Posted on

Peter Tauber (CDU) wil rechts grondrechten ontnemen

Peter Tauber

De CDU-politicus Peter Tauber wil de grondrechten van rechtse publieke figuren intrekken. De reacties in Berlijn zijn onthullend.

Tauber hoeft niet te vrezen voor zijn positie als staatssecretaris van Defensie. Ook wordt hij niet berispt of zelfs maar van hogerhand tot de orde geroepen. Peter Tauber, die tot 2018 de invloedrijke positie van partijsecretaris bekleedde, kon zonder problemen ertoe oproepen om politiek rechts georiënteerde mensen grondrechten als de vrijheid van meningsuiting of vergadering te ontnemen. Deze boude stellingname heeft voor hem geen enkele consequentie.

Seehofer en Merkel haken in

Dit roept dan ook de vraag op of Peter Tauber met zijn schokkende ontsporing alleen staat of dat hij slechts uitspreekt wat in meer hoofden aan de top van de staat omgaat. Als om dit laatste te bewijzen haakte minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) in dat hij dergelijke ingrepen in de grondrechten wil “onderzoeken”.

‘Rechts-extremisme’

En bondskanselier Angela Merkel kondigde op de landelijke toogdag van de Protestantse Kerk in Duitsland (EKD) aan in de toekomst “zonder taboe” te zullen bestrijden wat ze voor “rechts-extremisme” houdt. Men vat het begrip rechts-extremisme in Duitsland echter al zo ruim op, dat vrijwel alles wat niet links is er onder te scharen valt. Zo kan het gebeuren dat christendemocratische politici zonder problemen hun totalitaire proefballonnetjes op kunnen laten.

Moord op Walter Lübcke

Aanleiding voor de uitspraken van Peter Tauber en co. was de moord op Walter Lübcke. Deze CDU-politicus was president van het Regierungsbezirk Kassel, een onderbestuurslaag van de deelstaat Hessen. Inmiddels is een zekere Stephan E. opgepakt als verdachte van de moord. Deze man zou in kringen van neonazi’s verkeerd hebben.

Morele medeverantwoordelijkheid

Lübcke gold als fervent voorvechter van de welkomscultuur. De moord op deze CDU-politicus gebruiken Peter Tauber en de zijnen nu tegen AfD-politici en andere rechtse publieke figuren die daar kritiek op hebben. Zij hebben niets met de moord te maken, maar Tauber wrijft hen een morele medeverantwoordelijkheid aan. Het is een perverse logica, waarmee je even goed alle ’68-ers of zelfs iedereen die op een of andere manier ‘links’ is verantwoordelijk zou kunnen houden voor de moordaanslagen van de Rote Armee Fraktion.

Politieke concurrentie monddood maken

Voor dergelijke perversiteiten deinzen schaamteloze politici als Peter Tauber en de zijnen echter niet terug, als ze daarmee hun politieke concurrentie monddood kunnen maken. Zo begint zich een nieuw totalitarisme af te tekenen. Het heeft de mond vol over democratie, openheid, tolerantie en een inclusieve samenleving, ondertussen legt het een deel van de samenleving het zwijgen op.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

ChristenUnie-minister snoert vrijheid van onderwijs in

Dwang tot nationale opvoeding, invoeren van een staatsideologie, symboolpolitiek. Dat zijn zo’n beetje de steekwoorden in de reacties op het plan van minister Arie Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs om scholen te verplichten tot burgerschapsonderwijs. Scholen zijn sinds 2006 wettelijk verplicht om lessen in burgerschap te geven, maar de minister vindt dat te vrijblijvend. Hij wil de eisen aanscherpen.

“De school moet ook een oefenplaats zijn, waar kinderen kunnen oefenen hoe je je als burger gedraagt,” vindt Slob. De crux zit ‘m in dat woordje ‘ook’. Want scholen moeten al heel veel en steeds meer. Je vraagt je als buitenstaander wel eens af hoe die onderwijzers nog toekomen aan het geven van klassieke vakken, zoals taal, rekenen en geschiedenis. Zoveel ruis zit er namelijk tegenwoordig in het curriculum. Het versje is allang afgeschaft en het zingen van het Wilhelmus is nog niet eens ingevoerd, maar de lesdagen worden tegenwoordig gevuld met voorlichting over seksuele diversiteit, anti-pestprogramma’s, herkennen van vooroordelen en het oefenen in empathie. “Mijn kinderen weten alles over Marokko, maar over de vaderlandse geschiedenis leren ze niets meer,” verzuchtte een vader een aantal jaren geleden in een ingezonden brief. Lessen in burgerschap fietsen daar nog doorheen – de jaarlijkse excursie naar Verkeerspark Assen is ook lang geleden gesneuveld – maar scholen kunnen in het kader daarvan eenmaal per jaar een project-dag organiseren of een debatwedstrijd. En daar wil Slob nu een einde aan maken. ‘Kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaat’ moeten centraal staan in het burgerschapsonderwijs. Concreet: meer en verplicht onderwijs over democratie, rechtsstaat en gelijkheid. “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn,” zegt Slob in dagblad Trouw. “Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.”

De ironie wil dat het weinig verplichtende karakter van de huidige wet, die in 2006 werd aangenomen, een gevolg is van het verzet van het CDA en de ChristenUnie in het vierde kabinet Balkenende (2007-2010). De christelijke coalitiepartijen vreesden dat de vrijheid van onderwijs met allerlei verplichtingen ondermijnd zou worden. De Raad van State viel de partijen bij: “Een inbreuk op de vrijheid van richting en inrichting”. Tien jaar later gaat een minister van CU-huize juist over tot verplichting. “Een school die niet onderwijst in de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en het afwijzen van discriminatie zal daartoe voortaan door de Inspectie, met Slobs nieuwe wetsvoorstel in de hand, worden gemaand,” schrijft de Volkskrant. In Trouw probeert de minister mogelijke onrust onder zijn achterban te bezweren: “Ik treed niet in de vrijheid van scholen om het onderwijs in te richten zoals zij het willen. Er is een kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Ik wil alleen richting geven waaraan de inhoud moet voldoen. Tegelijkertijd houden scholen ruimte om keuzes te maken in hun lesaanpak, methodes en leermiddelen. Die vrijheid houden ze zonder meer. Zolang scholen maar wel fundamentele waarden en vrijheden respecteren en onderwijzen.”

Het Friesch Dagblad, een van de kleinste dagbladen in Nederland én christelijk, heeft er niet veel vertrouwen in. De krant voorziet conflicten tussen de diverse grondrechten, maar ook over de verschillende visies op bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties. “Grondrechten zijn niet waardevrij en niet los verkoopbaar,’ schrijft de krant in haar hoofdcommentaar van 6 juni. “De uitleg van Slob doet denken aan de Orwelliaanse uitspraak dat iedereen gelijk is maar dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Met andere woorden, het invoeren van een staatsideologie ligt levensgroot op de loer en staat op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs. Welk grondrecht krijgt voorrang?”.

Terwijl de Friese krant terechte vraagtekens zet bij het idee van de minister, gaat het voorstel voor een aantal belanghebbenden niet ver genoeg. Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, zegt tegen een verslaggever van de Volkskrant dat je al in de peuterklas moet beginnen met burgerschapskunde. ‘Van peuter tot puber’ is het motto van Teunissen. Bij hem komt de echte aap wel uit de mouw: “Train leerlingen in elk leerjaar om over gevoelige thema’s te praten, zich te verdiepen in standpunten van anderen, wat de (grond)wet is en wat die voor jou betekent. Dan zijn ze van jongs af aan gewend om te spreken over onderwerpen als populisme en discriminatie”. En Jan Heijhuurs, adviseur bij Diversion (bureau voor maatschappelijke innovatie), voegt daar in de krant aan toe: “Goed burgerschap begint bij de docent als moreel kompas, daarin is dit wetsvoorstel een mooi begin… Aan scholen zelf is het de taak om de buitenwereld de klas binnen te halen”.

Nederland lijkt in rap tempo het Zweedse voorbeeld te volgen. De staat neemt de (morele) opvoeding, die normaliter binnen het gezin behoort plaats te vinden, over. En het onderwijs blijft een speeltuin voor linkse hobby’s. Nota bene een minister van een christelijke partij gaat er voor zorgen dat staatsopvoeding de autoriteit van ouders buitenspel zet. De progressieve secularisten zullen juichen.

Posted on

Doelgerichte eliminatie blanke boeren Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikaanse Eileen de Jager werkt als plaats delict-schoonmaker. Dat wil zeggen dat ze na afronding van politieonderzoek de vaak gruwelijke zaken opruimt die achterblijven op plaatsen waar moorden zijn gepleegd, waaronder bijvoorbeeld de vast gekleefde huidresten van een twaalfjarige aan de rand van een badkuip, waarin het kind met kokend water doodgemarteld werd.

De daders waren in dit geval zwart en het slachtoffer blank – net als zijn eveneens op beestachtige wijze afgeslachte ouders, die in Zuid-Afrika een boerderij hadden. Boer is inmiddels een van de gevaarlijkste beroepen in het Afrikaanse land als je de verkeerde huidskleur hebt. In Zuid-Afrika worden jaarlijks rond de 19.000 moorden gepleegd – dat betekent dat 34 van de 100.000 inwoners door een misdaad om het leven komt. Zodoende staat het land inmiddels op plaats 8 in de ranglijst van wereldwijd gevaarlijkste landen.

Blanken zijn er twee keer zo vaak het slachtoffer van moord als zwarten. Ze vormen nog slechts negen procent van de bevolking, maar zo’n 20 procent van de moordslachtoffers, met een opwaartse trend. Bij elkaar zijn sinds het eind van de apartheid en de machtsovername door het African National Congress (ANC) in april 1994 70.000 blanken vermoord, waarvan naar schatting 2.000 à 4.000 boeren.

Voor boeren ligt het risico om door een geweldsdelict om het leven te komen momenteel drie- tot zesmaal hoger dan voor de rest van de bevolking. Dit overtreft zelfs de verhoudingen in de landen met de hoogste moordcijfers in de wereld, namelijk Honduras en Venezuela. In het jaar 2016 registreerden de activisten van de ngo Afriforum 369 gewelddadige aanvallen op blanke boeren en 71 zogeheten plaasmoorde (boerderijmoorden). In 2017 waren het 463 geweldsdelicten en 94 moorden. En in januari van 2018 telde men 38 aanvallen en vier moorden.

Daarbij gaan de daders meestal extreem wreed te werk. Zo werden de moeder van drie Tanya Wiers tientallen messteken toegebracht en de ogen uitgestoken. Kort daarop stierf de 79-jarige boer Trevor Rees in het ziekenhuis van Pietermaritzburg – hem hadden zwarte aanvallers vastgebonden, aangeschoten en vervolgens twee dagen lang op gruwelijke wijze gefolterd.

In de optiek van ANC-politici gaat het bij de plaasmoorde om een gevolg van de ongelijke verdeling van grond en rijkdom tussen blanken en zwarten. De omstandigheden van de concrete moordgevallen weerspreken dit echter dikwijls. De moordenaars versmaden vaak iedere potentiële buit, ze willen eenvoudigweg moorden. Als ze een boerderij verlaten aantreffen, maken ze bijvoorbeeld niet van de gelegenheid gebruik om in te breken, maar komen later terug om de bewoners af te slachten.

Ook valt de precisie waarmee sommige groepen te werk gaan op: Er worden zelfs tunnels onder hekken door gegraven of stoorzenders gebruikt om de mobiele telefonie plat te leggen. Belangenvertegenwoordigers van de boeren, zoals Corné Mulder, parlementslid voor de conservatieve partij Vryheidsfront Plus, spreken inmiddels dan ook van doelgerichte eliminatie van blanken, etnische zuivering met andere woorden. De Amerikaanse ngo Genocide Watch deelt die inschatting.

In het licht van hun steeds kwetsbaarder situatie hebben intussen veel blanke boeren het opgegeven. Waar er 20 jaar geleden nog 62.000 boerderijen door blanken gerund werden, zijn dat er tegenwoordig nog slechts 35.000. De rest is nu in handen van zwarten, wat tot productiviteitsverliezen van circa tachtig procent leidde.

Om aandacht te vragen voor de situatie in Zuid-Afrika, organiseerde de pan-Europese partij Beweging voor een Europa van Naties en Vrijheid (MENF), waarvan onder andere het Front National en de FPÖ lid zijn, op 30 januari jongstleden een conferentie in Brussel, waar ook Mulder sprak. Daarnaast presenteerde de Canadese alternatieve mediapersoonlijkheid Lauren Southern haar actuele korte documentaire ‘The Reality of South African Farm Murders’ (zie video onderaan dit bericht). Daarin interviewt ze onder andere plaats delict-schoonmaakster De Jager.

Tijdens de conferentie van de MENF bekritiseerde het Britse Europarlementslid Janice Atkinson de beslissing van het Europees Parlement om de situatie in Zuid-Afrika niet – zoals zij had voorgesteld – tot onderwerp van een officieel debat te maken: Schijnbaar hanteert men in Brussel dubbele maatstaven waar het om mensenrechten gaat, aldus Atkinson.

Posted on

Gendergekte met gevolgen

De techniek is ondertussen genoegzaam bekend. Om wetgeving te laten aannemen, wijzigen of afschaffen, creëer je een mediahype. Je zoekt een opvallend, merkwaardig, revolterend of droevig feit, je gooit dat in de openbaarheid en je kadert het mediatiek goed in.

Idealiter is dit plotse feit al het voorwerp geweest van een lange opvolging door een bekend journalist, en heb je de experten achter de hand om op de leemten of beletsels in de wetgeving te wijzen. Vervolgens zet je dan aandachts- en bezigheidszoekende wetgevers aan het werk.

Zo ging dat met het homohuwelijk, met euthanasie, met euthanasie voor minderjarigen, met de kraakpanden en nu vorige week met gender, genderwijziging en genderkeuze. Boudewijn werd Bo.

Men kan respect of sympathie hebben voor de private keuzes van mensen die hun persoonlijk leven betreffen; daar is helemaal niets mis mee. Maar als die private keuze het voorwerp van een mediagestuurde hoogmis wordt, als het onderscheid tussen privé-sfeer en publiek domein verdwijnt, is dit ook niet langer een private aangelegenheid. De vraag wordt dan wat de ‘maatschappelijke agenda’ echt is.

In dit opzicht is dan ook het fait divers van vorige week van veel minder belang dan de (voorbereidende?) wet van 25 juni 2017 ‘tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft’.

In tegenstelling tot wat de titel van de wet zou doen vermoeden heeft deze veel minder te maken met transgenders, dan wel met het veralgemeend mogelijk maken van genderkeuze.

Inderdaad kan eenieder, man of vrouw, zelfs minderjarig, er sinds de genderkeuzewet voor kiezen om van gender te wijzigen (weliswaar beperkt tot ‘man’ of ‘vrouw’ – zelfs niet tot ‘transman’ of ‘transvrouw’) door een eenvoudige verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, louter op voorwaarde van enkele consultaties en een afwezigheid van bezwaar van de procureur des Konings. Enige medische ingreep is niet langer vereist.

Wie is mama, wie is papa?
Maar, en hier komt de kat op de koord, de regels van het burgerlijk wetboek inzake vaderlijke en moederlijke afstamming werden niet gewijzigd. Dit betekent dat een man die vrouw wordt (transvrouw) en een kind verwekt, nog steeds, als vrouw, de vader van haar kind wordt.

En een vrouw die man wordt (transman) en een kind baart, wordt nog steeds de moeder van zijn kind.

Men hoeft geen groot geleerde te zijn om in te zien dat zoiets onhoudbaar is, en dat binnen de kortste keren zal geijverd worden voor het schrappen van de begrippen vaderlijke en moederlijke afstamming in ons recht. De minister van justitie alludeerde daar trouwens al op tijdens de bespreking in de Kamercommissie. En wie de begrippen vaderlijke en moederlijke afstamming afschaft, schaft meteen de noties vader en moeder af, en zelfs de noties meemoeder en meevader.

In eerste instantie blijft dan enkel nog het begrip ‘ouder’ over, ouder 1 en ouder 2. Evenwel zal zelfs het begrip ‘ouder’ niet houdbaar blijken op het ogenblik dat twee samenlevende vrouwen een beroep doen op een gametendonor, en twee samenlevende mannen een beroep zullen mogen doen op een draagmoeder om hun recht op een kind te realiseren.

Wat er dan overblijft zijn zorgende en opvoedende wensouders. Wensouders kunnen ongetwijfeld uitstekende opvoeders zijn, maar als ze het kind niet verwekt of gebaard hebben zijn het geen ouders in afstammingszin.

En er zijn volwassenen en kinderen die een warme opvoeding genoten hebben, maar toch op zoek gaan naar hun biologische ouders.

Daarvoor wil dezelfde wetgever dan zelfs de anonimiteit van de gametendonatie afschaffen. En rijst onmiddellijk de vraag wat de rechten zijn van de donoren en hun partner(s) t.a.v. het kind, en van het kind t.a.v. de donoren en hun partner(s). Vele donoren willen helemaal geen ‘ouder’ zijn, en men kan dit zeer goed begrijpen.

Een zo goed als onontwarbaar kluwen is het onvermijdelijke gevolg. Nog maar eens.

Maar wat meer is, deze radicale transformatie gaat naar het wezen van onze cultuur, waarin familie, afstamming, gezin, en de rol van vader en moeder – evoluerend, jazeker – steeds centrale referenties geweest zijn.

Ik herinner me het relletje in mei 2017 toen een school de viering van ‘moederdag’ afschafte omwille van de grote diversiteit in gezinssituaties. Het is minstens paradoxaal te noemen dat de luidste roeptoeters van toen amper een maand later de hogervermelde genderkeuzewet mee patroneerden.

En om het voor de goegemeente allemaal wat verteerbaar te maken, blijft men het nog even hebben over slechts twee genders, man en vrouw. Maar wie de materie zelfs maar een heel klein beetje kent, weet dat volgens de genderideologie binariteit gelijkstaat met vloeken in de kerk. De kern van de genderideologie, overal gepropageerd, is juist dat een emancipatie uit dit binaire, biologisch gedetermineerde denken dringend noodzakelijk is.

Progressief

Gender is in deze religie een fluïde begrip, met een onbeperkt en onbepaald aantal varianten, wisselend naar tijd en omstandigheden. Facebook somt bijna 90 genders op. Genderideologie is een van de instrumenten om een cultuur radicaal te transformeren. Zoals steeds spelen transnationale netwerken, gebruik makend van het juridisch instrument van de ‘grondrechten’, hierin een belangrijke rol.

Genderideologie is zelfs gaan behoren tot het wezen van ‘het Europees project’ – zie de talrijke resoluties van het Europees ‘Parlement’ en hun weerslag in talrijke Richtlijnen.

Een hoofddoek dragen is zogezegd een aanslag op onze cultuur, en een boerkini is een atoombom, maar onze cultuur in het hart treffen, dat is meerijden op de trein van de geschiedenis.

Want “die moslims moeten eindelijk maar eens beseffen hoe progressief we wel zijn”. Wat mij betreft is de liberaal-libertaire sharia een acutere bedreiging.

Dit opiniestuk is oorspronkelijk gepubliceerd op VRT NWS.

Posted on

Het mysterie van Tuam en het mysterie van de nieuwsmedia

Van 1925 tot 1961 werd in Tuam, in de Ierse regio Galway, een tehuis gerund door de Bon Secours-zusters. Dit tehuis was een Rooms-katholieke instelling waar duizenden ongetrouwde zwangere vrouwen kinderen baarden, in een tijd waar een taboe heerste op buitenechtelijke zwangerschap. In 2014 kwam het tehuis in het nieuws, omdat de lokale historicus Catherine Corless na uitgebreid onderzoek stelde dat er honderden kinderen in of rondom het in 1972 afgebroken complex begraven moeten liggen. Gisteren werd bekend gemaakt dat tijdens opgravingen in het complex inderdaad menselijke resten zijn aangetroffen.

Verschillende nieuwsmedia gingen met het verhaal aan de haal en sommige lieten daarbij hun fantasie de vrije loop. Met name de Vlaamse staatsomroep VRT schetste op haar website en Facebookpagina een beeld dat meer doet denken aan het script van een slechte horrorfilm dan aan de officiële persverklaring van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen, die namens de Ierse overheid onderzoek doet naar het tehuis en door de VRT als bron wordt opgegeven. Volgens de VRT in de persoon van Dominique Fiers zijn namelijk honderden baby’s en kinderen vermoord door katholieke zusters en zijn de lijkjes vervolgens massaal gedumpt in een beerput.

Het lopende onderzoek van de Onderzoekscommissie laat evenwel een ander, genuanceerder beeld zien; een beeld dat bovendien veel meer in lijn ligt met bestaand historisch onderzoek. Allereerst heeft de Onderzoekscommissie twee bouwwerken gevonden. Het eerste bouwwerk betreft de ‘beruchte’ septische tank of beerput, die in werkelijkheid buiten gebruik was gesteld en vol zat met rommel en puin. En dus niet met honderden kinderlijkjes.

Het tweede bouwwerk is een lang complex bestaande uit twintig kamers. Volgens de Onderzoekscommissie kan vooralsnog niet worden vastgesteld wat precies de functie was van dit bouwwerk, al lijkt het oorspronkelijk te hebben gediend voor de behandeling of opslag van afvalwater. De commissie stelt evenwel dat niet kan worden vastgesteld of dit bouwwerk daadwerkelijk als zodanig in gebruik is geweest. Wel is al langer bekend dat het tehuis in 1846 was gebouwd als werkhuis en in 1916 diende als kazerne. Het bouwwerk kan dus daarmee te maken hebben gehad.

In ten minste zeventien van de twintig kamers zijn ‘significante hoeveelheden aan menselijke overblijfselen ontdekt’, aldus de Onderzoekscommissie. Hoewel de commissie niet aangaf hoeveel lichamen begraven liggen, had het wel details inzake een gedane steekproef: “[De onderzochte] overblijfselen betroffen een aantal individuen met leeftijden van ongeveer 35 foetale weken tot 2–3 jaar.” Koolstofdatering wijst erop dat de lichamen, zoals verwacht, stammen uit de periode dat het tehuis actief was, te weten 1925 tot 1961. Het gaat dus om doodgeboren of vroegtijdig gestorven kinderen.

Over de exacte doodsoorzaak is nog niets bekend. In tegenstelling tot de bewering van de VRT dat sprake is van moord en doodslag, stelt de Onderzoekscommissie vooral ‘geschokt te zijn van de ontdekking en haar onderzoek voort te voort te zetten naar wie verantwoordelijk was voor het op deze wijze opruimen van menselijke overblijfselen’.

De historische context kan meer duidelijkheid verschaffen over wat zeer waarschijnlijk heeft plaatsgevonden. In het Ierland van onder meer de jaren veertig stierven jaarlijks vijfhonderd kinderen aan verschillende ziekten, in bijzonder tuberculose. Een inspectierapport uit 1947 stelde vast dat het tehuis in Tuam overbevolkt was met in totaal 271 kinderen and 61 moeders. Bovendien betaalde de gemeenteraad van Galway de zusters slechts £1 pond per moeder en kind per week, wat in hedendaagse euro’s neerkomt op niet meer dan €60 per week. Ook Corless concludeert daarom dat de kinderen in het tehuis waarschijnlijk zijn gestorven aan infectieziekten en ondervoeding. Onder andere dit soort problematiek leidde overigens tot een nieuwe Health Act, welke al gauw onderwerp werd van een verhit politiek debat.

Het is in deze omstandigheden dat het tehuis in de jaren veertig een ook voor die tijd schrikbarend hoog sterftecijfer had. Een kwart tot een derde van alle kinderen kwam te overlijden. Volgens Corless, die de overlijdensaktes van de kinderen bestudeerde, gaat het om in totaal 796 kinderen. Een groot aantal daarvan lijkt dus in het tweede bouwwerk te zijn begraven. De Onderzoekscommissie geeft niet aan in welke staat zij de lichamen heeft aangetroffen, maar haar bewoordingen wijzen erop dat ze niet op ordentelijke wijze waren begraven.

Hoewel voor verschillende nieuwsmedia, zoals de VRT, duidelijk is dat sprake was van massamoordende horrornonnen die honderden geslachtofferde ongeborenen, baby’s en peuters in een beerput hebben gedumpt, laten de officiële persverklaring van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen en het historisch onderzoek van onder meer Catherine Corless een genuanceerder beeld zien. Het tehuis in Tuam lijkt eerder een symbolisch dieptepunt te zijn van een tragische periode uit de Ierse geschiedenis waarin epidemieën, ondervoeding, kindersterfte en gebrekkige ziekenzorg aan de orde van de dag waren.

Het is dan ook te makkelijk om de Bon Secours-zusters, die onder deze omstandigheden overuren werkten om zich te ontfermen over de enorme aanstroom van zwangere vrouwen en kinderen, zaken in de schoenen te schuiven die geen basis hebben in de werkelijkheid. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de zusters helemaal geen blaam treffen. De kwestie-Tuam laat zodoende twee mysteries zien die schreeuwen om te worden opgelost: waarom zijn deze honderden kinderen op zo’n onbehoorlijke wijze begraven, en waarom zijn sommige nieuwsmedia ondanks alle feiten zo aan het fabuleren? Men zou er verstandiger aan doen eerst het verdere onderzoek en het eindrapport van de Onderzoekscommissie Moeder- en Babyhuizen af te wachten.

Posted on 1 Comment

Paul Cliteur: Onderzoek politieke inbreuken op rechtsstaat weinig nuttig

De verkiezingsprogramma’s van PVV, VVD, CDA, SGP en VNL bevatten één of meerdere voorstellen die op gespannen voet staan met de rechtsstaat. Zo meldt dagblad Trouw vandaag op basis van analyse van dertien verkiezingsprogramma’s door een commissie van hoogleraren in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten.

De commissie spreekt van plannen die “rechtstreeks ingaan tegen fundamentele rechten en vrijheden van mensen, of inbreuk maken op het recht op een eerlijk proces”, vooral rond het voorkomen van terrorisme en voorstellen die te maken hebben met immigratie en het vluchtelingenvraagstuk.

“Wie ter bescherming van onze rechtsstaat bereid is om de rechtsstaat zelf te ondermijnen [..] vormt zelf een bedreiging voor de vrijheden die het fundament van onze samenleving vormen”, zo stellen de hoogleraren.

Novini ging te rade bij rechtsfilosoof Paul Cliteur, onder andere bekend van zijn optreden als getuige-deskundige in de recente rechtszaak tegen PVV-leider Geert Wilders over zijn ‘minder Marokkanen’- uitspraak.

Cliteur reageert desgevraagd, dat “het probleem is dat voor een effectieve criminaliteitsbestrijding en voor een effectieve bestrijding van terrorisme heel vaak maatregelen moeten worden genomen die zich op gespannen voet bevinden met rechtsstatelijke waarborgen.”

Wanneer de terrorismedreiging groot is moet je bij het betreden van een warenhuis of een kerstmarkt je tas openmaken. Dat is in strijd met de privacy en daarmee een maatregel die zich op gespannen voet bevindt met de rechtsstaat. Dit soort voorbeelden kunnen moeiteloos worden uitgebreid. De centrale vraag is er een van proportionaliteit: welke maatregelen achten we verantwoord in het licht van de dreigingen die op ons afkomen?

Verder wijst de hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Universiteit Leiden op het beperkte nut van een dergelijk onderzoek door juristen, gespeend van politieke afweging:

Wie alleen maar wil registreren welke inbreuken op de rechtsstaat worden gemaakt zonder zich bezig te houden met de vraag van de noodzaak daarvan doet weinig nuttigs.

 

Posted on

FBI arresteert militieleider in Oregon

De FBI heeft Ammon Bundy, de leider van de gewapende militie die gebouwen in Oregon National Park bezette, en zes van zijn kompanen gearresteerd. De arrestatie vond gisteren net buiten het park plaats. In een, mogelijk door de FBI geprovoceerde, schotenwisseling die volgde op de aanhouding werd een persoon gedood, verscheidene anderen raakten gewond. Een ander lid van de militie is in Arizona gearresteerd.

Yves Pernet schreef eerder voor Novini een artikel dat de achtergronden van de militie en de redenen voor hun bezetting van de gebouwen schetst.

[contextly_sidebar id=”75XID1dOioDRHxYMYZmrDcpdzzuG0rE9″]

Posted on

Het geweer van Moroni

Toen Amalickiah, een vooraanstaand leider der Nephieten, er niet in slaagde om zichzelf tot koning te laten maken, liep hij over naar de Lamanieten. Een burgeroorlog ontstond. Kapitein Moroni van de Nephieten riep zijn volk te wapen. Hij deed dit door zijn mantel te nemen, hem te scheuren tot hij bruikbaar was als een vlag en schreef erop “In de gedenkenis van God, onze religie, en vrijheid, en onze vrede, en onze vrouwen, en onze kinderen”. Deze mantel werd de “title of liberty” genoemd en in de oorlog die volgde werd er een versie op elke toren gehesen die veroverd werd op de aspirant-tiran Amalickiah: “And it came to pass also, that he caused the title of liberty to be hoisted upon every tower which was in all the land, which was possessed by the Nephites; and thus Moroni planted the standard of liberty among the Nephites.” Daarna zou er nog een poging komen om een koning te installeren, die de bestaande kritocratie (heerschappij door rechters) omver wou werpen. De aanvoerder van deze poging, Pachus, botste op zijn beurt op Moroni en moest tevens het onderspit delven. Moroni toonde zijn volk dat om vrij te zijn van staatsdwingelandij men op God moest vertrouwen. Ieder die zich tot koning durfde kronen, of een koninklijk gedrag vertoonde, was een gevaar en moest verwijderd worden. Aldus staat geschreven in het boek van Mormon.

Men moet bij de titel koning niet puur het monarchale zien, maar het in de context zien zoals Lucius Junius Brutus het gezien zou hebben. Die verdreef de laatste Romeinse koning, Tarquinius Superbus, en zorgde ervoor dat het woord koning een gruwelijk verwijt werd. Zo gruwelijk dat Gaius Julius Caesar, die de gedragingen van een koning vertoonde, vermoord moest worden om zo de heilige waarden te beschermen.

De Bundy ranchers

Het is vanuit die redenering dat momenteel in Burns (Oregon, Verenigde Staten van Amerika) gewapende militieleden onder leiding van de Bundy familie grond bezetten die officieel in handen is van de Amerikaanse federale overheid. Amanda Peacher, journaliste voor OPB (Oregon Public Broadcasting), vroeg aan de persoon die de toegang tot de gronden bewaakte zijn naam. Het antwoord was: “I am captain Moroni, from Utah”. Utah is een Amerikaanse staat in het Midwesten en is gesticht vanaf 1847 door Mormoonse kolonisten onder leiding van Brigham Young. Zij waren daarvoor in oorlog geweest met staatsmilities uit Illinois. Stichter van de Mormoonse kerk, de Church of Latter Day Saints (LDS), Joseph Smith was in juni 1844 gelyncht door een menigte, daartoe aangezet door de Democratische gouverneur van Illinois Thomas Ford. Young had de Mormonen naar wat later Utah zou worden gebracht omdat gouverneur Ford hen begon uit te drijven met behulp van gewapende milities.

De Mormonen zouden nooit meer een grote fan zijn van de federale overheid. Ook door de rest van de Amerika werden en worden zij met een scheef oog bekeken. Mitt Romney, voormalig Republikeins presidentskandidaat, is een actief Mormoon en heeft een ietwat positiever beeld van de volgelingen van de LDS kunnen ophangen. Desondanks blijft het wantrouwen naar deze sekte/religie groot.

In 1910 breekt in Mexico een gewapende revolutie uit en moet Mormoon Abraham Bundy vluchten. Eerder in 1890 had hij zijn woonplaats in Beaver Dam Wash moeten ontvluchten door overstromingen. Aangekomen in  Arizona stichtte hij het dorpje Mount Trumbull, dat door iedereen Bundyville werd genoemd. In de winter van 1936-1937 werd Bundyville drie maanden afgesneden van de buitenwereld. Vee stierf bij de honderden. De Bundy’s waren echter taai. Zoals typisch is voor Mormonen, hadden zij zeer grote gezinnen. Matriarch Chloe had op haar 63 jaar reeds 50 kleinkinderen en achterkleinkinderen, nadat zij zelf 14 kinderen op de wereld had gezet. Eén van haar dochters, Genieve, had 16 kinderen gebaard en had al haar tanden nog (wat bij zwangere vrouwen met gebrekkige medische bijstand wel eens een probleem kan zijn). Alle Bundy’s waren gezond, intelligent en aantrekkelijk volgens schrijfster Maurin Whipple. Geen enkele afwijking onder al die kinderen te bespeuren, een taaie familie. Zij waren veeboeren en tussen 1925 en 1940 hadden zij bijna 4.000 are in bezit. Met de opkomst van een regulering van graasrechten verkregen zij echter niet de nodige rechten op water in hun graaslanden. Opnieuw moesten Mormonen vertrekken omdat hun leven onmogelijk werd gemaakt door een Amerikaanse staat.

De Bundy’s trokken naar Bunkerville (Nevada) in de jaren 1950 en begonnen met het verkrijgen van 160 are land. Deze keer wel met genoeg waterrechten. Huidig patriarch van de familie, Cliven Bundy, had in 1997 waterrechten verkregen bij een dozijn putten voor 100 veestuks tegelijk, bij sommige 250. In de jaren ’60 waren echter reeds de eerste donderwolken verschenen. Openbare gronden werden omgevormd van gebied voor mijnbouw en veeteelt naar ecologische bescherming en publieke ontspanningsgebieden. Het Bureau of Land Management (BLM) zou voortaan belastingen heffen op het vee en jaarlijks aanpassingen van de aantallen vee in de kuddes eisen. Eind jaren ’70 werden de activiteiten van ranchers zoals de Bundy’s als niet-prioritair beschouwd. Het zorgde voor de zogenaamde Sagebrush Rebellion, een beweging die eiste dat federale gronden werden overgedragen naar staten. Cliven Bundy zou deze zaak hartstochtelijk steunen. In 1993 moest zijn graasvergunning voor de vierde keer hernieuwd worden. Opnieuw verlaagde het BLM het aantal toegestane kuddedieren en verhoogde het de bestaande graastaksen. Tevens waarschuwde het BLM dat er nog meer veranderingen op til waren omdat men besloot de woestijnschildpad te beschermen. In andere woorden: de kans was groot dat Cliven Bundy voor de tweede keer zou kunnen verkassen. Opnieuw door regulering van een Amerikaanse staat. Begrijpelijk dat de man, zowel uit eigen ervaring als de geschiedenis van zijn geloofsgemeenschap, hier meer in zag dan enkel bureaucraten aan het werk. Vanaf 1998 begon Cliven Bundy aan een reeks rechtszaken om dit te tegen te gaan. Sinds 1994 was hij, uit protest tegen het BLM, al gestopt met het betalen van graastaksen. De meest recente uitspraak op 9 juli 2013 (United States vs Cliven Bundy) stelde alvast dat het publieke belang gebaat was bij het tegenhouden van grazend vee op federaal land.

Posted on

Nederland tekent eigen doodsvonnis door negeren slachting christenen in Midden-Oosten

Terwijl in het Midden-Oosten niet alleen messen maar ook zwaarden worden geslepen heeft Nederland met het verwerpen van de motie voor VN onderzoek naar de massale slachtingen op christenen haar eigen doodvonnis getekend. Want met het internationaal blijven ontkennen van deze nieuwe genocide snijdt Nederland in haar eigen vrije vingers.

Daar waar ISIS het kalifaat heeft uitgeroepen is het niet meer veilig voor andersdenkenden. Voor christenen is de dreiging nog groter. Christenen worden namelijk vermoord. Dat is geen gerucht meer, dat zijn keiharde feiten en het kabinet lijkt het nog steeds te willen ontkennen.

Het kalifaat is niet genoeg voor ISIS en evenmin voor ISIS-sympathisanten in Nederland. Het moet groter, beter, gruwelijker en voornamelijk: gevaarlijk voor alle verworven vrijheden die wij hebben in het westen. Sympathisanten willen een islamofascistische staat. Alleen hun volk, hun religie, hun denkwijze en hun wetten. Het sluiten van de ogen voor dit enorme gevaar is het eigen doodsvonnis.

In Nederland beginnen de eerste anti-ISIS demonstraties eindelijk vorm te krijgen. In de Kamer blijkt dit geluid alleen nog maar via een paar Kamerleden te horen. Waaronder CDA-Kamerlid Omtzigt, die onlangs een vlammende speech hield over de gevaren van deze vorm van moslimsextremisme.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

Niet alleen in het Midden-Oosten is de sfeer grimmig. Ook vanuit een ander islamitisch land begint de dreiging naar het christendom alleen maar toe te nemen. Afgelopen week alleen al viel Azerbeidzjan – u weet wel, dat land dat een groot gebied waar een Armeense enclave woont gewoon opeist – Armeense dorpen in het grensgebied aan. Ook dit geweld moet worden afgekeurd maar komt helaas niet aanbod in de Kamer.

Er moet een onderzoek komen naar de massale afslachting van christenen in Irak en Syrië. Er moet internationaal worden opgetreden tegen het toenemende geweld in de Kaukasus. Er moet internationaal worden opgetreden tegen dit geweld. Er moet internationaal worden opgetreden tegen elke vorm van buitensporig geweldig en terrorisme. Dat is namelijk geen kwestie van elkaar een andere mening gunnen, maar het trekken van een ethische grens: vrijheid moet voor iedereen vanzelfsprekend zijn en veiligheid moet niet een wens zijn maar een zekerheid. En pas als Nederland die ethische grens durft te trekken, dan kan men in Nederland ook in die zekerheid leven.

Andrei Vreeling is oprichter van het Nederlands Comité van Verenigde Christenen, een organisatie die aandacht vraagt voor de pijnlijke situatie waar christenen in het Midden-Oosten en Afrika in leven