Posted on

Christchurch en Sri Lanka – Gewenste en ongewenste daders en slachtoffers

Radicaal-islamitische aanslagplegers lijken politiek en media niet in hun kraam te pas te komen, blanke daarentegen des te meer. Het resultaat is grotesk.

Nog nooit sprong de volstrekt verschillende behandeling van terroristische aanslagen door politiek en media zo onthullend in het oog als in de afgelopen Paasdagen. In de eilandstaat Sri Lanka zijn meer dan 300 mensen door radicale moslims vermoord. De moordenaars wilden gericht christenen en westerse toeristen treffen. De meeste media talmden echter minstens een dag om de achtergrond van de moordenaars bij de naam te noemen en spraken liever vaag-algemeen van “extremisten”.

Easter worshippers

De slachtoffers werden door prominente Amerikaanse politici als Barack Obama en Hillary Clinton niet als christenen, maar verhullend als “Easter worshippers” aangeduid, terwijl Nederlandse politici als Lodewijk Asscher het vermelden van hun religieuze identiteit simpelweg achterwege lieten. Waar politici zich na ‘Christchurch’ ogenblikkelijk solidair verklaarden met de moslimgemeenschap, werden de aanslagen op Sri Lanka niet als een aanval op de hele christenheid of het hele Westen geduid. Ook werden er niet meteen vermoedens uitgesproken over de wereldbeschouwing van de daders of over mogelijke ideologische overlappingen met bepaalde islamitische organisaties.

“Fascistische Internationale”

Hoe anders ging het enkele weken eerder, na de aanslag in het Nieuw-Zeelandse Christchurch. Niet alleen werd de dader toen in een handomdraai als blanke rechts-extremist geïdentificeerd, ook de religieuze identiteit van zijn slachtoffers werd prompt niet alleen vermeld maar ook uitgebreid gethematiseerd: hij wilde moslims doden. Sterker nog: talrijke media begonnen meteen de kring rond de aanslagpleger van Christchurch zo breed te trekken dat het absurd werd. Het toonaangevende Duitse tijdschrift Die Zeit fantaseerde zelfs over een “Faschistische Internationale”, waaronder het zelfs enkele vertegenwoordigers van de AfD en verwante organisaties schaarde. Zo kon men met de massamoord aan de andere kant van de wereld ideologische winst boeken in de “strijd tegen rechts” in eigen land.

Notre Dame

Notre Dame was daarentegen weer anders: Hier “wisten” de autoriteiten reeds dat het niet om opzet kon gaan terwijl de brand nog woedde en het onderzoek naar de oorzaak waarschijnlijk nog niet eens goed had kunnen beginnen. Wat de autoriteiten tot nog toe over de grote brand naar buiten hebben gebracht staat bol van de merkwaardigheden.

Ongelijke behandeling

Het verschil in de omgang met mogelijke of bewezen ideologisch gemotiveerde daden springt dermate in het oog, dat men nog slechts kan vervolgen met de vraag naar het motief voor de ongelijke behandeling. Ook die lijkt ideologisch gemotiveerd. Mogelijk treedt hier westerse zelfhaat aan de dag, die de blanke, pardon “witte” man slechts als dader wil zien, vanwege de primitieve dader-slachtofferclichés waaraan men zo verknocht is. Daarnaast streeft de asielideologie openlijk het doel na Europa minder blank, pardon “wit” te maken. Dan komen nieuwsberichten over de gevaren die de immigratie van bepaalde groepen met zich mee kan brengen niet zo goed van pas.

Posted on

Zijn rechtse mensen niet goed bij hun hoofd?

Hoe bont kun je het maken? De Duitse kinderarts Herbert Renz-Polster verklaart in een interview met Der Spiegel het succes van rechts-populisten uit hersenbeschadigingen die stemmers op deze partijen in hun kinderjaren hebben opgedaan.

“Emotionele nood in de eerste levensjaren verklaart het populistische geloof in autoriteit,” aldus de kinderarts. In een interview met Deutschlandfunk zei Renz-Polster dat vervreemding en angst voor globalisering de ruk naar rechts zeker kan verklaren, maar “dit alles werkt alleen op basis van bestaande kwetsbaarheden. Zelfs als ik onzeker ben in mijn sociale positie, hebben de persoonlijke overtuigingen een diepere reden, en die liggen in de kinderjaren.” Nu heeft schrijver dezes wel enig recht van spreken als het gaat om geestelijke verwarring, maar mijn kindertijd was warm en geborgen en de politieke voorkeur lag in mijn jeugd juist bij extreem-links.

Progressief of conservatief brein

Maar waar Renz-Polster de opvoeding de schuld geeft, gaan wetenschappelijke onderzoeken in de Verenigde Staten een stap verder. Een aantal jaren terug deed een Amerikaans onderzoek nogal wat stof opwaaien. Volgens wetenschappers zou het brein van progressieven en conservatieven van elkaar verschillen. Via MRI-scans moesten reacties in de hersenen op foto’s van bijvoorbeeld dierenmishandeling of vieze toiletten aantonen dat de proefpersoon conservatief of progressief was.

Voorspellen

Het zal geen verbazing wekken dat het conservatieve volksdeel er volgens de schedellichters slechter van afkomt. Psychiater Gail Saltz legde in het linkse webzine Salon uit dat progressieven een grotere gyrus cinguli anterior bezitten. Dat onderdeel van de hersenen is verantwoordelijk voor het opnemen van nieuwe informatie en het gebruiken ervan voor het nemen van besluiten en keuzes. Conservatieven daarentegen hebben een grotere amygdala, een diep in de hersenen liggende kern die emotionele impulsen reguleert; “specifiek angst-gebaseerde informatie”, aldus Saltz.

De door de New York Times getypeerde ‘pop-psycholoog’ gaat nog een stapje verder door te stellen dat op basis van deze verschillen in de hersenen men in staat zal zijn te voorspellen wie conservatief en wie progressief wordt. Hoewel Saltz toegeeft dat het verschil tussen links en rechts in hersenstructuur niet zwart-wit is, maakt ze wel duidelijk dat conservatieven meer angstige mensen (slecht) zijn en progressieven open staan voor nieuwe informatie (goed). De Vlaamse schrijver Yves Petry maakt zich terecht boos over dat links het alleenrecht op empathie claimt.

Biologische factoren

Onwillekeurig moet de lezer hierbij denken aan de rel die in 1989 ontstond toen neurobioloog Dick Swaab zei dat de hersenen van hetero’s en homo’s van elkaar verschillen. Links Nederland was te klein. Demonstraties, dreigbrieven, bommeldingen en zelfs Kamervragen waren het gevolg. Of de affaire Buikhuisen, 10 jaar voor de rel rond Swaab. Criminoloog Buikhuisen schreef dat criminaliteit mogelijk mede uit biologische factoren verklaard kan worden. Links Nederland begon een heksenjacht en Buikhuisen moest het veld ruimen. In de 21ste eeuw vindt links het blijkbaar heel normaal om politieke verschillen uit biologische factoren te verklaren. The-times-they-are-a-changin’.

F-schaal

Het is de Frankfurter Schule all over again. Grondlegger Theodor Adorno betoogde in een omstreden ‘studie’, ‘The Authoritarian Personality’, dat hang naar autoriteit leidt tot fascisme. In dit lijvige boek – bijna 1000 pagina’s – introduceert Adorno de ‘F-schaal’, een test om te onderzoeken hoe vatbaar iemand is voor fascistische ideeën. Maar liefst negen persoonlijkheidskenmerken leiden naar fascisme. Kenmerken die in de kinderjaren worden aangeleerd en versterkt. Onderdanigheid, agressie, anti-intellectualisme, bijgeloof en een overspannen bezorgdheid over seks, zijn hier voorbeelden van. Renz-Polster is gewoon een goede leerling van Adorno. Niet vreemd dat het boek van Adorno dit najaar bij de linkse uitgever Verso in herdruk verschijnt. De tijd lijkt er weer rijp voor.

Eugenetica

Het is de ultieme progressieve droom. Eind 19de eeuw en in de eerste decennia van de vorige eeuw hield links vurige pleidooien voor eugenetica en het van staatswege ingrijpen in gezinnen. De nationaal-socialisten in Duitsland maakten dankbaar gebruik van dit gedachtengoed. Tot ver in de 20ste eeuw werd in Zweden zo’n bevolkingspolitiek, waar sterilisatie van zogeheten ‘onbekwamen’ en abortus onderdeel van waren, toegepast. Het lijkt erop dat het ongelukkige huwelijk tussen wetenschap en psychologie, dat in de vorige eeuw tot zulke vreselijke resultaten leidde, in deze eeuw door links weer wordt gepropageerd. Het is natuurlijk het ultieme wapen. Verzet je je tegen genoemde psychologische verklaringen, dan is er juist iets met je aan de hand. Hoe groter je verzet, hoe krachtiger de therapie. En als je echt niet wilt luisteren, is er altijd een operatie mogelijk.

Ingrepen

Progressieven die stiekem dromen van het uitschakelen van hun conservatieve tegenstanders via therapie, ingrijpen in de opvoeding of zelfs neuro-chirurgische ingrepen? Het lijkt een droom – of liever een nachtmerrie – maar gezien het podium dat kinderarts Herbert Renz-Polster krijgt, worden de linkse geesten rijp gemaakt.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Maak van sociale media-platformen nutsvoorzieningen

Ik verwachtte het al een tijdje, maar toen het gebeurde kwam het alsnog als een schok. Alex Jones is verbannen van diverse sociale media-platformen. Als de complottheoretici die hem volgen geen reden hadden om de verbanners Facebook, Google, Apple en Spotify te wantrouwen, hebben ze nu zeer zeker een goede reden om dat wel te doen.

Alex Jones, welke internetgebruiker kent hem niet? Hij is bijzonder schreeuwerig, een vleugje vulgair en niet te beroerd bizarre verhalen de wereld in te helpen zonder die al te goed te controleren. Dit uiteraard in het kader van “check nooit leuke verhalen kapot”. Zo hielp hij geruchten de wereld in die erop neerkwamen dat er stoffen aan het water zouden zijn toegevoegd om kikkers homofiel te maken. Een ander spraakmakend verhaal kwam erop neer dat de Amerikaanse Democraten een pedofilie-ring hadden rond een pizzaketen.

Jones heeft een imperium opgebouwd dat beter wordt bekeken dan CNN. Hij past ook heel goed in de Amerikaanse geest waarin grote instellingen zoals de overheid en de gevestigde media sterk worden gewantrouwd. En terecht. CNN, MSNBC, FoxNews en hoe ze ook allemaal ook mogen heten zijn heel goed in het prepareren van nieuws voor hun achterban.

De tactiek van het selectief overschreeuwen van feiten en het doodzwijgen van andere is ontwikkeld door propagandaminister Jozef Goebbels van de NSDAP, en sindsdien wegens succes op een schaal toegepast waarvan Jozef Goebbels van 1933 tot 1945 alleen van zou kunnen dromen. Diverse onderzoeken die op internet te vinden zijn laten ook zien dat mensen die alleen maar deze nieuwszenders volgen voor hun nieuwsvoorziening minder weten over de wereld dan diegenen die deze zenders niet bekijken. Zo heeft het een negatief effect op het realiteitsbesef van de kijker.

De Amerikaanse nieuwszenders staan ten dienste van de aandeelhouders die op hun beurt weer een heel klein clubje ongekozen heersers vormen over de Amerikaanse bedrijven. In de politieke filosofie noemen we dit een “oligarchie”. De heerschappij van weinigen. Het is een gedegenereerde vorm van aristocratie, de heerschappij van de besten.

Nu is er een vlieg in de soep. En die vlieg heet Alex Jones. Hij mag dan gek zijn. Hij mag ook vulgair zijn en hij is zeker schreeuwerig, maar hij slaagt er ook in de Amerikanen aan het denken te zetten en een zeker domino-effect in gang te zetten waarin mensen dingen gaan afvragen over de realiteit om hun heen. En dat is nu net tegen het tegen het zere been van de oligarchie die de grote mediabedrijven bezit. Het verbannen van Alex Jones dient precies dit doel.

Over Facebook en Google valt ook nog wel het een en ander te vertellen. Naast dat het natuurlijk beide grote rampen qua privacy zijn is het ook zeer de moeite deze bedrijven te wantrouwen. Het zijn beide bedrijven die in hun opstartfase financieel zijn geholpen door een investeringsfonds genaamd In-Q-Tel. Dat namens de Amerikaanse inlichtingendiensten investeert zodat Amerika de strijd voor technologische dominantie wint en blijft winnen. Wat vanuit Amerikaans perspectief bekeken een vereiste is om de strijd om informatie te winnen. Mag Facebook weten dat u graag champignon-pizza eet? Natuurlijk. Maar bewustwording van het feit dat deze bedrijven ook andere meesters dan de adverteerders dienen is volgens mij wel noodzakelijk.

Facebook, Google, Apple en noem ze maar op willen noch dienen natuurlijk niet werkelijk de vrijheid van meningsuiting. Wat deze bedrijven vooral willen is dat consumenten braaf hun producten (en die van hun adverteerders) kopen. En daarna vooral hun mond houden en die wijze boodschap van MSNBC en CNN tot zich nemen zodat we allemaal de volgende oorlog van Amerika steunen.

Eigenlijk is er een hele makkelijke oplossing: verklaar sociale media platformen tot nutsvoorzieningen, zoals ook elektra, water en gas nutsvoorzieningen zijn. Waarin verschilt een Facebook-tijdlijn van een openbaar plein waarop mensen een zeepkist kunnen zetten en kunnen preken? Qua communicatie niet zo heel veel. Verplicht ze elke mening te publiceren die niet overduidelijk tegen de wet ingaat. Dan kunnen ze niet meer op eigen houtje mensen censureren en wordt de Amerikaanse oligarchie in het hart getroffen.

Posted on

“Er zijn altijd alternatieve feiten voorhanden”

“‘Een beroep doen op de feiten’ is een morele of politieke handeling die met wetenschap niets van doen heeft. Zo’n beroep behelst immers onvermijdelijk een keuze uit een scala aan beschikbare feiten die niet op strikt wetenschappelijke gronden kan worden gerechtvaardigd”, schrijft hoogleraar sociologie aan de Katholieke Universiteit Leuven Dick Houtman in de jongste editie van Christen Democratische Verkenningen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

“Er zijn immers altijd ook heus nog wel ‘alternatieve’ feiten voorhanden: feiten die men zelf ‘niet belangrijk’ vindt, of zelfs zo onaangenaam dat men hun bestaan maar liever helemaal verdringt om de roze levensbeschouwelijke bloemetjeswereld waarin men leeft intact te kunnen houden”, zo vervolgt de hoogleraar.

“Feiten zijn niet belangrijk of onbelangrijk; men kan ze alleen maar belangrijk vinden.” Hieruit volgt volgens de socioloog dat verschillende politieke en levensbeschouwelijke groepen, gevraagd naar de belangrijkste maatschappelijke problemen, op verschillende zaken wijzen: “Bij politiek rechts gaat het bijvoorbeeld om criminaliteit, misbruik van sociale voorzieningen, of overheidsbemoeienis met de inkomensverdeling, terwijl politiek links desgevraagd eerder wijst op intolerantie, racisme, of armoede.”

Het hele artikel is hier te lezen: Feiten? Welke feiten?!Over fact-based en fact-free politics (pdf)

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Verwondende taal en langzaam gif

In het nieuwste nummer van Filosofie Magazine mag de Amerikaanse filosofe Judith Butler haar zegje doen over taal. En dan specifiek over hoe taal pijn kan doen. “Taal kan mensen net zo verwonden als een kogel,” zegt Butler.

Aan haar eigen taalgebruik zal het niet liggen. Haar boeken zijn zo onleesbaar, dat de meeste mensen er niet eens aanstoot aan kunnen nemen. Hoe kan iets onleesbaars je verwonden? Aan de andere kant getuigt haar postmodernistisch jargon van zo’n minachting van het publiek, dat het gewoon pijn doet. Het is een totalitair taalgebruik, dat lezers kleineert en vernietigt. Zo wordt het begrip ‘Marokkaanse straatterreur’ – in het geweld tegen homo’s – door Butler scherp afgekeurd, want de media spelen zo de ene minderheid tegen de andere uit. Ergo: de gutmenschen moeten beide minderheidsgroepen in bescherming nemen tegen de grote boze – lees rechtse – wereld.

Butler staat in de traditie van de net zo onleesbare Franse filosofen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Lacan, Althusser, Foucault. Zij betoverden het vooral jonge lezerspubliek en vergiftigden hun geest met onnavolgbare opinies. Die jaren waren ook de tijd waarin progressief Europa – en iets later de Verenigde Staten – bakken vol met bagger uitstortten over iedere vermeende tegenstander of andersdenkende. Auteur W.F. Hermans, die zijn meesterlijke pen ook in gif kon dopen, en wetenschapper W. Buikhuizen konden hierover meespreken. Dodelijk waren de geschreven aanvallen op mensen die er een andere visie op nahielden. In die tijd moest taal verwonden.

Butler spreekt zich ook uit over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Vanzelfsprekend moet de joodse staat het daarin zwaar ontgelden. Over de giftige taal die de Palestijnse media en Autoriteit dag in dag uit richting Jeruzalem slingeren, horen we de filosofe niet. Want het maakt natuurlijk nogal uit wie het woord voert en schrijft. Zijn dat rechtse opinies, dan volgt snel een felle (giftige) reactie en is er sprake van ‘haatzaaien’. Dat doet au. Is dat de linkse intelligentsia, dan moeten wij aannemen dat er een uiterst genuanceerde mening wordt uitgesproken, die zo onnavolgbaar is dat het pijn doet aan ogen en oren.

Wat is erger? Gedwongen naar de meningen van Judith Butler luisteren, onder het motto ‘geestelijke marteling’? Of het dagelijkse infuus gevuld met postmodern gebrabbel dat de geesten van mensen langzaam vergiftigt?

Posted on

De transgenderbeweging leeft in een fantasiewereld

“Het behandelen van de psychologische verwarring ten gevolge van een geslachtsidentiteitsstoornis met hormonen of geslachtsveranderende chirurgie is als anorexia behandelen met liposuctie,” aldus Paul McHugh. McHugh was voor 26 jaar hoofd-psychiater van het Johns Hopkins Ziekenhuis in Baltimore. Dat ziekenhuis werd wereldberoemd omdat het als eerste begon met geslachtsveranderende ingrepen, maar stopte daarmee in de zeventig jaren nadat onderzoek uitwees dat de geestelijke toestand van patiënten er niet beter door werd.

Transgenderisme is het nieuwste speerpunt van de LHBTQI-beweging, een beweging die als “een culturele tsunami” de westerse wereld overspoelt, schrijft Katherine Kersten in het decembernummer van het Amerikaanse maandblad First Things. Acht jaar Obama heeft de beweging vleugels gegeven. Ze schrikt er tegenwoordig niet voor terug om iconen van de burgerrechtenbeweging uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in te zetten voor haar doelen. ‘Wees de Rosa Parks van jouw school en kom uit de kast als transgender’ luidt de leuze van een actiegroep in Minnesota. Actiegroepen in deze staat wisten een uitmuntende en zeer goed aangeschreven lagere school in St. Paul, de hoofdstad van de staat, naar de rand van de afgrond te brengen. De activisten steunden de ouders van een vijf jaar oud kind dat de kleuterschool van Nova Classical Academy, de school in kwestie, volgde. Zij hadden aan de schoolleiding gevraagd om voorzieningen te treffen voor hun zoontje “die van meisjesspullen houdt”. De directie van Nova besloot daarop het lesprogramma aan te passen en kinderen – tussen 6 en 10 jaar – te leren “over hoe mooi het is jezelf te zijn”. Het voorstel verdeelde de ouders en onderwijzers in twee kampen. Voorlichtingsbijeenkomsten en ouderavonden werden geïnfiltreerd door LHBT-activisten, die met steun van juristen al snel de tegenstanders van het wijzigen van het lesprogramma wegzetten als intolerant. “We werden belachelijk gemaakt, bespot en beschuldigd als haatdragend en onwetend,” zegt een van de ouders tegen Kersten. Een beroep op vrije meningsuiting werd afgewezen omdat het zou leiden tot een “vijandig klimaat”. De tegenstanders moesten onder politiebewaking bijeenkomen. Bestuursleden van de school werd geadviseerd deze bijeenkomsten niet te bezoeken omdat hun aanwezigheid zou neerkomen op ‘pesterij’. Toen uiteindelijk de school, ondanks protesten, hun gender-neutraal beleid doorzette – inclusief de Orwelliaanse taalverandering – haalden de ouders van het kind dat de aanleiding voor dit alles vormde hem van school! Reden? De school had hun ‘dochter’ (sic) het recht ontzegd om op een “veilige en tijdige wijze een gender-verandering mogelijk te maken”. Bovendien had de school ouders de keuze gegeven om hun kinderen geen lessen te laten volgen die transgender-onderwerpen behandelen. Als klap op de vuurpijl dienden de ouders van de kleuter een officiële klacht in bij het Departement van Mensenrechten van de gemeente.

Het voorbeeld van de Nova basisschool in St. Paul laat zien hoe fanatiek, intolerant en totalitair de genderbeweging is. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten, of gender-onderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaat voor hen niet. Ze leven in een fantasiewereld, waarin de realiteit er niet meer toe doet, schrijft Kersten. Ze vergelijkt het met het klassieke gnostieke denken, waarbinnen de fysieke werkelijkheid verworpen werd als iets slechts. Het ontkent de natuur, de menselijke wil en het gezond verstand. Kersten citeert de filosoof Eric Voegelin, die zei dat “in de gnostieke droomwereld het niet-erkennen van de werkelijkheid het eerste principe is”.

Terwijl de wetenschap heel duidelijk is. Iedere menselijke cel bepaalt of een individu man of vrouw is: voor de eerste het XY-chromosoom, voor de laatste het XX-chromosoom. Mannelijk of vrouwelijk wordt anatomisch na de conceptie bepaald en bevestigd in de geboorte. Professor McHugh schrijft: “In zoogdieren zoals mensen zorgt de vrouw voor het nageslacht en de man voor de bevruchting. Er is geen andere biologische classificatie voor de geslachten mogelijk.” De enorme aandacht voor transgenderisme onder jongeren heeft te maken met de crisis in het welzijn van jongeren. Zij hebben te maken met angst- en gedragsstoornissen, onzerheid, depressie, alcohol misbruik, en zelfmoordfantasieën. Het verdwijnen van gezinnen en andere sociale instellingen verzwakt de moraal en het gedrag van jongeren. Het ontbreekt hen simpelweg aan veiligheid, stabiliteit en toekomstdoelen. Bovendien leven ze tegenwoordig in een van seks doordrenkte maatschappij. De muziek- en filmindustrie en de sociale media bombarderen kinderen continue met suggestieve en verleidelijke beelden. Steeds meer jongeren krijgen het idee dat ze ‘vastzitten’ in hun lichaam. Volgens McHugh heeft transgenderisme onder jongeren een cultstatus. Maar in plaats van hun ontwikkeling af te wachten en jongeren therapie aan te bieden, moet nu alles wijken voor de grillen van ‘jongens die denken dat ze een meisje zijn’ en vice versa. Met als gevolg dat er dure medische behandelingen volgen, operaties en een leven lang slikken van medicijnen, met alle risico’s van dien.

Wetenschappers die hier kritiek op hebben of kanttekeningen bij plaatsen houden hun mond. Uit angst hun baan te verliezen of geen subsidie meer te ontvangen. Kersten haalt het voorbeeld aan van dokter Kenneth Zucker, een van meest vooraanstaande wetenschappers op het gebied van genderidentiteit bij kinderen. Hij vond dat kinderen met geslachtsidentiteitsstoornissen het beste geholpen zijn met therapie. In 2015 verloor Zucker onder druk van genderactivisten zijn baan.

Nederland is koploper als het gaat om LHBT-kwesties. Protocollen, behandelmethodes en visies die hier bedacht en ingezet worden, vinden navolging in het buitenland. Toch zal de transgenderbeweging tegen haar eigen grenzen aanlopen, voorspelt Kersten. Simpelweg omdat ze de werkelijkheid niet onder ogen wil zien. Wat als iemand met een genderidentiteitsstoornis zichzelf typeert als persoon met een handicap en een beroep gaat doen op voorzieningen en financiële tegemoetkomingen hiervoor? Wat als een blanke middenstander zichzelf als zwart verklaart en steun vraagt op grond van subsidies voor minderheden? Wat als een veertig jarige vrouw zichzelf beschouwt als 65+ en aanspraak wil maken op AOW? Hoe gaat de overheid hier dan mee om? Want op basis van wat kunnen zij deze mensen hun rechten ontzeggen? In een fantasiewereld is namelijk alles mogelijk.

Posted on

Waarom debat over terrorisme op niets uitdraait en hoe dat te doorbreken

Na elke aanslag zien we telkens een patroon opduiken. Iedereen reageert vol afschuw op de feiten, en betuigt zijn medeleven met de slachtoffers. In het tweede deel van de tweet of facebook-status verschilt de reactie naar gelang ideologie of deel van de bevolking.

De polarisatie tussen 2 groepen

De ene groep wijst erop dat de daders uiteraard maar wéér eens geïnspireerd zijn door de islam, de andere
groep minimaliseert dit en roept tot vervelens toe op tot tolerantie en verdraagzaamheid. De open brief van Ariana Grande [1] zelf en het oproepen tot het zingen van “don’t look back with hate” zijn duidelijke voorbeelden van het vasthouden aan het open en tolerante discours.

Interessante passage aan de brief van de popster is “we will never understand why…”, alsof het terrorisme een agnostisch vehikel is en niet te verklaren zou zijn. Een ideale manier natuurlijk, bewust of onbewust, om rationele argumentaties over de link met buitenlandse inmenging in het Midden-Oosten
of de grote migratiestromen niet te moeten aangaan. De dagen die op de feiten volgen gaan polariserend tussen groep 1 en groep 2.

De eerste groep heeft natuurlijk één voordeel, dat de daders in de overgrote meerderheid telkens moslims zijn, dat kan moeilijk ontkend worden. Het grote nadeel is dat het politiek incorrect blijft dit te erkennen. Integendeel, diegenen in het politieke centrum, die zogezegd allemaal druk in de weer zijn om terrorisme uit onze samenleving te bannen weten pas echt hoe moeilijk deze strijd is.

De ene gaat wat moeilijk doen over de toekenning van een visum over een gezin in Aleppo [2], de ander heeft het weer over de beperking in voorzieningen in de vluchtelingenkampen rond conflictgebieden.

Zinloze discussies en debatten

Beide argumentaties draaien meestal op niets uit. Groep 1 is al lang overtuigd dat er voor de islam geen plaats
is in Europa en groep 2 heeft al lang dat aspect van een visie gemoraliseerd. Omdat die laatste tolerant zijn en blijven, horen zij tot het politieke centrum en conformeren zij zich met de hogere sociale klasse, vertegenwoordigd door het maatschappelijk middenveld en de traditionele politieke partijen. Doordat mensen zich kunnen identificeren met de politieke leiders en middenveld kunnen ze zichzelf vaak een morele superioriteit voor de ogen houden, die hun blind maakt en waarbij men het hoofd niet ver genoeg in het zand kan steken om zich te distantiëren van een rationele argumentatie.

Een niet weg te denken passage uit de sage na afloop van een aanslag zijn de hysterische reacties op politici wanneer zij simpelweg een probleem willen benoemen en aanduiden [2]. In plaats van in debat te treden over het aanpakken van een probleem, of over de meningsverschillen rond de analyse, verkiest men beledigd te zijn. Dan stopt immers meteen de verdere discussie. Het meteen aanstoot nemen aan een uitspraak is al een associatie met dat moreel hogere, die tolerantie waarnaar we moeten streven ondanks alles.

Het wegrelativeren is voor velen onbegrijpelijk, en terecht. Hoe kan het zijn dat bij regelmaat in Europa onschuldige mensen worden opgeblazen, gewoon omdat ze naar een concert willen gaan? Als er 10 jaar geleden iemand deze golf van aanslagen en de constante patrouilles van militairen in de grotere steden had durven voorspellen was hij wellicht opgesloten in een instelling voor waangedachten. Ik vraag mij soms af of het gaat om een nieuwe vorm van zelfkastijding, die voortkomt uit een collectief trauma van wat er gebeurd
is tijdens WO2. Echter is de meerderheid toch al van na deze oorlog, en kunnen we echt niet meer stellen
dat het wegkijken van de problematiek ons minder slachtoffers zou opleveren.

Anderzijds stelt het anti-islam discours op zichzelf me ook telkens weer teleur. De complexiteit van de problematiek is niet alleen te herleiden tot een paar verzen in de koran. Geopolitiek, migratie, sociale ongelijkheid, ze zijn wellicht allemaal deels een verklaring voor de problematiek, evenals het religieus fundamentalisme [3] . Waarom ik stel dat dit discours me eigenlijk teleurstelt is omdat dit te vaak uitdraait op een discours van de ‘Westerse/verlichtings-/liberale waarden versus de islam’, terwijl ons huidig politiek systeem met open grenzen en interventies ten aanzien van soevereine staten alleszins mee een oorzaak is van het probleem rond terrorisme. Dat wij als West-Europa nog steeds meestappen in het verhaal van het ondersteunen van zogenaamde gematigde rebellengroepen die in dezelfde naam, radicale islam,
aanslagen plegen ten opzichte van burgers in het Midden-Oosten is pas echt onbegrijpelijk. Verbazing dan wanneer in dezelfde naam hier slachtoffers vallen, maar blind zijn als hetzelfde gebeurd in Syrië, Jemen,
Libië of Irak. Dat is de hypocrisie van de houding van enerzijds het droevig zijn over de gevolgen van een probleem, maar selectief blind zijn voor de oorzaken van een probleem.

Complexiteit of onoplosbaarheid

In tegenstelling tot Ariana Grande, en met haar vele anderen, schat ik het probleem niet onoplosbaar in. Ik erken zeker de complexiteit en gelaagdheid van de problemen rond deze aanslagen. Maar het enerzijds weg relativeren, of het anderzijds wel vaststellen maar vervolgens niet koppelen van de gevolgen en oorzaken is
nu eenmaal in een cirkelredenering blijven zitten.

Gerommel in de marge rond het stoer weigeren van één gezin uit Aleppo, terwijl wel voorstander te zijn van ondoordachte regime change in landen die de migratie de komende 30 jaar zouden verminderen (Libië, Syrië) is evenmin een oplossing en riekt enerzijds naar complete idiotie en anderzijds naar schuldig verzuim.

Welke integratie als oplossing?

Dan komt altijd een stukje van de discussie terecht in een verhaal van ‘integratie’. Zowat één van de meest abstracte begrippen in de discussie. Per slot van rekening, waarin ‘integreren’? Een Europese islam anno 2015? Of nog eerder een gaypride-samenleving waarbij de perverterende vrijheden van enkelen tot algemene norm moeten worden verheven? Of misschien naar een utopisch leven met de migratie maar zonder de islam

Telkens weer maken we de fout, cultuur als iets abstracts en moraliserends te zien. ‘Onze cultuur is superieur’ aldus een politica.[4] Terwijl de radicalisering binnen de islam een protestantisering van de religie is, dus in die zin krijg je wat je wilt, een dogmatische islam. Zij kan zich evengoed herbronnen met de islamitische filosofie
die sinds de 13de eeuw in onbruik is geraakt, maar daarin zal je dan wel partners moeten vinden. Evengoed kunnen we ons erfgoed en onze tradities niet als iets ouderwets en overbodig zien, maar wel degelijk als brug om met andere culturen te praten. De uitwisseling van bijvoorbeeld voorjaars- en midwinter-gebruiken zou een nieuwe verstandhouding met zich kunnen meebrengen. Dan wel moslims proberen te verplichten in een samenleving te leven die zij de facto als decadent beschouwen, en daar kan ik ze zelf geen ongelijk in geven. Het kan allemaal op een andere manier, maar de wil ontbreekt.

Wees dan radicaal

We hebben wel een radicale omwenteling nodig, willen we niet naar een Soumission-verhaal toegaan. De sfeer die in de lucht en over de sociale media hangt is aan het rijpen tot een groeiende kans van een omwenteling. Als je slachtoffers voor de komende generaties echt wilt verminderen, en niet wilt blijven hangen in deze vicieuze cirkel, moet je het gehele metapolitieke systeem aanpakken dat er verantwoordelijk voor is. Stop met ondoordachte politieke interventies en pas het buitenlands beleid aan, zie dat je de geld- en wapenstromen in kaart durft te brengen, met inbegrip van die van onze regeringen naar terroristische
organisaties, dam de grote migratie-influx uit het Midden-Oosten en Afrika zoveel mogelijk in met het oog op de komende generaties en verander het geweer van schouder in het integratiebeleid. Vorm een nieuwe synthese in discours in plaats van in een these – antithese verhaal te blijven plakken.

We moeten verder kijken dan een strategie om de problemen weg te relativeren tot de volgende aanslag, of door een te beperkend ‘zie, het zijn weer moslims’ maar oorzaken en gevolg niet van elkaar te onderscheiden. Aan beide kampen de oproep om niet te blijven steken in het hier en nu, maar te kijken naar een verloop van meerdere generaties. Wie wil er nog op zijn of haar geweten hebben dat ze dat niet willen doen terwijl er wekelijks wereldwijd slachtoffers blijven vallen?


[1] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/muziek/1.2990010

[2] http://www.gva.be/cnt/dmf20170523_02895566/ophef-na-tweet-tom-van-grieken-vlaams-belang-shame-on-you

[3] http://www.novini.nl/islam-is-probleem-niet/

[4] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2958166