Posted on

Veroordeling terugkerende jihadisten vaak moeilijk

De terugkeer van jihadisten vanuit Syrië naar West-Europa bergt grote veiligheidsrisico’s in zich. Veroordeling blijkt vaak moeilijk. En na een gevangenisstraf kunnen jihadisten, na een paar jaar als slapende cel, opnieuw geactiveerd worden voor terroristische activiteiten.

Naar schatting zo’n 40.000 personen uit de hele wereld zouden als jihadist naar Syrië zijn getrokken. Zo’n 2.000 uit kwamen er uit de Russische Federatie. Uit West-Europa kwamen er circa 4.500, waarvan 1500 uit Frankrijk, 850 uit het Verenigd Koninkrijk en 400 uit België. Van de 980 jihadisten uit Duitsland werden er 170 gedood, een derde van de overlevenden keer inmiddels terug. Tegenwoordig bevinden er zich nog 66 Duitse staatsburgers in Koerdische gevangenschap, tegen 18 is een Duits arrestatiebevel uitgevaardigd. Hun uitlevering vindt geen doorgang, omdat er geen uitleveringsverdrag is en de Koerdische junta weliswaar feitelijk macht uitoefent in delen van het noordoosten van Syrië, maar niet als staat erkend is. Het risico bestaat dat er IS-strijders ongecontroleerd vrijkomen.

Internationaal tribunaal

Verschillende landen roepen nu dan ook op tot vervolging door een tribunaal van de Verenigde Naties. Ook Zwitserland pleit voor een internationaal strafhof, maar dan wel ter plaatse. Frankrijk liet dit idee inmiddels varen uit zorg dat gevaarlijke jihadisten daar vrijgelaten zouden kunnen worden. Behalve Engeland maken de meeste landen geen haast. De terugkeerders zouden met het vliegtuig teruggehaald moeten worden, er is zelfs sprake van een internationale luchtbrug. Zwitserland wijst dit actieve terughalen als enige af. “Ze hebben de weg naar Syrië gevonden, dan moeten ze de weg terug ook maar zien te vinden”, aldus een expert van de federale overheid tegenover Novini.

http://www.novini.nl/laat-internationale-jihadisten-gewoon-door-syrie-berechten/

Arrestatiebevel

Anders dan Engeland, Frankrijk en België die de opname van hun staatsburgers afwijzen, staat Zwitserland iedere Zwitser de inreis toe. Ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas stelt: “Deze personen kunnen alleen dan naar Duitsland komen, wanneer vastgesteld is dat ze onmiddellijk in hechtenis gekomen kunnen worden.” Dat kan Maas wel zeggen, maar Duitsland is internationaal-rechtelijk verplicht zijn staatsburgers toe te laten, ook als ze in het buitenland misdaden hebben gepleegd. Een arrestatiebevel vereist concrete bewijzen. Om deze te verzamelen is dikwijls bijzonder lastig. Volgens een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof is het blote feit van verblijf in IS-gebied niet voldoende voor strafvervolging. Mede daarom maken Duitse overheidsinstanties geen haast met de repatriatie.

Intrekken staatsburgerschap

Voor het intrekken van staatsburgerschap is in Zwitserland een veroordeling nodig. Het intrekken van staatsburgerschap gebeurt in Europese landen doorgaans echter alleen als er sprake is van dubbel staatsburgerschap. De conventie is immers dat niemand stateloos gemaakt mag worden. Zodoende was de uitzondering die de Britse regering onlangs maakte ook omstreden. Londen koos ervoor Shamima Begum, een in Engeland geboren vrouwelijke IS-strijder van Bangladeshi afkomst het staatsburgerschap te ontnemen, waarop zij stateloos werd. Bangladesh wil haar ook niet opnemen.

Bewijzen

Mannelijke jihadisten waren vaak in IS-propagandavideo’s te zijn met vermoorde slachtoffers. Beelden die nu gebruikt kunnen worden voor het opbouwen van een zaak. Niet zelden zijn hun stemmen te identificeren. Terugkerende jihadisten die zich onschuldig voordoen, zijn vaak toch als strijders te herkennen aan het eelt op de vinger waarmee ze de trekker overgehaald hebben.

Vrouwen, die een vijfde van de jihadisten uit Duitsland uitmaken, waren minder vaak te zien in video’s. Eerder strafzaken hebben echter reeds bewezen dat ook zij in trainingskampen vaak onderwezen werden in het gebruik van automatische vuurwapens en dat ze aan publieke executies deelnamen. Wanneer directe betrokkenheid bij een misdaad niet te bewijzen valt, zijn ze voor IS-lidmaatschap of ondersteuning van een terroristische organisatie nog tot enkele jaren gevangenisstraf te veroordelen.

Laatste bolwerk ontmanteld, strijd gaat voort

Ofschoon onlangs na bijna vijf jaar ook het laatste bastion van IS in Syrië, in het dorp Baghouz ontmanteld kon worden, betekent dit niet dat IS zijn strijd op zal geven. IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi, op wiens hoofd de VS een beloning van 25 miljoen dollar hebben gezet, zou in Irak ondergedoken zijn. In een audioboodschap riep hij op tot nieuwe aanslagen in het Westen, met “bommen, messen en auto’s”.

Surveillance

Zoals te verwachten verklaren veel jihadisten zich bij arrestatie voor onschuldige slachtoffers. De meesten lijken echter onverbeterlijk te zijn – de moorddadige ideologie leeft dikwijls voort. In Zwitserland verklaarde het verantwoordelijke department onlangs: “de terroristische dreiging in Zwitserland blijft verhoogd.” Natuurlijk zal een veroordeelde IS-strijder ook buiten de gevangenis in de gaten gehouden worden, zo licht een overheidsexpert toe. Maar volledige toezicht vereist zo’n 30 personen per geval, dat kan geen West-Europees land in alle gevallen opbrengen.

Slapercellen

Al met al is de kans groot dat niet weinig jihadisten zich na een paar jaar gevangenis uiterlijk hervormd voor zullen doen, om vervolgens twee of drie jaar een normaal leven te leiden, waarna ze opnieuw ingeschakeld kunnen worden voor aanslagen.

Posted on

Niet radicale islam maar goudkoorts bedreigt stabiliteit Indonesië

Door de zelfmoordaanslagen in Soerabaja kreeg Indonesië weer even wereldwijde aandacht. In diverse Nederlandse media was te lezen over de vrees van het Westen dat IS, na verslagen te zijn in het Midden-Oosten, de activiteiten naar Zuidoost-Azië aan het verplaatsen is. De nieuwe geweldsgolf op Java zou daar een bewijs van zijn. In dat narratief is het haast vanzelfsprekend dat Amerikaanse en Australische inlichtingendiensten ondersteuning bieden in de strijd tegen terrorisme.

Dit was ook zo na de bomaanslagen op Bali in 2002, waarbij veel Australische toeristen omkwamen. In de jaren die volgden werden de Indonesische autoriteiten bijgestaan door Australische en Amerikaanse inlichtingendiensten om de betreffende terreurgroep op te rollen.[1] Op de Filipijnen hetzelfde verhaal: voor de herovering van Marawi heeft president Duterte eveneens de hulp van de VS geaccepteerd: “Amerikaanse en Australische vliegtuigen assisteren bij het opsporen van de jihadisten en Amerikaanse commando’s helpen op de grond met adviezen.”[2] Zover gaat de inmenging in Indonesië niet, alhoewel, meteen na de aanslagen in Surabaya was de CIA er als de kippen bij om via het eigen Amerikaanse mediakanaal ‘CNN Indonesia’ assistentie aan de te bieden bij: “het ontmantelen van terroristische [netwerken], inclusief de jacht op de daders en de breinen achter deze terroristische acties.[3]

Voordat we deze ongevraagde assistentie meteen als een daad van onbaatzuchtige barmhartigheid beschouwen, is het cruciaal om de werkelijke geopolitieke belangen, en de geschiedenis daarvan, helder voor ogen te hebben.

Het punt is dat IS niet het enige gevaar vormt voor de nationale veiligheid van Indonesiërs. De kapers op de Indonesische (goud)kust komen niet zozeer uit het Midden-Oosten maar o.a. uit Phoenix Arizona waar het hoofdkantoor van het mijnbedrijf ‘Freeport McMoRan’ gevestigd is. Een Amerikaanse multinational dat door het delven van goud op West-Papoea onvoorstelbaar grote miljardenwinsten heeft gedraaid. De Indonesische president Joko Widodo (in de volksmond Jokowi) wil dit bedrijf nu gedeeltelijk nationaliseren. Het Amerikaanse Freeport is overigens gelieerd aan het Brits-Australische ‘Rio Tinto’. Terwijl de Amerikanen zich 60% van de goudberg op West-Papoea hebben toegeëigend, wordt de overige 40% door de Australiërs en Britten beheerd.[4]

Het heeft er alle schijn van dat de echte ‘piraten’ slechts handig gebruik maken van de angst en de chaos die IS-geïnspireerde aanslagen veroorzaken. Onder het mom van de strijd tegen terrorisme hebben ze zich met hun inlichtingendiensten, op slinkse wijze toegang verschaft.

Moslims versus niet-Moslims?

Zoals altijd spelen de media een belangrijke rol. Wat opvalt is dat Westerse media (in Nederland met name de Volkskrant, NOS en NRC) ons al een tijdje willen laten geloven dat het niet lang meer duurt voordat Indonesië een moslimstaat wordt.[5] Dus een situatie waarbij de 87% moslims de andere vijf religies (waaronder 10% Christenen) in een sektarische strijd overwinnen en het motto van de Republiek ‘Eenheid in diversiteit’ aanpassen. Voor de meeste Indonesiërs is dit ondenkbaar.

Dat neemt niet weg dat er sprake is van zichtbare beïnvloeding door het fundamentalistische Wahabisme dat uit Saoedi Arabië komt. De Indonesische liberale interpretatie van de Islam staat ontegenzeggelijk onder druk. Maar het in het Westen circulerende idee dat Indonesië ongeveer op het punt staat de sharia-wetgeving in te voeren is voor de meeste van mijn Indonesische vrienden totaal absurd.

Zo kopte NRC vorige week plompverloren: “20 jaar na de val van Soeharto is het moslims versus niet-moslims in Indonesië.”[6] Inderdaad was het precies twintig jaar geleden dat er een eind kwam aan het autoritaire regime van de Indonesische president Soeharto die vanaf 1965 tot 1998 het land met harde hand bestuurde. Echter, ook al waren de aanslagen in de havenstad Soerabaja deels gericht tegen kerken (maar ook de politie) iedereen die de stad wel eens bezoekt weet dat daar geen felle geloofsstrijd aan de gang is.

Prabowo’s flirt met moslimfundamentalisme

Maar niets is wat het lijkt. In werkelijkheid is er een machtsstrijd gaande die weinig met geloof maar alles met keiharde dollars en geopolitieke belangen te maken heeft. Dit gaat verder dan binnenlandse geloofsperikelen en de dreiging van terroristen en hun zo gevreesde kalifaat. Cruciaal zijn de Indonesische verkiezingen van volgend jaar. De rivaliteit tussen de twee belangrijkste politieke tegenstanders gaat over de internationale allianties die zij aangaan: van het opkomende China/Rusland tegenover de tanende macht van de VS. Het is algemeen bekend dat China een steeds grotere invloed heeft op de regio en het is ook duidelijk dat Washington dit al jaren zorgen baart.

Jokowi’s opponent Prabowo, (niet geheel toevallig ex-schoonzoon van dictator Soeharto die in 1965 met Westerse steun in het zadel was geholpen) is openlijk anti-China en als het erop aankomt kiest hij ervoor om Amerikaanse belangen te verdedigen.

Prabowo speelt een zeer dubieuze rol en heeft zich in het verleden als opportunistisch, machtsziek en uiterst gewelddadig getoond. Hij wordt onder andere beschuldigd van grove mensenrechtenschendingen op Oost-Timor en West-Papoea. Op het hoogtepunt van het (oorspronkelijk prowesterse) regime ging Prabowo in het leger, schopte het uiteindelijk tot generaal, trouwde in 1983 met de dochter van Soeharto en kwam zo dichtbij het centrum van de macht. Tijdens de studentenopstanden in 1998 heeft hij echter zijn troepen zodanig opgehitst dat dit resulteerde in massageweld waarbij studenten werden ontvoerd en zelfs vermoord. Daarnaast werden met name Chinezen slachtoffer. Prabowo’s medeplichtigheid in de ontsporing van geweld tijdens de opstand die zou leiden tot het aftreden van zijn schoonvader, zorgde er ook voor dat laatstgenoemde het contact met zijn schoonzoon verbrak. Het is nooit meer goed gekomen tussen die twee. Ook zijn huwelijk met de dochter liep in dat jaar op de klippen. Prabowo werd uit het leger ontslagen. Saillant detail: vanaf dat moment weigerden ook de VS hem toegang. Voor een aantal jaar week hij uit naar Jordanië, vestigde zich als zakenman en keerde vanaf 2004 in de Indonesische politiek terug.

Dat de VS in hun buitenlandbeleid erg selectief om mensenrechten geven, is evident. Het brengen van vrijheid en democratie is allang een holle frase gebleken. En als Prabowo iets met hen gemeen heeft is het wel opportunisme: het ontbreken van principes als het eigenbelang gediend moet worden. Ideologieën (of het nu democratie of islam is) zijn slechts interessant als manier om de massa’s te binden. Dit komt onder andere tot uiting in zijn steun voor fundamentalistische moslimgroepen die democratische waarden niet bepaald hoog hebben staan. De van huis uit christelijke Prabowo, die zich pas op latere leeftijd tot de Islam bekeerde, heeft geen enkele moeite met de meest militante groep van allemaal: de FPI (Front ter Verdediging van de Islam). De leider van deze club, die overigens net als Prabowo geweld niet schuwt, vluchtte een jaar geleden nog uit angst voor vervolging naar Saoedi-Arabië, waar hij eerder in de jaren ’90 cum laude was afgestudeerd. De FPI betuigt openlijk steun aan IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi en andere aftakkingen van Al-Qaida. Ook togen ze vorig jaar massaal de straat op om de veroordeling van de Chinese en christelijke gouverneur Ahok te eisen. Illustratief is dat zijn uiteindelijke veroordeling voor veel Nederlanders het bewijs was dat de radicale islam dé bedreiging vormt voor het leefklimaat in de voormalige kolonie met zijn exotische stranden waar we maar al te graag ons biertje willen blijven drinken. Terwijl het in werkelijkheid dus weinig met geloof maar alles met politiek te maken heeft. 

Nieuwe allianties

De huidige president Jokowi, op zijn beurt, vaart een andere koers en het is te gemakkelijk om zijn buitenlandbeleid slechts als nationalistisch af te doen. De toenemende protectionistische wetgeving die onder zijn bewind werd doorgevoerd, en waar Westerse bedrijven steen en been over klagen, maakt tegelijkertijd een reeks niet-Westerse zakendeals mogelijk. Zo deed Indonesië vorig jaar nog een bestelling bij de Russen van in totaal negentien Soechoj gevechtsvliegtuigen.[7] Een deal waarbij Indonesië voor 50% in natura (koffie, tabak, palmolie enz.) mag betalen, iets waar Westerse multinationals met hun Wereldbank nooit mee in zouden stemmen. Ook zijn de Russen bereid hun kennis en expertise te delen zodat Indonesië de onderdelen zelf kan gaan fabriceren. Hoe reageerden de VS op dit nieuws? Jawel, door Indonesië prompt vierentwintig gevechtsvliegtuigen cadeau te doen.[8] Net als het genereuze aanbod om te helpen met terreurbestrijding komt deze daad van ogenschijnlijke barmhartigheid toch in een heel ander licht te staan als we hier het principe van ‘follow the money’ toepassen.

De Nederlandse geschiedenis van goud op Papoea

De spil in dit verhaal is de grootste goudmijn ter wereld die niet geheel toevallig de Nederlandse naam ‘Grasberg’ draagt en op het afgelegen West-Papoea ligt. Inderdaad, exact het gebied dat Nederland tot in 1963 niet op wilde geven, ook al hadden we eerder in 1949 de Indonesische onafhankelijkheid aanvaard.

Het narratief dat ons jarenlang is voorgehouden is dat wij ons dan misschien paternalistisch koloniaal opstelden maar dat we toch oprecht begaan waren met het lot van de lokale bevolking die niet bij Jakarta wilde horen. Ook nu nog, op die zeldzame momenten als er eens over West-Papoea wordt bericht, gaat het altijd over hun terechte vrijheidswens versus Indonesische mensenrechtenschendingen. In de Nederlandse versie van dit verhaal is Indonesië de nieuwe koloniaal en Amerika de neutrale bemiddelaar die ons tot inkeer bracht.

De Grasbergmijn is de omvangrijkste goudmijn en op twee na grootste kopermijn ter wereld. De mijn bevindt zich op de Grasberg in de nabijheid van de Ertsberg, waar eveneens zeer succesvol een mijn wordt geëxploiteerd (foto: Alfindra Primaldhi).

Niets is minder waar. In werkelijkheid is Nederland, die alleen maar raad wist met kolonialisme ‘oude stijl’ op een geraffineerde manier buiten spel gezet door de Amerikaanse ‘nieuwe stijl’ van koloniseren. Beiden ging het om het ‘El Dorado’ de Grasberg, en eerder de Ertsberg die inmiddels al tot op de bodem is uitgegraven. Kortom: het motief voor de Nederlandse claim op West-Papoea was niet humanitair maar primair goud en olie.

Het ontoegankelijke berggebied werd in 1936, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, door de Nederlandse geoloog Jean Jacques Dozy in kaart gebracht. De uitzonderlijk hoge concentratie goud en andere waardevolle olievondsten werden bewust geheim gehouden, bang als men was voor Nazi-Duitsland en Japan, waarvan eind jaren ’30 al een dreiging uitging. Vanaf 1945 gooide de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring roet in het eten. Overigens konden de Nederlanders niet om de Amerikanen heen, aangezien de Nederlandsche Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij (NNPGM) voor 60% in Amerikaanse handen was, direct gelinkt aan de befaamde Rockefellers die later Freeport zouden opzetten. Als gevolg van de geheimhouding waren slechts enkele Nederlandse en Amerikaanse regeringsfunctionarissen op de hoogte van het nog te ontginnen ‘El Dorado’. Zelfs Soekarno en John F. Kennedy, die elkaar wel mochten, hadden geen idee. Pas toen Soeharto met wat hulp van Washington stevig in het zadel zat en Soekarno buiten spel was gezet ging Freeport op Papoea aan de slag.

In de recente publicatie ‘The Incubus of Intervention’ (2015) doet de Australische historicus Greg Poulgrain uitgebreid uit de doeken op welke slinkse manier deze interventie in zijn werk is gegaan en hoe cruciaal de rol van CIA-directeur Allen Dulles hierin was.[9]

Volgens Poulgrain redeneerde ‘mastermind’ Dulles dat het voor Amerikaanse bedrijven onmogelijk was om ​toegang tot Papoea ​te ​krijgen als ​het een ​onafhankelijk land zou zijn ​los ​van Indonesië​ (omdat laatstgenoemde dat als een vijandige actie zou interpreteren en Soekarno meteen de neokoloniale agenda erachter zou zien) de Nederlanders waren volgens hem sowieso kansloos​ met hun kolonialisme ‘oude stijl’​, en in het geval Papoea wel bij Indonesië zou worden ingelijfd, dan zouden de Amerikanen nog steeds geen toegang tot dat gebied krijgen met de anti-imperialistische Soekarno aan het roer. Vandaar dat Dulles aandrong op inlijving van Papoea maar mét een regime change.

“l’Histoire se répète.”

Hoe vertaalt zich dit naar de huidige situatie?  Paradoxaal genoeg wordt Jokowi in Westerse media een stuk positiever neergezet dan Soekarno destijds. Toch spelen ze vanuit historisch perspectief een vergelijkbare rol. Interessant is dat de eerst zo bejubelde Soeharto inmiddels uit de gratie is gevallen, we herinneren hem nu vooral als dictator die verantwoordelijk was voor de slachtpartij op communisten. Toch speelt Prabowo op dit moment een haast identieke rol als zijn eveneens opportunistische ex-schoonpapa. In de tweede helft van de jaren vijftig was Soekarno zich ook, net als Jokowi nu, op China, Rusland en andere niet-Westerse allianties aan het oriënteren. Vlak voor de coup van 1965 werden enkele Britse en Amerikaanse bedrijven gedwongen genationaliseerd.

Dat de Amerikaanse kapers op de Indonesische (goud)kust het anno 2018 niet kunnen uitstaan dat Jokowi nu hetzelfde probeert, is niet verwonderlijk aangezien de omzet van Freeport McMoRan in 2017 een slordige 16 miljard dollar bedroeg. In de top 500 van meest invloedrijkste Amerikaanse multinationals staat het bedrijf maar liefst op nummer 175.[10]

Juist deze vette melkkoe wordt bedreigd met nationalisatie doordat Indonesië vorige jaar bekend maakte dat ze bovenop de oorspronkelijke 9% vanaf nu 51% aandeel eisen. Freeport McMoRan, en het verwante Rio Tinto, accepteren dit niet en willen geld zien. De Amerikaanse Vicepresident Mike Pence vloog er speciaal voor naar Jakarta om eens een hartig woordje met Jokowi te spreken. Miljardair Carl Icahn, een van de grootste aandeelhouders in Freeport en tevens adviseur van Trump, beschuldigde Indonesië zelfs van “vals spelen” en zei het als een belediging op te vatten dat een contract, dat officieel pas in 2021 afloopt, zomaar ter discussie werd gesteld.[11]

En wat was de reactie van Prabowo? Onbeschaamd benadrukte hij dat Indonesië in het verleden zoveel te danken had aan de VS: “We moeten degenen [de Amerikanen] respecteren die ons ooit hebben geholpen. Hopelijk is er een oplossing waarbij iedereen wint, de belangen van de Republiek moeten worden afgewogen tegen de belangen van de investeerders.” [12]

Nu is deze situatie op wereldniveau niet uniek. In Zuid-Amerika, waar Freeport McMoRan ook actief is, proberen overheden eveneens meer grip te krijgen op de kapitalistische graaicultuur die vooral de 1% in de VS ten goede komt. Het is dan ook typerend dat de New York Times deze tendens slechts afdoet als kansloos nationalistisch gedoe waar de landen zelf uiteindelijk de dupe van zullen worden.[13]

De wereldmacht van de VS mag dan tanende zijn, een kat in het nauw maakt rare sprongen. Als je de trucjes van de VS een beetje kent dan weet je dat als zij linksom geen toegang krijgen, ze het rechtsom zullen regelen.

Kortom: in het uitzonderlijke geval dat Indonesië in de toekomst een moslimstaat wordt, dan zal dat niet zijn omdat de 87% Indonesische moslims dat zo graag wil, maar allereerst omdat militante groeperingen, zoals de FPI, politiek worden ingezet voor opportunistische doeleinden.  Laat we ons daar maar eens op bezinnen als de CIA landen als Indonesië aanbiedt te helpen met het opsporen van terroristische netwerken.


[1] Arjen van der Ziel, ‘Probeert IS in Indonesië een nieuw front te openen.’ Trouw (14 mei 2018) https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/probeert-is-in-indonesie-een-nieuw-front-te-openen-~a1abbc02/

[2] Arjen van der Ziel, ‘IS-jihadisten richten zich op Zuidoost-Azië, nu ze Irak en Syrië bijna kwijt zijn.’ Trouw (11 juli 2017)

https://www.trouw.nl/home/is-jihadisten-richten-zich-op-zuidoost-azie-nu-ze-irak-en-syrie-bijna-kwijt-zijn-~a070d74d/

[3] https://www.cnnindonesia.com/nasional/20180516163304-20-298714/amerika-serikat-siap-bantu-indonesia-buru-teroris

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Rio_Tinto_Group#Locaties

[5] https://nos.nl/artikel/2215661-geen-bier-hier-de-drooglegging-van-yogyakarta.html

[6] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/20/20-jaar-na-de-val-van-soeharto-is-het-moslims-versus-niet-moslims-in-indonesie-a1603600

[7] https://www.youtube.com/watch?v=Omz9sxhNDSk

[8] https://nasional.kompas.com/read/2018/02/28/11525101/indonesia-resmi-terima-24-pesawat-tempur-f-16-hibah-as

[9] https://www.amazon.com/Incubus-Intervention…/dp/9670630509

[10] https://eu.azcentral.com/story/money/business/2015/12/28/moffett-resigns-freeport-mcmoran-chairman/77971352/

[11] Jon Emont ‘Foreigners Have Long Mined Indonesia, but Now There’s an Outcry’, New York Times, ​(March 31, 2017​) https://www.nytimes.com/2017/03/31/business/energy-environment/indonesia-gold-mine-grasberg-freeport-mcmoran.html

[12] ’Prabowo Soal Kisruh Freeport: Solusinya Semua Menang,’ Tempo (27 Februari 20170 https://nasional.tempo.co/read/850475/prabowo-soal-kisruh-freeport-solusinya-semua-menang

[13] Jon Emont, ‘Freeport To Give Indonesia A Majority Stake In Its Grasberg Mine,’ New York Times (Aug. 29, 2017) https://www.nytimes.com/2017/08/29/business/indonesia-freeport-mcmoran-grasberg-deal-majority.html

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Het aantal buitenlandse missies van Amerikaanse speciale eenheden is snel toegenomen

Inmiddels zijn Amerikaanse speciale eenheden wereldwijd in bijna honderdvijftig staten actief, waarvan ruim een vijfde in Afrika.

De crisisboog in Sub-Sahara Afrika is in de laatste jaren uitgegroeid tot het zoveelste krijgstoneel van Amerikaanse speciale eenheden. Van Mauretanië tot Tsjaad, het Congobekken en de Hoorn van Afrika, hebben ze militaire bases ingericht en assisteren ze bondgenoten bij de vorming van reguliere legers, politie-eenheden en milities, maar komen ze ook zelf in actie tegen het groeiende aantal vaak islamistisch geïnspireerde gewapende groeperingen.

Toenemende inzet in Afrika

De inzet van deze speciale eenheden wordt gerechtvaardigd met verwijzing naar hun flexibiliteit, de hoge bereidheidsgraad en hun geringe zichtbaarheid. Niet zelden vervangt hun inzet de inzet van grotere contingenten reguliere troepen. Onder de Amerikaanse president Donald Trump zijn de speciale eenheden inmiddels in 149 landen actief. Onder zijn voorganger Barack Obama waren het er nog 138 en onder George W. Bush rond de honderd. Volgens Amerikaanse bronnen zijn Amerikaanse speciale eenheden in 33 Afrikaanse landen actief. In 2006 was nog slechts ongeveer één procent van de Amerikaanse speciale eenheden in donker Afrika actief. In 2010 was het drie procent en in 2017 reeds 17%.

Leden van de 10th Special Forces Group geven opleiding in infanterie-technieken aan Malinese soldaten. Timboektoe, 2004.

De speciale eenheden vormen een eigen commando, het US Special Forces Command, dat circa 70.000 soldaten sterk is. De operaties in Afrika staan onder toezicht van het US Africa Command in Stuttgart. Ze kwamen in het blikveld van het bredere publiek toen in oktober 2017 een gemengde gevechtseenheid van Amerikaanse militairen en militairen uit het leger van Niger in een hinderlaag van ‘Islamitische Staat in de Grotere Sahara’ (ISGS) liep. Vier Amerikanen werden daarbij gedood, alsmede vier militairen uit Niger en een tolk. Het was tot een lang gevecht gekomen, doordat luchtsteun vooreerst uitbleef. Franse gevechtsvliegtuigen waren pas een uur later ter plaatse. De ISGS-strijders waren toen reeds over de dichtbij gelegen grens naar het buurland Mali vertrokken.

Politieke controle

Voor veel Amerikaanse parlementsleden was deze schermutseling verbonden met een onaangename vaststelling. “We weten niet precies waar in de wereld we actief zijn en wat we daar precies doen”, zo moest de Amerikaanse senator Lindsey Graham, die lid is van de Defensiecommissie en als havik bekend staat, toegeven.

In de Republiek Niger zijn momenteel circa 800 Amerikaanse militairen gestationeerd. Zij ondersteunen het leger van Niger en runnen twee bases van waaruit onbemande drones ingezet worden. De Amerikaanse troepen zijn sinds 2012 in het land, toen in het buurland Mali een burgeroorlog uitbrak. De regering van Niger heeft zowel te kampen met binnengeslopen strijders uit het westelijke buurland Mali, als ook met de in het noorden van het zuidelijke buurland Nigeria opererende organisatie Boko Haram.

Vanwege de geheimhouding valt het de politiek verantwoordelijken in Washington zwaar effectief toe te zien op de vele operaties. William Hartung, directeur van het Arms & Security Project van de denktank Center for International Policy in Washington, stelt tegenover Amerikaanse media dat dit zeer riskant is:

Zonder controle door het publiek of het Congres, is er geen mogelijkheid de Amerikaanse strijdkrachten verantwoordelijk te maken voor hun acties en is er geen mogelijkheid hun prestaties objectief te beoordelen.”

Meestal fungeren de Amerikaanse militairen als opleiders of coördineren ze luchtsteun. De strijd op de grond wordt meestal waargenomen door inheemse krachten, ook al laat het gevecht in Niger van oktober zien dat ook militaire adviseurs gemakkelijk in gevechtssituaties betrokken kunnen raken. De balans van de operaties is bepaald niet onproblematisch. Zo onderzoekt de recherchedienst van de Amerikaanse marine momenteel een missie in Somalië in augustus 2017, waarbij soldaten mogelijk tien burgers doodden. In Mali hebben twee Navy SEALs mogelijk een kameraad van de Green Berets gewurgd, omdat ze hem voor een vijandelijke strijder hielden. In Mali, Burkina Faso en diverse andere landen werden staatsgrepen gepleegd door officieren die het Amerikaanse trainingsprogramma doorlopen hadden.

Van Koude Oorlog naar War on Terror naar concurrentie met China

Afrika is niet pas sinds het begin van de zogenaamde War on Terror en de wereldwijde opkomst van gewapende islamistische groeperingen een arena waarin de Verenigde Staten hun invloed doen gelden. Vandaag de dag gaat het er om een groeiend aantal gewapende groeperingen tegen te werken dat Amerikaanse economische belangen doorkruist, alsmede om het militaire gewicht van Amerika tegenover het groeiende economische gewicht van China in de regio te stellen.

Ten tijde van de Koude Oorlog waren de Amerikanen echter ook al zeer actief in Afrika. Toen was de belangrijkste tegenstrever de Sovjet-Unie, die aan socialistische staten ontwikkelingshulp en militaire steun bood. Een vroeg voorbeeld zijn de activiteiten van de CIA tijdens de Congocrisis tussen 1960 en 1962. De eerste gekozen premier van het land was Patrice Lumumba, die reeds de onafhankelijkheidsbeweging geleid had. Hij oriënteerde zich meer op de Sovjet-Unie en was zodoende een doorn in het oog van de VS. De CIA ondersteunde dan ook de oppositie tegen Lumumba, wat tot de kortstondige afscheiding van de delfstofrijke provinice Katanga en tot de moord op Lumumba leidde. Uiteindelijk zette zich de op het Westen georiënteerde dictator Mobutu Sese Seko door, die tot 1997 aan de macht bleef.

Een ander voorbeeld is de circa 30 jaar durende burgeroorlog in de vroegere Portugese kolonie Angola. Die begon in 1974 met de zogeheten Anjerrevolutie in Portugal, toen de nieuwe regering in dat land de koloniën onafhankelijk liet worden. In Angola streden drie organisaties om de macht. De socialistisch georiënteerde MPLA zette zich door, maar de tot het einde van de Koude Oorlog door het Westen ondersteunde UNITA legde pas in 2002 de wapens neer. De verdekte CIA-steun werd daarbij primair door Congo (onder Mobutu Zaïre genoemd) afgewikkeld.

Terwijl Angola zich inmiddels van de effecten van de burgeroorlog herstelt, is in de Congo nog altijd geen duurzame vrede gevestigd. Met het begin van de zogenaamde War on Terror hebben de VS hun geheime operaties in Afrika weer uitgebreid.

Posted on

Interpol waarschuwt: IS-strijders komen als bootvluchtelingen

Interpol heeft alarm geslagen en een lijst van 50 vermoedelijke IS-strijders gepubliceerd, die in de afgelopen maanden als ‘bootvluchtelingen’ naar Italië gekomen zijn en die nu hun weg zouden kunnen vinden naar andere EU-lidstaten. Het gaat daarbij om Tunesische staatsburgers, zo meldt het Britse dagblad The Guardian.

De lijst van verdachten werd op 29 november reeds aan het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken doorgespeeld. Deze heeft de lijst doorgeleid naar de EU-coördinator voor terrorismebestrijding. Volgens informatie van de Verenigde Naties zouden zich reeds duizenden Tunesiërs bij IS hebben aangesloten. Na de nederlagen van IS in Irak en Syrië, zouden veel Tunesische IS-leden via hun vaderland proberen Europa te bereiken.

Vier verdachte Tunesiërs op de Interpol-lijst waren reeds bekend bij de EU-coördinator, aldus The Guardian. Een van hen zou de Italiaans-Franse grens zijn overgestoken en in het departement van de Gard gesignaleerd zijn. De meeste Tunesiërs zouden in de periode tussen juli en oktober 2017 aan boord van vissersboten Sicilië bereikt hebben. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Marco Minniti waarschuwde al herhaaldelijk voor het gevaar dat IS-strijders zouden kunnen proberen aan boord van ‘vluchtelingen’-boten naar Europa te komen.

Alleen al sinds juli hebben 3.000 Tunesiërs de kust nabij de Siciliaanse stad Agrigento, bekend om zijn ruïnes van tempels uit de Oudheid, bereikt. De Italiaanse overheid kon tot op heden slechts 400 van hen identificeren. In het hele jaar 2017 werden volgens het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken 5.500 Tunesiërs na hun aanlanding in Italië geïdentificeerd.

Posted on

OVSE-deskundige: “IS is niet overwonnen”

In het licht van de recente successen van het Syrische regeringsleger en zijn bondgenoten kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat de terreurmilitie ‘Islamitische Staat’ (IS), die in 2014 nog grote delen van het land onder controle had, overwonnen is. Dit wordt echter weersproken door de anti-terreur-commissaris van de Organisaties voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Oostenrijker Peter Neumann. In het Duitse dagblad Bild stelde hij dat IS geenszins overwonnen is, ook al heeft het een zware nederlaag geleden: “De opbouw van het zogenaamde kalifaat is mislukt.”

Neumann, die momenteel aan King’s College Londen onderzoek verricht naar de oorzaken van radicalisering en terrorisme, stelde verder dat IS zich momenteel uit veel van de bezette gebieden heeft teruggetrokken, “zoals ze dat tien jaar geleden ook al eens gedaan hebben”. “Halverwege de jaren ’00 was IS reeds zeer actief en breidde zich uit. Vervolgens werd hij verslagen en verscheen pas in 2013 weer ten tonele.”

Precies daarover zouden de leiders van IS ook nu spreken: “Ze spreken van een fase waarin de IS sterk verzwakt is, zich derhalve terugtrekt en er op wacht dat iedereen denkt dat het gevaar geweken is. En dan komen ze terug.”

Op het hoogtepunt van het ‘kalifaat’ zou IS 30.000 tot 40.000 strijders gehad hebben. “De Amerikanen schatten dat er daarvan nu nog 3.000 over zijn.” Deze zouden de “harde kern” van de terreurmilitie vormen, aldus de expert: “Wat nu resteert is een groep die deels uit mensen bestaat die al tot ISIS behoorden voordat in 2014 het grote kalifaat uitgeroepen werd.”

Posted on

BBC verzwijgt Westerse rol in opkomst huis van Saoed en salafisme

Je moet het de Britse media nageven. Niemand lijkt beter in het verdraaien van de feiten en vervalsen van de geschiedenis dan de Britse pers. De wijze waarop het Canadees-Britse persbureau Reuters bijvoorbeeld werkt is op dat vlak toonaangevend. Alleen wie zorgvuldig en met achtergrondkennis leest ontdekt de manipulaties.

Ook de BBC is hier een meester in. De driedelige documentairereeks over Saoedi-Arabië die dinsdag op BBC 2 begon (1) is een prachtvoorbeeld van hoe deze zender erin slaagt om alles te vervalsen, niet door te liegen maar vooral door de essentie te verzwijgen. Bijna constant werd de kijker gisteren bedrogen. Een traditie natuurlijk bij de Britse openbare omroep. Om niet te vergeten: Het is een staatsbedrijf.

Stichting Saoedi-Arabië

En voor die vervalsingen waren er gisteren voor wie het dossier van de strapatsen der familie Al Saoed kent voorbeelden zat. Voldoende om te concluderen dat dit geen toevallige fouten waren maar heel bewuste weglatingen om de misdadige sleutelrol van het Westen weg te moffelen. Waardoor men gemakshalve alle schuld voor de huidige toestand alleen bij de inderdaad misdadige familie Al Saoed kon leggen.

De Saoedische koning Salman bin Abdoel Aziz al Saoed, is zonder enige discussie een gevaarlijk man. Bij zijn aantreden als vorst trok praktisch het ganse politieke establishment van Washington naar Riaad om hem eer te betonen. Ook onze koning Philip pakte toen zijn valiezen richting de salafistische dictatuur. Het toont het belang van deze man in de wereldpolitiek. Hij is echter ziek en zijn zoon kroonprins Mohammed bin Salman is nu de ware baas.

 

Neem bijvoorbeeld de stichting van Saoedi-Arabië zelf in de periode 1920-1936. Het klopt inderdaad dat de familie Al Saoed het uiterst sektarische salafisme (abusievelijk soms wahhabisme genoemd) als staatsideologie gebruikte bij haar succesvolle veroveringstocht. Wat men echter vergat te vermelden was de cruciale rol die de Britten hierbij toen speelden.

Het Arabisch schiereiland was na het verjagen van de Ottomanen in 1918 een slagveld waar een serie rivaliserende clans vochten om de macht. Het waren de Britten die via wapenleveranties en politieke druk die strijd beslechtten.

Daarbij joeg men de familie Al Hoessein weg uit Mekka en Medina en kregen zij van de Britten dan maar Irak en Jordanië als geschenk. Ze heersen als westerse pro-consuls nog steeds over Jordanië. De salafistische Al Saoed kreeg dan in ruil praktisch het gehele Arabische schiereiland inclusief Mekka ten geschenke. Dat het salafisme zo macht, geld en islamitische legitimiteit kreeg is dan ook voor een groot deel de schuld van Londen.

Maar dat kan de BBC haar kijkers natuurlijk niet vertellen. En dus kregen deze burgers in plaats daarvan een fantasierijk verhaal opgediend. Maar hadden de Britten in het Interbellum daar anders opgetreden dan was er misschien nu niet eens sprake van die vorm van islamitisch fascisme.

Want zonder het Saoedische oliegeld – zo bewees deze reportage te over – was dit een bijna anonieme visie op de islam gebleven. Netjes verborgen onder enkele tenten in een oasestad ten midden van de grote woestijn, de Rub al Khali. Wat massa’s leed had vermeden.

Joegoslavië en prins Salman bin Abdullah

Neen, het echte verhaal kreeg men niet, zodat de huidige koning Salman de volle laag kreeg. Inderdaad – en de serie bracht hier niets nieuws – het was hij die als verantwoordelijke voor allerlei salafistische stichtingen in o.m. Joegoslavië op grote schaal slachtpartijen organiseerde en zo zorgde voor een stevige verankering van het salafisme op de Balkan. Documenten en getuigenissen tonen overvloedig de betrokkenheid van de huidige Saoedische koning. De man was toen gouverneur van de hoofdstad Riaad.

Maar ook hier weer diezelfde vervalsing. Bekend is immers dat die Saoedische aanwezigheid – Bin Laden was wel eens te gast bij de toenmalige Bosnische president Alia Izetbegovic – gebeurde in nauw overleg met de VS, NAVO en de EU. De Joegoslavische oorlog is immers vooral het werk geweest van de EU die tegen elke prijs de Balkan geheel onder haar controle wou krijgen. En een onafhankelijk Joegoslavië was daarbij onaanvaardbaar.

Hoessein ibn Ali al Hashimi, emir van Mekka wier familie voor 1920 eeuwenlang heersers waren over Mekka en die een directe afstammeling zou geweest zijn van de profeet Mohammed en diens stam de Hasjemieten. Hij weigerde echter in 1919 het Verdrag van Versailles te ondertekenen. De reden hiervoor was de verklaring van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour die Palestina met daarbij Jeruzalem aan de zionistische beweging schonk. Uit wraak begonnen de Britten dan de familie Al Saoed te steunen tegen Hoessein. Faisal en Abdoellah, zijn twee zoons, kregen als goedmaking van de Britten nadien dan maar Irak en Jordanië om daar koninkje te spelen. Om de zionisten te plezieren gaf men dus gans Saoedi-Arabië aan een salafistische clan!!

Als toen nog prins Salman hier het salafisme introduceerde en er zoals nu in Syrië zijn koppensnellers heen stuurde dan gebeurde dat met medeweten en steun van de EU en het ganse Westen. Wie weet vroeg Brussel het hem zelfs. Afghanistan was toch een Westers ‘succes’ gebleken niet? Over dit aspect kon je in de toenmalige kranten echter wel geen woord lezen. Het was de omerta, de censuur.

Maar ook dit werd door de makers van deze reportage dus heel netjes verborgen. De kijkers zouden het eens kunnen te weten komen hoe men in Brussel, London en Washington dit salafisme ook in Europa op weg hielp naar steeds meer slachtpartijen zoals in Zaventem en Manchester om al die oorlogen en geweld elders niet te vergeten.

Lachwekkend was zeker ook de bewering in de uitzending dat men in Saoedi-Arabië desnoods een salafistische beweging voor de bevrijding van Jeruzalem zou steunen. Sinds het omverwerpen van het koninkrijk in Noord-Jemen in 1962 werken Israël en de familie Al Saoed heel nauw samen. Vroeger in het geheim, nu in alle openheid.

Steun voor een oorlog tegen Israël moet men bij de familie al Saoed dan ook niet zoeken. Hamas kreeg er nog geen cent en de rivalen van Islamic Jihad in Gaza evenmin. En iedere kenner van salafistische terreurbewegingen weet dat deze in hun nu al 40-jarig bestaan nog nooit een aanslag pleegden in Israël zelf. Wel in tientallen landen elders in de wereld. Vooral dan in landen met een moslimmeerderheid. En dat kan uiteraard geen toeval zijn.

Mumbai 2008 en de DEA

Ook de erg bloedige en spectaculaire aanslag van 26 november 2008 in de Indiase stad Mumbai van de Pakistaanse salafistische terreurgroep Lashkar-e-Taiba van 2008 kwam ter sprake. En ook hier weer eenzelfde praktijk; Zo vergaten ze te melden dat de scouting voor deze aanval het werk was van de in Washington DC geboren David Coleman Headley, alias Daoud Sayed Gilanio, een agent van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA).

 

David Headley, drugshandelaar, bajesklant, agent van de DEA, salafistisch terrorist en de man die de cruciale voorbereidingen trof voor de terreuraanslag in Mumbai van 2008. Resulterend in 168 doden. Toen hij later in Denemarken ook een aanslag aan het voorbereiden was stopte men hem echter.

Officieel was deze man door de DEA uit een Amerikaanse gevangenis gehaald om te infiltreren in Pakistaanse drugroutes naar de VS. Maar toen hij in Pakistan aankwam vervoegde hij nog bijna diezelfde dag Laskhar-e-Taiba, een groep die werd gezien als de moorddadigste der lokale terreurgroepen.

Volgens de DEA was men hem nadien en jarenlang gewoon uit het oog verloren. Dit terwijl de man nadien nog regelmatig in de VS op bezoek was geweest en zijn drie vroegere vrouwen de FBI herhaaldelijk hadden verwittigd van zijn terroristische activiteiten.

Maar ja, ook hier zou de kijker over de rol van het westen en die salafistische terreurgolf wel eens rare en voor de Britse overheid ongepaste conclusies kunnen trekken. En dus pleegde men ook hier dan maar nog eens een flinke portie censuur.

Een gelijkaardig systeem paste men trouwens eveneens toe betreffende de Saoedische steun aan Al Qaida en de aanslagen van 11 september 2001 op het WTC in New York en het Pentagon. Er volgde nadien een groot onderzoek dat echter bij nader toezien niets anders bleek dan een schaamteloze witwasoperatie om de ware aard van de feiten en de rol van de familie Al Saoed en de Amerikaanse overheid te verdoezelen.

En dus kreeg men ook hier veel fantasie maar geen harde feiten. Waarbij het verhaal van de slachtoffers en kritische waarnemers door de makers ook maar netjes in die al zeer grote doofpot gestopt werd. Hou ze maar dom die kijkers.

Hoe de EU ISIS bewapende

En dan kwam natuurlijk onvermijdelijk de oorlog in Syrië eveneens aan bod. Daar kwam, een beetje verrassend toch, het recentste rapport van de Britse CAR, Conflict Armaments Research Ltd, (1) over de wapens van ISIS ter sprake. Een erg belangrijk document daar het in detail en op een zo te zien correcte wijze de wapenstroom richting ISIS onderzocht.

Het rapport bewijst nogmaals wat critici zoals hier op deze site al jaren zeggen en dat is dat ISIS gewoon een creatie van het westen is die hen voorzag van alle nodige fondsen, wapens, materiaal en politieke steun. ISIS moest Irak vernielen en Syrië zodanig verzwakken dat het overleven van Assad een bij voorbaat verloren zaak was. Syrië als chaosstaat.

Gebleken is dat vooral Bulgarije maar ook andere landen uit het vroegere Warschaupact op grote schaal oude Sovjetwapens zijn blijven produceren die o.m. Washington en Riaad dan kochten en langs Jordanië en Turkije en via derden, vooral dan andere salafistische Syrische terreurgroepen, leverden aan ISIS. Alhoewel er ook sprake is van nachtelijke leveringen met ongemarkeerde vliegtuigen.

ISIS in voor hen betere tijden. De meeste door hen gebruikte wapens kwamen uit de EU, vooral Bulgarije, die door vooral de VS en Saoedi-Arabië er speciaal voor hen waren gekocht. Zie maar wat mooie uniformen deze vrienden van het westen hier dragen.

 

Vooral de VS en Saoedi-Arabië kochten volgens dit verslag wapens die voor de eigen legers niet geschikt waren – het Westen en Saoedi-Arabië gebruiken nu eenmaal ander niet-compatibel wapentuig – en dus alleen konden dienen voor waar ze toen nodig waren: Syrië.

Uiteraard wist men dat in Brussel en zeker in Bulgarije, maar de handel ging gewoon door en in crescendo. Met andere woorden: Bulgarije, toch een lidstaat van de EU, leverde illegaal wapens aan Al Qaida, ISIS en andere bendes. Zolang men Syrië, en Irak, maar vernielde. De moreel hoogstaande waarden van de EU nietwaar?

Het misschien wel meest schokkende deel van dit rapport is echter dat bleek dat die wapenleveringen door o.m. Saoedi-Arabië vanuit Bulgarije aan ISIS tot in de lente van vorig jaar bleven duren. Dus op een ogenblik dat het Iraakse leger zich opmaakte voor de bevrijding van de stad Mosoel. Transporten die uiteraard ook maar konden gebeuren met medeweten van de EU.

Dus terwijl België en Nederland beweerden dat ze ISIS in Irak en Syrië bombardeerden leverde de EU hier bij ISIS bommen, raketten en geweren. Hoeft het te verbazen dat de EU in de regio niet echt een geliefde partner is? Onze minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) mocht met Nieuwjaar van de regering in Bagdad zelfs de Belgische soldaten in het noorden van Irak in de Koerdische Autonome Regio niet bezoeken. Tot zijn ongenoegen. Nou, hij zocht het zelf.(3)

Al Saoed de nieuwe Moebarak?

Dat de BBC-reportage het dus ook over dit rapport van CAR had kwam wel wat verrassend. Het verslag is nu eenmaal pure dynamiet. Maar geen zorgen, ook hier zorgde men er netjes voor dat alleen de familie Al Saoed als de slechteriken in beeld kwamen. Dat de VS hier volgens CAR via dit systeem eveneens grootschalig wapens aan ISIS leverde werd mooi verzwegen.

Het eerste deel van deze documentaire was dan ook een regelrechte aanval op Saoedi-Arabië zelfs al poogde men schuchter kroonprins Mohammed bin Salman wat krediet te geven. Totaal ten onrechte. De man is een crimineel van het zuiverste water die voor zijn plannen voor niets terugschrikt en zelfs Saad Hariri, de premier van Libanon, liet ontvoeren om hem zo op televisie te laten paraderen. Uniek in de moderne geschiedenis.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Saoedi’s weigerden mee te werken aan de uitzending en de makers ervan de toegang tot Saoedi-Arabië ontzegden. En ongetwijfeld zal er achter de schermen tussen Riaad, Londen en Washington hierover ontzettend veel ruzie geweest zijn. De BBC is nu eenmaal een staatsomroep die luistert naar de Britse regering en zo naar de VS.

De 32-jarige Kroonprins Mohammed bin Salman regeert als een alleenheerser die zelfs de eigen familie laat arresteren. Nadat hij de Libanese premier Saad Hariri ontvoerde riep hij de Palestijnse president Mahmoed Abbas bij zich en eiste hij dat de PLO in Libanese vluchtelingenkampen in opstand zou komen. Die weigerden echter. Nadien liet Abdoellah bin Hoessein, de Jordaanse koning, Ali bin Hoessein, Faisal bin Hoessein en prins Talal bin Mohammed, twee broers en een neef en topfiguren in het leger, arresteren wegens verdachte contacten met kroonprins Mohammed bin Salman. Eerder weigerden Israël en Egypte in Libanon militair tussenbeide te komen tegen Hezbollah. Toen de kroonprins echter in die periode in Washington een nooit geziene schrobbering kreeg haakte hij af en kwam Hariri vrij.

 

Het was dan ook geen toeval dat er bijna alleen oud-gedienden de CIA of andere Britse en Amerikaanse ‘specialisten’ aan het woord kwamen. Alsof alleen die er iets serieus over kunnen zeggen.

Dat men een David Petraeus, ex-baas van de CIA, hierover aan het woord liet spreekt eveneens boekdelen. Men had hem kunnen vragen over de steun aan Al Qaida en ISIS door de CIA en het Pentagon toen hij er baas was. Men deed het uiteraard niet. De man die ISIS mee hielp creëren die dan zijn beklag doet over de Saoedische steun aan ISIS. Je moet maar durven. BBC met de B van bedrog.

Deze reportage gaat natuurlijk bij de familie Al Saoed de indruk versterken dat zij weleens hetzelfde lot zouden kunnen ondergaan als bijvoorbeeld de Sjah van Iran of president Hosni Moebarak in Egypte.

Reportages als deze zijn een belangrijk politiek teken vanuit Londen en Washington dat de speeltijd wel eens voorbij zou kunnen zijn voor de Al Saoeds. De scenario’s circuleren trouwens al volop in Saoedi-Arabië, met het land omgevormd tot een lappendeken van elkaar bestrijdende woestijnstaatjes. Balkanisering heet dat. Of een nieuw Syrië?


1) BBC Two, ‘House of Saud: A family at war’, Michael Rudin, 9 januari 2018. Driedelige reportagereeks. Volgende afleveringen op 17 en 23 januari telkens om 22 uur.

De kaart van het Midden-Oosten van 28 september 2013 uit The New York Times. Of hoe men in de VS Irak en Syrië in drie of vier stukken zag met geel/okergeel voor Assad, groen voor ISIS/Al Qaida en paars voor de huidige bewindvoerders in Bagdad, als ze de hoofdstad tenminste konden behouden. Saoedi-Arabië valt dan uiteen in een centraal Wahhabistan en een Noord-, Zuid-, Oost- en Westelijk Arabië. Ook Jemen valt dan terug in twee stukken. Volgens de toenmalige Amerikaanse leerling-tovenaars.

 

2) Conflict Armaments Research Ltd, ‘Weapons of the Islamic State, a three-year study in Syria and Iraq’, December 2017.

Opvallend is dat de in de uitzending geïnterviewde medewerker van dat CAR eveneens zweeg over de rol van de VS en de EU. De sponsor van dit rapport is de EU en de Duitse regering. In een eerdere studie sprak CAR alleen over de herkomst van de wapens, niet over wie ze had gekocht en daarna aan ISIS leverde. Uit deze studie is ook gebleken dat de meeste wapens die ISIS gebruikte via dit kanaal waren verkregen.

3) Peter De Roover, fractieleider van de N-VA, schreef op 26 november 2015 op Knack.be een stevig pleidooi ter verdediging van Saoedi-Arabië tegen de toen toenemende Belgische kritiek op het land. De argumentatie van De Roover was dat wij het land broodnodig hadden in de strijd tegen ISIS en dus kritiek op dat land niet kon. Grapjas die De Roover. Maar de familie Al Saoed kan ook heel genereus zijn. Dat is bekend.

Posted on

Pax Christi hypocriet over christenvervolging in Syrië

Veel wordt geschreven over het lot van de Syrische christenen in de door ISIS ooit gecontroleerde gebieden. Over hun lot in de door de andere Salafistische groepen bezette gebieden hoort men zelden of nooit iets. Een in Syrië nochtans gespecialiseerde christelijke organisatie als het Nederlands-Vlaamse Pax Christi heeft er voor zover bekend nooit aandacht voor gehad.

Geen christenen meer

En nochtans hebben christenen en hun gebedsplaatsen het daar al hard te verduren gehad. Zelfs de media van die Salafisten geven dat soms toe. Een verhaal dat een klein tipje van de sluiter opheft is dit welke de website Syrian Observer recent publiceerde en afkomstig was van All4Syria, een van de vele websites van die groepen.(1)

De jezuïet Frans van der Lugt werd in april 2014 door een Salafist neergeschoten. In welke omstandigheden is nog steeds onduidelijk. Hij was ondanks het gevaar in zijn klooster in dat door die terreurgroepen bezet stadsdeel gebleven. Enkele dagen voor de bevrijding van dit deel van de stad Homs door het leger werd hij neergeschoten.

Het betreft een beslissing van de shariarechtbank in de stad Ghasam, gelegen in het zuiden van Syrië en ten oosten van de provinciehoofdstad Daraa. Hier besloot rechter Sjeik Asmat al Abasi om de kerken terug te geven aan hun gelovigen. Die christenen waren echter allemaal uit de stad en de regio gevlucht richting de nabijgelegen provincie Sweida, een vooral door druzen bevolkt gebied dat in handen is van de regering.

Die gebedsplaats van de Christelijke Evangelische Uniekerk is al sinds 2013 verlaten omwille van de Salafistische terreur. Sindsdien is er volgens All4Syria geen enkele christen meer in de stad. En vermoedelijk ook bijna niemand meer van andere niet-Salafistische geloofsgemeenschappen.

De Salafistische groepen in de provincie Daraa worden bij de gespecialiseerde media steeds omschreven als zijnde meer gematigd waarbij de invloed van Al Qaida er vrij beperkt is. Dit in tegenstelling tot de provincie Idlib waar haar controle bijna algemeen is.

Verhalen over het vernielen van gebedsplaatsen in door de regering bezet gebied zijn er in tegenstelling tot de toestand in de provincies Daraa en Idlib dan wel niet. Integendeel, het leger zal hen zelfs beschermen tegen de terreur van die salafistische groepen.

Het verklaart waarom slecht betaalde soldaten toch voor hun land en samenleving blijven vechten en continu hun leven riskeren. Het is een verhaal wat je bij Pax Christi en andere ngo’s van dat genre echter nooit zult horen.

Hypocrisie rond Frans van der Lught

Pax Christi, dat nog het eerste woord van kritiek moet geven op die Salafistische opstandelingen, hield eerder dit jaar wel een mars om de in de stad Homs op 7 april 2014 doodgeschoten Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt te herdenken. De dader is nog steeds niet bekend maar moet iemand van die Salafistische terreurgroepen geweest zijn. Hij zat daar immers in zijn klooster in geheel door die groepen bezet gebied.

Over de oorzaak van zijn dood en de vermoedelijke dader(s) echter voor zover geweten geen woord bij Pax Christi.(2) Deze mars was dan ook gewoon een schijnheilig misbruik van het leed van deze pater, een van de duizenden christelijke slachtoffers van die terreurbewegingen.

Omar Gharba in een legeruniform van het Vrije Syrische Leger voor hij overstapte naar ISIS. Zie de insignes op zijn borst. De vraag is wie dit zo te zien gloednieuw en piekfijn uniform betaalde. De Belgische of de Nederlandse belastingbetaler?

Deze mars van Pax Christi veroorzaakte dan ook groot ongenoegen bij de christelijke gemeenschappen in Syrië. Deze organisatie kiest al sinds 2011 de kant van die terreurgroepen. De enige slechten voor Pax Christi zijn de Syrische regering, die voor hen de vertegenwoordiger is van al het kwaad dat het land overkwam.

Voor groepen als deze en andere ngo’s is het juist de Syrische regering die schuldig is aan dit sektarisme dat tijdens deze oorlog enorm is toegenomen. Pax Christi werkt onder controle van de Nederlandse en Belgische bisschoppenconferentie. Zijn onze bisschoppen dan akkoord met het steunen van groepen die christenen desnoods omwille van hun geloof vermoorden?


1) Syrian Observer, 10 oktober 2017, All4Syria, ‘Daraa’s Churches to be Returned to Christians: Dar al-Adel Court’. http://syrianobserver.com/EN/News/33369/Daraa_Churches_be_Returned_Christians_Dar_Adel_Court/

De website Syrian Observer is een vrij interessante bron van informatie. Het brengt teksten van zowel de gewapende oppositie, de regering als van derden. Teksten die ze zoals deze vanuit het Arabisch vertaalt naar het Engels.

De website is door de Deense ngo International Media Support opgezet met de bedoeling een zogenaamd onafhankelijke Syrische pers te steunen. Hoe onafhankelijk blijkt wel als 51%, 35% en 6% van de fondsen van deze ngo afkomstig zijn van respectievelijk het Zweedse, Deense en Noorse ministeries van Buitenlandse Zaken. De hoofdlijn van deze website is dan ook die van steun aan die salafistische opstandelingen.

2) Pax, Zomer 2017.

Posted on

‘Doel van regime change heiligde alle middelen in Syrië’

De jonge Vlaamse onderzoeksjournalist Jens de Rycke reisde de afgelopen jaren door het door oorlog verscheurde Syrië en publiceerde hierover onlangs zijn ‘Dagboek van granaten in Damascus’. Yves Pernet sprak voor Novini met hem over zijn boek en zijn ervaringen in Syrië, over de rol van andere actoren, zoals regionale staten en de westerse politiek en media.

Voor we beginnen met de inhoud van het boek een vraag over het boek zelf. Hoe ben je er toe gekomen dit te schrijven? Het conflict daar is dan wel bekend vanaf het begin, maar er zelf onderzoek naar doen is toch nog iets anders. 

Het boek, mijn interesse in de Syrische oorlog alsook het begin van mijn journalistieke carrière zijn allemaal met een toevallige ontmoeting begonnen. Deze bewuste ontmoeting was er één met een Melkitische priester op de luchthaven van Stockholm en het bracht me ertoe om me in de Syrische oorlog te gaan verdiepen. Uiteindelijk ben ik een jaar na deze ontmoeting zelf naar het land kunnen afreizen en toen ik nadien terug in Vlaanderen mijn ervaringen deelde vertelden personen in mijn omgeving me dat dit een goed idee voor een boek zou zijn. Daarom besloot ik om nog eens terug naar Syrië te gaan en op zoek te gaan naar de verhalen van de burgers die in het Syrië van al-Assad (over)leven. Op deze manier wou ik hen via mij en het boek de kans te geven om hun verhaal te delen. 

Jij bent ter plaatse geweest, hebt kunnen spreken met de plaatselijke bevolking. Hoe makkelijk of moeilijk is het voor een West-Europese journalist om toegang te krijgen tot betrouwbare informatie? Kreeg je veel staatsbegeleiding mee? Werd er gecontroleerd op wat voor antwoorden je kreeg? 

De eerste keer dat ik in Syrië was ervoer ik dat men mij, alsook de andere genodigden, de visie van de Syrische regering wilde tonen. Er was begeleiding en we reden enkel naar de plekken die ze ons wilden laten zien. Er was geen ruimte om zelf op verkenning te gaan, dit ook omwille van het veiligheidsrisico.  Foto’s nemen van bijvoorbeeld het gebombardeerde hotel waarin ik verbleef alsook van andere beschadigde gebouwen stelden ze niet op prijs, omdat men een ander beeld van Damascus (zijnde een hoofdstad waar het leven toch nog normaal kan zijn) wilde tonen. Maar informeel lukte het me toch om met enkele Syriërs te praten en ook hun verhaal te horen. Dit hebben ze in alle eerlijkheid en zonder controle kunnen doen want personen die vreesden dat hun verhaal niet goed zou vallen bij de veiligheidsdienst heb ik een alias gegeven.

Tijdens mijn tweede reis heb ik wel met meer vrijheid kunnen werken maar ik was me er wel van bewust dat ik in het oog werd gehouden. 

Langs de andere kant: denk je dat je collega’s die veel meer aandacht gaven aan de versie van de rebellen oprecht geloofden dat het om vrijheid en democratie ging of werden/worden zij ingeschakeld in hogere belangen? Udo Ulfkotte schreef zo bijvoorbeeld al over de invloed van staatsactoren in de journalistiek. 

Het was duidelijk dat de mediaberichtgeving in het Westen het conflict herleidde tot een goed/slecht-verhaal waarbij Assad de wrede dictator was die werd gedemoniseerd en de rebellen als vrijheidsstrijders werden geschilderd. Uiteraard is het niet meer dan terecht dat de wandaden van de Syrische regering worden benoemd, aangekaart en veroordeeld. Maar de berichtgeving over de oorlog werd zeer éénzijdig doordat Assad de schuld kreeg van alle oorlogsgeweld en (islamistische) strijders ondanks al hun misdaden nog steeds werden voorgesteld als democratisch verzet. Het echte verhaal over de Syrische oorlog gaat dieper dan dat. Beide partijen hebben bloed aan hun handen in deze vreselijke oorlog en het feit dat vanaf het begin de oorlog in Syrië geen opstand was maar een proxy-oorlog tussen verschillende (regionale) staten werd nooit voldoende benoemd. 

Maar het klopt ook dat bepaalde mediabedrijven alsook journalisten zich hebben laten inschakelen om de agenda van een regimewissel in Damascus te ondersteunen. Een mooi voorbeeld van zo’n mediabedrijf is Al Jazeera. De regering van Qatar beïnvloedt duidelijk de berichtgeving van Al Jazeera ten behoeve van haar politieke belangen en Qatar is sinds het begin van het conflict één van de drijvende krachten in de oorlog tegen president Assad. 

Je schrijft dat de samenleving in Syrië op het vlak van samenwonen tussen religies vreedzaam was. Is dit eigen aan Syrië an sich of toch vooral een verwezenlijking van Hafez al-Assad)? 

De familie al-Assad regeerde met harde hand over Syrië en onderdrukte  (gewelddadig) iedereen die zich niet bij hun status quo neerlegde. Ze handhaafden met geweld een seculiere maatschappij maar werden hierdoor door minderheden alsook gematigde soennieten gezien als een dam tegen het extremisme.

Syrië is altijd al een mozaïek geweest van culturen, religies en volkeren. Lang voor het Sykes-Picotverdrag dat Syrië zijn huidige grenzen gaf was dit al het geval. Uiteraard brengt samenleven met zoveel verschillen veel spanningen met zich mee. Helaas zijn deze breuklijnen  door buitenlandse actoren misbruikt om het sektarisch vuur dat tot deze oorlog leidde aan te wakkeren. 

Dan het conflict zelf. Je toont in je boek aan dat buitenlandse actoren (Verenigde Staten van Amerika, Iran, Rusland, Israël, Turkije, Qatar,…) aan beide kanten een belangrijke rol spelen. Die van Iran en Rusland is bekend. Welk nut hebben landen als Israël en Amerika echter met het steunen van groepen opstandelingen? 

Zowel Israël als de VS hebben een gemeenschappelijk doel in Syrië: De invloed van Iran in de Levant breken. Syrië maak deel uit van de zogenoemde ‘as van het verzet’. Een bondgenootschap tussen Iran – Syrië en de sjiitische beweging Hezbollah in Libanon (alsook in mindere mate Irak ) dat zich verzet tegen de Amerikaanse en Israëlische aanwezigheid in het Midden-Oosten.

Mocht er een regimewissel in Syrië zijn geweest dan zou Iran zijn belangrijkste bondgenoot in de regio hebben verloren en zouden de wapenlevering alsook trainingscapaciteiten van Hezbollah wegvallen. Daarnaast bezet Israël nog steeds de Golanhoogten, een stuk Syrisch grondgebied dat strategisch ontzettend belangrijk is alsook gasvoorraden herbergt. Een regimewissel in Syrië en de daaropvolgende chaos in het land zouden het Israël makkelijker hebben gemaakt om zijn positie op de Golanhoogten te behouden.

Om dit alles te bereiken hadden ze geen enkel probleem om extremistische soennieten – die omwille van religieuze redenen zelf tegen sjiieten strijden – te gebruiken als strijders in hun strijd tegen Iran en zijn bondgenoten. Zoals Machiavelli destijds terecht beweerde: het doel heiligt de middelen. 

In de oorlog leerde je een collega, Khaled, goed kennen. Hij is echter omgekomen bij een raketaanval van Daesh. Wat deed zoiets met je? 

Om zijn verhaal met de wereld te delen alsook zijn offer als oorlogsjournalist te eren heb ik besloten om het boek aan hem op te dragen. Ik heb onlangs nog met zijn moeder gesproken via Messenger. Zij was blij om te horen dat mijn boek aan hem was opgedragen omdat zo haar zoon op een bepaalde manier toch nog verder leefde. Ik heb haar beloofd een exemplaar te bezorgen en ik ga mijn best doen om mijn belofte aan haar te houden. 

Aanvankelijk was het een grote shock en het is er één die nog steeds nazindert. Ik beschouwde het schrijven van het boek eerst als een groot avontuur, maar toen ik Syriërs persoonlijk leerde kennen en ook vrienden maakte kreeg de oorlog ook een persoonlijke dimensie voor mij. Je hoort iedere dag over Syriërs die sterven door het oorlogsgeweld maar doordat je hen niet kent zijn het maar onbekende namen en uiteindelijk zelfs maar cijfers… Met Khaled veranderde dit alles omdat ik voor het eerst iemand in de oorlog verloor die ik niet alleen kende maar die ik ook als een vriend van mij beschouwde.

Je schrijft in je boek over de mentale impact die de inname van Palmyra door Daesh had op de Syriërs. Hoe komt het dat de ruïnes van deze oude stad nog steeds zo belangrijk zijn voor hun collectieve identiteit? 

Syrië kent vele archeologische prachten maar Palmyra had als ‘parel van de woestijn’ een unieke plaats in de Syrische geesten. Mede doordat de stad verbonden is met Zenobia en haar unieke verhaal dat zich tijdens de Oudheid afspeelt. De vernietiging van de ruïnes zagen zij als een aanval op hun unieke Syrische geschiedenis alsook als een poging van IS om hun Syrische identiteit weg te vagen. Dit was ook het doel van de vernietiging van de ruïnes door IS: de Syrische identiteit vernietigen en deze door hun ideologie te vervangen.

Daarnaast gaat de verovering van Palmyra ook gepaard met de brutale moord die IS op Khaled al-Assad pleegde. Een moord die naast de Syriërs ook de internationale gemeenschap schokte.

De christenen van het Nabije Oosten hebben eigenlijk slechts marginaal weinig aandacht gekregen. Voor de Jezidi’s was bijvoorbeeld de aandacht veel groter. Waarom sluiten politici en media praktisch altijd hun ogen voor het lot van de christenen in die regio? En is er nog een toekomst voor de christenen in Syrië? 

Er zijn bepaalde politici die aandacht vragen voor het lot van de christenen, maar het geeft een wrang gevoel om te zien dat diezelfde politici vaak in het verleden diezelfde rebellen steunden die christenen vervolgen. Het was voor het Westen moeilijk om toe te geven dat deze zogenaamde vrijheidsstrijders minderheden vervolgden omdat ze hierdoor toegaven dat de zogenaamde gematigde rebellen in werkelijkheid religieuze extremisten zijn.

Daarnaast denk ik dat in het post-christelijke, cultuur-marxistische Westen veel politici het ongemakkelijk vinden om op te komen voor de christenen van het Midden-Oosten omdat zij onze wortels herbergen. Een voor het Westen exotische minderheid zoals de Jezidi’s, wier leed we ook niet mogen minimaliseren, is makkelijker om voor op te komen omdat we bij hen niet met onze eigen christelijke wortels worden geconfronteerd.

Voor de oorlog was tien procent van de Syrische bevolking christelijk. Dat percentage is nu zwaar verminderd door het oorlogsgeweld en door het feit dat deze minderheid van het begin af aan door de verschillende extremistische soennitische groeperingen werd geviseerd. Zo deel ik in het boek het verhaal van de christelijke bevolking van Damascus die door Jaysh al-Islam (leger van de Islam) dagelijks mortieraanvallen kreeg te verduren enkel omwille van hun geloof. Maar er is zeker nog toekomst voor de christenen in Syrië. Ze zullen een kleinere kudde zijn en onze hulp zeker nodig hebben om hun plaats in het Syrië van na de oorlog te behouden.

N.a.v. Jens de Rycke, Dagboek van granaten in Damascus (Polemos: Antwerpen, 2017), paperback, 160 pagina’s.

Posted on

De bokkensprongen van kroonprins Mohammed bin Salman

Verrassing eergisterenavond op de Libanese televisiezender Future, eigendom van de clan van premier Saad Hariri, toen de in Saoedi-Arabië gevangen zittende premier aankondigde de komende dagen terug te keren naar Libanon om daar officieel zijn ontslag als Eerste Minister aan de president te overhandigen. Een interview waarop hij er erg vermoeid uitzag. Waarbij hij ook stelde dat ontslag eventueel te heroverwegen en onder voorwaarden opnieuw samen te willen werken met Hezbollah. Een draai van 180°.

Saad Hariri nam vanuit Saoedi Arabië via de Saoedische televisie ontslag als premier van Libanon. Dit dient echter te gebeuren door persoonlijk een ondertekende brief met dit ontslag af te geven aan president Michel Aoun, een bondgenoot van Hezbollah. Hij wil zijn ontslag nu heroverwegen en zelfs met Hezbollah verder regeren.

Alleenheerser

Het is erg heet daar in het zand van Saoedi-Arabië. Dit niet zozeer letterlijk maar figuurlijk. Onder de huidige koning Salman bin Abdoel Aziz kent het land een ongeziene instabiliteit die vragen doet rijzen over het voortbestaan van de dynastie van de familie van Abdoel Aziz bin Saoed, stichters en feitelijk eigenaars van Saoedi-Arabië.

De familie Saoed bestuurde het land steeds in onderlinge afspraken tussen de verschillende zoons en kleinzoons van Abdoel Aziz al Saoed, de veroveraar van het land.

Dit officialiseerde men in 2007 met de Raad van Getrouwheid waarin 34 leden van de verschillende clans der koninklijke familie zetelen. Die benoemde de kroonprins(en) en zo de opvolging. Met verder de 150 koppige Majlis al Shoera als een soort van raadgevend orgaan voor de koning en de ministerraad.

Vader en zoon Salman zullen na de grote blamage met Saad Hariri nu wel minder hard lachen.

Recent lijkt dit systeem echter opgeborgen en blijkt de zieke koning Salman bin Abdoel Aziz te regeren als een absoluut vorst die in de praktijk alle beslissingen doorschuift naar zijn zoon Mohammed bin Salman.

Voordien reeds werd de toen 29-jarige prins in 2015, na de kroning van Salman bin Abdoel Aziz, tot tweede kroonprins benoemd en werd prins Moekrin bin Abdoel Aziz, tot dan de troonopvolger, zonder veel ceremonie als kroonprins gedumpt in ruil voor prins Mohammed bin Nayef, geen zoon als Moekrin maar een kleinzoon van Abdoel Aziz.

Maar ook diens liedje duurde niet lang en enkele maanden geleden schoof men ook die plots opzij en werd Mohammed bin Salman de enige kroonprins en verantwoordelijk voor zowat alle belangrijke zaken waar het salafistische koninkrijk mee bezig is, zijnde de olieverkoop, defensie en economie. Van Mohammed bin Nayef heeft men sindsdien niets meer gehoord. Anonieme bronnen stellen dat hij onder huisarrest staat.

En dat gaat verder. Recent werden een 200 prinsen en prominente figuren binnen het koninkrijk gearresteerd op verdenking van corruptie. Waaronder een der ‘s werelds rijkste figuren prins Alwaleed bin Talal, zakenpartner bij o.a. het imperium van mediabaron Rupert Murdoch en Twitter. De strijd tegen corruptie is altijd een goed excuus, zeker in dictaturen als Saoedi-Arabië waar elke vorm van zelfs maar de lichtste dissidentie desnoods eindigt op het hakisisblok.

Oorlogen

Prins Mohammed bin Salman is sinds hij de facto alleenheerser werd begonnen met de oorlog tegen Yemen die van een zelden geziene brutaliteit getuigt, lanceerde een blokkade van Qatar en dreigde nu openlijk een oorlog tegen Libanon te beginnen. En uiteraard zette hij ook de oorlog tegen Syrië voort die hij erfde van zijn oom de in 2015 overleden koning Abdoellah Abdoel Aziz.

Niets hiervan lijkt enig succes te hebben. Integendeel. De oorlog in Jemen zit in een totale impasse waar alleen en dankzij de door het Westen gesteunde totale blokkade de bevolking enorm te leiden heeft. Maar daarover valt het Westen het land niet lastig. Integendeel, Westerse oorlogsschepen helpen bij het in stand houden van dit embargo.

Qatar en het gasveld van Zuid-Pars. Zonder dit veld staat het land praktisch aan de bedelstaf. Goede relaties met Iran zijn daarom ook niet onlogisch.

En dan is er de koude oorlog met Qatar die evenmin nergens raakt en er alleen voor zorgt dat Qatar verder toenadering zoekt tot Iran. Logisch want beide landen bezitten immers een deel van het gigantische in de Perzische Golf gelegen gasveld Zuid-Pars en moeten daarom best samenwerken. Zonder Pars is het immers praktisch gedaan met Qatar. Weg gas, weg geld.

Maar Qatar is per hoofd van de bevolking nog rijker dan Saoedi-Arabië en kan die blokkade perfect doorstaan. Met hulp uiteraard van Iran dat zijn grenzen met genoegen openstelde voor vliegtuigen en schepen richting Qatar. Ook hier heeft de uiterst oorlogszuchtige prins Salman geen schijn van kans. In de Qatarese hoofdstad Doha zit men hem vermoedelijk uit te lachen en wacht men tot hij toegeeft.

Libanon

Enkele weken terug waarschuwde Thamer al Sabhan, de minister voor Golf-zaken, de regio dus, voor belangrijke gebeurtenissen wat betreft Libanon. En zie, zijn woorden waren amper koud of de Libanese premier Saad Hariri nam vanuit de Saoedische hoofdstad Riaad via de televisie ontslag als premier.

Stellende dat Hezbollah, en dus Iran, zinnens waren hem te vermoorden. Rafik Hariri, zijn vader en vroegere premier werd eerder in 2005 met een autobom om het leven gebracht. Een onopgeloste zaak waar Washington eerst Syrië en daarna Hezbollah van beschuldigde.

Waarna de Saoedi’s beweerden dat Libanon een oorlogsdaad had gepleegd tegen het salafistische koninkrijk. Wat betekent dat kroonprins Mohammed bin Salman met dit excuus een vierde oorlog, dus na Syrië, Jemen en Qatar, zou kunnen beginnen tegen Libanon. Men eiste dan ook dat alle Saoedische onderdanen Libanon onmiddellijk zouden verlaten.

Maar ook hier lijkt prins Salman op een muur te botsen en alleen maar zichzelf pijn te doen. In de praktijk heeft het land namelijk geen operationeel leger en beschikt het alleen maar over een deels functionerende luchtmacht, vermoedelijk gevlogen en onderhouden door huurlingen. Het kan daardoor militair niet echt optreden. Reden waarom het blijkbaar in stilte andere landen heeft zitten polsen om het vuile werk voor hen op te knappen.

Iedereen zegt nee

Maar zoals voorheen toen men tegen Jemen ten strijd trok en Pakistan en Egypte vroeg om troepen te sturen, weigerde Cairo ook nu weer kanonnenvoer te leveren voor de dolle avonturen van de kroonprins. Zo wees de Egyptische president Abdoel Fatah al Sisi hem in het publiek over Libanon terecht. Eenzelfde nul op het rekest in Israël waar men geen zin heeft om een tweede oorlog met Hezbollah uit te lokken.

Ook Benjamin Netanyahu premier van Israël had ditmaal geen zin in een zoveelste oorlog met Libanon en Hezbollah. De vorige liepen immers allen faliekant af. Het risico dat steden als Haifa of Tel Aviv deels tot puin worden geschoten is ook vrij groot. Hij stuurde de kroonprins dan ook wandelen. Het moet een schok geweest zijn voor prins Salman.

En volgens sjeik Hassan Nasrallah, de leider van Hezbollah, beloofde Saoedi Arabië de zionistische leiders die oorlog met tientallen miljarden te financieren. Een straf verhaal maar zeker niet ongeloofwaardig voor wie de Saoedi’s kent.

Maar Hezbollah is te sterk en te gevaarlijk geworden voor de zionistische leiders. Het risico bij oorlog op massale vernielingen en zo de vlucht van joden naar elders zou te groot zijn. En dat is een echte nachtmerrie voor figuren als een Benjamin Netanyahu.

Ook elders valt de oorlogszucht van kroonprins Salman op een ijskoude steen. Zelfs bij hondstrouwe met zeer veel geld gekochte bondgenoten. In wezen neemt zelfs niemand de verdediging op van de Saoedi’s in deze kwestie. Zo stelden zowel Frankrijk als de VS in officiële verklaringen dat Saad Hariri door de Saoedi’s wordt vastgehouden. (1)

Zo opperde Heather Naurt, de woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, tijdens een persbriefing in Washington dat:

In terms of the conditions of him being held or the conversations between Saudi Arabia and the Prime Minister Hariri, I would have to refer you to the Government of Saudi Arabia and also to Mr. Hariri’s office.

Over de kwestie van de voorwaarden waaronder hij wordt vastgehouden en de gesprekken tussen Saoedi Arabië en premier Hariri moet ik U hiervoor doorverwijzen naar de regering van Saoedi-Arabië en het bureau van Hariri.

Eenzelfde maar wel krachtiger reactie kwam er uit Frankrijk, de vroegere kolonisator van Libanon, waar Reuters een woordvoerder van Buitenlandse Zaken citeerde die stelde:

We would like Saad al-Hariri to have all his freedom of movement and be fully able to play the essential role that is his in Lebanon.

We zouden willen dat Saad al Hariri zijn volledige vrijheid van handelen heeft en hij zijn essentiële rol in Libanon geheel kan spelen.

Wie beseft welke financiële drukkingsmiddelen het Huis van Saoed op Washington, Cairo en Parijs heeft beseft dat dit ongezien is. Zelfs al klonk dit op het eerste gezicht erg braaf. Ook viel de reactie op van Antonio Guterres, de Portugese secretaris-generaal van de VN. Deze riep in deze kwestie op tot kalmte. Een verklaring duidelijk richting de Saoedische kroonprins.

Maar Guterres is een man uit de stal van de NAVO en de EU en dus die voor zijn  handelen zeker eerst zal overleggen met Brussel en ook de nummer twee van de VN, Jeffrey Feltman, de Amerikaanse diplomaat die jarenlang de oorlog tegen Syrië mee leiding gaf.

Libanon eendrachtig

Nog erger voor kroonprins Salman is de reactie in Libanon. Zo eisten, behoudens Samir Geagea, leider van de christelijke Lebanese Forces, en Ashraf Rifi, gewezen minister van Justitie en dissident binnen de groep rond Hariri, zowat alle belangrijke figuren er de terugkeer van ‘hun’ president en stelden ze eensluidend dat de Saoedi’s Hariri hadden ontvoerd.

Zelfs parlementslid Bahia Hariri, zuster van Rafik Hariri, de vader van Saad, sprak van een ontvoering. En zij is gezien haar sleutelposities in de clan, achter de schermen in de familie zowat de vrouw die de broek draagt.

Ook Bahia Hariri, parlementslid voor de stad Sidon en tante van Saad Hariri, protesteerde tegen het arresteren van Saad Hariri. Vroeger toonde de dame trouwens met trots haar erg weelderige haartooi. Nu is er de hoofddoek.

In plaats van het creëren van instabiliteit in Libanon heeft de actie van Saoedi-Arabië nu gezorgd voor een versterken van de eendracht in het normaal sterk verdeelde land. Met president Michel Aoun, de clan Hariri en Hezbollah die aan Riaad eenzelfde eis stelden. Ongezien. Wat het startschot moest zijn voor de Saoedische herovering van de verloren invloed in Libanon en de vernieling van Hezbollah had juist het omgekeerde effect.

Dat Rafik Hariri gisteren totaal onverwacht aankondigde terug te keren naar Libanon, eventueel zijn ontslag te herzien en weer met Hezbollah te willen werken is dan ook geen echte verrassing. Alleen het feit dat het zo snel kwam is dat wel.

Het betekent wel een enorm gezichtsverlies voor oorlogsstoker Mohammed bin Salman. De man loopt van de ene enorme blunder naar de volgende en maakt in de tussentijd massa’s vijanden en zorgt in de regio voor enorm veel leed en spanningen.

In wezen wees het ganse Westen hem in het publiek terecht. Een nooit geziene blamage. En de vraag is dan ook welke gevolgen op termijn dit allemaal voor de kroonprins, zijn vader de koning en het Huis van Saoed gaat hebben.

Voorheen moest hij ook al de grootsprakerige praatjes rond onder meer de Saoedische staatsolieproducent Aramco opbergen. Eerst ging men dit via de beurs privatiseren, daarna werd dat dan maar 5% maar nu stelt men die 5 % aan private investeerders te willen verkopen. Ja, een beursgang vergt immers een beperkte transparantie, maar die openheid van bestuur is het laatste wat de familie al Saoed wil.

De gevolgen voor Syrië

Zeker is dat de invloed van Hezbollah in Libanon nu nog veel meer toenam. Het heeft leden en fans in zowat alle lagen van de bevolking en behoort tot het winnende Syrische kamp dat tegen al Qaida & Co vecht. En wie wil behoudens een kleine groep nu eenmaal al Qaida steunen?  Het is dan ook niet verrassend geen zuiver sjiitisch groepje meer maar een die ook rekruteert buiten de religieuze groep waaruit ze ooit ontstond.

In het gevecht met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman is sjeik Hassan Nasrallah van Hezbollah de duidelijke winnaar. Bij de komende parlementsverkiezingen die via een proportioneel systeem zullen worden gehouden wordt hij dan ook bijna zeker de grote winnaar.

De invloed van Riyad is daarentegen nu bijna zero. Ook is dit allemaal zeer positief nieuws voor Syrië. Het Westen, met Israël, toonde in deze kortstondige crisis in de regio naar ontspanning te streven en de oorlogstrom (voorlopig?) te laten rusten. Vader en zoon Salman dachten die eventjes boven te halen maar werden in wezen brutaal de mond gesnoerd.

Hadden Israël, de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de spanning in de regio verder willen doen toenemen dan had men prins Salman gewoon, en desnoods maar alleen met woorden, kunnen steunen. Ze deden het niet en dat is cruciaal en toont welke richting zij op dit ogenblik in het Midden-Oosten willen gaan. En dat is naar ontspanning.

De kansen op een echte politieke regeling en een einde aan de Syrische oorlog nemen dan ook verder sterk toe. Vermoedelijk zal er dan volgend jaar een alles omvattend akkoord over het land worden gesloten en kan Bashar al Assad gewoon verder regeren. Zelfs al zal het land anno 2018 in veel opzichten anders zijn dan dit in 2011.

En er zal veel werk aan de winkel zijn. Iets voor Oger, het Saoedische bedrijf van de familie Hariri? Oger is de tweede grootste Saoedische bouwonderneming maar zit in zware moeilijkheden. Saad Hariri is trouwens in Saoedi-Arabië geboren en bezit zowel de Saoedische als de Libanese nationaliteit.

Maar de jihadisten waaronder die van de Moslimbroeders zullen zich na dat politiek akkoord wel geen illusie moeten maken. Ze zullen hun mond moeten blijven houden en braaf zijn. Na hun eerste mislukte opstand van 1979 tot 1982 leiden ze nu een tweede nog zwaardere nederlaag. En winnaars hebben altijd succes bij de massa’s.

Bij welke serieuze verkiezingen dan ook lijkt de zege van Bashar al Assad een bijna zekerheid. Het optreden van de Moslimbroeders zal behoudens bij de harde en kleine kern op geen sympathie kunnen rekenen. Hun acties maakten hen nu eenmaal bij velen gehaat.

Een Syrische provincie als het door de Moslimbroeders en al Qaida bestuurde Idlib kent naast harde repressie alleen maar plunder, willekeur en een voortdurende oorlog tussen de serie jihadistische groepen. Wat men beweerde een bevrijding te zijn werd een ongezien nachtmerrie voor de lokale bevolking. Ook daar zorgden de Saoedi’s voor.


1)