Posted on

Identitaire Beweging vooralsnog niet verboden in Oostenrijk

Identitaire Beweging

De centrumrechtse ÖVP die zondag de Oostenrijkse parlementsverkiezingen won, kreeg vorige week een opvallende oorvijg. Kurz’ partij wilde, zoals aangekondigd, nog voor de parlementsverkiezingen een verbod van de Identitaire Beweging doorvoeren. De resolutie hierover in de Nationalrat kreeg echter niet voldoende steun. De nationaal-conservatieve FPÖ en verrassend genoeg ook de centrumlinkse SPÖ stemden tegen. 

Het door Peter Pilz van Groenen-afsplitsing Jetzt ingebrachte voorstel beoogde diverse verenigingen waarin de Identitairen georganiseerd zijn te ontbinden. Het ging concreet om de verenigingen “Verein zur Erhaltung und Förderung der kulturellen Identität”, “Verein für nachhaltige Völkerverständigung und Jugendarbeit” en “Verein für unabhängige Medien- und Informationsarbeit”.

ÖVP stemde voor verbod Identitaire Beweging, SPÖ tegen

De blamage voor Sebastian Kurz’ ÖVP is des te groter, nu niet eens de SPÖ de door Pilz aangevoerde onderbouwing voor een verbod van de verenigingen overtuigen vond en in plaats daarvan samen met de FPÖ tegen het verbod stemde.

Kurz noemde verbod Identitairen coalitievoorwaarde

Het is echter niet uit te sluiten dat de ÖVP zal proberen alsnog een verbod van de Identitaire Beweging te realiseren. Zo stelde Kurz eerder dat een verbod van de Identitaire Beweging een voorwaarde is voor een regeringscoalitie.

Opnieuw coalitie met FPÖ of met Groenen?

Op basis van de voorlopige uitslag van de parlementsverkiezingen van zondag, lijkt Kurz rekenkundig veel mogelijkheden te hebben om een parlementaire meerderheid te vinden voor zijn regering. Aangezien samenwerking van ÖVP en SPÖ echter bij beiden niet gewild is, ligt een hernieuwde coalitie met de FPÖ voor de hand. Het alternatief is een coalitie met de Groenen, eventueel aangevuld met de liberale partij NEOS.

Posted on

Gaat Kurz toch opnieuw met FPÖ regeren?

FPÖ-leider Norbert Hofer met Viktor Orbán

Komende zondag zijn er in Oostenrijk verkiezingen voor het parlement. Sebastian Kurz hoopt daarna weer kanselier te kunnen worden. De FPÖ hoopt boven de 20 procent te komen. Zullen de partijen elkaar ondanks de schandalen toch weer vinden?

Na de zogenoemde Ibiza-affaire viel in mei de coalitie van de centrumrechtse ÖVP en de nationaal-conservatieve FPÖ uiteen. De regering van kanselier Sebastian Kurz (ÖVP) kwam door een motie van wantrouwen ten val. Aanleiding voor de regeringscrisis was een in 2017 heimelijk opgenomen video, waarin de toenmalige vice-kanselier en FPÖ-leider Heinz-Christian Strache een vermeende rijke Russin staatsopdrachten in het vooruitzicht stelde, als ze met haar geld de FPÖ aan de macht zou helpen. Kurz stuurde hierop aan op ontbinding van de regeringscoalitie. Kort daarop stemde het parlement hem als regeringsleider weg.

Van halvering FPÖ blijkt geen sprake

Ofschoon talrijke media destijds gretig over een “nederlaag van het rechts-populisme” schreven en een “halvering” van de FPÖ voorspelden, lijkt de rust inmiddels weergekeerd. Zelfs een nieuwe coalitie van ÖVP en FPÖ is niet uit te sluiten. In de peilingen staat de FPÖ rond de 20 procent. In de verkiezingen van 2017 behaalden ze 26 procent. Kurz’ ÖVP zullen ze niet inhalen, maar het is zeker mogelijk dat ze de centrumlinkse SPÖ voorbijstreven.

Overgangsregering

Sinds de val van Kurz, regeert in Wenen een overgangsregering van hoge ambtenaren. In de peilingen gaat de ÖVP met 31 à 36 procent veruit aan kop, flucteert de SPÖ tussen 20 en 23 procent en ligt de FPÖ opvallend stabiel op 19 à 21 procent. Verder lijken de Groenen met 13 procent verzekerd van terugkeer in het parlement en kunnen de liberale NEOS mogelijk de tien procent halen.

Ibiza-affaire en Shredderaffaire

De verkiezingscampagne stond enige tijd in de schaduw van de Ibiza-affaire. Vlak na de val van de coalitie blufte Kurz nog dat hij op 40 procent mikte, maar ook hij moest een veertje laten. Zo kwam naar buiten dat kort voor de succesvolle motie van wantrouwen een regeringsfunctionaris vijf harde schijven op een verdachte manier had laten vernietigen. Hij liet dit namelijk onder valse naam door een gespecialiseerd bedrijf doen en een paar keer herhalen. Dit werd bekend als de shredderaffaire.

Hofer nieuwe partijleider FPÖ

De voormalige FPÖ-leider Heinz-Christian Strache speelde in de campagne echter nauwelijks een rol. Ook al zou hij achter de schermen aan zijn comeback werken. Het partijcongres stemde bijna unaniem voor voormalig presidentskandidaat Norbert Hofer als nieuwe partijleider. Na de Ibiza-affaire en het aftreden van Strache had hij deze rol reeds waargenomen. Na zijn verkiezing tot voorzitter ging Hofer slechts kort op zijn voorganger in, die niet op het congres aanwezig was. Hij stelde dat Strache “ongelooflijk veel gedaan” heeft voor de partij. De FPÖ is in het verleden dikwijls bijna de grootste partij geworden, aldus Hofer, maar werd steeds gehinderd door eigen fouten. “Nu weer”, aldus Hofer verwijzend naar de Ibiza-video.

Energieke campagne Hofer en Kickl, FPÖ rond 20 procent

Samen met oud-minister van Binnenlandse Zaken Herbert Kickl heeft Hofer een energieke campagne gevoerd. Ze spanden zich tot het laatst in om de partij boven de 20 procent te krijgen. In de vorige nationale verkiezingen, in 2017, kwam de FPÖ op 26 procent. Hofer baarde verder Europa-breed opzien, toen hij in 2016 in de presidentsverkiezingen nipt verloor van de Groene Alexander van der Bellen. In tegenstelling tot de begenadigde populist Strache en de bij de achterban geliefde Kickl, geldt Hofer als gematigd en ook voor kiezers uit het midden aansprekend.

Hofer wil rechts-extremisten snel uit de partij gooien

Op het congres werd al duidelijk dat hij de leiding van de partij ferm ter hand wil nemen. Zo liet hij zich als voorzitter door het congres meer bevoegdheden toedelen om partijleden te kunnen royeren. “We moeten kunnen ingrijpen als we zien dat iemand de partij schaadt. Daar moeten we snel en gedecideerd op reageren.” Waarnemers zien dit als toegeving aan oud-kanselier Kurz, die van zijn voormalige coalitiepartner een duidelijke uitsluiting van rechts-extremisten verlangde.

Kurz wil Identitaire Beweging verbieden

Geheel in lijn met een nieuwe ÖVP-FPÖ-coalitie is ook dat het congres Hofers motie voor een “volledige uitvoering van het met de ÖVP in 2017 uitgewerkte regeringsprogramma” steunde. Mogelijk staat of valt een herhaling van de coalitie met een verbod van de Identitaire Beweging. De ÖVP wil hiertoe het verenigingsrecht wijzigen, zodat dergelijke organisaties sneller verboden kunnen worden. De nieuwe regeling zou voor de ÖVP een “absolute voorwaarde” voor een coalitie zijn, zo verklaarde Kurz. Voor de FPÖ zou het daarentegen een actie zijn waarmee ze een deel van haar natuurlijke achterban van zich vervreemdt.

Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on

Kunnen Gele Hesjes en Identitaire Beweging krachten bundelen tegen systeem?

De laatste maanden zien we in verschillende landen in West-Europa dezelfde tendensen opduiken. Mensen raken gefrustreerd over de politiek en gaan de straat op. Van allerlei kleine acties en manifestaties tot grotere betogingen. Er zijn twee grondstromingen te zien, die elk vanuit een eigen achtergrond in opstand komen. 

Enerzijds heb je de groei van identitaire bewegingen in West-Europa. Van Generation Identitaire in Frankrijk en de Identitäre Bewegung Österreich, tot Schild&Vrienden in Vlaanderen, ze lijken zich allemaal te hebben aangepast aan de 21ste eeuw. In Vlaanderen is die tendens zelfs zeer opmerkelijk. Van een verouderde Vlaams-nationale beweging, komt er nu vanuit de ruïnes  een moderne organisatie die een strakke organisatie heeft en een zeer groot bereik via de sociale media. Sinds de ‘Mars tegen Marrakech’ zien we dat dit zich ook kan vertalen in mobilisatiekracht op straat. Het was alvast een veel gevarieerder en jonger publiek op de manifestatie dan in het verleden de Vlaamse beweging op de been kon brengen. De nieuwe aanpak trekt vooral jongeren aan, en  laat zien dat identiteit weer leeft bij jongeren. De grote migratiestromen en de ‘incidenten’ veroorzaakt door ‘verwarde mannen’ spelen blijkbaar bij een jonge generatie.

Anderzijds heb je de opstanden van de ‘gele hesjes’. De druk van de belastingen op loon, accijnzen op benzine, de btw op energievoorzieningen… Het treft de mensen in de geldbuidel. We horen vaker dat er geen geld is om de lage pensioenen op te krikken, en de werkende bevolking komt niet vooruit op financieel vlak. De naweeën van de financiële crisis zijn dan ook dat de huidige generatie van pas afgestudeerden opgezadeld zit met torenhoge schulden. De QE-operaties (kwantitatieve geldverruiming, red.) van de ECB om meer dan 1000 miljard euro in de economie te pompen blijken slechts doekjes voor het bloeden te zijn geweest, maar het systeem blijft rot. Ondertussen zijn de schuldigen van de financiële crisis vrijuit gegaan voor de immense risico’s die ze hebben genomen met het spaargeld van de mensen en is de schuldenberg allerminst afgenomen.We kunnen dus nog uitkijken naar een volgende zeepbel die ons te wachten staat.

Identitair en sociaal-economisch

Over de verhouding tussen die twee grondstromen valt veel te zeggen. De identitaire en de sociaal-economische hebben altijd een wat vreemde verhouding gehad. Als we kijken naar de verouderde links/rechts-as zijn ze aan elkaar tegengesteld. Die zou bij rechts een (neo)liberale economische koers plaatsen, en bij links een progressief ethisch beleid. Voorbeelden zijn nog altijd legio te vinden die zich hier aan vasthouden. Anderzijds hebben de beide symptomen één gemeenschappelijke vijand en is het uit pragmatisch oogpunt al moeilijker te begrijpen waarom radicaal-links en radicaal-rechts niet samenwerken tegen de gemeenschappelijke vijand, het liberale politieke systeem.

Een sociaal-economisch beleid dat zich afzet tegen het centraal bankierssysteem en de groeiende ongelijkheid op mondiale schaal zou perfect kunnen samengaan met een cultureel conservatief beleid dat zich eveneens afzet tegen de grote migratiestromen en het verdwijnen van onze cultuur en tradities.

Problemen op links

Voor de radicale linkerzijde zijn er echter twee problemen om zich te verzoenen met rechts. Enerzijds is de verzorgingsstaat gefundeerd op het centraal bankierssysteem. De overheid heeft jaren alsmaar meer kunnen uitgeven dankzij de leningen en staatsobligaties die ze via de ECB heeft kunnen verkrijgen. Hoe groter de schaal waarop de overheid zijn leningen kan verspreiden, hoe meer cadeautjes die kan uitgeven. Het cliëntelisme is een belangrijk deel van de economische crisis. De voorbeelden van een Griekse overheid die zijn begroting niet op orde wist te houden, zitten bij iedereen die de financiële malaise heeft gevolgd wellicht nog in het geheugen.Niet toevallig werden ze een aardig handje geholpen door de bankiers van Goldman Sachs om hun begrotingen
op te smukken. Dat er nog steeds een ex-Goldman Sachs-jongen verantwoordelijk is voor de ECB en voor
het bijdrukken van meer dan 1000 miljard euro in de geldvoorraad is dus geen toeval. Het perverse aan het systeem is dat de grote meerderheid van het geld in omloop niet bij de ‘kleine man’ terecht komt, maar dat hadden jullie wellicht al door.Anderzijds is er de omschakeling van de linkerzijde van een communistische beweging, naar een cultuur-marxistische beweging. Onder invloed van de Frankfurter Schule zijn ze zich voor hun engagement gaan baseren op het aanvallen van hun eigen cultuur en tradities op basis van een hoog schuldcomplex. De zwarte
pieten-discussie, opiniestukken waarin het lidwoord ‘het’ geproblematiseerd wordt tot de ‘refugees welcome’-campagnes liggen in dat rijtje. Dan hopen ze met een progressieve coalitie aan de macht te kunnen komen, terwijl de groene partijen en links-liberale partijen als D66 net de partijen zijn van gegoede stadsmensen die welvaren bij het kapitalistisch systeem. Van een systeemverandering kan er dus met zo’n benadering ook geen sprake zijn.

Problemen op rechts

Langs rechterzijde zijn er ook zwakke punten te vinden. Eén daarvan is dat de laatste jaren, zeker sinds 9/11
een groot deel van rechts blijft hameren op ‘islamisering’ terwijl dit eerder een gevolg is van het liberale migratiebeleid én vanuit een bewuste sponsoring en bewapening door onze overheden van jihadisten in het Midden-Oosten. Bovendien worden zo de migranten geviseerd in plaats van de schuldigen van het systeem. Dat de grote migratiestromen georganiseerd zijn vanuit het Midden-Oosten door het bewust destabiliseren van die landen en het financieren van ngo’s om migranten naar Europa te brengen mogen we op rechts nooit vergeten.

Voorbij de patstelling

De hoop dat we voorbij deze patstelling geraken moet erin zitten dat het ongenoegen van de mensen zich op het politieke systeem gaat richten en naar onze politici en de overheid in zijn geheel. Dat heeft een verbindende kracht. Aan beide zijden van het politieke spectrum is er de keuze om zich als nuttige idioot in te laten zetten voor een falend liberaal systeem, of zich te richten op een systeemverandering. De journalisten van de mainstream media, de ordediensten en de politici vormen één front. Werpt de bevolking zich er tegenin, of blijft ze onderling verdeeld?

Posted on

Hoe zou een soeverein buitenlandbeleid eruitzien? (video)

In kwesties van buitenlands beleid is Europa niet leidend maar volgend. De diverse Europese landen kijken in de eerste plaats naar Amerika. De meeste Europese landen zijn dan ook aan Amerika gebonden via de NAVO of daaraan gerelateerde partnerschapsprogramma’s. Alleen al daarom kan er geen sprake zijn van een soeverein Europees buitenlandbeleid gemeenschappelijk of individueel. Als Europa een keer afwijkt van de Amerikaanse lijn, bekritiseert ze die echter slechts voorzichtig en gaat ze uiteindelijk vaak alsnog door de pomp. Hoe dan ook is het doorgaans Europa dat het meest geconfronteerd wordt met de gevolgen van het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten en Afrika. Zo wordt duidelijk dat de belangen van Amerika en Europa lang niet altijd samenvallen.

De vraag dringt zich dan ook op hoe een soeverein buitenlandbeleid eruit zou kunnen zien. Manuel Ochsenreiter, hoofdredacteur van het Duitse geopolitieke magazine Zuerst, formuleerde in zijn toespraak tot het Institut für Staatspolitik  getiteld ‘Rußland, USA, Europa. Von Souveränität und Hegemonie’ een antwoord op deze pertinente vraag. Bekijk de video hieronder:

Lees ook:

Posted on

Bang voor rechts

Wat de Volkskrant vorig jaar zomer op papier deed, doet de VPRO dit voorjaar op beeld nog eens dunnetjes over. Het vrijzinnig progressief kartel ontdekt dat er iets beweegt in Europa. Tot verbijstering van het linkse journaille zeggen steeds meer Europese jongeren dat ze rechts zijn. En dat in het herdenkingsjaar van ‘1968’.

Zo zond de VPRO in haar documentaireserie Tegenlicht afgelopen zondag een portret uit van die rechtse jongeren in Duitsland en Oostenrijk. ‘Radicaal rechtse voorhoede‘ luidt de titel. De identitaire jeugd kwam in beeld en aan het woord in zo’n typische vrijzinnig-progressieve sfeerreportage. Sneeuw jaagt over de oneindige Midden-Europese vlakte. Een bus baant zich een weg over een eindeloze weg die in het witte niets verdwijnt. Verlaten dorpen, met een paar passanten die zich in de sneeuw buiten wagen. IJzig is de sfeer, winters, wit, wind. Maar binnen, in lokalen, is het warm en zitten veel jongeren aan het bier. Identitaire vlaggen hangen aan het plafond. Studenten bedrijfskunde, communicatie en geschiedenis leggen onomwonden uit waarom ze zich rechts noemen. Het wordt de gemiddelde kijker niet moeilijk gemaakt om zich 100 jaar terug in de tijd te wanen, toen Duitse jongeren samenkwamen in ‘bierkellers’. En buiten begroet een wat oudere man een geit. Sneeuwjachten huilen rond zijn statige woning. Het is Götz Kubitschek, uitgever en publicist, die door de documentairemaakster als spil in het nieuwrechtse en identitaire web wordt geplaatst.

Toch is het portret verrassend genuanceerder dan de makers pakweg 10 à 15 jaar geleden zouden hebben gemaakt. Op de Leipziger Buchmesse, waar Kubitschek en zijn vrouw hun boeken presenteerden, zien we wezenloze en inhoudsloze linkse jongeren leuzen scanderen en vechtpartijtjes uitlokken. De jongeren van Jungeuropa Verlag vertellen gewoon hun verhaal. “Ik vind het niks dat de focus steeds op de islam of de moslims ligt of die stomme vluchtelingen. Mijn focus ligt op het systeem. Het is de schuld van ons systeem en onze volledig mislukte politiek dat die mensen hier zijn uitgenodigd en hierheen gelokt en zomaar binnengelaten… We moeten dus de politiek bekritiseren die die mensen toeliet. Er moet een volledige herstructurering komen.”

Dat wil niet zeggen dat het een gedegen portret is dat documentairemaakster Britta Hosman heeft afgeleverd. Kubitschek, de Identitairen en het Forum voor Democratie worden in een adem genoemd. Alsof er geen inhoudelijke verschillen bestaan tussen deze drie vertegenwoordigers van ‘rechts’. Want zijn ze wel alle drie rechts? En vindt het hameren op “typisch Nederlandse waarden als het homohuwelijk” van Baudet c.s. wel instemming bij de Europese Identitairen? Hun focus is namelijk veel breder dan het door links zo verfoeide nationalisme. Zij spreken over een Europese heimat en Europese waarden die diametraal staan op de moderne liberale ideologie.

Maar gelukkig weet Britta Hosman de ware beweegredenen van al die rechtse jongeren. “Het overgrote deel zegt: ik ben bang voor de moderne tijd, ik weet niet hoe ik er mee om moet gaan,” zegt ze in een toelichting op haar documentaire. En met Freud zijn we dan weer terug bij de typisch linkse verklaring van alles wat in hun wereldbeeld niet past: “die mensen zijn gewoon bang”. En daarmee hoef je inhoudelijk niet op hun motivaties te reageren, hoef je inhoudelijk niet met hen in discussie te gaan. En zijn we weer terug bij de ijzige winterse beelden van de oneindige Midden-Europese vlakte, die vooral als doel hebben dat we toch wel bang moeten zijn voor al die bange jongeren…

Posted on

De VVD moet het maatschappelijk onbehagen serieus nemen

Deze voordracht vond plaats op 25 april voor VVD Drechtsteden.

In 2014 stuurde ik een vooraanstaande scouter van de VVD per email het volgende:

“De politieke uitdagingen zijn zó omvattend en groot dat twijfel ontstaat of de mensen die vandaag worden geselecteerd wel begrijpen hoe anders de machtsverhoudingen in de wereld over twintig jaar zullen liggen. Politici zullen met hardere realiteitszin naar ontwikkelingen moeten kijken; anders zal het gevolg een langzame neergang van Nederland zijn. Het gaat om intergenerationele belangen – ik vraag me echter af hoe zwaar die overweging voor zo’n selectiecommissie meetelt? Of gaat het meer om het belonen van vroegere bondgenoten?

De huidige politieke ‘elite’ heeft een postmodern en kosmopolitisch wereldbeeld en lijkt niet in staat de omvang van de crisis te bevatten waarop de West-Europese wereld afkoerst. Dat is een wereld van conflicten: cultureel (verwestering versus islam), militair (oorlog in het Oosten) en economisch: financiële instituten zijn inmiddels machtiger dan natiestaten. Terwijl het Westen een liberale visie op economie uitdraagt koopt een macht als China schaarse grondstoffen van failed states om die als drukmiddel te kunnen gebruiken.

Nederland is een polderland – hierdoor vergeten we hoe snel mensenmassa’s kunnen omslaan als de druk stevig oploopt. Denk aan een gebrekkige aansluiting tussen de opleiding van jongeren en de markt, een teruglopend voorzieningenaanbod en allochtonen die vatbaar zijn voor radicalisering. Een conflict met Rusland komt dichterbij al zal het misschien niet tot oorlog komen. De VS richt zich meer op Azië en wil het vergrijzende Europa niet meer op eigen kosten blijven beschermen.

Kortom, de voorwaarden voor een omslag beginnen langzaam vorm te krijgen; ons beleid wordt echter nog steeds gemaakt door politici uit de poldertijd. We moeten de grote geopolitieke vragen stellen en hierbij telt ieder jaar – ieder jaar brokkelt de geopolitieke status van Europese landen als Nederland verder af. Ik verneem graag of ik in dit denkwerk een rol zou kunnen spelen en ben zeer nieuwsgierig naar jouw kijk op de geschetste ontwikkelingen.”

Verbaast het u te horen dat ik vanuit het topkader niets meer heb vernomen? Terwijl we toch Trump, Brexit, het Oekraïne-referendum, het migratievraagstuk en de Turkse kwestie kregen: zaken die de elite overvielen maar waarvan de voorwaarden in Avondland en Identiteit al waren toegelicht. Onlangs vernam ik van een Kamerlid dat er achter de schermen uitvoerig is gesproken over mijn optreden bij Buitenhof.

Deugbubbel

Het Buitenhofdebat was feitelijk twee tegen één. Ik was uitgenodigd om als academicus die filosofie van de geschiedenis doceerde, het concept van het cultuurmarxisme te komen uitleggen. Voortdurend werden er spottende karikaturen van mijn argumenten gemaakt en vervolgens sloeg progressief Nederland elkaar op de schouders als zou men het debat hebben gewonnen.

De doorsnee Nederlander leeft echter in de realiteit. De kijker herkent dat de zaken die ik aankaart, veel dichter met die dagelijkse realiteit overeenstemmen dan gebruikelijk is in de roze wolk van de culturele elite of zo u wilt de deugbubbel. Dit stelde mij in dat debat voor een keuze: Óf de inhoud in – uitleggen als academicus ‘wat is cultuurmarxisme’ en kortom een verklaring geven van het ontstaan en de inhoud van het begrip, of mezelf verdedigen tegen misrepresentaties van mijn argumenten en spotaanvallen op de persoon. Ik koos ervoor om zo inhoudelijk mogelijk te blijven, wetende dat de doorsnee kijker de harde realiteit beter aanvoelt dan de jetset van de NPO. Deug-Nederland feliciteerde zichzelf maar de rest zag realiteitszin versus een roze wolk: in het Centraal Boekhuis was Avondland en Identiteit leeggekocht en er verscheen een derde druk.

Het Buitenhof-debat ging aanvankelijk uitgebreid in op de geschiedenis van Antonio Gramsci in de vroege twintigste eeuw. Toen ik even later de invloed van the New Left aankaartte, hoorde ik plots dat die geschiedenis “niet relevant zou zijn voor het heden”. Witteman zei dat hij Avondland en Identiteit niet wilde bespreken maar slingerde er toen plots een quote uit het boek in toen het gesprek qua framing de verkeerde kant dreigde op te gaan.

Knock-out argumenten

Al met al heb ik daar meerdere zaken onweersproken gezegd. Links heeft wegens de globalisering geen realistisch economisch verhaal meer te bieden. Hierom stelt links een agenda van identiteitspolitiek voor, om het taalgebruik en het denken te zuiveren van alles dat zou kunnen kwetsen: dit geeft links vandaag geen economisch maar een religieus karakter. De kerk verbiedt alles wat leuk is en links verbiedt alles wat zou kunnen kwetsen. Minderheden, zoals allochtonen en arbeiders, verlaten het linkse moederschip. Ten slotte is de ‘progressieve’ counterculture vooral schadelijk geweest voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Al deze knock-out argumenten kregen geen enkele weerspraak tijdens het debat.

Cultuurverandering blijft een hot topic. Zo wordt Mozart gecensureerd terwijl de politie meer bezig is met iftarren dan met boeven pakken. Moslimkinderen worden opgeroepen om zich niet Westers te kleden met het zomerse weer. Belasting op groente en fruit gaat stijgen terwijl de dividendbelasting voor multinationals is geschrapt. D66 wil het referendum dood en dan hebben we het nog niet over de transferunie waar we momenteel worden ingerommeld.

Volksopstand over Transferunie?

Dit gaat stapje voor stapje, zodat het urgentiegevoel steeds te beperkt is voor een opstand, maar Macron en Merkel hebben allang besloten dat die transferunie er komt. Op de ALDE-congressen mag Rutte nog tegengas geven voor de vorm. Hans van Baalen kennende ziet hij die transferunie ook zeker niet zitten, maar uiteindelijk zal ALDE – om de internationale verhoudingen ‘soepel te houden’ – toch tekenen onderaan de streep. En dan vlug door naar de écht belangrijke zaken, zoals die dekselse want veel-te-conservatieve Polen en Hongaren.

Via de monetaire unie zijn landen aan elkaar verslingerd maar zij hebben geen macht over elkaars nationale begrotingen en economische beleid. Die transferunie staat dus te gebeuren: het is onduidelijk hoe dit kan worden gestopt tenzij er een full blown volksopstand uitbreekt.

Hierover was laatst een gespreksavond met Thierry Baudet en Derk Jan Eppink. Eén van de vragen die ter tafel kwam was “hoe realistisch is een NEXIT?” Naar verluidt werd Baudet aan het denken gezet want hij heeft zich altijd laten kennen als – op zijn zachtst gezegd – een criticus van de EU. Maar de realiteit is wel dat wanneer je als kleine lidstaat begint te praten over NEXIT, dat er dan twee jongens bij de uitgang staan en die trekken hun handschoenen uit. Vervolgens slaan ze je en daarna slaan ze je met de kassa. Oftewel je zult worden kapotgemaakt voordat het idee goed en wel is gelanceerd in het publieke debat.

Gedisciplineerd denken over geopolitiek

Hierdoor zou een stappenschema van een gestage bevoegdheidsvermindering van de EU meer kans van slagen hebben. Dan stuit men echter op het feit dat de EU tot dusver onhervormbaar is gebleken en dat de groeiende geopolitieke blokvorming juist noodzaakt tot meer eenheid in buitenlandbeleid. Er is veel voor te zeggen om deze bittere pil dan maar te nemen en consequent dystopisch te denken. Zoals prof. David Engels doet in zijn boek Auf dem Weg ins Imperium. Maar het frame moet nu eenmaal positief zijn en hierom zullen wij in de komende jaren minder gaan horen over dystopieën en meer over Renaissances.

In hoeverre Engels’ boek nu smeuïg wegleest, daarover zijn de meningen verdeeld. Het is in ieder geval helder en systematisch: het dwingt de lezer om op een gedisciplineerde wijze na te denken over geopolitiek. Wat er ook met de EU zal gebeuren – het is evident dat West-Europa deze kar niet meer kan trekken. Groot-Brittannië heeft ruzie met de EU, met Rusland en nu ook met de VS; Frankrijk wordt kapotgestaakt en heeft te maken met banlieues. Het land kent religieuze twisten en aangrijpende veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Duitsland vergrijst en moet eerst Oost-Duitsland uit het moeras trekken en daarna nog minstens een miljoen Afrikanen, zoals Robert Ossenblok nauwgezet heeft gedocumenteerd. België is een verhaal op zich. Italië heeft fikse schulden gekoppeld aan een enorme zwarte economie – ook dat land vergrijst in rap tempo.

Centraal-/Oost-Europa moet nu leiden

Kortom nu West-Europa in de fase van Late Empire is beland (waarover dadelijk meer), moet de toorts van Europees leiderschap aan Centraal- en Oost-Europa worden doorgegeven. Daar heerst een meer gegronde visie op migratie, islamisme en de verhoudingen tussen burgers en hun overheid. Deze landen weten wat het is om onder het juk te zitten van de Ottomanen en de communisten: op de experimenten van links-identitaire gekkies zit men daar niet te wachten.

West-Europa is ongevraagd het sociale experiment ingerold van een grootschalige migratie. Dat experiment faalt en vervolgens wordt de kritiek op het falende experiment (door Pankaj Mishra) toegeschreven aan “blanke mannen die zich voorbijgestreefd voelen” – die kortom boos zijn omdat het experiment tóch zou zijn gelukt. Dit is de catch-22 logica “maar ik ben geen racist – aha, dus u ontkent dat er een probleem is!” waar we het in West-Europa mee te schaften hebben, en die in onze afbrokkelende landen moet doorgaan voor een ‘publiek debat’. In Centraal- en Oost-Europa ontbreekt die gekkigheid en daarom zijn deze landen beter in staat om het beleid over deze existentiële kwesties vorm te geven. Het probleem is dat ze vanuit hun communistische verleden zijn gewend aan de underdog-rol en nu niet weten hoe ze het momentum kunnen aangrijpen om te leiden.

Het obsessieve gepraat over racisme verstoort iedere poging tot realistisch denkwerk. Nu weer vier piepjonge meisjes die hun universiteit willen dekoloniseren en smeken om thought police pardon diversity officers. “Wat weten zij nu van het leven?” is wat ik me hier afvraag. Wat weet ik er zelf nu van als dertiger? Kennelijk toch het een en ander – ik sta hier immers de VVD toe te spreken. Nu vind ik de benadering van Jurriaan Mulder toch constructiever dan die van de UvA meisjes. Toen hij met zijn Afrikaanse kompaan Manu een broodje at zei hij: “Wel helemaal opeten hè, de kinderen in Afrika hebben honger!” Zo kan er met een politiek-incorrect grapje toch een gesprekje ontstaan waarin serieuze thema’s worden aangesneden op een wijze die niet beladen of moralistisch is.

Puriteins moralisme tegenover rechtse humor

Dat is precies de kern van de zaak. De nieuwe realisten kennen humor en nuance: ze durven de draak te steken met heilige huisjes omdat ze met lichtheid en zelfspot in het leven staan. Maar hun tegenstander – regressief links – is precies het tegenovergestelde: dat kamp is feitelijk moralistisch, puriteins en fanatiek tot op het fundamentalistische.

Van dat moralisme nu een voorbeeld, en wel het debat tussen de Kamerleden Baudet, Becker en Sjoerdsma over gifgasaanvallen in Syrië. Baudet sprak over twee onverenigbare benaderingswijzen van geopolitiek. Gaan we met zijn allen naar een globale eenheid toe, of zijn er afgrondelijke conflicten? Zijn er universele regels die een wereldvrede mogelijk maken? Of zijn er slechts wisselende machtsverhoudingen met onherroepelijk winnaars en verliezers? Baudet concludeerde: het is een bittere pil om te slikken, maar het is beter als Assad dit conflict wint, want dat vergroot de stabiliteit van de regio.

Moralisme in geopolitiek

Becker reageerde verbeten en vanuit morele verontwaardiging. Even was er geen analist of nuchter redenerend bestuurder aan het woord, maar veeleer een ‘gelovige van de universele eenwording’. Er lag een zelotische schittering in haar ogen: daar ontvouwde zich het panaroma van Fukuyama’s Einde van de geschiedenis. Tot nu toe was het profiel van de VVD altijd nuchter no nonsense-realisme: het is pijnlijk maar waar om te zien dat Baudet in dit debat het meest realistisch is.

Het is zowel ernstig als betreurenswaardig om te constateren dat dit puriteinse moralisme nu ook naar de rechterkant van het politieke spectrum is overgeslagen. Dit is wat er gebeurt wanneer men de eigen ziel aan multinationals verkoopt en alle culturele en intellectuele vorming overlaat aan links. “Want op die thema’s zitten onze kiezers toch niet” (zo wordt geredeneerd sinds Bolkesteins aftreden). Maar de realistische stemmer, die zoekt ondertussen wel naar vorming en culturele inhoud. En in zijn vorming vindt hij Baudet.

Klassiek liberalisme uitgehold

Wat ten zeerste teleurstelt is dat zelfs het klassiek liberalisme van individuele vrijheid, nationale soevereiniteit (collectieve vrijheid) en rationalisme (vrijheid van geest), zich zo heeft laten uithollen door progressivisme: een stroming die staat voor gelijkheidsdwang, cultuurrelativisme en een overgave aan technocratische oligarchieën. Het liberalisme zoals dat vandaag bestaat heeft helaas de theologie van het christendom en het socialisme verinnerlijkt – dit wil zeggen een theologie van irrationalisme en maakbaarheidsgeloof. Hierdoor blijft van het klassiek liberalisme slechts een uitgeholde cocon over: wat resteert is een verwaterde kartel-ideologie die de belangen van multinationals omkleedt met een positieve tsjakka-vibe.

Dit kon gebeuren doordat de mensen die de posten bemanden van de conservatieve media en de klassiek liberale partijen, het product waren van een corporatistisch systeem vol vriendjespolitiek en elitaire families. Denk aan de tweehonderd van Mertens: een select gezelschap van grootindustriëlen, topambtenaren en vakbondsleiders die onder leiding van o.a. Joop den Uyl samen de knikkers verdeelden. Hun kinderen groeiden op in een bubbel buiten de realiteit en lieten zich gemakkelijk intimideren. Riep iemand eens “nazi!” dan waren deze wekelingen en softe types maandenlang bezig om zich te verontschuldigen.

Vossius & Deugballotage

Vandaag wordt ‘rechts’ echter bemand door types als Jesper Jansen. Zij komen ‘van de koude grond’ en geven er niets om hoe ze worden geframed. Dit zijn mensen met wortels in de werkende klasse die toch niet welkom zijn in de elitaire bovenlaag van onze cultuur. Want als je door een partijtop in dit land serieus wil worden genomen als gesprekspartner, dan moet je eerst laten zien dat je klassieke talen machtig bent die je op één of ander prestigieus Vossius gymnasium hebt geleerd. Stap twee om door de deugballotage te komen is dat je diezelfde klassieke talen vervolgens ironiserend kapotrelativeert omdat het toch allemaal ‘geschiedenis van blanke mannen is’. Maar om tot die tweede ronde te komen moet je dus wel eerst even laten aanvoelen dat die verfoeide culturele verfijning wél tot jouw sociale habitat behoort. Mensen als Jesper trekken echter met zero fucks given ten strijde tegen deze deug-elite. Wordt mooi!

Het eerder omschreven gevoel voor humor en nuance dat eigen is aan het nieuwe realisme heeft een oorsprong. Het uit zich ook in trolling en shitposts en referenda organiseren over nonsens-onderwerpen puur om gemeenteraadsleden te trollen. Zoals dat idee om politici in Arnhem zich te laten uitspreken over verplichte afbeeldingen van lolcats op verjaardagskaarten en discoballen in ieder overheidsgebouw. Want ja, wie werkelijk ziet wat West-Europa staat te wachten – de totale som van babyboomerschulden die worden afgeschoven op jongeren in een vergrijzende samenleving waar opwaartse sociale mobiliteit enkel nog is voorbehouden aan kosmopolieten in grootstedelijke centra omring door enclavevorming en radicalisering – kan eigenlijk alleen nog lachen om de absurditeit van de situatie. Een ironische levenshouding ontwikkel je vanzelf.

Mentale verharding

“Het zal mijn tijd wel duren, ik heb deze puinhoop niet gecreëerd, laat een ander de shit maar opruimen.” Dat is dan feitelijk de levenshouding die het meest loont – oftewel het “dikke ik” waarover Rutte sprak. Maar nu, Rutte, ga ik weer even terug naar mijzelf en naar mijn email aan die VVD-scoutingspersoon in 2014. Ik blik terug op mijn laatste vijf levensjaren en zie hoe ik beleidsmakers trakteerde op duizenden feiten, overwegingen en argumenten: tot nu toe had het nul komma nul effect om ook maar iets aan de opdoemende dystopie te veranderen. Dus ik begrijp die cynische levenshouding. “Vrouwen willen feminisme? Oké laat mijn date dan maar betalen. Wij mannen zouden vrouwen teveel overvleugelen? Wel dan ga ik ook niet ingrijpen als ik zie hoe een dronken jongedame wordt betast.” In deze situatie is mentale verharding the most sensible option.

Dát is de wereld die we nu krijgen dankzij de keuzes van de ’68-generatie. En ook dankzij de keuzes van een elite die sinds Pim Fortuyn al beter wist maar wegkeek omdat ‘de BV Nederland wel moest blijven draaien’. Let wel: een generatie met zo’n levenshouding gaat dus ook niet betalen om de shit van Afrika op te lossen. Ze zien welke deal er voor hen overblijft – hogere huren, een leeggepompte gasbubbel, hogere studieschulden en het stapelen van onbetaalde stages – en laten zich ook niet meer moralistisch chanteren. Hierom gaat voor links langzaam het licht uit en zij beseffen dit – hierom radicaliseren ze nu het nog kan, om hun vijanden zo veel mogelijk schade te berokkenen.

Geen spruitjeslucht maar wietlucht

Deze ‘vrijgevochten’ types zien zichzelf als meester en vormgever van eigen succes: zij hebben iedere band met het verleden gretig doorgesneden, want de spruitjeslucht van het ouderlijk huis mocht niet blijven kleven aan de nieuwe tuxedo van het corpsballetjesleven. Maar uiteindelijk heeft niet de spruitjeslucht de meeste schade gedaan, maar de wietlucht. Alles wat je op tafel achterlaat valt in handen van de vijand: zo redeneren zij. Niet in termen van cultureel erfgoed overdragen. Deze types zien zichzelf als ‘liberaal’ maar dromen er van om te worden aangesteld als juridisch specialist op een groot kantoor van een multinational.

Nu zien we weer hoe het voor innovatieve MKB’ers moeilijker wordt om zich juridisch te verweren wanneer het grootkapitaal hun patenten steelt. Stropdasje om, lekker upwardly mobile imago uitstralen, maar oh wee als de discussie op het migratiedossier komt. “Ik heb toch genoeg geld en connecties om die mensen nooit tegen te komen, dus ik vermijd dit onderwerp want ik kan er alleen in negatieve zin een racistisch imago aan overhouden.” Zo denkt de aangestelde liberaal. En een aangestelde liberaal is een inwendige tegenspraak: liberalisme hoort immers te staan voor eigenstandig, onafhankelijk en eigenzinnig denken.

Hofhermafrodieten

Kennelijk moet daarvoor een Nieuwe Zuil worden opgebouwd, want toen ik laatst bij Shell aankwam zei iemand: “Hoi Sid! Wat leuk dat je er bent! Laten we gaan lunchen! Maar beter niet op kantoor want je weet maar nooit wat we gaan bespreken.” Pas aangekomen bij een of andere Bakker Bart in een achtersteegje met alleen huisvrouwen en buggy’s met kinderen durfde de betreffende zijn verhaal te doen. Het kwam erop neer dat deze persoon al zes keer tevergeefs was opgewarmd voor een bevordering, terwijl in het bedrijf wel plots overal flyertjes over ‘mansplaining’ opdoken. “Het is maar goed dat er hier geen snaky corporate types rondlopen” zei ik. Of beter gezegd: hofhermafrodieten, sprekend met de oldschool humanist Baldassare Castiglione.

Hofhermafrodieten zijn gladde en manipulatieve mannen die tekenend zijn voor beschavingen waar maatschappelijke status meer met sociale netwerken samenhangt dan met de productie van tastbare welvaart. De masculiene architect bouwt een aquaduct en laat zo zien hoe hij de wereld onontwijkbaar verandert (Early Empire). Lakeien en eunuchen fluisteren de keizer in wie wel of niet tot de inner circle kan worden toegelaten: zij treden op de voorgrond in de fase van Late Empire en manipuleren de ongrijpbare relaties. De hofhermafrodiet gedijt in de bureaucratieën en  hofhuishoudingen die ontstaan wanneer urbane centra zich volzuigen met de welvaart die in de provinciën wordt gecreëerd. Waar hofhermafrodieten opduiken in de politiek gaan idealen en principes te gronde.

Rise and Fall

We hadden het al even over David Engels en zijn Rise and Fall-analyse. Wat hier gaande is kunnen we niet anders betitelen dan als ‘Late Empire’. Laatst werd ik benaderd door iemand die zei: “Sid, het spijt me, je zult het begrijpen – ik zat in de laatste maand van mijn proefperiode dus ik moest echt aan de blue pill.” Wegkijken om maar niet uit de toon te vallen op de werkvloer. Is dat nu het gezellige “ik hou van eigenwijze mensen” liberale Nederland waaraan we met zijn allen werken?

Toch wordt Nederland wakker. De Nederlandse Leeuw kreeg 2.100 mensen op de been waarvan de helft jongeren. Kwam nauwelijks in de media. Had een gesubsidieerde linkse club 400 activisten verzameld, dan was het breed uitgemeten bij Buitenhof en op de voorpagina van alle kranten als ‘energieke jongerenbeweging’.

‘Linkse’ opinieredacties blazen hoog van de toren over seksuele intimidatie, maar juist daar is dit het ergst. Zie Vice, zie Francisco van Jole, zie Jelle Brandt Corstius, zie al die idioten bij Oxfam Novib, Artsen Zonder Grenzen en andere ‘goede doelen’ die seksfeestjes hielden met kwetsbare en uitgebuite inheemse vrouwen – het gedrag van deze kosmopolitische wereldverbeteraars is zowel hedonistisch als hypocriet. Achter dat uitwendige moralisme gaat een door-en-door verrot mensbeeld schuil. Dat wist u natuurlijk al: ik moest het toch even vermelden omdat mijn realistische analyse anders als ‘reactionair cultuurpessimisme’ zou worden geframed.

Rot achter de gevel

We moeten West-Europa zien als een huis. Aan de voorkant ziet het er goed uit maar achter de voorgevel is er rot en structurele bouwfouten. De generatie die nu opgroeit voelt nattigheid, want de generatie die aan de macht is heeft het geloof in transcendente waarden opgegeven. Zij proberen er voor zichzelf het beste uit te halen: een fractievoorzitter krijgt een penthouse cadeau en een senator zit tijdens de stemming over de orgaanwet in een luxe resort op een tropisch eiland. Ondertussen werd tegen een CDA-bestuurder een zaak voorbereid wegens betrokkenheid bij de bouw van het grootste drugslab aller tijden.

Juvenalis beschreef de decadentie van het antieke Rome: wat vandaag in West-Europa speelt had hij niet kunnen verzinnen in zijn meest extatische visioenen. Men kan er hooguit om lachen omdat het zo absurd én decadent is. Maar met een politieke klasse die dit voorbeeld geeft kan West-Europa niet meer leiden. Het enige wat er hier qua continuïteit wordt overgedragen, is dat de generatie van opiniemakers en journalisten die nu wordt aangesteld nóg linksliberaler is dan de voorgaande. Zoals de grote Willem Cornax onlangs schreef: geef mijn portie maar aan fikkie.

Posted on

Grenzeloze experimenten

Bruno Latour

De Franse filosoof Bruno Latour spreekt in de Volkskrant. Aanleiding is zijn nieuwste boek, waarin hij klimaat, globalisering en migratie met elkaar verbindt. Volgens de filosoof is de klimaatkwestie dé geopolitieke kwestie van deze tijd. ‘Godin aarde slaat terug’ staat er boven het interview, waarmee Latour wil zeggen dat het klimaat de grenzen van wetenschap en oneindige groei aangeeft.

Hij begrijpt de reactie – die hij rechts noemt – op de lege belofte van eeuwigdurende vooruitgang. “Veel mensen willen daarom naar de oude natiestaat, omdat ze weten dat de droom van ‘outer space’ , van oneindige toegang tot natuurlijke hulpbronnen voorbij is… De horizon van moderniteit en economische groei is verdwenen. ” Links heeft hierop geen antwoord, want ze verkondigde zelf dat mantra decennialang. Latour wil hen een alternatief aandragen, omdat hij vindt dat links het beste antwoord heeft op mondiale ontwikkelingen zoals klimaatverandering, globalisering en migratie.

Maar ook bij de ideeën van Latour is de vraag ‘wat is links’ en ‘wat is rechts’? Want links is tegenwoordig gevangen in de bizarre cultus van identiteitspolitiek. Daarin strijden diverse groepen een wedstrijd wie het meest slachtoffer is. Hoor je daar niet bij – ben je niet slachtoffer genoeg, of erger, ben je onderdrukker – dan mag je niet meedoen. Dat bepaalt hun denken en handelen: een versplintering van politiek en samenleving. Waar Latour rechts van beschuldigt – zoeken naar identiteit in de oude natiestaat – doet links in overtreffende trap. Niet de trots op eigen cultuur, maar de prijs voor ‘het grootste slachtoffer’ is hun ideaal. Daar zal het “Europa als patrie”, waar Latour zijn hoop op vestigt, geen antwoord op zijn.

Kortom, ook Latour blijft een gevangene van het Franse denken dat zo typerend is voor ‘La Rive Gauche’. Het doet denken aan die sleetse jaren zeventig-opvatting, dat “de kraan linksom open gaat en rechtsom gesloten” wordt. Want ook Latour droomt van openheid en daarmee van grenzeloze experimenten, waarin voor de individuele mens geen plaats is. En naoorlogs links heeft deze experimenten – van Culturele Revolutie tot Seksuele Revolutie tot Humanitaire Revolutie – altijd gepropageerd. De gevolgen ervan ondervinden mensen waar ook ter wereld tot op de dag van vandaag. Dat is dé geopolitieke kwestie van deze tijd.

Posted on

Het Avondland in het licht van Spengler en de Islam

De nu volgende tekst is een ingekorte versie van een voordracht die Sid Lukkassen op 23 oktober jl. hield voor het KVHV Leuven.

Het motto van deze voordracht is: “Ducunt fata volentem, nolentem trahunt”: de gewillige leidt het lot, de onwillige wordt erdoor meegesleept; het lot zal leiden wie wil, wie niet wil zal het dwingen.

Uitgeverij Boom voltooide een vertaling van Der Untergang des Abendlandes (1918) van Oswald Spengler. Boom onderstreept met de publicatie (terecht) de urgentie en relevantie van Spenglers werk voor de huidige tijd. In deze verhandeling maak ik u deelgenoot van mijn omgang met Spengler en de waarde van zijn werk voor een politiek filosoof.

Culturen voorgesteld als levensvormen

Over Spengler moet allereerst gezegd worden dat zijn levensloop in alles naar de conceptie voert van Der Untergang des Abendlandes. Daarop volgt de receptie van dat werk en ten slotte wordt Spenglers leven geheel beheerst en getekend door zijn reacties op die receptie. Steeds keert daarbij terug dat er volgens Spengler ‘culturen’ bestaan; wezenlijk van elkaar te onderscheiden ‘levensvormen’. In de geschiedenis maken zij een analoge ontwikkeling door die in essentie de levenscyclus van een mensenwezen volgt.

Spenglers uitgangspunt wijkt af van het ‘maakbaarheidsdenken’ van de Verlichting en het techno-utopisme – daarom wordt zijn werk verworpen in progressieve kringen. Ook botst de cyclische uitleg van de historie met de lineaire voorstelling van het christendom (vanaf de schepping tot de openbaring gevolgd door de Apocalyps en de verlossing). Ook de nazi’s maakten Spengler het leven zuur: zijn geschiedsopvatting zou het onderwerp ‘ras’ verwaarlozen en werd als ‘fatalistisch’ aangemerkt.

Deze auteur overstijgt zijn tijdsgewricht

Spengler was groot vóór de machtsovername van de nazi’s en dit maakte hem tot een van de enkelen die nog in een positie was om het nieuwe regime te kunnen bekritiseren; dit scenario kan zich in onze toekomst makkelijk herhalen. Het zijn er maar weinigen die intrinsiek gedreven zijn om in alle omstandigheden objectief en kritisch te blijven – dit type mensen keert maar zelden terug op verkiesbare lijstplaatsen: partijbesturen kunnen dit persoonlijkheidstype simpelweg niet aan.

Het is ook precies waarom Spengler zijn tijdsgeest kon overstijgen en waarom het nazi-regime dat niet kon, evenzeer als dat de Westerse politieke partijen zichzelf vandaag overbodig maken. Permanent gevangen in de noodzaak om stemmen te trekken kijken partijleiders niet vooruit maar raken zij blijvend verweven in de waan van de dag. Populariteit, meeklappen en meeglibberen boven inhoud: de buitendienstcultuur in een notendop.

Wat de hofintriges van het politieke spel betreft zag Spengler scherp de schaduwzijden. Hij herkende die in de massapolitiek als voorwaarde voor plebiscieten en demagogie. Zoals toen grote aantallen mensen werden samengeperst in de straten van Rome; zuchtend naar vermaak en afleiding waren zij gevoelig voor bespeling en ophitsing door populaire volksleiders. Kijkend naar hoe joviaal de huidige leiders zich profileren zult u de buitendienstcultuur moeiteloos in hen herkennen: besef dat achter deze gemoedelijke façades meedogenloze partijhiërarchieën schuilgaan. De leden zijn aanvankelijk noodzakelijk om de partij op de kaart te zetten en populair te maken; zij worden gaandeweg op de achtergrond geplaatst en vervangen door teams van professionele spindoctors en imagomakers.

Spengler zou het daarom met ons eens zijn dat de oplossing van onze huidige malaise niet ligt in partijen met hun fladderige leiders – steeds vluchtig en jachtig op zoek naar bekende individuen wier populariteit op hen moet afstralen en die zij vervolgens weer afdanken en aan de kant schuiven – maar ligt in de geaarde binding aan een gemeenschap; een gemeenschap zoals zij vorm krijgt en wortels aanmaakt in een Nieuwe Zuil.

Dit project begrenst tegelijk de libertijnse en hedonistische ego’s van politici: het is de politicus die de zuil dient en politiek vertegenwoordigt; het is de zuil die de politicus corrigeert. De politicus kan omgekeerd niet leven zonder de zuil – zonder de zuil is het geen bestendigd gedachtegoed dat hem draagt maar slechts het vergankelijke beeld dat de spindoctor produceert. Daarmee – zonder zuil – ligt de macht bij de spindoctor en niet bij de gekozen volksvertegenwoordiger. Het zijn zuilen die democratieën überhaupt mogelijk maken, want zonder verankering in gewortelde gemeenschappen, in intellectuele arbeid en in Bildung, is het de wispelturigheid van het moment die de democratie beheerst; zo’n democratie is decadent en gedraagt zich min of meer als tirannie. Ook Spengler constateert in Der Untergang des Abendlandes dat de handel in imago’s een decadente democratie typeert.

Het boek zelf las ik voor het eerst in de vroege lente van 2008. Ik nam het boek mee op studiereis naar Berlijn, de hoofdstad van wat eens “het noordelijke Sparta” werd genoemd. Als er eens een uur was waarin de leerlingen zichzelf vermaakten, dan trok ik mij terug om in rust wat pagina’s te lezen – ik zette daarbij de ramen open en voelde hoe de lentebries zich binnenliet vanuit de skyline van de betonnen metropool. Zo werkte ik het boek in zijn totaliteit door, van kaft tot kaft – als een roman.

Duiding van het thema ‘Avondland’

Volgens Spengler is ‘alleen zijn in het woud’ de diepste religieuze ervaring van Europeanen. Gotische kathedralen bootsen die ervaring na – de meest geslaagde bouwwerken raken iets van het eindeloos ronddolen, wat we ook zien in de epische verhalen van de Westerse cultuur: het ronddolen van koning Arthur, Parsifal en The Lord of the Rings gaat terug op Odin: “Veel heb ik gereisd, veel heb ik gezien, veel van goden ervaren.” aldus het Vikinggedicht Vafþrúðnismál. Ook verwees Spengler vaak naar Gauss en Leibniz – naar ontdekkingsreizen en wiskundige formules. Het Westerse brein heeft een existentiële behoefte aan doorgronding en expansie: de oer-Europeaan vecht tegen de elementen en vormt het leven op het aambeeld van zijn wilskracht.

Europa is voor Spengler het ‘Avondland’ omdat het met zijn westelijke ligging de grond verbeeldt waarachter de zon verdwijnt wanneer de avond valt. Verkenningsschepen doorkruisten kolkende oceanen, zoekend naar nieuwe gebieden met helwitte stranden, waar de zon tot aan de einder loopt – dit was een tijd waarin de schepen van hout waren en de mannen van staal. “Westerse kunst staat gelijk aan het weghakken van de overvloedigheid der natuur” schrijft Camille Paglia. “De Westerse geest maakt definities; dat wil zeggen – deze trekt lijnen.” Het Europees intellect schept een logica die zich exponentieel doorzet, voorbij de grenzen van tijd en ruimte – het oneindige, het lineaire, het abstracte – raketten lancerend door een ijl heelal, afkoersend op onbekende bestemmingen. Dit is een belangrijk verschil met de Oosterse religies – in het boeddhistische Morgenland ligt het einddoel juist in het ophouden te streven. Vanuit deze tegenstelling denkend is ‘Avondland’ tevens een overkoepelend begrip voor de geestelijke cultuur van de Europese beschaving.

In Avondland en Identiteit wees ik vooral op de invloed van Spengler tegen de achtergrond van het fin de siècle. De meesters van de achterdocht, zoals Marx, Nietzsche en Freud brachten het Europese zelfvertrouwen aan het wankelen. Was die indrukwekkende Westerse beschaving niet een façade voor allerlei economische klassenbelangen, machtswellust en seksuele driften? Ook bleek het zelfnuancerende, zelfreflexieve bewustzijn van het christendom gevolgen te hebben voor het zelfbeeld van de Europese beschaving. Het Bijbelboek Daniël beschrijft een opeenvolging van wereldrijken die ten val komen: mede hierdoor hebben Euro­peanen de neiging om zichzelf te duiden binnen een geschiedenis die eigenlijk al is afgerond – als een uitvloeisel van een tijdperk dat reeds is afgesloten. Dit leidde tot relativisme en uiteindelijk tot schuldbesef, vermoeidheid en verlamming. Het is tegen deze achtergrond dat Spengler Der Untergang des Abendlandes schreef.

Een mogelijk dilemma is de lastige falsifieerbaarheid van Spenglers voorspellingen. Ieder fenomeen van verval is uit te leggen als een voorteken van het naderende instorten van een beschaving; dat verval is immers aangekondigd en vervolgens wordt alles in dat licht gezien. Alexis de Tocqueville, toch niet de minste, stelde het zeer krachtig: iedere nieuwe generatie biedt weer vers materiaal om te vormen naar de wensen die wetgevers vooropstellen. Als de wetgevers eenmaal decadent worden, dan is er een groter probleem.

Vervreemding van de eigen cultuur

Spinoza merkte al op dat wetten niet zijn opgewassen tegen de gebreken waarin mensen vervallen die te veel vrije tijd hebben – gebreken die niet zelden de val van een rijk veroorzaken. Zo stelt hij in hoofdstuk tien van Tractatus Politicus (1677) dat in het lichaam van een staat zich net als in een natuurlijk lichaam kwalijke stoffen ophopen, die zo nu en dan moeten worden gereinigd en doorgespoeld. De staat moet dan terugkeren naar haar uitgangspunt – naar de normen en waarden die de grondslag vormen van de bijbehorende cultuur. Blijft deze omwenteling uit, dan zullen het karakter van het volk en het karakter van haar staat volgens Spinoza twee verschillende paden inslaan. “Waardoor men er ten slotte toe komt de vaderlijke zeden te minachten en zich vreemde eigen maken, wat erop neer komt zichzelf te knechten.”

Vanuit deze verandering van heersende zeden komen wij vanzelf op de actuele migratiekwestie en het ‘Heimatgefühl’. Dit wil zeggen dat mensen, wanneer ze niet in de toeristische modus zijn, het liefst in een omgeving verkeren waar ze zich thuis, vertrouwd en geborgen voelen. Het woord ‘goed’ hangt oorspronkelijk samen met dat wat je ervaart als het eigene – vandaar ook een woord als ‘landgoed’. Met de instroom van andere culturen maakt dit thuisgevoel plaats voor maatschappelijke versplintering en sociaal atomisme. Mensen identificeren zich minder met elkaar waardoor solidariteit verdwijnt voor berekenend gedrag. De tradities die voor maatschappelijke samenhang zorgen verwaaien en men krijgt er enclavevorming voor terug.

Als een beschaving de fase van cultuurvervreemding heeft bereikt, dan treedt het onderscheid naar voren dat Spengler in Der Untergang des Abendlandes aanbracht tussen ‘slapende’ en ‘wakende’ zielen. De slapende zielen vertegenwoordigen de onderstroom van een beschaving: ze overdenken hun cultuur niet bewust maar beleven deze gevoelsmatig. Ze zijn verbonden met een oerkracht en sluimeren tussen met mos begroeide ruïnes waaruit een lichte nevel opstijgt. Soms komen ze spontaan in roering – precies om de “giftige stoffen uit te spoelen”. De wakkere zielen daarentegen staan volgens Spengler meer op hun eigen oordeelskracht: ze denken systemen uit en zijn op abstracties gericht, op ‘hoe de wereld in theorie zou moeten functioneren’.

In theorie kan men inderdaad zeggen: “Hoe erg is het als er duizenden of zelfs honderdduizenden immigranten naar Europa komen? Geen enkele cultuur is statisch – we passen ons vanzelf aan.” In de praktijk redeneren alleen mensen op deze wijze die voortdurend in een toeristische modus zijn: het slag mensen voor wie cultuur, geschiedenis en erfgoed geen intrinsieke waarde hebben, en voor hen volledig inwisselbaar zijn. Het is hierom dat Spengler in het tweede deel van zijn magnum opus concludeert dat ontworteling en doorgedreven kosmopolitisme kenmerkend zijn voor oude en stervende beschavingen. 

Nu eerst meer over de invloed van de islam op het Avondland. Daarvoor verdiepen wij ons in een bespiegeling op Michel Houellebecqs roman Onderworpen. Het is in 2015 geschreven als Soumission en naar het Nederlands vertaald door Martin de Haan, dat onze gedachten in die richting stuurt. Het boek verscheen in Frankrijk op exact dezelfde dag dat de moordaanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, waarbij tekenaars van onwelgevallige cartoons door moslimfundamentalisten met machinegeweren werden doorzeefd. De provocatieve titel verwijst naar de significantie van het woord islam, wat letterlijk “onderwerping” betekent en uitdraagt dat het leven van de individuele gelovige niet aan hemzelf toebehoort maar aan diens opperwezen.

Integratie tussen de lakens?

In mijn leven deed zich een ontmoeting voor die het voorgaande bevestigt. Dit was toen ik tijdens een wetenschappelijke conferentie een knappe jongedame trof met een migratieachtergrond. Ze kwam me zeer Westers voor. Niet alleen was ze als een veelbelovend wetenschapper uitgekozen voor de bijeenkomst: ook accentueerde de dunne stof van haar kleding haar zandloperfiguur. De rok die ze droeg benadrukte hoe haar venusheuvel afstak tegen de musculatuur van haar onderbuik. Haar ontblote schouders boden uitzicht op de verfijnde pezen en zelfs de amberkleurige huid van haar bescheiden borsten was bij de juiste invalshoek te zien. Plots vertelde ze dat ze de relatie met haar Nederlandse vriend had verbroken vanwege de islam.

Hij was naar haar zeggen goed op weg. Drie jaar geleden had hij zich voor haar bekeerd en sindsdien hadden ze een relatie. Hij had echter laten doorschemeren dat hij voor haar alcohol en varkensvlees liet staan. Met een verzoekende ondertoon vroeg hij haar of er dan ook een punt was waarop zij concessies kon doen. “Hij moet zich aan Allah geven ter wille van Allah,” zei ze resoluut. “niet ter wille van mij.” Precies, zo vulde ik aan, “want zijn overgave moet absoluut zijn.” Haar okerkleurige ogen begonnen te fonkelen: “Absoluut, volkomen en totaal. De kern van ons geloof is onderwerping. Onderwerping aan Allah vanwege Allah en niet vanwege je vriendin.”

Onderworpen is het levensverhaal van een docent in de negentiende-eeuwse Franse literatuur aan een prestigieuze universiteit. Buiten enige affaires met studentes is zijn leven eigenlijk bar saai. Dat verandert zodra de Moslimbroederschap in Frankrijk aan de macht komt en salafistische oliesjeiks zich met het onderwijsbeleid gaan bemoeien. In Onderworpen vertegenwoordigt de islam niet zozeer een bedreiging voor Europa alswel de redding van Europa:

“Want in dezelfde mate als het liberale individualisme wel moest zegevieren zolang het alleen tussenstructuren zoals vaderlanden, corporaties en kasten ontbond, had het zijn eigen doodvonnis getekend toen het zijn aanval richtte op de ultieme structuur van het gezin, en dus op de demografie; daarna kwam logischerwijs de tijd van de islam.” (blz 212).

“De massale komst van immigrantenpopulaties die waren doordrongen van een traditionele cultuur waarin de natuurlijke hiërarchieën, de onderworpenheid van de vrouw en het respect voor ouderen nog niet waren aangetast, vormde een historische kans voor de morele en familiale herbewapening van Europa. Dit opende de weg voor een nieuwe bloeitijd van het oude continent.” (blz 215).

Dit brengt ons terug op wat ik zei over de politieke filosofen van de twintigste eeuw. Als politiek filosoof vermoed ik dat de politieke wijsbegeerte na de voornoemde ‘grote leermeesters’ feitelijk stil kwam te staan. De literatuur blijkt ons te hebben ingehaald en drukt ons nu met de neus op de feiten. Ik bedoel hiermee de enorm visionaire kracht van Houellebecq: terwijl liberalen en socialisten elkaar bevechten met economische vertogen (Piketty) voelt de schrijver haarfijn aan dat het politieke debat zich verplaatst naar identiteit. Politieke botsingen zullen gaan om de demografische voorwaarden die een beschaving nodig heeft om überhaupt te kunnen voortbestaan.

“De Moslimbroederschap is een bijzondere partij – voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie de kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit.” (blz 64).

Wat Onderworpen nóg controversiëler maakt is dat het Front National in het verhaal een verzetsbeweging wordt, als de enige groep die nog bereid is voor de traditionele Westerse waarden te vechten. Sociaal-liberalen zijn bezig met ‘lauwe’ economische compromissen en ondertussen verplaatst het ‘bezielend-ideologische vuur’ zich naar de rechterkant van het politiek spectrum. Zoals in een debat tussen filosoof Etienne Vermeersch en politicus Bart de Wever al werd gezegd “zijn de mensen nu wel een beetje klaar met de holle vertogen over wereldburgerschap die ze vanuit hun maatschappelijke elites krijgen opgedrongen”. Rond dezelfde tijd omschreef Martin Bosma zichzelf als leider van een club rebellen die zich verzet tegen de afschaffing van Nederland. Dit was in een interview over zijn boek Minderheid in eigen land (2015). Ook de recente oprichting van een nieuwe groep in het Europees Parlement, met daarin onder meer Front National, PVV en Vlaams Belang, is een teken aan de wand.

Westerse zelfopheffing?

Minder visionair was de bijeenkomst in Utrecht op 16 mei 2015 waar de schrijver optrad ondersteund door diens vertaler. Wie in de ban is van Houellebecqs boeken is dat wegens de aangrijpende thema’s: de invloed van feminisme op man-vrouw verhoudingen, de pornografisering van de samenleving en de botsing tussen de islam en het Westen. Het vraaggesprek ging echter over technische trivialiteiten omtrent het vertalingsproces. “Hoe vaak herhaal je een woord binnen een alinea – volg je daarin Flaubert of Balzac?” Helaas kreeg het publiek maar vijf minuutjes om vragen te stellen en het debat te ontketenen 

In een interview met Paris Review (2 januari 2015) noemde Houellebecq Frankrijk juist een verzetshaard tegen deze collectieve zelfopheffing; dat maakt het land vrij uniek in vergelijking met andere Europese landen (zoals Zweden). De uitspraak is interessant omdat de discussie «wel of geen Westerse zelfopheffing en zo ja, in hoeverre?» de inhoud van zowel politieke filosofie als geopolitiek zal bepalen. Deze kwestie is de ultieme inleiding tot mijn nieuwe boek Levenslust en Doodsdrift: essays over cultuur en politiek, dat op de boekenbeurs van Antwerpen gepresenteerd zal worden en uitvoerig ingaat op de laatstgenoemde vraag.

Posted on

“In gelul kun je niet wonen”. Het naïeve ideaal van een gemeenschappelijk huis

Bas Heijne, columnist en schrijver, is een scherp observator van sociale ontwikkelingen in ons land. In NRC Handelsblad schrijft hij wekelijks een lezenswaardige column over vooral de eigenaardigheden in stad en platteland. Heijne, net geen babyboomer, ziet namelijk overal tegenstellingen. Tussen stedelingen en dorpelingen, tussen hoog en laag opgeleid, tussen rijk en arm, tussen kosmopolitisme en nationalisme, tussen gevestigden en buitenstaanders (zoals Norbert Elias dat in de vorige eeuw zo treffend omschreef).

Onlangs verscheen van de Amsterdammer een klein boekje over de ‘erfenis van Gandhi, King en Mandela’, met als titel Wereldverbeteraars. Heijne onderzoekt in dit essay wat de idealen van de drie genoemde leiders kunnen betekenen voor onze huidige tijd. Een tijd die Heijne, in navolging van de Britse schrijver Pankaj Mishra, labelt als één vol van ressentiment, van groepsdenken, van woede, van tegenstellingen. Filosofisch duiden beide essayisten ons tijdsgewricht als een reactie op en afkeer van het Verlichtingsdenken. Mishra ziet “een zekere spanning en tegenspraak in het idee van de emancipatie van het individu”, het gelijkheidsideaal van de Verlichting. Want hoe los je de spanning op tussen de emancipatie van individuen en het vormen van een gemeenschap? Een spanning die volgens de auteurs de afgelopen eeuwen alleen maar is toegenomen, nu het Verlichtingsideaal universeel is geworden en iedereen modern is.

Die vaststelling is een handige zet van beide auteurs. Deels klopt het natuurlijk. We kennen allemaal de fameuze ‘Kloof van Lessing’, die stelt dat wij, moderne mensen, nooit meer kunnen denken als iemand die bijvoorbeeld in de Middeleeuwen leefde. De premoderne denkwereld is voorgoed afgesloten. En als we in de stoel van de tandarts liggen prijzen we de technologische vooruitgang. Maar aan de andere kant kunnen de auteurs door hun vaststelling voorbijgaan aan het feit dat er groepen mensen zijn die helemaal geen boodschap hebben aan het moderne denken. Die voor hun doeleinden handig gebruik maken van alle technologische middelen die de moderniteit biedt, zoals vliegtuigen, internet, smartphones en ingrediënten voor verwoestende bommen, maar in hun denken diametraal tegenover het Verlichtingsdenken staan. Een paradox die de Britse auteur V.S. Naipaul in zijn reisboeken over het Midden-Oosten en India al eerder constateerde.

Want hoe definieer je modern? Als een filosofisch denkraam van waaruit het individu de wereld beschouwt? Of als een maatschappij die technologische vooruitgang omarmt? Maar Heijne gaat, in navolging van collega Mishra, voorbij aan deze vraag, en stelt unverfroren dat de tegenstelling – alweer! – gaat tussen het geëmancipeerde individu en de gemeenschap. En hij trekt vervolgens de conclusie dat de moderne (!) reactie hierop “terugvallen op een groepsidentiteit” is. Heijne gebruikt zelfs het ‘verdachte’ woord “identitaire groep” om deze, in zijn ogen, slechte ontwikkeling te duiden. Want je opsluiten in een eigen groep betekent je afsluiten van de wereld. En dat is slecht, aldus Heijne.

De essayist noemt ze niet bij naam en het is aan de lezer om deze zelf in te vullen: de identitaire groep. Bij een progressief schrijver als Heijne denk je dan al snel aan ‘boze, blanke burgers’. Maar de kosmopolitische bewoner van de grachtengordel behoort net zo goed tot een identitaire groep. Net als de salafistische moslim. Net als de zwarte, politiek bewuste migrant uit Afrika. Maar door het bewust gebruik van het woord ‘identitair’ framet Heijne de besloten groep tot één die zich voor de lezer al snel beweegt in het rechtse, nationalistische en conservatieve kamp. Dagblad Trouw, dat een voorpublicatie van het boekje van Heijne afgelopen zaterdag plaatste, doet daar nog een schepje bovenop en plaatst bij het stuk alleen foto’s van woedende burgers bij een inspraakavond over een te vestigen azc. Lekkere hapklare brokken voor de progressieve lezer.

Gandhi, hier met de latere Pakistaanse leider Jinnah, kon zijn ideaal van een gemeenschappelijk huis in eigen land niet waar maken.

Tegenover deze groepen plaatst de auteur het gedachtegoed van Gandhi, King en Mandela (in een vervolg op dit boekje zal ongetwijfeld die andere heilige van progressief seculier Nederland worden bijgevoegd, Obama). Volgens Gandhi is onze identiteit als een huis, waar vele mensen van diverse afkomst samen kunnen leven. De tragiek van de Indiase geweldloze activist is natuurlijk dat zijn eigen geboorteland dat idee niet kon waarmaken. Net zo goed als de erfenis van Martin Luther King ten onder ging in het geweld van Black Power en de Regenboognatie van Nelson Mandela een nachtmerrie van moord en corruptie is geworden. De idealisten die Heijne laat opdraven om zijn ideeën over de toekomst van Nederland en de wereld daarbuiten vorm te geven, laten tegelijk zien hoe naïef zijn wereldbeeld is. Want wat doe je als je imaginaire huis wordt overvallen, volstroomt met mensen die bezit nemen van alles dat je lief is? Die je huis in de brand steken en proberen op te blazen? Die geen boodschap hebben aan de huisregels? Praat maar eens met mensen in een gemiddelde volkswijk, Bas, voordat je een doorwrocht intellectueel essay schrijft. Het is toch opmerkelijk dat iedereen een groep mag vormen, behalve autochtone Nederlanders buiten de Amsterdamse grachtengordel.

Ironisch is dat een paar pagina’s na de voorpublicatie uit het boekje van Heijne Trouw een recensie plaatst van het boek Het Huis van de Regering (what’s in a name?). Dat gebouw werd door de Sovjet-autoriteiten tien jaar na de revolutie gebouwd om de voorhoede van de communisten te huisvesten. “De appartementen werden het thuis van burgers met verdiensten voor de revolutie, staats- en partijfunctionarissen, militairen, geleerden, modelarbeiders en andere zorgvuldig geselecteerden met hun gezinnen.” Weer tien jaar later waren veel van die gezinnen verdwenen, slachtoffers van de zuiveringen onder Stalin. Daarna kwam de oorlog met nazi-Duitsland, die ook het leven eiste van een groot aantal bewoners. De utopische grootheidswaanzin van de bouw van zo’n huis laat zien waar de idealen van de Verlichting, van de moderniteit, toe leiden: controle, terreur, moord. Niet toevallig begon de politieke Verlichting met dit drietal. En de dromen van dat andere drietal, die uit de titel van het boekje van Heijne, leidden eveneens tot dezelfde nachtmerrie.

Want de ideeën van de drie wereldverbeteraars zijn niet alleen grenzeloos naïef in een wereld waar macht en het streven daarnaar leidend zijn, ze leiden ook tot gruwelijke ongelukken. “In gelul kun je niet wonen”, zei de laatste echte arbeider in de sociaaldemocratische beweging ooit. Dat weten ze buiten de Amsterdamse ring, dat weten ze in de voormalige Sovjetunie, en dat beseft Bas Heijne binnenkort hopelijk ook.