Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on

Toeloop conservatieven binnen CDU na toetreding Hans-Georg Maaßen tot WerteUnion

Dat de voormalige directeur van de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst Bundesverfassungsschutz Hans-Georg Maaßen en de bekende politicoloog Werner Patzelt lid zijn geworden van de WerteUnion, bezorgt CDU-partijleider Annegret Kramp-Karrenbauer slapeloze nachten. Sinds hun toetreden wint de pressiegroep, die CDU en CSU weer op een conservatieve koers wil brengen, binnen de partij snel aan leden en invloed.

Maaßen geldt als gedecideerd criticus van Angela Merkels immigratiebeleid. Eerder sloeg hij een aanbod om over te stappen naar de AfD af. Patzelt werd door de mainstream bekritiseert omdat hij als wetenschapper enkele keren op verzoek een rapport (een zogeheten Gutachten) had geschreven voor de AfD. Daarnaast sprak de politicoloog ook een paar keer op een AfD-congres.

De voorzitter van de Werte-Union, Alexander Mitsch stelde dat de toetreding van “twee zulke gerenommeerde conservatieve CDU-leden” tot de WerteUnion laat zien dat deze organisatie zich “ondanks alle weerstand” gevestigd heeft binnen de CDU en CSU.

Conservatief profiel

Terwijl de SPD zich weer links probeert te profileren, zou de CDU weer aantrekkelijker kunnen worden voor de kiezers door de voorstellen van de conservatieven binnen de partij serieus te nemen. Inmiddels is de Werte-Union met zo’n tweeduizend leden ruimschoots groot genoeg om zich om te vormen tot een zogenaamde basisbeweging binnen CDU/CSU, die zelf over het benodigde quorum van 500 leden beschikt om op partijcongressen voorstellen te kunnen doen. De WerteUnion zou bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat er in de toekomst een coalitie met de Groenen gevormd wordt, zoals Kramp-Karrenbauer lijkt te willen. De WerteUnion zou het liefst centrumrechtse coalities met de FDP zien, zoals ten tijde van Helmut Kohl.

Factor om mee te rekenen

Met zo’n tweeduizend leden is de Werte-Union, in een tijd dat CDU en CSU massaal leden verloren hebben, uitgegroeid tot een factor die de partijleiding niet meer kan negeren. De door Merkel veroorzaakte immigratiechaos vanaf 2015 was voor Mitsch en anderen binnen de CDU een keerpunt. Ooit was hij “vanwege Helmut Kohls pleidooi voor een ‘geistig-moralische Wende'” lid geworden van de CDU. In de herfst van 2015 richtte hij met gelijkgestemden de groep ‘Adenauers Erben’ op, die in maart 2017 omgevormd werd tot de Werte-Union. In een ‘Conservatief Manifest’ riep de groep in april 2018 tot een fundamentele programmatische ommekeer op.

Ingrijpende veranderingen nodig

De lijst met punten waarop het beleid van CDU en CSU moet veranderen is lang. Het reikt van inperking van de immigratie tot belastingverlagingen, kapitaal-gedekte pensioenen, een offensief gezinsbeleid, meer realisme in het klimaat- en energiedebat tot inperking van het aantal periodes dat iemand bondskanselier kan zijn. Met partijleider Merkel, die iedere dialoog met critici weigert, was een nieuwe, conservatievere koers niet haalbaar. Nu Merkel geen partijleider meer is, benadrukt de WerteUnion echter dat de CDU sowieso niet meer vanuit het Kanzleramt gestuurd mag worden. De Unie van CDU en CSU moet volgens Mitsch “na jaren van opschuiven naar links onder Angela Merkel weer een duidelijk conservatief profiel krijgen”.

Prominenten

Waar het de conservatieven binnen CDU/CSU vooralsnog echter vrijwel aan ontbreekt, zijn gelijkgestemden op sleutelposities in Berlijn. De toetreding van de prominenten Maaßen en Patzelt zijn echter een plus voor het imago van de WerteUnion. Dit heeft dan ook een stroom nieuwe leden opgeleverd. Voor CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer kon dit wel eens gevaarlijk worden. Ze kan de conservatieven binnen haar partij niet meer zonder risico negeren.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Merkels favoriete opvolger heeft twee voordelen

Annegret Kramp-Karrenbauer heeft twee voordelen in de strijd om de opvolging van Angela Merkel als partijleider. Ten eerste heeft ze op de linkervleugel van de partij het rijk voor zich alleen, terwijl haar beide hoofdconcurrenten Jens Spahn en Friedrich Merz de rechter moeten delen. Ten tweede ziet het er naar uit dat de keuze wie Merkel opvolgt door de gedelegeerden op het congres in Hamburg gemaakt zal worden en niet door gewone partijleden.

Tenzij er nog een democratisch wonder gebeurt, stemmen op 7 en 8 december circa 1.000 afgevaardigden over de vraag wie Angela Merkel opvolgt als partijleider van de CDU. De spaarzame oproepen om een stemming onder alle momenteel 417.000 leden te houden, zullen naar alle waarschijnlijkheid geen meerderheid vinden.

Zo prees plaatsvervangend CDU-voorzitter Thomas Strobl de afgevaardigden als “mensen uit het midden van de partij [..] die het vertrouwen verdiend hebben”.  De zwager van Wolfgang Schäuble geldt als vertrouweling van Merkel en het is geen geheim dat de bondskanselier de huidige secretaris en voormalig deelstaatpremier van Saarland, Annegret Kramp-Karrenbauer het liefst als haar opvolger zou zien.

Meerdere kandidaten

Naast Kramp-Karrenbauer zijn er nog vijf andere kandidaten, echte kansen worden daarbij echter alleen gezien voor minister van Volksgezondheid Jens Spahn en de voormalige fractievoorzitter Friedrich Merz. De overige kandidaten, waaronder de Hessische ondernemer Andreas Ritzenhoff, zijn outsiders met nauwelijks een kans om gekozen te worden.

De CDU is weinig gewend aan het kiezen tussen meerdere kandidaten voor het partijleiderschap. Zodoende zijn de machtsverhoudingen ook niet eenvoudig in te schatten. Veel zal er van afhangen hoe de stemming in de partijafdelingen in de grote deelstaten is. Noord-Rijnland-Westfalen is met 140.000 leden de grootste afdelingen, daarna volgen Nedersaksen en Baden-Württemberg met ieder 60.000 en Hessen en Rijnland-Palts met ieder 40.000 leden.

Geen openlijke steun

Merkel heeft de veelheid aan kandidaten als “democratisch proces in een levendige partij” geduid en zich er tot nog toe van onthouden zich openlijk uit te spreken voor Kramp-Karrenbauer. Dat heeft een reden: Toen er onlangs een nieuwe voorzitter van de fractie van CDU en CSU in de bondsdag gekozen moest worden, koos een meerderheid tegen Merkels kandidaat Volker Kauder en koos in plaats daarvan voor Ralph Brinkhaus. Merkel moet er dus mee rekenen dat openlijke steun een kandidaat mogelijk eerder schaadt dan baat.

De breuklijnen lopen intussen dwars door de deelstaatafdelingen. Dit is vooral zichtbaar in Noord-Rijnland-Westfalen. Deelstaatpremier Armin Laschet geldt als voorstander van een opvolger die voortgaat in de lijn van Merkel. Hij kan echter niet openlijk zijn steun voor Kramp-Karrenbauer uitspreken, omdat zowel Spahn als Merz uit zijn eigen deelstaat stammen. Ook Strobl zou graag Kramp-Karrenbauer als nieuwe partijleider zien, maar aan de partijbasis in zijn deelstaat Baden-Württemberg zijn Spahn en Merz veel populairder.

Spahn en Merz

Inhoudelijk hebben de drie meest kansrijke kandidaten een verdeeld profiel. Spahn is met 39 jaar de jongste. Hij geldt inzake immigratie als vertegenwoordiger van de rechtervleugel. Sociaal presenteert hij zich als conservatief. Zijn homoseksualiteit en rol als voorvechter van het homohuwelijk zouden traditioneel gezinde afgevaardigden echter weer af kunnen schrikken.

De 62-jarige Merz is een neoconservatief en uitgesproken atlanticus. Zijn werkzaamheid in de bankwereld zal hem weinig aantrekkelijk maken voor de deelstaatafdelingen in de voormalige DDR. De Deutschlandfunk bericht intussen dat er in bepaalde Berlijnse kringen reeds gesuggereerd zou zijn dat de nog jonge Spahn zich terug zou kunnen trekken ten gunste van Merz.

Bij een debat van het dagblad Rheinische Post in Düsseldorf maakt Spahn echter nog eens duidelijk dat hij zichzelf als de beste kandidaat ziet om de CDU weer sterk te maken. Daarbij kan hij tot nu toe vooral rekenen op steun van de jongerenafdeling van de partij. De Junge Union is één van de zeven officieel erkende ledenverenigingen van de partij. Spahn is daar favoriet, maar ook Merz kan er wel op sympathie rekenen. Het zelfde geldt voor de middenstandersvereniging. De vrouwen-  en seniorenverenigingen hebben zich daarentegen voor Kramp-Karrenbauer uitgesproken. De Saarlandse heeft op het congres vooral goede kansen, omdat de critici van Merkel de keuze hebben uit Spahn en Merz en zodoende verdeeld zijn.

Continuïteit

“De modernisering van onze partij moet insluiten dat juist in tijden van migratie en globalisering nationale identiteit en traditionele waarden een vaste plaats in ons denken en handelen innemen”, zo verklaarde Merz. Bij Spahn zijn vergelijkbare geluiden te horen. De vraag is echter of de CDU-afgevaardigden wel klaar zijn voor een koerswending.

Bernhard Vogel, voormalig deelstaatpremier van respectievelijk Rijnland-Palts en Thüringen sprak zich tegenover de Deutschlandfunk als volgt uit: “Mevrouw Kramp-Karrenbauer is zeker geen Merkel 2, maar ze garandeert wel een zekere continuïteit. En we hebben immers regeringsverantwoordelijkheid tot 2021.” Zoals Vogel zullen wel meer partijfunctionarissen denken.

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Hervormingen op Cuba: beetje privé-eigendom, beetje marktwerking

Een grondwetsherziening, een beetje meer privé-eigendom en het homohuwelijk. De socialistische republiek Cuba zet de eerste stappen naar verandering.

Maandag 13 augustus viert de eilandstaat de verjaardag van de overleden revolutieleider Fidel Castro en ter gelegenheid daarvan is het de bedoeling dat de burgers actief en bewust participeren in het uitwerken van een nieuwe grondwet, zo verklaarde president Miguel Díaz-Canel na een zitting van het parlement vorige week. Kort daarvoor had in de hoofdstad Havana het Cubaanse parlement de weg vrijgemaakt voor een grondwetshervorming. De huidige grondwet stamt uit 1976 en ontwikkelde het land onder Castro’s leiding tot een communistische staat.

Aan het einde van het hervormingsproces zijn de burgers aan zet. Ze moeten, nadat ze tot medio november over het door het parlement voorgestelde ontwerp hebben kunnen discussiëren, zich in een referendum over het ontwerp uitspreken. Het begrip communisme komt in het ontwerp niet meer voor, in plaats daarvan is sprake van een “modern socialisme”. De Communistische Partij van Cuba (PCC) blijft in het grondwetsontwerp echter de enige toegestane partij van het land.

Momenteel is Miguel Díaz-Canel als voorzitter van de staatsraad staatshoofd van Cuba en als voorzitter van de ministerraad tevens regeringsleider. Deze machtsconcentratie moet in de toekomst teruggeschroefd worden. Daarvoor moet het in 1976 afgeschafte ambt van premier opnieuw ingevoerd worden en wordt het nieuwe ambt van ‘president van de republiek’ gescheiden van het voorzitterschap van de staatsraad. De staatsraad, een 31 leden tellend orgaan van het parlement, dat tussen de spaarzame zittingen van het parlement de wetgevende macht uitoefent, moet in de toekomst door de parlementsvoorzitter geleid worden. Het staatshoofd verliest niet alleen bevoegdheden, hij moet in de toekomst bij zijn aantreden ook jonger dan 60 jaar oud zijn en mag maximaal tien jaar in het ambt blijven.

Niet alleen voor de politiek zijn veranderingen voorzien, maar ook voor de economie, zij het met mate. Zo duikt in het nieuwe grondwetsontwerp voor het eerst het begrip privé-eigendom op. Daarnaast wil men het land openen voor buitenlandse investeringen, die als belangrijke factor voor economische groei gezien worden. De secretaris van de staatsraad, Homero Acosta, zei volgens Cubaanse media, dat het “socialistische model” – met de leidende rol van de communistische partij en een door de staat geleide economie – weliswaar in beginsel behouden blijft, maar dat veranderingen nodig zijn. De samenleving en economie zijn veranderd, aldus Acosta, en dit moet nu ook in de grondwet zichtbaar worden.

De wijzigingsvoorstellen werden uitgewerkt door een commissie rond oud-president Raúl Castro, die tien jaar geleden zijn broer Fidel opvolgde en het land op een voorzichtige openingskoers zette. Hoewel hij sinds dit jaar geen staats- en regeringsleider meer is, blijft Castro als eerste secretaris van de enige politieke partij nog altijd een centrale figuur in het politieke gebeuren.

In Cuba zal er geen kapitalisme komen “en ook geen toegevingen aan hen die al op duizend verschillende manieren geprobeerd hebben ons van onze historische waarden van de revolutie af te brengen”, zo verklaarde zijn opvolger echter waarschuwend. Binnenlandse media ondersteunen Díaz-Canel en haastten zich te benadrukken dat de nieuwe grondwet er niet toe zal leiden “dat het teken van McDonalds op de pleinen van Havana zal verschijnen”.

De veranderingen in de economische sector worden vooral veroorzaakt door de toenemende vraag die samenhangt met het groeiende toerisme. Ondanks de aantrekkelijke situering en het klimaat van het eiland, gelden binnenlandse hotels op het eiland als onderbezet, omdat ze zich niet kunnen meten aan internationale standaarden

Circa 591.000 van de goed elf miljoen inwoners van Cuba werken in de private sector, die 13 procent van de economische prestaties uitmaakt. Acosta benadrukte dan ook dat men de rol van de markt niet langer kan negeren en privé-eigendom een plaats heeft in het economische systeem van Cuba. “Kleine en middelgrote ondernemingen kunnen erkend worden, maar de staat moet in staat blijven de leiding en controle over de economie te houden”, zo voegde hij eraan toe.

Op sociaal gebied sprak het Cubaanse parlement zich er voor uit het huwelijk niet meer als een “vrijwillige verbintenis tussen een man en een vrouw” te definiëren, maar als “vrijwillige verbintenis tussen twee personen”. Als drijvende kracht achter het mogelijk maken van het homohuwelijk geldt Mariela Castro, die zich als parlementslid al langer hiervoor inzet. De dochter van Raúl Castro is hierom binnen het machtscentrum van de communistische partij zeer omstreden. Ten tijde van het bewind van haar oom werden openlijke homoseksuelen nog naar heropvoedingskampen gestuurd en geweerd uit de staatsdienst, zodat ze praktisch geen werk konden krijgen. Of dit onderdeel van de grondwetswijziging het uiteindelijk haalt is nog maar de vraag, gezien de op dit vlak eerder conservatieve stemming op Cuba.

Aan het einde van het nu begonnen hervormingsproces is het immers de bedoeling dat de burgers zich uitspreken. De staatsgetrouwe media op Cuba hebben er geen twijfel over dat het volk uiteindelijk “in overgrote meerderheid zijn goede leiders zal volgen”.

Posted on

ChristenUnie-minister snoert vrijheid van onderwijs in

Dwang tot nationale opvoeding, invoeren van een staatsideologie, symboolpolitiek. Dat zijn zo’n beetje de steekwoorden in de reacties op het plan van minister Arie Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs om scholen te verplichten tot burgerschapsonderwijs. Scholen zijn sinds 2006 wettelijk verplicht om lessen in burgerschap te geven, maar de minister vindt dat te vrijblijvend. Hij wil de eisen aanscherpen.

“De school moet ook een oefenplaats zijn, waar kinderen kunnen oefenen hoe je je als burger gedraagt,” vindt Slob. De crux zit ‘m in dat woordje ‘ook’. Want scholen moeten al heel veel en steeds meer. Je vraagt je als buitenstaander wel eens af hoe die onderwijzers nog toekomen aan het geven van klassieke vakken, zoals taal, rekenen en geschiedenis. Zoveel ruis zit er namelijk tegenwoordig in het curriculum. Het versje is allang afgeschaft en het zingen van het Wilhelmus is nog niet eens ingevoerd, maar de lesdagen worden tegenwoordig gevuld met voorlichting over seksuele diversiteit, anti-pestprogramma’s, herkennen van vooroordelen en het oefenen in empathie. “Mijn kinderen weten alles over Marokko, maar over de vaderlandse geschiedenis leren ze niets meer,” verzuchtte een vader een aantal jaren geleden in een ingezonden brief. Lessen in burgerschap fietsen daar nog doorheen – de jaarlijkse excursie naar Verkeerspark Assen is ook lang geleden gesneuveld – maar scholen kunnen in het kader daarvan eenmaal per jaar een project-dag organiseren of een debatwedstrijd. En daar wil Slob nu een einde aan maken. ‘Kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaat’ moeten centraal staan in het burgerschapsonderwijs. Concreet: meer en verplicht onderwijs over democratie, rechtsstaat en gelijkheid. “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn,” zegt Slob in dagblad Trouw. “Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.”

De ironie wil dat het weinig verplichtende karakter van de huidige wet, die in 2006 werd aangenomen, een gevolg is van het verzet van het CDA en de ChristenUnie in het vierde kabinet Balkenende (2007-2010). De christelijke coalitiepartijen vreesden dat de vrijheid van onderwijs met allerlei verplichtingen ondermijnd zou worden. De Raad van State viel de partijen bij: “Een inbreuk op de vrijheid van richting en inrichting”. Tien jaar later gaat een minister van CU-huize juist over tot verplichting. “Een school die niet onderwijst in de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en het afwijzen van discriminatie zal daartoe voortaan door de Inspectie, met Slobs nieuwe wetsvoorstel in de hand, worden gemaand,” schrijft de Volkskrant. In Trouw probeert de minister mogelijke onrust onder zijn achterban te bezweren: “Ik treed niet in de vrijheid van scholen om het onderwijs in te richten zoals zij het willen. Er is een kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Ik wil alleen richting geven waaraan de inhoud moet voldoen. Tegelijkertijd houden scholen ruimte om keuzes te maken in hun lesaanpak, methodes en leermiddelen. Die vrijheid houden ze zonder meer. Zolang scholen maar wel fundamentele waarden en vrijheden respecteren en onderwijzen.”

Het Friesch Dagblad, een van de kleinste dagbladen in Nederland én christelijk, heeft er niet veel vertrouwen in. De krant voorziet conflicten tussen de diverse grondrechten, maar ook over de verschillende visies op bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties. “Grondrechten zijn niet waardevrij en niet los verkoopbaar,’ schrijft de krant in haar hoofdcommentaar van 6 juni. “De uitleg van Slob doet denken aan de Orwelliaanse uitspraak dat iedereen gelijk is maar dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Met andere woorden, het invoeren van een staatsideologie ligt levensgroot op de loer en staat op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs. Welk grondrecht krijgt voorrang?”.

Terwijl de Friese krant terechte vraagtekens zet bij het idee van de minister, gaat het voorstel voor een aantal belanghebbenden niet ver genoeg. Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, zegt tegen een verslaggever van de Volkskrant dat je al in de peuterklas moet beginnen met burgerschapskunde. ‘Van peuter tot puber’ is het motto van Teunissen. Bij hem komt de echte aap wel uit de mouw: “Train leerlingen in elk leerjaar om over gevoelige thema’s te praten, zich te verdiepen in standpunten van anderen, wat de (grond)wet is en wat die voor jou betekent. Dan zijn ze van jongs af aan gewend om te spreken over onderwerpen als populisme en discriminatie”. En Jan Heijhuurs, adviseur bij Diversion (bureau voor maatschappelijke innovatie), voegt daar in de krant aan toe: “Goed burgerschap begint bij de docent als moreel kompas, daarin is dit wetsvoorstel een mooi begin… Aan scholen zelf is het de taak om de buitenwereld de klas binnen te halen”.

Nederland lijkt in rap tempo het Zweedse voorbeeld te volgen. De staat neemt de (morele) opvoeding, die normaliter binnen het gezin behoort plaats te vinden, over. En het onderwijs blijft een speeltuin voor linkse hobby’s. Nota bene een minister van een christelijke partij gaat er voor zorgen dat staatsopvoeding de autoriteit van ouders buitenspel zet. De progressieve secularisten zullen juichen.

Posted on

De Soros-machine

Het Franse liberaal-conservatieve weekblad Valeurs Actuelles bracht de afgelopen week een dossier over de Amerikaanse oligarch George Soros, met daarin een aantal artikels over politieke opvattingen van Soros en zijn rol in de ondersteuning van islamisme en immigratie naar Europa. Dit onder de titel ‘de miljardair die samenzweert tegen Frankrijk’ een krachtige kop met als doel nieuwsgierige lezers te lokken. Soros heeft overigens een moeizaam verleden met Frankrijk, tijdens zijn werk als speculant op de geldmarkt werd hij in 2005 in Hoger Beroep in het land definitief veroordeeld voor handelen met voorkennis. Zijn enorme fortuin dat hij met speculatie op verschillende markten heeft vergaard, schatte men op 8 miljard dollar nadat hij in oktober 2017 een groot deel van zijn geld (18 miljard) naar zijn Open Society Foundations (OSF) overboekte.

Over speculatie gaat het dossier dus niet, het heeft betrekking op wat er precies met het geld van het OSF gebeurt en vooral de rol van inmenging in interne politieke aangelegenheden van Europese landen. George Soros gebruikt de organisaties zonder winstoogmerk naar eigen schrijven omdat “NGO’s een onderwerp zijn waarmee de politiek zich niet bemoeit”. Evenwel is hij een graag geziene gast bij beleidsmakers van de Europese Unie en droomt van een wereld zonder grenzen, die wordt bestuurd door de economie en niet door de politiek. Een voorbeeld van het hand in hand gaan van de activiteiten van zijn NGO’s en zijn handelsgeest komt uit Oekraïne. Daar steunde Soros de oppositie tijdens de staatsgreep van 2014 en heeft vervolgens grote invloed binnen het energiebedrijf Naftogaz verworven, dat momenteel op het punt staat om te worden geprivatiseerd.

In het artikel ‘de activist voor massa-immigratie en islamisme’, heeft het tijdschrift uitgezocht dat er in Europa 5 grote programma’s lopen voor steun aan migranten en tegen racisme en islamofobie, met daarachter een complexe stroom van gelden naar onder andere islamitische en extreemlinkse organisaties. Dit past bij de opvattingen van Soros dat Europa 1 miljoen immigranten per jaar moet binnenlaten, lichtere straffen voor misdaden begaan door immigranten, grenzen moeten verdwijnen, sancties voor landen die geen migranten opnemen en het wegvegen van de westerse identiteit. Ook opvallend is zijn steun voor euthanasie en abortus in bepaalde landen. Zo richt hij zich specifiek op Ierland, door hem aangeduid als katholiek en conservatief land, waar de pro-abortus groeperingen worden ondersteund. De gedachte is hierbij dat als dit land zijn beleid hierop wijzigt dit een impact zal hebben op andere katholieke landen zoals Polen.

Inmiddels is er al enige tijd en zelfs in de Europese Unie sprake van tegenwerking, Zo heeft de Hongaarse regering wetgeving ingevoerd om dergelijke organisaties met externe geldinjecties voor 25 procent te belasten en daarnaast hun rol gepolitiseerd en onderdeel van het publieke debat gemaakt (zoals bij de laatste verkiezingen). Kortom, een interessant dossier dat nog maar de oppervlakte raakt en gezien de miljoenen aan geldstromen en de druk van de OSF op regeringen om intern het beleid te veranderen een noodzakelijk journalistiek onderwerp dat verdere uitdieping behoeft.

Lees ook:

Posted on

De valse verdedigers van onze waarden

Geregeld komen bepaalde discussies over onze identiteit terug. De afgelopen weken zijn we weer beland in een discussie over de westerse waarden die verdedigd moeten worden. Luidruchtige trouwstoeten die de openbare orde verstoren, een oprichter van een flut-partijtje die weigert z’n tegenstrever aan te kijken, het weigeren een hand te schudden en marsen van extreem-rechtse en militaristische Turken in eigen steden creëren een sfeertje waarin we massaal angstig gaan reageren. We moeten ineens onze eigenheid gaan verdedigen en alle politici hebben natuurlijk de plicht om zich hierover uit te laten.

De timing van deze discussies ligt bijzonder goed voor politieke partijen om zich voor de verkiezingen net eventjes te kunnen profileren, of een kandidaat van de tegenpartij te vernietigen.

Twee verschillende kanten in het verhaal

Er zijn dan twee zijdes van het politieke spectrum in de polarisatie. Je hebt enerzijds de eerder linkse zijde, die liever in dit soort gesprekken op de achtergrond blijven. Ze richten zich in verkiezingen vaak op de allochtone stemmen, en het nieuw-links dat er op stemt is zodanig doordrenkt van de oikofobie en het cultuurmarxisme dat ze er ook absoluut het nut niet van inzien hun eigen identiteit te verdedigen. Ze distantiëren zich als het dan echt moet, als er teveel moeilijkheden ontstaan rond bijvoorbeeld militaire uniformen bij kinderen.

Hun eigen identiteit is namelijk de tolerantie ten opzichte van de ander, maar niet ten opzichte van zichzelf. De utopie van de multiculturele samenleving leeft nog sterk in die kringen, en al evenmin zijn die partijen bereid om hun allochtone stemmen te verliezen. Als we kijken naar het lot van de PvdA in Nederland en de verschuiving naar partijen als Denk is men daar in Vlaanderen nogal bang voor.

De andere zijde slaat zich meermaals stoer op de borst. Onze westerse waarden moeten verdedigd worden en er worden meerdere symbolische grenzen getrokken. ‘Een weigering van een handdruk? Nooit!’ ‘Importeren van buitenlandse politieke belangen, het zal wel zijn!’. Een hele stroom van mensen die zich bedreigd voelen door allerlei omstandigheden sluiten zich dan grotendeels aan en denken nu: ‘eindelijk een partij die zegt wat we denken’.

Een alsmaar beslissendere overheid

In naam van de vrijheid en democratie vallen al eens vaker slachtoffers. Nu offert ze zichzelf op. Het moment waarop men een juridische zaak begint te maken van iets wat tot het morele domein behoort, gaat men die vrijheid afstaan aan de overheid. Niet meer individuele vrijheid, maar wel een sterkere macht voor de overheid om normen en waarden op te leggen.

Twee maten en twee gewichten

Dat incidentje in Heusden-Zoder met een optocht van grijze wolven kreeg veel aandacht. Kinderen in uniformen en buitenlandse vlaggen, het leek wel eventjes een invasie. Rond de dubbele nationaliteit bestaat er al lang discussie, maar vreemd dat ze nog steeds niet is afgeschaft.

Bovendien is er ophef over pro-Turkse manifestaties, maar wat dan te zeggen over pro-Koerdische manifestaties. Vlaggen als die van de YPG zijn blijkbaar minder kwaadaardig. De verontwaardiging is nogal selectief als het erop aankomt.

Welke waarden?

De vraag is niet of onze waarden verdedigd moeten worden. We zien vandaag inderdaad een verschuiving en we zien een botsing van culturen dankzij de grote migratie-influx van de laatste decennia. Vraag is wel welke waarden verdedigd moeten worden.

De burgemeester zei in een openingscampagne van een toespraak: “diegene die spreken over te verbinden durven nooit te zeggen op basis van wat ze willen verbinden”. Hijzelf stelt de verlichtingswaarden centraal als verbinding tussen de gemeenschappen. Een ietwat vreemde evolutie als je hem in het begin van zijn politieke carrière meermaals kritiek hoorde leveren op die verlichting.

De verlichtingswaarden zijn universele waarden, zo worden ze althans door de vertegenwoordigers ervan vaak voorgesteld. De universaliteit van deze waarden is echter sterk betwistbaar. Aan de andere kant van de wereld lachen ze er eens mee. De verlichting was een westerse uitvinding en gaat er van uit dat dit waardenpatroon cultureel superieur is aan de rest.

De verlichtingswaarden zoals individuele vrijheid en totalitaire gelijkheid en diversiteit zorgen er net voor dat we vandaag kwetsbaarder zijn dan ooit. Tegenover een grote verzameling vrije individuen komt namelijk een groep te staan. Een groep moslims, een groep Turken, een groep allochtonen… Onze doorgedraaide seksuele vrijheid en gelijkheidsdenken met gay prides en geslachtsveranderingen zijn voorbeelden van onze hedendaagse leidcultuur. Is dat ons wapen tegen pakweg islamisering?

Waarop we ons dan beter moeten focussen? Ons kostbare weefsel is eerder ons wapen. Een stabiel gezinsleven, ons verenigingsleven met jeugdverenigingen, sport en cultuurverenigingen. Onze collectieve identiteit als deel van een culturele natie, onze tradities die bij gebrek aan kennis ervan verloren lijken te gaan, onze religieuze ankerpunten die zoveel hebben bijgedragen aan onze samenleving vandaag de dag. Niet verder de deconstructie, maar de constructie van ons erfgoed. Terug naar een cultuur van trots gaan, van een organische samenleving in plaats van progressieve en liberale waarden.

Symboolpolitiek

De kern van het probleem ligt niet in de symptomen. Er is niets gewonnen of verloren bij een handdruk of bij het niet toestaan van een manifestatie van grijze wolven. Het gaat hier telkens over symbolische grenzen die op z’n zachtst gezegd zeer interpretatief zijn.

De angst die erachter ligt is vaker gedomineerd worden door een groep van buitenaf die hier zijn regels komt opleggen. Die angst, door de linkerzijde te vaak bestempeld als xenofobie om het debat uit de weg te gaan, is terecht als we de cijfers kennen uit grootsteden van mensen met een andere afkomst. Hun geboortecijfers, hun groepsgevoel en onze interne zwakte als gevolg van individualisme maakt van dit alles zeker een bedreiging. Maar dan zal het niet genoeg zijn verontwaardigd te zijn over de symptomen alleen.

Dat onze ‘Westerse waarden’ meer bedreigd worden doordat diezelfde politici nog altijd een open-grenzenbeleid voeren, landen als Saoedi Arabië steunen in hun queeste voor een zo’n groot mogelijk kalifaat, gaan we verder blijven negeren. De politici hebben de aandacht er enkel maar van weten af te leiden om het stemvee eventjes te entertainen.

Verlichting vs eigenheid

De verlichting is doorgedraaid. De verdedigers zullen de beschuldigende vinger uitsteken naar de cultuurmarxisten die sinds de mei ’68-generatie hun best goed hebben gedaan alles te deconstrueren. Echter zitten de kiemen van dit cultuurmarxisme in de verlichting zelf. Het wegduwen van de religie naar de privéruimte is een verarming van een cultuur en is evenmin neutraal. Je vervangt simpelweg de religie door een ander dogma, dat van de universele waarden van de verlichte burgers.

Het zijn deze zogezegd universele waarden die men kan aangrijpen om allerlei ‘gelijkheden’ te gaan verzinnen en te verheffen tot grondrecht. Het is de individuele autonomie die doorgeslagen is, die de zwaksten moreel op hol doet slaan. Het is de individualisering die ons als enkelingen raakt ten opzichte van collectieve identiteiten.

De staat krijgt enkel meer grip om de samenleving te sturen. Of dat dit nu in ons belang is of niet. Dit gaat erom een macht toe te kennen aan politici om een top down-samenleving verder uit te bouwen. We stellen vast dat  politici aan de zaken die er wel toe doen weinig of niets veranderen, maar wel snel willen scoren voor de verkiezingen. Dat deze politici dus met andere woorden erop uit zijn onze waarden te verdedigen of te zeggen wat u denkt? Laat ons eventjes serieus blijven.