Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

De waarheid over de benoeming van Brett Kavanaugh

Normaal ben ik niet zo politiek uitgesproken, maar toch, voor deze ene keer: de Nederlandse D66-leider Alexander Pechtold eruit, Brett Kavanaugh erin – wat was gisteren een mooie dag!

De benoeming van Kavanaugh tot rechter aan het Amerikaanse Hooggerechtshof is belangrijk om meerdere redenen. Om de eenzijdig geïnformeerde verslaggeving van de mainstream media bloot te leggen, maar ook omdat anders elke man met #MeToo-beschuldigingen kan worden kapotgemaakt.

Tot in den treuren noemden die media Kavanaugh een “conservatieve rechter”. In werkelijkheid verdedigt hij slechts de Amerikaanse grondwet – die grondwet is nu eenmaal onverenigbaar met veel linkse projecten, omdat deze haaks staat op het collectivisme van een ‘maakbare samenleving’. De grondgedachte is namelijk dat individuen zichzelf dienen te verheffen.

‘Omstreden’

De mainstream media – neem nu dit stuk op nu.nl – geven een vertekend beeld van zijn benoeming tot het Hooggerechtshof. De frase “de omstreden rechter Brett Kavanaugh” wordt onophoudelijk herhaald. Dit komt doordat deze kwestie pas sinds kort het Europese nieuws haalt. Deze frase is de wereld op zijn kop, want tot twee weken terug stond hij bekend als een rustige man zonder issues. Hooguit het feit dat hij ooit voor de Republikeinse president Bush jr. had gewerkt en dat de Republikeinse president Trump zijn kandidatuur ondersteunt, waren voor sommigen problemen.

Het was dus een conflict van politieke aard dat controversieel was: het leven van de rechter werd tot voor kort gezien als kleurloos en volstrekt onomstreden. Mainstream media nemen nieuwsberichten over van media in de Anglosfeer met een overduidelijke linkse bias, zonder zélf achtergrondonderzoek te doen. Daarnaast bewijst deze kwestie dat de #MeToo-beweging zich nu heeft ontpopt tot het gevaar dat er altijd al in besloten lag: een politiek wapen in handen van links.

Zoals gezegd had Kavanaugh in al die tijd geen problemen rond zijn praktijk als rechter. Iedereen was tevreden over hem – hij is een keurige huisvader die zes keer werd doorgelicht door de FBI, zoals toen hij op het Witte Huis werkte voor Bush. Nooit is er iets gevonden en ook van drankproblemen is niets bekend.

Midterm-verkiezingen

Nu vlak voor de midterm-verkiezingen worden er plots verhalen over aanranding opgerakeld uit een verleden van dertig jaar terug, dat de geïdentificeerde omstanders tegenspreken. Op basis van een document dat ook nog eens op dubieuze wijze is gelekt naar de pers (aanwijzingen zijn gericht op de Democratische politica Dianne Feinstein). Bovendien is de dame die de klacht indient een overtuigde tegenstander van Trump. Tevens is er in de benoeming meer dan zes keer zoveel documentatie verzameld als voor enige andere kandidaat voor het Hooggerechtshof ooit. Alles werd uit de kast gehaald om Trumps nominatie te saboteren, zoals ook tevoren door een invloedrijke Democraat werd beloofd.

Eerst zeiden de Democraten bijvoorbeeld dat Kavanaugh onvoldoende emotionele betrokkenheid toonde – toen hij dan eindelijk emotie toonde omdat zijn gezin doodsbedreigingen ontving, beweerden diezelfde Democraten dat zijn ‘temperament’ problematisch zou zijn. Terwijl daar in al die tijden dat hij rechter was, nooit iets over is gezegd.

Smaadcampagne

De Republikeinen hebben hun eigen gedachten over Trump. Maar Kavanaugh is een keurige huisvader en staat model voor de vaderlandslievende Amerikaan. Door deze linkse smaadcampagne zijn de Republikeinen sterker dan ooit verenigd. Daar komt bij dat als Kavanaugh voorheen een milde rechter was met gematigde Republikeinse sympathieën, hij door deze smaadcampagne waarschijnlijk veel kritischer is geworden op links. De Democraten hebben hun eigen glazen ingegooid.

De benoeming van Kavanaugh heb ik gevolgd nog voordat de seksuele beschuldigingen wereldkundig werden. De Democraten putten zich uit om Kavanaugh kapot te maken: het was duidelijk dat er tot in het ridicule werd gezocht naar bezwaren tegen zijn kandidatuur. Zo werd er een e-mail opgegraven die volgens de Democraten “het absolute einde zou betekenen” van Kavanaugh. Deze e-mail zou “bewijzen” dat hij het Hooggerechtshof had proberen te beïnvloeden. In werkelijkheid ging het om een oude e-mail aan president Bush jr. over een nominatie waarbij Kavanaugh als één van velen in de CC werd gezet.

De Democraat Patrick Leahy probeerde Kavanaugh tevergeefs te verbinden aan een e-mail van tien jaar terug die volgens hem zou zijn “gestolen” uit zijn kantoor. Kamala Harris trachtte Kavanaugh te verleiden tot politieke uitspraken over minderheden. Ze wilde hem politiek getinte meningen laten geven over gerechtelijke uitspraken van eeuwen terug – Kavanaugh trapte daar niet in. Cory Booker zwaaide met “geheime documenten” die Kavanaugh zouden ontmaskeren en riep daarbij: “I am Spartacus!” In werkelijkheid waren deze documenten al openbaar.

#MeToo

Dit alles mislukte totaal en de Democraten zetten zich voor het oog van de natie voor schut: deze ondervragingssessies werden immers door miljoenen kiezers op YouTube gevolgd. Om dit gezichtsverlies uit te wissen moest er een geheim wapen worden ingezet – het paardenmiddel van de seksuele beschuldigingen. Hiermee hebben de Democraten het politieke systeem van de VS definitief ontwricht. Deze gang van zaken betekent namelijk dat het benoemen van rechters voor het Hooggerechtshof ook in de toekomst een gepolitiseerd proces zal zijn en geen kwestie van merites of competentie. Zelfs een onomstreden kandidaat wordt omstreden gemaakt voor politiek gewin.

Als het was gelukt om de benoeming van Brett Kavanaugh te doen ontsporen, dan zou feitelijk iedere man voortaan vogelvrij zijn. Want dit is een rechter met een smetteloze staat van dienst en een voorbeeldburger – laat staan hoe een doorsnee man zal worden gesloopt. Linkse Gramscianen zullen de #MeToo-beweging graag gebruiken om de kandidatuur van iedere brave blanke man te torpederen, net zolang totdat de betreffende functie naar iemand van een ‘minderheid’ gaat. Het proces rond Kavanaugh bewijst de noodzaak van een Nieuwe Zuil, die als een blok achter haar mannen staat en zich niet door linkse activisten van de wijs laat brengen.

Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.

 

Posted on

De 10 meest gelezen artikels van 2017

In het afgelopen jaar heeft Novini weer iedere week diverse artikels gepubliceerd, uiteenlopend van nieuwsberichten tot boek- of filmrecensies en van columns tot essays. Sommige artikels trokken meer lezers dan andere, hieronder sommen we de tien meest gelezen artikels van 2017 op. Er zitten een aantal interviews van onze sterjournalist Eric van de Beek tussen, maar ook een eenvoudig nieuwsbericht met een afwijkend geluid over een onderwerp dat de gemoederen bezighield.

10. “We doen alsof Poetin Hitler is, en knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië”

Eric van de Beek sprak in april met vertrekkend Tweede Kamerlid Harry van Bommel, over zijn afscheid van Den Haag, het verlies van de SP in de Tweede Kamerverkiezingen, de uitbreidingsdrang van de NAVO, de Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, het associatieakkoord met Oekraïne, de Nederlandse handelsbelangen in Saoedi-Arabië, de The Hague Invasion Act – en de onmogelijkheid van een Europees leger.

9. Waarom moest Khadaffi eigenlijk weg?

Dit artikel werd al in februari 2016 gepubliceerd op Novini, maar door de aanhoudende stroom migranten die via Libië en de Middellandse Zee zijn weg zocht naar Europa, werd het ook in 2017 veel aangehaald, gedeeld en gelezen.

8. Euro is niet meer te redden, maar voor zijn ondergang kan er nog veel schade worden aangericht

Een niets ontziend commentaar van Wolter Berends met ironische ondertonen: “De euro is niet meer te redden, tot de ondergang gedoemd, aldus de econoom Edward Prescott, die in 2004 de Nobelprijs voor de Economie ontving. De enige vraag is nog hoeveel schade de munt nog aan zal richten voor hij sneuvelt.”

7. “Niet journalisten, maar elites maken het nieuws”

Eric van de Beek interviewde communicatiewetenschapper Tabe Bergman. Volgens Bergman zijn het de politieke en economische elites die bepalen wat we te zien en te horen krijgen op tv, radio en in de krant. De media zijn niet veel meer dan een doorgeefluik. Het ‘domme volk’ snapt vaak beter wat er gaande is dan journalisten.

6. Zelfs in Noorwegen en Zweden is de welkomscultuur voorbij

Rellen in migrantenwijken, bendecriminaliteit, no-go-areas, geweldsdelicten, in de afgelopen jaren is er veel naar buiten gekomen over het multiculturele paradijs Zweden. Decennia van een ultraliberaal immigratiebeleid, dat geleid heeft tot de import van integratieresistente onderlagen uit de Arabische en Afrikaanse wereld, beginnen zich in toenemende mate te wreken.

5. Waarom militaire actie tegen Noord-Korea onverstandig is

Jonathan van Tongeren schreef in maart een uitgebreide analyse van de potentiële gevolgen van een eventuele militaire actie tegen Noord-Korea vanwege de raket- en kernwapenproeven. “Het Koreaanse Volksleger is groot, maar het materieel verouderd en slecht onderhouden. Toch krabben de Amerikanen zich beter nog eens achter de oren over een militaire operatie tegen Noord-Korea. Met alle aandacht voor kernwapens zou men nog vergeten dat Pyongyang mogelijk over het op twee na grootste arsenaal chemische wapens ter wereld beschikt.”

4. Oostenrijkse generaal: “Migrantenstroom Middellandse Zee kan wel degelijk gestopt worden”

De stroom migranten die per boot de Middellandse Zee probeert over te steken kan, anders dan sommige commentatoren beweren, wel degelijk gestopt worden. Dat stelde de chef van de generale staf van het Bundesheer, de Oostenrijkse krijgsmacht, generaal Othmar Commenda in juni. Een eenvoudig nieuwsbericht dat echter vanwege zijn politieke betekenis veel gelezen werd.

3. “Rutte weet precies wat er is gebeurd met MH17”

Wie heeft MH17 neergehaald? Het is een vraag die de gemoederen nog altijd verhit. Met hun duizenden uren aan onderzoek weten Max van der Werff en Marcel van den Berg, naar eigen zeggen, meer van de ramp met het passagiersvliegtuig dan alle journalisten in binnen- en buitenland bij elkaar. En toch komen ze elk tot een andere eindconclusie.

2. “Overheid is grootste producent nepnieuws”

Eric van de Beek sprak in februari met Cees Hamelink, emeritus hoogleraar internationale communicatie. Hamelink vindt dat overheden en journalisten de hand in eigen boezem moeten steken, in plaats van anderen te beschuldigen van nepnieuws. En mediaconsumenten moeten zich kritischer opstellen.

1. “Zonder Poetin was Syrië er geweest”

De Vlaamse pater Daniël Maes, die sinds 2010 in Syrië woont, zegt het onverbloemd in zijn interview met Novini: Er klopt niks van de berichtgeving van de westerse mainstream media over de oorlog in het land. Niet president Bashar al-Assad is het probleem, maar onze eigen politici, die ISIS en Al Nusra steunen om de Syrische regering ten val te brengen. “De echte terroristenleiders zitten in het Westen en Saoedi-Arabië.”

Posted on

“We doen alsof Poetin Hitler is, en knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië”

Harry van Bommel vindt dat Nederland een hypocriete houding aanneemt in haar buitenlandbeleid. Mensenrechten doen er niet toe. Alles draait om het behagen van de Amerikanen en het ‘grootkapitaal’.

Een gesprek met het tot voor kort langstzittende Kamerlid Harry van Bommel. Over zijn afscheid van Den Haag, het verlies van de SP bij de Tweede Kamerverkiezingen, de uitbreidingsdrang van de NAVO, de Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, het associatieakkoord met Oekraïne, de Nederlandse handelsbelangen in Saoedi-Arabië, de The Hague Invasion Act – en de onmogelijkheid van een Europees leger.

U heeft na achttien jaar afscheid genomen van de Tweede Kamer. Dat was omdat u zich niet opnieuw verkiesbaar had gesteld. Waarom?

Ik wil graag voor een internationale organisatie gaan werken. Dan moet je niet te lang wachten met de overstap. Ik ben nu 54, bijna 55 jaar.

Het zal geen licht besluit zijn geweest. U had nog niks nieuws op het oog toen u vorig jaar aankondigde de Tweede Kamer te zullen verlaten.

Het werk in de Tweede Kamer doe je voor 100 procent. Het is dan niet doenlijk actief om je heen te kijken. En het is bovendien een ongeschreven regel dat je je Kamerperiode afmaakt. Ik heb wel aanbiedingen gehad, en die waren soms ook verleidelijk, maar ik heb steeds de vier jaar uitgezeten.

Emile Roemer heeft niet geprobeerd u over te halen u opnieuw verkiesbaar te stellen?

Dat werkt anders. Ik heb vorig jaar de afweging gemaakt, en die was dat ik niet wilde bijtekenen voor vier jaar.

U bent een belangrijk aanspreekpunt geweest voor verdrukte en stateloze volkeren: de Oeigoeren, Tibetanen, Koerden, Palestijnen, Papoea’s, Molukkers. Misschien dat we u terugzien bij Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO)?

Als ze daar een voorman nodig hebben, dan ben ik zeker geïnteresseerd. Veel van de organisaties waarmee ik heb samengewerkt zijn ook aangesloten bij UNPO.

Uw opvolger als buitenlandwoordvoerder is Sadet Karabulut. Zij is een Koerdische. Is dat niet riskant? Er zullen Turken zijn die er aanstoot aan nemen dat zij namens de SP het buitenlandbeleid over Turkije bepaalt.

Dat oordeel is aan de fractie. Je moet niet je opvolgster voor de voeten gaan lopen.

The New York Times beschuldigde u ervan een campagneteam te hebben geleid dat bijna volledig bestond uit Russen, en dat misschien zelfs wel werd aangestuurd vanuit Moskou.

Die journalist van The New York Times noemde mensen die helemaal niet in ons campagneteam zaten. Dat waren bezoekers van publieke debatten over het referendum. Dat die mensen bij de debatten verschenen was niet zo vreemd, want die stonden overal aangekondigd.

Maar er zaten wel Russische Oekraïners in uw campagneteam.

Er zaten drie Oekraïense dames in het campagneteam. Die hadden zich bij mij gemeld met de boodschap: wij zijn lid van de SP, wij zijn Oekraïens, wij willen het associatieakkoord niet en wij willen graag samenwerken met jou.

En u heeft ze niet gevraagd of ze een Russische achtergrond hadden?
Nee, ik heb niet gevraagd naar hun paspoorten. Ik heb ze alleen gevraagd, uit belangstelling: Waar komen jullie vandaan? Elena Tarnavskaya uit Lviv, Elena Plotnikova uit Donetsk en een derde, Anastacia, die liever alleen bij haar voornaam genoemd wil worden in verband met haar werk.

De dame uit Lviv heeft overigens geen enkele relatie met Rusland. En zij is bedreigd door Oekraïners. We hebben haar daarom niet prominent naar voren gebracht op bijeenkomsten en in onze publicaties.

Waar het fout ging was op de uitslagenavond van het referendum. Toen verscheen er op Twitter een groepsfoto van mij met een aantal mensen die niet tot mijn campagneteam behoorden, Russen en Oekraïners, met het bijschrift: ‘Hier viert @harryvandesp de overwinning met de Oekraïeners met wie hij campagne heeft gevoerd. V for Victory’.

Waarom verscheen het artikel in The New York Times pas tien maanden na het referendum?

Het verscheen in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer, en het paste binnen het frame dat inmiddels was ontstaan in de VS van Russen die zich mengen in buitenlandse verkiezingen. Alles wat ingaat tegen de officiële lijn van westerse landen, wordt aangestuurd vanuit het Kremlin.

U sprak over die campagnemedewerkster van u die bedreigd werd. Een andere campagnemedewerker van u, Younis Lutfula, een Iraakse Koerd, is van de weg gereden, onder verdachte omstandigheden.

Die aanrijding vond inderdaad plaats onder zeer verdachte omstandigheden. Younis was op weg naar een avond waar hij een documentaire zou inleiden, Masks of Revolution, die de Oekraïense overheid liever niet vertoond zag. Hij eindigde in het ziekenhuis, en de vertoning werd afgelast.

De vrachtwagenchauffeur die hem had aangereden is aangehouden door de politie, en heeft schuld bekend. Is het bij een verzekeringskwestie gebleven, of heeft de politie nog een vervolgonderzoek ingesteld?

Volgens mij is dat ongeluk van Younis inderdaad afgedaan als verzekeringskwestie. Meer heb ik er niet over gehoord. Zijn auto was overigens total loss en hij heeft lang last gehad van fysieke klachten.

GroenLinks heeft het kabinet aan een meerderheid geholpen voor ondertekening van het  associatieakkoord. Hoe verklaart u het dat GroenLinks en de SP zo anders denken over associatie met Oekraïne? Uit onderzoek van het Transnational Institute blijkt duidelijk dat het akkoord in het voordeel is Oekraïense oligarchen en westerse multinationals, en in het nadeel van de Oekraïense en Europese bevolking.

GroenLinks heeft een andere oriëntatie op de Europese Unie. Ze houden vast aan het standpunt van de ever closer union, een steeds hechtere samenwerking binnen Europa.

Het associatieakkoord met Oekraïne is overigens niet te vergelijken met andere associaties. Het is het meest vergaande akkoord dat de EU ooit gesloten heeft. Ik kan het niet anders zien dan als een alternatief voor het lidmaatschap, dus eigenlijk gemodelleerd naar de wens van president Porosjenko om uiteindelijk lid te worden van de EU. Zo heeft hij het in eigen land ook verkocht.

Dat GroenLinks het kabinet aan een meerderheid heeft geholpen voor het akkoord met Oekraïne heeft ze misschien bij de VVD op de kaart gezet als potentiële coalitiepartner?

Zeker. GroenLinks is een partij die er een gewoonte van heeft gemaakt handreikingen te doen aan kabinetten nog voordat de onderhandelingen zijn begonnen. Zie ook de Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Kunduz. GroenLinks weet: je diskwalificeert jezelf voor regeringsdeelname als je het kabinet voor de voeten loopt bij buitenlandse missies.

De SP heeft tijdens de laatste verkiezingen niet geprofiteerd van het verlies van de PvdA. GroenLinks wel. Hoe verklaart u dat?
De eenzijdige focus misschien op de zorg. Daarmee bind je geen jonge kiezers aan je. De zorgcampagne was op zichzelf goed, maar mensen vroegen zich af: wat wil de SP nog meer behalve een stelselherziening en het eigen risico naar nul?

En natuurlijk was er het Jesse Klaver effect. Niet dat Emile Roemer het slecht heeft gedaan. Integendeel. Ik vind dat hij het heel goed heeft gedaan.

Maar sowieso vind ik dat de SP een onderzoek zou moeten doen onder de PvdA-kiezers, waarbij je ze de vraag voorlegt: waarom bent u niet bij de SP terecht gekomen?

Een veelgehoord verwijt aan het adres van de SP is dat de partij het onbehagen van de eigen natuurlijke achterban negeert over de immigratieproblematiek. Uit het Nationale Kiezersonderzoek blijkt dat maar liefst één op de drie PVV-kiezers zichzelf ziet als behorend tot de arbeidersklasse; bij de SP is dat één op de vier kiezers. Hoe ziet u dat?

Het verbaast mij niet. Ik begrijp die mensen goed: het zijn slachtoffers van de globalisering; ze lijden onder het Europese beleid, dat zich richt op het grote bedrijfsleven en de vrijhandel, en als SP verzetten we ons daar dan ook tegen. Maar het grote verschil is: de PVV zet zich heel duidelijk af tegen de komst van asielzoekers, en dat doen wij niet.

De immigratie bestaat uit meer dan alleen asielzoekers. Via de Europese Unie komen ook veel arbeidsmigranten onze kant op.

Dan heb je het over ‘vrij verkeer van werknemers’, niet over immigratie in de vorm van landverhuizing, want de meesten zijn hier maar voor tijdelijk. Maar als SP hebben we ons altijd duidelijk uitgesproken tegen dit vrije verkeer, omdat het verstorend werkt op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft ons wat dat betreft ook flink zand in de ogen gestrooid. Het kabinet zei: het worden er maximaal 20.000, maar het werden er meer dan 100.000.

Hoe dan ook. Een groot deel van jullie natuurlijke achterban wil minder migranten, en ze hebben het idee dat de SP zich daar niks van aantrekt.

Wij gaan niet een standpunt overnemen van een andere partij alleen omdat het electoraal lekker ligt. Voor ons geen hek om Nederland en weg uit de EU.

Tot 2006 pleitte de SP in haar verkiezingsprogramma voor vertrek uit de NAVO en afschaffing van de monarchie. Waarom zijn die standpunten geschrapt? Heeft u daar zelf een rol in gespeeld?

In 2006 was ik voorzitter van de programmacommissie. We hebben toen in het programma opgenomen dat we het lidmaatschap van de NAVO als politiek feit accepteerden. Dat was een logische stap, omdat we eerder de Nederlandse deelname aan NAVO-operaties, waaronder in Kosovo, hadden goedgekeurd.

Ons verkiezingsstandpunt over de monarchie hebben we uit meer praktische overwegingen aangepast. In een verkiezingsprogramma neem je op wat je de komende vier jaar kunt realiseren. Voor afschaffing van de monarchie is een grondwetswijziging nodig en dus nieuwe verkiezingen. We vinden overigens nog steeds dat alle bestuurders in Nederland gekozen moeten worden, inclusief het staatshoofd. Dat standpunt staat ook nog steeds in onze beginselverklaring.

De SP stond in 2006 heel hoog in de peilingen. Jan Marijnissen zei dat hij een mogelijkheid zag een kabinet te vormen met CDA en PvdA. Misschien dat de SP de kans op regeringsdeelname wilde vergroten door afstand te doen van de meest omstreden partijstandpunten?

Het verkiezingsprogramma was al klaar voordat we zo hoog kwamen te staan in de peilingen. Het stond al een half jaar voor de verkiezingen vast.

In 2009 schreef u het discussiestuk Waarheen met de NAVO? Daaruit sprak weinig enthousiasme voor die organisatie. U stelde dat de NAVO zich, na de opheffing van het Warschau Pact, overbodig had gemaakt, maar zich desondanks uitbreidde, met een nieuwe Koude Oorlog tot gevolg. En ook sprak u uw zorgen uit over de ontwikkeling van de NAVO van territoriale verdedigingsorganisatie tot mondiale politieagent. Was u inmiddels van inzicht veranderd?

Nee. Want wij hebben ons consequent verzet tegen de uitbreiding van de NAVO, zowel in de richting van de Balkan, als in de richting van Rusland. Ik zie daar geen inconsequentie in.

U memoreerde net zelf dat de SP de NAVO-missie in Kosovo heeft gesteund. Kosovo ligt op de Balkan. Daar heeft de NAVO het bommen laten regenen.

Wij hebben niet het ingrijpen van de NAVO daar gesteund. Alleen de vredesmissie KFOR.

U heeft vorig jaar op een spreekbeurt gezegd dat de SP graag mee wil kunnen praten over de NAVO. En dat de partij daarom niet langer streeft naar vertrek van Nederland uit de NAVO.

Er wordt van tijd tot tijd gediscussieerd over de oriëntatie van de NAVO, zoals in 2009 over het Strategisch Concept. Je plaatst jezelf buiten die discussie als je zegt: ‘Wij willen deze club opheffen, maar zolang dat niet gebeurt, willen we wel meepraten over de koers van de NAVO’. Je kunt pas serieus meepraten over beleid van een organisatie als je het lidmaatschap daarvan accepteert.

U heeft zes jaar meegepraat in de Parlementaire Assemblee van de NAVO. Heeft dat iets uitgehaald?

De Assemblee heeft in meerderheid partijen in zich die het beleid van de NAVO steunen. Ik zal je zeggen: Het is best prettig daar af en toe een steen in de vijver te gooien, mensen aan het denken te zetten.

Maar natuurlijk is de Assemblee niet een organisatie die het beleid van de NAVO vaststelt. Vergelijk het met de Tweede Kamer. Die controleert het kabinet, maar het is het kabinet dat bepaalt.

Heeft Nederland, of hebben andere EU-lidstaten, überhaupt iets te vertellen binnen de NAVO? Het militaire opperbevel ligt al sinds de oprichting bij de Amerikanen.

Nederland heeft wel degelijk iets in te brengen in de NAVO-Raad. Denk aan 2001. De Amerikanen in de NAVO zeiden toen: De terroristische aanslagen in de VS van 9/11 zijn een aanval op allen. Toen werd voor het eerst artikel 5 van het Handvest van de NAVO ingeroepen. Nederland heeft toen in de NAVO-Raad zijn hand opgestoken en gezegd: Moeten we ons niet eerst afvragen of deze casus op het Handvest van toepassing is? Maar Nederland is uiteindelijk wel meegegaan met de Amerikanen. Als Nederland consequent was geweest, dan had het gezegd: Wij beschouwen dit niet als een artikel 5 situatie, en daarom blokkeren wij de besluitvorming. Je kunt dus wel invloed uitoefenen, maar dan moet je wel voet bij stuk houden.  

Zijn er voorbeelden dat Nederland of een ander land wel met succes is ingegaan tegen de Amerikaanse lijn binnen de NAVO?

Dat is moeilijk vast te stellen. Neem het Membership Action Plan voor Georgië en Oekraïne. Daar werd heel kritisch over gedacht door sommige NAVO-lidstaten. Heeft dat geleid tot een minimumvariant van het plan? We weten het niet, omdat het voor Kamerleden zoals ik ondoorzichtig is wat er aanvankelijk op tafel lag.

U sprak in Waarheen met de NAVO? de wens uit de NAVO onder auspiciën te plaatsen van de VN. We zijn inmiddels acht jaar verder. Blijkt dat achteraf een illusie te zijn geweest?

Ik zie dat inderdaad niet meer gebeuren.

Wat betekent dat inmiddels voor het standpunt van de SP over de NAVO?

De discussie  over het lidmaatschap van de NAVO en de oriëntatie van de NAVO is volop gaande in onze partij. Daar zijn mensen bij die zeggen: we hebben het lang genoeg geprobeerd, voorstellen gedaan, en de huidige ontwikkeling van de NAVO is er geen die door ons gesteund wordt, we moeten er uit. Die discussie is nog gaande en leidt op termijn misschien tot een nieuwe stellingname.

Er wordt binnen de EU gesproken over de oprichting van een Europees leger. Zou dat een alternatief kunnen vormen voor de NAVO?

De SP is niet voor een Europese defensie, omdat het onmogelijk is die aan te sturen vanuit de huidige EU. Het kan alleen als de EU een politieke unie zou zijn, met een Europese regering en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Een federaal Europa dus. En met nationale krijgsmachten die zichzelf volledig ondergeschikt hebben gemaakt aan de Europese besluitvorming.

Een Europees buitenlandbeleid en defensiebeleid wordt wel gezien als een manier ons onafhankelijker te maken van de VS.

Dat gaat uit van het rare idee dat de VS anders zouden opereren op het wereldtoneel als Europa een zelfstandige defensiecapaciteit zou hebben. Ik geloof daar helemaal niets van. De Amerikanen hebben vrij spel omdat zij de enig overgebleven militaire grootmacht zijn. Het zou eigenaardig zijn te denken dat het ingrijpen in Irak, en recent Syrië, niet zou zijn gebeurd als Europa had gezegd, vanuit een eigen defensiepolitiek: Daar zijn wij het niet mee eens.

Maar dan zouden de Europese landen misschien niet hebben meegedaan aan de buitenlandavonturen van de NAVO en de VS?

Het punt is dat daar binnen Europa dus verschillend over gedacht wordt.

Landen hebben geen vrienden, maar alleen maar belangen, zoals de Franse president De Gaulle zei. En dat betekent dat wanneer de belangen uiteen lopen er geen gezamenlijk besluit kan worden genomen. Je kunt geen buitenlands beleid afdwingen dat tegen de belangen van de grote landen in Europa ingaat.

Maar dat probleem ondervang je dus met een federaal Europa, met een gezamenlijk buitenland- en defensiebeleid en een gezamenlijke defensiecapaciteit.

Dan zul je alle landen in Europa bereid moeten vinden om hun eigen buitenland- en defensiebeleid op te geven, en militairen te leveren die onder Europees bevel komen te staan. Dat gaat niet gebeuren. Nooit.

En dus blijven we voor onze veiligheid afhankelijk van de Amerikanen?

In belangrijke mate wel.

Maar voor wie moeten we in Nederland bang zijn, zonder de bescherming van Amerika? We zullen niet snel door Duitsland aangevallen worden, of door België.

Ik heb niet gezegd dat we voor iemand bang moeten zijn. Maar er zijn conflicten denkbaar waar wij mee te maken kunnen krijgen. Kijk bijvoorbeeld naar de spanningen rond Iran of Turkije.

Dat zijn landen die ver van ons bed liggen.

Maar het zijn wel landen in de periferie van Europa. Oorlogen in die landen kunnen een gevaar vormen voor de Europese Unie. Neem Turkije. Als daar een groot conflict dreigt, dan heeft dat zijn neerslag op Nederland, want kijk alleen al naar het grote aantal Turken in Nederland. Het is de grootste migrantengroep. We hebben gezien wat er gebeurde toen  er Turkse ministers naar hier kwamen om Turkse Nederlanders toe te spreken. We kregen rellen in Rotterdam.

Zegt u daarmee dat we moeten kunnen interveniëren in Turkije of andere landen in de periferie van Europa? Dat lijkt me in het geval van Turkije trouwens lastig, omdat dat een NAVO-lidstaat is.

Daar ligt niet mijn grootste zorg. Maar ik vind wel dat, zeker binnen de NAVO, het uitgangspunt van collectieve veiligheid zeker iets waard is. Want neem de Baltische staten waar grote Russische minderheden zitten. Daar zal niet zomaar de vlam in de pan slaan, maar het is niet ondenkbaar dat er afscheidingsbewegingen ontstaan. Dan krijgen we daar direct mee te maken, omdat die landen bij ons in de EU zitten.

Door wie wordt de Nederlandse buitenlandpolitiek het sterkst bepaald? Door onze multinationals? De VS? Of de Europese Commissie?

Het zijn allemaal grote spelers. Het zou groot wetenschappelijk onderzoek vergen om dat te kwantificeren. Het zal in elk geval verschillen per thema. En dat zul je dus per geval moeten onderzoeken.

Bij TTIP zie je vooral de invloed van de multinationals. Dat gaat over vrijhandel, en dat is primair in het belang van de internationale ondernemingen, het grootkapitaal. En die hebben dat aangekaart bij de Amerikaanse overheid, die het op haar beurt heeft aangekaart bij de Europese Commissie.

Doen wij altijd alles wat de Amerikanen van ons vragen? Of zeggen we ook wel eens ‘nee’?

Jazeker zeggen wij wel eens ‘nee’.  Zo wilden de Amerikanen heel graag dat onze militairen langer in Uruzgan bleven. Maar dat hebben we niet gedaan, en dat werd ons flink verweten. En om dat een beetje goed te maken zijn we later wel iets anders gaan doen in Uruzgan.

Kunt u meer voorbeelden noemen?

Uruzgan is wel het meest duidelijke voorbeeld.

Overigens gaat het anders dan de gemiddelde krantenlezer misschien denkt. Als er vanuit Amerika een formeel verzoek binnenkomt voor deelname aan iets, dan zijn de kaarten eigenlijk al geschud. Zo’n verzoek komt namelijk niet uit het niets. Er is dan al veel vooroverleg geweest. De Amerikanen hebben dan al gevraagd of we willen meedoen – en zo ja, wat we kunnen leveren. Als dus het formele verzoek binnenkomt, heeft de Nederlandse regering al gezegd: ‘Ja, we willen meedoen en we kunnen dit en dat leveren, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring’. Als er dus ‘nee’ wordt gezegd, dan is dat ook voor ons een probleem, omdat dan eigenlijk al de verwachting is gewekt bij de Amerikanen dat we meedoen.

Als wij ‘nee’ zeggen tegen de Amerikanen, kan dat dan leiden tot repercussies?

Zeker. Nederland kan dan uitgesloten worden van deelname aan belangrijke besprekingen, zoals de G20. Het kan ook leiden tot repercussies bij de benoeming van functionarissen op internationale posten, zoals bij de NAVO en de VN.

Hoe verklaart u de goede betrekkingen tussen Nederland en Saoedi-Arabië? In Saoedi-Arabië doen ze alles wat de Nederlandse regering ISIS verwijt: het stenigen, onthoofden, kruisigen, en doodzwepen van onteerde vrouwen, homo’s, activisten en andersgelovigen. Bovendien is Saoedi-Arabië de belangrijkste financier van terroristische organisaties als ISIS en extremistische moskeeën, scholen en welzijnsorganisaties overal in Europa. En ook richt het land momenteel een humanitaire ramp aan in buurland Jemen.

De economische betrekkingen met Saoedi-Arabië zijn leidend voor het Nederlandse buitenlandbeleid. Het Nederlandse bedrijfsleven verdient miljarden in Saoedi-Arabië.

Als wij de mensenrechten als uitgangspunt van beleid nemen, dan zouden we eerder sancties bepleiten tegen Saoedi-Arabië dan onze koning sturen voor het uiten van onze deelneming aan de familie van een overleden lid van het Huis van Saoed.

De SP heeft samen met D66 gepleit voor een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Daar is niks uit voortgekomen?

Onze motie ter bevriezing van de wapenexport naar dat land werd breed gesteund in de Kamer, maar coalitiepartijen PvdA en VVD stemden tegen. En dat terwijl onze wapenexport naar Saudi-Arabië zeer beperkt is: in 2014 een paar miljoen aan materieel. We hadden dus gedacht dat minister Bert Koenders daar wel een grens zou trekken, maar niets bleek minder waar.

Dan zal het op Europees niveau helemaal moeilijk zijn zo’n embargo van de grond te krijgen?

Als landen de Europese criteria zouden volgen, dan zouden ze geen wapens leveren aan Saoedi-Arabië. Er is Europees wapenexportbeleid, en dat zegt: Niet leveren aan landen die de mensenrechten schenden. Niettemin zijn landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België grootexporteurs van wapentuig naar Saoedi-Arabië.

Wie zijn de lobbyisten die ons kabinet influisteren dat we Saoedi-Arabië te vriend moeten houden? Wapenhandelaren? Shell? Ballast Nedam? VNO-NCW?

In de eerste plaats VNO-NCW. Dat is een werkgeversorganisatie die, anders dan je misschien zou vermoeden, zich niet bezighoudt met de motor van de Nederlandse economie, het midden- en kleinbedrijf, maar uitsluitend lobbyt voor het internationale bedrijfsleven, dus ook voor Shell en Ballast Nedam.

De economische sancties tegen Rusland leken de EU, en ook onze regering geen enkele moeite te kosten. Was de inschatting dat er met dat land minder op het spel staat?

Er staat wel degelijk iets op het spel met dat land. Rusland is als buurland van de EU een belangrijke economische speler. Onze boeren en tuinders zijn inmiddels een half miljard aan inkomsten kwijtgeraakt vanwege de Russische tegenmaatregelen.

De sancties van de EU tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim hebben ook geen enkele zin, want de Krim krijg je er niet mee terug. We moeten in de relatie met Rusland aansturen op de-escalatie.

Maar hoe is het dan te verklaren dat we met Rusland zo anders omgaan dan met Saoedi-Arabië?

Het is hypocrisie. We doen alsof Poetin Hitler is, en we knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië. De rapporten van Amnesty International liegen er niet om. En Amnesty roept dan ook op strikter beleid te voeren tegen Saoedi-Arabië.

Maar we gaan in het geval van Rusland in tegen onze eigen economische belangen.

Dat is omdat Saoedi-Arabië gezien wordt als een bondgenoot. Ze verlenen diensten aan de VS, bijvoorbeeld in de strijd in het Midden-Oosten.

Zouden we niet juist Rusland moeten zien als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme? Saoedi-Arabië is nota bene een van de belangrijkste financiers van ISIS.

ISIS wordt niet gefinancierd door de Saoedische overheid.

Uit een gelekte e-mail van Hillary Clinton blijkt dat de Saoedische overheid ISIS financiert.

Ik dacht dat het alleen Saoedische particulieren waren die fondsen beschikbaar stelden aan ISIS.

In 2002 namen de Amerikanen een wet aan, de The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met geweld Amerikanen te bevrijden die worden vastgehouden door het Internationaal Strafhof in Den Haag om te worden berecht. Er is niet of nauwelijks over bericht in de media en het lijkt geen enkele opschudding te hebben gewekt. Hoe is dit mogelijk? Waarom is het van geen enkele invloed geweest op onze relatie met de VS?

Dat is omdat journalisten, zoals wel vaker gebeurt, meegaan in de redenering van de regering. Als het kabinet een bepaald onderwerp doodverklaart, dan is het voor de media meteen niet interessant meer. Want dat is precies wat er gebeurd is met de The Hague Invasion Act. De Nederlandse regering heeft elk debat hierover in de kiem gesmoord door het af te doen als een bagatel. ‘Dat zal nooit gebeuren’, werd er gezegd. ‘Die wet is voor binnenlandse consumptie in Amerika.’ Vragen uit de Kamer werden afgedaan met: ‘Wat wilt u wat we doen? Dat we troepen gaan stationeren in Scheveningen?’ Het viel dus al publicitair dood nog voordat er over gepubliceerd was.

Kun je een land dat jou met geweld bedreigt nog wel als een bondgenoot of bevriende natie beschouwen?

Zeker wel. Want het is geen directe bedreiging. Het is een indirecte bedreiging. De Amerikanen zeggen: Onder bepaalde omstandigheden behouden wij het recht voor om dit of dat te doen.

Maar zo praat je toch niet met je vrienden?

Dat is wel zo. Maar het wil niet zeggen dat je dan meteen de relatie moet opzeggen.

Wat moet je er dan mee?

Dan moet je als Nederlandse regering duidelijk maken dat je het ‘onaanvaardbaar’ vindt en er op geen enkele manier aan mee zult werken. Dat je dus, als de VS vraagt om uitlevering van een Amerikaan die terecht staat bij het Strafhof, daar onder geen enkele voorwaarde aan mee zult werken.

Heeft het Internationaal Strafhof nog toekomst zolang militaire grootmachten als de VS, Rusland en Israël, die verantwoordelijk worden gehouden voor mensenrechtenschendingen, niet zijn aangesloten? Een aantal Afrikaanse landen heeft zijn vertrek al aangekondigd.

Dat laatste zie ik als een grotere bedreiging dan het eerste. Het is altijd zo met internationale verdragsorganisaties dat je begint met een kleine club, de voorhoede, dat vervolgens steeds meer landen zich aansluiten en dat uiteindelijk ook de grote landen zich aansluiten.  Het Verdrag Chemische Wapens is hier een goed voorbeeld van.

Hoe ziet u de oorlog in Syrië? Er zijn er die de oorzaak leggen bij de Syrische overheid die keihard zou zijn opgetreden tegen mensen die vreedzaam demonstreerden. En er zijn er die de oorlog zien als een gevolg van een poging tot regime change van de VS en bondgenoten. Volgens een ooggetuige, pater Frans van der Lugt, die later in Homs vermoord werd, begon het geweld met demonstranten die op de politie schoten.

In 2011 zei de Nederlandse regering de EU en de VS na: ‘Assad moet weg’. Dat was zeer kwalijk, omdat de oorlog hierdoor verlengd en verdiept is.

De oppositie werd aangemoedigd door te vechten, niet alleen met woorden, maar later ook praktisch, door het leveren van wapens en militaire trainingen.

U vindt niet dat president Assad het veld moet ruimen?

Iedere realist zal zeggen: Assad is in belangrijke mate verantwoordelijk voor veel slachtoffers in Syrië, maar Assad is ook nodig voor de transitie. Want wat als je zegt: ‘Eerst moet Assad weg, en dan gaan we praten?’ Dat is hetzelfde als tegen de kalkoen zeggen: ‘We willen met jou praten over het kerstmaal, maar uiteindelijk eindig je in de pan.’ Dan zegt die kalkoen: ‘Dan ga ik niet met jou praten, dan ga ik vechten.’

Je kunt ook niet voorbijgaan aan de betrokkenheid van de Russen in het conflict. Zolang de Russen Assad blijven steunen, kun je blijven roepen dat Assad weg moet, maar dan leidt dat alleen maar tot een verlenging van het conflict.

De Verenigde Naties beschouwden Aleppo als een stad die bezet was door Al Nusra, een terroristische broederorganisatie van Al Qaida. Maar dit feit bleef onvermeld in de reguliere nieuwsmedia. Men sprak stelselmatig over ‘rebellen’ in plaats van ‘terroristen’. Hoe ziet u dat?

De geschiedenis van alle conflicten leert dat wij mensen die wij zien als onze bondgenoot aanduiden met termen als ‘opstandelingen’, ‘het verzet’,  ‘oppositie’ of ‘rebellen’ . En mensen die aan de andere kant vechten, noemen we ‘terroristen’. Je ziet daarbij dat de media het jargon van de politiek overnemen. Want het plakken van labels op strijdende partijen begint vrijwel altijd bij de politiek.

U heeft deelgenomen aan een demonstratie bij de Russische ambassade tegen de bombardementen op Aleppo in Syrië, georganiseerd door Amnesty International, Pax Christi en Save The Children. Is er bij uw weten al zo’n demonstratie georganiseerd bij de Amerikaanse ambassade vanwege de bommen op Mosul in Irak, of bij de Saoedische en Amerikaanse ambassades vanwege de bommen op Jemen?

Ik heb wel deelgenomen aan een demonstratie bij de Saoedische ambassade, vanwege Jemen. Voor een demonstratie bij de Amerikaanse ambassade vanwege Mosul ben ik niet uitgenodigd. Ik weet ook niet of er zo’n demonstratie is gehouden.

Een zoekactie op Google, leverde mij geen resultaten op. Misschien vinden Amnesty, Pax Christi en Save The Children de bommen op Aleppo kwalijker dan die op Mosul?

Er zijn overeenkomsten tussen Aleppo en Mosul. Maar conflicten zijn natuurlijk nooit helemaal hetzelfde.

Er zijn in Mosul in een paar weken tijd honderden burgerdoden gevallen, als gevolg van Amerikaanse bombardementen. Meer dan honderdduizend mensen zijn op de vlucht geslagen.

De werkwijze van ISIS in Mosul is anders dan die van Al Nusra in Aleppo. ISIS is uit op zoveel mogelijk burgerdoden.

In Aleppo werden ook burgers als menselijk schild gebruikt.

Dat is zo. Maar wat ISIS doet gaat nog een stapje verder. Zij drijven burgers bijeen op plekken waar gebombardeerd wordt, en trekken zich daarna dan zelf terug in schuilkelders. Dat gaat dus verder dan burgers als menselijk schild gebruiken, waarbij je zelf ook een risico loopt.

Maar er is alle reden om ook de demonstreren bij de Amerikaanse ambassade.

De Nederlandse overheid steunt gewapende groeperingen in Syrië, zonder te willen zeggen wie het zijn, alleen dat ze ‘gematigd’ zijn. Ze ontvangen weliswaar geen wapens, maar wel dekens, tenten, medicijnen en communicatieapparatuur. Wat vindt u daarvan?

Steun aan gewapende groepen wijs ik af. Die steun komt neer op een aanmoediging om door te vechten.

En er zijn al jarenlang berichten over zogenaamde gematigde groeperingen die alles wat ze aan wapens en overig materieel krijgen stelselmatig afgeven aan ISIS en Al Nusra, of in elk geval nauw hiermee samenwerken of hiernaar overlopen. Bestaat er in Syrië überhaupt nog een gematigde oppositie?

Er is enige tijd sprake geweest van Nederlandse steun aan de Syrian National Council. Dat proces heeft overigens niet lang geduurd. De Syrian National Council bleek geen succes en tegenwoordig is er een lappendeken aan oppositiebewegingen in Syrië. En ja, het is inderdaad moeilijk te voorkomen dat humanitaire hulp bij terroristische groepen terecht komt. De situatie in Syrië is zeer onoverzichtelijk.

Posted on 1 Comment

Oekraïne referendum: SP’er van de weg gereden

Wel in de Russische pers, niet in de Nederlandse: SP-politicus Younis Lutfula is in Amsterdam aangereden door een vrachtauto toen hij onderweg was naar Rotterdam om daar de geruchtmakende documentaire ‘Masks of Revolution’ in te leiden. Lutfula overleefde het ongeluk, maar de filmvertoning werd afgelast.

Nieuws? Of geen nieuws? Het Russische ‘NOS-Journaal’ van Rossia 1 pakte op 18 maart groot uit met een item over het ongeluk met de SP’er en de afgelaste filmvoorstelling. Maar de Nederlandse media besteedden er vooralsnog geen enkele aandacht aan. Het enige dat er in geschreven vorm aan herinnert is een tweet van het politieteam hoofdwegen:

politie team hoofdwegen tweet

Daarin staat alleen het ongeluk genoemd en niks over de identiteit van de betrokkenen. Mogelijk zijn de Nederlandse media hiervan niet op de hoogte, maar het kan ook dat ze geen reden zien er aandacht aan te besteden, bijvoorbeeld vanuit de gedachte dat het niet zo vreemd is dat politici incidenteel betrokken raken bij auto-ongelukken. De Russische tv-ploeg van Rossia 1 kwam het nieuws ter ore omdat deze in Rotterdam aanwezig was om opnamen te maken bij de Nederlandse première van ‘Masks of Revolution‘. Nederlandse media toonden geen belangstelling.

De Canal+ documentaire is geruchtmakend omdat deze aspecten benoemt van de Maidan-revolutie die in de Westerse pers onderbelicht zijn gebleven, zoals de betrokkenheid van extreem-rechtse milities en de Amerikaanse regering. Vooral de poging van de Oekraïense ambassade in Parijs om de vertoning op de Franse televisie te voorkomen, heeft bijgedragen aan de bekendheid van de film.

De Nederlande première had plaats moeten hebben in het pand van de Rotterdamse SP-afdeling, maar de Rotterdammers besloten de filmvertoning af te gelasten toen hun het nieuws bereikte over het auto-ongeluk van Younis Lutfula. Het voormalige Utrechtse SP-statenlid vervoerde de beamer, waarmee de film vertoond zou worden, en ook was het de bedoeling dat hij de film zou inleiden.

Lutfula kwam met de schrik vrij. Hij mocht na een korte ziekenhuisopname naar huis, waar hij herstellende is van een hersenschudding. Veel herinnert hij zich niet van het ongeluk. “Ik weet alleen nog dat ik van achteren werd aangereden door een vrachtwagen”, zegt Lutfula. “Ik heb daarna het bewustzijn verloren.”

De politicus weet niet wie hem heeft aangereden. Lutfula: “Het enige wat ik weet is dat de vrachtwagen een buitenlands kenteken droeg, en dat de chauffeur schuld heeft bekend. Ik heb dat gehoord van mijn verzekeraar. Die heeft het politierapport gelezen. Ik heb ook gevraagd naar de identiteit van de chauffeur en in welk land het kenteken geregistreerd stond, maar die vragen wilde mijn verzekeraar niet beantwoorden.”
Zelf het politierapport opvragen kan alleen via de stichting Processen Verbaal. “Maar dan ben je ruim een maand verder voordat je het toegestuurd krijgt.”

Lutfula begrijpt niet hoe het ongeluk heeft kunnen gebeuren. “De chauffeur zegt dat hij mij niet gezien heeft. Ik vraag mij af hoe dit kan als ik recht voor hem rijd.” Lutfula sluit niet uit dat er opzet in het spel was, maar ook niet dat het een ongeluk was. Bedreigd is hij nooit in verband met de nee-campagne rond het referendum. Maar dat zegt volgens hem niet zoveel: “Als ze je echt iets aan willen doen, dan hoeven ze niet eerst te dreigen.”

Naschrift: De heer Lutfula was niet in de gelegenheid een uitgebreide reactie te geven. Hij had met de auteur van dit artikel de afspraak gemaakt voor een uitgebreider interview. Inmiddels heeft hij echter via sms laten weten hiervan af te zien. Hij wil niet verder praten over het ongeval en zegt nu te denken dat het om een ‘gewoon ongeluk’ ging. Op de vraag waarom hij van gedachten is veranderd, heeft hij niet geantwoord. SP-kamerlid Harry van Bommel, met wie Lutfula samen optrekt in de nee-campagne rond het Oekraïne-referendum, wil geen commentaar leveren. “Alle informatie over het auto-ongeluk loopt via de heer Lutfula”, meldt hij.
Inmiddels is ‘Masks of Revolution’ vertoond aan een Nederlands publiek, op 18 maart in het SP-actiecentrum in Amsterdam.

Posted on

Kaukasische lessen

Is het de verveling die toeslaat? Of heeft het liberale heropvoedingsprogramma de moderne westerse mens zo hypergevoelig gemaakt voor enige vorm van onrecht dat de slagschepen en de bommen meteen van stal moeten worden gehaald? Rusland is het nieuwe grote gevaar. En dit feit verenigt ons: islambashers en multiculti’s vinden elkaar immers in de haat voor dit land. Links haat dit land omdat Rusland niet meer communistisch wil zijn; rechts haat het land al van ver voor dat dit land communistisch werd. Een vijand is geboren; een NAVO-ster is blinkend opgestaan.

De Republikeinse presidentskandidaat John McCain gebruikt dit momentum om zijn rol als wereldleider neer te zetten: met oorlogszuchtige taal neemt hij het niet alleen op voor Georgië, maar slaat ook dreigende taal uit richting Rusland [1]. De bedachtzame, pragmatische en Realpolitieke houding van Obama moet daarbij wel verbleken. Hoe gek kan men zijn om de wereldvrede in de waagschaal te gooien? Otto von Bismarck deed ooit de uitspraak: “God heeft een speciale Voorzienigheid voor idioten, dronkaards en de Verenigde Staten van Amerika.” Laten we hopen dat deze Voorzienigheid gelijke tred blijft houden met het gedrag van Amerikaanse politici van dit moment. Waar Amerika, en een deel van haar NAVO-bondgenoten koersen richting een nieuwe Koude Oorlog met Rusland, is het nodig een pas op de plaats te maken.

Veel is er geschreven over het conflict in de Kaukasus, waarbij Rusland en Georgië tegenover elkaar staan inzake Zuid-Ossetië en Abchazië, twee afvallige provincies van Georgië. Veel is er geschreven, maar weinig is er gezegd dat ter zake is en het niet al bij voorbaat opneemt vóór Georgië en tégen Rusland. De ideologische verblinding van democratische en liberale krachten in de westerse media roept een sfeer op die volgens de Russische president Poetin doet denken aan de Koude Oorlog [2]. Gelijk heeft hij. Rusland kan bij ons op voorhand al niets goeds doen. Dit land is een agressor, Poetin is een kwade genius achter de schermen, en het westen moet krachtdadiger ingrijpen om orde op zaken te stellen, Rusland de wacht aan te zeggen en Georgië te beschermen. Een aantal punten waarom Rusland niet perse ongelijk hoeft te hebben, en het westen, en dan met name Amerika, niet perse gelijk hoeft te hebben.

  1. Rusland zou de agressor zijn en zou buitenproportioneel geweld hebben toegepast om de Georgiërs te verslaan. Het is maar hoe je het bekijkt. Het meest opvallende in de reacties is dat men het buitenproportionele geweld van Georgische kant, in de beginfase van het conflict, verzwijgt en dat van Rusland uitvergroot. Van Amerikaanse ooggetuigen was bekend dat Georgische tanks over vrouwen en kinderen heenreden en dat men met granaten Ossetische burgers in kelders uitrookte c.q. levend verbrandde. De Georgiërs hielden flink huis onder de Zuid-Ossetiërs, die meest van Russische afkomst zijn of zich in ieder geval als Rus beschouwen. Hoeveel doden er in werkelijkheid zijn gevallen doet er in dit geval niet toe. De eerste reactie van de NAVO, bij monde van Jaap de Hoop Scheffer, was immers een geheel verzwijgen van de slachtoffers die er waren gevallen door toedoen van de Georgiërs en het betreuren van de Georgische slachtoffers door toedoen van de Russen.
  2. Rusland zou dit militaire ingrijpen zorgvuldig hebben voorbereid. Opvallend was en is het verzwijgen van de ware toedracht van deze oorlog door het gros van de westerse media. Het verzwijgen van de agressie van Georgië tegen nauwelijks bewapende Ossetiërs lijkt te worden ingegeven door een aantal redenen, waaronder deze: Rusland zou haar militaire actie jarenlang zorgvuldig hebben voorbereid, getuige het bliksemsnelle reageren van het Russische leger. Ook daar zijn de nodige kanttekeningen bij te plaatsen: reeds bij het aantreden in 2004 van president Saakasjvili verklaarde deze dat hij alles zou doen om Zuid-Ossetië en Abchazië weer onder centraal gezag te brengen. Dat dit met militaire middelen zou gebeuren, was van meet af aan duidelijk. Vanaf 2000 vonden er immers grootschalige wapenleveranties plaats aan Georgië door Israël, de Verenigde Staten en Frankrijk. Amerikaanse en Israëlische militaire adviseurs trainden het Georgische leger tegen… ja, tegen wie? Wie de geopolitieke situatie bekijkt waarin Georgië zich bevindt, weet natuurlijk: men trainde de Georgische troepen tegen Rusland. Niet voor niets prees de Georgische minister Temur Yakobashvili Israël, door op de Israëlische radio te verklaren dat: “Israël trots mag zijn op zijn militaire apparaat, dat Georgische soldaten heeft getraind. Dankzij deze opleiding heeft een groep Georgische soldaten een hele Russische divisie uitgeschakeld.” [3] De gezamenlijke legeroefeningen van het Amerikaanse en het Georgische leger, en de wens van Georgië om toe te treden tot de NAVO versterken het beeld dat het – in ieder geval ook – Georgië was die zich jarenlang heeft voorbereid op een militair ingrijpen. Het is naïef om te vooronderstellen dat Rusland hiervan niet op de hoogte was en dat men werkeloos zou blijven toezien; en het is naïef te veronderstellen dat Rusland geen voorbereidingen zou treffen. Georgië behoort in de ogen van de Russen immers tot de Russische belangensfeer? En het conflict rond Ossetië lag immers nog open?
  3. Het gewelddadige gedrag van Rusland maakt dat de oorzaak het conflict er niet meer toe doet. Volgens Evita Neefs, in de Belgische De Standaard, doet het er weinig meer toe wie het conflict in Zuid-Ossetië is begonnen sinds de Russen Georgië binnenvielen [4]. Deze houding is de algemene teneur in de westerse media. Zonder kennis van de geschiedenis wordt het volkenrechtelijke argument van de soevereiniteit van Georgië van stal gehaald om Rusland te bekritiseren. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat de verhouding tussen Ossetië en Georgië al minimaal 90 jaar problematisch is. Niet voor niets kreeg Ossetië in 1920 een autonome status nadat Georgië grote bloedbaden onder de Ossetische bevolking had aangericht. Het feit dat Georgië zich in 1991 met behulp van de CIA onafhankelijk verklaarde van de Russen doet hier niets aan af. De Ossetiërs zaten en zitten niet te wachten op een enkelvoudige heerschappij door de Georgiër alleen. Waarom zouden de Ossetiërs wel de erfenis van de Sovjet-Unie moeten koesteren, en Georgië niet? De gerechtvaardigde eis tot onafhankelijkheid van de Georgiërs in 1991 leidde bij de westerse media niet tot de erkenning van de gerechtvaardigde eis van de lotsbestemming van de Zuid-Ossetiërs die vlak na de onafhankelijkheid van Georgië reeds op een niet mis te verstane wijze duidelijk maakten niet te zijn gediend van een Georgische overheersing. Ook in de huidige beschouwingen wordt gemakshalve maar voorbijgegaan aan de gewelddadigheden van de Georgiërs in 1991 toen men ook dorpen platbrandde. De onderdrukking van Ossetiërs, die al meteen na de “onafhankelijkheid” van Georgië inzette, deed het merendeel van de Ossetiërs naar Rusland vluchten. Het is niet moeilijk om in het optreden van de Georgiërs een element van etnische zuivering te ontdekken. Waarom verzwijgt het westen dit allemaal? Waarom gaat het westen voorbij aan de wens van de Ossetische bevolking? Waarom gaat het westen voorbij aan de kritiek van de Georgische oppositie zelf die geen goed woord overheeft voor het roekeloze optreden van de Georgische president Saakasjvili? Volgens de Georgische oppositieleider Oesoepasjvili stond Saakasjvili al een tijd te popelen om ten strijde te trekken. Oesoepasjvili: “Als een klein kind wilde hij zijn nieuwe wapens uitproberen. Toen hij op de NAVO-top in Boekarest te horen kreeg dat een NAVO-lidmaatschap er voorlopig niet inzat, liep het uit de hand. Vanaf dat moment begon hij zijn oorlogsplan op te stellen, want hereniging van Georgië met Zuid-Ossetië en Abchazië was een van de vereisten voor NAVO-toetreding.” [5]
  4. Rusland is het nieuwe kwaad. Wat neoconservatieven als Afshin Ellian allang rondbazuinden, wordt nu breeduit rondgestrooid: Rusland behoort tot de As van het Kwaad. U weet wel, die befaamde As van het Kwaad van Femke Halsema en Ayaan Hirsi Ali: de Islam, de fundamentalistische evangelicals, het Vaticaan en Iran (en Noord-Korea). Dit verklaart waarschijnlijk een groot deel van de eenzijdige berichtgeving rond het Kaukasische conflict, waarin slechts iemand als SP-kamerlid Harry van Bommel een tegengeluid laat horen [6]. De veelvuldige vergelijkingen van Rusland met de nazi’s, of een vergelijk tussen de inval in Hongarije in 1956 door Rusland [7] of die in 1968, toen de Russen Praag introkken [8], laten een ontnuchterend beeld zien dat zelfs de Tsjechische president Vaclav Klaus te gortig is [9] Was het rond het conflict in Tsjetsjenië zo dat men met meer recht een zwart-wit beeld kon neerzetten, nu is dit toch wel anders. Waar Georgië zelf bloed aan haar handen heeft, een lange voorgeschiedenis kent van gewelddadige onderdrukking van de Ossetiërs, en waar zelfs de Georgische oppositie aangeeft dat Georgië uit was op een militair avontuur, wordt het Russische kwaad niet bepaald door de actualiteit. Er spelen andere motieven, zoals 1) geopolitieke en economische motieven, 2) ideologisch-politieke redenen en 3) pragmatisch-politieke redenen. Ad. 1) De geopolitieke en economische motieven spreken voor zich. Georgië is belangrijk voor de toekomstige olietoevoer vanuit Kazachstan. De Amerikaanse activiteiten in Centraal-Azië staan hier niet los van. Iedereen herinnert zich nog de bezorgdheid van Europa om al te afhankelijk te zijn van Russische aardolie en aardgas. Ad. 2) Ideologisch-politiek is Rusland een kwade macht vanwege haar vermeende gebrek aan liberale democratie. In bijna geen enkele westerse krant werden de laatste verkiezingen serieus genomen en steevast klinken er beschuldigingen als zou er geen persvrijheid in Rusland zijn, zoals door de OVSE [10]. Dit laatste feit werd trouwens vrij makkelijk weerlegd door De Pers van 15 juli j.l. [11] Ook de laatste dagen klonk er vanuit de mond van president Bush de beschuldiging dat ‘Rusland bang is voor democratie’. Rusland mag ook niet deugen, anders valt de westerse politieke agenda aan duigen. Ad. 3) Het laatste argument, het pragmatisch-politieke, is het meest speculatieve argument, maar is toch hard te maken: Rusland is een afleidingsmanoeuvre voor andere problemen. Ik citeer prof. Paul Gottfried: “Europe today does not face a “fascist” threat but an “antifascist” danger making way for a hostile Muslim takeover. This seems to me a far more troublesome thing than whether the New York Post’s “evil Vlad” is trying to reestablish a Russian beachhead in the Caucuses, with lots of local cooperation. That, I would argue, is none of our collective business. The other matter, which is closer to home in the Euro-American heartland, certainly is.” [12] Waar het westen zich afkeert van werkelijke problemen, zoals het demografische probleem, de islamisering en het vliegerwiel van de vrije marktanarchie, heeft men een afleidingsmanoeuvre gevonden: Rusland. China is te belangrijk voor onze economie, net als de Arabische wereld. Het communisme is weliswaar dood, maar niet getreurd: Rusland bestaat nog, dus het communisme “leeft”. Dat deze laatste opmerking geen misplaatste scherts is, getuigt de kritiek op Rusland die zich in de media moeiteloos vermengt met verwijzingen naar haar communistische verleden, zoals “1956” en “1968”.
  5. Er is behoefte aan een cordon militaire rond Rusland. Deels om dit “kwaad” – dit Evil Empire – te bestrijden, en deels andersom: het demoniseren om het onder meer economisch te bestrijden, zijn de westerse landen bezig een cordon aan te leggen van bevriende naties die politiek, economisch en militair het westen welgevallig zijn. Naast de opbouw van conventionele militaire middelen in Georgië, Roemenië, Polen en in Centraal-Azië, is men immers ook bezig met een anti-raketschild, zogenaamd om zich te beschermen tegen raketten van Al Qaeda en Iran (zo werd het letterlijk gepresenteerd op het nieuwsbulletin van de NOS). Dat het anti-raketschild van de Amerikanen tegen Iran is gericht, gelooft ondertussen natuurlijk geen verstandig mens. Want waarom Polen, en geen Turkije om Iraanse raketten tegen te houden? Net zomin als Georgië is gegrensd aan een (islamitische) schurkenstaat, is Polen dat. Rusland heeft dus gelijk dat men de aanleg van dit schild als een regelrecht militair dreigement ziet. Niet Iran is zozeer het doelwit, maar voornamelijk Rusland. Het is veelzeggend dat de overeenkomst tussen Polen en de VS rond dit anti-raketschild werd bekrachtigd met de “beloning” om Amerikaans afweergeschut te plaatsen in Polen. Dit kan alleen tegen Rusland zijn gericht, aangezien Wit-Rusland nauwelijks een leger heeft; een feit dat nog eens wordt versterkt door het feit dat Polen onderdeel is van de NAVO. De NAVO is bezig zich militair sterk te maken tegenover Rusland. De defensie van Rusland is vooral gebaseerd op haar nucleaire dreiging; haar conventionele sterkte is ver onder de maat. Als Amerika in staat is met haar anti-raketschild deze nucleaire dreiging te elimineren, is de weg voor het westen vrij om met militaire middelen concrete druk uit te oefenen op dit land. Dat dit geen slag in de lucht is, geven de talloze commentaren aan die in het licht van dit conflict of pleiten voor een Europese legermacht, of pleiten voor een opname van Georgië in de NAVO [13]. Let wel: Georgië is Zuid-Ossetië binnengevallen, heeft Russische eenheden uitgeschakeld en burgers omgebracht. Rusland reageerde met een strafmaatregel. Men negeert deze volgorde van zaken. Men redeneert heel eenvoudig als het ware: als Georgië een NAVO-lid was geweest, had men gerust militair kunnen ingrijpen, want dan had Rusland toch niets terug durven doen [14]. Rusland is het teken van al het onheil dat ons te wachten staat [15]. Dat is mooi; alle rotzooi die wij creëren, kunnen we dan op het bordje van dit land schuiven.

Conclusie

De belangrijkste vraag in dit kader is: waar is de Realpolitik? Waar zijn de Realpolitikers van het formaat Gerhard Schröder? Volgens de Duitse ex-bondskanselier heeft het westen in zijn beleid versus Rusland “ernstige fouten” gemaakt. Volgens hem zouden zelfs de westerse opvattingen over Rusland niet overeenstemmen met de realiteit. In een vraaggesprek wuift Schröder het gepraat over een nieuwe Koude Oorlog weg: de Russische leiders zijn hoegenaamd niet geïnteresseerd in een conflict met (de klanten in) het westen. Nee, zouden wij zeggen: Rusland is niet uit op een nieuwe Koude Oorlog, maar anderen, waaronder de VS, wel. Volgens Schröder “kan geen enkel groot wereldprobleem – het Iraanse nucleaire programma, Noord-Korea, vrede in het Midden-Oosten of de opwarming van de aarde – zonder Rusland opgelost raken” [16]. Schröder onderstreept hiermee de kortzichtigheid van de huidige westerse politici. Alle grote wereldbedreigende problemen vallen volgens deze politici immers weg tegen het vertekende beeld van een mini-oorlog in de Kaukasus.

In een klimaat dat wordt bepaald door emoties moeten we ons afvragen waar op dit moment de politici zijn die een verstandige, pragmatische Realpolitik tentoon kunnen spreiden. Het gebrek aan strategische en Realpolitieke inzichten bij de westerse machten is schrijnend. Het lijkt erop dat slechts één ding het westen beweegt: een wereldwijde vestiging van liberalisme, democratie en vrije markteconomie. Deze blikvernauwing levert nauwelijks iets op. Het knullige beleid waarmee het westen Afrika de grondstoffen aan China verspeelt [17], lijkt zich rond Rusland te herhalen te krijgen. Rusland is van belang voor het westen vanwege haar aardolie, aardgas, haar grondstoffen, haar geopolitieke ligging en haar wereldvoedselvoorraad. Het “straffen” van dit land, zou dit land wel eens in de armen van China kunnen drijven. Terwijl Latijns-Amerika zich steeds kritischer opstelt tegenover het westen en terwijl China steeds meer haar vleugels uitslaat in Afrika is het westen bezig om Rusland van zich af te stoten. Dit getuigt van een enorm gebrek aan politieke realiteitszin, of van een structurele onwil om zich door realiteitszin te laten leiden. In dit licht is het ook verbijsterend te zien hoe de Israëli’s bezig zijn om hun eigen glazen in te gooien. Wat beweegt een land als Israël om terwijl men zogenaamd in haar voortbestaan zou worden bedreigd door een Iraanse atoombom, de betrekkingen met Rusland op het spel te zetten? Om Iran in te dammen en om te voorkomen dat Rusland lange-afstandsraketten aan dit land zou leveren, had Israël toch op z’n minst eerst kunnen nadenken voordat men een land als Georgië ging volpompen met geavanceerd wapentuig? Men heeft sinds 2000 voor 500 miljoen dollar aan wapens geleverd, men heeft het Georgische leger getraind en nog steeds zijn er militaire adviseurs van Israël in Georgië te vinden. Zonder Israëlische hulp was Georgië niet in staat geweest zo doeltreffend bommentapijten te leggen op Zuid-Ossetië, haar hoofdstad te verwoesten en waren haar troepen niet in staat om maar één stap te verzetten. Waarom hebben de Verenigde Staten Israël niet gewaarschuwd Rusland al te zeer tegen de schenen te schoppen? Amerika is toch zo bewogen met Israël? Of is Rusland nu opeens een groter gevaar dan Iran? We zullen het er maar op houden dat de Iraanse atoombom nog steeds een reële dreiging is, maar dat het westen, Israël incluis, zich niet laat leiden door dat wat in ons algemeen belang is, maar door korte termijn politiek en financieel gewin.

De oorlogsretoriek van Bush Jr., Condoleeza Rice en John McCain dienen slechts één doel: het winnen van de presidentsverkiezingen [18]. Alleen wanneer deze verkiezingen door de Republikeinen worden gewonnen zijn deze immers in staat iets van de mislukkingen van de Bush administration weg te poetsen. En is men in staat het beleid voort te zetten van “to make de world safe for democracy and capitalism”. Maar dit verklaart lang niet de gehele houding van het westen inzake het conflict op de Kaukasus. In het conflict in Zuid-Ossetië laat het westen haar ware aard zien: het uitlokken van een militaire confrontatie met Rusland – of in ieder geval het spelen met deze gedachte – en onderwijl proberen met alle andere mogelijke middelen dit land te breken. Ik sluit af met een citaat van de Russische mensenrechtenactivist Igor Awerkin, een tegenstander van Poetin, die op een conferentie in Berlijn voor een Amerikaanse ngo zijn geduld verloor en zei: “Telkens als ik in Duitsland kom, heb ik toch de indruk uit een fascistische staat te komen en een slachtoffer te zijn. Welnu, Rusland is geen fascistische staat en ik ben geen slachtoffer. Ik sta alleen voor wat ik juist vind.” [19]

Het westen wil dit niet horen. De Georgische oppositie wordt door haar genegeerd. En onwelgevallige oppositieleiders in Rusland zelf ook. Wie meeblaat met de westerse democratieën is een goede vriend van Europa, Amerika en de universele mensheid. Wie ook maar één enkel kritisch of afwijkend geluid laat horen dat westerse toehoorders onwelgevallig in de oren klinkt, kan het wel schudden. De onlangs overleden Russische dissident Alexander Solzhenitsyn was een goede man zolang hij als icoon tegen het communisme kon gelden. Totdat hij in 1978 in Harvard zijn kritische geluid liet klinken tegen de Amerikaanse cultuur. Alles wat hij sindsdien zei, werd tegen hem gebruikt. Bij zijn overlijden enkele weken geleden werd hij door de Nederlandse media weggezet als een hypocriet (door Trouw) of als een arrogant persoon (volgens de NRC Handelsblad was hij dit al in 1970). Enkele jaren tevoren hadden neoconservatieve Amerikaanse media hem al geprobeerd te ontmaskeren als een antisemiet, en wel met terugwerkende kracht vanaf 1967. De grootste misdaad van Solzhenitsyn was echter zijn lovende woorden voor Poetin. Dit was onvergeeflijk. Daarom moest hij worden gebroken. Net als onder het communisme; daar werden “helden” ook gemaakt en gebroken. En werd het verleden zo nodig met terugwerkende kracht herschreven. Als het “communisme” nog leeft, leeft het voort in het westen, en niet in Rusland. Rusland is veranderd en heeft een weg gevonden van hernieuwd zelfbewustzijn. Het westen heeft nog geen richting gevonden. Haar identiteit ligt nog in de verbondenheid tegen Rusland en het voortzetten van de Koude Oorlog tegen deze natie. Zolang het westen niet volwassen wordt, is elke schermutseling of gewapend conflict een potentieel mondiaal conflict. Is het niet om een Amerikaanse presidentscampagne te voeden, dan wel om een Europese Unie vaart te geven. De NAVO gaat misschien Rusland straffen, maar iedereen die zoals de westerse politici zo kortzichtig te werk gaan, is vooral een straf voor zichzelf.

Noten

[1] McCain wil betrekkingen tussen VS en Rusland herzien in De Morgen d.d. 19 augustus 2008. Lees in dit licht ook: McCain bestempelt Rusland als autocratie, bericht van Belga d.d. 27 juli 2008, waaruit blijkt dat de anti-Rusland campagne van McCain al dateert van voor de huidige crisis. In hoeverre McCain zich met al zijn zogenaamde ervaring op het gebied van de buitenlandse politiek zou laten leiden door gezonde inzichten, valt te betwijfelen, getuige het bericht McCains Top Foreign Policy Advisor Got Money From Georgia op The Huffington Post, 19 augustus 2008.
[2] Trouw, 12 augustus 2008
[3] Israel is niet echt blij met Georgisch compliment in Nederlands Dagblad d.d. 12 augustus 2008.
[4] Evita Neefs, “Tandeloos”, in De Standaard d.d. 13 augustus 20008.
[5] Niemand neemt Saaka iets kwalijk in NRC Handelsblad d.d. 12 augustus 2008. Zie ook: Georgie ziet de rozenrevolutie verwelken in NRC Handelsblad d.d. 10 november 2007.
[6] Harry van Bommel: Koude oorlog herleeft d.d. 13 augustus 2008.
[7] Thomas Sowell in Georgia on our mind , op National Review.com d.d. 19 augustus 2008.
[8] Mia Doornaert, “Europa voor spek en bonen”, in De Standaard d.d. 14 augustus.
[9] Tsjechische president verwerpt Praagse Lente-vergelijking in De Morgen d.d. 15 augustus 2008.
[10] Persvrijheid afgenomen in Ethiopie, Cuba, Rusland, in De Pers d.d. 2 mei 2008.
[11] Urineren in de mond van Dmitri Medvedev in De Pers d.d. 15 juli 2008.
[12] Paul Gottfried: It aint any of our business op Takimag.com d.d. 14 augustus 2008. Lees in dit licht ook Caucasian Games: The Score door Srdja Trifkovic op Chroniclesmagazine.org d.d. 13 augustus 2008.
[13] Westen moet Georgie nadrukkelijker helpen in Reformatorisch Dagblad d.d. 12 augustus 2008. Dezelfde auteur deed soortgelijke uitspraken in een interview met de Volkskrant van 13 augustus 2008: NAVO moet Georgië snel kandidaat-lid maken.
[14] Wat het Amerikaanse neoconservatieve blad National Review in feite ook doet door met instemming Mark Almost van de Britse Guardian te citeren: “Great powers do not commit suicide for allies.”. Bron: Putin overplays a strong hand op NationalReview.com d.d. 18 augustus 2008.
[15] Zie hiervoor het volgende artikel in het Brits-conservatieve The Spectator: Russias Aggression In Georgia Is A Portent Of Perils To Come, door Philip Bobbit, 13 augustus 2008.
[16] Schröder geeft Georgië schuld voor conflict met Rusland in De Morgen d.d. 16 augustus 2008.
[17] Pieter Huys, “Edito” in Nucleus juni 2008: “Afrika is ongetwijfeld onze geopolitieke uitdaging voor de toekomst, niet alleen omwillen van zijn rijkdom, maar ook voor onze eigen bescherming.”
[18] Dat dit beleid vruchten afwerpt, is ondertussen duidelijk: McCain slaat politieke munt uit Georgie-crisis in De Tijd d.d. 19 augustus 2008.
[19] Maurizio Blondet, “Waarom ze Poetin weer willen”, in Nucleus oktober 2007.