Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Waarom Lubach het nét niet snapt en we juist allemaal op Facebook moeten blijven

In ‘Zondag met Lubach’ laat Lubach zich dan wel kritisch uit over de gevestigde media maar roept desalniettemin dringend op om massaal Facebook te verlaten. Hij zegt het even tussen neus en lippen door: Google is wellicht erger en daar hebben we het nog wel eens over. Maar wat Lubach lijkt te vergeten is dat we niet meer zomaar terug kunnen. Zolang we niet in zijn geheel stoppen met het gebruik van alle elektronische communicatie en niet in een hutje op de hei gaan wonen, is zijn oproep totaal zinloos. Facebook is namelijk ook een effectief instrument dat tegen de gevestigde macht (waar het platform onderdeel van is) gebruikt kan worden.

De hele discussie rondom nepnieuws, dus het ontmaskeren van verhalen die in het geheel verzonnen zijn en waar o.a. minister Ollongren zich hard voor maakt, leidt af van waar het werkelijk om gaat: de stroom aan eenzijdige, gekleurde desinformatie die veelal via gevestigde mediakanalen verspreid wordt en die ons een bepaalde kant op laat denken. Toevallig een kant die de buitenlandpolitiek van de VS en bondgenoten goed uitkomt. Denk aan: Rusland is een bedreiging en Poetin een dictator. De rebellen die tegen Assad strijden zijn goed en alle anderen zijn slecht.Op het eerste gezicht lijkt er met Lubach niks aan de hand, hij stak eerder nog de draak met Ollongrens bewering dat we zouden worden bedreigd door een nepnieuwslawine afkomstig uit Rusland. Echter, hoe toevallig is het dat juist zijn programma geproduceerd wordt door de partner van Ollongren? Gevalletje gecontroleerde oppositie?

Door een aantal tegendraadse FB-gebruikers worden de dominante nieuws-frames voortdurend kritisch tegen het licht gehouden. Vermoedelijk begint dit wat vervelende vormen aan te nemen, en Zuckerberg die toch al 44,6 miljard dollars in zijn zakken heeft, schikt zich daarin. Los van advertentie-inkomsten gaat het namelijk niet om die 80% die eet- en vakantiefoto’s upload, het gaat om die 20% die wakker begint te worden en het geldende narratief bevraagt.

Het is historisch gezien nog nooit voorgekomen dat kritische denkers zich online kunnen verenigen en middels een systeem van volgers, miljoenen mensen kunnen bereiken. Het is waarschijnlijk om die reden dat we nu bang worden gemaakt. Het effect van sociale media loopt uit de hand, is te oncontroleerbaar geworden. Naast Twitter is er geen ander platform dat zoveel mensen vanuit verschillende werelddelen en achtergronden verbindt. En dus ook de critici van de huidige machtsorde, in feite de echte blaffende honden van onze democratie. Dit gaat niet alleen over informatieverspreiding, maar ook de online discussies en privé gesprekken tussen personen die gevoerd worden.

Uiteraard heeft Lubach gelijk dat we niet naïef moeten zijn over hoe de wereld werkt. De Cambridge Analytica-rel is hét bewijs dat sociale mediaplatforms gevaarlijk dicht tegen de macht aanschurken. Echter, zijn oproep om er nu massaal vanaf te gaan is in feite net zo dom en volgzaam als het vertrouwen erin. Niet in de laatste plaats omdat de mainstream media ons dit nu al een paar weken voorschrijven. Het punt is: je kunt het namelijk ook als tool gebruiken om juist in het symbool van zieke Amerikaanse informatiezucht alternatieve meningen te blijven verspreiden. Het is dus revolutionairder om juist op Facebook en Twitter te blijven.

Ik denk in ieder geval niet dat er verandering in schuilt om nu allemaal van Facebook te gaan of voorzichtiger te worden in wat we posten. In die zin ontkent Lubach eigenlijk de realiteit, zijn voorstel is een stap terug in de tijd. Laten we niet onze ogen sluiten voor de positief ontwrichtende werking die een instrument als Facebook net zo goed in zich heeft. Het is niet voor niets dat een land als China een Amerikaans sociale mediaplatform als Facebook verbiedt.

Nu leven wij niet in een autoritaire staat, in het vrije Westen kunnen journalisten formeel schrijven wat ze willen. Toch heerst er een bepaalde consensus over hoe de wereld in elkaar steekt, juist die consensus wordt op sommige kanalen op Facebook of Twitter in twijfel getrokken.

Het is overigens niet zo dat er sprake is van een simplistisch complot, er is iets veel ingewikkelders aan de hand. Hoe dat werkt werd al in 1988 door de Amerikaanse geleerden Edward Herman en Noam Chomsky beschreven in ‘Manufacturing Consent’. Hun inzichten zijn uiterst relevant om de controverse rondom Facebook te begrijpen.

Herman en Chomsky constateerden dat, ondanks de toegang tot enorme hoeveelheden informatie, het overheersende narratief in de vrije pers desalniettemin behoorlijk eenzijdig bleef. Ze onderzochten de vraag hoe het kan dat Westerse democratie niet per se leidt tot een grotere diversiteit aan tegenstrijdige opinies. Volgens hen was (en is) er in het Westen sprake van een ingenieus propagandamodel waarbij de media in de greep is van kapitalistische machten (overheden en bedrijven). Daarmee bedoelden ze dat onze politici dus niet opkomen voor de belangen van de gewone man maar eerder de belangen behartigen van grote multinationals.

De media-theorie van Chomsky en Herman gaat uit van een vijftal ‘filters’ die bepalen wanneer iets nieuwswaardig is. De eerste is: de bepalende invloed van de eigenaar van het medium, de tweede zijn de adverteerders die tevreden moeten worden gehouden, het derde filter betreft selectieve en dominante bronnen (denk aan de woordvoerders van ministeries of bedrijven waar journalisten op af gaan voor informatie). Het vierde filter is het fenomeen dat fundamenteel tegenstrijdige opinies vrijwel meteen als onbetrouwbaar en onwaar worden neergezet. Zoals je bijvoorbeeld direct een Poetin-aanhanger bent als je kritische vragen stelt over de Rusland-hetze. Als laatste speelt angst-ideologie een grote rol. Tijdens de Koude Oorlog was dat het communisme, tegenwoordig is dat terrorisme of niet-Westerse autoritaire regimes die een bedreiging zouden vormen voor onze vrijheid. Geopolitieke conflicten (die negen van de tien keer over olie of gas gaan) worden ons aangesmeerd onder het mom van democratie en humanitaire missies.

De werking van de Westerse democratie en de verhouding met de media is dus een propaganda-categorie op zichzelf. Toen Herman en Chomsky hun theorie ontwikkelden waren er natuurlijk nog geen sociale media, maar het inzicht dat de gevestigde macht (waar Facebook ook deel van uitmaakt) de media als tool gebruiken is ook nu van cruciaal belang. Voor een ieder die democratie en vrije pers hoog in het vaandel hebben staan: laten we die macht dan ook met dezelfde tools bekritiseren.

Kort gezegd zijn Facebook en Twitter mijn ochtendkranten waarvan waarschijnlijk 80% onzin is en 20% enigszins relevant. Toch wil ik, ondanks de grote bulk onzin, voor mijn nieuwsvoorziening en opinievorming in geen geval afhankelijk zijn van NU.nl en NOS (en dan eveneens gevolgd worden door wat ik op Google intik.) Het Amerikaanse Ministerie voor de Binnenlandse Veiligheid (Homeland Security) werkt niet toevallig aan een online databank om ‘sociale media beïnvloeders’ te monitoren. Facebook en Twitter zijn een bedreiging gaan vormen voor de consensus en dat is op zichzelf geen slechte ontwikkeling.

Dus nee Lubach, zolang je niet onder een steen gaat zitten en gewoon je iPhone en Google blijft gebruiken, heeft stoppen met Facebook geen enkele zin. Integendeel, je speelt de macht in de kaart!