Posted on

De vuile oorlog tegen cruiseschepen

Cruiseschepen blinken niet uit in milieuvriendelijkheid, dat staat buiten kijf. Dat komt vooral door de gebruikte brandstof. Evenwel is een en ander beduidend minder schadelijk dan veel milieuorganisaties beweren.

Momenteel zijn er zo’n 400 cruiseschepen op de wereldzeeën onderweg. En in 2019 moeten er nog eens 21 bij komen. Het momenteel grootste is de Symphony of the Seas, met 2759 cabines voor bijna 7.000 passagiers. Cruisevaarten mogen zich in steeds grotere belangstelling verheugen. In 2018 staken zo’n 30 miljoen mensen met de pleziervaartuigen van wal. Er klinkt echter ook toenemend kritiek.

Vier cruiseschepen in de haven van Nassau, op de Bahama’s (foto: TampaAGS)

Milieuvervuiling

Enerzijds vanwege de massa’s toeristen die havensteden overspoelen bij het onderweg aan land gaan. Anderzijds vanwege de milieuvervuiling door de schepen. De vaartuigen beschikken in de meeste gevallen weliswaar over uitstekende zuiveringsinstallaties en produceren ook relatief weinig afval. Ze gebruiken echter bijna zonder uitzondering stookolie als brandstof. Dat is zware, zwavelhoudende olie, een restproduct bij de verwerking van aardolie.

De Symphony of the Seas, hier tijdens de bouw in Saint-Nazaire, is momenteel het grootste cruiseschip ter wereld (foto: Gponly).

De verbranding van deze zware olie produceert beduidend meer schadelijke stoffen dan benzine of diesel. De scheepsschoorstenen stoten onder andere fijnstof, roetdeeltjes en stikstofoxide en zwaveldioxide uit. De zware olie bevat immers drie procent zwavel, terwijl bijvoorbeeld diesel voor auto’s 0,001 procent zwavel bevat. Daaruit vloeien gezondheidsrisico’s voort, ook voor de passagiers die in de illusie verkeren “zuivere zeelucht” in te ademen.

Gezondheidsrisico’s

Maar niet alleen op het dek van de drijvende vakantieparadijzen loopt men gezondheidsrisico’s, ook op afstand aan land. Het Helmholz-Institut für Umweltmedizin in München rapporteerde in 2016 dat de scheepsuitstoot op de Noordzee als de wind uit de juiste richting stond tot in de hoofdstad van Beieren kwam. Professor James Corbett van de University of Delaware in de Verenigde Staten, een van de meest gerenommeerde experts op dit gebied, berekende het aantal voortijdige sterfgevallen door de emissie van schepen wereldwijd op 60.000.

Stemmingmakerij

De onbetwistbare schadelijkheid van het gebruik van zware olie in de scheepvaart gebruiken organisaties als de Naturschutzbund Deutschland (NABU) om op alarmistische wijze stemming te maken tegen de cruisevaartindustrie. Bijvoorbeeld met de bewering “een enkele oceaanreus stoot op een cruisevaart evenveel schadelijke stoffen uit als vijf miljoen auto’s”. Dat is natuurlijk appels en peren vergelijken. De doorsnee-auto is 20 à 30 minuten per dag onderweg, terwijl schepen op zee rond de klok varen en daarbij honderden kilometers afleggen. Daar komt bij dat ze duizenden mensen aan boord hebben, terwijl in auto’s meestal maar één of twee personen zitten.

Quantum of the Seas op de Elbe, Hamburg Altona

Fijnstofmetingen

Helge Grammerstorf, directeur van de Duitse tak van de Clia (Cruise Lines International Association) beklaagt dan ook volkomen terecht dat de vergelijkingen van de NABU zelfs voor een opstel van een student nog beneden peil zouden zijn.

Dat geldt ook voor de dilettantisch uitgevoerde fijnstofmetingen, volgens welke passagiers op het dek van een cruiseschip aan meer dan tien keer zo veel roetdeeltjes blootgesteld zouden worden als in de om zijn slechte lucht bekend staande Chinese hoofdstad Peking. Professor Holger Watter van de Hochschule Flensburg kwam bij zijn tegenberekening op heel andere waarden. Met alle factoren rekening houdend zou de emissie van schepen zelfs een zesde lager kunnen zijn dan die van auto’s.

Luchtvervuiling

Blijft staan dat de uitstoot van schepen onmiskenbaar voor luchtvervuiling zorgt. Zo is een grote havenstad als Hamburg meer dan een derde van de stikstofoxidebelasting van schepen afkomstig. Daar zijn echter bij lange na niet alleen cruiseschepen voor verantwoordelijk. Die maken immers minder dan één procent van de wereldwijde burgervloot uit. Tegenover de circa 400 luxe-liners staan circa 50.000 vrachtschepen, die dezelfde brandstof verstoken.

Nabehandeling

Daar komt bij dat de rederijen zich in toenemende mate inzetten om de emissie van hun cruiseschepen door systemen voor nabehandeling te reduceren. Daarmee willen ze zowel het comfort aan boord vergroten als hun imago verbeteren. Voor vrachtschepen is dit nauwelijks een thema. Veel West-Europese cruiseschepen beschikken reeds over stikstofoxidekatalysatoren en de nodige technische voorwaarden om stroom vanaf het land te gebruiken, zodat de generatoren aan boord in de havens uitgeschakeld kunnen worden.

Overstap naar LNG

Daarnaast wordt geprobeerd van zware olie af te stappen. Een belangrijke stap in deze richting ondernam het bedrijf AIDA Cruises met de ingebruikname van het schip AIDAnova in december 2018. Het op de Meyer-werf in Papenburg gebouwde schip is het eerste cruiseschip dat volledig op LNG (vloeibaar gemaakt aardgas) loopt. Mede daardoor stoot het schip praktisch geen fijnstof uit en is de uitstoot van stikstofoxiden zo’n 80 procent geringer.

De AIDAnova voor de 70 meter hoge hal van de Meyer-werf (foto: Dick Elbers)

AIDA Cruises wil tot 2023 nog twee van deze LNG-schepen in gebruik nemen. Andere bedrijven volgen, zo bestelde ook het Zwitserse MSC Cruises twee nieuwe schepen, die in 2022 en 2024 opgeleverd worden en eveneens op LNG varen.

Minder zwavel

Verder mag in de Noordzee en Oostzee inmiddels uitsluitend nog zware olie met een gereduceerd aandeel zwavel van 0,1 procent gebruikt worden. Vanaf 1 januari 2020 laat de International Maritime Organization bovendien wereldwijd alleen nog brandstoffen toe waarvan het zwavelgehalte bij hoogstens een zevende van de momenteel gebruikelijk waarde ligt. Tot slot zijn er reeds cruiseschepen die aanzienlijk afstanden elektrisch kunnen varen, zoals de MS Roald Amundsen van de Noorse rederij Hurtigruten, die in ecologisch gevoelige gebieden als de Noord- en Zuidpool ingezet wordt.

De MS Roald Amundsen, hier in de wateren rond Antarctica, kan lange afstanden elektrisch varen (foto: Hurtigruten).

Simplistische kritiek

Zonder de reële milieubelasting uit het oog te verliezen, mogen we dus vaststellen dat de simplistische kritiek van sommige milieuorganisaties op de cruisevaartindustrie voorbij gaat aan belangrijke technologische ontwikkelingen waardoor de branche de belasting verkleint. Het is goed om te bedenken dat op donaties aangewezen organisaties als de NABU belang hebben bij spectaculair slecht nieuws om zo de aandacht van het grote publiek op zich te vestigen.

Media

Iets dergelijks geldt overigens voor de media. Zo berichtte een Duitse tv-zender dat metingen uitgewezen zouden hebben dat de in de haven van Hamburg liggende AIDAperla daar enorm veel fijnstof zou produceren. In werkelijkheid liepen de stroomgeneratoren van het schip in aangemeerde toestand volledig op LNG, zodat er helemaal geen fijnstof ontstond. Men had alleen de algemene luchtvervuiling in de haven gemeten, die uit vele factoren resulteerde, maar uitsluitend aan het bewuste cruiseschip werd toegeschreven.

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.