Posted on

Het vrije verkeer en de uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs

vrachtwagenchauffeurs

Een uithangbord van de Europese Unie is het zogeheten vrije verkeer van goederen en diensten tussen de lidstaten. Het wegennet van Europa fungeert daarbij als vatenstelsel en duizenden vrachtauto’s als het levensbloed van de Europese economie. Hoewel deze branche wezenlijk bijdraagt aan een stabiele en florerende economie, heersen er voor vrachtwagenchauffeurs slechte werkomstandigheden. 

Een reportage die op 8 oktober 2018 in het Duitse dagblad Tagesspiegel verscheen, schetst de omvang van de zaak. Expeditiebedrijven in West-Europa kunnen steeds moeilijker chauffeurs vinden, terwijl de vraag steeds verder toeneemt. Volgens het jaarverslag van het Deutsche Speditions- und Logistikverband is er een tekort van liefst 45.000 vrachtwagenchauffeurs. En de tendens is dat dit aantal toeneemt.

Vrachtwagenchauffeurs werven buiten Europese Unie

Om deze vraag te dekken oriënteert de branche zich in toenemende mate op Oost-Europa. Vanwege stijgende sociale standaarden wordt het werk daar echter ook minder gewild. Zodoende halen Oost-Europese dochterbedrijven of onderaannemers een trucje uit. Ze werven voor de werkzaamheden toenemend buiten de Europese Unie mensen aan. Velen van hen komen uit landen als Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan. Voor hen lijkt het werk wel lucratief. Zo bedraagt het Oekraïense minimumloon omgerekend 100 Euro per maand. In Duitsland ligt het echter bij circa 1.500 euro.

Oost-Europees minimumloon aantrekkelijk

Hoewel de Oost-Europese bedrijven meestal voor West-Europese bedrijven werken, krijgen de vrachtwagenchauffeurs die zij in dienst hebben slechts het minimumloon van de Oost-Europese landen waar de bedrijven gevestigd zijn. In Polen is dat bijvoorbeeld slechts 500 Euro per maand. Veel van deze vrachtwagenchauffeurs zijn echter vanaf hun aanstelling nauwelijks in Polen onderweg, maar vooral in West-Europa.

Besparen op personeelskosten

Maar ze vallen ook onder de fiscale en sociale wetgeving van de Oost-Europese landen. Voor de expeditiebedrijven is dat goed zaken doen. Zo kost het aanstellen van een chauffeur in Oost-Europa 14.000 à 20.000 Euro per jaar. In Duitsland zouden de bedrijven met zo’n 46.000 Euro per jaar moeten rekenen.

De branche bespaart kortom op de personeelskosten, oftewel op het personeel dat het tegelijk zo moeilijk krijgen kan. In plaats van aantrekkelijke voorwaarden voor dit zware werk te scheppen, werft de branche dumping-loonwerkers buiten de Europese Unie.

Arbeidsomstandigheden vrachtwagenchauffeurs

Ook voor de chauffeurs uit derde landen is dit niet onproblematisch. Zo moeten vrachtwagenchauffeurs die lange afstanden rijden na twee weken minstens 48 uur rusten. Deze rust mag bijvoorbeeld in België niet in de cabine plaatsvinden. In Duitsland wordt dit echter getolereerd. Worden overtredingen wel beboet, trekt men ze dikwijls van het loon af. Dat deze vrachtwagenchauffeurs zich zodoende dikwijls in een precaire hygiënische toestand bevinden behoeft geen toelichting.

Posted on 1 Comment

Syrië – Russische beschuldigingen tegen Belgische militaire veiligheidsdienst

Consternatie bij de nieuwsdienst van de VRT zaterdag toen het verhaal uitlekte over de Russische beschuldigingen aan het adres van onze militaire veiligheidsdienst, ADIV, dat zij betrokken zouden zijn bij het opzetten, samen met de vrienden uit Frankrijk, van een nepaanval, false flag, met chloorgas in de Syrische provincie Idlib.

Een plan waarbij men volgens die beschuldigingen ging samenwerken met de Syrische tak van al Qaida en haar partner de Witte Helmen, de zogenaamde hulporganisatie vermoedelijk opgericht door de Britse geheime dienst MI6.

Nepnieuws

En kijk, zowel Jens Franssen als Jan Balliauw, voor respectievelijk radio en televisie, klasseerden het Russische verhaal zonder verpinken bij het nepnieuws waar, aldus beiden in koor, ‘’de Russen voor gekend zijn”. Een gemak dat typerend is voor de wijze waarop men bij de VRT aan berichtgeving doet.

Een journalistieke stelregel is dat men alle verhalen, hoe gek klinkend ook, onderzoekt of er eventueel iets van waar is. Hoeft hier dus niet. Een verhaal kan gebracht worden door een onbetrouwbare man en op het eerste zicht ongeloofwaardig lijken, dan toch wil dat nog niet zeggen dat dit gelogen is. Pas na onderzoek kan er eventueel duidelijkheid zijn.

Russische advizeurs - Infanterie - Omgeving Aleppo - 12-2015
Russische militairen in Syrië. Als gevolg van afspraken met Turkije en Iran moeten zij zorgen voor een stabilisatie van het conflict rond de provincie Idlib en een politieke oplossing mogelijk maken. Erg twijfelachtig of dit er ooit van zal komen. Vraag is ook of dit zelfs wenselijk is. Kan men toelaten dat al Qaida er een kalifaat opzet? Natuurlijk niet.

Persconferentie

Wat is er aan de hand? Vrijdag gaf de Russische majoor-generaal Viktor Kupchishin een van zijn regelmatige persconferenties over de toestand in Syrië. Deze is voorzitter van het Russische Centrum voor Verzoening tussen de Opposanten in Syrië. Een structuur opgezet na de onderhandelingen in het Russische Sochi en in Kazachstan tussen Rusland, Turkije en Iran. Het moet conflicten verhelpen en hierover regelmatig rapporteren.

Het verhaal zoals het gebracht werd door de nieuwswebsite Southfront, die pro de Syrische regering is, is deels voorwaardelijk en stelt zich verder te baseren op voor Kupchishin vaststaande soms gedetailleerde feiten.

Enige bewijzen voor die beweringen geeft men echter niet. Ergens logisch want het verhaal is zo te zien gebaseerd op geheime informatie en dat blijft dus ook geheim. Zo stelde Kupchishin volgens Southfront (1):

“To organize provocations, representatives of the French and Belgian secret services arrived in Idlib. Under their supervision, a meeting was held with the field commanders of the terrorist groups of Hayat Tahrir al-Sham and Horas Al-Din, as well as with the representatives of the pseudo-humanitarian organization ‘White helmets’” Maj. Gen. Kupchishin as saying……

Met de bedoeling provocaties te organiseren zijn mensen van de Franse en Belgische geheime diensten naar Idlib gereisd. Onder hun toezicht werd er vergaderd met veldcommandanten van de terreurgroepen Hayat Tahrir al Sham en Horas al Din (al Qaida en een van haar bondgenoten, nvdr.), dit samen met vertegenwoordigers van de pseudo humanitaire organisatie De Witte Helmen”, stelde majoor-generaal Kupchishin….

“From 14 March to 27 March 2019, the representatives of the Belgian secret services recorded strikes on video, which the Russian Aerospace Forces targeted at terror groups’ arms depots and footholds of drones on the territory of the Idlib de-escalation zone, in order to subsequently present them as an ‘evidence’ of the use of chemical weapons,” Kupchishin said.

“Van 14 tot 27 maart 2019 hebben mensen van de Belgische geheime dienst beelden opgenomen van aanvallen van de Russische luchtmacht op wapendepots en dronebasissen van terreurgroepen in de de-escalatiezone in Idlib (de zone vlakbij het Syrische leger en waar er observatieposten zijn van zowel het Turkse als het Russische leger, nvdr.). Dit met als bedoeling die later te gebruiken als ‘bewijs’ voor het gebruik van chemische wapens”, aldus nog Kupchishin.

Waarop beide journalisten dat verhaal afdeden als klinkklare onzin. Zo stelde Balliauw: “Zonder twijfel is dit nepnieuws”, want in het verleden is het Russische ministerie van Defensie, “Niet echt een betrouwbare bron gebleken, en dat is nog zacht uit te drukken.”

Geen mandaat, geen kennis en geen middelen

Bovendien stelde hij dat onze militaire veiligheidsdienst niet het mandaat (van de regering, nvdr.), niet de ervaring en hiervoor niet de middelen heeft. En ook opperde hij dat er het trauma is van de ervaring uit de eerste wereldoorlog. “Het is te gek voor woorden”, opperde hij nog.

DSC_0698

Het hoofdkwartier van de OVCW in Den Haag. Het werkt in wezen onder controle van de VS en de NAVO. Wat goed blijkt uit het rapportering over zowel Syrië als over de zaak rond de Rus Sergeï Skripal en novichok, het meest dodelijke gif ooit gemaakt stelt men in London. Maar hoe komt het dan dat van de vier mensen die door dit gif zogenaamd besmet werden er drie het overleefden? Met de ene dode die na het overdadig over haar lichaam te hebben verstoven pas ongeveer een week later stierf. Ra ra.

Volgens Balliauw heeft de ADIV dus niet de ervaring en de middelen om bombardementen in Syrië te filmen? Een straffe bewering die feitelijk een slag in het gezicht is van de ADIV die volgens Balliauw dan geen geld en kennis heeft om wat luchtaanvallen te filmen? Wie verkoopt er hier dan nepnieuws en wie is er hier geheel ongeloofwaardig?

Ook zijn stelling dat de ADIV hiervoor geen mandaat heeft is voor wie enige kennis heeft van de ADIV best grappig. Alsof de ADIV niet indien gewenst los van de regering en parlement opereert.

Zo lekte dit jaar in de media uit dat de ADIV in 2016 minstens twee maal in Damascus geweest was voor gesprekken met de Syrische geheime dienst en de regering. Bezoeken waarvan toenmalig minister Steven Vandeput (N-VA) stelde niets te weten. (2)

Gewezen minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) stelde niets te weten van bezoeken van de ADIV aan Damascus in 2016 toen hij hun baas was.

Belgische jihadisten

Vanaf medio 2015 verscheen er geruchten, o.a. op deze blog, dat de Syrische regering Belgische jihadisten had gevangen genomen. En dus was dit Belgisch bezoek zeker niet onlogisch. Maar de regering bleek, stelde deze bij monde van Vandeput, van niets te weten. En dat kan natuurlijk niet.

En dan is er het nog veel erger schandaal in de jaren negentig rond Gladio, het militaire Belgische geheime netwerk van saboteurs waarvan men vermoedde dat zij achter een aantal Belgische terreuraanslagen zaten.

Er kwam toen een parlementaire onderzoekscommissie en toen het parlement van de ADIV herhaaldelijk eiste dat men haar de namen van de leden van dit netwerk zou overhandigen weigerde de ADIV dat. Alleen in Washington en Londen mocht men van de ADIV de namen kennen. Een grote schok ging door het land. Want niemand in de regering toen en van die ervoor bleken van iets te weten over die Gladio..

Propaganda

Wie weet hoe geheime diensten veelal werken, weet dat ze voor bepaalde operaties al eens ‘vergeten’ de regering om toelating te vragen. Het is een der basiskenmerken van hoe geheime diensten werken. Waar ook.

En natuurlijk verzwegen beide journalisten de beschuldigingen dat de ADIV hier zou samengewerkt hebben met al Qaida in Syrië. Maar op de VRT had men het dan ook over de vage term anti-Assad groepen, de burger zou eens moeten weten dat onze regering ginds al jaren al Qaida steunt. Hetzelfde voor Jemen waar men dit ook netjes verzwijgt.

En dan was er natuurlijk Jens Franssen die op de radio stelde dat dit een Russische truc lijkt om eerst zulke beschuldigingen te uiten om dat daarna zelf te doen. Wat volgens de man ook bewezen is door de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens. (OVCW) in Den Haag. Een rare bewering, daar het OVCW of de VN tot heden Rusland of Syrië nooit bij naam beschuldigde van het gebruik van chemische wapens. En er zijn ook geen bewijzen voor.

Russische ambassade

Maar om dat dossier te kunnen vatten moet men beide visies van die vermeende aanvallen kennen en die kritisch evalueren. Onlangs gaf de Russische ambassade een uitgebreide persconferentie naar aanleiding van het laatste rapport over Syrië van de OVCW. De grote zaal van het hotel Crown Plaza Promenade in Den Haag zat vol maar in de Nederlandse en Belgische massamedia geen woord hierover. De omerta.

Voor de kenner van dit dossier is het ook duidelijk dat de OVCW, officieel een onderdeel van de VN, een door de NAVO gecontroleerd instrument is dat men gebruikt in de oorlog tegen Rusland. Vooral sinds de rapporten over de zaak Skripal en novichok in het Verenigd Koninkrijk en het laatste rapport over de aanval in het Syrische Douma is die manipulatie overduidelijk.

Logisch dus dat men over die persconferentie in Den Haag zweeg want voor journalisten genre Franssen en Balliauw maken die Russen toch alleen maar nepnieuws. En dan zijn de beweringen van de NAVO of het Belgische leger als de vier evangeliën of de koran. Geen twijfel mogelijk. Inderdaad, beiden doen niet aan journalistiek maar maken propaganda.

DSC_0786
Na het rapport van de OVCW over de gifgasaanval in Douma gaf de Russische ambassade in Den Haag en een vertegenwoordiger van de Syrische regering een persconferentie over de kwestie. Onze massamedia, inclusief dus de VRT, hadden er niet de minste aandacht voor. En de Russische media dan maar beschuldigen van partijdigheid.

Beschuldigingen

Er zijn in deze zaak wel de beschuldigingen door al Qaida en de andere salafistische terreurgroepen maar als dat een bewijs is voor journalisten als Jens Franssen dan zijn deze Russische beschuldigingen tegen België ook een bewijs. In wezen zijn zowel de beschuldigingen van de Witte Helmen, Al Qaida en majoor-generaal Viktor Kupchishin geen bewijzen voor wat dan ook maar beweringen die men moet onderzoeken.

Dat men dit hier niet gaat onderzoeken is nu al wel duidelijk, zeker na het ‘journalistiek’ werk van Balliauw en Franssen. Bij de ADIV zal men tevreden zijn over dit prachtig staaltje van onderzoeksjournalistiek. Ze kunnen er op beide oren blijven slapen.

Toen ik onderzoek deed naar Jacques Monsieur, de in 2018 tot 4 jaar effectieve cel veroordeelde wapenhandelaar en gewezen informant van de ADIV, reageerde de ADIV niet eens op mijn vraag voor een gesprek over Monsieur. Het is een probleem dat Balliauw en Franssen niet hebben.

België is terughoudender geworden

Of dit Russische verhaal klopt weten we niet. Het klinkt ook bizar. Waarom immers zouden de Fransen de Belgen inschakelen? Ze kunnen dat toch zelf aan. En als het niet klopt waarom die toch wel heel zware beschuldigingen aan het adres van België, een onbelangrijke pion in dit verhaal? Het lijkt zinloos.

Bovendien is het ook bekend dat onze regering al een paar jaar in de kwestie Syrië een minder harde politiek voert. Terwijl landen als Denemarken en Nederland zeker tot voor kort actief die jihadisten steunden, zijn er voor zover bekend geen gelijkaardige Belgische initiatieven.

Onze minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) past tegenwoordig voor steun aan die koppensnellers en aanslagplegers in Europa. Wat van Den Haag of Kopenhagen bijvoorbeeld niet kan gezegd worden. Om over Washington, Londen en Parijs maar te zwijgen.

Oogje toegeknepen

Wel hebben onze regering en veiligheidsdiensten tot zeker 2013, dus die van Elio Di Rupo (PS), de ogen dichtgeknepen toen honderden moordenaars van hier naar Syrië vertrokken om er voor de rekening van Israël en de VS Syrië te vernielen.

Nog erger was echter de pers zoals Humo die in die periode verhalen publiceerde over de ‘helden’ die vanuit België naar Syrië trokken. Neem ook professor emeritus Rik Coolsaet, ‘expert’ internationale politiek, die deze Syriëstrijders genre Mehdi Nemmouche omschreef als idealisten. Moet hij nu eens gaan zeggen aan de slachtoffers van de aanslagen in Maalbeek, Bataclan en Zaventem.

Of Jens Franssen en Rudi Vranckx die toen ze in januari 2012 in de Syrische stad Homs door zo’n salafistische terreurgroep beschoten werden – een van die journalisten kwam toen om – de schuld hiervoor staken op de Syrische regering.

Daarbij ook nog zonder verpinken de Syrische zuster Agnes Maryam van medeplichtigheid aan de zaak beschuldigen. Met toen 8 Syrische gedode burgers toch een poging tot massamoord. Nepnieuws inderdaad. Ze weten er alles van.


1) South Front, French & Belgian Intelligence Officers Are Planning Chemical Provocation in Syria’s Idlib: Russian MoD, https://southfront.org/french-belgian-intelligence-officers-are-planning-chemical-provocation-in-syrias-idlib-russian-mod/

2) Het Nieuwsblad, Belga, 15 februari 2019, Belgische inlichtingendienst zocht toenadering tot regime van Assad, https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20190215_04178074.

Een verhaal dat de wenkbrauwen doet fronsen maar waarvoor politiek België voor zover bekend geen interesse had. En in onze media was het na een dag al weg. Verdacht snel. Of hoe men een vervelend verhaal weet te begraven.

Posted on

Gemeenschappelijke munt voor Euraziatische Economische Unie

De landen van de Euraziatische Economische Unie (EAEU) hebben concrete plannen gevormd om een gemeenschappelijke munt te gaan gebruiken. Deze moet uitsluitend voor het betalingsverkeer tussen de lidstaten dienen en zal alleen in elektronische vorm bestaan.

Terwijl overheidsuitgaven in de post-Sovjet-staten niet zelden in de relatief stabiele euro gedaan worden, is de Amerikaanse dollar in veel bilaterale handelsovereenkomsten nog vastgelegd. Nu neemt echter al geruime tijd het onderlinge gebruik van de Russische roebel toe, wat tot betalingsproblemen bij de kleinere EAEU-staten leidt en hun goederenverkeer met Rusland en anderen hindert.

Transacties tussen de lidstaten

Dit heeft de landen van de EAEU ertoe gebracht het plan op te vatten voor een gemeenschappelijke munt voor transacties tussen de lidstaten. Deze moet de handel tussen de betrokken landen verder vergemakkelijken. Een dergelijke gemeenschappelijke munt moet dus niet verward worden met een eenheidsmunt zoals de euro. De nationale valuta van de betrokken landen blijven gewoon bestaan en in gebruik voor de overige transacties.

De EAEU wordt gevormd door Armenië, Kazachstan, Kirgizië, Rusland en Wit-Rusland en heeft vrijhandelsverdragen met Oezbekistan, Tadzjikistan, Iran, China, Vietnam, Moldavië, Servië en Egypte.

Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on

Astana wil Euraziatisch financieel centrum worden

Kazachstan opent deze zomer op het terrein van de wereldtentoonstelling EXPO 2017 het nieuwe Internationale Financiële Centrum Astana.

Medio januari  begon het Centraal-Aziatische land met de registratie van geïnteresseerde ondernemingen. Het gebied moet vergelijkbaar met de City of London een eigen rechtsstatus krijgen en financiële dienstverleningen bieden voor de Euraziatische Economische Unie en de islamitische wereld.

De voertaal is Engels. Belastingvrijstelling wordt tot 2065 gegarandeerd en visums voor medewerkers zullen grotendeels overbodig zijn.

Het tussen Rusland en China gelegen Kazachstan maakt deel uit van diverse Euraziatische organisaties, zoals de Euraziatische Economische Unie (EEU), de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie (CVVO) de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO), maar ook van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS) en de Turkse Raad. De Centraal-Aziatische voormalige Sovjetrepubliek profileert zich de laatste tijd meer op het wereldtoneel. Zo werd de Kazachse hoofdstad Astana reeds een belangrijke locatie voor Syrische vredesbesprekingen.

Posted on

Chemische wapens in Syrië – ‘Geen bewijzen’

Nadat James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, recent stelde dat er geen bewijzen zijn voor het gebruik door het Syrische leger van sarin, het zeer dodelijke gifgas, heeft nu ook Staffan de Mistura, de verantwoordelijke van de VN voor de onderhandelingen rond Syrië, zich tijdens een uiteenzetting voor de Veiligheidsraad van de VN, in New York over die materie uitgelaten. (1)

In hun hemd

Daar stelde de man 14 februari:

“There have been several allegations of chlorine attacks, in Ghouta, in Idlib, and also now recently in Afrin. While we cannot independently verify these allegations…”

Er zijn een serie beschuldigingen gedaan over aanvallen met chloorgas in Ghouta (een gebied ten oosten van de hoofdstad Damascus en in handen van een serie Salafistische terreurgroepen, nvdr.) en Idlib (een provincie ten noordwesten en tegen de Turkse grens, nvdr.) en nu recent in Afrin (een door de Turks Koerdische PKK/YPG bezet Syrisch gebied dat nu aangevallen wordt door Turkije en haar Syrische salafistische bondgenoten, nvdr.) Alhoewel we dit niet op een onafhankelijke wijze kunnen onderzoeken…”

De Zweedse ereconsul en VN-onderhandelaar voor Syrië Staffan de Mistura zette met zijn verklaring over gifgas gans het Westen met de VN en zijn regeringen, media en ngo’s in hun hemd en ontmaskerde hen als verkopers van nepnieuws, leugenaars. De centrale vraag is waarom hij dit deed en of hij steun had van zijn baas, de Amerikaanse diplomaat en VN-verantwoordelijke voor het politiek beleid Jeffrey Feltman.

Terwijl onze kranten vol staan met verhalen over aanvallen met chloorgas door het leger geeft Staffan de Mistura nu toe dat men er geen bewijzen voor heeft. Logisch natuurlijk want men baseerde zich voor die verhalen steeds alleen maar op de beweringen van al Qaida en haar bondgenoten. En dus kan er nooit enige zekerheid zijn.

Maar het is wel na de verklaring van James Mattis een nieuwe ferme slag in het gezicht van de Westerse regeringen, ngo’s zoals Artsen Zonder Grenzen, en de media die zich als een roedel hongerige wolven gretig op die verhalen gooiden en alles voor waar aannamen. Het zotste soms eerst.

Het is ook een feitelijke aanklacht tegen de VN zelf en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag (OPCW) die nog recent in een officieel rapport de Syrische regering wel hiervan beschuldigden, ook wat betreft sarin. Zonder bewijs volgens Mattis en de Mistura. Ze staan met andere woorden allen dus met de billen bloot. De verkopers met tonnen van nepnieuws.

Ten oorlog

Ngo’s zoals Human Rights Watch en het Interkerkelijk Vredesberaad/Pax Christi riepen zo op basis van die nepverhalen op om Syrië te bombarderen. Zo schreef Jan Jaap Oosterzee namens IKV/Pax Christi op 26 april 2013, dus pal na het eerste verhaal over sarin, in Trouw het opiniestuk ‘Tijd voor militair ingrijpen in Syrië is aangebroken’. Zou het IKV/Pax Christi zich niet beter omdopen in Interkerkelijk Oorlogsberaad?

Zo was er recent ook nog Guy Van Vlierden, een fan van die terreurgroepen (2), in Het Laatste Nieuws waar men op 6 februari 2018 op pagina 13 kopte: ‘Tussen al het andere geweld: opnieuw gifgasaanval in Syrië’ waar hij klakkeloos de beweringen overnam van al Qaida over een aanval met chloorgas in de stad Saraqib in Idlib. Een stad die nu aan de frontlinie ligt tussen al Qaida en het Syrische leger.

Onze media hebben het tegenwoordig dagelijks over nepnieuws en wijzen daarbij vooral naar Rusland als de producent ervan. Deze bekentenissen echter tonen nogmaals aan dat de grootste verspreiders van nepnieuws integendeel juist onze media zijn.

Een van  de vele nepnieuwsverhalen van Guy Van Vlierden. Merk op dat hij netjes vergeet te vermelden dat de steden Saraqib en Arbin (ook Erbeen genoemd) geheel in handen zijn van al Qaida en haar bondgenoten. En dus zijn het hier bij Van Vlierden ‘rebellen’ en ‘hulpverleners’. Netjes toch. Er zijn in de voorbije jaren al veel aanklachten van de regering geweest over het gebruik van chemische wapens door al Qaida & Co. Met de salafistische terreurgroep Het Leger van Islam die het feitelijk zelfs toegaf. Maar hiervoor heeft Van Vlierden en zijn krant geen enkele aandacht. Hou de lezers maar dom. Vraag is natuurlijk ook waar deze foto is genomen. In Turkije, Qatar of Saoedi-Arabië?

Nepnieuws met de tonnen

En na de onthullingen over de Nederlandse regering komen ook onze overheden met een figuur als Halbe Zijlstra (VVD), de nu gewezen Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, in beeld. De man beschuldigde Poetin simpelweg en op basis van een door hem gecreëerd nepverhaal er van de Baltische staten, Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan te willen veroveren. En dus leve de NAVO, de F-35 en de VS, beschermers van de vrede.

En wat Halbe Zijlstra deed over Vladimir Poetin doen onze kranten al jaren bijna dagelijks. De Standaard met Corry Hancké bijvoorbeeld of in Nederland de gewezen NRC-journalist Hubert Smeets. De man van het door de overheid opgerichte en gefinancierde zogenaamd kennis- en analyseplatform Raam op RuslandLees: lieg er maar op los.

Al zeven jaar verspreiden onze kranten en radio en tv over Syrië niets anders dan nepnieuws. Mensen als Guy Van Vlierden zijn gewoon papegaaien die niet veel meer kunnen dan al Qaida naar de mond praten.

Over die verklaringen van de Mistura en Mattis zal je dan ook tevergeefs iets zoeken in onze kranten zoals Het Laatste Nieuws. Daar heeft men alleen oog voor nepnieuws over Syrië. Het Russische Sputnik bracht die verklaringen wel! Maar volgens onze kranten maakt die toch alleen maar propaganda. Zij niet!

Jeffrey Feltman

De verklaring van Staffan de Mistura is natuurlijk wel heel belangrijk. Ze kan alleen maar met toestemming gebeurt zijn van Jeffrey Feltman, de nummer twee bij de VN en hoofd van het politieke departement daar.

Brigitte Herremans van het IKV/Pax Christi en ook van Broederlijk Delen. Reeds begin 2013 riep haar organisatie op om Syrië te bombarderen en dus een massaslachting aan te richten. Dit omdat er volgens al Qaida & Company door de regering het gifgas sarin was gebruikt. Onderzoek achteraf toonde echter aan dat het praktisch zeker is dat die salafistische terreurbendes de verantwoordelijken waren. De meeste slachtoffers, minstens 120, waren ook soldaten en de rest burgers van de door al Qaida toen aangevallen stad Khan al Assal. Interkerkelijk Vredesberaad? Om van te walgen. Deze organisatie werkt met steun van onze bisschoppen en ons belastinggeld!

 

Feltman is een voormalig Amerikaans ambassadeur in o.m. Libanon geweest en dient gezien te worden als de echte Amerikaanse strateeg achter de oorlog tegen Syrië. De Mistura is de dan ook niets anders dan een soort woordvoerder van Feltman.

Het is omwille van Feltman en zijn machtspositie over de VN trouwens dat Rusland, Iran en Turkije in Sotsji en Astana met een apart onderhandelingsproces voor Syrië zijn gestart. Wat onder meer de VS en Frankrijk natuurlijk niet zint want die willen nog zoveel mogelijk via de door de VN met de Mistura geleide gesprekken in Genève hun wil aan Syrië opdringen. Een droom of eerder een nachtmerrie voor Parijs en Washington.


1) https://www.un.org/sg/en/content/sg/note-correspondents/2018-02-14/note-correspondents-staffan-de-mistura-un-special-envoy

2) De man stelde ooit in zijn krant voor om de Syrische regering te vervangen door een van al Qaida & Co. Groepen die hij uiteraard omschreef als de ‘gematigde rebellen’. Waarna men in plaats van Belgische Syriëstrijders Syrische Belgiëstrijders krijgt. Het is in wezen een zootje ongeregeld dat als ze omwille van de buit elkaar niet bevechten dan maar het land terroriseren en leegplunderen.

Naschrift

In maart verschijnt bij de Nederlandse uitgeverij De Blauwe Tijger een boek over de media en nepnieuws. Met bijdragen van o.m. Stan van Houcke, Tom Zwitser, Cees Hamelink, Eric van de Beek en Arnold Karskens. Ik schreef het hoofdstuk over de media en de oorlog in Syrië.

Posted on

President Kirgizië dreigt met vertrek uit Euraziatische Economische Unie

Kort voor het eind van zijn presidentschap dreigt het Kirgizische staatshoofd Almasbek Atambayev ermee, dat zijn land de Euraziatische Economische Unie zou kunnen verlaten.

Reden voor het dreigement van de Kirgizische president is dat Kazachstan na onenigheid met Kirgizië heeft besloten zijn grenzen te sluiten voor Kirgizische waren, waarmee ook de export daarvan naar andere landen in de Euraziatische Economische Unie zoals Rusland bemoeilijkt wordt.

Kazachstan en Rusland zijn belangrijke handelspartners van het Centraal-Aziatische land, dat naast goud vooral kleding en landbouwproducten exporteert.

Via Oezbekistan en Turkmenistan over de Trans-Kaspische Spoorlijn en vervolgens vanuit Türkmenbasji over de Kaspische Zee zou Kirigizië gebruik kunnen maken van de nieuwe spoorlijn van Azerbeizjan naar Turkije (kaart: Giorgi Balakhadze).

Atambayev stelde dat als Kazachstan volhardt, Kirigizië zich op andere handelspartners zoals Oezbekistan en China zal moeten concentreren en verder nieuwe handelsroutes zal moeten benutten, zoals de onlangs in gebruik genomen spoorverbinding tussen de Azerbeidzjaanse havenstad Bakoe, het Georgische Tiflis en Kars in het oosten van Turkije.

Atambayev wordt op 1 december opgevolgd als president van Kirgizië door zijn partijgenoot Sooronbay Jeenbekov, die in oktober de presidentsverkiezingen won.

De Euraziatische Economische Unie werd in 2015 opgericht op basis van een reeds bestaande Euraziatische Economische Ruimte van Rusland, Kazachstan en Wit-Rusland. Kirgizië en Armenië sloten zich daar bij aan.

Posted on

Waarom Amerika IS in Afghanistan in stand houdt

In Afghanistan is veel te doen over ongekenmerkte militaire helikopters die IS Khorasan assisteren met bevoorrading en transport van strijders. Er bestaat een sterk vermoeden dat de Verenigde Staten er achter zitten.

Doordat Amerikaanse en andere westerse troepen in het land, en onder invloed van de Amerikanen ook het Afghaanse leger, zich vooral richten op het bestrijden van de Taliban, heeft ‘Islamitische Staat’ stevig voet aan de grond kunnen krijgen in Afghanistan. De IS-tak in het land noemt zich ‘IS Khorasan’, naar een historische staatkundige eenheid die delen van Afghanistan, maar ook van diverse andere Centraal-Aziatische landen omspant.

Het vermoeden dat het om Amerikaanse helikopters gaat ligt voor de hand, omdat de Amerikanen nog altijd militair aanwezig zijn in het land. De Amerikanen frustreren al enige tijd iedere poging tot vredesonderhandelingen tussen de regering in Kaboel en (delen van) de Taliban, door op cruciale momenten Taliban-leiders uit te schakelen. Door kort voor besprekingen een Taliban-leider die tot onderhandelingen bereid is te elimineren, werken de Amerikanen in de hand dat de volgende Taliban-leider minder geneigd is tot gesprekken.

Door IS in stand te houden en onderhandelingen tussen de regering in Kaboel en de Taliban te frustreren, houden de VS Afghanistan instabiel. Om te begrijpen welk belang de VS daar bij hebben, moeten we naar de bredere regio kijken.

Een blik op de kaart van Eurazië laat een steppe- en woestijnzone zien die zich uitstrekt van Mantsjoerije in het oosten tot de Kaspische Zee in het westen. Zowel Rusland als China hebben historisch veel te kampen gehad met Mongoolse en Turkse volkeren uit deze contreien. Inmiddels werken Rusland en China er samen echter al enkele jaren aan om deze zone te bestendigen om zo een vreedzaam continent te creëren, waarin meer mogelijkheden ontstaan om economische potentiëlen aan te boren. Zo is Centraal-Azië rijk aan delfstoffen en een belangrijke doorgangsroute voor de Nieuwe Zijderoute richting Europa.

Centraal-Aziatische landen als Kazachstan, Tadzjikistan, Oezbekistan en Kirgizië doen allemaal mee in de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) en recent zijn ook India en Pakistan toegetreden. Iran wil zich ook bij de SSO aansluiten en zelfs Mongolië zoekt inmiddels aansluiting. Daarmee zou – afgezien van geval apart Turkmenistan – een gigantische aaneengesloten landmassa ontstaan waarin vrede en veiligheid heersen en men zich zodoende kan richten op het ontplooien van economische potentiëlen die nog maar weinig benut worden.

De Verenigde Staten, die sommige van hun plannen gedwarsboomd zien door een meer assertieve rol van Rusland en China op het wereldtoneel, en die vrezen voor de aanhoudende economische opkomst van met name China, willen deze bestendiging van het Euraziatische continent waar mogelijk verstoren.

Amerikaanse activiteiten aan de Oost-Aziatische kant van Eurazië om bevroren conflicten zoals dat op het Koreaanse schiereiland en dat in de Zuid-Chinese Zee op te porren, zijn hinderlijk voor China. Maar de Volksrepubliek rekent al langere tijd met het gegeven dat de Amerikanen een snoer van landen in Oost-Azië – van Zuid-Korea tot Vietnam – aaneen hebben geregen, waarmee China’s toegang tot de open zee potentieel in gevaar is. Weliswaar hebben de Filipijnen en Maleisië dit stramien recent enigszins doorbroken, maar China denkt op de lange termijn en had dus al corridors gecreëerd om voor haar buitenlandse handel niet te sterk afhankelijk te zijn van de doorgang door de straat van Malakka. Zo legden de Chinezen infrastructuur aan in Burma en in Pakistan, zoals de haven van Gwadar, die toegang geeft tot de Arabische Zee.

Afghanistan is echter ideaal gepositioneerd om de bestendiging van Eurazië te verstoren. Zo werkt IS Khorasan samen met de Islamitische Beweging van Oezbekistan en andere islamisten in Tadzjikistan en Kirgizïe, waarmee de kleine Centraal-Aziatische landen te destabiliseren zijn. Ook het Oeigoerse separatisme in China is wat dat aangaat een middel waarvan de Amerikanen goed gebruik kunnen maken.

IS Khorasan heeft ook partners in Pakistan. Grensregio’s als Beloetsjistan zijn al instabiel en islamisten aan weerszijden van de grens kunnen daar gebruik van maken. En als Pakistan gedestabiliseerd zou worden, heeft China niets meer aan de haven van Gwadar. Het hele punt is namelijk dat China van daaruit goederen verder door Pakistan naar China kan transporteren en vice versa.

Maar ook als IS voorlopig vooral nog in Afghanistan actief is en de Centraal-Aziatische staten en Pakistan niet gedestabiliseerd worden, hangt de dreiging dat dit kan gebeuren nog wel boven de markt, zolang er in Afghanistan geen vrede bereikt wordt en IS zijn macht daar verder uit kan breiden.

China en Rusland willen begrijpelijkerwijs het nodige doen om vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse regering en de Taliban te stimuleren, niet alleen het land zelf maar de hele regio zou daar baat bij hebben. De Amerikanen spreiden hun kansen door enerzijds die vredesonderhandelingen te blijven frustreren en anderzijds IS in stand te houden voor het geval Kaboel en de Taliban op enig moment toch tot een vergelijk mochten komen.

Posted on

China kampt met toenemend Oeigoers terrorisme

De Volksrepubliek China is een seculiere staat en de meeste ingezetenen rekenen zich niet tot een bepaalde religie. Tot de uitzonderingen hierop horen onder andere de naar schatting 23 miljoen islamieten in China, die deels voor grote problemen zorgen.

De islam wordt vooral aangehangen door de Oeigoeren en andere Turkse volken in de noordwestelijke grensprovincie Xinjiang. De Oeigoeren maken ongeveer de helft van alle islamieten in China uit. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de circa elf miljoen Hui, die verwant zijn aan de Han-Chinezen. Het religieuze centrum van de Hui ligt in Linxia, dat ook wel als ‘Klein-Mekka’ aangeduid wordt. De gezagsgetrouwe Hui bezorgen de leiding in Peking echter geen noemenswaardige problemen.

Dat is wel anders met de Oeigoeren in het Oeigoerse autonome gebied Xinjiang, dat onder andere aan de islamitische landen Pakistan en Afghanistan grenst. De Oeigoeren streven vanouds naar onafhankelijkheid van China en raakten vanaf 1990 in het vaarwater van het islamitische extremisme. Daarvan getuigt niet in de laatste plaats het ontstaan van terroristische organisaties als de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en de later daaruit voort gekomen Turkestan Islamic Party (TIP). Deze organisaties werken samen met Al Qaida en verwante organisaties. Daartoe behoorde ook de Islamic Movement of Uzbekistan, tot deze het Al Qaida-netwerk verruilde voor dat van IS, wat op forse kritiek van TIP kwam te staan.

Al Qaida en IS

Er vechten ook Oeigoeren in Syrië. Een deel van hen is echter ontevreden over hoe de Syrische Al Qaida-tak, voorheen Jabhat al-Nusra, nu Jabhat Fateh al-Sham, zich minder ‘al Qaida-achtig’ en meer Syrisch probeert voor te doen, zodat een klein deel van de Oeigoerse strijders inmiddels is overgegaan naar ‘Islamitische Staat’.

De ‘kalief’ van IS, Abu Bakr al-Baghdadi noemde China in zijn inaugurele rede in juli 2014 als een land dat moslims onderdrukt. Daarop volgde in het voorjaar van 2015 een indirecte oorlogsverklaring van IS via internet. In november van het zelfde jaar vermoordden beulen uit naam van Allah de eerste Chinese gijzelaars.

Kort daarop verbreidde het al-Hayat Media Center van de terreurorganisatie in Syrië strijdliederen met de oproep aan de moslims in het “rijk van het midden” om “te ontwaken” en “naar de wapenen te grijpen”. Nog duidelijker viel de volgende boodschap van IS aan het adres van Peking uit, daarin heette het onder andere dat de “soldaten van het kalifaat” zouden komen om “stromen van bloed te laten vloeien en de onderdrukten te wreken!” Deze dreigementen werden in het Chinees uitgesproken door Oeigoerse IS-strijders. Volgens gegevens van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die aangehaald worden door het dagblad Yediot Aharonot, zouden er momenteel enkele honderden tot mogelijk enkele duizenden Oeigoerse strijders in Syrië zijn. Daarvan vechten de meeste voor aan Al Qaida gelieerde groepen en een kleiner aantal voor IS.

Dat betekent dat mettertijd vele Oeigoeren met gevechtservaring vanuit Syrië en Irak naar huis terugkeren, wat het gevaar van islamitische opstanden doet toenemen. Peking voelde zich derhalve genoodzaakt tot omvattende repressiemaatregelen in Xinjiang.

Per slot van rekening heeft de noordwestelijke provincie van China een niet te onderschatten economische betekenis voor het rijk van het midden. Er bevindt zich namelijk een derde van de olie en gasvoorraden van het land. Daarbij komen bodemschatten als goud, koper en uranium. Ook bevindt zich in de provincie het vroegere kernwapenproefterrein aan de Lop Nor, dat binnenkort als eindstation voor het hoogradioactieve afval van de Chinese kernindustrie moet dienen.

Duizenden doden

In Xinjiang kwam het in de afgelopen decennia tijdens de vastenmaand Ramadan steeds weer tot heftige rellen. Die eisten alleen in juli 2009 al zo’n 200 slachtoffers en verliepen steeds volgens hetzelfde patroon: Eerst trokken Oeigoeren-bendes door de straten en lynchten Han-Chinezen, dan sloegen de ordebewakers van het centrale gezag met harde hand terug.

Bovendien pleegden islamitische terroristen regelmatig aanslagen in andere delen van het land. Daardoor kwamen sinds 1990 reeds duizenden mensen om het leven. De laatste tijd worden de aanslagen vrijwel altijd opgeëist door ETIM of TIP. Dat was bijvoorbeeld het geval met de mesaanval van Kunming in Zuid-West-China, waarbij op 1 maart 2014 30 reizigers en politieagenten om het leven kwamen, en vergelijkbare moorden in Guangzhou en de hoofdstad van Xinjiang, Ürümqi, in de lente van 2014.

Daarbij komen bomaanslagen als die van mei en september 2014 op de treinstations van Ürümqi en Luntai met tientallen doden. Net zulke bloedige gevolgen lieten in 2008 aanvallen op lijnbussen zien in de steden Shanghai, Kunming en elders in de provincie Yunnan.

De meest symbolisch geladen actie van ETIM had plaats op 28 oktober 2013. Toen raasde een met jerrycans met benzine volgestouwde SUV direct onder het grote portret van Mao op het Plein van de Hemelse Vrede in het centrum van Peking tussen de flanerende toeristen door en brandde vervolgens uit. Daarbij vielen vijf doden en 40 gewonden. Voor het staats- en partijhoofd Xi Jinping was het aanleiding om zijn politieke koers tegenover de Oeigoeren in de onrustige provincie Xinjiang duidelijk te verscherpen.

Historische speelbal

Dat Peking het separatistische streven van de Oeigoeren als serieuze bedreiging ziet en zodoende met alle middelen bestrijdt, heeft ook historische redenen. Er ontstonden in Xinjiang namelijk al tweemaal afvallige gebieden. Zo riepen de Oeigoeren in november 1933 de Islamitische Republiek Oost-Turkestan uit.

Die zou echter slechts enkele maanden bestaan en door de Mantsjoerijse krijgsheer Sheng Shicai  met wapensteun van de Sovjets beëindigd worden. Aansluitend veranderde hij de nominaal weer Chinese provincie in een protectoraat van de Sovjet-Unie. Die stationeerde troepen in Xinjiang en begon met het delven van bodemschatten. Daarbij ging het niet in de laatste plaats om uraniumerts, dat Moskou nodig had voor zijn kernprogramma.

De verkrijging van de strategisch belangrijke delfstof was vanaf 1943 een belangrijke taak van Josef Stalins chef van de geheime dienst Lavrenti Beria. En die moest al snel vaststellen dat Sheng, die op enig moment zelfs lid was geworden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu met de nationalistische Chinese regering van Tsjang Kai-shek samenwerkte. Derhalve initieerde Beria een “volksopstand” van de Oeigoeren en andere islamitische volken in Xinjiang.

In de loop van die opstand riepen de rebellen onder Elihan Tore Saghuniy en Ehmetjan Qasimi op 12 november 1944 opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze meteen zou toetreden tot de Sovjet-Unie, maar Stalin had er al snel geen belangstelling meer voor. Enerzijds omdat hij vreesde dat het radicaal-islamitische elan naar het aangrenzende Russisch-Turkestan over zou kunnen slaan. Anderzijds omdat hij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog toegang had gekregen tot het uranium in Tsjechië en wat de DDR zou worden.

Derhalve liet Stalin de in de Chinese burgeroorlog triomferende communistenleider Mao weten dat hij de Oeigoeren-staat op kon heffen en de provincie Xinjiang weer onder controle van Peking kon brengen. En dat deed de grote roerganger eind 1949 dan ook. Door het voortbestaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Oeigoeren, blijft Xinjiang echter een zwakke plek van China, die zich leent voor door buitenlandse machten gestimuleerde agitatie.

Posted on

Hoe Bill en Hillary Clinton hun politieke posities financieel uitmelken

In januari 2001 verliet Bill Clinton het Witte huis na zijn tweede ambtstermijn als Amerikaans president. Voor de buitenwereld een joviale, welbespraakte en charismatische man die links en rechts wel een bijverdienste er op nahield. Zijn vrouw, Hillary Rodham Clinton, werd bekeken als een sterke en onafhankelijke vrouw, die echter wel bij haar man bleef en hem zijn affaires vergaf.

Degenen die in de periode van de presidentiële termijn van Bill Clinton ook regelmatig in het Witte Huis vertoefden, vertellen echter een ander verhaal. Hillary Clinton komt over als een paranoïde machtswellusteling, Bill als een paranoïde polygamist. Zo lieten zij een nieuw telefooncircuit aanleggen zodat personeel eventueel niet zou kunnen meeluisteren via andere toestellen. Wanneer personeel de kamer betrad, maakten zij zich vlug uit de voeten of viel er snel een doodse stilte. Agenten van de staatsveiligheid werden met evenveel argwaan bekeken. Na het uitbreken van de affaire Lewinsky werd de paranoia nog erger en werd elk personeelslid of elke agent een potentiëel lek. Dingen die u trouwens niet in Clinton Cash zult lezen, maar in The Residence. Het boek is een verzameling van interviews die de schrijfster, Kate Andersen Brower, had met voormalige personeelsleden van het Witte Huis. Het boek geeft via korte anekdotes, aangezien de overgrote meerderheid van personeelsleden zich aan een morele zwijgplicht houdt, een inzicht in de mentaliteit van de Clintons.

The residenceEigenlijk waren zij parvenu’s. Idealistische progressievelingen die zich naar de top hebben kunnen knokken door Bill (echte naam: William) Clintons charisma en Hillary’s meedogenloos achter-de-schermen aansturen van haar man. Wanneer zij, tegen de verwachtingen in, het Witte Huis betreden, komen zij in een wereld terecht die voor hen vreemd is. In tegenstelling tot de Bush-dynastie zijn zij geen personeel gewend (George Bush senior was veruit de meest geliefde president onder het personeel) en ook geen echte grote macht. Clinton was gouverneur van Arkansas geweest, niet direct de meest bekende of flitsende Amerikaanse staat. Vanuit die functie zorgde hij voor lucratieve banden voor het advocatenkantoor waar Hilary voor werkte waardoor ze zich toen reeds aan de vetpotten van de macht laven konden. Waarmee we van The Residence zijn aangekomen bij het eigenlijke onderwerp: Clinton Cash, uit de pen van Peter Schweizer.

Peter Schweizer

De schrijver van het boek Clinton Cash is te situeren aan de rechterkant van het Amerikaanse politieke spectrum. Waarmee niet gezegd is dat hij zich enkel richt op de Democratische Partij (DNC) hondstrouw is aan de Republikeinse Partij (GOP: Grand Old Party) en corruptie daar met de mantel der liefde bedekt. Zo werd zijn onderzoekswerk naar corruptie gebruikt voor de documentaire Insiders:  the road to the STOCK act, waarin de onethische beursactiviteiten van politici werden aangeklaagd. Door voorkennis, verkregen door deelname aan gesloten commissies, konden zij bepaalde beursbewegingen voorspellen en daarop speculeren. Benoemingen tot die commissies konden gebeuren door betalingen aan machtige figuren binnen zowel de DNC als de GOP. Op basis daarvan zijn snelle politieke hervormingen gebeurd die, in theorie, dit onmogelijk zou moeten maken.

Op dit moment is Peter Schweizer een schrijver voor Breitbart News en voorzitter van het Goverment Accountability Institute (GAI). Daarvoor heeft hij geadviseerd in het schrijven van toespraken voor George W. Bush en diende hij als adviseur voor Sarah Palin tijdens haar kort bestaan als potentiële vice-presidente.

The Clinton Foundation

De Clinton Foundation werd in 2001 opgericht, kort na het vertrek van Bill Clinton uit het Witte Huis. Hillary Clinton schreef over die periode dat ze platzak waren. Al is dat een grove overdrijving, we mogen de kosten van het verblijf van het Witte Huis niet onderschatten. In tegenstelling tot de Europese vetpotten die klaar staan voor de top van het establishment, is dit in de Verenigde Staten veel minder het geval. Zo betalen presidenten en hun gezin zelf voor de maaltijden die zij nuttigen en de boodschappen die gedaan dienen te worden. Voor een lid van de Bush-dynastie is dit geen probleem, voor twee parvenu’s met dochter uit Arkansas zal het toch krapper zijn geweest. De Clinton Foundation was in het begin opgebouwd rond de persoon Bill Clinton die door het geven van lezingen geld zou inzamelen voor de Clinton Foundation. Die zou op haar beurt dit dan schenken aan goede doelen. In de praktijk waren die goede doelen Bill en Hillary Clinton.

Het boek “Clinton Cash” zegt niet luid en duidelijk dat de Clinton Foundation een middel tot corruptie was, maar duidt op verdachte overeenkomsten en gedragingen van donoren. Net als Peter Schweizers onderzoek naar onethische beursactiviteiten zegt het niet duidelijk “Er is een misdaad begaan”, maar legt het patronen bloot. Dit doet het door zich te richten op 7 punten, naast de bedenkingen die Obama zelf al had bij zijn aantreden als president. Beginnen doen we echter met de oprichting van de Clinton Foundation zelf.

De oprichting van de Clinton Foundation

In juni 1999, anderhalf jaar voor het einde van zijn presidentstermijn, zat Bill Clinton samen met zijn chief fundraiser en veertig CEO’s in La Grenouille (Manhattan). Hier gaf Bill Clinton zijn visie op de op te richten Clinton Foundation waarbij Hillary een belangrijke rol zou spelen. Volgens de New York Times als volgt te omschrijven: “an important role in shaping both the foundation’s organization and the scope of its work”. Karen Tramontano, eerste personeelschef van de Clinton Foundation, merkte snel dat de Clinton Foundation de facto rond Hillary zou draaien met Bill als uithangbord. Nog voor de officiële oprichting was er achter al controverse rond machtige zakenmensen en Bill Clintons daden als president in zijn laatste maanden.

In september 1999 gaf Clinton opdracht aan zijn regering om reguleringen van bier, wijn en sterke drank niet door te voeren. Deze reguleringen waren erop gericht om minderjarigen van de fles te houden. Desondanks annuleerde Clinton deze. Een maand later stortte Anheuser-Busch Companies (een drankconcern) de eerste van vijf betalingen van in totaal USD 1.000.000 voor de bouw van de William J. Clinton Presidential Library and Museum. In augustus 1999 liet het ministerie van justitie weten dat William A. Brandt Jr., een bankroete advocaat en fundraiser voor Clinton die verdacht werd van meewerken aan corruptie, vrij van vervolging zou worden verklaard. Drie maanden eerder zorgde hij voor een bijdrage van USD 1.000.000 aan de Clinton Library. Tevens in 1999 keurde Clinton een verandering aan Medicare (onderdeel van de Amerikaanse sociale zekerheid) aan. Hierbij zouden betaalde hospitaalkosten toch mee vergoed worden. Het kwam goed uit voor dr. Richard Machado Gonzalez en diens advocaat Miguel Lausell. Die eerste was eigenaar van een privaat ziekenhuis dat goed zou boeren bij het doorvoeren hiervan. Acht maanden voor deze wijziging stortte advocaat Lausell USD 1.000.000 voor de Clinton Library. Twee maanden voor de wijziging stortte dr. Machado USD 1.000.000.

Kers op de taart was echter Marc Rich. Een zakenman in olie en kredietverstrekker die gezocht werd voor een waslijst aan feiten en de VS ontvlucht was. Zijn zakelijke belangen omvatten o.a. Fidel Castro, Muammar Khadaffi en ayatollah Khomeini. Zo had Rich olie verhandeld met Iran toen dat verboden was. Meer dan USD 48 miljoen aan belastingen was hij de Amerikaanse staat verschuldigd en hij werd geconfronteerd met de mogelijkheid van 325 jaar gevangenis. Hij stond dan ook op de Most Wanted List van de FBI. Op zijn laatste dag als president verleende Bill Clinton de man echter gratie. Dit vond plaats kort nadat de ex-vrouw van Mar Rich USD 100.000 aan de campagne voor de verkiezing van Hilary tot senator in 2000 had gestort, USD 450.000 aan de Clinton Library en USD 1.000.000 aan de DNC. Na zijn presidentschap zou Bill Clinton met de Clinton Foundation echter pas echt beginnen met het bijeen harken van geld. Tussen 2001 en 2012 bracht hij voor de Clinton Foundation USD 105,5 miljoen binnen aan lezingen en verzorgde hij honderden miljoenen dollars aan donaties voor de Clinton Foundation.

CEO van de Clinton Foundation was in het begin Bruce Lindsey die daarvoor belangrijke functies bekleedde in het Witte Huis onder Clinton. Een ander belangrijk bestuurslid doorheen de jaren was onder andere Doug Band. Hij is een professor aan de New York University en bestuurslid bij Coca-Cola. Voor hij zich bezighield met de Clinton Foundation hielp hij meerdere staatshoofden wereldwijd de overgang weer te maken van het politieke naar het private leven. Hij zou dit netwerk omzetten voor de Clinton Foundation naar het Clinton Global Intiative dat tegelijkertijd met VN-bijeenkomsten plaatsvindt. Hier zijn reeds meer dan 150 staatshoofden, 20 Nobelprijswinnaars en honderden voorname CEO’s samengekomen onder deze paraplu. Bilderberg lijkt er haast een dwerg bij. Doug Band is echter ook belangrijk vanwege zijn functie als onderhandelaar met Obama.

Toen Barack Obama president werd was hij goed op de hoogte van de mogelijke controverse rond de Clinton Foundation. Voordat hij Hillary tot Secretary of State (minister van buitenlandse zaken) wou benoemen, werd er onderhandeld over een MOU (Memorandum of Understanding). Daarvoor had senator John Kerry reeds gezegd dat er het gevaar was dat buitenlandse overheden en andere entiteiten zouden kunnen denken dat zij beslissingen van Hillary Clinton als Secretary of State kunnen beïnvloeden via de Clinton Foundation. Obama zag dit ook goed in en eiste daarom een MOU. Hierin eiste hij transparantie met betrekking tot de Clinton Foundation. Bill en Hillary Clinton moesten elke lezing die zij zouden geven eerst ethisch laten doorlichten voor zij enige betaling zouden aanvaarden. Ook de donoren aan de Clinton Foundation moesten bekend gemaakt worden. Zij hielden zich hier af en toe aan. Zo vermeldde de Clinton Foundation geen schenking van USD 500.000 van de Algerijnse overheid, zogezegd voor steun na de aardbeving in Haïti. Deze schenking vond plaats in 2010 en werd pas bekend gemaakt in 2015. Tevens moest de Clinton Foundation stoppen met het aannemen van donaties van buitenlandse donoren (private personen of overheden). Wat geen groot succes was, gezien de persoon van Gulnora Karimova.

Gulnora is de oudste dochter van de president van Oezbekistan. Haar vader wordt omringd met verhalen dat hij zijn politieke tegenstanders zou hebben laten koken. Desondanks is het niet haar vader, maar zij die de eerste plaats bezit als meest gehate persoon in het land. Zij wou een mode- en juwelenketen voet aan de grond doen krijgen in Europa en Amerika. Volgens een diplomatiek bericht, gelekt via Wikileaks, wou zij dit doen door een goede relatie op te bouwen met Bill Clinton. Hoe deed zij dit? Zij zorgde voor een fundraiser in Monaco voor de Clinton Foundation, poseerde daar met Bill Clinton en al snel stond zij bekend als een vriend van Bill Clinton. Of zij hier effectief iets mee gedaan zou krijgen is onbekend aangezien zij in 2013 door haar vader onder huisarrest werd geplaatst. Zij toonde echter wel wat meerdere niet-Amerikaanse oligarchen en andere belanghebbenden wisten: de Clinton Foundation is een weg naar de gunst van de Clintons. Men kan dat naïef noemen in het beste geval, maar dat is geen adjectief dat door tegenstanders of bondgenoten voor de Clintons wordt gebruikt…

Amerikaans uranium voor de Russen

De schrijver gaat in op enkele opvallende patronen waarbij donaties en beslissingen van Hillary Clinton samenvallen. Ook merkt de schrijver op dat Bill Clinton steeds grotere vergoedingen krijgt naargelang de beslissingen die Hillary kan nemen groter worden. Het zou teveel tijd kosten, en niet passen in een boekbespreking, om heel het boek hier samen te vatten. Toch is het interessant om dieper in te gaan op één specifiek punt, gezien de Amerikaanse hysterie over het land de laatste tijd: de Russen.

In 2008, terwijl Hilary Clinton een eerste poging deed om de presidentskandidate te worden van de DNC, verweet ze Poetin geen ziel te hebben. Waarop Poetin reageerde dat een staatshoofd toch op z’n minst een hoofd zou moeten hebben. Presidente werd ze niet, maar haar baan als Secretary of State vanaf januari 2009 hield toch regelmatige contacten in met die zielloze Poetin. In 2005 was Bill Clinton reeds naar Kazachstan gereisd. Zogezegd om te spreken over de rol van de Clinton Foundation in de strijd tegen AIDS. In zijn kielzog was echter Canadees zakenman Frank Giustra meegereisd. Al is kielzog weinig gezegd aangezien Bill Clinton en Frank Giustra samen naar Kazachstan vlogen in een vliegtuig van Giustra. In 2006 zou Giustra tegen de New Yorker dan ook duidelijk zeggen: “All of my chips, almost, are on Bill Clinton. He’s a brand, a worldwide brand, and he can do things and ask for things that no one else can”. Reeds in 1987 hadden de twee gemeenschappelijke belangen. Beiden waren verbonden aan mijnbouwondernemer Jean-Raymond Boulle. Clinton stond toe aan Boulle om een diamantmijn te openen in een staatspark en zorgde ervoor dat dit openging in 1987. Deze contacten waren geregeld via tussenpersoon Jim Blair, die later Hillary zou helpen om USD 1.000 aan beursproducten om te zetten in  USD 100.000. Ook Giustra was als mijnondernemer hieraan verbonden.

Na Bill Clintons bezoek aan Kazachstan, waar hij de president prees voor zijn inzet voor mensenrechten, ondanks zijn zeer autoritair regime, werd een bedrijf van Giustra gekozen om concessies met betrekking tot mijnbouw van uranium, uit te baten. Dit bedrijf was UrAsia Energy en had niet de minste ervaring in deze sector. Desondanks slaagde die erin om bedrijven met véél meer ervaring opzij te duwen. Deze concessies werden vervolgen overgegeven aan offshore constructies waar Giustra later van zou zeggen dat hij zelf niet wist wie eigenlijk de concessies in handen had. Uiteindelijk zou een bedrijf met de naam Uranium One een controlerend aantal aandelen van UrAsia Energy opkopen. Dit zou de basis vormen voor een opmerkelijk besluit van Hillary Clinton als Secretary of State.

Hillary Clinton pleitte als Secretary of State voor een “reset” van de Amerikaans-Russische relaties. Moskou was tevreden met de keuze voor Clinton als Secretary of State. Zij zagen haar als iemand die een evenwichtige visie bood op de Amerikaanse relaties met Rusland. Op hetzelfde moment hadden de Russen plannen om hun aandeel op de wereldmarkt voor kernenergie uit te breiden. Zo wilden zij vanaf 2006 USD 10 miljard uitgeven om de Russische jaarlijkse uraniumproductie op te drijven met 600%. Poetin, destijds afgestudeerd met een studie naar energiebevoorrading als geopolitiek wapen, noemde dit één van zijn prioriteiten. Alles wat betrekking heeft tot kernenergie in Rusland is in handen van Rosatom (het Russische staatsagenschap voor nucleaire energie). Zij zijn ook actief in Noord-Korea, Iran, Venezuela en Myanmar. Een staatsagentschap dat duidelijk past in Poetins geopolitieke visie op energiebevoorrading. In juni 2009 kocht Rosatom 17% van Uranium One. Op dat moment produceerde Uranium One bijna 3 ton uranium per jaar. Uranium One breidde ook sterk uit in de VS. In 2010 had het 61 lopende of geplande projecten in Wyoming. Daarnaast bezat het ook concessies in Utah, Texas en South Dakota. Tegen 2015 werd verwacht dat Uranium One de helft van de Amerikaanse uraniumproductie in handen zou hebben. Wat goed paste in de plannen van Rosatom dat erop mikte om zoveel mogelijk buitenlandse uraniumreserves in handen te krijgen. Waarbij het Kremlin voor het nodige geld zou zorgen.

Eind 2009 was Hillary Clinton verwikkeld in onderhandelingen met Rusland over het toestaan van commerciële handelingen tussen Amerikaanse en Russische bedrijven m.b.t. nucleaire projecten (waaronder de productie van uranium). In mei 2010 werd een regeringsvoorstel aangenomen in het Amerikaanse congres dat commerciële handelingen m.b.t. nucleaire projecten met Russische bedrijven werden toegestaan. Enkele weken later kondigde Rosatom aan dat zij 52% van Uranium One zouden kopen, waardoor zij uiteindelijk de helft van de Amerikaanse uraniumproductie in handen van het Kremlin kregen.

Een slimme zet van de Russen die niet verwacht werd door Washington? Enkele transacties doen anders vermoeden. Bestuursraadvoorzitter van Uranium One Ian Telfer was een donor van de Clinton Foundation en vanaf 2009 zorgde hij via een Canadees bedrijf voor een instroom van USD 2,35 miljoen naar de Clinton Foundation. Dit deed hij door meerdere donaties aan het Clinton Giustra Sustainable Growth Intitiave (een samenwerking tussen Bill Clinton en, jawel, Frank Giustra) dat op zijn beurt alles doorstortte naar de Clinton Foundation. Deze donaties werden niet meegedeeld door de Clinton Foundation, ondanks het MOU met president Obama. Uranium One nam ook twee financiële adviseurs onder de arm, Robert Disbrow en Paul Reynolds. Ook zei doneerden miljoenen aan de Clinton Foundation. Een belangrijke aandeelhouder van Uranium One was US Global Investor Funds wiens CEO Frank Holmes was. Frank Holmes was, u raadt het al, een donor van de Clinton Foundation en tevens adviseur m.b.t. grondstoffenhandel in ontwikkelingslanden. Endeavour Financial, een bedrijf van Giustra, begleide deze overname. CEO van Endeavour Financial was Eric Nonancs. Nonancs was senior adviser bij de Clinton Foundation en had daarvoor als buitenlandexpert gediend onder Bill Clinton.

De overname werd goedgekeurd door het Committee on Foreign Investment in the United States (CFIUS) op 22 oktober 2010. Had Hillary Clinton vanuit haar functie bezwaar aangetekend, was dit op het bureau van de president beland en waarschijnlijk afgevoerd. Kort hierna kreeg een klein Canadees bedrijf, Salida Capital, een anonieme donatie van USD 3,3 miljoen voor goede doelen. USD 780.220 hiervan ging in 2010 naar de Clinton Foundation. In totaal zou tussen 2010 en 2012 Salida Capital USD 2,6 miljoen naar de Clinton Foundation sturen. Op 21 mei 2010 sprak Bill Clinton ook voor Salida Capital in Canada en kreeg in ruil een vorstelijke vergoeding. Waarom is dit belangrijk? Omdat Salida Capital verschijnt in een jaarverslag van Rosatom als een dochterbedrijf van dit Russische staatsbedrijf. Ook kort na het goedkeuren van de overname werd Bill Clinton uitgenodigd om in Moskou te komen spreken. Vergoeding; USD 500.000 betaald door organisator RenCap (Renaissance Capital). RenCap heeft zijn zetel in Cyprus en staat bekend als een mantelorganisatie van de Russische FSB. Uitvoerend directeur van RenCap is Yuri Kobaladze, met 32 jaar ervaring in KGB en SVR. Morgen een zielloos man, vandaag goed om zaken mee te doen.

Conclusie

clinton-cash-coverHet boek geeft een uitgebreid overzicht van enkele stinkende potjes van de Clinton Foundation. Men mag nooit vergeten dat het uit Amerikaans perspectief geschreven is. De deal met Rusland, die ik hierboven heb uitgelicht, is daar een deal met een aartsvijand. Daarnaast heeft men nog deals die Afrikaanse warlords ten goede komen, het ondersteunen van de Indiase kernwapenlobby, gesjoemel met centen bestemd voor het herbouwen van Haïti, etc… Zodra Hillary Clinton beslissingen kan nemen, verschijnen grote bedragen voor lezingen van Bill Clinton of grote spontane donaties direct aan de Clinton Foundation. De auteur is eerlijk en slim genoeg om er meerdere malen op te wijzen dat hij geen directe bewijzen aanreikt. Hij duidt echter wel op patronen die een verdachte correlatie tonen tussen donaties en belangrijke beslissingen door Hilary genomen.

Men kan sommige dingen toeval noemen of een naïef vertrouwen van Hillary Clinton dat de Russen opeens vanuit een filantropische visie aan geopolitiek gaan doen. Naïviteit is echter geen rode lijn die men doorheen haar leven kan trekken. Telkens zijn er steeds toevalligheden die allen samen een andere rode lijn aanwijzen: een cynische drang naar het vergroten van macht. Een progressief gedreven vrouw die macht wou verwerven om zichzelf te bewijzen en om haar progressieve agenda uit te voeren. Doorheen de jaren is dit gemuteerd naar het gebruiken van een progressieve agenda om macht te verwerven.

Wie dit cynische manipulatieve gedrag van Clinton wil zien, hoeft enkel maar te kijken naar haar keuze voor running mate. Tim Kaine was voorzitter van de DNC van 2009 tot 2011. Hij gaf deze functie op nadat hij, niet met volle zin, had besloten campagne te voeren voor het ambt van senator. Het leek alsof hij plotseling een stap opzij deed waarbij men zich kon afvragen welke prijs hij hiervoor had gevraagd. In zijn functie als voorzitter van de DNC werd hij opgevolgd door Debbie Wasserman Schultz. Daarvoor was zij één van de topfiguren in de campagne van 2008 van Hillary Clinton om presidentskandidate te worden. Debbie Wasserman Schultz werd tot aftreden gedwongen in 2016 en direct opgenomen in de campagne van Hilary Clinton. In 2016 werd het ook duidelijk voor welke prijs Tim Kaine was afgetreden als voorzitter van de DNC. Op 27 juli 2016 werd hij gekozen tot kandidaat vice-president voor Hillary Clinton.

En zo doet Hillary Clinton denken aan de serie House of Cards. U mag het passende Frank Underwood-citaat zelf kiezen: “When money is coming your way, you don’t ask questions.”, “For those of us climbing to the top of the food chain, there can be no mercy. There is but one rule: hunt or be hunted”, “Don’t let a little dirt stop you”. Of gezien de situatie is misschien Claire Underwood beter gepast: “Am I really the sort of enemy you want to make?