Posted on

Disruptie – Doormodderaars blijven verkiezingen winnen

Doormodderaars domineren de politiek ten koste van volgende generaties. En media houden hen uit de wind. De hoop ligt in disruptie, schrijft Sid Lukkassen aan Arno Wellens. 

Beste Arno,

Op 20 april 2019 sprak je voor het publiek van De Nieuwe Zuil in de Oosterkerk te Amsterdam. Wat je daar vertelde was zó schokkend en belangrijk dat het nodig is om dit vast te leggen voor het nageslacht en opnieuw onder de aandacht te brengen in deze brief. Hopelijk kan deze brief ook het draagvlak voor het bijbehorende crowdfunding-project vergroten.

Jouw pamflet, Het Euro Evangelie, overhandigde je aan (destijds) VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Jort Kelder omschreef dit treffen kort doch krachtig:

“Hij ontving ons in de rust van zijn gelambriseerde werkkamer. ‘De euro is mislukt en zal over een paar jaar waarschijnlijk niet meer bestaan’, sprak Zijlstra stellig. ‘Maar zolang een meerderheid op het Binnenhof de feiten niet onder ogen wil zien, modderen we voort.’ Kort daarna stemde de Tweede Kamer over een zoveelste steunpakket voor Griekenland. De VVD-fractie stuurde de premier naar Brussel met de opdracht te voorkomen dat er 86 miljard euro extra naar Athene gegireerd zou worden. Toen Rutte zijn veto weigerde te gebruiken en zwichtte voor de druk van Merkel en Tsipras, gunde Zijlstra zijn fractie de verkiezingsbelofte ‘Geen cent naar de Grieken’ gestand te doen. Slechts één van de veertig leden, Joost Taverne, sprak zich uit tegen een nieuwe financieringsronde.”

Hierbij vertelde je dat je de documenten kende die Rutte op zijn bureau had liggen, en dat hij wist dat de Grieken niet aan de eisen voldeden. “Dus deed hij een belofte waarvan hij tevoren wist dat hij die moest breken.” Je vatte de gang van zaken in het eurodossier samen in een mooi citaat: “The cost of indecision is greater than the cost of the wrong decision.

Doormodderaars

Zijlstra had zelfs gezegd: “Deze berekeningen zijn solide, daar kan ik niet omheen, maar publiekelijk kan ik dit niet steunen – dan steek ik mijn nek in een strop en dan moet ik in de Tweede Kamer 75 andere gekken vinden die ook bereid zijn om dat te doen, en die vind ik niet.” Je somde de gehele uitwisseling op als: “Doormodderaars blijven verkiezingen winnen.”

Kennelijk volgde hij jouw analyse maar is er zoiets als “politiek kapitaal”. Dat gold ook voor de douane-unie tussen Oekraïne en de EU. Ambtenaren en politici waren al twintig jaar bezig met de voorbereiding daarvan: dat zou de einduitkomst “onafwendbaar” maken. Zijlstra nam volgens jou onterecht aan dat de samenleving dit argument zou slikken “omdat hij in de Haagse bubbel zit”.

Perverse dynamiek vraagt om disruptie

Nu dit alles is gezegd wil ik benadrukken dat ik dit niet schrijf om Zijlstra of Rutte persoonlijk de vliegen af te vangen; het gaat erom een perverse dynamiek bloot te leggen. Enige jaren terug zei ik al tegen Thierry Baudet in een podcast: “Ik ga er niet vanuit dat politici aan hun werk beginnen met kwade bedoelingen. Maar ze belanden in een systeem met een eigen logica, een eigen krachtenveld. Op een zeker moment overschrijft dat de goede wil van de politieke actor.” Dit perverse systeem – zo blijkt wel uit decennia aan groeiende schuldenbubbels die politici, bankiers en belastingbetalers over en weer in de klem houden – kan niet van binnenuit worden doorbroken. Dit vergt een verstorende kracht van buitenaf: om dat bewustzijn op te bouwen is een brief als deze relevant.

De hoop ligt in disruptie

Dr. Sid Lukkassen werkt momenteel aan een crowdfunding om het vrije debat te redden. Hij wisselt brieven uit met Maarten Boudry, Ancilla van de Leest, Arno Wellens en andere vrijdenkers om inhoudelijk debat te voeren. Dit moet voorkomen dat onze democratie vervalt tot demonisering en op-de-man-spelen zoals we bij de foto met Zihni Özdil hebben gezien. Steun het project hier!

De hoop ligt dus in de disruptie. Juist dit wordt in Het Euro-Evangelie goed uitgelegd. “Griekenland, slechts 2 procent van de eurozone, zal een vingeroefening blijken voor de finale: het nakende failliet van Italië. Over dat soort feitjes horen we herkiesbare politici minder. Die bluffen liever over overschotten en meevallers op de begroting. Of storten zich op debatjes of de koopkracht nu wel of niet met één procentpunt toeneemt  ‘dankzij het kabinetsbeleid’.”

Kortom zolang je probeert om van binnenuit te veranderen, blijf je in discussies hangen over één procentje koopkracht meer of minder, of de doembeelden niet te veel kiezers afschrikken, over astronomische bedragen die niet in Jip en Janneke taal te vangen zijn. Ook krijg je steeds het argument voor de kiezen dat er “te veel politiek kapitaal in de munt zit”.

De paradox van de eurocrisis

Nog wat cijfers om de ernst van de situatie te onderstrepen: “De consultants van de Boston Consulting Group kwamen op oninbare leningen ten bedrage van 6,15 biljard euro. Voor het Koninkrijk der Nederlanden zou dat een afboeking van 140 miljard tot 720 miljard euro betekenen. Pittig. En dat is het best case scenario, want de cijfers dateren van 2010, toen de schuld een stuk lager was. De paradox van de eurocrisis is dat de bedragen zó groot en de uitkomsten zó ongewis zijn, dat geen politicus er een serieus punt van maakt.”

Verliesverbergers

Je noemde hierbij de “VerliesVerbergers” – de schuld is er wel, maar je ziet hem niet. Bijvoorbeeld omdat slechte leningen worden opgekocht door een van de Europese noodfondsen, aangevoerd door het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Ook is er de kwantitatieve geldverruiming, wat neerkomt op het bijdrukken van geld.

“Eén op de zes Italiaanse leningen geldt als non performing, in Ierland is het één op vier en Cyprus presteerde het om meer oninbare vorderingen uit te hebben staan dan de omvang van de economie. De European Banking Association categoriseert duizend miljard aan leningen als ‘non performing’.”

Je beschrijft hoe geen politicus dat voor zijn of haar rekening durft te nemen – het zou immers een papieren schuldenberg omzetten in tastbare verarming en dus spaarders, beleggers en andere stemmers aan de kook brengen.

“Zo heeft de ECB in korte tijd al een kwart van de Zuid-Europese schuld naar zich toegetrokken. Sterkte, belastingbetaler, want Nederland doet voor 5,7 procent mee in de eurozone.” De schulden van alle betrokken banken samen begrootte je op 28.000.000.000.000 euro – “van dat bedrag zal volgens een rapportage van The Boston Consulting Group 6.150.000.000 euro niet worden terugbetaald. Een reddingsfonds zal dus behoorlijk wat vuurkracht moeten hebben om dat bedrag omver te blazen. Als Nederland naar omvang bijdraagt en – zoals afgesproken – andere landen ontlast, komt onze bijdrage op maximaal 720.000.000.000 euro. Oftewel anderhalf keer de bestaande Nederlandse staatsschuld.”

Langetermijnprognoses

Het probleem is dat mensen als jij en ik naar de toekomst kijken: we maken langetermijnprognoses. Maar de meeste mensen willen gewoon met een biertje in de zon zitten en bitterballen eten. Realistische prognoses en vergezichten worden dan afgedaan als zuur gelul, geschreeuw vanaf de zijlijn, boekenwijsheid en abstracte speculatie. Voorts begint men over “doeners” en “aanpakkers” – dan wordt er niet meer geluisterd. Hier stuiten we op een belangrijke opmerking in het voorwoord: “’Verdomme’, siste D66-woordvoerder Kees Verhoeven in een debatpauze op de plee van een Leidse lokaliteit. ‘Ik heb geen antwoord op alle financiële problemen die Wellens aankaart’.”

Mediakartel

Op zo’n moment verdedigt een gekozen volksvertegenwoordiger dus een transferunie waarvan hij weet dat zijn kinderen en kleinkinderen daarvoor de prijs betalen; hij weet dat hij dit niet kan verbergen en hoopt er simpelweg niet op te worden aangesproken – hij rekent op steun van het mediakartel. Jort Kelder geeft dit ook toe: “U begrijpt waarom wij niet bij Matthijs [van Nieuwkerk] aanschoven: het Euro Evangelie kwalificeerde ook niet echt voor goedhumeur-tv. Redactiesjef Dieuwke Wynia begint daags voor de uitzending te twijfelen. ‘Jort, razend interessant onderwerp, maar de materie is te ingewikkeld en de getallen zijn zo groot, daar kan geen kijker zich iets bij voorstellen’.”

Op kosten van komende generaties

Het lukt politici om gesteund door het mediakartel de aandacht af te leiden. Zodat de massa hedonistisch blijft consumeren en de meer grimmige abstracte waarheden niet doordringen tot het dagelijks gesprek. Dan winnen politici – de meeste van hen zijn opgekweekt in het badwater van ‘68. Ze vinden dat ze meester en vormgever zijn van hun eigen succes: ze geloven niet dat hen na de dood iets boven het hoofd hangt en een begrip als ‘cultureel rentmeesterschap’ of ‘intergenerationele solidariteit’ zegt  hen niets. Ze willen genieten van de macht zolang ze de macht hebben en daarbij zijn alle middelen geoorloofd – inclusief het opmaken van het kapitaal dat is gespaard door de vorige generatie en vervolgens bijlenen op kosten van komende generaties.

Globale geldmarkt

Zelf was ik vroeger vóór de euro – het argument dat toen werd gebruikt, bij de invoer, was dat er een conservatief fiscaal beleid zou worden gevoerd om te voorkomen dat de VS tot het oneindige dollars kon bijdrukken. Er was een tegenkracht nodig op de globale geldmarkt: een tegenkracht gebaseerd op een strakke monetaire politiek. Vanwege de zwakke dollar en sterke euro was het leuk om spullen vanuit de VS te bestellen. Maar nu zie ik twintig jaar later in de praktijk hoe alle geldverruiming uitmondt in welvaartstransfers naar het zuiden – ik heb zelfs negatieve rente op mijn spaarrekening. ZZP’ers als ikzelf bouwen niets op qua pensioen en nauwelijks qua premies. Tegen de lage rente en inflatie is bruutweg niet op te sparen. Dit volgt uit ECB-beleid en de ECB bepaalt haar eigen mandaat.

Ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking

Het argument is heel begrijpelijk dat Nederland ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking zou hebben – onze ‘grootste deugd’ is immers dat de Duitsers ons nodig hebben om bij de zee te komen. Vroeger was de waarde van de gulden verbonden met de Duitse munteenheid. Maar op mijn spaarboekje en door de waarde van mijn uitgaven van vroeger en nu te vergelijken, zie ik loepzuiver dat als we zo doormodderen, er op termijn niets voor mij overblijft. Daarom ben ik aangewezen op disruptie – ik heb geen andere keus. Want disruptie brengt een kans op hoop, terwijl continuïteit de zekerheid betekent van een gestage en onomkeerbare neergang. Een grotere schuldenberg, meer inflatie, minder koopkracht. Zelfs Zijlstra moest dit immers toegeven na het lezen van jouw pamflet!

Disruptie van de bubbels van Brussel en Den Haag

Enfin Arno, ik rond af met een belangrijk punt in jouw lezing. In de bubbels van Brussel en Den Haag heerst een andere werkelijkheid dan aan de keukentafel van tante Truus. Mensen zien dat ze keer op keer worden voorgelogen en langzaam ontstaan bewegingen als de gele hesjes. Dat is de maatschappelijke prijs van het steeds maar doormodderen van bestuurders. Politici rekenen echter op hun vriendjes van het mediakartel om deze protestbewegingen af te schilderen als marginale gekkies; protestpartijen als PVV en FvD worden buiten de coalitievorming gehouden.

De hoop ligt in disruptie

De politici die ons in dit verderf hebben gestort winnen – en zullen blijven winnen – zolang zij een democratische meerderheid van de-helft-plus-één behouden. Alles is daarvoor geoorloofd inclusief moderatie van onwelgevallige meningen, censuur door Big Tech en het verbloemen van kleine leugens met grotere leugens. De hoop ligt in de disruptie: deze economische ontwikkeling zal doorgaan en de middenklasse verpulveren – tot nu toe was een brede middenklasse de belangrijkste stoplap tegen een full blown revolutie. De vraag is alleen of tegen die tijd Europa niet is veranderd in een totalitair soort China. Tot het zover is kunt u als lezer in ieder geval deze crowdfunding steunen!

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.

 

Posted on

Waarom is NRC een NAVO-krant?

NRC zegt in haar beginselprogramma de NAVO te steunen. Verklaart dit de heksenjacht op Nederlanders die een vreedzame co-existentie nastreven met Rusland? Wie zijn eigenlijk de financiers van NRC?

Toeval of niet. Drie dagen voordat minister Kajsa Ollongren het jachtseizoen opende op Russisch nepnieuws, verscheen in NRC een artikel waarin CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt beschuldigd werd van het verspreiden van Russische propaganda. Geheel ten onrechte, zoals later bleek, maar het gevolg was wel dat Omtzigt politiek kaltgestellt werd. Hij mocht niet langer namens zijn fractie het woord voeren over MH17. Tot grote teleurstelling van velen. Er was geen ander Kamerlid dat zich zo kritisch had getoond over de rol van het kabinet Rutte bij het boven krijgen van de onderste steen in het onderzoek naar de ramp met MH17.

Wilmer Heck
Wilmer Heck

De karaktermoord van NRC op Omtzigt staat niet op zichzelf. NRC publiceert sinds vorig jaar het ene na het andere artikel over ‘Russische beïnvloeding’. Nederlanders die een andere kijk hebben op MH17 of op andere aan Rusland gerelateerde onderwerpen krijgen vroeg of laat NRC-journalist Wilmer Heck op hun dak. Niet uit interesse voor hun ideeën, maar om uit te vissen met wie ze in contact staan en waar ze hun geld vandaan halen. De achterliggende gedachte hierbij lijkt steeds te zijn dat deze mensen optreden als doorgeefluik van Russische propaganda, zonder dat ze er zelf erg in hebben (de zogeheten ‘nuttige idioten’), of omdat het Kremlin ze er voor betaalt. Kortom: achter elke boom schuilt een Rus. Het is een vorm van paranoia die doet denken aan de donkere dagen van het Mccarthyisme in de VS, toen senator Joseph McCarthy een heksenjacht voerde op Amerikaanse burgers die hij verdacht van communistische activiteiten of sympathieën.

Het laatste slachtoffer in de kruistocht van NRC tegen ‘Russische beïnvloeding’ is De Andere Krant. Dit is een krant die in maart van dit jaar in een oplage van 50.000 exemplaren is verschenen, gratis is verspreid, is bekostigd uit donaties van lezers, tot doel heeft de ‘andere kant’ van het nieuws te belichten en waarvan de eerste editie geheel was gewijd aan het thema ‘Rusland’. Ik ben als auteur en eindredacteur betrokken geweest bij deze eerste editie van de krant. NRC zette meteen de aanval in. NRC-journalist Wilmer Heck oordeelde in zijn eerste artikel over De Andere Krant dat deze ‘pro-Russisch’ is. Geheel ten onrechte, zoals ik heb uitgelegd in mijn artikel ‘NRC op Russenjacht’. De komende nummers van De Andere Krant hebben niks met Rusland te maken, en in het eerste nummer wordt het land nergens opgehemeld.

Smadelijk artikel

Het was nog tot daaraan toe dat Heck De Andere Krant als ‘pro-Russisch’ framede. Zijn tweede artikel over De Andere Krant was ronduit smadelijk. Hij bracht in dit artikel de krant in verband met antisemitisme. Was dat omdat Heck antisemitische teksten had aangetroffen in De Andere Krant? Zeker niet. Geen spoor daarvan. Niks wat er in de verste verte ook maar in die richting wees. Heck schreef dit keer over één van de ruim 150 financiers van de krant, bioboer Hugo Jansen, die hoofdredacteur Sander Compagner had toegezegd financieel bij te springen in het geval er te weinig zou worden opgehaald aan donaties om de kosten van de krant te dekken (6000 euro). Heck onthulde dat deze Jansen onder pseudoniem op zijn eigen blog een strijd voert tegen wat hij noemt ‘de joodse elite’.

Het moet voor Heck een teleurstelling zijn geweest dat de borgsteller van De Andere Krant geen Rus was, en zelfs geen Nederlander die zich laat betalen door het Kremlin of zakelijke belangen heeft in Rusland. Maar gelukkig was het een persoon die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitliet. Zo kon de ‘pro-Russische’ krant alsnog verdacht worden gemaakt. Het is dezelfde truc die Heck uithaalde met Omtzigt. Door de CDA-politicus in verband te brengen met iemand die zogenaamd niet deugde (een MH17-nepgetuige) werd de suggestie gewekt dat hij dan zelf ook wel niet zou deugen. Guilty by association.

NRC Ombudsman Sjoerd de Jong
NRC Ombudsman Sjoerd de Jong

Overigens was Jansen een roepende in de woestijn met zijn blog over ‘de joodse elite’. Door hem volop in de schijnwerpers te plaatsen heeft NRC ervoor gezorgd dat hij nu met zijn boodschap een veel groter publiek bereikt dan toen hij nog anoniem op zijn blog in de marge rommelde. Ik heb NRC Ombudsman Sjoerd de Jong gevraagd wat hij ervan vindt dat zijn krant een podium heeft geboden aan iemand die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitlaat, compleet met een linkje naar diens blog.

Ik ontving van De Jong een vriendelijke en ook uitgebreide brief terug, maar op deze vraag heeft hij niet geantwoord. Ook niet op mijn vraag trouwens of de hoofdredactie had moeten nadenken over de consequenties voor Jansen. Wat als hem iets ernstigs overkomt? Zoals een aanslag op zijn leven? Zouden Heck en diens werkgever NRC zich hiervoor verantwoordelijk voelen? Aangezien de woonplaats van Jansen in het artikel staat vermeld, en hij enige lokale bekendheid geniet, is het voor kwaadwillenden een peulenschil hem te traceren.

Een klacht van mij over het artikel van Heck heb ik ter beoordeling voorgelegd aan de Raad voor de Journalistiek.

De Lange arm van Uncle Sam

Vanwaar die obsessie van NRC met ‘Russische beïnvloeding’? Het is toch inmiddels voor iedereen duidelijk dat minister Ollongren zelf doet wat ze Rusland verwijt? Haar verhaal over Russen die de publieke opinie in Nederland beïnvloeden was immers het grootste nepnieuws van 2017. Ze noemde als voorbeeld een Russische website die nepnieuws verspreidde over MH17. Heel Nederland heeft naar die website gezocht, maar niemand heeft deze gevonden. De minister noemde later nog een ander voorbeeld, een video op GeenStijl met gemaskerde mannen die dreigende taal uitten jegens de tegenstanders van het associatieakkoord met Oekraïne. Die video was weliswaar nep, maar het is het enige duidelijke voorbeeld van desinformatie in de Nederlandse media afkomstig uit Rusland (al dan niet mede mogelijk gemaakt door de Russische staat).

Vergelijk dit met de invloed die de VS uitoefenen op onze media en politiek. Is die niet vele malen groter? En zo ja, zou NRC daar niet beter een artikelenserie aan kunnen wijden? Ik heb deze vraag voorgelegd aan Wilmer Heck. Zijn antwoord: ‘Is er iemand die de lange arm van Uncle Sam in Nederland ontkent? Ik niet hoor. We zitten niet voor niets samen met de VS in de NAVO. Dat lijkt me geen geheim’.

Ik heb daarom zelf maar eens uitgezocht hoe het zit met de Amerikaanse invloed op de publieke opinie in Nederland. Zie mijn hoofdstuk ‘De Lange arm van Uncle Sam’ in het boek ‘Nepnieuwsexplosie‘. Of zie wat ik hierover gezegd heb in een interview bij Café Weltschmerz. In Nepnieuwsexplosie meld ik onder meer dat er bij NRC en andere landelijke media nogal wat journalisten rondlopen die ‘fellow’ zijn van het German Marshall Fund of the United States. Over de activiteiten van deze Atlantische lobbyclub, zie het boek ‘Gekochte journalisten‘, waarin de auteur, Udo Ulfkotte, uit eigen ervaring hierover vertelt.

Ook meld ik in het boek dat NRC zich indertijd ontdaan heeft van correspondent Jan van der Putten omdat die kritisch berichtte over de militaire dictatuur van Augusto Pinochet in Chili. Van der Putten ging met zijn kritiek in tegen ‘de Atlantische lijn’ van de krant, zo gaf toenmalig hoofdredacteur André Spoor hem te verstaan.

Steun aan de NAVO

Wat meer is: NRC verklaart in haar Beginselen dat zij de NAVO steunt.  ‘Vandaar dat wij de grondslagen van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden’, zo staat er te lezen. Zou het kunnen dat er een NAVO-agenda schuilgaat achter de heksenjacht op vermeende pro-Russische Nederlanders? Anders gezegd: Staat NRC zo vijandig tegenover Rusland en vermeende pro-Russen omdat de NAVO zo vijandig staat tegenover Rusland?

NRC zegt de NAVO te steunen, ‘niet om ideologische redenen’, maar vanuit het idee dat deze ‘vrede en veiligheid’ brengt. Zo staat in de Beginselen te lezen. Hoe geloofwaardig is dat nog?

De NAVO-aanval van 2011 op Libië stortte het land in chaos, wakkerde het terrorisme aan (ISIS kreeg voet aan wal) en zorgde voor een ongekende stroom vluchtelingen van Afrika naar Europa.

Het roekeloze gedrag van sommige NAVO-leden maakt Nederland er ook al niet veiliger op. Op 14 april 2018 voerden de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië een raketaanval uit op Syrië. Wat als er daarbij Russische doelen waren geraakt? Dan had Rusland wellicht gedaan wat het beloofd had te zullen doen: het uitschakelen van de lanceerinstallaties van de raketten. En dan was NAVO-artikel 5 in werking getreden: een aanval op één is een aanval op allen. Dan waren we in oorlog gekomen met Rusland. Hoe veilig zouden we dan zijn geweest als NAVO-partner? We hoeven ons geen illusies te maken over de Russische bommenwerpers die geregeld langs onze kustlijn vliegen. Die hebben zeker geen confetti en feestneuzen aan boord. De Russen weten ook wat wij weten: op de Noord-Brabantse vliegbasis Volkel liggen Amerikaanse kernbommen opgeslagen.

Het hele idee van NRC dat de NAVO garant staat voor onze vrede en veiligheid dateert uit een tijd dat er nog zoiets bestond als het ‘Rode Gevaar’. Dat gevaar hield op te bestaan in 1991, toen de Sovjet-Unie en het Warschau Pact implodeerden. Daarna hebben achtereenvolgens Boris Jeltsin en diens opvolger Vladimir Poetin de VS te kennen gegeven aansluiting te zoeken bij de NAVO. De uitgestoken hand van de Russen werd echter volledig genegeerd. De NAVO beantwoordde deze met uitbreiding van het aantal lidstaten tot aan de Russische grens en een bijbehorend propaganda-offensief over een Russische dreiging voor Europa.

Wie gelooft nog in het gevaar van Russische invasie? Diverse Nederlandse Ruslandkenners hebben het afgedaan als lariekoek, onder wie Derk Sauer, Alexander Münninghoff en Bas van der Plas. Dat we in Nederland een minister van Buitenlandse Zaken hadden, Halbe Zijlstra, die loog over Poetin die gezegd zou hebben te streven naar een ‘Groot Rusland’, maakt het gevaar van een Russische invasie voor de Baltische staten er niet geloofwaardiger op. Bij gebrek aan overtuigende feiten worden er letterlijk feiten verzonnen die alsnog moeten overtuigen.

Niettemin blijven politiek Den Haag en de landelijke media, NRC voorop, stug volhouden dat we ons tot op de tanden moeten wapenen omdat anders ‘de Russen’ komen. ‘Onze zwakte is Poetins kracht’, schreef onlangs nog NRC-columnist Bas Heijne. Dat alle NAVO-landen bij elkaar twaalf keer meer uitgeven aan bewapening dan Rusland wordt in dit soort berichtgeving stelselmatig buiten beschouwing gelaten. En ook dat het uiteindelijk Rusland is geweest dat in Syrië de strijd tegen ISIS en Al Qaida beslecht heeft.

Wie financiert NRC?

Vanwaar toch die stelselmatige demonisering van Rusland en de heksenjacht op landgenoten die streven naar een vreedzame co-existentie met Rusland? Als dat is vanwege de steun van NRC aan de NAVO, zoals vastgelegd in de Beginselen, dan kan de hoofdredactie die Beginselen toch herschrijven? Mits uiteraard de financiers van NRC haar die ruimte laten. Want wie zijn dat eigenlijk, die financiers? Nu is het algemeen bekend dat NRC en NRC Next worden uitgegeven door het Vlaamse concern Mediahuis, en dat de aandelen hiervan in handen zijn van Corelio, Concentra en VP exploitatie. Maar… wie zijn de eigenaren van deze bedrijven? Wie zijn de mensen achter de aandelen? Waar wonen ze? Wat zijn hun activiteiten en politieke overtuigingen? Horen daar misschien ook activiteiten en overtuigingen bij die zij liever verborgen houden voor de buitenwereld? Wilmer Heck vond in zijn onderzoek naar de ruim 150 donateurs van De Andere Krant iemand die anoniem blogde over ‘de joodse elite’. Wie weet wat sommige NRC-financiers uitvoeren in hun vrije tijd? Misschien zitten er wel satanisten tussen, kindermisbruikers, necrofielen of verzamelaars van nazi-uniformen. Ik laat dergelijk onderzoek graag over aan anderen. Ik voel mij daar namelijk teveel journalist voor. De overtuigingen en activiteiten van de NRC-eigenaren acht ik alleen van belang voor zover deze iets verklaren over de hoofdredactionele koers van de krant.

P.S.: NRC Ombudsman Sjoerd de Jong heeft een column gewijd aan de vragen die ik hem per brief heb gesteld over de steun van de krant aan de NAVO. Zijn reactie komt neer op: ‘NRC steunt de NAVO, in beginsel. Maar dat is iets anders dan salueren en in de houding springen.’

In een persoonlijke reactie op mijn brief heeft hij verder laten weten mijn kritiek niet te delen op de artikelen van Wilmer Heck over De Andere Krant.

En hoewel hij zich eerder kritisch uitliet over het artikel van Heck over Omtzigt, schrijft hij nu:

“Onweersproken is dat Omtzigt het (irrelevante) relaas van de man (‘MH17-nepgetuige’, EvdB) interessant genoeg vond voor een persoonlijk gesprek, daarna het initiatief nam spreektijd voor betrokkene aan te vragen, en hem een tekst souffleerde die opnieuw twijfel wekte aan de vastgestelde feiten rond de ramp. Dat roept vragen op over het beoordelingsvermogen van het Kamerlid, die in het artikel terecht aan de orde zijn gesteld.”

Posted on

Chemische wapens in Syrië – ‘Geen bewijzen’

Nadat James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, recent stelde dat er geen bewijzen zijn voor het gebruik door het Syrische leger van sarin, het zeer dodelijke gifgas, heeft nu ook Staffan de Mistura, de verantwoordelijke van de VN voor de onderhandelingen rond Syrië, zich tijdens een uiteenzetting voor de Veiligheidsraad van de VN, in New York over die materie uitgelaten. (1)

In hun hemd

Daar stelde de man 14 februari:

“There have been several allegations of chlorine attacks, in Ghouta, in Idlib, and also now recently in Afrin. While we cannot independently verify these allegations…”

Er zijn een serie beschuldigingen gedaan over aanvallen met chloorgas in Ghouta (een gebied ten oosten van de hoofdstad Damascus en in handen van een serie Salafistische terreurgroepen, nvdr.) en Idlib (een provincie ten noordwesten en tegen de Turkse grens, nvdr.) en nu recent in Afrin (een door de Turks Koerdische PKK/YPG bezet Syrisch gebied dat nu aangevallen wordt door Turkije en haar Syrische salafistische bondgenoten, nvdr.) Alhoewel we dit niet op een onafhankelijke wijze kunnen onderzoeken…”

De Zweedse ereconsul en VN-onderhandelaar voor Syrië Staffan de Mistura zette met zijn verklaring over gifgas gans het Westen met de VN en zijn regeringen, media en ngo’s in hun hemd en ontmaskerde hen als verkopers van nepnieuws, leugenaars. De centrale vraag is waarom hij dit deed en of hij steun had van zijn baas, de Amerikaanse diplomaat en VN-verantwoordelijke voor het politiek beleid Jeffrey Feltman.

Terwijl onze kranten vol staan met verhalen over aanvallen met chloorgas door het leger geeft Staffan de Mistura nu toe dat men er geen bewijzen voor heeft. Logisch natuurlijk want men baseerde zich voor die verhalen steeds alleen maar op de beweringen van al Qaida en haar bondgenoten. En dus kan er nooit enige zekerheid zijn.

Maar het is wel na de verklaring van James Mattis een nieuwe ferme slag in het gezicht van de Westerse regeringen, ngo’s zoals Artsen Zonder Grenzen, en de media die zich als een roedel hongerige wolven gretig op die verhalen gooiden en alles voor waar aannamen. Het zotste soms eerst.

Het is ook een feitelijke aanklacht tegen de VN zelf en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag (OPCW) die nog recent in een officieel rapport de Syrische regering wel hiervan beschuldigden, ook wat betreft sarin. Zonder bewijs volgens Mattis en de Mistura. Ze staan met andere woorden allen dus met de billen bloot. De verkopers met tonnen van nepnieuws.

Ten oorlog

Ngo’s zoals Human Rights Watch en het Interkerkelijk Vredesberaad/Pax Christi riepen zo op basis van die nepverhalen op om Syrië te bombarderen. Zo schreef Jan Jaap Oosterzee namens IKV/Pax Christi op 26 april 2013, dus pal na het eerste verhaal over sarin, in Trouw het opiniestuk ‘Tijd voor militair ingrijpen in Syrië is aangebroken’. Zou het IKV/Pax Christi zich niet beter omdopen in Interkerkelijk Oorlogsberaad?

Zo was er recent ook nog Guy Van Vlierden, een fan van die terreurgroepen (2), in Het Laatste Nieuws waar men op 6 februari 2018 op pagina 13 kopte: ‘Tussen al het andere geweld: opnieuw gifgasaanval in Syrië’ waar hij klakkeloos de beweringen overnam van al Qaida over een aanval met chloorgas in de stad Saraqib in Idlib. Een stad die nu aan de frontlinie ligt tussen al Qaida en het Syrische leger.

Onze media hebben het tegenwoordig dagelijks over nepnieuws en wijzen daarbij vooral naar Rusland als de producent ervan. Deze bekentenissen echter tonen nogmaals aan dat de grootste verspreiders van nepnieuws integendeel juist onze media zijn.

Een van  de vele nepnieuwsverhalen van Guy Van Vlierden. Merk op dat hij netjes vergeet te vermelden dat de steden Saraqib en Arbin (ook Erbeen genoemd) geheel in handen zijn van al Qaida en haar bondgenoten. En dus zijn het hier bij Van Vlierden ‘rebellen’ en ‘hulpverleners’. Netjes toch. Er zijn in de voorbije jaren al veel aanklachten van de regering geweest over het gebruik van chemische wapens door al Qaida & Co. Met de salafistische terreurgroep Het Leger van Islam die het feitelijk zelfs toegaf. Maar hiervoor heeft Van Vlierden en zijn krant geen enkele aandacht. Hou de lezers maar dom. Vraag is natuurlijk ook waar deze foto is genomen. In Turkije, Qatar of Saoedi-Arabië?

Nepnieuws met de tonnen

En na de onthullingen over de Nederlandse regering komen ook onze overheden met een figuur als Halbe Zijlstra (VVD), de nu gewezen Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, in beeld. De man beschuldigde Poetin simpelweg en op basis van een door hem gecreëerd nepverhaal er van de Baltische staten, Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan te willen veroveren. En dus leve de NAVO, de F-35 en de VS, beschermers van de vrede.

En wat Halbe Zijlstra deed over Vladimir Poetin doen onze kranten al jaren bijna dagelijks. De Standaard met Corry Hancké bijvoorbeeld of in Nederland de gewezen NRC-journalist Hubert Smeets. De man van het door de overheid opgerichte en gefinancierde zogenaamd kennis- en analyseplatform Raam op RuslandLees: lieg er maar op los.

Al zeven jaar verspreiden onze kranten en radio en tv over Syrië niets anders dan nepnieuws. Mensen als Guy Van Vlierden zijn gewoon papegaaien die niet veel meer kunnen dan al Qaida naar de mond praten.

Over die verklaringen van de Mistura en Mattis zal je dan ook tevergeefs iets zoeken in onze kranten zoals Het Laatste Nieuws. Daar heeft men alleen oog voor nepnieuws over Syrië. Het Russische Sputnik bracht die verklaringen wel! Maar volgens onze kranten maakt die toch alleen maar propaganda. Zij niet!

Jeffrey Feltman

De verklaring van Staffan de Mistura is natuurlijk wel heel belangrijk. Ze kan alleen maar met toestemming gebeurt zijn van Jeffrey Feltman, de nummer twee bij de VN en hoofd van het politieke departement daar.

Brigitte Herremans van het IKV/Pax Christi en ook van Broederlijk Delen. Reeds begin 2013 riep haar organisatie op om Syrië te bombarderen en dus een massaslachting aan te richten. Dit omdat er volgens al Qaida & Company door de regering het gifgas sarin was gebruikt. Onderzoek achteraf toonde echter aan dat het praktisch zeker is dat die salafistische terreurbendes de verantwoordelijken waren. De meeste slachtoffers, minstens 120, waren ook soldaten en de rest burgers van de door al Qaida toen aangevallen stad Khan al Assal. Interkerkelijk Vredesberaad? Om van te walgen. Deze organisatie werkt met steun van onze bisschoppen en ons belastinggeld!

 

Feltman is een voormalig Amerikaans ambassadeur in o.m. Libanon geweest en dient gezien te worden als de echte Amerikaanse strateeg achter de oorlog tegen Syrië. De Mistura is de dan ook niets anders dan een soort woordvoerder van Feltman.

Het is omwille van Feltman en zijn machtspositie over de VN trouwens dat Rusland, Iran en Turkije in Sotsji en Astana met een apart onderhandelingsproces voor Syrië zijn gestart. Wat onder meer de VS en Frankrijk natuurlijk niet zint want die willen nog zoveel mogelijk via de door de VN met de Mistura geleide gesprekken in Genève hun wil aan Syrië opdringen. Een droom of eerder een nachtmerrie voor Parijs en Washington.


1) https://www.un.org/sg/en/content/sg/note-correspondents/2018-02-14/note-correspondents-staffan-de-mistura-un-special-envoy

2) De man stelde ooit in zijn krant voor om de Syrische regering te vervangen door een van al Qaida & Co. Groepen die hij uiteraard omschreef als de ‘gematigde rebellen’. Waarna men in plaats van Belgische Syriëstrijders Syrische Belgiëstrijders krijgt. Het is in wezen een zootje ongeregeld dat als ze omwille van de buit elkaar niet bevechten dan maar het land terroriseren en leegplunderen.

Naschrift

In maart verschijnt bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger een boek over de media en nepnieuws. Met bijdragen van o.m. Stan van Houcke, Tom Zwitser, Cees Hamelink, Eric van de Beek en Arnold Karskens. Ik schreef het hoofdstuk over de media en de oorlog in Syrië.

Posted on

Britse regering financiert Syrische terroristen

Maandagavond brengt de Britse staatsomroep BBC in haar actualiteitsprogramma Panorama een reportage over hoe de Britse regering in de Syrische provincie Idlib een lokale politiedienst financiert en zo terroristen steunt.(1) Een vele miljoenen kostende operatie. Het gevolg van de uitzending is dat de Britse regering nu al dat project dat via het privébedrijf Adam Smith International liep heeft stopgezet.

Geen verbazing

Blijkt volgens de reportage dat men op die wijze samenwerkt met terreurgroepen als Hayat Tahrir al Sham, de lokale tak van Al Qaida, en Noer al Din al Zinki. Die laatste is de groep waarvan enkele topfiguren zich in juli 2016 lieten filmen toen ze een feestje bouwden rond het onthoofden van een 12-jarig Palestijns jongetje. Een kind dat nog een infuus in zijn arm had en dus ontvoerd was uit een hospitaal.

Verbazing wekt dat verhaal van Panorama natuurlijk niet. De enige verbazing is dat de BBC deze reportage brengt. Sinds de start van de Syrische oorlog produceerde de BBC massa’s juist tegenovergestelde verhalen zoals dat van midden 2013 over een vermeend napalmbombardement door het leger op een Syrische school. Zelfs een kind kon toen zien dat dit filmpje nep was.

Leiders van Noer al Din al Zinki hier bij dat feestje dat men maakte bij het onthoofden van het ontvoerde en gehospitaliseerde Palestijnse kind Abdoellah Issa. De groep werd omschreven als gematigd en kreeg dus veel Westerse steun, incluis wapens. In de krant Het Laatste Nieuws schreef hun ‘specialist’ Guy Van Vlierden ooit dat men het land in handen van die (sic) gematigde jihadisten moest geven. De foto komt uit het filmpje van de groep. De man onderaan de foto is Omar Salkho.

Al zeven jaar kon men nochtans met wat zoeken honderden gelijkaardige gegevens vinden over hoe de Britse overheid die terroristen, in feite een nest rovers en moordende psychopaten, niet alleen financierde maar zelfs hielp oprichten. Kijk maar naar de Witte Helmen.

The Financial Times schreef enkele maanden geleden zelfs hoe MI5, de binnenlandse spionagedienst, op grote schaal in Manchester verblijvende ooit naar het Verenigd Koninkrijk gevluchte Salafisten terug naar Libië stuurde om Khadaffi te vermoorden.

Terroristen die deels nadien terugkeerden om dan op 22 mei dit jaar tijdens een concert van tieneridool Ariana Grande in de Manchester Arena een aanslag te plegen, gebruik makend van o.m. een splinterbom. Met 23 doden en 512 gewonden tot gevolg, vooral dan kinderen en jongeren.(2)

Zo schreef Sam Jones, de specialist voor de veiligheidsdiensten van deze krant:

UK’s domestic intelligence agency facilitated the travel of many islamist Mancunians back to Libya.’ (De binnenlandse veiligheidsdienst (MI5, nvdr.) regelde de terugkeer naar Libië – om de regering van president Moammar Khadhaffi ten val te brengen, nvdr – van veel islamisten uit Manchester)

Recent bracht de BBC nog het verhaal over hoe de VS een vierduizend leden van ISIS, waaronder heel veel buitenlanders, uit de door de Koerdische PKK omsingelde stad Rakka hielp ontsnappen.(3)

Waarbij deze zelfs hun zware wapens mochten meenemen naar een onbekende bestemming. Volgens die reportage via smokkelroutes deels richting Turkije en zo Europa. Waarbij men ook een Franse terrorist citeerde die stelde men de opdracht had gekregen om in Europa aanslagen te plegen.

Controleposten

Volgens Adam Smith International zijn de beweringen van Panorama allemaal gelogen en was er voldoende toezicht op de bestede gelden. Men controleerde dat volgens het bedrijf ter plekke. Hoe leden van dat Britse bedrijf zomaar in die provincie konden rondreizen zonder gedood of ontvoerd te worden is dan een goede vraag.

Boris Johnson, de huidige Conservatieve Britse minister van Buitenlandse Zaken. Toen hij nog burgemeester van Londen was riep hij op om de Syrische regering te steunen. Nu is hij als minister de financier in Syrië van Al Qaida en andere bendes psychopaten. De man hoopt zelfs premier te worden. Het levend bewijs van de waardeloosheid van het Conservatieve establishment.

 

Ook beweerde het bedrijf dat er geen gelden naar Al Qaida gingen. Merkwaardig. Iedereen die de toestand in die provincie wat kent weet dat bij het overschrijden van de Turkse grens iedereen een ganse serie controleposten van Al Qaida moet passeren en dan moet afdokken. In natura want Visa kent men daar niet. Volgens een serie verhalen kan dit oplopen tot zelfs 50% van de waarde die men Idlib binnenbrengt.

De oorlog van het Westen tegen Syrië is nog meer dan die tegen Libië en voorheen Afghanistan en Irak de grootste stommigheid en grootste smeerlapperij die men in het Westen ooit bedacht heeft.

Het op 15 november 2016 nieuw samengestelde stadsbestuur voor Oost-Aleppo, het stadsdeel in handen van die terreurbewegingen. Een maand later was ook dit deel van de stad bevrijd van dat ongedierte. Vierde van links zit Omar Salkho van Noer al Din al Zinki. De man die een feestje bouwde bij het onthoofden van dat kind Abdoellah Issa (zie foto boven). Ook dit ‘stadsbestuur’ kreeg via diezelfde door schandalen omgeven Adam Smith International geld van het budget van de dienst  Ontwikkelingssamenwerking van de Britse regering.

Het is duizendmaal erger dan wat men in 1991 deed met Joegoslavië. Een land dat nog steeds niet bekomen is van de door de EU en de VS georkestreerde burgeroorlog. En dan heeft men in de EU het lef te spreken over de nood voor meer mensenrechten.


1) Maandag 4 december BBC1 om 20u30. In wezen is dit een simpel excuus voor de regering van Theresa May om de steun aan het Syrische terrorisme geleidelijk stop te zetten. Men brengt een schandaal uit en de Britse regering neemt in de goede richting actie. Mooi toch!

The Guardian, 4 december 2017, ‘British aid scheme suspended amid allegations of payments to Syrian jihadis’, https://www.theguardian.com/uk-news/2017/dec/04/british-aid-scheme-suspended-amid-allegations-of-payments-to-syrian-jihadis?utm_source=esp&utm_medium=Email&utm_campaign=GU+Today+main+NEW+H+categories&utm_term=255090&subid=13761869&CMP=EMCNEWEML6619I2

2) Financial Times, 27 mei 2017, ‘Big Read, Terror Attack – A forgotten civil war comes home to Manchester’. Sam Jones.

MI5 beloofde na de onthullingen een intern onderzoek te doen. Het is nog wachten op het resultaat. Tot met Sint-Juttemis? Veel Salafistische Libische ballingen hokten samen in die stad.

3) BBC, 13 november 2017, ‘Raqqa’s Dirty secret’, Quentin Sommerville en Riam Dalati, http://www.bbc.co.uk/news/resources/idt-sh/raqqas_dirty_secret.

Dit zeer gedetailleerde en voor Europese politiediensten erg verontrustende verhaal kwam er bijna zeker met medewerking van de Britse veiligheidsdiensten. Bekend is dat er bij de strijd om Rakka Britse troepen, alsmede Franse, aanwezig waren. De Britse staatsomroep kon zonder steun van insiders immers bijna onmogelijk aan al die gegevens geraken. En de BBC is en blijft een door de overheid gesubsidieerde omroep.

Nadien liet Frankrijk officieel weten dat dit geen daad was van de tegen ISIS strijdende coalitie waarvan de VS de leiding heeft en waaraan ook Nederland en België deelnemen. Met dan als vraag of de VS hier soms alleen handelde.

Ook de nieuwe Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra (VVD) stelde hierover publiek een vraag. Een diplomatieke sneer richting de VS. In België is het voor zover geweten in de regering stil hierover.