Posted on

Een sociogenese van het begrip geopolitiek

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden. Eén van de sprekers op dit congres was de Nederlandse filosoof en uitgever (De Blauwe Tijger) Tom Zwitser.

Tom Zwitser ziet geopolitiek in essentie als een politiek van heimelijkheid en schetst de opkomst van de geopolitiek, samen met een cultuur en zedelijkheid van heimelijkheid, en het ontstaan van de natiestaat. De opkomst hiervan verloopt omgekeerd evenredig met de afname van publieke openbaarheid en burgerlijke vrijheden. Deze sociogenese is een eerherstel van grote denkers als Norbert Elias, Werner Sombart en Henri Pirenne.

Hieronder is zijn lezing terug te zien:

De boeken waarnaar verwezen wordt in de lezing zijn de proloog en het eerste deel van de ‘Oppervlaktes’-trilogie. Meer informatie hierover is te vinden op de website van Uitgeverij De Blauwe Tijger:

https://www.facebook.com/geopolitiek.instituut/

Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

De staatsman en zijn beleid

The Putin Interviews is een documentaireserie over de Russische President Vladimir Poetin door de Amerikaanse filmmaker Oliver Stone. De eerste aflevering verscheen in de Verenigde Staten van Amerika op 12 juni 2017 voor het publiek. Stone ziet zichzelf als dramaticus, dus als iemand die over personen en hun ontwikkelingen schrijft en deze op beeld weergeeft. Met Poetin mocht hij over 2 jaar talloze uren aan gesprekken opnemen, wat uiteindelijk leidde tot een bijna 4 uur durende documentaire verdeeld over 4 afzonderlijke afleveringen.

Hete hangijzers

Het is Stone die Poetin ondervraagt, uiteraard ook over de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Rusland, die al jaren stroef lopen. Volgens de Russische president is echter het buitenlandbeleid van de VS altijd hetzelfde gebleven ongeacht welke President er zat en dat zal met Donald Trump niet veranderen. Dit heeft van doen met de macht van de bureaucratie. Een heet hangijzer is Oekraïne, waar in 2014 een gewapende machtsovername plaatsvond, gesteund door de VS. Men blijft van Russische zijde uitleggen dat volgens hen de Krim niet geannexeerd is, maar middels een door Rusland ondersteund referendum bij het land kwam. Poetin merkt op dat men bij andere landen in Oost-Europa een zekere onrust opstookt tegen Rusland.

Zeer actueel is de rol en achtergrond van de Russische activiteiten in Syrië. Het land werkt samen met het Assad-regime om terroristen van Al-Qaida te bestrijden. Er vechten zo maar 5000 Russen aan de kant van de terroristen. Maar het is daar bovenal een wespennest geworden, er zijn talloze landen aanwezig, naast Rusland speelt ook Iran een rol en natuurlijk de VS. Daarbij zijn er meerdere westerse landen die daar met vliegtuigen bombardementen uitvoeren.

Een ander heet hangijzer is de digitale informatiestrijd tussen landen. Rusland heeft een nieuwe sleepwet voor datacollectie en tapt burgers af, de Amerikanen verzamelen informatie over de hele wereld, iets wat pas goed duidelijk werd na de verklaringen van Edward Snowden. Rusland stond wel open om hem uit te wisselen met vermeende Russische criminelen die in de VS zitten, maar het land wilde hierover geen akkoord sluiten.

Interessant zijn ook de bespiegelingen van Vladimir Poetin over Rusland en de maatschappij, als een samenleving van verschillende volkeren waar altijd interactie is geweest tussen de religies islam, orthodoxie en jodendom. Deze volkeren zien Rusland als hun thuisland, weet Poetin. Alle religies zijn in bloei, na het verdwijnen van het communisme. Er wordt tevens gekeken naar bevolkingspolitiek en men ziet het traditionele gezin als basis voor de samenleving en daarom is er ook de wet die kinderen tijdens hun schooltijd beschermt tegen homopropaganda.

Vladimir Poetin

Het verhaal van de Russische president zelf, opgegroeid in Leningrad (thans Sint-Petersburg), gedisciplineerd door het beoefenen van judo, Russisch-Orthodox van religie en na een rechtenstudie via het veiligheidsapparaat opgeklommen in de hiërarchie van de Sovjet-Unie. Jeltsin zou hem zomaar de macht hebben overgedragen in 2000, iets dat Poetin een opvallende ontwikkeling vond. Inmiddels vijf moordaanslagen verder zit Vladimir Poetin al bijna 20 jaar bovenaan de machtsstructuur. Stone laat terloops vallen dat dit erg lang is en dat iemand zomaar kan denken voor altijd nodig te zijn op een dergelijk positie. 

In de documentaire krijgen we meer te zien dan men zou verwachten uit de leefwereld van president Poetin, hij laat in alle rust zijn werkkamers zien en legt hier en daar wat uit. Ook zijn er beelden van het Rode Plein waar een manifestatie van het leger plaatsvindt. Het is een prima keuze geweest om te werken met ondertiteling van de woorden van Poetin en hem niet te vervangen door de stem van een Engelstalige spreker. Dit komt helder en oprecht over, hem te horen in het Russisch. Poetin lijkt ontspannen, lacht geregeld en neemt bij de lastige vragen een serieuze houding aan. We leren dat de president hard werkt, bijna altijd bezig is en nauwelijks rust neemt.

Goede aanzet

Het is een documentaire van belang, want het wordt op een moment naar buiten gebracht dat het voor mensen buiten Rusland zeer lastig is om objectieve informatie uit het land te verkrijgen, over hoe men daar tegen belangrijke kwesties aankijkt. Juist daarom is het wenselijk om uit de mond van de staatsman zelf te horen wat het beleid van Rusland is en dit in beeld gebracht door een filmmaker met verstand van zaken. Het publiek ontvangt dan ook veel kennis en inzichten en kan vervolgens zelf beoordelen en afwegen wat hiervan te vinden.

Op de momenten dat Oliver Stone vervolgvragen stelt komen er zaken naar voren die wel zullen verbazen. Zoals het ondersteunen met geld en raad van terroristen in Tsjetsjenië en op de Kaukasus door de Amerikanen, die zich ook zeer openlijk mengden in de Russische verkiezingen van 2012 en het enorme militaire budget van de VS in verhouding tot de rest van de wereld.

We leren Vladimir Poetin door deze film meer dan ooit kennen als een staatsman, die zichzelf als een patriot beschouwt en Rusland wil dienen. Poetin kan inderdaad terecht wijzen op de economische verbeteringen en heeft daarbij de Russen weer wat trots en het land een plek in de wereld teruggegeven. President Poetin zal nog wel even op die plek zitten, het wordt daarom tijd om ons eens wat meer open te staan voor de politiek van Rusland. Deze documentaire geeft hier een goede aanzet toe.

Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

Nederland tekent eigen doodsvonnis door negeren slachting christenen in Midden-Oosten

Terwijl in het Midden-Oosten niet alleen messen maar ook zwaarden worden geslepen heeft Nederland met het verwerpen van de motie voor VN onderzoek naar de massale slachtingen op christenen haar eigen doodvonnis getekend. Want met het internationaal blijven ontkennen van deze nieuwe genocide snijdt Nederland in haar eigen vrije vingers.

Daar waar ISIS het kalifaat heeft uitgeroepen is het niet meer veilig voor andersdenkenden. Voor christenen is de dreiging nog groter. Christenen worden namelijk vermoord. Dat is geen gerucht meer, dat zijn keiharde feiten en het kabinet lijkt het nog steeds te willen ontkennen.

Het kalifaat is niet genoeg voor ISIS en evenmin voor ISIS-sympathisanten in Nederland. Het moet groter, beter, gruwelijker en voornamelijk: gevaarlijk voor alle verworven vrijheden die wij hebben in het westen. Sympathisanten willen een islamofascistische staat. Alleen hun volk, hun religie, hun denkwijze en hun wetten. Het sluiten van de ogen voor dit enorme gevaar is het eigen doodsvonnis.

In Nederland beginnen de eerste anti-ISIS demonstraties eindelijk vorm te krijgen. In de Kamer blijkt dit geluid alleen nog maar via een paar Kamerleden te horen. Waaronder CDA-Kamerlid Omtzigt, die onlangs een vlammende speech hield over de gevaren van deze vorm van moslimsextremisme.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Niet alleen in het Midden-Oosten is de sfeer grimmig. Ook vanuit een ander islamitisch land begint de dreiging naar het christendom alleen maar toe te nemen. Afgelopen week alleen al viel Azerbeidzjan – u weet wel, dat land dat een groot gebied waar een Armeense enclave woont gewoon opeist – Armeense dorpen in het grensgebied aan. Ook dit geweld moet worden afgekeurd maar komt helaas niet aanbod in de Kamer.

Er moet een onderzoek komen naar de massale afslachting van christenen in Irak en Syrië. Er moet internationaal worden opgetreden tegen het toenemende geweld in de Kaukasus. Er moet internationaal worden opgetreden tegen dit geweld. Er moet internationaal worden opgetreden tegen elke vorm van buitensporig geweldig en terrorisme. Dat is namelijk geen kwestie van elkaar een andere mening gunnen, maar het trekken van een ethische grens: vrijheid moet voor iedereen vanzelfsprekend zijn en veiligheid moet niet een wens zijn maar een zekerheid. En pas als Nederland die ethische grens durft te trekken, dan kan men in Nederland ook in die zekerheid leven.

Andrei Vreeling is oprichter van het Nederlands Comité van Verenigde Christenen, een organisatie die aandacht vraagt voor de pijnlijke situatie waar christenen in het Midden-Oosten en Afrika in leven

Posted on

Israël hartelijk aangemoedigd

De afgelopen maanden is Israël veel in het nieuws geweest. Trouwens, in welke periode is dat niet het geval? Dit speldenknopje op de wereldkaart is vrijwel dagelijks onderwerp van discussie in alle grote media op deze wereld. De laatste maanden kreeg Israël in de Nederlandse pers vooral aandacht vanwege het zogenaamde ontmoedigingsbeleid dat Nederland voert ten opzichte van Israël. Verschillende grote Nederlandse bedrijven (Vitens, Haskoning, PGGM) hebben hun samenwerking met Israëlische bedrijven verbroken. Waar gaat dit over? Wat heeft Israël misdaan?

Door: C.G. van der Staaij en D.J.H. van Dijk

Het ontmoedigingsbeleid houdt in dat onze regering Nederlandse bedrijven aanspreekt op het ontplooien van activiteiten in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen. We hebben het dan over Judea, Samaria (de Westelijke Jordaanoever) en Oost-Jeruzalem. De regering verleent aan dergelijke activiteiten geen ondersteuning, omdat het bestaan van deze nederzettingen in strijd zou zijn met het internationaal recht.

De SGP heeft grote moeite met dit ontmoedigingsbeleid. Het schept een klimaat waarmee zakendoen met Israëlische bedrijven besmet raakt. Hierbij moet beseft worden dat de verwijzingen naar het internationaal recht aanvechtbaar zijn. Het internationaal recht heeft naar zijn aard een hoog politiek gehalte en kan niet vergeleken worden met nationaal recht. Bovendien mag nooit vergeten worden dat de betwiste gebieden in handen van Israël kwamen na een agressie-oorlog (in 1967) van Arabische staten. En dan gaat het ook nog om gebieden die Jordanië en Egypte in 1948 zonder enige rechtsgrond hadden ingenomen na hun aanval op de Joodse staat.

De betreffende nederzettingen zijn op grond van de met de Palestijnen gesloten Oslo-akkoorden momenteel inzet van onderhandelingen over de definitieve status. Aan de onderhandelingstafel moeten oplossingen worden gevonden en niet via oneigenlijke drukmiddelen die de vrede frustreren. Eenzijdige internationale druk op Israël versterkt slechts de weigering van de Palestijnen om het bestaansrecht van de Joodse democratische staat Israël te erkennen.

Ondertussen is Israël weer op negatieve wijze in het nieuws. De wereld ziet vaak niets anders dan het verweer van Israël en zij begrijpt er vanuit haar vrijheid dikwijls niets van. Gemakkelijke veroordelingen van Israël zijn het gevolg. Veel aandacht gaat zo naar de aangevochten positie die Israël in het Midden-Oosten inneemt. Maar Israël heeft zoveel méér te bieden. Israël is een goed functionerende democratische rechtsstaat. Op het gebied van ICT, innovatie en technologie is Israël een sterspeler. Israël heeft veel ervaring met de integratie van uiteenlopende bevolkingsgroepen. Persvrijheid en godsdienstvrijheid zijn in Israël geborgd. Slachtoffers van het Syrische conflict worden in Israëlische hospitalen verzorgd.

Daarom vond de SGP het belangrijk om een werkbezoek te brengen aan Israël met een positieve agenda! Daaraan is begin van dit jaar gestalte gegeven door een vierdaags werkbezoek aan dit land en de Palestijnse gebieden. Met SGP-parlementariërs uit de Tweede Kamer en het Europees Parlement, vergezeld door medewerkers, werd een leerzame reis afgelegd naar deze bewogen regio.

De timing van het werkbezoek kon niet beter. Juist tijdens deze reis verbrak het pensioenfonds PGGM – na Vitens en Haskoning – haar samenwerking met Israëlische partners. We konden nu uit eerste hand vernemen van Israëlische politici en topmensen uit het bedrijfsleven welke impact dergelijke stappen heeft. Zo spraken we met de directeur van Mekorot, een internationaal opererend en gerenommeerde Israëlisch waterbedrijf. Zij voelden zich bezoedeld door de door Vitens verbroken samenwerking.

SGP - werkbezoek Israel - Vitens
De SGP brengt een werkbezoek aan het waterbedrijf Mekorot in Israël.

Datzelfde gevoel overheerste bij politici. Er gebeuren verschrikkelijke dingen in het Midden-Oosten, gruwelijke mensenschendingen en wrede conflicten. En dan wordt Israël behandelt als paria. Daarover waren zij verbijsterd. Israël is niet perfect, maar in vergelijking met omliggende landen een oase van stabiliteit en een prima functionerende rechtsstaat. Deze gevoelens van onrechtvaardigheid stimuleerden de SGP-delegatie om in zowel de Tweede Kamer als in het Europees Parlement stevig op te komen voor de veiligheid en economische belangen van Israël en de kwalijke effecten van het ontmoedigingsbeleid aan de kaak te stellen.

Na dit werkbezoek zijn er op initiatief van de SGP meerdere debatten over het ontmoedigingsbeleid geweest met minister Timmermans van Buitenlandse zaken. Tijdens die debatten heeft de SGP duidelijk gemaakt, dat zij het ontmoedigingsbeleid het liefst zo snel mogelijk zou laten oplossen in de Dode zee. Voor deze wens is echter geen Kamermeerderheid te mobiliseren. Gelet op die werkelijkheid heeft de SGP aan de minister gevraagd hoe hij voorkomt dat zijn ontmoedigingsbeleid uitdijt en we uiteindelijk in een boycotachtige sfeer terechtkomen. Met kracht is erop aangedrongen dat het kabinet moet uitstralen dat zakendoen met Israël legitiem en vanzelfsprekend is.

Overigens is voor het vredesproces minstens zo belangrijk dat het haatzaaien tegen Joden door Palestijnen in de media, in het onderwijs en tijdens publieke optredens van de Palestijnse autoriteiten, stopt. Zelfs Abbas, de huidige leider van de Palestijnse autoriteit, werkt mee aan de inhuldiging van terroristen die meerdere Joodse burgers hebben vermoord. Zo ontstaat er geen voedingsbodem voor vrede, maar voor genocide. De SGP wil dat financiële hulp aan de Palestijnse autoriteit afhankelijk wordt gemaakt van behaalde resultaten op dit terrein.

Uiteindelijk zijn de reeks debatten over dit trieste thema geëindigd met een lichtpuntje. Een ingediende motie van de SGP, gesteund door de ChristenUnie, kreeg een Kamermeerderheid achter zich. In deze motie is uitgesproken dat het Nederlandse kabinet op zichtbare en overtuigende wijze duidelijk moet maken dat zij economische relaties en samenwerking tussen Nederlandse en Israelische bedrijven aanmoedigt. De SGP zal al haar mogelijkheden benutten – voor en achter de schermen – om ervoor te zorgen dat deze motie royaal wordt uitgevoerd!

Posted on

Christelijke organisaties bundelen krachten voor fundamentele vrijheden in EU

Donderdag 13 februari vindt in Hilversum de presentatie van een nieuw ‘Platform Fundamentele Rechten en Vrijheden in de EU’ plaats. In het platform heeft zich een groot aantal christelijke organisaties verenigt om in EU-verband op te komen voor het leven, voor het gezin en voor fundamentele vrijheden.

De aanleiding voor de oprichting van het platform  is gelegen in de recente debatten in het Europees Parlement die zowel aan medisch-ethische kwesties raakten als aan de onderwijsvrijheid en het gezin. In het persbericht wordt gewezen op “de recente pogingen in het Europees Parlement om van abortus Europees beleid te maken, vanuit de EU artsen te verplichten abortussen uit te voeren en de EU invloed te geven in de seksuele voorlichting in het onderwijs. Door deze debatten werd het duidelijk hoeveel invloed o.a. de abortuslobby al heeft in de EU en dat het nodig is dat ook het geluid dat opkomt voor leven, gezin en vrijheid duidelijk gehoord wordt in Europa.” Waarbij gedacht kan worden aan de rapporten van de europarlementariërs Edite Estrela (Portugal, Socialisten) en Ulrike Lunacek (Oostenrijk, Groenen) die zich goeddeels begaven op terreinen waar de Europese Unie strikt genomen geen bevoegdheid heeft. Van uitspraken van het Europees Parlement gaat echter wel een belangrijke signaalwerking uit. Waar het rapport van Estrela nipt werd verworpen, met subsidiariteit als voor velen doorslaggevend argument, werd het rapport van Lunacek aangenomen.

Het platform wil christenen in Nederland er meer van bewust maken dat deze kwesties spelen op het niveau van de Europese Unie en dat daarbij fundamentele vrijheden op het spel staan. Het platform roept christelijke kiezers op om met het oog op deze kwesties in de komende verkiezingen voor het Europees Parlement een stem uit te brengen op de ChristenUnie-SGP-lijst, onder het motto ‘Kies voor leven, gezin en vrijheid in Europa!’

Het platform wordt momenteel gedragen door de volgende organisaties: Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), St. Hulp Vervolgde Christenen, 24/7 Gebed Nederland, St. Christenen voor onderwijsvrijheid, Schreeuw om Leven, Stirezo, Werkgroep geen Abortus, Coalitie Apostolische Reformatie, Abortusinformatie.nl en de European Christian Political Foundation en staat open voor meer deelnemende organisaties.

De presentatie van het platform vindt donderdag 13 februari om 10.00 uur plaats in de Grote Kerk te Hilversum. Het manifest van het platform is te vinden op www.stemvoorhetleven.eu

Posted on

Schotse parlement voor invoering homohuwelijk

Nadat in juni in Engeland en Wales het homohuwelijk werd ingevoerd, heeft nu ook het Schotse parlement in principe ingestemd met invoering daarvan. Van de 129 leden van het Schotse parlement stemden 98 voor en 15 tegen, 5 onthielden zich van stemming.

Schotland kende reeds een geregistreerd partnerschap voor koppels van gelijk geslacht. Het parlement stemde over een wetsvoorstel nadat eerder een consultatie was gehouden onder de bevolking. De gereformeerde Church of Scotland had zich evenals de Rooms-Katholieke Kerk tegen het voorstel uitgesproken. De diverse partijen lieten hun parlementsleden vrij om hun eigen keuze te bepalen, uiteindelijk stemden 15 parlementsleden, waaronder enkele Schotse nationalisten, sociaaldemocraten en conservatieven tegen het voorstel.

scottish-parliament-larger3Volgens de tegenstanders van het homohuwelijk staat de grote steun in het parlement in geen verhouding tot de opvattingen onder de bevolking. “Het parlement weerspiegelt in deze kwestie niet de publieke opinie”, aldus SNP-parlementslid John Mason. De belangrijkste bezwaren van Mason tegen het voorstel zijn dat het huwelijk een verbintenis van een man en een vrouw is en dat andersdenkenden in het voorstel niet voldoende beschermd worden.

Labour-parlementslid Elaine Smith wees erop dat de vrijheid van meningsuiting van tegenstanders van het homohuwelijk in het gedrang komt. Ze vertelde in het parlement, dat sinds ze bekend maakte tegen een herdefiniëring van het huwelijk te zijn, als homofoob en bevooroordeeld was gebrandmerkt. “Ik ben vergeleken met de Klu Klux Klan en men stelde voor mij als heks op de brandstapel te zetten.” Smith sprak de hoop uit dat parlementsleden zich niet hebben laten vermurwen door dit soort praktijken.

“Sinds ik bekend maakte tegen het homohuwelijk te zijn, heeft men voorgesteld mij als heks op de brandstapel te zetten.”

 

Het conservatieve lid van het Schotse parlement Alex Johnstone zei te vrezen voor ondermijning van het traditionele huwelijk: “Tijdens mijn leven ben ik getuige geweest van het begin van het verval van de samenleving. Eén van de prioriteiten van dit huis zou dan ook moeten zijn om gezinnen te versterken, manieren te zoeken om huwelijken te versterken en er voor te zorgen dat we de trends van de afgelopen halve eeuw weten te keren en een zekere stabiliteit kunnen herwinnen.”

Kerken worden door het wetsvoorstel vooralsnog niet verplicht homohuwelijken te sluiten, maar hebben de mogelijkheid van een ‘opt-in’. De wetgeving in Engeland en Wales kent een vergelijkbare voorziening, maar sluit de Anglicaanse kerk in Engeland en Wales daarvan uit. Dat het voorstel kerken niet verplicht stelt de kerken echter niet gerust, gevreesd wordt voor rechterlijke uitspraken die hen alsnog daartoe zouden verplichten.