Posted on 2 Comments

Steunt Nederland terroristen in Syrië?

Al Nusra

Minister Bert Koenders erkent dat Nederlandse hulp aan ‘gematigde’ gewapende groepen in Syrië in handen kan vallen van ISIS en Al Nusra. Maar de Tweede Kamer lijkt er niet mee te zitten. Volksvertegenwoordiger Joël Voordewind: “De Christenunie heeft een motie ingediend om de steun te staken, maar die heeft geen meerderheid gehaald.”

Het kabinet Rutte steunt sinds 2015 ‘gematigde gewapende groepen’ in Syrië. Anders dan de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en Saoedi-Arabië, die wapens leveren, verstrekt de Nederlandse overheid alleen non-lethal support, ‘niet-dodelijke hulp’. Deze bestaat uit voedselpakketten, medische kits, kleding, dekens, communicatiemiddelen, voertuigen, elektriciteitsgeneratoren, communicatiemiddelen en ‘media office-ondersteuning’. Het kabinet heeft hier 21,4 miljoen euro voor uitgetrokken.

De bedoeling van de Nederlandse steun aan ‘gematigde gewapende groepen’ is dat deze de macht overnemen in Syrië. In de woorden van PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken: “Er is steun nodig voor de gematigde oppositie om te voorkomen dat deze wordt weggedrukt tussen Assad, ISIS en Al Nusra. Het is een soort preparatie voor de toekomst, want je zult zo’n partij aan tafel moeten hebben bij onderhandelingen.”

Want niet alleen zegt Koenders af te willen van terroristische groeperingen als ISIS en Al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida. Ook “Assad zal moeten vertrekken”. Dit omdat, volgens hem, de president van Syrië, Bashar al-Assad, de oorlog in zijn land heeft veroorzaakt en oorlogsmisdaden heeft gepleegd waarvoor hij vervolgd zou moeten worden.

Vrije Syrische Leger

Wie zijn de ‘gematigde gewapende groepen’ die steun ontvangen vanuit Nederland? “Gezien de gevoeligheid van het noemen van steun aan specifieke groepen en de mogelijke negatieve consequenties van het openbaar worden van deze informatie, kunnen specifieke namen van groepen niet genoemd worden,” schrijft Koenders op 4 februari 2015 in een brief aan de Kamer.

Het enige wat hij er op dat moment over kwijt wilde was dat gekeken werd naar groepen die ressorteerden onder de banier van het Vrije Syrische Leger. “Dit zijn gematigde, inclusieve groepen, die zichzelf als onderdeel zien van een toekomstig Syrische leger en uiteindelijk een politieke transitie voor ogen hebben, maar nu strijden tegen het regime in Damascus en tegen jihadistische groeperingen als ISIS en Jabhat al Nusra.”

‘ongewenste handen’

Bert KoendersMinister Koenders erkent, in een andere brief aan de Kamer, geschreven op 4 april 2015, dat er risico’s verbonden zijn aan zijn beleid. “Een van de risico’s van het steunen van gewapende groepen is dat deze steun in ongewenste handen valt.” Maar volgens de minister loopt het wel los: “Om te beginnen neemt het kabinet groepen in overweging die door partners – aan de hand van een zogenoemde vetting-procedure – als voldoende betrouwbaar zijn beoordeeld.”

Wie deze partners zijn (de VS? Saoedi-Arabië?) en waaruit de genoemde ‘vetting procedure’ bestaat, legt hij echter niet uit. Maar, zo zegt de minister: “In aanvulling op deze voorselectie hanteert het kabinet een eigen vetting-procedure.” Daarbij wordt onder meer gekeken naar eventuele samenwerking met extremistische groepen en naleving van het humanitair oorlogsrecht.

In dezelfde brief van 4 april 2015 meldt Koenders dat hij de goederen levert aan de gewapende groepen via “een ervaren organisatie die, op basis van eerdere werkzaamheden bij andere donoren, een goede reputatie heeft,” en dat deze werkt vanuit Turkije en Jordanië.

Stop Arming Terrorists Act

Tulsi GabbardWaar in Nederland de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen niet of nauwelijks discussie oproept, groeit in de VS het verzet. Het Democratische congreslid Tulsi Gabbard heeft een wetsvoorstel ingediend, de ‘Stop Arming Terrorists Act’, die de Amerikaanse overheid verbiedt directe én indirecte steun te verlenen aan terroristische organisaties. Gabbard heeft inmiddels steun gekregen in de Amerikaanse senaat van de voormalige presidentskandidaat Rand Paul. Gabbard wijst er op dat al heel lang duidelijk is dat vrijwel alle hulp, geleverd door de VS, aan gewapende groepen in Syrië uiteindelijk in handen komt van groeperingen die door het Westen als terroristisch worden beschouwd.

Het kabinet Rutte en de Tweede Kamer hadden dit kunnen weten. Want de genoemde berichten in de internationale media waren er al voordat minister Koenders begon met uitdelen. Zo stond het Vrije Syrische leger al in 2015 uiterst zwak in de tweefrontenstrijd tegen het regeringsleger van Assad en terroristische groeperingen. Keer op keer liepen groepen over ‘van het Vrije Syrische Leger naar Al Nusra en ISIS, werden ze gedwongen hun wapens af te staan of samen te werken (hier, hier, hier en hier). Ook waren er op dat moment al voorbeelden van door de VS gesteunde ‘gematigden’, al dan niet verbonden aan het Vrije Syrische Leger, die oorlogsmisdaden pleegden, waaronder het zuiveren van gebieden die bewoond werden door christenen en andere minderheden (hier, hier en hier).

ongewijzigd kabinetsbeleid

Dergelijke berichten, die al sinds het begin van de oorlog in Syrië te lezen waren in de internationale pers, waren voor minister Bert Koenders kennelijk geen reden af te zien van zijn plan gewapende groepen te gaan steunen in Syrië. En tot op heden is het kabinetsbeleid ongewijzigd gebleven. “De Nederlandse steun aan gematigde oppositiegroepen, waaronder non-lethal assistance, wordt voortgezet”, schrijft Koenders op 4 april 2017 in een brief aan de Kamer.

Inmiddels is bekend dat het bij de verdeling van de Westerse lethal en non-lethal support al fout gaat. Een Bulgaarse journaliste, Dilyana Gaytancieva, interviewde afgelopen maand kolonel Malek al Kurdi, commandant van het Vrije Syrische Leger. Deze beklaagt zich er over dat de organisatie die vanuit Turkije en Jordanië de Westerse en Saoedische steun distribueert in Syrië, deze vooral levert aan groeperingen die een ‘radicale islamitische ideologie’ belijden. Het Vrije Syrische Leger zou nauwelijks nog iets ontvangen. Al Kurdi zegt de Amerikanen en Europanen hierover te hebben ingelicht, maar zonder resultaat.

oorverdovend stille Tweede Kamer
Novini benaderde alle woordvoerders buitenland in de Tweede Kamer persoonlijk, en vroeg hen of zij op de hoogte zijn van de steun van het kabinet aan gewapende groepen in Syrië. En zo ja, wat hierover hun mening is gezien bovengenoemde informatie uit de internationale pers.

De woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA onthielden zich van commentaar. Maar vreemd genoeg kwam er ook geen enkele reactie van het merendeel van de oppositiepartijen. Zelfs niet van de PVV, die zich graag profileert als bestrijder van de radicale islam.

Slechts drie Kamerleden reageerden: Joel Voordewind van de ChristenUnie, Kees van der Staaij van de SGP en Raymond Knops van het CDA.

Raymond Knops

Raymond Knops“Het CDA was op de hoogte van Nederlandse steun aan gewapende groeperingen in Syrië”, meldt Raymond Knops. Hij zegt hierover ‘kritisch’ te zijn, omdat onduidelijk is om welke groeperingen het gaat en hoeveel ‘gematigde’ rebellen er nog over zijn.

“Het kabinet heeft geen antwoord gegeven op de vraag of salafistische, jihadistische groeperingen uitgesloten worden van steun. Dat zou het kabinet wel moeten doen.” Ook stoort het Knops dat het kabinet niet duidelijk heeft gemaakt waar de non-lethal support precies uit bestaat. “Het kabinet heeft de Kamer weliswaar een lijst gegeven van geleverde goederen, maar het is onduidelijk of die uitputtend is.”

Knops vindt het verder ‘onbegrijpelijk’ dat de Syrisch-Koerdische YPG en de Syrian Democratic Forces (SDF) ‘voor zover bekend’ geen steun ontvangen van Nederland. “En dat terwijl zij nu juist bondgenoten zijn in de strijd tegen ISIS. Juist zij kunnen gezien worden als gematigde gewapende groeperingen. Het CDA pleit er dan ook voor om een belangrijk deel van de non-lethal support te bestemmen voor de SDF en YPG.”

Ook Kees van der Staaij van de SGP zegt op de hoogte te zijn, maar steunt niettemin het kabinetsbeleid, zoals verwoord in de artikel-100 brief van het kabinet aan de Kamer. Tot de gematigde groeperingen in Syrië die steun verdienen van Nederland rekent Van der Staaij de door zijn CDA-collega Knops genoemde Syrian Democratic Forces (SDF). Op de door Novini genoemde artikelen uit de internationale pers, waaruit blijkt dat de vanuit het Westen geleverde steun aan groeperingen in Syrië steevast in verkeerde handen valt en ten koste gaat van christelijke gemeenschappen en andere minderheden in Syrië, gaat Van der Staaij echter niet in.

Joël Voordewind

Joël VoordewindJoël Voordewind van de Christenunie reageert verbolgen op de vraag van Novini of hij wist van de steun van het kabinet aan gewapende groeperingen in Syrië: “Ik heb nota bene een motie ingediend om de steun aan het Vrije Syrische Leger te staken. Deze had een meerderheid kunnen krijgen als de partij van minister Koenders was meegegaan. Maar helaas: de PvdA stemde tegen.”

Een zoekopdracht in het krantenarchief van Lexis Nexis maakt duidelijk dat geen krant of actualiteitenrubriek aandacht heeft besteedt aan de motie van Voordewind. Ook in het digitale archief van de Tweede Kamer is het even zoeken, maar inderdaad: Op 29 april 2015 diende Voordewind een motie in, waarin hij het kabinet opriep “af te zien van steun aan het Vrije Syrische Leger en het geld te besteden aan humanitaire hulp in vluchtelingenkampen in en rondom Syrië.” Dit omdat “het verstrekken van middelen aan het Vrije Syrische Leger grote risico’s met zich meebrengt, bijvoorbeeld dat de steun contraproductief is en in de verkeerde handen kan vallen.”

Op dezelfde dag werd de motie in stemming gebracht. Vóór de motie stemden: CDA, SGP, Christenunie, SP, Partij voor de Dieren en 50Plus. Tegen stemden: VVD, PvdA, GroenLinks, D66, PVV, Groep Kuzu/Öztürk en Groep Bontes/Van Klaveren en Houwers.

“Ik ben zelf in Syrië geweest”, verklaart Voordewind zijn beweegreden voor het opstellen van de motie. “Ik heb daar gesproken met de Free Syrian Army. En zij zeggen gewoon openlijk: Als wij met Al Nusra kunnen samenwerken om de strijd tegen Assad te voeren, dan doen we dat. Dus die wapens worden ook gewoon doorgesluisd naar de radicalere groeperingen.”

Voordewind deelt de mening van Knops en Van der Staaij dat het kabinet er beter aan zou doen, naar het voorbeeld van de VS, de Syrian Democratic Forces (SDF) te steunen. “Die bestaan met name uit Koerden, en er zitten ook Christenen en Arabische groeperingen bij”, zegt Voordewind. “Ze hebben inmiddels al een soort plan voor een autonome regio gecreëerd, zoals de Koerden in Irak hebben gedaan. Met een grondwet, met respect voor minderheden, met respect voor godsdienstvrijheid. Die zijn veel beter te vertrouwen en zijn veel effectiever in het bestrijden van ISIS.”

Syrische christenen

Is het beeld dat Voordewind schetst van de Syrische Koerden niet te rooskleurig? De Syrian Democratic Forces worden militair geleid door de Koerdische militie YPG (People’s Protection Units). De YPG is gelieerd aan een politieke partij, Democratic Union Party (PYD), waarvan gezegd wordt dat dit de Syrische tak van de Turkse PKK is. Syrische christenen zijn over beide partijen, YPG en PYD, weinig enthousiast. Zestien Armeense en Assyrische organisaties beschuldigden in een gezamenlijke verklaring de PYD van mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen. De World Council of Arameans richtte vervolgens soortgelijke beschuldigingen aan het adres van de YPG. En begin dit jaar bracht de Assyrian Confederation Europe een zwartboek uit over de Koerdische omgang met de Assyrische minderheid.

Zou Nederland niet beter helemaal kunnen stoppen met het verlenen van hulp aan gewapende groepen in Syrië?

“Het is mij bekend dat Human Rights Watch een rapport heeft uitgebracht over incidenten met de YPG en PYD”, zegt Voordewind. “Maar er is in Syrië geen enkele partij die geen bloed aan zijn handen heeft. Je zult moeten kiezen voor het minste kwaad. Ik behoor niet tot degenen die zeggen: Laat ze elkaar maar uitmoorden daar.”

Echter, de Koerden zijn, anders dan het kabinet Rutte, niet uit op de val van Assad. Zij streven naar een autonome regio binnen Syrië. Dat zal Turkije niet toestaan. Dan zal dus steun voor de Syrian Democratic Forces leiden tot nog meer nodeloos bloedvergieten?

Voordewind: “Van Erdogan moeten we ons niet te veel aantrekken. Kijk hoe hij onlangs tekeer is gegaan in New York, met zijn bodyguards die insloegen op demonstranten. En kijk wat er in Irak is bereikt. Daar hebben de Koerden al een autonome regio.”


Verder lezen over Stop Arming Terrorists Act: www.na4t.org


Fractiewoordvoerders Buitenlandse Zaken die geen commentaar wilden leveren op de vraag van Novini wat zij vinden van Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, gezien internationale berichtgeving over steun die in handen valt van ISIS en Al Nusra:

PvdA: Kirsten van den Hul
VVD: Han ten Broeke, André Bosman, Anne Mulder, Bente Becker, Dilan Yeşilgöz-Zegerius
PVV: Geert Wilders, Raymond de Roon, Danai van Weerdenburg
GroenLinks: Bram van Ojik en Isabelle Diks
D66: Salima Belhaj, Sjoerd Sjoerdsma en Achraf Bouali
SP: Sadet Karabulut en Renske Leijten
PvdD: Marianne Thieme
DENK: Tunahan Kuzu
50Plus: Martin van Rooijen
FvD: Thierry Baudet

Posted on

Eerlijke constitutionele spelregels

Op dinsdag 22 september stemde de Tweede Kamer in meerderheid voor mijn initiatiefwetsvoorstel. Dit wetsvoorstel regelt – kort gezegd – dat de Grondwet zo gewijzigd wordt, dat voor goedkeuring van Europese verdragen voortaan een tweederde meerderheid in het parlement is vereist. Een wetsvoorstel dat in zichzelf niet pro- of anti-Europa is, maar een eerlijke constitutionele spelregel wil creëren.

Om die reden had en heb ik de vaste overtuiging dat alle politieke partijen vóór dit wetsvoorstel kunnen zijn. Want wie kan er nu op tegen zijn om de spelregels eerlijker en duidelijker te maken? Het gaat om de vraag of je binnen ons representatieve stelsel tot een versterkte meerderheid wilt komen voor verdragen die een grote impact hebben op de Nederlandse rechtsorde. Die vraag heeft de Tweede Kamer nu bevestigend beantwoord. En dat is meer dan terecht.

De overdracht van nationale bevoegdheden naar Europa heeft de afgelopen jaren een heel hoge vlucht genomen. Er is nauwelijks een onderwerp te noemen of Brussel houdt zich ermee bezig. De EU kan een grote hoeveelheid bindende regels opleggen aan Nederland over allerlei onderwerpen. En dat doet ze dagelijks. Een groot deel van onze nieuwe wetgeving is verplichte nationale omzetting van Brusselse regels.

Hoe komt het dat de EU zoveel invloed heeft gekregen op ons politieke bestel en op onze wetgeving? Heel eenvoudig doordat de Staten-Generaal wetgevende bevoegdheden aan Brussel heeft overgedragen. Dat is al gebeurd bij het Verdrag van Rome (1957), het oprichtingsverdrag van de EEG. En het herhaalde zich bij de vele daarop volgende verdragen.

Onze Grondwet bepaalt dat internationale verdragen door de Staten-Generaal met een gewone meerderheid aangenomen kunnen worden. Alleen wanneer een verdrag op bepaalde punten strijdig is met de Grondwet, is een tweederde meerderheid nodig voor de parlementaire goedkeuring. Die bepaling is echter nooit gebruikt voor de stemming over één van de Europese verdragen.

Dat is naar de letter van de huidige grondwetsbepaling begrijpelijk. Maar gelet op de grote invloed van de achtereenvolgende verdragen voor ons constitutionele bestel erg merkwaardig. Ook de Staatscommissie Grondwet heeft hier in 2014 de vinger bij gelegd. Deze Staatscommissie is niet in alle opzichten eensluidend over hoe dit probleem aangepakt moet worden, maar zegt wel in meerderheid dat Grondwetswijziging wenselijk is om te waarborgen dat voor ons land en het constitutionele bestel belangrijke verdragen op een ruime parlementair democratische legitimatie kunnen rekenen.

Gekwalificeerd
De enorme impact van de Europese verdragen in onze rechtsorde vormt wat mij betreft voldoende reden om een hogere drempel in te voeren voor de goedkeuring van Europese verdragen. In landen als Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk is dat al jaren gebruikelijk. Het is een fundamentele onevenwichtigheid dat zonder enige extra waarborg de helft-plus-één kan besluiten tot vergaande overdracht van bevoegdheden die de nationale soevereiniteit uithollen.

Het hanteren van een gekwalificeerde meerderheid kan deze weeffout herstellen. Het hanteren van een drempel van tweederde staat symbool voor de erkenning dat Europese verdragen vanwege hun grote invloed op ons constitutionele bestel alleen met een breed draagvlak in de volksvertegenwoordiging goedgekeurd kunnen worden.

Deze benadering sluit aan bij de bestaande gekwalificeerde meerderheidseis van art. 91 van onze Grondwet voor verdragen die tot afwijking van de Grondwet leiden. Bovendien past zo’n eis beter bij onze representatieve democratie dan een referendum, al wordt het houden van een referendum door mijn wetsvoorstel niet belemmerd. Een bijkomend voordeel is dat het eenvoudig uitvoerbaar is en het wetgevingsproces niet langer maakt.

In het initiatiefwetsvoorstel van de SGP is voorgesteld om de verhoogde drempel in de Grondwet voor te schrijven voor elk nieuw Europees verdrag waarmee nationale bevoegdheden worden overgedragen én voor elk verdrag dat de uitbreiding met nieuwe lidstaten mogelijk maakt. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht, dat de overdracht van bevoegdheden aan de Unie én de uitbreiding van het rechtsgebied van de Unie ingrijpende beslissingen zijn.
De mogelijke toetreding van Turkije is van dat laatste een helder voorbeeld. Maar uiteraard moeten we hier ook denken aan allerlei voornemens richting een politieke unie. Of, heel actueel: de mogelijke wijziging van Europese verdragen met het oog op een Europees asielbeleid.

Overigens, indien het betreffende Europese verdrag uitsluitend voorziet in het overdragen van bevoegdheden van de Europese Unie aan Nederland of aan de andere lidstaten, dan volstaat een gewone Kamermeerderheid. Het terugleggen van bevoegdheden bij de Nederlandse staat is immers minder ingrijpend voor de Nederlandse rechtsorde dan het overdragen van bevoegdheden naar de EU.

Essentie
De voorgestelde verhoogde drempel zal de regering stimuleren om bij de onderhandelingen over een nieuw verdrag het onderste uit de kan te halen voor Nederland. En het zal de volksvertegenwoordiging erbij bepalen dat instemming met Europese verdragen niet vanzelfsprekend is, maar op een weloverwogen keus moet berusten.

Dit vormt dus de essentie van mijn wetsvoorstel: Het gaat om versterking van de positie van het Nederlandse parlement, om de erkenning van de realiteit van de Europese rechtsorde en om eerlijke constitutionele spelregels.

Zo’n hogere drempel, best belangrijk!

Posted on

Meerderheid tekent zich af voor verzwaring goedkeuringsprocedure EU-verdragen

In de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af voor de initiatiefwet van SGP-Tweede Kamerlid Kees van der Staaij om de goedkeuringsprocedure voor soevereiniteitsoverdracht aan de Europese Unie te verzwaren, zo meldt het Reformatorisch Dagblad.

Het wetsvoorstel, oorspronkelijk samen met toenmalig LPF-kamerlid Mat Herben ingediend en later doorgezet door Van der Staaij, beoogt de benodigde meerderheid voor goedkeuring van verdragen waardoor soevereiniteit wordt overgedragen aan de EU te verhogen. Nu is een eenvoudige meerderheid nodig, in het voorstel twee derde van de stemmen.  „De wet versterkt de positie van het Nederlandse parlement als het gaat om de overdracht van nationale bevoegdheden”, aldus Van der Staaij tegenover het RD.

Het wetsvoorstel houdt een wijziging van de grondwet in, zodat in eerste instantie een eenvoudige meerderheid de initiatiefwet goed moet keuren en na verkiezingen een twee derde meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer.

De eenvoudige meerderheid in de Tweede Kamer lijkt in beeld te komen, nu ook de VVD zich voor het voorstel uitspreekt. Eerder hadden naast de SGP ook PVV, SP, ChristenUnie en de Groep Bontes/Van Klaveren hun steun uitgesproken. In 2009 had de VVD zich nog tegen het voorstel uitgesproken zodat er toen geen meerderheid voor was. De staatscommissie grondwetherziening liet zich destijds daarentegen wel positief over het voorstel uit.

Van der Staaij en zijn toenmalige medewerker Diederik van Dijk, inmiddels Eerste Kamerlid voor de SGP, legden op Novini al eens uit waarom de goedkeuringsprocedure voor EU-verdragen verzwaard zou moeten worden.

Posted on

Israël hartelijk aangemoedigd

De afgelopen maanden is Israël veel in het nieuws geweest. Trouwens, in welke periode is dat niet het geval? Dit speldenknopje op de wereldkaart is vrijwel dagelijks onderwerp van discussie in alle grote media op deze wereld. De laatste maanden kreeg Israël in de Nederlandse pers vooral aandacht vanwege het zogenaamde ontmoedigingsbeleid dat Nederland voert ten opzichte van Israël. Verschillende grote Nederlandse bedrijven (Vitens, Haskoning, PGGM) hebben hun samenwerking met Israëlische bedrijven verbroken. Waar gaat dit over? Wat heeft Israël misdaan?

Door: C.G. van der Staaij en D.J.H. van Dijk

Het ontmoedigingsbeleid houdt in dat onze regering Nederlandse bedrijven aanspreekt op het ontplooien van activiteiten in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen. We hebben het dan over Judea, Samaria (de Westelijke Jordaanoever) en Oost-Jeruzalem. De regering verleent aan dergelijke activiteiten geen ondersteuning, omdat het bestaan van deze nederzettingen in strijd zou zijn met het internationaal recht.

De SGP heeft grote moeite met dit ontmoedigingsbeleid. Het schept een klimaat waarmee zakendoen met Israëlische bedrijven besmet raakt. Hierbij moet beseft worden dat de verwijzingen naar het internationaal recht aanvechtbaar zijn. Het internationaal recht heeft naar zijn aard een hoog politiek gehalte en kan niet vergeleken worden met nationaal recht. Bovendien mag nooit vergeten worden dat de betwiste gebieden in handen van Israël kwamen na een agressie-oorlog (in 1967) van Arabische staten. En dan gaat het ook nog om gebieden die Jordanië en Egypte in 1948 zonder enige rechtsgrond hadden ingenomen na hun aanval op de Joodse staat.

De betreffende nederzettingen zijn op grond van de met de Palestijnen gesloten Oslo-akkoorden momenteel inzet van onderhandelingen over de definitieve status. Aan de onderhandelingstafel moeten oplossingen worden gevonden en niet via oneigenlijke drukmiddelen die de vrede frustreren. Eenzijdige internationale druk op Israël versterkt slechts de weigering van de Palestijnen om het bestaansrecht van de Joodse democratische staat Israël te erkennen.

Ondertussen is Israël weer op negatieve wijze in het nieuws. De wereld ziet vaak niets anders dan het verweer van Israël en zij begrijpt er vanuit haar vrijheid dikwijls niets van. Gemakkelijke veroordelingen van Israël zijn het gevolg. Veel aandacht gaat zo naar de aangevochten positie die Israël in het Midden-Oosten inneemt. Maar Israël heeft zoveel méér te bieden. Israël is een goed functionerende democratische rechtsstaat. Op het gebied van ICT, innovatie en technologie is Israël een sterspeler. Israël heeft veel ervaring met de integratie van uiteenlopende bevolkingsgroepen. Persvrijheid en godsdienstvrijheid zijn in Israël geborgd. Slachtoffers van het Syrische conflict worden in Israëlische hospitalen verzorgd.

Daarom vond de SGP het belangrijk om een werkbezoek te brengen aan Israël met een positieve agenda! Daaraan is begin van dit jaar gestalte gegeven door een vierdaags werkbezoek aan dit land en de Palestijnse gebieden. Met SGP-parlementariërs uit de Tweede Kamer en het Europees Parlement, vergezeld door medewerkers, werd een leerzame reis afgelegd naar deze bewogen regio.

De timing van het werkbezoek kon niet beter. Juist tijdens deze reis verbrak het pensioenfonds PGGM – na Vitens en Haskoning – haar samenwerking met Israëlische partners. We konden nu uit eerste hand vernemen van Israëlische politici en topmensen uit het bedrijfsleven welke impact dergelijke stappen heeft. Zo spraken we met de directeur van Mekorot, een internationaal opererend en gerenommeerde Israëlisch waterbedrijf. Zij voelden zich bezoedeld door de door Vitens verbroken samenwerking.

SGP - werkbezoek Israel - Vitens
De SGP brengt een werkbezoek aan het waterbedrijf Mekorot in Israël.

Datzelfde gevoel overheerste bij politici. Er gebeuren verschrikkelijke dingen in het Midden-Oosten, gruwelijke mensenschendingen en wrede conflicten. En dan wordt Israël behandelt als paria. Daarover waren zij verbijsterd. Israël is niet perfect, maar in vergelijking met omliggende landen een oase van stabiliteit en een prima functionerende rechtsstaat. Deze gevoelens van onrechtvaardigheid stimuleerden de SGP-delegatie om in zowel de Tweede Kamer als in het Europees Parlement stevig op te komen voor de veiligheid en economische belangen van Israël en de kwalijke effecten van het ontmoedigingsbeleid aan de kaak te stellen.

Na dit werkbezoek zijn er op initiatief van de SGP meerdere debatten over het ontmoedigingsbeleid geweest met minister Timmermans van Buitenlandse zaken. Tijdens die debatten heeft de SGP duidelijk gemaakt, dat zij het ontmoedigingsbeleid het liefst zo snel mogelijk zou laten oplossen in de Dode zee. Voor deze wens is echter geen Kamermeerderheid te mobiliseren. Gelet op die werkelijkheid heeft de SGP aan de minister gevraagd hoe hij voorkomt dat zijn ontmoedigingsbeleid uitdijt en we uiteindelijk in een boycotachtige sfeer terechtkomen. Met kracht is erop aangedrongen dat het kabinet moet uitstralen dat zakendoen met Israël legitiem en vanzelfsprekend is.

Overigens is voor het vredesproces minstens zo belangrijk dat het haatzaaien tegen Joden door Palestijnen in de media, in het onderwijs en tijdens publieke optredens van de Palestijnse autoriteiten, stopt. Zelfs Abbas, de huidige leider van de Palestijnse autoriteit, werkt mee aan de inhuldiging van terroristen die meerdere Joodse burgers hebben vermoord. Zo ontstaat er geen voedingsbodem voor vrede, maar voor genocide. De SGP wil dat financiële hulp aan de Palestijnse autoriteit afhankelijk wordt gemaakt van behaalde resultaten op dit terrein.

Uiteindelijk zijn de reeks debatten over dit trieste thema geëindigd met een lichtpuntje. Een ingediende motie van de SGP, gesteund door de ChristenUnie, kreeg een Kamermeerderheid achter zich. In deze motie is uitgesproken dat het Nederlandse kabinet op zichtbare en overtuigende wijze duidelijk moet maken dat zij economische relaties en samenwerking tussen Nederlandse en Israelische bedrijven aanmoedigt. De SGP zal al haar mogelijkheden benutten – voor en achter de schermen – om ervoor te zorgen dat deze motie royaal wordt uitgevoerd!

Posted on 1 Comment

Halalwoningen geen probleem? Dan de weigerambtenaar ook niet!

Eind november 2012 onstond er commotie over de zogenaamde “halalwoningen”. De Amsterdamse woningcorporatie Eigen Haard heeft in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer ruim 200 appartementen aangepast aan de woonwensen van moslims, die 85% van de huurders uitmaken. Zo zijn er extra wateraansluitingen voor ritueel reinigen aangebracht en zijn er schuifdeuren geplaatst om het mannen- en vrouwendomein te scheiden in de woonkamer en de keuken.

Zoals te verwachten, reageerde Geert Wilders fel op de halalwoningen die hij kwalificeerde als “totale idiotie.” In zijn visie zijn de halalwoningen een sprekend voorbeeld van de voortgaande islamisering van Nederland. De SP gaf eveneens aan grote moeite te hebben met halalwoningen vanwege de scheiding van mannen en vrouwen. SP-Kamerlid Sadet Karubulut sprak in dit kader van “apartheid.”

Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk vond de halalwoningen juist wel een goed idee, omdat de aanpassingen gewenst zijn door 85% van de huurders. Op de vraag of hij het niet principieel onjuist vind om mee te werken aan het scheiden van mannen en vrouwen reageerde hij bagatelliserend:

“We moeten niet altijd overal een principekwestie van maken. Leef je leven en laat anderen dat ook doen.”

Goed punt! Laten we inderdaad geen principekwestie maken van de halalwoningen. Maar laten we dan ook geen principekwestie maken van de “weigerambtenaar” – de ambtenaar met gewetensbezwaren –, het vrouwenstandpunt van de SGP, het personeelsbeleid van confessionele scholen, de mening van Kees van der Staaij over abortus en de Zondagswet…

Plasterk wil “niet altijd overal” een principekwestie van maken. Soms gebeurt dat wel…

Posted on Leave a comment

Antwoord minister Noord-Korea

Vorige maand stelden diverse partijen Kamervragen over strafkampen in Noord-Korea. Deze week heeft Minister Rosenthal de gestelde vragen beantwoord. Hij schrijft dat Nederland zal blijven oproepen tot verbetering van mensenrechten in Noord-Korea.

In juni organiseerde de Stichting De Ondergrondse Kerk nog een reis naar Noord-Korea, waar ook Diederik van Dijk deelnemer was. Hij schrijft over christenen in Noord-Korea en de macabere geslotenheid van deze dictatuur.

Hieronder de antwoorden van minister Rosenthal:
_______

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van der Staaij (SGP), Timmermans (PvdA), De Roon (PVV), Ormel (CDA), Voordewind (ChristenUnie) en El Fassed (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het zwijgen van het Westen over de strafkampen in Noord-Korea. Deze vragen werden ingezonden op 22 juni 2012 met kenmerk 2012Z12663.

Dr. U. Rosenthal

Antwoorden van Dr. U. Rosenthal, Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Timmermans (PvdA), De Roon (PVV), Ormel (CDA), Voordewind (ChristenUnie) en El Fassed (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het zwijgen van het Westen over de strafkampen in Noord-Korea.

Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de bevindingen van mensenrechtenexpert David Hawk over de strafkampen in Noord-Korea? Wat is uw oordeel hierover?

Antwoord
Ja. Het rapport van het Committee for Human Rights in North Korea (HRNK) beschrijft de systematiek en ernst van de mensenrechtenschendingen van het Noord-Koreaanse regime op gedetailleerde wijze.

Vraag 2
Deelt u zijn belangrijkste conclusie dat – gegeven de ernst en omvang van de mensonterende toestanden in de kampen – veel meer internationale opwinding en actie gerechtvaardigd zou zijn? Welke gevolgtrekkingen verbindt u hieraan? Welke informatie heeft u over de feitelijke situatie in de kampen? Spoort dit met de gruwelijkheden die David Hawk beschrijft?

Antwoord
Goed onderbouwde publicaties als het rapport van HRNK moeten tot meer internationale aandacht leiden voor de verschrikkelijke situatie in de strafkampen in Noord-Korea.

Vraag 3
Kunt u aanduiden wat er de afgelopen jaren is gebeurd vanuit de verschillende internationale gremia om verandering aan te brengen in deze situatie? Welke resultaten of lessen voor de toekomst heeft dit opgeleverd? Wat is de opstelling van China en Zuid-Korea hierin?

Antwoord
Het merendeel van de VN-lidstaten roept de Noord-Koreaanse autoriteiten al vele jaren op tot substantiëlere samenwerking, ook op het vlak van mensenrechten. De VN Mensenrechtenraad (MRR) neemt jaarlijks een resolutie, geïnitieerd door Japan en de EU, aan waarin Noord-Korea wordt opgeroepen de mensenrechten-situatie te verbeteren en het mandaat van de Speciaal Rapporteur (SR) voor de Mensenrechten in Noord-Korea te erkennen. Tijdens de 19de MRR in maart 2012 heeft de Noord-Koreaanse vertegenwoordiger meegedeeld dat Noord-Korea het mandaat van de SR niet erkent. Op 7 december 2009 vond de Universal Periodic Review van de MRR voor Noord-Korea plaats; de daaruit voortgekomen aanbevelingen heeft Noord-Korea voor een groot deel naast zich neergelegd.

Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) vragen diverse landen, waaronder Nederland, ieder jaar aandacht voor de mensenrechtensituatie en voor de afwezigheid van politieke en civiele rechten in Noord-Korea. Nederland roept Noord-Korea bilateraal ook op de mensenrechtensituatie te verbeteren. De mensenrechtenproblematiek en het bestaan van strafkampen wordt ontkend door het Noord-Koreaanse regime en vormt voor hen dus geen onderwerp van gesprek. Dit maakt het aangaan van een betekenisvolle dialoog uiterst lastig.

China laat zich in internationaal verband niet uit over de mensenrechtensituatie in Noord-Korea en beschouwt deze als een binnenlandse aangelegenheid. Zuid-Korea echter vraagt in internationale fora wel aandacht voor de mensenrechten-situatie in Noord-Korea.

Vraag 4
Bestaan er op dit moment initiatieven binnen de internationale gemeenschap om de situatie van de strafkampen serieus aan te pakken? Zo ja, welke en op welke termijn?

Antwoord
Noord-Korea schrijft het uitblijven van samenwerking met de VN-mechanismen toe aan de opstelling van de internationale gemeenschap in de AVVN- en MRR-vergaderingen. Dit zal Nederland niet weerhouden tijdens de AVVN 2012 Noord-Korea opnieuw op te roepen de mensenrechtensituatie in het land te verbeteren met verwijzing naar het rapport van HNRK. Ook zal Nederland tijdens bilaterale gesprekken de mensenrechtensituatie aan de orde blijven stellen.

Vraag 5
Op welke wijze wordt tevens geprobeerd om de internationale druk op China op te voeren om te stoppen met het terugsturen van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun eigen land? Zijn hiervan resultaten bekend?

Antwoord
Ik verwijs naar de antwoorden op de schriftelijke kamervragen (ingezonden op 2 maart 2012, kenmerk 2012Z03976).

Vraag 6
Bent u bereid om binnen de verschillende, relevante internationale gremia het voortouw te nemen om de Noord-Koreaanse strafkampen op de agenda te houden en voorstellen tot verbetering te initiëren? Hoe en op welke termijn? Wilt u van uw pogingen hiertoe en de resultaten hiervan de Kamer expliciet op de hoogte houden?

Antwoord
Ja. Nederland vraagt in internationale fora aandacht voor de mensenrechten-situatie in Noord-Korea en steunt VN-resoluties terzake. Ook financiert Nederland de Zuid-Koreaanse NGO “Citizens’ Alliance for North Korean Human Rights”. Deze zet zich internationaal in voor verbetering van de mensenrechtensituatie in Noord-Korea en verleent assistentie aan de opvang van gevluchte Noord-Koreanen in derde landen en aan integratie in de Zuid-Koreaanse samenleving.

Posted on Leave a comment

SGP wil internationale aanpak strafkampen Noord-Korea

SGP-leider Van der Staaij roept minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken op om in internationaal verband het voortouw te nemen bij de aanpak van de strafkampen in Noord-Korea. De SGP wil weten hoe vaak, door wie, en met welk gevolg er in de afgelopen jaren aandacht is gevraagd voor de erbarmelijke situatie van de gevangenen in Noord-Korea.

Het initiatief van de SGP wordt in de Kamer breed ondersteund. Ook andere partijen hebben de SGP-vragen ondertekend. Van der Staaij: “Bij zoveel onrecht en lijden mag de internationale gemeenschap niet wegkijken. Voorkomen moet worden dat de mensen in de kampen van Kim Jong Un vergeten worden. Alleen al daarom is het goed hier keer op keer aandacht voor te vragen.”

Speciaal punt van aandacht is China. De Chinese autoriteiten zetten consequent alle vluchtelingen uit Noord-Korea direct terug over de grens. De SGP en de andere partijen in de Tweede Kamer die de vragen hebben ondertekend willen dat er internationaal druk wordt uitgeoefend op de Chinezen om daar een eind aan te maken.

Hieronder de Kamervragen die gesteld zijn aan minister Rosenthal van Buitenlandse zaken, inclusief een link naar het rapport van David Hawk over de gruwelijkheden in de Noord-Koreaanse strafkampen.
_______________________

Schriftelijke vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Timmermans (PvdA), De Roon (PVV), Ormel (CDA), Voordewind (CU) en El Fassed (GL) aan de minister van Buitenlandse zaken over het zwijgen van het Westen over de strafkampen in Noord-Korea.

– Heeft u kennisgenomen van de bevindingen van mensenrechtenexpert David Hawk over de strafkampen in Noord-Korea? Wat is uw oordeel hierover?
– Deelt u zijn belangrijkste conclusie dat – gegeven de ernst en omvang van de mensonterende toestanden in de kampen – veel meer internationale opwinding en actie gerechtvaardigd zou zijn? Welke gevolgtrekkingen verbindt u hieraan? Welke informatie heeft u over de feitelijke situatie in de kampen? Spoort dit met de gruwelijkheden die David Hawk beschrijft?
– Kunt u aanduiden wat er de afgelopen jaren is gebeurd vanuit de verschillende internationale gremia om verandering aan te brengen in deze situatie? Welke resultaten of lessen voor de toekomst heeft dit opgeleverd? Wat is de opstelling van China en Zuid-Korea hierin?
– Bestaan er op dit moment initiatieven binnen de internationale gemeenschap om de situatie van de strafkampen serieus aan te pakken? Zo ja, welke en op welke termijn?
– Op welke wijze wordt tevens geprobeerd om de internationale druk op China op te voeren om te stoppen met het terugsturen van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun eigen land? Zijn hiervan resultaten bekend?
– Bent u bereid om binnen de verschillende, relevante internationale gremia het voortouw te nemen om de Noord-Koreaanse strafkampen op de agenda te houden en voorstellen tot verbetering te initiëren? Hoe en op welke termijn? Wilt u van uw pogingen hiertoe en de resultaten hiervan de Kamer expliciet op de hoogte houden?

Posted on Leave a comment

Geloofsvrijheid en politiek

Foto: Cees van der Wal - www.ceesvdwal.nl

Afgelopen zaterdag was ik bij de SGP-jongerendag. Fantastisch om mee te maken. Geen enkele andere partij lukt het om zoveel jongeren bij elkaar te krijgen, maar liefst 1700! De jongeren hadden dan ook een mooi programma in elkaar gedraaid. Niet alleen kwamen minister-president Mark Rutte, wethouder Lodewijk Asscher en Tweede Kamerlid Gerard Schouw, ook gaven Amnesty International (Eduard Nazarski) en Open Doors (Anne van der Bijl) acte de présence. Voorwaar een programma dat er blijk van geeft dat de SGP zaait aan alle wateren.

Het thema loog er niet om: politiek en geloofsvrijheid wereldwijd. De gigantische problemen in diverse buitenlanden kwamen aan de orde. Hoe vaak gebeurt het niet dat christenen in landen als Noord-Korea en het Midden-Oosten vervolgd worden? Van der Staaij vroeg Amnesty International om meer aandacht te geven aan de positie van christenen wereldwijd. Nazarski zegde dat zonder meer toe. Dit mag inderdaad niet onderbelicht blijven. Het niet kunnen leven volgens je godsdienstige overtuiging is een groot probleem.

In eigen land hebben we gelukkig niet te maken met geloofsvervolging. De historie van Nederland is volop verbonden met het garanderen van de vrijheid van godsdienst. En dat is een groot goed. Ondertussen wordt wel beknibbeld op die vrijheid. Zo suggereren sommige politici dat geloof prima is zolang het achter de voordeur blijft. Het zou niet vermengd mogen worden met politiek.

Laat ik maar met de deur in huis vallen. Ik moet er niet aan denken om niet vanuit mijn geloofsovertuiging politiek te mogen bedrijven. Ik zou er onmiddellijk mee stoppen. Het zou net zijn of ik elke dag droog brood zou moeten eten. Gelukkig mogen we juist elke dag op grond van de Bijbel onze standpunten naar voren brengen. Daar staat de SGP voor. Daar gaat de SGP voor.

Bij de rituele slacht liep het bijvoorbeeld uit de hand. Daar werden zelfs rechten van dieren belangrijker gevonden dan rechten van mensen (wat Plato overigens al voorspeld heeft). Terwijl de wetenschap niet eens duidelijk is of onverdoofd slachten wel leidt tot extra dierenleed, vond een meerderheid in de Tweede Kamer het wel nodig Joden het recht op onverdoofd slachten te ontnemen. En ook hier was eigenlijk helemaal geen sprake van een onoplosbaar probleem. We hebben berekend dat je 98% van het probleem kunt oplossen als je rituele slacht beperkt tot hen die dat werkelijk vanuit hun geloofsovertuiging doen en als je bereid bent de voorschriften ook daadwerkelijk te handhaven. Zijn dierenrechten dan zo belangrijk dat je voor de resterende 2% joden het recht moet ontnemen op leven volgens hun eigen overtuiging? Kunnen we dan niet gewoon tolerant zijn? Dat is toch juist ruimte bieden voor overtuigingen waar je het niet mee eens bent?

Foto: Cees van der Wal - www.ceesvdwal.nl

Er zijn politici die stellen dat het grondrecht ‘gelijke behandeling’ belangrijker is dan dat van de godsdienstvrijheid. Wat een rare tegenstelling. Ze komen bijvoorbeeld aan met de rechten van homostellen om te trouwen. Gewetensvolle ambtenaren die dat niet willen doen, moeten dan verboden worden. Hebben zij geen rechten, soms? En wat is nu eigenlijk het probleem? In elke gemeente wordt elk echtpaar getrouwd. Er zijn helemaal geen gevallen bekend van huwelijken die niet gesloten worden. Slechts 2% van de ambtenaren heeft bezwaar tegen het homohuwelijk. Dan getuigt het toch van intolerantie om die ambtenaren niet de ruimte te bieden? Het zou een stuk helpen als partijen als D66 eens wat minder dogmatisch in dit soort discussies staan.

Neem het belang van christelijk onderwijs. Er zijn er in dit land die kinderen neutraal willen opvoeden. Later kunnen ze dan vrijwillig kiezen of ze al dan niet gelovig worden. Maar dat is toch onmogelijk? Het is hetzelfde als kinderen zonder taal op te voeden zodat ze later zelf kunnen kiezen tussen Nederlands, Engels of Duits. Geloof is zo’n essentieel onderdeel van wie je bent, dat je het niet thuis kunt laten als je buiten komt. Wij strijden daarom voor het recht om christelijk onderwijs te geven. Dat is nodig, want er zijn helaas partijen die dit recht onderuit willen halen. En dat terwijl juist onze scholen wat betreft kwaliteit tot de beste scholen van Nederland behoren!

Politiek bedrijven op basis van christelijk geloof is geen geheim. We doen het elke dag in het openbaar. Ik ben ervan overtuigd dat dat de beste manier is om belangen te behartigen. Van onze eigen mensen? Nee, van alle Nederlanders. Wat zou het fantastisch zijn als Nederland doorkrijgt dat Gods geboden goed zijn voor iedereen. Of je het nu gelooft of niet.

Posted on Leave a comment

Kamer wil druk op China om deportatie Noord-Koreanen

Een kamermeerderheid wil stevige internationale druk op de Volksrepubliek China om een einde te maken aan het deporteren van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun vaderland. Zuid-Korea heeft deze kwestie onlangs aangekaart bij de VN-Raad voor Mensenrechten.

Zuid-Koreanen demonstreren tegen de deportatie van Noord-Koreaanse vluchtelingen door China.

Minister Rosenthal is verzocht om Zuid-Korea hierin te ondersteunen, samen met zijn Europese collega’s.
De Kamer vraagt zich af wat Noord-Koreaanse asielzoekers te wachten staat bij terugkeer.

Het Reformatorisch Dagblad schrijft over “zware straffen”. De doodstraf of jarenlange opsluiting in de Noord-Koreaanse goelag zijn zeer waarschijnlijk.

Hieronder de Kamervragen die gesteld zijn aan minister Rosenthal van Buitenlandse zaken.

_______________________

Schriftelijke vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Kortenoeven (PVV), Timmermans (PvdA), Pechtold (D66), Ormel (CDA) en Voordewind (CU) aan de minister van Buitenlandse zaken over de Chinese deportaties van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun vaderland

1-3-2012

–          Heeft u kennisgenomen van het bericht dat China consequent doorgaat met het deporteren van Noord-Koreaanse vluchtelingen naar hun vaderland?

–          Is de inschatting juist dat jaarlijks zo’n 5000 Noord Koreanen door China worden teruggestuurd naar hun land? Is er enig zicht op wat hen staat te wachten bij terugkeer in Noord-Korea?

–          Op welke wijze heeft u zich in de afgelopen periode ingespannen – mede in internationaal verband – om deze Chinese deportaties bij de Chinese autoriteiten aan te kaarten? Welke resultaten heeft dit opgeleverd?

–          Is China gevoelig voor internationale druk hieromtrent? Hoe kan deze druk verder door u en de internationale gemeenschap worden opgebouwd?

–          Is het bericht juist, dat Zuid-Korea de kwestie onlangs heeft aangekaart bij de VN-Raad voor de Mensenrechten? Kunt u deze stap nader toelichten? Wat zouden hiervan de gevolgen kunnen zijn?

–          Bent u bereid om Zuid-Korea zoveel mogelijk bij te vallen in deze actie en wilt u tevens op Europees niveau bij uw collega’s in de Raad Buitenlandse Zaken bepleiten dat ook zij zich serieus inzetten voor deze zaak? Op welke wijze en op welke termijn kunt u dit doen?


 

Posted on Leave a comment

Minister Rosenthal veroordeelt onderdrukking oppositie Wit-Rusland

BCD oprichtingscongres in Wit-Rusland

In antwoord op schriftelijke vragen van SGP, CU, PVV en CDA, constateert minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken “een toenemende onderdrukking van onafhankelijke oppositiebewegingen en maatschappelijke organisaties, en vervolging van politieke- en mensenrechtenactivisten, resulterend in politieke gevangenen” in Wit-Rusland. “De politieke pluriformiteit staat al langere tijd onder druk. In de afgelopen 10 jaar is er geen enkele partij geregistreerd in Belarus.

De partijen hadden vragen gesteld naar aanleiding van de arrestatie en hechtenis van twee afgevaardigden naar het oprichtingscongres van de Wit-Russische Christen-Democraten (BCD) op 17 december jl. De BCD heeft herhaaldelijk geprobeerd om officieel als partij geregistreerd te worden en heeft bij de verscheidene pogingen steeds aan de wettelijke eisen voldaan, waarna steeds een formele uitvlucht genomen werd om de partij niet te registreren. De minister antwoord dat de bewuste afgevaardigden vijf dagen in hechtenis zijn gehouden en inmiddels zijn vrijgelaten. Co-voorzitter van de BCD en voormalig presidentskandidaat Vital Rymasheuski werd twee dagen na het congres aangehouden maar kort daarop weer vrijgelaten. Pavel Seviarinets, een andere co-voorzitter, zit momenteel een werkstraf van drie jaar uit.

Rosenthal verzekert de Tweede Kamer verder dat hij het Wit-Russische bewind bilateraal en in multilateraal verband zal blijven oproepen om “te stoppen met de voortdurende intimidatie van oppositionele krachten, waaronder de BCD, en de politieke gevangenen direct vrij te laten en te rehabiliteren.” Hieronder een volledige weergave van de beantwoording van de schriftelijke vragen:


Geachte Voorzitter,

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van der Staaij (SGP), De Roon (PVV), Voordewind (ChristenUnie) en Ormel (CDA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de arrestatie van twee leiders van de op te richten christendemocratische partij in Belarus. Deze vragen werden ingezonden op 20 december 2011 met kenmerk 2011Z26812.

De minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. U. Rosenthal

____________________________
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de arrestatie door de politie in Wit-Rusland van twee leiders van de op te richten christendemocratische partij?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Staat de arrestatie van deze twee leiders in direct verband met de beoogde oprichting van de christendemocratische partij in Wit-Rusland?

Antwoord
Volgens berichten werden Dzmitser Shurkaj en Alaksandr Charkashyn, respectievelijk leider van de Belarusian Christian Democrats (BCD) – afdeling van Brest-stad en van Brest-regio, gearresteerd om hen te beletten deel te nemen aan het vierde constituerende congres van de BCD op 17 december 2011. Naar verluidt zijn zij tot 5 dagen detentie veroordeeld, officiëel wegens “vloeken in het openbaar”, waardoor zij niet aan het congres hebben kunnen deelnemen.

Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze arrestatie?

Antwoord
Deze arrestatie is symptomatisch voor de voortdurende repressie in Belarus, zoals inperking van de vrijheid van meningsuiting en vergadering, sinds het gewelddadig uiteenslaan van de protestdemonstratie op 19 december 2010. Ik veroordeel de voortdurende repressie scherp.

Vraag 4
Wat is de situatie van eerder gearresteerde leiders van deze partij? Zitten zij nog in detentie en zo ja, wat zijn hun vooruitzichten?

Antwoord
De twee genoemde BCD-afgevaardigden zijn op 22 december jl. uit detentie ontslagen. Een andere leider van de BCD, Vital Rymasheuski, één van de drie co-voorzitters van de partij en voormalig presidentskandidaat, is op 19 december jl. voor enige uren door onbekenden aangehouden en gedetineerd in een politiebureau, maar is nu weer op vrije voeten. Een andere co-voorzitter, Pavel Sieviarnets, die eerder tot 3 jaar werkkamp is veroordeeld, zit deze straf momenteel uit.

Vraag 5
Wat is momenteel de trend in Wit-Rusland als het gaat om partijvorming, deelname aan democratie, bevorderen rechtsstaat etcetera?

Antwoord
Er is een toenemende onderdrukking van onafhankelijke oppositiebewegingen en maatschappelijke organisaties, en vervolging van politieke- en mensenrechtenactivisten, resulterend in politieke gevangenen. De politieke pluriformiteit staat al langere tijd onder druk. In de afgelopen 10 jaar is er geen enkele partij geregistreerd in Belarus.

Vraag 6
Op welke wijze zijn u én de internationale gemeenschap op dit moment betrokken bij het zoveel mogelijk bevorderen van democratie en rechtsstaat in Wit-Rusland? Welke effecten heeft de inzet van de internationale gemeenschap tot nu toe opgeleverd?

Antwoord
Bilateraal geeft Nederland actieve steun aan Belarussische NGO’s die zich inzetten voor democratisering en mensenrechten in Belarus via het Mensenrechtenfonds en het MATRA-programma (w.o. MATRA politieke partijen programma). Met het amendement van de leden Ormel en Ten Broeke zullen deze activiteiten in het kader van het MATRA-programma in 2012 worden voortgezet. Daarnaast zet Nederland zich in EU-verband in voor democratisering van Belarus en is kritisch gestemd ten aanzien van het Belarussische regime. Door steun van de internationale gemeenschap kunnen maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten actief blijven en blijven onafhankelijke informatiebronnen beschikbaar voor de Belarussische bevolking.

Vraag 7
Bent u bereid de arrestatie van deze twee leiders rechtstreeks en in EU-verband ter sprake te brengen, evenals de pogingen van de Wit-Russische autoriteiten om de oprichting van de christendemocratische partij te frustreren? Hoe en wanneer?

Antwoord
Ja. Nederland blijft bilateraal en in multilateraal kader het regime oproepen om te stoppen met de voortdurende intimidatie van oppositionele krachten, waaronder de BCD, en de politieke gevangenen direct vrij te laten en te rehabiliteren. Deze oproep heb ik tijdens de Ministeriële Raad van de OVSE op 6-7 december jl. in Vilnius ook gedaan. In de VN Mensenrechtenraad werd in juni jl. mede op Nederlands  initiatief Belarus met een resolutie aangesproken op de mensenrechtensituatie in het land. De ontwikkelingen op mensenrechtengebied worden in de EU regelmatig besproken, meest recent op de RBZ van 23 januari jl. Tijdens de RBZ van afgelopen maandag is een uitbreiding van criteria overeengekomen waardoor nu ook mensenrechtenschenders en personen of entiteiten die het regime steunen of ervan profiteren aan de sanctielijsten kunnen worden toegevoegd. Tegelijkertijd is afgesproken dat de samenwerking tussen de EU enerzijds en de democratische oppositie en het maatschappelijk middenveld anderzijds wordt versterkt.