Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

De waarheid over de benoeming van Brett Kavanaugh

Normaal ben ik niet zo politiek uitgesproken, maar toch, voor deze ene keer: de Nederlandse D66-leider Alexander Pechtold eruit, Brett Kavanaugh erin – wat was gisteren een mooie dag!

De benoeming van Kavanaugh tot rechter aan het Amerikaanse Hooggerechtshof is belangrijk om meerdere redenen. Om de eenzijdig geïnformeerde verslaggeving van de mainstream media bloot te leggen, maar ook omdat anders elke man met #MeToo-beschuldigingen kan worden kapotgemaakt.

Tot in den treuren noemden die media Kavanaugh een “conservatieve rechter”. In werkelijkheid verdedigt hij slechts de Amerikaanse grondwet – die grondwet is nu eenmaal onverenigbaar met veel linkse projecten, omdat deze haaks staat op het collectivisme van een ‘maakbare samenleving’. De grondgedachte is namelijk dat individuen zichzelf dienen te verheffen.

‘Omstreden’

De mainstream media – neem nu dit stuk op nu.nl – geven een vertekend beeld van zijn benoeming tot het Hooggerechtshof. De frase “de omstreden rechter Brett Kavanaugh” wordt onophoudelijk herhaald. Dit komt doordat deze kwestie pas sinds kort het Europese nieuws haalt. Deze frase is de wereld op zijn kop, want tot twee weken terug stond hij bekend als een rustige man zonder issues. Hooguit het feit dat hij ooit voor de Republikeinse president Bush jr. had gewerkt en dat de Republikeinse president Trump zijn kandidatuur ondersteunt, waren voor sommigen problemen.

Het was dus een conflict van politieke aard dat controversieel was: het leven van de rechter werd tot voor kort gezien als kleurloos en volstrekt onomstreden. Mainstream media nemen nieuwsberichten over van media in de Anglosfeer met een overduidelijke linkse bias, zonder zélf achtergrondonderzoek te doen. Daarnaast bewijst deze kwestie dat de #MeToo-beweging zich nu heeft ontpopt tot het gevaar dat er altijd al in besloten lag: een politiek wapen in handen van links.

Zoals gezegd had Kavanaugh in al die tijd geen problemen rond zijn praktijk als rechter. Iedereen was tevreden over hem – hij is een keurige huisvader die zes keer werd doorgelicht door de FBI, zoals toen hij op het Witte Huis werkte voor Bush. Nooit is er iets gevonden en ook van drankproblemen is niets bekend.

Midterm-verkiezingen

Nu vlak voor de midterm-verkiezingen worden er plots verhalen over aanranding opgerakeld uit een verleden van dertig jaar terug, dat de geïdentificeerde omstanders tegenspreken. Op basis van een document dat ook nog eens op dubieuze wijze is gelekt naar de pers (aanwijzingen zijn gericht op de Democratische politica Dianne Feinstein). Bovendien is de dame die de klacht indient een overtuigde tegenstander van Trump. Tevens is er in de benoeming meer dan zes keer zoveel documentatie verzameld als voor enige andere kandidaat voor het Hooggerechtshof ooit. Alles werd uit de kast gehaald om Trumps nominatie te saboteren, zoals ook tevoren door een invloedrijke Democraat werd beloofd.

Eerst zeiden de Democraten bijvoorbeeld dat Kavanaugh onvoldoende emotionele betrokkenheid toonde – toen hij dan eindelijk emotie toonde omdat zijn gezin doodsbedreigingen ontving, beweerden diezelfde Democraten dat zijn ‘temperament’ problematisch zou zijn. Terwijl daar in al die tijden dat hij rechter was, nooit iets over is gezegd.

Smaadcampagne

De Republikeinen hebben hun eigen gedachten over Trump. Maar Kavanaugh is een keurige huisvader en staat model voor de vaderlandslievende Amerikaan. Door deze linkse smaadcampagne zijn de Republikeinen sterker dan ooit verenigd. Daar komt bij dat als Kavanaugh voorheen een milde rechter was met gematigde Republikeinse sympathieën, hij door deze smaadcampagne waarschijnlijk veel kritischer is geworden op links. De Democraten hebben hun eigen glazen ingegooid.

De benoeming van Kavanaugh heb ik gevolgd nog voordat de seksuele beschuldigingen wereldkundig werden. De Democraten putten zich uit om Kavanaugh kapot te maken: het was duidelijk dat er tot in het ridicule werd gezocht naar bezwaren tegen zijn kandidatuur. Zo werd er een e-mail opgegraven die volgens de Democraten “het absolute einde zou betekenen” van Kavanaugh. Deze e-mail zou “bewijzen” dat hij het Hooggerechtshof had proberen te beïnvloeden. In werkelijkheid ging het om een oude e-mail aan president Bush jr. over een nominatie waarbij Kavanaugh als één van velen in de CC werd gezet.

De Democraat Patrick Leahy probeerde Kavanaugh tevergeefs te verbinden aan een e-mail van tien jaar terug die volgens hem zou zijn “gestolen” uit zijn kantoor. Kamala Harris trachtte Kavanaugh te verleiden tot politieke uitspraken over minderheden. Ze wilde hem politiek getinte meningen laten geven over gerechtelijke uitspraken van eeuwen terug – Kavanaugh trapte daar niet in. Cory Booker zwaaide met “geheime documenten” die Kavanaugh zouden ontmaskeren en riep daarbij: “I am Spartacus!” In werkelijkheid waren deze documenten al openbaar.

#MeToo

Dit alles mislukte totaal en de Democraten zetten zich voor het oog van de natie voor schut: deze ondervragingssessies werden immers door miljoenen kiezers op YouTube gevolgd. Om dit gezichtsverlies uit te wissen moest er een geheim wapen worden ingezet – het paardenmiddel van de seksuele beschuldigingen. Hiermee hebben de Democraten het politieke systeem van de VS definitief ontwricht. Deze gang van zaken betekent namelijk dat het benoemen van rechters voor het Hooggerechtshof ook in de toekomst een gepolitiseerd proces zal zijn en geen kwestie van merites of competentie. Zelfs een onomstreden kandidaat wordt omstreden gemaakt voor politiek gewin.

Als het was gelukt om de benoeming van Brett Kavanaugh te doen ontsporen, dan zou feitelijk iedere man voortaan vogelvrij zijn. Want dit is een rechter met een smetteloze staat van dienst en een voorbeeldburger – laat staan hoe een doorsnee man zal worden gesloopt. Linkse Gramscianen zullen de #MeToo-beweging graag gebruiken om de kandidatuur van iedere brave blanke man te torpederen, net zolang totdat de betreffende functie naar iemand van een ‘minderheid’ gaat. Het proces rond Kavanaugh bewijst de noodzaak van een Nieuwe Zuil, die als een blok achter haar mannen staat en zich niet door linkse activisten van de wijs laat brengen.

Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.