Posted on

Nederlandse in Donbass: “Ik sluit een derde wereldoorlog echt niet uit”

Met je kinderen vluchten uit de oorlog, het is een nachtmerrie die bij de meeste moeders niet eens zal opkomen. Ilse Kraamwinkel deed echter het omgekeerde, ze vertrok samen met haar vriend en kinderen uit Nederland naar een oorlog. Ze vond dat ze niet langer kon leven met het idee dat ze in Nederland zou bijdragen aan een maatschappij die er volgens haar voor zorgt dat er elders op de wereld oorlog wordt gevoerd. Ilse is om die reden vertrokken naar de Volksrepubliek Donetsk (DNR), een niet-erkend land dat officieel in Oost-Oekraïne ligt. Ze woont daar sinds een jaar en houdt een blog bij over haar leven in de DNR. Haar vriend Pascal vecht als soldaat in het leger.

Wat heeft je bewogen om hiernaartoe te komen?

Lang verhaal, niet kort uit te leggen denk ik. Als je naar het verleden van mijn vriend kijkt, hij heeft in Nederland in militaire dienst gezeten. Toen was hij nog relatief jong. Hij is daar in gegaan met de intenties, net als elke Nederlandse militair eigenlijk, om goed te doen voor de wereld. En vanaf die tijd en na die tijd zijn er steeds meer verhalen naar buiten gekomen over Irak, Srebrenica, Libië. Nadat hij dienst is uit gegaan zijn wij ons steeds meer gaan verdiepen in allerlei zaken. En één ding wat dan duidelijk wordt is dat het beeld dat naar buiten gebracht wordt, dat daar gewoon heel veel niet aan klopt.

Je hebt het over dat er geen goed beeld van de wereld wordt gegeven. Wat voor dingen zijn dat bijvoorbeeld?

Neem bijvoorbeeld toentertijd de beelden van Irak  of de verhalen over Amerikaanse soldaten die de papavervelden zaten te bewaken in Afghanistan. Ik bedoel, ik heb laatst nog op Facebook twee stukjes gepost van de NOS waarbij het gewoon zo overduidelijk was dat ze gewoon hebben zitten knippen en plakken.

Welke twee filmpjes waren dat?

Eentje over Poetin die een interview gaf aan een BBC-journalist over Oekraïne. Het eerste stukje van de NOS wat ze dan laten zien is dat een journalist van de BBC met Poetin gaat praten. En Poetin zegt hem dat ie even zijn mond moet houden en daarna heeft de NOS het afgekapt en laten ze daarna een beeld zien dat hij wat verder weg loopt. Maar goed, RT heeft het hele verhaal laten zien. Daarbij werd het dus heel duidelijk dat Poetin dus zat te wachten op zijn woordvoerder. Hij was aan het wachten op vertaling en daarna heeft hij nog twee minuten met die journalist staan praten om alles te verduidelijken en zijn mening te geven.

Maar ja, dat was filmpje één, filmpje twee ging over een Nederlandse journalist, Joost Bosman, die in Rusland bij een discussieprogramma aanwezig was en die daar zijn zegje zou doen. In de NOS-reportage werd gezegd dat hij amper aan het woord kwam. En uiteindelijk bleek op de originele Russische beelden dat Joost Bosman gewoon zeker anderhalve minuut heeft staan praten.

Je kunt je niet vinden in veel van de dingen die in het westen gebeuren. Maar hoe kom je dan op het idee weg uit Nederland te gaan en naar de DNR te komen?

Al jarenlang hadden we eigenlijk iets van ‘Wat doen we hier eigenlijk nog? Waarom werken we nu nog eigenlijk mee aan dit systeem?’ Maar ja, daarna komt de vraag: ‘Wat dan wel?’ Wat moet je gaan doen? Ergens op een onbewoond eiland gaan zitten? Dat gaat het hem ook niet worden denk ik.

Dus zo hebben we jarenlang gezeten. Na die tijd ben ik me eigenlijk meer op de situatie van hier gaan richten. Pascal had ondertussen contact met een aantal mensen van hier. En ja, goed, dan kom je Rusland op een gegeven moment tegen.

Schrikte Rusland jou niet heel erg af?

Dat vond ik in het begin altijd een moeilijk verhaal, ik vond dat moeilijk te plaatsen. Ik bedoel, je komt eerst terug op alle problemen in de Sovjet-Unie. Na de Sovjet-Unie alle corruptie die in die tijd is ontstaan en dan kom je uit in het nu. En het nu ligt nog ergens tussen de perfecte wereld en de tijd van de corruptie in. Wat men bijvoorbeeld in Nederland vaak niet snapt is dat alles werd geprivatiseerd in een hele korte tijd en daarbij enorm veel corruptie is bewerkstelligd. Daarom kan je de corruptie niet in korte tijd uitbannen.

Ik bedoel, men kan alle privatiseringen terugdraaien, maar dan had de hele wereld ook op zijn kop gestaan. Ik bedoel, men kan niet van elk groot bedrijf de eigenaren eruit trappen. Dat gaat niet. En dat moet stukje bij beetje aan banden gelegd worden. En dat is iets wat men in het westen heel moeilijk ziet. En dat is het beeld wat ik in eerste instantie ook nog niet zag. Dat zie je pas als je er echt in gaat verdiepen en dat is dus het verhaal achter de media, het verhaal dat wij in het westen niet zien.

Is er een belangrijk moment geweest waarom je je vertrouwen bent verloren en uit Nederland wou vertrekken?

Ik denk niet dat daar eigenlijk een duidelijk punt in is geweest. Daar hebben zoveel dagen, uren, weken, maanden aan onderzoek, aan achter de computer zitten, informatie natrekken, ingezeten. En stukje bij beetje gaat de beerput los en zie je steeds meer. Het punt waarop wij echt op het punt stonden om te vertrekken dat is eind vorig jaar geweest of tenminste halverwege vorig jaar.

Ik denk dat je dat heel erg moet terugleiden op dat wat er nu allemaal speelt. De drang naar het demoniseren van Rusland. Hoe het op dit moment in Syrië gaat. Pascal heeft echt al jarenlang van alles zien aankomen. Toen ie er echt mee bezig ging, vanaf dat ze in Libië bezig waren met de no-fly zone. Alles heeft ie aan zien komen. Alles wat daarna gebeurd is hebben we best wel bewust doorgemaakt. Met de vluchtelingenstroom die op gang zou komen. En als je kijkt waar de hele situatie nu toe aan het leiden is…nou ik sluit een derde wereldoorlog echt niet uit. En daar zijn wij heel realistisch in geweest.

En ook al komt die wereldoorlog er niet dan vinden er lokaal nog een paar grote oorlogen plaats en op een gegeven moment waren wij op een punt dat… Ik heb altijd gezegd: ‘Ik wil geen kant kiezen.’ Ik bedoel, we leven op een wereld, we leven op één planeet en we zullen het met elkaar moeten doen. Alleen het jammere is dat heel veel landen daar een stukje anders over denken. Het Westen is op dit moment zo demoniserend tegenover Rusland, China en verschillende andere landen aan het doen in plaats van diplomatiek een verbintenis proberen te zoeken, dat we op een gegeven moment gezegd hebben: het wordt nu tijd om wel een kant te kiezen. En die kant ligt voor ons niet meer in Europa.

Waarom ligt die wel bij Rusland naar jouw idee?

Vanaf het moment dat Poetin aan de macht is gekomen begon je vanuit het Westen een steeds negatievere houding tegenover Rusland te zien. En dat terwijl Poetin al die tijd zo diplomatiek mogelijk met iedereen probeerde te zijn. Dat zie je nu bijvoorbeeld ook terug met Noord-Korea. (Interview is afgenomen in Februari: ‘Rocket man’, ‘My button is bigger and more powerful’ – SB) De gezamenlijke sancties van de VN, daar neemt Rusland deel aan. Men probeert echt wel duidelijk onderscheid te maken in ‘tot hier en niet verder’. Maar tegelijkertijd hebben ze altijd gezegd ‘wij proberen altijd diplomatieke verhoudingen zo goed mogelijk te houden. Want zodra wij niet meer praten dan houd het op. En zodra we niet meer samen kunnen werken, dan gaan we vast zitten en dan gaan de zaken alleen maar verslechteren.’ Het westen daarentegen is op een hele andere manier bezig op dit moment. Terwijl Poetin altijd zijn best daarvoor heeft gedaan, zie je dat hij daar ongelooflijk in tegen wordt gewerkt.

Je zei net dat Rusland altijd een diplomatieke oplossing zoekt. Als je dat tegen sommige Nederlanders zou zeggen, zouden ze zeggen van Nou, oké, je hebt de Krim waar Rusland met militaire middelen heeft geïntervenieerd. Er is Syrië waar Rusland haar luchtmacht naar toe heeft gestuurd en er is constant de dreiging van bommenwerpers die ook in de buurt van Nederland vliegen. Ik denk dat veel mensen in Nederland een beeld hebben van Oké, dit komt helemaal niet diplomatiek over.

Neem Venezuela bijvoorbeeld: Een Amerikaanse diplomaat die ook heeft gezegd van ‘Er zijn verwachtingen dat daar opstanden uit zullen breken en dat men de president wil afzetten. Als dat zo is dan zullen we ze steunen.’ Waarom gaat men in het Westen gelijk over tot het afzetten van? Waarom wordt er niet gepraat? Waarom wordt er niet gepraat over nieuwe verkiezingen. Verkiezingen onder internationale waarnemers zodat er geen fraude kan plaats vinden. Dan zijn er toch een heleboel problemen opgelost? Ik bedoel, je haalde net Syrië aan. Je vergeet ook altijd nog even dat Assad een rechtmatig gekozen president was. Hij was zelfs bereid nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Maar de opstand moest plaats vinden omdat Assad per se weg moest. En in heel veel situaties had het gewóón gekund. Het had in Syrië gekund, het had in de Krim gekund het had hier in Donetsk gekund, maar in het Westen wil men het niet.

Wat de Krim betreft, geldt dat het beeld is dat het door Russische militairen is overgenomen. Hoe kijk jij daartegenaan?

Het klopt dat dat het beeld is: lang leve het nieuws. Degenen die zich er een klein beetje in hebben verdiept, en ieder weet het ergens wel, weet dat er op de Krim netjes een referendum is gehouden voor aansluiting met Rusland. Want ga je de geschiedenis van de Krim bekijken dan wonen op de Krim van oudsher al heel lang etnische Russen. Al eerder, in de jaren ‘90, heeft men al een keer een onafhankelijkheidsreferendum van Oekraïne gehouden. De gedachte van de burgers is daar al heel lang duidelijk: Men wil daar al lang van Oekraïne af.

Het referendum is in de Krim gehouden, de keuze was duidelijk voor Rusland. En het enige wat Oekraïne en wat Europa kan zeggen is: ‘het referendum is niet rechtsgeldig geweest.’ Ga met de burgers van de Krim praten, ik bedoel, er zijn genoeg journalisten die bij de NOS niet in beeld gebracht worden die er geweest zijn, er is een Nederlander die er woont zelfs. En die kunnen je een heel ander verhaal vertellen dan de NOS doet. Maar daar kijkt men niet naar.

Dat geldt hier in Donetsk precies hetzelfde. Er is ook een referendum gehouden voor de onafhankelijkheid. Het enige wat men kan zeggen is ‘het is niet rechtsgeldig’, net zoals ze toen in Catalonië gedaan hebben. Het is gewoon heel makkelijk, de stem van de burger geldt gewoon niet.

Je zegt net dat er eigenlijk niet naar het volk wordt geluisterd. Tenminste, dat het Westen dat niet belangrijk vindt, als ik je goed begrijp.

Nee, dat is gisteren wel duidelijk geworden.

Wat bedoel je met gisteren?

De referendumwet. (De Tweede Kamer stemde een dag voor het interview in met de afschaffing van de referendumwet.) Kijk, Rusland is democratischer dan Nederland wat dat betreft. Want Rusland heeft nog steeds een referendumwet. Het is nog niet definitief, maar de Tweede Kamer heeft het goed gekeurd. Ja, men wil niet naar het volk luisteren, dat heeft men heel duidelijk aangegeven, dacht ik. Want o wee; het volk zal toch eens een stem hebben. En het enige wat ze dan kunnen zeggen is: ‘Het volk begrijpt het niet’. Nou, ik denk dat als we even naar het Oekraïne-referendum kijken, dat heel veel mensen wel degelijk begrepen waar het over ging. Mensen begrepen het maar al te goed, dat de grenzen open zouden gaan en dat Oekraïners naar Nederland toe zouden willen. Ik weet van hier heel goed hoe mensen tegen Europa aankijken. En datzelfde hoor je ook uit landen in Afrika met alle vluchtelingenstromen. Men ziet Nederland en het westen van Europa, Duitsland, Nederland, Engeland. Men ziet het echt als goudbergen, maar men heeft echt geen flauw idee van de kosten die mensen moeten maken. Als je mensen vertelt wat je gemiddeld aan je huur of aan je hypotheek kwijt bent, wat gemiddeld je eten kost, wat je gemiddeld aan verzekeringen kwijt bent en wat je aan belastingen af moet dragen, dan begrijpen ze het allemaal een stuk beter.

Wat heb je zelf gestemd in het referendum over het associatieakkoord?

Ik heb toen ‘nee’ gestemd, omdat ik alles aan zag komen. Het is niet goed voor Europa en het is ook totaal niet goed voor Oekraïne. En de Oekraïense burgers komen er nu achter. Je hoort ook steeds meer geluiden via internet dat men zich op dit moment eigenlijk ongelooflijk bedrogen voelt. Wat heel veel mensen niet niet wisten is dat tegelijkertijd met het associatieverdrag dat daar eigenlijk ook de IMF-leningen aan vastzaten. En dankzij die IMF-leningen gaan vanaf April tot en met Oktober de gasprijzen in Oekraïne, met – geloof ik – 87% omhoog. Dat betekent dat de gemiddelde Oekraïner bijna twee keer zoveel voor zijn gas gaat betalen. Een Oekraïner die nu al bijna niet rondkomt. En dat zijn IMF-eisen geweest. Een van de redenen waarom Janoekovitsj destijds (in 2014, voor de Euromaidan – SB) heeft gezegd: ‘Wij willen dit verdrag nog even uitstellen. Wij willen eerst naar andere opties kijken. Want dit kunnen wij onze burgers niet aandoen.’ Maar dat wordt in de media niet naar buiten gebracht. Daar moeten wij dus weer jaren later achter komen. Men is wat dat betreft gewoon ongelooflijk bedrogen. Zowel wij in Europa als de mensen in Oekraïne zelf.

En dat is voor jou ook één van de redenen om hiernaartoe te komen?

Het is alles bij elkaar, het is als een emmer die op een gegeven moment overloopt. En op een gegeven moment moet je bij jezelf bedenken, ‘Wil ik de rest van mijn leven op deze manier voort blijven gaan en in een maatschappij blijven zitten waar ik het niet mee eens ben?’

Je zei net dat je bang was voor een wereldoorlog die uit kan breken. Wat bedoel je daarmee en hoe zie je dat voor je? Wat voor dreigingen zie je?

Tijdens Bush stond de campagne tegen terreur en de campagne tegen extremisme op de eerste plaats. En nu heeft Trump heel duidelijk gezegd dat dat nu op de tweede plaats komt. China en Rusland zijn nu de grootste dreiging, dat heeft hij letterlijk gezegd. En tegelijkertijd zie we dat in alle mediaberichten terugkomen. Je kunt het zo gek niet bedenken of Rusland heeft het wel gedaan. Soms echt zonder ook maar enige bewijs.

Maar als je nu naar die mogelijke wereldoorlog kijkt, leef je dan nu niet midden op de frontlinie?

Ja, klopt.

Waarom heb je dat gedaan?

Ja, soms wel moeilijk om te begrijpen en moeilijk om daar antwoord op te geven. Het is heel erg makkelijk om te zeggen: ‘We gaan gewoon lekker zo ver mogelijk weg zitten. Het maakt allemaal niet uit.’ Alleen, wij zijn geen mensen die op die manier kunnen weg kijken. We hebben gezegd als we dan werkelijk enige invloed willen hebben en werkelijk een kant kiezen, dan moeten we het ook goed doen. Het zou heel goed kunnen dat we hier inderdaad midden op de frontlinie zitten. Nou ja, dat zij dan zo. Je leeft maar één leven en wij hopen in ons leven een, een… ik wil niet zeggen een belangrijke invloed te kunnen hebben, maar in ieder geval een positieve invloed te kunnen hebben voor onze omgeving. En niet alleen de mensen maar ook gewoon de complete leefomgeving. Zowel voor mensen als natuur, als voor dieren, echt onze complete planeet.

Heb je erover gedacht toen je vriend zei Ik wil eigenlijk deze kant op, om in Nederland te blijven met de kinderen?

Zeker wel, dat is een hele moeilijke afweging geweest. Dat heeft mij heel wat paniek aanvallen en slapeloze nachten gekost. Maar uiteindelijk heb ik me gerealiseerd dat, als je bepaalde dingen aan ziet komen dat je gewoonweg voor jezelf, voor… ik wil niet zeggen voor je eigen gemoedstrust, want zo bedoel ik het niet, maar meer voor je eigen zijn, voor je eigen ziel, voor het diepste van je binnen dat je gewoonweg niet kunt zeggen: ik werk hier nog langer aan mee.

En we hebben het hiervoor gehad over een kant kiezen. En dat we op een gegeven moment toch hebben gezegd van ‘Ja, dan moet er toch een kant gekozen worden.’ En ik heb het heel moeilijk gevonden om vooral hier als gezin zijnde naar toe te gaan. Tegelijkertijd hebben we ook gewoon gesproken met de mensen hier. En wisten we ook van tevoren van waar we nu zitten dat het gewoonweg veilig is. De kinderen spelen hier gewoon buiten op straat. Je kunt hier gewoon rustig je boodschappen doen. En supermarkten en markten liggen vol met eten. Er is een oorlog, maar voor de mensen hier is het ook een heel raar beeld, want zeker in de zomer als je buiten zit, dan hoor je de beschietingen ’s avonds beginnen. Je hoort het wel, maar men is er zo aan gewend.

Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on

Niet radicale islam maar goudkoorts bedreigt stabiliteit Indonesië

Door de zelfmoordaanslagen in Soerabaja kreeg Indonesië weer even wereldwijde aandacht. In diverse Nederlandse media was te lezen over de vrees van het Westen dat IS, na verslagen te zijn in het Midden-Oosten, de activiteiten naar Zuidoost-Azië aan het verplaatsen is. De nieuwe geweldsgolf op Java zou daar een bewijs van zijn. In dat narratief is het haast vanzelfsprekend dat Amerikaanse en Australische inlichtingendiensten ondersteuning bieden in de strijd tegen terrorisme.

Dit was ook zo na de bomaanslagen op Bali in 2002, waarbij veel Australische toeristen omkwamen. In de jaren die volgden werden de Indonesische autoriteiten bijgestaan door Australische en Amerikaanse inlichtingendiensten om de betreffende terreurgroep op te rollen.[1] Op de Filipijnen hetzelfde verhaal: voor de herovering van Marawi heeft president Duterte eveneens de hulp van de VS geaccepteerd: “Amerikaanse en Australische vliegtuigen assisteren bij het opsporen van de jihadisten en Amerikaanse commando’s helpen op de grond met adviezen.”[2] Zover gaat de inmenging in Indonesië niet, alhoewel, meteen na de aanslagen in Surabaya was de CIA er als de kippen bij om via het eigen Amerikaanse mediakanaal ‘CNN Indonesia’ assistentie aan de te bieden bij: “het ontmantelen van terroristische [netwerken], inclusief de jacht op de daders en de breinen achter deze terroristische acties.[3]

Voordat we deze ongevraagde assistentie meteen als een daad van onbaatzuchtige barmhartigheid beschouwen, is het cruciaal om de werkelijke geopolitieke belangen, en de geschiedenis daarvan, helder voor ogen te hebben.

Het punt is dat IS niet het enige gevaar vormt voor de nationale veiligheid van Indonesiërs. De kapers op de Indonesische (goud)kust komen niet zozeer uit het Midden-Oosten maar o.a. uit Phoenix Arizona waar het hoofdkantoor van het mijnbedrijf ‘Freeport McMoRan’ gevestigd is. Een Amerikaanse multinational dat door het delven van goud op West-Papoea onvoorstelbaar grote miljardenwinsten heeft gedraaid. De Indonesische president Joko Widodo (in de volksmond Jokowi) wil dit bedrijf nu gedeeltelijk nationaliseren. Het Amerikaanse Freeport is overigens gelieerd aan het Brits-Australische ‘Rio Tinto’. Terwijl de Amerikanen zich 60% van de goudberg op West-Papoea hebben toegeëigend, wordt de overige 40% door de Australiërs en Britten beheerd.[4]

Het heeft er alle schijn van dat de echte ‘piraten’ slechts handig gebruik maken van de angst en de chaos die IS-geïnspireerde aanslagen veroorzaken. Onder het mom van de strijd tegen terrorisme hebben ze zich met hun inlichtingendiensten, op slinkse wijze toegang verschaft.

Moslims versus niet-Moslims?

Zoals altijd spelen de media een belangrijke rol. Wat opvalt is dat Westerse media (in Nederland met name de Volkskrant, NOS en NRC) ons al een tijdje willen laten geloven dat het niet lang meer duurt voordat Indonesië een moslimstaat wordt.[5] Dus een situatie waarbij de 87% moslims de andere vijf religies (waaronder 10% Christenen) in een sektarische strijd overwinnen en het motto van de Republiek ‘Eenheid in diversiteit’ aanpassen. Voor de meeste Indonesiërs is dit ondenkbaar.

Dat neemt niet weg dat er sprake is van zichtbare beïnvloeding door het fundamentalistische Wahabisme dat uit Saoedi Arabië komt. De Indonesische liberale interpretatie van de Islam staat ontegenzeggelijk onder druk. Maar het in het Westen circulerende idee dat Indonesië ongeveer op het punt staat de sharia-wetgeving in te voeren is voor de meeste van mijn Indonesische vrienden totaal absurd.

Zo kopte NRC vorige week plompverloren: “20 jaar na de val van Soeharto is het moslims versus niet-moslims in Indonesië.”[6] Inderdaad was het precies twintig jaar geleden dat er een eind kwam aan het autoritaire regime van de Indonesische president Soeharto die vanaf 1965 tot 1998 het land met harde hand bestuurde. Echter, ook al waren de aanslagen in de havenstad Soerabaja deels gericht tegen kerken (maar ook de politie) iedereen die de stad wel eens bezoekt weet dat daar geen felle geloofsstrijd aan de gang is.

Prabowo’s flirt met moslimfundamentalisme

Maar niets is wat het lijkt. In werkelijkheid is er een machtsstrijd gaande die weinig met geloof maar alles met keiharde dollars en geopolitieke belangen te maken heeft. Dit gaat verder dan binnenlandse geloofsperikelen en de dreiging van terroristen en hun zo gevreesde kalifaat. Cruciaal zijn de Indonesische verkiezingen van volgend jaar. De rivaliteit tussen de twee belangrijkste politieke tegenstanders gaat over de internationale allianties die zij aangaan: van het opkomende China/Rusland tegenover de tanende macht van de VS. Het is algemeen bekend dat China een steeds grotere invloed heeft op de regio en het is ook duidelijk dat Washington dit al jaren zorgen baart.

Jokowi’s opponent Prabowo, (niet geheel toevallig ex-schoonzoon van dictator Soeharto die in 1965 met Westerse steun in het zadel was geholpen) is openlijk anti-China en als het erop aankomt kiest hij ervoor om Amerikaanse belangen te verdedigen.

Prabowo speelt een zeer dubieuze rol en heeft zich in het verleden als opportunistisch, machtsziek en uiterst gewelddadig getoond. Hij wordt onder andere beschuldigd van grove mensenrechtenschendingen op Oost-Timor en West-Papoea. Op het hoogtepunt van het (oorspronkelijk prowesterse) regime ging Prabowo in het leger, schopte het uiteindelijk tot generaal, trouwde in 1983 met de dochter van Soeharto en kwam zo dichtbij het centrum van de macht. Tijdens de studentenopstanden in 1998 heeft hij echter zijn troepen zodanig opgehitst dat dit resulteerde in massageweld waarbij studenten werden ontvoerd en zelfs vermoord. Daarnaast werden met name Chinezen slachtoffer. Prabowo’s medeplichtigheid in de ontsporing van geweld tijdens de opstand die zou leiden tot het aftreden van zijn schoonvader, zorgde er ook voor dat laatstgenoemde het contact met zijn schoonzoon verbrak. Het is nooit meer goed gekomen tussen die twee. Ook zijn huwelijk met de dochter liep in dat jaar op de klippen. Prabowo werd uit het leger ontslagen. Saillant detail: vanaf dat moment weigerden ook de VS hem toegang. Voor een aantal jaar week hij uit naar Jordanië, vestigde zich als zakenman en keerde vanaf 2004 in de Indonesische politiek terug.

Dat de VS in hun buitenlandbeleid erg selectief om mensenrechten geven, is evident. Het brengen van vrijheid en democratie is allang een holle frase gebleken. En als Prabowo iets met hen gemeen heeft is het wel opportunisme: het ontbreken van principes als het eigenbelang gediend moet worden. Ideologieën (of het nu democratie of islam is) zijn slechts interessant als manier om de massa’s te binden. Dit komt onder andere tot uiting in zijn steun voor fundamentalistische moslimgroepen die democratische waarden niet bepaald hoog hebben staan. De van huis uit christelijke Prabowo, die zich pas op latere leeftijd tot de Islam bekeerde, heeft geen enkele moeite met de meest militante groep van allemaal: de FPI (Front ter Verdediging van de Islam). De leider van deze club, die overigens net als Prabowo geweld niet schuwt, vluchtte een jaar geleden nog uit angst voor vervolging naar Saoedi-Arabië, waar hij eerder in de jaren ’90 cum laude was afgestudeerd. De FPI betuigt openlijk steun aan IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi en andere aftakkingen van Al-Qaida. Ook togen ze vorig jaar massaal de straat op om de veroordeling van de Chinese en christelijke gouverneur Ahok te eisen. Illustratief is dat zijn uiteindelijke veroordeling voor veel Nederlanders het bewijs was dat de radicale islam dé bedreiging vormt voor het leefklimaat in de voormalige kolonie met zijn exotische stranden waar we maar al te graag ons biertje willen blijven drinken. Terwijl het in werkelijkheid dus weinig met geloof maar alles met politiek te maken heeft. 

Nieuwe allianties

De huidige president Jokowi, op zijn beurt, vaart een andere koers en het is te gemakkelijk om zijn buitenlandbeleid slechts als nationalistisch af te doen. De toenemende protectionistische wetgeving die onder zijn bewind werd doorgevoerd, en waar Westerse bedrijven steen en been over klagen, maakt tegelijkertijd een reeks niet-Westerse zakendeals mogelijk. Zo deed Indonesië vorig jaar nog een bestelling bij de Russen van in totaal negentien Soechoj gevechtsvliegtuigen.[7] Een deal waarbij Indonesië voor 50% in natura (koffie, tabak, palmolie enz.) mag betalen, iets waar Westerse multinationals met hun Wereldbank nooit mee in zouden stemmen. Ook zijn de Russen bereid hun kennis en expertise te delen zodat Indonesië de onderdelen zelf kan gaan fabriceren. Hoe reageerden de VS op dit nieuws? Jawel, door Indonesië prompt vierentwintig gevechtsvliegtuigen cadeau te doen.[8] Net als het genereuze aanbod om te helpen met terreurbestrijding komt deze daad van ogenschijnlijke barmhartigheid toch in een heel ander licht te staan als we hier het principe van ‘follow the money’ toepassen.

De Nederlandse geschiedenis van goud op Papoea

De spil in dit verhaal is de grootste goudmijn ter wereld die niet geheel toevallig de Nederlandse naam ‘Grasberg’ draagt en op het afgelegen West-Papoea ligt. Inderdaad, exact het gebied dat Nederland tot in 1963 niet op wilde geven, ook al hadden we eerder in 1949 de Indonesische onafhankelijkheid aanvaard.

Het narratief dat ons jarenlang is voorgehouden is dat wij ons dan misschien paternalistisch koloniaal opstelden maar dat we toch oprecht begaan waren met het lot van de lokale bevolking die niet bij Jakarta wilde horen. Ook nu nog, op die zeldzame momenten als er eens over West-Papoea wordt bericht, gaat het altijd over hun terechte vrijheidswens versus Indonesische mensenrechtenschendingen. In de Nederlandse versie van dit verhaal is Indonesië de nieuwe koloniaal en Amerika de neutrale bemiddelaar die ons tot inkeer bracht.

De Grasbergmijn is de omvangrijkste goudmijn en op twee na grootste kopermijn ter wereld. De mijn bevindt zich op de Grasberg in de nabijheid van de Ertsberg, waar eveneens zeer succesvol een mijn wordt geëxploiteerd (foto: Alfindra Primaldhi).

Niets is minder waar. In werkelijkheid is Nederland, die alleen maar raad wist met kolonialisme ‘oude stijl’ op een geraffineerde manier buiten spel gezet door de Amerikaanse ‘nieuwe stijl’ van koloniseren. Beiden ging het om het ‘El Dorado’ de Grasberg, en eerder de Ertsberg die inmiddels al tot op de bodem is uitgegraven. Kortom: het motief voor de Nederlandse claim op West-Papoea was niet humanitair maar primair goud en olie.

Het ontoegankelijke berggebied werd in 1936, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, door de Nederlandse geoloog Jean Jacques Dozy in kaart gebracht. De uitzonderlijk hoge concentratie goud en andere waardevolle olievondsten werden bewust geheim gehouden, bang als men was voor Nazi-Duitsland en Japan, waarvan eind jaren ’30 al een dreiging uitging. Vanaf 1945 gooide de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring roet in het eten. Overigens konden de Nederlanders niet om de Amerikanen heen, aangezien de Nederlandsche Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij (NNPGM) voor 60% in Amerikaanse handen was, direct gelinkt aan de befaamde Rockefellers die later Freeport zouden opzetten. Als gevolg van de geheimhouding waren slechts enkele Nederlandse en Amerikaanse regeringsfunctionarissen op de hoogte van het nog te ontginnen ‘El Dorado’. Zelfs Soekarno en John F. Kennedy, die elkaar wel mochten, hadden geen idee. Pas toen Soeharto met wat hulp van Washington stevig in het zadel zat en Soekarno buiten spel was gezet ging Freeport op Papoea aan de slag.

In de recente publicatie ‘The Incubus of Intervention’ (2015) doet de Australische historicus Greg Poulgrain uitgebreid uit de doeken op welke slinkse manier deze interventie in zijn werk is gegaan en hoe cruciaal de rol van CIA-directeur Allen Dulles hierin was.[9]

Volgens Poulgrain redeneerde ‘mastermind’ Dulles dat het voor Amerikaanse bedrijven onmogelijk was om ​toegang tot Papoea ​te ​krijgen als ​het een ​onafhankelijk land zou zijn ​los ​van Indonesië​ (omdat laatstgenoemde dat als een vijandige actie zou interpreteren en Soekarno meteen de neokoloniale agenda erachter zou zien) de Nederlanders waren volgens hem sowieso kansloos​ met hun kolonialisme ‘oude stijl’​, en in het geval Papoea wel bij Indonesië zou worden ingelijfd, dan zouden de Amerikanen nog steeds geen toegang tot dat gebied krijgen met de anti-imperialistische Soekarno aan het roer. Vandaar dat Dulles aandrong op inlijving van Papoea maar mét een regime change.

“l’Histoire se répète.”

Hoe vertaalt zich dit naar de huidige situatie?  Paradoxaal genoeg wordt Jokowi in Westerse media een stuk positiever neergezet dan Soekarno destijds. Toch spelen ze vanuit historisch perspectief een vergelijkbare rol. Interessant is dat de eerst zo bejubelde Soeharto inmiddels uit de gratie is gevallen, we herinneren hem nu vooral als dictator die verantwoordelijk was voor de slachtpartij op communisten. Toch speelt Prabowo op dit moment een haast identieke rol als zijn eveneens opportunistische ex-schoonpapa. In de tweede helft van de jaren vijftig was Soekarno zich ook, net als Jokowi nu, op China, Rusland en andere niet-Westerse allianties aan het oriënteren. Vlak voor de coup van 1965 werden enkele Britse en Amerikaanse bedrijven gedwongen genationaliseerd.

Dat de Amerikaanse kapers op de Indonesische (goud)kust het anno 2018 niet kunnen uitstaan dat Jokowi nu hetzelfde probeert, is niet verwonderlijk aangezien de omzet van Freeport McMoRan in 2017 een slordige 16 miljard dollar bedroeg. In de top 500 van meest invloedrijkste Amerikaanse multinationals staat het bedrijf maar liefst op nummer 175.[10]

Juist deze vette melkkoe wordt bedreigd met nationalisatie doordat Indonesië vorige jaar bekend maakte dat ze bovenop de oorspronkelijke 9% vanaf nu 51% aandeel eisen. Freeport McMoRan, en het verwante Rio Tinto, accepteren dit niet en willen geld zien. De Amerikaanse Vicepresident Mike Pence vloog er speciaal voor naar Jakarta om eens een hartig woordje met Jokowi te spreken. Miljardair Carl Icahn, een van de grootste aandeelhouders in Freeport en tevens adviseur van Trump, beschuldigde Indonesië zelfs van “vals spelen” en zei het als een belediging op te vatten dat een contract, dat officieel pas in 2021 afloopt, zomaar ter discussie werd gesteld.[11]

En wat was de reactie van Prabowo? Onbeschaamd benadrukte hij dat Indonesië in het verleden zoveel te danken had aan de VS: “We moeten degenen [de Amerikanen] respecteren die ons ooit hebben geholpen. Hopelijk is er een oplossing waarbij iedereen wint, de belangen van de Republiek moeten worden afgewogen tegen de belangen van de investeerders.” [12]

Nu is deze situatie op wereldniveau niet uniek. In Zuid-Amerika, waar Freeport McMoRan ook actief is, proberen overheden eveneens meer grip te krijgen op de kapitalistische graaicultuur die vooral de 1% in de VS ten goede komt. Het is dan ook typerend dat de New York Times deze tendens slechts afdoet als kansloos nationalistisch gedoe waar de landen zelf uiteindelijk de dupe van zullen worden.[13]

De wereldmacht van de VS mag dan tanende zijn, een kat in het nauw maakt rare sprongen. Als je de trucjes van de VS een beetje kent dan weet je dat als zij linksom geen toegang krijgen, ze het rechtsom zullen regelen.

Kortom: in het uitzonderlijke geval dat Indonesië in de toekomst een moslimstaat wordt, dan zal dat niet zijn omdat de 87% Indonesische moslims dat zo graag wil, maar allereerst omdat militante groeperingen, zoals de FPI, politiek worden ingezet voor opportunistische doeleinden.  Laat we ons daar maar eens op bezinnen als de CIA landen als Indonesië aanbiedt te helpen met het opsporen van terroristische netwerken.


[1] Arjen van der Ziel, ‘Probeert IS in Indonesië een nieuw front te openen.’ Trouw (14 mei 2018) https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/probeert-is-in-indonesie-een-nieuw-front-te-openen-~a1abbc02/

[2] Arjen van der Ziel, ‘IS-jihadisten richten zich op Zuidoost-Azië, nu ze Irak en Syrië bijna kwijt zijn.’ Trouw (11 juli 2017)

https://www.trouw.nl/home/is-jihadisten-richten-zich-op-zuidoost-azie-nu-ze-irak-en-syrie-bijna-kwijt-zijn-~a070d74d/

[3] https://www.cnnindonesia.com/nasional/20180516163304-20-298714/amerika-serikat-siap-bantu-indonesia-buru-teroris

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Rio_Tinto_Group#Locaties

[5] https://nos.nl/artikel/2215661-geen-bier-hier-de-drooglegging-van-yogyakarta.html

[6] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/20/20-jaar-na-de-val-van-soeharto-is-het-moslims-versus-niet-moslims-in-indonesie-a1603600

[7] https://www.youtube.com/watch?v=Omz9sxhNDSk

[8] https://nasional.kompas.com/read/2018/02/28/11525101/indonesia-resmi-terima-24-pesawat-tempur-f-16-hibah-as

[9] https://www.amazon.com/Incubus-Intervention…/dp/9670630509

[10] https://eu.azcentral.com/story/money/business/2015/12/28/moffett-resigns-freeport-mcmoran-chairman/77971352/

[11] Jon Emont ‘Foreigners Have Long Mined Indonesia, but Now There’s an Outcry’, New York Times, ​(March 31, 2017​) https://www.nytimes.com/2017/03/31/business/energy-environment/indonesia-gold-mine-grasberg-freeport-mcmoran.html

[12] ’Prabowo Soal Kisruh Freeport: Solusinya Semua Menang,’ Tempo (27 Februari 20170 https://nasional.tempo.co/read/850475/prabowo-soal-kisruh-freeport-solusinya-semua-menang

[13] Jon Emont, ‘Freeport To Give Indonesia A Majority Stake In Its Grasberg Mine,’ New York Times (Aug. 29, 2017) https://www.nytimes.com/2017/08/29/business/indonesia-freeport-mcmoran-grasberg-deal-majority.html

Posted on

Hoe zou een soeverein buitenlandbeleid eruitzien? (video)

In kwesties van buitenlands beleid is Europa niet leidend maar volgend. De diverse Europese landen kijken in de eerste plaats naar Amerika. De meeste Europese landen zijn dan ook aan Amerika gebonden via de NAVO of daaraan gerelateerde partnerschapsprogramma’s. Alleen al daarom kan er geen sprake zijn van een soeverein Europees buitenlandbeleid gemeenschappelijk of individueel. Als Europa een keer afwijkt van de Amerikaanse lijn, bekritiseert ze die echter slechts voorzichtig en gaat ze uiteindelijk vaak alsnog door de pomp. Hoe dan ook is het doorgaans Europa dat het meest geconfronteerd wordt met de gevolgen van het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten en Afrika. Zo wordt duidelijk dat de belangen van Amerika en Europa lang niet altijd samenvallen.

De vraag dringt zich dan ook op hoe een soeverein buitenlandbeleid eruit zou kunnen zien. Manuel Ochsenreiter, hoofdredacteur van het Duitse geopolitieke magazine Zuerst, formuleerde in zijn toespraak tot het Institut für Staatspolitik  getiteld ‘Rußland, USA, Europa. Von Souveränität und Hegemonie’ een antwoord op deze pertinente vraag. Bekijk de video hieronder:

Lees ook:

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Britse en Duitse militaire missies in Constantinopel en de Eerste Wereldoorlog

De bemoeienissen van de Duitse generaal Otto Liman von Sanders met het Turkse leger in de aanloop tot én tijdens de Grote Oorlog heeft in de geschiedschrijving een bijzondere plaats gekregen. De militaire missie onder zijn leiding is door de Anglo-Amerikaanse geschiedschrijvers gebruikt om de aan Duitsland toegeschreven c.q. nagestreefde Weltmacht te illustreren. Ze werd gepresenteerd onderdeel te zijn van een bewust gevoerde agressieve koers met de oorlog van ’14-’18 als logisch resultaat.

Wát was er zo bijzonder aan deze missie en wat was de reden dat vooral de eerder genoemde historici zo gebeten waren op Liman von Sanders? Duitsland was namelijk niet het eerste of enige land dat activiteiten ontplooide binnen de Ottomaanse krijgsmacht. Engeland was bijvoorbeeld al sinds al sinds 1868 nauw betrokken bij de opbouw en ontwikkeling van de Ottomaanse vloot. De Engelse admiraal Hobart Hamden vervulde vanaf dat jaar een belangrijke rol binnen de Ottomaanse marine en zou in 1885 zelfs opklimmen tot persoonlijk adviseur van de Sultan. Ook Frankrijk was nauw betrokken bij het rijk der Ottomanen, met name door middel van haar grote betrokkenheid met de douane en het bankwezen.

Achtergrond

Mede door haar grote militair-economische strategische positie werden de grenzen van het Ottomaanse Rijk constant bedreigd door de gebiedshonger van haar Engelse, Russische en Franse tegenstrevers. Nadat in 1871 Duitsland als overwinnaar uit de Frans-Pruisische oorlog tevoorschijn was gekomen en daaruit het Tweede Duitse Rijk tevoorschijn kwam, richtten de Ottomanen zich tot dit nieuwe rijk voor o.a. militaire ondersteuning. Om minder van de Engelse en Franse wapenleveranties afhankelijk te zijn, werd op verzoek van de Turken het leger gereorganiseerd met Duitse ondersteuning. Onder toezicht van de Duitse generaal Colmar Freiherr von der Goltz werden in de periode van 1883 tot 1895 grote hoeveelheden Krupp-geschut en aanzienlijke hoeveelheden diverse vuurwapens geleverd. Het Duitse Rijk werd een nieuwe speler in het militair-strategische gebied van de Bosporus.

Russische militairen steken de Donau over in juni 1877 (schilderij van Nikolai Dmitriev-Orenburgsky)

Na enkele bloedige conflicten – zoals de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878, een oorlog met Griekenland in 1897 en de Eerste- en de Tweede Balkanoorlog van 1912 en 1913 – zette het Ottomaanse Rijk zich schrap voor een volgend conflict. Een oorlog die naar alle verwachting gevoerd zou worden met haar rivaal en buurland Griekenland met alle mogelijke consequenties die voortvloeiden uit de sleutelpositie die ze in de regio vervulde. De andere grootmachten uit die tijdsperiode – Engeland, Rusland en Frankrijk – aasden als roofgieren op elke mogelijkheid de scepter over te kunnen nemen van de Zieke Oude Man. Elk van hen was gebrand op een zo groot mogelijke invloed binnen het Ottomaanse Rijk dat zijn beste tijd al achter zich had.

Engels – Ottomaanse bemoeienis

Door een van buitenaf bewust gevoede verdeel-en-heers politiek heerste er grote instabiliteit binnen het rijk. Angst bij het staatshoofd om door kringen binnen het eigen militaire apparaat van de troon gestoten te worden, leidde er onder andere toe dat de Ottomaanse krijgsmacht in een deplorabele toestand verkeerde. Ondanks dat werden binnen legerkringen constant pogingen ondernomen de krijgsmacht naar een hoger plan te tillen. In 1904 werden twee Amerikaanse officieren – admiraal Bucknam en Captain Ledbetter – aangetrokken om de marine onder handen te nemen, zonder zichtbaar resultaat. Daarop verzocht de Ottomaanse regering in 1908 Engeland haar te assisteren de marine te moderniseren en 2 februari 1909 maakte admiraal Douglas Gamble zijn opwachting in Constantinopel. Hij zou zich – overigens zónder merkbaar resultaat – tot maart 1910 bezig houden met de sterk verouderde marine. In april 1910 werd hij opgevolgd door admiraal Hugh Williams die tot april 1912 – net als zijn voorganger Douglas Gamble – weinig vorderingen maakte met de modernisering van de vloot. De Ottomanen waren over de Engelse inspanningen dan ook niet tevreden.

De vlootopbouw: gecontroleerde modernisering

De Ottomaanse vloot bestond in die periode uit een samenraapsel van 52 oude en nieuwe schepen, sterk verschillend in grootte en sterkte, waarvan er 24 in zo’n slechte technische staat verkeerden dat ze niet inzetbaar waren. De aankoop van twee – 20-jaar oude – Duitse oorlogsschepen uit de Brandenburgklasse in augustus 1910 moest de Turkse vloot in staat stellen enig tegenwicht te bieden aan het op een Italiaanse werf op stapel staande Griekse oorlogsschip Averoff. Tussen deze beide rivalen was een heuse wapenwedloop gaande. De Ottomaanse wens om moderne(re) Engelse oorlogsschepen aan te schaffen, werd echter stelselmatig getorpedeerd, zoals op 10 juli 1910 toen Engeland weigerde de Swifture en Triumph te verkopen. Daarvoor in de plaats bood ze twee kleinere schepen aan met beduidend minder vuurkracht. Van Duitsland werden toen wél passende oorlogsbodems betrokken. In mei 1911 stemde Engeland uiteindelijk in met de bouw van twee Dreadnoughts (gepantserde slagschepen) wat in Griekenland tot grote irritatie leidde. Op 6 december 1911 werd de kiel van één van de bestelde schepen – de Reshadiye – gelegd. Frankrijk raakte op haar beurt ook geïrriteerd, omdat zij van mening was dat Engeland bovenmatig profiteerde van de economisch aantrekkelijke wapenwedloop tussen Griekenland en het Ottomaanse Rijk.

De SMS Kurfürst Friedrich Wilhelm die later in Ottomaanse dienst zou komen.

Dat de beide Engelse admiraals niet bijzonder succesvol waren, was niet in de laatste plaats te wijten aan de opdracht om vooral de Engelse belangen in het oog te houden. Een moderne, slagkrachtige marine was iets waarvoor Good Old Albion het minste belangstelling had. Een strijdmacht die ze mogelijk in de toekomst als tegenstander op haar pad zou kunnen vinden. Een militair krachtige natie vormde – in dat voor haar zo belangrijke deel van de wereld – een forse bedreiging en een sterke marine was evenmin in het belang van haar Entente-genoot Rusland. Zich afzijdig houden van de vlootmodernisering zou betekenen dat ook haar invloed minimaal zou zijn, iets wat de heersers van Albion tegen elke prijs wilden voorkomen.

„If a British Admiral does not organize the fleet, a German admiral will be called in, who will push matters with greater speed”, zoals het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken aan Rusland liet weten.

Toen het mandaat van admiraal Hugh Williams op zijn eind liep, werd op 11 maart 1912 admiraal Arthur Limpus tot zijn opvolger benoemd. Deze admiraal met één jaar ervaring werd door Winston Churchill aangeprezen als een „fine fellow’ who would make a good personal impression”. Begin mei 1912 arriveerde Limpus met zijn staf in Constantinopel. Ook Limpus was gehandicapt door het mandaat dat hij meegekregen had. Tóch slaagde hij er in een opdracht voor een drijvend reparatiedok binnen te halen, dat door de Vickers Armstrong Company gebouwd zou worden. Limpus liet weten dat met deze opdracht de invloed binnen de Ottomaanse marine een onaantastbare voorsprong voor Engeland betekende. Zoals hij het omschreef was het een practical monopoly of naval construction and repairs for thirty years.’ Het Ottomaanse Rijk bleef intussen onverkort vasthouden aan haar koers om haar vloot uit te bouwen en te moderniseren met grote oorlogsbodems, maar ondervond een zeer terughoudend Engeland op haar pad.

Duitse inmenging

Het succes van Limpus met het reparatiedok werd overschaduwd door de komst van de Duitse generaal Liman von Sanders die niet zoals de Engelse missies door een mandaat gehinderd werd. Het lokte nogal heftige Engelse en Russische reacties uit. Met name Rusland stond nogal wat drastische maatregelen voor: “the three powers must be prepared to take active steps such as the occupation of Turkish Ports”, aldus minister Sazonov. Maar de Engelse en Russische protesten haalden niets uit. De Groot-Vizier reageerde daarop door mee te delen de Duitse missie gelijkwaardig aan die van Engeland te beschouwen, “Limpus had a similar if not more extensive command. Admiral Limpus had command of the whole Turkish fleet, whereas the German general was to have command of one army corps only … the two commands could hardly be compared in importance”.

Eind 1912 polste het Ottomaanse Rijk het Duitse Keizerrijk hoe het dacht over het zenden van een militaire missie om haar leger te reorganiseren. Terwijl verkennende besprekingen daarover gaande waren, bracht de Russische tsaar in mei 1913 een bezoek aan Berlijn waar de Duitse keizer hem op de hoogte bracht van het Turkse verzoek, een verzoek waartegen hij geen bezwaar aantekende. Op 22 mei 1913 volgde daarop het officieel Turkse verzoek en benoemde Duitsland op 30 juni 1913 generaal Liman von Sanders tot leider van de Duitse militaire missie naar Constantinopel. In de formele overeenkomst liet de Turkse regering in augustus 1913 vastleggen dat Liman von Sanders in de functie van Ottomaans generaal het in Constantinopel gelegerde 1legerkorps zou omvormen tot een elite-eenheid. Toen in december 1913 de Duitse missie in Constantinopel arriveerde en haar specifieke taak naar buiten gebracht werd, stuitte dat op hevige Russische protesten. Ook in Engeland was men ‘not amused’ en de Amerikaanse ambassadeur Henry Morgenthau was eveneens niet bepaald enthousiast. De critici meenden het zenden van de missie als een stap te moeten presenteren van Duitsland om de macht in die belangrijke regio naar zich toe te trekken en de Turkse geest te vergiftigen (poisoning the Turkish mind).

De grootmachten vergaten daarbij voor het gemak de eigen belangenverstrengeling binnen zowel het Ottomaanse leger áls de marine. Om aan de bezwaren enigszins tegemoet te komen werd besloten een cosmetische aanpassing aan te brengen in rang en titel van Liman von Sanders. In januari 1914 werd hij tot Ottomaans maarschalk benoemd en kreeg hij de opdracht mee om zich in de minder belangrijke functie van Inspecteur Generaal te belasten met de meer algemene reorganisatie van het Ottomaanse leger.

Vlootpolitiek en Britse belangen

Terwijl Liman von Sanders zich met de modernisering van het leger bezig hield, hield het Ottomaanse Rijk nauw contact met de Engelse marinemissie om haar marine te versterken.

Door geldgebrek was in 1912 de bouw van het tweede – in 1911 bestelde – slagschip, de Mahmud Resad V geannuleerd. In januari 1913 liet Sir Gerard Lowther – de Engelse ambassadeur in Constantinopel – aan zijn regering weten dat het Ottomaanse Rijk grote belangstelling had voor de Rio de Janeiro, een Dreadnought welke in opdracht van Brazilië op een Engelse werf gebouwd werd. Behalve van Ottomaanse zijde was er ook van Russische en Italiaanse kant interesse in dit schip dat Brazilië door financieringsproblemen van de hand wilde doen, maar nog niet officieel op de markt gebracht was. Het schip zou niet eerder dan in de zomer van 1914 van stapel lopen wat Turkije wel als een handicap beschouwde. Duitsland bood daarop twee 19-jaar oude schepen aan, die wel direct ter beschikking waren. In reactie op het Duitse aanbod liet Limpus in een bericht van 12 maart 1913 aan Winston Churchill weten dat zo’n aankoop de Ottomanen steviger in Duitse armen zou drijven en hij drong er op aan dat Engeland een tegenbod moest doen door bijvoorbeeld 2 oudere types Dreadnought aan te bieden. In antwoord hierop liet Winston Churchill op 3 april 1913 aan Limpus weten niets anders dan twee oude en afgedankte Royal Sovereigns in de aanbieding te hebben, een aanbod dat van Turkse zijde werd afgeslagen.

Ondertussen ging het getouwtrek om de Rio de Janeiro stug door. Italië leek de koop rond te hebben, wat Frankrijk weer in allerhoogste alarmfase bracht. Een oorlogsbodem met zulke formidabele vuurkracht als onderdeel van de marine van de Italiaanse buurstaat, was iets dat niet in Frans belang kon zijn. Frankrijk deed daarop Griekenland het voorstel het schip te financieren en leek daarin succesvol te zijn. Op 22 november 1913 informeerde het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken Churchill dat Griekenland de financiering rond had waarna deze zijn goedkeuring gaf en de werf de waarschuwing kreeg het schip niet aan een andere partij dan Griekenland te verkopen. Uiteindelijk ging het schip tóch aan de Griekse neus voorbij. Op 15 december 1913 werd bekend dat het Ottomaanse Rijk alsnog de nieuwe eigenaar geworden was van de Rio de Janeiro. Ze was aangekocht met behulp van een Franse lening…..[!] en hernoemd in Sultan Osman I. Het financiële belang had gewonnen. Als bonus bij de verkoop was namelijk bedongen dat ook de renovatie van de Ottomaanse scheepswerven door Armstrong Whitworth bij de deal waren inbegrepen, eveneens door Frankrijk gefinancierd.

Engelse confisquatie en publieke opinie

Op 3 september 1913 werd de eveneens in 1911 bestelde Reshadiye te water gelaten en begon de verdere afbouw van het schip. De Turken waren er op gebrand om de Reshadiye en de Sultan Osman I zo snel als mogelijk in eigen wateren te hebben, niet in de laatste plaats vanwege de ontwikkelingen op maritiem gebied in de Griekse buurstaat. Een Turkse bemanning was al in Engeland om de Reshadiye naar eigen wateren te varen en admiraal Limpus werd op 27 juli 1914 naar Engeland gezonden om de levering te begeleiden van de Sultan Osman I. Bij het ontbreken van een voldoende opgeleide Turkse bemanning kreeg hij de opdracht mee dit schip te laten bemannen met Engelse marineofficieren ‘in ruste’. Het zou vergeefse moeite zijn. De Armstrong Whitworth werf kreeg op 31 juli 1914 van Winston Churchill de opdracht het schip vast te houden en niet te overhandigen, in de middag gevolgd door een bestorming van het schip door Engelse mariniers die het in bezit namen. De actie kwam voor Enver Pasha niet onverwacht. Ook de Reshadiye werd door Engelse mariniers bestormd, haar Ottomaanse bemanning gevangen genomen en het schip geconfisqueerd.

De Reshadiye in Britse dienst als HMS Erin

Zowel de Sultan Osman I als Reshadiye werden na een verklaring van Winston Churchill op 3 augustus 1914 in de Engelse vloot opgenomen en omgedoopt tot respectievelijk HMS Agincourt en HMS Erin. Op 22 augustus werd HMS Erin officieel in gebruik genomen. Beide schepen zouden in de zeeslag bij Jutland in 1916 slag leveren met de Duitse vloot. Een ander – nog in 1914 bij de Engelse Vickers-werf besteld – schip dat de naam Fatih had moeten dragen, werd bij het uitbreken van de oorlog niet meer in productie genomen. In totaliteit zou het Ottomaanse Rijk in elf jaar (tot 1914) 40 schepen van Engelse werven aanschaffen. Door de annexatie van de schepen beroofde Engeland het rijk tegelijk van een investering van £ 4.000.000; een bedrag dat voor een groot deel door haar burgers in een nationale schooi- en bedelcampagne bij elkaar gebracht was. De Engelse actie zorgde ervoor dat de Turkse publieke opinie omsloeg in haar nadeel.

Duitse compensatie en Griekse bewapeningswedloop

De Engelse actie zou er mede voor zorgen dat het Ottomaanse Rijk zich aan de kant van de Centrale Mogendheden stelde. Ze ontving ter compensatie van de door Engeland in beslag genomen schepen, reeds op 12 augustus 1914 de volledig bemande Duitse oorlogsbodem SMS Goeben (omgenoemd tot Javuz Sultan Selim) en de SMS Breslau (omgedoopt in Midill). Admiraal Limpus werd op 15 augustus 1914 van zijn functie ontheven waarna hij naar Malta vertrok om in september zijn nieuwe post te betrekken: Superintendent of the dockyard’. De Duitse admiraal Souchon werd daarop door de Sultan tot opperbevelhebber van de Ottomaanse vloot benoemd.

Ook de Griekse marine kende onder soortgelijke condities als het Ottomaanse Rijk ondersteuning door Engelse militaire missies, zoals onder admiraal Lionel Tufnell die Griekenland moest adviseren. De Grieken bevonden zich in een wapenwedloop met het haar Turkse buurnatie en was druk doende haar vloot op oorlogssterkte te brengen. Begin 1910 wist ze een – oorspronkelijk voor de Italiaanse marine geplande – kruiser aan te kopen. Op de Orlando-werf in het Italiaanse Livorno was begin 1910 de kiel gelegd van deze £ 950.750,- kostende kruiser die om budgettaire redenen al spoedig stilgelegd werd. Op 27 februari 1910 zag Griekenland kans de kruiser voor 30% van de originele kostprijs aan te kopen en volgde er op 12 maart 1910 de officiële bekrachtiging. Het aankoopbedrag werd voor een deel betaald uit de nalatenschap van de Griekse zakenman Giorgios Averoff; het overige deel werd via buitenlandse credieten gefinancierd. De nieuwe kruiser zou de naam van de ‘gulle gever’ gaan dragen Giorgios Averoff.

Tewaterlating van de Averof in het Italiaanse Livorno in 1910

En bij de Vulcan-werf in het Duitse Hamburg plaatste Griekenland de bouw van een kruiser die oorspronkelijk de naam Vasilfs Georgios zou meekrijgen. Onder de uiteindelijke naam Salamis zou deze slagkruiser voorzien worden van geschut van Amerikaanse makelij, maar ze werd nooit opgeleverd. Het uitbreken van de oorlog in 1914 zorgde ervoor dat de bouw werd opgeschort.

Admiraal Mark Edward Frederick Kerr

Begin 1913 diende Griekenland een verzoek in de militaire missie te vernieuwen; en dan niet geleid door naval pensioners zoals Tufnell, maar onder commando van een officier in actieve dienst. Op 2 juni 1913 liet Winston Churchill per brief aan de Griekse minister van marine weten dat door de snelle groei van de Engelse marine moeilijk aan die wens tegemoet kon worden gekomen, maar dat hij er tóch in geslaagd was een geschikte kandidaat te vinden. Admiraal Mark Edward Frederick Kerr – een protégé van Louis Alexander von Battenberg (ná 1917 Lord Mountbatten genoemd) – werd uitgezonden en op 17 september 1913 nam hij het commando over de Griekse marine op zich. Kerr zag zijn benoeming niet zozeer als een promotie, eerder als een belemmering van zijn marinecarrière en dat zou hij op een nogal bijzondere manier laten gelden.

Kerr kreeg van Churchill de opdracht mee niet té meegaand te zijn en vooral toch het Engelse belang boven het Griekse belang te stellen. Een slagkrachtige Griekse marine was – net als een moderne Ottomaanse vloot – niet in het belang van het British Empire. Ook hier gold dat afzijdigheid bij de vlootmodernisering gelijk zou staan aan minimaal invloed. Iets wat de heersers van Albion tegen elke prijs wilden voorkomen. Om de regie te kunnen voeren in de modernisering nam ze een ‘actieve’ rol op zich, want ook hier gold “If a British Admiral does not organize the fleet, a German admiral will be called in, who will push matters with greater speed”..

Engels Mandaat en Kerrs verzoek

Kerr kreeg van Winston Churchill een gelijksoortig mandaat mee als zijn tegenhangers in Ottomaanse dienst:

“It is not intended that the instruction and assistance we are giving to the Greek Navy should place them on the same level of naval science as the British. The refinements of our gunnery, torpedo, and submarine courses should not be disclosed but only that general information such as would be appropriate to foreign officers allowed for instructional purposes to attend certain courses”.

Gehinderd door dit mandaat kreeg Kerr het herhaaldelijk aan de stok met minister-president Eleutherios Venizelos die – evenals de Ottomaanse Sultan – zijn zinnen had gezet op zwaar oorlogsmaterieel. Zijn verstandhouding met de Griekse koning Constantijn was daarentegen zeer bijzonder en intens. Dit vertaalde zich in grote sympathie en loyaliteit, iets dat hem in een moeilijke positie bracht. Door het mandaat gehinderd kon Kerr niet anders dat elk verzoek tot levering van grote en zware slagschepen saboteren. Door te lobbyen via zijn beschermheer Lord Mountbatten probeerde hij ter compensatie ondersteuning los krijgen – indien er daadwerkelijk tussen Griekenland en het Ottomaanse Rijk oorlog uitbrak – in de vorm van Engelse onderzeeërs destroyers en kruisers. Hij verbond daaraan verregaande persoonlijke consequenties:

“If war breaks out in the spring or summer when we are so weak, I feel I should change my nationality and fight for these people. I know it means ruin for me afterwards, but I have a strong feeling that I should do so. I would not feel so, except for the fact that they will be so weak, having no one who knows how to work a flotilla and I may make the difference of victory or defeat”.

…. in zijn verzoek dat geen Engels belang diende en bij voorbaat kansloos was.

Uitbreiding van de Griekse vloot

Griekenland bleef naarstig op zoek naar aanvulling op haar vloot. Ze bood Japan een fors bedrag voor haar kruiser Kongo, maar de deal ging niet door. China bood een kleine kruiser aan, die op het punt stond de Amerikaanse scheepswerf te verlaten; het woog allemaal niet op tegen de komst van de twee Ottomaanse Dreadnoughts de Reshadiye en de Sultan Osman I. In haar wanhoop bood ze begin 1914 met gulle hand op twee afgedankte Amerikaanse oorlogsschepen, de Idaho en de Mississippi, die de New York Times omschreef als: “In the ordinary course, the ships would be consigned to the scrap heap, or be used as targets”.

Op 28 mei 1914 gaf de Amerikaanse Senaat hieraan haar goedkeuring, maar even leek het nog dat het de Ottomanen gelukt was roet in het eten gooien. Zij boden een hoger bedrag voor de dodelijke schroot. Tijdens een Senaatszitting van 23 juni 1914 werden de afdankertjes alsnog aan Griekenland gegund. De afgeschreven schepen brachten meer op dan de originele bouwkosten! Admiraal Kerr was woedend over de aankoop die Venizelos achter zijn rug om gedaan had: “The deal ruined the progress of the Greek navy for the rest of the time I was there, and afterwards”.

De Idaho – die (héél comfortabel) op oefening was in de Middellandse Zee – kon snel worden overgedragen zodat Griekenland haar mogelijk nog kon inzetten voordat de Sultan Osman I van de Engelse werf zou glijden. Het Griekse schip kreeg daarbij de naam Limnos.

Een afhoudende koers: Kerrs rol uitgespeeld

Toen de Groote Oorlog op het punt van uitbreken stond, ontving admiraal Kerr van de kant van de First Lord of the Admiralty – Winston Churchill – het verzoek de Griekse marine aan geallieerde zijde te plaatsen. Kerr stelde daaraan dusdanige eisen dat van een samengaan geen sprake kon zijn. De gevraagde Griekse maritieme ondersteuning van een Engelse campagne in de Dardanellen kwam niet tot stand. Kerr wilde zijn Griekenland zo lang als mogelijk buiten de gevechten en zo mogelijk neutraal houden. Zo nam hij radiostilte in acht rondom de beide Duitse oorlogsschepen de Breslau en de Goeben die onder commando van admiraal Wilhelm Anton Souchon richting Griekenland opstoomden. De exacte locatie van beide schepen was hem bekend, maar hield hij deze informatie 3 dagen voor zich vóórdat hij ze via prins Sdemidoff – de Russische ambassadeur in Athene – doorspeelde. Sdemidoff telegrafeerde deze strategisch belangrijke informatie naar de admiraliteit in St. Petersburg, die op haar beurt de Engelse admiraliteit op de hoogte bracht. De goede verstandhouding die Kerr had met de Duitse keizer, zal zeker meegewogen hebben in de door hem gemaakte keuze. Kerr kende de keizer persoonlijk. Hij had hem meerdere keren ontmoet, zoals in 1889 toen prinses Sophie – zuster van de keizer – met de Griekse prins Constantijn trouwde en in april 1908 op het eiland Corfu waar hij een lange ontmoeting met hem gehad had.

Admiraal Souchon (rechts) met Otto Liman von Sanders en zijn dochter aan boord van de Goeben

Al met al was de houding van Kerr voor de de First Lord of the Admiralty reden op hem in 1914 van zijn Griekse post te ontheffen. De carrière van Kerr binnen de Engelse marine was definitief voorbij en hij moest zijn heil elders zoeken. Kerr nam vlieglessen en kreeg via zijn machtige connecties uiteindelijk een aardig betaalde positie binnen de Engelse luchtmacht. In 1919 wist Kerr voor een moment terug te komen in de wereldaandacht. Samen met Air Commodore H.G. Brackley wist hij de eerste lucht-post vlucht te maken van New Foundland naar New York.

Duits commando tijdens de oorlog

De talloze verzoeken van zowel Griekenland als het Ottomaanse rijk tot een met Engeland af te sluiten alliantie of bondgenootschap, waren al die jaren stelselmatig afgewezen. Terwijl Griekenland zich neutraal probeerde op te stellen, sloot het Ottomaanse Rijk op 1 augustus 1914 een overeenkomst met het Duitse Keizerrijk. Ze zette admiraal Souchon aan het hoofd van haar marine en benoemde generaal Liman von Sanders in augustus 1914 tot bevelhebber van het vijfde Turkse leger in de Bosporus.

Diens invloed was in eerste instantie beperkt en tegen zijn uitdrukkelijk advies in ging Enver Pasha op 22 december 1914 over tot een stoutmoedig plan om met het 3e Turkse leger de aanval te openen op het Russische Kaukasus-leger. Hij had daarmee de bedoeling om daar alle in de Russisch-Turkse oorlog van 1877 verloren gebieden terug te veroveren. Het zou een militaire blunder van de eerste orde zijn met catastrofale gevolgen. Het Turkse leger werd in de Slag van Sarikamish vernietigend verslagen en op 17 januari 1915 waren van de 95.000 manschappen slechts 20.000 over! Na deze mislukte operatie droeg Enver het commando over aan generaal Hafiz Hakki en gaf collaboratie door Armeniërs als reden voor het mislukken van de veldtocht.

Na een volgende mislukte operatie eind januari 1915 in Egypte om het Suezkanaal in handen te krijgen, onder aanvoering van de al even ondeskundige Djemal Pasha, kwam het commando in handen van Liman von Sanders. Het was onder zijn leiding dat de geallieerde aanvallen op de Dardanellen in maart 1915 stukliepen tegen het door hem gecommandeerde 5e Turkse leger. Anders dan zijn Engelse tegenhangers in buitenlandse dienst, die jarenlang de militaire opbouw frustreerden, was Liman von Sanders niet gehinderd door beperkende mandaten. Kampend met dezelfde problemen binnen het militaire apparaat wist hij wél – en dat binnen ettelijke maanden – het Ottomaanse leger te hervormen tot een slagvaardig leger. Dit alles was er de oorzaak van dat Liman von Sanders zich bij de geallieerden weinig geliefd maakte.

Naspel

Nadat de Grote Oorlog in het voordeel van de geallieerden was beslecht, werd Liman von Sanders door zijn rancuneuze tegenstanders op 3 februari 1919 als oorlogsmisdadiger op Malta vastgezet. Hij werd beschuldigd van betrokkenheid bij de Armeense genocide door Turkije, een beschuldiging die niet hard gemaakt kon worden. Het was juist mede door de persoonlijke tussenkomst van hém geweest dat de Armeniërs van Constantinopel en Smyrna enigszins gespaard bleven! Nadat ook Sir Ian Hamilton – zijn Engelse opponent in de slag om de Dardanellen – zich voor hem ingezet had, werd hij op 26 juli 1915 uit zijn eenzame opsluiting vrijgelaten waarna hij in augustus 1919 arriveerde in Berlijn.


Bronnen

Ursachen und Ausbruch des Weltkrieges, G. von Jagow, Reimar Hobbing Verlag, Berlin, 1919
Manuscript ‘Schaakspel om de Wereldmacht’- Fré Morel
net.lib.byu.edu/estu/wwi/comment/morgenthau/Morgen08.htm
www.kcl.ac.uk/lhcma/locreg/LIMPUS.shtml
en.wikipedia.org/wiki/Otto_Liman_von_Sanders
www.gallipoli-association.org/contentpage.asp?pageid=35
www.firstworldwar.com/bio/liman.htm
en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Sarikamis
en.wikipedia.org/wiki/First_Suez_Offensive
 de.wikipedia.org/wiki/Colmar_Freiherr_von_der_Goltz
 www.manorhouse.clara.net/main/straits.htm
 de.wikipedia.org/wiki/Deutsche_Milit%C3%A4rmission_im_Osmanischen_Reich
 www.stahlgewitter.com/14_10_30.htm
 www.historyhouse.com/in_history/turkey_boat
 www.superiorforce.co.uk
en.wikipedia.org/wiki/Mark_Kerr_(admiral)
 www.manorhouse.clara.net/main/straits.htm
 www.superiorforce.co.uk(externe link)
 en.wikipedia.org/wiki/HMS_Agincourt_(1913)
 de.wikipedia.org/wiki/HMS_Erin
 hnsa.org/ships/averoff.htm
 www.bsaverof.com/uk/history.htm
 www.geocities.com/roynagl/handleypage.htm
 www.knerger.de/Die_Personen/militar_14/militar_15/militar_16/hauptteil_militar_16.html

Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Is oorlog met Iran nu onvermijdelijk?

Met zijn verklaring afgelopen vrijdag, dat de kerndeal met Iran niet in het Amerikaanse nationale belang zou zijn, heeft president Donald Trump de Verenigde Staten mogelijk op de weg naar oorlog met Iran gezet.

Het is in ieder geval gemakkelijker om te voorzien welke botsingen er aan zitten te komen dan hoe we weer van deze weg af komen voor het schieten begint. Na het ‘decertificeren’ van het nucleaire akkoord, destijds getekend door alle vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad, gaf Trump het Congres 60 dagen de tijd om de sancties opnieuw op te leggen die het ophief toen Teheran het akkoord ondertekende. Als het Congres die sancties niet opnieuw oplegt en het akkoord de nek omdraait, dreigt Trump dat zelf te doen.

Waarom? Heeft Iran de bepalingen van het akkoord geschonden? Vrijwel niemand stelt dat – niet de nucleaire inspecteurs van de VN, noch de NAVO-bondgenoten, noch zelfs Trumps eigen nationale veiligheidsteam.

Iran heeft al zijn 20 procent verrijkt uranium het land uit verscheept, de meeste van zijn centrifuges uitgeschakeld en verstorende inspecties van alle nucleaire faciliteiten toegestaan. Zelfs voor het akkoord zeiden 17 Amerikaanse inlichtingendiensten al dat ze geen bewijs konden vinden voor een Iraans kernwapenprogramma. Als Iran een bom gewild had, had Iran allang een bom gehad.

Het blijft echter een staat zonder kernwapens om een eenvoudige reden: De vitale nationale belangen van Iran schrijven dat voor. Als de grootste sjiitische natie, met 80 miljoen mensen, onder de meest ontwikkelde in het Midden-Oosten, is Iran voorbestemd om de dominante macht aan de Perzische Golf te worden. Maar op één voorwaarde: Dat het de grote oorlog met de Verenigde Staten weet te vermijden die Saddam Hoessein niet wist te vermijden.

Iran heeft ieder kernwapenprogramma dat het had afgeblazen omdat het niet het lot van Irak wil delen, om aan stukken geslagen te worden tot Perzen, Azeri’s, Arabieren, Koerden en Beloetsjen, zoals Irak door de Amerikanen in soennieten, sjiieten, Turkmenen en Koerden uiteen werd geslagen.

Teheran wil geen oorlog met Amerika. Het zijn de oorlogspartij in Washington en haar Midden-Oosterse bondgenoten – Bibi Netanyahu en het Saoedische koningshuis – die er naar hongeren dat de VS zich ermee bemoeien en Iran de grond in slaan. En zo ontvouwt zich dan de strijd in het Congres over het al of niet de nek omdraaien van het akkoord met Iran als een cruciaal punt in het presidentschap van Trump.

Maar al eerder doemen er mogelijke botsingen met Iran op. In het oosten van Syrië, staan de door de VS ondersteunde en door de Koerden geleide Syrische Democratische Krachten (SDF) op het punt Raqqa te veroveren op ISIS. Maar ondertussen is het Syrische leger op weg om Deir Ezzor te gaan veroveren, de hoofdstad van de provincie waardoor de weg loopt die Bagdad met Damascus verbindt. De verovering van Deir Ezzor door Bashar al Assads leger zou er voor zorgen dat de weg van Bagdad naar Damascus en Hezbollah in Libanon open blijft. Als de VS echter van plan zijn om de SDF te gebruiken om het grensgebied zelf in handen te krijgen, dan kon dat wel eens lijden tot een openlijk gevecht met het Syrische leger, sjiitische milities, Iraanse troepen en misschien zelfs de Russen. Moeten we dat wel willen?

In Irak is het nationale leger bezig om de olierijke provincie Kirkoek en de gelijknamige hoofdstad daarvan veilig te stellen. De Koerden hadden Kirkoek ingenomen nadat het Iraakse leger vluchtte voor de invasie van ISIS. Waarom trekt een door de Amerikanen getraind Iraaks leger op tegen een door de Amerikanen getraind Koerdisch leger?

De Koerdische regionale overheid stuurt aan op secessie. Dit heeft alarmbellen doen afgaan in zowel Turkije en Iran als in Bagdad. Een onafhankelijk Koerdistan zou als een magneet kunnen werken op Koerden in die beide landen. Het Iraakse leger trekt Kirkoek binnen om te voorkomen dat het afgesneden wordt van Irak in een burgeroorlog of secessie door de Koerden.

Waar staat Iran in dit alles? In de oorlog tegen ISIS, waren ze de facto bondgenoten. Want ISIS is net als Al Qaida soennitisch en haat sjiieten even zeer als christenen. Maar als de VS van plan zijn de SDF te gebruiken om de Iraaks-Syrische grens onder hun controle te brengen, dan jagen ze daarmee Syrië, Iran, Hezbollah en Rusland tegen zich in het harnas. Zijn de VS bereid tot een dergelijke confrontatie?

Wij Amerikanen worden geconfronteerd met een aantal nieuwe realiteiten. De mensen die de toekomst van het Midden-Oosten gaan bepalen, zijn de mensen die daar wonen. En onder deze mensen zal de toekomst bepaald worden door hen die het meest bereid zijn om – nog jaren en in aanzienlijk aantallen – te vechten, bloeden en sterven om die toekomst te realiseren. Wij Amerikanen echter gaan niet nog een leger sturen om nog een land te bezetten, zoals we deden met Koeweit in 1991, Afghanistan in 2001 en Irak in 2003.

Bashar al Assad, zijn leger en luchtmacht, gesteund door Vladimir Poetins luchtmacht, de Islamitische Revolutionaire Garde van Iran en Hezbollah hebben de Syrische burgeroorlog gewonnen omdat ze meer bereid waren te vechten en te sterven om die te winnen. Zij hadden daar dan ook een veel groter belang bij dan wij Amerikanen. Wij wonen daar niet. Slechts weinig Amerikanen weten wat daar aan de hand is. Nog minder interesseert het.

Onze oude bondgenoten in het Midden-Oosten willen vanzelfsprekend dat wij hun 21e-eeuwse oorlogen uitvechten, zoals de Britten ons inschakelden om hun 20e eeuwse oorlogen te helpen uitvechten. Maar Donald Trump werd niet gekozen om dat te doen. Of dat dachten sommigen van ons toch.

Posted on

Napoleon verenigde het Europese continent tegen de Britse dominantie, Rusland brak hem op

Zonder substantiële inzichten ging dit jaar de geboortedag van Napoleon Bonaparte (Ajaccio, 15 augustus 1769) aan een groot deel van het Nederlandse publiek voorbij. Dat is jammer, want zeker nu we in een verdere verwikkeling raken met de Europese Unie en er vanuit een centraal gezag buiten het land veel beleid komt, vormt een dergelijk moment een goede aanleiding om in de geschiedenis te duiken. Over hoe al eerder werd geprobeerd een Europese politiek vorm te geven en op welke wijze dit gebeurde.

Napoleon Bonaparte was generaal en later keizer van Frankrijk en heeft zo’n 15 jaren lang met het land een groot deel van Europa bestuurd. De Franse staatsman heeft ook in Nederland een aantal blijvende veranderingen gebracht, denk maar aan het verplicht laten registreren van een officiële achternaam, of het invoeren van de Code Napoleon met als onderdelen het burgerlijk wetboek (1806), het wetboek van koophandel (1807), de strafvordering (1808) en het wetboek van strafrecht (1810). Daarnaast is wellicht nog wel bekender de invoering van het metrisch stelsel, waarbij eenheden als kilo (bij gewicht) en meter (bij lengte) de standaard werden.

Dat was allemaal niet uit altruïsme, maar er zat beleid achter. Dat beleid richtte zich op het Europese continent en stond in dienst van Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte. Dit is bekend geworden als Napoleons continentale politiek en bestond ruwweg uit twee onderdelen, namelijk de continentale blokkade (blocus continental) en het continentale stelsel (système continental). We maken een korte gang door deze politieke ontwikkelingen in het Europa van Napoleon Bonaparte.

Aanloop

In het begin van de 19e eeuw was Frankrijk onder Napoleon Bonaparte dé sterke macht op het Europese vasteland, vooral middels economische ruzies en veroveringen kwam het in de loop van 1803 in constant conflict met Groot-Brittannië. Beide landen zagen elkaar als grootste tegenstander en hadden alle twee een sterke economie met veel industrie. Het kwam tot een botsing die naast militair ook een sterk economisch karakter had.

Omdat uit de onderhandelingen tussen de landen voor Frankrijk geen goede resultaten kwamen en oorlog vanwege de sterke Britse vloot niet als heel verstandig werd gezien, dacht men na over de verschillende mogelijkheden om Groot-Brittannië economisch te verzwakken en zo op de knieën te dwingen met het oog op nieuwe onderhandelingen met een voor Frankrijk gunstiger uitkomst. Zo kwam er het idee van een brede strijd tegen het Brits handelsimperialisme.

Er werd daarnaast door Napoleon Bonaparte gekeken hoe om te gaan met de veroverde gebieden en het te bezetten, het creëren van vazalstaten en wat te doen met de neutrale staten. Middels een politiek van ontwikkeling van de industrie op het continent, een uitwisselingseenheid tussen munten en het afromen van soldaten van de bezette landen als ideeën.

De continentale blokkade

“Men definieert de continentale blokkade, zoals per decreet te Berlijn op 21 november 1806 uitgevaardigd, als een verzameling van politieke, militaire en diplomatieke maatregelen, eenzijdig door Napoleon genomen om Europa te bewegen naar het opleggen van verbodsmaatregelen voor Britse handelswaar die in Frankrijk reeds van kracht waren.” Deze blokkade had als doel het hele continent te omvatten en de Britten het handelen hier onmogelijk te maken.

In het donkerblauw Frankrijk (na de annexatie van het Koninkrijk Holland), in de middentint de vazalstaten en in de lichte tint de andere landen die op enig moment meededen aan de blokkade.

Bondgenoten, vazallen en geannexeerde landen werden dan ook bewogen om eveneens geen handel met Groot-Brittannië te drijven. Britse schepen werden geplunderd en verkocht, Britse soldaten op het continent gevangengenomen. De blokkade wisselde per periode van deelnemers. De continentale blokkade vond wel goedkeuring van veel van de toenmalige Europese staten, waaronder ook van Duitse vazalstaten als Westfalen en het verslagen Pruisen.

Er bestond zo een tijd lang een Europees front tegen het Britse economische imperialisme, hoewel het meer een concept was dan een werkelijke economische unie. Napoleon wilde hiermee alle continentale staten in industriële en commerciële oorlog met Groot-Brittannië duwen. Nederland, dat eerst een vazalstaat was, werd later ook geannexeerd omdat daar teveel de blokkade werd ontlopen en het vanuit Franse optiek een steviger regime nodig had. Het niet meedoen met de blokkade werd in 1812 ook de officiële reden voor de oorlog van Frankrijk met het Keizerrijk Rusland. 

Het continentale stelsel

Napoleon had nog verder gaande plannen voor de onderworpen landen, namelijk om deze in overeenstemming te brengen met het Franse politieke model. Om het leiderschap van Frankrijk als centrale macht te versterken door andere economieën hierop af te stemmen. Het continentaal stelsel betrof het herorganiseren van de verschillende staten op politiek, institutioneel, sociaal en economisch vlak. Napoleon benoemde zijn broers als koningen in de diverse onderworpen landen, omdat hij dacht dat zij het best de vereisten voor het continentale stelsel konden doorvoeren.

Er werden pogingen gedaan modelstaten te creëren, landen te moderniseren, mensen te overtuigen van de Code Napoleon. Deze code bevatte diverse wetgeving en had als doel de eenwording van wetten en het volk. Ook waren er verschillende acties tegen de bestaande privileges, zoals het afschaffen van fiscale privileges van de kerk en clerici, de verkoop van goederen van de kerk en een centrale administratie door uniformering, versimpeling en specialisatie. Verder werden er in opdracht van Napoleon publieke werken als havens en wegen gebouwd. Het beleid van modernisering zou door veel Europeanen gewaardeerd worden.

Het moest echter wel allemaal Frankrijk dienen. Het continentaal stelsel werd gebruikt voor veiligheid, de Franse economie, maar ook om soldaten uit de onderworpen landen te halen. Er waren op een bepaald moment vanuit 16 landen mensen die in het Franse leger dienden en de staten moesten daarbij de Franse troepen op hun grondgebied onderhouden. Uiteraard werden de militaire beslissingen enkel door de Franse legerleiding genomen. 

Conclusie

De staten die niet waren geannexeerd namen het continentale stelsel nauwelijks over, succesvoller was de continentale blokkade en er ging ook meer aandacht uit naar de handhaving hiervan. Aanvankelijk was er veel sympathie vanuit Europa juist vanwege het beleid tegen de Britse hegemonie op handelsgebied en tirannie van haar zeevaarders. Groot-Brittannië reageerde op de blokkade door belastingen te heffen op de schepen van neutrale landen.

Groot-Brittannië compenseerde de schade van de blokkade door met Latijns-Amerika een nieuwe afzetmarkt aan te boren. Frankrijk kon dat gebied niet met schepen afschermen en daarbij verzwakte de blokkade op het Europees continent doordat Rusland eruit stapte. De Britten moesten echter wel concluderen dat ondanks het Franse economische egoïsme er toch een economische samenwerking en eenheid op het Europees continent was.

Hoewel er meerdere verdragen tussen landen werden afgesloten nam Frankrijk altijd de leiding in acties zonder anderen te consulteren. Het continentale stelsel moest Frankrijk sterker maken, Napoleon wilde vazalstaten om zich heen, geen bondgenoten. De economie van andere staten aanpassen aan de belangen van Frankrijk, Napoleon wilde zeker geen supranationale instellingen. Verdere uitbuiting heeft ervoor gezorgd dat patriottische krachten in de Europese landen sterker werden en zich uiteindelijk tegen Frankrijk keerden.

24 juni 1812 viel het leger van Napoleon Rusland binnen en werd het binnen zes maanden totaal vernietigd en verloor hiermee de oorlog. Napoleon zag deze hele campagne als een blunder. Rusland werd niet alleen struikelblok naar werelddominantie maar ook naar die op het Europees vasteland. Hoewel de uitbreidingen van het Franse gebied in Europa ten dienste van de eigen veiligheid waren, zijn een flink aantal moderniseringen die Napoleon in de onderworpen landen invoerde, na het vertrek van de Fransen behouden gebleven.

Posted on

Voeren de media ons ten oorlog? (video)

Voor wie er niet bij kon zijn of voor wie er wel bij was en een en ander nog eens terug wil zien: Het debat in De Balie in Amsterdam afgelopen donderdag, gemodereerd door onze medewerker Eric van de Beek, is in beeld en geluid vastgelegd en inmiddels op YouTube beschikbaar.

Senior-journalisten Karel van Wolferen, Stan van Houcke en Willy Van Damme bespreken de rol die de media spelen in het ‘verkopen’ van oorlogen. Zij blikken terug op de manier waarop de oorlogen in Irak, Afghanistan en Libië aan de man zijn gebracht. En bespreken de recente berichtgeving over Rusland, Oekraïne, Syrië, Iran, Noord-Korea en China. Voeren de media ons opnieuw ten oorlog? En zo ja, hoe doen zij dit? Met welke gevolgen? Is de kans op een kernoorlog groter dan ooit?