Posted on

Hollywood-activisme in het Interbellum. Hoe de Sovjet-Unie haar propagandamachine uitrolde en westerse beroemdheden voor zich won

[pullquote]“De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire rol gespeeld.” – Karl Marx [i] [/pullquote]

Weinig mensen zullen Willi Münzenberg kennen. Deze mediamagnaat was een meester in de strijd om de politieke waarheid. Na te zijn vermoord door zijn oude werkgever, Stalin, is Münzenberg behendig uit de geschiedenis gelaten. Maar juist daarom is het van belang om zijn loopbaan als propagandist te onderzoeken.[ii] In dit artikel zal ik ingaan op de verregaande culturele invloed van Willi Münzenberg.

Het activisme van een groot aantal acteurs, auteurs en musici in onze tijd is algemeen bekend. Dit wordt veelal slechts als iets modieus gezien. Onschuldige goeddoenerij. Maar waarom is het überhaupt modieus? Lezen over Münzenberg opent een poort naar een vreemde en in nevelen gehulde geschiedenis. Het legt de machinekamer bloot waarmee de westerse intellectueel vanuit Moskou werd verleid. Deze machinekamer bestond uit een groot netwerk van uitgeverijen, filmproductiebedrijven en kranten. Maar het beheerste ook de levens van publieke intellectuelen en grote literaire schrijvers. Het was Wilhelm “Willi” Münzenberg die geknipt bleek om dit propaganda-apparaat te sturen.

Bespeelde levens

Lillian Hellman, Dorothy Parker, Romain Rolland, Felix Frankfurter, Fernand Leger, Paul Eluard, Ella Winter, Elsa Triolet, Louis Aragon, Lincoln Steffens, André Malraux, Clara Malraux, André Gide, Ernest Hemingway, Sinclair Lewis: dat is slechts een greep uit de namen van de beeldbepalende kunstenaars die sympathie hadden voor het stalinisme. Literaire zwaargewichten, prijswinnaars en trendsetters in de jaren twintig en dertig van (West-) Europa en de VS. Zij werden allen, vrijwillig of onvrijwillig, verleid om ‘fellow-traveler’ van de communistische zaak te worden. Een haast schrijnend voorbeeld is dat van Romain Rolland, Frans schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Sommige schrijvers werden enkel geschaduwd, maar Rolland’s leven werd direct gemanipuleerd. Maria Pavlova Khoudachova (dit is de Franse transliteratie, hierna wordt de naam steeds weergegeven in de Nederlandse transliteratie, nl. als Choedasjova, red.), een Russische prinses, was een sovjetspion die getraind was om het leven van Rolland te bespelen.[iii] Zij trouwde met hem, beïnvloedde zijn politiek en zijn werk en zou na zijn dood de literaire erfenis blijven manipuleren. Dit gebeurde allemaal zonder dat Rolland ooit de waarheid achter de bedoelingen van Choedasjova leerde kennen. Choedasjova was een succesvolle pion in Münzenbergs strategie om cultureel Europa te veroveren.

Wie was dan die man, die met het grootste gemak het denken van velen bespeelde? Willi Münzenberg, geboren in 1889 in Duitsland, groeide in armoede op. Als zoon van een barman raakte Willi al snel betrokken bij de arbeidersbeweging. Tegen de tijd dat de Eerste Wereldoorlog uitgebroken was, was hij al een graaggeziene gast van Lenin. Münzenberg was op de radar van Trotski gekomen en werd al snel de organisatorisch talentvolle protegé van Karl Radek, een belangrijke spin in de communistische activiteiten in Duitsland. De eerste grote verdienste van Münzenberg, kwam in 1921. Lenin had hem in Moskou uitgenodigd en de taak gegeven om in het westen een inzamelingsactie voor de hongersnood in de Sovjet-Unie te beginnen.[iv] Deze grote propagandaslag liep onverwachts slecht uit, aangezien westerse filantropen en beroemdheden deze actie gebruikten om hun weelde en goedheid te bewijzen. Hoewel er grote bedragen binnenkwamen, kwam de westerse ‘PR’ het beste uit de verf, vergeleken met de armoedige Sovjet-Unie – het binnengehaalde geld was überhaupt van kleiner belang dan een propagandistische winst.

Moskou zag wel het organisatorische talent van Münzenberg. Maar de grootste slag die Moskou geslagen had, was dat zij wisten wat er bij de westerse culturele elite te halen viel. De bespeelbaarheid van hun trots en morele kompas kon gemakkelijk misbruikt worden. Münzenberg kreeg veel middelen tot zijn beschikking. Begin jaren twintig begon hij met het opzetten van zijn media-imperium. Dit deed hij door te beginnen met de aankoop van de distributierechten van vrijwel alle films in Duitsland. Deze bracht hij onder de hoede van een breed scala aan dummy corporations, waaronder de Aufbau, Industrie & Handels A.G.[v] Niet alleen Europa moest eraan geloven. De lange arm van Moskou reikte tot voorbij de Atlantische Oceaan: Münzenberg kreeg in 1925 de opdracht van de Komintern (de organisatie die gericht was op het internationaliseren van het communisme) om van de Amerikaanse communistische partij een propagandacentrale te maken.[vi] In de loop der jaren zou zijn greep hierop toenemen. Vele andere westerse socialistische organisaties stond hetzelfde lot te wachten.

De Publieke Opinie

Het is even interessant als ontluisterend om te zien hoe Münzenberg de onderstroom van de mainstream wist binnen te dringen. Hiervan twee voorbeelden: allereerst was er de Sacco-Vanzetti Case. Dit was een rechtszaak in Amerika tegen twee anarchistische Italianen die een dubbele moord zouden hebben gepleegd, waar de internationale pers lang over zou blijven schrijven. Münzenberg zette de Sacco-Vanzetti Case neer als racistisch gemotiveerd en bevestigde hiermee het idee dat Amerika geen land vol kansen, maar vol bekrompen vooroordelen was. Hiernaast werden er vele protestacties georkestreerd door de communistische partij en zou een inzamelingsactie een half miljoen opleveren – waarvan slechts 6.000 dollar bij Sacco en Vanzetti terecht zou komen.[vii]

Het tweede voorbeeld toont misschien wel Münzenbergs sluwste kant: Tussen 1928 en 1932 orkestreerde Münzenberg een vredesbeweging, die als voorbeeld geldt voor hoe de mythologie van progressieve gedachten wordt verspreid. Hiervoor zette hij The League Against War op. Het culmineerde in meerdere congressen voor vrede, waarbij iedere graad van links denken welkom was. Om de schijn op te houden, dat het geen communistisch georganiseerd congres was, werd de financiering goed verborgen gehouden. Opvallend hierbij is dat de agitatie zich richtte op de VS en moedwillig de opkomst van de nazi’s leek te negeren.[viii] Deze organisatie zou Münzenberg nog lang waardevol zijn en werd, nadat Hitler de macht greep, simpelweg omgedoopt van The League Against War tot The League Against War and Fascism.[ix]

Hoewel Münzenberg een succesvol verleidingsbedrijf draaiende hield, was er natuurlijk ook een verleidingsbereidheid vanuit de linkse intellectueel. Wat zochten zij, in hun toewijding aan het publiekelijk verdedigen van het stalinisme? In het boekje ‘Verre Paradijzen’, over het linkse politieke toerisme, staat:

De intellectuelen die zich in hun eigen maatschappij ontheemd voelden, zochten, in een poging om niet aan totale wanhoop ten prooi te vallen, een samenleving waarin hun idealen van eenheid, gelijkheid en harmonie wel verwezenlijkt leken. Hoe kritischer zij tegenover de maatschappij stonden die zij kenden, des te groter was hun behoefte aan een voorbeeld in de verte, een ver paradijs waar werd getoond hoe het beter kon.”[x]

Deze heimwee naar een onbestaande plek, moest ook verdedigd worden:

Uiteraard lokten de standpunten van de fellow-travelers in het Westen tegenspraak uit. In het publieke debat traden zij naast de communisten op als de belangrijkste peitbezorgers van de socialistische staten. Zij maakten daarbij gebruik van een vast repertoire argumenten waarmee ze de kritiek van hun tegenstanders pareerden. Verreweg de makkelijkste manier om hun critici te bestrijden bestond uit het verdacht maken van de bronnen waarop dezen hun betoog hadden gebaseerd. Het was voor de verdedigers van de Sovjet-Unie niet ongebruikelijk berichten over kampen in dat land af te doen als laster van de Amerikaanse geheime dienst.”[xi]

Nazi’s en communisten als stille kameraden

De antifascistische campagne en het vormen van ‘popular fronts’ waren manieren om jonge intellectuelen in het westen te werven voor de stalinistische zaak, met een als ‘moreel superieur’ gemaskeerd gedachtegoed (want alleen Stalin zou écht anti-Hitler zijn, wat progressieven aansprak).[xii] Maar waarom was Münzenberg dan, tot de machtsgreep van Hitler, niet geïnteresseerd in het bekritiseren van het fascisme? Het fascisme en het communisme waren immers aartsrivalen! Onder de oppervlakte lag de zaak ingewikkelder. Het zou de start van een samenwerking zijn die ook uiting vond in het beruchte Molotov-Ribbentroppact. De communisten hadden oog voor het antikapitalisme van Hitler en hoopten op een wending richting ‘sociaal-fascisme’. Zij konden het ook beter met elkaar vinden dan met de ‘burgerlijke’ liberalen en sociaal-democraten. Zo had Münzenberg veel contacten binnen de linkervleugel van de SA.[xiii]

Hoewel Münzenbergs leven en werk sterk veranderden na de machtsgreep van Hitler, bleef er geheim contact tussen de nazi’s en communisten. Münzenberg vluchtte in 1933 naar Parijs, kwam via een vriend van Sartre in bezit van een grote uitgeverij en begon met het creëren van een antifascistische beweging.[xiv] De boodschap – dat de Sovjet-Unie de ware en enige vijand was van het nazisme – overschreeuwde het stille feit dat de twee vijanden heimelijk samenwerkten.[xv]

Het Interbellum in Parijs

Na de rijksdagbrand was Münzenberg naar Parijs gevlucht. Een beschermheer van Münzenberg in het chique Parijs was Lucien Vogel. Zij kenden elkaar sinds de jaren ‘20. Vogel was een eigenaardige en opvallende smaakmaker en uitgever van tijdschriften, zowel in Berlijn, Parijs als later in de VS. Hij dacht al sinds 1926 na over manieren om socialisme via kunst in West-Europa salonfähig te maken. Twee bladen van hem zouden door Münzenberg gebruikt worden: Vu (dat zich bezighield met high-society) en Lu (een literair blad). Zijn landgoed (dat bekend stond als La Faisanderie, een 16e-eeuws jachtvertrek van Lodewijk XIV) was een constante verzamelplaats voor de links-modieuze bovenklasse in de jaren ‘20 en ‘30: intellectuelen, kunstenaars en spionnen uit de Sovjet-Unie.[xvi] In dit dromerige oord werden liefdes, vriendschappen en rivaliteiten geboren. Ook hier kon Münzenberg weer mensen vinden om om zijn vinger te winden.

In de jaren ‘30 was het in Parijs een komen en gaan van mensen en bezigheden. De vele gevluchte communisten vonden elkaar snel en creëerden een eigen biotoop. Vreemde wandelafspraken en ontmoetingen met sovjetspionnen waren aan de orde van de dag. Begin maart 1933 bracht een koerier uit Moskou opdracht om de World Committee for the Relief of the Victims of German Fascism op te richten. In tegenstelling tot de vredesorganisatie werd het een kleine organisatie, niet gericht op het grote ‘softe’ publiek. Het werd opgericht door Gibarti; een belangrijke, maar mysterieuze medewerker van Münzenberg, waarvan erg weinig bekend is. Het richtte zich op zeer geheime en fijnmazige taken, zoals het voeden van desinformatie richting Churchill.[xvii] Het mag duidelijk zijn dat Münzenberg in staat was tot aan de zon te reiken, als hij deze nodig had voor zijn cultuurpolitiek.

Het einde van Münzenberg

Het mystificeren van de geschiedenis en het verspreiden van onwaarheden is alomtegenwoordig in de Sovjetgeschiedenis. Zo is het algemeen bekend dat in onmin geraakten uit foto’s gewist werden. Ook het samenwerken met ‘oncommunistische’ krachten was niet voor de geschiedenisboeken bedoeld. Zowel de samenwerking met de nazi’s, als met het keizerlijk-burgerlijke Duitsland, leverden geen fraaie propaganda op. Zelfs de geboorte van het sovjetparadijs kon niet plaatsvinden, zonder steun van de Duitsers. Perry Pierik onthuld in zijn biografie over Ludendorff  hoe intensief Duitsland samenwerkte met de revolutionairen. De Duitsers beschouwden de revolutionairen slechts als huurlingen, die de strijd in het oosten konden verlichten.[xviii] Na de revolutie werd iedere verbinding tussen de Russen en Duitsers uit de geschiedenis gehouden, waaronder de mysterieuze Israel Helphand, die de gehele reis had gecoördineerd maar achteraf ook uit de geschiedenis is gewist.

Münzenberg stond hetzelfde lot te wachten. Tegen de tijd dat de oorlog was begonnen, in 1940, was Münzenberg in onmin geraakt bij Stalin. Hij werd achtervolgd door zowel de Russische NKVD als de Duitse SD. Toen zijn situatie te onzeker werd, ging hij op de vlucht richting Zuid-Frankrijk. In oktober 1940 vonden twee jagers hem, opgeknoopt aan een boom. Hoewel het nooit bewezen is, wijst alles erop dat Münzenberg door de NKVD is ingehaald.[xix] Münzenberg was uitgespeeld; bekneld geraakt tussen de totalitaire scharnieren van de geschiedenis.

Dit artikel is onderdeel van een reeks over de cultuurstrijd die de Sovjet-Unie voerde, ten tijde van de Koude Oorlog. Deze artikelen worden bewaard om in boekvorm te verschijnen. Eerder in deze reeks verscheen De rampzalige gevolgen van communistische infiltratie in de Derde Wereld, geschreven door dr. Perry Pierik.


[i] Marx, K. Het Communistisch Manifest. (1848). P 2.
[ii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. (1995).
[iii] Ibid. P 21-22.
[iv] Ibid. P 24.
[v] Ibid. P. 27.
[vi] Ibid. P 30.
[vii] Ibid. P 31-35.
[viii] Ibid. P 38-42.
[ix] Ibid. P 64-65.
[x] Aarsbergen, A. Verre Paradijzen, Linkse Intellectuelen op Excursie naar de Sovjet-Unie, Cuba en China. (1988). P 16.
[xi] Ibid. P 21.
[xii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 59-61.
[xiii] Ibid. P 41.
[xiv] Ibid. P 62-63.
[xv] Ibid. P 53-54.
[xvi] Ibid. P 69-72.
[xvii] Ibid. P 65.
[xviii] Pierik, P. Erich Ludendorff, Biografie. (2017). P 195-198.
[xix] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 309-310.

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on

Geheime diplomatie: Oostenrijkse politici offerden Zuid-Tirol voor Europese integratie

Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van het Italiaanse fascisme gaven Zuid-Tirol weer hoop. Eindelijk, zo hoopte men, zou Zuid-Tirol weer met Noord- en Oost-Tirol verenigd worden. Het liep echter anders.

De historicus en publicist Helmut Golowitsch heeft hier een lijvig boek aan gewijd, waarin hij de lezer van de tijd direct na de oorlog naar het jaar 1966, waarin de conservatieve ÖVP onder bondskanselier Josef Klaus zonder coalitiepartners kon regeren. Bijzondere aandacht gaat uit naar de stille diplomatie tussen de Italiaanse regeringspartij Democrazia Cristiana (DC) en de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP). Het boek is het eerste deel in een nieuwe reeks over de geschiedenis van Zuid-Tirol. Het tweede deel wordt binnenkort verwacht en zal over de periode van 1966 tot 1969 gaan, waarin volgens de titel de Oostenrijkse en Italiaanse christendemocraten de kwestie Zuid-Tirol begroeven.

De auteur begint zijn uiteenzettingen met het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het spanningsveld tussen Oost en West ontstonden in 1947 de Nouvelles Équipes Internationales (NEI), een Europese christendemocratische koepelorganisatie, waarin ook Oostenrijk en Italië vertegenwoordigd waren en politici van de Italiaanse DC en Oostenrijkse ÖVP directe contacten konden onderhouden.

In het kader van deze samenwerking kwam het tot geheime toegevingen van enkele ÖVP-politici, die publiekelijk weliswaar stelden dat Zuid-Tirol hen na aan het hart lag, maar achter gesloten deuren aan de Italiaanse christendemocraten bevestigden dat Zuid-Tirol bij Italië kon blijven. In de optiek van bepaalde ÖVP-functionarissen in Wenen was de kwestie Zuid-Tirol vooral een hypotheek die de relatie met Italië onnodig belastte. In het bijzonder verstoorden ze de onderhandelingen over de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Economische Gemeenschap. In dit opzicht werd de deelstaatorganisatie van de ÖVP in Tirol, die zich bijzonder verbonden voelde met Zuid-Tirol, bewust genegeerd.

Juist in deze voor Zuid-Tirol bepalende jaren bemiddelde Rudolf Moser, een ondernemer uit Karinthië met uitstekende contacten met Italiaanse christendemocratische leiders, als onofficiële diplomaat tussen Wenen en Rome, zodat hij al snel de éminence grise van het Oostenrijkse Italië-beleid werd. Moser was een goede jeugdvriend van Leopold Figl, die van 1945 tot 1953 bondskanselier van Oostenrijk was en van 1953 tot 1959 minister van Buitenlandse Zaken. Onder de dekmantel van zijn zakenactiviteiten, kon Moser uit het zicht van de pers en de officiële diplomatieke kanalen het contact onderhouden tussen bondskanselier Figl en premier Alcide De Gasperi. Terwijl de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Karl Gruber op de Parijse Vredesconferentie van 1946 slecht onderhandelde en voortijdig een volksraadpleging in Zuid-Tirol – zijn troefkaart – uit handen gaf, had Rudolf Moser in Rome een geheime ontmoeting met De Gasperi om over de heropening van het goederenverkeer en een verdieping van de christendemocratische vriendschap tussen Wenen en Rome te spreken. De kwestie Zuid-Tirol liet zich in deze context eerder door autonomie voor de regio binnen Italië oplossen dan door hereniging met Oostenrijk.

Dit alles gebeurde met medeweten van bondskanselier Figl, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Gruber noch de deelstaat-ÖVP in Tirol ervan op de hoogte waren. De ervaren politicus De Gasperi wist deze overduidelijk zwakke onderhandelingspositie van de Oostenrijkers uit te buiten, waardoor het tot het Gruber-De Gasperi-akkoord kwam, dat Zuid-Tirol alleen een zwakke schijnautonomie toekende, wat in de daarop volgende jaren tot toenemende spanningen zou leiden.

Rudolf Moser zette zijn heimelijke paradiplomatieke activiteiten voort en organiseerde geheime persoonlijke ontmoetingen tussen premier De Gasperi en bondskanselier Figl: in augustus 1951 in een herberg aan de Karerpas in Zuid-Tirol en een tweede in augustus 1952 in Mosers huis in Karinthië. Van beide gesprekken zijn geen notulen, maar zo merkt de auteur op, vanaf dit moment is er geen merkbaar engagement van de Oostenrijkse regering voor Zuid-Tirol meer. Ook van deze gesprekken waren Noord- noch Zuid-Tiroolse politici op de hoogte.

In 1953 verloor Figl weliswaar het kanselierschap aan zijn partijgenoot Julius Raab, hij werd echter minister van Buitenlandse Zaken, waardoor Moser achter de schermen verder kon gaan de Oostenrijks-Italiaanse relatie te onderhouden en de eisen van Zuid-Tirol te torpederen. Pas toen in 1959 de sociaaldemocraat Bruno Kreisky minister van Buitenlandse Zaken werd, ging de Oostenrijkse federale regering zich weer actief inzetten voor het afgescheiden landsdeel en werd de kwestie Zuid-Tirol bij de Verenigde Naties ter tafel gebracht, wat de basis zou leggen voor de verdere onderhandelingen. Een nieuwe dramatische keer in het Oostenrijkse Zuid-Tirol-beleid kwam er in 1966, toen de ÖVP een absolute meerderheid behaalde in de federale parlementsverkiezingen en Kreisky werd afgelost als minister van Buitenlandse Zaken.

Door een toeval kreeg Golowitsch toegang tot het privé-archief van Rudolf Moser. Na deze stukken bestudeerd en wetenschappelijk verwerkt te hebben, droeg hij de originele documenten over aan het Oostenrijkse Staatsarchief en kopieën aan het Tiroler Landesarchiv. Zodoende is zijn werk niet alleen verifieerbaar, maar biedt het ook voor historici veel tot nog toe onbekend bronnenmateriaal.

De auteur weet met zijn boek zowel voor historici als geïnteresseerde leken boeiend te schrijven. De documenten uit Mosers privé-archief weet hij goed te verweven in een geheel uit achtergrondinformatie, krantenberichten, getuigenverklaringen en andere bronnen, zodat zijn boek ook zonder gedetailleerde voorkennis gelezen kan worden. Waar Wenen tot nog toe als betrouwbare partner van Zuid-Tirol gold, moet de rol van enkele leidende ÖVP-politici naar aanleiding van dit boek heel anders getaxeerd worden.

N.a.v. Helmut Golowitsch, Südtirol – Opfer für das westliche Bündnis. Wie sich die österreichische Politik ein unliebsames Problem vom Hals schaffte (Leopol Stocker Verlag, Graz, 2017), gebonden, 607 pagina’s.

Posted on

“Laat je niks wijsmaken”

Psycholoog Dr. Jaap van Ginneken is een vreemde eend in de bijt van de communicatiewetenschap. Waar de meesten van zijn generatiegenoten hun ‘systeemkritiek’ op de nieuwsmedia afzwoeren, bleef Van Ginneken een luis in de pels van de journalistiek. Zijn in 1996 verschenen boek, De schepping van de wereld in het nieuws, waarin hij ‘101 vertekeningen van het nieuws’ uiteenzette, werd tot leerboek aan scholen voor journalistiek in tal van landen, waaronder laatst zelfs nog in China.

Deze maand verscheen van Van Ginneken een biografie over het bewogen leven van de joodse Duitser Kurt Baschwitz, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als correspondent naar het neutrale Nederland kwam, terug in de Weimarrepubliek opklom tot hoofdredacteur van het gezaghebbende weekblad voor krantenuitgevers, in 1933 terugkeerde naar Nederland op de vlucht voor de nazi’s, tijdens de Duitse bezetting zat ondergedoken, korte tijd in kamp Westerbork zat opgesloten, na de bevrijding als eerste in Nederland een journalistiekopleiding begon en aan de wieg stond van de communicatiewetenschap in ons land.
De 74-jarige Van Ginneken gaat nu met pensioen. De Baschwitz-biografie is zijn laatste boek. Eerder, in 2004, stopte hij al met het doceren aan de vakgroep communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Een gesprek over het commerciële en propagandistische karakter van de nieuwsmedia.

In de jaren zeventig was er vanuit de Nederlandse communicatiewetenschap veel kritiek op het ‘kapitalistische’ karakter van de pers. Sindsdien is de invloed van adverteerders alleen maar toegenomen en is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden. Maar de kritiek daarop vanuit de communicatiewetenschap lijkt verstomd. Hoe zie jij dat?

Die is inderdaad afgestorven, maar daar zitten twee kanten aan. De systeemkritiek van de jaren zeventig was te primair en te simpel. Die had in die zin geen bestaansrecht meer. Mijn boek De schepping van de wereld in het nieuws is een poging geweest om te laten zien de commerciële invloeden op de nieuwsmedia complexer zijn dan tot dan toe werd gedacht.

Zijn het inmiddels de adverteerders die bepalen of een publicatie kan overleven? Zo ja, welke gevolgen heeft dit gehad voor de manier waarop ons het nieuws wordt gepresenteerd?

Adverteerders oefenen zelden rechtstreeks invloed uit. Als je een lelijk stuk schrijft over bodymilk van Dove is het niet zo dat meneer Unilever op hoge poten met de hoofdredactie belt. Het belangrijkste hier is wat ik heb genoemd het ‘Umfeld’. Er zijn bepaalde redactionele omgevingen waarin een adverteerder graag verschijnt. Glossy-magazines bijvoorbeeld. Die krijgen maar een fractie van hun inkomsten uit de verkoop van losse nummers. Het grootste deel komt uit dure advertenties. Die bladen staan vol redactioneel materiaal waar adverteerders graag tussen willen staan. Stukje over mode, een nieuwe bodycrème, leuke reisjes. De glossy’s venten comfortabele illusies uit die zich helemaal hebben losgezongen van de werkelijkheid.
Het omgekeerde zie je bij een blad als de Groene Amsterdammer, met alsmaar intellectuele stukken, en vroeger: kritisch gezeur over dit is niet goed en dat is niet goed, en de wereld gaat naar de kloten. Dat is voor adverteerders niet erg aantrekkelijk. De Groene heeft een geniaal ding gedaan in de meer dan honderd jaar dat ze bestaan: ze hebben nooit met geld gesmeten, en hebben de verleiding weerstaan geld te lenen om te kunnen expanderen. HP/De Tijd en Vrij Nederland hebben meer financieel risico genomen. Die zijn daardoor van weekbladen tot maandbladen gedegradeerd. Ook het afnemende aantal drank- en tabaksreclames in de opinietijdschriften heeft daar waarschijnlijk aan bijgedragen. Daar bestonden die bladen vroeger goeddeels van.

Je hebt gezegd: “Op zichzelf is er met commercie en reclame niks mis, als de pluriformiteit verder goed gewaarborgd blijft.” Vind jij dat we in Nederland een pluriforme pers hebben?

Op het eerste gezicht als je de kiosk binnenloopt en je ziet al die wanden met bladen, dan denk je: pluriform. Maar dat wordt anders als je ziet dat het bijna allemaal glossy’s en modebladen zijn, dat er nog twee opinieweekbladen over zijn en dat de weekendbijlagen van de kranten zijn verworden tot een soort advertentiefuiken met human interest en rubriekjes over ditjes en datjes. De algemene trend is dat de consumptiepropaganda in de media moeiteloos de echt kritische analyses overstemt.

Wat betreft pluriformiteit: Zien we alle visies die er leven in de maatschappij voldoende weerspiegeld in de Nederlandse pers?

Het is niet zo dat wat het publiek denkt gereflecteerd zou moeten worden in de media. Het is juist de pers die het voortouw zou moeten nemen in het vormen van een visie op wat er in Den Haag gebeurt, hoe onze economie reilt en zeilt, enzovoort. Journalisten worden ervoor betaald kritisch te zijn en met een eigen visie te komen, en dat geldt trouwens ook voor wetenschappers.

We hebben voorbeelden gezien van breed gedragen visies in de maatschappij waar de pers volledig aan voorbij ging. Zoals over de problemen met de multiculturele samenleving, of, meer actueel, over de demonisering van Rusland in de media, waarover in lezersrubrieken veel geklaagd wordt.

Het is waar dat er te weinig en op de verkeerde manier is bericht over problemen die gepaard gingen met de multiculturele samenleving.

Maar je zegt dus eigenlijk: pluriformiteit moet niet komen van een pers die alle geluiden in de samenleving een stem geeft? Pluriformiteit moet komen van journalisten die van bovenaf het publiek vertellen waar de problemen liggen?

Populisme, zoals het genoemd wordt, heeft zeker bijgedragen aan het op de agenda plaatsen van onderwerpen die ten onrechte onbelicht of onderbelicht zijn gebleven. Maar waar het mij om gaat: veel kritiek blijft aan de oppervlakte hangen, graaft niet erg diep, is niet in staat de achterkant van het gelijk inzichtelijk te maken. Er is in de pers te weinig radicale systeemkritiek. Er staan wel kritische artikelen in de krant, maar dat gaat vooral over de ene columnist tegen de andere. Youp van ’t Hek die flink tekeer gaat is natuurlijk wel geestig, maar het is niet wat een kritische pers inhoudt. Het gaat er om dat je redacties uitrust met voldoende middelen om de onderste steen boven te krijgen. Er zou veel meer onderzoeksjournalistiek moeten zijn. Het ideaal van de pers als vierde macht wordt maar in zeer beperkte mate waar gemaakt.

Hoe zie jij de concentratie van de pers? De monopolievorming op de dagbladenmarkt?

Het feit dat er nu twee bedrijven zijn die meer dan negentig procent van kranten in handen hebben hoeft niet per se te leiden tot een slechte journalistiek. Het betekent wel dat winstbejag een grotere rol is gaan spelen. Een onrendabele krantenonderneming kan niet bestaan anno nu. In het verleden waren er veel onrendabele ondernemingen. Die werden gesubsidieerd door de zuil waar ze toe behoorden. Het nadeel daarvan was dat ze de zuil naar de mond praatten. Daar stond tegenover dat ze zich weinig aan de adverteerders gelegen hoefden te laten liggen. Maar in elk geval hadden we in de tijd van de verzuiling wel vijf verschillende ideologieën die met elkaar streden over onderwerpen. Nu is alles onderhorig gemaakt aan de commerciële ideologie, het Umfeld-effect wat ik noemde.

De nieuwsmedia zijn al een halve eeuw een studieobject voor jou geweest. Kun jij nog een krant openslaan of naar een tv-journaal kijken met het doel kennis te nemen van wat er in de wereld gebeurt?

Nee. Ik kan alleen nog naar het nieuws kijken met de vraag: Wat gaat er achter schuil? Waarom is dit opeens in het nieuws? Waarom wordt iets opeens heel groot, terwijl andere zaken nog geen seconde aandacht krijgen? Wie heeft daar belang bij? Was die of die persoon of instelling in de positie om dat nieuws een handje te helpen? Past het binnen een cultuurverschuiving waardoor er opeens iets zichtbaar wordt?

Journaals zijn niet jouw favoriete nieuwsvoorziening?

Zoals de meeste mensen van mijn generatie kijk ik nog trouw naar het journaal, zowel op de Nederlandse als de Franse televisie. Ik zie het televisienieuws als een soort collectieve psychotherapie. Mogelijke bedreigingen van ons wereldbeeld worden opgeroepen, geïdentificeerd, geëtiketteerd, gecategoriseerd, ‘behandeld’ en vervolgens weer opgeborgen. Voor dit doel voert de presentator iedere dag een hele stoet autoriteiten en experts ten tonele. Zij stellen gerust, zodat we onbezorgd kunnen gaan slapen.

Jij hebt vaak gesteld dat objectiviteit niet bestaat, en dus ook niet voor journalisten. Wat is dan volgens jou de juiste grondhouding?

Je moet als journalist kritisch zijn. Geloof nooit meteen wat je verteld wordt. Laat je niks wijsmaken. Je moet je altijd afvragen: ‘Wie heeft er belang bij dat dit verhaal op dit moment bij mij terecht komt?’ Behalve als je te maken krijgt met zoiets als vulkaanuitbarsting in een ver land, dan zal het niet snel gebeuren dat iemand er een speciaal belang bij heeft dat in de krant te krijgen.

Als je als journalist niet objectief kunt zijn, mag je wel geëngageerd zijn?

Het kan legitiem zijn om als journalist begaan te zijn met een bepaalde zaak, en dat je daar alsmaar aandacht voor vraagt. Maar je moet dan uitkijken dat je niet in een bubble belandt, waarin kritische geluiden en relevante tegenspraak je niet meer bereiken.

Wat zijn sinds de jaren zestig de belangrijkste veranderingen die je hebt gezien in de nieuwsmedia?

Over misschien de belangrijkste grote verandering hebben we het al gehad. De media zijn vrijwel allemaal commercieel geworden. De publieke omroepen een beetje minder dan de rest. Maar de strijd om de kijkcijfers werkt deels in het verlengde daarvan.

Een andere grote verandering is de audiovisualisering. Beeld en geluid zijn leidend geworden. Als er geen beeld van is dan zullen de journaals er niet snel mee openen, en dan zullen vervolgens de kranten er minder snel aandacht aan besteden. Het audiovisuele is de belangrijkste bron geworden van informatie en educatie.
De elektronisering heeft er bovendien toe geleid dat elke nieuwtje dat ergens op de wereld bekend wordt een paar seconden later bij ons op internet verschijnt of op de journaals. Met alle hijgerigheid en pseudo-actualiteit van dien.
Dan is er de BN’erisering. Op tv zie je de hele dag Bekende Nederlanders die van het ene naar het andere spelletje rennen en van quiz naar talkshow doorschuiven. Ook in de kranten en bladen is het een komen en gaan van BN’ers.

Je schrijft dat weinig beroepsgroepen zo zelfgenoegzaam en lichtgeraakt zijn als journalisten. Kritische boeken of studies van buiten de beroepsgroep worden vaak unaniem neergesabeld.

Ik leerde al snel dat als je je polemieken op Nederlandse personages en media richtte je dat snel kreeg terugbetaald. Als je je polemieken op het buitenland richtte, bijvoorbeeld op wat er in de VS gebeurde, dan was dat veel veiliger.

Niettemin schreef De Journalist, het toenmalige huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, over jouw boek De schepping van de wereld in het nieuws: “Men kan Van Ginnekens boek afdoen als oude, linkse koek. Maar wie het leest, komt net iets te veel voorbeelden tegen die tot nadenken stemmen.”

Ja, dat was fair. Maar verder heeft het boek weinig veranderd. Behalve misschien dat het de grond rijp heeft gemaakt voor de prachtige boeken die Luyendijk later schreef, over deels dezelfde onderwerpen.

Je hebt een boek geschreven over de joods-Duitse Kurt Baschwitz, die je als een van de grondleggers beschouwt van de communicatiewetenschap in Nederland, en die als eerste een journalistenopleiding begon. Wat is het belangrijkste dat je van hem hebt geleerd? 

Het belang van ruimte voor systematische tegenspraak. Die is er vaak niet. Baschwitz heeft dat gemerkt tijdens de opkomst van het nazisme en antisemitisme in Duitsland. Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog. Ik heb toen vergeefs lopen leuren met een Nederlands artikel waarin ik uitvoerig beargumenteerde dat die atoomwapens van Saddam Hoessein waarschijnlijk helemaal niet bestonden. Niemand wilde het hebben. Het verscheen uiteindelijk pro forma in een klein wetenschappelijk blad.

Noam Chomsky cum suis hebben vastgesteld dat er in de mainstream media impliciete ‘limits of acceptable discourse’ worden gehanteerd, dat de ruimte voor tegenspraak vaak maar zeer beperkt is. Dat geldt bij uitstek bij hoog-emotionele kwesties in het internationale nieuws, en aan de vooravond van interventies en oorlogen. Het blijkt vaak pas decennia later, dat de werkelijkheid daarbij geweld werd aangedaan. 

Opvallend aan Baschwitz is dat hij een vrije pers en de vrijheid van meningsuiting als voldoende voorwaarden lijkt te zien voor een goed geïnformeerd publiek. Hoe zie jij dat? Is dat niet een beetje naïef?

Baschwitz leefde in een tijd van totalitarisme, crisis en oorlogen. De vrije pers en de vrijheid van meningsuiting stonden toen heel erg onder druk. Later is het allemaal een stuk ingewikkelder geworden. Co-optatie is volgens mij een van de meest effectieve maar goeddeels onzichtbare controlemechanismen in onze maatschappij geworden. Fabrikanten co-opteren wetenschappers en onderzoek die laten zien dat hun producten gezond en geenszins schadelijk zijn. De rijksten in de VS co-opteren een beleid en instellingen die hun visie onderbouwen en veel breder verspreiden dan logisch is. Toppolitici co-opteren staf en lagere echelons die inschikkelijk zijn. In al die gevallen wordt er formeel nergens dwang gebruikt, en blijft de fameuze keuzevrijheid schijnbaar onaangetast.

Bijzonder aan Baschwitz is dat hij tegen de tijdsgeest inging van het Interbellum, toen de democratie onder druk stond, vooral in Duitsland, met de zegen van veel intellectuelen. Die laatsten zagen ‘het volk’ als een bedreiging, als een blinde, kolkende massa die met propaganda in de goede richting moest worden gestuurd.

Baschwitz zag het inderdaad precies andersom. De gewone mensen waren volgens hem begiftigd met gezond verstand en medemenselijkheid. De massa is niet dom, maar wordt steeds door de terreur van een kleine minderheid op één hoop gedreven. Het kwaad kwam vooral van de elites, de intellectuelen inbegrepen. Als het volk al moest worden aangestuurd dan vond Baschwitz dat het moest gebeuren door een beroep te doen op hun goedheid, niet door misbruik te maken van hun zwaktes.

Je beschrijft dat Baschwitz ten tijde van de Weimarrepubliek zag hoe in Duitsland banken, ondernemers en overheden telkens opnieuw probeerden om een vinger in de pap te krijgen bij de pers, op zoek naar politieke steun. Hoe ver reikt volgens jou de invloed van de elites?

Uit het Amerikaanse Project Censored komt naar voren dat kwesties die zowel het bedrijfsleven als de overheid heel erg onwelgevallig zijn niet snel het nieuws halen. Terwijl er continu vaste contacten zijn tussen journalisten en ‘establishment’, zijn er veel minder contacten tussen journalisten en alternatieve nieuwsbronnen. Het grootste deel van het nieuws wordt bepaald door persberichten, persconferenties, officiële gebeurtenissen en uitingen van westerse overheidsinstellingen en bedrijven.

In hoeverre zijn wij allen gehersenspoeld, propaganda-slachtoffers? In hoeverre worden wij in ons denken beïnvloed door The Powers That Be?

In de communicatiewetenschap wordt vaak gewezen op het proces van agendasetting: het establishment en de media bepalen niet zozeer wat we denken, maar waarover we denken, de onderwerpen die ons bezighouden.

Frank Zappa zei: ‘Politics are the entertainment branch of industry.’ Staart de pers zich blind op de poppetjes in de politiek?

Ja. Een steeds groter deel van het nieuws bestaat niet uit serieuze informatie maar uit ‘celebrity theater’. Neem de voormalige premier van Italië, Silvio Berlusconi. Media en publiek waren nauwelijks geïnteresseerd in diens vermeende banden met de maffia en het geheime P2-genootschap, maar des te meer in zijn orgies met minderjarige meisjes. Of neem de voormalige president Bill Clinton. Zijn affaire met een stagiaire overschaduwde lange tijd alles wat zich in de Amerikaanse politiek afspeelde. Zelfs de kat en de hond van de Amerikaanse president krijgen meer aandacht in de internationale media dan sommige grote landen elders bij elkaar.

Terug naar Baschwitz. Die verbleef een deel van de Eerste Wereldoorlog als correspondent in Nederland. Je beschrijft hoe hij zich verbaasde over het gemak waarmee geallieerde propaganda in de Nederlandse kranten verscheen. Zoals het verhaal dat de Duitsers hun gesneuvelde soldaten tot veevoer verwerkten. En ook over de cartoons zoals in de Telegraaf over Duitsers afgebeeld als Neanderthalers die vrouwen verkrachtten en hun slachtoffers kruisigden. Er lijkt weinig te zijn veranderd sindsdien? 

In mijn boek Verborgen Verleiders heb ik een apart hoofdstuk gewijd aan oorlogspropaganda. Ik beschrijf daarin hoe de VS steeds weer met succes de media gebruiken door met hele en halve leugens ‘nieuwe bedreigingen voor het Westen’ en hun oorlogen te verkopen. Het proces van agendasetting speelt daar een belangrijke rol in. De regering van de Verenigde Staten bepaalt meer dan enige andere instelling in de wereld wat mensen bezig houdt. Om een voorbeeld te noemen: iedere paar maanden maakt de Amerikaanse regering bekend dat uit haar satellietwaarnemingen blijkt dat deze of gene vijandige mogendheid ‘gevoelige’ technologie importeert, militaire installaties bouwt of legerdivisies in grensgebieden plaatst en daarmee een bedreiging voor anderen vormt. Vaak nemen de media dergelijke beschuldigingen klakkeloos over. Diezelfde bronnen en media vestigen haast nooit de aandacht erop dat de VS en hun bondgenoten ook voortdurend bezig zijn met de ontwikkeling van niet-conventionele wapensystemen en met de verplaatsing van militaire eenheden op een manier die door anderen als een bedreiging kan worden waargenomen.

Vergis ik mij of wordt er in de communicatiewetenschap nauwelijks nog studie gemaakt van oorlogspropaganda?

Er wordt vrijwel niets aan gedaan. Daarom trappen de regering en het parlement ook steeds opnieuw in leugencampagnes om bepaalde militaire interventies te rechtvaardigen. Keer op keer op keer, zonder dat er iets geleerd wordt. Na een paar jaar zijn die politici weer weg. Vaak worden ze pas kritisch als ze geen verantwoordelijkheid meer dragen.

Je schrijft: “Het principe van hoor- en wederhoor dat voor binnenlands nieuws hoog in het vaandel staat, wordt bij internationale conflicten waarbij het Westen partij is slechts hoogst zelden op een evenwichtige manier toegepast. Zodra een bron als ‘vreemd’ of ‘vijandig’ wordt aangemerkt, krijgt die vaak niet langer een serieuze behandeling.” Misschien heeft dat er mee te maken dat de Amerikanen communicatief sterker zijn dan andere volkeren?

De Amerikaanse pers zit in het hart van het wereldwijde communicatiesysteem, en laat zich in hoge mate aansturen door de autoriteiten. Op een conferentie over de Golfoorlog stelde Ed Cody van The Washington Post dat als er een conflict is waar de VS bij betrokken zijn de Amerikaanse regering met zoveel informatie komt dat het vrijwel automatisch de definitie wordt van wat er aan de hand is. Als er een reporter in Saoedi-Arabië, Koeweit of Bagdad zit die zegt: “Ho, wacht eens even, ik zit hier, ik praat juist met een betrokkene, en die zegt dat het helemaal anders zit”; dan wordt het geluid van die persoon wel doorgegeven, maar het legt geen gewicht in de schaal omdat het overstemd wordt door de lawine aan informatie die de Amerikaanse regering dagelijks over de media uitstort.

Hoe zie jij de strijd van overheden tegen wat ‘nepnieuws’ is gaan heten? Is dat een legitieme strijd? Volgens Cees Hamelink zijn overheden de grootste producenten van nepnieuws en zijn journalisten de belangrijkste distributeurs hiervan.

Hij heeft helemaal gelijk.

Zou Baschwitz zich thuis voelen op de Universiteit van Amsterdam anno 2018? Jouw jongere collega, communicatiewetenschapper Tabe Bergman schrijft: “Ik vermoed dat Baschwitz, (..) wiens boeken (..) over propaganda de nadruk legden op de schuld van de elites voor twee wereldoorlogen en andere ellende, zich nauwelijks thuis zou voelen tussen de wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam, die zich, ondanks al hun deugden, hebben toegelegd op kwantitatieve onderzoeken, die moeilijk leesbaar en te doorgronden zijn, zelfs voor de hogeropgeleide leek.”

Tijdens de presentatie van mijn boek in Spui25 in Amsterdam werd de vraag opgeworpen of Baschwitz zou worden aangenomen aan de UvA als hij nu zou solliciteren. De meningen liepen daarover uiteen. Er waren er die weerspraken dat Baschwitz aan de basis heeft gestaan van de communicatiewetenschap. Zij zien Baschwitz eerder als iemand die deel uitmaakte van de voorgeschiedenis, en ook als studeerkamergeleerde. Ik zeg in antwoord daarop: “Erudiet aan de huidige universiteit is eerder een vloek dan een zegen. De huidige universiteit is overgespecialiseerd en overmethodologisch.”

Posted on

BBC verzwijgt Westerse rol in opkomst huis van Saoed en salafisme

Je moet het de Britse media nageven. Niemand lijkt beter in het verdraaien van de feiten en vervalsen van de geschiedenis dan de Britse pers. De wijze waarop het Canadees-Britse persbureau Reuters bijvoorbeeld werkt is op dat vlak toonaangevend. Alleen wie zorgvuldig en met achtergrondkennis leest ontdekt de manipulaties.

Ook de BBC is hier een meester in. De driedelige documentairereeks over Saoedi-Arabië die dinsdag op BBC 2 begon (1) is een prachtvoorbeeld van hoe deze zender erin slaagt om alles te vervalsen, niet door te liegen maar vooral door de essentie te verzwijgen. Bijna constant werd de kijker gisteren bedrogen. Een traditie natuurlijk bij de Britse openbare omroep. Om niet te vergeten: Het is een staatsbedrijf.

Stichting Saoedi-Arabië

En voor die vervalsingen waren er gisteren voor wie het dossier van de strapatsen der familie Al Saoed kent voorbeelden zat. Voldoende om te concluderen dat dit geen toevallige fouten waren maar heel bewuste weglatingen om de misdadige sleutelrol van het Westen weg te moffelen. Waardoor men gemakshalve alle schuld voor de huidige toestand alleen bij de inderdaad misdadige familie Al Saoed kon leggen.

De Saoedische koning Salman bin Abdoel Aziz al Saoed, is zonder enige discussie een gevaarlijk man. Bij zijn aantreden als vorst trok praktisch het ganse politieke establishment van Washington naar Riaad om hem eer te betonen. Ook onze koning Philip pakte toen zijn valiezen richting de salafistische dictatuur. Het toont het belang van deze man in de wereldpolitiek. Hij is echter ziek en zijn zoon kroonprins Mohammed bin Salman is nu de ware baas.

 

Neem bijvoorbeeld de stichting van Saoedi-Arabië zelf in de periode 1920-1936. Het klopt inderdaad dat de familie Al Saoed het uiterst sektarische salafisme (abusievelijk soms wahhabisme genoemd) als staatsideologie gebruikte bij haar succesvolle veroveringstocht. Wat men echter vergat te vermelden was de cruciale rol die de Britten hierbij toen speelden.

Het Arabisch schiereiland was na het verjagen van de Ottomanen in 1918 een slagveld waar een serie rivaliserende clans vochten om de macht. Het waren de Britten die via wapenleveranties en politieke druk die strijd beslechtten.

Daarbij joeg men de familie Al Hoessein weg uit Mekka en Medina en kregen zij van de Britten dan maar Irak en Jordanië als geschenk. Ze heersen als westerse pro-consuls nog steeds over Jordanië. De salafistische Al Saoed kreeg dan in ruil praktisch het gehele Arabische schiereiland inclusief Mekka ten geschenke. Dat het salafisme zo macht, geld en islamitische legitimiteit kreeg is dan ook voor een groot deel de schuld van Londen.

Maar dat kan de BBC haar kijkers natuurlijk niet vertellen. En dus kregen deze burgers in plaats daarvan een fantasierijk verhaal opgediend. Maar hadden de Britten in het Interbellum daar anders opgetreden dan was er misschien nu niet eens sprake van die vorm van islamitisch fascisme.

Want zonder het Saoedische oliegeld – zo bewees deze reportage te over – was dit een bijna anonieme visie op de islam gebleven. Netjes verborgen onder enkele tenten in een oasestad ten midden van de grote woestijn, de Rub al Khali. Wat massa’s leed had vermeden.

Joegoslavië en prins Salman bin Abdullah

Neen, het echte verhaal kreeg men niet, zodat de huidige koning Salman de volle laag kreeg. Inderdaad – en de serie bracht hier niets nieuws – het was hij die als verantwoordelijke voor allerlei salafistische stichtingen in o.m. Joegoslavië op grote schaal slachtpartijen organiseerde en zo zorgde voor een stevige verankering van het salafisme op de Balkan. Documenten en getuigenissen tonen overvloedig de betrokkenheid van de huidige Saoedische koning. De man was toen gouverneur van de hoofdstad Riaad.

Maar ook hier weer diezelfde vervalsing. Bekend is immers dat die Saoedische aanwezigheid – Bin Laden was wel eens te gast bij de toenmalige Bosnische president Alia Izetbegovic – gebeurde in nauw overleg met de VS, NAVO en de EU. De Joegoslavische oorlog is immers vooral het werk geweest van de EU die tegen elke prijs de Balkan geheel onder haar controle wou krijgen. En een onafhankelijk Joegoslavië was daarbij onaanvaardbaar.

Hoessein ibn Ali al Hashimi, emir van Mekka wier familie voor 1920 eeuwenlang heersers waren over Mekka en die een directe afstammeling zou geweest zijn van de profeet Mohammed en diens stam de Hasjemieten. Hij weigerde echter in 1919 het Verdrag van Versailles te ondertekenen. De reden hiervoor was de verklaring van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour die Palestina met daarbij Jeruzalem aan de zionistische beweging schonk. Uit wraak begonnen de Britten dan de familie Al Saoed te steunen tegen Hoessein. Faisal en Abdoellah, zijn twee zoons, kregen als goedmaking van de Britten nadien dan maar Irak en Jordanië om daar koninkje te spelen. Om de zionisten te plezieren gaf men dus gans Saoedi-Arabië aan een salafistische clan!!

Als toen nog prins Salman hier het salafisme introduceerde en er zoals nu in Syrië zijn koppensnellers heen stuurde dan gebeurde dat met medeweten en steun van de EU en het ganse Westen. Wie weet vroeg Brussel het hem zelfs. Afghanistan was toch een Westers ‘succes’ gebleken niet? Over dit aspect kon je in de toenmalige kranten echter wel geen woord lezen. Het was de omerta, de censuur.

Maar ook dit werd door de makers van deze reportage dus heel netjes verborgen. De kijkers zouden het eens kunnen te weten komen hoe men in Brussel, London en Washington dit salafisme ook in Europa op weg hielp naar steeds meer slachtpartijen zoals in Zaventem en Manchester om al die oorlogen en geweld elders niet te vergeten.

Lachwekkend was zeker ook de bewering in de uitzending dat men in Saoedi-Arabië desnoods een salafistische beweging voor de bevrijding van Jeruzalem zou steunen. Sinds het omverwerpen van het koninkrijk in Noord-Jemen in 1962 werken Israël en de familie Al Saoed heel nauw samen. Vroeger in het geheim, nu in alle openheid.

Steun voor een oorlog tegen Israël moet men bij de familie al Saoed dan ook niet zoeken. Hamas kreeg er nog geen cent en de rivalen van Islamic Jihad in Gaza evenmin. En iedere kenner van salafistische terreurbewegingen weet dat deze in hun nu al 40-jarig bestaan nog nooit een aanslag pleegden in Israël zelf. Wel in tientallen landen elders in de wereld. Vooral dan in landen met een moslimmeerderheid. En dat kan uiteraard geen toeval zijn.

Mumbai 2008 en de DEA

Ook de erg bloedige en spectaculaire aanslag van 26 november 2008 in de Indiase stad Mumbai van de Pakistaanse salafistische terreurgroep Lashkar-e-Taiba van 2008 kwam ter sprake. En ook hier weer eenzelfde praktijk; Zo vergaten ze te melden dat de scouting voor deze aanval het werk was van de in Washington DC geboren David Coleman Headley, alias Daoud Sayed Gilanio, een agent van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA).

 

David Headley, drugshandelaar, bajesklant, agent van de DEA, salafistisch terrorist en de man die de cruciale voorbereidingen trof voor de terreuraanslag in Mumbai van 2008. Resulterend in 168 doden. Toen hij later in Denemarken ook een aanslag aan het voorbereiden was stopte men hem echter.

Officieel was deze man door de DEA uit een Amerikaanse gevangenis gehaald om te infiltreren in Pakistaanse drugroutes naar de VS. Maar toen hij in Pakistan aankwam vervoegde hij nog bijna diezelfde dag Laskhar-e-Taiba, een groep die werd gezien als de moorddadigste der lokale terreurgroepen.

Volgens de DEA was men hem nadien en jarenlang gewoon uit het oog verloren. Dit terwijl de man nadien nog regelmatig in de VS op bezoek was geweest en zijn drie vroegere vrouwen de FBI herhaaldelijk hadden verwittigd van zijn terroristische activiteiten.

Maar ja, ook hier zou de kijker over de rol van het westen en die salafistische terreurgolf wel eens rare en voor de Britse overheid ongepaste conclusies kunnen trekken. En dus pleegde men ook hier dan maar nog eens een flinke portie censuur.

Een gelijkaardig systeem paste men trouwens eveneens toe betreffende de Saoedische steun aan Al Qaida en de aanslagen van 11 september 2001 op het WTC in New York en het Pentagon. Er volgde nadien een groot onderzoek dat echter bij nader toezien niets anders bleek dan een schaamteloze witwasoperatie om de ware aard van de feiten en de rol van de familie Al Saoed en de Amerikaanse overheid te verdoezelen.

En dus kreeg men ook hier veel fantasie maar geen harde feiten. Waarbij het verhaal van de slachtoffers en kritische waarnemers door de makers ook maar netjes in die al zeer grote doofpot gestopt werd. Hou ze maar dom die kijkers.

Hoe de EU ISIS bewapende

En dan kwam natuurlijk onvermijdelijk de oorlog in Syrië eveneens aan bod. Daar kwam, een beetje verrassend toch, het recentste rapport van de Britse CAR, Conflict Armaments Research Ltd, (1) over de wapens van ISIS ter sprake. Een erg belangrijk document daar het in detail en op een zo te zien correcte wijze de wapenstroom richting ISIS onderzocht.

Het rapport bewijst nogmaals wat critici zoals hier op deze site al jaren zeggen en dat is dat ISIS gewoon een creatie van het westen is die hen voorzag van alle nodige fondsen, wapens, materiaal en politieke steun. ISIS moest Irak vernielen en Syrië zodanig verzwakken dat het overleven van Assad een bij voorbaat verloren zaak was. Syrië als chaosstaat.

Gebleken is dat vooral Bulgarije maar ook andere landen uit het vroegere Warschaupact op grote schaal oude Sovjetwapens zijn blijven produceren die o.m. Washington en Riaad dan kochten en langs Jordanië en Turkije en via derden, vooral dan andere salafistische Syrische terreurgroepen, leverden aan ISIS. Alhoewel er ook sprake is van nachtelijke leveringen met ongemarkeerde vliegtuigen.

ISIS in voor hen betere tijden. De meeste door hen gebruikte wapens kwamen uit de EU, vooral Bulgarije, die door vooral de VS en Saoedi-Arabië er speciaal voor hen waren gekocht. Zie maar wat mooie uniformen deze vrienden van het westen hier dragen.

 

Vooral de VS en Saoedi-Arabië kochten volgens dit verslag wapens die voor de eigen legers niet geschikt waren – het Westen en Saoedi-Arabië gebruiken nu eenmaal ander niet-compatibel wapentuig – en dus alleen konden dienen voor waar ze toen nodig waren: Syrië.

Uiteraard wist men dat in Brussel en zeker in Bulgarije, maar de handel ging gewoon door en in crescendo. Met andere woorden: Bulgarije, toch een lidstaat van de EU, leverde illegaal wapens aan Al Qaida, ISIS en andere bendes. Zolang men Syrië, en Irak, maar vernielde. De moreel hoogstaande waarden van de EU nietwaar?

Het misschien wel meest schokkende deel van dit rapport is echter dat bleek dat die wapenleveringen door o.m. Saoedi-Arabië vanuit Bulgarije aan ISIS tot in de lente van vorig jaar bleven duren. Dus op een ogenblik dat het Iraakse leger zich opmaakte voor de bevrijding van de stad Mosoel. Transporten die uiteraard ook maar konden gebeuren met medeweten van de EU.

Dus terwijl België en Nederland beweerden dat ze ISIS in Irak en Syrië bombardeerden leverde de EU hier bij ISIS bommen, raketten en geweren. Hoeft het te verbazen dat de EU in de regio niet echt een geliefde partner is? Onze minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) mocht met Nieuwjaar van de regering in Bagdad zelfs de Belgische soldaten in het noorden van Irak in de Koerdische Autonome Regio niet bezoeken. Tot zijn ongenoegen. Nou, hij zocht het zelf.(3)

Al Saoed de nieuwe Moebarak?

Dat de BBC-reportage het dus ook over dit rapport van CAR had kwam wel wat verrassend. Het verslag is nu eenmaal pure dynamiet. Maar geen zorgen, ook hier zorgde men er netjes voor dat alleen de familie Al Saoed als de slechteriken in beeld kwamen. Dat de VS hier volgens CAR via dit systeem eveneens grootschalig wapens aan ISIS leverde werd mooi verzwegen.

Het eerste deel van deze documentaire was dan ook een regelrechte aanval op Saoedi-Arabië zelfs al poogde men schuchter kroonprins Mohammed bin Salman wat krediet te geven. Totaal ten onrechte. De man is een crimineel van het zuiverste water die voor zijn plannen voor niets terugschrikt en zelfs Saad Hariri, de premier van Libanon, liet ontvoeren om hem zo op televisie te laten paraderen. Uniek in de moderne geschiedenis.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Saoedi’s weigerden mee te werken aan de uitzending en de makers ervan de toegang tot Saoedi-Arabië ontzegden. En ongetwijfeld zal er achter de schermen tussen Riaad, Londen en Washington hierover ontzettend veel ruzie geweest zijn. De BBC is nu eenmaal een staatsomroep die luistert naar de Britse regering en zo naar de VS.

De 32-jarige Kroonprins Mohammed bin Salman regeert als een alleenheerser die zelfs de eigen familie laat arresteren. Nadat hij de Libanese premier Saad Hariri ontvoerde riep hij de Palestijnse president Mahmoed Abbas bij zich en eiste hij dat de PLO in Libanese vluchtelingenkampen in opstand zou komen. Die weigerden echter. Nadien liet Abdoellah bin Hoessein, de Jordaanse koning, Ali bin Hoessein, Faisal bin Hoessein en prins Talal bin Mohammed, twee broers en een neef en topfiguren in het leger, arresteren wegens verdachte contacten met kroonprins Mohammed bin Salman. Eerder weigerden Israël en Egypte in Libanon militair tussenbeide te komen tegen Hezbollah. Toen de kroonprins echter in die periode in Washington een nooit geziene schrobbering kreeg haakte hij af en kwam Hariri vrij.

 

Het was dan ook geen toeval dat er bijna alleen oud-gedienden de CIA of andere Britse en Amerikaanse ‘specialisten’ aan het woord kwamen. Alsof alleen die er iets serieus over kunnen zeggen.

Dat men een David Petraeus, ex-baas van de CIA, hierover aan het woord liet spreekt eveneens boekdelen. Men had hem kunnen vragen over de steun aan Al Qaida en ISIS door de CIA en het Pentagon toen hij er baas was. Men deed het uiteraard niet. De man die ISIS mee hielp creëren die dan zijn beklag doet over de Saoedische steun aan ISIS. Je moet maar durven. BBC met de B van bedrog.

Deze reportage gaat natuurlijk bij de familie Al Saoed de indruk versterken dat zij weleens hetzelfde lot zouden kunnen ondergaan als bijvoorbeeld de Sjah van Iran of president Hosni Moebarak in Egypte.

Reportages als deze zijn een belangrijk politiek teken vanuit Londen en Washington dat de speeltijd wel eens voorbij zou kunnen zijn voor de Al Saoeds. De scenario’s circuleren trouwens al volop in Saoedi-Arabië, met het land omgevormd tot een lappendeken van elkaar bestrijdende woestijnstaatjes. Balkanisering heet dat. Of een nieuw Syrië?


1) BBC Two, ‘House of Saud: A family at war’, Michael Rudin, 9 januari 2018. Driedelige reportagereeks. Volgende afleveringen op 17 en 23 januari telkens om 22 uur.

De kaart van het Midden-Oosten van 28 september 2013 uit The New York Times. Of hoe men in de VS Irak en Syrië in drie of vier stukken zag met geel/okergeel voor Assad, groen voor ISIS/Al Qaida en paars voor de huidige bewindvoerders in Bagdad, als ze de hoofdstad tenminste konden behouden. Saoedi-Arabië valt dan uiteen in een centraal Wahhabistan en een Noord-, Zuid-, Oost- en Westelijk Arabië. Ook Jemen valt dan terug in twee stukken. Volgens de toenmalige Amerikaanse leerling-tovenaars.

 

2) Conflict Armaments Research Ltd, ‘Weapons of the Islamic State, a three-year study in Syria and Iraq’, December 2017.

Opvallend is dat de in de uitzending geïnterviewde medewerker van dat CAR eveneens zweeg over de rol van de VS en de EU. De sponsor van dit rapport is de EU en de Duitse regering. In een eerdere studie sprak CAR alleen over de herkomst van de wapens, niet over wie ze had gekocht en daarna aan ISIS leverde. Uit deze studie is ook gebleken dat de meeste wapens die ISIS gebruikte via dit kanaal waren verkregen.

3) Peter De Roover, fractieleider van de N-VA, schreef op 26 november 2015 op Knack.be een stevig pleidooi ter verdediging van Saoedi-Arabië tegen de toen toenemende Belgische kritiek op het land. De argumentatie van De Roover was dat wij het land broodnodig hadden in de strijd tegen ISIS en dus kritiek op dat land niet kon. Grapjas die De Roover. Maar de familie Al Saoed kan ook heel genereus zijn. Dat is bekend.

Posted on

Oekraïense toestanden: Frustratie over minister onder Poolse officieren

Het Poolse leger heeft sinds eind 2015 een zware aderlating ondergaan, vergelijkbaar met die van de Turkse strijdkrachten na de mislukte staatsgreep tegen president Erdogan. De reden daarvoor ligt in het beleid van de minister van Defensie.

Sinds november 2015 hebben reeds meer dan 500 hoge officieren van de Poolse strijdkrachten ontslag genomen of gekregen, waaronder 34 generaals en 47 kolonels. Zodoende moest 92 procent van de leden van de generale staf en 82 procent van het personeel in andere delen van de legerleiding vervangen worden.

Luitenant-generaal Rozanski zinspeelde in de pers zelfs op de mogelijkheid van een militaire staatsgreep (foto: Ministerstwo Obrony Narodowej)

Tot degenen die gefrustreerd afscheid namen of de laan uit gestuurd werden, hoorden ook opperbevelhebber der strijdkrachten Mirosław Rózanski, de commandant van de Poolse speciale eenheden Jerzy Gut en de leider van de militaire contraspionagedienst (Słuzba Kontrwywiadu Wojskowego) Piotr Jaromir Pytel.

Oorzaak van deze personele onrust is de massale ergernis van de officieren over de aanpak van de minister van Defensie Antoni Macierewicz (PiS). Die streeft weliswaar een nauwe relatie van Polen met het Westen na, om het land tegen vermeend Russische expansionisme te beschermen. Anderzijds bruuskeert hij echter juist die militairen met goede relaties met de Amerikaanse strijdkrachten en de NAVO alsmede gevechtservaring door buitenlandse missies in Afghanistan en Irak, door ongelukkige personeelskeuzes of zelfs vormen van nepotisme. Zo maakte de minister zijn politieke pleegzoon Bartłomiej Misiewicz, een pas 27 jaar oude student zonder duidelijke kwalificatie, tot woordvoerder in zijn ministerie. Vervolgens werden generaals geacht Misiewicz te salueren, wat de toenmalige chef van de landstrijdkrachten, Waldemar Skrypczak, verontwaardigd weigerde, waarop Macierewicz hem ontsloeg.

Daarnaast wijzen veel hoge officieren de regeringsplannen voor de opbouw van een Landverdedigingsleger (Wojska obrony terytorialnej, WOT), dat niet onder het opperbevel van de strijdkrachten komt te staan, af. Het WOT moet uiteindelijk 53.000 vrijwilligers omvatten en in het geval van oorlog aan de zijde van de reguliere troepen strijden. Dat de nieuwe paramilitaire militie direct onder het Ministerie van Defensie moet komen te staan, kwam Macierewicz op het verwijt van oppositiepolitici te staan dat hij zijn eigen privémilitie zou scheppen.

De Verenigde Staten ondersteunen de oprichting van het WOT – in overeenstemming met het strategiedocument ‘Arming for Deterrence‘ van de invloedrijke denktank Atlantic Council van 19 juli 2016, waarin gepleit wordt voor het uitbouwen van Polen tot een militair bolwerk tegen Rusland.

Daarmee bevinden de westers georiënteerde officieren in een lastig parket, ze willen enerzijds loyaal zijn tegenover het bondgenootschap met de Amerikanen in de NAVO, waartoe het land in 1999 toetrad, maar anderzijds niet meewerken aan het beleid van Macierewicz, wat hun carrièreperspectieven ernstig beperkt.

Brigadegeneraal Janusz Bronowicz (links) draagt eind april 2010 het commando van de Task Force White Eagle in Afghanistan over. Minister van Defensie Macierewicz heeft met zijn beleid juist dergelijke ervaren militairen met waardevolle contacten tegen zich in het harnas gejaagd.

Gevolg hiervan is, dat de teruggetreden generaals met drastische uitspraken naar buiten kwamen in de pers. Zo waarschuwde de vroegere inspecteur van de landstrijdkrachten generaal-majoor b.d. Janusz Bronowicz onlangs dat, wanneer de minister van Defensie officieren zonder ervaring en ruggengraat blijft benoemen in belangrijke bevelsposities, Polen op enig moment een vergelijkbare nederlaag als in 1939 te wachten staat. Nog verder ging Rózanski, die in een interview met de op een na grootste krant van Polen Gazeta Wyborcza de militaire staatsgreep van maarschalk Józef Piłsudski van mei 1926 in herinnering riep – oftewel verkapt met een coup dreigde. Wat overigens niet alleen bij veel officieren, maar ook bij veel van de 20.000 reservisten op weinig verholen enthousiasme kon rekenen.

Vanwege de woelige ontwikkelingen in de afgelopen maanden is het vertrouwen van de NAVO-leiding in het Poolse leger beduidend afgenomen. Derhalve worden veiligheidsgerelateerde inlichtingen nu alleen nog mondjesmaat met de bondgenoten in het oosten gedeeld. Intussen vreest men bij de NAVO namelijk voor een regelrechte golf van openbaarmaking van geheimen door ontevredenen binnen de Poolse strijdkrachten. Temeer aangezien er reeds duidelijke aanwijzingen voor lekken zouden zijn, waarvan Russische en Chinese geheime diensten zouden kunnen profiteren, aldus goed ingevoerde Brusselse bronnen.

Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on

Van Ecevit tot Erdoğan: Een korte geschiedenis van pro-Amerikaanse staatsgrepen in Turkije

Momenteel doet het volgende ‘narratief’ de ronde in het publieke debat: Erdoğan eigent zich te veel macht toe en is Turkije aan het islamiseren. Daarom trad het Turkse leger als hoeder van de seculiere staat met een staatsgreep op, net zoals het had gedaan in 1960, 1971, 1980 en 1997. Het is eigenlijk betreurenswaardig dat het leger misgreep, want nu heeft Erdoğan alle ruimte om zijn greep op de macht verder te verstevigen. En wie weet was deze mislukte samenzwering wel een valse vlag-operatie van Erdoğan zelf? Dit narratief klinkt misschien aannemelijk, maar gaat voorbij aan de feiten.

Het klopt dat Erdoğan bezig is met het consolideren van zijn macht. Hij heeft een hoop tegenstanders en heeft in de afgelopen dertien jaar met zijn AKP-regering alle tijd gehad om een lijst van die tegenstanders samen te stellen. Deze lijst werkt hij nu af. Ook klopt het dat zijn AK-partij Turkije gestaag aan het islamiseren is. Iedereen die wel eens op vakantie is geweest in Turkije, en daar een in een appelsapglas vermomd en buitensporig geaccijnst biertje heeft gedronken, weet dat. The times they are a-changin, oftewel: er komen andere tijden.

Wat echter niet klopt is dat het leger de hoeder van de seculiere staat zou zijn. Dat is het namelijk niet. Tijdens vrijwel alle voorgaande staatsgrepen was het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat hoogstens een bijwerking van een andere doelstelling: het behouden van de controle over de staat zelf. Turkije leek zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen, iets wat het pro-Amerikaanse Turkse leger koste wat het kost wilde voorkomen.

De Koude Oorlog en Bülent Ecevit

Zonder teveel terug te gaan in de tijd, is het van belang om de geschiedenis van het moderne Turkije wat nader te aanschouwen. Turkije is in 1923 verrezen uit het as van het doodzieke Ottomaanse Rijk, dat in zijn nadagen door de Britten en Fransen kunstmatig in leven werd gehouden om te voorkomen dat de Russen het land zouden veroveren (of heroveren, wanneer men het bekijkt vanuit het Orthodoxe perspectief van de Russische Tsaar van destijds).

Deze verrijzenis was zonder meer de verdienste van Mustafa Kemal, die tot grote onvrede van Groot-Brittannië en Frankrijk de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog won. Kemal staat erom bekend dat hij in 1924 de Moskee van de Staat scheidde, net zoals hij anderhalf jaar eerder de decadente Osmaanse dynastie van de Staat scheidde (en de Ottomanen op hun beurt in 1453 de Keizer en de Kerk van de Staat scheidden). Rond diezelfde tijd verplaatste hij ook de hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, en werd het Osmaanse ‘Kostantiniyye’ definitief omgedoopt tot het huidige Istanboel. Vanwege zijn verrichtingen kreeg Kemal in 1934 officieel de titel ‘Atatürk’, oftewel Vader der Turken. Atatürk overleed in 1938.

De kemalistische beweging was van oorsprong naast seculier en nationalistisch ook links. Zodoende had de Turkse Republiek onder Atatürk ook de banden met de Sovjet-Unie aangehaald, in bijzonder in de vorm van een niet-aanvalsverdrag. Dit was bijzonder, want de Ottomanen en de Russen waren van oudsher rivalen. Dit veranderde echter weer in aanloop naar en gedurende de Tweede Wereldoorlog. Toen de daaropvolgende Koude Oorlog uitbrak, voer de Turkse politiek reeds enige tijd een pro-Amerikaanse koers onder het presidentschap van İsmet İnönü.

Gedurende de Koude Oorlog zijn er meerdere staatsgrepen geweest in Turkije: in 1960, 1971 en 1980. Dit waren allemaal pro-Amerikaanse, rechts-nationalistische coup d’états. Tijdens de putsch van 1960 was dit uitdrukkelijk het geval toen juntawoordvoerder Alparslan Türkeş het geloof en vertrouwen van de junta in de NAVO uitsprak.[1] Türkeş was een van de eerste leden van de Contra-guerrilla, een in 1952 door de NAVO en CIA opgerichte anticommunistische paramilitaire organisatie die de invloed van de Sovjet-Unie in Turkije moest tegengaan.[2] De VS had vergelijkbare organisaties opgericht in Zuid-Amerika, waaronder Nicaragua.[3] De junta zuiverde onder meer het leger, de rechterlijke macht en de universiteiten, en arresteerde verschillende bewindspersonen. Onder andere de Turkse premier Adnan Menderes, die voornemens was om geldsteun te vragen aan de Sovjet-Unie, werd geëxecuteerd.

De staatsgreep van 1971 droeg een ietwat ander karakter. Turkije stond in het teken van toenemende sociale onrust, in bijzonder oplaaiend geweld tussen communistische en rechts-nationalistische groeperingen, en had een weinig daadkrachtige regering. Het was deze keer echter geen gewelddadige staatsgreep, maar een zogeheten ‘coup via memorandum’ dat de regering ten val bracht. Het memorandum werd door Memduh Tağmaç, de opperbevelhebber van het Turkse leger, overhandigd aan de gematigde premier Süleyman Demirel, die spoedig opstapte. Velen werden door de junta vervolgd vanwege communistische sympathieën en banden met de Sovjet-Unie. Onder andere de linkse journalisten İlhan Selçuk en Uğur Mumcu werden destijds gemarteld in de Ziverbey-villa. Ook de net opgerichte partij van Necmettin Erbakan, de leider van de islamitische Millî Görüş-beweging, werd verboden, al werd hij zelf niet vervolgd. Kort na de machtsovername besloot de kemalistische partij CHP onder leiding van İnönü om met de putschisten samen te werken. Dit besluit werd echter niet door iedereen even goed ontvangen: de toenmalige secretaris-generaal van de CHP, Bülent Ecevit, stapte uit protest tegen het besluit op.


De coup van 1980 was echter de meest gewelddadige staatsgreep in de moderne Turkse geschiedenis. In de jaren zeventig stierven in aanloop naar de coup waarschijnlijk zo’n vijfduizend mensen in een proxy-oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Een dieptepunt vond plaats op de Dag van de Arbeid in 1977, toen een enorm bloedbad werd aangericht op het Taksimplein in Istanboel. Een van de meest ‘productieve’ strijdende groeperingen was de Grijze Wolven, de paramilitaire tak van de in 1969 opgerichte rechts-nationalistische MHP. De leider van de MHP was Alparslan Türkeş, de woordvoerder van de staatsgreep van twintig jaar terug.

Volgens juntaleider Kenan Evren was ook nu een staatsgreep de enige manier om rust en orde terug te brengen in Turkije. Evren was op dat moment opperbevelhebber van het Turkse leger en had ervaring opgedaan in de Koreaoorlog en als leider van de Contra-guerrilla.[4] Na de coup werd Evren, die uiteindelijk in 2014 zou worden gedegradeerd tot soldaat eerste klasse, president van de Turkse republiek en opperbevelhebber van het Turkse leger.

Wie vindt dat de huidige AKP-regering te ver doorschiet met de arrestaties en schorsingen van tienduizenden agenten, soldaten, rechters en docenten,[5] zal het optreden van de junta van 1980 al helemaal een overreactie vinden. In totaal werden toen 250.000 tot 650.000 mensen gearresteerd en 1.683.000 op een zwarte lijst geplaatst. Verder stierven 300 mensen onder verdachte omstandigheden, 299 in de gevangenis, 171 door marteling, 95 tijdens gevechten en 50 door executies. De fraaie Turkse dramafilm Babam ve Oğlum (‘Mijn Vader en Mijn Zoon’) gaat overigens over deze periode. Verder mochten kranten driehonderd dagen lang niet meer publiceren en werden alle politieke partijen verboden.[6] Vooraanstaande politici van alle partijen kregen een jarenlang beroepsverbod opgelegd, waaronder de islamist Erbakan, de gematigde Demirel, de recht-nationalist Türkeş en de kemalist Ecevit.

Wat echter van fundamenteel belang is om te weten, is dat de junta van 1980 Turkije niet minder, maar juist meer islamitisch heeft gemaakt. En dat deed het doelbewust. Kenan Evren was dermate bezorgd over de opkomst van het communisme, dat hij de islam als een alternatief en tegengif promootte. Het was onder Evrens heerschappij dat islamonderwijs op alle Turkse scholen werd verplicht. De pro-Amerikaanse junta betekende dus het einde van het klassieke kemalisme en het begin van wat wel de ‘Turks-islamitische synthese’ wordt genoemd.[7]

Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was dus duidelijk niet de hoofddoelstelling: het ging om het behouden van de controle over de staat zelf. Dat verklaart ook waarom eveneens kemalisten werden vervolgd, waaronder dus Bülent Ecevit, die zonder twijfel meer seculier was dan de junta zelf. Bülent stond bekend als een eigenwijs politicus: hij wilde in lijn met de kemalistische traditie een ongebonden Turks binnenlands en buitenlands beleid. Het was dan ook onder zijn regering dat in 1974 de Turkse invasie van Cyprus plaatsvond.

Maar er speelde meer. Zoals hierboven al is opgemerkt, maakte generaal Evren deel uit van de Contra-guerrilla. Omstreeks dezelfde tijd als de invasie van Cyprus vertelde Ecevit het Turkse publiek echter over het bestaan van deze paramilitaire organisatie. Enkele jaren later deelde Ecevit ook publiekelijk zijn vermoeden dat dezelfde organisatie betrokken was bij het reeds genoemde bloedbad op het Taksimplein: hij vond het verdacht dat rechts-nationalistische strijders minutenlang op het linkse publiek konden schieten zonder dat de politie ingreep. Zodoende liet hij in 1978 openbaar aanklager Doğan Öz onderzoek doen naar de banden tussen de Contra-guerrilla en de Grijze Wolven. Öz werd kort na het afronden van zijn onderzoek doodgeschoten door een Grijze Wolfen-lid.

Bülent is in zijn leven zelf mogelijk negenmaal doelwit geweest van mislukte moordaanslagen.[8] Zo ontsnapte hij in 1976 ternauwernood aan een moordaanslag in New York bij het Waldorf Astoria-hotel, waar een Cyprioot die tijdens de invasie van Cyprus zijn arm had verloren een geladen pistool op Ecevit richtte. Ook een jaar later ontsnapte Ecevit aan een moordaanslag op het vliegveld van Izmir. De regering-Demirel wist verder een moordcomplot tegen Ecevit tijdens een bijeenkomst op het Taksimplein te verijdelen. Ecevit heeft zelf ook altijd volgehouden dat zijn omstreeks 2002 snel verslechterde gezondheid het werk was van de VS, omdat hij een obstakel was voor de Irakoorlog.[9]

In de aanloop naar de Irakoorlog raakte de VS haar vertrouwen in Ecevit namelijk voorgoed kwijt. Ecevit, die na de coup van 1980 een nieuwe kemalistische partij had opgericht, had het in 1999 voor elkaar gekregen om namens deze DSP opnieuw premier te worden. De nieuwe premier was tegen de Amerikaanse oorlogsplannen en weigerde steevast de VS toestemming te geven voor de stationering van een invasiemacht in Turkije, dat immers grenst aan Irak. De val van de Ecevits regering in 2002, en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag van de DSP, was voor de regering-Bush dan ook een geschenk uit de hemel.[10] Ecevit overleed in 2006.

Recep Tayyip Erdoğan versus Fethullah Gülen

De kers op de taart van de VS was de enorme verkiezingsoverwinning van een nieuwe, in 2001 opgerichte partij. Met het einde van de Koude Oorlog kwam het tijdperk van het Turkse rechts-nationalisme langzaam ten einde en vond een heropleving van het Turkse islamisme plaats. De VS zag daarom in dat een nieuwe bondgenoot moest worden gevonden in deze hoek. De kersverse AK-partij van Erdoğan kwam dus zeer gelegen. De nieuwe AKP-regering had namelijk wel oren naar het stationeren van een Amerikaanse invasiemacht in Turkije. Tijdens de stemming in het Turkse parlement stemde tweederde van de AKP-kamerleden voor de stationering. Dit was echter niet genoeg voor een parlementaire meerderheid, omdat onder meer de CHP en de gedecimeerde DSP tegenstemden. De eindstand was 264–250.[11] Niettemin werd Turkije door Bush genoemd als onderdeel van de ‘Coalition of the Willing’.[12]

De AKP-partij heeft een bewogen oorsprong, want het komt onder andere voort uit de in 1997 verboden partij van Necmettin Erbakan. Zoals al werd opgemerkt, was Erbakan een van de mensen die tijdens de staatsgrepen van 1971 en 1980 steeds weer zijn politieke carrière voortijdig beëindigd zag worden. Dit gebeurde wederom tijdens de geweldsloze staatsgreep van 1997, die bekend staat als de ‘postmoderne coup’. De regering-Erbakan werd overigens na haar verkiezingsoverwinning een jaar eerder al koeltjes ontvangen door de Europese Unie en de NAVO. De vrees was namelijk dat Erbakan de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen.[13] Tijdens deze staatsgreep kreeg ook de nieuwe burgermeester van Istanboel, Recep Tayyip Erdoğan, een gevangenisstraf en een beroepsverbod vanwege het voordragen van een militant islamitisch gedicht. Dit beroepsverbod liep af in 2002, toen hij formeel de leider werd van de AK-partij (informeel was hij dat al).

De AK-partij herbergt verschillende stromingen met redelijk overeenkomende doelstellingen: moslimdemocraten zoals Abdullah Gül, Moslim Broederschap-achtigen zoals Bülent Arınç, neo-Ottomanen zoals Ahmet Davutoğlu, en bovenal populisten zoals Recep Tayyip Erdoğan. Laatstgenoemde is zonder meer radicaler dan de meer gemoedelijke Gül, maar qua binnenlandsbeleid juist gematigder dan Arınç en qua buitenlandsbeleid weer gematigder dan Davutoğlu. Erdoğan bleek echter wel in staat om al deze verschillende stromingen te verenigen en tegelijkertijd zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands. Wel zijn alle AKP-stromingen in meer of mindere mate ‘islamistisch’.

Erdoğan vond aanvankelijk een bondgenoot in de charismatische imam Fethullah Gülen en zijn invloedrijke Hizmet-beweging. Om een indruk te geven van de invloed van deze beweging: Gülen wordt door TIME genoemd als één van de honderd meest invloedrijke mensen ter wereld,[14] en zijn beweging heeft een geschat vermogen van 25 miljard dollar.[15] Naar verluid zijn miljoenen mensen onderdeel van het complexe netwerk dat deze beweging vormt. Dit netwerk is door velen in verband gebracht met de CIA, al heeft Gülen die band altijd ontkend.[16] Wel staat de imam bekend als pro-Amerikaans, en ook pro-Israël, en woont hij tegenwoordig in een enorme villa in Pennsylvania, Amerika.[17]

De Hizmet-beweging werkt niet door middel van partijpolitiek, maar door middel van wat de neomarxist Rudi Dutschke eens de ‘lange mars door de instituties’ noemde: het stapsgewijs doordringen van justitie, politie, leger, media en onderwijs. Veel van zijn aanhangers hebben bijvoorbeeld rechten gestudeerd om daarmee op schakelposities binnen de Turkse justitiële apparaat te komen. Verder zijn wereldwijd, en met name in Turkije en de VS, duizenden scholen op de Gülenistische leest geschoeid om onder meer Gülens uitleg van de islam te onderwijzen. In Gülens eigen woorden: “Oplossingen op systemische, institutionele of beleidsniveau zijn gedoemd te mislukken wanneer het individu wordt verwaarloosd. Daarom is mijn eerste en belangrijkste pleidooi voor het onderwijs geweest.”[18]

Vaak wordt Gülen beschreven als een ‘liberale’ of ‘gematigde’ moslimgeestelijke, maar die omschrijving is onjuist. Deze imam predikt een buitenissige vorm van islamisme en nationalisme: voor hem zijn de Turken een uitverkoren volk en is de Turkse islam een ‘cadeau voor de mensheid’.[19] In 1999 vertrok Gülen naar de Verenigde Staten, omdat zijn antiseculiere filosofie in opspraak raakte in Turkije, al heeft hij zelf altijd volgehouden dat hij vanwege een medische behandeling uit zijn geboorteland vertrok. Hoe dan ook, een jaar later werd hij aangeklaagd en in afwezigheid veroordeeld door de toenmalige overheid onder leiding van, u raadt het al, Bülent Ecevit. Volgens de openbaar aanklagers was Gülen de ‘sterkste en meest doeltreffende islamitische fundamentalist in Turkije’ die ‘zijn methoden met een democratisch en gematigd imago camoufleert’.[20]

Fethullah Gülen liet het niet bij deze vervolging zitten. Omstreeks 2001 zocht hij toenadering tot de nieuw opgerichte AK-partij van Erdoğan. Die toenadering mocht baten: in 2008 werd hij alsnog van alle beschuldigingen vrijgesproken.[21] Omdat Gülenisten aanzienlijke macht hadden vergaard in het Turkse overheidsapparaat, in bijzonder bij justitie en politie, kreeg het van de AKP de ruimte om af te rekenen met gedeelde tegenstanders. Zo werden verschillende rechtszaken tegen critici van Gülen en de Hizmet-beweging begonnen. De voormalige politiecommissaris Hanefi Avcı, die een boek had geschreven over Gülenistische infiltratie van de politie, werd bijvoorbeeld aangeklaagd wegens vermeende banden met communistische organisaties. Ook de vakbondsman Ahmet Şık, die een kritisch boek schreef over de banden tussen de AKP en Gülen, werd aangeklaagd.

De belangrijkste rechtszaken waren echter tegen kemalistische elementen in het Turkse leger.[22] Onder andere twee grote processen stonden onder leiding van Gülenisten: de Operatie Balyoz-zaak en de Ergenekon-zaak. In beide zaken werden vele kemalistische soldaten en legerleiders, in totaal zo’n 230 personen, aangeklaagd en ontslagen vanwege vermeende couppogingen tegen de nieuwe AKP-regering. Onder andere de kemalistische generaal Çetin Doğan, die werd verdacht de leider van Operatie Balyoz te zijn, werd tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Er is veel over deze twee zaken geschreven en de werkelijke toedracht zal wel nooit helemaal worden gekend. Inmiddels is echter wel duidelijk geworden dat de aanklachten berustten op ontoereikend en zelfs vervalst bewijsmateriaal; onder andere de handtekeningen van Doğan en andere generaals werden vervalst. Veel aanklagers bleken inderdaad banden te hebben met de Hizmet-beweging. De toenmalige Amerikaanse ambassadeur Eric S. Edelman herinnerde zich nog hoe een Gülenist hem al in 2005 benaderde met een document dat de naderende coup zou aantonen. Bij nader onderzoek bleek het document te zijn vervalst.[23] Het waren dus zeer waarschijnlijk niet-bestaande, verzonnen plots. Uiteindelijk werden alle verdachten en veroordeelden in beide zaken volledig vrijgesproken.[24] Die vrijspraken volgden, niet toevallig, kort na de beruchte breuk tussen Gülen en Erdoğan.

Sinds het begin van het huidige decennium waren er al een aantal aanvaringen tussen Erdoğan en Gülen. In bijzonder had Gülen felle kritiek op de regering-Erdoğan inzake het Turkse scheepskonvooi voor Gaza en het daaropvolgende diplomatieke conflict tussen Israël en Turkije. Gülen, die in 2010 nog de AKP-campagne steunde in het referendum over een aantal belangrijke grondwetswijzigingen, was ook niet te spreken over de uitkomst daarvan. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een breuk tussen de AK-partij en de Hizmet-beweging.

Dat veranderde in de loop van 2013. Tijdens de maandenlange en enorme Gezipark-protesten tegen het beleid van de regering-Erdoğan kregen de overwegend linkse demonstranten bijval van Gülen, en dat zette kwaad bloed bij Erdoğan. Niet veel later kwam de AKP-regering met een wetsvoorstel om verschillende private scholen te sluiten, wat dus zonder meer negatieve gevolgen zou hebben voor de Hizmet-beweging. Het conflict tussen de twee kampen escaleerde verder toen openbaar aanklagers en politieagenten tientallen aan Erdoğan verbonden personen onderzochten vanwege corruptie. In twee grote zaken werd onder meer onderzoek gedaan naar AKP-ministers en Erdoğans twee zonen, Ahmet en Bilal. Erdoğan antwoordde op zijn beurt door politieagenten en anderen bij de corruptiezaak betrokken personen te laten arresteren.

Deze voorgeschiedenis maakt het ook hoogst onwaarschijnlijk dat de staatsgreep van 15 juli 2016 te maken had met het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat. Formeel deden de coupplegers inderdaad een beroep op de ‘seculiere democratische’ staat en was de naam van de junta gebaseerd op de uitspraak van Atatürk ‘vrede thuis, vrede in de wereld’. De putschisten maakten in dezelfde verklaring echter ook duidelijk dat de NAVO-verplichtingen zouden worden nakomen.[25] Het is daarom aannemelijk dat de seculiere retoriek bewust door de coupplegers werd gebruikt om te insinueren dat het een kemalistische junta was en geen Gülenistische.[26] Tevens is het op basis van de hele voorgeschiedenis niet onaannemelijk dat rechts-nationalistische elementen in het leger bij deze staatsgreep betrokken waren.

Dat gedeelte over het nakomen van NAVO-verplichtingen is van wezenlijk belang. Het is inmiddels duidelijk geworden dat die verplichtingen inderdaad in het gedrang zijn gekomen door de eigenwijze Erdoğan. Ook de AKP-regering lijkt zich namelijk keer op keer af te wenden van het Westen.[27] Erdoğans verontschuldigingen aan de Russsiche president Vladimir Poetin vanwege de door Turkse piloten neergehaalde Russische SU-24-straaljager werden bijvoorbeeld niet even goed ontvangen in het Westen. Inmiddels is gebleken dat deze piloten, die op 24 november 2015 bijna een oorlog tussen Rusland en Turkije uitlokten, ook betrokken waren bij de verprutste putsch van 15 juli 2016.[28]

Conclusie

Het gangbare narratief in de media schiet ernstig tekort om de huidige ontwikkelingen in Turkije te duiden. Het beeld van de islamistische dictator Erdoğan tegen het seculiere leger strookt simpelweg niet met de feiten. Alle voorgaande coup d’états werden gedaan door het Turks leger om pro-Amerikaanse redenen. De kemalistische beweging heeft echter al lang aan betekenis ingeboet: Turkije lijkt een andere weg in te slaan.

De Turkse staatsgrepen in 1960, 1971 en 1980 zijn alleen te begrijpen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog. Het leger was pro-Amerikaans en rechts-nationalistisch en probeerde bedreigingen vanuit met name de communistische hoek tegen te gaan. Het ging dus niet om het seculiere karakter van de staat, maar om de controle over de staat zelf. Het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat was vrijwel nooit een uitdrukkelijke doelstelling van de staatsgrepen, en voor zover het dat wel was, was het een voorwendsel of bijwerking. De coup van 1980 had echter duidelijk geen seculier karakter; de pro-Amerikaanse junta begon zelfs het proces van islamisering in Turkije.

De staatsgreep van 1997 had wel uitdrukkelijk een seculier, kemalistisch karakter, al speelde zonder meer mee dat de regering-Erkaban de banden met islamitische landen zou aanhalen ten koste van de banden met het Westen. Kort na deze geweldsloze coup kreeg Turkije weer een kemalistische regering onder Bülent Ecevit, die echter al gauw door de VS als een obstakel werd gezien. Ecevit wilde namelijk niet dat Turkije de naderende Irakoorlog zou faciliteren. De groeiende islamistische beweging werd daarom door de VS aangegrepen om haar invloed over de Turkse politiek te bestendigen. De VS zocht toenadering tot de AKP-partij van Recep Tayyip Erdoğan, die de steun genoot van de invloedrijke pro-Amerikaanse Hizmet-beweging van imam Fethullah Gülen. In de daaropvolgende periode is het kemalisme door middel van showprocessen uitgeschakeld in onder meer het Turkse leger.

Zodoende waren de enige twee overgebleven politieke bewegingen met wezenlijke macht de AK-partij van Erdoğan en de schaduwpartij van Gülen. Gaandeweg werd het evenwel duidelijk dat Erdoğan en zijn AKP helemaal niet zo’n goede bondgenoot hadden gevonden in Gülen en diens Hizmet-beweging. Het conflict dat uiteindelijk tussen de twee kampen uitbrak, spreekt voor zich. Het besluit van de AKP-regering om na de mislukte staatsgreep justitie, politie, leger, media en onderwijs te zuiveren van Gülenisten, en wellicht ook andere tegenstanders, is het laatste hoogtepunt van dit conflict.

De eigenwijze politiek van Erdoğan bracht hem verder keer op keer in conflict met de VS en de NAVO. Er is alle reden om aan te nemen dat de doelstelling van de mislukte staatsgreep ook nu weer niet lag in het beschermen van het seculiere karakter van de Turkse staat, maar in het behouden van de controle over de staat zelf – te weten een pro-Amerikaanse staat. Dit verklaart ook die andere climax die zich voor onze ogen afspeelt: de escalerende diplomatieke crisis tussen de VS en de Turkse Republiek. Want wat de geschiedenis van het moderne Turkije ons duidelijk laat zien, is dat waar pro-Amerikaanse rook is, ook Amerikaans vuur is.


[1] https://tr.wikisource.org/wiki/27_May%C4%B1s_Darbe_Bildirisi

[2] http://www.radikal.com.tr/politika/gladyodan-ergenekona-yolculuk-893176/

[3] http://www.icj-cij.org/docket/?sum=367&p1=3&p2=3&case=70&p3=5

[4] http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&tx_ttnews%5Btt_news%5D=4557#.V49V6vmLRD9

[5] http://www.zerohedge.com/news/2016-07-19/turkey-latest-witch-hunts-accelerate-gulenist-media-shut-down-pilots-behind-russian-

[6] https://www.tbmm.gov.tr/sirasayi/donem24/yil01/ss376_Cilt1.pdf; https://en.wikipedia.org/wiki/1980_Turkish_coup_d%27%C3%A9tat#Result

[7] http://www.nytimes.com/2015/05/10/world/europe/kenan-evren-dies-at-97-led-turkeys-1980-coup.html

[8] https://tr.wikipedia.org/wiki/B%C3%BClent_Ecevit%27e_suikast_giri%C5%9Fimleri

[9] https://web.archive.org/web/20050316142641/http://www.turkishdailynews.com.tr/article.php?enewsid=8263

[10] http://www.hurriyetdailynews.com/us-had-uneasy-relationship-with-ecevit.aspx?pageID=438&n=us-had-uneasy-relationship-with-ecevit-2006-11-08

[11] http://news.bbc.co.uk/2/hi/europe/2810133.stm

[12] http://www.clinecenter.illinois.edu/research/affiliated/airbrush/

[13] http://www.volkskrant.nl/archief/afwachtende-reactie-van-eu-en-navo-op-turkse-regering~a441913/

[14] http://time100.time.com/2013/04/18/time-100/slide/fethullah-gulen/

[15] http://www.nu.nl/dvn/4295495/fethullah-gulen-en-waarom-zit-Erdoğan-achter-beweging.html

[16] https://www.opendemocracy.net/osman-softic/what-is-fethullah-g%C3%BClen%E2%80%99s-real-mission

[17] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[18] http://www.fethullahgulen.nl/hot-interview-met-fethullah-gulen-corruptieschandaal-akp-en-turkije-wall-street-journal/

[19] http://www.trouw.nl/tr/nl/39561/Couppoging-Turkije/article/detail/4341742/2016/07/18/Gulen-de-zondebok-die-Erdoğan-heeft-aangewezen.dhtml

[20] https://www.theguardian.com/world/2000/sep/01/1

[21] https://web.archive.org/web/20070927235413/http://wwrn.org/article.php?idd=21432

[22] http://www.vox.com/2016/7/16/12204456/gulen-movement-explained

[23] http://www.nytimes.com/2014/02/27/world/europe/turkish-leader-disowns-trials-that-helped-him-tame-military.html

[24] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[25] https://en.wikipedia.org/wiki/Peace_at_Home_Council#Statement_and_analysis_thereof

[26] http://www.bbc.com/news/world-europe-36815476

[27] https:// http://www.novini.nl/turkije-its-the-geopolitiek-stupid/

[28] https://www.rt.com/news/352050-turkish-pilots-arrested-su24/

Posted on

Roemeense nationalisten lanceren nieuwe partij

Op 24 januari hield de nationalistische Verenigd Roemenië Partij (PRU) in Boekarest haar eerste congres. De partij positioneerde zich bij deze gelegenheid als de fundamentele oppositie tegen “de liberaal-globalistische agenda om Roemenië te knechten” en als voorvechter van “een nieuw economisch en sociaal model gebaseerd op nationaal belang en sociale gerechtigheid”.

De nieuwe nationalistische partij onderscheidt zich duidelijk van andere nationalisten als die van de Groot-Roemenië Partij (PRM), doordat ze sterk wortelt in de christelijke traditie van het gemeenschappelijk goede en zich sterk keert tegen het nihilisme van de liberalen, aldus een ideoloog van de partij.

De partij wil in de traditie staan van Nationaal-Democraten als Nicolae Iorga, die in de jaren ’30 kortstondig premier van Roemenië was en zowel aan de dominante Nationaal-Liberalen als de fascistische IJzeren Garde weerwerk bood.

“Anders dan liberalen en socialisten, gelooft de PRU dat economische gerechtigheid voor allen het beste te bereiken is door het verbreden van het eigenaarschap dan door het kunstmatig vernauwen van de rijkdom.” Het economische model van de partij zet dan ook in op de toename van kleine ondernemingen, zelfstandigen veeleer dan ‘loonslaven’ en coöperatieven boven multinationals. “De sleutel in ons model is klein lokaal eigenaarschap, de spreiding van het eigenaarschap [van productiemiddelen, red.], niet de herverdeling van rijkdom zoals in het socialistische model.”

De nog sterk in opbouw zijnde PRU wordt geleid door politici die eerder actief waren bij diverse andere partijen. Zo sloot zich enige tijd na de verkiezingen voor het Europees Parlement een politicus bij de partij aan die eerder lid was van de Conservatieve Partij.

[contextly_sidebar id=”4KKskXqHqQAxXW1VjtIWnhtPTUC0frfv”]De verkiezingen voor het Roemeense parlement vinden in november van dit jaar plaats, de eerste uitdaging voor de PRU is nu om genoeg zichtbaarheid te krijgen om de kiesdrempel van 5 procent te halen. Dat is niet gemakkelijk omdat bijvoorbeeld de lancering van het verkiezingsprogramma van de partij genegeerd werd door de landelijke media.

De PRU wist wel de liberale door George Soros gefinancierde ‘civil society’ op de kast te jagen door de lancering van (ongewapende) buurtwachten, zogenaamde Vlad Tepes Patrouilles (Vlad Tepes, d.i. ‘de Spietser’ was een middeleeuwse vorst die weerstand bood aan de Ottomaanse Turken en die wel als inspiratie voor de Dracula-mythe gezien wordt). Sommige ngo’s riepen zelfs op tot een verbod van de PRU. De buurtwachten, die ook op het congres gelanceerd werden, hebben tot doel jongeren bij de gemeenschap te betrekken en zwakkeren tegen intimidatie door de maffia te beschermen. Misschien dat dit de nationalisten dan de publiciteit oplevert die ze nodig hebben om door te breken.

Posted on Leave a comment

De staat van de Unie

Donderdag 7 maart jongstleden vond in de Tweede Kamer een debat plaats over de staat van de Europese Unie, waarbij ook diverse Nederlandse europarlementariërs zich tot de kamer richtten. Zo ook Peter van Dalen, europarlementariër voor de ChristenUnie (Europese Conservatieven en Hervormers, ECR). Hieronder zijn speech:

Hoe staat de Europese Unie ?

Mijn favoriete schrijver is Erich Maria Remarque. Zijn bekendste boek is “Im Westen nichts Neues”. Dit boek is door de nazi’s verbrand. Het boek bericht over een generatie die door de oorlog werd vernietigd. Èn het boek bericht over de generatie die ontkwam aan de granaten!

erich-maria-remarque-1898-1970-german-everettEr bleef immers ook een generatie in leven. Maar hoe? In een Europa zonder werk; een Europa met honger; een Europa vol vluchtelingen; een Europa waar het bezit van een paspoort het verschil maakte tussen leven en dood.

Dàt Europa kennen we niet meer. Daar mogen we God voor danken. Ons Europa is al meer dan 65 jaar verschoond van een grote oorlog. In ons Europa kunnen personen, goederen, diensten en kapitaal vrij reizen. In ons Europa werken we samen om te kunnen eten en in vrijheid te leven.

Maar ons Europa staat onder grote druk. We hebben een munt die ons de kop kan gaan kosten. Euroleiders als Draghi bedenken constructies die nauwelijks nog te begrijpen zijn. Schuldenbergen worden tot onvoorstelbare hoogten opgetast. En Van Rompuy, Barroso en Verhofstadt roepen: meer, méér Europa, dan komt alles goed.

Erich Maria Remarque wees in zijn béste boek op “Der schwarze Obelisk”. Een concentratiepunt van macht. In zijn tijd een concentratiepunt van donkere, zwarte macht.

Ik trek de parallel met “ein weisser Obelisk”. Een concentratiepunt van witte macht in Brussel. Op het oog liefelijk en aantrekkelijk. Maar toch: geconcentreerde macht.

Hamvraag is dan: “Waar is de tegenmacht?” Ik zeg u: zéér zeker níet in het Europese Parlement. Daar lopen de grote fracties als duffe schapen achter die witte macht aan. Ze willen niets liever dan hun dorst lessen bij die macht.

Ik richt mij tot dìt parlement. En op de Kamer aan de overzijde. Wees die tegenmacht!  Gebruik die gele- en oranje kaart procedure. Wees kritisch!

En tegen dit Kabinet zeg ik: draag David Cameron voor de Karelsprijs voor! Dat zeg ik niet omdat ik met zijn partijgenoten in één en dezelfde Europese fractie zit. Ik zeg dit omdat Cameron de juiste vragen stelt. Hij vraagt: hoe staat de unie? Wat moet Brussel doen, wat kan Brussel minder doen, wat doen de hoofdsteden zelf? En hij geeft antwoord op die vragen.

Waarom zijn die vragen en antwoorden nodig? Om die witte obelisk van tegenmacht te voorzien, en om burgers weer te betrekken bij Europa. Opdat burgers zien dat Europa een zegen kan zijn, en geen vloek wordt! Ja dàn stáát de unie!