Posted on

“Pers in Rusland was veel te vrij”

Als student journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle belandde Joost Bosman in 1991 in wat toen nog de Sovjet-Unie was. In hetzelfde jaar schreef hij voor Nederlands Dagblad zijn eerste artikelen over onder meer de staatsgreep tegen de toenmalige president Michail Gorbatsjov. Terug in Nederland studeerde hij Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam, om vervolgens via een omweg (regionaal verslaggever PZC en eindredacteur persbureau DPD) weer in Rusland te belanden.
Sinds 2014 is Joost Bosman vaste correspondent in Moskou. Eerst nog voor de DPD, maar nu vooral nog voor Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio.

Een gesprek met Joost Bosman over de Russische journalistiek en de Nederlandse Rusland-verslaggeving.

Bestaat er een vrije pers in Rusland?

In de jaren ‘90 was de pers vrijer dan ooit in Rusland. Sterker nog: ze waren veel te vrij. Ze schreven maar raak, over corruptie die er soms niet was, ze deelden links en rechts beschuldigden uit, en dat kon allemaal maar. Ministers en andere politici konden wel naar de rechter stappen, maar ze zagen daar meestal van af, want er was geen beginnen aan. De media in Rusland zijn dus gegaan van: een strenge censuur in de Sovjet Unie, naar volledig losgeslagen in de jaren negentig, naar een soort mengvorm onder Poetin.

De pers is dus nog wel vrij?

Er zijn nog altijd kranten die min of meer schrijven wat ze willen, waaronder Kommersant. Die krant is in handen van Alisjer Oesmanov, een van de rijkste mensen van Rusland. Hij heeft nauwe banden met het Kremlin, maar heeft ook van meet af aan gezegd: Ik ga me niet met de redactie bemoeien. Daar houdt hij zich aan. Ik vind het een erg goede krant, die feiten en meningen goed van elkaar gescheiden houdt, wat bij Russische kranten nog wel eens een euvel is. Kommersant heeft het bewijs geleverd dat er militairen van het Russische leger aanwezig waren in de Donbass, in het oosten van Oekraïne. Ze hebben die daar ter plekke gesproken. Dat heeft dus in de krant gestaan. Ze hebben dat kennelijk mogen publiceren.

Vooral Novaya Gazeta geniet in het Westen een grote bekendheid.

Het is de moedigste krant van Rusland. Zes journalisten van Novaya zijn vermoord, onder wie de belangrijkste, Anna Politkovskaja. Maar toch gaan ze door met waar ze mee bezig waren. Novaya levert kritiek op het Kremlin als geen ander. Poetin en het Kremlin kunnen in hun ogen niks goeds doen. Ik vraag mij wel af: Kun je het nog wel een krant noemen? Het lijkt meer op een activistenblad dan op een journalistiek medium. Maar ze halen wel feiten boven water. Zo hadden ze eerder dit jaar die primeur over gevangenissen in Tsjetsjenië waar homo’s worden gemarteld en vermoord. De Tsjetsjeense overheid is daardoor in blinde paniek geraakt. De leider van Tsjetsjenië, Ramzan Kadirov, heeft direct de oorlog verklaard aan Novaya. De journaliste die het artikel schreef heeft moeten onderduiken. Zij is overigens tegelijk mensenrechtenactiviste. Dat tekent een beetje die krant.
Ze hebben trouwens weinig geld. Ik heb wel eens gehoord dat ze geen van allen een salaris krijgen. Waar ze dan van leven weet ik ook niet.

Novaya Gazeta heeft in elk geval geld ontvangen van de Nederlandse ambassade in Moskou.

Ja, en ook van George Soros hebben ze geld gekregen. Maar dat is eigenlijk meer om de krant overeind te houden dan dat ze daarvan  salarissen kunnen betalen waarschijnlijk. Ze zullen het niet breed hebben. Als je op de redactie rondloopt, dan ziet het er vrij mager uit allemaal, een beetje shabby zelfs. Maar ze maken die krant toch maar drie keer per week.

Ik heb de adjunct-hoofdredacteur van Novaya een keer geïnterviewd en die zei: ‘Wij mogen schrijven wat we willen omdat wij voor het Kremlin een uithangbord zijn, een visitekaartje. Als er vanuit het Westen gemekker komt over de persvrijheid in Rusland, dan kunnen de autoriteiten zeggen: ‘Hoezo? We hebben Novaya toch? Kijk eens wat die een bagger over ons uitstorten.’

En ten tweede zegt hij: ‘Stiekem heeft iedere minister de krant op z’n bureau liggen, om te zien wat er nu echt gebeurt in Rusland en om de stemming te peilen in het land.’

Maar helemaal vrij wordt de krant niet gelaten. Als Novaya iets schrijft wat de autoriteiten niet bevalt, dan worden opeens de papier- en drukkosten verhoogd

Daar zit de overheid achter? Die vertelt de drukkerij dat die de papier- en drukkosten moet verhogen?

Daar zijn zij van overtuigd. En het kan ook geen toeval zijn. Als zij iets lelijks schrijven over bijvoorbeeld Poetin, en drie dagen later krijgen ze te horen dat de huur wordt verhoogd of dat de papier- en drukkosten worden verhoogd…

Maar ze zijn toch voortdurend kritisch over Poetin en het Kremlin?

Jawel. Maar de autoriteiten grijpen alleen in als ze vinden dat Novaya echt over de schreef gaat.

Waar het om gaat: Novaya heeft het economisch heel erg moeilijk. De autoriteiten maken daar gebruik van door ze dat af en toe flink te laten voelen.
De enige reden dat Novaya nog steeds niet verboden is, noemde ik al: Novaya is een symbool geworden voor de persvrijheid in Rusland. Het verbieden van die krant, zou een grote imagoschade voor de autoriteiten met zich meebrengen.

Kunnen kranten verboden worden in Rusland? Is er een wet die dat mogelijk maakt?

Telekanal Dozjd (TV Rain, EvdB) was een televisiestation dat in heel Rusland te ontvangen was. Ze zijn groot geworden eind december 2011, toen er in de grote steden tienduizenden mensen de straat op gingen om te demonstreren vanwege de fraude die er gepleegd was tijdens de parlementsverkiezingen. Dat leek een soort revolutie te worden. Dozjd besteedde uitgebreid aandacht aan de demonstraties. Ze namen ook heel duidelijk stelling. Ze zeiden: ‘Het kan niet door de beugel wat er gebeurd is.’ De reporters van Dozjd gingen zelfs, naar het voorbeeld van de demonstranten, met witte lintjes opgespeld, de straat op. Heel activistisch dus, een beetje zoals Novaya Gazeta, maar dan op televisie.

Telekanal Dozjd werd toen uit de lucht gehaald?

Drie jaar later, in de aanloop naar 9 mei, de dag waarop de Russen jaarlijks de overwinning vieren op Hitler-Duitsland, hield Dozjd een opinieonderzoek. Ze legden mensen de vraag voor: ‘Was het beleg van Leningrad de moeite waard? Woog het aantal mensenlevens dat dat gekost heeft op tegen het weg houden van de Duitsers uit de stad?’

Dat was heel erg tegen het zere been van de autoriteiten, en eigenlijk ook van iedereen in Rusland. Want vergis je niet, Rusland is een oerconservatief land. Alle tradities moeten behouden blijven, en vooral De Grote Vaderlandse Oorlog is heilig. Zelfs de liberalen denken er zo over.

Dat was het einde van Telekanal Dozjd?

In ieder geval op televisie. De zender is uit de ether gehaald. Je kunt hem alleen nog via internet bekijken.

De zendvergunning werd ingetrokken of niet verlengd?

Dat weet ik niet. Maar die opiniepeiling was een stok om de hond mee te slaan. Dozjd was natuurlijk al jaren een doorn in het oog van de autoriteiten omdat ze gewoon te kritisch waren.

(Russische media melden dat diverse grote providers na het schandaal rond de peiling over Leningrad besloten Dozjd uit het pakket te halen, red.)

De pers in Rusland is dus wel vrij, maar tot op zekere hoogte?

Kranten die alles schrijven wat ze willen zijn er niet veel. Sommige kranten zijn volledig gelijkgeschakeld; anderen zoals Moskovski Komsomolets zijn een mengvorm van onafhankelijk en pro-Kremlin.

Officieel is er persvrijheid. Dat de meeste media in Rusland daar niet volop gebruik van maken en te weinig kritisch zijn is het gevolg van een keuze. Het is in wezen vrijwillig. Je hebt nu een situatie die omgekeerd is aan hoe het in de Sovjet Unie ging met journalisten. Er was toen officieel censuur. Als je iets verkeerds schreef, ging het rode potlood erdoor en je kon in de problemen komen. Maar de journalisten wilden toen nog wel de waarheid schrijven. Dat werd ook een beetje een sport, zo van: ‘Wat krijg je door de censuur?’ Ze gingen heel omfloerst dingen melden, in de hoop dat de censuur er overheen zou lezen en de goede verstaanders het toch zouden begrijpen. De lezers wisten ook: ‘Je moet tussen de regels lezen.’ Nu hebben we de omgekeerde situatie. Er is geen officiële censuur meer, dus journalisten mogen eigenlijk wel schrijven wat ze willen, maar ze willen het zelf niet meer. Ze doen vrijwillig aan censuur. Dat vind ik eigenlijk een nog kwalijker situatie, want dat heeft de mentaliteit van de journalisten totaal omgedraaid.

De media in Rusland zijn sinds de annexatie van de Krim ook een nationalistischer koers gaan varen en nog meer in de armen gedreven van het Kremlin. Veel journalisten hebben zich echt heel erg beledigd gevoeld door de sancties die wij Rusland als straf hebben opgelegd. Ze begrijpen niet waarom wij ons bemoeien met iets wat zij beschouwen als een interne gelegenheid. Ze hebben zoiets van: ‘De Krim is toch van ons?’

Waarom passen Russische journalisten zelfcensuur toe?

Het is eigenlijk niet eens zozeer censuur. Het is erger dan dat. Het is de machthebbers naar de mond praten. Waar het ook over gaat, MH17, het dopingschandaal… Vanuit het Kremlin reageren ze nog steeds vanuit de vertrouwde sovjet-reflex ‘Ontkennen tot je er bij neervalt’. De kranten gaan daar volledig in mee.
Bij zelfcensuur is het zo dat je je kritiek inslikt, en dus dingen weglaat. Dat is minder erg dan leugens als waarheid presenteren.

Dat gebeurt bij ons toch ook? Zie de massavernietigingswapens van Sadam Hoessein die door de Nederlandse pers als een gegeven werden beschouwd. Het gaat om de vraag: Weten journalisten van wie jij zegt dat ze leugens verkopen dat zelf ook?

Dat weet ik niet. Misschien zijn ze al zo geïndoctrineerd dat ze dat niet eens weten.

Dat is wel een belangrijk verschil. Liegt een journalist willens en wetens? Of verkoopt hij onzin uit onwetendheid?

Misschien is het meer de indoctrinatie. Ik heb wel Russische journalisten gesproken over MH17, die zich oprecht niet konden voorstellen dat het toestel was neergehaald door de rebellen. Voor een deel geloven ze het dus zelf.

Als we nu de Russische pers vergelijken met de Nederlandse. Er zullen ondanks alle verschillen toch ook wel overeenkomsten zijn?

De Nederlandse media zullen voor een deel ook best bevooroordeeld zijn, bijvoorbeeld door Rusland te vaak in een kwaad daglicht te stellen. Dat geloof ik best. Al moet ik zeggen dat Rusland dat ook wel een beetje over zichzelf heeft afgeroepen de laatste jaren. Maar goed, los daarvan is mijn indruk dat de instelling van de westerse media anders is. Bij westerse journalisten zie je dat ze hoor en wederhoor toepassen, de medaille van twee kanten belichten. Dat is wat ik ten enen male mis in de Russische media.

Russische journalisten plegen geen hoor- en wederhoor?

Als het in de Russische pers over Oekraïne gaat, dan wordt alleen het standpunt verkondigd van de etnische Russen in de Donbass.
Er wordt geen wederhoor gepleegd in Kiev. De Oekraïense regering zal waarschijnlijk ook geen vragen van Russische journalisten meer beantwoorden. Ze hebben het zo gehad met de Russische pers. Alles wat ze zeggen, wordt toch verdraaid.

Dan zijn de Westerse media anders. Ze zijn informatiever en ze scheiden veel meer feiten van meningen.

Er kan in het Westen ook meer. Zie bijvoorbeeld het interview met Shaker Amer, de laatste Brit die gevangen had gezeten in Guantánamo Bay. Die man vertelde op prime time, op televisie dat hij ge-waterboard was, en dat hij er vrijwel zeker van was dat daar een of meerdere agenten van MI6 bij aanwezig waren geweest. Daarmee zette hij de Britse autoriteiten geweldig voor joker. Het was een schandaal. Ik weet niet hoe daar op gereageerd is, maar het kan gewoon. De BBC kon het hem vragen en die man mocht het vertellen.

Dat is iets wat je nooit op de Russische tv zult zien. Er zal nooit eens een keer een Oezbeek zijn of een ander die vertelt dat hij in het bijzijn van FSB-agenten is gemarteld.

Toch noemde je net twee voorbeelden van artikelen in de Russische pers die flink wat stof deden opwaaien: Kommersant die berichtte over Russische militairen in Oekraïne en Novaya Gazeta die schreef over homo’s in een Tsjetsjeense gevangenis.

Het kan wel. Maar zoals ik al zei: Zo’n krant krijgt daar wel problemen mee. Zoals met de huur en de druk- en papierkosten die opeens omhoog gaan. Of de mediawaakhond die op bezoek komt en ze aanspreekt op hun berichtgeving. Dat laatste zal bij de BBC niet gebeurd zijn.

In het Westen wordt met veel waardering gesproken over Novaya Gazeta. Er wordt vaak gezegd: ‘Het is de laatste oppositiekrant.’ Maar zelf hebben wij zo’n krant niet. Althans niet in Nederland. Is dat niet jammer?  

Hebben we in Nederland een oppositiekrant nodig? Is er in Nederland al niet persvrijheid genoeg? Als de persvrijheid in een land als Rusland zo onder druk staat, dan krijg je een gepolariseerd medialandschap, van voorstanders en tegenstanders van Poetin. Van de Telegraaf wordt ook wel gezegd dat het een activistisch medium is geworden. Ik kan dat niet goed beoordelen, want ik ken die krant niet goed genoeg. Maar ik vind het wel fijn dat er in Nederland kranten zijn die verschillende meningen weergeven.

Jij ziet veel diversiteit in de Nederlandse pers?

Ik volg de kranten niet meer zo goed als toen ik nog in Nederland woonde, maar voor zover ze een eenheidsworst vormen, dan komt dat waarschijnlijk doordat het relatief goed gaat in Nederland. Als er veel roering is, zoals in Rusland, dan zie je dat gereflecteerd in de pers.

De Russische journalist Dmitry Babich stelt dat de Russische pers juist diverser is dan de Westerse. Hij zegt: Er zijn Russische media die steun betuigen aan de Oekraïense regering en die de inmenging van Rusland in Syrië afwijzen. Maar er zijn geen Westerse media die de Oekraïense regering zwaar bekritiseren of die de interventie van de Russen in Syrië toejuichen.

Ik vind het een gotspe te zeggen dat de Russische media diverser zijn. Ik denk dat Porosjenko wel degelijk kritiek krijgt vanuit het Westen.

Naast Novaya Gazeta is ook het mediaconcern RBK (Engelse spelling: RBC) door de Westerse pers vaak geroemd als ‘onafhankelijke medium’. Is dat terecht? Het bedrijf was in eigendom van miljardair Michail Prochorov die het in 2012 opnam tegen Poetin tijdens de presidentsverkiezingen.

Zo heel erg anti-Poetin is Prochorov niet. Hij heeft aangekondigd een smaadzaak te beginnen tegen de klokkenluider van het Russische dopingbeleid, Grigori Rodsjenkov. Het is ook de vraag of Prochorov destijds serieus campagne heeft gevoerd voor het presidentschap. Niemand maakte een serieuze kans tegen Poetin, en Prochorov wist dat. Hij heeft zich mogelijk bewust door het Kremlin laten gebruiken als een soort schaamlap, een knuffelkandidaat. Ik denk ook dat iemand als Derk Sauer, die toen directeur was, ervoor gezorgd heeft dat de krant en het televisiekanaal redelijk onafhankelijk konden functioneren.

Vrijwel iedereen in het Westen is er van overtuigd dat Poetin journalisten vermoordt. Dit terwijl er in de tijd van Jeltsin dubbel zoveel dodelijke aanslagen waren. Er was toen niemand die Jeltsin uitmaakte voor moordenaar. Hoe verklaar jij dat? Ken jij journalisten in Rusland die beweren dat het Kremlin critici uit de weg ruimt?

Die ken ik niet.

Ik heb gesproken met een vertegenwoordiger van oppositiepartij Jabloko. Ik vroeg hem naar de toedracht van de moord op oppositieleider Boris Nemtsov in 2015. Hij zei: “Ik geloof niet dat de opdracht uit het Kremlin kwam. Maar de huidige machthebbers zijn er wel voor verantwoordelijk, want zij hebben de atmosfeer gecreëerd, of er in elk geval niks tegen gedaan dat er een atmosfeer is ontstaan waarin mensen die oppositie voeren vermoord worden.”

Maar als er in Rusland niemand is die beweert dat Poetin journalisten vermoordt, hoe kan het dan dat in het Westen wel heel sterk dat beeld bestaat?

Ik zeg niet dat niemand in Rusland zegt dat Poetin journalisten vermoordt. Ik zeg dat ik niemand ken die dat beweert.

Ik denk dat Poetins uiterlijk hem parten speelt. Althans in het Westen. Ik ken mensen in Nederland die zeggen dat ze een sterke afkeer ervaren als ze hem alleen al zien. Z’n machogedoe. Z’n narrigheid.

Daarbij komt dat hij in het Westen gezien wordt als dictator, en mensen brengen dat in verband met het uit de weg ruimen van critici, zoals andere dictators dat doen. Maar het is ongenuanceerd. Poetin is geen dictator. Hij is een autocraat.

Is het verwijt terecht dat Poetin een klimaat heeft gecreëerd waarin journalisten en andere critici worden vermoord?

Vind ik wel. Nadat de Krim was geannexeerd hing er in Moskou iets in de lucht dat ik echt heel eng vond. Zie mijn relaas hierover op TPO.  Mensen die demonstreerden tegen de annexatie van de Krim werden in elkaar geslagen of met verf besmeurd. Tegenover de radiostudio van Echo van Moskou waren vijf levensgrote portretten opgehangen, met de vermelding: ‘Verraders. Vijfde colonne’. Op één van de portretten de hoofdredacteur van Echo van Moskou, en op een ander portret Boris Nemtsov. De autoriteiten hebben daar niks tegen gedaan.

Het stadsbestuur of het Kremlin hebben de mensen niet tot kalmte gemaand?

Dat is niet gebeurd. Er is ook niet extra politie de straat opgestuurd.

Waar komt de woede op de liberale media vandaan? Heeft dat nog andere gronden dan het gedoe over de Krim?

De jaren negentig waren één groot drama voor de Russen. De roebel verloor zijn waarde, salarissen werden niet meer uitbetaald, er ontstond massawerkloosheid, bittere armoede. De Russen houden de op het Westen gerichte liberalen hiervoor verantwoordelijk. Ze voelen zich door hen verraden. Ze denken dat de liberalen van nu Rusland opnieuw willen overleveren aan het Westen.

Die woede jegens de liberalen is dus wel te begrijpen?

Het is te begrijpen, maar het is niet terecht. Want hoeveel kans heeft het liberalisme in Rusland gehad om zich te ontwikkelen? Democratie heeft in Rusland eigenlijk maar twee jaar bestaan. In oktober 1993 heeft Boris Jeltsin het parlement naar huis gestuurd en een nieuwe grondwet ingevoerd die de president extra bevoegdheden geeft, veel meer zelfs dan Jozef Stalin ooit gehad heeft. Dat heeft de basis gelegd voor de huidige autocratie onder Poetin.

Hoe verklaar jij dat er in de Nederlandse pers zo weinig aandacht is voor de grote invloed van extreemrechts in Oekraïne? Ik kan mij in al die jaren maar één artikel herinneren dat daar uitgebreid op in ging: ‘In Oekraïne werkt Europa samen met oligarchen en fascisten’ van Chris de Ploeg.

Te weinig journalisten weten er van af, vermoed ik. Extreemrechts is redelijk invloedrijk vanwege de vrijwilligersbataljons die ze hebben opgesteld, die het Oekraïense leger ook nodig had om delen van de  Donbass weer terug te kunnen veroveren op de separatisten. Maar je moet die invloed ook niet overdrijven. Dat doen de Russische media wel.

Hoor ik jou een rechtvaardiging uitspreken voor het feit dat het Oekraïense ministerie van Defensie gevechtseenheden met wolfsangels op hun helmen en tanks heeft ingezet om separatistische Russen te verslaan?

Ik bedoel dat zeker niet als rechtvaardiging. Maar als een verklaring voor hun invloed.

In oktober was er nog een grote optocht van extreemrechts in Kiev. In de Süddeutsche Zeitung las ik er een artikel over, en misschien dat andere Duitse kranten er ook over hebben geschreven. Maar de Nederlandse pers heeft er met geen woord over gerept.

Het zal ermee te maken hebben dat de Nederlandse verslaggevers voor de voormalige Sovjet-Unie in Moskou zitten. Ik wist niet dat die demonstratie was aangekondigd. Als ik in Kiev was geweest op dat moment had ik het zeker als artikelvoorstel ingediend. Ik vernam het via de Russische televisie, nadat de demonstratie al had plaatsgehad. Ik moet je eerlijk bekennen: ik kreeg er wel een ongemakkelijk gevoel bij. Als het inderdaad zo’n grote optocht was als de Russische media het voorstelden, waarom was er in het Westen dan zo weinig belangstelling voor?

Thalia Verkade, die korte tijd voor het NRC correspondente was in Moskou, heeft opgemerkt dat je als westerse journalist makkelijker in contact komt met liberalen en de oppositie, omdat je die intuïtief beter begrijpt, dan met de conservatieve leiders van het land en degenen die hen volgen. Is dat herkenbaar voor jou?

Ik herken mij daar 100 procent in. De liberalen zijn meer ‘ons soort mensen’. Het zijn weldenkende figuren. Zij denken zoals wij in het Westen.

Maar Thalia Verkade ziet het als een valkuil. Ze zegt: die liberalen vertegenwoordigen niet het echte Rusland. Het is maar een kleine groep.

Zo zie ik het ook. Ik probeer daarom zelf Rusland zoveel mogelijk te laten zien zoals het is.

Probeer je dan bijvoorbeeld ministers te interviewen?

Het is heel erg lastig die te spreken te krijgen. Ik heb wel eerder dit jaar nog een gesprek gehad met de conservatieve denker Aleksandr Doegin. Hij is de hoofdredacteur van een tv-zender en is vaak te zien in praatprogramma’s. Ik vind het interessant om met zo’n man te spreken hoewel hij zich voortdurend beledigend uitliet over Nederland en Europa. Zo spreekt hij over ‘Gayropa’.

Nog even terug naar Thalia Verkade. Zij zegt: “Het voelt alsof je over Rusland met een opgeheven vingertje hoort te schrijven, vanuit het perspectief van de mensenrechtenactivist. Zo schrijven we toch ook niet over Duitsland of de Verenigde Staten?”

Als er ergens mensenrechten worden geschonden dan moet je daar als journalist over berichten. Het is dan niet zo gek dat Rusland vaker slecht in het nieuws komt dan een West-Europees land als Duitsland. Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen. Het is dan niet de mening van een journalist. Hij is dan alleen maar de boodschapper. En wat betreft de VS: de westerse media hebben dat land toch vaak genoeg bekritiseerd vanwege bijvoorbeeld Guantanamo Bay?

Jij hebt nooit het idee gehad dat je geacht wordt met een opgeheven vingertje te schrijven? Dat alleen negatieve artikelen over Rusland worden afgenomen door jouw opdrachtgevers?

Ik heb meegemaakt dat een opdrachtgever (niet het Financieele Dagblad, EvdB) heeft zitten knoeien in een artikel van mij met de bedoeling het beeld van Rusland te bevestigen als agressor. Het artikel ging over een gezamenlijke legeroefening van Rusland en Wit-Rusland die ik bijwoonde in september van dit jaar. Ik sprak tijdens de oefening met een Noorse en een Zweedse officier, die aanwezig waren als waarnemers. Zij zeiden de oefening te zien als business as usual, en zeker niet als bewijs van Russische agressie. Maar zo kwam het niet in de krant te staan. Een redacteur heeft, zonder overleg met mij, een commentaar van een NAVO-woordvoerder in het artikel geplaatst, die de oefening juist wel omschreef als iets waar een dreiging van uitging.

Het Financieele Dagblad is nu jouw belangrijkste opdrachtgever. Die krant laat jou volledig vrij in hoe je bericht over Rusland?

Het Financieele Dagblad laat mij volledig vrij. Ik heb daar nooit iets van druk ervaren om op een bepaalde manier te schrijven over Rusland.

En andere correspondenten?

Ik weet dat het ministerie van Buitenlandse Zaken de NOS ooit heeft gebeld om te zeggen dat ze niet blij waren met een item over Rusland. Ik weet niet meer waar dat over ging. Je zou het bij de NOS moeten navragen.

Hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times zegt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ te vinden en zij noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant. Pieter Waterdrinker heeft zich vervolgens in gelijke bewoordingen uitgedrukt. Hij zegt dat er iets niet klopt aan de perceptie van ‘hoogopgeleide, intelligente lieden’.

Daar zit wel wat in. Ik vind ook dat in Nederland een ongenuanceerd beeld bestaat van Rusland. Maar misschien is dat ook wel inherent aan het nieuws. Er zal ongetwijfeld in Nederland ook een verkeerd beeld bestaan over Amerika, over Argentinië en noem maar op.

Pieter Waterdrinker zegt dat de Russen beter geïnformeerd zijn over Nederland dan Nederlanders over Rusland.

Dat vind ik lariekoek. De Russen denken bij wijze van spreken dat wij in Nederland allemaal homo zijn, of in elk geval dat de homo’s bij ons de dienst uitmaken. Als er in de Nederlandse pers een bericht verschijnt over de NS die, om transgenders ter wille te zijn, de reizigers niet langer wil aanspreken met ‘dames en heren’, dan wordt dat in Rusland enorm opgeblazen. Alsof dat is waar het in Nederland over gaat, terwijl het een klein onderdeeltje is van de Nederlandse werkelijkheid.

Waterdrinker legt de oorzaak voor het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben bij de Angelsaksische oriëntatie van Nederlandse Ruslanddeskundigen. Zij nemen over wat zij in de Amerikaanse kranten lezen.

Ik ken ook wel Angelsaksische Ruslanddeskundigen die heel genuanceerd zijn. Zoals Mark Galeotti, die zegt: ‘Rusland is agressief, maar het is defensief agressief. Ze willen hun territorium beschermen.’

In de Nederlandse kranten zijn het vooral Amerikaanse Ruslanddeskundigen als Anne Applebaum die aan het woord komen. 

Zij lijkt inderdaad een Ruslandhaatster. Maar ik denk niet dat het in Nederland Amerikanen zijn die de opinie over Rusland heel sterk bepalen. Dat zijn vooral de Nederlandse media en Ruslandeskundigen, zoals te zien bij Raam op Rusland (van oud-NRC-correspondenten Hubert Smeets en Laura Starink, EvdB). Ik deel vaak hun kritiek, daar niet van, maar in de aanloop naar het Oekraïne-referendum vond ik ze wel heel eenzijdig. Ze waren negatief over Rusland, en nooit over Oekraïne. Zo hebben zij het anti-corruptiebureau in Oekraïne als succesverhaal neergezet. Terwijl ik later van een Nederlandse deskundige in Kiev hoorde dat dit bureau een wassen neus was. Zo solliciteerde er een openbaar aanklager die 10.000 dollar bood om aangenomen te worden. Van een ander contact in Kiev hoorde ik dat er mensen huilend vandaan kwamen.

Waarom geeft de Nederlandse overheid drie ton belastinggeld aan een website die zo negatief is over Rusland?

De website is opgezet naar aanleiding van het Oekraïne-referendum van april 2016, met de bedoeling de Nederlandse burger te informeren over Oekraïne en Rusland. Ik weet trouwens niet of ze nog steeds zo gekleurd zijn. De laatste maanden volg ik ze niet meer zo goed.

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on 1 Comment

Persvrijheid in Rusland – Vermoordt Poetin journalisten?

In het Westen wordt algemeen aangenomen dat de Russische pers ‘niet vrij’ is. Klopt dat beeld? Vermoordt het Kremlin journalisten? Staatsuniversiteit Moskou: “Buitenlandpolitiek Westen bepaalt visie op onze media.”

The World Press Freedom Index. Jaarlijks worden leden van de pers overal ter wereld getrakteerd op een rangschikking van landen naar de mate van persvrijheid. Villamedia, het huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), deelde begin dit jaar een poster uit van de index aan haar abonnees. Op de poster een afbeelding van de wereldkaart, met elk land aangegeven in een aparte kleur. In het oog springt vooral Rusland, dat gemarkeerd staat in alarmerend rood, en dat vanwege zijn enorme landmassa, ook meteen het meeste rood op de poster in beslag neemt.
‘Rood’ betekent ‘slecht’, zo leert de begeleidende legenda. Er is slechts een handjevol landen waar het nog slechter is gesteld met de vrijheid van de pers, waaronder China, Saoedi-Arabië en Libië. Deze landen staan in het zwart aangegeven.
Ieder jaar publiceert het in Parijs gevestigde Reporters Sans Frontières haar World Press Freedom Index, die de mate van persvrijheid aangeeft per land in het daaraan voorafgaande jaar. In de laatste editie staat Rusland op de 148ste plaats, ver beneden andere westerse landen, en zelfs nog onder Arabische Golfstaten als Koeweit (104), de Verenigde Arabische Emiraten (119) en Qatar (123).

Is het werkelijk zo slecht gesteld met de Russische media? Ondanks alle gruwelverhalen over arrestaties, censuur, propaganda en moorden lijkt het toch nog niet geheel gedaan met de persvrijheid. Kennelijk is het mogelijk voor kranten de president af te beelden als hond; het Russische leger ervan te beschuldigen MH17 neer te hebben gehaald; de president in verband te brengen met witwaspraktijken; Russen uit te maken voor ‘rode fascist’; de Russische minderheid in Oost-Oekraïne uit te maken voor ‘genetisch afval’; zich hardop te verkneukelen over gesneuvelde Russische soldaten in Syrië – en het geweld van het Oekraïense leger in Donbass te rechtvaardigen. Zonder nadelige consequenties. De betrokken journalisten en opinieleiders maken het goed. Ze zijn niet vermoord of gearresteerd. Ze worden niet geweerd van televisie – en de media waar ze hun uitingen deden, hebben geen verschijningsverbod opgelegd gekregen.

De lage positie van Rusland in de World Press Freedom Index van Reporters Sans Frontières staat echter niet op zichzelf. Het land staat ook zeer laag genoteerd in het jaarlijkse Freedom In The World Report van de ‘independent watchdog organization’ Freedom House. Die laatste organisatie houdt kantoor in New York en Washington, en werkt voor haar jaarlijkse persvrijheidsrapport nauw samen met de Nederlandse organisatie Free Press Unlimited.
Volgens Freedom House is de pers in Rusland ‘niet vrij’. Op een schaal van 0 (minst vrij) tot 100 (meest vrij) scoort Rusland niet meer dan 20; dus ver beneden andere westerse landen, op hetzelfde niveau als de Verenigde Arabische Emiraten, Vietnam en Gambia en zelfs slechter dan Turkije waar in 2016 81 journalisten achter slot en grendel zaten.

De doornsee krantenlezer of tv-kijker zal onmiddellijk aannemen dat het met Rusland werkelijk zo slecht gesteld is als de twee persvrijheidsindexen aangeven. Immers: berichten in de Westerse pers over de benarde positie van journalisten elders in de wereld gaan in pakweg 9 op de 10 gevallen over Rusland. Tel daarbij op het, ook in Nederland, wijdverbreide geloof dat Vladimir Poetin journalisten vermoordt.

Klopt dit beeld over de Russische pers? Ruimt Poetin kritische journalisten uit de weg? Zijn de media ‘niet vrij’, zoals Freedom House beweert?

Vermoorde journalisten

Zelfs Ruslands meest uitgesproken oppositiekrant Novaya Gazeta*, waarvan zes reporters zijn vermoord, denkt niet dat Poetin of het Kremlin iets te maken heeft met moorden op journalisten. Het enige waar zij hun overheid van beschuldigen is dat deze onvoldoende maatregelen treft ter bescherming van hun veiligheid.

In elk geval klopt er niets van de bewering dat Poetins greep naar de macht in 1999 het begin inluidde van een golf aanslagen op journalisten. Het omgekeerde is waar; het aantal moorden op journalisten is sindsdien scherp gedaald. De cijfers van het in New York gevestigde Committee To Protect Journalists geven duidelijk aan dat onder Poetins voorganger, Boris Jeltsin, de zaken er veel slechter voor stonden. In Ruslands roerige jaren negentig werden er ruim twee keer meer journalisten vermoord dan in de jaren dat Poetin het land regeerde als premier en president.
Vreemd genoeg werd er tijdens Jeltsins presidentschap weinig ophef gemaakt over de vele dodelijke aanslagen op het perskorps. Niemand die toen beweerde dat Jeltsin journalisten vermoordde.

Het afgelopen jaar (2016) zijn er geen Russische journalisten geliquideerd. Hoewel niet gerapporteerd door Committee To Protect Journalists ** werden er in 2016 wel twee Nederlandse journalisten vermoord: Jeroen Oerlemans in Libië en Martin Kok in eigen land. Niettemin eindigde Nederland op de 2e en 5e plaats van de ranglijsten.

Dus, als het aantal vermoorde journalisten niet heel erg bepalend is voor de weging van persvrijheid in een land, waarom staat Rusland dan zo laag?

Zwarte doos

Beide ranking-organisaties, Reporters Sans Frontières en Freedom House, stellen hun ranglijsten samen aan de hand van enquêtes (hier en hier). Deze worden ingevuld door ‘media experts, advocaten en sociologen’ (Reporters Sans Frontières) of ‘analisten, vooral externe adviseurs’ (Freedom House).
De vragen in de enquêtes gaan over factoren die bepalend zijn voor de vrijheid van journalisten, zoals (zelf-)censuur, concentratie van eigendom van mediabedrijven, pluriformiteit, redactionele onafhankelijkheid en het gemak waarmee straffen worden opgelegd vanwege smaad en laster. Hoewel de ranking-organisaties dus enige transparantie bieden over hun methodiek, doemt toch vooral het beeld op van een zwarte doos, waarin ruwe data onttrokken worden aan het oog van buitenstaanders. Zo verstrekken beide organisaties geen informatie over hoe de respondenten hebben geantwoord op de vragen. Aan het verzoek van de auteur van dit artikel de antwoorden geanonimiseerd vrij te geven (de gemiddelde score op elke vraag) werd geen gehoor gegeven.
Op verzoek was Reporters Sans Frontières nog wel bereid enige data te delen uit hun ‘kwantitatieve analyse’. Zo telde de organisatie vorig jaar 65 gevallen van agressie tegen journalisten, 67 arrestaties en vier journalisten die gevangen zaten. Freedom House meldt in haar rapport alleen het aantal ‘aanvallen op journalisten en bloggers’: 54. Dit cijfer baseert Freedom House op een telling van The Glasnost Defense Foundation.

Geweld, arrestaties en gevangenschap

Volgens Freedom House is geweld tegen journalisten in Rusland ‘heel gewoon’. En op het eerste gezicht, kijkend naar bovengenoemde cijfers (54 ‘aanvallen’ of 65 ‘gevallen van agressie’) lijkt daar weinig tegenin te brengen. Zeker in vergelijking met kampioen persvrijheid Nederland. In ons land telde Reporters Sans Frontières in 2016 slechts 5 gevallen waarbij geweld gebruikt was tegen journalisten. Nu is het echter wel zo dat er in Rusland dertien keer meer journalisten werkzaam zijn dan in Nederland. In Rusland: (200.000). In Nederland: (15.000). Het ligt dus in de lijn der verwachting dat Rusland te kampen heeft met meer geweld dan een klein land als Nederland.
Dit weerlegt nog niet de stelling van Freedom House dat geweld tegen journalisten ‘heel gewoon’ is in Rusland. Maar daar staat tegenover dat zij in hun rapport geen enkele moeite doen hun claim te onderbouwen. Cijfers opvoeren is één ding; daar conclusies aan verbinden is iets anders. ***
Het aantal arrestaties van journalisten in Rusland (67) lijkt echter wel aan de hoge kant. In Nederland zijn in 2016 slechts twee journalisten gearresteerd, de ene een Française, de andere een Nederlandse Turk.

De Française, Florence Hartmann, is vier dagen vastgehouden. Reporters Sans Frontières telde in hetzelfde jaar vier journalisten die in Rusland achter de tralies zaten: RBC-journalist Alexander Sokolov, vanwege de organisatie van een terroristische groep; de Tsjetsjeense journalist Zhalaudi Geriyev vanwege drugsbezit; de Oekraïense journalist Roman Sushchenko vanwege spionage; voormalig hoofdredacteur Aleksandr Tolmachev van Pro Rosto vanwege afpersing.

Censuur, restricties en propaganda

Afgaand op de ‘juryrapporten’ van Freedom House en Reporters Sans Frontières moet het wel heel ernstig gesteld zijn met de staat van de Russische journalistiek. Alsof het al niet erg genoeg is dat er zoveel journalisten geteisterd worden door geweld, arrestaties en celstraffen, ‘impregneert’ de Russische staat haar burgers ook nog eens met “propaganda via de door haar gecontroleerde tv-stations (…) Toonaangevende, onafhankelijke nieuwsorganisaties zijn onder controle gebracht of de nek omgedraaid (…) Websites zijn op zwart gezet en meer en meer bloggers krijgen gevangenisstraffen opgelegd (…) Toonaangevende mensenrechtenorganisaties hebben het stempel van ‘buitenlandse agent’ gekregen (…) De wetgeving biedt de overheid brede bevoegdheid de media op inhoud te sturen.” Enzovoort, enzovoort.

Maar evengoed opnieuw de vraag: Is het werkelijk zo belabberd gesteld met de staat van de Russische journalistiek?

One size fits all?

“Ik heb de indruk dat de situatie veel beter is dan zoals gepresenteerd in de indexen”, zegt professor Andrei Vyrkovsky van de Lomonosov Moscow State University. “De overgrote meerderheid van de Russen heeft door de relatief hoge internetpenetratie vrij toegang tot nieuws en andere informatie uit alle mogelijke bronnen. Verschillende standpunten worden besproken op diverse openbare online platforms. Rusland is in dat opzicht geheel anders dan bijvoorbeeld China, ondanks de wetten en wetten die recentelijk zijn aangenomen om sommige online activiteiten te beperken.”
Vyrkovsky onthoudt zich van commentaar op de methodologie van de ranking-organisaties “omdat dat een grondige analyse vereist”. Toch zou hij niet verbaasd zijn als de hele opzet ervan steevast uitpakt in het voordeel van westerse landen.
Vyrkovsky benadrukt dat persvrijheid niet overgewaardeerd moet worden. Het is belangrijk, maar niet belangrijker dan “het vermogen van lobbygroepen om de media naar hun hand te zetten en zo het publiek te bespelen.” De grip van lobbygroepen op de media werd pijnlijk zichtbaar tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. “In de democratische campagne tegen Trump werden soms alle journalistieke principes aan de kant gezet”, zegt Vyrkovsky. “Vanwege hun goede toegang tot de massamedia was het standpunt van de Democraten absoluut dominant in het publieke discours. Wil je dus de media in diverse landen met elkaar vergelijken dan zal je daarin ook moeten meenemen het gemak waarmee lobbygroepen de media naar hun hand zetten.”

Professor Elena Vartanova, decaan van de faculteit journalistiek van de Lomonosov Moscow State University, erkent dat de Russische media zo haar problemen kent, zoals “de verschillende manieren waarop informele druk wordt uitgeoefend op de journalistiek en het geweld dat soms zelfs wordt gebruikt.” Maar deze problemen moet wel in de juiste context worden geplaatst. “Rusland is een multiculturele en multi-etnische samenleving”, legt ze uit. “Dit vereist enige regulering van de media.”

“Rusland is erg jong als een democratie”, voegt Vartanova toe. “In 1991 zijn we begonnen met een ‘zero media policy’. Rusland had zo’n beetje de vrijste pers ter wereld. Dit leidde tot allerlei problemen. We leerden al snel dat er beperkingen nodig zijn. Die zijn er overal. In sommige landen hebben journalisten zichzelf regels opgelegd, soms in samenwerking met het publiek en de nieuwsindustrie. In Rusland zijn we nooit zover gekomen. We zijn er nog niet klaar voor. Het maatschappelijk middenveld staat bij ons nog in de kinderschoenen. We zijn op dit unieke moment in de geschiedenis waar wetgevers het werk doen dat gedaan had moeten worden door de samenleving als geheel. Velen in Rusland  houden vast aan de filosofie van de Sovjettijd: ‘Wij nemen geen verantwoordelijkheid, we tonen geen inzet, maar we willen graag iets als Europa hebben, dus laat de staat dat maar even voor ons regelen’.
Er is dus niet alleen onderdrukking van de staat; er is ook de afwezigheid van initiatieven vanuit de beroepsgroep, de media-industrie en het publiek.”

Niettemin denkt Vartanova dat in Rusland de media er meer op vooruit zijn gegaan dan achteruit. “Het zou oneerlijk zijn te ontkennen dat er de afgelopen decennia zoveel ten goede is veranderd. Zeker in vergelijking met de Sovjetperiode, toen er helemaal geen vrijheid van pers was.”

Er bestaat sowieso niet zoiets als een ‘one size fits all’ media systeem, aldus Vartanova. In tegenstelling tot het Westen dat de media wereldwijd naar zijn evenbeeld lijkt te willen herscheppen. “Westerse, Angelsaksische indicatoren worden gebruikt om de Russische media te evalueren.”

Sturing van de publieke opinie

Vartanova vindt dat je geen enkele ranking bij voorbaat kunt vertrouwen. Er kan een verborgen agenda achter schuilgaan. “Sprekend vanuit mijn ervaringen in de wereld van universiteiten en wetenschap stel ik vast dat grote universiteiten rankings inzetten als marketinginstrument om geld uit het buitenland aan te trekken. Hoe hoger je op de ranglijst komt, des te meer studenten zich aanmelden.”
Wat zou de verborgen agenda kunnen zijn achter de persvrijheids-ranglijsten?
Vartanova: “Je zou die ranglijsten kunnen gebruiken als instrument om de publieke opinie te sturen. Ik heb de indruk dat de manier waarop het Westen onze media beoordeelt sterk meebeweegt met veranderingen in het buitenlandbeleid van westerse landen. In de Sovjet-tijd werden we gezien als de vijand, en het Westen bekritiseerde ons mediasysteem. In de jaren negentig werden we dikke vrienden en werd onze ‘zero media policy’ toegejuicht. Sinds het Westen ons weer als de vijand ziet, zien we dit terug in de lage rangschikking.”

Het imago van de Russische media lijkt sterk beïnvloed te worden door verhalen in de westerse pers over de moorden op journalisten. Hoe ziet Vartanova dit?
“Veel van de journalisten die werden vermoord waren misdaadverslaggevers”, zegt ze. “Er is dus mogelijk een sterkere relatie tussen die moorden en de mate van criminaliteit in het land dan met het niveau van persvrijheid. Vooral in de jaren negentig leek dit het geval te zijn. In die tijd was de invloed van de staat veel zwakker.
Je zou de moorden ook juist kunnen zien als een bewijs dat Rusland een zekere mate van persvrijheid kent. De journalisten werden vermoord omdat ze iets hadden gepubliceerd wat iemand niet aanstond, en niet om dat te voorkomen. De moorden hebben journalisten er in elk geval niet van weerhouden explosief materiaal te publiceren.”

Hoe is het mogelijk dat, in weerwil van de feiten, er zo’n sterke overtuiging is dat de moord op journalisten een aanvang nam met het aantreden van Vladimir Poetin? Hij is zelfs beschuldigd van moorden gepleegd tijdens het presidentschap van Jeltsin.
Vartanova: “Het idee dat Poetin journalisten uit de weg ruimt nam een grote vlucht na de moord op Anna Politikovskaja in 2006. Het gebeurde op Poetins verjaardag. En dit was misschien geen toeval. Het werd tot een sinister verjaardagscadeau. Elk jaar als Poetin zijn verjaardag viert, wordt wereldwijd de moord herdacht op Politikovskaja.”


* Novaya Gazeta reageerde niet op interviewverzoeken. En het Nederlandse Free Press Unlimited, dat contact onderhoudt met reporter Pavel Kanygin Novaya Gazeta, was niet bereid de auteur van dit artikel in contact te brengen met hem. Free Press Unlimited wilde niet zeggen waarom.

** Committee To Protect Journalists was niet bereikbaar voor commentaar, en heeft tot op heden de door de auteur van dit artikel gemelde moorden niet in de cijfers over Nederland opgenomen.

*** Freedom House was desgevraagd niet bereid haar stelling te onderbouwen dat in Rusland geweld tegen jouralisten ‘heel gewoon’ is.

Verder lezen:

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

De staatsman en zijn beleid

The Putin Interviews is een documentaireserie over de Russische President Vladimir Poetin door de Amerikaanse filmmaker Oliver Stone. De eerste aflevering verscheen in de Verenigde Staten van Amerika op 12 juni 2017 voor het publiek. Stone ziet zichzelf als dramaticus, dus als iemand die over personen en hun ontwikkelingen schrijft en deze op beeld weergeeft. Met Poetin mocht hij over 2 jaar talloze uren aan gesprekken opnemen, wat uiteindelijk leidde tot een bijna 4 uur durende documentaire verdeeld over 4 afzonderlijke afleveringen.

Hete hangijzers

Het is Stone die Poetin ondervraagt, uiteraard ook over de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Rusland, die al jaren stroef lopen. Volgens de Russische president is echter het buitenlandbeleid van de VS altijd hetzelfde gebleven ongeacht welke President er zat en dat zal met Donald Trump niet veranderen. Dit heeft van doen met de macht van de bureaucratie. Een heet hangijzer is Oekraïne, waar in 2014 een gewapende machtsovername plaatsvond, gesteund door de VS. Men blijft van Russische zijde uitleggen dat volgens hen de Krim niet geannexeerd is, maar middels een door Rusland ondersteund referendum bij het land kwam. Poetin merkt op dat men bij andere landen in Oost-Europa een zekere onrust opstookt tegen Rusland.

Zeer actueel is de rol en achtergrond van de Russische activiteiten in Syrië. Het land werkt samen met het Assad-regime om terroristen van Al-Qaida te bestrijden. Er vechten zo maar 5000 Russen aan de kant van de terroristen. Maar het is daar bovenal een wespennest geworden, er zijn talloze landen aanwezig, naast Rusland speelt ook Iran een rol en natuurlijk de VS. Daarbij zijn er meerdere westerse landen die daar met vliegtuigen bombardementen uitvoeren.

Een ander heet hangijzer is de digitale informatiestrijd tussen landen. Rusland heeft een nieuwe sleepwet voor datacollectie en tapt burgers af, de Amerikanen verzamelen informatie over de hele wereld, iets wat pas goed duidelijk werd na de verklaringen van Edward Snowden. Rusland stond wel open om hem uit te wisselen met vermeende Russische criminelen die in de VS zitten, maar het land wilde hierover geen akkoord sluiten.

Interessant zijn ook de bespiegelingen van Vladimir Poetin over Rusland en de maatschappij, als een samenleving van verschillende volkeren waar altijd interactie is geweest tussen de religies islam, orthodoxie en jodendom. Deze volkeren zien Rusland als hun thuisland, weet Poetin. Alle religies zijn in bloei, na het verdwijnen van het communisme. Er wordt tevens gekeken naar bevolkingspolitiek en men ziet het traditionele gezin als basis voor de samenleving en daarom is er ook de wet die kinderen tijdens hun schooltijd beschermt tegen homopropaganda.

Vladimir Poetin

Het verhaal van de Russische president zelf, opgegroeid in Leningrad (thans Sint-Petersburg), gedisciplineerd door het beoefenen van judo, Russisch-Orthodox van religie en na een rechtenstudie via het veiligheidsapparaat opgeklommen in de hiërarchie van de Sovjet-Unie. Jeltsin zou hem zomaar de macht hebben overgedragen in 2000, iets dat Poetin een opvallende ontwikkeling vond. Inmiddels vijf moordaanslagen verder zit Vladimir Poetin al bijna 20 jaar bovenaan de machtsstructuur. Stone laat terloops vallen dat dit erg lang is en dat iemand zomaar kan denken voor altijd nodig te zijn op een dergelijk positie. 

In de documentaire krijgen we meer te zien dan men zou verwachten uit de leefwereld van president Poetin, hij laat in alle rust zijn werkkamers zien en legt hier en daar wat uit. Ook zijn er beelden van het Rode Plein waar een manifestatie van het leger plaatsvindt. Het is een prima keuze geweest om te werken met ondertiteling van de woorden van Poetin en hem niet te vervangen door de stem van een Engelstalige spreker. Dit komt helder en oprecht over, hem te horen in het Russisch. Poetin lijkt ontspannen, lacht geregeld en neemt bij de lastige vragen een serieuze houding aan. We leren dat de president hard werkt, bijna altijd bezig is en nauwelijks rust neemt.

Goede aanzet

Het is een documentaire van belang, want het wordt op een moment naar buiten gebracht dat het voor mensen buiten Rusland zeer lastig is om objectieve informatie uit het land te verkrijgen, over hoe men daar tegen belangrijke kwesties aankijkt. Juist daarom is het wenselijk om uit de mond van de staatsman zelf te horen wat het beleid van Rusland is en dit in beeld gebracht door een filmmaker met verstand van zaken. Het publiek ontvangt dan ook veel kennis en inzichten en kan vervolgens zelf beoordelen en afwegen wat hiervan te vinden.

Op de momenten dat Oliver Stone vervolgvragen stelt komen er zaken naar voren die wel zullen verbazen. Zoals het ondersteunen met geld en raad van terroristen in Tsjetsjenië en op de Kaukasus door de Amerikanen, die zich ook zeer openlijk mengden in de Russische verkiezingen van 2012 en het enorme militaire budget van de VS in verhouding tot de rest van de wereld.

We leren Vladimir Poetin door deze film meer dan ooit kennen als een staatsman, die zichzelf als een patriot beschouwt en Rusland wil dienen. Poetin kan inderdaad terecht wijzen op de economische verbeteringen en heeft daarbij de Russen weer wat trots en het land een plek in de wereld teruggegeven. President Poetin zal nog wel even op die plek zitten, het wordt daarom tijd om ons eens wat meer open te staan voor de politiek van Rusland. Deze documentaire geeft hier een goede aanzet toe.