Posted on

Is er nog een toekomst voor christenen in Irak?

Vier jaar na de inval van IS in Irak trok onderzoeksjournalist Jens De Rycke in samenwerking met VOS Vlaamse Vredesvereniging naar Noord-Irak om te zien wat de toestand daar is voor de Iraakse christenen en of zij nog een toekomst in hun thuisland hebben. 

De kerk in het Oosten heeft gedurende haar hele geschiedenis al te maken gehad met onderdrukking en vervolging maar het afgelopen decennium was rampzalig voor het christendom in Irak. Voor de Amerikaanse invasie van 2003 leefden er nog ongeveer 1.5 miljoen christenen in Irak. Vijftien jaar laten is daar ongeveer 2/3 van verdwenen. Het verwijderen van de dictator Saddam Hoessein bracht het land in een toestand van chaos waarbij de etnische en sektarische spanningen losbarstten die zorgden voor een spiraal van geweld en terreur. Bomaanslagen door extremistische organisaties zoals Al-Qaida viseerden o.a. de christelijke gemeenschap en creëerden met hun terreur een angstklimaat. Deze terreurgolf was de voornaamste reden waarom veel christenen vanuit de Iraakse grootsteden zoals Bagdad en Mosoel vluchtten naar de christelijke dorpen op de vlakte van Nineveh die op dat moment een veilige haven waren.  Maar dat alles veranderde toen IS in 2014 de stad Mosoel veroverde en nadien ook de vlakte binnenviel. Dorpen en kerken werden verwoest en ook deze keer moesten de christenen van Irak vluchten voor terreur.

Was het voor de christenen dan allemaal beter tijdens het tijdperk van dictator Saddam Hoessein? De rode draad in mijn interviews ter plaatse was dat niemand met heimwee terugkeek naar het tijdperk Saddam. Veel Irakezen – zowel christenen als personen uit andere gemeenschappen – stierven in zijn zinloze oorlogen alsook door zijn vervolgingen. Zo werden bijvoorbeeld naast Koerden ook veel Iraakse christenen slachtoffer van de Anfal-genocide. Maar ze maakten wel een belangrijke kanttekening bij zijn bewind: Saddam viseerde individuen en niet de christenen in het algemeen als geloofsgemeenschap. Zijn bewind was wreed en onderdrukkend maar zorgde daarnaast ook voor een zekere interne stabiliteit. En het is vooral deze stabiliteit waar naar terug wordt verlangd.

Is er een toekomst voor hen?

Het Amerikaanse leger is erin geslaagd te doen wat anderhalf millennium islamitische vervolging niet is gelukt. Het christendom in Mesopotamië bevindt zich in een ernstige toestand en kan zelfs deze eeuw nog verdwijnen. Vaak wordt de hedendaagse toestand voor christenen vergeleken met de Mongoolse invallen en de daaropvolgende vervolging in de 13de eeuw. Dit was naast de Ottomaans/Koerdische genocide van begin 20ste eeuw één van de grootste rampen in de geschiedenis van de Oosterse kerk. Maar wat is dan nu het verschil met deze dramatische periode en andere vergelijkbare periodes van vervolging uit het verleden?

Het antwoord daarop zijn de moderniteit en het globalisme. De mogelijkheid om buiten de eigen regio te vluchten heeft een andere dimensie gegeven aan de emigratie van (christelijke) vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Christenen vluchten nu niet meer (of in veel mindere mate) binnen de regio om zich elders in de regio te vestigen of om later terug te keren. Als ze er de mogelijkheid toe hebben vluchten ze nu buiten de regio en dan vaak naar westerse landen. De reden hiervoor is duidelijk: het Westen wordt bij hen nog steeds met het christendom geassocieerd en dus als een plaats gezien waar zij welkom zijn. Een plek waar zij zonder angst voor vervolging openlijk hun geloof kunnen belijden. De teleurstelling om te zien dat de huidige seculiere westerse maatschappij ver van hun denkbeelden staat is dan ook groot bij veel lokale oosterse kerkgemeenschappen wanneer ze zich eenmaal hier vestigen. Daarnaast worden ze in de buurten waar ze terecht komen ook vaak geconfronteerd met dezelfde islamitische gemeenschappen die ze trachtten te ontvluchten.

Een Midden-Oosten zonder christenen?

Als ik al de individuele verhalen hoor kan ik niets anders dan begrip opbrengen voor de redenen waarom deze christenen de regio ontvluchten. En het is dan niet meer dan begrijpelijk dat we hen om humanitaire redenen willen helpen door hen de conflictgebieden van het Midden-Oosten te helpen ontvluchten. Maar onbewust voeren we op deze manier ook de agenda uit van religieuze extremisten die een Midden-Oosten zonder christenen en andere religieuze minderheden willen creëren.

[pullquote]Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen.[/pullquote]

Als we het christendom in het Midden-Oosten willen helpen overleven zullen we voor hen duidelijker in de regio iets moeten betekenen door hen ter plaatse meer te helpen. De emigratiecijfers van de christenen zullen zich waarschijnlijk op een bepaald moment stabiliseren. De personen die wilden en konden vertrekken zijn weg.  Zij die de financiële middelen voor emigratie niet hebben of er bewust voor kiezen om te blijven zullen de christelijke gemeenschap in Irak vertegenwoordigen. Een kleinere kudde die met grote uitdagingen zal worden geconfronteerd. Enerzijds zullen ze in hun land met economische instabiliteit en conflicten blijven worden geconfronteerd. Daarnaast proberen de Koerden hen met discriminerende wetgeving en door middel van demografische druk van hun landen te verdrijven. Daarenboven blijft zelfs na de nederlaag van IS het gevaar dat religieuze extremisten de gemeenschap zullen blijven viseren.

Wat is er dan nodig om hen een toekomst te bieden? Vrede en stabiliteit zijn alvast een eerste voorwaarde.  En hiermee wil ik niet als een naïeve vredesactivist klinken die de dynamiek van het Midden-Oosten en de heersende machtsconflicten niet kent maar wil ik wel een oproep lanceren aan onze politici. Het Westen moet eindelijk leren uit zijn fouten en inzien dat door middel van regimewissels onderdrukkende dictators wegwerken altijd nefast is voor de bevolking van die landen. De grootste slachtoffers van deze chaos zijn vaak ook de religieuze minderheden. Maar zelfs na de invasie van Irak werd deze les niet geleerd. Zo getuigt het beleid ten aanzien van Syrië…

Irakese en Syrische christenen

Het is politiek correcter om Irakese christenen te verdedigen dan Syrische christenen, maar in beide landen zijn ze slachtoffer van oorlogsgeweld. Beide zijn ze slachtoffer van vervolging door islamitische extremisten. Maar dan met het verschil dat veel Syrische christenen – omdat velen uit zelfbehoud de Syrische regering steunen – volgens sommigen niet dezelfde slachtoffer-status kunnen opnemen als hun geloofsbroeders in Irak. Uiteraard speelt hierin een geopolitieke dimensie mee. Extremistische soennitische groeperingen werden in Syrië door het Westen gesteund om een regimewissel te bewerkstelligen tegen dictator Bashar al-Assad. Dus werden de (oorlogs)misdaden die door deze extremisten ten aanzien van christenen en andere religieuze minderheden in Syrië werden uitgevoerd gebagatelliseerd. Of er werd de andere kant opgekeken…

Vorig jaar vroeg staatssecretaris Theo Francken tijdens de Paasviering bij de Assyrische gemeenschap in Mechelen om aandacht voor de christenen in de Syrische stad Mhardeh nabij Hama. Zij worden nog steeds door Jaysh al-Izza – een ‘gematigde’ soennitische rebellengroepering – met door de Amerikanen geleverde anti-tank raketten belegerd. Maar als hij tegelijkertijd tweetend juicht over de Amerikaanse luchtaanvallen in Syrië dan klopt zijn positie niet. In 2017 was de Amerikaanse luchtaanval in Homs één van de redenen waarom deze ‘gematigde rebellen’ een offensief tegen dit christelijke stadje konden uitvoeren. Politici die willen opkomen voor de christenen in het Midden-Oosten moeten zich dus afzetten tegen de nefaste westerse interventies die de regio destabiliseren. Wie wil bouwen aan een toekomst voor de christenen in deze regio zal een stem voor vrede moeten zijn.

‘Hungary helps’

Daarnaast hebben ze ook directe steun nodig om te blijven. De Koerdische en Iraakse autoriteiten helpen niet met het herbouwen van hun kerken en steden. Zij hebben dus onze steun nodig om dit samen met hen te doen. In het christelijke stadje Teleskuf zag ik tussen de nieuwbouw en de ruïnes van de vernielde gebouwen affiches met ‘Hungary helps’. Maar nergens zag ik in de dorpen die ik bezocht iets vergelijkbaars van een ander Europees land. Westerse landen bombardeerden deze plaatsen om IS te verdrijven en het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat het Westen de ruïnes die ze heeft gecreëerd niet helpt weer op te bouwen.

Met het opnieuw opbouwen van kerken valt geen geld te verdienen en wapenhandel is voor veel politici lucratiever dan ontwikkelingshulp. Daarbij voelt voor de geseculariseerde elite van West-Europa steun aan christenen niet correct aan omdat ze Europeanen aan hun culturele wortels herinnert. Maar wie wel wil dat het christendom in de 21ste eeuw niet uit het Midden-Oosten verdwijnt moet zelf actief steun bieden. Help hen hun vernielde huizen en kerken weer op te bouwen, oefen druk uit op regeringsleiders om discriminerende wetgeving op te heffen en zorg voor economische ondersteuning zodat zowel zij als hun kinderen in hun thuisland een toekomst kunnen opbouwen.

VOS heeft een tentoonstelling gemaakt van het materiaal dat Jens De Rycke op zijn reis naar Irak verzamelde. Wij hopen u te mogen ontvangen bij de opening van deze tentoonstelling op zondag 7 oktober 2018 om 11.30u. in de Sint-Pieters-en-Pauluskerk (Veemarkt 44, 2800 Mechelen), na de misviering van de Chaldeeuwse gemeenschap. De tentoonstelling zal vervolgens nog tot 11 november 2018 te bezoeken zijn.

Posted on

Boeken over Syrië

Men zegt wel eens dat de oorlog in Syrië het moorddadigste conflict is sinds de Tweede Wereldoorlog, maar dat klopt natuurlijk niet. Er was immers nog de feitelijk van 1941 tot 1989 durende oorlog in het vroegere Franse Indochina met Vietnam, Cambodja en Laos. Vele miljoenen mensenlevens raakten hier verwoest. En dus mag Syrië deze eeuw dan wel het voorlopig bloedigste conflict zijn, het is echter peanuts in vergelijking met wat de mensen in dat Indochina meemaakten. En zie, twintig jaar nadat het westen er in Indochina haar nederlaag moest erkennen, bloeien die landen als nooit tevoren. Nu de oorlog voor Syrië, en ook Irak, naar haar einde loopt is er dus ook daar volop licht aan het einde van deze Arabische tunnel. Laat ons hopen. Over de Syrische oorlog zijn al massa’s analyses, opiniestukken, reportages en krantenverslagen geschreven. Soms de platst mogelijke propaganda, meer dan eens complete onzin en ook veel boeiend materiaal dat een genot is om te lezen. Zelfs al is men het er altijd niet geheel mee eens. Ook qua boeken verscheen er al alles bij elkaar reeds een mooie bibliotheek met teksten o.m. van uitstekende Belgische analisten zoals Dirk Borgers en de politica Anne-Marie Lizin, beiden sindsdien spijtig genoeg overleden. Hun ‘La face cachée des révolutions arabes’ (1) (Het ware gezicht van de Arabische revoluties) is een meesterwerk. In het Nederlands taalgebied verschenen er vorig jaar al deel 1 van ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van de Norbertijner pater Daniël Maes en ‘Het dagboek van granaten in Damascus’ van journalist Jens De Rycke, een man verbonden aan ‘t Pallieterke, het Vlaams ultranationalistisch weekblad. Eerder al verscheen van Ludo De Brabander ‘Oorlog zonder grenzen’, een overzicht van de geschiedenis van de regio sinds 1914. Daarbuiten publiceerde de vroegere Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam vorig jaar zijn ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’, wat wil doorgaan voor een meer wetenschappelijke geschiedkundige analyse van deze oorlog. De man was de voorbije jaren voor dit conflict speciaal Nederlands gezant voor Syrië en wordt in bepaalde westerse academische kringen gezien als een van de beste specialisten in dit vakgebied.

Daniël Maes – Een dagboek uit een land in oorlog

Uit elk groot conflict komen steevast een serie merkwaardige figuren te voorschijn. Misschien geen grote helden maar mensen die opvallen en met hun bescheiden middelen poogden recht te doen zegevieren. Desnoods en veelal ook tegen de stroom in.
Daniël Maes ten tijde van de oorlog met enkele vluchtelingen aan het werk in de grote tuin van het klooster.
Figuren ook die echt aandacht hadden voor de miljoenen kleine lieden die het slachtoffer werden van de westerse machinaties die nog maar eens een zoveelste regimewissel op het oog hadden en probleemloos een land lieten vernielen. De titel van het boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ van Daniël Maes kan voor wie de leugens van De Standaard en de NRC gewoon is en gelooft zeer schokkend overkomen. Maar Daniël Maes is een man met een overtuiging die zoals blijkt uit het boek groeide door zijn contacten met het land en de evolutie van dit conflict. Doodgezwegen Zijn wedervaren is ook een der beste bewijzen voor de censuur die de Belgische en ook Nederlandse media uitoefenen met betrekking tot deze oorlog. De man maakte de volle 7,5 jaar van deze opstand mee en zat er middenin. Maar voor zijn verhaal was er bij de media amper interesse. Alleen incidenteel kwam hij eens aan het woord, meer niet. Beeld u in, een Belgische pater middenin een uiterst brutale oorlog. Normaal zouden de media van de VRT tot Humo en het Laatste Nieuws zijn deur platlopen voor zijn exclusieve verhalen. Met de opbrengst in zijn geval bestemd voor het lenigen van het onmenselijke leed van de Syrische bevolking.
Daniel Maes ~ ‘Poetin en Assad hebben ons leven gered’
Maar neen. Een interview in Terzake, een gesprek in het AD, twee korte stukken op de regionale pagina’s van de Gazet Van Antwerpen, een verhaal in Het Belang van Limburg, twee verhalen in Knack en De Zondag. Dat was het in essentie. De VRT-radio had naar aanleiding van de actiedag rond Syrië in 2012 een interview met hem dat echter niet werd uitgezonden. ‘De kwaliteit was onvoldoende’, klonk het. Juist het tegenovergestelde wat men voordien tegen de man zelf zei. En televisievedette Rudi Vranckx was in zijn thuisbasis in de abdij van Postel uren bij hem en maakte opnames. Het werd nooit uitgezonden. Zijn visie past nu eenmaal niet in de propagandaoorlog waar onze media mee bezig zijn. En dus werd hij zo goed als kan verbannen uit de media. De katholieke kerk Zelfs het officiële Kerk en Leven, het Parochieblad voor de vele gelovigen, zweeg hem jarenlang dood. Pas vorig jaar bestede het blad aandacht aan deze held en bijna martelaar. Hij die zo opkwam voor de christenen, en die niet alleen, in het Midden-Oosten. Wie er wel in het blad kwam met zijn van de pot gerukte beweringen was de warrige Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio.
Klooster Dar Meir Yakub - Qara
Het klooster van Mar Yakub, een meer dan opmerkelijk verhaal. Met op de achtergrond de besneeuwde Qalamoenbergen. Het lijkt wel idyllisch.
De man liep als een blinde achter die salafistische opstandelingen aan en kwam om het leven in de provinciehoofdstad Rakka toen daar een strijd woedde tussen al Qaida & Co en ISIS – zijn vrienden – voor de controle over de regio met zijn rijke landbouw en vooral zijn oliebronnen. De behandeling door de kerk van Daniël Maes en zijn verhaal is een niet te wissen schandvlek voor zowel de Belgische bisschoppen als het Vaticaan.
Het doet denken aan de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die op 7 april 2014 vlak voor de bevrijding van de stad Homs door een van die salafisten werd vermoord. Behoudens Arnold Karskens had voordien geen enkele Nederlandse journalist aandacht voor de man die ondanks het levensgevaar in het jihadistengebied bleef wonen. Pas na zijn dood verschenen er stukken over hem, met het ‘christelijke’ dagblad Trouw (onderdeel van de stal van Christian Van Thillo) daarbij bewust verzwijgend dat hij achter de Syrische regering stond. Kranten kunnen qua moraal dus erg diep zakken. Het is een van de opvallende zaken in het boek dat hij het wel heeft over Paolo Dall’Oglio maar zijn naam niet noemt. Hetzelfde voor Brigitte Herremans die bij Pax Christi en Broederlijk Delen verantwoordelijk was voor het dossier Syrië. Ook kritiek op de houding van de Belgische bisschoppen en het Vaticaan is feitelijk onbestaande. En nochtans hielpen zij door hun optreden of weigering om op te treden mee aan de moord op de christenen in de regio, de bakermat van deze godsdienst. Om de westerse machthebbers niet voor het hoofd te stoten deden zij op die wijze feitelijk mee aan die slachtpartij. Buiten wat vage woorden en het sturen van een gezant deed ook deze paus niets en bleven onze bisschoppen doofstom voor dit lijden. En dus kon Brigitte Herremans ongehinderd door haar kerkelijke hiërarchie – Pax Christi en Broederlijk Delen werken onder toezicht van de bisschoppen – jarenlang woordvoerster spelen voor groepen voor wie vrouwen of te verkrachten objecten en seksspelletjes zijn of anders kweekdieren voor nieuwe jihadisten. Mar Yakub Zijn werk is een dagboek en vertelt het leven van dag tot dag in het klooster van Mar Yakub (2) vlakbij het stadje Qara liggend aan de voet van het machtige Qalamoengebergte met zijn toppen van 3000 en meer meters. Het is een gewezen Romeins fort dat in de zesde eeuw toen het Oost-Romeinse rijk al erg verzwakt was omgevormd werd tot een klooster. Het raakte echter grotendeels in verval. De restauratie begon rond 1993. Dat het nu weer een mooi majestueus klooster is is het werk geweest van de op vele vlakken imposante kloosterzuster Agnes-Mariam de la Croix. Een van origine Palestijnse die na enkele mislukte avonturen als hippie het christendom ontdekte en zorgde dat dit klooster weer in al zijn glorie kon herrijzen. Het is genoemd naar de in 421 vermoorde Perzische martelaar Jacob de Verminkte, alias Jacobus Intercisus of Mar Yakub.
Agnès-Mariam-de-la-Croix en Daniel Maes
Agnes-Mariam de la Croix en Daniel Maes in de tuin van het Norbertijnerklooster in Postel. Een opmerkelijk duo.
Het klooster behoort tot de Grieks-Melchitische katholieke kerk, een van de talrijke christelijke groepen in het land. Het is een groot mankement van het boek dat de auteur niet wat meer uitleg geeft over die wirwar van christelijke geloofsgemeenschappen in de regio. Ook over de andere tientallen religieuze groepen vernemen wij amper iets. Spijtig want zonder een degelijke kennis van deze culturele puzzel is Syrië moeilijk te begrijpen. Daniel Maes kwam er in oktober 2010 toe om in het klooster een opleiding voor priesters te organiseren want die was er wel in Libanon maar niet in Syrië. Zijn visie over het land was er een in de toon van wat onze massamedia er over brachten en dat was van negatief tot zelfs vijandig. Al snel had hij echter door dat dit een karikatuur was van de realiteit. Het land bleek erg divers en was behoorlijk goed georganiseerd. Wat hij noch de mensen rondom het klooster echter konden vermoeden was dat amper 6 maanden later de hel over Syrië zou losbreken. Met snel toegesnelde buitenlandse jihadisten die via Libanon en vanuit bepaalde moskeeën onrust begonnen te zaaien. Nadien bleek dat er onder Bashar al Assad veel moskeeën waren gebouwd, veelal met geld vanuit Koeweit, Saoedi-Arabië en Qatar. En dit achteraf gezien niet zonder bijbedoelingen. Syriërs zijn solidair De moeilijkste en erg gevaarlijke periode voor hem was die van november 2012 tot eind 2013 toen allerlei extremisten ook Qara en de naburige dorpen in handen kregen en hun lusten botvierden op al wie niet plooide voor hun salafisme, uiteraard ook christenen. Uit zijn relaas blijkt dat de dorpelingen hen beschermden tegen mogelijke aanvallen. Ook nam het klooster vluchtelingen, en niet alleen christenen, in bescherming in hun kloosterfort. Uiteindelijk werden zij en de dorpelingen eind 2013 door het leger gered uit hun hachelijke situatie. Pas in 2017 zouden de laatste resten van al Qaeda en ISIS die zich in de barre bergen in het grensgebied tussen Libanon en Syrië schuilhielden verdreven worden. De titel van zijn boek ‘Poetin & Assad hebben ons leven gered’ moet je dan ook letterlijk nemen. Zonder hen hadden Daniel Maes en de anderen het daar niet overleeft. Opmerkelijk is ook dat blijkens zijn dagboek er tussen de vele Syrische minderheden geen haat is ontstaan als gevolg van deze op sektarisme gebaseerde oorlog. De westerse poging om het land op die wijze voor heel lang of altijd onbestuurbaar te maken faalde zo te zien.
Daniel Maes bakt frietjes
Daniël Maes en het dagelijkse leven in het klooster Mar Yakub. Hier frietjes bakken.
Het is een verhaal dat ook elders te merken is. Met dorpen die steeds onder regeringscontrole stonden en buurgemeenten die in handen waren van terreurgroepen die, toen de oorlog eenmaal voorbij was, elkaar ter hulp kwamen om de grote noden te helpen delgen. Zo te zien heeft het westen hier totaal gefaald. Wat mooi zou zijn.
  Propagandisten vermomd als journalisten Spijtig is wel dat er geen relaas in staat van het begin 2012 mede door Agnes-Mariam de la Croix georganiseerde bezoek van een stel Europese journalisten aan Syrië. Bij een aanval door jihadisten op een betoging van regeringsaanhangers in de stad Homs stierf hierbij een Franse reporter. Voor die journalisten, inclusief Jens Franssen en Rudi Vranckx van de VRT en de Nederlandse fotograaf Steven Wassenaar, het werk van de regering die zo hen als lastige getuigen wilde uitschakelen. Waarbij zij zelfs de kloosterzuster viseerden als zat ze mee in dat moordcomplot. Een totaal van de pot gerukt verhaal dat toont dat men hier niet met journalisten te maken had maar met propagandisten die alleen maar leugens wilden verspreiden. Waarom zou Syrië journalisten officieel uitnodigen om hen dan twee dagen later te vermoorden? Hoe gek kun je het maken? Voor Agnes-Mariam de la Croix waren het gewoon kinderen die niet wisten hoe zich te gedragen en onverantwoord werkten. Maar dit verhaal zit niet in het dagboek daar hij blijkbaar toen in Postel zat. Niet aflatend Daniël Maes heeft door zijn niet aflatend werk met o.m. zijn wekelijkse brieven een niet onbelangrijke rol gespeeld in het geleidelijk veranderen van de publieke opinie in België en ook Nederland ten opzichte van dit Syrische drama. Onversaagd blijft hij al die jaren vrank en vrij zijn mening geven, tegen de heilige huisjes van de media, ngo’s en regeringen schoppend. De stad Ieper gaf vorig jaar een vredesprijs aan de Witte Helmen, onderdeel van die salafistische terreur en de westerse agressie. Men had die prijs veel beter aan Daniël Maes gegeven. Recent verscheen dan deel 2 van zijn  dagboek dat de periode van 2013 tot nu beschrijft. De tijd van de nakende overwinning en het begin van het herstel van de Syrische maatschappij en de heropbouw van het land. Het verscheen eveneens bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger. Een pluim voor deze uitgeverij die deze Belgische pater eindelijk het forum geeft dat hem toebehoort.
Daniel Maes, Oorlogsdagboek deel II

Jens De Rycke – Reisverslag

Het boek van Jens De Rycke is eveneens een verslag van een verblijf in Syrië maar is qua karakter totaal anders dan dat van Daniël Maes. Door wat hij beschrijft als een toevallig contact met een priester van een der christelijke kerken in het Midden-Oosten raakt hij betrokken bij deze oorlog en bezoekt tweemaal het land. Het boek is grotendeels het verslag hiervan. Het is uitgegeven bij Polemos. Hij is een freelance journalist en schrijft voor diverse media zoals Novini, ’t Pallieterke en andere en was recent te gast in de studio van de internettelevisie Café Weltschmerz. De interesse in Vlaams nationalistische kringen voor Syrië en de steun voor de strijd van de Syrische regering tegen het jihadisme is opvallend. Daniël Maes is er een graag geziene gast en het Vlaams Belang heeft de weg naar Damascus wel gevonden. In die zin komt het boekje van Jens De Rycke dus niet als een verrassing. Het bleef spijtig genoeg bij het grote publiek tot heden grotendeels onder de radar.
Jens De Rycke - Het dagboek van granaten in Damascus
Voor die interesse in deze kringen zijn er zo te zien meerdere redenen. Zo is er de islam die in dat milieu door velen als een gevaar wordt gezien waarbij de Syrische regering vecht tegen de uitwas ervan, het salafisme. En dus zijn de Syrische regering vrienden. En dan is er het Vlaams Belang dat alleen in de marge van de Belgische politiek kan opereren en politiek dus veel vrijer kan ageren. Neen zeggen tegen het buitenlands beleid van de VS en de EU hier is voor wie de macht wil grijpen, of wat daar voor moet doorgaan, niet zonder gevaren. Je riskeert een dodelijke perscampagne en het verdampen van de hoop op ministerpostjes. Het Vlaams Belang heeft dat probleem niet. Geen probleem dan ook voor Filip Dewinter om bij Assad koffie te gaan drinken. En dus kon een man als Daniël Maes, een Vlaamse pater, hier wel een luisterend oor vinden. Wat elders niet lukte. Bovendien zat het zogenaamde linkse publiek gevangen in het web van de door het Westen gespannen propaganda rond de mensenrechten. Leugens natuurlijk, maar diegenen die beter wisten zwegen bewust. Ma’loula Het boekje is wel, zeker wat de foto’s betreft, slecht uitgegeven. Wat natuurlijk spijtig is. Zijn verhaal is daarvoor te belangrijk. Mooi is ook dat hij voor zijn boek een voorwoord wist te versieren van Elijah J. Magnier, een der beste analisten van het ogenblik over de zaak. Het bevat ook een verslag van zijn bezoek aan het stadje Ma’loula met zijn serie kloosters en kerken dat ooit kort in handen van die salafistische terreurgroepen was gevallen. Verder is er een bijdrage over de Syrische Sociaal Nationalistische Partij die een groot Syrië voorstaat, radicaal Arabisch is en erg seculier. Ook bevat het boek verder een verhelderend gesprek met Marwa Osman, een politicologe en lid van Hezbollah. Interessant materiaal. De bijdrage over de alawieten is daarentegen te beknopt en mist diepgang. Het mysterie rond die religieuze groepering blijft bestaan. Wel enkele opmerkingen. Het is uiteraard juist dat het Syrische leger en zijn bondgenoten, vooral dan de lokale groepen, in bepaalde gevallen uiterst brutaal optraden en men soms ter plaatse mensen executeerde – recent nog tegen ISIS in de stad Sweida – maar men moet dan wel beseffen dat die oorlog door het Westen aan Syrië werd opgedrongen. (p 13).
DSC_0645
Marwa Osman, een politicologe verbonden aan Hezbollah komt in het boek aan het woord.
Verder heeft hij het op pagina 41 over de geopolitiek en de oorlog maar heeft het niet over de drijvende kracht achter deze oorlog: Israël. Een land dat via verdeel en heers en met steun van de NAVO de regio in vuur en vlam wou zien ten onder gaan. Het plan van de Israëlische geostrateeg en diplomaat Odet Yinon. En inderdaad speelden gas en olie een grote rol bij het ontstaan van deze oorlog maar de echte oorzaak is Israël, dat het erg klassieke principe van verdeel en heers wou toepassen. Tevergeefs blijkt nu. Verder heeft hij het op pagina 42 over de ‘nucleaire ambities’ van Iran. Dat klopt echter niet want er is niet het minste bewijs dat Iran ooit een kernmacht wou worden. De beweringen van de VS en de NAVO hierover zijn alleen gebaseerd op verdraaiingen van de feiten en leugens. En dat er in deze oorlog geen winnaars zijn (pagina 120) klopt ook niet. Integendeel, dit is een enorme nederlaag voor Israël en haar bondgenoten en een grote overwinning voor de as Moskou-Teheran-Beiroet-Bagdad-Damascus. Het idee om die landen totaal te vernielen raakte nergens. Natuurlijk is de schade in landen als Irak, Syrië en eerder Libanon enorm maar ze overleefden en toonden zich sterk. Als dat geen overwinning is! Tienduizenden jihadistische huurlingen stuurde men op Syrië af met daarboven nog een economische wurggreep om U tegen te zeggen. Tientallen miljarden gaf men uit en tevergeefs. De wederopbouw zal jaren vergen maar zal gebeuren. Desnoods zonder het Westen. Men hoeft zich in Washington en Brussel daarover geen illusies te maken.

Ludo De Brabander – Een teleurstellend boek

Een van de weinige critici van de NAVO die in de klassieke media nog eens aan het woord komt – al zij het heel zelden – is Ludo De Brabander van de vzw Vrede, een groep van mensen die werkt rond de buitenlandse politiek en het (ontbreken van een) vredesbeleid. Het boek is teleurstellend en toont een gebrek aan kritisch doorzicht in wat er op dit ogenblik in het Midden-Oosten gebeurt. Zolang hij de oudere gebeurtenissen vanaf 1914 tot 1979 bespreekt getuigt het van een goed inzicht en een kritische doorlichting. Het is dan ook vernietigend voor de politiek van het Westen daar. Zo komen er de Britse machinaties rond het Arabisch schiereiland en de Levant, de regio met Libanon, Palestina, Jordanië en Syrië, aan bod. Of hoe Londen koos voor het salafisme van de familie al Saoed. Met Winston Churchill die zelfs opteerde voor het gebruik van chemische wapens. Waarbij de Britten als tegengewicht voor het Arabisch nationalisme de kant kozen van de Moslimbroeders en andere islamistische groepen. Nog steeds steunt de Britse regering die reactionaire visie van de islam en die keuzes van toen liggen ook aan de basis van veel van de huidige problemen in de regio. Wat hij onvoldoende of zelfs niet ziet is dat achter de publieke beweringen van westerse regeringen en hun lof voor mensenrechten, vrede en democratie in de regio echter een hondsbrutale politiek schuilt. Een politiek gericht tegen de regio, met als voornaamste bedoeling die zo machteloos mogelijk te maken. Al Qaida in Jemen Neem de aanslag op Charlie Hebdo (pagina’s 45 en 194) die niet zoals hij schrijft het werk was van ISIS maar werd opgeëist door Al Qaida van het Arabisch Schiereiland, de Jemenitische tak van de groep. En zij waren voor zover bekend de enigen. En dat is een organisatie die in een bepaalde periode minstens mede onder controle stond van westerse veiligheidsdiensten. Zo mislukten al hun buitenlandse acties doordat de daders voor ze konden toeslaan steevast opgepakt werden. Wat een ver doorgedreven infiltratie van deze organisatie door de veiligheidsdiensten bewijst.
Ludo De Brabander - Oorlog zonder grenzen
Verder vecht al Qaida in Jemen samen met Saoedi-Arabië en de hele westerse alliantie, inclusief dus ook België, tegen de regering van de Houthi’s die op dit ogenblik grotendeels het nuttige Jemen controleren. Met andere woorden: al Qaida en het Westen zijn militair geallieerden in deze kwestie. Dat is de realiteit, niet die van de vele holle beweringen van een Jens Stoltenberg, Mike Pompeo of Didier Reynders. Dat de strijd tegen dit extremisme tot nu faalde heeft dan ook niets te maken met sociale of politieke problemen binnen de Arabische wereld of bij de groep van immigranten in Europa maar met de uitgebreide militaire, economische en politieke steun die deze groepen krijgen vanuit Washington en de EU. De onvrede is wel een der voedingsbodems die westerse geheime diensten gebruiken om via infiltranten in dit milieu te rekruteren. Het rapport van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA van augustus 2012 over de oorlog in Syrië laat hierover niets aan twijfel bestaan. De VS controleerden deze groepen waaronder ISIS en wilden Syrië vernielen en daarnaast via ISIS ook Irak verder aan diggelen slaan. Mogelijkerwijs kende hij bij de publicatie van zijn boek dit rapport nog niet. Het rapport van de Conflict Armament Research (3) over de wapens van ISIS was bij de publicatie van zijn boek zeker nog niet openbaar. Dit door de EU en Duitsland gefinancierde rapport toonde dat een groot deel van de wapens van ISIS kwamen uit Bulgarije, een lidstaat van de Europese Unie, dat door o.m. de VS en Saoedi-Arabië was aangekocht. Duidelijker kan toch niet. Op pagina 161 heeft hij het over de wil van die salafisten voor een zogenaamde ‘authentieke islam’. Een bewering die getuigt van een gebrek aan kennis. Reeds van in het prille begin van de islam waren er grote theologische en financiële geschillen en groepen die elkaar soms met de wapens bevochten.
Ansar al Sharia bij Taiz - Februari 2016
Leden van Ansar al Sharia, een schuilnaam voor de lokale afdeling van al Qaida in Jemen, hier aan het front bij de stad Taiz samen met troepen van de westerse alliantie.
Het salafisme is in wezen zelfs van heel recente datum en vloeit voort uit het gedachtegoed van enkele toen verketterde islamtheologen. Waarvan de bekendste al Mohammad ibn Wahhab (1703-1792) is die dan weer de mosterd was gaan halen bij Taqi ad-Din Ahmad ibn Tamiyyah (1263-1328). Zeggen dat het salafisme authentieke islam is als zeggen dat Iggy Pop of Fleet Foxes authentieke rock & roll brengen.
Ruslands bedoelingen Ook schrijft hij dat Rusland zijn interventie in Syrië steunde op de wens om ISIS aan te pakken (p188). Dat is het verhaal dat bladen als The New York Times en De Standaard ervan maakten en een leugen. Moskou heeft steeds gesteld dat men ginds het terrorisme wou uitroeien en noemde daarbij expliciet zowel al Qaida als ISIS. Wat zin heeft het trouwens om ISIS uit te schakelen en al Qaida in leven te laten? Geen natuurlijk. Het is dit uitroeien dat het eerste en voornaamste doel van Rusland is om in Syrië op te treden. Haar bondgenoot ter hulp snellen en zo haar machtspositie in de regio versterken kwam tweedes. Zoals ook de wens om haar nieuw wapentuig te testen en beter te kunnen commercialiseren van secundair belang was. Rusland had al drie oorlogen met die salafisten achter de rug en wou hen in Syrië de genadeslag toebrengen. Wat lijkt te lukken. Essentieel is dat hij fout zit door te stellen dat militair optreden tegen dit extremisme niet helpt en daarbij verwijst naar het niet slagen van die oorlog tegen de terreur. De reden is dat het Westen niet vecht tegen maar met die salafistische terreurgroepen. Er zijn voldoende bewijzen die aantonen dat bepaalde veiligheidsdiensten zoals MI6, CIA en de Mossad die groepen via infiltranten manipuleren. Ooit al gehoord van een aanslag van die geroepen in Israël? Natuurlijk niet. De enige manier om hen te verslaan is door het gebruiken van geweld tegen hen, zoals Irak, Rusland, Iran, Hezbollah en het Syrische leger nu doen. Maar zolang het Westen hen blijft steunen zal het probleem mogelijk wel blijven bestaan. Wel is de mokerslag die deze groepen nu in Syrië te verduren krijgen erg pijnlijk en zien wij mogelijk hier het Waterloo van al Qaida & Company.

Nikolaos van Dam – Een expert in bedriegen

Een totaal ander boek over Syrië is dat van de gewezen Nederlandse diplomaat Nikolaos van Dam. De man wordt in de gespecialiseerde westerse media gezien als DE expert over Syrië die op een objectieve wetenschappelijke wijze de toestand in het land en de oorlog beschrijft. Niets is echter minder waar. Dit boek toont dat hij wel een kenner is maar mede daarom ook dat hij bewust een bedrieger en leugenaar is, een verkoper van halve en hele onwaarheden. Vooreerst maakt hij in zijn boek ‘Destroying a nation – The civil war in Syria’ twee essentiële fouten die een analist en diplomaat als hij niet mag maken. En dat is een totaal gebrek aan bronnenkritiek en het geheel negeren van iets cruciaal als het internationaal recht met o.m. de niet-inmenging en de onschendbaarheid van landsgrenzen. Het laatste  is blijkbaar voor hem niet eens het bespreken waard. Gebuisd dus. De omslag van het boek is dan ook een gestileerde reproductie van een van de fameuze propagandafoto’s van de door zijn Nederland mee gefinancierde Witte Helmen die tussen de ruïnes van een stad een baby in zijn armen heeft. En in plaats van het te hebben over de Syrische regering heeft hij het continu over het ‘Syrische regime’. Wiens brood…. Het toont de teneur van dit pseudogeschiedkundig werk. Een regime, dat is een stel erg foute ministers, een regering dat zijn dan de goeden. Lees: Wie aan de goede kant van de VS staat is een regering en wie aan de foute kant van Washington staat is een regime. Maar dat is sfeerschepping en in wezen platte propaganda. Een geschiedkundige de naam waardig past voor dat soort praktijken.
Nikolaos van Dam - Destroying a nation
De man behoort tot de selecte vriendenkring rond de Zweed Aaron Lund en de Amerikaanse professor Joshua Landis die met de blog Syrian Comment poogt de richting aan te wijzen waar het Westen met Syrië volgens hen heen moet. Deze blog produceert zeker interessant materiaal maar over de Amerikaanse steun voor al Qaeda en ISIS zoals blijkt uit massa’s documenten zal je hier nooit iets lezen. Ook hier bedrog en censuur dus. Maar dat is zeker wat Nikolaos van Dam betreft zeker begrijpelijk. De man was een Nederlandse diplomaat en o.m. ambassadeur in Irak en door zijn regering tijdens deze oorlog aangesteld als speciaal gezant voor de kwestie Syrië. Met andere woorden: Hij zat op de eerste rij wat betreft de westerse strategie en Syrië. En ook, zeer belangrijk, de Nederlandse regering betaalde hem hiervoor en dan is er het gezegde ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. En dat blijkt dus. Het betekent echter ook dat hij intern goed op de hoogte moet zijn geweest van de westerse strategie in deze kwestie. Zo vertelt hij over de serie staatsgrepen in Syrië na de onafhankelijkheid in 1946 maar vergeet er bij te zeggen dat de CIA hier soms erg actief was en al eens aan het stuur zat. Maar over de fouten van de Baath-partij en de familie Assad – en die zijn er zeker –  schrijft hij uitvoerig. Het is alsof je de geschiedenis van Japan zou beschrijven zonder de zaak Mantsjoerije en Pearl Harbour te vermelden. Feitelijk is zijn boek dus een intellectuele krachttoer. Voor hem is de revolte van Maart 2011 dus spontaan ontstaan en groeide het puur uit het ongenoegen over de politieke, sociale en economische beleid van de regering. Dat was er zeker zoals er overal in alle landen wel ongenoegen is over het regeringsbeleid. Maar zijn bewering is onzin. De strategie van de VS voor een machtsovername/staatsgreep is steeds dezelfde. Men infiltreert de maatschappij via allerlei verenigingen en helpt dat ongenoegen groeien met veel geld. De VS heeft hiervoor zelfs opleidingscentra en organisaties als de National Endowment for Democracy. Hij moet dat toch weten. Zie maar wat er bijvoorbeeld in Egypte of Joegoslavië gebeurde.
Iba Abdo - 2
De in Nederland wonende Iba Abdo wist al op 26 februari 2011 op haar blog te vertellen dat de ‘revolutie’ zoals ze dat noemde in Syrië was uitgesteld en pas op 15 maart ging losbarsten. Een helderziende. Ze reageerde niet op een verzoek voor een gesprek.
Ook in Syrië was dat zo en gebruikte de VS de Moslimbroeders en al Qaida. Zo verscheen in zijn eigen Nederland op 26 februari 2011 op de blog van de Nederlands-Syrische Iba Abdo dat men de ‘revolutie’ om organisatorische reden uitstelt tot 15 maart. Spontaan? Het is om te lachen. Waren de sluipschutters misschien nog niet klaar en diende men daarom die ‘revolutie’ uit te stellen? De dame werkte nadien eventjes bij Clingendael, het bekende Nederlandse regeringsinstituut voor buitenlandse politiek. Ze moeten elkaar dus normaal kennen en gezien zijn grote diepgaande kennis moet hij praktisch zeker weten van het bestaan van dit nadien afgevoerde blogbericht. Al Qaida Ook heeft hij het steeds over de vreedzaam begonnen betogingen die door brutaal politie- en legergeweld wel moesten ontaarden in een oorlog. Alsof hij niet weet dat bij de eerste betoging in de stad Daraa tot 8 politiemensen het leven lieten, er sprake was van sluipschutters – een klassiek ook in o.m. Sarajevo, Tunesië en Kiev gebruikte methode om de spanning op te drijven – en dat het gerechtsgebouw en de lokalen van de Baath die dag waren platgebrand. En uiteraard zwijgt hij over de aanwezigheid al vanaf de eerste dag van mensen van al Qaida die betrokken waren bij de opstand. Zijn landgenoot en oorlogscorrespondent Arnold Karskens maakte van hun aanwezigheid en de wapensmokkel vanuit Irak al begin 2011 gewag. Zoals trouwens ook de Syrische pers dat schreef. Maar dat is voor de man dus niet interessant en niet eens vermeldenswaardig. En dat de opstand al vanaf het prille begin ging ontaarden was zeker met de kennis die we nu hebben onvermijdelijk. Hij heeft het als enige reden hiervoor over het brutale legergeweld. Dat was er zeker en vast. Maar wat doet een regering als haar gebouwen bij betogingen in brand worden gestoken en politielui vanuit de betoging en door sluipschutters in serie worden afgemaakt? Wat zou het ‘regime van Mark Rutte’ doen als de mensen in Groningen, de zaak met de aardgaswinning en het regeringsbeleid hierover kotsbeu, grijpen naar gewapend verzet zoals die eerste dag in Daraa? Men zou het leger inzetten natuurlijk. Dat die door al Qaida en de Moslimbroeders – toch een geheim genootschap dat een kalifaat met de koran en de sharia als leidraad nastreeft – in afspraak met de VS en haar bondgenoten georganiseerde opstand al vanaf de eerste dag onmogelijke eisen stelde zoals de val van de regering Assad dan is dat geen probleem. Als de regering politieke hervormingen wil doorvoeren en zoals geëist politieke gevangen – waaronder een notoir terrorist als Zahran Alloesh nadien de leider van het Leger van de Islam – vrijlaat dan is dat onvoldoende voor de opstandelingen.
Daraa - Gerechtsgebouw in brand gestoken tijdens rellen van 15 maart 2011
Het gerechtsgebouw in Daraa na de zogenaamd vreedzame betoging in de stad die dag 15 maart 2011.
De Moslimbroeders en al Qaida blijven bij hun maximalistische eisen waarvan hij later in het boek zelf stelt dat ze onmogelijk in te willigen waren. En als het leger zich op vraag van de Arabische Liga en het Westen uit de steden terugtrekt dan wordt die ruimte onmiddellijk gevuld door die terroristische groepen. Met de bekende gevolgen. Maar ook dit is voor de auteur niet vermeldenswaardig. De fout ligt voor hem bij Assad en bij niemand anders. Basiskennis voor een diplomaat is het internationaal recht waarbij de niet-inmenging in de interne zaken van andere landen verboden is. Met als essentie ook de onschendbaarheid van de grenzen van andere landen. Wat men in de kwestie van Syrië soms met al te doorzichtige excuusjes en veelal zelfs zonder uitvluchten aan de westerse laars lapt. Zijn Nederland gooit bommen op Syrië en moet volgens de betreffende VN-resolutie de Syrische regering daarvoor om toelating vragen. Den Haag, zijn werkgever, vertikt het. Hetzelfde voor de Belgische overheid. The Day After Association Maar dit zijn daden van oorlog en daarom ook oorlogsmisdaden. Het zal hem zo te zien worst wezen. Hetzelfde met zijn bronnenkritiek die gewoon onbestaande is. Wat hem uitkomt neemt hij voor waar aan, wat niet past in het plaatje zal je in zijn boek niet lezen. Zo citeert hij regelmatig de Amerikaanse specialist Charles Lister en neemt veel van zijn soms straffe beweringen zomaar voor waar aan. Hij vergeet er echter bij te zeggen dat Lister de voorbije jaren werkte voor het Brookings Doha Center in Qatar, een studiedienst die werkt met geld van Qatar, een financier van o.m. al Qaida in Syrië. Erg intelligent moet men niet zijn om te beseffen dat die bron totaal onbetrouwbaar is. Ook dat is bij hem geen zorg.
Nikolaos van Dam - 2
Bronnenkritiek en respect voor het internationaal recht lijken Nikolaos van Dam totaal vreemd. Zoals bij Jens De Rycke slaagt hij er ook niet in meer duidelijkheid te verschaffen over de alawieten.
En dan is er de zogenaamde Caesar met zijn tienduizenden martelfoto’s van gevangenen van de Syrische regering. Gruwelijk materiaal. Volgens het verhaal van Caesar, een alias, moest hij in opdracht van de Syrische overheid die foto’s nemen om ze dan aan de familie te overhandigen. Hij was met zijn foto’s gevlucht maar wou anoniem blijven om zijn in Damascus achterblijvende familie te beschermen. Zo beweerden de auteurs van dit rapport. Een dossier gemaakt door een groot Brits advocatenkantoor in opdracht van Qatar en juist klaar voor Genève 2, de tweede vredesconferentie rond Syrië. Het moest tijdens de onderhandelingen extra druk zetten op Syrië en hen verder in de beschuldigingsbank duwen. Maar wie zo’n toch wel bizarre opdracht krijgt is zonder twijfel zo gekend bij de Syrische overheid want hij is vermoedelijk de enige die zo’n taak kreeg. De door dat advocatenkantoor gegeven reden voor zijn anonimiteit is dan ook pure onzin. Het is in wezen zelfs het bewijs dat dit dossier nep is. Human Rights Watch, nochtans niet vies van vervalst bewijsmateriaal in deze oorlog, uitte dan ook nogal wat bezwaren over die beweringen van dat Brits advocatenkantoor. Onze diplomaat niet. Het ergst qua een gebrek aan bronnenkritiek is echter als hij op pagina 72 een rapport uit 2016 van The Day After Association beschrijft. Volgens dat rapport had een opinieonderzoek van die vereniging aangetoond dat meer dan helft van de Syrische christenen die op hun zogenaamde peiling hadden geantwoord positief stonden tegenover die opstand. Simpel onderzoek leert dat die vereniging een van de vele tientallen vanuit het buitenland opererende oppositiegroepjes is die werken met gelden van de VS, de Arabische Golfstaten of Europese landen als Frankrijk. Maar hoe in ‘s hemelsnaam kon men in 2016 in een toestand van algehele oorlog vanuit het buitenland in Syrië zelf een opiniepeiling houden, laat staan een die wetenschappelijk betrouwbaar is? Geen probleem voor Nikolaos van Dam. Hij stelt zelfs dat aangezien de opstand anno 2016 meer jihadistisch dan bij de start de christenen in 2011 nog met een veel groter percentage achter die opstand moeten gestaan hebben. Is dat om te lachen? Religies klitten aan elkaar Wie al Qaida en ISIS financiert of financierde laat hij dan ook gemakshalve in het ongewisse. Ook over de centrale rol van Israël in de kwestie zwijgt hij zedig. En veelal heeft hij het over buitenlandse mogendheden die in Libië intervenieerden zonder veel te specificeren. Men zou eens kunnen gaan beseffen dat het regime van Mark Rutte mee hielp aan de vernieling van Libië en Syrië. De rol van Nederland in deze massaslachtpartij lijkt als we zijn boek moeten geloven nihil te zijn. Wiens brood….  Je hebt er bij van Dam dan ook het raden naar waarom ISIS en al Qaida de hoogste lonen konden betalen aan hun huurlingen, een pak meer dan wat soldaten van het Syrische leger kregen.
Dr. Nabil Toumeh
Volgens Dr. Nabil Toumeh faalde de Westerse poging tot vernieling van zijn land als gevolg van de sterke cohesie onder de Syrische bevolking. Syrië was naar hij stelde voor het Westen met daarbij Israël te rijk geworden en moest daarom kapot.
En ja, het Syrische leger en haar hulptroepen hebben zware misdaden begaan. Niemand kan dit betwijfelen. Kijk maar naar het verhaal van de Woestijnvalken (Desert Hawks) van generaal Mohammad Jaber die zeer succesvol was maar plots op 2 augustus 2017 ontbonden werd en waarbij Jaber om onverklaarde reden officieel naar Oekraïne vertrok. (4) Over het fameuze rapport van de DIA over Syrië lees je hier dan ook niets. Te sterk bewijsmateriaal over de misdaden van landen als Nederland, zijn broodheer? Hetzelfde met dat door de EU en Duitsland gefinancierde rapport van het Britse Conflict Armament Research (3) over Amerikaanse wapens van ISIS of over de verhalen uit de Israëlische pers over de steun aan o.m. al Qaida. Hij verzwijgt het. Dat de opstand ondanks de massale geldstromen en de tienduizenden vanuit het buitenland aangeleverde salafisten mislukte is het beste bewijs voor de cohesie van de Syrische maatschappij. De pogingen om het sektarisme te doen zegevieren faalden. Het is zoals de Syrische soefist, parlementslid, filmmaker en zakenman dr. Nabil Toumeh het in een gesprek in Damascus uitdrukte: “Syrië, dat is 30 religies en 60 sekten en dat klit sterk aan elkaar en daarom mislukte het Westen hier, in tegenstelling tot in Libië, om dit land te verslaan.” Maar voor Nikolaos van Dam is Syrië gewoon een alawietische dictatuur. Tegenstander Wel toont hij zich in zijn boek toch een tegenstander te zijn van het beleid van het Westen hier. Al zegt hij dat erg omfloerst. Zijn stelling is dat men die jihadisten aanmoedigde bij hun opstand, hun onrealistische eisen steunde en onvoldoende militaire hulp gaf om te slagen in hun opzet. De oorlog had zonder die steun minder mensenlevens gekost is zijn visie. Hij vergelijkt het met de Amerikaanse oproep aan de Iraakse sjiieten om na de Iraakse nederlaag in februari 1991 in opstand te komen. Waarna de VS van enkele kilometers ver zat toe te kijken hoe die naïeve opstandelingen door het Iraakse leger afgeslacht werden. De realiteit is echter dat dit ook het plan was. Het land vernielen en via de introductie van het sektarisme het voor decennia onbestuurbaar te maken. En het Westen is hier zeker niet aan haar proefstuk. Zie naar Bosnië, Kosovo, Afghanistan, Libië en ook Irak. En voor deze halsmisdaad tegen Syrië is de hoofdverantwoordelijke de gewezen Amerikaanse president Barack Obama. De man die bij het begin van zijn ambtsperiode van de Noorse premier Jens Stoltenberg de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Stoltenberg kreeg dan nadien van Obama de post van secretaris-generaal van de NAVO. De westerse waarden. Nikolaos van Dam betreurt de vernieling van Syrië maar is via zijn werk een onderdeel van die strategie. Zelfs al maakt hij er bezwaar tegen.
1) La face cachée des révolutions arabes, Ellips, redactie: Eric Denécé, 528 pagina’s, 2012. 2) https://www.maryakub.net/ 3) Conflict Armament Research: De VS wou niet antwoorden op de vraag van de groep hoe na juni 2014 In Bulgarije geproduceerde en aan de VS geleverde wapens bij ISIS werden gevonden. Wapens van een sovjet-type waar men in de VS niets mee kan aanvangen. In juni 2014 viel de stad Mosoel na de massale desertie van het Iraakse leger in handen van ISIS. Zie o.m. pagina 39 van het rapport. http://www.conflictarm.com/publications/. 4) Zie: https://www.almasdarnews.com/article/syrian-desert-hawks/. Al Masdar is een informatieve website die de Syrische regering steunt in haar oorlog. Het is dus geen geheim in Syrië. Integendeel. Daniël Maes, Poetin & Assad hebben ons leven gered – Syrisch dagboek deel 1, De Blauwe Tijger, 2017, 264 pagina’s, 21,5 euro. Jens De Rycke, Het dagboek van granaten in Damascus, Polemos, 2017, 160 pagina’s, 15 euro. Ludo De Brabander, Oorlog zonder grenzen, Epo, 2016, 271 pagina’s, 22,5 euro. Nikolaos van Dam, Destroying a nation – The civil war in Syria, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s, 8,99 Britse pond.
Posted on

‘Doel van regime change heiligde alle middelen in Syrië’

De jonge Vlaamse onderzoeksjournalist Jens de Rycke reisde de afgelopen jaren door het door oorlog verscheurde Syrië en publiceerde hierover onlangs zijn ‘Dagboek van granaten in Damascus’. Yves Pernet sprak voor Novini met hem over zijn boek en zijn ervaringen in Syrië, over de rol van andere actoren, zoals regionale staten en de westerse politiek en media.

Voor we beginnen met de inhoud van het boek een vraag over het boek zelf. Hoe ben je er toe gekomen dit te schrijven? Het conflict daar is dan wel bekend vanaf het begin, maar er zelf onderzoek naar doen is toch nog iets anders. 

Het boek, mijn interesse in de Syrische oorlog alsook het begin van mijn journalistieke carrière zijn allemaal met een toevallige ontmoeting begonnen. Deze bewuste ontmoeting was er één met een Melkitische priester op de luchthaven van Stockholm en het bracht me ertoe om me in de Syrische oorlog te gaan verdiepen. Uiteindelijk ben ik een jaar na deze ontmoeting zelf naar het land kunnen afreizen en toen ik nadien terug in Vlaanderen mijn ervaringen deelde vertelden personen in mijn omgeving me dat dit een goed idee voor een boek zou zijn. Daarom besloot ik om nog eens terug naar Syrië te gaan en op zoek te gaan naar de verhalen van de burgers die in het Syrië van al-Assad (over)leven. Op deze manier wou ik hen via mij en het boek de kans te geven om hun verhaal te delen. 

Jij bent ter plaatse geweest, hebt kunnen spreken met de plaatselijke bevolking. Hoe makkelijk of moeilijk is het voor een West-Europese journalist om toegang te krijgen tot betrouwbare informatie? Kreeg je veel staatsbegeleiding mee? Werd er gecontroleerd op wat voor antwoorden je kreeg? 

De eerste keer dat ik in Syrië was ervoer ik dat men mij, alsook de andere genodigden, de visie van de Syrische regering wilde tonen. Er was begeleiding en we reden enkel naar de plekken die ze ons wilden laten zien. Er was geen ruimte om zelf op verkenning te gaan, dit ook omwille van het veiligheidsrisico.  Foto’s nemen van bijvoorbeeld het gebombardeerde hotel waarin ik verbleef alsook van andere beschadigde gebouwen stelden ze niet op prijs, omdat men een ander beeld van Damascus (zijnde een hoofdstad waar het leven toch nog normaal kan zijn) wilde tonen. Maar informeel lukte het me toch om met enkele Syriërs te praten en ook hun verhaal te horen. Dit hebben ze in alle eerlijkheid en zonder controle kunnen doen want personen die vreesden dat hun verhaal niet goed zou vallen bij de veiligheidsdienst heb ik een alias gegeven.

Tijdens mijn tweede reis heb ik wel met meer vrijheid kunnen werken maar ik was me er wel van bewust dat ik in het oog werd gehouden. 

Langs de andere kant: denk je dat je collega’s die veel meer aandacht gaven aan de versie van de rebellen oprecht geloofden dat het om vrijheid en democratie ging of werden/worden zij ingeschakeld in hogere belangen? Udo Ulfkotte schreef zo bijvoorbeeld al over de invloed van staatsactoren in de journalistiek. 

Het was duidelijk dat de mediaberichtgeving in het Westen het conflict herleidde tot een goed/slecht-verhaal waarbij Assad de wrede dictator was die werd gedemoniseerd en de rebellen als vrijheidsstrijders werden geschilderd. Uiteraard is het niet meer dan terecht dat de wandaden van de Syrische regering worden benoemd, aangekaart en veroordeeld. Maar de berichtgeving over de oorlog werd zeer éénzijdig doordat Assad de schuld kreeg van alle oorlogsgeweld en (islamistische) strijders ondanks al hun misdaden nog steeds werden voorgesteld als democratisch verzet. Het echte verhaal over de Syrische oorlog gaat dieper dan dat. Beide partijen hebben bloed aan hun handen in deze vreselijke oorlog en het feit dat vanaf het begin de oorlog in Syrië geen opstand was maar een proxy-oorlog tussen verschillende (regionale) staten werd nooit voldoende benoemd. 

Maar het klopt ook dat bepaalde mediabedrijven alsook journalisten zich hebben laten inschakelen om de agenda van een regimewissel in Damascus te ondersteunen. Een mooi voorbeeld van zo’n mediabedrijf is Al Jazeera. De regering van Qatar beïnvloedt duidelijk de berichtgeving van Al Jazeera ten behoeve van haar politieke belangen en Qatar is sinds het begin van het conflict één van de drijvende krachten in de oorlog tegen president Assad. 

Je schrijft dat de samenleving in Syrië op het vlak van samenwonen tussen religies vreedzaam was. Is dit eigen aan Syrië an sich of toch vooral een verwezenlijking van Hafez al-Assad)? 

De familie al-Assad regeerde met harde hand over Syrië en onderdrukte  (gewelddadig) iedereen die zich niet bij hun status quo neerlegde. Ze handhaafden met geweld een seculiere maatschappij maar werden hierdoor door minderheden alsook gematigde soennieten gezien als een dam tegen het extremisme.

Syrië is altijd al een mozaïek geweest van culturen, religies en volkeren. Lang voor het Sykes-Picotverdrag dat Syrië zijn huidige grenzen gaf was dit al het geval. Uiteraard brengt samenleven met zoveel verschillen veel spanningen met zich mee. Helaas zijn deze breuklijnen  door buitenlandse actoren misbruikt om het sektarisch vuur dat tot deze oorlog leidde aan te wakkeren. 

Dan het conflict zelf. Je toont in je boek aan dat buitenlandse actoren (Verenigde Staten van Amerika, Iran, Rusland, Israël, Turkije, Qatar,…) aan beide kanten een belangrijke rol spelen. Die van Iran en Rusland is bekend. Welk nut hebben landen als Israël en Amerika echter met het steunen van groepen opstandelingen? 

Zowel Israël als de VS hebben een gemeenschappelijk doel in Syrië: De invloed van Iran in de Levant breken. Syrië maak deel uit van de zogenoemde ‘as van het verzet’. Een bondgenootschap tussen Iran – Syrië en de sjiitische beweging Hezbollah in Libanon (alsook in mindere mate Irak ) dat zich verzet tegen de Amerikaanse en Israëlische aanwezigheid in het Midden-Oosten.

Mocht er een regimewissel in Syrië zijn geweest dan zou Iran zijn belangrijkste bondgenoot in de regio hebben verloren en zouden de wapenlevering alsook trainingscapaciteiten van Hezbollah wegvallen. Daarnaast bezet Israël nog steeds de Golanhoogten, een stuk Syrisch grondgebied dat strategisch ontzettend belangrijk is alsook gasvoorraden herbergt. Een regimewissel in Syrië en de daaropvolgende chaos in het land zouden het Israël makkelijker hebben gemaakt om zijn positie op de Golanhoogten te behouden.

Om dit alles te bereiken hadden ze geen enkel probleem om extremistische soennieten – die omwille van religieuze redenen zelf tegen sjiieten strijden – te gebruiken als strijders in hun strijd tegen Iran en zijn bondgenoten. Zoals Machiavelli destijds terecht beweerde: het doel heiligt de middelen. 

In de oorlog leerde je een collega, Khaled, goed kennen. Hij is echter omgekomen bij een raketaanval van Daesh. Wat deed zoiets met je? 

Om zijn verhaal met de wereld te delen alsook zijn offer als oorlogsjournalist te eren heb ik besloten om het boek aan hem op te dragen. Ik heb onlangs nog met zijn moeder gesproken via Messenger. Zij was blij om te horen dat mijn boek aan hem was opgedragen omdat zo haar zoon op een bepaalde manier toch nog verder leefde. Ik heb haar beloofd een exemplaar te bezorgen en ik ga mijn best doen om mijn belofte aan haar te houden. 

Aanvankelijk was het een grote shock en het is er één die nog steeds nazindert. Ik beschouwde het schrijven van het boek eerst als een groot avontuur, maar toen ik Syriërs persoonlijk leerde kennen en ook vrienden maakte kreeg de oorlog ook een persoonlijke dimensie voor mij. Je hoort iedere dag over Syriërs die sterven door het oorlogsgeweld maar doordat je hen niet kent zijn het maar onbekende namen en uiteindelijk zelfs maar cijfers… Met Khaled veranderde dit alles omdat ik voor het eerst iemand in de oorlog verloor die ik niet alleen kende maar die ik ook als een vriend van mij beschouwde.

Je schrijft in je boek over de mentale impact die de inname van Palmyra door Daesh had op de Syriërs. Hoe komt het dat de ruïnes van deze oude stad nog steeds zo belangrijk zijn voor hun collectieve identiteit? 

Syrië kent vele archeologische prachten maar Palmyra had als ‘parel van de woestijn’ een unieke plaats in de Syrische geesten. Mede doordat de stad verbonden is met Zenobia en haar unieke verhaal dat zich tijdens de Oudheid afspeelt. De vernietiging van de ruïnes zagen zij als een aanval op hun unieke Syrische geschiedenis alsook als een poging van IS om hun Syrische identiteit weg te vagen. Dit was ook het doel van de vernietiging van de ruïnes door IS: de Syrische identiteit vernietigen en deze door hun ideologie te vervangen.

Daarnaast gaat de verovering van Palmyra ook gepaard met de brutale moord die IS op Khaled al-Assad pleegde. Een moord die naast de Syriërs ook de internationale gemeenschap schokte.

De christenen van het Nabije Oosten hebben eigenlijk slechts marginaal weinig aandacht gekregen. Voor de Jezidi’s was bijvoorbeeld de aandacht veel groter. Waarom sluiten politici en media praktisch altijd hun ogen voor het lot van de christenen in die regio? En is er nog een toekomst voor de christenen in Syrië? 

Er zijn bepaalde politici die aandacht vragen voor het lot van de christenen, maar het geeft een wrang gevoel om te zien dat diezelfde politici vaak in het verleden diezelfde rebellen steunden die christenen vervolgen. Het was voor het Westen moeilijk om toe te geven dat deze zogenaamde vrijheidsstrijders minderheden vervolgden omdat ze hierdoor toegaven dat de zogenaamde gematigde rebellen in werkelijkheid religieuze extremisten zijn.

Daarnaast denk ik dat in het post-christelijke, cultuur-marxistische Westen veel politici het ongemakkelijk vinden om op te komen voor de christenen van het Midden-Oosten omdat zij onze wortels herbergen. Een voor het Westen exotische minderheid zoals de Jezidi’s, wier leed we ook niet mogen minimaliseren, is makkelijker om voor op te komen omdat we bij hen niet met onze eigen christelijke wortels worden geconfronteerd.

Voor de oorlog was tien procent van de Syrische bevolking christelijk. Dat percentage is nu zwaar verminderd door het oorlogsgeweld en door het feit dat deze minderheid van het begin af aan door de verschillende extremistische soennitische groeperingen werd geviseerd. Zo deel ik in het boek het verhaal van de christelijke bevolking van Damascus die door Jaysh al-Islam (leger van de Islam) dagelijks mortieraanvallen kreeg te verduren enkel omwille van hun geloof. Maar er is zeker nog toekomst voor de christenen in Syrië. Ze zullen een kleinere kudde zijn en onze hulp zeker nodig hebben om hun plaats in het Syrië van na de oorlog te behouden.

N.a.v. Jens de Rycke, Dagboek van granaten in Damascus (Polemos: Antwerpen, 2017), paperback, 160 pagina’s.