Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over The Hague Invasion Act

Eric van de Beek was onlangs bij Café Weltschmerz te gast om met Stan van Houcke te spreken over The Hague Invasion Act. In februari maakte Van de Beek voor Novini een reconstructie van de totstandkoming van deze wet die een Amerikaanse invasie van Nederland mogelijk maakt wanneer een Amerikaan bij het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd wordt voor oorlogsmisdaden en de reactie van de Nederlandse politiek hierop in de loop der jaren. Nu openbaar aanklager Fatou Bensouda vooronderzoek gestart is, dreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton nogmaals met dit vooruitzicht. Een zeer actuele kwestie dus.

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Gifgasaanvallen: Westerse media zijn doorgeefluik Al Qaida

Toch merkwaardig, telkens wanneer er een cruciale stap gezet wordt in het diplomatiek ontwarren van de complexe oorlog in Syrië gebeurt er iets schokkends dat de vooruitgang teniet doet of dat poogt te doen. Nu kwam dit nieuws over de gifgasaanval bij Khan Sheikhoun bijna vlak na de officiële beslissing van de Amerikaanse regering om Assad de facto te erkennen. Met op datzelfde ogenblik ook een conferentie in Brussel over zogenaamde Europese hulp bij de wederopbouw.

Waarbij de EU zich in een publieke verklaring nog wel tegen de Syrische president keerde maar voor het eerst openlijk stelde dat het Syrische volk zelf moet beslissen wie hun president wordt. Met andere woorden: De Syriërs mochten van de arrogante EU zelf ook Assad kiezen. Hoe genereus toch! Voor de EU een zoveelste draai richting een oplossing van die oorlog.

Shajul Islam

En ditmaal is dit nieuwe obstakel naar vrede niet het gevolg van nog maar eens een uit Qatar komend rapport over de regering Assad van Human Rights Watch of Amnesty International. Neen, het is weer een vermeende gifgasaanval, ditmaal dus in de stad Khan Sheikhoun

Een plek gelegen in de provincie Idlib en vlakbij de provincie Hama waar een twintig kilometer verderop dit ogenblik hard wordt gevochten. We kregen hier dus een herhaling van de eerdere gifgasaanval van 21 augustus 2013 vlakbij Damascus in Oost-Ghouta.

Het nieuws live op de sociale media en in de journaals werd gebracht door een daar in Khan Sheikhoun actieve dokter genaamd Shajul Islam, een man die vlekkeloos Brits Engels sprak en ons vertelde over de aanval met gifgas door de Syrische luchtmacht, die als we hem en zijn vrienden moeten geloven resulteerde in bijna honderd doden en een groot pak gewonden.

Shajul Islam maakte als eerste de zaak van de gifgasaanval in Khan Sheikhoun openbaar. Maar hoe geloofwaardig is dit verhaal komende van een Britse Syrië-strijder actief in het land van al Qaida?

Al onmiddellijk na deze aanval met chemische wapens liet Shajul Islam de wereld weten dat het Syrische leger gifgas had gebruikt. En de media en de westerse regeringen geloofden zijn verhaal als ware het een evangelie. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson beaamde het zelfs al diezelfde dag: Dit was voor hem en zijn regering een zoveelste oorlogsmisdaad van Assad.

Veel vragen stelde men niet en snel klonk het unisono: Dit was het werk van, dixit de westerse media, de brutale dictator en slachter van Syrië Bashar al Assad. Zich afvragen wie er baat had bij die heisa rond die gasaanval hoefde niet.

De vraag of dit voor het Syrische leger militair zinvol was opperde men evenmin. En vragen of dit misschien wel eens een provocatie, een ‘false flag’, van al Qaida kon zijn was er evenmin bij. Barbertje moet hangen. Erg simpel.

Shajul Islam, uw vriendelijke Salafistische dokter, volgens het Britse gerecht specialist in het kidnappen van o.m. journalisten en het plegen van terroristische activiteiten. In 2013 en 2014 voor de pers een groot monster, nu de held in diezelfde media. Niets toont beter de algehele onbetrouwbaarheid van onze kranten dan de transformatie van deze ‘dokter’.

En dus deed men ook in de pers geen onderzoek naar wie Shajul Islam precies is, die Britse dokter in oorlogsgebied en actief in door al Qaida gecontroleerd territorium. En de reden waarom niemand die vraag stelde blijkt vrij snel logisch te zijn. De man is immers een van de paar duizend Britse Syrië-strijders die er aan de zijde van al Qaida of een van die andere Salafistische terreurgroepen vechten.

En dus is het voor onze media en regeringen best om daar geen vragen bij te stellen. Het zou immers de geloofwaardigheid van zijn verhaal zo doen instorten. En een onderzoek zou nochtans erg simpel zijn en snel gaan, men moest maar het eigen krantenarchief raadplegen. Shajul Islam is immers een in Londen opgeleide arts die in de Britse pers in het verleden een zeer slechte reputatie bijeen wist te sprokkelen.

Ontvoeringen

In oktober 2013 werd hij immers bij zijn terugkeer uit Syrië op de luchthaven van Heathrow gearresteerd wegens zijn betrokkenheid bij de ontvoering in de periode van 17 tot 26 juli 2013 van de persfotografen John Cantlie en Jeroen Oerlemans (1). Ultrasnel en reeds op 11 november 2013 klapte de zaak voor de rechtbank in elkaar. Officieel wegens een gebrek aan getuigen. Maar was dat de echte reden?

John Cantlie zat toen in november al opnieuw gevangen, ditmaal bij ISIS. En Jeroen Oerlemans (2) leek wel met de noorderzon verdwenen. En omdat beide getuigen niet kwamen opdagen stopte het openbaar ministerie eigenaardig al na enkele weken de zaak.

Een van de argumenten voor de rechtbank van Shajul Islam was dat hij er als dokter alleen humanitair werk deed en de Britse regering de zaak van de Syrische jihadisten ook voluit steunde.

Wat natuurlijk klopte want tot dan had de Britse regering zelfs nooit opgetreden tegen die stroom van salafisten die richting Syrië trok. En hij zal dat argument ook gebruiken in een uitgebreid interview met Bilal Abdul Karim, de met al Qaida verbonden journalist van On the Ground News (OGN) (3).

In dat interview geeft hij trouwens toe dat hij betrokken was bij die ontvoering maar dan als dokter om hen te verzorgen. De barmhartige Samaritaan dus. Tijdens dat recent gehouden gesprek doet hij ook het verhaal over hoe de Britse regering massaal Belgische FAL’s van FN leverde aan die jihadisten, en dus ook aan al Qaida. Een ongeprovoceerde daad van oorlog tegen Syrië vanwege de Britse regering en dus een oorlogsmisdaad.

ISIS en James Foley

De gids van de twee fotografen kon later echter ontsnappen en de buitenwereld verwittigen waardoor ze na een vuurgevecht vrij raakten. John Cantlie was nadien zeer negatief over de houding van de Britse dokter die hem verzorgde van de schotwonden die hij bij zijn ontvoering had opgelopen. Daar ze geblinddoekt waren wist hij echter hun identiteit niet. Hij wist alleen dat het er enkele tientallen waren, in essentie buitenlanders.

In 2014 was er in het Verengd Koninkrijk en de VS een vermoeden dat Razul Islam, broer van Shajul, de man was die James Foley had vermoord. Mogelijks is deze foto echter een enscenering en gebruikte men een green screen effect om de waarheid te verhullen.

Razul en Najul Islam, zijn broers, zijn volgens de Britse pers intussen ook in Syrië of Irak. Daarbij zou Razul de kant gekozen hebben van ISIS. Britse en Amerikaanse veiligheidsdiensten vermoedden trouwens dat Shajul Islam meer wist over de ontvoering en onthoofding door ISIS van journalist James Foley. (4) (5) Men dacht trouwens dat Razul Islam wel eens de moordenaar zou kunnen zijn.

Shajul Islam werd op 13 november 2016 door de Britse Medical Association zelfs van de lijst van geneesheren geschrapt. Van de traditionele media legde de voorbije weken alleen de Londense Times de link van Shajul Islam met die eerdere terreurverhalen. De rest zweeg, van The Telegraph over The Guardian tot The Sun. Ook de BBC hulde zich in geheel stilzwijgen. De burger mocht het niet weten!

Het is alsof Salah Abdeslam op TV dit verhaal zou brengen en al onze media over zijn verleden zouden zwijgen. Het klinkt schokkend maar is een feit en het toont hoe de Britse klassieke media vals spelen en gewoon instrumenten zijn van het Britse buitenlandse beleid. Voor dit verhaal over Shajul Islam diende men elders bij alternatieve media en RT te zoeken waaronder ook bij Breibhart trouwens (6).

Uit zijn twitteraccount (7) blijkt trouwens dat Shajul Islam in contact staat met de Britse ngo One Nation, een islamitische hulporganisatie met adressen in Leicester en Batley. Via deze kan men voor zijn werk (en dat van al Qaida?) stortingen doen.

Op 1 april, vier dagen voor die vermeende gifgasaanval, bleek die ngo trouwens tien gasmaskers aan hem te hebben geleverd. Naast dan Artsen Zonder Grenzen die er die dag ook leverde. Allemaal juist op tijd voor de Grote Dag. Toeval? Wie gelooft dat?

Helderziende Feras Karam

Het verhaal van Shajul Islam is echter verre van de enige reden waarom er hier aan dit gifgasverhaal een geurtje hangt. Zo is er natuurlijk het feit dat dit gebied bezet wordt door al Qaida en zij dus qua informatie alles onder controle heeft. Wat een normaal mens toch achterdochtig moet maken en veel vragen zou moeten doen stellen.

De journalist Feras Karam, sterreporter van de televisiezender Orient News, een vanuit de Verenigde Arabische Emiraten opererende jihadistennieuwszender, wist al op 3 april te melden dat er op 4 april een luchtaanval met gifgas ging plaatshebben. En dit niet met raketten of granaten maar dus zelfs met een luchtbombardement. Een slimme jongen die Feras Karam.

Zo is er ook nog de tweet van een zekere Feras Karam, een topreporter van Orient News, een jihadistische propagandazender die werkt vanuit de Verenigde Arabische Emeritaten. Deze Feras Karem wist op 3 april om 17 uur fier te melden dat men de volgende dag in de provincie Hama, dus vlakbij Khan Sheikhoun, een reportage gaat maken over het gebruik van chemische wapens daar. Vreemd want er waren hier tot dan nog geen dergelijke verhalen te horen.

Een helderziende man dus die zelfs wist dat er een luchtaanval ging plaatshebben met gifgas. Wat later wordt dat dan bij een volgende tweet een verhaal over chloorgas. De echtheid van die tweets worden ook door niemand betwist.

Wel worden ze zoals steeds door de massamedia doodgezwegen. Het is een traditie. Maar wie dit koppelt aan de op 1 april toegekomen zending van een set gasmaskers krijgt inderdaad de indruk dat die jihadisten wisten dat er wat stond te gebeuren.

Feras Karam is de man die in februari dit jaar op zijn zender Orient TV het verhaal bracht dat president Bashar al Assad zeer zwaar ziek in een hospitaal lag, dat er in Damascus een staatsgreep bezig was en dat Iraanse en Russische troepen daarbij met elkaar slaags waren geraakt (8). Een typevoorbeeld van wat men tegenwoordig met een modewoord ‘fake news’ noemt. Oorlogspropaganda dus.

Ondanks die duidelijke tekenen dat men hier dus zeer voorzichtig moest zijn met dit verhaal over Khan Sheikhoun, rees er op dag twee, de kranten van 6 april, geen enkele twijfel meer, de ‘bloeddorstige dictator’ was nog maar eens schuldig aan het gebruik van gifgas, hier sarin.

Khan al Asal

En ook de Westerse regeringen, veelal de ‘Internationale Gemeenschap’ genoemd, volgden uiteraard die visie. Overal van Brussel over Canberra tot Washington en de lakeien in Londen klonk het woord oorlogsmisdaden.

Met dus als eerste Boris Johnson, de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Diezelfde man die tot kort voor hij minister werd opriep tot militaire steun aan Assad en er op het Londense Trafalgar Square zelfs actie voor voerde (9). Waarbij het opvalt hoe de massamedia voor zover geweten zwijgen over die grote kloof tussen zijn optreden toen hij nog Londens burgemeester was en nu. De man mist dan ook elke geloofwaardigheid. En niet alleen hier.

Boris Johnson, minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk. Vorig jaar als burgemeester van Londen een fervent verdediger van Bashar al Assad. Nu ziet diezelfde Boris Johnson Assad als de grootste crimineel mogelijk. Maar wie in ‘s hemelsnaam neemt deze man serieus?

Uiteraard is dit niet het enige verhaal over chemische wapens in deze oorlog. De eerste aanval met chemische wapens had plaats op 19 maart 2013 vlakbij Aleppo in het stadje Khan al Asal en resulteerde volgens de regering in 25 doden en 110 gewonden, allen soldaten en burgers in een op dat ogenblik nog door de regering gecontroleerde plaats.

Dit gebied werd toen aangevallen door salafistische terreurgroepen en op het ogenblik dat de VN-missie van Ake Sellström met haar onderzoek begon was Khan al Asal al veroverd door die salafisten. De jihadisten beweerden daarbij dat dit sarin door de Syrische luchtmacht was gebruikt. Behoudens hun beweringen leverden zij hiervoor echter geen bewijzen.

De jihadisten en gifgas

Onderzoek van 21 tot 23 augustus 2013 door de VN-missie bewees volgens de VN echter het gebruik van sarin op de slachtoffers. Wat bijna zeker aantoont dat al Qaida en haar bondgenoten hier sarin gebruikten.

Dit gifgas was voorheen in december 2012 door de verovering van de vlakbij Khan al Asal gelegen legerbasis Sheikh Suleiman, alias basis 111, in het bezit geraakt van een grote hoeveelheid chemische wapens waaronder sarin. (10)

Alhoewel men ook nu nog in onze media, de ngo’s en de Westerse regeringen straal blijft ontkennen dat al Qaida over sarin beschikt zijn de aanwijzingen hiervoor vrij groot. Zo is er de toch officiële brief van Ban Ki-moon, de vorige secretaris-generaal van de VN, dat men obussen met sarin ontdekte bij die terreurgroepen.(11)

Ook is er de toch wel merkwaardige dreiging van Abd al Baset Tawila, toen commandant  van het Noordelijk Front Vrije Syrische Leger gedaan op 10 juni 2013 op de Qatarese Arabischtalige nieuwszender al Jazeera. (12)

“I give the international community one month to provide the rebels and the FSA with weapons and ammunition, so that we can defeat this criminal regime. We give them one month. If we see that the international community continues to desert our revolution, we will reveal all the evidence we have [about use of chemical weapons]. I think you know full well that I mean what I say.”

“Ik geef de Internationale Gemeenschap een maand om de rebellen van het VSL van wapens en munitie te voorzien zodanig dat we dit criminele regime kunnen verslaan. We geven hen een maand. En als we zien dat die Internationale Gemeenschap onze revolutie blijft weigeren te steunen, dan zullen we al het bewijsmateriaal openbaren dat we hebben (over het gebruik van chemische wapens). Ik denk dat U voldoende beseft wat ik hiermee bedoel.”

Ook Amnesty International, gedurende deze oorlog veelal de spreekbuis van al Qaeda, Qatar en de VS, moest om haar zogenaamde neutraliteit te tonen blijkbaar ook al eens die terreurgroepen beschuldigen van het gebruik van gifgas, vooral hier dan chloor. (13) De op dit vlak bekend geraakte serie beschuldigingen richting die terreurgroepen is dan ook groot.

Het befaamde bewijs van Human Rights Watch, Eliot Higgins (alias Bellingcat) en The New York Times dat de 104de brigade van het Syrische leger die raketten met sarin had afgevuurd. Wonderwel konden zij twee lijnen trekken, en zie, ze kwamen uit vlakbij het presidentieel paleis. In wezen echter kon die ene met enige zekerheid geïdentificeerde raket maar 1 km ver vliegen. Maar als men dat bekend maakt dan zwegen HRW & Company. Want ja, het waren dus hun vrienden van al Qaida….

En dan is er nog het verhaal van de Syrische nieuwssite al Masdar die de regering steunt. Die maakte melding maakt van een rapport van de aan de VN gelieerde Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OVCW). Daarin stond dat die salafisten nog steeds twee depots controleren waar normaal chemische wapens zouden moeten liggen opgeslagen. Plekken die door de OVCW niet konden bezocht worden. (14)

Zo is er verder ook het verhaal van 13 mei 2016 toen de door de Koerdische YPG gecontroleerde wijk Sjeik Maksoed in de stad Aleppo volgens berichten met chloorgas werd aangevallen met, aldus de YPG en de regering, 83 doden tot gevolg, waaronder 30 kinderen. Waarbij dan ook ongeveer 700 gewonden zouden zijn gevallen.

Vragen over de OVCW

Wat de salafistische Britse website Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten bevestigde en waarbij de terreurgroep Het Leger van de Islam zich nadien hiervoor zelfs verontschuldigde. (15) Merkwaardig genoeg bleef men bij de OVCW doof voor de Syrische en Russische vraag voor een onderzoek in deze zaak. In het Westen bewoog niemand. Men was plots potdoof.

Volgens klachten uit Syrië en Rusland zou men bij de OVCW geen onderzoeksdelegatie willen afvaardigen naar de door de VS gebombardeerde Syrische luchtmachtbasis van Shayrat (foto) of naar Khan Sheikhoun. Nochtans beweert de VS dat die vliegtuigen met hun sarin van hier in Shayrat waren opgestegen. En dus ligt het eventuele bewijs hier voor het rapen.

Waren er echter beschuldigingen door al Qaida en haar bondgenoten dan schoot de OVCW bijna onmiddellijk in actie. Waarbij de Westerse regeringen in navolging van al Qaida luidkeels de overheid in Damascus veroordeelden voor het gebruik van chloorgas. De OVCW zal over die serie beweringen van al Qaida zelfs een rapport maken en in haar conclusies de Syrische overheid beschuldigen van het gebruik van chloorgassen.

Het eigenaardige hierbij is dat de OVCW haar conclusies geheel baseerde op enkele getuigenissen, foto’s en materiaal welke exclusief afkomstig waren van die jihadisten. Wat die conclusies op wetenschappelijk vlak uiteraard waardeloos maken. De mogelijke dader geeft dus zelf het bewijsmateriaal van zijn onschuld en de schuld van zijn tegenstander. Te zot om los te lopen natuurlijk.

Het is als zeggen dat er sprake is van klimaatverwarming zonder echter een degelijke wetenschappelijke basis te geven waarop men die verklaring baseert. Niemand zou dit aanvaarden. Waarom hier dan wel?

Chloorgas

Vooreerst waren er al grote vragen over het optreden van de in Den Haag gevestigde en door Ahmet Üzümcü, een Turks diplomaat, geleide OVCW. Deze was voorheen ambassadeur bij de NAVO. Waarom weigerde men in Syrisch rebellengebied onderzoek te doen naar die beschuldigingen?

Waarom weigerde men, behoudens enkele, bijna alle door die jihadisten gepleegde vermeende gasaanvallen te onderzoeken? Men had dit nochtans in vele gevallen snel en tot in de details en in bijna perfecte omstandigheden kunnen onderzoeken.

Wat toch cruciaal is in dit soort zaken. En als men langs regeringszijde die paar maal toch iets onderzocht dan constateerde men wel de doden en slachtoffers van die mogelijke gasaanvallen maar kon het OVCW nooit bepalen wat er juist gebeurd was.

En dan waren er de twijfels over de beschuldigingen komende van die terreurgroepen. Klopten die wel? Een onderzoek van de nieuwssite The Indictor en de Zweedse Dokters voor de Mensenrechten (16) stelt aan de hand van een erg technisch forensisch onderzoek een boel vragen en uit grote twijfels bij die jihadistische beweringen.

Zij oppert daarbij de mogelijkheid dat de door die terreurgroepen gepresenteerde slachtoffers van die chloorgasaanvallen gewoon gevangenen van die terroristen waren. The Indictor dacht in een specifiek geval dat het om christenen ging.

Voorheen bij de aanval in Oost-Ghouta poneerde kloosterzuster Agnes Mariam in haar rapport een gelijkaardig vermoeden. In haar op de foto’s van die jihadisten gebaseerde analyse opperde zij de mogelijkheid dat de slachtoffers daar alevieten en Armeniërs waren die men de weken ervoor had ontvoerd.

Met steun van al Qaida

En dan stelt zich dus toch wel de vraag naar de betrouwbaarheid van het rapport van de OVCW over dat chloorgas. Het Russische persagentschap TASS geeft een mogelijkheid (17). Volgens haar waren onderzoeken van de stalen gedaan door een niet door het OVCW gecertifieerd laboratorium.

En inderdaad veel van het gebruikte klinisch materiaal is afkomstig van die jihadisten, de beschuldigende partij. Zij leverden de stalen, getuigenissen en de vermeende slachtoffers. De analyseresultaten waren met andere woorden in dit geval waardeloos. Men hoeft geen toponderzoeker te zijn om te weten dat een op dit materiaal gebaseerd rapport als bewijsmateriaal onbruikbaar is en een aanfluiting is voor wat forensisch onderzoek hoort te zijn.

Grondig onderzoek van dit verslag van de OVCW zou normaal weinig heel laten van de conclusies van dit rapport en eerder tot resultaat leiden dat er hier geen zekerheden zijn. Bij forensisch onderzoek is het niet een partij die alle materiaal levert maar gaat men zonder enige belemmering zelf op zoek. Hier gebeurde het tegendeel.

De vraag is trouwens of men op een correcte wijze een moordonderzoek van die omvang kan uitvoeren terwijl men in oorlogsgebied zit. Het lijkt om allerlei redenen gewoon onmogelijk. Het verreist immers bijvoorbeeld voor de enquêteurs een algehele vrijheid van optreden. En dat kan hier niet.

Indien dit rapport het onderwerp zou worden van een serieuze publieke discussie onder specialisten dan zou onmiddellijk blijken hoe dit gewoon een stukje oorlogspropaganda is, een simpele herhaling van de beweringen van al Qaida en haar bondgenoten. Het verslag zou als een boemerang in het gezicht van de OVCW en het Westen ontploffen.

Die houding van de OVCW en het Westen is vermoedelijk een gevolg van de flop die Washington en haar salafistische bondgenoten van het Arabisch schiereiland meemaakten met het eerste rapport in 2013 van de VN-missie geleid door de Zweed Ake Sellström.

1 km vliegbereik

Ake Sellström geeft zijn tweede rapport over gasaanvallen in Syrië af aan toenmalig secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon. Ze waren voor wie grondig las vernietigend voor die salafistische terreurgroepen en hun vrienden. En op zijn persconferentie kort nadien maakte hij hen helemaal verdacht toen hij begon over het vliegbereik van die raket.

Die trok wel naar jihadistengebied en verzamelde er getuigenissen en omgevingsstalen die men dan in een gecertificeerd lab deed onderzoeken. Met dien verstande dat het verzamelen van stalen en de getuigenissen geheel onder strikte controle gebeurde van die jihadisten.

Het resultaat was dat voor wie de twee door hen gemaakte rapporten goed leest het verhaal van al Qaeda, Human Rights Watch, Artsen Zonder Grenzen, Eliot Higgins, The New York Times en het Westen als leugenachtig diende beschouwd te worden. Vooral het heel duidelijke verhaal over de gifgasaanval in Khan al Asal in het tweede en finale rapport was, zonder de daders echt aan te wijzen, heel duidelijk.

Zeker toen Ake Sellström tijdens zijn persconferentie van 12 december 2013 in de VN in New York stelde dat de raketten die bij die aanval zouden gebruikt zijn maar een reikwijdte hadden van slechts 2 km. Wat hij nadien zelfs afzwakte tot amper 1 km. (18) Dit terwijl het Syrische leger toen op meer dan twee kilometer afstand stond van waar die aanvallen zogenaamd hadden plaats gehad. Logische conclusie: Die jihadisten hadden het gedaan!

Professor emeritus Theodore A. Postol, de Amerikaanse raketspecialist, maakte al in 2013 brandhout van de beweringen van de VS en de rest van de Westerse elite over de zaak. Ook van de beweringen over deze recente aanval bij Khan Sheikhoun blijft er na zijn twee rapporten niets meer over. Hij lacht het Amerikaans rapport gewoon weg als het werk van amateurs en leugenaars.

Het was een visie die ook al door Theodore A. Postol (19), de Amerikaanse emeritus professor van het MIT op het gebied van rakettechnologie al verklaarde. Voorheen hadden al Qaida en haar vrienden steeds gesteld dat die raketten een afstand hadden van 9 km en afgevuurd waren van bij het presidentieel paleis door de 104de brigade, toen gezien als de sterkste eenheid van het leger. Men wou die duidelijk via bombardementen door de VS laten uitschakelen.

Achteraf heeft de NYT zich in haar krant hiervoor verontschuldigd. Human Rights Watch – die toen opriep om Damascus te bombarderen – weigerde op een vraag hierover zelfs te antwoorden. Het typeert.

Een onderzoek dat moest zorgen voor een nieuwe aanklacht tegen de Syrische regering draaide voor het Westen en al Qaida uit op een grote flop. Zij stonden integendeel in de beschuldigingsbank. Geen verbazing dus dat er voor het tweede rapport van Ake Sellström in het Westen bij de massamedia amper nog interesse was. Le Monde, voorheen hier haantje de voorste, bestede er zelfs geen enkele aandacht aan.

Geen pottenkijkers

 

Een zak met chloor gevonden in het eerder door al Qaida & Co gecontroleerde deel van Aleppo. De zak komt uit Saoedi-Arabië.

Vermoedelijk is dat de reden waarom men nu naar die aanvallen met chloorgassen in het grootste geheim onderzoek deed en elke publieke discussie poogt te vermijden. Het is heel waarschijnlijk ook de reden waarom al Qaida & co zowel journalisten als onderzoekers van de OVCW en VN de toegang tot hun gebied weigeren. Het zijn nu eenmaal pottenkijkers die zij niet echt volledig controleren.

Door bezoeken onmogelijk te maken kunnen de jihadisten de gehele controle behouden over de onderzoeken en de communicatie hierover naar de buitenwereld. En wat zij beweren staat de volgende dag voor waar in al onze kranten. Dat is de regel.

Trouwens zelfs toenmalig president Barack Obama stelde in zijn fameus interview met het maandblad The Atlantic dat hij door sommige van zijn veiligheidsdiensten in deze kwestie was belogen;

Zo staat er:

Obama was also unsettled by a surprise visit early in the week from James Clapper, his director of national intelligence, who interrupted the President’s Daily Brief, the threat report Obama receives each morning from Clapper’s analysts, to make clear that the intelligence on Syria’s use of sarin gas, while robust, was not a “slam dunk.” (20)

Obama was ook onzeker geworden door een verrassingsbezoek vroeg in de week van James Clapper, zijn Nationale Veiligheidsadviseur, die de dagelijkse briefing van de president, het dreigingsrapport dat Obama elke ochtend van de mensen van Clapper ontvangt, kwam verstoren. Hij maakte de president duidelijk dat de informatie over het Syrisch gebruik van sarin wel stevig maar een verre van uitgemaakte zaak was.

Om een tweede fiasco als dat met het rapport van Sellström te vermijden ging men dus voor dat over de chloorgassen anders te werk. En daarom stelt men in het Westen en in onze media steevast dat die beschuldigingen over gifgas komen van de VN en de OVCW. Technisch juist maar de beschuldigingen zijn nergens op gebaseerd. Wat men dan vergeet.

Ook nu weer met de gifgasaanval in Khan Sheikhoun krijgt men al hetzelfde scenario. Zo maakte het Russisch persbureau Tass melding van een felle ruzie tijdens een vergadering van de OVCW over die kwestie. Volgens dat bericht van Tass waren er al stalen genomen en was men onder leiding van twee Britten al begonnen met het maken van een rapport. (17) Met andere woorden: MI6 of een verwante organisatie doet het onderzoek.

Geen sarin

Maar hoe, wanneer en waar men de stalen voor dat onderzoek had genomen blijft geheim. Het OVCW weigert om er over te communiceren. Bovendien was een van de basiseisen van Rusland dat de mensen die het onderzoek doen uit verschillende regio’s zouden komen – lees ook specialisten uit China en Rusland – en men vetorecht kreeg over de samenstelling van die missie.

Verder bleek men volgens Tass bij de OVCW niet eens meer geïnteresseerd in een bezoek aan de Syrische luchtmachtbasis van Shayrat welke door de VS was aangewezen als die vanwaar die vliegtuigen met hun gifgas waren opgestegen. Dit terwijl de Syrische regering expliciet aandrong op een bezoek ter plekke. Nog steeds volgens Tass weigert men trouwens ook Khan Sheikhoun te bezoeken. Conclusie: Men weet dus dat dit verhaal nep is.

Tijdens onderhandelingen tussen de Amerikaanse en Russische ministers van Buitenlandse zaken, Rex Tillerson en Sergeï Lavrov, zou men overeengekomen zijn om te onderzoeken of men hiervoor een ‘meer objectieve’ missie kan samenstellen.

De Amerikaanse neurofarmacoloog Dennis O’Brien, professor emeritus van de Universiteit van Missouri, lacht de beweringen over het gebruik van sarin in Khan Sheikhoun gewoon weg.

Volgens de Amerikaanse neurofarmacoloog Dennis O’Brien is er hier bij Khan Sheikhoun trouwens geen sprake van een aanval met sarin. (21) Uit zijn klinische studie van de beelden van de slachtoffers blijkt dat sommige van de op de video’s te zien patiënten wel ziek zijn maar zeker niet van een aanval met sarin. “Het kan gewoon niet en diegenen die men op die video’s de vermeende slachtoffers ziet behandelden hadden in dit geval normaal allen zelfs dood moeten zijn”, oppert hij met wetenschappelijke zekerheid.

De klassieke symptomen zoals een onmiddellijke spontane grootschalige stoelgang, overvloedig tranende ogen en uitgebreid urineren zijn volgens hem nergens op de beelden merkbaar. Men ziet integendeel bijvoorbeeld mensen met propere onderbroeken en nergens sporen van ontlasting.

Andere op die beelden getoonde merkbare symptomen, oppert hij, zoals schuimen of spasmen duiden dan weer in de richting van een ander gif. Spasmen of met de mond schuim maken toont aan dat de spieren nog werken. Wat bij een aanval met sarin na een paar seconden al onmogelijk is. Bovendien maakten een aantal getuigen trouwens gewag van een grote stank terwijl sarin juist geurloos is.

De website Moon of Alabama (22) wijst daarbij in de richting van chloorgas. Zo maakt de nieuwssite melding van het feit dat de eerste persberichten van de OVCW en het Turkse persagentschap Anadolu Agency beiden spreken over een aanval met chloor. Wat mogelijks verklaart waarom journalist Feras Karam in zijn tweede tweet van 3 april sprak over een verwachte luchtaanval met chloor. Hij wist dus blijkbaar zelfs dit detail!

Theodor A. Postol

Ook Theodor A. Postol zal trouwens brandhout maken van deze beweringen van de regering van Donald Trump. Als reactie op het Amerikaans rapport (23) van 11 april zal hij op 13 en 14 april twee lijvige replieken schrijven (24) waarbij hij stelt dat dit verhaal een pak onwaarheden zijn, geschreven door mensen die er ofwel niets van kennen ofwel gewoon leugenaars zijn. Hierover geeft hij trouwens een uitgebreid interview aan RT. (25)

Aan de hand van een analyse (26 en 27) van het Amerikaans regeringsdocument bewijst hij dat ook hier het die jihadisten waren die deze gasaanval pleegden. En kijk, toen hij een twintig jaar terug de ganse discussie rond die Patriotraketten vorm gaf haalde hij in de VS uitgebreid alle grote media. Met Oost-Ghouta was dat nog maar een keer in The New York Times en nu…. nergens. Men zwijgt hem dood. Het heet censuur.

Volgens de video’s van al Qaida over die gifgasaanval in Khan Sheikhoun was deze baby een van de vele slachtoffers van deze aanval met sarin. Alleen toont de foto niets van mogelijke symptomen van een vergiftiging met sarin. Hij lijkt integendeel, zoals O’Brien stelt, er heel normaal uit te zien. En waar is de ontlasting? Deze opname komt uit een video.

En wie dacht dat de massamedia ditmaal niet voor spreekbuis van al Qaida ging spelen is zéér naïef. Zoals Washington en Boris Johnson gewoon de beweringen van Al Qaida letterlijk overnemen zo doen ook onze media dat.

Massamedia als woordvoerders van al Qaida

Een grondige analyse van de berichtgeving van De Morgen, De Standaard, Le Monde, de NRC, The Financial Times, The New York Times en The Washington Post bewijst dat zonder enige twijfel. Zij opereren gewoon als een soort luidspreker via welke al Qaida zijn verhaal kan doen. De kranten zijn de lakeien van de terreur.

Wie goed leest ziet hoe zij in wezen in die leugens zelfs verstrikt raken. Zo stellen die kranten zelf op een bepaald ogenblik dat al Qaida dit gebied bezet en er zelfs haar dictatuur invoerde. “Al-Nusra, een spin-off van al Qaida domineert nu de rebellengebieden. De militie voert de shariawetgeving in” (DS 8/4/2017, p 6)

Bij NRC klinkt dat op 4 april op pagina 1 zo: “Khan Shaykhun in de provincie Idlib die in handen is van de Syrische rebellen, die daar gedomineerd worden door Fatah al Sham, het voormalige filiaal van al Qaeda in Syrië.”

Le Monde ziet het in een editoriaal op 6 april zo: “Khan Cheikhoun est contrôlée par des milices rebelles filiales d’Al Qaida.” (Khan Sheikhoun staat onder controle van rebellenmilities gelieerd aan al Qaida.)

Volgens het officieel rapport van de VS viel hier de bom met sarin afkomstig van de Syrische luchtmacht. Alleen zijn dit de resten van een raket op de korte afstand. De put is ook te klein om afkomstig te zijn van een vliegtuigbom.

Eenzelfde teneur bij The New York Times waar men op 9 april in het persbericht van Reuters ‘Assad Could See U.S. Strike as Just a ‘Slap on the Wrist’’ schrijft: ‘… because Idlib is controlled by al Qaeda affiliates,’ (… omdat Idlib – de provincie nvdr. – onder controle staat van aan al Qaida gelieerde groepen).

De massamedia weten dus maar al te goed dat al die berichten die men via sociale media kreeg alleen afkomstig waren van al Qaeda en men dus alleen al om die reden uiterst behoedzaam moest zijn met die beweringen.

Raaskallen

Maar men zal die aanwezigheid van al Qaida in het geheel van de massa informatie die in de klassieke pers verschijnt doodgewoon wegmoffelen. In totaal werden bij die kranten en het weekblad Knack 103 artikels bestudeerd. Ook werd er via een zoekmachine onderzoek gedaan bij Le Monde, The New York Times en The Washington Post. Dit voor de periode van 4 tot en met 17 april 2017.

Daarbij viel de naam al Qaeda slechts tien maal en veelal terloops of in een randstukje, stak men 42 maal de schuld op de regering, was er 5 maal twijfel over de dader en gebruikte men in de voor die salafistische groepen in regel omfloerste termen als rebellen (26  gevallen), 4 maal burgers, 5 maal activisten, en 1 maal omschrijvingen als gematigde oppositie, tegenstanders, Syrisch Bevrijdingsleger, oppositiedorp en gewapende opposanten.

The Financial Times gebruikte ook 5 maal het woord activisten en tweemaal plaatselijke soennieten. De kranten grossierden vooral in scheldtermen richting Assad zoals slachter, dictator, massamoordenaar, en meer van dat fraais. Verder is er in de massamedia steevast sprake van ‘het regime’ en niet van ‘de regering’. Ziet men De Standaard al schrijven over het regime van François Hollande? Natuurlijk niet.

In wezen was het in de kranten een grootschalig raaskallen met als toppunt misschien de NRC, de zogenaamde Nederlandse kwaliteitskrant bij uitstek. Zo schrijft Karel Knip op 6 april op pagina 4 (Ademnood, speekselvloed, overgeven – Dat is sarin) over de aanval met sarin in Oost-Ghouta: “Waarvoor granaten waren ingezet”

Wat verder in de krant van diezelfde dag schrijft hun columnist Ko Colijn, voormalig directeur van het overheidsinstituut Clingendael en uiteraard een ‘groot expert’, over datzelfde incident “.. bombardement met het zenuwgas sarin door de luchtmacht van Assad”. Een visie welke hij in De Morgen van 7 mei op pagina 2 herhaalt in “De VN hebben hun relevantie verloren.” Hij is dan ook DE expert bij uitstek.

De raket die bij de aanval in Oost-Ghouta volgens de VN al Qaeda en de massamedia was gebruikt voor die aanval met sarin. Geen zorg bij de NRC. Daar heeft men het over een aanval met een granaat gevuld met sarin. Complete onzin die zo uit een sketch van Monthy Python zou kunnen komen. Dat wel.

In feite echter staat het vast dat die aanval in Oost-Ghouta niet met granaten (wat een grap) of met vliegtuigen maar met raketten gebeurde, dit met een reikwijdte van 1 km. Maar de expert is nu eenmaal onfeilbaar en voor de kranten steekt het niet nauw. Zolang men de vijand van de VS kan uitschelden en er voldoende tekst is om de krant te vullen is er geen probleem. En de waarheid? Wie maalt daarom?

Helemaal bruin bakt de NRC het ook met haar Amerikaanse correspondent die in die periode van de gifgasaanval blijkbaar lag te dromen. Zo schrijft Guus Valk vanuit Washington op 7 april: “… waarbij afgelopen weekend tientallen Syriërs om het leven kwamen.’’ Afgelopen weekend? De aanval was in de vroege ochtend van dinsdag 4 april. Geen verrassing natuurlijk dat de NRC die onzin plaatst.

Opvallend is zeker ook dat in vele artikels de aanval met sarin van 21 augustus weer ter sprake komt. In 25 gevallen wordt die zonder aarzelen op de rekening van de regering van Damascus geschoven, amper in twee gevallen uit men twijfels. Waarbij men bijna steevast het getal van 1.400 doden geeft. Wie meer?

Lastercampagne

En uiteraard komt amper of nooit de kwestie van de legaliteit of illegaliteit ter sprake. In wezen gaat men alleen in De Morgen daar in detail op die kwestie in. De teneur hiervan wekt echter geen enkele verbazing.

Theo Koele van de Nederlandse Volkskrant, zuster van De Morgen, gaat wat betreft die kwestie van de legaliteit daarvoor bij twee ‘specialisten’ te biechtte, Jaap de Hoop Scheffer, de vroegere baas van de NAVO en tegenwoordig hoogleraar internationale relaties en diplomatieke praktijk aan de Universiteit in Leiden en Geert-Jan Knoops, hoogleraar van het internationaal recht aan de Universiteit Utrecht.

En zoals kon verwacht worden hadden die heren internationaalrechtlijk hier geen enkel probleem. Volgens de vroegere NAVO-baas had Assad herhaaldelijk gifgas gebruikt en dus kon men zomaar zonder iemands toestemming bombarderen. Hij was dan ook dankzij de VS ooit op kunnen klimmen tot de grote baas van de NAVO. In zijn optiek ongetwijfeld iets om fier op te zijn.

En voor Knoops was er evenmin een probleem want door het steunen van de gewapende oppositie in Syrië was de VS al in oorlog en kon men er ginds dus evenzeer op los schieten. Alsof het met wapens of ander materiaal steunen van een gewapende opstand in een ander land geen oorlogsmisdaad is. Leve het recht dus. De soevereiniteit der naties is bij een Jaap de Hoop Scheffer, Gert-Jan Knoops en Theo Koele iets voor mietjes.

Maar misschien wel het grofst was Koen Vidal in De Morgen die een ware lastercampagne opzet tegen iedere tegenstander van die bombardementen. In de krant van 12 april onder de hoofding  ‘Extreemrechtse achterban Trump ziedend om bombardement’ wordt die ganse oppositie op een hoopje gegooid met allerlei als fascisten, racisten en idioten omschreven randfiguren. (28)

In haar rapport beweerde de VS dat men er zeker van was dat er met die put niet geknoeid was. Hoe ze dat dan met zekerheid wist is een raadsel welke vermoedelijk alleen Donald Trump zal kunnen oplossen. Hier ziet men dat dit verhaal niet klopt. Normaal hadden deze heren trouwens en samen met alle hulpverleners van die dag nu dood moeten zijn. Zoals deze heren droegen zij immers alleen een chirurgisch masker en soms handschoenen. Goed tegen het stof of een griepje, dat wel.

Ja, want stelt hij, alle informatie die poogt de schuld bij de jihadisten en niet bij Syrische regering te steken is totaal onbetrouwbaar want ze baseren zich op verhalen die komt uit de omgeving van Assad, hier dan Al Masdar News.

Het is zeer beangstigend maar de hier in detail onderzochte media die zich allen kwaliteitskranten noemen stonden luid te applaudisseren toen president Donald Trump die luchtmachtbasis in Syrië bombardeerde. Ze roepen wel om een onderzoek naar de feiten maar intussen mag men er wel al op los schieten want, onderzoek of niet, de misdadiger is bekend. Het zijn dus oorlogsstokers. Beangstigend hoe de pers werkt!

Wapens beslissen

Maar hoe moet het nu verder met Syrië? Van een politieke oplossing is helemaal geen sprake meer. VN-onderhandelaar Staffan De Mistura spreekt er wel van en zo ook de rest van het internationaal gezelschap.

De realiteit is echter dat bepaalde machtige figuren daar helemaal geen zin in hebben en ondanks de militair benarde positie van al Qaida nog steeds dromen van de verdere vernieling van Syrië. Hun hoop is om zoals men in Libië en Irak het hoofd van Saddam Hoessein en Muammar Khadaffi op een schotel aangeboden kreeg ook dat van Assad ten geschenke te krijgen.

De recente opflakkering van de gevechten tussen de jihadisten en het Syrische leger in de aan de Jordaanse grens gelegen stad Daraa is hierbij een zeer slecht voorteken. De gevechten lagen hier meer dan een jaar praktisch stil na ‘advies’ aan die jihadisten van de VS en Jordanië. De voorbije weken echter laaien de gevechten plots op. Wie is hier aan het stoken?

Zeker, de jihadisten maken ondanks hun grote inspanningen nergens vooruitgang en leiden zeer zware verliezen, maar ze blijven vechten tot de dood. Ondanks het feit dat al hun aanvallen zoals die nu in Noord-Hama eindigen in nederlagen. Onze politie maakte hun fanatieke vechtlust tot der dood al mee in Verviers.

Alle ‘vredesonderhandelingen verliepen tot heden trouwens zonder medewerking van al Qaida en haar kloon Ahrar al Sham, de twee enige overgebleven grote salafistische groepen. En die vechten zonder pardon tegen de regering en al wie hen dwarsligt. Neen, de wapens zullen zoals trouwens in alle oorlogen beslissen.

Het grote probleem is trouwens niet eens het bestaan van die terreurgroepen maar het al zeven jaar ontbreken van een duidelijke Amerikaanse politiek tegenover Syrië, zowel onder Obama als nu onder Trump. Niemand, ook Washington niet, weet bijvoorbeeld waar de VS heen wil met het door de Koerdische YPG/PKK met Amerikaanse steun veroverde oosten van Syrië.

Zo blijven er vele vragen bestaan over het Amerikaanse bombardement van de Syrische luchtmachtbasis van Shayrat. Waarom bleef zowel de Syrische als Russische luchtafweer inactief?

En met de afweersystemen S300 en S400 hadden die normaal toch zware schade kunnen aanrichten aan die aanval van kruisraketten. En als het klopt dat de Russen wisten wat komen zou, wat wist dan het Syrische leger? En daarom de vraag: was dit bombardement reëel of een enscenering?

Het is een realiteit die men in Moskou, Teheran, Beijing en Damascus vermoedelijk al goed beseft. En evenzeer in Saoedi-Arabië, Turkije (dat trouwens de recente alliantie met Rusland verbrak), het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS. Figuren als een senator John McCain (29) – wiens stichting ook geld krijgt van Saoedi-Arabië – of Hillary Clinton en haar entourage willen gewoon de totale destructie van Syrië. Voor minder doen ze het niet.

Anderen wil wel een einde aan de gevechten of die beperken. Niemand weet het tot waar men in de VS wil gaan. En van de oorlog tegen de terreur is er ook onder Trump in goede Amerikaanse traditie helemaal geen sprake. Het is gewoon een cynische grap, barslecht theater. Misschien dat Trump toch nog een goede zet doet, maar dat is verre van zeker. Daarop rekenen is vrij dom.


1) BBC, 11 november 2016, ‘Syria kidnap case against doctor dropped by prosecution’. http://www.bbc.com/news/uk-24901481

2) Jeroen Oerlemans werd op 2 oktober 2016 in de Libische stad Sirte door onbekenden neergeschoten. Zijn begrafenis op 13 oktober in de Amsterdamse Zuiderkerk nadien roept echter veel vragen op. Amateuropnames van die in zeer beperkte kring gehouden plechtigheid tonen bijvoorbeeld zijn uitbundig lachende kinderen, echtgenote en zowat alle andere genodigden. Ook was er de zeer discrete aanwezigheid van wat bijna zeker geheime agenten waren. Een bizar gebeuren.

3) IBTimes, VK, Tareq Haddad, 7 april 2017, ‘British doctor who documented Syria ‘chemical attacks’ previously held on, terror offences.’ http://www.ibtimes.co.uk/british-doctor-who-documented-chemical-attack-previously-held-terror-offences-1615849.

Deze link bevat een lang interview van de aan al Qaeda gelieerde journalist Bilal Abdul Kareem met Shajul Islam. Hierbij heeft hij het over de levering door de Britse regering van vooral Belgische wapens. In het interview schreeuwt de man zijn onschuld uit.

4) The Telegraph, Gordon Rayner, 21 augustus 2014, ‘Net closes on ‘Jihadi John’ as London pair probed’. http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/iraq/11049953/Net-closes-on-

5) Breitbart, VS, Oliver J.J. Lane, 22 augustus 2014, ‘NHS Doctor With Family Jihad Ties Sought in ‘Black Beatle’ Beheading Search’. http://www.breitbart.com/london/2014/08/22/terrorism-is-a-family-affair/Jihadi-John-as-London-pair-probed.html.

Breitbart is de o.m. aan Steve Bannon en dus ook aan president Donald Trump gelieerde alternatieve nieuwswebsite. Zou Trump dit feit dus niet kennen?

6) Breitbart, VS, Jack Montgomery, 7 april 2017, ‘Syrian Chemical Attack Doctor Tried as Jihadist in UK’. http://www.breitbart.com/london/2017/04/07/syrian-chemical-attack-doctor-tried-jihadist-uk/

7) Zijn Twitteradres: https://twitter.com/DrShajulIslam

8) Memri TV, VS , 7 februari 2017, “Pro-Opposition Syrian Journalist In Tweets And Posts: Russian Forces Thwarted Maher Al-Assad’s Iran-Backed Coup Attempt “. https://www.memri.org/reports/pro-opposition-syrian-journalist-tweets-and-posts-russian-forces-thwarted-maher-al-assads

Memri Televisie en The Long War Journal van het Amerikaanse Institute for the Defence of Democracies zijn twee door Israëlische belangen gecontroleerde Amerikaanse informatiebronnen over het salafisme. Het is dan ook nodig erg voorzichtig te zijn met de wijze waarom zij het nieuws brengen en soms natuurlijk ook verzwijgen en manipuleren.

9) The Telegraph, Boris Johnson, 27 maart 2016, ‘Bravo for Assad – he is a vile tyrant but he has saved Palmyra from Isil’. http://www.telegraph.co.uk/opinion/2016/03/27/bravo-for-assad–he-is-a-vile-tyrant-but-he-has-saved-palmyra-fr/

10) The Long War Journal, Bill Roggio, 10 december 2012, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syria Army base in Aleppo’. http://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

Al Nusrah is de vroegere naam van al Qaeda in Syrië. Nu noemt die terreurgroep zich Hayat Fatah al Sham, een door al Qaeda gecontroleerde koepelorganisatie waar officieel een tiental jihadistengroepen deel van uitmaken. Khan Sheikhoun is sinds de eerder dit jaar gevoerde oorlog tussen jihadisten door al Qaeda bezet. In de provincie Idlib is al Qaeda militair de sterkste formatie.

11) The Straits Times, Reuters, Singapore, 8 juli 2014, ‘Two ‘abandoned’ cylinders seized in Syria contained sarin: UN’.  http://archive.is/XuTec#selection-1581.0-1578.2

The Straits Times is zoals praktisch alle andere gedrukte media in Singapore eigendom van de lokale regering.

12) https://www.youtube.com/watch?v=nODxF4jOjCs. Verklaring van commandant Abdel Baset Tawileh gedaan op 21 juni 2013. Twee maanden voor de gasaanval met sarin in Oost-Ghouta.

13) Amnesty International, Londen, 13 mei 2016, ‘Syria: armed opposition group committing war crimes in Aleppo – new evidence’.  https://www.amnesty.org.uk/press-releases/syria-armed-opposition-group-committing-war-crimes-aleppo-new-evidence

14) Al Masdar News, Leith Fadel, 11 april 2017, Last two chemical weapons facilities in Syria belong to rebels: OPCW. https://www.almasdarnews.com/article/last-two-chemical-weapons-facilities-syria-belong-rebels-opcw/

Zie ook pagina 1 van het vooruitgangsrapport van de OVCW van 28 maart 2016 bestemd voor de VN Veiligheidsraad. http://www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=S/2016/285

15) RT, Moskou, 15 november 2016, ‘Rebels shell Syrian Army with poison gas in Aleppo, scores injured – military’, https://www.rt.com/news/366799-aleppo-chemical-weapons-attack/

16) The Indictor; Adam Larson, April 2017, Analysis of evidence contradicts allegations on Syrian gas attacks’. http://theindicter.com/analysis-of-evidence-contradicts-allegations-on-syrian-gas-attacks/

17) Tass News Agency, 14 april 2017, Moscow calls for transparent investigation of Syria chemical incident’. http://tass.com/politics/941476

18) Willy Van Damme blog, 9 maart 2014, ‘Syrische gifgasaanvallen – Vragen voor Ake Sellström en de VN’. https://willyvandamme.wordpress.com/2014/03/09/syrische-gifgasaanvallen-vragen-voor-ake-sellstrom-en-de-vn/

19) Theodor A. Postol is een emeritus professor in de wetenschap, technologie en nationale veiligheidspolitiek aan het Massachusetts Institute for Technology (MIT) in Boston, VSA. Hij werkte jarenlang als specialist en topadviseur voor zowel het Pentagon als het Amerikaans parlement en trok nadien naar Boston en het MIT.

Hij wordt gezien als de autoriteit in de VS op dit vlak en als iemand die niet terugschrikt om zijn nek uit ter steken. In het verleden maakte hij bijvoorbeeld brandhout voor de beweringen rond het raketafweersysteem Patriot dat volgens de toenmalige president George H. Bush Sr. tijdens de tweede Golfoorlog bijna 100% effectief was. Hij schatte het eerder op 0 tot 10%. Ook het Israëlische IJzeren Schild kreeg van hem eenzelfde kritiek te verwerken. Hij kreeg in 2006 voor zijn werk van de American Federation of Scientists de jaarlijkse Richard L. Garwin Prijs.

Dus ook voor dat werk rond die Patriotraketten van het industrieel conglomeraat Raytheon. Zijn werk over die eerdere vermeende aanval met sarin in Oost-Ghouta van 2013 is essentieel. Hier ontmaskerde die beweringen als een boel leugens van o.m. de Amerikaanse regering, The New York Times, Human Rights Watch en ‘expert’ Eliot Higgins, alias Brown Moses en Bellingcat. Zij moesten later hun woorden hierover inslikken. Hierover verscheen echter niets in onze media.

20) The Atlantic, Jeffrey Goldberg, April 2016, ‘The Obama Doctrine’. https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/

Het was James Clapper, de directeur voor de Nationale Veiligheid van de VS, die Obama toonde dat het eerste rapport van zijn veiligheidsdiensten (CIA, DIA?) over die aanval in Oost-Ghouta van 21 augustus 2013 leugens waren. Het is een zoveelste aanwijzing dat het Syrische leger hier geen sarin gebruikte en die salafistische terreurgroepen het zelf deden. Met als slachtoffers mogelijks gevangenen.

Wat het vermoeden versterkt dat bepaalde organisaties in Washington betrokken waren bij die vermeende aanval met sarin. Het verklaart ook de gecoördineerde actie toen eind augustus 2013 van HRW, Eliot Higgins en journalist C.J. Chivers van The NYT. Geen toeval dat HRW bijna onmiddellijk opriep om Syrië te bombarderen. Vermoedelijk zijn dus ook nu veiligheidsdiensten zoals MI6 bij deze nieuwe ‘gifgasaanval’ betrokken. Al Qaeda werkt nu eenmaal niet in totale isolatie.

21) LogoPhere.com, 13 april 2017, Denis O’Brien, 13 april 2017, ‘The Apr04|17 incident at Khan Sheikhoun, Syria. A series of inquiries.  LogoPhere’s Top Ten Ways to Tell When You’re Being Spoofed by False-Flag Sarin Attacks‘. http://logophere.com/Topics2017/17-04/17_017-BLA-Sarin.htm

Dennis O’Brien is professor emeritus van de University of Missoury en een veel gelauwerd wetenschapper die op zijn wetenschappelijk terrein ook baanbrekend werk verrichte.

Dennis O’Brien bekijkt de zaak op een zuiver klinisch biologische wijze door het wetenschappelijk analyseren van de vele foto’s en video’s. Hij publiceerde eerder over de aanval in Oost-Ghouta al een boek ‘Murder in the Sunmorgue’ dat gratis op het internet te downloaden is. Ook hier betwist hij dat er sarin was gebruikt maar dat men die mensen vermoordde door middel van andere gassen.

22) Moon of Alabama, 20 april 2017, ‘Chlorine, Not Sarin, Was Used In The Khan Sheikhun Incident’. http://www.moonofalabama.org/2017/04/only-chlorine-not-sarin-involved-in-the-khan-sheikhun-incident.html

23) The New York Times, 11 april 2017, ‘Declassified U.S. Report on Chemical Weapons Attack’. https://www.nytimes.com/interactive/2017/04/11/world/middleeast/document-Syria-Chemical-Weapons-Report-White-House.html

24) Theodor A. Postol, 11 april 2017, A Quick Turnaround Assessment of the White House Intelligence Report Issued on April 11, 2017 About the Nerve Agent Attack in Khan Shaykhun, Syria. https://www.scribd.com/document/344995943/Report-by-White-House-Alleging-Proof-of-Syria-as-the-Perpetrator-of-the-Nerve-Agent-Attack-in-Khan-Shaykhun-on-April-4-2017#download.

25) Ook RT, Interview met Theodor Postol. 14 april 2017, ‘White House claims on Syria chemical attack ‘obviously false’ – MIT professor (VIDEO)’. https://www.rt.com/usa/384520-postol-report-sarin-syria/

26) Washington Blog, Robert Barsocchini, 12 april 2017 MIT Rocket Scientist: White House Claims on Syria Chemical Attack “Cannot Be True”. http://www.washingtonsblog.com/2017/04/66712.html en

27) Washington Blog, Robert Barsocchini, 13 april 2017, ‘Addendum to Dr. Theodore Postol’s Assessment of the White House Report on Syria Chemical Attack.  http://www.washingtonsblog.com/2017/04/addendum-dr-theodore-postols-assessment-white-house-report-syria-chemical-attack.html

28) Hij baseerde zich op het artikel van het Digital Forensic Research Lab, Atlantic Council, VS, Ben Nimmo, Donora Barojan, 7 april 2017, ‘How the alt-right brought #SyriaHoax to America’. https://medium.com/dfrlab/how-the-alt-right-brought-syriahoax-to-america-47745118d1c9

The Atlantic Council is een Amerikaanse studiedienst en lobbygroep die deels gefinancierd wordt door Saoedi-Arabië. Deze is via haar Rafik Hariri Center erg actief rond Syrië. Een van hun voornaamste woordvoerders rond Syrië is Frederick C. Hof. Dit is een oudgediende van Buitenlandse Zaken onder Barack Obama en in de beginperiode een van de voornaamste strategen achter de oorlog tegen Syrië.

Bij De Morgen (zie Koen Vidal, 12/04/2017, ‘Extreemrechtse achterban Trump ziedend om bombardement’ hebben ze dit artikel duidelijk ook gelezen en gebruikt men het om elke kritiek op de Amerikaanse regering in deze kwestie in de grond te boren.

De bron van die kritiek is namelijk iemand die goed ligt in Damascus en dit is volgens Koen Vidal dus per definitie totaal onbetrouwbaar en te verwerpen. Dat The Atlantic Council geld uit Saoedi-Arabië krijgt is voor diezelfde De Morgen en Koen Vidal dan geen probleem. Het artikel typeert de schandelijke mentaliteit die heerst bij het overgrote deel van onze pers.

29) Disobedient Media, VS, William Craddick, 8 maart 2017, ‘McCain Institute’s Failure To Use Donations For Anti-Trafficking Purposes Raises Questions’. http://disobedientmedia.com/mccain-institutes-failure-to-use-donations-for-anti-trafficking-purposes-raises-questions/

Posted on

Cameron genoemd als toekomstig secretaris-generaal NAVO

In Brussel en Londen doet het gerucht de ronde dat de Britse oud-premier David Cameron in gesprek zou zijn over een mogelijke toekomstige rol als secretaris-generaal van de NAVO.

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie wordt momenteel geleid door de Noorse oud-premier Jens Stoltenberg, wiens termijn pas in 2018 afloopt, met de mogelijkheid om nog een jaar te verlengen tot voorjaar 2019. Met Cameron als opvolger van Stoltenberg zou de met de Deen Anders Fogh Rasmussen ingezette traditie dat de organisatie door een oud-premier geleid wordt voortgezet worden.

De Britse oud-premier wordt zowel door NAVO- en EU-functionarissen in Brussel als in kringen van de regering in Londen als een capabele kandidaat gezien. Daarnaast wordt de optie van een Brit als secretaris-generaal van de NAVO gezien als een manier om het Verenigd Koninkrijk aan na de Brexit aan het continent te binden.

Defensieuitgaven als percentage van het BBP (bron: NAVO)

Voor de nieuwe Amerikaanse regering zou een kandidaat uit een land dat reeds 2 procent van het Bruto Binnenlands Product aan defensie besteed ook meer acceptabel zijn. Naast David Cameron zou ook de huidige minister van Defensie Michael Fallon een optie kunnen zijn.

De geruchten over Cameron kwamen op gang na een ontmoeting met Anders Fogh Rasmussen, die secretaris-generaal van de NAVO was van 2009 tot 2014. Rasmussen werkt tegenwoordig als consultant voor de invloedrijke zakenbank Goldman Sachs.

Posted on 1 Comment

Oekraïne, corrupte journalistiek en Atlantisch geloof

Karel van Wolferen, voormalig correspondent van de Nederlandse krant NRC Handelsblad, is verontrust over de escalerende crisis in Oekraïne en de kritiekloze journalistiek in Europa, die zich volledig laat leiden door een blinde verbondenheid met de VS. De huidige escalatie door de NAVO kan volgens hem tot een oorlog leiden.

De EU wordt niet langer geleid door politici met een elementaire kennis van geschiedenis, een nuchter overzicht van de werkelijkheid in de wereld of zelfs maar gezond verstand en een gevoel van verbondenheid met de langetermijnbelangen die ze dienen. Als daar nog bewijs moest voor worden gevonden, dat is dat nu geleverd met de sancties die ze vorige week hebben overeengekomen, om Rusland te bestraffen.

Eén manier om hun waanzin te vatten begint bij de media. Welk begrip of bezorgdheid deze politici persoonlijk mogen hebben, ze willen vooral gezien worden als personen die ‘the right thing’ doen. Daar zorgen tv en kranten voor.

In het overgrote deel van de EU wordt het algemeen inzicht in de werkelijkheid sinds het gruwelijk einde van de mensen aan boord van het toestel van Malaysia Airlines vorm gegeven door de mainstream kranten en tv-zenders. Die hebben de aanpak van de Anglo-Amerikaanse media gekopieerd. Zij hebben ‘nieuws’ gepresenteerd waarin insinuatie en verdachtmaking in de plaats komen van echte berichtgeving.

Gerespecteerde publicaties zoals de Britse Financial Times en het Nederlandse NRC Handelsblad, waar ik zestien jaar heb gewerkt als correspondent voor het Verre Oosten, hebben deze corrupte journalistieke aanpak niet alleen gevolgd maar ook mee begeleid naar zijn krankzinnige conclusies.

De opinies van zelfverklaarde media-experten en de editorialen die hieruit zijn ontstaan, gaan verder dan alle vroegere voorbeelden van mediahysterie voor politieke doeleinden die ik me kan herinneren. Het meest flagrante voorbeeld dat ik vond, was een anti-Poetin hoofdartikel in de Economist Magazine van 26 juli 2014. Het had de toon van Shakespeare’s Henry V, terwijl hij zijn troepen opjut voor de Slag van Agincourt wanneer hij Frankrijk binnenvalt.

Geen Europese media
Er zijn geen kranten of andere publicaties die de volledige EU bereiken, om een Europese publiek forum te vormen waar politiek geïnteresseerde Europeanen met elkaar belangrijke internationale ontwikkelingen kunnen bespreken. Wie belangstelling heeft voor internationale politiek, leest meestal de internationale editie van de New York Times of de Financial Times.

Vragen en antwoorden over geopolitieke aangelegenheden worden zo routinematig gevormd of sterk beïnvloed door wat de hoofdredacteurs in New York en Londen belangrijk vinden. Meningen die hier in belangrijke mate van afwijken vind je in Der Spiegel, de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Die Zeit en Handelsblatt. Die blijven echter binnen de Duitse grenzen. We zien bijgevolg geen Europese publieke opinie over wereldzaken, zelfs niet als die een directe impact hebben op de belangen van de EU zelf.

De Nederlandse bevolking werd ruw wakker geschud uit zijn slaperige passiviteit tegenover wat in de wereld gebeurt en op haar toch een impact kan hebben, door de dood van 193 landgenoten (samen met 105 mensen van andere landen) in het neergehaalde vliegtuig. De Nederlandse media volgden daarbij zonder aarzelen de vingerwijzingen naar Rusland, die door de Amerikanen in gang werden gezet.

Eenzijdige interpretaties zonder bewijsgrond
Elke mogelijke uitleg die niet op een of andere manier de verantwoordelijkheid bij de Russische president legde, was onaanvaardbaar. Daarmee gingen de Nederlandse media lijnrecht in tegen de nuchtere verklaringen van eerste minister Rutte. Die stond nochtans onder aanzienlijke druk om mee in dezelfde richting te wijzen maar koos ervoor op een grondig onderzoek te wachten over wat er precies was gebeurd.

De tv-programma’s die ik kon zien in de dagen onmiddellijk na de crash, nodigden onder meer anti-Russische en Amerikaanse neoconservatieve personen uit die hun uitleg gaven aan een verward en oprecht geschokt publiek.

Een Nederlandse expert buitenlandse politiek legde uit dat de (Nederlandse) minister van Buitenlandse Zaken of zijn vervanger niet naar de site van de crash kon gaan (wat Maleisische vertegenwoordigers wel hadden gedaan) om de lichamen van de Nederlandse burgers te repatriëren, omdat dat een impliciete erkenning zou inhouden van de diplomatieke status van de ‘separatisten’. Wanneer de EU unaniem een regime erkent dat is ontstaan uit een door de Amerikanen aangestoken staatsgreep, dan zet je jezelf inderdaad diplomatiek vast.

De omwonenden en de anti-Kievstrijders, die op de site van de crash rondliepen, werden met beelden van YouTube voorgesteld als criminelen die weigerden mee te werken, wat voor heel wat kijkers neerkwam op een bevestiging van hun schuld. Dat veranderde toen latere berichten van echte journalisten de geschokte en diep bezorgde dorpelingen toonden. De discrepantie met de eerste beelden werd echter niet uitgelegd.

Geen ruimte voor objectieve analyse
De aanvankelijke insinuaties van smerig gedrag ruimden geen plaats voor objectieve analyse over de redenen waarom deze mensen in feite aan het vechten zijn. Tendentieuze tweets en YouTube-filmpjes zijn de basis geworden van de officiële Nederlandse verontwaardiging over de Oost-Oekraïners.

Zo werd de algemene indruk geschapen dat er toch ‘iets’ moest worden gedaan om een en ander recht te zetten. Dat werd volgens de overheersende meningen bereikt door een nationaal uitgezonden thuiskomst van de stoffelijke resten (die door Maleisische bemiddeling vrijgekomen waren) met een sobere en waardige rouwceremonie.

Nergens heb ik iets gelezen of gezien dat ook maar suggereerde dat de crisis in Oekraïne – die tot een staatsgreep en een burgeroorlog leidde – in gang werd gezet door neoconservatieven en een aantal R2P-fanatici (Responsibility to Protect) in het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis, die daar blijkbaar van president Obama vrij spel voor hadden gekregen.

De Nederlandse media leken zich evenmin bewust te zijn van het feit dat deze catastrofe onmiddellijk werd omgezet in een voetbalmatch ten bate van het Witte Huis en het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De mogelijkheid dat Poetin gelijk had, toen hij stelde dat de ramp niet zou zijn gebeurd als zijn dringend voorstel voor een staakt-het-vuren was aanvaard, werd niet in overweging genomen.

Het was nochtans Kiev dat de wapenstilstand in de burgeroorlog met de Russischsprekende Oost-Oekraïners verbrak op 10 juni 2014. Die willen niet geregeerd worden door een samenraapsel van misdadigers, nakomelingen van Oekraïense nazi’s en oligarchen die in bed liggen met het IMF en de EU.

Deze veronderstelde ‘rebellen’ hebben gereageerd op de start van etnische zuiveringsoperaties, systematische terreurbomcampagnes en wreedheden (meer dan dertig Oekraïners werden levend verbrand) door troepen van Kiev, iets waarover we in de Europese berichtgeving nauwelijks iets vernomen hebben.

5 miljard dollar politieke destabilisatie
Het is weinig waarschijnlijk dat de Amerikaanse ngo’s, die volgens eigen officiële mededelingen vijf miljard dollar hebben uitgegeven voor politieke destabilisatie, voorafgaand aan de putsch van februari 2014 in Kiev, plotseling zouden verdwenen zijn uit Oekraïne. Net zo min hebben Amerikaanse militaire adviseurs en gespecialiseerde troepen lijdzaam staan toekijken terwijl het leger en de milities van Kiev de strategie voor hun burgeroorlog uitstippelden.

Deze nieuwe zware jongens vormen een regime dat overleeft met financiële bloedtransfusies van Washington, de EU en het IMF. Al wat we weten is dat Washington de aan de gang zijnde slachtingen aanmoedigt, in een burgeroorlog die het zelf in gang heeft gezet.

Washington heeft permanent de bovenhand in een propagandaoorlog tegen een tegenstander die het spel weigert mee te spelen, dit in tegenspraak met wat de mainstream media ons willen doen geloven. Washington zendt de ene propagandagolf na de andere om een beeld te scheppen van een Poetin, gedreven door nationalisme en door het verlies van het Sovjet-imperium, en die poogt de Russische Federatie uit te breiden tot aan de grenzen van dat teloorgegane imperium.

De meer avontuurlijke zelfverklaarde media-experten, aangestoken door neoconservatieve koorts, zien Rusland al het Westen omsingelen. De Europeanen wordt dus wijsgemaakt dat Poetin elke diplomatie weigert, terwijl hij daar altijd op aangedrongen heeft. Deze overheersende propaganda heeft de perceptie gecreëerd dat niet de acties van Washington maar die van Poetin gevaarlijk en extreem zijn. Iedereen die een persoonlijk verhaal heeft dat Poetin en Rusland in een kwaad daglicht stelt wordt gemobiliseerd, de Nederlandse hoofdredacteurs lijken voor het ogenblik wel onverzadigbaar.

Het lijdt geen twijfel dat ook Rusland een propagandaoorlog voert. Er bestaan echter middelen voor ernstige journalisten om dergelijke tegenstrijdige propaganda af te wegen en om uit te pluizen hoeveel waarheid, leugens en bullshit ze bevat. Zelf heb ik dat soort journalistiek in beperkte mate alleen waargenomen in Duitsland.

Amerikaanse websites
Voor het overige moeten we tegenwoordig de politieke realiteit samenstellen met behulp van de meer dan ooit onmisbaar geworden Amerikaanse websites die wel gastvrij zijn voor klokkenluiders en ouderwetse onderzoeksjournalistiek. Dat is vooral zo sinds het begin van de ‘oorlog tegen het terrorisme’ en de invasie van Irak. Sindsdien heeft een permanente samizdat-pers vorm gekregen.

In Nederland wordt zowat alles dat van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken komt voor waar aangenomen, ook al is dat een reeks van adembenemende leugens die begint bij de ondergang van de Sovjet-Unie: Panama, Afghanistan, Irak, Syrië, Venezuela, Libië en Noord-Korea; een waslijst omvergeworpen regeringen; geheime en valse-vlag-operaties; de gluiperige bezetting van de planeet met zowat duizend militaire basissen: niets daarvan wordt in overweging genomen.

De opgeklopte hysterie in de dagen na de crash van het vliegtuig belette mensen met enige relevante kennis van de geschiedenis om hun mond open te doen. Werkzekerheid is in de huidige wereld van de journalistiek erg wankel. Tegen de stroom in gaan wordt gezien als spelen met vuur, omdat dat de eigen journalistieke ‘geloofwaardigheid’ zou kunnen beschadigen.

Redactionele onverschilligheid
Het probleem dat de oudere generatie van ernstige journalisten heeft met de geloofwaardigheid van de mainstream media is de redactionele onverschilligheid voor mogelijke aanwijzingen die het officiële verhaal zouden kunnen ondermijnen. Dit verhaal is reeds volledig doorgedrongen in de populaire cultuur.

Je vindt het terug in lukrake verwijzingen die boek- en filmrecensies opsmukken. In Nederland staat het officiële verhaal reeds onwrikbaar vast, niet verwonderlijk als het al tienduizenden malen herhaald werd. Het mag dus ook niet weerlegd worden, ook al is er niet het minste bewijs voor.

De aanwezigheid van twee Oekraïense gevechtsvliegtuigen op de Russische radar in de buurt van het toestel van Malaysia Airlines is een dergelijke aanwijzing, die mij als onderzoeksjournalist of lid van het door Nederland aangestelde onderzoeksteam zou interesseren. Dit wordt blijkbaar bevestigd door een BBC-reportage met ooggetuigen onder de nabije dorpelingen. Die hadden net voor de crash duidelijk een ander toestel gezien vlak bij het passagiersvliegtuig toen ze omhoog keken naar de ontploffingen in de lucht.

Dat bericht kreeg heel wat aandacht omdat het uit het BBC-archief werd verwijderd. Ik zou dan ook willen praten met Michael Bociurkiv, één van de eerste inspecteurs van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) die de site van de crash bereikten. Hij bleef er meer dan een week om wrakstukken te onderzoeken.

Op (de Canadese zender) CBC World News beschreef hij ‘pokdalige’ inslagen op twee of drie wrakstukken: “(Die inslagen) zagen eruit als wat je verwacht van munitie uit een machinegeweer, van zeer krachtig machinegeweervuur dat zijn unieke merktekens achterliet, die we nergens anders terugvonden.”

Ik zou zeker ook de radar- en stemopnames te horen willen krijgen van de luchtverkeerscontrole in Kiev, waarvan wordt beweerd dat ze in beslag werden genomen. Zo zou ik kunnen begrijpen waarom de Maleisische piloot plots van zijn koers afweek en zeer snel daalde, kort voor zijn toestel neerstortte. Ik zou ook willen onderzoeken waarom buitenlandse luchtverkeerscontroleurs in Kiev onmiddellijk na de crash werden weggestuurd.

Satellietbeelden
Net als de Veteran Intelligence Professionals for Sanity zou ik er bij de Amerikaanse autoriteiten met toegang tot de satellietbeelden zeker op aandringen de bewijzen te tonen die ze beweren te hebben van het BUK-luchtafweergeschut in handen van de ‘rebellen’ en van de Russische betrokkenheid daarbij. Ik zou hun dan ook willen vragen waarom ze dat nog steeds niet gedaan hebben.

Tot nu heeft Washington zich gedragen als een bestuurder die weigert een alcoholtest te ondergaan. Een aantal officieren van de Amerikaanse inlichtingendiensten hebben hun ‘mindere zekerheid’ gelekt naar een aantal kranten over de Amerikaanse ‘zekerheden’, die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aan de wereld heeft kond gemaakt. Dat zou mijn nieuwsgierigheid fel hebben aangewakkerd.

Om de loyaliteit van de Europese media aan Washington in het geval van Oekraïne en het slaafse gedrag van Europese politici enigszins in perspectief te plaatsen, moeten we meer weten over het Atlantisme en dat ook begrijpen.

Het gaat hier over een Europees geloof. Er is geen officiële doctrine uit ontstaan, maar het functioneert wel als dusdanig. Het wordt goed samengevat door deze Nederlandse slogan ten tijde van de invasie van Irak: “Zonder Amerika gaat het niet”.

Atlantisme, product van de Koude Oorlog
Eigenlijk overbodig om het te vermelden, maar het Atlantisme is een product van de Koude Oorlog. Dit geloof werd ironisch genoeg sterker toen de dreiging van de Sovjet-Unie minder en minder overtuigend begon te worden voor een steeds groter aantal leden van de Europese politieke elite.

Dat had waarschijnlijk te maken met een generatiewissel: verder weg van de Tweede Wereldoorlog herinnerden de Europese regeringen zich steeds minder wat het betekent om een eigen onafhankelijk buitenlands beleid te hebben over de wereldpolitiek. De huidige regeringsleiders van de EU hebben geen ervaring in praktisch strategisch overleg. Routineus denken over internationale betrekkingen en wereldpolitiek is diep geworteld in de kennistheorie van de Koude Oorlog.

Atlantisme is vandaag een zware plaag voor Europa: het veroorzaakt historische amnesie, gewilde blindheid en gevaarlijke misleide politieke woede. Zo ontstaat dan onvermijdelijk ‘verantwoordelijk’ redactioneel beleid.

Deze plaag kan echter verder woekeren met een mengelmoes van nooit in vraag gestelde zekerheden uit de tijd van de Koude Oorlog, die zijn blijven hangen, van impliciete koudeoorlogsloyaliteit ingebed in de populaire cultuur, van naakte Europese onwetendheid en van een enigszins begrijpbare weigering om toe te geven dat men ook maar een klein beetje gehersenspoeld is.

Washington kan waanzinnige dingen blijven doen zonder dat Atlantisme te beschadigen, dankzij ieders vergeetachtigheid, terwijl de media nauwelijks iets doen om dat te verhelpen. Ik ken Nederlandse mensen die walgen van de moddercampagne tegen Poetin, maar het idee dat in het geval van Oekraïne Washington met de vinger moet worden gewezen toch zo goed als onaanvaardbaar vinden.

Gebrek aan perspectief
Als gevolg van die houding kunnen Nederlandse publicaties – net als vele andere in Europa – zich er niet toe brengen om de crisis in Oekraïne in het juiste perspectief te plaatsen, door te erkennen dat deze crisis door Washington in gang werd gezet en dat het Washington is – en niet Poetin – die de sleutel voor een oplossing in de hand heeft. Dat zou immers een verzaking aan dat Atlantisme impliceren.

Dit Atlantisme haalt veel van zijn kracht uit de NAVO, het is zijn institutionele belichaming. De bestaansreden van de NAVO is echter verdwenen met de ondergang van de Sovjet-Unie, dat wordt grotendeels vergeten. Het bondgenootschap werd in 1949 opgericht op basis van het idee van transatlantische samenwerking voor veiligheid en defensie, die nodig was geworden na de Tweede Wereldoorlog, omdat het door Moskou georchestreerde communisme van plan was de volledige planeet over te nemen.

Waar men veel minder over praatte, was het toenmalige interne Europese wederzijdse wantrouwen. De Europeanen zetten toen immers hun eerste stappen in de richting van economische integratie. De NAVO werd een soort Amerikaanse garantie dat geen Europese grootmacht zou pogen de anderen te domineren.

De NAVO is voor de EU al een tijdje een blok aan het been, omdat de organisatie de ontwikkeling verhindert van een overlegd buitenlands en defensiebeleid. Het heeft de EU-lidstaten gedwongen instrumenten te worden ten dienste van het Amerikaanse militarisme.

Het bondgenootschap is tevens een morele last geworden, omdat de regeringen die (in Irak) deelnamen aan de ‘coalition of the willing’ aan hun eigen burgers de leugen moesten verkopen dat Europese soldaten in Irak en Afghanistan gingen sterven als noodzakelijke prijs om Europa te vrijwaren van terroristen.

Deze regeringen, die troepen hebben geleverd voor de gebieden die de VS bezet hielden, deden dit meestal met grote weerzin, wat hen het verwijt opleverde van een reeks Amerikaanse vertegenwoordigers dat de Europeanen te weinig doen voor de collectieve verdediging van democratie en vrijheid.

Typisch voor een ideologie is het Atlantisme ahistorisch. Als paardenmiddel tegen de storm van fundamentele politieke dubbelzinnigheid schrijft het zijn eigen geschiedenis, een geschiedenis die op zijn beurt wordt herschreven door de Amerikaanse mainstream media, die het Woord verspreiden vanuit Washington.

Je kan daar nauwelijks een beter voorbeeld voor vinden dan de huidige Nederlandse ervaring. De voorbije drie weken heb ik tijdens gesprekken oprechte verrassing bespeurd toen ik vrienden erop wees dat de Koude Oorlog door diplomatie werd beëindigd. Er werd een deal gesloten in Malta tussen Gorbatsjov en president Bush senior in december 1989. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker kreeg Gorbatsjov zo ver de hereniging van Duitsland en de terugtrekking van de troepen van het Warschaupact te aanvaarden, met de belofte dat de NAVO ‘geen duimbreed’ zou uitbreiden naar het Oosten.

Gebroken beloftes
Gorbatsjov beloofde daarop geen geweld te gebruiken in Oost-Europa, waar de Russen op dat ogenblik nog troepen hadden, 350.000 in Oost-Duitsland alleen, in ruil voor de belofte van Bush senior dat Washington geen misbruik zou maken van de terugtrekking van de Sovjets uit Oost-Europa. President Bill Clinton kwam terug op die Amerikaanse beloftes toen hij om puur electorale redenen opschepte over een uitbreiding van de NAVO.

In 1999 maakte hij de Tsjechische Republiek en Hongarije volwaardige leden. Tien jaar later zijn daar nog negen andere landen bijgekomen, zodat de NAVO nu dubbel zoveel leden had als tijdens de Koude Oorlog. De befaamde Amerikaanse Rusland-expert George Kennan noemde Clintons initiatief ‘de meest fatale vergissing van het Amerikaanse beleid sinds het einde van de Koude Oorlog’.

De historische onwetendheid inherent aan het Atlantisme is vlijmscherp zichtbaar in de bewering dat de invasie van de Krim het ultieme bewijs zou zijn tegen Poetin. Ook deze politieke realiteit werd gecreëerd door de Amerikaanse media. Er was helemaal geen invasie. De Russische soldaten en matrozen waren al ter plaatse omdat het de thuisbasis is van de warmwaterhaven van de Russische zeemacht in de Zwarte Zee De Krim was reeds een onderdeel van Rusland voor het bestaan van de VS.

Het belang van geschiedenis
In 1954 heeft Chroesjtsjov – zelf uit Oekraïne – de Krim aan de Oekraïense Socialistische Republiek gegeven. Dat kwam neer op de verplaatsing van een regio naar een andere provincie, want Rusland en Oekraïne behoorden toen tot hetzelfde land. De Russischsprekende bevolking van de Krim was nu maar al te blij. Ze stemden in een referendum eerst voor onafhankelijkheid van het regime in Kiev, dat uit de staatsgreep was ontstaan, en vervolgens voor hereniging met Rusland.

Zij die beweren dat Poetin het recht niet had om iets dergelijks te doen, zijn zich niet bewust van een ander historisch gegeven, namelijk dat de VS zijn (Star Wars) antiraketsystemen steeds dichter bij de Russische grenzen heeft geplaatst. Dat gebeurde zogezegd om vijandige raketten uit Iran op te vangen, die echter niet eens bestaan. Plechtige oproepen voor territoriale integriteit en soevereiniteit zijn in die omstandigheden weinig zinvol. Wanneer dergelijke uitspraken van Washington komen – dat het concept van soevereiniteit in zijn eigen buitenlands beleid heeft overboord gegooid – zijn ze zonder meer hilarisch.

Een verwerpelijk Atlantisch initiatief was de uitsluiting van Poetin uit de ontmoetingen en andere activiteiten voor de herdenking van de landing (van de geallieerde troepen) in Normandië, voor de eerste keer in zeventien jaar.

Geheugenverlies en onwetendheid hebben de Nederlanders blind gemaakt voor een geschiedenis die hen nochtans rechtstreeks aanbelangt. Het is immers de Sovjet-Unie die het hart van de nazi-oorlogsmachine – die Nederland bezet hield – heeft uitgerukt. Zij betaalde daar een prijs voor met een onvergelijkbaar aantal militaire doden dat de verbeelding tart. Zonder de Sovjet-Unie zou er nooit een landing geweest zijn in Normandië.

Een godsgeschenk voor de NAVO
Nog niet zo lang geleden leek het erop dat de rampzalige mislukkingen van Irak en Afghanistan de NAVO dicht bij zijn onvermijdbare ontbinding zou brengen. De crisis in Oekraïne en Poetins gedecideerde reactie, die voorkwam dat de Krim en zijn Russische zeemachtbasis mogelijk in de handen zouden zijn gevallen van een door de Amerikanen geleide alliantie, zijn echter een geschenk uit de hemel gebleken voor de tot dan uit elkaar vallende organisatie.

De leiding van de NAVO heeft al troepen gestuurd om zijn aanwezigheid in de Baltische staten te versterken en heeft luchtdoelraketten en gevechtsvliegtuigen in Polen en Litouwen gestationeerd. Sinds het neerhalen van het vliegtuig van Malaysia Airlines heeft het nog verdere militaire initiatieven genomen die gevaarlijke provocaties tegen Rusland kunnen worden.

Het werd daarna duidelijk dat de Poolse minister van Buitenlandse Zaken samen met de Baltische staten hier de drijvende kracht achter waren. Deze landen waren niet eens lid van de NAVO toen deze organisatie nog een enigszins verdedigbare reden van bestaan had. De voorbije dagen hangt er (in die landen) een sfeer van mobilisatie.

De buiksprekende handpoppen Anders Fogh Rasmussen en Jaap de Hoop Scheffer (de huidige en voormalige NAVO-secretaris-generaal) deden hun werk door luid te protesteren tegen elke aarzeling van NAVO-lidstaten. Rasmussen verklaarde op 7 augustus 2014 in Kiev dat “de steun van de NAVO voor de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne onwrikbaar is” en dat hij van plan is het partnerschap met het land te verstevingen op de komende top van de NAVO in Wales in september. Dat partnerschap is nu sterk, beweert hij, “en als antwoord op de agressie van Rusland gaat de NAVO nog meer samenwerken met Oekraïne om zijn gewapende strijdkrachten te versterken”.

Russian Aggression Prevention Act
Ondertussen hebben 23 Republikeinse senatoren in het Amerikaanse Congres een wetsvoorstel ingediend – de Russian Aggression Prevention Act – dat de bedoeling heeft Washington toe te laten van Oekraïne een niet-NAVO-bondgenoot te maken. Dat is een stap die een direct militair conflict met Rusland mogelijk maakt. We zullen waarschijnlijk moeten wachten tot na de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen om te zien wat ervan komt. Het voorstel heeft een excuus bezorgd aan hen die in Washington nog nog verdere stappen willen ondernemen in Oekraïne.

In september 2013 hielp Poetin Obama nog om een bommencampagne tegen Syrië te voorkomen, die de neoconservatieven toen wilden doordrukken. Hij hielp hem ook om het kerndispuut met Iran te ontmijnen, eveneens een neoconservatief project. Dat heeft deze ‘neocons’ ertoe gedreven de band tussen Obama en Poetin te breken. Je kan het nauwelijks een geheim noemen dat zij de omverwerping van Poetin wensen en als het even kan ook de ontmanteling van de Russische Federatie.

Minder bekend in Europa is dat er talloze ngo’s actief zijn in Rusland, die hen daarbij helpen. Vladimir Poetin kan nu of binnenkort toeslaan om de NAVO en het Amerikaanse Congres voor te zijn, door het oosten van Oekraïne in te nemen, iets wat hij eigenlijk al had moeten doen onmiddellijk na het referendum in de Krim. Dat zou dan voor de Europese redactionele ogen uiteraard het ultieme bewijs zijn geweest van zijn duivelse plannen.

Europa moet wakker worden

Gezien al het voorgaande dringt zich een van de meest cruciale vragen in de huidige wereldpolitiek op: wat moet er nog gebeuren om de Europeanen wakker te schudden dat Washington met vuur aan het spelen is, dat de VS opgehouden hebben de beschermer te zijn waar ze op konden rekenen en dat de VS hun veiligheid in gevaar brengt? Gaat het ogenblik komen dat het voor hen duidelijk wordt dat de crisis in Oekraïne bovenal draait om de Star-Wars-raketten die langs de Russische grens verspreid staan en die Washington de capaciteit geven voor een ‘first strike’ – in het krankzinnige jargon van de nucleaire strategen?

Bij oudere Europeanen neemt het besef toe dat de VS vijanden hebben die geen vijanden van Europa zijn, omdat het land hen nodig heeft voor interne politieke redenen; om een economisch uiterst belangrijke oorlogsindustrie draaiend te houden en om de politieke ‘goede trouw’ van mededingers voor de openbare macht op de proef te stellen.

Het gebruik van ‘schurkenstaten’ en terroristen als doelwitten voor ‘juiste oorlogen’ is nooit erg overtuigend geweest. Het door de militaristische NAVO gedemoniseerde Rusland van Poetin kan echter het transatlantisch status quo verlengen. Van zodra ik er de eerste berichten over vernam, meende ik dat het lot van het vliegtuig van Malaysia Airlines politiek zou worden bepaald. De zwarte dozen zijn in Londen. In de handen van de de NAVO?

Er blijven nog enorme obstakels tegen een dergelijk Europees ontwaken; het neoliberaal beleid en de overname van de economie door de financiële instellingen hebben een intieme transatlantische vervlechting voortgebracht van plutocratische belangen. Samen met het Atlantisch geloof heeft deze evolutie de politieke ontwikkeling van de EU in de kiem gesmoord. Sinds Tony Blair heeft Washington Groot-Brittannië in de zak en sinds Nicolas Sarkozy kan van Frankrijk min of meer hetzelfde worden gezegd.

Duitse stemmen in de woestijn

Zo blijft alleen Duitsland nog over. Angela Merkel was duidelijk ongelukkig met de sancties maar stapte er uiteindelijk in mee aan de ‘goede kant’ van de Amerikaanse president. De VS hebben als de overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog immers nog steeds een grote speelruimte, dankzij een groot aantal bestaande samenwerkingsakkoorden.

Duits minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier werd geciteerd in de kranten en verscheen op tv, terwijl hij de sancties afkeurde. Hij wees naar Irak en Libië als voorbeelden van wat er gebeurt met escalatie en ultimatums. Ook hij ging uiteindelijk overstag en schaarde er zich achter.

Der Spiegel is één van de Duitse podia die nog hoop geven. Jakob Augstein, één van zijn columnisten, valt de ‘slaapwandelaars’ aan die de sancties goedgekeurd hebben en berispt zijn collega’s die Moskou met de vinger wijzen.

Gabor Steingart, uitgever van Handelsblatt, protesteerde krachtig tegen de Amerikaanse neiging “tot verbale en daarna militaire escalatie, isolering, demonisering en aanval tegen vijanden”. Hij trekt de conclusie dat de Duitse journalistiek “in een aantal weken is omgeslagen van koelbloedig naar geagiteerd. Het spectrum van opinies is verengd tot het zichtveld door het vizier van een scherpschutter.” Er zijn zeker nog wel meer journalisten in andere delen van Europa die gelijkaardige dingen zeggen. Hun stemmen zijn nauwelijks hoorbaar door de stormram van de smeercampagnes.

Opnieuw wordt geschiedenis geschreven. De uiteindelijke lotsbestemming van Europa wordt niet alleen bepaald door de verdedigers van het Atlantische geloof maar evengoed door hen die zich er niet toe kunnen brengen het disfunctioneren en totale onverantwoordelijkheid van de Amerikaanse staat in te zien.


Vertaling: Lode Vanoost, met toestemming overgenomen van DeWereldMorgen

Posted on

Kaukasische lessen

Is het de verveling die toeslaat? Of heeft het liberale heropvoedingsprogramma de moderne westerse mens zo hypergevoelig gemaakt voor enige vorm van onrecht dat de slagschepen en de bommen meteen van stal moeten worden gehaald? Rusland is het nieuwe grote gevaar. En dit feit verenigt ons: islambashers en multiculti’s vinden elkaar immers in de haat voor dit land. Links haat dit land omdat Rusland niet meer communistisch wil zijn; rechts haat het land al van ver voor dat dit land communistisch werd. Een vijand is geboren; een NAVO-ster is blinkend opgestaan.

De Republikeinse presidentskandidaat John McCain gebruikt dit momentum om zijn rol als wereldleider neer te zetten: met oorlogszuchtige taal neemt hij het niet alleen op voor Georgië, maar slaat ook dreigende taal uit richting Rusland [1]. De bedachtzame, pragmatische en Realpolitieke houding van Obama moet daarbij wel verbleken. Hoe gek kan men zijn om de wereldvrede in de waagschaal te gooien? Otto von Bismarck deed ooit de uitspraak: “God heeft een speciale Voorzienigheid voor idioten, dronkaards en de Verenigde Staten van Amerika.” Laten we hopen dat deze Voorzienigheid gelijke tred blijft houden met het gedrag van Amerikaanse politici van dit moment. Waar Amerika, en een deel van haar NAVO-bondgenoten koersen richting een nieuwe Koude Oorlog met Rusland, is het nodig een pas op de plaats te maken.

Veel is er geschreven over het conflict in de Kaukasus, waarbij Rusland en Georgië tegenover elkaar staan inzake Zuid-Ossetië en Abchazië, twee afvallige provincies van Georgië. Veel is er geschreven, maar weinig is er gezegd dat ter zake is en het niet al bij voorbaat opneemt vóór Georgië en tégen Rusland. De ideologische verblinding van democratische en liberale krachten in de westerse media roept een sfeer op die volgens de Russische president Poetin doet denken aan de Koude Oorlog [2]. Gelijk heeft hij. Rusland kan bij ons op voorhand al niets goeds doen. Dit land is een agressor, Poetin is een kwade genius achter de schermen, en het westen moet krachtdadiger ingrijpen om orde op zaken te stellen, Rusland de wacht aan te zeggen en Georgië te beschermen. Een aantal punten waarom Rusland niet perse ongelijk hoeft te hebben, en het westen, en dan met name Amerika, niet perse gelijk hoeft te hebben.

  1. Rusland zou de agressor zijn en zou buitenproportioneel geweld hebben toegepast om de Georgiërs te verslaan. Het is maar hoe je het bekijkt. Het meest opvallende in de reacties is dat men het buitenproportionele geweld van Georgische kant, in de beginfase van het conflict, verzwijgt en dat van Rusland uitvergroot. Van Amerikaanse ooggetuigen was bekend dat Georgische tanks over vrouwen en kinderen heenreden en dat men met granaten Ossetische burgers in kelders uitrookte c.q. levend verbrandde. De Georgiërs hielden flink huis onder de Zuid-Ossetiërs, die meest van Russische afkomst zijn of zich in ieder geval als Rus beschouwen. Hoeveel doden er in werkelijkheid zijn gevallen doet er in dit geval niet toe. De eerste reactie van de NAVO, bij monde van Jaap de Hoop Scheffer, was immers een geheel verzwijgen van de slachtoffers die er waren gevallen door toedoen van de Georgiërs en het betreuren van de Georgische slachtoffers door toedoen van de Russen.
  2. Rusland zou dit militaire ingrijpen zorgvuldig hebben voorbereid. Opvallend was en is het verzwijgen van de ware toedracht van deze oorlog door het gros van de westerse media. Het verzwijgen van de agressie van Georgië tegen nauwelijks bewapende Ossetiërs lijkt te worden ingegeven door een aantal redenen, waaronder deze: Rusland zou haar militaire actie jarenlang zorgvuldig hebben voorbereid, getuige het bliksemsnelle reageren van het Russische leger. Ook daar zijn de nodige kanttekeningen bij te plaatsen: reeds bij het aantreden in 2004 van president Saakasjvili verklaarde deze dat hij alles zou doen om Zuid-Ossetië en Abchazië weer onder centraal gezag te brengen. Dat dit met militaire middelen zou gebeuren, was van meet af aan duidelijk. Vanaf 2000 vonden er immers grootschalige wapenleveranties plaats aan Georgië door Israël, de Verenigde Staten en Frankrijk. Amerikaanse en Israëlische militaire adviseurs trainden het Georgische leger tegen… ja, tegen wie? Wie de geopolitieke situatie bekijkt waarin Georgië zich bevindt, weet natuurlijk: men trainde de Georgische troepen tegen Rusland. Niet voor niets prees de Georgische minister Temur Yakobashvili Israël, door op de Israëlische radio te verklaren dat: “Israël trots mag zijn op zijn militaire apparaat, dat Georgische soldaten heeft getraind. Dankzij deze opleiding heeft een groep Georgische soldaten een hele Russische divisie uitgeschakeld.” [3] De gezamenlijke legeroefeningen van het Amerikaanse en het Georgische leger, en de wens van Georgië om toe te treden tot de NAVO versterken het beeld dat het – in ieder geval ook – Georgië was die zich jarenlang heeft voorbereid op een militair ingrijpen. Het is naïef om te vooronderstellen dat Rusland hiervan niet op de hoogte was en dat men werkeloos zou blijven toezien; en het is naïef te veronderstellen dat Rusland geen voorbereidingen zou treffen. Georgië behoort in de ogen van de Russen immers tot de Russische belangensfeer? En het conflict rond Ossetië lag immers nog open?
  3. Het gewelddadige gedrag van Rusland maakt dat de oorzaak het conflict er niet meer toe doet. Volgens Evita Neefs, in de Belgische De Standaard, doet het er weinig meer toe wie het conflict in Zuid-Ossetië is begonnen sinds de Russen Georgië binnenvielen [4]. Deze houding is de algemene teneur in de westerse media. Zonder kennis van de geschiedenis wordt het volkenrechtelijke argument van de soevereiniteit van Georgië van stal gehaald om Rusland te bekritiseren. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat de verhouding tussen Ossetië en Georgië al minimaal 90 jaar problematisch is. Niet voor niets kreeg Ossetië in 1920 een autonome status nadat Georgië grote bloedbaden onder de Ossetische bevolking had aangericht. Het feit dat Georgië zich in 1991 met behulp van de CIA onafhankelijk verklaarde van de Russen doet hier niets aan af. De Ossetiërs zaten en zitten niet te wachten op een enkelvoudige heerschappij door de Georgiër alleen. Waarom zouden de Ossetiërs wel de erfenis van de Sovjet-Unie moeten koesteren, en Georgië niet? De gerechtvaardigde eis tot onafhankelijkheid van de Georgiërs in 1991 leidde bij de westerse media niet tot de erkenning van de gerechtvaardigde eis van de lotsbestemming van de Zuid-Ossetiërs die vlak na de onafhankelijkheid van Georgië reeds op een niet mis te verstane wijze duidelijk maakten niet te zijn gediend van een Georgische overheersing. Ook in de huidige beschouwingen wordt gemakshalve maar voorbijgegaan aan de gewelddadigheden van de Georgiërs in 1991 toen men ook dorpen platbrandde. De onderdrukking van Ossetiërs, die al meteen na de “onafhankelijkheid” van Georgië inzette, deed het merendeel van de Ossetiërs naar Rusland vluchten. Het is niet moeilijk om in het optreden van de Georgiërs een element van etnische zuivering te ontdekken. Waarom verzwijgt het westen dit allemaal? Waarom gaat het westen voorbij aan de wens van de Ossetische bevolking? Waarom gaat het westen voorbij aan de kritiek van de Georgische oppositie zelf die geen goed woord overheeft voor het roekeloze optreden van de Georgische president Saakasjvili? Volgens de Georgische oppositieleider Oesoepasjvili stond Saakasjvili al een tijd te popelen om ten strijde te trekken. Oesoepasjvili: “Als een klein kind wilde hij zijn nieuwe wapens uitproberen. Toen hij op de NAVO-top in Boekarest te horen kreeg dat een NAVO-lidmaatschap er voorlopig niet inzat, liep het uit de hand. Vanaf dat moment begon hij zijn oorlogsplan op te stellen, want hereniging van Georgië met Zuid-Ossetië en Abchazië was een van de vereisten voor NAVO-toetreding.” [5]
  4. Rusland is het nieuwe kwaad. Wat neoconservatieven als Afshin Ellian allang rondbazuinden, wordt nu breeduit rondgestrooid: Rusland behoort tot de As van het Kwaad. U weet wel, die befaamde As van het Kwaad van Femke Halsema en Ayaan Hirsi Ali: de Islam, de fundamentalistische evangelicals, het Vaticaan en Iran (en Noord-Korea). Dit verklaart waarschijnlijk een groot deel van de eenzijdige berichtgeving rond het Kaukasische conflict, waarin slechts iemand als SP-kamerlid Harry van Bommel een tegengeluid laat horen [6]. De veelvuldige vergelijkingen van Rusland met de nazi’s, of een vergelijk tussen de inval in Hongarije in 1956 door Rusland [7] of die in 1968, toen de Russen Praag introkken [8], laten een ontnuchterend beeld zien dat zelfs de Tsjechische president Vaclav Klaus te gortig is [9] Was het rond het conflict in Tsjetsjenië zo dat men met meer recht een zwart-wit beeld kon neerzetten, nu is dit toch wel anders. Waar Georgië zelf bloed aan haar handen heeft, een lange voorgeschiedenis kent van gewelddadige onderdrukking van de Ossetiërs, en waar zelfs de Georgische oppositie aangeeft dat Georgië uit was op een militair avontuur, wordt het Russische kwaad niet bepaald door de actualiteit. Er spelen andere motieven, zoals 1) geopolitieke en economische motieven, 2) ideologisch-politieke redenen en 3) pragmatisch-politieke redenen. Ad. 1) De geopolitieke en economische motieven spreken voor zich. Georgië is belangrijk voor de toekomstige olietoevoer vanuit Kazachstan. De Amerikaanse activiteiten in Centraal-Azië staan hier niet los van. Iedereen herinnert zich nog de bezorgdheid van Europa om al te afhankelijk te zijn van Russische aardolie en aardgas. Ad. 2) Ideologisch-politiek is Rusland een kwade macht vanwege haar vermeende gebrek aan liberale democratie. In bijna geen enkele westerse krant werden de laatste verkiezingen serieus genomen en steevast klinken er beschuldigingen als zou er geen persvrijheid in Rusland zijn, zoals door de OVSE [10]. Dit laatste feit werd trouwens vrij makkelijk weerlegd door De Pers van 15 juli j.l. [11] Ook de laatste dagen klonk er vanuit de mond van president Bush de beschuldiging dat ‘Rusland bang is voor democratie’. Rusland mag ook niet deugen, anders valt de westerse politieke agenda aan duigen. Ad. 3) Het laatste argument, het pragmatisch-politieke, is het meest speculatieve argument, maar is toch hard te maken: Rusland is een afleidingsmanoeuvre voor andere problemen. Ik citeer prof. Paul Gottfried: “Europe today does not face a “fascist” threat but an “antifascist” danger making way for a hostile Muslim takeover. This seems to me a far more troublesome thing than whether the New York Post’s “evil Vlad” is trying to reestablish a Russian beachhead in the Caucuses, with lots of local cooperation. That, I would argue, is none of our collective business. The other matter, which is closer to home in the Euro-American heartland, certainly is.” [12] Waar het westen zich afkeert van werkelijke problemen, zoals het demografische probleem, de islamisering en het vliegerwiel van de vrije marktanarchie, heeft men een afleidingsmanoeuvre gevonden: Rusland. China is te belangrijk voor onze economie, net als de Arabische wereld. Het communisme is weliswaar dood, maar niet getreurd: Rusland bestaat nog, dus het communisme “leeft”. Dat deze laatste opmerking geen misplaatste scherts is, getuigt de kritiek op Rusland die zich in de media moeiteloos vermengt met verwijzingen naar haar communistische verleden, zoals “1956” en “1968”.
  5. Er is behoefte aan een cordon militaire rond Rusland. Deels om dit “kwaad” – dit Evil Empire – te bestrijden, en deels andersom: het demoniseren om het onder meer economisch te bestrijden, zijn de westerse landen bezig een cordon aan te leggen van bevriende naties die politiek, economisch en militair het westen welgevallig zijn. Naast de opbouw van conventionele militaire middelen in Georgië, Roemenië, Polen en in Centraal-Azië, is men immers ook bezig met een anti-raketschild, zogenaamd om zich te beschermen tegen raketten van Al Qaeda en Iran (zo werd het letterlijk gepresenteerd op het nieuwsbulletin van de NOS). Dat het anti-raketschild van de Amerikanen tegen Iran is gericht, gelooft ondertussen natuurlijk geen verstandig mens. Want waarom Polen, en geen Turkije om Iraanse raketten tegen te houden? Net zomin als Georgië is gegrensd aan een (islamitische) schurkenstaat, is Polen dat. Rusland heeft dus gelijk dat men de aanleg van dit schild als een regelrecht militair dreigement ziet. Niet Iran is zozeer het doelwit, maar voornamelijk Rusland. Het is veelzeggend dat de overeenkomst tussen Polen en de VS rond dit anti-raketschild werd bekrachtigd met de “beloning” om Amerikaans afweergeschut te plaatsen in Polen. Dit kan alleen tegen Rusland zijn gericht, aangezien Wit-Rusland nauwelijks een leger heeft; een feit dat nog eens wordt versterkt door het feit dat Polen onderdeel is van de NAVO. De NAVO is bezig zich militair sterk te maken tegenover Rusland. De defensie van Rusland is vooral gebaseerd op haar nucleaire dreiging; haar conventionele sterkte is ver onder de maat. Als Amerika in staat is met haar anti-raketschild deze nucleaire dreiging te elimineren, is de weg voor het westen vrij om met militaire middelen concrete druk uit te oefenen op dit land. Dat dit geen slag in de lucht is, geven de talloze commentaren aan die in het licht van dit conflict of pleiten voor een Europese legermacht, of pleiten voor een opname van Georgië in de NAVO [13]. Let wel: Georgië is Zuid-Ossetië binnengevallen, heeft Russische eenheden uitgeschakeld en burgers omgebracht. Rusland reageerde met een strafmaatregel. Men negeert deze volgorde van zaken. Men redeneert heel eenvoudig als het ware: als Georgië een NAVO-lid was geweest, had men gerust militair kunnen ingrijpen, want dan had Rusland toch niets terug durven doen [14]. Rusland is het teken van al het onheil dat ons te wachten staat [15]. Dat is mooi; alle rotzooi die wij creëren, kunnen we dan op het bordje van dit land schuiven.

Conclusie

De belangrijkste vraag in dit kader is: waar is de Realpolitik? Waar zijn de Realpolitikers van het formaat Gerhard Schröder? Volgens de Duitse ex-bondskanselier heeft het westen in zijn beleid versus Rusland “ernstige fouten” gemaakt. Volgens hem zouden zelfs de westerse opvattingen over Rusland niet overeenstemmen met de realiteit. In een vraaggesprek wuift Schröder het gepraat over een nieuwe Koude Oorlog weg: de Russische leiders zijn hoegenaamd niet geïnteresseerd in een conflict met (de klanten in) het westen. Nee, zouden wij zeggen: Rusland is niet uit op een nieuwe Koude Oorlog, maar anderen, waaronder de VS, wel. Volgens Schröder “kan geen enkel groot wereldprobleem – het Iraanse nucleaire programma, Noord-Korea, vrede in het Midden-Oosten of de opwarming van de aarde – zonder Rusland opgelost raken” [16]. Schröder onderstreept hiermee de kortzichtigheid van de huidige westerse politici. Alle grote wereldbedreigende problemen vallen volgens deze politici immers weg tegen het vertekende beeld van een mini-oorlog in de Kaukasus.

In een klimaat dat wordt bepaald door emoties moeten we ons afvragen waar op dit moment de politici zijn die een verstandige, pragmatische Realpolitik tentoon kunnen spreiden. Het gebrek aan strategische en Realpolitieke inzichten bij de westerse machten is schrijnend. Het lijkt erop dat slechts één ding het westen beweegt: een wereldwijde vestiging van liberalisme, democratie en vrije markteconomie. Deze blikvernauwing levert nauwelijks iets op. Het knullige beleid waarmee het westen Afrika de grondstoffen aan China verspeelt [17], lijkt zich rond Rusland te herhalen te krijgen. Rusland is van belang voor het westen vanwege haar aardolie, aardgas, haar grondstoffen, haar geopolitieke ligging en haar wereldvoedselvoorraad. Het “straffen” van dit land, zou dit land wel eens in de armen van China kunnen drijven. Terwijl Latijns-Amerika zich steeds kritischer opstelt tegenover het westen en terwijl China steeds meer haar vleugels uitslaat in Afrika is het westen bezig om Rusland van zich af te stoten. Dit getuigt van een enorm gebrek aan politieke realiteitszin, of van een structurele onwil om zich door realiteitszin te laten leiden. In dit licht is het ook verbijsterend te zien hoe de Israëli’s bezig zijn om hun eigen glazen in te gooien. Wat beweegt een land als Israël om terwijl men zogenaamd in haar voortbestaan zou worden bedreigd door een Iraanse atoombom, de betrekkingen met Rusland op het spel te zetten? Om Iran in te dammen en om te voorkomen dat Rusland lange-afstandsraketten aan dit land zou leveren, had Israël toch op z’n minst eerst kunnen nadenken voordat men een land als Georgië ging volpompen met geavanceerd wapentuig? Men heeft sinds 2000 voor 500 miljoen dollar aan wapens geleverd, men heeft het Georgische leger getraind en nog steeds zijn er militaire adviseurs van Israël in Georgië te vinden. Zonder Israëlische hulp was Georgië niet in staat geweest zo doeltreffend bommentapijten te leggen op Zuid-Ossetië, haar hoofdstad te verwoesten en waren haar troepen niet in staat om maar één stap te verzetten. Waarom hebben de Verenigde Staten Israël niet gewaarschuwd Rusland al te zeer tegen de schenen te schoppen? Amerika is toch zo bewogen met Israël? Of is Rusland nu opeens een groter gevaar dan Iran? We zullen het er maar op houden dat de Iraanse atoombom nog steeds een reële dreiging is, maar dat het westen, Israël incluis, zich niet laat leiden door dat wat in ons algemeen belang is, maar door korte termijn politiek en financieel gewin.

De oorlogsretoriek van Bush Jr., Condoleeza Rice en John McCain dienen slechts één doel: het winnen van de presidentsverkiezingen [18]. Alleen wanneer deze verkiezingen door de Republikeinen worden gewonnen zijn deze immers in staat iets van de mislukkingen van de Bush administration weg te poetsen. En is men in staat het beleid voort te zetten van “to make de world safe for democracy and capitalism”. Maar dit verklaart lang niet de gehele houding van het westen inzake het conflict op de Kaukasus. In het conflict in Zuid-Ossetië laat het westen haar ware aard zien: het uitlokken van een militaire confrontatie met Rusland – of in ieder geval het spelen met deze gedachte – en onderwijl proberen met alle andere mogelijke middelen dit land te breken. Ik sluit af met een citaat van de Russische mensenrechtenactivist Igor Awerkin, een tegenstander van Poetin, die op een conferentie in Berlijn voor een Amerikaanse ngo zijn geduld verloor en zei: “Telkens als ik in Duitsland kom, heb ik toch de indruk uit een fascistische staat te komen en een slachtoffer te zijn. Welnu, Rusland is geen fascistische staat en ik ben geen slachtoffer. Ik sta alleen voor wat ik juist vind.” [19]

Het westen wil dit niet horen. De Georgische oppositie wordt door haar genegeerd. En onwelgevallige oppositieleiders in Rusland zelf ook. Wie meeblaat met de westerse democratieën is een goede vriend van Europa, Amerika en de universele mensheid. Wie ook maar één enkel kritisch of afwijkend geluid laat horen dat westerse toehoorders onwelgevallig in de oren klinkt, kan het wel schudden. De onlangs overleden Russische dissident Alexander Solzhenitsyn was een goede man zolang hij als icoon tegen het communisme kon gelden. Totdat hij in 1978 in Harvard zijn kritische geluid liet klinken tegen de Amerikaanse cultuur. Alles wat hij sindsdien zei, werd tegen hem gebruikt. Bij zijn overlijden enkele weken geleden werd hij door de Nederlandse media weggezet als een hypocriet (door Trouw) of als een arrogant persoon (volgens de NRC Handelsblad was hij dit al in 1970). Enkele jaren tevoren hadden neoconservatieve Amerikaanse media hem al geprobeerd te ontmaskeren als een antisemiet, en wel met terugwerkende kracht vanaf 1967. De grootste misdaad van Solzhenitsyn was echter zijn lovende woorden voor Poetin. Dit was onvergeeflijk. Daarom moest hij worden gebroken. Net als onder het communisme; daar werden “helden” ook gemaakt en gebroken. En werd het verleden zo nodig met terugwerkende kracht herschreven. Als het “communisme” nog leeft, leeft het voort in het westen, en niet in Rusland. Rusland is veranderd en heeft een weg gevonden van hernieuwd zelfbewustzijn. Het westen heeft nog geen richting gevonden. Haar identiteit ligt nog in de verbondenheid tegen Rusland en het voortzetten van de Koude Oorlog tegen deze natie. Zolang het westen niet volwassen wordt, is elke schermutseling of gewapend conflict een potentieel mondiaal conflict. Is het niet om een Amerikaanse presidentscampagne te voeden, dan wel om een Europese Unie vaart te geven. De NAVO gaat misschien Rusland straffen, maar iedereen die zoals de westerse politici zo kortzichtig te werk gaan, is vooral een straf voor zichzelf.

Noten

[1] McCain wil betrekkingen tussen VS en Rusland herzien in De Morgen d.d. 19 augustus 2008. Lees in dit licht ook: McCain bestempelt Rusland als autocratie, bericht van Belga d.d. 27 juli 2008, waaruit blijkt dat de anti-Rusland campagne van McCain al dateert van voor de huidige crisis. In hoeverre McCain zich met al zijn zogenaamde ervaring op het gebied van de buitenlandse politiek zou laten leiden door gezonde inzichten, valt te betwijfelen, getuige het bericht McCains Top Foreign Policy Advisor Got Money From Georgia op The Huffington Post, 19 augustus 2008.
[2] Trouw, 12 augustus 2008
[3] Israel is niet echt blij met Georgisch compliment in Nederlands Dagblad d.d. 12 augustus 2008.
[4] Evita Neefs, “Tandeloos”, in De Standaard d.d. 13 augustus 20008.
[5] Niemand neemt Saaka iets kwalijk in NRC Handelsblad d.d. 12 augustus 2008. Zie ook: Georgie ziet de rozenrevolutie verwelken in NRC Handelsblad d.d. 10 november 2007.
[6] Harry van Bommel: Koude oorlog herleeft d.d. 13 augustus 2008.
[7] Thomas Sowell in Georgia on our mind , op National Review.com d.d. 19 augustus 2008.
[8] Mia Doornaert, “Europa voor spek en bonen”, in De Standaard d.d. 14 augustus.
[9] Tsjechische president verwerpt Praagse Lente-vergelijking in De Morgen d.d. 15 augustus 2008.
[10] Persvrijheid afgenomen in Ethiopie, Cuba, Rusland, in De Pers d.d. 2 mei 2008.
[11] Urineren in de mond van Dmitri Medvedev in De Pers d.d. 15 juli 2008.
[12] Paul Gottfried: It aint any of our business op Takimag.com d.d. 14 augustus 2008. Lees in dit licht ook Caucasian Games: The Score door Srdja Trifkovic op Chroniclesmagazine.org d.d. 13 augustus 2008.
[13] Westen moet Georgie nadrukkelijker helpen in Reformatorisch Dagblad d.d. 12 augustus 2008. Dezelfde auteur deed soortgelijke uitspraken in een interview met de Volkskrant van 13 augustus 2008: NAVO moet Georgië snel kandidaat-lid maken.
[14] Wat het Amerikaanse neoconservatieve blad National Review in feite ook doet door met instemming Mark Almost van de Britse Guardian te citeren: “Great powers do not commit suicide for allies.”. Bron: Putin overplays a strong hand op NationalReview.com d.d. 18 augustus 2008.
[15] Zie hiervoor het volgende artikel in het Brits-conservatieve The Spectator: Russias Aggression In Georgia Is A Portent Of Perils To Come, door Philip Bobbit, 13 augustus 2008.
[16] Schröder geeft Georgië schuld voor conflict met Rusland in De Morgen d.d. 16 augustus 2008.
[17] Pieter Huys, “Edito” in Nucleus juni 2008: “Afrika is ongetwijfeld onze geopolitieke uitdaging voor de toekomst, niet alleen omwillen van zijn rijkdom, maar ook voor onze eigen bescherming.”
[18] Dat dit beleid vruchten afwerpt, is ondertussen duidelijk: McCain slaat politieke munt uit Georgie-crisis in De Tijd d.d. 19 augustus 2008.
[19] Maurizio Blondet, “Waarom ze Poetin weer willen”, in Nucleus oktober 2007.