Posted on 1 Comment

Syrië – Russische beschuldigingen tegen Belgische militaire veiligheidsdienst

Consternatie bij de nieuwsdienst van de VRT zaterdag toen het verhaal uitlekte over de Russische beschuldigingen aan het adres van onze militaire veiligheidsdienst, ADIV, dat zij betrokken zouden zijn bij het opzetten, samen met de vrienden uit Frankrijk, van een nepaanval, false flag, met chloorgas in de Syrische provincie Idlib.

Een plan waarbij men volgens die beschuldigingen ging samenwerken met de Syrische tak van al Qaida en haar partner de Witte Helmen, de zogenaamde hulporganisatie vermoedelijk opgericht door de Britse geheime dienst MI6.

Nepnieuws

En kijk, zowel Jens Franssen als Jan Balliauw, voor respectievelijk radio en televisie, klasseerden het Russische verhaal zonder verpinken bij het nepnieuws waar, aldus beiden in koor, ‘’de Russen voor gekend zijn”. Een gemak dat typerend is voor de wijze waarop men bij de VRT aan berichtgeving doet.

Een journalistieke stelregel is dat men alle verhalen, hoe gek klinkend ook, onderzoekt of er eventueel iets van waar is. Hoeft hier dus niet. Een verhaal kan gebracht worden door een onbetrouwbare man en op het eerste zicht ongeloofwaardig lijken, dan toch wil dat nog niet zeggen dat dit gelogen is. Pas na onderzoek kan er eventueel duidelijkheid zijn.

Russische advizeurs - Infanterie - Omgeving Aleppo - 12-2015
Russische militairen in Syrië. Als gevolg van afspraken met Turkije en Iran moeten zij zorgen voor een stabilisatie van het conflict rond de provincie Idlib en een politieke oplossing mogelijk maken. Erg twijfelachtig of dit er ooit van zal komen. Vraag is ook of dit zelfs wenselijk is. Kan men toelaten dat al Qaida er een kalifaat opzet? Natuurlijk niet.

Persconferentie

Wat is er aan de hand? Vrijdag gaf de Russische majoor-generaal Viktor Kupchishin een van zijn regelmatige persconferenties over de toestand in Syrië. Deze is voorzitter van het Russische Centrum voor Verzoening tussen de Opposanten in Syrië. Een structuur opgezet na de onderhandelingen in het Russische Sochi en in Kazachstan tussen Rusland, Turkije en Iran. Het moet conflicten verhelpen en hierover regelmatig rapporteren.

Het verhaal zoals het gebracht werd door de nieuwswebsite Southfront, die pro de Syrische regering is, is deels voorwaardelijk en stelt zich verder te baseren op voor Kupchishin vaststaande soms gedetailleerde feiten.

Enige bewijzen voor die beweringen geeft men echter niet. Ergens logisch want het verhaal is zo te zien gebaseerd op geheime informatie en dat blijft dus ook geheim. Zo stelde Kupchishin volgens Southfront (1):

“To organize provocations, representatives of the French and Belgian secret services arrived in Idlib. Under their supervision, a meeting was held with the field commanders of the terrorist groups of Hayat Tahrir al-Sham and Horas Al-Din, as well as with the representatives of the pseudo-humanitarian organization ‘White helmets’” Maj. Gen. Kupchishin as saying……

Met de bedoeling provocaties te organiseren zijn mensen van de Franse en Belgische geheime diensten naar Idlib gereisd. Onder hun toezicht werd er vergaderd met veldcommandanten van de terreurgroepen Hayat Tahrir al Sham en Horas al Din (al Qaida en een van haar bondgenoten, nvdr.), dit samen met vertegenwoordigers van de pseudo humanitaire organisatie De Witte Helmen”, stelde majoor-generaal Kupchishin….

“From 14 March to 27 March 2019, the representatives of the Belgian secret services recorded strikes on video, which the Russian Aerospace Forces targeted at terror groups’ arms depots and footholds of drones on the territory of the Idlib de-escalation zone, in order to subsequently present them as an ‘evidence’ of the use of chemical weapons,” Kupchishin said.

“Van 14 tot 27 maart 2019 hebben mensen van de Belgische geheime dienst beelden opgenomen van aanvallen van de Russische luchtmacht op wapendepots en dronebasissen van terreurgroepen in de de-escalatiezone in Idlib (de zone vlakbij het Syrische leger en waar er observatieposten zijn van zowel het Turkse als het Russische leger, nvdr.). Dit met als bedoeling die later te gebruiken als ‘bewijs’ voor het gebruik van chemische wapens”, aldus nog Kupchishin.

Waarop beide journalisten dat verhaal afdeden als klinkklare onzin. Zo stelde Balliauw: “Zonder twijfel is dit nepnieuws”, want in het verleden is het Russische ministerie van Defensie, “Niet echt een betrouwbare bron gebleken, en dat is nog zacht uit te drukken.”

Geen mandaat, geen kennis en geen middelen

Bovendien stelde hij dat onze militaire veiligheidsdienst niet het mandaat (van de regering, nvdr.), niet de ervaring en hiervoor niet de middelen heeft. En ook opperde hij dat er het trauma is van de ervaring uit de eerste wereldoorlog. “Het is te gek voor woorden”, opperde hij nog.

DSC_0698

Het hoofdkwartier van de OVCW in Den Haag. Het werkt in wezen onder controle van de VS en de NAVO. Wat goed blijkt uit het rapportering over zowel Syrië als over de zaak rond de Rus Sergeï Skripal en novichok, het meest dodelijke gif ooit gemaakt stelt men in London. Maar hoe komt het dan dat van de vier mensen die door dit gif zogenaamd besmet werden er drie het overleefden? Met de ene dode die na het overdadig over haar lichaam te hebben verstoven pas ongeveer een week later stierf. Ra ra.

Volgens Balliauw heeft de ADIV dus niet de ervaring en de middelen om bombardementen in Syrië te filmen? Een straffe bewering die feitelijk een slag in het gezicht is van de ADIV die volgens Balliauw dan geen geld en kennis heeft om wat luchtaanvallen te filmen? Wie verkoopt er hier dan nepnieuws en wie is er hier geheel ongeloofwaardig?

Ook zijn stelling dat de ADIV hiervoor geen mandaat heeft is voor wie enige kennis heeft van de ADIV best grappig. Alsof de ADIV niet indien gewenst los van de regering en parlement opereert.

Zo lekte dit jaar in de media uit dat de ADIV in 2016 minstens twee maal in Damascus geweest was voor gesprekken met de Syrische geheime dienst en de regering. Bezoeken waarvan toenmalig minister Steven Vandeput (N-VA) stelde niets te weten. (2)

Gewezen minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) stelde niets te weten van bezoeken van de ADIV aan Damascus in 2016 toen hij hun baas was.

Belgische jihadisten

Vanaf medio 2015 verscheen er geruchten, o.a. op deze blog, dat de Syrische regering Belgische jihadisten had gevangen genomen. En dus was dit Belgisch bezoek zeker niet onlogisch. Maar de regering bleek, stelde deze bij monde van Vandeput, van niets te weten. En dat kan natuurlijk niet.

En dan is er het nog veel erger schandaal in de jaren negentig rond Gladio, het militaire Belgische geheime netwerk van saboteurs waarvan men vermoedde dat zij achter een aantal Belgische terreuraanslagen zaten.

Er kwam toen een parlementaire onderzoekscommissie en toen het parlement van de ADIV herhaaldelijk eiste dat men haar de namen van de leden van dit netwerk zou overhandigen weigerde de ADIV dat. Alleen in Washington en Londen mocht men van de ADIV de namen kennen. Een grote schok ging door het land. Want niemand in de regering toen en van die ervoor bleken van iets te weten over die Gladio..

Propaganda

Wie weet hoe geheime diensten veelal werken, weet dat ze voor bepaalde operaties al eens ‘vergeten’ de regering om toelating te vragen. Het is een der basiskenmerken van hoe geheime diensten werken. Waar ook.

En natuurlijk verzwegen beide journalisten de beschuldigingen dat de ADIV hier zou samengewerkt hebben met al Qaida in Syrië. Maar op de VRT had men het dan ook over de vage term anti-Assad groepen, de burger zou eens moeten weten dat onze regering ginds al jaren al Qaida steunt. Hetzelfde voor Jemen waar men dit ook netjes verzwijgt.

En dan was er natuurlijk Jens Franssen die op de radio stelde dat dit een Russische truc lijkt om eerst zulke beschuldigingen te uiten om dat daarna zelf te doen. Wat volgens de man ook bewezen is door de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. (OVCW) in Den Haag. Een rare bewering, daar het OVCW of de VN tot heden Rusland of Syrië nooit bij naam beschuldigde van het gebruik van chemische wapens. En er zijn ook geen bewijzen voor.

Russische ambassade

Maar om dat dossier te kunnen vatten moet men beide visies van die vermeende aanvallen kennen en die kritisch evalueren. Onlangs gaf de Russische ambassade een uitgebreide persconferentie naar aanleiding van het laatste rapport over Syrië van de OVCW. De grote zaal van het hotel Crown Plaza Promenade in Den Haag zat vol maar in de Nederlandse en Belgische massamedia geen woord hierover. De omerta.

Voor de kenner van dit dossier is het ook duidelijk dat de OVCW, officieel een onderdeel van de VN, een door de NAVO gecontroleerd instrument is dat men gebruikt in de oorlog tegen Rusland. Vooral sinds de rapporten over de zaak Skripal en novichok in het Verenigd Koninkrijk en het laatste rapport over de aanval in het Syrische Douma is die manipulatie overduidelijk.

Logisch dus dat men over die persconferentie in Den Haag zweeg want voor journalisten genre Franssen en Balliauw maken die Russen toch alleen maar nepnieuws. En dan zijn de beweringen van de NAVO of het Belgische leger als de vier evangeliën of de koran. Geen twijfel mogelijk. Inderdaad, beiden doen niet aan journalistiek maar maken propaganda.

DSC_0786
Na het rapport van de OVCW over de gifgasaanval in Douma gaf de Russische ambassade in Den Haag en een vertegenwoordiger van de Syrische regering een persconferentie over de kwestie. Onze massamedia, inclusief dus de VRT, hadden er niet de minste aandacht voor. En de Russische media dan maar beschuldigen van partijdigheid.

Beschuldigingen

Er zijn in deze zaak wel de beschuldigingen door al Qaida en de andere salafistische terreurgroepen maar als dat een bewijs is voor journalisten als Jens Franssen dan zijn deze Russische beschuldigingen tegen België ook een bewijs. In wezen zijn zowel de beschuldigingen van de Witte Helmen, Al Qaida en majoor-generaal Viktor Kupchishin geen bewijzen voor wat dan ook maar beweringen die men moet onderzoeken.

Dat men dit hier niet gaat onderzoeken is nu al wel duidelijk, zeker na het ‘journalistiek’ werk van Balliauw en Franssen. Bij de ADIV zal men tevreden zijn over dit prachtig staaltje van onderzoeksjournalistiek. Ze kunnen er op beide oren blijven slapen.

Toen ik onderzoek deed naar Jacques Monsieur, de in 2018 tot 4 jaar effectieve cel veroordeelde wapenhandelaar en gewezen informant van de ADIV, reageerde de ADIV niet eens op mijn vraag voor een gesprek over Monsieur. Het is een probleem dat Balliauw en Franssen niet hebben.

België is terughoudender geworden

Of dit Russische verhaal klopt weten we niet. Het klinkt ook bizar. Waarom immers zouden de Fransen de Belgen inschakelen? Ze kunnen dat toch zelf aan. En als het niet klopt waarom die toch wel heel zware beschuldigingen aan het adres van België, een onbelangrijke pion in dit verhaal? Het lijkt zinloos.

Bovendien is het ook bekend dat onze regering al een paar jaar in de kwestie Syrië een minder harde politiek voert. Terwijl landen als Denemarken en Nederland zeker tot voor kort actief die jihadisten steunden, zijn er voor zover bekend geen gelijkaardige Belgische initiatieven.

Onze minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) past tegenwoordig voor steun aan die koppensnellers en aanslagplegers in Europa. Wat van Den Haag of Kopenhagen bijvoorbeeld niet kan gezegd worden. Om over Washington, Londen en Parijs maar te zwijgen.

Oogje toegeknepen

Wel hebben onze regering en veiligheidsdiensten tot zeker 2013, dus die van Elio Di Rupo (PS), de ogen dichtgeknepen toen honderden moordenaars van hier naar Syrië vertrokken om er voor de rekening van Israël en de VS Syrië te vernielen.

Nog erger was echter de pers zoals Humo die in die periode verhalen publiceerde over de ‘helden’ die vanuit België naar Syrië trokken. Neem ook professor emeritus Rik Coolsaet, ‘expert’ internationale politiek, die deze Syriëstrijders genre Mehdi Nemmouche omschreef als idealisten. Moet hij nu eens gaan zeggen aan de slachtoffers van de aanslagen in Maalbeek, Bataclan en Zaventem.

Of Jens Franssen en Rudi Vranckx die toen ze in januari 2012 in de Syrische stad Homs door zo’n salafistische terreurgroep beschoten werden – een van die journalisten kwam toen om – de schuld hiervoor staken op de Syrische regering.

Daarbij ook nog zonder verpinken de Syrische zuster Agnes Maryam van medeplichtigheid aan de zaak beschuldigen. Met toen 8 Syrische gedode burgers toch een poging tot massamoord. Nepnieuws inderdaad. Ze weten er alles van.


1) South Front, French & Belgian Intelligence Officers Are Planning Chemical Provocation in Syria’s Idlib: Russian MoD, https://southfront.org/french-belgian-intelligence-officers-are-planning-chemical-provocation-in-syrias-idlib-russian-mod/

2) Het Nieuwsblad, Belga, 15 februari 2019, Belgische inlichtingendienst zocht toenadering tot regime van Assad, https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20190215_04178074.

Een verhaal dat de wenkbrauwen doet fronsen maar waarvoor politiek België voor zover bekend geen interesse had. En in onze media was het na een dag al weg. Verdacht snel. Of hoe men een vervelend verhaal weet te begraven.

Posted on

“Niet journalisten, maar elites maken het nieuws”

Volgens communicatiewetenschapper Tabe Bergman zijn het de politieke en economische elites die bepalen wat we te zien en te horen krijgen op tv, radio en in de krant. De media zijn niet veel meer dan een doorgeefluik. Het ‘domme volk’ snapt vaak beter wat er gaande is dan journalisten.

Noam Chomsky en Edward Herman hebben in Manufacturing Consent aangetoond dat in de Verenigde Staten de nieuwsmedia de belangen dienen van de politieke en economische elites – en ook hebben zij, aan de hand van hun ‘propagandamodel’, uitgelegd hoe dit is te verklaren. Volgens Tabe Bergman werkt het in Nederland niet veel anders. Niet in de laatste plaats omdat, net als in de VS, in Nederland de media in handen zijn van een steeds kleinere groep economische elites, die het winststreven voorop hebben staan.

U bent universitair docent aan de Brits-Chinese Xi’an Jiaotong-Liverpool University, in een land, China, dat niet bepaald bekend staat om zijn vrije pers. Je zou zeggen dat het bij ons in Nederland veel beter gesteld is met de vrijheid van journalisten om te bepalen waarover ze berichten. 

“China heeft een van de strengste regimes van perscensuur ter wereld. Hier is het de maatschappelijke taak van de media om de Communistische Partij te steunen door het volk voor het beleid te winnen dat wordt bepaald in Beijing. De belangrijkste taak van de Chinese media is dus heel anders dan die in het Westen: niet de macht controleren, maar de macht steunen. Het is een vreselijke situatie. Het toont maar weer aan dat het onmogelijk is om het belang te overschatten van een wettelijk vastgelegd recht op persvrijheid als een voorwaarde voor een werkelijk vrije samenleving.”

“Maar het slechte voorbeeld dat China geeft, is geen reden voor Nederlanders om zich op de borst te slaan. Dat wij wettelijke persvrijheid hebben, leidt bij velen tot een soort blindheid. Het onderwijs, de politiek en de media benadrukken allemaal hoe vrij Nederland wel niet is. De onderliggende boodschap is, bewust of niet: wees maar tevreden met wat je hebt. Maar de commerciële journalistiek zal je nooit vertellen hoe onvrij ze werkelijk is. De grote westerse leugen is dat wettelijke persvrijheid een voldoende voorwaarde is voor een democratische samenleving.

In een beroemde zin is de huidige Chinese journalistiek gekarakteriseerd als gevangen ‘between the Party line and the bottom line’. Die ‘bottom line’ zijn de adverteerders. Chinese media worden tegenwoordig namelijk voor een groot deel gefinancierd door adverteerders. Maar wat betreft politiek nieuws voert de Partij natuurlijk nog de beslissende boventoon. De Nederlandse journalistiek hoeft naar geen politieke partij te luisteren, maar de ‘bottom line’, het feit dat de journalistiek commercieel is, oefent een grote en negatieve invloed uit op de kwaliteit van de berichtgeving.”

Maakt het voor het nieuws wat uit of media in handen zijn van de staat of van bedrijven? Welke is de minste van twee kwaden?

“Dat hangt af van de historische omstandigheden. Ik heb liever dat CNN in handen is van Time Warner dan van de Chinese staat, maar ik heb ook liever dat de BBC, met waarborgen van onafhankelijkheid, in handen is van de Britse staat dan van Time Warner.

De media zullen pas in de buurt van werkelijke vrijheid komen als ze onafhankelijk zijn van zowel de staat als het bedrijfsleven, of welk ander machtscentrum dan ook in de samenleving.”

Wat is er zo zorgelijk aan dat de media in handen zijn van steeds minder spelers? Hoe beïnvloedt dit de nieuwsvoorziening?

“Inmiddels is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden: Persgroep en Mediahuis/Concentra, beide Belgisch, maken de dienst uit. De twee nu overgebleven partijen zullen elkaar nauwelijks meer beconcurreren. Dat zou ze allebei geld kosten en een ultieme overwinning zit er niet in. Dit is een schoolvoorbeeld van een markt die niet vrij is. Wie heeft het kapitaal om die twee uit te dagen? Waarom zouden die twee veel geven om de gemiddelde lezer?

Als het al zin heeft om de journalistiek te zien als een markt, dan is het beter als er veel relatief kleinere mediabedrijven zijn die onderling met elkaar concurreren, hopelijk door goede journalistiek te bedrijven. Hoe meer aanbieders, hoe meer macht de gemiddelde lezer heeft. Als er geen bedrijven zijn die de markt domineren is het makkelijker voor nieuwe partijen om de markt te betreden en hopelijk lezers beter nieuws te leveren.”

Wat is er bezwaarlijk aan het winstoogmerk van mediabedrijven? Zorgt dat er juist niet voor dat de mensen het nieuws krijgen wat ze willen? Je zou zeggen: hoe meer tevreden klanten, des meer lezers, kijkers en luisteraars – en des te groter de winst.

“De media claimen dat ze mensen geven wat die willen, maar de media weerspiegelen vaak niet wat er leeft in samenleving. Zo was een meerderheid van de Nederlanders tegen de invasie van Irak in 2003. Dit ondanks de kritiekloze houding van de Nederlandse pers over de valse claims van de Amerikanen dat Saddam Hoessein zou beschikken over massavernietigingswapens. Het is een geval van het ‘domme volk’ dat het snapte, terwijl de meeste journalisten niet doorhadden wat er gaande was, namelijk een Amerikaanse propagandacampagne die honderdduizenden mensen het leven heeft gekost, een land heeft geruïneerd, en de weg heeft vrijgemaakt voor ISIS.”

“Afgezien daarvan werkt het simpelweg niet om mensen het nieuws te geven dat ze willen, alsof je een product aanbiedt dat dan wordt geconsumeerd. Nieuws is geen product, het is een public good. Nieuws is de zuurstof van de democratie. Het idee dat je een prijskaartje kan hangen aan informatie over oorlog en vrede, gezondheid, de toekomst van de planeet, enzovoort is belachelijk. Je kan bovendien niet van mensen verwachten dat ze van journalisten eisen dat die nou eindelijk eens dat corrupte bedrijf aan de kaak stellen. Hoe kunnen mensen vragen om het nieuws dat ze nodig hebben om te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit als ze logisch gezien niet kunnen weten wat dat nieuws is? Het is de taak van journalisten om mensen het nieuws te geven dat ze nodig hebben zodat ze een doordachte keus kunnen maken in het stemhokje.”

Zijn er signalen dat in Nederland eigenaren ingrijpen in de nieuwsvoorziening, of dat, in het geval van de publiek gefinancierde NOS, de overheid het NOS Journaal aanstuurt?

“Het gebeurt waarschijnlijk zelden dat eigenaren direct ingrijpen in de journalistieke praktijk. Dat is ook niet nodig. De hoofdredacteur zet de grote lijnen uit in overeenkomst met de wensen van het management, anders is hij of zij niet lang hoofdredacteur. Een hoofdredacteur heeft een hele klim gemaakt om die positie te bereiken; hij of zij weet wat er wordt verwacht. Een hoofdredacteur is medeverantwoordelijk voor het bedrijfsresultaat. Welke hoofdredacteur wordt niet afgerekend op dalende oplages?”

“Hetzelfde geldt voor zover ik weet voor het NOS Journaal of de actualiteitenprogramma’s van de omroepen. Wellicht wordt direct ingrijpen weleens geprobeerd, maar dit zijn uitzonderingen. De Nederlandse staat heeft geen zeggenschap over benoemingen in de omroepbesturen, maar toch zijn het ook bij de omroepen sinds oudsher de elites die aan het roer staan, hoe welmenend die mensen ook mogen zijn. Zoals bij de VARA. Daar zie je mensen in het bestuur die advocaat zijn of professor, betrokken zijn bij de PvdA, of die leidinggevende posities bekleden bij een milieubeweging, een uitgeverij of een pensioenfonds. Het zijn kortom niet het soort mensen dat snel zal morrelen aan de fundamenten van het economische systeem en Nederlandse buitenlandbeleid.”

Waarborgen redactiestatuten niet de onafhankelijkheid van redacties ten opzichte van de eigenaren?

“De redactiestatuten zijn in principe een goed idee. Ze zijn bedoeld om redacties af te schermen tegen directe inmenging van de eigenaren. Maar zover ik weet zijn ze vooral een dode letter. Eigenaren hoeven helemaal niet direct in te grijpen. Het probleem is dat sluipenderwijs het marktdenken de journalistieke praktijk heeft doordrongen. Journalisten weten wat er van ze verwacht wordt, welke verhalen een kans maken en welke niet, en dat het geen zin heeft om voor Don Quichot te spelen.

Het is inmiddels een publiek geheim dat het idee van de journalistiek als waakhond van de democratie allang achterhaald is. Journaliste Mathilde Sanders heeft een ontluisterende serie blogs geschreven over de Nederlandse journalistiek en haar eigenaren. Zo schrijft ze dat docenten aan een postdoctorale opleiding journalistiek hun kandidaat-studenten simpelweg uitlachten als die begonnen over de journalistiek als controleur van de macht. In zo’n klimaat doen redactiestatuten er weinig toe. Er is de wet en dan is er de praktijk.”

Volgens Chomksy en Herman oefenen adverteerders grote invloed uit op de nieuwsvoorziening. Volgens u is dit in Nederland niet anders?

“Ook in Nederland is de journalistiek sterk afhankelijk van advertentie-inkomsten. Dit geldt zelfs voor de publieke omroepen, die een vierde van hun inkomsten halen uit advertenties. De commercialisering in Nederland is minder ver doorgevoerd dan in de VS, maar dat is een schrale troost. De invloed van adverteerders is groot maar ook subtiel, dat is de schoonheid van het systeem. Er even vanuit gaande dat de media inderdaad mensen geven wat ze willen, dan gebeurt dat alleen als adverteerders ook OK zijn met de inhoud. Bijvoorbeeld, kritiek op het kapitalisme is natuurlijk niet OK voor bedrijven zoals Shell en Philips. Als het sporadisch gebeurt, OK, maar niet structureel.”

“Adverteerders hoeven niet direct in te grijpen in de nieuwsvoorziening om hun wensen kenbaar te maken. Mediabedrijven weten wat goed speelt bij adverteerders: celebrity glossies enzo. Dus zet je zo’n tijdschrift op en geen maatschappelijk bevlogen blad. Kritiek op het kapitalisme past simpelweg niet in de bladformule, dus journalisten halen het zich niet eens in het hoofd zulke verhalen te pitchen.

De invloed van adverteerders bestaat dus vooral in het feit dat ze bepalen welke publicaties overleven in de markt en welke ten onder gaan. Neem Het Vrije Volk in Nederland. Die krant werd goed gelezen maar ging toch ten onder, ten dele omdat de lezers voornamelijk bestonden uit arbeiders, die relatief weinig te besteden hadden. Adverteerders waren gewoon niet zo geïnteresseerd.”

Toch heeft Het Vrije Volk kennelijk lange tijd kunnen voortbestaan zonder veel advertenties. Kennelijk kon je en kun je misschien nog steeds kranten maken die grotendeels drijven op betalende lezers.

“Het was de tijd van de Verzuiling, toen economische motieven minder belangrijk waren en meer mensen bereid waren een krantenabonnement te nemen. Meer in het algemeen: we moeten niet vergeten dat het economische systeem waaronder de Nederlandse media gebukt gaan niet zo effectief is als bijvoorbeeld het Chinese censuursysteem. In het Westen is meer mogelijk, ook binnen de gevestigde journalistiek zelf. Het grote gevaar in Nederland is dat mensen denken dat het niet nodig is.”

“Wat betreft het heden en de toekomst: Is het mogelijk om economisch te overleven door goede journalistiek te bedrijven? Natuurlijk! Of het nog mogelijk is om een kritische papieren krant te maken met grote oplage, uitsluitend gefinancierd door lezers? Ja, ik denk dat dit zeker ook mogelijk is, maar waarom zouden we het ons extra moeilijk maken? Het internet biedt betere mogelijkheden voor een kritische journalistiek. In de VS doen de TV programma’s Democracy Now! en The Young Turks het goed. Het internet staat vol met fantastische journalistieke verhalen en inzichtelijk commentaar. Goede informatie is beschikbaar, maar het bevindt zich in de marges van of helemaal buiten de mainstream media.”

Naast de invloed van eigenaren van de media en de adverteerders, is, volgens u, ook het derde kenmerk van het propagandamodel van toepassing op de Nederlandse media: ‘sourcing’.  Journalisten leunen voor hun informatie zwaar op overheden, bedrijven en andere vertegenwoordigers van de gevestigde orde.

“Officiële bronnen zijn prominent aanwezig in de verslaggeving. Dat is ook geen wonder. Tegenover elke Nederlandse journalist staan minimaal een paar pr-functionarissen. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks honderden miljoenen euro’s belastinggeld aan public relations.  Journalisten zien dat terug in het grote aantal persberichten dat ze te verwerken krijgen. Journalisten besteden veel tijd aan het bezoeken van persconferenties en andere pseudo-nieuwsevenementen, georganiseerd door overheden, bedrijven en andere instituten.”

“Voor commerciële media, die de kosten zo laag mogelijk willen houden, zijn die persberichten en persconferenties uiterst welkom, omdat ze zorgen voor een constant aanbod  van ruw nieuwsmateriaal, dat weinig bewerking nodig heeft, en dat geleverd wordt door organisaties met een zorgvuldig gecreëerd imago van betrouwbaarheid.”

“De rijken beïnvloeden de journalistiek dus met wat sommige academici ‘verborgen subsidies’ noemen. Ze leveren het ruwe nieuwsmateriaal gratis aan de journalisten. Dit werkt alleen omdat de media zo op de centen moeten letten, anders gaan ze ten onder in markt. Journalisten kunnen niet te kritisch zijn over de hofleveranciers van het nieuws. Parlementaire verslaggevers en politici hebben een symbiotische relatie. Ze hebben elkaar nodig, voeden elkaar. Journalisten die erg kritisch berichten over bepaalde politici, verliezen hun toegang tot die politici. Journalisten die de politici te vriend houden, houden toegang en worden soms ook beloond in de vorm van adviesopdrachten en uitnodigingen voor het modereren van seminars en debatten.”

“Het beeld van de journalist die uit eigen initiatief op pad gaat, geheime ontmoetingen heeft en verborgen informatie aan het licht brengt is dus misleidend, want zo werkt het maar zelden. Het zijn de elites die het nieuws maken, niet de journalisten.”

U noemt nog een reden die journalisten ervan weerhoudt eigen ideeën voor verhalen uit te werken. Dat is het in de beroepsethiek ingebakken streven naar ‘objectiviteit’. Om te voorkomen dat ze ervan beschuldigd worden subjectief te zijn, kiezen ze voor de veilige weg – het citeren van officiële bronnen.

“Objectiviteit zegt dat journalisten geen activisten mogen zijn. Ze schrijven alleen op wat er ‘gebeurt’. Dus als de machtige politici het ergens over eens zijn, dan zal er weinig kritiek te lezen zijn in de media, zelfs als de politici het totaal verkeerd hebben of bijvoorbeeld iets doodzwijgen omdat het niet in hun belang is het er over te hebben. In de VS bijvoorbeeld gaat het politieke debat bijna nooit over armoede, maar over de middenklasse. Dus hebben de media het ook bijna nooit over de vele armen die de VS ‘rijk’ is. Omdat de Democraten zich niet verzetten tegen de door de Republikeinen gewenste oorlog in Irak, deed de pers dat grotendeels ook niet, met een ramp tot gevolg.”

“Objectiviteit betekent in de praktijk dat machtige bronnen voorrang krijgen in het nieuws. De journalistiek weerspiegelt vooral de verschillen van meningen van de elites onderling. Als de elites niet onderling van mening verschillen dan is er geen nieuws. Wat de bevolking denkt doet er nauwelijks toe.”

“Een oorzaak dat er zoveel entertainment-nieuws is, is dat dit commercieel slim is. Dat nieuws is makkelijk te krijgen en politiek veilig. Onderzoeksjournalistiek wordt wel gedaan in een commercieel systeem, maar blijft marginaal want het is duur en onzeker en politiek gevaarlijk. Het is gewoon geen aantrekkelijk product om te verkopen.”

Het vierde kenmerk van het propagandamodel is ‘flak’, oftewel luchtafweer. Als je als journalist ingaat tegen de gevestigde orde, word je aangevallen.

“De helft van de hoofdredacteuren van landelijke kranten in Nederland zegt dat politici zich soms beklagen over bepaalde berichtgeving, blijkt uit een studie. En het gebeurt dat zij verzoeken inwilligen om bepaalde informatie uit de krant te weren. Journalisten doen daarnaast aan zelfcensuur en trekken ideeën voor artikelen in, bijvoorbeeld omdat officiële bronnen niet mee willen werken, er druk ontstaat vanuit de adverteerders of de politiek, of als ze aanvoelen dat een idee voor een onderwerp niet past binnen de heersende ideologie. Geert Wilders heeft diverse pogingen ondernomen om flink te bezuinigen op de NPO uit ontevredenheid over de manier waarop de omroepen over hem berichten. Kritiek en dreigementen door elites hebben effect op de media.”

Het vijfde en laatste kenmerk van het propagandamodel is de heersende pro-marktideologie. Wat niet binnen die ideologie past, wordt weggefilterd uit het nieuws.

“Tijdens de Koude Oorlog heerste er in Nederland een pro-Amerikaans, anti-communistisch klimaat. Sinds de val van de Berlijnse Muur is daar het geloof in de markt voor in de plaats gekomen als oplossing voor alle problemen. Je ziet dat in de politiek, waar met de opkomst van de PVV, en het opschuiven van de PvdA naar het midden, een ruk naar rechts is ontstaan. Journalisten zijn hierdoor in een neoliberale omgeving beland. Je ziet dat de commerciële media de politiek betichten van oneerlijke concurrentie vanwege de overheidssteun aan de publieke omroepen, die dan ook heel veel hebben moeten bezuinigen.”

Chomsky en Herman hebben met hun ‘paired examples’ studie aangetoond dat de Amerikaanse media selectief berichten. Zo wordt een slachtpartij aangericht door een bevriende natie in neutrale termen beschreven of zelfs geheel verzwegen. Terwijl er schande van wordt gesproken als hetzelfde gebeurt in een land dat in conflict is met de VS.  Is dit al eens onderzocht voor de Nederlandse media?

“Lang geleden stuurde ik een voorstel voor een promotieonderzoek naar een gerenommeerde Nederlandse professor in de journalistiek om die studies van Herman en Chomsky ook voor de Nederlandse media te doen. De methode van ‘paired examples’ die ze gebruiken is sterk. Het toont duidelijk aan dat over vergelijkbare gebeurtenissen die min of meer tegelijkertijd plaats hebben heel verschillend wordt bericht, in het voordeel van de nationale elites, zoals de grote bedrijven en de gevestigde politieke partijen. Het is nogal wat als je de ‘vrije pers’ zo te kijk kan zetten. De professor schreef terug dat hij het geen goed voorstel vond, ten dele omdat het onderzoeksresultaat voor de hand lag. Dat klopt. Het resultaat ligt voor de hand: in de Nederlandse media zal je in grote lijnen dezelfde ongelijke behandeling van buitenlandse gebeurtenissen vinden die de belangen van de elites van het land weerspiegelt.”

“De enige studie die Herman en Chomskys werk heeft toegepast op de Nederlandse media, dus inclusief de ‘paired example’ methode, was een masterscriptie van Lex Rietman over de behandeling van verkiezingen in Centraal-Amerika in de jaren tachtig. De Amerikaanse pers volgde de conclusies van het Witte Huis. Verkiezingen werden ‘vrij’ genoemd als het Witte Huis dat deed en ‘oneerlijk’ als het Witte Huis dat deed.  Onafhankelijke verkiezingswaarnemers en mensenrechtenorganisaties kwamen overigens tot omgekeerde conclusies, maar zulke bronnen werden blijkbaar niet betrouwbaar geacht door journalisten. De Europese pers, ook de Nederlandse, zat op dezelfde wijze fout. Volkskrant-correspondent Jan van der Putten vormde overigens een eerbare uitzondering.”

“Meer in het algemeen blijkt uit ander onderzoek over de buitenlandberichtgeving in de Nederlandse media dat ze inderdaad een versie van de werkelijkheid tonen die de belangen van de politieke en economische elites dient en hun versies van de waarheid voorrang verleent. De berichtgeving over de Irak-oorlog is een duidelijk voorbeeld. De New York Times en Washington Post hebben overigens na de invasie de hand in eigen boezem gestoken. De Nederlandse kranten hebben dit nooit gedaan.”


Artikelen van Tabe Bergman: