Posted on

Is er licht aan het einde van de vluchtelingencrisis?

De reactie van een aantal Amerikaanse commentatoren op de Europese topbijeenkomst van 28 juni jongstleden over de Afrikaanse vluchtelingencrisis, is even pragmatisch als onuitvoerbaar en even onmenselijk als verwerpelijk. Er wordt gesproken van een Trumpiaanse oplossing. “Laat Europa gewoon een hoge muur bouwen langs de Noord-Afrikaanse kustlijn en doe dat op kosten van Afrika zelf” In feite de Mexicaanse aanpak, die echter zelfs in Amerika als onnodig hard en meedogenloos wordt ervaren, maar die tot op heden niet wordt gestopt. Zoveel is zeker. De Amerikaanse politiek evenals de Europese, lopen beide op hun achterste benen en zijn in feite disfunctioneel geworden ten opzichte van oude idealen als vrijheid en verlichting, menselijkheid en beschaving, tolerantie en democratie.

Bijzonder is het niet, maar nog steeds is het wel opmerkelijk dat de betaalplicht voor zo’n nieuw te bouwen muur bij Afrika zelf wordt gelegd, ook nu naar voorbeeld van Amerika. Op zich niet zo’n gekke gedachte. Laten we beginnen bij het zwaar tot zeer zwaar fiscaal belasten van de rijke tot allerrijkste bovenlaag van veel Afrikaanse landen, inclusief het geld dat deze elites in het buitenland hebben gestald. Nee, dat geld moet Europa niet in eigen zak steken, maar juist terug laten vloeien naar Afrika zelf  in de vorm van onderwijs en innovatie.

Sommige commentatoren zoeken de oplossing voor de vluchtelingencrisis meer in het opzetten van gevangeniseilanden, vanwege de afschrikwekkende werking die er van deze eilanden uitgaat. Hoe berucht is niet het eiland Alcatraz in de baai van San Fransisco dat al in 1963 werd gesloten, maar zelfs nu nog tot de verbeelding spreekt? Of het Noorse gevangeniseiland Bastoy dat als schoolvoorbeeld moet dienen voor een humaan beleid voor criminelen. In Nederland kennen we ook een soort gevangeniseiland maar dan op het land, namelijk in Veenhuizen. Ooit is deze concentratie van gevangenissen begonnen als heropvoedingsplek voor schooiers en vandalen, naar het verlichte ideaal van Jonkheer van den Bosch.

Hongarije kent inmiddels al een muur en weet zich daarin gesteund door de Visegrad-landen, een groep van EU-lidstaten (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije) die samenwerkt op diverse terreinen, waaronder op het gebied van identiteit en veiligheid. Langzaam maar zeker vormen deze lidstaten op die thema’s een beetje een eiland van eensgezindheid in de zee van politieke onbekwaamheid van Europa. Helaas wordt er steeds meer gesproken van een Europa dat in zijn huidige vorm stervende is. Ik had het graag anders gezien.

Een muur helpt niet. Een eiland helpt ook niet. Opvangkampen helpen niet, net zo min als detentiecentra. Is er iets wat nog wel zou kunnen werken? Ja, eigenlijk wel. Europa zou bijvoorbeeld in samenspraak met de  UNHCR een enorme reeks van universiteiten en hogescholen langs de gehele kustlijn van Noord-Afrika kunnen vestigen naar voorbeeld van het bestaande campusmodel van Amerikaanse universiteiten. Alle mogelijke vormen van onderwijs, ontwikkeling en innovatie kunnen in deze ‘politieke vrijplaatsen’ worden gegeven en hele nieuwe steden van economische slagkracht kunnen ontstaan, waarna afgestudeerde studenten zelf kunnen kiezen in welk land zij zich uiteindelijk willen vestigen. Zo’n aanpak kost inderdaad veel geld. Maar dat kost de huidige crisis ook.

Posted on

Het aantal buitenlandse missies van Amerikaanse speciale eenheden is snel toegenomen

Inmiddels zijn Amerikaanse speciale eenheden wereldwijd in bijna honderdvijftig staten actief, waarvan ruim een vijfde in Afrika.

De crisisboog in Sub-Sahara Afrika is in de laatste jaren uitgegroeid tot het zoveelste krijgstoneel van Amerikaanse speciale eenheden. Van Mauretanië tot Tsjaad, het Congobekken en de Hoorn van Afrika, hebben ze militaire bases ingericht en assisteren ze bondgenoten bij de vorming van reguliere legers, politie-eenheden en milities, maar komen ze ook zelf in actie tegen het groeiende aantal vaak islamistisch geïnspireerde gewapende groeperingen.

Toenemende inzet in Afrika

De inzet van deze speciale eenheden wordt gerechtvaardigd met verwijzing naar hun flexibiliteit, de hoge bereidheidsgraad en hun geringe zichtbaarheid. Niet zelden vervangt hun inzet de inzet van grotere contingenten reguliere troepen. Onder de Amerikaanse president Donald Trump zijn de speciale eenheden inmiddels in 149 landen actief. Onder zijn voorganger Barack Obama waren het er nog 138 en onder George W. Bush rond de honderd. Volgens Amerikaanse bronnen zijn Amerikaanse speciale eenheden in 33 Afrikaanse landen actief. In 2006 was nog slechts ongeveer één procent van de Amerikaanse speciale eenheden in donker Afrika actief. In 2010 was het drie procent en in 2017 reeds 17%.

Leden van de 10th Special Forces Group geven opleiding in infanterie-technieken aan Malinese soldaten. Timboektoe, 2004.

De speciale eenheden vormen een eigen commando, het US Special Forces Command, dat circa 70.000 soldaten sterk is. De operaties in Afrika staan onder toezicht van het US Africa Command in Stuttgart. Ze kwamen in het blikveld van het bredere publiek toen in oktober 2017 een gemengde gevechtseenheid van Amerikaanse militairen en militairen uit het leger van Niger in een hinderlaag van ‘Islamitische Staat in de Grotere Sahara’ (ISGS) liep. Vier Amerikanen werden daarbij gedood, alsmede vier militairen uit Niger en een tolk. Het was tot een lang gevecht gekomen, doordat luchtsteun vooreerst uitbleef. Franse gevechtsvliegtuigen waren pas een uur later ter plaatse. De ISGS-strijders waren toen reeds over de dichtbij gelegen grens naar het buurland Mali vertrokken.

Politieke controle

Voor veel Amerikaanse parlementsleden was deze schermutseling verbonden met een onaangename vaststelling. “We weten niet precies waar in de wereld we actief zijn en wat we daar precies doen”, zo moest de Amerikaanse senator Lindsey Graham, die lid is van de Defensiecommissie en als havik bekend staat, toegeven.

In de Republiek Niger zijn momenteel circa 800 Amerikaanse militairen gestationeerd. Zij ondersteunen het leger van Niger en runnen twee bases van waaruit onbemande drones ingezet worden. De Amerikaanse troepen zijn sinds 2012 in het land, toen in het buurland Mali een burgeroorlog uitbrak. De regering van Niger heeft zowel te kampen met binnengeslopen strijders uit het westelijke buurland Mali, als ook met de in het noorden van het zuidelijke buurland Nigeria opererende organisatie Boko Haram.

Vanwege de geheimhouding valt het de politiek verantwoordelijken in Washington zwaar effectief toe te zien op de vele operaties. William Hartung, directeur van het Arms & Security Project van de denktank Center for International Policy in Washington, stelt tegenover Amerikaanse media dat dit zeer riskant is:

Zonder controle door het publiek of het Congres, is er geen mogelijkheid de Amerikaanse strijdkrachten verantwoordelijk te maken voor hun acties en is er geen mogelijkheid hun prestaties objectief te beoordelen.”

Meestal fungeren de Amerikaanse militairen als opleiders of coördineren ze luchtsteun. De strijd op de grond wordt meestal waargenomen door inheemse krachten, ook al laat het gevecht in Niger van oktober zien dat ook militaire adviseurs gemakkelijk in gevechtssituaties betrokken kunnen raken. De balans van de operaties is bepaald niet onproblematisch. Zo onderzoekt de recherchedienst van de Amerikaanse marine momenteel een missie in Somalië in augustus 2017, waarbij soldaten mogelijk tien burgers doodden. In Mali hebben twee Navy SEALs mogelijk een kameraad van de Green Berets gewurgd, omdat ze hem voor een vijandelijke strijder hielden. In Mali, Burkina Faso en diverse andere landen werden staatsgrepen gepleegd door officieren die het Amerikaanse trainingsprogramma doorlopen hadden.

Van Koude Oorlog naar War on Terror naar concurrentie met China

Afrika is niet pas sinds het begin van de zogenaamde War on Terror en de wereldwijde opkomst van gewapende islamistische groeperingen een arena waarin de Verenigde Staten hun invloed doen gelden. Vandaag de dag gaat het er om een groeiend aantal gewapende groeperingen tegen te werken dat Amerikaanse economische belangen doorkruist, alsmede om het militaire gewicht van Amerika tegenover het groeiende economische gewicht van China in de regio te stellen.

Ten tijde van de Koude Oorlog waren de Amerikanen echter ook al zeer actief in Afrika. Toen was de belangrijkste tegenstrever de Sovjet-Unie, die aan socialistische staten ontwikkelingshulp en militaire steun bood. Een vroeg voorbeeld zijn de activiteiten van de CIA tijdens de Congocrisis tussen 1960 en 1962. De eerste gekozen premier van het land was Patrice Lumumba, die reeds de onafhankelijkheidsbeweging geleid had. Hij oriënteerde zich meer op de Sovjet-Unie en was zodoende een doorn in het oog van de VS. De CIA ondersteunde dan ook de oppositie tegen Lumumba, wat tot de kortstondige afscheiding van de delfstofrijke provinice Katanga en tot de moord op Lumumba leidde. Uiteindelijk zette zich de op het Westen georiënteerde dictator Mobutu Sese Seko door, die tot 1997 aan de macht bleef.

Een ander voorbeeld is de circa 30 jaar durende burgeroorlog in de vroegere Portugese kolonie Angola. Die begon in 1974 met de zogeheten Anjerrevolutie in Portugal, toen de nieuwe regering in dat land de koloniën onafhankelijk liet worden. In Angola streden drie organisaties om de macht. De socialistisch georiënteerde MPLA zette zich door, maar de tot het einde van de Koude Oorlog door het Westen ondersteunde UNITA legde pas in 2002 de wapens neer. De verdekte CIA-steun werd daarbij primair door Congo (onder Mobutu Zaïre genoemd) afgewikkeld.

Terwijl Angola zich inmiddels van de effecten van de burgeroorlog herstelt, is in de Congo nog altijd geen duurzame vrede gevestigd. Met het begin van de zogenaamde War on Terror hebben de VS hun geheime operaties in Afrika weer uitgebreid.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Saoedi-Arabië schakelt over van ‘culturele verwoestijning’ naar harde middelen

Dat uitgerekend Saoedi-Arabië afgelopen juni Qatar ervan beschuldigde terrorisme te ondersteunen was een gotspe. Niet dat Qatar niets op de kerfstok heeft, maar geen ander land heeft zoveel gedaan om de radicale islam te verspreiden als Saoedi-Arabië. Reeds sinds enkele tientallen jaren financiert het olierijke land door middel van publieke en private instellingen een veelheid aan organisaties die zich toeleggen op het verspreiden van de meest radicale en reductionistische interpretaties van de islam.

Het omvormen van de islam tot een strategisch inzetbaar wapen is een belangrijk onderdeel van het Saoedische buitenlandbeleid. Het is de voornaamste manier waarop het land macht projecteert en invloed veiligstelt in landen in het Midden-Oosten en de bredere islamitische wereld. Het is tot nu toe een erg succesvolle strategie gebleken, mede mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten.

Saoedi-Arabië is bezig met een soort culturele verwoestijning. Eeuwen van diverse en uiteenlopende religieuze tradities binnen de islam, in landen zoals Jemen, Somalië, Egypte, Syrië en Irak, worden weggevaagd door een influx van in Saoedi-Arabië opgeleide imams en in Saoedi-Arabië geproduceerde lesmaterialen. Deze imams en deze lectuur leren de radicale soort islam die overheerst in Saoedi-Arabië: Wahabisme.

In 1744 sloot Mohammed bin Saoed een Faustisch akkoord met Mohammed ibn Abdul-Wahhab: Wahhab zou Saoed steunen in zijn strijd om suprematie als hij trouw zou zweren aan Wahhabs fundamentalistische visie op de islam, die weinig verschilt van de militante Salafistische overtuigingen van ‘Islamitische Staat’ of Al Qaida’s opvatting van de islam.

De Saoeds, die niet afstammen van de profeet Mohammed en die zelfs geen bijzondere claim hebben op de heerschappij in hun territoriale kernland van Najd, steunden op de imams van de Wahhab-familie voor hun religieuze legitimiteit. Zodoende hield het akkoord dat in 1744 gesloten werd stand. In 1926 nam Saoed de Hidjaz over en in 1932 werd het land Saoedi-Arabië in het leven geroepen. Saoeds verovering van het grootste deel van het Arabische schiereiland had niet plaats kunnen vinden zonder de steun van de fanatieke krijgen (de Ikhwan), die vooral vochten om het schiereiland te zuiveren van wat zij als ketterse geloofspraktijken zagen.

De Saoedische koninklijke familie heeft herhaaldelijk geworsteld met wat sommige leden van het Saoedische koningshuis een pact met de duivel genoemd hebben. Hervormingsgezinden binnen de koninklijke familie zijn met handen en voeten gebonden door gedreven imams die een toenemende macht uitoefenen binnen het koninkrijk. De belangrijkste geestelijk leider in Saoedi-Arabië is de moefti van Saoedi-Arabië. Abdul Aziz bin Baaz, de vorige grootmoefti, was berucht om zijn archaïsche opvattingen, zo loochende hij dat de aarde om de zon draait.

De huidige grootmoefti, Abdul Aziz Aal ash-Shaikh, heeft fatwa’s (proclamaties) uitgegeven die opriepen tot de vernietiging van alle kerken op het Arabisch schiereiland, het recht van mannen om meisjes van tien tot bruid te nemen overeind houden, het spelen van schaak verbieden en de gehele Iraanse bevolking tot afvalligen verklaarden.

Dergelijk fanatisme helpt een land niet vooruit, zelfs een buitengewoon rijk land niet. Ondanks zijn rijkdom worstelt Saoedi-Arabië met een snel groeiende bevolking, toenemende armoede en werkloosheid en bloedige sektarische verdeeldheid. Net als de buurlanden aan de Perzische Golf, blijft Saoedi-Arabië in hoge mate afhankelijk van gastarbeiders. Dit is met name het geval bij banen die veel technische expertise vereisen. De maakindustrie in Saoedi-Arabië is zeer beperkt en de economie is nog altijd vrijwel geheel afhankelijk van de export van olie.

Deze binnenlandse problemen dragen bij aan de angst van het Saoedische bewind voor wat het ziet als toenemende Iraanse invloed in de regio. Deze angst is tot op zekere hoogte niet zonder grond. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, beschikt Iran over een formidabele krijgsmacht, een diverse economie met een relatief bloeiende maakindustrie en een groeiende hogeropgeleide middenklasse. Ook niet onbelangrijk is dat Irak, dankzij de Amerikaanse invasie, nu duidelijk binnen de Iraanse invloedssfeer valt.

De reële binnenlandse problemen van Saoedi-Arabië, waar grotendeels niets aan gedaan wordt, in combinatie met de vrees voor Iraanse invloed in de regio, vormen de achtergrond van een buitenlandbeleid dat steeds agressiever wordt. Saoedi-Arabië zet nog een tandje bij in het werken aan culturele klimaatverandering in de rest van de islamitische wereld.

Deze strategie is overal in de islamitische wereld zichtbaar, maar het duidelijkst in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. Saoedische stichtingen en charitatieve instellingen hebben in de afgelopen jaren het nodige bewerkstelligd in landen als Somalië en Jemen, eeuwenoude tradities, zoals het bezoeken van de schrijnen van Soefi-heiligen, zijn verdwenen. In veel gevallen zijn de schrijnen zelf vernield door radicale islamisten. Ook aan de kleding is het te zien, zo droegen vrouwen in grote delen van Somalië en Jemen vanouds geen sluiers en in sommige gevallen zelfs geen hoofddoek, maar inmiddels zijn de Saoedisch-geïnspireerde abaya’s, boerka’s en nikaabs opgerukt.

Dit mogen ogenschijnlijk oppervlakkige veranderingen zijn, maar ze zijn het resultaat van aanhoudende inspanningen van ‘charitatieve instellingen’ uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Eén van hun methodes bestaat in het voorzien in een stortvloed aan gratis of sterk afgeprijsde religieuze materialen, beurzen voor studenten en imams in opleiding om te studeren in madrassa’s in Saoedi-Arabië en het verlenen van microkredieten aan mannen die gezien worden als volgers van de Saoedische variant van de islam.

Deze relatief zachte methodes om deze radicale ideologie te verspreiden, hebben de Saoedische staat goede diensten bewezen. Dergelijk beleid houdt de geestelijke tevreden en scheppen tegelijk een band tussen Saoedi-Arabië en delen van de bevolking in de rest van de islamitische wereld. Ten gevolge van de toegenomen invloed van Iran en zijn eigen diepgewortelde onzekerheid grijpt het Huis Saoed nu echter ook toenemend naar harde middelen.

In Irak, Syrië en Jemen financiert Saoedi-Arabië deels openlijk en deels heimelijk een heel scala aan gewapende groeperingen, die als ze al niet openlijk aan groepen als Al Qaida gelieerd zijn, grotendeels dezelfde doelen nastreven, namelijk de vestiging van een staat waar een radicale interpretatie van de islamitische wetgeving geldt. Ondanks het feit dat vijftien van de negentien kapers van 11 september Saoedische paspoorten hadden en mogelijk geholpen werden door Saoedische functionarissen, heeft de Amerikaanse regering de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van het radicale islamisme grotendeels genegeerd. Dit is, afgezien van een paar subtiele verschillen, dezelfde ideologie als ten grondslag ligt aan terroristische groeperingen als ‘Islamitische Staat’. Niet alleen hebben de VS de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van radicaal islamisme doorheen de islamitische wereld genegeerd, ze steunen nu ook nog eens de rücksichtslose oorlog van een coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in Jemen.

In Jemen is Saoedi-Arabië betrokken in een oorlog die het hele land in de vernieling heeft geholpen en de op dit moment grootste, meest nijpende en tegelijk meest miskende humanitaire crisis in de wereld heeft voortgebracht. De groepering die nog het meeste heeft geprofiteerd van de oorlog van Saoedi-Arabië en co. in Jemen is Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Terwijl Saoedische bommenwerpers zonder ophouden alles in Jemen, van ziekenhuizen en boerderijen tot vluchtelingenkampen gebombardeerd hebben, nemen ze nooit bolwerken van AQAP op de korrel. AQAP is er zodoende in geslaagd de Jemenitische havenstad van Mukalla een jaar lang te bezetten. AQAP en Saoedi-Arabië vechten tegen de zelfde vijand: de Houthi’s. De Houthi’s worden gemakshalve door veel commentatoren als een Iraanse proxy neergezet in het kader van een breder soennitisch-sjiitisch conflict, maar dat is een te grote simplificatie, want in feite behoren de leden van de rebellengroep tot de Zaidi’s, die zich nog weer onderscheidt van de Sjiitische islam in Iran. Bovendien is er vanuit Iran hooguit morele, maar niet of nauwelijks materiële steun geweest voor de Houthi’s.

De oorlog in Jemen heeft in ieder geval ook de beperkingen van het Saoedische buitenlandbeleid laten zien en bovendien de zwakte van zijn krijgsmacht, die er dikwijls niet in slaagt het eigen territorium te verdedigen tegen de Houthi’s. De oorlog in Jemen zou ook een waarschuwing moeten zijn voor de Amerikaanse beleidsmakers. Doordat men Saoedi-Arabië heeft toegelaten de stap van zachte naar harde middelen te maken, hebben terroristische groeperingen als AQAP voet aan de grond gekregen, evenals diverse groeperingen in Syrië.

Dat Saoedi-Arabië toenemend naar harde middelen grijpt, is ook een risico voor relatief stabiele landen in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië en zijn bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten hebben nu een blokkade van Qatar ingesteld. Qatar is echter ook een bondgenoot van de Verenigde Staten en biedt tevens onderdak aan het Amerikaanse commandocentrum voor het hele Midden-Oosten. Doordat de VS Saoedi-Arabië hebben toegelaten van zachte middelen over te schakelen naar harde middelen, is er een dynamiek ontstaan waarin ook de Amerikaanse belangen in de regio in gevaar kunnen komen.

Posted on

Oostenrijkse generaal: “Migrantenstroom Middellandse Zee kan wel degelijk gestopt worden”

De stroom migranten die per boot de Middellandse Zee probeert over te steken kan, anders dan sommige commentatoren beweren, wel degelijk gestopt worden. Dat zegt de chef van de generale staf van het Bundesheer, de Oostenrijkse krijgsmacht, generaal Othmar Commenda tegenover de Kronen Zeitung.

Gevraagd naar de mogelijkheid van het afsluiten van de migratieroute over de Middellandse Zee, stelt Commenda:

Binnen de EU beschikken momenteel de meeste lidstaten over de nodige strategische middelen om de vluchtelingenroutes over zee onder controle te brengen en de illegale migratie in te perken.

Uit militair oogpunt kan men nagenoeg alle boten die naar Europa onderweg zijn onderscheppen, zo voegt hij daar aan toe. Net als op de Balkanroute, waar de stroom met 96 procent is teruggelopen, zal er volgens de generaal altijd een klein deel doorglippen. Maar ook nu al wordt de Middellandse Zee doorlopend vanuit de lucht geobserveerd: door vliegende radarstations, de zogeheten AWACS-vliegtuigen, andere vliegtuigen, drones en satellieten.

Het is kortom technisch mogelijk om de tochten in de meest gammele boten, die al jaren voor een aanzienlijk deel van de mensen met de verdrinkingsdood aflopen, fors in te perken. Het terugsturen van de voor het leeuwendeel mannelijke economische migranten naar veilige zones aan de Noord-Afrikaanse kust, is geen kwestie van militair kunnen, maar van politiek willen, aldus Commenda.

“Het beproefde idee van beschermde zones in veilige regio’s wordt immers in Syrië al toegepast”, zo licht Commenda toe. Op de lange termijn is het volgens de generaal nodig om, naast het indammen van de migratiestroom, ook over oplossingen in de landen van herkomst na te denken.

Posted on

Afrika: demografisch booming, economisch een dwerg

Met het oog op de snelle bevolkingsgroei op het Afrikaanse continent zou eigenlijk een extreem hoge economische groei nodig zijn. Na decennia ontwikkelingshulp is Afrika in economisch opzicht echter nog altijd een dwerg.

Zo nu en dan is er weer sprake van Afrika als ‘markt van de toekomst’, maar de economische situatie van het continent blijft ontnuchterend. Momenteel woont ruim 16 procent van de wereldbevolking in Afrika, maar bij elkaar opgeteld dragen alle 54 Afrikaanse landen slechts drie procent bij aan het gezamenlijke Bruto Binnenlands Product van de wereld. Ter vergelijking: Frankrijk had in het jaar 2014 een BBP van 2,849 biljoen dollar, heel Afrika bij elkaar slecht 2,427 biljoen.

Een relatief groot aandeel in de economische macht van Afrika hebben de beide zwaargewichten Nigeria en Zuid-Afrika. Het economische potentieel van het continent is onbetwistbaar. Zo bereikte Subsahara Afrika in de afgelopen jaren gemiddelde economische groeicijfers van meer dan vijf procent. De OESO gaat ook voor het jaar 2017 van een gemiddelde economische groei van 4,5 procent uit.

Met het oog op de voorzienbare demografische ontwikkeling zijn echter groeicijfers van een heel andere dimensie nodig. Terwijl mondiaal gezien het gemiddelde vruchtbaarheidscijfers intussen gedaald is naar 2,5 kind, ligt die waarde voor vrouwen op het Afrikaanse continent bij gemiddeld 4,7 kinderen. Als die hoge geboortecijfers aanhouden, dan zal de bevolking van Afrika zich van 1,3 miljard nu verdubbelen tot 2,6 miljard in het jaar 2050 en mogelijk zelfs groeien tot meer dan zes miljard mensen aan het eind van de eeuw.

De econoom en socioloog Gunnar Heinsohn heeft er inmiddels herhaaldelijk op gewezen dat met een dergelijke bevolkingsgroei massieve, ook gewelddadige strijd uit zal breken over de verdeling van grondstoffen in de betroffen samenlevingen, wat ook kan overslaan naar de rest van de wereld. Zo is de gemiddelde leeftijd in Afrika momenteel 18 jaar. In de economisch maar zwak ontwikkelde landen van Afrika woedt dan ook een felle strijd om arbeidsplaatsen, terwijl de rest van de jonge mannen zijn hoop vestigt op emigratie.

Welke dimensies dit probleem al binnen een paar jaar aan zal nemen, maken berekeningen voor Subsahara Afrika duidelijk. Voor dit deel van Afrika is de prognose dat al in de komende 15 jaar 370 miljoen jongemannen extra op de arbeidsmarkt zullen komen. Tot het jaar 2050 zou dat aantal zelfs meer dan 800 miljoen kunnen bedragen.

Met de eerste voorbodes van deze bevolkingsexplosie krijgt Europa inmiddels in toenemende mate te maken. Nog niet zo lang geleden zorgde een analyse van de Oostenrijkse militaire inlichtingendienst voor ophef, daarin werd gewaarschuwd voor een nieuwe migratiegolf vanuit Nigeria, de Congo, de Soedan en Ethiopië. Als reden daarvoor werd door de geheime dienst aangevoerd, dat het aanbodoverschot op de arbeidsmarkt in de belangrijkste landen van herkomst in Afrika al in de jaren tot 2020 met een verdere 15 miljoen personen aan zou kunnen groeien.

Het is de vraag of de gevolgen van deze ontwikkeling überhaupt nog door een conventionele forcering van de economische ontwikkeling aanmerkelijk afgeremd kunnen worden. Onlangs heeft – na Merkels gezwollen retoriek over een soort Marshallplan voor Afrika – de Duitse minister van Ontwikkelingssamenwerking Gerd Müller (CSU) een nieuw concept voor de economische ontwikkeling van Afrika voorgesteld. Müller wil daarvoor geen extra geld naar Afrika overmaken, maar de beschikbare middelen anders inzetten. Zo moet een budget voor ‘hervormingen’ ter hoogte van 300 miljoen euro ontstaan. Dit geld moet dan aan die staten ten goede komen, die zich inspannen voor hervormingen en de bestrijding van corruptie. Cliëntelisme en corruptie zijn naast de slecht uitgebouwde infrastructuur, een gebrek aan vaklieden, nepotisme, kleptocratie en een vaak gebrekkige rechtsstatelijkheid, hoofdproblemen in de economische ontwikkeling van Afrika. Müller heeft ook aangekondigd de strijd aan te willen binden met de belastingontwijkingsstrategieën van grote concerns, waardoor Afrika jaarlijks miljardenbedragen misloopt. De vraag blijft echter waarom de ontwikkelingssamenwerking van Duitsland en andere westerse landen met en in diverse Afrikaanse landen nu ineens wel zoden aan de dijk zou zetten.

In kringen van de Europese Unie doet intussen de gedachte de ronde om een speciale eurocommissaris voor Afrika aan te stellen, die zich bezig zou moeten houden met onder andere een vrijhandelsverdrag tussen de EU en de Afrikaanse landen aan de Middellandse Zee. In het afgelopen jaar had voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker reeds een Marshallplan voor Afrika aangekondigd en in het vooruitzicht gesteld dat vanaf 2017 88 miljard euro aan investeringssteun gemobiliseerd zou worden.

De verwachting is dat het concept van de Duitse minister van Ontwikkelingssamenwerking in de komende maanden gevolgd wordt door initiatieven van andere landen. Duitsland heeft dit jaar het voorzitterschap van de G20 en wil dat vooral gebruiken om aandacht te vragen voor de economische ontwikkeling van Afrika.

Posted on

De nieuwe Britse buitenlandpolitiek

Door Thierry Meyssan, vertaling Harry Prins

De westerse media blijven de boodschap herhalen: door de Europese Unie te verlaten hebben de Britten zichzelf geïsoleerd van de rest van de wereld en zullen ze een oplossing moeten vinden voor de verschrikkelijke economische gevolgen. En toch kan de val van het Britse pond een voordeel zijn voor het Gemenebest, dat een veel grotere familie is dan de Unie en aanwezig is op alle zes continenten. Geroemd om haar pragmatisme kan de City snel het internationale centrum worden voor de yuan en de Chinese munt in het hart van de Unie plaatsen.

De Verenigde Staten blijven onzeker over hun vermogen om de Europese Unie actief te laten deelnemen in de NAVO en de wil van het Verenigd Koninkrijk om de militaire alliantie die zij samen sinds 1941 hebben opgebouwd – met als doel de wereld te overheersen – voort te zetten. Ondanks de beschuldigingen van Europese leiders isoleert de Brexit het Verenigd Koninkrijk niet, maar maakt deze het mogelijk dat zij zich wendt tot het Gemenebest en banden met China en Rusland creëert.

Europeanen in de NAVO dwingen

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren van plan om bij de leden van de Europese Unie aan te dringen om tijdens de Top in Warschau (8 en 9 juli) een uitbreiding van het militaire budget van 2%  bekend te maken. Daarnaast waren er plannen tot het aannemen van een strategie om troepen bij de Russische grens te stationeren, inclusief het oprichten van een gezamenlijke NAVO-EU logistieke eenheid, die het gemeenschappelijk gebruik van helikopters, schepen, drones en satellieten mogelijk moet maken.

Tot nu leverde het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste bijdrage in de Unie wat betreft defensie; bijna 15% van het defensiebudget van de EU. Daarnaast gaf het leiding aan Operatie Atalanta, die bescherming biedt aan maritieme transporten voor de kust van de Hoorn van Afrika, en stelde het haar schepen ter beschikking op de Middellandse Zee. Tenslotte was het plan dat het Verenigd Koninkrijk troepen zou leveren voor de nog op te richten gevechtseenheden van de EU. Met de Brexit zijn al deze afspraken van nul en generlei waarde.

Voor Washington is nu de vraag of Londen bereid is haar rechtstreekse belang in de NAVO – waarvoor het de op een na grootste bijdrage levert – te vergroten, ter compensatie voor de rol die ze speelde in de EU – maar zonder daarbij enig direct voordeel terug te krijgen. Hoewel Michael Fallon, de huidige Britse minister van Defensie, beloofd heeft niet de gezamenlijke inzet van NAVO en EU te  verzwakken, ziet niemand een reden waarom Londen akkoord zal gaan met het plaatsen van troepen onder buitenlands bevel.

Het resultaat is nu dat Washington vraagtekens zet bij het Britse verlangen om de militaire alliantie die zij sinds 1941 hebben opgebouwd voor te zetten. Natuurlijk mogen we niet de mogelijkheid uitsluiten dat de Brexit een Britse truc is om opnieuw te onderhandelen over hun ‘speciale relatie’ met ‘de Amerikanen’ in het voordeel van de Britten. Het is echter waarschijnlijker dat Londen hoopt haar relaties met Beijing en Moskou uit te breiden zonder de eerder genoemde voordelen van de alliantie met Washington op te geven.

De Angelsaksische geheime diensten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, en zelfs voordat de Verenigde Staten gingen deelnemen aan de strijd, sloot Washington een pact met het Verenigd Koninkrijk. De details hiervan zijn terug te vinden in het Atlantic Charter [1]. Het riep beide landen op zich te verenigen om vrije zeevaart en uitbreiding van vrije handel te garanderen.

Deze alliantie werd verwezenlijkt in de ‘Five Eyes’ overeenkomst, die de basis vormt voor de samenwerking tussen 17 geheime diensten van 5 verschillende landen (de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, plus drie andere leden van het Gemenebest – Australië, Canada en Nieuw-Zeeland).

De documenten die Edward Snowden onthulde laten zien dat het Echelon-netwerk in haar huidige vorm “een supranationale inlichtingendienst” vormt, “die onafhankelijk is van de deelnemende landen”. Op deze manier heeft ‘Five Eyes’ mensen als de secretaris-generaal van de Verenigde Naties of de Duitse kanselier kunnen bespioneren en tegelijkertijd grootschalig bespioneren van hun eigen burgers kunnen uitvoeren.

Op gelijke wijze stichtten de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in 1948 een tweede supranationale dienst, de Office of Special Projects, die leiding gaf aan de ‘stay-behind’ netwerken van de NAVO, tegenwoordig bekend onder de naam Gladio.

Professor Daniele Ganser heeft onthuld dat deze dienst een aantal staatsgrepen en terroristische aanslagen in Europa heeft uitgevoerd [2]. We gingen er eerst van uit dat de ‘strategie van de spanning’ erop gericht was om op democratische wijze te voorkomen dat communisten aan de macht zouden komen in Europa. Maar al snel werd duidelijk dat het doel vooral was de angst voor het communisme te vergroten en daarmee Angelsaksische militaire bescherming te rechtvaardigen. Nieuwe vrijgegeven documenten laten zien dat deze methode ook buiten Europa bestaat en werkzaam is in de Arabische wereld [3].

In 1982 creëerden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië tenslotte een derde supranationale dienst, waarvan de nep-NGO’s – de National Endowment for Democracy en haar vier dochterondernemingen, ACILS, CIPE, NDI en IRI – het zichtbare deel vormen [4]. Het is gespecialiseerd in het organiseren van staatsgrepen verhuld als ‘revoluties’.

Hoewel er een aanzienlijke hoeveelheid literatuur is over deze drie programma’s, weten we niets over de supranationale diensten die de controle hierover hebben.

De ‘speciale relatie’

De Verenigde Staten, die hun onafhankelijkheid uitriepen door zich af te scheiden van het koninkrijk, verzoende zich pas eind 19e eeuw met het Verenigd Koninkrijk (de Great Rapprochement). De twee staten vormden een alliantie tijdens de Spaanse oorlog op Cuba, en daarna voor het gebruik maken van hun koloniale handelsposten in China – in andere woorden, toen Washington haar imperialistische roeping ontdekte. In 1992 werd er een trans-Atlantische club opgericht, de Pilgrim Society, waarmee hun hernieuwde vriendschap werd bevestigd. De Engelse koning is traditiegetrouw voorzitter van de club.

De verzoening werd in 1917 verzegeld met het gemeenschappelijke project voor de oprichting van een Joodse staat in Palestina [5], en met de deelname van de Verenigde Staten naast Engeland aan de oorlog. Sindsdien hebben beide staten verschillende militaire middelen gedeeld, waaronder later de atoombom. Toen echter het Gemenebest werd opgericht, weigerde de Verenigde Staten toe te treden, omdat ze zich gelijkwaardig voelde aan Londen.

Ondanks een aantal onenigheden – de Britse aanval op Egypte (Suez-kanaal) of tegen Argentinië (de Falkland-oorlog), of opnieuw tijdens de Amerikaanse invasie van Grenada – hebben de twee machten elkaar altijd gesteund.

Het koninkrijk financierde de start van Obama’s verkiezingscampagne in 2008, door omvangrijke giften via de Iraaks-Britse wapenhandelaar Nadhmi Auchi. Tijdens zijn eerste periode was een groot aantal van de medewerkers van de nieuwe president in het geheim lid van de Pilgrim Society. De Amerikaanse afdeling daarvan werd voorgezeten door Timothy Geithner. Maar president Obama maakte zich los van de groep, waardoor het koninkrijk het idee kreeg dat het geen waar kreeg voor haar geld. De verhouding verslechterde door de aanval op David Cameron in The Atlantic [6], en het bezoek van de Obama’s aan koningin Elizabeth II vanwege haar verjaardag heelde de wonden niet.

Premiers van de Gemenebestlanden in 1944, vlnr: Mackenzie-King (Canada), Jan Smuts (Zuid-Afrika), Winston Churchill, Peter Fraser (Nieuw-Zeeland, John Curtin (Australië).
Premiers van de Gemenebestlanden in 1944, vlnr: Mackenzie-King (Canada), Jan Smuts (Zuid-Afrika), Winston Churchill, Peter Fraser (Nieuw-Zeeland, John Curtin (Australië).

Het Gemenebest

Door zich los te maken van de Europese Unie en zich te verwijderen van de Verenigde Staten heeft het Verenigd Koninkrijk zich op geen enkele wijze geïsoleerd, maar kan het opnieuw de joker trekken, het Gemenebest.

Men is geheel vergeten dat in 1936 Winston Churchill met het voorstel kwam om de huidige landen van de Europese Unie in het Gemenebest op te nemen. Zijn plan werd verhinderd door de politieke spanning en de wereldoorlog. Pas na de geallieerde overwinning kwam dezelfde Churchill met het idee tot de vorming van de ‘Verenigde Staten van Europa’ [7] en riep hij de Conferentie van de Europese Beweging in Den Haag bijeen [8].

Het Gemenebest is een organisatie van 53 lidstaten, gegrondvest op Engelse waarden – raciale gelijkheid, rechtsstaat, mensenrechten vanuit ‘nationaal belang’. Het moedigt echter ook zakenrelaties en sportieve vaardigheden aan. Daarnaast wisselt ze deskundigen op allerlei terreinen uit.

Koningin Elizabeth II, staatshoofd van 16 van de lidstaten, is het hoofd van het Gemenebest (eerder een keuze dan een erfelijke titel).

Wat willen de Britten?

Volgens Londen is het de Verenigde Staten die de ‘speciale relatie’ verstoord heeft, door toe te geven aan de buitensporigheid (overmoed) van een unipolaire wereld en door hun eigen buitenlandse en economische beleid uit te voeren. Terwijl ze niet langer de belangrijkste economische en conventioneel-militaire macht in de wereld zijn.

Van hieruit gezien is het in het belang van het Verenigd Koninkrijk te stoppen met het ‘alles op één kaart zetten’. Ze moet de gemeenschappelijke doelen die ze deelt met Washington behouden, vertrouwen op het Gemenebest, en nieuwe betrekkingen met Beijing en Msokou aangaan, rechtstreeks of via de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO).

Op de dag van de Brexit stemde de SSO in met de toetreding van twee leden van het Gemenebest, India en Pakistan, terwijl daarvoor nog nooit een Gemenebestland lid was geweest [9].

Hoewel we niets weten van de contacten die het Verenigd Koninkrijk al met Rusland moet hebben gelegd, valt de toenadering tot China op.

Afgelopen maart kondigde de London Stock Exchange, die de beurs van de City en van Milaan beheert, het plan aan om tot een fusie met de Deutsche Börse te komen. De Deutsche Börse beheert de beurs van Frankfurt, het verrekenkantoor van Clearstream en Eurex. Het was de bedoeling dat de twee instellingen hierover direct na het Brexit referendum een besluit zouden nemen. Deze aankondiging is des te opmerkelijk, omdat de Europese regelgeving formeel zo’n handeling verbiedt, omdat het een ‘monopolie’ creëert. Het lijkt erop dat het besluit van de twee instellingen al anticipeerde op het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Bovendien heeft de London Stock Exchange een overeenkomst aangekondigd met de China Foreign Exchange Trade System (CFETS), en werd zij in juni de eerste aandelenbeurs ter wereld waar Chinese staatsobligaties werden verhandeld. Alle onderdelen waren gereed om de City om te vormen tot een Chinees Paard van Troje in de Europese Unie, ten koste van de Amerikaanse heerschappij.


Noten

[1] “The Atlantic Charter”, by Franklin Delano Roosevelt, Winston Churchill, Voltaire Network, 14 August 1941.

[2] Nato’s Secret Armies: Operation Gladio and Terrorism in Western Europe, Daniele Ganser, Cass, London, 2004.

[3] America’s Great Game: The CIA’s Secret Arabists and the Shaping of the Modern Middle East, Hugh Wilford, Basic Books, 2013.

[4] “The networks of “democratic” interference”, by Thierry Meyssan, Voltaire Network, 22 January 2004; « Национальный фонд демократии — игровая площадка ЦРУ] », Тьерри Мейсан, Однако (Российская Федерация) , Сеть Вольтер, 6 октября 2010.

[5] “Who is the Enemy?”, by Thierry Meyssan, Translation Roger Lagassé, Voltaire Network, 4 August 2014.

[6] “The Obama Doctrine”, by Jeffrey Goldberg, The Atlantic (USA) , Voltaire Network, 10 March 2016.

[7] “Winston Churchill speaking in Zurich on the United States of Europe”, by Winston Churchill, Voltaire Network, 19 September 1946.

[8] « Histoire secrète de l’Union européenne », par Thierry Meyssan, Réseau Voltaire, 28 juin 2004.

[9] “Brexit coincides with India’s and Pakistan’s entry into the SCO”, by Alfredo Jalife-Rahme, Translation Anoosha Boralessa, La Jornada (Mexico) , Voltaire Network, 2 July 2016.

Bron: http://www.voltairenet.org/article192722.html

Posted on

China gaat in Djibouti eerste buitenlandse militaire basis inrichten

Afgelopen voorjaar verklaarde China reeds dat het, in samenhang met haar toevoer van energie en delfstoffen en het openhouden van bepaalde zeewegen, ook zwaarwegende overzeese belangen heeft. In het nieuwe defensie-witboek gaf de Volksrepubliek aan deze belangen zo nodig ook met militair geweld te willen verdedigen. In dit kader moet het recente nieuws gezien worden, dat China een militaire basis in de Hoorn van Afrika inricht.

DjiboutiNadat hoge Chinese militairen een oorlogsschip dat in Djibouti bijgetankt werd bezocht hadden, maakte Peking op 26 november bekend dat men onderhandelingen voerde met de regering van Djibouti over de inrichting van een militaire basis in dat land. Het Chinese ministerie van Defensie ontweek in eerste instantie de vraag of de basis vergelijkbaar zou worden met de bases van westerse landen in het buitenland, maar enkele maanden later bevestigt men nu toch de uitspraken van de Djiboutische president Omar Guelleh tegenover persbureau AFP over dit grote project in Obock, een havenstad in het noorden van de verarmde Oost-Afrikaanse republiek, die het kleine land met een bevolking van zo’n 830.000 mensen een aanzienlijk inkomen zal brengen.

Eind januari nu maakte Hong Lei, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken, bekend dat men een overeenkomst bereikt had. Beide landen ondertekende hieraan voorafgaand diverse economische akkoorden, die voor Djibouti het in het leven roepen van een vrijhandelszone, versterking van zijn rol als omslagcentrum voor de handel tussen China en de rest van de wereld en de schepping van een juridisch kader waarin Chinese banken in Djibouti actief kunnen worden inhouden. President Xi Jinping zet infrastructureel in op de totstandbrenging van de zogenaamde Nieuwe Zijderoute, de Hoorn van Afrika kan daar een van de stations in zijn.

China heeft voor zijn eerste buitenlandse militaire steunpunt een strategisch uiterst belangrijke locatie aan de Straat van Bab al-Mandeb, aan de toegang van de Rode Zee en het Suezkanaal, uitgekozen. Met deze stap laat de Volksrepubliek niet alleen op papier maar daadwerkelijk de oude strategie achter zich, die louter bestond in de verdediging van de landsgrenzen.

In de afgelopen tien jaar hebben zich volgens officiële cijfers een miljoen Chinezen in Afrika gevestigd. Gezien de politieke instabiliteit van veel Afrikaanse landen, kan de basis in Djibouti niet alleen de economische belangen van China dienen, maar ook een steunpunt zijn voor eventuele repatriëring van Chinezen in noodgevallen. Afgelopen maart evacueerde de Chinese marine nog zo’n 600 Chinezen en enkele honderden andere buitenlanders uit Jemen, dat te lijden heeft onder een burgeroorlog waarin ook een regionale coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië zich gemengd heeft en een zeeblokkade die tot hongersnood heeft geleid.

‘Vrede en stabiliteit in de regio’

De Chinese overheid benadrukt evenwel dat de militaire basis niet bedoeld is als steunpunt voor grote militaire interventies, zoals de Amerikanen gewoon zijn. Het Chinese ministerie van Defensie spreekt dan ook liever van een logistiek centrum, dat bijvoorbeeld een belangrijke rol kan spelen in de anti-piraterijmissie in de Golf van Aden. Sinds december 2008 speelt de Chinese marine hierin een belangrijke rol, sinds begin 2010 in het kader van een VN-missie in samenwerking met andere landen. Deze inzet van de Chinese marine kan zeer vergemakkelijkt worden door het steunpunt in Djibouti, aldus het ministerie.

Verder zijn er nog Chinese blauwhelmen die in Zuid-Soedan en Mali de vrede handhaven en in andere Afrikaanse landen humanitaire missies vervullen.

[contextly_sidebar id=”Weg0azAHIgGxxqXvn7aaaygh5q2lqFPC”]Te denken valt ook aan het feit dat China eind vorig jaar geconfronteerd is met de dreiging van islamistische terreurgroepen. In drie dagen tijd werden in Syrië en Mali vier Chinese staatsburgers vermoord door dergelijke groepen. Zo betrekt de vestiging en economische activiteit van Chinezen over de hele wereld de Volksrepubliek ook bij de problemen van de rest van de wereld.

Ongetwijfeld speelt ook een zekere rivaliteit met de Verenigde Staten een rol, wier hegemonische optreden in de wereld de Chinezen een doorn in het oog is. Djibouti huisvest immers ook een Amerikaanse militaire basis, Camp Lemonnier bij de internationale luchthaven Ambouli, buiten de hoofdstad Djibouti. Toen Washington in 2014 het contract voor die basis voor tien jaar verlengde was er sprake van investeringen in de infrastructuur van meer dan 800 miljoen dollar.

Posted on 1 Comment

EU-chef Tusk: ‘Migratievloed is hybride oorlogvoering’

Buurlanden van de Europese Unie gebruiken de migratiestroom om concessies af te dwingen, dat zegt voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk. Hij neemt ook Angela Merkels besluit om de sluizen open te zetten op de hak.

Een stroom van honderdduizenden mensen is een “wapen” en een “pressiemiddel” dat door buurlanden van de EU gebruikt wordt om het continent schade toe te brengen, aldus Tusk.

Hij maakte de opvallend scherpe opmerkingen, terwijl de Europese Unie bekend maakte een miljard euro extra aan hulp te geven en Turkije het aanbod van visa-vrij reizen voor haar burgers voorhield, om het land waar veel migranten doorheen trekken zo ver te krijgen haar grenzen te sluiten.

Op wie de opmerkingen van Tusk precies gericht waren, liet hij in het midden. Het ligt voor de hand aan Turkije te denken, dat graag wil dat de EU de Turkse lijn ten aanzien van Syrië steunt. In de Brusselse wandelgangen heet het dat de opmerkingen van Tusk niet specifiek op Turkije gericht waren, maar dat hij aan diverse leiders uit de regio dacht, waaronder wijlen Muammar Khadaffi die al eerder financiële steun wist af te dwingen met het dreigement alle Afrikaanse migranten door te laten naar Europa. Hoe Khadaffi dan een ‘voorbeeld’ van ‘leiders in de regio’ zou zijn, blijft in nevelen gehuld. Bovendien is de huidige migratiestroom in Libië natuurlijk juist niet aan Khadaffi te wijten, maar aan de chaos in het land die ontstaan is door het omverwerpen van het bewind van Khadaffi waarbij diverse EU-lidstaten een voorname rol speelden.

In werkelijkheid zal Tusk dan ook vooral aan Turkije gedacht hebben. In Brussel neemt de frustratie toe over de weigering van Erdogan om de Turkse kust en de grens met Griekenland af te sluiten. De Turkse politie zou slechts een klein deel van de migranten tegenhouden. Europese leiders zijn ervan overtuigd dat Turkije gemakkelijk meer zou kunnen doen.

“Veel van onze buren kijken met genoegen naar onze problemen” en zijn bereid gunsten af te dwingen in ruil voor het ophouden van de stroom, aldus de voorzitter van de Europese Raad tegenover het Europees Parlement.

“Voor ons zijn vluchtelingen specifieke mensen, individuen, die onze hulp verwachten. Er zijn echter krachten om ons heen waarvoor de golf vluchtelingen alleen maar een vuile manier om geld te verdienen is of een politiek pressiemiddel.

We worden langzaam getuigen van de geboorte van een nieuwe vorm van politieke druk, sommigen noemen het zelfs een nieuwe vorm van hybride oorlogvoering, waarin migratiegolven een instrument, een wapen tegen buurlanden zijn geworden. Dit vraagt om bijzondere gevoeligheid en verantwoordelijkheid van onze kant.”

Intussen werd in Brussel dus een akkoord gesloten, dat inhoudt dat de EU meer gaat doen aan het hervestigen van vluchtelingen uit Turkije, in het document worden geen aantallen genoemd, maar in de wandelgangen is sprake van een half miljoen mensen. Verder gaat de EU helpen om de Turkse kustwacht te versterken, om zo de stroom bootjes over zee naar Griekenland te stoppen.

De lidstaten moeten in het plan een extra miljard euro bij elkaar brengen, terwijl Turkije prioriteit geeft aan het opzetten van zes nieuwe ontvangstcentra voor vluchtelingen die mede gefinancierd zullen worden door de EU. Turkije heeft naar eigen zeggen tot nu toe 6,5 miljard euro uitgegeven aan steun voor Syrische vluchtelingen.

Het plan gaat ook in op de Turkse wens dat haar 75 miljoen burgers visa-vrij kunnen reizen naar de EU. Dit lange-termijn-doel wordt afhankelijk gemaakt van de Turkse aanpak van haar grenzen.

Terwijl bondskanselier Angela Merkel woensdag samen met de Franse president François Hollande het Europees Parlement toe zal spreken, gaf Tusk vast een schot voor de boeg door Merkel op de hak te nemen vanwege haar besluit Syriërs asiel toe te kennen in Duitsland ongeacht of ze eerst al in andere EU-lidstaten geweest waren. Volgens Tusk waren hiermee niet alleen de Verordeningen van Dublin op losse schroeven gezet, maar trekt dit ook “als een magneet” miljoenen Afghanen en Pakistanen aan. Het was een “mooi moreel gebaar”, schertste Tusk, maar Merkel staat nu voor een “examen in verantwoordelijkheid voor de bescherming van de Europese politieke gemeenschap en haar buitengrenzen.”

Tusk waarschuwde dat het Schengensysteem in zal storten en Europa een “voedingsbodem voor angst” zal worden, tenzij de Europese buitengrenzen veilig gesteld worden. Als de huidige politieke leiders geen orde en veiligheid kunnen garanderen, dat zullen burgers kiezen voor “roekeloze en radicale” partijen. “De rij politieke macho’s is tamelijk lang”, aldus Tusk.

Intussen treedt deze week ook het controversiële plan voor de hervestiging van 160.000 mensen vanuit Italië en Griekenland naar andere EU-lidstaten in werking. Komende vrijdag worden enkele tientallen Eritreeërs van Italië naar Zweden gevlogen en volgende week enkele Syriërs van Griekenland naar Luxemburg.  Het blijft de vraag of het plan in zijn geheel wel gaat functioneren, aangezien maar weinig vluchtelingen in een EU-lidstaat als Bulgarije willen blijven. De meesten willen door naar Duitsland.

Posted on

Migratie: Meerderheid bevolking voor opschorten ‘Schengen’

Een duidelijke meerderheid van de bevolking is voor het tenminste tijdelijk opschorten van de verdragen van Schengen die voorzien in het visumvrije reizen tussen de EU-lidstaten en het weer invoeren van vaste grenscontroles, dit blijkt uit een peiling van IFOP in opdracht van het Franse dagblad Le Figaro.

SchengenDesgevraagd antwoordde maar liefst 67% van de Fransen met ja, net als 63% van de Britten, 59% van de Nederlanders, 56% van de Italianen en 53% van de Duitsers. Uit het onderzoek van IFOP, blijkt dat niet alleen 89% van de Front National-kiezers en 77% van de LR(UMP)-kiezers, maar met 53 procent ook een meerderheid van de kiezers van de regerende Parti Socialiste voor opschorting van ‘Schengen’ is.

De regeringen van de lidstaten zijn het nog altijd niet eens over een aanpak van de immigratiecrisis.