Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on 1 Comment

Zelfs in Noorwegen en Zweden is de welkomscultuur voorbij

Rellen in migrantenwijken, bendecriminaliteit, no-go-areas, geweldsdelicten, in de afgelopen jaren is er veel naar buiten gekomen over het multiculturele paradijs Zweden. Decennia van een ultraliberaal immigratiebeleid, dat geleid heeft tot de import van integratieresistente onderlagen uit de Arabische en Afrikaanse wereld, beginnen zich in toenemende mate te wreken.

Dat het land door de ‘vluchtelingencrisis’ van 2015 met 163.000 illegale immigranten in verhouding tot zijn bevokingsaantal de hoogste opnamequote in Europa had, was nog maar het topje van de ijsberg. In tegenstelling tot Duitsland, zag men in Zweden echter al snel in dat een voortdurend laisser-faire in deze kwestie grote consequenties zou kunnen hebben.

De sinds oktober 2014 regerende rood-groene minderheidsregering in Stockholm begon derhalve nog in 2015 een pakket maatregelen te ontwikkelen en stap voor stap uit te voeren, waarmee de golf asielzoekers afgeremd moest worden. Als eerste voerde ze eind 2015 grenscontroles op de belangrijkst invalsroute naar het land in, de Øresund-brug, die de Deense hoofdstad Kopenhagen met het Zweedse Malmö verbindt. Dit bewerkte op zichzelf nog niet zo veel, aangezien er aan de grens nog altijd asielverzoeken gedaan konden worden, maar de autoriteiten kregen zo in ieder geval een beter overzicht over de immigrantenstroom. Van groter belang was de nieuwe en nog altijd geldende verordening die bus-, trein- en veerbedrijven verplicht in het grensoverschrijdende verkeer alleen personen met geldige papieren mee te nemen.

Naast de moeilijkere toegang tot het land werd ook aan de status van asielzoekers in het land gesleuteld. Sinds juli 2016 zijn de genereuze nationale regelingen vooreerst voor drie jaar buiten werking gesteld, nu gelden nog slechts de minimumstandaarden die worden voorgeschreven door Europees en internationaal recht. Dat wil zeggen: Wie überhaupt nog een positieve uitkomst van de asielprocedure krijgt, krijgt in de regel bescherming volgens het Vluchtelingenverdrag (2016: 25 procent) of nog slechts subsidiaire bescherming (2016: 70 procent). De verblijfsvergunning is voor de eerste groep tot drie jaar beperkt, voor de tweede tot 13 maanden. ‘Subsidiaire’ mogen bovendien in de regel niet hun gezin laten overkomen. Verlengingen van de verblijfsstatus zijn overigens wel mogelijk, maar dan moet opnieuw geëvalueerd worden of de persoon in kwestie bescherming nodig heeft.

De derde maatregel betrof de stimulering van de bereidheid tot uitreizen, ook deze wet is sinds medio 2016 van kracht. Rechtsgeldig afgewezen asielzoekers zonder minderjarige kinderen verliezen sindsdien hun aanspraak op geldelijke steun en onderdak zodra de termijn voor hun vrijwillige vertrek verstreken is. Ook de zogeheten ‘onbegeleide minderjarigen’ kwamen in het vizier. Daarvan had Zweden al een bijzonder hoog aantal opgenomen en uit veel andere landen is bekend dat deze dikwijls in werkelijkheid helemaal niet minderjarig zijn. Voor de leeftijd vertrouwden de autoriteiten tot dan toe op wat de asielaanvrager zelf aangaf, alleen wanneer iemand iets opgaf wat overduidelijk niet klopte werd langs medische weg de leeftijd vastgesteld. Inmiddels wordt hier veel scherper op toegezien.

Al met al heeft restrictievere asielpraktijk succes. Vorig jaar werden er minder dan 29 duizend nieuwe asielzoekers geregistreerd, het aantal ‘onbegeleide minderjarigen’ was daarbij van 24 naar nog slechts vijf procent gedaald. Natuurlijk is dit niet volstrekt te herleiden tot het beleid van Stockholm, belangrijk was vooral de afsluiting van de Balkan-route begin 2016, maar ook de versterkte controles van de Deense autoriteiten aan de grens met Duitsland. Veel wijst er echter op, aldus de Bundeszentrale für politische Bildung (BpB), “dat de verschillende Zweedse maatregelen elk een verschillend effect hadden en aan de terugloop bijgedragen hebben”. De geringste gevolgen had het stoppen van de uitkeringen voor onwillige uitreisplichtigen, die er vaak vooral toe leidde dat desbetreffende personen onderduikten.

Een goede indicatie is echter het met bijna 13 procent duidelijk hogere aantal asielprocedures dat werd afgebroken doordat de aanvraag werd ingetrokken of de aanvrager niet meer te vinden was. Dit wijst er namelijk op dat een deel van de asielzoekers zich niet meer zo welkom voelt in Zweden, wat op zijn beurt samen lijkt te hangen met de slechtere verblijfsperspectieven en de beperktere mogelijkheden voor ‘gezinshereniging’. Goede gegevens zijn hierover echter niet beschikbaar. Wat wel duidelijk in de cijfers terug te zien is, is het succes van de uitreispremie ter hoogte van 3.000 euro, die in de herfst van 2016 al 11.000 aannamen om zich vervolgens huiswaarts te begeven.

Dat de regerende sociaaldemocraten en groenen deze koerswisseling voltrokken hebben, kwam overigens niet per se voort uit voortschrijdend inzicht, maar vooral uit het omslaan van de publieke opinie en de sterkere opkomst van de Zweden Democraten.

Noorwegen

Ook Zwedens buurland, non-EU-lidstaat Noorwegen, begon in 2015 de ‘vluchtelingencrisis’ te voelen. Zo’n 31.000 asielzoekers, overwegend uit Syrië, Afghanistan, Eritrea en Irak waren in het land aangekomen, zodat ook Oslo zich genoodzaakt zag een restrictievere koers te gaan varen. In april 2016 werden de asielwetten aangescherpt, tegelijk nam de regering maatregelen om de ‘Noordpool-route’ af te sluiten. Bij de grensovergang Storskog naar Rusland werd een hoog hek neergezet.Overigens werden er van de 31.000 asielzoekers uiteindelijk 15.000 afgewezen.

Minister van Immigratie en Integratie Sylvi Listhaug van de rechts-liberale Vooruitgangspartij  lichtte in het voorjaar van 2016 toe hoe belangrijk het is om de juiste indruk te geven. “We zijn momenteel één van de meest aantrekkelijke immigratielanden. We hebben gezien dat andere zeer liberale landen zoals Duitsland en Zweden enorme problemen hebben gekregen”, aldus Listhaug. “Als we ons asielbeleid zouden liberaliseren, zou men daar morgen op de straten van Mogadishu van horen. Geven we echter het signaal af dat we een streng asielbeleid hebben, dan doet dat even snel de ronde.”

Een zeer effectieve benadering, zo laten de statistieken zien. In 2016 daalde het aantal nieuwe asielaanvragen ten opzichte van het jaar daarvoor met maar liefst 90 procent. De minister schreef niettemin een onderzoek uit, dat de gevolgen van de immigratie moet onderzoeken. Het dunbevolkte Noorwegen met zijn goed 5,2 miljoen inwoners biedt immers al onderdak aan zo’n 880.000 immigranten, waarvan iets meer dan de helft uit Europa. In Oslo stamt bijna 30 procent van de inwoners uit het buitenland. Met de migratie kwamen typische problemen als een toenemend aantal aanrandingen van vrouwen. Maar daarom ging het in het onderzoek slechts zijdelings. Er moest vooral onderzocht worden, welke uitwerking de immigratie op de Noorse verzorgingsstaat had, die immers de trots van het land is. De door een commissie van experts onder leiding van de sociologe prof. Grete Brochmann opgestelde studie werd begin 2017 aan de regering gepresenteerd en komt tot weinig bemoedigende resultaten. Immigratie is een uitdaging zowel voor de grondslagen als voor de legitimiteit van de verzorgingsstaat, zo luidt de uitkomst in de kern.

Het principe is eenvoudig: De verzorgingsstaat is gebaseerd op het idee van solidariteit en functioneert als de gemeenschap genoeg inbrengt om hem te financieren. Aangezien in Noorwegen een aanzienlijk deel van de immigranten zowel een gering kwalificatieniveau als ook een ontoereikende taalkennis heeft, is hun deelname aan het arbeidsproces beduidend lager dan die van de autochtonen. Tegelijk is de aanspraak op uitkeringen in doorsnee veel hoger. Op de lange termijn ondergraaft deze ontwikkeling de fundamenten van de verzorgingsstaat. Als oplossing gaf een meerderheid van de onderzoekscommissie de voorkeur aan versterkte integratie-inspanningen van de staat: meer onderwijs, meer kwalificatie.

Een minderheidspositie wordt ingenomen door Asle Toje, onderzoeksleider aan het Nobel Instituut in Oslo. “Veel van deze mensen”, zo stelde hij tegenover het dagblad Dagens Næringsliv, “zijn extreem kostbare nieuwe burgers”. Volgens Toje zijn de kwalificatieprogramma’s veel te duur en zou het land er beter aan doen die immigranten te selecteren die het gebruiken kan. Hij waarschuwde ook voor nieuwe immigratiegolven, die ertoe zouden kunnen leiden, dat er in Noorwegen op een gegeven moment meer immigranten dan “etnische Noren” zijn.

In de progressieve Noord-Europese landen schijnt men langzaam maar zeker de tekenen van de tijd te herkennen. Of dit blijvend tot een strenger asielbeleid leidt, valt nog te bezien.

Posted on

India: strijd tegen zwart geld of contant geld?

Tot verrassing van velen heeft de Indiase regering begin november een groot deel van de roepie-bankbiljetten tot niet langer wettig betaalmiddel verklaard. De zogenaamde demonetarisering moet de opstap zijn naar radicale veranderingen in het geldverkeer.

Terwijl de Amerikaanse presidentsverkiezingen de aandacht van de internationale pers opeisten, verklaarde premier Narendra Modi in de nacht van 8 op 9 november ineens de bankbiljetten van 500 en 100 roepie voor ongeldig. Daarmee was in één klap 86 procent van de in omloop zijnde bankbiljetten in India niet langer wettig betaalmiddel.

Vanuit de politiek werd de  hervorming van het contante geldsysteem als een offensief tegen de schaduweconomie en corruptie voorgesteld. Tot en met 30 december bestond de mogelijkheid tot 4000 roepie (zo’n 54 euro) direct voor nieuwe biljetten van 500 of 2000 roepie om te wisselen, de rest kon men alleen behouden door het op een bankrekening te zetten.

Gezien de eindeloze rijen bij de banken die dit veroorzaakte, was wel duidelijk dat de ingrijpende hervorming van het geldsysteem slecht voorbereid was. Daarbij moet bedacht worden dat in India de voorwaarden voor een dergelijke ingrijpende hervorming zeer ongunstig zijn. Zo voltrekken de Indiërs zo’n 95 procent van hun transacties door middel van contanten. Volgens gegevens van de Wereldbank had in 2014 bijna de helft van de Indiërs geen eigen bankrekening. De hervorming treft dan ook in het bijzonder de armen en de plattelandsbewoners.

De economische effecten zijn ernstig. Ook na weken leidt het land nog altijd onder extreme schaarsheid aan contant geld. Vooral kleine zelfstandigen zoals marktkooplui en middenstanders worden geconfronteerd met liquiditeitsproblemen, maar weinigen beschikken over de middelen om klanten giraal te laten betalen.

Overigens roepen niet alleen de economische bij-effecten vragen op over de motieven achter de geldhervorming. Het is namelijk zeer de vraag of deze ingreep de gehoopte grote slag in de strijd tegen de omvangrijke zwarte markt in India zal zijn. Deze informele sector zou naar schatting maar liefst 25 procent uitmaken van de op twee na grootste economie van Azië. Gegevens van het Ministerie van Financiën uit belastinginvallen doen vermoeden dat het aandeel zwart geld slechts rond de vier à zeven procent van het bestand aan contant geld ligt. In India wordt het meeste zwarte geld in andere vormen weggezet, zoals goud of buitenlands valuta op buitenlandse rekeningen. Zo stelde onlangs ook premier Modi zelf dat Indiërs naar schatting 250 miljard Amerikaanse dollars op Zwitserse bankrekeningen zouden hebben staan.

De verrassende roepie-ingreep heeft vanzelfsprekend weinig uit te staan met het terug naar India halen van dergelijke gelden. De regeringsleider heeft de ingreep in eerste instantie vooral aangeprezen als slag tegen corruptie en belastingontduiking. “Sommigen dachten dat ze er mee weg zouden komen hun zwarte geld naar de bank te brengen. Zij hebben de regering onderschat. Ze zitten al in de val en worden nu gevangen, met behulp van nieuwe technologieën.”

Sommige economen vermoeden echter dat het niet slechts om vervanging van contant geld gaat maar dat zelfs de uiteindelijke afschaffing van contant geld het eigenlijke hoofddoel van de hervorming zou kunnen zijn. “Het is niet langer een oorlog tegen zwart geld, maar een oorlog tegen contant geld”, aldus een commentator van economisch dagblad Mint. Modi ontkent noch bevestigt dat: “Er is  een uitgewerkt plan, maar ik houd mijn kaarten nog even tegen de borst.”

In de hoofdstad New Delhi wordt inmiddels druk gespeculeerd over de volgende stappen van de premier. Zo vermoeden sommigen dat hij een belasting op banktransacties aan zal kondigen, die alle andere belastingen moet gaan vervangen. Een idee dat jaren geleden al eens door een denktank gelanceerd is. Reden voor een dergelijke hervormingen zou vooral zijn dat het huidige belastingsysteem een zeer beperkte dekking heeft. Naar schatting betaalt slechts ongeveer één procent van alle Indiërs überhaupt inkomstenbelasting.

Of Modi nog in de gelegenheid zal zijn om het probleem van belastingontduiking fundamenteel aan te pakken, valt te bezien. Reeds op korte termijn lijkt mislukking van zijn hervormingsplannen een zeer reële mogelijkheid. Zo heeft het aanhoudende gebrek aan contact geld een verlammende uitwerking op de Indiase economie. Daarbij zouden op enig moment grotere protesten van de bevolking tegen het geldexperiment kunnen ontstaan, wanneer de gewekte verwachtingen uitblijven. De regering heeft namelijk in het vooruitzicht gesteld dat extra belastingomzet uit de demonetarisering ten goede zou komen aan het volk. Of de beloofde koeien met gouden horens werkelijkheid worden, zal blijken als de minister van Financiën in februari zijn begroting presenteert.

Posted on

Denemarken krijgt eurosceptische minister van Buitenlandse Zaken

Premier Lars Løkke Rasmussen (niet te verwarren met Anders Fogh Rasmussen) zag zich genoodzaakt om een nieuw kabinet te vormen. Twee partijen die zijn vorige regering gedoogden krijgen nu een aantal ministersposten. Zo gaat het ministerie van Buitenlandse Zaken naar een euroscepticus.

Rasmussen regeerde tot nu toe met een minderheidsregering met louter ministers van zijn eigen agrarisch-liberale partij Venstre (Links). Die regering werd gedoogd door de nationaal-conservatieve Deense Volkspartij, de Liberal Alliance en de Conservatieve Volkspartij. De Liberal Alliance had echter gedreigd haar steun voor de regering in te trekken als het hoogste tarief van de inkomstenbelasting niet voor het eind van het jaar met vijf procentpunten verlaagd zou worden.

Het lastige voor Rasmussen is dat zijn eigen partij maar 34 van 179 zetels in het parlement heeft en hij om te regeren afhankelijk is van drie andere partijen. Daarbij moet hij een balans bewaren tussen de verschillende partijen. Zo zijn zijn eigen Venstre en de Conservatieve Volkspartij eurofiel en willen ze een aantal van de opt-outs die Denemarken heeft opgeven, maar zijn de Deense Volkspartij en de Liberal Alliance eurosceptisch. Op economisch vlak liggen de verhoudingen weer anders, zo is de Liberal Alliance meer libertarisch georiënteerd, terwijl de Deense Volkspartij vooral de verzorgingsstaat op peil wil houden.

Rasmussen heeft nu opnieuw een compromis gevonden waar alle vier de partijen zich in kunnen vinden. Aan de eis van de Liberal Alliance voor belastingverlaging wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen en daarnaast treedt die partij net als de Conservatieve Volkspartij toe tot de regering. De Liberal Alliance krijgt daarbij een aantal belangrijke posten. Zo wordt partijleider Anders Samuelsen minister van Buitenlandse Zaken en krijgt de partij verder onder meer het ministerie van Economische en Binnenlandse Zaken.

Ook Rasmussens nieuwe regering blijft overigens als minderheidskabinet afhankelijk van de steun van de Deense Volkspartij, die met 37 parlementszetels groter is dan alle drie de regeringspartijen.

Posted on Leave a comment

Debat blijkt onverwachte ‘game changer’

Nederland leeft tussen hoop en vrees. Over ongeveer drie weken vinden de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten plaats, en wat geen twee weken geleden nog ondenkbaar was lijkt nu serieus mogelijk. De Republikein Mitt Romney zou wel eens de volgende president van Amerika kunnen worden. Een meerderheid van recente peilingen geeft hem nationaal een nipte voorsprong op Obama, die ook veel terrein in belangrijke staten – de zogenoemde ‘swing states’ – aan het verliezen is. Als we de verklaring van de doorsnee ‘reaguurder’ – Amerikanen zijn kennelijk te dom om Obama te herkiezen – terzijde schuiven, wat is er gebeurd?

Een kleine twee weken terug vond  het eerste debat plaats tussen beiden. Op de avond zelf waren de meningen van links tot rechts unaniem: Romney had de vloer aangeveegd met Obama. Sommige peilingen onder kiezers – waaronder die van CNN – lieten de grootste overwinning van een kandidaat in debat zien sinds de jaren tachtig. Opinieonderzoeksbureau Gallup peilde deze week nog de grootste overwinning voor een kandidaat in een debat ooit. Deze enorme overwinning van Romney is extra bijzonder, zo constateerde men, gezien het extreem gepolariseerde politieke landschap in Amerika vandaag. De twee politieke kampen gunnen elkaar doorgaans niets. Belangrijke oorzaken zijn ook in de Nederlandse media meermaals genoemd. Obama was geen schim van de man die in 2008 honderdduizenden in extase bracht. Hij kwam ongemotiveerd en defensief over. Romney was gretiger en scherper. Allemaal waar, maar er is meer aan de hand dan dat Obama een keer zijn dag niet heeft.

De Democraten geven al maanden tientallen miljoenen dollars uit aan televisiespotjes die Romney neerzetten als een harteloze kapitalist die geld verdient over de ruggen van hardwerkende Amerikanen en daar vervolgens ook nog eens niet of amper belasting over betaalt. Kortweg probeert men te profiteren van de ‘We are the 99%’-retoriek van de Occupy-beweging. Enkele weken geleden kwam daar de verspreiding van een fragment van een toespraak van Romney tijdens een fund raiser bij. Daarin lijkt hij te stellen dat volgens hem 47% van de Amerikanen – het percentage werkende Amerikanen dat na verschillende aftrekposten geen belastbaar inkomen heeft – zichzelf een slachtofferrol aanmeet en daarvan wil profiteren. Zijn pleidooien voor belastingverlaging zullen op hen geen effect hebben. Om die kiezers zou hij zich dan ook niet moeten bekommeren omdat ze toch wel op Obama zullen stemmen. Dit filmpje was natuurlijk koren op de molen van de Democraten, die gretig gebruik maakten van dit ‘bewijs’: Romney is een echte one percenter. Het effect was merkbaar in de peilingen. Na een toch al matig verlopen Republikeinse conventie zakte Romney verder in.

Een meerderheid van recente peilingen geeft Romney nationaal een nipte voorsprong op Obama.

Tijdens het debat heeft hij geprobeerd het beeld dat de Democraten van hem hebben geschapen te ontkrachten. Dit is hem, onder meer met enkele triviale doch effectieve anekdotes, opvallend goed gelukt. Tekenend zijn meerdere peilingen waarin Amerikanen sinds het debat Romney als meer ‘likeable’ waarderen dan Obama. Een maandenlange smeercampagne van de Democraten lijkt zo in één avond goeddeels verspilde moeite. Verdwaasd vroegen voorstanders van Obama (en anderen) zich af waarom hij geen enkele keer het percentage van 47 had genoemd. Een veel gehoorde spin van de Democratische campagne was dat de ‘echte Romney’ niet was komen opdagen.

De Democraten weten dat een campagne rondom de successen van Obama weinig kans van slagen heeft. Die zijn er namelijk amper, en al helemaal niet in de context van de grote verwachtingen van hope and change waarmee hij de verkiezingen in 2008 won. De economische groei is stagnerend, de werkloosheid nog altijd zeer hoog, en het overheidstekort gedurende de gehele termijn van Obama doet het tekort onder Bush verbleken. En zijn belangrijkste wapenfeit, de invoering van Obamacare, is ook nog eens bijzonder impopulair. Rondom de door sommigen als succesvol beleefde redding van de autofabrikanten en het doden van Osama bin Laden is geen campagne te bouwen. Zeker niet na de aanslag op de Amerikaanse ambassadeur in Libië op 11 september jongstleden. Daarom is het debat ook zo desastreus geweest voor de campagne van Obama. Op die avond faalde de voornaamste campagnestrategie: het demoniseren van de tegenstander. Dat is de grote winst voor de Republikeinse campagne geweest. Het is een lijn die ze ook door hebben gezet tijdens het debat tussen vice-president Joe Biden en Romneys running mate Paul Ryan. Romney noch Ryan zijn de babyetende monsters die de Democraten van hen proberen te maken.

Commentatoren uit alle hoeken stelden na afloop nog dat het eerste debat geen game changer zou betekenen. Die voorspelling is niet waar gebleken. Alles wijst erop dat we naar een echte nek-aan-nekrace kijken. Democraten hopen dat een goede prestatie in het debat van dinsdagavond de voorsprong van Obama zal herstellen. De vraag is echter welke tactiek daar zal werken. Moeten ze een hernieuwde poging doen Romney weer onacceptabel te maken? Als de aanvallen van Joe Biden in het tweede debat een indicatie zijn, ligt dat in de lijn der verwachting. In de Amerikaanse media verwacht men onder meer opmerkingen over “de 47 procent”. Dit lijkt een kwetsbare tactiek in een persoonlijke confrontatie, zeker als Romney er zoals vorige keer in slaagt vriendelijk en invoelend over te komen. Ook kan het gezien worden als een zwaktebod in een campagne waarin de negatieve beeldvorming al veel aan effectiviteit heeft ingeboet. Zullen Amerikanen de duistere verhalen nog geloven?