Posted on

Duitse deelstaatpremiers: beëindig sancties Rusland

In het Pinksterweekend vond in St. Petersburg weer het internationale economische forum SPIEF plaats. Daaraan namen talrijke vertegenwoordigers van de Duitse politiek en bedrijfsleven deel. Hun uitspraken getuigen van een ontluikend partijoverstijgend verzet tegen de door de Duitse federale regering gesteunde sancties tegen Rusland. 

Met zo’n 33 graden was het in St. Petersburg ongewoon warm, toen vertegenwoordigers van politiek en bedrijfsleven elkaar ontmoeten voor het SPIEF. De meeste deelnemers kwamen dit jaar uit China. Vladimir Poetins ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping vormde de bekronende afsluiting van het forum en werd op de Russische televisie live uitgezonden.

Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd

Sinds de instelling van de Amerikaanse en EU-sancties tegen Rusland vanwege de Krimcrisis vijf jaar geleden, zijn de Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd. China is het inmiddels gelukt veel marktaandelen te winnen, die voorheen door Europese bedrijven bezet waren. Niet in de laatste plaats de Duitse export lijdt hieronder. Na de recente schermutselingen in de Amerikaans-Chinese handelsoorlog, zal het Chinese telecommunicatieconcern Huawei nu in Rusland de uitbouw van het 5G-net ter hand nemen.

Efficiëntiepartnerschap

Ook Duitse bedrijven investeren echter ondanks de sancties weer meer in Rusland. Zo werd onlangs in de buurt van Moskou, in aanwezigheid van minister van Economische Zaken Peter Altmaier, een nieuwe Mercedes-Benz-fabriek geopend. Tijdens het internationale economische forum ondertekende Altmaier een memorandum over een efficiëntiepartnerschap met Rusland, die de economische en technologische samenwerking moet versterken.

Sterk vertegenwoordigd

Sowieso was Duitsland sterk vertegenwoordigd in St. Petersburg. Naast Altmaier waren de deelstaatpremiers van Mecklenburg-Voor-Pommeren, Manuela Schwesig (SPD) en Saksen, Michael Kretschmer (CDU), alsmede deelstaatminister van Economische Zaken Nicole Hoffmeister-Kraut (CDU) met een 40 koppige delegatie uit het economisch sterke Baden-Württemberg aanwezig. Die laatste ontmoette Russische politici en zakenlieden, bezocht het Moskouse innovatiecentrum Skolkovo en de internetgigant Yandex.

Toenemende export en investeringen

De export van de zuidwestelijke deelstaat naar Rusland is na een neergaande trend in 2017 weer duidelijk gestegen. In 2018 lagen de gezamenlijke Duitse directe investeringen bij in totaal 3,3 miljard euro. Vooral in de machine- en autobouw, bij de uitbreiding van de digitalisering en de robotica zien Duitse bedrijven in Rusland kansen. Terwijl de activiteiten van de deelstaatminister uit Stuttgart geen opzien baarde, kreeg de deelstaatpremier van Saksen felle kritiek te verduren. Hij had in de marge van het forum namelijk een ontmoeting met Poetin en nodigde hem uit voor een bezoek aan Dresden.

Partijoverstijgende oproep tot beëindiging sancties

In het belang van Saksen en andere oostelijke Duitse deelstaten riep Kretschmer op tot het beëindigen van de sancties tegen Rusland. Hij stond daarmee niet alleen, want partijoverstijgend vielen collega’s hem bij. Zowel Schwesig als ook de deelstaatpremier van Saksen-Anhalt Reiner Haseloff (CDU) en zijn Thüringer ambtsgenoot Bodo Ramelow (Die Linke) vielen hem bij. Vanuit het westen van Duitsland kreeg Kretschmer steun van de deelstaatpremier van Niedersachsen, Stefan Weil (SPD). “Wat we nu meemaken, levert niets dan schade op”, aldus Weil. De Russische agrarische markt is voor Duitse bedrijven grotendeels verloren, omdat anderen die onder zich verdeeld hebben, aldus de deelstaatpremier. Ook de Brandenburgse deelstaatpremier Dietmar Woidke (SPD) sloot zich nog bij zijn collega’s aan.

CDU-leider staat op voortzetting sancties

CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer staat er echter op de sancties voort te zetten. Ze negeert daarbij dat de druk op de federale regering om haar opstelling te veranderen niet alleen van deelstaatpolitici komt, maar ook vanuit het bedrijfsleven toeneemt. Kramp-Karrenbauer maakt met haar stellige uitspraken bepaald geen vrienden binnen haar partij en onder de donateurs daarvan. Dit terwijl haar leiderschap toch al steeds meer in twijfel wordt getrokken bij de christendemocraten.

Duitse industrie gefrustreerd

Vertegenwoordigers van de Duitse industrie zijn gefrustreerd door de sancties tegen Rusland en Iran, maar ook door de onzekerheid die de Amerikaans-Chinese handelsoorlog en de Brexit met zich meebrengen en verliezen steeds meer hun geduld met de huidige politiek.

Vooral voor Duitse machinebouwers staat er veel op het spel. Rusland zou een van de sterkste markten voor hen kunnen zijn, vanwege de omvang en de immense behoefte aan modernisering. De gigantische agrarische oppervlakken zouden fabrikanten van landbouwmachines veel op kunnen leveren. Carl Martin Welcker, voorzitter van de brancheorganisatie VDMA, roept op tot beëindiging van de sancties tegen Rusland, omdat deze politiek effectloos en economisch schadelijk zijn.

Ook Matthias Schepp, bestuursvoorzitter van de Duits-Russische Buitenlandse Handelskamer in Moskou oefende kritiek, door er op te wijzen dat Duitse bedrijven in tegenstelling tot anderen in de EU de sancties meer dan vervuld hebben. Dit heeft vooral middenstanders en familiebedrijven getroffen.

Export van deelstaten naar Rusland

In 2014, voor de sancties, behoorde Rusland voor Saksen nog tot de top 10 qua export. In 2018 zakte het land naar de 17e plaats. In absolute cijfers uitgedrukt betekent dat een terugloop van 1,1 miljard euro naar circa 537 miljoen euro aan geëxporteerde waren in 2018. In Thüringen nam het handelsvolume met Rusland daarentegen sinds 2015 met circa 40 procent naar een kleine 300 miljoen euro in 2018. Voor 455 Thüringer bedrijven is Rusland een belangrijke exportmarkt.

Geen zakelijke discussie

In plaats van zakelijk de discussie over de gevolgen van de sancties voor de Duitse economie aan te gaan, gingen de gevestigde federale politiek en media meteen tot de aanval over. Kretschmer werd verweten tegen de AfD aan te schurken, vanwege de deelstaatverkiezingen in september. Door “met Rusland aan te pappen” zou hij kiezers van de AfD terug willen winnen.

Posted on

Nord Stream 2 is beslissende slag in economische oorlog

Rond de jaarwisseling kwamen er nieuwe aanvallen vanuit de VS in hun al jaren durende economische oorlog tegen Duitsland. Wat er met de Nord Stream 2-pijpleiding gebeurt is van betekenis voor de toekomst van Europa.

De Amerikaanse ambassadeur in Berlijn bedreigde de bedrijven die de Nord Stream 2-pijpleiding door de Oostzee aanleggen met gerichte sancties – en dat zelfs schriftelijk. Kort daarvoor had de Amerikaanse senaat de Amerikaanse regering en de NAVO ertoe opgeroepen de Nord Stream 2-pijpleiding “met alle middelen” tegen te gaan. En president Trump had de Duitse regering eind vorig jaar reeds meermaals een ultimatum gesteld om de aanleg van de pijpleiding af te breken. Trump schroomt evenmin als zijn ambassadeur om de ware redenen voor zijn strijd tegen Nord Stream 2 bloot te leggen. Deze zou tussen de verkoop van de rond een derde duurdere Amerikaanse energiedragers naar Europa komen.

LNG-terminal

De Duitse regering heeft op deze druk weliswaar een half miljard beschikbaar gesteld om de LNG-handel met Duitsland mogelijk te maken door de bouw van een terminal. De Amerikanen weten echter dat ze qua prijs in Europa niet kunnen concurreren en willen derhalve met alle geweld iedere goedkopere levering door Rusland verhinderen.

Economische oorlog

De slag om Nord Stream 2 is het hoogtepunt van een reeds langer gevoerde economische oorlog tussen de VS en Duitsland. De VS zien Duitsland, niet zonder recht, als economische ruggengraat van de EU en de Eurozone, die  de Amerikaanse plannen voor (economische) wereldheerschappij in de weg zit.

Spionage

De basis van de Amerikaanse maatregelen is het compleet bespioneren van Duitsland. Het recht daartoe hebben de Amerikanen eerst verkregen door het bezettingsrecht en daarna door het Twee-plus-Vier-verdrag veiliggesteld. De Snowden-onthullingen hebben laten zien hoe de Amerikaanse inlichtingendiensten iedere e-mail, surfactie en telefoongesprek door hun in Duitsland geïnstalleerde spionage aftappen, opslaan en door programma’s geautomatiseerd laten uitkammen.

De Amerikaanse overheid kan dus in detail op de hoogte zijn van beslissingen van Duitse bedrijven voor ze überhaupt openbaar gemaakt worden. En kan meteen overgaan tot het opleggen van sancties en boetes om de Duitse concurrentie op de wereldmarkt te schaden. Zo werden aan Deutsche Bank tot nu toe boetes van bij elkaar circa twaalf miljard dollar opgelegd, tegen Volkswagen van meer dan tien miljard en tegen de gezamenlijke Duitse economie meer dan 30 miljard.

Innovatie

Daarbij komt dat overal waar Duitse patenten en kennis superieur waren aan de Amerikaanse, deze door de Amerikaanse overheid aan Amerikaanse bedrijven doorgespeeld werden en buitenlandse opdrachtgevers onder druk gezet om hun opdrachten aan Amerikaanse bedrijven te geven. Edward Snowden heeft hier uitvoerig over gepubliceerd. Al in de oorlog van Boeing tegen Airbus hebben de Duitse regering en de Europese Commissie zich opvallend ingehouden onder de Amerikaanse afpersing, in plaats van te protesteren of de openbaarheid te zoeken.

Eurocraten

In de nieuwe slag om Nord Stream 2 is de opstelling van de Europese politiek volledig onbegrijpelijk. Angela Merkel heeft geprobeerd door hoge compensatiebetalingen aan Oekraïne en Polen de weerstand te verminderen, maar zonder succes. De bondskanselier heeft weliswaar de door de VS geëiste stop niet doorgevoerd, maar ze heeft ook niet geprotesteerd. De eurocraten willen de pijpleiding ook niet, omdat Polen er tegen is, en Amerikaanse financiële kringen de van hen afhankelijke EU-politici en -organisaties intensief bewerken.

Europese belangen of Amerikaanse?

De economische oorlog tussen de VS en de EU wordt in de slag om Nord Stream 2 besloten. Als Duitsland en de EU toegeven aan de afpersing door de VS, dan is definitief duidelijk dat het in economisch opzicht niet meer om Duitse of Europese belangen gaat, maar uitsluitend om Amerikaanse, dat Europa kortom als kolonie van de VS moet gehoorzamen en zich moet laten uitbuiten.

Wordt de slag om Nord Stream 2 echter gewonnen, dan is daarmee ook meer onafhankelijkheid voor Europa van de VS gewonnen, met effect op de lange termijn. Derhalve grijpen de VS nu naar bijzondere maatregelen. Gerichte sancties moeten de contractueel toegezegde deelname van een Nederlands gespecialiseerd schip verhinderen om daarmee de aanleg stil te leggen en te vertragen. Eerder waren reeds alle banken die aan Nord Stream 2 wilden meedoen bedreigd met internationale strafmaatregelen. Het gaat om oorlog met alle middelen om de verkoop van Russisch gas in Europa te hinderen en Amerikaans gas te slijten.

Duitsland staat alleen

Analysten houden het intussen voor waarschijnlijk dat de VS zullen winnen. Ze kunnen voor hun economische oorlogvoering alle internationale organisaties als IMF, Wereldbank en NAVO mobiliseren. Daarnaast hebben ze door hun sanctiedreigementen ook de grote bedrijven en banken van de wereld geneutraliseerd. De VS kunnen praktisch de hele wereld bestraffen, omdat Amerikaanse rechtbanken overal jurisdictie hebben waar een rekening in dollars betaald wordt of werd. Duitsland heeft echter zelfs in Europa nauwelijks echte bondgenoten in deze kwestie. Uitgesproken vijanden, zoals Polen, de Baltische staten en Oekraïne zijn er wel. Ook het Verenigd Koninkrijk, zelf een grote belanghebber bij de toevoer van Russisch gas, is om redenen van trans-Atlantische loyaliteit tegen de pijpleiding.

Posted on 1 Comment

Gevolgen klimaatdoelen voor auto-industrie geven Gele Hesjes voet aan de grond in Duitsland

Zo’n 1500 burgers demonstreerden onlangs in Stuttgart. Hun motieven waren vergelijkbaar met die van de eerste ‘gele hesjes’ in Frankrijk. Ondertussen lekten regeringsplannen uit waardoor de protesten verder aan kunnen zwellen.

Aanleiding was het uitlekken van ideeën van een regeringscommissie. Een bijna verdubbeling van de benzineaccijns en een 50-procent-quotum voor elektrische auto’s tot 2030, plus het oude Groene plan voor een snelheidsbeperking van 130 km/u op alle snelwegen. Federaal minister van Verkeer Andreas Scheuer (CSU) kon niet hard genoeg weerspreken dat er in deze richting gedacht wordt.

Veldtocht tegen de automobiliteit

De schade is al aangericht, de marsrichting bekend: Na de aanhoudende aanval op diesel, werken de planners achter de regering aan de finale veldtocht tegen de automobiliteit en daarmee tegen de belangrijkste industrie van Duitsland, tegen miljoenen consumenten en werknemers en daarmee uiteindelijk tegen Duitsland als belangrijk vestigingsland voor hoogwaardige industrie.

Eerste grotere gele-hesjes-demonstratie

De plannen kwamen onbedoeld naar buiten, juist op het moment dat in autostad Stuttgart gebeurde waarvoor de gevestigde politiek al maanden vreest: de eerste grotere gele hesjes-demonstratie in Duitsland. Zo’n 1500 burgers verzamelden zich daar naar Frans voorbeeld in de waarschuwingsvesten. De demonstratie was vooral gericht tegen de dieselverboden. De demonstranten wierpen de deelstaatregering van Groenen en CDU in Baden-Württemberg ‘onteigening’ voor. Als organisator van de manifestatie trad de Porsche-medewerker Ioannis Sakkaros op.

Links-radicale tegendemonstranten

Ook in Wiesbaden hielden burgers een gele hesjes-demonstratie. Hoewel in de hoofdstad van de deelstaat Hessen slechts zo’n honderd mensen deelnamen aan de demonstratie, bericht de Wiesbadener Kurier over positieve weerklank bij de meeste passanten. Grotesk was echter dat onmiddellijk enkele tientallen agressieve links-radicalen opdoken, de demonstranten tegenhielden en “nazi’s” brulden. De misselijke staat van hedendaags Duits links kan nauwelijks plastischer verbeeld worden: Normale burgers demonstreren tegen de aantasting van hun bestaansvoorwaarden en linkse figuren, die zich ooit als voorvechters van de kleine man opwierpen, snellen toe om de kritische burgers te blokkeren.

Afkoelende conjunctuur

Ook in Frankrijk waren vermeende ‘klimaatdoelen’ en de effecten ervan de vonk die de woede van burgers deed ontvlammen. Inmiddels is de beweging echter veel breder. Ook in Duitsland kan de woede op niet al te lange termijn verder gevoed worden: Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft de conjunctuurverwachtingen van Duitsland voor 2019 namelijk sterker naar beneden bijgesteld dan voor welk ander groot industrieland ook. Een hoofdoorzaak ligt volgens het IMF in de zwakke vraag naar auto’s ten gevolge van de anti-dieselcampagne. Een sterk afkoelende conjunctuur zou echter ook wel eens wat luchtkastelen van de politiek van hun financiële basis kunnen beroven. De economische en sociale kosten van de ideologische verblinding zullen voor de Duitsers alleen maar duidelijker worden.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Is het slopen van de sociale media het ware doel van de AVG/GDPR?

Het zal u niet ontgaan zijn dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AGV, GDPR in het Engels) in de Europese Unie in werking is getreden. Mijn email-postvak zat vanochtend vol met e-mails van bedrijven die nodig hun privacy-voorwaarden moesten bijwerken en het nodig vonden mij hierover te informeren. Nu is dat niet zo erg. Daarvoor hebben alle e-mail-postvakken immers een massa-verwijderknop.

Wat wel een probleem is, en wat waarschijnlijk op termijn duidelijk gaat worden, is dat de GDPR volgens mij zo geformuleerd is dat het voor hele specifieke toepassingen, zoals de sociale media-platformen van Google, Facebook, Microsoft, Apple en andere technologie-reuzen best een kostbare zaak gaat worden.

De GDPR, voor zover die nog introductie behoeft, is nieuwe regelgeving vanuit de Europese Unie om bedrijven te verplichten anders om te gaan met gegevens van gebruikers van online-diensten. U krijgt bijvoorbeeld het recht om vergeten te worden. U krijgt het recht om al de gegevens te zien die een website over u verzameld heeft. Het klinkt allemaal prima. Op zich is met de intentie ook niets mis. Er zijn volgens mij 2 kanten aan deze zaak. Enerzijds de sociale media-platformen die inderdaad soms hun boekje te buiten gaan. Maar anderzijds is er nu ook de EU die met een bazooka op een mug schiet.

Ik wil op geen enkele manier het gedrag van Facebook of Google bij daadwerkelijke privacy-schendingen goedpraten. Sterker nog, er zijn goede redenen om deze bedrijven een beetje te wantrouwen. Zo zijn er aanwijzingen dat In-Q-Tel, een investeringsfonds van de Amerikaanse veiligheidsdiensten, op zijn minst een gepaste donatie gedaan heeft in het begin van het bestaan van zowel Google als Facebook. Het gebruik maken van deze diensten kan gezien worden als je gegevens direct opsturen naar de NSA, de Amerikaanse veiligheidsdienst belast met deze zaken.

Het doel van In-Q-Tel? Amerika moet vooraan in de strijd blijven als het gaat om technologische vooruitstrevendheid. Er is dus een strategisch belang gemoeid met het investeren in Google en dergelijke.

Toch is ondanks dit bezwaar het gebruik van Facebook, Twitter, Google, Microsoft en Apple-producten ieders goed recht. En in verreweg de meeste gevallen registreren deze bedrijven alleen de gegevens die mensen zelf naar die bedrijven toebrengen. Mag Facebook weten dat u graag champignon-pizza eet? Natuurlijk wel. Zeker Facebook en Twitter zijn bijzonder goede manieren om buiten het bestaande media-discours om informatie te verspreiden.

Technisch gezien hebben Facebook, Twitter en Google best een groot probleem. Ze beheren gigantische hoeveelheden complexe data over al hun gebruikers en alle mensen die anoniem gebruik hebben gemaakt van hun diensten en dus niet meer traceerbaar zijn. Het “recht om al je gegevens te kunnen opvragen” faciliteren kan daarom worden opgevat als een poging van de Europese Unie om een juridische stok te hebben om deze bedrijven mee te slaan. Als hier niet aan voldaan wordt is de boete voor Facebook bijvoorbeeld 1,3 miljard euro en voor Google 4,3 miljard euro. Het is dus van tweeën één. Ofwel ze moeten kostbare investeringen doen om te voldoen aan de wetgeving. Ofwel ze krijgen een torenhoge boete.

Genoeg om zowel Facebook en Google pijn te doen dus. Tel daarbij op dat Facebook al eerder kwalijk werd genomen dat het “nepnieuws” verspreidde. Deze wetgeving heeft hiermee de kwade reuk dat het andere doelen dient dan direct zichtbaar aan de oppervlakte.

Als het slopen van de sociale media niet het doel is van de GDPR is dan is dat voor de ongekozen voorhoede van de EU en hun marionetten op zijn minst een gunstig neveneffect. Voor de rest van ons ongunstig.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Pulsvisserij en de stoommachine: Frankrijk en de EU

In de 17e eeuw joeg Frankrijk een van vaders van de stoommachine haar land uit. In 2018 heeft Frankrijk wederom succesvol op een succesvolle industriële ontwikkeling gejaagd. Met het EU-verbod op pulsvisserij wordt jaren onderzoek de nek omgedraaid. Belangrijker nog, het toont een fundamenteel probleem van de EU. Het is en blijft een staat op zoek naar een volk. Er is slechts een verbond van volkeren waarboven belangengroepen staan. Deze belangengroepen zorgen voor zichzelf in naam van de rest. Dit ligt ten eerste aan de aard van het Europese continent, en ten tweede aan een van de basisgedachten van de Europese Unie.

Geografie en de ontwikkeling van volken

Het Europese continent is uiterst divers in haar geografie. Het ene land heeft uitgebreide vlakten waar graan welig kan tieren, terwijl diezelfde vlakte bij een ander onbruikbare toendra’s zijn. Bergen dwingen een andere ontwikkeling af dan moerasgebieden. Zo ook is het met de volken die zich in al deze verschillende gebieden gevestigd hebben. Op vele ontelbare kleine manieren ontstonden zo de verschillen in gebruik van de omgeving. Net als in de verwoording daarvan en zo in het taalgebruik. Het eindigt met het ontstaan van verschillende gebruiken die een onderdeel vormen van een volk, groot of klein. Daaruit is mede ook de gedachte ontstaan dat de eigen mensen, het eigen volk, de natie, voor zichzelf dient te zorgen.

Tegenwoordig cultiveren overheden die gedachten om landen en diens stemmers te mobiliseren. “Geen cent meer naar Griekenland” in Nederland versus “Merkel is de nieuwe Hitler” in Griekenland. Het voeden van deze sentimenten wordt tegenwoordig versterkt door de EU.

Een monopolie als basisgedachte

De EU heeft als basisgedachte namelijk een douane unie. Dat veroorzaakt twee dingen. Allereerst bemoeilijkt het handel met de rest van de wereld. Ten tweede dwingt de EU, mede door die douane-unie, om de producten van ons omringende landen af te nemen. Daarmee is de EU niet voor vrije handel. De EU is voor controle op handel binnen de eigen douane-unie. Iedereen die daarbuiten valt is onderwerp van politiek. J.S. Mill had al bedacht dat internationale handel niet tot de economische vrijheid van het individu behoort. Het diende het exclusieve domein van overheden te zijn.

Wat heeft dit te maken met pulsvisserij? Zoals gezegd monopoliseert de EU een bepaald geografisch gebied. Dat betekent dat allen die zich daarbinnen bevinden concurrenten worden om die monopoliepositie. Wie de macht heeft kan de koers uitzetten. Landen zelf zijn niet sterk genoeg om die monopoliepositie te claimen. Dus worden er coalities gevormd. In die coalities tussen de vertegenwoordigers van landen spelen wederom op zijn minst twee aspecten een grote rol.

Gevolgen voor industriële ontwikkeling

Het eerste is dat de coalitie om beleidspunten moet gaan, dus om concrete zaken. Over ideeën kan men immers twisten, over uitruilbare stemmen niet. Het tweede heeft betrekking op de pulsvisserij. Voor Franse vissers is de pulsvisserij vooralsnog onbetaalbaar. Vissers uit Nederland verkrijgen een voordeel ten opzichte van die Franse vissers. Dat is niet in Frans, electoraal, belang. Dus mag een dergelijke ontwikkeling niet plaatsvinden. In Frankrijk zal dit als een overwinning gevierd worden. Voor de mensen in Nederland die hierin hebben geïnvesteerd betekent het een groot verlies.

Daarmee komt het fundamentele probleem van de EU naar voren. Nationale belangen worden behartigd in een kunstmatig afgesloten geografisch gebied. Daarbinnen moeten landen dezelfde wetten, regels, afspraken naleven. Iedereen moet gelijk behandeld worden. Alles moet hetzelfde zijn. Het gevolg is dat wanneer iemand voorop dreigt te gaan lopen deze teruggefloten zal worden door hen die niet de capaciteit hebben om mee te komen. Dat is het geval met de Franse vissers.

De oplossing is niet alle vissers dwingen hetzelfde te doen. De oplossing zou zijn hen te laten werken naar eigen kunnen, naar eigen inzicht en vermogen. Binnen de EU kán men echter niet anders fungeren. Om die macht moét gevochten worden, anders zal ‘de concurrent’ profiteren. Om mee te spelen moét men groot zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden altijd de dupe van deze kunstmatige machtsspelletjes. Daadwerkelijke ontwikkeling vindt namelijk niet plaats in het bekende dat deze belangen vertegenwoordigen, maar in het nieuwe.

Vrije zee, vrije landen

Zonder de EU kunnen Nederlandse vissers de eigen territoriale wateren beheersen zoals zij dat willen. Als dat betekent dat door pulsvisserij de zeebodem er in de toekomst beter bijligt dan in de rest van het continent betekent dat twee dingen. Allereerst dat wij als Nederlanders er trots op mogen zijn zo’n bijdrage aan natuurbescherming én de visserij te kunnen leveren. Ten tweede dat die Nederlanders die daarin geïnvesteerd hebben hun producten kunnen gaan verkopen aan de rest van de wereld. Beide mogelijkheden zijn nu door de neuzen van honderden betrokkenen geboord.

Daarmee zijn geografie en volk nog steeds bepalend. Nederlanders zijn, om wat voor reden dan ook, blijkbaar meer werklustig in het zoeken naar oplossingen die mens en natuur verder brengen. Als riviermond bewoners zijn Nederlanders nog steeds verbonden met de oceaan en de wereld die daarbij hoort. Dat het onderzoek om met die wereld beter samen te kunnen bestaan onmogelijk wordt gemaakt door een geografisch construct dat EU heet is dan ook uiterst destructief. Dat Frankrijk de uitvinder van de voorlopers van de stoommachine uit eigen land wegjoeg is tot daar aan toe. Dat ze nu ook nog industriële ontwikkeling in andere landen gaan tegenhouden is helemaal verrückt. De Nederlandse regering zou er goed aan doen dit verbod te negeren.

Posted on

De Bitcoin-revolutie

In “The Mystery of Banking”[1] schrijft Murray Rothbard over de werking van het fiatgeldsysteem in het bankwezen. Rothbard beargumenteert in dit boek dat inflatie een gevolg is van het uitbreiden van de geldvoorraad. Centrale banken drukken geld bij en lenen dat uit aan de banken; banken lenen dit geld weer uit aan huishoudens en bedrijven. Geld wordt dus gecreëerd op basis van de verwachting dat er toekomstige, economische activiteit tegenover wordt gezet. Maar de realiteit is dus wel dat geld in principe uit het niets gecreëerd wordt. De redenatie is dat de economie hiermee draaiende gehouden wordt, omdat geldcreatie investeringen en consumptie stimuleert. Om die reden hebben centrale banken een inflatiedoelstelling van 2%[2] – betekenis: 2% groei van de geldvoorraad per jaar.

Tot zover het positieve verhaal, nu het negatieve verhaal: een uitbreiding van de geldvoorraad betekent tegelijk dat de waarde van geld (per stuk) daalt. Alleen als de economie harder groeit dan de inflatie, dan stijgt de waarde van het geld (per stuk). In praktijk komt die situatie zelden voor; meestal is de inflatie hoger dan de groei van de economie. Om die reden is er een continue geldontwaarding gaande. Rothbard gaat vervolgens nog in op een nog negatiever aspect van het fiatgeldsysteem: overheden lenen geld van centrale banken, zodat zij aan hun schulden kunnen voldoen. In praktijk betalen ze dit geld niet terug[3], het staat gewoon op de balans van de centrale bank als “uitstaande lening”.

Milton Friedman sprak daarom van een “verborgen belasting”[4]: via inflatie ontnemen overheden munten van een deel van hun waarde. Het is goed dat mensen zich de implicatie van dit systeem goed realiseren. Zuur verdiend spaargeld wordt dus ook steeds minder waard. Als lonen minder hard stijgen dan de inflatiecorrectie, dan worden lonen ook minder waard (en neemt de koopkracht af). Mensen merken dit doordat producten en diensten duurder worden. Geldontwaarding is (helaas) al zo oud als de uitvinding van geld zelf. Om die reden zijn er ook steeds pogingen ondernomen om geld “hard”[5] te maken, i.e. geldontwaarding moeilijk maken. Dat kan bijvoorbeeld door geld te koppelen aan een gewild schaars goed zoals goud, zilver, e.d.

Alternatieven voor inflatie

De economie bestaat dus in een inflationaire wereld: fiatgeld dat continu minder waard wordt. Maar dit systeem is niet vanzelfsprekend; het is ook mogelijk om in een deflationair geldsysteem te leven: geld dat continu méér waard wordt. Ten tijde van de goudstandaard was (milde) deflatie ook precies de situatie. Het nadeel van deflatie is dat schulden dus ook steeds meer waard worden, mensen kunnen minder gemakkelijk schulden aangaan en daardoor dus minder snel investeren, consumeren en speculeren. De meeste economen vinden de nadelen van deflatie daarom groter dan de nadelen van inflatie – maar niet alle economen. Er zijn genoeg economen die waarschuwen tegen de nadelen van inflatie als groter gevaar, zoals Friedrich Hayek.

In zijn Nobelprijs-acceptatiespeech brak Hayek[6] een lans voor concurrerende, gedenationaliseerde geldsoorten om inflatiemisbruik tegen te gaan. Hayek wilde niet dat overheden nog langer de mogelijkheid zouden hebben om geld te ontwaarden voor eigen gewin. Hij stelde daarom voor om geld volledig los te koppelen van de overheid of de natiestaat; iedereen moest vrij zijn om met anderen te handelen in de muntsoort of het ruilmiddel dat zij wenselijk achtten. Hayek zag dit zelfs als een noodzakelijk nieuw amendement voor de grondwet. Het grote voordeel van concurrentie tussen geldsoorten is dat mensen kunnen ontsnappen aan geldsystemen waarvoor ze niet gekozen hebben en nooit zouden kiezen. De beste munt zou dan het meeste waard worden, omdat mensen hier hun rijkdom in bewaren; concurrerende munten zouden zich op andere gewilde functies van geld kunnen onderscheiden. Zo houden munten elkaar in een bepaald evenwicht – en slecht geld zal, net als slechte bedrijven, uit de markt verdwijnen, omdat het geen functie heeft.

Goldbugs[7] zien in het pleidooi van Hayek hun gelijk bevestigd; zij willen graag een alternatief voor fiatgeld, een alternatief dat beter zijn waarde behoudt. Zij zijn daarom voorstander van goud als een internationaal parallel geldsysteem, omdat de waarde van goud een stuk stabieler is dan het alsmaar in waarde dalende fiatgeld. Daarnaast geloven ze dat goud nooit geheel waardeloos kan worden, zelfs niet ten tijde van een crisis van het geldsysteem. Als het goudsysteem namelijk in elkaar dondert, dan kan goud nog altijd gebruikt worden voor andere zaken, bijvoorbeeld grondstof voor juwelen – dit in tegenstelling tot fiatgeld dat na hyperinflatie volledig waardeloos zal zijn. Alle vroegere fiatgeldsystemen zijn dan ook geëindigd met een intrinsieke waarde[8] van “nul”. Goldbugs hebben echter één cruciale blinde vlek: de goudstandaard is overal waar deze is ingevoerd weer verdwenen.[9] De goudstandaard zit overheden al snel dwars in hun mogelijkheden en om die reden zullen overheden geld al snel weer ontkoppelen van goud. Het is vrij naïef om te denken dat als de goudstandaard weer wordt ingevoerd, ontkoppeling niet opnieuw zal gebeuren.

De jurist Nick Szabo kwam daarom met het voorstel van BitGold.[10] Szabo zag de fout van de goldbugs (en de fiatgeldvoorstanders) in: deze systemen hebben altijd een “trusted third party” nodig om te functioneren. Zowel goud als fiat moeten in omloop gebracht worden, opgeslagen, beschermd, enz. Een ideaal geldsysteem zou geen derde partij nodig hebben om te functioneren; het zou de mogelijkheid moeten bieden om tussen twee partijen te handelen. 1-op-1, veilig, anoniem en volledig vrijwillig. Tot BitGold was er nooit een geldsysteem geweest dat deze wensen tegelijk in zich verenigde. Helaas bleef BitGold lange tijd een abstract idee, een theorie zonder praktische implementatie – totdat bitcoin verscheen.

De intellectuele basis onder bitcoin

Onder het pseudoniem “Satoshi Nakamoto”[11] onthulde een anonieme programmeur en hard geld-activist na de kredietcrisis een open-source software project genaamd “Bitcoin: a peer-2-peer electronic cash system”. De intentie van Nakamoto was om het BitGold idee in praktijk te brengen. Nakamoto wilde dat gewone mensen beschermd zouden zijn tegen toekomstige bank bail-outs van overheden om banken te redden. Het was tijdens de kredietcrisis vrij duidelijk geworden dat overheden handhaving van de status quo als eerste prioriteit zagen en het belang van de burger als laatste prioriteit. Rechtvaardigheid speelde al helemaal geen rol, want normale (niet-bank)bedrijven hadden overheden gewoon failliet laten gaan[12] en frauderende bankiers zijn vrijwel allemaal vrijuit[13] gegaan.

Nakamoto’s open source project sloeg direct aan en allerlei geïnteresseerde ontwikkelaars hielpen Nakamoto zijn project verder te ontwikkelen. Het idee van bitcoin[14] was om de goede eigenschappen van goud digitaal te simuleren (schaarste, waardevastheid, stabiel) en te koppelen aan de goede eigenschappen van fiatgeld (draagbaar, deelbaar, licht gewicht en anoniem). Nakamoto kreeg ook veel steun en aandacht van “hard geld”-activisten en libertariërs, die lovende artikelen over zijn initiatief[15] schreven. Nakamoto[16] deelde ook Szabo’s vaststelling, dat het vertrouwen, dat mensen gedwongen moeten hebben in conventionele geldsystemen juist de fatale zwakte is van geldsystemen; “Het kernprobleem met conventionele geldsystemen is dat ze op vertrouwen gebaseerd zijn om het werkbaar te maken. De centrale bank moet vertrouwd worden om de munt niet te ontwaarden, maar de geschiedenis van fiatgeld staat bol van de voorbeelden van schending van vertrouwen. Banken moeten vertrouwd worden om geld aan te houden en elektronisch over te maken, maar ze lenen het [fiatgeld] uit in golven van kredietbubbels zonder een fractie in reserve aan te houden. We moeten ze vertrouwen met onze privacy, ze vertrouwen om identiteitsfraudeurs om onze rekening leeg te halen.” Kortom: een geldsysteem, dat niet berust op vertrouwen, maar op harde, onveranderbare principes is superieur aan de conventionele geldsystemen.

Nakamoto loste Szabo’s “trusted third party” probleem op met de uitvinding van de blockchain: een grootboekrekening, die alle transacties van het systeem steeds controleert en (her)bevestigt. Met deze blockchain wordt fraude voorkomen en de veiligheid van het bitcoin-betaalnetwerk gegarandeerd[17]. De technische aspecten van de blockchain, cryptografie, mining, proof-of-work, hashing, wallets, etc. laat ik weg uit deze bitcoin-bespreking, omdat deze irrelevant zijn voor de economische case vóór bitcoin. (Wie dat wel wil weten, verwijs ik graag door naar de presentatie van Konrad Graf in de voetnoot.[18])

Groei, prijs en waarde

Op de website blockchain.info wordt bijgehouden hoeveel nieuwe gebruikers en transacties er bijkomen; deze groei is exponentieel. Hetzelfde geldt voor het aantal klanten van een bedrijf als BitPay – een bitcoin-intermediair die bedrijven helpt om bitcoin te accepteren als betaalmiddel. De internationale groei van exchanges, analysetools en blockchain-techbedrijven is gigantisch. Het aantal (prominente) softwareprogrammeurs, die vrijwillig meewerken aan de verdere ontwikkeling van bitcoin is al jaren zeer hoog.

Bitcoin-rivalen, altcoins genaamd, zoals Ethereum, Litecoin en Bitcoin Cash experimenteren met allerlei variaties op het bitcoin-protocol. Uit deze concurrentiestrijd is nu een geheel nieuwe financiële sector voortgekomen: cryptocurrency. Iedereen kan zijn eigen coin starten en in de markt zetten. Ironisch genoeg maakt deze concurrentie bitcoin niet zwakker maar sterker. Bitcoin heeft namelijk zo’n grote voorsprong qua netwerkeffecten, dat overstappen naar een andere currency enorme overstapproblemen geeft aan het ecosysteem. Bitcoin is ook open-source, daardoor kunnen de meest interessante usecases van altcoins gemakkelijk ingepast worden. Om die reden is de redenatie dat Bitcoin de AltaVista of MySpace van cryptocurrency is, die door Google en Facebook uit de markt zijn gedrukt, verkeerd. AltaVista en MySpace hadden met een open source-model zeer waarschijnlijk de beste aspecten van Google en Facebook kunnen integreren.

Sinds de implementatie van bitcoin is bitcoin vrijwel constant gestegen in waarde, van $0,10 tot $4400[19] afgelopen week – alhoewel met constante schommelingen in de prijs. Een ander voordeel van bitcoin is dat het – net als goud – een internationaal, niet-staat gebonden geldsysteem mogelijk maakt. Precies zoals Hayek dat zich had voorgesteld. En nog belangrijker: deelname aan het bitcoin-geldsysteem is, in tegenstelling tot fiatgeld, volledig op vrijwillige basis. Als iemand geen heil in bitcoin ziet, bitcoin niet begrijpt of bitcoin om bepaalde redenen immoreel vindt, dan hoeft hij of zij er niet aan mee te doen.

Een eerste, veelgehoorde bedenking ten aanzien van bitcoin is dat het een tulpenmanie/bubbel zou zijn: de prijs neemt namelijk zo snel toe dat er vrijwel geen andere vergelijking bestaat, dan met die twee fenomenen. Maar toch, het ligt ditmaal niet zo simpel. Er zullen uiteindelijk slechts 21 miljoen bitcoins bestaan, maar er zijn nu slechts zo’n 16 miljoen bitcoins in omloop. Daarnaast zijn er bitcoins verloren gegaan als gevolg van vergeten paswoorden en defecte harde schijven. Hierdoor is bitcoin dus schaars. Zeer schaars. Doordat de vraag exponentieel toeneemt, maar het aantal bitcoins zeer langzaam stijgt, zal de prijs heel hard stijgen. De huidige waarde van bitcoin is onmiskenbaar speculatief, omdat veel mensen verwachten dat bitcoin meer waard wordt en daarom bitcoins opsparen; ze zien bitcoin als een manier om snel rijk te worden. Het gaat echter te ver om te stellen dat bitcoin’s prijs alleen op manie gebaseerd is. Een tweede bedenking is dat bitcoin een Ponzi- of piramidespel zou zijn. Op basis van de snel stijgende prijs leek dit op voorhand een goede duiding, maar er zijn een aantal duidelijke verschillen. Zo heeft een Ponzi-spel een Ponzi nodig, een oplichter – die is er niet. De enige mensen die lijken te profiteren van bitcoin zijn de gebruikers en bezitters van bitcoin. (Wie meer weerleggingen van onterechte bitcoin-kritieken wil lezen, kan goed beginnen bij de blogs van Peter Surda[20] en Konrad Graf.)

In een binnen de bitcoin-scene zeer gewaardeerde youtube-video[21], gemaakt door bitcoin-supporter James DeAngelo, wordt een alternatieve verklaring voor de scherpe prijsstijging gegeven. DeAngelo vergeleek bitcoin met een snelgroeiende startup als Twitter. Toen Twitter startte hadden ze maar 50 gebruikers, maar het aantal gebruikers bleef steeds verdubbelen, totdat ze uiteindelijk miljoenen gebruikers hadden. Het was geen perfect exponentiële ontwikkeling, gemeten op dag- of weekniveau; er waren tal van tegenslagen, concurrenten, geldzorgen, technische uitdagingen, enz. Toch bleef Twitter hard en gestaag doorgroeien, daardoor nam de waarde per aandeel steeds meer toe. Uiteindelijk werd Twitter een miljardenbedrijf en een globale, dominante speler in media. DeAngelo’s theorie is, dat het bij de bitcoinprijs dus niet om een spel van oplichters of speculatiemanie gaat, maar om de dynamiek van een volatiele valuatie van een snelgroeiend ecosysteem – vergelijkbaar met het aandeel van een snelgroeiende startup. Hij vergelijkt de bitcoinprijs met een aandeel in Twitter.

Internet als voorbeeld

Er is een precedent voor snel in waarde toenemende, virtuele assets geweest: dotcom-domeinnamen. Midden jaren ’90 werden de beste domeinnamen opgeslokt door domeinhandelaren. Domeinhandelaren kochten deze domeinen op, omdat ze de visie hadden dat domeinnamen een digitaal onroerend goed waren. Domeinnamen zijn een waardevolle bezitting gebleken.[22] Sinds de stormachtige groei van het internet, zijn domeinen gemiddeld steeds duurder geworden. Logisch: een schaars goed, ook als dit virtueel is, wordt meer waard als er meer vraag is. Dit prijsmechanisme geldt voor elk jaar sinds ’95[23] en dat zal zo door blijven gaan – zolang het internet blijft groeien.

Daarnaast, een tweede gevolg van domeinnamen-schaarste: elke domeinnaam kan maar eenmalig uitgegeven worden. Om die reden is een domeinnaam als home.com veel geld waard. Op dit stukje digitaal onroerend goed kunnen vele soorten bedrijven zich huisvesten – qua mogelijkheden is home.com te vergelijken met een stukje onroerend goed op het Londense Picadilly Circus! Domeinnaamhandelaren zagen destijds dus correct in, dat toekomstige bedrijven en ondernemers deze domeinnamen in de toekomst voor veel geld weer van hen over zouden nemen. Veel bitcoinbezitters denken hetzelfde bij bitcoin: ze zien het als digitaal goud en zijn niet van plan het opnieuw af te staan totdat ze er, in hun ogen, een fair value voor krijgen. Als bitcoin blijft doorgroeien tot de munteenheid van het internet dan zal 10-100x zoveel zijn als nu – in de verre toekomst, dat wel.

Voorts, niet alle domeinnamen zijn gelijk geschapen. Een korte, herkenbare, pakkende domeinnaam zonder streepje en – allerbelangrijkst! – met DOTCOM op het eind is veel geld waard. Home.com is veel meer waard dan huizen-bekijken-innederland.net. Dotcom is de de facto standaard[24] van domeinnamen geworden en dat is niet meer terug te draaien. Zie hier de link met bitcoin en altcoins: bitcoin is de dotcom-standaard van cryptocurrency. Bitcoin heeft de meeste status, alleen een crypto-concurrent die vele malen beter is dan bitcoin zou een kans maken – en zo jong is bitcoin ook niet meer, het stamt uit ’98. Ter vergelijking: Google stamt uit ’98 en AltaVista uit ’95 – zoveel tijd zat er niet tussen. MySpace stamt uit 2003 en Facebook uit 2004. De voorsprong van bitcoin ten opzichte van andere altcoins neemt echter nog steeds toe. De huidige concurrenten voldoen niet.

Toekomst

Het is natuurlijk mogelijk dat bitcoin uiteindelijk toch niet zal slagen, als gevolg van een technologische bug die niet voorzien was; omdat er een altcoin blijkt te zijn, die 10x beter is; omdat bitcoin op verkeerde, economische principes is gebaseerd; omdat overheden bitcoin succesvol konden uitbannen nadat de ecologie meer centraliseerde; omdat bitcoin toch meer speculatie dan asset was; enz. enz. Allemaal mogelijkheden die bestaan, maar deze risico’s zijn met de tijd steeds onwaarschijnlijker, omdat bitcoin al een aantal extreme tests heeft doorstaan.

Bitcoin overleefde bugs, een mogelijke 51% attack, het faillissement MtGox, hacks van (destijds) belangrijke exchanges als Bitcoinica en Tradehill, exit-scams als Cryptsy, associaties met SilkRoad, Russisch verbod, Ethereum’s opkomst en andere altcoin-uitdagers, een onverwachte hard fork en een continue stroom van chaotische taferelen die breed uitgemeten worden in de media. Elke tegenslag van bitcoin lijkt bitcoin juist sterker te maken. Bijvoorbeeld, toen de SilkRoad-website[25] in 2013 door de FBI werd ontmanteld, begon de bitcoin-prijs kort daarna hard te stijgen. Geheel tegen de verwachting in, omdat bitcoin door tegenstanders als vehikel voor criminelen werd versleten. In realiteit was het opheffen van de SilkRoad-website juist positief voor bitcoin: mensen durfden te beleggen in en betalen met een digitale munt die niet langer 1-op-1 met criminaliteit werd geassocieerd. Bitcoin lijkt het voorbeeld van “antifragiel”[26] te zijn; door elke uitdaging lijkt het bitcoin-ecosysteem sterker en groter te worden en stijgt vervolgens de prijs.

Het is goed mogelijk dat bitcoin crasht of gecrasht is, terwijl dit stuk uitkomt en/ of gelezen wordt. Gezien de enorme stijging van de bitcoin-prijs is dit zelfs zeer aannemelijk. Wel is het dan goed om erop te wijzen dat bitcoin al 5 grote crashes[27] heeft gehad en zich na de crash steeds herstelde op een hogere gemiddelde prijs dan voor de crash. Op de lange termijn is de bitcoin-prijs ook elk jaar toegenomen[28], met uitzondering van een correctie in 2014. Daar moet wel bij gemeld dat bitcoin in 2013 5500%(!) steeg. Bitcoin heeft nog steeds veel problemen en zal nog heel veel problemen tegemoet treden in de toekomst – zonder meer. Maar er moet langzamerhand ook serieus rekening gehouden worden met het meest onwaarschijnlijk denkbare scenario: bitcoin zou weleens kunnen slagen.


[1] https://mises.org/library/mystery-banking

[2] https://www.ecb.europa.eu/mopo/strategy/pricestab/html/index.en.html

[3] https://www.ronpaul.com/fiat-money-inflation-federal-reserve-2/

[4] https://www.youtube.com/watch?v=GJ4TTNeSUdQ

[5]http://www.fon.hum.uva.nl/rob/Courses/InformationInSpeech/CDROM/Literature/LOTwinterschool2006/szabo.best.vwh.net/shell.html

[6] https://mises.org/library/choice-currency-0

[7] https://www.goodreads.com/book/show/25894053-the-new-case-for-gold

[8] https://en.wikipedia.org/wiki/Fiat_money

[9] Meer hier http://nakamotoinstitute.org/static/docs/denationalisation.pdf

[10] http://nakamotoinstitute.org/bit-gold/

[11] Ik vermoed zelf dat Satoshi Nakamoto een alias van Nick Szabo is. De vergelijkingen tussen Bitcoin en BitGold zijn zo sterk en opvallend, dat er vrijwel zeker een link moet zijn.

[12] http://www.econtalk.org/archives/2012/09/barofsky_on_bai.html

[13]  https://www.theatlantic.com/business/archive/2016/08/why-arent-any-bankers-in-prison-for-causing-the-financial-crisis/496232/

[14] https://bitcoin.org/bitcoin.pdf (Satoshi Nakamoto – Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System)

[15] https://www.coindesk.com/live-free-or-mine-how-libertarians-fell-in-love-with-bitcoin/

[16] https://freedomnode.com/blog/66/21-wise-and-funny-bitcoin-quotes-by-satoshi-nakamoto#h-central-banking-is

[17] https://www.youtube.com/watch?v=HvfO5u4ImAU&t=856s (Bitcoin Decrypted II)

[18] Szabo en Nakamoto waren absoluut niet de enige ontwikkelaars, die probeerden om een digitaal cash-alternatief te bedenken en/of te ontwerpen; zo zijn er Chaum’s DigiCash, Adam Back’s HashCash, Jackson & Downey’s e-Gold, PayPal’s originele implementatie, Wei Dai’s B-Money, etc. Al deze projecten stammen uit eind jaren ’90. Meer hier: https://bitcoinmagazine.com/articles/quick-history-cryptocurrencies-bbtc-bitcoin-1397682630/

[19] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zvzl (Rond de $4440 per 17-8-’17)

[20] http://www.economicsofbitcoin.com/

http://www.konradsgraf.com/bitcoin-theory/

[21] https://www.youtube.com/watch?v=qHUPPYzzZrI&t=22s&list=PLzctEq7iZD-7-DgJM604zsndMapn9ff6q&index=16

[22] Zie het essay op http://www.jointventures.com/ van Rick “Domain King” Schwartz, meer hier: http://www.ricksblog.com/2015/12/rick-schwartz-20th-anniversary-post-trust-numbers-not-people/#.WZcDHD4jHIU

[23] http://domainnamewire.com/2016/01/14/impressive-domain-name-stats-from-escrow-com/

[24] https://www.domainstate.com/registrar-tld-breakup.html

[25] http://edition.cnn.com/2013/10/04/world/americas/silk-road-ross-ulbricht/index.html

[26] https://btctheory.com/2015/01/16/antifragile-bitcoin/

[27] https://www.youtube.com/watch?v=XbZ8zDpX2Mg

[28] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zi1gRSIzvzl

Posted on

De metropool als panacee

Planoloog Zef Hemel heeft recentelijk zijn ideeën in een nieuw boek opgeschreven: “De toekomst van de stad[i]”, hierin pleit hij voor metropoolvorming in Nederland. Hemel stelt zich m.n. tegenover de planologen en beleidsmakers, die het principe van de “concentrische” Randstad voorstaan – een slierterige reeks van dorpjes en stadjes – en het zogenaamde groeikernenbeleid – het actief stimuleren van industrie en werkgelegenheid in provinciale stadsgebieden. Hemel vindt juist dat de natuurlijke metropoolvorming ruim baan gegeven moet worden. Het is wereldwijd de tendens voor mensen van het platteland om naar de stad te trekken voor werk en kansen.

Hemel stelt zichzelf de vraag: waarom houdt de overheid deze metropoolvorming eigenlijk tegen? In vrijwel alle landen zijn een aantal grote steden uitgegroeid tot metropolen (ondanks aanvankelijke scepsis) en zij plukken daar nu de vruchten van. Hemel noemt daarvoor een aantal redenen: angst voor armoede en opstanden enerzijds, en leegloop van de rurale gebieden anderzijds. Hemel vindt deze houding onbegrijpelijk, omdat de stad juist rijkdom creëert (a.g.v. complexiteit van de stad zelf); steden tolerantie en kosmopolitisme aanwakkeren; en mensen gewoon vrij moeten kunnen kiezen. Daarnaast is deze angst ondertussen achterhaald, aangezien vele metropolen hebben aangetoond dat zij niet alleen levensvatbaar zijn, maar fraaie successen.

Welvaartcreatie

Het is tegenwoordig bekend[ii] dat ondernemerschap en innovaties achterblijven in vergelijking met vroeger. Elk decennium nemen de groeicijfers verder af en sinds de financiële crisis lijkt de groei praktisch tot stilstand te komen. Economische groei kan gerealiseerd worden door bestaande sectoren verder door te laten groeien, maar de meeste economische groei wordt gerealiseerd door A) nieuwe economische sectoren aan te boren of B) bestaande economische sectoren in een positie te plaatsen waar nieuwe groei mogelijk is. Te denken[iii] valt aan;

  • maatregelen om intellectuele eigendomsrechten verder in te perken (patenten hinderen innovatie)[iv];
  • overheidsgeld te spenderen aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (vergroot kansen op nieuwe ontdekking nieuwe groeigebieden[v]; en
  • burgers beter te scholen voor de arbeidsmarkt van de toekomst[vi].

Ergo, Hemel snijdt een uitstekend punt aan als hij daarnaast ook de stad zelf als welvaart creërend systeem kenmerkt. In de stad zullen deze economische hervormingen het snelste leiden tot uitvindingen en ondernemerschap. Robert Gordon[vii] noemde recentelijk “zes tegenwinden”, die de groei uit de Amerikaanse economie halen en tot stagnatie leiden; demografische krimp, achterblijvende resultaten in het onderwijs, ongelijkheid, globalisering, klimaatverandering en de enorme hoeveelheid schulden van zowel overheid als privé-huishoudens. Deze problemen plagen Europa, in meer of mindere mate, op dezelfde wijze. Steden kunnen de kosten van klimaatverandering beter dragen via schaalvoordelen door slimmer en goedkoper te werken; ongelijkheid en (negatieve effecten van) globalisering beter tegengaan, omdat steden meer werkgelegenheid creëren.

Kortom: urbanisatie is een welvaartsmotor, die met het oog op de toekomst aangewend moet worden. Economische groei is namelijk nodig; overheidsfinanciën (en –verplichtingen) zijn gebouwd op de verwachting van toekomstige groei[viii]. Als metropoolvorming economische groei kan aandrijven, dan zou beleid dat metropoolvorming tegenwerkt herzien moeten worden. Hemel staat daarom een relatief libertarische handelswijze voor; laat de mensen – alle mensen – maar naar de stad komen en zo ontstaan er vanzelf nieuwe ondernemingen, ideeën, levensstijlen, diensten, etc.

Migratie naar de stad

Voor Hemel lijkt elke stad in feite dezelfde stad, en elke stadsgemeenschap inwisselbaar – met cultuur slechts als een van de vele modes, die het stadsbeeld aandoen. Hemel lijkt te denken, dat het eindpunt van een metropool per definitie een resultaat oplevert van het niveau Londen[ix], Parijs, Tokyo of New York. Maar dat zou onjuist zijn: Djakarta, Mumbai, Lagos, Caïro en Mexico City zijn al decennia metropolen, maar leveren geen noemenswaardige bedrijven, entertainment, toeristische attracties of Nobelprijswinnaars op. Het is dus zeker niet noodzakelijk het geval, dat vrije metropoolvorming tot successen leidt.

Deze week berichtte het blad Nature nog, dat er bijvoorbeeld gigantische metropoolvorming in Afrika[x] gaande is, maar dat de armoede daarmee niet lijkt te verdwijnen. Het trieste antwoord is natuurlijk, dat de metropool niet los te zien is van de mensen, die er wonen. En zo geldt het eigenlijk voor vrijwel alle steden buiten Oost-Azië (Japan, Singapore, Zuid-Korea, Taiwan, China), de Westerse landen en de oliestaten[xi]. Welk derde wereldland heeft er een eerste wereldstad, laat staan eerste wereldmetropool? Er zijn natuurlijk zat derdewereldmigranten in OECD-steden, en hun bijdrage mag niet gemarginaliseerd worden, maar zij hebben die steden niet groot gemaakt. Ze zijn vooral afgekomen op de grootsheid, die er al was.

Denkt Hemel werkelijk dat bijvoorbeeld Franse banlieus probleemwijken zouden worden genoemd, als er geen Marokkanen en Senegalezen, maar Polen en Chinezen zouden wonen? Hemel lijkt te denken van wel, omdat hij denkt dat deze wijken falen, als gevolg van verkeerd overheidsbeleid. Dit is waarschijnlijk onwaar – en dat weet Hemel best. Derde wereldmigranten hebben immers vergelijkbare problemen in verschillende landen. Desondanks, Afrikaanse bootvluchtelingen en Syrische vluchtelingen zijn allemaal van harte welkom in de stad van Hemel; hij ziet hij deze armen migranten als “de middenklasse van de toekomst” van de stad. Op basis van uiteenlopende statistieken, verzameld voor elk denkbare sociale pathologie – van criminaliteit tot overgewicht en van schooluitval tot alcoholisme – kan nu al voorspeld worden, dat deze mensen niet de middenklasse van de toekomst zullen vormen. Vrije migratie vanuit de derde wereld naar de metropool leidt juist tot aanzienlijke problemen.

Hemel zal ongetwijfeld tegenwerpen, dat de heilzame werking van de stad migratieproblematiek juist zal verlichten, in plaats van verzwaren; maar zelfs als hij gelijk heeft, dan is het zeer de vraag of de reeds gevestigde stedelingen dat offer willen dragen. Voorlopig onderzoek heeft aangetoond dat derde wereldmigratie in combinatie met de huidige sociale organisatie van Nederland zeer kostbaar is, i.e. zelfs verarmend[xii] werkt voor de gemiddelde Nederlander. Nu is de vraag of dat ook in Hemels voorstel dezelfde resultaten zou opleveren, maar de voorlopige analyses en geschiedschrijving zijn niet bemoedigend. Het lijkt heilzaam beleid als steden wat kritischer zijn op het type migranten dat ze aan wensen aan te trekken.

Amsterdam, de juiste keuze?

Wat genoeglijk is aan Hemels stellingname, is dat hij echt durft te kiezen. Hij stelt dat de overheid voor Amsterdam moet kiezen en dat dit ten koste zal gaan van andere steden, m.n. provinciesteden. Hemel wil dat de overheid afstapt van allerlei lokale bebouwing en infrastructuur en vol inzet op Amsterdam. Hij bekent kleur. In Nederland is zo’n houding vloeken in de kerk. Zowel nivellering als de provincie zijn politiek gezien heilige koeien, en zeker in een tijd van Brexit, “populisme”, e.d. is het lastig te verdedigen om veel geld te investeren in de toch al rijke stad. De provincie zal zeker verontwaardigd zijn als ze voor hun gevoel nog meer worden achtergesteld. (En, gezien het gedraai rondom de gasboringen in Groningen, is dat natuurlijk begrijpelijk en terecht.) Hemel heeft waarschijnlijk gelijk, dat Amsterdam de meest logische kandidaat voor de te vormen Nederlandse metropool is. Rotterdam heeft de haven en Den Haag de regering, maar Amsterdam heeft al het andere wat een metropool een metropool maakt[xiii]. Wie daaraan twijfelt, moet eens kijken waar toeristen en young professionals het liefst vertoeven.

Als geheel heeft Hemel een onderhoudend, leesbaar boek geschreven, dat duidelijk als doel heeft om de beleidsmakers van zijn geliefde Amsterdam wakker te schudden – opdat ze nu eindelijk de stad eens ruimte geven om te groeien. Hemel verdient daarvoor volle steun. Amsterdam heeft gigantisch veel potentie en er is zeker dubbel zoveel animo om in Amsterdam te wonen dan er ruimte is. Dat laatste komt waarschijnlijk niet voort uit stupiditeit en irrationele angsten voor groei, maar is meer het effect van bewust gelobby van allerlei belangengroepen – belangengroepen, die zelf profiteren van de honger naar Amsterdamse woonruimte.

Allereerst, de Amsterdamse woningbouw is al sinds jaar en dag een politieke speelbal van gevestigde (vaak linkse) politieke partijen[xiv]; zij willen het percentage sociale woningbouw zo hoog mogelijk houden. Dit percentage zit ver boven het landelijke gemiddelde en kan ook niet verdedigd worden met speciale argumenten – het is gewoon een middel om lage inkomens binnen de stad te houden en zo stemvee te garanderen. Er is geen reden waarom deze huishoudens met lage inkomens op een A-locatie zouden moeten wonen. Sociale woningbouw kan ook aan de rand van Amsterdam.

Ten tweede, er lijkt steeds maar zeer beperkte gelegenheid voor de bouw van nieuwe woningen en flats. Dat is vreemd, omdat er juist zoveel vraag naar deze woongelegenheid is. De gemiddelde woningprijs in Amsterdam ligt sinds juli ‘16 boven de 3 ton[xv], binnen “de ring” dus nog hoger. De gebrekkige hoeveelheid nieuwbouw staat in schril contrast met de vraag: slechts 8000 woningen in 2015 en 6500 in 2016. Het Amsterdamse stadsbestuur zou wat meer ambitie en urgentie mogen tonen voor deze uitdaging. Waarom dat nog niet het geval is, blijft onduidelijk. Hemel had wat meer op deze problematiek mogen ingaan. Voor de lezer is dat nu een open vraag.

toekomst_van_de_stad_een_pleidooi_voor_de_metropool_zef_hemel_500Ten slotte, Amsterdammers zijn zelf nogal voorzichtig met hun eigen stad en dat is goed te begrijpen. Wat niet goed te begrijpen is, zijn Amsterdammers die: opeisen, dat de omgeving rondom Amsterdam groen (en onbewoond) moet blijven; er geen infrastructuur mag worden bijgebouwd, vanwege korenwolven of zeldzame vleermuizen; er niet boven drie verdiepingen gebouwd mag worden, vanwege uitzicht; etc., etc. Op die manier houden ze namelijk andere mensen tegen, die graag in deze metropoolregio zouden wonen. Er is genoeg groen in Nederland, waar liefhebbers kunnen vertoeven. Overigens, mag het deelbelang van Amsterdammers meer wegen dan het hoofdbelang van anderen om in een metropoolregio te wonen waar ze betere banen kunnen vinden en hogere salarissen zullen bedingen? Dat lijkt ethisch onverdedigbaar. Als Amsterdammers toch voor zichzelf wensen te kiezen, dan is dat uiteindelijk ook een keuze voor de rest van het land om een andere locatie voor metropoolvorming te kiezen. Amsterdammers moeten en mogen dan niet verbaasd zijn, dat er wordt ingezet op de Rotterdam-Den Haag regio of agglomeratie Utrecht.

N.a.v. Zef Hemel, De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool (Amsterdam University Press, 2016), paperback, 274 p.


[i] http://nl.aup.nl/books/9789462982468-de-toekomst-van-de-stad.html

[ii] http://www.vox.com/2016/8/1/12131216/theories-gdp-growth-slow

[iii] Zodra groene energie en fracken volwassen – zowel schoon als goedkoper dan de alternatieven – economische sectoren zijn, zullen deze sectoren ook veel economische groei opleveren. De VS loopt voorop met fracken; China met groene energie.

[iv] Stephan Kinsella – Against intellectual property

[v] Mariana Mazzucato – The entrepreneurial state

[vi] Er is een slechte afstemming tussen geleerde skills op school en de arbeidsmarkt. Studenten met zogenaamde STEM-opleidingen of vakdiploma’s voor technische beroepen leveren meer inkomen op. Er is een groeiende literatuur, die stelt dat meer en meer beroepsgroepen last hebben van automatisering en “technological unemployment”; Andrew McAfee & Erik Brynjolffson – The second machine age; Tyler Cowen – The great stagnation; Tyler Cowen – Average is over; Martin Ford – Rise of the robots; etc., etc.

[vii] Robert J. Gordon – The rise and fall of American growth; http://www.nber.org/papers/w18315

[viii] http://www.telegraaf.nl/dft/goeroes/rick-willem/24019891/__Voor_groei_en_welvaart_hebben_we_robots_nodig__.html

[ix] http://mori-m-foundation.or.jp/pdf/gpci2015_release_en.pdf

[x] http://www.nature.com/news/where-to-put-the-next-billion-people-1.20669

https://www.youtube.com/watch?v=lpQTni1wF0E

[xi] Het is allerminst zeker dat Dubai, Abu Dhabi en Riyad hun rijkdom zullen behouden, als er een echt alternatief voor fossiele brandstoffen is. Deze steden drijven op geïmporteerde kennis en arbeid en worden vrijwel volledig – en zeer riant, v.w.b. kennis – bekostigd met de olie- en gasinkomsten.

[xii] https://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/immigration-and-dutch-economy.pdf (blz. 59 e.v.); Pieter Lakeman – Binnen zonder kloppen

[xiii] https://fd.nl/blogs/1126992/maak-amsterdam-inderdaad-twee-keer-zo-groot

[xiv] http://www.elsevier.nl/politiek/news/2014/02/de-slag-om-amsterdam-pvda-dreigt-almacht-in-hoofdstad-kwijt-te-raken-1471510W/

[xv] http://www.parool.nl/amsterdam/gemiddelde-woningprijs-amsterdam-voor-het-eerst-boven-de-3-ton~a4334622/

Posted on

Avondland en Identiteit: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?”

avondland en identiteitIn de nacht van zondag 15 op maandag 16 maart was ik te gast bij het radioprogramma ‘Echte Jannen’ om te praten over mijn boek Avondland en Identiteit.[1] De interviewers waren Jan Heemskerk (bekend van tijdschrift Playboy) en dr. Thierry Baudet (bekend van diverse publicaties, waaronder zijn proefschrift De Aanval op de Natiestaat). Aan de heer Baudet kon ik duidelijk merken dat hij daadwerkelijk tijd had uitgetrokken om het boek te lezen – mede hierdoor beleefde ik veel plezier aan het interview. Hoewel de interviewers met name geïnteresseerd waren in de hoofdstukken over feminisme, kwamen thema’s als islam- en immigratiepolitiek toch ook kort aan de orde. Kortom ik vond het een prima inhoudelijke discussie.

Soms echter, lees je een stuk terug en denk je: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?” Zo schreef de objectivistische blog ‘pomonieuws’ het volgende na afloop van het radio-interview:

“Sid Lukkassen is een upcoming, angry young millennial die uit de kloof is komen kruipen tussen het decadente politieke establishment en de keiharde realiteit van vandaag. Zijn these dat het feminisme de bron zou zijn van alle ellende, gaat slechts over een symptoom.”[2]

Hoewel ik tijdens het interview geen boosheid heb ervaren – sterker nog ik vond het erg gezellig – kan ik de term ‘angry young millennial’ nog verklaren uit de inhoud van het boek: deze is niet mild. Maar de bewering dat ik het feminisme als enige oorzaak van het Europees verval zou zien klopt simpelweg niet. Ik schrijf in de inleiding expliciet “dat het proces dat de feminisering van de Westerse cultuur omschrijft weliswaar samenhangt met sociaal-politiek feminisme, maar er geen een op een gevolg van is. Feminisering slaat allereerst op het falen van de balans tussen masculiene en feminiene waarden, deugden en kwaliteiten binnen een cultuur. Het verdwijnen van deze balans in Europa heeft meerdere oorzaken, die ik in de hoofdstukken van dit boek uiteenzet.” [p 20]  Dit punt werd door dr. Baudet tijdens het interview bovendien zeer scherp opgemerkt.

Verder worden de lezers door de schrijver op ‘pomonieuws’ misleid, omdat hij of zij linkt naar een stuk over de feminisering van het onderwijs dat ik enkele jaren geleden schreef. Het is weliswaar een stuk waar ik nog steeds achter sta, maar vervat geenszins de kern van Avondland en Identiteit.

Daarnaast klaagt men dat het boek een “ideologische analyse mist” wat betreft een van de hoofdonderwerpen: cultuurmarxisme. Ook dit klopt niet.

“Waar Lukkassen het bij het rechte eind heeft, is wanneer hij de Ondergang van het Avondland van Spengler koppelt aan het cultuurmarxisme van de Frankfurt School. Maar voor een afgestudeerd filosoof is het vrij nalatig om daarna de ideologische analyse in zijn geheel te missen!”

Sterker nog, het boek is geboren uit een ideologische uiteenzetting van cultuurmarxisme. Destijds legde ik Derk Jan Eppink een concepttekst voor waarvan de essentie was dat toen de economie zich herstelde en de communistische revolutie in Europa uitbleef, men het marxistische gelijkheidsideaal ging toepassen op cultuur in plaats van op economie. Om zo het “valse culturele bewustzijn” te doorbreken (zoals Thierry Baudet ook helder omschreef tijdens het interview). De analyse beviel zozeer dat ik het advies kreeg om verder te schrijven. Naast een geschiedkundige uitleg over cultuurmarxisme heb ik een hoofdstuk toegevoegd om het verschijnsel filosofisch te verklaren.

De indruk dringt zich op dat degene die op ‘pomonieuws’ over mij schreef wenste mee te liften op het feit dat cultuurmarxisme op de radio besproken werd, wat ten koste is gegaan van een inhoudelijke verdieping. Het gortigst wordt dit waar men schrijft dat ik de klok zou willen terugzetten naar de jaren ’50 – men spreekt over een “throwback naar de spruitjeslucht.” Hij of zij heeft de uiteenzettingen over nieuwverworven seksuele vrijheden duidelijk niet (allemaal) gelezen. In een recentelijk schrijven voorspelde ik nog dat de grote vraag van de eenentwintigste eeuw als volgt zal luiden: “Hoe kunnen we de voordelen van het liberalisme behouden, van de economische en seksuele vrijheid, en tegelijkertijd de sociale samenhang van de Europese cultuur versterken?”[3] In een slothoofdstuk van Avondland en Identiteit wijs ik verder op blijvende veranderingen die door technologie zijn veroorzaakt, en op de geopolitieke noodzaak om in innovatieve techniek te investeren.

“De allesbepalende wortel van de Contra-Verlichting laat Lukkassen in zijn stelling buiten beschouwing. Waarschijnlijk heeft hij het verwoestende ideologische grondwerk van Rousseau, Kant en Hegel in zijn geheel niet opgemerkt.”

Ook deze constatering deel ik niet. Wat Immanuel Kant betreft bekritiseer ik zowel zijn kennisleer (omdat deze een wortel is van het subjectivisme) als zijn ethiek (omdat deze ethiek puur naar intenties kijkt en gevolgen van handelingen buiten beschouwing laat). Wie in de index van mijn boek had gekeken, had de passages waarin Kant genoemd wordt simpelweg kunnen opzoeken. Hetzelfde geldt voor Rousseau, die ik wel degelijk (kort) noem. Daarbij is de kern dat Rousseau meende dat de ongerepte natuurmens was bedorven door de vooruitgang van de beschaving. Hij geloofde in de maakbaarheid van de mens en verlangde naar een prille, idyllische puurheid.[4] Laat mij hier volstaan met de opmerking dat veel van de cultuurmarxistische haat tegen het kapitalisme tot dit denkbeeld te herleiden is.

Mogelijk heeft men wel een punt dat ik meer aandacht aan ‘counter-currents’ tegen de Verlichting had kunnen schenken. Echter een boek – en zeker een debuutboek – kan maar zoveel pagina’s en onderwerpen bevatten. Op een gegeven moment moet men een grens trekken. Wie weet wat de toekomst nog brengt.


[1] http://www.powned.tv/programmas/echtejannen.html (17 maart 2015).

[2] http://www.pomonieuws.nl/2015/03/sid-lukkassen-polemiek-van-een-angry.html (17 maart 2015).

[3] http://www.dagelijksestandaard.nl/2015/02/avondland-en-identiteit-burgers-zoeken-een-nieuwe-elite/2/

[4] “Many authors have hastily concluded that man is naturally cruel, and requires a regular system of police to be reclaimed; whereas nothing can be more gentle than he in his primitive state, when placed by nature at an equal distance from the stupidity of brutes, and the pernicious good sense of civilized man.” Jean-Jacques Rousseau, A Discourse Upon The Origin And The Foundation Of The Inequality Among Mankind, in: Harvard Classics Volume 34, 1910. Editor: Charles W. Eliot.