Posted on

Amerikanen onderzoeken biologische wapens onder diplomatieke status

In het Lugar Centrum in Georgië doet de VS onderzoek naar biologische wapens, zo meldt de Bulgaarse journaliste Dilyana Gaytandzhieva. Tenminste een deel van de onderzoekers werkt onder een diplomatieke status in het land in de Kaukasus. Ook blijken pathogenen (ziekteverwekkers) te zijn vervoerd als diplomatieke vracht door de VS.

In een recent verschenen publicatie toont Gaytandzhieva dit aan. De Bulgaarse journaliste laat documenten zien waaruit blijkt dat pathogenen zijn getransporteerd naar Georgië als diplomatieke vracht. Door de vracht als ‘diplomatiek’ te bestempelen wordt de vracht vrijgesteld van belasting en bovendien van inspectie.

Gaytandzhieva laat zien dat, naast particuliere aannemers, biologen van de US Army Medical Research Unit-Georgia (USAMRU-G) werkzaam zijn in het Lugar Centrum. Één van hen, Joshua Bast, onderdirecteur van het USAMRU-G en entomoloog, is zelfs door Gaytandzhieva gevraagd of hij werkzaam is in het Lugar Centrum. Dit wordt door Bast ontkend, ondanks dat uit een gelekte mailwisseling tussen het Pentagon en het Georgische ministerie van Gezondheid blijkt dat hij daar werkzaam is via het Walter Reed Army Institute. Het is verder interessant dat Basts auto en nog vijf andere voertuigen nummerplaten hebben van de Amerikaanse ambassade. Doordat de onderzoekers officieel zijn geoormerkt als diplomaten genieten ze bijgevolg diplomatieke onschendbaarheid.

Een mysterieuze ziekte

In 2014 was er in Georgië een uitbraak van Krim-Congo-Hemorragische Koorts (KCHK) een ziekte die wordt overgebracht door teken. Een rapport van een lokale dierenarts suggereerde echter dat de uitbraak niet natuurlijk was. Van alle teken die door hen waren verzameld was er slechts één geïnfecteerd. Ook de bloedmonsters van dieren bleken allen negatief voor KCHK te zijn. Er zijn met andere woorden amper teken gevonden die de ziekte bij zich en ook het vee was niet besmet. Uit vertrouwelijke correspondentie tussen de Georgische minister van Gezondheid en de directeur van het Lugar Centrum bleek dat er in totaal 34 mensen geïnfecteerd zijn geraakt in 2014. (Sinds 2009 zijn er een totaal van slechts 60 gevallen van KCHK bekend in Georgië.) Het is verder interessant maar niet doorslaggevend te melden dat de epidemie van 2014 samenvalt met het openen van de entomologie (‘insectenleer’) afdeling in het Lugar Centrum.

Naast onderzoek naar teken werd ook onderzoek gedaan naar muggen en zandvliegen in het Lugar Centrum.

‘Internationaal recht niet van toepassing’

De Bulgaarse journaliste heeft verder documenten verkregen die aantonen dat het Walter Reeds Army Institute en het Georgische Nationale Centrum voor Ziektebestrijding het Pentagon toegang hebben gegeven tot een verzameling van dodelijke biologische agentia. Hieronder bevinden zich de pest, Brucella, hazenpest en Anthrax. De overeenkomst die deze toegang regelt bevat verder clausules dat:

De partijen komen overeen dat geen gerecht, tribunaal of vergelijkbare juridische of administratieve lichamen van de landen van beide partijen of enig andere internationale entiteit of land jurisdictie of autoriteit heeft om te beschouwen, recht te spreken over of een oordeel te vellen in geschillen die ontstaan tussen de partijen van deze overeenkomst.

En wordt in de overeenkomst genoemd dat ‘Het internationale recht niet van toepassing is’ op de overeenkomst.

‘Hoe heeft ze mijn e-mailadres gekregen?’

De Georgische minister van gezondheid, David Sergejenko, weigerde te antwoorden op vragen van Gaytandzhieva. Dit ondanks dat het zeker is dat Sergejenko de e-mail met de vragen heeft gezien. In een e-mail naar zijn perswoordvoerder schrijft hij namelijk: “Who the hell is she and where did she get my e-mail from?”

Het gebied rondom het Lugar Centrum blijkt streng beveiligd te zijn. Mensen die zich in een gebied van 100 meter van het centrum bevinden worden op film vastgelegd. Toen Gaytandzhieva zelf nabij het centrum onderzoek deed is zij eveneens gefilmd en gedwongen haar paspoort te laten zien. Bewoners die nabij het onderzoekscentrum wonen melden ’s nachts gekleurde rook te hebben zien opstijgen van het onderzoekscentrum en klagen over hoofdpijn. Gaytandzhieva zelf meldt ‘een chemische geur’ te ruiken. Ook melden meerdere bewoonsters dat er twee incidenten zij geweest met Filipijnse burgers die werkten op het centrum en plots ernstig ziek zijn geworden.

Andere biowapens

De publicatie van Gaytandzhieva is niet de enige die bio-onderzoek van de VS in een kritisch licht plaats. Zo zetten onderzoekers van het Max Planck Instituut en de Universiteit van Montpellier deze week vraagtekens bij een militair programma van het DARPA (VS) genaamd ‘Insect Allies’, waarin het er om zou gaan via virussen planten genetisch te modificeren. Het doel zou zijn om zo sneller genen te kunnen verspreiden die landbouwproductie ten goede komen. De onderzoekers plaatsen echter vraagtekens bij het programma. Ze zeggen dat er maar weinig informatie beschikbaar is over het programma. Daarnaast lijkt er maar weinig te zijn nagedacht over praktische bezwaren en regulering van zulke projecten. Hetgeen de wetenschappers doet vermoeden dat het hier om het ontwikkelen van biologische agentia voor militaire doeleinden zou kunnen gaan, wat een overtreding zou betekenen van het Verdrag Biologische Wapens.

Daarbovenop kwam het Russische ministerie van Defensie gisteren met een bespreking van een aantal documenten die gelekt zijn door een voormalige Georgische minister. Het Russische ministerie van Defensie wijst er op dat een middel tegen Hepatitis C dat in Georgië is getest op mensen tot een hoog aantal sterfgevallen heeft geleid.

“De documenten laten veel dodelijke aflopen zien onder de patiënten. Ondanks de dood van 24 mensen in december 2015 alleen, werden klinische testen doorgezet in overtreding van internationale standaarden en de wensen van de patiënten. Dit heeft geleidt tot de dood van meer dan 49 mensen.”

Het ‘medicijn’ werd geproduceerd door Gilead Sciences, een Californisch biomedisch bedrijf waarvoor ook Donald Rumsfeld – minister van Defensie van 1975 tot 1977 en van 2001 tot 2006 – heeft gewerkt. Ook in deze zaak bleek het Lugar Centrum in Georgië een rol te hebben gespeeld.

Posted on

Georgië houdt militaire oefening rond tiende verjaardag oorlog

Op de tiende verjaardag van de oorlog tussen Georgië en Zuid-Ossetië waarbij ook Rusland zou interveniëren is een militaire oefening in Georgië in volle gang. Aan de oefening doen ook een aantal andere landen mee, waaronder diverse NAVO-landen en Oekraïne.

In totaal nemen meer dan 3.000 soldaten deel aan de oefening. Naast 1.300 uit Georgië zelf doen ook zo’n 1.200 Amerikaanse soldaten mee. Naast dat zowel Azerbeidzjan als Armenië troepen hebben afgevaardigd voor de oefening, heeft ook Oekraïne soldaten gestuurd om deel te laten nemen aan de oefening in Georgië. Naast manschappen hebben de VS ook enkele Abrams-tanks en Strykers- en Bradley-pantservoertuigen naar de oefening gestuurd, evenals Blackhawk-helikopters en Apaches. Duitsland heeft eveneens pantservoertuigen naar de oefening gestuurd.

In een verklaring van het Georgische ministerie van Defensie werd vermeld wat het doel was van de oefening ‘Noble Partner 2018’:

Het doel van de oefening is om onze paraatheid en interoperabiliteit te versterken tussen de strijdkrachten van Georgië, de VS en partnerlanden. Het verbeteren van vaardigheden in stabiliteit, defensie en offensieve operaties en bij te dragen aan een veilige omgeving in het Zwarte Zeegebied.

De Georgische president Giorgi Margvelasjvili opende de oefening door de deelnemers toe te spreken. Hoewel het gebruikelijk is niet te suggereren dat in een militaire oefening tegen een bepaald land wordt getraind verklaarde Margvelasjvili:

Vandaag bevinden wij ons op het territorium van een land waarvan 20 procent volkomen illegaal wordt bezet door onze buur Rusland.

Rusland

In Rusland wordt met zorg gekeken naar de Georgische samenwerking met de NAVO. Konstantin Kosatsjev, hoofd van de commissie Internationale Zaken van de Federatieraad (de Russische senaat), heeft pas nog verklaard dat:

De nieuwe landen worden betrokken in allerlei programma’s die tot doel hebben Rusland vast te zetten. Het duidelijkste voorbeeld is het ontwikkelen van een Europees raketschild… Dit alles zal allerlei extra spanningen opleveren in de zuidelijke Kaukasus en dit alles zal natuurlijk om een reactie vragen van de militaire planning vanuit de Russische Federatie. Dit hoeft voor niemand een verrassing te zijn.

Ook de Russische premier Dmitri Medvedev – die tijdens de oorlog in Georgië president was – liet zich scherp uit over een eventueel NAVO-lidmaatschap van Georgië:

Het lid worden van Georgië van de NAVO kan een vreselijk conflict teweegbrengen. Het is onbegrijpelijk waarom ze dit zouden moeten doen.

De aanloop naar de oorlog

In april 2008 op de NAVO-conferentie van Boekarest werd Georgië en Oekraïne toegezegd dat ze in de toekomst lid zouden worden van de NAVO. Het laat zich denken dat de toenmalige Georgische president Saakasjvili mede hierdoor overmoedig is geworden en besloten heeft Zuid-Ossetië binnen te vallen. Landen met een territoriaal conflict kunnen namelijk volgens de regels van de NAVO zelf geen lid worden van het bondgenootschap. Ironisch genoeg heeft de neoconservatief Saakasjvili de kwestie, door het met een militair offensief te willen forceren, alleen maar verergerd.

In de maanden na de NAVO-conferentie begonnen de spanningen al op te lopen tussen Georgië en Abchazië, een niet-erkend land dat officieel op Georgisch grondgebied ligt. Uiteindelijk brak er oorlog uit, niet tussen Abchazië en Georgië, maar tussen Georgië en Zuid-Ossetië, een ander niet-erkend land op Georgisch grondgebied. De oorlog begon toen Saakasjvili zijn leger beval Zuid-Ossetië binnen te vallen. De aanval op Russische vredestroepen zorgde ervoor dat Rusland vervolgens in zou grijpen in de oorlog met een gigantische inzet van reguliere troepen inclusief haar luchtmacht. Deze inzet van Russische troepen werd door veel landen veroordeeld.

http://www.novini.nl/georgie-onderzoekt-oorlogsmisdaden-in-zuid-ossetie/

Saakasjvili gaf het bevel aan te vallen op 7 augustus 2008. Amper 5 dagen en bijna 800 doden later op 12 augustus was de oorlog ten einde. Zowel Abchazië als Zuid-Ossetië zijn de facto geheel niet meer onder controle van de Georgische regering, terwijl dit voor de oorlog grotendeels ook al niet het geval was. Niet veel tijd na de oorlog erkende Rusland (als één van de weinige landen in de wereld) zowel Abchazië als Zuid-Ossetië als onafhankelijke landen.

Ironisch genoeg is de enige manier waarop Georgië het zichzelf mogelijk kan maken om daadwerkelijk lid te worden van de NAVO om de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen. Dat lijkt echter onwaarschijnlijk. Dit alles had voorkomen kunnen worden als Georgië Abchazië en Zuid-Ossetië al bij het opbreken van de Sovjet-Unie had laten gaan.

Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on

Britse en Duitse militaire missies in Constantinopel en de Eerste Wereldoorlog

De bemoeienissen van de Duitse generaal Otto Liman von Sanders met het Turkse leger in de aanloop tot én tijdens de Grote Oorlog heeft in de geschiedschrijving een bijzondere plaats gekregen. De militaire missie onder zijn leiding is door de Anglo-Amerikaanse geschiedschrijvers gebruikt om de aan Duitsland toegeschreven c.q. nagestreefde Weltmacht te illustreren. Ze werd gepresenteerd onderdeel te zijn van een bewust gevoerde agressieve koers met de oorlog van ’14-’18 als logisch resultaat.

Wát was er zo bijzonder aan deze missie en wat was de reden dat vooral de eerder genoemde historici zo gebeten waren op Liman von Sanders? Duitsland was namelijk niet het eerste of enige land dat activiteiten ontplooide binnen de Ottomaanse krijgsmacht. Engeland was bijvoorbeeld al sinds al sinds 1868 nauw betrokken bij de opbouw en ontwikkeling van de Ottomaanse vloot. De Engelse admiraal Hobart Hamden vervulde vanaf dat jaar een belangrijke rol binnen de Ottomaanse marine en zou in 1885 zelfs opklimmen tot persoonlijk adviseur van de Sultan. Ook Frankrijk was nauw betrokken bij het rijk der Ottomanen, met name door middel van haar grote betrokkenheid met de douane en het bankwezen.

Achtergrond

Mede door haar grote militair-economische strategische positie werden de grenzen van het Ottomaanse Rijk constant bedreigd door de gebiedshonger van haar Engelse, Russische en Franse tegenstrevers. Nadat in 1871 Duitsland als overwinnaar uit de Frans-Pruisische oorlog tevoorschijn was gekomen en daaruit het Tweede Duitse Rijk tevoorschijn kwam, richtten de Ottomanen zich tot dit nieuwe rijk voor o.a. militaire ondersteuning. Om minder van de Engelse en Franse wapenleveranties afhankelijk te zijn, werd op verzoek van de Turken het leger gereorganiseerd met Duitse ondersteuning. Onder toezicht van de Duitse generaal Colmar Freiherr von der Goltz werden in de periode van 1883 tot 1895 grote hoeveelheden Krupp-geschut en aanzienlijke hoeveelheden diverse vuurwapens geleverd. Het Duitse Rijk werd een nieuwe speler in het militair-strategische gebied van de Bosporus.

Russische militairen steken de Donau over in juni 1877 (schilderij van Nikolai Dmitriev-Orenburgsky)

Na enkele bloedige conflicten – zoals de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878, een oorlog met Griekenland in 1897 en de Eerste- en de Tweede Balkanoorlog van 1912 en 1913 – zette het Ottomaanse Rijk zich schrap voor een volgend conflict. Een oorlog die naar alle verwachting gevoerd zou worden met haar rivaal en buurland Griekenland met alle mogelijke consequenties die voortvloeiden uit de sleutelpositie die ze in de regio vervulde. De andere grootmachten uit die tijdsperiode – Engeland, Rusland en Frankrijk – aasden als roofgieren op elke mogelijkheid de scepter over te kunnen nemen van de Zieke Oude Man. Elk van hen was gebrand op een zo groot mogelijke invloed binnen het Ottomaanse Rijk dat zijn beste tijd al achter zich had.

Engels – Ottomaanse bemoeienis

Door een van buitenaf bewust gevoede verdeel-en-heers politiek heerste er grote instabiliteit binnen het rijk. Angst bij het staatshoofd om door kringen binnen het eigen militaire apparaat van de troon gestoten te worden, leidde er onder andere toe dat de Ottomaanse krijgsmacht in een deplorabele toestand verkeerde. Ondanks dat werden binnen legerkringen constant pogingen ondernomen de krijgsmacht naar een hoger plan te tillen. In 1904 werden twee Amerikaanse officieren – admiraal Bucknam en Captain Ledbetter – aangetrokken om de marine onder handen te nemen, zonder zichtbaar resultaat. Daarop verzocht de Ottomaanse regering in 1908 Engeland haar te assisteren de marine te moderniseren en 2 februari 1909 maakte admiraal Douglas Gamble zijn opwachting in Constantinopel. Hij zou zich – overigens zónder merkbaar resultaat – tot maart 1910 bezig houden met de sterk verouderde marine. In april 1910 werd hij opgevolgd door admiraal Hugh Williams die tot april 1912 – net als zijn voorganger Douglas Gamble – weinig vorderingen maakte met de modernisering van de vloot. De Ottomanen waren over de Engelse inspanningen dan ook niet tevreden.

De vlootopbouw: gecontroleerde modernisering

De Ottomaanse vloot bestond in die periode uit een samenraapsel van 52 oude en nieuwe schepen, sterk verschillend in grootte en sterkte, waarvan er 24 in zo’n slechte technische staat verkeerden dat ze niet inzetbaar waren. De aankoop van twee – 20-jaar oude – Duitse oorlogsschepen uit de Brandenburgklasse in augustus 1910 moest de Turkse vloot in staat stellen enig tegenwicht te bieden aan het op een Italiaanse werf op stapel staande Griekse oorlogsschip Averoff. Tussen deze beide rivalen was een heuse wapenwedloop gaande. De Ottomaanse wens om moderne(re) Engelse oorlogsschepen aan te schaffen, werd echter stelselmatig getorpedeerd, zoals op 10 juli 1910 toen Engeland weigerde de Swifture en Triumph te verkopen. Daarvoor in de plaats bood ze twee kleinere schepen aan met beduidend minder vuurkracht. Van Duitsland werden toen wél passende oorlogsbodems betrokken. In mei 1911 stemde Engeland uiteindelijk in met de bouw van twee Dreadnoughts (gepantserde slagschepen) wat in Griekenland tot grote irritatie leidde. Op 6 december 1911 werd de kiel van één van de bestelde schepen – de Reshadiye – gelegd. Frankrijk raakte op haar beurt ook geïrriteerd, omdat zij van mening was dat Engeland bovenmatig profiteerde van de economisch aantrekkelijke wapenwedloop tussen Griekenland en het Ottomaanse Rijk.

De SMS Kurfürst Friedrich Wilhelm die later in Ottomaanse dienst zou komen.

Dat de beide Engelse admiraals niet bijzonder succesvol waren, was niet in de laatste plaats te wijten aan de opdracht om vooral de Engelse belangen in het oog te houden. Een moderne, slagkrachtige marine was iets waarvoor Good Old Albion het minste belangstelling had. Een strijdmacht die ze mogelijk in de toekomst als tegenstander op haar pad zou kunnen vinden. Een militair krachtige natie vormde – in dat voor haar zo belangrijke deel van de wereld – een forse bedreiging en een sterke marine was evenmin in het belang van haar Entente-genoot Rusland. Zich afzijdig houden van de vlootmodernisering zou betekenen dat ook haar invloed minimaal zou zijn, iets wat de heersers van Albion tegen elke prijs wilden voorkomen.

„If a British Admiral does not organize the fleet, a German admiral will be called in, who will push matters with greater speed”, zoals het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken aan Rusland liet weten.

Toen het mandaat van admiraal Hugh Williams op zijn eind liep, werd op 11 maart 1912 admiraal Arthur Limpus tot zijn opvolger benoemd. Deze admiraal met één jaar ervaring werd door Winston Churchill aangeprezen als een „fine fellow’ who would make a good personal impression”. Begin mei 1912 arriveerde Limpus met zijn staf in Constantinopel. Ook Limpus was gehandicapt door het mandaat dat hij meegekregen had. Tóch slaagde hij er in een opdracht voor een drijvend reparatiedok binnen te halen, dat door de Vickers Armstrong Company gebouwd zou worden. Limpus liet weten dat met deze opdracht de invloed binnen de Ottomaanse marine een onaantastbare voorsprong voor Engeland betekende. Zoals hij het omschreef was het een practical monopoly of naval construction and repairs for thirty years.’ Het Ottomaanse Rijk bleef intussen onverkort vasthouden aan haar koers om haar vloot uit te bouwen en te moderniseren met grote oorlogsbodems, maar ondervond een zeer terughoudend Engeland op haar pad.

Duitse inmenging

Het succes van Limpus met het reparatiedok werd overschaduwd door de komst van de Duitse generaal Liman von Sanders die niet zoals de Engelse missies door een mandaat gehinderd werd. Het lokte nogal heftige Engelse en Russische reacties uit. Met name Rusland stond nogal wat drastische maatregelen voor: “the three powers must be prepared to take active steps such as the occupation of Turkish Ports”, aldus minister Sazonov. Maar de Engelse en Russische protesten haalden niets uit. De Groot-Vizier reageerde daarop door mee te delen de Duitse missie gelijkwaardig aan die van Engeland te beschouwen, “Limpus had a similar if not more extensive command. Admiral Limpus had command of the whole Turkish fleet, whereas the German general was to have command of one army corps only … the two commands could hardly be compared in importance”.

Eind 1912 polste het Ottomaanse Rijk het Duitse Keizerrijk hoe het dacht over het zenden van een militaire missie om haar leger te reorganiseren. Terwijl verkennende besprekingen daarover gaande waren, bracht de Russische tsaar in mei 1913 een bezoek aan Berlijn waar de Duitse keizer hem op de hoogte bracht van het Turkse verzoek, een verzoek waartegen hij geen bezwaar aantekende. Op 22 mei 1913 volgde daarop het officieel Turkse verzoek en benoemde Duitsland op 30 juni 1913 generaal Liman von Sanders tot leider van de Duitse militaire missie naar Constantinopel. In de formele overeenkomst liet de Turkse regering in augustus 1913 vastleggen dat Liman von Sanders in de functie van Ottomaans generaal het in Constantinopel gelegerde 1legerkorps zou omvormen tot een elite-eenheid. Toen in december 1913 de Duitse missie in Constantinopel arriveerde en haar specifieke taak naar buiten gebracht werd, stuitte dat op hevige Russische protesten. Ook in Engeland was men ‘not amused’ en de Amerikaanse ambassadeur Henry Morgenthau was eveneens niet bepaald enthousiast. De critici meenden het zenden van de missie als een stap te moeten presenteren van Duitsland om de macht in die belangrijke regio naar zich toe te trekken en de Turkse geest te vergiftigen (poisoning the Turkish mind).

De grootmachten vergaten daarbij voor het gemak de eigen belangenverstrengeling binnen zowel het Ottomaanse leger áls de marine. Om aan de bezwaren enigszins tegemoet te komen werd besloten een cosmetische aanpassing aan te brengen in rang en titel van Liman von Sanders. In januari 1914 werd hij tot Ottomaans maarschalk benoemd en kreeg hij de opdracht mee om zich in de minder belangrijke functie van Inspecteur Generaal te belasten met de meer algemene reorganisatie van het Ottomaanse leger.

Vlootpolitiek en Britse belangen

Terwijl Liman von Sanders zich met de modernisering van het leger bezig hield, hield het Ottomaanse Rijk nauw contact met de Engelse marinemissie om haar marine te versterken.

Door geldgebrek was in 1912 de bouw van het tweede – in 1911 bestelde – slagschip, de Mahmud Resad V geannuleerd. In januari 1913 liet Sir Gerard Lowther – de Engelse ambassadeur in Constantinopel – aan zijn regering weten dat het Ottomaanse Rijk grote belangstelling had voor de Rio de Janeiro, een Dreadnought welke in opdracht van Brazilië op een Engelse werf gebouwd werd. Behalve van Ottomaanse zijde was er ook van Russische en Italiaanse kant interesse in dit schip dat Brazilië door financieringsproblemen van de hand wilde doen, maar nog niet officieel op de markt gebracht was. Het schip zou niet eerder dan in de zomer van 1914 van stapel lopen wat Turkije wel als een handicap beschouwde. Duitsland bood daarop twee 19-jaar oude schepen aan, die wel direct ter beschikking waren. In reactie op het Duitse aanbod liet Limpus in een bericht van 12 maart 1913 aan Winston Churchill weten dat zo’n aankoop de Ottomanen steviger in Duitse armen zou drijven en hij drong er op aan dat Engeland een tegenbod moest doen door bijvoorbeeld 2 oudere types Dreadnought aan te bieden. In antwoord hierop liet Winston Churchill op 3 april 1913 aan Limpus weten niets anders dan twee oude en afgedankte Royal Sovereigns in de aanbieding te hebben, een aanbod dat van Turkse zijde werd afgeslagen.

Ondertussen ging het getouwtrek om de Rio de Janeiro stug door. Italië leek de koop rond te hebben, wat Frankrijk weer in allerhoogste alarmfase bracht. Een oorlogsbodem met zulke formidabele vuurkracht als onderdeel van de marine van de Italiaanse buurstaat, was iets dat niet in Frans belang kon zijn. Frankrijk deed daarop Griekenland het voorstel het schip te financieren en leek daarin succesvol te zijn. Op 22 november 1913 informeerde het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken Churchill dat Griekenland de financiering rond had waarna deze zijn goedkeuring gaf en de werf de waarschuwing kreeg het schip niet aan een andere partij dan Griekenland te verkopen. Uiteindelijk ging het schip tóch aan de Griekse neus voorbij. Op 15 december 1913 werd bekend dat het Ottomaanse Rijk alsnog de nieuwe eigenaar geworden was van de Rio de Janeiro. Ze was aangekocht met behulp van een Franse lening…..[!] en hernoemd in Sultan Osman I. Het financiële belang had gewonnen. Als bonus bij de verkoop was namelijk bedongen dat ook de renovatie van de Ottomaanse scheepswerven door Armstrong Whitworth bij de deal waren inbegrepen, eveneens door Frankrijk gefinancierd.

Engelse confisquatie en publieke opinie

Op 3 september 1913 werd de eveneens in 1911 bestelde Reshadiye te water gelaten en begon de verdere afbouw van het schip. De Turken waren er op gebrand om de Reshadiye en de Sultan Osman I zo snel als mogelijk in eigen wateren te hebben, niet in de laatste plaats vanwege de ontwikkelingen op maritiem gebied in de Griekse buurstaat. Een Turkse bemanning was al in Engeland om de Reshadiye naar eigen wateren te varen en admiraal Limpus werd op 27 juli 1914 naar Engeland gezonden om de levering te begeleiden van de Sultan Osman I. Bij het ontbreken van een voldoende opgeleide Turkse bemanning kreeg hij de opdracht mee dit schip te laten bemannen met Engelse marineofficieren ‘in ruste’. Het zou vergeefse moeite zijn. De Armstrong Whitworth werf kreeg op 31 juli 1914 van Winston Churchill de opdracht het schip vast te houden en niet te overhandigen, in de middag gevolgd door een bestorming van het schip door Engelse mariniers die het in bezit namen. De actie kwam voor Enver Pasha niet onverwacht. Ook de Reshadiye werd door Engelse mariniers bestormd, haar Ottomaanse bemanning gevangen genomen en het schip geconfisqueerd.

De Reshadiye in Britse dienst als HMS Erin

Zowel de Sultan Osman I als Reshadiye werden na een verklaring van Winston Churchill op 3 augustus 1914 in de Engelse vloot opgenomen en omgedoopt tot respectievelijk HMS Agincourt en HMS Erin. Op 22 augustus werd HMS Erin officieel in gebruik genomen. Beide schepen zouden in de zeeslag bij Jutland in 1916 slag leveren met de Duitse vloot. Een ander – nog in 1914 bij de Engelse Vickers-werf besteld – schip dat de naam Fatih had moeten dragen, werd bij het uitbreken van de oorlog niet meer in productie genomen. In totaliteit zou het Ottomaanse Rijk in elf jaar (tot 1914) 40 schepen van Engelse werven aanschaffen. Door de annexatie van de schepen beroofde Engeland het rijk tegelijk van een investering van £ 4.000.000; een bedrag dat voor een groot deel door haar burgers in een nationale schooi- en bedelcampagne bij elkaar gebracht was. De Engelse actie zorgde ervoor dat de Turkse publieke opinie omsloeg in haar nadeel.

Duitse compensatie en Griekse bewapeningswedloop

De Engelse actie zou er mede voor zorgen dat het Ottomaanse Rijk zich aan de kant van de Centrale Mogendheden stelde. Ze ontving ter compensatie van de door Engeland in beslag genomen schepen, reeds op 12 augustus 1914 de volledig bemande Duitse oorlogsbodem SMS Goeben (omgenoemd tot Javuz Sultan Selim) en de SMS Breslau (omgedoopt in Midill). Admiraal Limpus werd op 15 augustus 1914 van zijn functie ontheven waarna hij naar Malta vertrok om in september zijn nieuwe post te betrekken: Superintendent of the dockyard’. De Duitse admiraal Souchon werd daarop door de Sultan tot opperbevelhebber van de Ottomaanse vloot benoemd.

Ook de Griekse marine kende onder soortgelijke condities als het Ottomaanse Rijk ondersteuning door Engelse militaire missies, zoals onder admiraal Lionel Tufnell die Griekenland moest adviseren. De Grieken bevonden zich in een wapenwedloop met het haar Turkse buurnatie en was druk doende haar vloot op oorlogssterkte te brengen. Begin 1910 wist ze een – oorspronkelijk voor de Italiaanse marine geplande – kruiser aan te kopen. Op de Orlando-werf in het Italiaanse Livorno was begin 1910 de kiel gelegd van deze £ 950.750,- kostende kruiser die om budgettaire redenen al spoedig stilgelegd werd. Op 27 februari 1910 zag Griekenland kans de kruiser voor 30% van de originele kostprijs aan te kopen en volgde er op 12 maart 1910 de officiële bekrachtiging. Het aankoopbedrag werd voor een deel betaald uit de nalatenschap van de Griekse zakenman Giorgios Averoff; het overige deel werd via buitenlandse credieten gefinancierd. De nieuwe kruiser zou de naam van de ‘gulle gever’ gaan dragen Giorgios Averoff.

Tewaterlating van de Averof in het Italiaanse Livorno in 1910

En bij de Vulcan-werf in het Duitse Hamburg plaatste Griekenland de bouw van een kruiser die oorspronkelijk de naam Vasilfs Georgios zou meekrijgen. Onder de uiteindelijke naam Salamis zou deze slagkruiser voorzien worden van geschut van Amerikaanse makelij, maar ze werd nooit opgeleverd. Het uitbreken van de oorlog in 1914 zorgde ervoor dat de bouw werd opgeschort.

Admiraal Mark Edward Frederick Kerr

Begin 1913 diende Griekenland een verzoek in de militaire missie te vernieuwen; en dan niet geleid door naval pensioners zoals Tufnell, maar onder commando van een officier in actieve dienst. Op 2 juni 1913 liet Winston Churchill per brief aan de Griekse minister van marine weten dat door de snelle groei van de Engelse marine moeilijk aan die wens tegemoet kon worden gekomen, maar dat hij er tóch in geslaagd was een geschikte kandidaat te vinden. Admiraal Mark Edward Frederick Kerr – een protégé van Louis Alexander von Battenberg (ná 1917 Lord Mountbatten genoemd) – werd uitgezonden en op 17 september 1913 nam hij het commando over de Griekse marine op zich. Kerr zag zijn benoeming niet zozeer als een promotie, eerder als een belemmering van zijn marinecarrière en dat zou hij op een nogal bijzondere manier laten gelden.

Kerr kreeg van Churchill de opdracht mee niet té meegaand te zijn en vooral toch het Engelse belang boven het Griekse belang te stellen. Een slagkrachtige Griekse marine was – net als een moderne Ottomaanse vloot – niet in het belang van het British Empire. Ook hier gold dat afzijdigheid bij de vlootmodernisering gelijk zou staan aan minimaal invloed. Iets wat de heersers van Albion tegen elke prijs wilden voorkomen. Om de regie te kunnen voeren in de modernisering nam ze een ‘actieve’ rol op zich, want ook hier gold “If a British Admiral does not organize the fleet, a German admiral will be called in, who will push matters with greater speed”..

Engels Mandaat en Kerrs verzoek

Kerr kreeg van Winston Churchill een gelijksoortig mandaat mee als zijn tegenhangers in Ottomaanse dienst:

“It is not intended that the instruction and assistance we are giving to the Greek Navy should place them on the same level of naval science as the British. The refinements of our gunnery, torpedo, and submarine courses should not be disclosed but only that general information such as would be appropriate to foreign officers allowed for instructional purposes to attend certain courses”.

Gehinderd door dit mandaat kreeg Kerr het herhaaldelijk aan de stok met minister-president Eleutherios Venizelos die – evenals de Ottomaanse Sultan – zijn zinnen had gezet op zwaar oorlogsmaterieel. Zijn verstandhouding met de Griekse koning Constantijn was daarentegen zeer bijzonder en intens. Dit vertaalde zich in grote sympathie en loyaliteit, iets dat hem in een moeilijke positie bracht. Door het mandaat gehinderd kon Kerr niet anders dat elk verzoek tot levering van grote en zware slagschepen saboteren. Door te lobbyen via zijn beschermheer Lord Mountbatten probeerde hij ter compensatie ondersteuning los krijgen – indien er daadwerkelijk tussen Griekenland en het Ottomaanse Rijk oorlog uitbrak – in de vorm van Engelse onderzeeërs destroyers en kruisers. Hij verbond daaraan verregaande persoonlijke consequenties:

“If war breaks out in the spring or summer when we are so weak, I feel I should change my nationality and fight for these people. I know it means ruin for me afterwards, but I have a strong feeling that I should do so. I would not feel so, except for the fact that they will be so weak, having no one who knows how to work a flotilla and I may make the difference of victory or defeat”.

…. in zijn verzoek dat geen Engels belang diende en bij voorbaat kansloos was.

Uitbreiding van de Griekse vloot

Griekenland bleef naarstig op zoek naar aanvulling op haar vloot. Ze bood Japan een fors bedrag voor haar kruiser Kongo, maar de deal ging niet door. China bood een kleine kruiser aan, die op het punt stond de Amerikaanse scheepswerf te verlaten; het woog allemaal niet op tegen de komst van de twee Ottomaanse Dreadnoughts de Reshadiye en de Sultan Osman I. In haar wanhoop bood ze begin 1914 met gulle hand op twee afgedankte Amerikaanse oorlogsschepen, de Idaho en de Mississippi, die de New York Times omschreef als: “In the ordinary course, the ships would be consigned to the scrap heap, or be used as targets”.

Op 28 mei 1914 gaf de Amerikaanse Senaat hieraan haar goedkeuring, maar even leek het nog dat het de Ottomanen gelukt was roet in het eten gooien. Zij boden een hoger bedrag voor de dodelijke schroot. Tijdens een Senaatszitting van 23 juni 1914 werden de afdankertjes alsnog aan Griekenland gegund. De afgeschreven schepen brachten meer op dan de originele bouwkosten! Admiraal Kerr was woedend over de aankoop die Venizelos achter zijn rug om gedaan had: “The deal ruined the progress of the Greek navy for the rest of the time I was there, and afterwards”.

De Idaho – die (héél comfortabel) op oefening was in de Middellandse Zee – kon snel worden overgedragen zodat Griekenland haar mogelijk nog kon inzetten voordat de Sultan Osman I van de Engelse werf zou glijden. Het Griekse schip kreeg daarbij de naam Limnos.

Een afhoudende koers: Kerrs rol uitgespeeld

Toen de Groote Oorlog op het punt van uitbreken stond, ontving admiraal Kerr van de kant van de First Lord of the Admiralty – Winston Churchill – het verzoek de Griekse marine aan geallieerde zijde te plaatsen. Kerr stelde daaraan dusdanige eisen dat van een samengaan geen sprake kon zijn. De gevraagde Griekse maritieme ondersteuning van een Engelse campagne in de Dardanellen kwam niet tot stand. Kerr wilde zijn Griekenland zo lang als mogelijk buiten de gevechten en zo mogelijk neutraal houden. Zo nam hij radiostilte in acht rondom de beide Duitse oorlogsschepen de Breslau en de Goeben die onder commando van admiraal Wilhelm Anton Souchon richting Griekenland opstoomden. De exacte locatie van beide schepen was hem bekend, maar hield hij deze informatie 3 dagen voor zich vóórdat hij ze via prins Sdemidoff – de Russische ambassadeur in Athene – doorspeelde. Sdemidoff telegrafeerde deze strategisch belangrijke informatie naar de admiraliteit in St. Petersburg, die op haar beurt de Engelse admiraliteit op de hoogte bracht. De goede verstandhouding die Kerr had met de Duitse keizer, zal zeker meegewogen hebben in de door hem gemaakte keuze. Kerr kende de keizer persoonlijk. Hij had hem meerdere keren ontmoet, zoals in 1889 toen prinses Sophie – zuster van de keizer – met de Griekse prins Constantijn trouwde en in april 1908 op het eiland Corfu waar hij een lange ontmoeting met hem gehad had.

Admiraal Souchon (rechts) met Otto Liman von Sanders en zijn dochter aan boord van de Goeben

Al met al was de houding van Kerr voor de de First Lord of the Admiralty reden op hem in 1914 van zijn Griekse post te ontheffen. De carrière van Kerr binnen de Engelse marine was definitief voorbij en hij moest zijn heil elders zoeken. Kerr nam vlieglessen en kreeg via zijn machtige connecties uiteindelijk een aardig betaalde positie binnen de Engelse luchtmacht. In 1919 wist Kerr voor een moment terug te komen in de wereldaandacht. Samen met Air Commodore H.G. Brackley wist hij de eerste lucht-post vlucht te maken van New Foundland naar New York.

Duits commando tijdens de oorlog

De talloze verzoeken van zowel Griekenland als het Ottomaanse rijk tot een met Engeland af te sluiten alliantie of bondgenootschap, waren al die jaren stelselmatig afgewezen. Terwijl Griekenland zich neutraal probeerde op te stellen, sloot het Ottomaanse Rijk op 1 augustus 1914 een overeenkomst met het Duitse Keizerrijk. Ze zette admiraal Souchon aan het hoofd van haar marine en benoemde generaal Liman von Sanders in augustus 1914 tot bevelhebber van het vijfde Turkse leger in de Bosporus.

Diens invloed was in eerste instantie beperkt en tegen zijn uitdrukkelijk advies in ging Enver Pasha op 22 december 1914 over tot een stoutmoedig plan om met het 3e Turkse leger de aanval te openen op het Russische Kaukasus-leger. Hij had daarmee de bedoeling om daar alle in de Russisch-Turkse oorlog van 1877 verloren gebieden terug te veroveren. Het zou een militaire blunder van de eerste orde zijn met catastrofale gevolgen. Het Turkse leger werd in de Slag van Sarikamish vernietigend verslagen en op 17 januari 1915 waren van de 95.000 manschappen slechts 20.000 over! Na deze mislukte operatie droeg Enver het commando over aan generaal Hafiz Hakki en gaf collaboratie door Armeniërs als reden voor het mislukken van de veldtocht.

Na een volgende mislukte operatie eind januari 1915 in Egypte om het Suezkanaal in handen te krijgen, onder aanvoering van de al even ondeskundige Djemal Pasha, kwam het commando in handen van Liman von Sanders. Het was onder zijn leiding dat de geallieerde aanvallen op de Dardanellen in maart 1915 stukliepen tegen het door hem gecommandeerde 5e Turkse leger. Anders dan zijn Engelse tegenhangers in buitenlandse dienst, die jarenlang de militaire opbouw frustreerden, was Liman von Sanders niet gehinderd door beperkende mandaten. Kampend met dezelfde problemen binnen het militaire apparaat wist hij wél – en dat binnen ettelijke maanden – het Ottomaanse leger te hervormen tot een slagvaardig leger. Dit alles was er de oorzaak van dat Liman von Sanders zich bij de geallieerden weinig geliefd maakte.

Naspel

Nadat de Grote Oorlog in het voordeel van de geallieerden was beslecht, werd Liman von Sanders door zijn rancuneuze tegenstanders op 3 februari 1919 als oorlogsmisdadiger op Malta vastgezet. Hij werd beschuldigd van betrokkenheid bij de Armeense genocide door Turkije, een beschuldiging die niet hard gemaakt kon worden. Het was juist mede door de persoonlijke tussenkomst van hém geweest dat de Armeniërs van Constantinopel en Smyrna enigszins gespaard bleven! Nadat ook Sir Ian Hamilton – zijn Engelse opponent in de slag om de Dardanellen – zich voor hem ingezet had, werd hij op 26 juli 1915 uit zijn eenzame opsluiting vrijgelaten waarna hij in augustus 1919 arriveerde in Berlijn.


Bronnen

Ursachen und Ausbruch des Weltkrieges, G. von Jagow, Reimar Hobbing Verlag, Berlin, 1919
Manuscript ‘Schaakspel om de Wereldmacht’- Fré Morel
net.lib.byu.edu/estu/wwi/comment/morgenthau/Morgen08.htm
www.kcl.ac.uk/lhcma/locreg/LIMPUS.shtml
en.wikipedia.org/wiki/Otto_Liman_von_Sanders
www.gallipoli-association.org/contentpage.asp?pageid=35
www.firstworldwar.com/bio/liman.htm
en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Sarikamis
en.wikipedia.org/wiki/First_Suez_Offensive
 de.wikipedia.org/wiki/Colmar_Freiherr_von_der_Goltz
 www.manorhouse.clara.net/main/straits.htm
 de.wikipedia.org/wiki/Deutsche_Milit%C3%A4rmission_im_Osmanischen_Reich
 www.stahlgewitter.com/14_10_30.htm
 www.historyhouse.com/in_history/turkey_boat
 www.superiorforce.co.uk
en.wikipedia.org/wiki/Mark_Kerr_(admiral)
 www.manorhouse.clara.net/main/straits.htm
 www.superiorforce.co.uk(externe link)
 en.wikipedia.org/wiki/HMS_Agincourt_(1913)
 de.wikipedia.org/wiki/HMS_Erin
 hnsa.org/ships/averoff.htm
 www.bsaverof.com/uk/history.htm
 www.geocities.com/roynagl/handleypage.htm
 www.knerger.de/Die_Personen/militar_14/militar_15/militar_16/hauptteil_militar_16.html

Posted on 1 Comment

60 goed geconserveerde scheepswrakken voor Bulgaarse kust

Nabij de Bulgaarse Zwarte Zeekust heeft een team internationale onderzoekers afgelopen najaar meer dan 60 zeer goed bewaard gebleven historische scheepswrakken ontdekt. Het gaat om schepen van Romeinse, Byzantijnse, Ottomaanse en Venetiaanse oorsprong, die op een diepte van 90 tot 2000 meter op de zeebodem liggen.

Sinds de herfst van 2016 stuurden de wetenschappers op afstand bestuurbare onderzeeboten met moderne camera’s en laserscanners naar de wrakken. Onder de schijnwerpers werden duizenden foto’s gemaakt en vervolgens op de computer samengevoegd tot hoge-resolutie 3D-modellen.

Met op afstand bestuurbare onderzeeërs werden de scheepswrakken in beeld gebracht (foto: Black Sea MAP).

Het resultaat is spectaculair: Duidelijk te herkennen zijn details zoals touwen op het dek, het roer, vaten, kanonnen en kunstig houtsnijwerk. Er konden scheepstypen geïdentificeerd worden die tot nu toe alleen uit geschriften of van schilderingen bekend waren.

Drie jaar heeft het team rond professor Jon Adams van het Centrum voor Maritieme Archeologie van de Universiteit van Southampton langs de Bulgaarse Zwarte Zeekust onderzoek naar de zeebodem gedaan. De expeditie met de titel ‘Black Sea Maritime Archeology Project’ had ten doel de vroegere kustlandschappen in de Zwarte Zee in kaart te brengen. Men wil de paleo-ecologische voorgeschiedenis van het waterlichaam reconstrueren. De centrale van het team was het met de modernste onderwater-meetapparatuur uitgeruste schip Stril Explorer.

Het team opereerde vanuit de Stril Explorer (foto: Black Sea MAP).

De ontdekking van het scheepskerkhof kwam volstrekt onverwacht. Al in de Oudheid was de Zwarte Zee een veel bevaren waterweg, die Venetië, de Balkan, Griekenland en Klein-Azië met de Krim, de Euraziatische steppen, de Kaukasus en Mesopotamië verbond.

Oorspronkelijk was de Zwarte Zee een zoetwatermeer. Door stijgende waterspiegels zou op enig moment in de prehistorie echter het water doorgebroken zijn door wat nu de Bosporus en de Dardanellen zijn, waardoor een verbinding met de Egeïsche Zee ontstond. Door het verschillende gewicht van het Zwarte Zeewater en het veel zoutere Middellandse Zeewater, vloeit er zowel water de ene als de andere kant op op verschillende dieptes. Hierdoor ontstaat een zuurstofvrije laag op diepten vanaf 150 meter, waardoor de gezonken schepen met lading en al sensationeel goed bewaard zijn gebleven.

Griekse kolonies aan de Zwarte Zee (kaart: George Tsiagalakis / CC-BY-SA-4)

Aan de hand van de vondsten hoopt men bewijzen te vinden voor de import van zijde, specerijen, parfum, juwelen en zelfs boekrollen. Of er ook scheepswrakken geborgen zullen worden is nog niet besloten. De Bulgaarse minister van Cultuur heeft aangekondigd dat er op het schiereiland Sint-Quiricus bij Sozopol – in de Oudheid Apollonia genoemd – een Museum voor Onderwaterarcheologie moet ontstaan om de vondsten van de schepen tentoon te stellen.

Posted on

De staatsman en zijn beleid

The Putin Interviews is een documentaireserie over de Russische President Vladimir Poetin door de Amerikaanse filmmaker Oliver Stone. De eerste aflevering verscheen in de Verenigde Staten van Amerika op 12 juni 2017 voor het publiek. Stone ziet zichzelf als dramaticus, dus als iemand die over personen en hun ontwikkelingen schrijft en deze op beeld weergeeft. Met Poetin mocht hij over 2 jaar talloze uren aan gesprekken opnemen, wat uiteindelijk leidde tot een bijna 4 uur durende documentaire verdeeld over 4 afzonderlijke afleveringen.

Hete hangijzers

Het is Stone die Poetin ondervraagt, uiteraard ook over de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Rusland, die al jaren stroef lopen. Volgens de Russische president is echter het buitenlandbeleid van de VS altijd hetzelfde gebleven ongeacht welke President er zat en dat zal met Donald Trump niet veranderen. Dit heeft van doen met de macht van de bureaucratie. Een heet hangijzer is Oekraïne, waar in 2014 een gewapende machtsovername plaatsvond, gesteund door de VS. Men blijft van Russische zijde uitleggen dat volgens hen de Krim niet geannexeerd is, maar middels een door Rusland ondersteund referendum bij het land kwam. Poetin merkt op dat men bij andere landen in Oost-Europa een zekere onrust opstookt tegen Rusland.

Zeer actueel is de rol en achtergrond van de Russische activiteiten in Syrië. Het land werkt samen met het Assad-regime om terroristen van Al-Qaida te bestrijden. Er vechten zo maar 5000 Russen aan de kant van de terroristen. Maar het is daar bovenal een wespennest geworden, er zijn talloze landen aanwezig, naast Rusland speelt ook Iran een rol en natuurlijk de VS. Daarbij zijn er meerdere westerse landen die daar met vliegtuigen bombardementen uitvoeren.

Een ander heet hangijzer is de digitale informatiestrijd tussen landen. Rusland heeft een nieuwe sleepwet voor datacollectie en tapt burgers af, de Amerikanen verzamelen informatie over de hele wereld, iets wat pas goed duidelijk werd na de verklaringen van Edward Snowden. Rusland stond wel open om hem uit te wisselen met vermeende Russische criminelen die in de VS zitten, maar het land wilde hierover geen akkoord sluiten.

Interessant zijn ook de bespiegelingen van Vladimir Poetin over Rusland en de maatschappij, als een samenleving van verschillende volkeren waar altijd interactie is geweest tussen de religies islam, orthodoxie en jodendom. Deze volkeren zien Rusland als hun thuisland, weet Poetin. Alle religies zijn in bloei, na het verdwijnen van het communisme. Er wordt tevens gekeken naar bevolkingspolitiek en men ziet het traditionele gezin als basis voor de samenleving en daarom is er ook de wet die kinderen tijdens hun schooltijd beschermt tegen homopropaganda.

Vladimir Poetin

Het verhaal van de Russische president zelf, opgegroeid in Leningrad (thans Sint-Petersburg), gedisciplineerd door het beoefenen van judo, Russisch-Orthodox van religie en na een rechtenstudie via het veiligheidsapparaat opgeklommen in de hiërarchie van de Sovjet-Unie. Jeltsin zou hem zomaar de macht hebben overgedragen in 2000, iets dat Poetin een opvallende ontwikkeling vond. Inmiddels vijf moordaanslagen verder zit Vladimir Poetin al bijna 20 jaar bovenaan de machtsstructuur. Stone laat terloops vallen dat dit erg lang is en dat iemand zomaar kan denken voor altijd nodig te zijn op een dergelijk positie. 

In de documentaire krijgen we meer te zien dan men zou verwachten uit de leefwereld van president Poetin, hij laat in alle rust zijn werkkamers zien en legt hier en daar wat uit. Ook zijn er beelden van het Rode Plein waar een manifestatie van het leger plaatsvindt. Het is een prima keuze geweest om te werken met ondertiteling van de woorden van Poetin en hem niet te vervangen door de stem van een Engelstalige spreker. Dit komt helder en oprecht over, hem te horen in het Russisch. Poetin lijkt ontspannen, lacht geregeld en neemt bij de lastige vragen een serieuze houding aan. We leren dat de president hard werkt, bijna altijd bezig is en nauwelijks rust neemt.

Goede aanzet

Het is een documentaire van belang, want het wordt op een moment naar buiten gebracht dat het voor mensen buiten Rusland zeer lastig is om objectieve informatie uit het land te verkrijgen, over hoe men daar tegen belangrijke kwesties aankijkt. Juist daarom is het wenselijk om uit de mond van de staatsman zelf te horen wat het beleid van Rusland is en dit in beeld gebracht door een filmmaker met verstand van zaken. Het publiek ontvangt dan ook veel kennis en inzichten en kan vervolgens zelf beoordelen en afwegen wat hiervan te vinden.

Op de momenten dat Oliver Stone vervolgvragen stelt komen er zaken naar voren die wel zullen verbazen. Zoals het ondersteunen met geld en raad van terroristen in Tsjetsjenië en op de Kaukasus door de Amerikanen, die zich ook zeer openlijk mengden in de Russische verkiezingen van 2012 en het enorme militaire budget van de VS in verhouding tot de rest van de wereld.

We leren Vladimir Poetin door deze film meer dan ooit kennen als een staatsman, die zichzelf als een patriot beschouwt en Rusland wil dienen. Poetin kan inderdaad terecht wijzen op de economische verbeteringen en heeft daarbij de Russen weer wat trots en het land een plek in de wereld teruggegeven. President Poetin zal nog wel even op die plek zitten, het wordt daarom tijd om ons eens wat meer open te staan voor de politiek van Rusland. Deze documentaire geeft hier een goede aanzet toe.

Posted on

Armenië: Regering kan verder, liberalen vliegen uit parlement

De nationaal-conservatieve Republikeinse Partij van president Serzj Sarkisian heeft zondag de parlementsverkiezingen in Armenië gewonnen. Diverse liberale partijen keren niet terug in het parlement.

De regerende Republikeinse Partij kreeg zo’n 49 procent van de stemmen en werd gevolgd door een alliantie rond de partij Welvarend Armenië van zakenman Gagik Tsarukian met zo’n 27 procent van de stemmen. Dat betekent zo’n vijf procentpunten winst voor de Republikeinen en zo’n drie procentpunten verlies voor de alliantie van Tsarukian.

Beide grote partijen staan bekend als Rusland-vriendelijk en regeerden ook enige tijd samen. Nadat Welvarend Armenië uit de regering stapte, regeerde de Republikeinse Partij verder met de links-nationalistische Armeense Revolutionaire Federatie (‘Dashnak’) die met 6,58 procent van de stemmen haar positie licht wist te verbeteren. Premier Sarkisian heeft dus twee opties, namelijk om de huidige regeringscoalitie voort te zetten, of om te proberen opnieuw een regering met Tsarukian te vormen.

Daarnaast is een alliantie van nieuwe partijen er met 7,8 procent van de stemmen in geslaagd het parlement binnen te komen. Het gaat om een blok van drie nieuwe partijen die ontevreden zijn over de opstelling van de Armeense regering tegenover Azerbeidzjan en met name in de recent weer opgelaaide kwestie Nagorno Karabach, nationalisten en oud-strijders die een hardere lijn voorstaan.

Westers-georiënteerde en liberale oud-gedienden als Levon Ter-Petrosian – president van 1991 tot 1998 – hadden geprobeerd van de nationalistische onvrede te profiteren en deze in te kapselen. Dat is ze echter niet gelukt. Waar zijn partij de vorige keer nog net over de kiesdrempel kwam, is hij nu in alliantie met een socialistische partij tot minder dan twee procent van de stemmen gereduceerd.

In de parlementsverkiezingen van afgelopen zondag gold een nieuw kiesstelsel. Eerder telde het parlement 131 zetels, waarvan er 41 door middel van een districtenstelsel gekozen werden, en 90 door middel van evenredige vertegenwoordiging op basis van landelijke lijsten. Nu is het aantal parlementsleden echter beperkt tot 101 en is men overgegaan naar een stelsel dat vergelijkbaar is met het Duitse.

De hervorming van het kiesstelsel is onderdeel van een breder pakket aan hervormingen, die in 2015 in een referendum door de bevolking goed werden gekeurd. Zo is het de bedoeling dat Armenië na het aflopen van Sarkisians termijn als president volgend jaar overgaat van een presidentieel naar een parlementair systeem, dan wordt de positie van premier dus bepalender.

Posted on

Poging tot Kleurenrevolutie in Armenië met risico van opnieuw opvlammen conflict met Azerbeidzjan

Het blijft onrustig in de Armeense hoofdstad Yerevan. Een groep ultranationalisten heeft een politiebureau bezet om de vrijlating van hun leider af te dwingen. Vorige week probeerden nationalistische en liberale demonstranten het politie-cordon rond het bureau te doorbreken.

Bij het afslaan van de menigte raakten 51 mensen, zowel politieagenten als demonstranten, gewond. De oploop hield aan tot vier uur ’s nachts plaatselijke tijd, toen de politie de meest gewelddadige demonstranten oppakte. Daar onder was het liberale parlementslid Nikol Pashinyan. Men houdt rekening met verdere verheviging van de demonstraties.

Sinds een groep onder leiding van een veteraan uit de Karabach-oorlog, de uit Libanon afkomstige Jirair Sefilian, gearresteerd werd omdat ze plannen hadden om diverse overheidsgebouwen en de televisietoren te bezetten, hebben medestanders een politiebureau in de wijk Erebuni bezet en roepen bepaalde oppositiekrachten in Armenië op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De regering wordt beticht van corruptie, politieke repressie en het verraden van de Armeense belangen inzake Nagorno Karabach. Met de demonstraties en de burgerlijke ongehoorzaamheid wil de oppositie naar eigen zeggen de regering in Armenië omver werpen.

Jirair Sefilian is een ultranationalistische leider die als paramilitaire krijgsheer voor een linkse groepering begin jaren ’90 een rol speelde in de oorlog in Nagorno Karabach, nadat hij eind jaren ’80 nog in Libanon had gevochten. De demonstraties worden vooral gecoördineerd door liberale, op het Westen georiënteerde politici en partijen en zogenaamde non-gouvernementele organisaties behorend tot het netwerk van de multimiljardair George Soros. Net als bij de Oekraïense demonstraties op het Maidan in Kiev, is er sprake van een monsterverbond van ultranationalistische en liberale krachten.

Het gaat ruwweg om dezelfde groepen die in 2015 ook al een revolutie probeerden te ontketenen naar aanleiding van de elektriciteitscrisis en die eerder demonstreerden tegen de Russische militaire basis in Armenië en tegen aansluiting bij de Euraziatische Economische Unie.

De liberale oppositie is er blijkbaar in geslaagd ultranationalistische krachten voor haar karretje te spannen. De zittende Armeense regering heeft Nagorno Karabach geenszins opgegeven. Toch vinden ultranationalisten dat ze niet genoeg doet. Als de regering echter gehoor zou geven aan de eisen van de oppositie ten aanzien van Nagorno Karabach, zou dat leiden tot het opnieuw ontvlammen van het gewapende conflict met buurland Azerbeidzjan. Eerder dit jaar was er al een aanzienlijke toename van schermutselingen aan de contactlijn, waarbij Rusland door diplomatie een groter conflict wist te voorkomen.

Westers georiënteerde krachten in Armenië proberen het ultranationalistische sentiment te benutten om zelf aan de macht te komen. Door op oorlog aan te sturen, zetten ze bovendien de relatie met Rusland onder druk, wat uiteindelijk een breuk met de EEU en de CVVO en een heroriëntatie op euro-atlantische integratie zou kunnen forceren.

Posted on

Zuid-Ossetië wil referendum over aansluiting bij Rusland

De regering van Zuid-Ossetië streeft naar aansluiting bij Rusland. Het voornemen zou tot hernieuwde spanningen tussen Rusland en Georgië kunnen leiden en de verhoudingen tussen Rusland en het Westen verder kunnen belasten.

Leonid Tibilov, president van Zuid-Ossetië gaf te kennen dat zijn regering voornemens is een referendum over aansluiting bij Rusland te houden. Door aansluiting bij de Russische Federatie kan de veiligheid van de republiek voor de komende decennia gegarandeerd worden, aldus de president in een persverklaring.

De plannen van Tibilov kunnen tot hernieuwde spanningen met Georgië leiden. De Georgiërs kozen na de oorlog juist een minder confrontatiegerichte regering, terwijl Saakasjvili het land ontvluchtte vanwege juridische vervolging en inmiddels gouverneur van de regio Odessa in Oekraïne is. De Russische regering heeft nog niet gereageerd op de uitlatingen van Tibilov. Hoewel Rusland Zuid-Ossetië als onafhankelijke staat erkent, is het zeer de vraag of men in het Kremlin wel op aansluiting van het microstaatje in de Zuid-Kaukasus bij Rusland zit te wachten.

De autonome republiek Zuid-Ossetië verklaarde zich in 1990, aan de vooravond van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, al onafhankelijk van Georgië. De regering van Georgië reageerde hierop met de afschaffing van de Zuid-Ossetische autonomie en probeerde haar gezag in de vallei te herstellen, wat escaleerde tot de Zuid-Ossetische oorlog van 1991-1992. In 2008 deed Georgië onder het bewind van de neoconservatieve president Mikhail Saakasjvili een hernieuwde poging om de regio met militair geweld in te nemen. Daarbij werden ook Russische vredeshandhavers beschoten waarop de Russische krijgsmacht intervenieerde. Sindsdien is Zuid-Ossetië de facto onafhankelijk, net als Abchazië ten noordwesten van Georgië aan de Zwarte Zeekust, die onafhankelijkheid is vooralsnog echter alleen door Rusland en een klein aantal andere landen erkend.

Posted on

Toenadering tussen Saoedi-Arabië en Rusland

Saoedi-Arabië en Rusland willen meer gaan samenwerken. Tot dat besluit kwamen de beide landen, wier relatie sinds de jaren ’80 als koel geldt, in de marge van het economisch forum in Sint-Petersburg, dat op 18 juni plaats vond.

De Saoedische delegatie bestond uit de minister van Defensie en zoon van de koning Mohammed bin Salman, minister van Buitenlandse Zaken Adel al-Shubeir, voorzitter van de Kamer van Koophandel Abdulrahman al-Zamil, minister van Aardolie Ali al-Naimi en andere hooggeplaatsten.

Moskou en Riaad zien zich in een geopolitieke situatie geplaatst, waarin de bestaande ordening massief verandert. De Russen hebben een conflict met het Westen, de Saoedi’s voelen zich door de Amerikanen in de steek gelaten sinds het Witte Huis geen schriftelijke garantie wilde geven hun veiligheid te beschermen, terwijl ze zich toenemend bedreigd voelen door de regionale invloed van Iran. Dat er voorzichtige toenadering is tussen de VS en Iran in het kader van de bestrijding van de Islamitische Staat en bereiken van een deal over het Iraanse kernprogramma, wordt in Saoedi-Arabië met argusogen bezien.

In Sint-Petersburg spraken de Saoedi’s in de eerste plaats met de Russen over een kernenergieovereenkomst. Verder stelde Mohammed bin Salman de Russische president Vladimir Poetin de aanschaf van Russische wapens en verdedigingssystemen in het vooruitzicht. Het Arabische koninkrijk plant de bouw van 16 kerncentrales op zijn territorium. Al met al werden zes overeenkomsten en memoranda over de nieuwe samenwerking ondertekent: In de eerste plaats een overeenkomst over het gebruik van kernenergie voor vreedzame doelen, daarnaast over ruimtevaart, militaire samenwerking, samenwerking in de energiesector, wederzijds investeringen, joint ventures voor de bouw van woningen en infrastructuur. Riaad wil miljarden investeren in de Russische economie. In de documenten is daarnaast onder andere een Russische deelname aan de bouw van kerncentrales in Saoedi-Arabië vastgelegd.

In het verleden waren de relaties tussen Rusland en Saoedi-Arabië op zijn best koel, belangrijke factoren daarin waren de olieprijs en Saoedische ondersteuning van radicaal-islamitische groeperingen in de Kaukasus. Het instorten van de olieprijs in de jaren ’80 heeft bijgedragen aan de uiteindelijke val van de Sovjet-Unie. De verbreiding van de radicale islam in Russische deelrepublieken als Tsjetsjenië en Dagestan heeft sinds de jaren ’70 en vooral sinds de jaren ’90 toenemend de aandacht van Moskou opgeëist.

De poging de Saoedi’s als grootste energieleverancier door Amerikaans schaliegas en -olie te verdringen, leidde tot een verdere val van de olieprijs. Terwijl voor het Kremlin ter verzachting van Ruslands economische crisis een hogere olieprijs dringend nodig was, zetten de Saoedi’s een lagere prijs door, om zo de Amerikaanse fracking-olie, waarvan de winning omslachtig en duur is, onrendabel te maken. Daar staat tegenover dat Rusland is opgekomen als grootste aardolieleverancier van China en de Saoedi’s bedreigt in hun functie als exporteur. Tegen deze achtergrond moet de toenadering tussen Rusland en Saoedi-Arabië gezien worden. Hoeveel van de overeenkomsten ten uitvoer gebracht worden zal in niet geringe mate van de geopolitieke ontwikkelingen in de nabije toekomst afhangen.