Posted on 1 Comment

“Over Rusland is maar één standpunt toegestaan”

Nederland behoort tot de meest Russofobe landen ter wereld. Voor diplomaat Vladimir Naydenov is het een raadsel hoe het zover heeft kunnen komen. “De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.”

diplomatieke carrière 
1977- 1978 stagiair Russische ambassade Den Haag
1978 eindexamen Hogeschool internationale betrekkingen
1978-1982 Russisch consulaat Antwerpen. Eerste medewerker
1982- 1987 Benelux-desk Russische Ministerie BuZa
1987- 1990 medewerker Russische ambassade Den Haag
1990 – 1992 cultureel- en persattaché Russische ambassade Den Haag
1992 – 1995 hoofd Benelux-desk Russische ministerie BuZa
1995 – 2000 ambassaderaad politieke afdeling Russische ambassade Den Haag
2000 – 2001 In Moskou
2001 – 2006 cultureel attaché Russische ambassade Berlijn
2006 – 2010 In Moskou
2010 – 2019 ambassaderaad, hoofd politieke afdeling Russische ambassade Den Haag

Vladimir Naydenov is de éminence grise van de Russische ambassade in Den Haag. In 1977 ging hij daar als stagiair aan de slag. Sindsdien woonde en werkte hij afwisselend in voornamelijk Den Haag en Moskou. Hij zag liefst vijf Nederlandse premiers voorbijkomen: van Dries van Agt tot en met Mark Rutte. Hij ontmoette ze allemaal. In zijn functie van tolk begeleidde Naydenov vele delegaties van Nederlandse en Russische politici, zakenmensen, kunstenaars en anderen.

Sinds 2010 staat hij aan het hoofd van de politieke afdeling van de ambassade. Hij volgt in die functie de Nederlandse buitenlandpolitiek op de voet. Zowel door het bijwonen van debatten in de Tweede Kamer, als door de Nederlandse kranten te spellen en contacten te onderhouden met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Met lede ogen heeft Naydenov zien gebeuren hoe er “in korte tijd weinig overbleef van de uitstekende vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld.” Met als voorlopig dieptepunt: “Minister Bijleveld van Defensie die zegt dat Nederland in oorlog is met Rusland.”

Een gesprek met Vladimir Naydenov over onder meer de bijdrage die Nederland begin jaren tachtig leverde aan de ontspanning met de Sovjet-Unie, het rampzalig verlopen Nederland-Ruslandjaar 2013, de afwikkeling van de ramp met MH17, Russische bommenwerpers die de Noordzeekust frequenteren, de uitzetting van Russen die gepoogd zouden hebben de OPCW in Den Haag te hacken, de volgzaamheid van Nederlandse journalisten – en last but not least de dreigende terugkeer van de discussie over plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlands grondgebied.

In 1989 liepen er militairen van de Sovjet-Unie mee in de Nijmeegse Vierdaagse. In 1990 zei u daarover in een interview met Elsevier: “Als iemand mij vijf jaar geleden had verteld dat er Russische militairen naar een NAVO-land zouden komen en daar met Amerikaanse militairen in hetzelfde kampement zouden logeren, dan had ik dat niet geloofd.” Wat had u zich vijf jaar geleden niet voor kunnen stellen wat er nu gebeurt?

Dat Russische militairen niet meer meelopen in de Vierdaagse, omdat zij niet meer welkom zijn hier. Voor de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 liepen jaarlijks militairen mee uit Pskov, een zusterstad van Nijmegen. Ik had mij in het algemeen niet kunnen voorstellen dat er in zo’n korte tijd zo weinig zou overblijven van de vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld. De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.

Hoe ontwikkelde zich die vriendschapsrelatie?

In 1981, toen de spanningen groot waren tussen de Sovjet-Unie en het Westen, is er een Nederlandse delegatie van de Tweede Kamer naar Moskou gegaan. Ook Ruud Lubbers, die later premier werd en het afgelopen jaar helaas is overleden, maakte deel uit van die delegatie. De parlementariërs brachten een enorme stapel foto’s mee van de demonstratie op het Museumplein in Amsterdam tegen de komst van Amerikaanse kruisraketten. Ze presenteerde die foto’s aan Andrey Gromyko, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Ik was daarbij als tolk aanwezig en ik kreeg als relatiegeschenk een stropdas. Die was helemaal blauw, met een witte afbeelding van de Ridderzaal. Het bleek een traditie te zijn van delegaties van Tweede Kamerleden om stropdassen te schenken. Ik heb er sindsdien heel wat ontvangen. De das die ik vandaag draag is er één van.

De parlementaire delegaties van Nederland hebben in de jaren tachtig een enorme bijdrage geleverd aan de ontspanning, aan het einde van de Koude Oorlog, en aan de verbetering van de betrekkingen tussen onze landen.

In 1985 werd het begin van het einde ingeluid van de Sovjet-Unie met het aantreden van Michail Gorbatsjov als president.

Ik herinner mij als de dag van gisteren 21 november 1986. Dat was de dag dat premier Ruud Lubbers en zijn minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in Moskou waren. Er was een belangrijke bespreking tussen Van den Broek en onze minister van Buitenlandse Zaken Edoeard Sjevardnadze over ontwapening, en dan vooral over het terugdringen van het aantal kernwapens. Die bespreking begon om 9 uur ’s ochtends en eindigde pas om half 2 ’s middags. Russische toponderhandelaren namen eraan deel. Daarom duurde het ook zo lang. Zij hebben Van den Broek zeer serieus genomen. Zij vonden dat hij met concrete voorstellen kwam, met compromissen die zowel voor de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten aanvaardbaar waren. Toponderhandelaar Juli Kwizinski heeft gezegd: “Nederlanders zijn slimme mensen. Ze komen met goede suggesties voor hoe je problemen kunt oplossen.” Van de NAVO-landen heeft met name Nederland geprobeerd tot goede compromissen te komen. Nederland is een soort politieke katalysator geweest voor de totstandkoming van het INF-verdrag.

Het verbod op het gebruik van raketten voor de middellange afstand dat Michail Gorbatsjov en Ronald Reagan in 1987 overeenkwamen staat inmiddels op losse schroeven. Donald Trump heeft aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen.

Wat nu gebeurt, kan ik mij nauwelijks voorstellen. En wat mij nog het meest verbaast is de opstelling van Nederland. Ik ging er van uit dat Nederlanders zouden protesteren tegen deze eenzijdige stap van Amerika. De Nederlandse politiek heeft nu gezegd: “Wij steunen de Amerikanen in de opzegging van het verdrag.” Ik vind dat onvoorstelbaar. Nederlandse politici zouden toch moeten weten met hoeveel moeite het verdrag tot stand is gekomen en welke rol ze er bij hebben gespeeld? Denk ook aan de demonstraties van Nederlanders begin jaren tachtig, tegen de plaatsing van kernraketten in Woensdrecht, de eindeloze discussies in de Tweede Kamer, en de daaropvolgende blijdschap in Nederland toen men hoorde dat het verdrag een feit was.

Er staan in de Nederlandse kranten soms berichten over Russische bommenwerpers die langs de Noordzeekust vliegen. Wat doen die daar?

Zij maken oefenvluchten. Zoals de NAVO-landen dat doen langs de Russische grens. Het zijn geen schendingen van het nationale luchtruim. Zij vliegen in de ruimte waarin dat is toegestaan. Tussen 1992 en 2011 waren er geen Russische oefenvluchten, maar de NAVO is in die periode wel doorgegaan met oefenvluchten langs de Russische grens. Toen wij in antwoord daarop de oefenvluchten hervatten, ontstond daarover in de pers veel verontwaardiging. Wij hebben toen tegen Nederland en andere NAVO-landen gezegd: “Laten we rond de tafel gaan zitten, en zien of we hierover een akkoord kunnen sluiten. Vooral ook om misverstanden te voorkomen.” Want de vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk, alleen wel dat ze onverwacht komen. Maar de NAVO heeft gezegd: “Wij zijn niet geïnteresseerd in onderhandelingen daarover.”

U zegt: “De vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk.” Maar het gaat hier wel om strategische bommenwerpers. Met of zonder bommen aan boord?

Dat weet niemand. Maar ik denk geen bommen. Daarvoor is de situatie nog niet gespannen genoeg. Wij hebben in Rusland ook genoeg middelen om af te weren. Men hoeft niet met kernbommen te vliegen. Dat heeft geen zin, en het is gevaarlijk.

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research vroeg mensen in 25 landen naar hun mening over Rusland. Nederland kwam uit de bus als meest Russofobe land. Hoe verklaart u dit?

Het is de uitkomst van Amerikaans onderzoek. Ik baseer mijn idee daarover op de opinie van de Nederlanders met wie ik in contact sta.

De Nederlanders met wie u in contact staat zijn waarschijnlijk geen doorsnee Nederlanders.

Dat er negatief gedacht wordt over Rusland zal in elk geval kloppen voor Nederlandse politici, en ook voor de Nederlandse pers. De Nederlandse pers draagt het beleid uit van de Nederlandse overheid. Ik zie dat vooral bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), waar kennelijk maar één standpunt is toegestaan. Dat is toch geen vrije meningsuiting? Niet zo vreemd. De NPO is eigendom van de Nederlands staat. De vrijheid van pers bestaat niet. Nergens, Nederland niet uitgezonderd.

De commerciële zenders en kranten zijn niet in bezit van de Nederlandse overheid.

Ook daar zie je maar één standpunt over Rusland, dat van de overheid. En ook daarin verschilt Nederland niet van Rusland, want ook in Rusland laten journalisten  zich doorgaans leiden door de mainstream, al moet ik zeggen dat er in Rusland meer diversiteit bestaat dan in Nederland. In Russische talkshows zie je burgers uit tal van landen, Amerikanen, Britten, Oekraïners, Polen, Nederlanders, die daar het standpunt uitdragen van hun land. Op de Nederlandse televisie zie je nooit een Rus die de Russische visie uitdraagt. Nou ja, één keer onze ambassadeur, Alexander Shulgin, en één keer de tweede man van onze ambassade, Boris Zhilko.

Maar in elk geval beseft men in Rusland heel goed welke landen het slechtst over Rusland denken. De laatste jaren is Nederland bij die groep gekomen.

Hoe verklaart u dat in Nederland de opinie zo slecht is over Rusland?

Dat is voor mij een groot raadsel. Want vanaf eind jaren tachtig tot 2013 waren wij zeer goed bevriend. De betrekkingen waren perfect. Als ik met mijn Nederlandse gesprekspartners praat, dan zeggen zij: “Alles is begonnen in 2014, toen jullie de Krim annexeerden.” Maar dat is niet zo. De grote ommekeer kwam in 2013, tijdens het Nederland-Ruslandjaar. In dat jaar was er een aaneenschakeling van incidenten, niet in Rusland, maar hier in Nederland. Vooral rond de LHBT-campagne. Toen onze president Vladimir Poetin in april 2013 naar Nederland kwam, waren er enorme betogingen in Amsterdam, bij de Hermitage, het Scheepvaartmuseum.

U doelt op de betogingen tegen wat in Nederland genoemd wordt ‘de anti-homowetgeving’ in Rusland?

Van een anti-homowetgeving is absoluut geen sprake in Rusland. Er is een wetgeving, maar die is niet gericht tegen homo’s. U moet het in perspectief zien. In de jaren dat Rusland democratiseerde en er steeds meer openheid kwam, heeft de homobeweging zich enorm ontwikkeld. Moskou was, en is misschien nog steeds, de stad met de meeste homoclubs ter wereld. Niemand heeft die clubs gesloten. Er werd voor ons alleen een grens bereikt toen activisten naar lagere en middelbare scholen gingen om met kinderen te praten over homoseksualiteit. Dat wilden wij niet. Daar is die wetgeving voor bedoeld. Dat dat niet meer mogelijk is.

U denkt dus dat de LHBT-campagne in Nederland de betrekkingen tussen de landen heeft geschaad?

Om het Nederland-Ruslandjaar te vieren was er in zomer van 2013 een galaconcert georganiseerd op het Museumplein in Amsterdam. Dat dreigde mis te gaan omdat burgemeester Eberhard van der Laan toestemming had gegeven voor de organisatie van een protestmanifestatie van het COC op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek. Ik had niet de indruk dat dit van het COC uitging. Ik heb toen namelijk op de ambassade gesproken met vertegenwoordigers van het COC die contact met ons hadden opgenomen omdat ze zich zorgen maakten. Zij wilden voorkomen dat er confrontaties zouden ontstaan tussen de bezoekers van de twee evenementen. En natuurlijk wilden ook wij dat niet. Dat is uiteindelijk ook niet gebeurd. We hebben met het COC afgesproken dat zij eerst hun manifestatie zouden houden, en wij later zouden beginnen. Er zijn na afloop van de COC-manifestatie ook nog bezoekers van die manifestatie naar het Russische galaconcert gegaan. Niet om te demonstreren, maar om te kijken en te luisteren.

Het verliep dus vreedzaam, de twee evenementen op het Museumplein, maar u vermoedt dat er is aangestuurd op een confrontatie?

Ik ben er van overtuigd dat achter de mensen van het COC die geen confrontatie met ons wilden, iemand stond die wel een confrontatie wilde.

Wie kan dat geweest zijn? Burgemeester Van der Laan?

Ik weet het niet. Maar het is waar dat burgemeester Van der Laan toestemming heeft gegeven voor de organisatie van de beide evenementen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek. Als onze ambassade en het COC niet samen geregeld hadden dat de evenementen na elkaar zouden plaatsvinden, dan had het goed mis kunnen lopen.

Heeft u het vermoeden dat er ook op andere momenten in het Nederland-Ruslandjaar is aangestuurd op confrontatie?

De problemen rond het Nederlandse Greenpeace-schip Arctic Sunrise.

Greenpeace probeerde een boorplatform van Gazprom te bezetten, als protest tegen de Russische oliewinning bij het Noordpoolgebied. U ziet dat als een provocatie?

Ik ben ervan overtuigd. Waarom heeft men uitgerekend in het Nederland-Ruslandjaar die actie georganiseerd?

Is Greenpeace ook niet in andere jaren actief geweest in de Russische wateren?

Absoluut niet.

Het kan toch ook toeval zijn geweest?

Misschien. Maar als ik al die toevalligheden bij elkaar optel, dan zie ik een bepaalde trend.

Het Nederland-Ruslandjaar begon met de dood van een Russische activist en asielzoeker in een Nederlandse cel, Aleksandr Dolmatov.

Dat was in januari. Hij pleegde zelfmoord in het detentiecentrum Rotterdam. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Er is een Russische diplomaat door de Nederlandse politie opgepakt, omdat hij zijn kinderen zou mishandelen.

Dmitry Borodin was de tweede man van de ambassade, gevolmachtigd minister. Hij werkt nu in België. Hij is een vriend van mij. Ik ken hem heel goed, en ook zijn vrouw en kinderen. Het is volkomen idioot wat men hier over hem en zijn familie heeft beweerd.

Wat is er volgens u nog meer misgegaan in het Nederland-Ruslandjaar?

Er zijn LHBT-activisten naar Moermansk gegaan, om te proberen daar een manifestatie te organiseren. Wat hadden die mensen in Moermansk te zoeken? Waarom gingen ze niet naar Ankara, Turkije? Of naar Riaad, Saoedi-Arabië? Daar zijn echte schendingen van homorechten. En probeer daar ook maar eens te demonstreren.

U gelooft hoe dan ook niet in een ongelukkige samenloop van omstandigheden? U denkt dat geprobeerd is de feestelijkheden rond het Nederland-Ruslandjaar te verstoren?

Ik kan het mij bijna niet anders voorstellen. Ik stel mij de vraag: In de betrekkingen tussen Nederland en Rusland  loopt alles prima. Er zijn goede contacten op alle niveaus. Er zijn over en weer bezoeken, er wordt goed onderhandeld over diverse kwesties. Premier Rutte gaat naar Lubmin, een stadje in Duitsland, naar de opening van de gaspijpleiding Nord Stream 1, en voert daar vriendschappelijke gesprekken met Dmitri Medvedev, de toenmalige Russische president. En dan plotseling, in het Nederland-Ruslandjaar gebeuren al die dingen.

Als er is aangestuurd op een rampzalig Nederland-Ruslandjaar, wie kan daar dan belang bij hebben gehad?

Ik mag geen beschuldigingen uiten als ik geen bewijzen heb. Zeker niet aan het adres van onze Nederlandse vrienden. Maar kijk naar de Verenigde Staten. Aan het begin van de tweede termijn van Obama, in 2013, begint alles mis te gaan in de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten. Is het toeval dat tegelijk hetzelfde gebeurde tussen Rusland en Nederland?

U noemde net de ontmoeting van Rutte en Medvedev bij de opening van Nord Stream 1 als voorbeeld van dingen die goedgingen in 2013. Was dat een willekeurig voorbeeld? We weten nu dat de Amerikanen fel gekant zijn tegen Nord Stream 2 en de aanvoer van Russisch gas naar Europa in het algemeen.

Er werd in de Verenigde Staten destijds geen campagne gevoerd tegen Nord Stream 1 zoals nu tegen Nord Stream 2.

U noemde het rampzalig verlopen vriendschapsjaar als verklaring voor de omslag in de publieke opinie over Rusland. Maar denkt u niet dat MH17 daar ook een grote rol in heeft gespeeld? Nederland wijst hiervoor al vier jaar met de vinger naar Rusland.

Natuurlijk. Maar MH17 kwam een jaar later, in 2014. De opinie over Rusland was toen al verslechterd.

Klopt mijn indruk dat de Russische ambassade zich erg op de vlakte heeft gehouden ten aanzien van MH17? Heeft de ambassade bijvoorbeeld ooit geprobeerd in contact te treden met nabestaanden van de slachtoffers?

We hebben geen contact gehad met nabestaanden. Ons heeft daarvoor nooit een verzoek bereikt.

Het afgelopen jaar protesteerde een aantal nabestaanden bij de ambassade. Toen is niemand van u even met die mensen gaan praten?

Als die mensen hadden gezegd dat ze een petitie wilden overhandigen of gevraagd hadden om een gesprek met de ambassadeur, dan waren we daar zeker op ingegaan. Maar ook hier geldt: ons heeft geen verzoek bereikt.

Eén van u had er ook even naartoe kunnen lopen.

Hoe kunnen wij daar onbekommerd naartoe lopen? MH17 is zo’n gevoelige kwestie. Je weet niet wat je aantreft. Je kunt niet in de ziel kijken van die mensen. Misschien willen ze wel helemaal geen Russen zien. Worden ze heel kwaad. Als van hun een teken was uitgegaan dat ze iemand van de ambassade wilden spreken, dan waren we er zeker heengegaan. En sowieso protesteerden ze voor de verkeerde ambassade. Wij zien onszelf niet als schuldig aan de ramp.

U erkent dat MH17 een grote rol speelt in de manier waarop Nederlanders naar Rusland kijken. Heeft de Russische ambassade nooit gedacht: Wij willen dat beeld corrigeren?

Ik zou niet weten welke actie wij daarop kunnen ondernemen. Als mensen vragen hebben over MH17, dan reageren we daar op. Meer kunnen wij niet doen. De rest laten wij over aan de mensen in Moskou die zich bezighouden met het onderzoek naar de ramp.

Vladimir Naydenov (foto: Eric van de Beek)

De Russische ambassade spreekt zich via Twitter wel uit over Nederlands-Russische kwesties. Maar dat gebeurt in het Engels. Dat is dan kennelijk niet om een Nederlands publiek te bereiken?

Ik lees geen Twitter-berichten van de ambassade.

Hoe zijn de contacten van uw ambassade met de pers? De Amerikaanse ambassade organiseert persreizen, ontvangt journalisten in de ambassadeurswoning, betaalt zelfs voor artikelen. U doet dat allemaal niet? U doet niks aan pr?

Wij kunnen aan de pers niet aanbieden wat de pers niet wil. Maar de pers is altijd welkom hier. Onze ambassadeur is een zeer open man. Als een krant hem vraagt voor een interview is hij altijd bereid. Wel op voorwaarde dat alles wat hij zegt ook gepubliceerd wordt. Dit om te voorkomen dat uitspraken van hem niet in een hele verkeerde context geplaatst worden, zoals een keer gebeurd is met een Nederlandse krant, waarvan ik de naam niet zal noemen.

Die voorwaarde stelt hij ook aan tv-ploegen?

Ja. Er mag niet geknipt worden in interviews met hem.

Dat zou misschien kunnen verklaren waarom we de Amerikaanse ambassadeur veel vaker zien op televisie en in de kranten dan de Russische ambassadeur.

De Amerikaanse ambassadeur is misschien vaker op televisie omdat hij zegt wat men in Nederland wil horen.

U vindt de Nederlandse pers bevooroordeeld?

Zie de selectieve manier waarop de Nederlandse pers heeft bericht over de jaarlijkse persconferentie van president Poetin van afgelopen maand.

Kranten hebben een beperkte ruimte. Die kunnen geen integrale verslagen plaatsen van persconferenties.

Poetin zei dingen die van groot belang zijn voor Nederland, maar daarover stond helemaal niets in de kranten.

Welke dingen van groot Nederlands belang zei Poetin die niet door de Nederlandse pers zijn opgepikt?

Over kruisraketten. Hij heeft gezegd dat men niet beseft hoe gevaarlijk de tijd is waarin wij leven. Mensen zijn gaan denken dat wat nu gebeurt een soort computerspelletje is. Poetin noemde als voorbeeld strategische raketten zonder kernkop die de Amerikanen in gebruik willen gaan nemen. Hij zei: “Hoe kunnen wij, als zo’n raket gelanceerd wordt vanuit een onderzeeër, tijdig vaststellen of die een nucleaire lading heeft of niet? We hebben maar een paar seconden om te bepalen hoe we daarop reageren.” Poetin waarschuwde dat de veiligheidsdrempel zo een stuk lager komt te liggen.

Hij doelde daarmee ook op wat u eerder aansneed in dit gesprek: de Amerikaanse opzegging van het INF-akkoord?

Ja. En dat raakt direct aan de veiligheid van Nederland en andere Europese landen. Want wat als het INF-verdrag in de prullenbak wordt gegooid? Dan gaan we terug naar de tijd waarin het de vraag was: “Waar in Europa zullen de Amerikaanse raketten voor de middellange afstand worden opgesteld?” En dan zal gedacht worden aan dezelfde landen als in de jaren tachtig: Duitsland, Nederland en België.

Nog even terug naar MH17: Nederland en Australië hebben Rusland aansprakelijk gesteld voor de ramp. Ze willen hierover onderhandelen met Rusland, maar afgelopen maand werd bekend dat Rusland daar niets voor voelt.

Wij hebben gezegd: “Wij zijn bereid om met Nederland rond de tafel te gaan, maar niet op basis van een aansprakelijkstelling aan het adres van Rusland.”

Het is zeker dat Oekraïne schuld heeft. Die heeft het luchtruim niet gesloten boven een oorlogsgebied. Toch stelt Nederland Oekraïne niet aansprakelijk.

En dus is het uitgesloten dat Nederland en Rusland nog met elkaar in onderhandeling zullen gaan over MH17?

[pullquote]Misschien verklap ik nu een staatsgeheim.[/pullquote]

Er ligt nu van Nederland een nieuw voorstel op tafel. De Nederlanders zijn inmiddels bereid een gesprek te voeren op basis van een open agenda. Dat is acceptabel voor ons. Misschien verklap ik nu een staatsgeheim, een Nederlands staatsgeheim, maar dit is wat ik gehoord heb.

Er kan nu dus ook gesproken worden over de Oekraïense schuld aan de ramp?

Dat neem ik aan ja. Met een open agenda is alles bespreekbaar.

Terugkerend naar het thema van dit interview, de steeds verder verslechterende Nederlands-Russische betrekkingen: In 2017 beschuldigden de MIVD en AIVD Rusland ervan cyberaanvallen te plegen, nationale verkiezingen te beïnvloeden, de publieke opinie te bespelen en de traditionele media weg te zetten als onbetrouwbaar. Later dat jaar sprak minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken over Russen die nepnieuws verspreidden in Nederland.

Wat kan ik daarop zeggen? Er komt een nieuw begrotingsjaar aan, iedereen wil meer geld uit de staatsruif. En dus brengen de MIVD en AIVD een jaarverslag uit waarin ze spreken over een Russische dreiging. Ik vraag u: Waar blijven de bewijzen van al deze beschuldigingen die men ons voor de voeten werpt?

De Nederlandse overheid heeft de Russische ambassade nooit bewijzen getoond?

Het enige wat mevrouw Ollongren doet is praten, en voor veel gedoe zorgen in de pers en in de Tweede Kamer. Ze komt nooit met bewijzen.

Als de ene staat de andere ergens openlijk van beschuldigt is het de gewoonte de ambassadeur op het matje te roepen. Is dit gebeurd naar aanleiding van de jaarverslagen van de AIVD en MIVD en van datgene wat minister Ollongren heeft geroepen over Russisch nepnieuws?

Nee. Onze ambassade is alleen op het matje geroepen over de vermeende hackpoging van het wifi-netwerk van de OPCW, en over de aansprakelijkstelling inzake MH17.

In het algemeen: Wat het Westen doet is Rusland beschuldigen van datgene wat ze zelf in Rusland doet. Zoals inmenging in verkiezingen. Het Westen, en met name Nederland, heeft zich altijd gemengd in onze verkiezingen. Er bestaat in Nederland een instituut, het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, waar alle grote politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer aan deelnemen. Dat mengt zich al jarenlang in de Russische politiek.

Nederland heeft zelfs in de jaren negentig geprobeerd politieke partijen op te richten in Rusland, zoals een christendemocratische partij. Degene die dat geprobeerd heeft, is nog steeds actief in de Nederlandse politiek. Ik zal daarom zijn naam niet noemen. Van die partij is trouwens niks terecht gekomen. Hij heeft mij zelf verteld waarom niet. Al het Nederlandse geld dat in die partij was gestoken, was terecht gekomen in de zakken van ‘schoften’, zoals hij degenen noemde die hem hadden moeten helpen met de oprichting van die partij.

Mengt Nederland zich nog steeds in de Russische verkiezingen?

Ik weet niet precies hoe de situatie nu is. Maar vroeger was er het zogenaamde Matra-programma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie zei: “Matra heeft niks te maken met politiek. We geven geen geld aan organisaties. We ondersteunen alleen projecten.” Maar als je keek welke projecten dat waren, dan werd meteen duidelijk welke organisaties daar achter zaten. Het waren meestal projecten op het gebied van mensenrechten en de vrijheid van pers. De Russische overheid is daar trouwens niet op tegen. Het is niet verboden. Het is alleen zo dat de organisaties die buitenlands geld ontvangen dat moeten melden bij de Russische belastingdienst. Daar is niks vreemds aan. In heel veel landen is dat precies zo. In de Verenigde Staten is het zelfs nog veel strenger geregeld dan in Rusland. 

De Russische krant Novaya Gazeta is via het Nederlandse Matra-programma gefinancierd. Onder voormalig PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken is Nederland begonnen met het steunen van wat genoemd werd ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Dat is u waarschijnlijk bekend? De financiering verloopt via Free Press Unlimited.

Ik weet dat er is geprobeerd zoiets op te zetten met Polen, maar daarvan is dacht ik niks gekomen. Ik merk er althans niets van. Sowieso, als de heer Koenders of de heer Blok teveel geld heeft mogen zij dit uitgeven, maar in Rusland merken we er niks van.

De Russische overheid heeft nooit gedacht: We gaan in antwoord op de activiteiten van de Nederlandse overheid ‘onafhankelijke Nederlandstalige media’ steunen in Nederland en België?

We hebben alleen RT en Sputnik die actief zijn in het buitenland.

RT en Sputnik brengen geen nieuws in het Nederlands.

In Rusland is de belangstelling voor de Nederlandse taal sterk afgenomen. Nederlands wordt op steeds minder hogescholen in Rusland als vak aangeboden. Ik vind dat erg. Nederlands is de grootste van de kleinere talen van Europa. Er zijn meer mensen die Nederlands praten dan mensen die een Scandinavische taal spreken. Toch is er in Rusland meer belangstelling voor Scandinavische talen dan voor het Nederlands. In de sovjet-tijd had je nog Radio Moskou. Dat was een zender op de korte-golf in het Nederlands. Toen ik daar voor het eerst van hoorde dacht ik: “Niemand luistert daarnaar.” Maar toen ik naar Nederland kwam, en begon te werken als cultureel attaché, bleek dat er een gezelschap in Nederland bestond, genaamd ‘Vrienden Radio Moskou’. In heel Nederland bleken er groepjes trouwe luisteraars te zijn. Er waren er zelfs die aanboden reportages te maken over Russische culturele evenementen in Nederland.

NRC publiceerde onlangs een groot artikel met de kop: Russische ambassade in Den Haag is een zenuwcentrum voor spionage. Hoe is dit ontvangen bij u op de ambassade?

De taak van elke ambassade is informatie te verzamelen over het gastland. De Nederlandse ambassade doet dat ook in Moskou. Als men dat ‘spionage’ noemt, dan is dat misschien ook ‘spionage’. Ik weet dat niet.

NRC beschuldigt uw ambassade van spionage met name vanwege het contact dat er geweest is tussen een medewerker van de ambassade en de vier GRU-officieren die het land zijn uitgezet op beschuldiging van een mislukte hack van het wifi-netwerk van de OPCW.

Degene die de GRU-officieren van het vliegveld heeft afgehaald en ze naar hun hotel heeft gebracht is de secretaris van de ambassadeur. Hij heeft niks met spionage te maken. Dat is absoluut quatsch.

Het NRC heeft hem niet gevraagd voor wederhoor?

Nee.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat de vier GRU-officieren in Nederland waren op ‘routinereis’. Wat wil dat zeggen?

Zij waren naar Nederland gekomen om technische werkzaamheden te verrichten op de ambassade. Ik ben geen technische man. Ik weet niet welke geheimen onze ambassade heeft, maar elke ambassade beschikt over bijzondere apparatuur. De vier officieren logeerden tegenover de OPCW in het Marriott-hotel. En dus stond hun auto daar geparkeerd. Daar was niks bijzonders aan. Als wij Russische delegaties ontvangen, dan verwijzen we ze standaard naar het Marriott. Omdat dat hotel vlakbij onze ambassade gelegen is en ook omdat we er een prijsafspraak mee hebben.

Waarom denkt u dat Nederland Rusland vals wil beschuldigen?

Die beschuldiging maakt deel uit van een campagne die wordt gevoerd tegen ons land. Minister Bijleveld van Defensie heeft gezegd dat Nederland in oorlog is met Rusland. De beschuldiging van haar over Russen die geprobeerd zouden hebben de OPCW te hacken is een voorbeeld van hoe Nederland die oorlog voert, in dit geval door middel van propaganda.

Mevrouw Bijleveld is een verhaal apart. Toen zij Commissaris van de Koningin was in de provincie Overijssel nam zij een heel andere houding aan ten opzichte van Rusland. Zo heeft zij meerdere malen onze ambassadeur uitgenodigd om naar Enschede te komen. Dit in verband met de geschiedenis van de Rusluie uit Vriezenveen en de topbijeenkomst die de burgemeester van Losser wilde organiseren tussen Reagan en Gorbatsjov. Alles umsonst.

Wat moet er veranderen om de betrekkingen tussen de landen te verbeteren?

Wij moeten meer met elkaar in contact treden. Er moeten meer uitwisselingen komen. Nederlandse parlementariërs moeten weer naar Rusland komen. Problemen kun je alleen oplossen als je met elkaar praat.


Novini heeft navraag gedaan bij stichting De 4Daagse over Russische militairen die niet meer welkom zouden zijn bij de Nijmeegse Vierdaagse. De stichting schrijft in een reactie: “Een korte blik in onze administratie bevestigt inderdaad dat er de afgelopen jaren geen militaire deelnemers hebben deelgenomen die zich hebben geregistreerd met een adres in Pskov. Wel hebben er de afgelopen jaren steeds enkele militairen met de Russische nationaliteit deelgenomen aan de Vierdaagse. Het is dus niet juist dat het Russische militairen niet toegestaan zou zijn om in te schrijven voor de Vierdaagse.”

Posted on

Waarom is NRC een NAVO-krant?

NRC zegt in haar beginselprogramma de NAVO te steunen. Verklaart dit de heksenjacht op Nederlanders die een vreedzame co-existentie nastreven met Rusland? Wie zijn eigenlijk de financiers van NRC?

Toeval of niet. Drie dagen voordat minister Kajsa Ollongren het jachtseizoen opende op Russisch nepnieuws, verscheen in NRC een artikel waarin CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt beschuldigd werd van het verspreiden van Russische propaganda. Geheel ten onrechte, zoals later bleek, maar het gevolg was wel dat Omtzigt politiek kaltgestellt werd. Hij mocht niet langer namens zijn fractie het woord voeren over MH17. Tot grote teleurstelling van velen. Er was geen ander Kamerlid dat zich zo kritisch had getoond over de rol van het kabinet Rutte bij het boven krijgen van de onderste steen in het onderzoek naar de ramp met MH17.

Wilmer Heck
Wilmer Heck

De karaktermoord van NRC op Omtzigt staat niet op zichzelf. NRC publiceert sinds vorig jaar het ene na het andere artikel over ‘Russische beïnvloeding’. Nederlanders die een andere kijk hebben op MH17 of op andere aan Rusland gerelateerde onderwerpen krijgen vroeg of laat NRC-journalist Wilmer Heck op hun dak. Niet uit interesse voor hun ideeën, maar om uit te vissen met wie ze in contact staan en waar ze hun geld vandaan halen. De achterliggende gedachte hierbij lijkt steeds te zijn dat deze mensen optreden als doorgeefluik van Russische propaganda, zonder dat ze er zelf erg in hebben (de zogeheten ‘nuttige idioten’), of omdat het Kremlin ze er voor betaalt. Kortom: achter elke boom schuilt een Rus. Het is een vorm van paranoia die doet denken aan de donkere dagen van het Mccarthyisme in de VS, toen senator Joseph McCarthy een heksenjacht voerde op Amerikaanse burgers die hij verdacht van communistische activiteiten of sympathieën.

Het laatste slachtoffer in de kruistocht van NRC tegen ‘Russische beïnvloeding’ is De Andere Krant. Dit is een krant die in maart van dit jaar in een oplage van 50.000 exemplaren is verschenen, gratis is verspreid, is bekostigd uit donaties van lezers, tot doel heeft de ‘andere kant’ van het nieuws te belichten en waarvan de eerste editie geheel was gewijd aan het thema ‘Rusland’. Ik ben als auteur en eindredacteur betrokken geweest bij deze eerste editie van de krant. NRC zette meteen de aanval in. NRC-journalist Wilmer Heck oordeelde in zijn eerste artikel over De Andere Krant dat deze ‘pro-Russisch’ is. Geheel ten onrechte, zoals ik heb uitgelegd in mijn artikel ‘NRC op Russenjacht’. De komende nummers van De Andere Krant hebben niks met Rusland te maken, en in het eerste nummer wordt het land nergens opgehemeld.

Smadelijk artikel

Het was nog tot daaraan toe dat Heck De Andere Krant als ‘pro-Russisch’ framede. Zijn tweede artikel over De Andere Krant was ronduit smadelijk. Hij bracht in dit artikel de krant in verband met antisemitisme. Was dat omdat Heck antisemitische teksten had aangetroffen in De Andere Krant? Zeker niet. Geen spoor daarvan. Niks wat er in de verste verte ook maar in die richting wees. Heck schreef dit keer over één van de ruim 150 financiers van de krant, bioboer Hugo Jansen, die hoofdredacteur Sander Compagner had toegezegd financieel bij te springen in het geval er te weinig zou worden opgehaald aan donaties om de kosten van de krant te dekken (6000 euro). Heck onthulde dat deze Jansen onder pseudoniem op zijn eigen blog een strijd voert tegen wat hij noemt ‘de joodse elite’.

Het moet voor Heck een teleurstelling zijn geweest dat de borgsteller van De Andere Krant geen Rus was, en zelfs geen Nederlander die zich laat betalen door het Kremlin of zakelijke belangen heeft in Rusland. Maar gelukkig was het een persoon die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitliet. Zo kon de ‘pro-Russische’ krant alsnog verdacht worden gemaakt. Het is dezelfde truc die Heck uithaalde met Omtzigt. Door de CDA-politicus in verband te brengen met iemand die zogenaamd niet deugde (een MH17-nepgetuige) werd de suggestie gewekt dat hij dan zelf ook wel niet zou deugen. Guilty by association.

NRC Ombudsman Sjoerd de Jong
NRC Ombudsman Sjoerd de Jong

Overigens was Jansen een roepende in de woestijn met zijn blog over ‘de joodse elite’. Door hem volop in de schijnwerpers te plaatsen heeft NRC ervoor gezorgd dat hij nu met zijn boodschap een veel groter publiek bereikt dan toen hij nog anoniem op zijn blog in de marge rommelde. Ik heb NRC Ombudsman Sjoerd de Jong gevraagd wat hij ervan vindt dat zijn krant een podium heeft geboden aan iemand die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitlaat, compleet met een linkje naar diens blog.

Ik ontving van De Jong een vriendelijke en ook uitgebreide brief terug, maar op deze vraag heeft hij niet geantwoord. Ook niet op mijn vraag trouwens of de hoofdredactie had moeten nadenken over de consequenties voor Jansen. Wat als hem iets ernstigs overkomt? Zoals een aanslag op zijn leven? Zouden Heck en diens werkgever NRC zich hiervoor verantwoordelijk voelen? Aangezien de woonplaats van Jansen in het artikel staat vermeld, en hij enige lokale bekendheid geniet, is het voor kwaadwillenden een peulenschil hem te traceren.

Een klacht van mij over het artikel van Heck heb ik ter beoordeling voorgelegd aan de Raad voor de Journalistiek.

De Lange arm van Uncle Sam

Vanwaar die obsessie van NRC met ‘Russische beïnvloeding’? Het is toch inmiddels voor iedereen duidelijk dat minister Ollongren zelf doet wat ze Rusland verwijt? Haar verhaal over Russen die de publieke opinie in Nederland beïnvloeden was immers het grootste nepnieuws van 2017. Ze noemde als voorbeeld een Russische website die nepnieuws verspreidde over MH17. Heel Nederland heeft naar die website gezocht, maar niemand heeft deze gevonden. De minister noemde later nog een ander voorbeeld, een video op GeenStijl met gemaskerde mannen die dreigende taal uitten jegens de tegenstanders van het associatieakkoord met Oekraïne. Die video was weliswaar nep, maar het is het enige duidelijke voorbeeld van desinformatie in de Nederlandse media afkomstig uit Rusland (al dan niet mede mogelijk gemaakt door de Russische staat).

Vergelijk dit met de invloed die de VS uitoefenen op onze media en politiek. Is die niet vele malen groter? En zo ja, zou NRC daar niet beter een artikelenserie aan kunnen wijden? Ik heb deze vraag voorgelegd aan Wilmer Heck. Zijn antwoord: ‘Is er iemand die de lange arm van Uncle Sam in Nederland ontkent? Ik niet hoor. We zitten niet voor niets samen met de VS in de NAVO. Dat lijkt me geen geheim’.

Ik heb daarom zelf maar eens uitgezocht hoe het zit met de Amerikaanse invloed op de publieke opinie in Nederland. Zie mijn hoofdstuk ‘De Lange arm van Uncle Sam’ in het boek ‘Nepnieuwsexplosie‘. Of zie wat ik hierover gezegd heb in een interview bij Café Weltschmerz. In Nepnieuwsexplosie meld ik onder meer dat er bij NRC en andere landelijke media nogal wat journalisten rondlopen die ‘fellow’ zijn van het German Marshall Fund of the United States. Over de activiteiten van deze Atlantische lobbyclub, zie het boek ‘Gekochte journalisten‘, waarin de auteur, Udo Ulfkotte, uit eigen ervaring hierover vertelt.

Ook meld ik in het boek dat NRC zich indertijd ontdaan heeft van correspondent Jan van der Putten omdat die kritisch berichtte over de militaire dictatuur van Augusto Pinochet in Chili. Van der Putten ging met zijn kritiek in tegen ‘de Atlantische lijn’ van de krant, zo gaf toenmalig hoofdredacteur André Spoor hem te verstaan.

Steun aan de NAVO

Wat meer is: NRC verklaart in haar Beginselen dat zij de NAVO steunt.  ‘Vandaar dat wij de grondslagen van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden’, zo staat er te lezen. Zou het kunnen dat er een NAVO-agenda schuilgaat achter de heksenjacht op vermeende pro-Russische Nederlanders? Anders gezegd: Staat NRC zo vijandig tegenover Rusland en vermeende pro-Russen omdat de NAVO zo vijandig staat tegenover Rusland?

NRC zegt de NAVO te steunen, ‘niet om ideologische redenen’, maar vanuit het idee dat deze ‘vrede en veiligheid’ brengt. Zo staat in de Beginselen te lezen. Hoe geloofwaardig is dat nog?

De NAVO-aanval van 2011 op Libië stortte het land in chaos, wakkerde het terrorisme aan (ISIS kreeg voet aan wal) en zorgde voor een ongekende stroom vluchtelingen van Afrika naar Europa.

Het roekeloze gedrag van sommige NAVO-leden maakt Nederland er ook al niet veiliger op. Op 14 april 2018 voerden de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië een raketaanval uit op Syrië. Wat als er daarbij Russische doelen waren geraakt? Dan had Rusland wellicht gedaan wat het beloofd had te zullen doen: het uitschakelen van de lanceerinstallaties van de raketten. En dan was NAVO-artikel 5 in werking getreden: een aanval op één is een aanval op allen. Dan waren we in oorlog gekomen met Rusland. Hoe veilig zouden we dan zijn geweest als NAVO-partner? We hoeven ons geen illusies te maken over de Russische bommenwerpers die geregeld langs onze kustlijn vliegen. Die hebben zeker geen confetti en feestneuzen aan boord. De Russen weten ook wat wij weten: op de Noord-Brabantse vliegbasis Volkel liggen Amerikaanse kernbommen opgeslagen.

Het hele idee van NRC dat de NAVO garant staat voor onze vrede en veiligheid dateert uit een tijd dat er nog zoiets bestond als het ‘Rode Gevaar’. Dat gevaar hield op te bestaan in 1991, toen de Sovjet-Unie en het Warschau Pact implodeerden. Daarna hebben achtereenvolgens Boris Jeltsin en diens opvolger Vladimir Poetin de VS te kennen gegeven aansluiting te zoeken bij de NAVO. De uitgestoken hand van de Russen werd echter volledig genegeerd. De NAVO beantwoordde deze met uitbreiding van het aantal lidstaten tot aan de Russische grens en een bijbehorend propaganda-offensief over een Russische dreiging voor Europa.

Wie gelooft nog in het gevaar van Russische invasie? Diverse Nederlandse Ruslandkenners hebben het afgedaan als lariekoek, onder wie Derk Sauer, Alexander Münninghoff en Bas van der Plas. Dat we in Nederland een minister van Buitenlandse Zaken hadden, Halbe Zijlstra, die loog over Poetin die gezegd zou hebben te streven naar een ‘Groot Rusland’, maakt het gevaar van een Russische invasie voor de Baltische staten er niet geloofwaardiger op. Bij gebrek aan overtuigende feiten worden er letterlijk feiten verzonnen die alsnog moeten overtuigen.

Niettemin blijven politiek Den Haag en de landelijke media, NRC voorop, stug volhouden dat we ons tot op de tanden moeten wapenen omdat anders ‘de Russen’ komen. ‘Onze zwakte is Poetins kracht’, schreef onlangs nog NRC-columnist Bas Heijne. Dat alle NAVO-landen bij elkaar twaalf keer meer uitgeven aan bewapening dan Rusland wordt in dit soort berichtgeving stelselmatig buiten beschouwing gelaten. En ook dat het uiteindelijk Rusland is geweest dat in Syrië de strijd tegen ISIS en Al Qaida beslecht heeft.

Wie financiert NRC?

Vanwaar toch die stelselmatige demonisering van Rusland en de heksenjacht op landgenoten die streven naar een vreedzame co-existentie met Rusland? Als dat is vanwege de steun van NRC aan de NAVO, zoals vastgelegd in de Beginselen, dan kan de hoofdredactie die Beginselen toch herschrijven? Mits uiteraard de financiers van NRC haar die ruimte laten. Want wie zijn dat eigenlijk, die financiers? Nu is het algemeen bekend dat NRC en NRC Next worden uitgegeven door het Vlaamse concern Mediahuis, en dat de aandelen hiervan in handen zijn van Corelio, Concentra en VP exploitatie. Maar… wie zijn de eigenaren van deze bedrijven? Wie zijn de mensen achter de aandelen? Waar wonen ze? Wat zijn hun activiteiten en politieke overtuigingen? Horen daar misschien ook activiteiten en overtuigingen bij die zij liever verborgen houden voor de buitenwereld? Wilmer Heck vond in zijn onderzoek naar de ruim 150 donateurs van De Andere Krant iemand die anoniem blogde over ‘de joodse elite’. Wie weet wat sommige NRC-financiers uitvoeren in hun vrije tijd? Misschien zitten er wel satanisten tussen, kindermisbruikers, necrofielen of verzamelaars van nazi-uniformen. Ik laat dergelijk onderzoek graag over aan anderen. Ik voel mij daar namelijk teveel journalist voor. De overtuigingen en activiteiten van de NRC-eigenaren acht ik alleen van belang voor zover deze iets verklaren over de hoofdredactionele koers van de krant.

P.S.: NRC Ombudsman Sjoerd de Jong heeft een column gewijd aan de vragen die ik hem per brief heb gesteld over de steun van de krant aan de NAVO. Zijn reactie komt neer op: ‘NRC steunt de NAVO, in beginsel. Maar dat is iets anders dan salueren en in de houding springen.’

In een persoonlijke reactie op mijn brief heeft hij verder laten weten mijn kritiek niet te delen op de artikelen van Wilmer Heck over De Andere Krant.

En hoewel hij zich eerder kritisch uitliet over het artikel van Heck over Omtzigt, schrijft hij nu:

“Onweersproken is dat Omtzigt het (irrelevante) relaas van de man (‘MH17-nepgetuige’, EvdB) interessant genoeg vond voor een persoonlijk gesprek, daarna het initiatief nam spreektijd voor betrokkene aan te vragen, en hem een tekst souffleerde die opnieuw twijfel wekte aan de vastgestelde feiten rond de ramp. Dat roept vragen op over het beoordelingsvermogen van het Kamerlid, die in het artikel terecht aan de orde zijn gesteld.”

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over Nepnieuwsexplosie

Onze medewerker Eric van de Beek was onlangs opnieuw te gast bij Café Weltschmerz, waar hij door Teun Gautier geïnterviewd werd naar aanleiding van het recent verschenen boek Nepnieuwsexplosie, waarover Van de Beek samen met communicatiewetenschapper Tabe Bergman de redactie voerde.

Nepnieuwsexplosie is een bundel artikelen over desinformatie in de Nederlandse media. In dit boek buigt een groep kritische journalisten en academici zich over de prangende vraag wat nepnieuws is en waar het vandaan komt. Aan de hand van onder meer de oorlog in Syrië, de ramp met vlucht MH17 en de doodgezwegen Amerikaanse invloed op de Nederlandse pers, tonen de auteurs dat het zogenaamde kwaliteitsnieuws keer op keer een vervormd beeld van de werkelijkheid geeft. Journalisten dienen, vaak zonder dat zij er zelf erg in hebben, de belangen van de politieke en economische elites – niet die van de gewone burger.

De bundel bevat bijdragen van onder andere Willy Van Damme, Stan van Houcke, Arnold Karskens en Cees Hamelink. Het boek is verschenen bij Uitgeverij De Blauwe Tijger:

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

 

Posted on

Waarom Lubach het nét niet snapt en we juist allemaal op Facebook moeten blijven

In ‘Zondag met Lubach’ laat Lubach zich dan wel kritisch uit over de gevestigde media maar roept desalniettemin dringend op om massaal Facebook te verlaten. Hij zegt het even tussen neus en lippen door: Google is wellicht erger en daar hebben we het nog wel eens over. Maar wat Lubach lijkt te vergeten is dat we niet meer zomaar terug kunnen. Zolang we niet in zijn geheel stoppen met het gebruik van alle elektronische communicatie en niet in een hutje op de hei gaan wonen, is zijn oproep totaal zinloos. Facebook is namelijk ook een effectief instrument dat tegen de gevestigde macht (waar het platform onderdeel van is) gebruikt kan worden.

De hele discussie rondom nepnieuws, dus het ontmaskeren van verhalen die in het geheel verzonnen zijn en waar o.a. minister Ollongren zich hard voor maakt, leidt af van waar het werkelijk om gaat: de stroom aan eenzijdige, gekleurde desinformatie die veelal via gevestigde mediakanalen verspreid wordt en die ons een bepaalde kant op laat denken. Toevallig een kant die de buitenlandpolitiek van de VS en bondgenoten goed uitkomt. Denk aan: Rusland is een bedreiging en Poetin een dictator. De rebellen die tegen Assad strijden zijn goed en alle anderen zijn slecht.Op het eerste gezicht lijkt er met Lubach niks aan de hand, hij stak eerder nog de draak met Ollongrens bewering dat we zouden worden bedreigd door een nepnieuwslawine afkomstig uit Rusland. Echter, hoe toevallig is het dat juist zijn programma geproduceerd wordt door de partner van Ollongren? Gevalletje gecontroleerde oppositie?

Door een aantal tegendraadse FB-gebruikers worden de dominante nieuws-frames voortdurend kritisch tegen het licht gehouden. Vermoedelijk begint dit wat vervelende vormen aan te nemen, en Zuckerberg die toch al 44,6 miljard dollars in zijn zakken heeft, schikt zich daarin. Los van advertentie-inkomsten gaat het namelijk niet om die 80% die eet- en vakantiefoto’s upload, het gaat om die 20% die wakker begint te worden en het geldende narratief bevraagt.

Het is historisch gezien nog nooit voorgekomen dat kritische denkers zich online kunnen verenigen en middels een systeem van volgers, miljoenen mensen kunnen bereiken. Het is waarschijnlijk om die reden dat we nu bang worden gemaakt. Het effect van sociale media loopt uit de hand, is te oncontroleerbaar geworden. Naast Twitter is er geen ander platform dat zoveel mensen vanuit verschillende werelddelen en achtergronden verbindt. En dus ook de critici van de huidige machtsorde, in feite de echte blaffende honden van onze democratie. Dit gaat niet alleen over informatieverspreiding, maar ook de online discussies en privé gesprekken tussen personen die gevoerd worden.

Uiteraard heeft Lubach gelijk dat we niet naïef moeten zijn over hoe de wereld werkt. De Cambridge Analytica-rel is hét bewijs dat sociale mediaplatforms gevaarlijk dicht tegen de macht aanschurken. Echter, zijn oproep om er nu massaal vanaf te gaan is in feite net zo dom en volgzaam als het vertrouwen erin. Niet in de laatste plaats omdat de mainstream media ons dit nu al een paar weken voorschrijven. Het punt is: je kunt het namelijk ook als tool gebruiken om juist in het symbool van zieke Amerikaanse informatiezucht alternatieve meningen te blijven verspreiden. Het is dus revolutionairder om juist op Facebook en Twitter te blijven.

Ik denk in ieder geval niet dat er verandering in schuilt om nu allemaal van Facebook te gaan of voorzichtiger te worden in wat we posten. In die zin ontkent Lubach eigenlijk de realiteit, zijn voorstel is een stap terug in de tijd. Laten we niet onze ogen sluiten voor de positief ontwrichtende werking die een instrument als Facebook net zo goed in zich heeft. Het is niet voor niets dat een land als China een Amerikaans sociale mediaplatform als Facebook verbiedt.

Nu leven wij niet in een autoritaire staat, in het vrije Westen kunnen journalisten formeel schrijven wat ze willen. Toch heerst er een bepaalde consensus over hoe de wereld in elkaar steekt, juist die consensus wordt op sommige kanalen op Facebook of Twitter in twijfel getrokken.

Het is overigens niet zo dat er sprake is van een simplistisch complot, er is iets veel ingewikkelders aan de hand. Hoe dat werkt werd al in 1988 door de Amerikaanse geleerden Edward Herman en Noam Chomsky beschreven in ‘Manufacturing Consent’. Hun inzichten zijn uiterst relevant om de controverse rondom Facebook te begrijpen.

Herman en Chomsky constateerden dat, ondanks de toegang tot enorme hoeveelheden informatie, het overheersende narratief in de vrije pers desalniettemin behoorlijk eenzijdig bleef. Ze onderzochten de vraag hoe het kan dat Westerse democratie niet per se leidt tot een grotere diversiteit aan tegenstrijdige opinies. Volgens hen was (en is) er in het Westen sprake van een ingenieus propagandamodel waarbij de media in de greep is van kapitalistische machten (overheden en bedrijven). Daarmee bedoelden ze dat onze politici dus niet opkomen voor de belangen van de gewone man maar eerder de belangen behartigen van grote multinationals.

De media-theorie van Chomsky en Herman gaat uit van een vijftal ‘filters’ die bepalen wanneer iets nieuwswaardig is. De eerste is: de bepalende invloed van de eigenaar van het medium, de tweede zijn de adverteerders die tevreden moeten worden gehouden, het derde filter betreft selectieve en dominante bronnen (denk aan de woordvoerders van ministeries of bedrijven waar journalisten op af gaan voor informatie). Het vierde filter is het fenomeen dat fundamenteel tegenstrijdige opinies vrijwel meteen als onbetrouwbaar en onwaar worden neergezet. Zoals je bijvoorbeeld direct een Poetin-aanhanger bent als je kritische vragen stelt over de Rusland-hetze. Als laatste speelt angst-ideologie een grote rol. Tijdens de Koude Oorlog was dat het communisme, tegenwoordig is dat terrorisme of niet-Westerse autoritaire regimes die een bedreiging zouden vormen voor onze vrijheid. Geopolitieke conflicten (die negen van de tien keer over olie of gas gaan) worden ons aangesmeerd onder het mom van democratie en humanitaire missies.

De werking van de Westerse democratie en de verhouding met de media is dus een propaganda-categorie op zichzelf. Toen Herman en Chomsky hun theorie ontwikkelden waren er natuurlijk nog geen sociale media, maar het inzicht dat de gevestigde macht (waar Facebook ook deel van uitmaakt) de media als tool gebruiken is ook nu van cruciaal belang. Voor een ieder die democratie en vrije pers hoog in het vaandel hebben staan: laten we die macht dan ook met dezelfde tools bekritiseren.

Kort gezegd zijn Facebook en Twitter mijn ochtendkranten waarvan waarschijnlijk 80% onzin is en 20% enigszins relevant. Toch wil ik, ondanks de grote bulk onzin, voor mijn nieuwsvoorziening en opinievorming in geen geval afhankelijk zijn van NU.nl en NOS (en dan eveneens gevolgd worden door wat ik op Google intik.) Het Amerikaanse Ministerie voor de Binnenlandse Veiligheid (Homeland Security) werkt niet toevallig aan een online databank om ‘sociale media beïnvloeders’ te monitoren. Facebook en Twitter zijn een bedreiging gaan vormen voor de consensus en dat is op zichzelf geen slechte ontwikkeling.

Dus nee Lubach, zolang je niet onder een steen gaat zitten en gewoon je iPhone en Google blijft gebruiken, heeft stoppen met Facebook geen enkele zin. Integendeel, je speelt de macht in de kaart!

Posted on

NRC op Russenjacht

Het is weer zover. NRC heeft een nieuw doelwit gevonden voor haar artikelenserie ‘Russische beïnvloeding’. Dit keer moet De Andere Krant het ontgelden, en ook Novini wordt opnieuw op de korrel genomen.

Er is al veel gezegd en geschreven over de karaktermoord van NRC op CDA-kamerlid Pieter Omtzigt. Die laatste zou Russische propaganda hebben verspreid door een nepgetuige twijfel te laten zaaien over de toedracht van de vliegramp voor een zaal met nabestaanden. De politicus zag zich hierdoor genoodzaakt zijn MH17-woordvoerderschap af te staan. Al snel bleek dat de auteurs van het NRC-artikel, Wilmer Heck en Andreas Kouwenhoven, zeer onzorgvuldig hadden gehandeld. Heel Nederland viel over hen heen. Zelfs de eigen NRC Ombudsman maakte gehakt van het artikel. Maar voor de hoofdredactie ging daar kennelijk geen signaal van uit. Beide redacteuren kliederen tot op de dag van vandaag vrolijk de krant vol. Drie ontslagen in één jaar wegens bewezen wanprestaties zou waarschijnlijk ook een te groot gezichtsverlies zijn geweest voor hoofdredacteur Peter Vandermeersch. In 2017 moest hij al China-correspondent Oscar Garschagen de laan uitsturen. Deze had van 2015 tot 2017 zonder bronvermelding geput uit stukken van andere journalisten, personen sprekend opgevoerd die hem nooit te woord hadden gestaan, citaten van de ene persoon in de mond gelegd van een ander, alsook citaten van diverse personen toegeschreven aan een niet bestaande bron.

Niettemin blijkt het NRC niks te hebben geleerd. De krant blijft krampachtig vasthouden aan de complottheorie van minister Kajsa Ollongren dat achter elke boom een Rus schuil kan gaan, die nepnieuws of andere middelen inzet ‘voor beïnvloeding van besluitvormingsprocessen, beeldvorming en de publieke opinie’. En dus houdt de krant niet op jacht te maken op alles en iedereen in Nederland die zich verzet tegen de mainstream-visie op Rusland als vijand. Een genuanceerd standpunt over het land, haar regering en bevolking kan voor NRC alleen verklaard worden vanuit de paranoïde gedachte dat het Kremlin er in geslaagd is Nederlanders te hersenspoelen of ze te betalen voor de verspreiding van propaganda. Zo maakte ik mee dat NRC-correspondent Steven Derix mij op Twitter vroeg wie het hotel had betaald waar ik vorig jaar verbleef toen ik Moskou bezocht. Zo’n argwanende vraag zul je van het NRC nooit krijgen als je als journalist Washington bezoekt, of welke andere stad ter wereld ook. Op eigen kosten naar Rusland reizen met de bedoeling daar de nuance te zoeken, is iets onbestaanbaars in de visie van Derix en de zijnen.

Het was dus te verwachten dat NRC als een bok op de haverkist sprong toen duidelijk werd dat er in Nederland een krant was verschenen die een tegenwicht wilde bieden aan de russofobie in de Haagse politiek en media. Wilmer Heck wilde er meteen het fijne van weten, en dan met name over de financiering van de krant. Ik was niet bereid hem hierover te woord te staan. Sander Compagner, initiatiefnemer van De Andere Krant, wel. Dit resulteerde in een artikel precies zoals ik had verwacht: tendentieus en feitelijk onjuist. Titel van het artikel: ‘Een eigen krant voor pro-Russisch Nederland’ Leest u even mee? Hieronder enkele citaten uit het artikel van Heck, en mijn commentaar daarop.

De Andere krant is een pro-Russische krant.’

Is niet waar. De Andere Krant nuanceert slechts het Russische vijandbeeld van NRC en andere anti-Russische media. Bovendien is het initiatief voor De Andere Krant niet ontstaan om over Rusland te berichten, maar om een ander geluid in de media te laten horen over uiteenlopende onderwerpen.

‘Nederlandse politici steunen Islamitische Staat.’

Staat nergens in de krant.

‘Theorieën, deels Russisch, die doorgaans alleen op blogs en onbekende websites zijn te lezen.’

Welke (deels Russische) theorieën? Welke blogs? Welke onbekende websites? De onderliggende boodschap van Heck aan de lezer: De Andere Krant biedt geen feiten maar theorieën, die bovendien (deels) uit Rusland komen en dus propaganda zijn, en die de redactie van De Andere Krant ontleend heeft aan websites en blogs die beter niet bij naam genoemd kunnen worden omdat het te krankzinnig voor woorden is wat daar beweerd wordt. Uiteraard staan in het artikel van Heck geen linkjes naar de website van De Andere Krant, en ook niet naar Novini, dat wel door Heck genoemd wordt. Het moet de NRC-lezer niet te gemakkelijk gemaakt worden naar die websites te surfen. Ook wordt er niet naar concrete stukken verwezen waarin van Russische theorieën sprake zou zijn, zodat het bij vage beschuldigingen blijft.

‘Sander Compagner claimt de initiatiefnemer te zijn’.

Hij ‘claimt’, schrijft Heck, en dus heeft Heck kennelijk reden om daar aan te twijfelen. Welke reden? Die noemt hij niet, want dan zou hij met bewijzen moeten komen. Onderliggende boodschap: Het initiatief zou wel eens uit Moskou kunnen komen.

‘In 2015 organiseerde [Sander Compagners] stichting [Knowledge Matters] een studiedag naar ‘chemtrails’”

Onderliggende boodschap: Pas op! We hebben hier te maken met een complotgekkie. De Andere Krant is dus niet serieus te nemen.

‘De verspreiders [van De Andere Krant] zijn deels pro-Russische activisten die al langer actief zijn in Nederland.’

Onderliggende boodschap: Zie je wel! Het is een pro-Russische krant. Het is niet voor niets dat deze verspreid wordt door pro-Russische activisten.

Van de Beek stelt op Twitter dat de krant consequent de NAVO steunt en journalisten ontslaat die „de Atlantische lijn” niet volgen.

Klopt. Sinds 1970 heeft NRC in haar beginselverklaring staan dat ze het ‘Atlantisch Bondgenootschap’ steunt, en dus de NAVO. Geen woord in ‘Onze Beginselen’ over de Europese Unie, de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof of andere internationale organisaties of samenwerkingsverbanden; alleen aan het Atlantisch Bondgenootschap wordt trouw gezworen. Wat dit in de praktijk betekent, ondervond toenmalig NRC-correspondent Jan van der Putten. Die werd door hoofdredacteur André Spoor aan de kant gezet omdat hij kritisch schreef over de militaire dictatuur van Augusto Pinochet in Chili, zo onthulde Van der Putten in 2015 in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Zijn kritische manier van schrijven over Pinochet was niet volgens ‘de Atlantische lijn’, gaf Spoor Van der Putten te verstaan.

‘In 2011 kwam Van de Beek voor het eerst in de publiciteit als initiatiefnemer van een burgerinitiatief in Hoorn om het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen te laten verwijderen.’

Zo word je dus geframed als goedmens-gekkie. Ik heb meermaals gezegd dat ik geen enkele moeite heb met het standbeeld van Michiel de Ruyter in Vlissingen of andere herinneringen aan het koloniale verleden in de openbare ruimte. Het Coen-standbeeld is voor mij een uitzondering. Het is ook feitelijk onjuist dat het burgerinitiatief bedoeld was om het standbeeld van Coen weg te krijgen. Het burgerinitiatief stelde de gemeente voor de keuze: 1) niks doen; 2) standbeeld naar het museum verplaatsen; of 3) aangepaste sokkeltekst. De gemeente koos voor het laatste.

De feitelijke onjuistheid over de opzet van het burgerinitiatief stond in 2011 ook al in NRC. Dit had voorkomen kunnen komen als de interviewster mij het artikel voor publicatie had laten lezen. Dat had ze mij wel beloofd te doen. Ook mijn visie op De Ruyter werd weggelaten. Ik heb haar toen gezegd dat ik geen interviews meer zou geven aan NRC.

‘Afgelopen vrijdag presenteerde Van de Beek in Nieuwspoort in Den Haag het boek Nepnieuwsexplosie, dat de reguliere media ervan beschuldigt te grossieren in hoaxes en propaganda.’

Is niet waar. Elk van de tien auteurs heeft een andere visie op de media. De bewering dat de media grossieren in propaganda en hoaxes wordt vooral uitgedragen door Willy Van Damme, wiens hoofdstuk over de Nederlandse Syriëverslaggeving is getiteld ‘De Media hebben bewezen de woordvoerders te zijn van Al Qaida’. Zijn verwijt treft van alle Nederlandse kranten vooral NRC.

‘Waar Van de Beek als eindredacteur van de krant andere media een pro-Amerikaanse blik verwijt, worden er in De Andere Krant geen kritische vragen gesteld bij de Russische versie van geopolitieke ontwikkelingen.’

Klopt weliswaar, maar in het hoofdredactioneel van De Andere Krant wordt uitgelegd waarom: ‘Wij willen zeker niet beweren dat er niets is aan te merken op Rusland. De reden dat in deze krant de kritiek op het land en diens leider nagenoeg ontbreekt, is nu juist omdat de mainstream media daar al ruimschoots in voorzien.’
Maar dat heeft Heck gemakshalve maar even buiten beschouwing gelaten.

‘Zo schrijft oud-NRC-journalist Karel van Wolferen over het referendum op de Krim, waarna het Oekraïense schiereiland in 2014 bij Rusland werd gevoegd, zonder één keer te benoemen dat Russische soldaten eerst de militaire controle over het gebied overnamen.’

Het is de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. Heck vertelt er niet bij dat er altijd al Russische militairen op de Krim aanwezig zijn geweest (op de marinebasis Sebastopol) en dat de militaire inname van de Krim een gevolg was van de Amerikaanse staatsgreep in Kiev.

‘Over de MH17-ramp wordt in de krant in een gesprek met twee amateuronderzoekers door één van de twee wel met de beschuldigende vinger naar Rusland gewezen.

‘Amateuronderzoekers’ klinkt lekker denigrerend. Dit terwijl bloggers Max van der Werff en Marcel van den Berg samen meer kennis hebben van MH17 dan alle journalisten in binnen- en buitenland bij elkaar.

Bovendien illustreert dit voorbeeld nog eens dat het frame van Heck dat De Andere Krant een pro-Russische krant zou zijn niet klopt.

‘Volgens Compagner bedragen de kosten voor het drukken van De Andere Krant  6.500 euro. Via crowdfunding wordt geprobeerd daarin te voorzien.’

Onjuist. De totale kosten zijn 6500 euro. De drukkosten zijn 3500 euro.

‘Een anonieme zakenman zou garant staan, mocht er niet voldoende geld worden opgehaald. NRC ontvangt via Compagner twee teksten van de vermeende geldschieter die schrijft eventueel later in de openbaarheid te willen treden.’

Let u vooral op de zinsnede: ‘zou garant staan’ en het bijvoeglijk naamwoord ‘vermeende’. Zo wordt de suggestie gewekt dat er misschien helemaal geen zakenman is die garant staat. Want wie weet is het wel het Kremlin dat het zaakje financiert.
Compagner heeft in een e-mail aan Heck benadrukt dat het om een Nederlandse zakenman gaat die geen belangen heeft in Rusland, maar dat mag de NRC-lezer kennelijk niet weten.


Een interview met Sander Compagner en Eric van de Beek is te zien op het YouTube-kanaal van Café Weltschmerz: De Andere Krant toont ‘de andere kant’

Posted on

Zestien jaar na Fortuyn, de demonisering van Baudet

“Meneer Baudet, we zijn pas begonnen,” schreeuwt D66-leider Alexander Pechtold aan het einde van het verkiezingsdebat in Amsterdam vorige week. Pechtold was toen al meerdere malen uitgevallen naar Thierry Baudet, die zich staande moest houden in een spervuur van vileine en leugenachtige beschuldigingen van onder andere Lodewijk – “Wees toch een  kerel” –  Asscher en Jesse – “morele zelfverheffing” –  Klaver. Dezelfde Asscher, die vier jaar op schoot zat bij Mark Rutte en van kruiperigheid niet wist hoe hij iedere dag zijn gezicht moest plooien. Jesse Klaver, die zijn messiasrol niet in vervulling zag gaan en laf op zijn Babboe-bakfiets de formatiebesprekingen verliet.

Op YouTube staat sinds 10 februari een knap gemaakte videocompilatie, waarin beelden van demoniserende politici tegen Fortuyn worden afgewisseld met beelden van demoniserende politici tegen Baudet. De registratie is beangstigend en misselijkmakend.

We zien een vertwijfelde Ad Melkert (PvdA), die Le Pen van stal haalt om Fortuyn in een hoek te zetten. Ad Melkert, de beoogde opvolger van Wim Kok. Ad Melkert, die voor ieder televisie-debat en fotosessie drie vers geperste grapefruits nuttigde en zo aan zijn zure gezichtsuitdrukking kwam. We zien een valse Thom de Graaf (D66), die citeert uit het dagboek van Anne Frank om Fortuyn te besmeuren. Links-extremisten voegden de daad bij het woord en duwden een taart gevuld met onder meer uitwerpselen in het gezicht van de lijsttrekker van Leefbaar Nederland. We zien grootgrondbezitter Marcel van Dam (PvdA), die Fortuyn een “minderwaardig mens” noemt en daarmee de eerste nagel aan de doodskist spijkerde. En we zien een boze en machteloze Pim Fortuyn, die bij de talkshow van Jensen genoemde politici verantwoordelijk houdt voor zijn dood – hoe profetisch.

En zestien jaar later gaan de opvolgers van genoemde zetelplakkers keihard verder met hun lynchpartij. Fortuyn is uitgeschakeld, Wilders schakelt zichzelf uit, dus wordt alle vitriool en demonisering uitgestort over Thierry Baudet en het Forum voor Democratie. En ze weten zich daarbij zoals altijd gesteund door de media. Zestien jaar geleden legde het oudste weekblad van Nederland, twee dagen na de taartaanslag, Pim Fortuyn op de divan. Psychologen bogen zich over de geestelijke gesteldheid van de lijsttrekker. Op 10 februari schrijven Ruben Koops en Marcel Wiegman in het Parool een groot psychologiserend stuk over Thierry Baudet. Aan de hand van schoolherinneringen, verloren vriendschappen en Baudet’s familiegeschiedenis duiden de journalisten de lijsttrekker. De teneur is duidelijk, gezien de kop boven het artikel: ‘De man die de hele wereld zijn voeten ziet kussen’. Het is gemakzuchtige en schofterige journalistiek, die geen enkele informatie biedt en niet zou misstaan op de Privé-pagina van De Telegraaf. We zien hier het mechanisme dat Sid Lukkassen in zijn proefschrift – onder de titel ‘De democratie en haar media’ verschenen bij uitgeverij De Blauwe Tijger – beschrijft: hoe de politiek onder invloed van de media tot een vorm van entertainment is geworden. Onwaarheden en verkeerd geciteerde uitspraken worden in stelling gebracht om de tegenstander onschadelijk te maken. En het grote taboe – racisme (volgens de Franse filosoof Alain Finkelkraut is het antiracisme de ideologie van de 21ste eeuw) – maakt iedere zinvolle discussie onmogelijk. Artikel 1 van de Grondwet is – CPN-leider Marcus Bakker laat groeten – alsnog verheven tot het grote zaligmakende gebod.

Geen beter bewijs hiervoor dan de hysterie van Pechtold, Asscher en Klaver op 9 februari in Amsterdam.

 

 

Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks: