de wereld van de salafistische terreur. Wat natuurlijk de steun van bepaalde machtige structuren zoals geheime diensten doet vermoeden.

De uit 12 leden bestaande bende van Roubaix pleegde tussen 20 januari en 29 maart 1996 in totaal 8 aanslagen waaronder die met een autobom voor het hoofdkantoor van de politie in Rijsel. De buit van die overvallen diende voor het financieren van de jihadistische terreur in Bosnië.

Volgens het onderzoek van rechter Bruguière werd het geld via Bassam Ayachi doorgesluisd naar de vrienden in Bosnië waar al Qaeda met Bin Laden toen erg actief was. Ook de Britse MI5-predikant Abu Hamza kwam hier in beeld. (24) De leider van die bende was immers een zekere Christophe Caza die als salafist in Bosnië had gevochten en wiens spirituele gids Abu Hamza was.

Dat jihadisten toen in Bosnië opereerden was natuurlijk logisch. De landen van de NAVO wilden Joegoslavië kapot en daarvoor diende men het sektarisme zoals nu in Irak en Syrië op de spits te drijven. En in Bosnië en in Kosovo waren figuren als Bassam Ayachi en Abu Hamza met Bin Laden hiervoor de geschikte figuren. Over hun gruweldaden lazen we natuurlijk nooit iets in de pers. En dus bleven Abu Hamza en Bassam Ayachi buiten schot.

Maar reeds voor 1996 kwam Bassam Ayachi in contact met het gerecht. Na zijn vertrek naar Frankrijk in 1960 werkte hij in 1979 een tijd voor de Franse bouwonderneming Bouygues in Saoedi-Arabië. Dit tijdens de beruchte bestorming van de Grote Moskee door een 500 man sterke bende onder leiding van Juhayman al Otaybi, een extremist van het zuiverste water. Bassam Ayachi werd hierbij als verdachte gearresteerd. (25)

Salafistisch broeinest

Een tweede maal maar dan veel sensationeler kwam hij in het vizier van het Europese gerecht toen hij het huwelijk inzegende van Malika al Aroud en Abdessatar Dahmane vlak voor die laatste onder het mom van journalist naar Afghanistan vertrok om op 9 september 2001, twee dagen voor de aanslagen in New York, Achmed Sjah Massoud te vermoorden.

Deze pleegde vanuit de Afghaanse Panshirvallei als zowat laatste verzet tegen de Taliban en werd gezien als de contactman van de Fransen, Indiërs en Russen. Maar uiteraard was de daad van Bassam Ayachi om een huwelijk hier in te zegenen op zich al strafbaar want om een religieus huwelijk mogelijk te maken moet het echtpaar eerst voor de wet zijn getrouwd. Maar ja, Bassam Ayachi erkent zoals hij stelt maar een wet, die van zijn Allah.

Malika el Aroud wordt zowat gezien als de Belgische topjihadiste van het internet en huwde nadien met de Tunesiër Moez Garsallaoui, een lid van al Qaida die op 10 oktober 2012 in Pakistan zou gesneuveld zijn. Malika al Aroud kreeg op 10 mei 2010 8 jaar cel en verloor op 1 december 2017 ook haar Belgische nationaliteit. (26)

Zaventem en Maalbeek

Het Centre Islamique de Belgique was dan ook een broeinest van allerlei jihadisten op zoek naar plekken om terreur te plegen. Zo werden zeven salafisten van het CIB in november 2010 gearresteerd wegens hun betrokkenheid bij het terrorisme in Irak in de jaren 2005 en 2006. Bij de huiszoekingen werden trouwens ook wapens ontdekt. (27)

Niet verassend komt bij het onderzoek naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek ook de figuur van Bassam Ayachi en zijn CIB ter sprake. Onder meer in de figuur van Ali Tabich, een gekend terrorist, oud lid van het CIB en vermeend leverancier van de producten voor het aanmaken van de toen gebruikte springstof.

 

Onder de zeven Ali Tabich, Olivier Dassy en Abdelrahman Ayachi. Ali Tabich zal later opduiken in het onderzoek naar de aanslagen van 22 maart 2016 in Zaventem en Maalbeek. Ali Tabich runde aan de Brusselse Stalingradlaan een doe-het-zelf-zaak waar zelfmoordterrorist Ibrahim al Bakraoui zijn materiaal kocht voor het aanmaken van de in Maalbeek en Zaventem gebruikte springstof. (28)

Olivier Dassy duikt dan weer op in Syrië bij Bassam Ayachi evenals Abdel Rahman, zoon van Bassam Ayachi. Deze zoon krijgt in Brussel in eerste aanleg 8 jaar cel en in beroep 4 jaar. Abdel Rahman wordt ook het verspreiden via de website Ribaat.org verweten van onder meer onthoofdingen. Het betere salafistenwerk dus.

Voordien al veroordeelde het Brusselse hof van beroep de man samen met zijn kompaan Raphaël Gendron op 23 januari 2006 wegens het verspreiden van racistische boodschappen via Assabyle.com, de website van het CIB. (29) Hier werden joden onder meer omschreven als apen en varkens en een onwaardig volk dat zijn straf niet zou ontlopen.

Opvallend is dat Sebastien Courtoy, advocaat van Abdel Rahman Ayachi, tijdens de debatten voor de rechtbank als argument ter verdediging stelde dat zijn cliënt werkte voor de DGSE, de Franse buitenlandse veiligheidsdienst. Wat uiteraard niet zou moeten verbazen. Het is een lekkere bijverdienste en geeft een zekere immuniteit om te moorden en plunderen. (30)

Het mag allemaal

En ondanks al die criminele feiten bleef Bassam Ayachi gerechtelijk buiten schot. Na 2001 zal er bij hem slechts op 27 januari 2006 voor zover geweten voor het eerst een huiszoeking gehouden worden en werd hij in de zaak van de Bende van Roubaix maar eventjes gearresteerd.

Tot een definitieve veroordeling kwam het echter tot heden nooit. Zelfs al schrijft hij in maart 2004 een open brief met doodsbedreigingen aan het adres van de Franse president Nicolas Sarkozy. Het kan en mag allemaal.

Zo zal hij na die huiszoeking in 2006 naar het Midden-Oosten trekken en bij zijn terugkeer met Raphaël Gendron in het Italiaanse Bari op 11 november 2008 gearresteerd worden. In hun caravan hadden zich immers 2 Syriërs en drie Palestijnen verstopt. Mensenhandel dus.

 

Volgens de politie was er in hun caravan propagandamateriaal voor al Qaida gevonden. Zij kregen hiervoor 4 jaar cel maar werden in beroep vrijgesproken. In hun gevangeniscel had de politie echter microfoons verstopt en uit de gesprekken leidde men af dat ze in Frankrijk een aanslag planden op de luchthaven van Roissy-Charles de Gaulle.

Wat voor een nieuw proces zorgde met een veroordeling op 11 juni 2011 tot 8 jaar cel. Maar in beroep werd dat wegens onvoldoende bewijzen op 3 juli 2012 opnieuw een vrijspraak. Nadien keert hij wel terug naar België maar niet voor lang want stilaan voelt hij de druk vanuit de politiek en het gerecht op hem toenemen. Op dat ogenblik beginnen de kranten immers het probleem te ontdekken van de salafistische terreur in Europa.

Zo stelt de Brusselse raadkamer Bassam Ayachi op 14 december 2016 eindelijk in verdenking. (31) En zoals ook zijn zoon Abdel Rahman, hun kompanen Raphaël Gendron en Olivier Dassy naar Syrië trokken om aan de gevangenis te ontsnappen, zo vlucht ook Bassam Ayachi in 2013 terug naar zijn oude vaderland Syrië.

Valken van de Levant

Zij voegen zich daar bij de Valken van de Levant (Suqur al Sham) een van de vele honderden salafistische terreurgroepen. (32) De Valken van de Levant is vooral actief in de provincie Idlib maar raakte eind 2013 verwikkeld in de interne jihadistische oorlog tussen ISIS en de andere groepen waarmee men voorheen vrij probleemloos samenwerkte.

De groep werd in september 2011 opgericht door Ahmed Aboe Eissa, voor de oorlog in Syrië uitbrak een van de vele salafistische gevangen in het land. De Valken van de Levant groeide, ongetwijfeld dankzij Amerikaanse en andere buitenlandse steun, snel uit tot een van de grootste groepen van het land. Tot eind 2013 toen er in jihadistan een oorlog uitbrak.

Eind 2013 had die jihadisten immers zoals de VS had gevraagd het olierijke oosten van Syrië bezet (33). En daarbij hoorde ook de voor de lente van 2014 geplande verovering van grote delen van het nog veel olierijkere Irak. Dit laatste met als idee Irak definitief te versplinteren. En olie betekent heel veel geld en heel vermoedelijk was dit de aanleiding voor de interne oorlog onder jihadisten.

Hier feestende leiders van terreurgroep Nour Din al Zinki als ze het 12-jarige zwaar zieke Palestijnse jongen Abdoellah Issa onthoofden. En leutig dat dit blijkbaar was. Zie maar naar de vrolijke jongen die breed lachend zijn duim omhoog steekt. Dit zijn de bondgenoten van de Valken van de Levant en Bassam Ayachi. Gematigde vrienden dus.

 

Voor de Valken van de Levant was deze oorlog echter desastreus met ganse eenheden die overliepen naar ISIS. Het toont nogmaals dat de bewering van Pieter Van Ostaeyen en Guy Van Vlierden dat deze Valken van de Levant ‘a rather moderate islamist group’ is (een nogal gematigde islamitische groep) gewoon fantasie is.

Zo voegden de familie Ayachi in 2012 en midden 2013 zich bij een groep waarbij ook massa’s toekomstige leden van ISIS zaten. Bovendien rekruteerde die groep ook kinderen (34) en waren ze in een bepaalde periode toen Bassam Ayachi er toch voor rechter speelde zelfs in alliantie met al Qaida. Waarbij men eveneens werkte met zelfmoordterroristen. (35)

Sinds de oorlog met ISIS zijn de Valken van de Levant echter gekrompen tot een van de kleinere legertjes die alleen lijkt te kunnen overleven in de hel die de provincie Idlib geworden is door allianties te sluiten met andere groepen. Dan eens met al Qaida en daarna tegen al Qaida.

Nu zijn ze in een front tegen al Qaida waartoe ook Ahrar al Sham en Nour Din al Zinki behoren en dat duidelijk de steun van Turkije krijgt. Het is deze alliantie die ook met Turkije tegen de Koerdische YPG/PKK vecht. Het zijn gewoon huurlingen.

Techniek van de autobom

Een van de specialiteiten van de Valken van de Levant is het gebruiken van autobommen. Daarbij wordt gevangenen de vrijheid gegeven en krijgen de ‘gelukkigen’ zelfs een auto ter beschikking om hen zelf naar hun vrijheid te rijden. Wat deze gelukkigen natuurlijk niet weten is dat dit een autobom is die men zodra hij een controlepost van het leger nadert tot ontploffing wordt gebracht. Bye bye geluk.

En uiteraard streeft de Valken van de Levant zoals de rest van die terreurgroepen naar een kalifaat om zo hun versie van de sharia ingang te doen vinden. En dat ze in alliantie zijn met een groep als Nour Din al Zinki zegt ook veel.

Deze groep bracht in 2016 bij het bouwen van een feestje de 12-jarige uit een hospitaal ontvoerde Palestijnse jongen Abdullah Issa om het leven door hem te onhoofden. (36) Ze zetten hun ‘feestgedrag’ zelfs op YouTube. Ook die groep werd in de westerse media voorheen steeds omschreven als gematigd. Gematigd onthoofden misschien?

De gematigde rechter Bassam Ayachi poserend met een AK47. Om zijn rechtspraak kracht bij te zetten?

 

Bassam Ayachi had wel meer geluk dan zijn zoon Abdel Rahman die op 19 juni 2013 sneuvelde en kompaan Raphaël Gendron die sneuvelde op 14 april 2013. Bassam Ayachi werd in februari 2015 alleen kort ontvoerd door al Qaeda en verloor bij een aanslag in februari 2015 een deel van een arm.

Bij de Valken van de Levant was hij rechter die zijn visie op de sharia deed naleven. Over zijn vonnissen hier is niets geweten. Vermoedelijk was hij ook wel invloedrijk. Maar het rijk van de jihadisten in Syrië loopt naar haar einde en misschien is dat de ware reden waarom hij zoals vele anderen naar Turkije trok. Beter in een Franse of Belgische gevangenis zitten dan in handen te vallen van het Syrische leger of haar bondgenoten.

Het is nu wachten op de verdere afwikkeling van de rechtszaken die in Frankrijk en België tegen de man lopen. Komt er nog een einde aan diens straffeloosheid en zullen zijn slachtoffers nog gerechtigheid zien?

Conclusie

Al Qaida, ISIS, Valken van de Levant en al die andere groepen staan in de praktijk onder controle van de westerse veiligheidsdiensten die hen financieren, sturen en wapens en andere benodigdheden om oorlog te voeren leveren. En dit zo al 40 jaar lang. Zonder geld en centen van de CIA zijn zij niets. (37)

Het is gewoon kanonnenvlees die het slachtoffer werden van gewetenloze schurken als Bassam Ayachi, Abu Hamza en Anjem Choudary. Zij stuurden soms simpele geesten en kleine criminelen regelrecht de dood tegemoet zoals bij die aanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro.

Maar de echte schuldigen voor die ontelbare doden zijn de westerse geheime diensten die zonder scrupules en gedreven door hun machtshonger de wereld de vernieling injagen. Over de slachtoffers van die aanslagen in Nice, Londen, Zaventem en Madrid maken zij zich geen enkele zorg. Als een aanslag lukt zijn zij blijkbaar tevreden.

De grote vraag is dan ook: Waarom? Willen zij het angstgevoel bij de bevolking er zo inpompen om aldus Big Brother, de alleswetende staat, dichterbij te brengen? Men moet het zeker niet uitsluiten want een ander motief lijkt er zo te zien niet te zijn.

En onze Britse bondgenoten (sic)? Ze breken in bij telefoonmaatschappij Proximus om er alle data te stelen en rekruteren hier dan ook nog salafisten om in België en elders terreuraanslagen te plegen. Met zulke bondgenoten heeft men uiteraard geen vijanden meer nodig.


1) Insurge Intelligence, 17 juni 2017, Nefeez Ahmed, ‘ISIS recruiter who radicalised London Bridge attackers was protected by MI5’. https://medium.com/insurge-intelligence/isis-recruiter-who-radicalised-london-bridge-attackers-was-protected-by-mi5-232998ab6421

Omar Bakri Muhammed was ook de oprichter van de Britse tak van de internationale terreurbeweging Hizb ut-Tahrir. De bron bij uitstek voor Corry Hancké van de Standaard om te weten wat er op de Krim juist gaande is.

2) Haaretz, 19 juni 2017, ‘Israel Reportedly Providing Direct Aid, Funding to Syrian Rebels.’ https://www.haaretz.com/middle-east-news/syria/with-eye-on-iran-israel-increases-military-support-for-syrian-rebels-1.5826348

Haaretz, 21 februari 2018, ‘To Push Iran Back, Israel Ramps Up Support for Syrian Rebels, ‘Arming 7 Different Groups’, https://www.haaretz.com/middle-east-news/syria/with-eye-on-iran-israel-increases-military-support-for-syrian-rebels-1.5826348

3) Het geheim van Belliraj, George Timmerman, Houtekiet, 2011.

4) Belliraj bekende bij zijn ondervragingen in Marokko ook de moord op dokter Joseph Wybran, een topfiguur binnen de Brusselse joodse gemeenschap. Hij wist daarbij gegevens te onthullen die normaal alleen de moordenaar kon weten.

5) The Financial Times, Sam Jones, 27 mei 2017, ‘A forgotten civil war comes home to Manchester’.

De grote vraag is waarom die krant dit voor de Britse regering schadelijk verhaal publiceerde. Journalist Sam Jones is kind aan huis bij de veiligheidsdiensten en het is in dat milieu zoals overal steeds een zaak van ons kent ons.

Hadden sommigen bij MI5/MI6 gewoon genoeg van de samenwerking met die jihadisten en wilden ze dit via dit lek aan de kaak stellen? Mogelijks, en dus trok men naar vriend Sam Jones die dit dan na overleg publiceerde.

6) The Telegraph, 7 mei 2014, Philip Sherwell, ‘Abu Hamza ‘secretly worked for MI5’ to ‘keep streets of London safe’.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/northamerica/usa/10814816/Abu-Hamza-secretly-worked-for-MI5-to-keep-streets-of-London-safe.html.

Documenten die dat dienden te bewijzen werd door diens advocaat aan de rechtbank ook overhandigd. Blijkbaar zonder gevolg. Ook tijdens diens Brits proces haalde men dit argument boven.

7) The Telegraph, 21 augustus 2016, Martin Evans en Ben Farmer, ‘ MI5 stopped Scotland Yard taking Choudary down, sources claim.’ https://www.telegraph.co.uk/news/2016/08/21/mi5-stopped-scotland-yard-taking-choudary-down-sources-claim/

8) BBC, 10 mei 2018, ‘Abdul Hakim Belhaj: Libyan rebel commander who got UK apology.’ http://www.bbc.com/news/world-africa-14786753

Hij vocht in Libië en Afghanistan als lid van de Libische Strijdersgroep die in wezen de Libische tak van al Qaeda is. Hij werd door de Britten in Thailand in 2004 ontvoerd en uitgeleverd aan de regering van Moeammar Kadhaffi waar hij er 7 jaar in een gevangenis verbleef.

Die ontvoering was een onderdeel van het toen grootschalig ontvoeringsprogramma van de CIA en ook dus ook de Britten onder Tony Blair. Ontvoeringen die veelal eindigden in Guantánamo.

Hierdoor verloor de echtgenote van Belhaj, die mee ontvoerd was, echter ook haar nog niet geboren baby. Nadien moest Belhaj dan voor de Britten meehelpen bij de moord op Kadhaffi. Wat uiteraard voor veel nieuwe gevangenen zorgde.

Deze maand heeft de Britse regering zich officieel verontschuldigd en betaalde het aan de echtgenote van Belhaj ook een schadevergoeding. Het kan verkeren zei Bredero.

9) Corriere della Sera, 6 juni 2017, Fiorenza Sarzanini, ‘ESCLUSIVA|Attentato Londra: Youssef Zaghba, ecco il terzo terrorista. Fu fermato a Bologna, la madre italiana vive lì.’ https://www.corriere.it/cronache/17_giugno_06/terzo-attentatore-londra-aveva-madre-italiana-089fd452-4a8f-11e7-ac11-205c7f1cfc9f.shtml

10) Casting a Golden Eye, 11 april 2017, ‘The sources behind the gas attack in Idlib, Syria.’ https://castingacoldeye.blogspot.be/2017/04/uncovering-source.html

11) The Telegraph and Argus, 18 augustus 2003, Jenny Loweth, ‘Car gang is jailed for 32 years’. http://www.thetelegraphandargus.co.uk/news/884960.Car_gang_is_jailed_for_32_years9)

12) The Sun, 11 mei 2014, Michael Hamilton en Tom Worden, ‘7/7 bomber’s brother in cop charity probe’. https://www.thesun.co.uk/archives/news/808035/77-bombers-brother-in-cop-charity-probe/

13) Twitter Jo Cox, 31 oktober 2015, ‘ Good luck to Arshad Patel & Maqsood Motala from One Nation.’ https://twitter.com/jo_cox1/status/660368342444851200.

De steun van Arshad Patel voor de zelfmoordaanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005 was toen al zeer goed gekend. Zie punt 12. De tweet betrof steun voor een reis van One Nation naar Griekenland om er zogenaamd Syrische vluchtelingen te helpen.

Jo Cox werkte eerst als politiek adviseur voor Sarah Brown, echtgenote van de vroegere premier Gordon Brown (Labour) en nadien bij Oxfam UK. In 2015 werd ze als parlementslid voor Labour verkozen voor het district Beatley and Penn, de regio waar de hoofdzetel van One Nation gevestigd is. Ze werd op 16 juni 2016 vermoord door de racist Thomas Maire. Haar steun voor het salafisme staat echter vast.

14) Charity Commission, 23 december 2016, ‘New charity investigation: One Nation ‘. https://www.gov.uk/government/news/new-charity-investigation-one-nation

15) European Council on Foreign Relations, November 2013, Fatima Ayub, ‘The Gulf and sectarianism;’ http://www.ecfr.eu/page/-/ECFR91_GULF_ANALYSIS_AW.pdf.

Qaradawi is een sluwe vos en naar gelang de periode wijzigde hij wel eens 180° van positie. Zijn functie als hoofdtheoloog binnen de Moslimbroeders en zijn televisietoespraken via al Jazeera Arabic tonen echter diens ware gezicht. Hij moet uiteraard bij zijn toespraken ook rekening houden met zijn gastland Qatar.

16) Le Nouvel Observateur, 15/21 januari 1999, Vincent Jouvert, ‘Oui, la CIA est entrée en Afghanistan avant les Russes.’

Interview met de intussen overleden Zbigniev Brzezinski. Het was dus de zich tegenwoordig voor gutmensch uitgevende ex-president Jimmy Carter (Democraat) die verantwoordelijk is voor het ontstaan van die almaar groeiende golf van salafistische terreur.

17) Voor een beter licht op de werking van de CIA en haar relatie tot de drugshandel en productie is de volgende lectuur aan te bevelen:

– Dark alliance, Gary Webb, Seven Stories Press, 1998. Over het ontstaan van crackcocaïne, de Nicaraguaanse Contra’s en de CIA.

– The politics of Heroine, CIA complicity in the global drug trade, Alfred W. McCoy, Lawrence Hill Books, revised edition, 2003. Over de CIA in vooral Laos en Afghanistan.

– Whiteout, The CIA, drugs and the press, Alexander Cockburn en Jeffrey St. Clair, Verso, 1998. Over hoe de CIA via de media klokkenluiders genadeloos aanpakt.

– Kill the messenger, Nick Schou, Nation Books, 2006. Over de wijze waarom men journalist Gary Webb tot zelfmoord duwde.

18) Sudinfo, 28 maart 2018, ‘Cheikh Bassam Ayachi, le plus vieux djihadiste de Belgique (71 ans), est toujours en vie et il a fui la Syrie!’ http://www.sudinfo.be/id46174/article/2018-03-28/cheikh-bassam-ayachi-le-plus-vieux-djihadiste-de-belgique-71-ans-est-toujours-en

19) Le Monde, 4 april 2018, Soren Seelow, ‘Un vétéran du djihad de 71 ans arrêté en France.’
http://www.lemonde.fr/international/article/2018/04/04/un-veteran-du-djihad-de-71-ans-arrete-en-france’

20) Moustique, 4 april 2018, Gauthier De Bock, La dernière interview du “plus vieux djihadiste de Belgique.‘ https://www.moustique.be/20685/la-derniere-interview-du-plus-vieux-djihadiste-de-belgique

21) Bellingcat, 9 april 2018, Pieter Van Ostaeyen & Guy Van Vlierden, ‘Separating Facts from Fiction about Belgium’s Oldest Foreign Fighter, Bassam Ayachi.’ https://www.bellingcat.com/news/uk-and-europe/2018/04/09/separating-facts-fiction-belgiums-oldest-foreign-fighter-bassam-ayachi/

22) Het soefisme is een stroming binnen de islam die te vuur en te zwaard wordt bestreden door salafisten. Veel soefisten lieten al het leven bij aanslagen door al Qaida & Co in zowat alle landen waar moslims in de meerderheid zijn zoals Pakistan, Irak, Egypte, Afghanistan en Irak.

23) L’ Express, 14 november 1996, Chabrun Laurent en Dupuis Jérôme, ‘Roubaix: la filière bosniaque’. https://www.lexpress.fr/informations/roubaix-la-filiere-bosniaque_619395.html.

24) Claude Moniquet, Néo-djihadistes : ils sont parmi nous. Qui sont-ils ? Comment les combattre ?, Broché, 2013

25) Paris Match, 5 februari 2016, Alfred de Montesquiou, ‘Un clan au cœur du djihad.’ http://www.parismatch.com/Actu/International/Un-clan-au-coeur-du-djihad-908515#

26) De Standaard, 1 december 2017, Mark Eeckhaut, ‘Zwarte weduwe van de jihad’ geen Belgische meer.’ http://www.standaard.be/cnt/dmf20171130_03217170. Ze had daarnaast nog de Marokkaanse nationaliteit.

27) 7 sur 7, 16 april 2012, Maxime de Valensart, ‘Procès terrorisme: Ali Tabich conteste s’être rendu en Irak.’ www.7sur7.be/7s7/fr/1502/Belgique/article/detail/1424126/2012/04/16/Proces-terrorisme-Ali-Tabich-conteste-s-etre-rendu-en-Irak.dhtml

28) De Standaard, 11 november 2017, Mark Eeckhaut, ‘Ibrahim El Bakraoui kocht zwavelzuur aan Zuidstation.’ http://www.standaard.be/cnt/dmf20171011_03125662

29) Unia, 23 januari 2009, ‘Belangrijke veroordeling in de strijd tegen cyberhate.’ https://www.unia.be/nl/artikels/belangrijke-veroordeling-in-de-strijd-tegen-cyberhate

30) Agoravox, 6 april 2013, Morice, La mort d’un pied nickelé.’ https://www.agoravox.fr/tribune-libre/article/la-mort-d-un-pied-nickele-134311

31) Vers l’ Avenir, 14 december 2016, Jean-Pierre De Staercke, ‘Prescription pour l’ex-patron du centre islamique belge.’  www.lavenir.net/cnt/dmf20161213_00930372/prescription-pour-l-ex-patron-du-centre-islamique-belge

32) Over de groep Valken van de Levant (Suqur al Sham) bestaan enkele portretten van Amerikaanse instellingen. Die portretten zijn veelal onbetrouwbaar. Logisch want deze groep kreeg geld en wapens van de VS. De teksten zijn ook steevast verouderd en dus niet aangepast en verder alleen gebaseerd op Angelsaksische bronnen of mensen als Hassan Hassan die deze jihadisten steunen.

– Mapping Militant Organizations, Stanford University, 5 augustus 2016. http://web.stanford.edu/group/mappingmilitants/cgi-bin/groups/view/525

– Terrorist Research and Analysis Consortium (TRAC), Suqour al Sham, ht3ps://www.trackingterrorism.org/group/suqour-al-sham-brigade

33) Levant Report, 19 mei 2015, Brad Hoff, ‘Defense Intelligence Agency document: West will facilitate rise of Islamic State “in order to isolate the Syrian regime.’ https://levantreport.com/2015/05/19/2012-defense-intelligence-agency-document-west-will-facilitate-rise-of-islamic-state-in-order-to-isolate-the-syrian-regime/

Studie van augustus 2012 van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA over hoe men het toen nog onbekende ISIS moest gebruiken in de oorlog tegen Syrië en ook Irak. Vermoedelijk werkte ook Aboe Bakr al Baghdadi, baas van ISIS, dus voor een westerse veiligheidsdienst.

Zowel de toenmalige directeur als de woordvoerder van de DIA bevestigden nadien de echtheid van het document. Het raakte openbaar als een gevolg van de hetze vanuit de Republikeinse partij tegen de presidentskandidate Hillary Clinton. Delen van het document zijn om veiligheidsreden wel onleesbaar gemaakt.

34) Bellingcat, 16 november 2016, Eric Woods, ‘Lost boys, Child combatants of he Syrian civil war.’ https://www.bellingcat.com/news/mena/2016/11/16/lost-boys-child-combatants-syrian-civil-war/

35) FDD’s Long War Journal, 26 mei 2014, Bill Roggio, ‘Al Nusra Front, Suqour al Sham launch joint suicide assault in Syria.’  https://www.longwarjournal.org/archives/2014/05/american_reportedly.php

36) International Middle East Media Center, 22 juli 2016, ‘Syria: PLO Statement on Beheading of Palestinian Boy in Aleppo.’ http://imemc.org/article/syria-plo-statement-on-beheading-of-palestinian-boy-in-aleppo-video/

Het kind had Thalassemie, een erfelijke aandoening van het bloed. Hoe beide heren een groep gematigd kan noemen die samenwerkt met monsters als die van Nour Din al Zinki grenst aan het ongelooflijke en is alleen als walgelijk te omschrijven. Het toont het totaal gebrek aan moraliteit.

37) Washington Post, 14 april 2013, Liz Sly, ‘U.S. feeds Syrians, but secretly’, https://www.washingtonpost.com/world/middle_east/us-feeds-syrians-but-secretly/2013/04/14/bfbc0ba6-a3b3-11e2-bd52-614156372695_story.html?utm_term=.0281322e9f21.

Het artikel is een prachtig voorbeeld die de symbiose toont tussen de Amerikaanse overheid, de CIA, de Amerikaanse media en al Qaeda. In de VS stelt de ‘overheid’ dat er een probleem in Syrië is want men wil in de buitenwereld hierover een beter profiel krijgen.

En daarom stuurt men dan maar Liz Sly van de Washington Post, de journaliste die voor de krant de oorlog vanuit Beiroet al jaren volgt, naar het door al Qaida & Co bezette Aleppo. Waartoe trouwens toen ook nog ISIS zat.

Althans zo beschrijft Liz Sly in het artikel haar opdracht die ze krijgt. Ze stelt ook dat ze veel namen moest weglaten. Verder toont ze hoe de CIA en USAID, de officiële ontwikkelingsorganisatie van de VS, op grote schaal met vrachtwagens vanuit Turkije in Aleppo bloem en andere benodigdheden leveren aan de door die jihadisten gestolen bakkerijen. Wat al Qaida een enorme machtspositie tegenover die bevolking geeft. Niet luisteren is geen eten! Deze mensen daar waren zo dan ook hun gevangene. Dankzij de VS.

Posted on

Joelen en klappen voor Angela Davis

“Tweeduizend jongeren joelen en klappen als Angela Davis opkomt”, schreef dagblad Trouw over het bezoek van Davis aan de Sorbonne in Parijs, op 3 mei jl. Het was die dag exact 50 jaar geleden dat de studentenopstand in Parijs begon. Met de actievoerende jongeren anno 2018 joelde de Trouw-verslaggeefster mee. Het portret dat de krant op 8 mei publiceerde is een hagiografie van een zwarte activiste die ooit – en waarschijnlijk nog steeds – de Verenigde Staten graag als ‘Amerikkka’ typeerde (de kkk behoeft hier verder geen uitleg).

Trouw omschrijft de Black Panther-beweging als “een organisatie die streed voor de rechten van zwarte mensen”. Dat lijkt een club met een nobel doel, zoiets als Martin Luther King Jr., maar niets is minder waar. De Black Panther Party was een terroristische organisatie die er niet voor terugschrok politieagenten neer te schieten, maar ook, naar goed radicaal links gebruik, mensen uit de eigen beweging die men ‘verdacht’ vond. Laat Angela Davis nu begin jaren zeventig nauw betrokken zijn geweest bij de Black Panthers. Voor schrijver David Horowitz, ooit een links icoon en medestrijder van Angela Davis en de Black Panthers, was de moord op een vriendin van hem door Panther-activisten het begin van zijn werdegang. Hij bekeerde zich van het marxisme – en alle bevrijdingstheorieën die daarmee verwant zijn – stemde in 1984 op Reagan en verkeert nu in neoconservatieve kringen.

Davis ging onverschrokken voort in de marxistisch geïnspireerde zwarte beweging. Terwijl de meeste communistische sympathisanten na de inval van het Sovjetleger in Praag in 1968 twijfels kregen over het ‘reëel bestaande socialisme’, sloot Davis zich in dat jaar juist aan bij de Communistische Partij van de Verenigde Staten. Geen onverwachte keuze, want van jongs af aan verkeerde zij al tussen een aantal bekende communisten, zoals Herbert Aptheker (de partij-ideoloog) en Herbert Marcuse. In 1970 kwam ze op de opsporingslijst van de FBI nadat ze betrokken was bij de gijzeling in een rechtbank. Doel van de gijzeling was de vrijlating van Black Panther George Jackson, die gevangen zat in de Soledad-gevangenis. Zijn boek over zijn gevangenistijd, Soledad Brother, werd een internationale bestseller. De Nederlandse vertaling (1971) in de ‘Kritiese Bibliotheek’ van uitgevers De Bezige Bij en Van Gennep stond op vele boekenplankjes in studentenkamers. Tijdens de gijzeling werd rechter Harold Haley door zijn hoofd geschoten met een geweer dat op naam stond van Angela Davis. Het activistische verhaal – dat ook terug te vinden is op Wikipedia en bijvoorbeeld in het Historisch Nieuwsblad – pleit Davis vrij van de moord. Maar tijdens het proces in 1972 waarin ze terecht stond, trad Davis op als haar eigen advocaat. Dit betekende dat ze niet aan een kruisverhoor onderworpen kon worden en zelf een aantal getuigen kon oproepen die haar alibi – een partijtje Scrabble op kilometers afstand van de gijzeling – bevestigden. Al die getuigen waren trouwe communisten. Getuigen a charge werden door Davis en haar medestanders weggehoond: ze waren blank, dus konden geen betrouwbaar getuigenis geven. Davis werd vrijgesproken, waarna ze de lieveling van radicaal links wereldwijd werd. Overal werd ze als een ‘martelaar voor de goede zaak’ onthaald. Tegenwoordig is ze overigens actief in de beweging ‘The Prison-Industrial Complex’, die alle gevangenen met een minderheidsachtergrond wil vrijlaten, omdat “ze politieke gevangenen zijn van de racistische Verenigde Staten”.

In 1979 ontving ze in de DDR de ‘Internationale Lenin Prijs voor de Vrede’ (voorheen de Stalin Prijs voor de Vrede). Ze was kandidaat vice-president voor de Communistische Partij tijdens de verkiezingen in 1980 en 1984. Ze steunde de inval in Tsjechoslowakije in 1968 en in Afghanistan in 1979. Pas in 1991 werd ze uit de partij gezet nadat ze afstand had genomen van de coup tegen Gorbatsjov.

Niet dat ze haar marxistische idealen aan de wilgen heeft gehangen. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1992 vormde Davis met communistische medestanders de ‘Committees of Correspondence’. Typerende naam voor een klassieke communistische mantelorganisatie, want de comités hebben als doel “het bevorderen van democratie en socialisme” oor middel van acties, seminars op universiteiten, stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheid, etc. In 2008 steunde het comité de campagne van Barack Obama.

Davis is hoogleraar ‘History of Consiousness’ aan de Universiteit van Californië. De naam geeft treffend het cultureel marxistisch curriculum aan dat de studenten kunnen volgen. Een greep: African and African American Studies, ethnic studies, queer theory, feminism, disability studies, histories and theories of race and racialization, animality studies, post-colonial studies, Marxism, psychoanalysis, globalization, history of movements of the left and right, environmentalism, popular culture, cultural studies. Davis’ coming-out als lesbiënne past in dit cultureel marxistische gedachtengoed. Voor haar was het “een politiek statement”, zei ze zelf. Wel gemakkelijk gezegd voor iemand die zich uitspreekt voor een “radicale omverwerping van de kapitalistische klasse”, met een salaris van zes cijfers en een honorarium voor spreekbeurten dat ligt tussen de tien en twintigduizend dollar.

Van 12 tot en met 17 mei is Angela Davis in Nederland voor een aantal spreekbeurten. Ze is een week lang te gast in het programma ‘Moving Together: Activism, Art, and Education – A Week with Angela Davis’, waarin “het werk van Angela Davis centraal staat en dat een divers programma voor een breed publiek biedt”, aldus de organisatoren (waarin bekende namen als Amal Alhaag, Quinsy Gario, en Bojana Mladenović). Davis neemt deel aan het programma-onderdeel ‘Public Dialogue: Radical Solidarity and Intergenerational Coalitions’, en verzorgt de belangrijkste speech, waarin ze ongetwijfeld zal ingaan op identiteitspolitiek, feminisme, intersectionaliteit en andere postmoderne en verhuld marxistische nachtmerries.

Opmerkelijk is dat de week vol politiek activisme een initiatief is van SNDO, School voor Nieuwe Dansontwikkeling. Waarschijnlijk gaan de deelnemers veel joelen en klappen.

Posted on

Veel Franse gevangenissen geterroriseerd door islamistische bendeleiders

Een staking van gevangenisbewakers heeft onhoudbare toestanden in de Franse gevangenissen blootgelegd. Vooral radicale moslims die bewakers en medegevangenen bedreigen en aanvallen zorgen voor een onveilige situatie.

De Franse regering is er nog eenmaal zonder kleerscheuren vanaf gekomen: De illegale staking van gevangenisbewakers is na meer dan twee weken beëindigd. Na dreiging met disciplinaire maatregelen, enkele ontslagen en het inhouden van loon door de gevangenisdirectie en het ministerie van Justitie accepteerde ruim een week geleden de grootste vakbond UFAP-UNSA, die circa 40 procent van de bewakers vertegenwoordigt, het aanbod van minister van Justitie Nicole Belloubet voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

De beide andere vakbonden, FO en CGT weigeren weliswaar nog het akkoord te ondertekenen, maar voorlopig is de stakingsdynamiek gebroken. Aanleiding voor de opstand van het gevangenispersoneel was een actie van Christian Ganczarski, een Duitse staatsburger van Poolse afkomst, die betrokken zou zijn bij Al Qaida en veroordeeld is voor het plegen van een aanslag bij een synagoge in Tunesië, waarbij onder andere Duitse en Franse toeristen om het leven kwamen.

Op 11 januari viel Ganczarski in de zwaar beveiligde gevangenis van Vendin-le-Vieil drie bewakers met een mes en een schaar aan. Daarop staakten de gevangenisbewakers landelijk en blokkeerden veel gevangenissen. Met meer dan 4.000 aanvallen op bewakers alleen in het afgelopen jaar is de situatie in de Franse gevangenissen namelijk toch al zeer gespannen. In sommige gevangenissen, zoals die van Moulins Yzeure moesten bewakers door een mobiele eenheid van de politie ontzet worden. In Fresnes dreven politie en militairen de gevangenen met traangas terug in hun cellen om een muiterij in de kiem te smoren.

Justitie vreesde intussen dat het misdadigers die zich in voorlopige hechtenis bevonden door de blokkades niet meer op tijd zou kunnen voorgeleiden en ze daarom op formele gronden zou moeten laten gaan. Door het einde van de staking is het acute gevaar weliswaar geweken. Maar het is nog de vraag of de beloften van minister van Justitie Belloubet, om 1500 bijzonder beveiligde cellen voor radicale moslims te creëren, het bewakingspersoneel beter uit te rusten, tot 2021 1100 extra arbeidsplaatsen voor gevangenisbewakers te scheppen en de beloning te verbeteren, genoeg zullen zijn om de situatie in de Franse gevangenissen op te lossen.

Al jaren is er een tekort er ten minste 40.000 cellen in het land. Op 100 cellen zitten vandaag de dag gemiddeld 118 gevangenen. Mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa manen Frankrijk al jaren vanwege de slechte uitrusting en de precaire hygiënevoorwaarden in de gevangenissen. In 2016 kregen twee gevangenen leptospirose door de aanwezigheid van ratten.

Maar zelfs een voormalige jihadist, die na acht jaar in Marokkaanse gevangenissen ruim zes jaar geleden naar Frankrijk teruggekeerd is en aanvankelijk in de gevangenis van Fleury-Mérongis en nu in de gevangenis van Moulins-Yzeure zijn straf uitzit, verdedigt de Franse staat. “Het zijn de gevangenen die alles vernielen. Er is bijvoorbeeld nauwelijks een nieuwe softdrink-automaat of ze schoppen er al tegenaan en maken hem kapot, om vervolgens te klagen over de zware omstandigheden. Met de douches is het net zo. Met alles. Ze slaan alles aan stukken”, aldus de gevangene ‘Richard’ tegenover Franse media.

Dit alomtegenwoordige geweld is het grootste probleem in de penitentiaire inrichtingen. De radicaal-islamitische achtergrond van een aanzienlijk deel van de gevangenen versterkt dit. Richard gaat bijna alleen ’s morgens vroeg uit zijn cel, als de meeste andere gevangenen nog slapen. Omdat hij de islam heeft afgezworen en zich tot het christendom heeft bekeerd, wordt hij door moslims in de gevangenis bedreigd – soms zo hevig, dat hij zelf om een isolatiecel vraagt. “Toen ik naar Frankrijk terugkwam, had ik gehoopt bevrijd te zijn van de druk van de islamisten. Maar de situatie in de gevangenis is in Frankrijk nauwelijks anders dan in Marokko.”

Bewaker ‘Bernard’ stelt in het tijdschrift Paris Match: “Vroeger was ik ’s morgens altijd bang een gevangene die zichzelf verhangen had in de cel aan te treffen. Tegenwoordig ben ik bang dat iemand me de keel doorsnijdt, me onthoofdt, een mes in de rug steekt – uit naam van IS. Iedere dag heb ik die angst bij m’n werk.” Met de verwachte terugkeer van door de strijd geharde jihadisten uit Syrië, laat het zich aannemen dat de situatie in de gevangenissen er niet beter op zal worden.

In de gevangenissen zelf worden de veiligheidsvoorschriften niet consequent opgevolgd. Zo zijn bijvoorbeeld tegen de regels in in veel gevangenissen de deuren niet permanent vergrendeld. Deze nalatigheden bij het doorvoeren van de discipline door het bewakingspersoneel zelf versterken de algemene onveiligheid binnen de gevangenissen. In veel gevangenissen hebben de caïds, de islamitische bendeleiders, het in hoge mate voor het zeggen. Zij kunnen relatief ongestoord hun handeltjes drijven en medegevangenen terroriseren.

Posted on 1 Comment

Persvrijheid in Rusland – Vermoordt Poetin journalisten?

In het Westen wordt algemeen aangenomen dat de Russische pers ‘niet vrij’ is. Klopt dat beeld? Vermoordt het Kremlin journalisten? Staatsuniversiteit Moskou: “Buitenlandpolitiek Westen bepaalt visie op onze media.”

The World Press Freedom Index. Jaarlijks worden leden van de pers overal ter wereld getrakteerd op een rangschikking van landen naar de mate van persvrijheid. Villamedia, het huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), deelde begin dit jaar een poster uit van de index aan haar abonnees. Op de poster een afbeelding van de wereldkaart, met elk land aangegeven in een aparte kleur. In het oog springt vooral Rusland, dat gemarkeerd staat in alarmerend rood, en dat vanwege zijn enorme landmassa, ook meteen het meeste rood op de poster in beslag neemt.
‘Rood’ betekent ‘slecht’, zo leert de begeleidende legenda. Er is slechts een handjevol landen waar het nog slechter is gesteld met de vrijheid van de pers, waaronder China, Saoedi-Arabië en Libië. Deze landen staan in het zwart aangegeven.
Ieder jaar publiceert het in Parijs gevestigde Reporters Sans Frontières haar World Press Freedom Index, die de mate van persvrijheid aangeeft per land in het daaraan voorafgaande jaar. In de laatste editie staat Rusland op de 148ste plaats, ver beneden andere westerse landen, en zelfs nog onder Arabische Golfstaten als Koeweit (104), de Verenigde Arabische Emiraten (119) en Qatar (123).

Is het werkelijk zo slecht gesteld met de Russische media? Ondanks alle gruwelverhalen over arrestaties, censuur, propaganda en moorden lijkt het toch nog niet geheel gedaan met de persvrijheid. Kennelijk is het mogelijk voor kranten de president af te beelden als hond; het Russische leger ervan te beschuldigen MH17 neer te hebben gehaald; de president in verband te brengen met witwaspraktijken; Russen uit te maken voor ‘rode fascist’; de Russische minderheid in Oost-Oekraïne uit te maken voor ‘genetisch afval’; zich hardop te verkneukelen over gesneuvelde Russische soldaten in Syrië – en het geweld van het Oekraïense leger in Donbass te rechtvaardigen. Zonder nadelige consequenties. De betrokken journalisten en opinieleiders maken het goed. Ze zijn niet vermoord of gearresteerd. Ze worden niet geweerd van televisie – en de media waar ze hun uitingen deden, hebben geen verschijningsverbod opgelegd gekregen.

De lage positie van Rusland in de World Press Freedom Index van Reporters Sans Frontières staat echter niet op zichzelf. Het land staat ook zeer laag genoteerd in het jaarlijkse Freedom In The World Report van de ‘independent watchdog organization’ Freedom House. Die laatste organisatie houdt kantoor in New York en Washington, en werkt voor haar jaarlijkse persvrijheidsrapport nauw samen met de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited.
Volgens Freedom House is de pers in Rusland ‘niet vrij’. Op een schaal van 0 (minst vrij) tot 100 (meest vrij) scoort Rusland niet meer dan 20; dus ver beneden andere westerse landen, op hetzelfde niveau als de Verenigde Arabische Emiraten, Vietnam en Gambia en zelfs slechter dan Turkije waar in 2016 81 journalisten achter slot en grendel zaten.

De doornsee krantenlezer of tv-kijker zal onmiddellijk aannemen dat het met Rusland werkelijk zo slecht gesteld is als de twee persvrijheidsindexen aangeven. Immers: berichten in de Westerse pers over de benarde positie van journalisten elders in de wereld gaan in pakweg 9 op de 10 gevallen over Rusland. Tel daarbij op het, ook in Nederland, wijdverbreide geloof dat Vladimir Poetin journalisten vermoordt.

Klopt dit beeld over de Russische pers? Ruimt Poetin kritische journalisten uit de weg? Zijn de media ‘niet vrij’, zoals Freedom House beweert?

Vermoorde journalisten

Zelfs Ruslands meest uitgesproken oppositiekrant Novaya Gazeta*, waarvan zes reporters zijn vermoord, denkt niet dat Poetin of het Kremlin iets te maken heeft met moorden op journalisten. Het enige waar zij hun overheid van beschuldigen is dat deze onvoldoende maatregelen treft ter bescherming van hun veiligheid.

In elk geval klopt er niets van de bewering dat Poetins greep naar de macht in 1999 het begin inluidde van een golf aanslagen op journalisten. Het omgekeerde is waar; het aantal moorden op journalisten is sindsdien scherp gedaald. De cijfers van het in New York gevestigde Committee To Protect Journalists geven duidelijk aan dat onder Poetins voorganger, Boris Jeltsin, de zaken er veel slechter voor stonden. In Ruslands roerige jaren negentig werden er ruim twee keer meer journalisten vermoord dan in de jaren dat Poetin het land regeerde als premier en president.
Vreemd genoeg werd er tijdens Jeltsins presidentschap weinig ophef gemaakt over de vele dodelijke aanslagen op het perskorps. Niemand die toen beweerde dat Jeltsin journalisten vermoordde.

Het afgelopen jaar (2016) zijn er geen Russische journalisten geliquideerd. Hoewel niet gerapporteerd door Committee To Protect Journalists ** werden er in 2016 wel twee Nederlandse journalisten vermoord: Jeroen Oerlemans in Libië en Martin Kok in eigen land. Niettemin eindigde Nederland op de 2e en 5e plaats van de ranglijsten.

Dus, als het aantal vermoorde journalisten niet heel erg bepalend is voor de weging van persvrijheid in een land, waarom staat Rusland dan zo laag?

Zwarte doos

Beide ranking-organisaties, Reporters Sans Frontières en Freedom House, stellen hun ranglijsten samen aan de hand van enquêtes (hier en hier). Deze worden ingevuld door ‘media experts, advocaten en sociologen’ (Reporters Sans Frontières) of ‘analisten, vooral externe adviseurs’ (Freedom House).
De vragen in de enquêtes gaan over factoren die bepalend zijn voor de vrijheid van journalisten, zoals (zelf-)censuur, concentratie van eigendom van mediabedrijven, pluriformiteit, redactionele onafhankelijkheid en het gemak waarmee straffen worden opgelegd vanwege smaad en laster. Hoewel de ranking-organisaties dus enige transparantie bieden over hun methodiek, doemt toch vooral het beeld op van een zwarte doos, waarin ruwe data onttrokken worden aan het oog van buitenstaanders. Zo verstrekken beide organisaties geen informatie over hoe de respondenten hebben geantwoord op de vragen. Aan het verzoek van de auteur van dit artikel de antwoorden geanonimiseerd vrij te geven (de gemiddelde score op elke vraag) werd geen gehoor gegeven.
Op verzoek was Reporters Sans Frontières nog wel bereid enige data te delen uit hun ‘kwantitatieve analyse’. Zo telde de organisatie vorig jaar 65 gevallen van agressie tegen journalisten, 67 arrestaties en vier journalisten die gevangen zaten. Freedom House meldt in haar rapport alleen het aantal ‘aanvallen op journalisten en bloggers’: 54. Dit cijfer baseert Freedom House op een telling van The Glasnost Defense Foundation.

Geweld, arrestaties en gevangenschap

Volgens Freedom House is geweld tegen journalisten in Rusland ‘heel gewoon’. En op het eerste gezicht, kijkend naar bovengenoemde cijfers (54 ‘aanvallen’ of 65 ‘gevallen van agressie’) lijkt daar weinig tegenin te brengen. Zeker in vergelijking met kampioen persvrijheid Nederland. In ons land telde Reporters Sans Frontières in 2016 slechts 5 gevallen waarbij geweld gebruikt was tegen journalisten. Nu is het echter wel zo dat er in Rusland dertien keer meer journalisten werkzaam zijn dan in Nederland. In Rusland: (200.000). In Nederland: (15.000). Het ligt dus in de lijn der verwachting dat Rusland te kampen heeft met meer geweld dan een klein land als Nederland.
Dit weerlegt nog niet de stelling van Freedom House dat geweld tegen journalisten ‘heel gewoon’ is in Rusland. Maar daar staat tegenover dat zij in hun rapport geen enkele moeite doen hun claim te onderbouwen. Cijfers opvoeren is één ding; daar conclusies aan verbinden is iets anders. ***
Het aantal arrestaties van journalisten in Rusland (67) lijkt echter wel aan de hoge kant. In Nederland zijn in 2016 slechts twee journalisten gearresteerd, de ene een Française, de andere een Nederlandse Turk.

De Française, Florence Hartmann, is vier dagen vastgehouden. Reporters Sans Frontières telde in hetzelfde jaar vier journalisten die in Rusland achter de tralies zaten: RBC-journalist Alexander Sokolov, vanwege de organisatie van een terroristische groep; de Tsjetsjeense journalist Zhalaudi Geriyev vanwege drugsbezit; de Oekraïense journalist Roman Sushchenko vanwege spionage; voormalig hoofdredacteur Aleksandr Tolmachev van Pro Rosto vanwege afpersing.

Censuur, restricties en propaganda

Afgaand op de ‘juryrapporten’ van Freedom House en Reporters Sans Frontières moet het wel heel ernstig gesteld zijn met de staat van de Russische journalistiek. Alsof het al niet erg genoeg is dat er zoveel journalisten geteisterd worden door geweld, arrestaties en celstraffen, ‘impregneert’ de Russische staat haar burgers ook nog eens met “propaganda via de door haar gecontroleerde tv-stations (…) Toonaangevende, onafhankelijke nieuwsorganisaties zijn onder controle gebracht of de nek omgedraaid (…) Websites zijn op zwart gezet en meer en meer bloggers krijgen gevangenisstraffen opgelegd (…) Toonaangevende mensenrechtenorganisaties hebben het stempel van ‘buitenlandse agent’ gekregen (…) De wetgeving biedt de overheid brede bevoegdheid de media op inhoud te sturen.” Enzovoort, enzovoort.

Maar evengoed opnieuw de vraag: Is het werkelijk zo belabberd gesteld met de staat van de Russische journalistiek?

One size fits all?

“Ik heb de indruk dat de situatie veel beter is dan zoals gepresenteerd in de indexen”, zegt professor Andrei Vyrkovsky van de Lomonosov Moscow State University. “De overgrote meerderheid van de Russen heeft door de relatief hoge internetpenetratie vrij toegang tot nieuws en andere informatie uit alle mogelijke bronnen. Verschillende standpunten worden besproken op diverse openbare online platforms. Rusland is in dat opzicht geheel anders dan bijvoorbeeld China, ondanks de wetten en wetten die recentelijk zijn aangenomen om sommige online activiteiten te beperken.”
Vyrkovsky onthoudt zich van commentaar op de methodologie van de ranking-organisaties “omdat dat een grondige analyse vereist”. Toch zou hij niet verbaasd zijn als de hele opzet ervan steevast uitpakt in het voordeel van westerse landen.
Vyrkovsky benadrukt dat persvrijheid niet overgewaardeerd moet worden. Het is belangrijk, maar niet belangrijker dan “het vermogen van lobbygroepen om de media naar hun hand te zetten en zo het publiek te bespelen.” De grip van lobbygroepen op de media werd pijnlijk zichtbaar tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. “In de democratische campagne tegen Trump werden soms alle journalistieke principes aan de kant gezet”, zegt Vyrkovsky. “Vanwege hun goede toegang tot de massamedia was het standpunt van de Democraten absoluut dominant in het publieke discours. Wil je dus de media in diverse landen met elkaar vergelijken dan zal je daarin ook moeten meenemen het gemak waarmee lobbygroepen de media naar hun hand zetten.”

Professor Elena Vartanova, decaan van de faculteit journalistiek van de Lomonosov Moscow State University, erkent dat de Russische media zo haar problemen kent, zoals “de verschillende manieren waarop informele druk wordt uitgeoefend op de journalistiek en het geweld dat soms zelfs wordt gebruikt.” Maar deze problemen moet wel in de juiste context worden geplaatst. “Rusland is een multiculturele en multi-etnische samenleving”, legt ze uit. “Dit vereist enige regulering van de media.”

“Rusland is erg jong als een democratie”, voegt Vartanova toe. “In 1991 zijn we begonnen met een ‘zero media policy’. Rusland had zo’n beetje de vrijste pers ter wereld. Dit leidde tot allerlei problemen. We leerden al snel dat er beperkingen nodig zijn. Die zijn er overal. In sommige landen hebben journalisten zichzelf regels opgelegd, soms in samenwerking met het publiek en de nieuwsindustrie. In Rusland zijn we nooit zover gekomen. We zijn er nog niet klaar voor. Het maatschappelijk middenveld staat bij ons nog in de kinderschoenen. We zijn op dit unieke moment in de geschiedenis waar wetgevers het werk doen dat gedaan had moeten worden door de samenleving als geheel. Velen in Rusland  houden vast aan de filosofie van de Sovjettijd: ‘Wij nemen geen verantwoordelijkheid, we tonen geen inzet, maar we willen graag iets als Europa hebben, dus laat de staat dat maar even voor ons regelen’.
Er is dus niet alleen onderdrukking van de staat; er is ook de afwezigheid van initiatieven vanuit de beroepsgroep, de media-industrie en het publiek.”

Niettemin denkt Vartanova dat in Rusland de media er meer op vooruit zijn gegaan dan achteruit. “Het zou oneerlijk zijn te ontkennen dat er de afgelopen decennia zoveel ten goede is veranderd. Zeker in vergelijking met de Sovjetperiode, toen er helemaal geen vrijheid van pers was.”

Er bestaat sowieso niet zoiets als een ‘one size fits all’ media systeem, aldus Vartanova. In tegenstelling tot het Westen dat de media wereldwijd naar zijn evenbeeld lijkt te willen herscheppen. “Westerse, Angelsaksische indicatoren worden gebruikt om de Russische media te evalueren.”

Sturing van de publieke opinie

Vartanova vindt dat je geen enkele ranking bij voorbaat kunt vertrouwen. Er kan een verborgen agenda achter schuilgaan. “Sprekend vanuit mijn ervaringen in de wereld van universiteiten en wetenschap stel ik vast dat grote universiteiten rankings inzetten als marketinginstrument om geld uit het buitenland aan te trekken. Hoe hoger je op de ranglijst komt, des te meer studenten zich aanmelden.”
Wat zou de verborgen agenda kunnen zijn achter de persvrijheids-ranglijsten?
Vartanova: “Je zou die ranglijsten kunnen gebruiken als instrument om de publieke opinie te sturen. Ik heb de indruk dat de manier waarop het Westen onze media beoordeelt sterk meebeweegt met veranderingen in het buitenlandbeleid van westerse landen. In de Sovjet-tijd werden we gezien als de vijand, en het Westen bekritiseerde ons mediasysteem. In de jaren negentig werden we dikke vrienden en werd onze ‘zero media policy’ toegejuicht. Sinds het Westen ons weer als de vijand ziet, zien we dit terug in de lage rangschikking.”

Het imago van de Russische media lijkt sterk beïnvloed te worden door verhalen in de westerse pers over de moorden op journalisten. Hoe ziet Vartanova dit?
“Veel van de journalisten die werden vermoord waren misdaadverslaggevers”, zegt ze. “Er is dus mogelijk een sterkere relatie tussen die moorden en de mate van criminaliteit in het land dan met het niveau van persvrijheid. Vooral in de jaren negentig leek dit het geval te zijn. In die tijd was de invloed van de staat veel zwakker.
Je zou de moorden ook juist kunnen zien als een bewijs dat Rusland een zekere mate van persvrijheid kent. De journalisten werden vermoord omdat ze iets hadden gepubliceerd wat iemand niet aanstond, en niet om dat te voorkomen. De moorden hebben journalisten er in elk geval niet van weerhouden explosief materiaal te publiceren.”

Hoe is het mogelijk dat, in weerwil van de feiten, er zo’n sterke overtuiging is dat de moord op journalisten een aanvang nam met het aantreden van Vladimir Poetin? Hij is zelfs beschuldigd van moorden gepleegd tijdens het presidentschap van Jeltsin.
Vartanova: “Het idee dat Poetin journalisten uit de weg ruimt nam een grote vlucht na de moord op Anna Politikovskaja in 2006. Het gebeurde op Poetins verjaardag. En dit was misschien geen toeval. Het werd tot een sinister verjaardagscadeau. Elk jaar als Poetin zijn verjaardag viert, wordt wereldwijd de moord herdacht op Politikovskaja.”


* Novaya Gazeta reageerde niet op interviewverzoeken. En het Nederlandse Free Press Unlimited, dat contact onderhoudt met reporter Pavel Kanygin Novaya Gazeta, was niet bereid de auteur van dit artikel in contact te brengen met hem. Free Press Unlimited wilde niet zeggen waarom.

** Committee To Protect Journalists was niet bereikbaar voor commentaar, en heeft tot op heden de door de auteur van dit artikel gemelde moorden niet in de cijfers over Nederland opgenomen.

*** Freedom House was desgevraagd niet bereid haar stelling te onderbouwen dat in Rusland geweld tegen jouralisten ‘heel gewoon’ is.

Verder lezen:

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks: