Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

Noord-Korea: Voorspelling voor 2019

The National Interest, een toonaangevend tijdschrift over internationale betrekkingen, heeft onlangs aan 27 Noord-Korea experts gevraagd om in 500 woorden aan te geven wat hun voorspellingen zijn voor 2019. Gaan we terug naar “Fire and Fury” of ligt er een duurzame Koreaanse vrede in het verschiet? Via Novini doe ik graag mijn bijdrage. 

Waar 2017 bekend stond om ‘Fire and Fury’, was 2018 het jaar van ‘de Koreaanse vrede die niet kwam’.

Op 1 januari 2018 deed Kim Jong-un in zijn nieuwjaarstoespraak – naast aangeven dat zijn nucleaire arsenaal was voltooid – een handreiking aan Zuid-Korea om de relaties te verbeteren. Vanaf dat moment greep de toenaderingsgezinde president Moon Jae-in van Zuid-Korea zijn kans op een diplomatieke doorbraak. En die kwam er. Succesvolle diplomatie tijdens de Olympische Winterspelen in Pyeongchang, en topontmoetingen tussen de leiders van Noord- en Zuid-Korea volgden. Het hoogtepunt van 2018 was op 12 juni toen in Singapore de historische ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvond. Beide leiders spraken het vertrouwen in elkaar uit om in goede wil te gaan onderhandelen om de problemen op het Koreaanse schiereiland op te lossen. Richtlijn voor deze onderhandelingen was het ‘June 12 Joint Statement’, waarin werd aangegeven dat beide landen zouden toewerken naar ‘duurzame vrede’ en de ‘denuclearisatie van het Koreaanse Schiereiland’.

Onderhandelingen zitten muurvast

Al snel werd echter duidelijk dat, ondanks de zalvende woorden van Trump en Kim, de Amerikanen en de Noord-Koreanen nog steeds lijnrecht tegenover elkaar staan. Het probleem komt op het volgende neer: De Amerikanen willen dat Noord-Korea per direct alle nucleaire wapens opgeeft, en willen dan pas onderhandelen over vrede. De Noord-Koreanen zien dit als onvoorwaardelijke overgave, en willen het ‘Joint Statement’ stapsgewijs implementeren: eerst onderhandelen over veiligheidsgaranties voor het regime en sanctieverlichting, dan over denuclearisering, daarna over een vredesverdrag.

Denktanks

De onderhandelingen tussen beide landen zitten dus muurvast. Daarbij heeft de vooringenomen berichtgeving in de media ook niet geholpen. Regelmatig werd er informatie ‘gelekt’ door militair-industriële denktanks dat de Noord-Koreanen zouden ‘vals spelen’ en ‘niet te vertrouwen zijn’. Hetgeen niet mogelijk is aangezien er nooit een bindende overeenkomst is getekend.

Onenigheid in het Witte Huis

Wat ook niet heeft geholpen is de onenigheid in het Witte Huis over hoe met de Noord-Koreanen te onderhandelen. De onconventionele president Trump gaf meerdere keren aan vredesonderhandelingen een kans te geven. “KOREAN WAR TO END!”, twitterde hij op 27 april. Maar zijn adviseurs en medewerkers staan hier minder welwillend tegenover.

Toenadering

Wat kunnen we verwachten in 2019? Ik verwacht dat Noord- en Zuid-Korea onverminderd door zullen gaan met het beleid van toenadering. Onlangs werden er landmijnen en bewakingsposten verwijderd uit de zwaarbewapende ‘gedemilitariseerde zone’, en er lijkt binnenkort een trein over de grens te gaan rijden. Kleine maar belangrijke stappen om wederzijds vertrouwen te creëren.

Nieuwe top

Daarnaast verwacht ik dat er een tweede ontmoeting plaats zal gaan vinden tussen Trump en Kim. Waarschijnlijk ergens in het voorjaar. Aangezien het voor de beleidsmakers van beide landen niet mogelijk is gebleken om verder te komen met de onderhandelingen, moet een nieuwe top tussen de leiders de impasse doorbreken.

Diplomatie

Ik verwacht niet dat de spanningen uit 2017 snel zullen terugkeren. Dat is in niemands belang. Een nieuwe nucleaire test of raketoefening van Noord-Korea zal al het opgebouwde krediet van Kim Jong-un op het wereldtoneel teniet doen. Daarin moet de rol van China ook niet worden vergeten. Peking heeft altijd laten weten niets op te hebben met de testen. Voor Trump zou het afbreken van de onderhandelingen de ultieme diplomatieke nederlaag betekenen. De kans is groot dat oorlogszuchtige haviken in het Witte Huis dan over willen gaan op daadwerkelijke militaire actie. Zover zullen beide leiders het hopelijk niet laten komen.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Russische generaal: “Plaatsing raketten in Europa dwingt tot preventieve aanvalsdoctrine”

In een interview heeft generaal b.d. Viktor Yesin van de Russische Strategische Rakettroepen verklaard dat Rusland geen effectieve reactie heeft op eventuele plaatsing van Amerikaanse nucleaire raketten in Europa. Een dergelijke situatie wordt mogelijk door het opzeggen van het INF-verdrag door de VS. Bijgevolg zou Rusland in dat geval gedwongen zijn af te stappen van haar represaille-aanvalsdoctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanvalsdoctrine moeten aannemen.

“Als de Amerikanen beginnen met het plaatsen van hun raketten in Europa hebben we geen keuze behalve het afstappen van een represaille-aanval-doctrine en over te gaan naar een preventieve-aanval-doctrine”, verklaarde Yesin.

Russische rakettroepen oefenen in het zuiden van Rusland, maart 2018 (foto: mil.ru).

De woorden van de gepensioneerde generaal zijn een reactie op de recente beslissing van de Amerikaanse president Trump om het INF-verdrag op te zeggen, het verdrag over het verbod van middellangeafstandsraketten. Door het voornemen van Trump om eenzijdig het INF-verdrag op te zeggen is de mogelijkheid opnieuw geopend dat korte en middellangeafstandsraketten bewapend met kernkoppen geplaatst kunnen worden in Europa. Het probleem met dergelijke raketten is dat als ze worden afgevuurd de tijd om te reageren maar zeer kort is.

Wederzijds gegarandeerde vernietiging

De belangrijkste factor die landen ervan weerhoudt kernwapens in te zetten wordt daarmee ernstig beperkt, namelijk dat indien één van de partijen kernwapens gebruikt, beide partijen gegarandeerd worden vernietigd (het zogeheten MAD-principe – ‘Mutual Assured Destruction’). Door de korte vliegafstand van dergelijke middellangeafstandsraketten is er maar zeer korte tijd om een beslissing te nemen voor een tegenreactie. Eveneens is er zelfs te weinig tijd om antwoordende middellangeafstandsraketten in staat van paraatheid te brengen. Het gevolg is dat lanceerinstallaties als vernietigd zijn tegen de tijd dat ze in staat van paraatheid zijn gebracht.

http://www.novini.nl/de-ondermijning-van-het-inf-verdrag-en-de-nucleaire-pariteit/

Door deze situatie wordt een represaille-aanval onmogelijk en is ook de ruggengraat van de nucleaire afschrikking (het MAD-principe) niet meer functioneel. Bijgevolg blijft er alleen de mogelijkheid over om een preventieve aanval uit te voeren indien er een ernstig dreigende situatie ontstaat. Dat wil zeggen dat als deze partij zich ernstig bedreigd voelt op grond van een concreet vermoeden dat haar tegenstander op het punt staat een nucleaire aanval te lanceren, deze partij dan kan besluiten preventief zelf een dergelijk aanval uit te voeren.

Generaal buiten dienst Yesin geeft dus aan dat, als dergelijke raketten worden geplaatst in Europa, Rusland zal afstappen van haar huidige represaille-aanval-doctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanval-doctrine zal ontwikkelen. Dergelijke woorden zijn des te verontrustender aangezien de Russische president Vladimir Poetin al meerdere malen heeft aangegeven dat het op land geplaatste AEGIS-systeem in Roemenië in staat is om middellangeafstandsraketten af te vuren.

‘Dode Hand’

Generaal b.d. Yesin heeft in hetzelfde interview eveneens verklaard dat het dode hand-systeem ‘Perimetr’ operationeel en gemoderniseerd is: “Het Perimeter-systeem is functioneel en is zelfs verbeterd.”

Indien een nucleaire aanval alle Russische commandoposten heeft uitgeschakeld, geeft dit systeem automatisch opdracht aan alle overgebleven lanceerinstallaties (inclusief onderzeeërs) om over te gaan tot lancering.

Hoewel dit uit de Koude Oorlog stammende systeem alleen wordt geactiveerd in het geval dat een kernoorlog op het punt staat om uit te breken, blijkt het, volgens Yesin, nog steeds te bestaan en is het zelfs gemoderniseerd. In het geval dat de wereld zich op de rand van een kernoorlog begeeft kan dit systeem dus worden geactiveerd.

Posted on

China en Noord-Korea: tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld

De ogen waren in het Westen steeds gericht op Trump en Kim Jong-un, maar hoe staat het eigenlijk met de verhouding tussen Noord-Korea en China? Na al het retorische geweld en vervolgens de vredige top tussen de leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea, blijft het uiterst relevant te weten welke invloed China achter de schermen uitoefent. Hoe zag de verhouding tussen China en Noord-Korea er de afgelopen decennia überhaupt uit? En welke ontwikkelingen maken dat, na een dieptepunt in 2015, de betrekkingen nu plotseling aanzienlijk beter lijken te zijn?

Het is 4 september 2015. In de Chinese hoofdstad Peking zit de toenmalige Zuid-Koreaanse president Park Gyeun-hye prominent naast haar Chinese collega president Xi Jinping. Geamuseerd kijken ze naar een legerparade ter ere van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl beide leiders innig in gesprek zijn, zit Choe Ryong-hae – een hoge functionaris uit Noord-Korea – op enkele meters afstand. Decennia geleden had een vertegenwoordiger van Noord-Korea op de stoel naast de Chinese president gezeten en was dit beeld ondenkbaar geweest. De functionaris, die werd uitgezonden als de persoonlijke vertegenwoordiger van Kim Jong-un, werd zelfs een korte ontmoeting met Xi Jinping geweigerd. Het onderstreepte de diepe kloof die bestond tussen de twee landen.

De Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye kreeg een prominente plaats op de tribune bij een militaire parade ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Peking, 2015.

Hoe anders is het beeld sinds maart 2018. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is inmiddels tot drie keer toe op bezoek geweest bij de Chinese president. Met zijn zwaar gepantserde trein raasde Kim door het Chinese landschap. Peking werd compleet voor hem stilgelegd. Na een innige ontmoeting en een urenlange bespreking waren Kim en zijn vrouw te gast bij een uitgebreid staatsbanket. Speeches volgden. Beide leiders prezen de zeventig jaar lange ‘goede’ relatie tussen beide landen. Xi beloofde economische samenwerking. Alsof er drie jaar geleden niets was gebeurd. Het is tekenend voor de ongemakkelijke relatie tussen beide landen. China is niet blij met het gedrag van Noord-Korea, dat al jarenlang aan een nucleair wapenarsenaal werkt. Toch blijft China trouw steun verlenen aan Kims regime. Waar komt deze onvoorwaardelijke steun vandaan? Wat belemmert het machtige China in te grijpen? En hoe verhoudt deze ongemakkelijke relatie zich tot het geopolitieke schaakspel dat Noordoost-Azië sinds de Koude Oorlog in haar greep houdt?

Veiligheidsparaplu
De innige vriendschap tussen beide communistische volkeren ontstond tijdens de Koreaanse Oorlog die van 1950 tot en met 1953 gevoerd werd. Het Chinese volksleger van Mao Zedong schoot de Noord-Koreanen te hulp nadat de troepen van de Verenigde Naties dicht bij de Chinese grens kwamen. Met hulp van de Chinezen werden de VN-troepen weer teruggedrongen naar de 38-ste breedtegraad. Het is dankzij de Chinezen dat Noord-Korea überhaupt bestaat.

Na de wapenstilstand van 1953 – een vredesverdrag werd nooit getekend – trokken China en Noord-Korea samen op. Hun onvoorwaardelijke vriendschap werd verankerd in het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag van 1961. In dit verdrag verklaren de twee staten zich met ‘alle nodige maatregelen’ te zullen verzetten tegen elk land of elke coalitie van landen die één van hen zou kunnen aanvallen. Na de Koreaanse Oorlog schaarde Noord-Korea zich onder de ‘veiligheidsparaplu’ van China. Zuid-Korea schaarde zich onder die van de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog veranderde er weinig in de Sino-Noord-Koreaanse betrekkingen. Hoewel er ten tijde van de Culturele Revolutie spanningen waren – naar verluidt vonden de Noord-Koreanen het ‘een grote krankzinnigheid’ – heeft China decennialang onvoorwaardelijke economische en politieke steun verleend. Voor China heeft Noord-Korea altijd gediend als een ideale bufferstaat tussen China zelf en het kapitalistische Zuid-Korea en Japan, die beide onder invloed van de Verenigde Staten staan. Hoewel arm en weinig invloedrijk, diende Noord-Korea de belangen van China door in de regio tegen de Amerikanen te ageren.

Een faalveilig mechanisme
Na de Koude Oorlog veranderde dit beeld. Toen de Sovjet-Unie instortte en wegviel als economische donor van Noord-Korea, probeerde China het gat op te vullen. China kreeg echter al snel te maken met eigen economische problemen. Hierdoor kwam Noord-Korea er alleen voor te staan. Overal ter wereld zag het Noord-Koreaanse regime voormalige onvoorwaardelijke allianties uit elkaar vallen. Socialistische dictaturen werden bloedig omvergeworpen en maakten plaats voor de liberale marktdemocratie. In 1994 overleed president Kim Il-sung en was de Noord-Koreaanse economie volledig ingestort, met een enorme hongersnood tot gevolg. Noord-Korea stond op de rand van de afgrond.

China transformeerde ondertussen tot een economische grootmacht. In dit proces haalde China zelfs de banden met Zuid-Korea aan. Terwijl Zuid-Korea als soeverein land werd erkend door China en Rusland, weigerden Japan en de Verenigde Staten hetzelfde te doen met Noord-Korea. De Chinese ‘veiligheidsparaplu’ leek weg te vallen. Wat was het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag nog waard? Het kwetsbare Noord-Korea had een faalveilig mechanisme nodig om overleving van het regime te garanderen. Het besloot kernwapens te ontwikkelen.

Speldenprikjes
China heeft de afgelopen decennia vaak laten weten niets op te hebben met deze nucleaire ambities. De constante spanningen die erdoor oplaaien in de regio zijn niet in het belang van de Chinezen. Zij willen juist regionale stabiliteit ten behoeve van de groei van de Chinese economie.

Toch heeft China bijzonder weinig gedaan om de ontwikkeling van Kims kernwapenprogramma tegen te werken. Terwijl de internationale gemeenschap na iedere nucleaire test steeds weer strengere sancties oplegde, bleef China Noord-Korea oogluikend ondersteunen. VN-resoluties werden afgezwakt door Chinees toedoen en in de praktijk vaak niet uitgevoerd. Terwijl Peking beweerde zijn best te doen de sancties tegen Noord-Korea te handhaven, werd in Dandong aan de grens met Noord-Korea nog volop gehandeld.

De maatregelen die China wél tegen Noord-Korea heeft genomen zijn slechts speldenprikjes geweest. Voorbeelden daarvan zijn het tijdelijk afknijpen van de olietoevoer, het aan banden leggen van de import van Noord-Koreaanse kolen en het geven van een diplomatieke voorkeursbehandeling aan Zuid-Korea. Hoewel de Chinese maatregelen leidden tot ongemakken in de Noord-Koreaanse samenleving, hebben ze op geen enkel moment het regime aan het wankelen gebracht. China heeft er altijd voor gezorgd dat Noord-Korea het hoofd boven water kon houden.

De reden daarvoor is dat het alternatief voor de Chinezen nog vele malen onaantrekkelijker is. Een ineenstorting van het Kim-regime zou voor China desastreus uitpakken. China zou ten eerste te maken krijgen met een ongekende vluchtelingenstroom aan zijn grenzen. Ten tweede is het allerminst zeker wat voor regime de macht in Noord-Korea zou overnemen. Bij regime change is bijna altijd sprake van bloedvergieten. Zeker omdat daar kernwapens bij kunnen worden ingezet, wil China dat risico liever vermijden. Ten derde zal China met het wegvallen van Kim aanzienlijke regionale politieke invloed verliezen. Als Zuid-Korea – met een economie bijna veertig keer zo groot als die van de noorderbuur –- invloed zou krijgen over Noord-Korea, kunnen de Amerikanen heel dicht bij de Chinese grens komen.

Amerikaanse druk
De Amerikanen ergeren zich al jaren aan het tegenstrijdige beleid van China. Zij willen het liefst Noord-Korea politiek en economisch zoveel mogelijk onder druk zetten tot Kim eindelijk zal toezeggen zijn kernwapens op te geven. President Trump zei: “Zonder de hulp van China kan Noord-Korea niet eens eten. Om het Noord-Koreaprobleem op te lossen, moeten we achter China aan.”

Trump voerde de druk op China op om de strenge sancties tegen Noord-Korea te handhaven. President Xi werd voor het blok gezet. Óf het Kim-regime blijven steunen, óf de Chinese handelsbelangen met Amerika behartigen. Even leek China voor het laatste te kiezen. Onder druk van de Amerikaanse president werd recent zelfs de handel in de Chinese grensgebieden zo goed als stil gelegd. Tot er iets historisch gebeurde. Kim Jong-un beloofde te stoppen met het testen van nucleaire wapens en langeafstandsraketten. Van kreupelende sancties en oorlogsretoriek ging het ineens over het sluiten van een vredesverdrag en diplomatieke toenadering. Op 12 juni 2018 vond een ontmoeting plaats tussen Trump en Kim Jong-un. Dat was de eerste keer dat een leider van Noord-Korea en een zittende Amerikaanse president elkaar ontmoetten. De twee leiders beloofden met elkaar te onderhandelen. Hierdoor was de diplomatieke druk van de ketel. Omdat de Amerikanen toenadering zochten tot Noord-Korea, kon Xi zich losweken van de druk om de sancties uit te voeren. Sinds de top van 12 juni wordt er weer volop gehandeld over de Chinese grens. Er gaat zelfs het gerucht dat president Xi binnenkort naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zal afreizen om Kim te ontmoeten.

Breekijzer
Xi ziet het liefst een politiek stabiel en economisch voorspoedig Noord-Korea aan de grens. Daarom wil China dat Noord-Korea zijn economie hervormt, zoals het land zelf onder Deng Xiaoping eerder in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft gedaan. China zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog in een vergelijkbaar parket als waar Noord-Korea momenteel in zit. Er is sprake van een totalitaire leider, een failliet economisch systeem en het land wordt bovendien internationaal verguisd vanwege het kernwapenprogramma en de massale schending van de mensenrechten. In een opmerkelijke en tegelijkertijd indrukwekkende transformatie veranderde China binnen enkele decennia in een economische en politieke wereldmacht. Noord-Korea zou op zijn minst een vergelijkbare ontwikkeling op economisch gebied kunnen doormaken.

vrachtwagens wachten tot ze de grens tussen China en Noord-Korea over mogen (foto: Roman Harak).

Momenteel vinden officieus al op beperkte schaal economische hervormingen in Noord-Korea plaats. Maar hoewel zo’n tachtig procent van de bevolking afhankelijk is van de kapitalistische grijze en zwarte markten, blijft de regering vasthouden aan het socialistische ideaal. Evenals China stelt Noord-Korea bij alle ontwikkelingen altijd de veiligheid en het voortbestaan van het regime voorop. Daarom kan er pas nu Noord-Korea zijn kernwapenprogramma op orde heeft worden toegewerkt naar een hervorming van de economie. Dat gebeurt langzaam maar gestaag. Sinds enkele jaren mogen Noord-Koreaanse staatsbedrijven wat ze produceren boven de door de overheid voorziene quota zelf op de markt brengen en de winst behouden. Bedrijven zijn vrij om dat geld zelf te investeren. Het resultaat is een flexibelere economie, die steeds meer in contact treedt met het buitenland.

Een glimp daarvan valt op te vangen bij de halfjaarlijkse Pyongyang International Trade Fair. Een soort huishoudbeurs waar Chinese bedrijven hun producten slijten aan vermogende Noord-Koreanen. Tijdens mijn reizen heb ik gezien dat er een enorme aanloop was op deze beurs. Flat screentelevisies, keukenapparatuur en zelfs zonnepanelen werden massaal verhandeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het vond bij de Noord-Koreanen gretig aftrek. Op de beurs wordt, opvallend genoeg, afgerekend in Chinese yuan of Amerikaanse dollars. De Chinezen zien nieuwe zakelijke kansen in Noord-Korea en hopen met het investeren in de Noord-Koreaanse economie het land meer te openen naar de buitenwereld, en vooral naar  China toe.

De Nieuwe Zijderoute
Uiteraard vormt de economie ook een belangrijk onderwerp bij de besprekingen tussen Xi en Kim. In het eerste gesprek met Kim vertelde Xi zeer verheugd te zijn met het besluit van Pyongyang om prioriteit te geven aan economische ontwikkeling. Een vervolg liet niet lang op zich wachten. In mei 2017 nodigde China Noord-Korea uit voor de eerste Belt and Road-top. Noord-Korea maakt vooralsnog geen deel uit van China’s Belt and Road-initiatief – een reusachtig plan voor het bouwen van hoogwaardige infrastructuur op het Euraziatische continent. Maar dat ziet China graag veranderen. Met de uitnodiging aan Noord-Korea om deel te nemen aan dit initiatief geeft China aan klaar te staan om flink in Noord-Korea te investeren. Daar wil China niet alleen financieel wijzer van worden.

Een prioriteit is om van Noord-Korea een stabielere en voorspelbaarder bondgenoot te maken. Het valt nog te bezien of Kim Jong-un gevoelig is voor het Chinese grote geld. Noord-Korea blijft als de dood dat buitenlandse investeerders zich in binnenlandse politieke aangelegenheden zullen mengen. Maar als Kim zijn economie op het beloofde ‘wereldniveau’ wil brengen, zal hij het ook moeten aandurven om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Of dit gaat gebeuren hangt voor een groot deel af van de gesprekken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten. Als die onderhandelingen mislukken, kunnen de spanningen tussen China en Noord-Korea ook snel weer groter worden. De druk van de Verenigde Staten op China om de sancties te handhaven zal dan weer toenemen. Het bewijst eens te meer dat de relatie tussen Noord-Korea en China een bijzonder ongemakkelijke is. Het is dan ook de vraag of Kim Jong-un bij een eventueel bezoek aan een toekomstige, grote Chinese militaire parade naast Xi Jinping mag zitten, of genoegen moet nemen met een plekje achterin.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Stelt Trump een oorlogskabinet samen?

De laatste man die nog tussen de Verenigde Staten en oorlog met Iran in staat zou wel eens een vier-sterrengeneraal kunnen zijn die onder zijn mariniers de bijnaam ‘Mad Dog’ heeft.

Generaal James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, lijkt de laatste overgeblevene te zijn in de Situation Room van het Witte Huis, die gelooft dat het nucleaire akkoord met Iran de moeite waard is om in stand te houden en dat oorlog met Iran een verschrikkelijk idee is. Afgezien van Mattis lijkt president Donald Trump echter bezig te zijn een oorlogskabinet samen te stellen.

Trump zelf heeft gezworen weg te lopen bij het nucleaire akkoord met Iran – “de slechtste deal ooit” – en in mei opnieuw sancties op te leggen. Zijn nieuwe nationale veiligheidsadviseur John Bolton, die een commentaar getiteld “Bombardeer Iran om Irans bom te stoppen” schreef, heeft eerder geroepen om preventieve aanvallen en “regime change”. De beoogde minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo noemt Iran een “wrede politiestaat”, een “despotische theocratie” en “de voorhoede van een kwaadaardig imperium dat zijn macht en invloed uitbreidt over het Midden-Oosten”.

Trumps favoriete Arabische heerser, de 32-jarige Saoedische prins Mohammed bin Salman, noemt Irans ayatollah Khamenei “de Hitler van het Midden-Oosten”. Bibi Netanyahu is monomaniakaal inzake Iran en noemt het nucleaire akkoord een bedreiging voor Israëls voortbestaan en Iran “de grootste bedreiging voor onze wereld”. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN Nikki Haley doet al deze geluiden weerklinken.

Iran lijkt daarentegen geen oorlog te willen. VN-inspecteurs bevestigen regelmatig dat Iran zich strikt houdt aan de voorwaarden van het nucleaire akkoord. Terwijl Amerikaanse oorlogsschepen in de Perzische Golf tussen januari 2016 en augustus 2017 dikwijls in aanraking kwamen met Iraanse snelle aanvalsboten en drones, is dat nu opgehouden. Vaartuigen van beide naties opereren de laatste maanden vrijwel zonder incidenten.

Wat zou het resultaat ervan zijn als Trump het nucleaire akkoord naar de prullenbak verwijst? Ten eerste zouden de Verenigde Staten zich daarmee isoleren. China en Rusland zouden het akkoord niet afbreken, maar Iran welkom heten in hun kamp. Engeland, Frankrijk en Duitsland zouden gedwongen zijn te kiezen tussen het akkoord en de VS. En als Airbus zich gedwongen zou zien om de Iraanse orders voor honderden nieuwe vliegtuigen af te slaan, hoe zouden de Europeanen dat waarderen?

Hoe zou Noord-Korea regeren als de VS het akkoord met Iran naar de prullenbak verwijzen, als ze zouden zien hoe Iran na het accepteren van zware restricties op zijn kernprogramma en het toelaten van hinderlijke inspecties, de door de Amerikanen toegezegde voordelen ontzegd wordt? Waarom zou Pyongyang, na gezien te hebben hoe Amerika Irak aanviel, dat geen massavernietigingswapens had, en Libië, dat zijn massavernietigingswapens opgegeven had om Amerika milder te stemmen, ooit nog overwegen zijn kernwapens op te geven – temeer na het zien van de executies van de leiders van beide naties?

En als de andere vijf ondertekenaars van het akkoord met Iran zouden besluiten er, ondanks de opzegging door Amerika, aan vast te houden en Iran ermee in zou stemmen om de voorwaarden van het akkoord te onderhouden, wat doen we dan? Een casus belli zoeken om te oorlog te trekken? Waarom? Hoe vormt Iran een bedreiging voor Amerika?

Een oorlog, die gevechten tussen Amerikaanse oorlogsschepen en zwermen Iraanse torpedoboten zou inhouden, zou de Perzische Golf afsluiten voor olietransport en tot een crisis in de wereldeconomie leiden. Anti-Amerikaanse sjiitische jihadisten in Beiroet, Bagdad en Bahrein zouden Amerikaans militair personeel aan kunnen vallen. Zouden we dan, aangezien het leger en de mariniers geen manschappen hebben om Iran binnen te vallen en te bezetten, de militaire dienstplicht weer in moeten voeren? En als we zouden besluiten Iran een blokkade op te leggen en te bombarderen, dan zouden we alle anti-schipraketten en onderzeeërs uit moeten schakelen, de marine, de luchtmacht, ballistische raketten en het luchtverdedigingssysteem. En zou een preventieve aanval op Iran de bevolking van dat land niet verenigen in haat jegens ons, net zoals Japans preventieve aanval op Pearl Harbor de Amerikanen verenigde in vastberadenheid het Japanse imperium te vernietigen? Hoe zou de Dow Jones erbij staan na een aanval op Iran?

Trump werd genomineerd voor het presidentschap omdat hij beloofde ons buiten domme oorlogen te houden, oorlogen van het soort waar mensen als John Bolton en de Bush-Republikeinen ons in stortten. Na 17 jaar zijn we nog altijd verwikkeld in Afghanistan, in een poging de Taliban, die we in 2001 van de macht verdreven, ervan te weerhouden terug te keren naar Kaboel. Na onze invasie van Irak in 2003, is dat land, ooit een bolwerk tegen Iran, een sjiitische bondgenoot van Iran geworden. De rebellen die Amerika steunde in Syrië zijn verjaagd. En Bashar Assad heeft – met dank aan de steun van Rusland, Iran, Hezbollah en andere milities – zijn macht weer veiliggesteld. De Koerden die op Amerika vertrouwden zijn teruggeslagen door onze NAVO-bondgenoot Turkije in Syrië en door het Iraakse leger dat we trainden in Irak.

Wat denkt Trump, die ons verzekerde dat er geen domme oorlogen meer zouden zijn, eigenlijk? Truman en LBJ leidden ons oorlogen in die ze niet ten einde konden voeren, en beiden verloren hun presidentschap. Eisenhower en Nixon eindigden die oorlogen en werden beloond met verkiezingsoverwinningen. Na zijn klinkende overwinning in Desert Storm, werd Bush senior een tweede termijn ontzegd. Na het binnenvallen van Irak verloor Bush junior beide huizen van het Congres in 2006 en verloor zijn partij in 2008 het presidentschap aan Barack Obama als anti-oorlogskandidaat. Ooit leek Trump deze geschiedenis te begrijpen.

Posted on

Waarom Kim Jong-un zijn kernwapenprogramma nooit op zal geven

In de ochtendschemer van woensdag lanceerde Kim Jong-un een intercontinentale raket die een hoogte van bijna 2800 mijl (4500 km) bereikte, voor hij in de Japanse Zee viel. Noord-Korea heeft nu bewezen dat het in staat is Washington D.C. te halen met een raket. Nog altijd onbewezen is of Kim een kernkop kan maken die klein genoeg is om door die raket afgeleverd te worden en of die raket met de nodige precisie zijn doel kan bereiken ook na de trillingen van de dampkring. Er zijn meer proeven en tijd nodig om daar duidelijkheid over te krijgen.

Amerikaanse markten trokken zich dan ook niets aan van Kims Hwasong-15-raket en stegen naar record-hoogtes op woensdag en donderdag.

President Donald Trump nam het minder goed op. “Little Rocket Man” is een “sick puppy”, zo stelde hij tegenover een publiek in Missouri. Amerikaans ambassadeur bij de VN Nikki Haley stelde in de Veiligheidsraad, dat “als er oorlog komt [..] het Noord-Koreaanse regime totaal uitgevaagd zal worden.” Vervolgens waarschuwde ze de Chinese president Xi Jinping, dat “als China de olieleveringen (aan Noord-Korea, red.) niet stopt, wij (de VS, red.) de oliesituatie zelf ter hand kunnen nemen.” Doelt Haley hier op het bombarderen van pijpleidingen in Noord-Korea – of China?

De woede van de president en het snoeven van Haley weerspiegelen een pijnlijke realiteit: Hoe inhumaan en rücksichtslos de 33-jarige dictator van Noord-Korea ook is, hij speelt het pokerspel met de hoogste inzet op deze aardkloot, tegen de mondiale supermacht, en hij speelt het opmerkelijk goed. Reden: Kim begrijpt ons mogelijk beter dan wij hem, en het lijkt erop dat hij daarom minder aarzelt om het risico te lopen van een oorlog die hij niet kan winnen.

Want hoewel een tweede Koreaanse Oorlog zeer wel zou kunnen eindigen met de vernietiging van het leger van het Noorden en van Kims bewind, zou het vrijwel zeker ook resulteren in ongeziene duizendtallen dode Zuid-Koreanen en Amerikanen. En Kim weet dat hoe meer Amerikaanse levens hij op het spel kan zetten door raketten met kernkoppen, hoe onwaarschijnlijker het wordt dat de Amerikanen ten oorlog zullen trekken tegen hem.

Zijn calculatie lijkt tot nu toe op te gaan. Zolang hij zijn hand niet overspeelt en Trump dwingt om te kiezen voor oorlog in plaats van het tolereren van een Noord-Korea dat kernraketten op de VS zou kunnen doen neerkomen, kan Kim deze confrontatie winnen. Waarom? Omdat de concessies die Kim verlangt niet volstrekt onacceptabel zijn.

Wat wil Kim?

In eerste instantie wil hij een einde aan de gezamenlijke militaire oefeningen van de VS en Zuid-Korea, die hij ziet als een potentiële aanloop naar een verrassingsaanval. Hij wil een einde aan de sancties, Amerikaanse erkenning van zijn bewind en acceptatie van zijn status als een kernwapenstaat. Vervolgens wil hij terugtrekking van alle Amerikaanse troepen uit Zuid-Korea en internationale hulp.

Eerdere regeringen – Clinton, Bush II, Obama – zagen veel van deze eisen als onderhandelbaar. En het accepteren van sommige van deze voorwaarden of zelfs alle, zou geen groot gevaar voor de Amerikaanse nationale veiligheid of vitale belangen inhouden. Ze zouden echter wel een ernstig gezichtsverlies inhouden.

Aanvaarding van dergelijke eisen door de VS zou een triomf voor Kim zijn en zijn riskante nucleaire strategie valideren, het zou een diplomatieke nederlaag voor de  VS zijn. Little Rocket Man zou The Donald overtroefd hebben.

Bovendien zou de geloofwaardigheid van de Amerikaanse afschrikking ter discussie komen te staan. Je zou mogen verwachten dat Zuid-Korea en Japan over hun eigen afschrikkingsmiddelen na zouden gaan denken, uit vrees dat de VS nooit werkelijk zijn eigen land op het spel zou zetten, maar een deal zou sluiten ten koste van hen. We zouden opnieuw het gehuil over ‘München’ op horen gaan en de schim van Neville Chamberlain zou opgeroepen worden voor rituele denunciatie.

Tijd voor de waarheid

Maar de tijd is gekomen voor de waarheid: Onze eis van “denuclearisatie van het Koreaanse schiereiland” zal niet ingewilligd worden, tenzij door een Amerikaanse oorlog en bezetting van Noord-Korea.

Kim heeft gezien hoe Bush II, toen het Amerikaanse belangen diende, zich terugtrok uit een 30-jaar oud ABM-verdrag met Moskou. Hij heeft gezien hoe, nadat hij al zijn massavernietigingswapens opgaf om een vergelijk te vinden met het Westen, Muammar Khadaffi aangevallen werd door de NAVO en uiteindelijk gelyncht werd.

Hij kan zien welke waarde Amerikanen hechten aan de nucleaire verdragen die ze tekenen door te kijken naar de brede roep uit de Republikeinse partij om de Iraanse Kerndeal de nek om te draaien en ‘regime change’ teweeg te brengen in Teheran, ofschoon Iran VN-inspecteurs toelaat om door het land te trekken en aan te tonen dat ze geen kernwapenprogramma hebben.

Voor Amerika’s post-Koude Oorlog-vijanden is de les duidelijk: Als je je massavernietigingswapens opgeeft, eindig je als Khadaffi en Saddam Hoessein. Als je kernwapens bouwt die de Amerikanen kunnen bedreigen, dan krijg je respect. Kim Jong-un zou wel gek zijn om zijn raketten en kernkoppen op te geven. En hoewel de man veel is, is hij geen gek.

We naderen een punt waarop de keuze  is tussen een oorlog met Noord-Korea waarin duizenden om zouden komen, of bevestigen dat de VS niet bereid zijn het eigen land op het spel te zetten om Kim af te houden van wat hij al heeft – kernwapens en raketten om ze af te leveren.

Posted on

Werkt Turkije aan kernwapenprogramma?

Terwijl de mainstream media vooral naar de Iraanse en Noord-Koreaanse raket- c.q. kernwapenprogramma’s kijken, zorgen signalen dat in Turkije over het verkrijgen van kernwapens gedacht wordt tot nu toe niet voor opzien.

Momenteel komen in Turkije de eerste twee kerncentrales tot stand. De ene bouwt het Russische staatsbedrijf Rosatom in Akkuyu, zo’n 300 kilometer ten oosten van de badplaats Antalya, de andere wordt door het Japans-Franse consortium ATMEA gebouwd bij Sinope aan de Zwarte Zeekust. In beide gevallen heeft Ankara opmerkelijk genoeg afgezien van de gebruikelijke clausule, dat de buitenlandse firma’s ook het benodigde uranium aanleveren en de gebruikte brandstofstaven terugnemen c.q. afvoeren.

Een voor de hand liggende mogelijke verklaring hiervoor is dat Turkije zelf uranium wil gaan verrijken voor de reactoren en de gebruikte radio-actieve brandstofstaven wil gebruiken om plutonium voor bommen te maken. Daarvoor heeft het land weliswaar nog bepaalde technologie nodig, die zou echter geleverd kunnen worden door het bevriende Pakistan – wat niet in de laatste plaats een tegenprestatie zou kunnen zijn voor jarenlange ondersteuning van de Pakistaanse smokkelaar Abdul Qadir Khan, die onder andere centrifuges voor het verrijken van uranium aan Iran, Libië en Noord-Korea leverde.

Aanwijzingen voor een dergelijke strategische samenwerking op nucleair gebied tussen Turkije en Pakistan, maar ook Qatar, werden recent geboden door artikels van Galip Ilhaner en Sabri Isbilen in de bladen ‘Milat Gazetesi’ en ‘Dirilis Postasi’. Een andere indicatie voor een pril Turks kernwapenprogramma is de officiële opdracht van de staat aan het bedrijf Roketsan, om de middellange-afstandsraket (MRBM) J-600T Yildirim IV met een reikwijdte van 2500 kilometer te ontwikkelen. Dergelijke raketten dienen in de regel om kernkoppen af te leveren.

Opiniestukken van Hayrettin Karaman, een theoloog die als religieus en ideologisch adviseur van Erdogan geldt, sluiten bij deze indruk aan. Hij schreef enkele maanden geleden in de krant ‘Yeni Safak’, dat Turkije zich in zou moeten spannen om zelf massavernietigingswapens als de atoombom te vervaardigen. En wel zonder tijd te verliezen of acht te slaan op de “waarschuwende woorden en belemmeringen van het Westen”. De hoofdredacteur van het dagblad, Ibrahim Karagül, trok in zijn commentaar later dezelfde lijn. Kernwapens kunnen volgens hen ook dienen om het Westen te beteugelen, dat de facto toch al oorlog tegen Turkije voert.

De vraag is echter of Ankara daadwerkelijk over de middelen beschikt om de droom van kernwapens te verwezenlijken. De productie van uranium of plutonium van wapenkwaliteit, alsmede de productie van draagsystemen voor kernkoppen vereisen immers grote financiële investeringen. Momenteel lijdt Turkije echter onder een tekort aan kapitaal.

Aykan Erdemir van de Amerikaanse neoconservatieve denktank ‘Foundation for Defense of Democracies’ acht de kans dat Turkije op afzienbare termijn kernwapens zou verkrijgen vooralsnog gering. In het geval van economisch herstel zou dit echter snel kunnen veranderen.

Posted on

Is oorlog met Iran nu onvermijdelijk?

Met zijn verklaring afgelopen vrijdag, dat de kerndeal met Iran niet in het Amerikaanse nationale belang zou zijn, heeft president Donald Trump de Verenigde Staten mogelijk op de weg naar oorlog met Iran gezet.

Het is in ieder geval gemakkelijker om te voorzien welke botsingen er aan zitten te komen dan hoe we weer van deze weg af komen voor het schieten begint. Na het ‘decertificeren’ van het nucleaire akkoord, destijds getekend door alle vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad, gaf Trump het Congres 60 dagen de tijd om de sancties opnieuw op te leggen die het ophief toen Teheran het akkoord ondertekende. Als het Congres die sancties niet opnieuw oplegt en het akkoord de nek omdraait, dreigt Trump dat zelf te doen.

Waarom? Heeft Iran de bepalingen van het akkoord geschonden? Vrijwel niemand stelt dat – niet de nucleaire inspecteurs van de VN, noch de NAVO-bondgenoten, noch zelfs Trumps eigen nationale veiligheidsteam.

Iran heeft al zijn 20 procent verrijkt uranium het land uit verscheept, de meeste van zijn centrifuges uitgeschakeld en verstorende inspecties van alle nucleaire faciliteiten toegestaan. Zelfs voor het akkoord zeiden 17 Amerikaanse inlichtingendiensten al dat ze geen bewijs konden vinden voor een Iraans kernwapenprogramma. Als Iran een bom gewild had, had Iran allang een bom gehad.

Het blijft echter een staat zonder kernwapens om een eenvoudige reden: De vitale nationale belangen van Iran schrijven dat voor. Als de grootste sjiitische natie, met 80 miljoen mensen, onder de meest ontwikkelde in het Midden-Oosten, is Iran voorbestemd om de dominante macht aan de Perzische Golf te worden. Maar op één voorwaarde: Dat het de grote oorlog met de Verenigde Staten weet te vermijden die Saddam Hoessein niet wist te vermijden.

Iran heeft ieder kernwapenprogramma dat het had afgeblazen omdat het niet het lot van Irak wil delen, om aan stukken geslagen te worden tot Perzen, Azeri’s, Arabieren, Koerden en Beloetsjen, zoals Irak door de Amerikanen in soennieten, sjiieten, Turkmenen en Koerden uiteen werd geslagen.

Teheran wil geen oorlog met Amerika. Het zijn de oorlogspartij in Washington en haar Midden-Oosterse bondgenoten – Bibi Netanyahu en het Saoedische koningshuis – die er naar hongeren dat de VS zich ermee bemoeien en Iran de grond in slaan. En zo ontvouwt zich dan de strijd in het Congres over het al of niet de nek omdraaien van het akkoord met Iran als een cruciaal punt in het presidentschap van Trump.

Maar al eerder doemen er mogelijke botsingen met Iran op. In het oosten van Syrië, staan de door de VS ondersteunde en door de Koerden geleide Syrische Democratische Krachten (SDF) op het punt Raqqa te veroveren op ISIS. Maar ondertussen is het Syrische leger op weg om Deir Ezzor te gaan veroveren, de hoofdstad van de provincie waardoor de weg loopt die Bagdad met Damascus verbindt. De verovering van Deir Ezzor door Bashar al Assads leger zou er voor zorgen dat de weg van Bagdad naar Damascus en Hezbollah in Libanon open blijft. Als de VS echter van plan zijn om de SDF te gebruiken om het grensgebied zelf in handen te krijgen, dan kon dat wel eens lijden tot een openlijk gevecht met het Syrische leger, sjiitische milities, Iraanse troepen en misschien zelfs de Russen. Moeten we dat wel willen?

In Irak is het nationale leger bezig om de olierijke provincie Kirkoek en de gelijknamige hoofdstad daarvan veilig te stellen. De Koerden hadden Kirkoek ingenomen nadat het Iraakse leger vluchtte voor de invasie van ISIS. Waarom trekt een door de Amerikanen getraind Iraaks leger op tegen een door de Amerikanen getraind Koerdisch leger?

De Koerdische regionale overheid stuurt aan op secessie. Dit heeft alarmbellen doen afgaan in zowel Turkije en Iran als in Bagdad. Een onafhankelijk Koerdistan zou als een magneet kunnen werken op Koerden in die beide landen. Het Iraakse leger trekt Kirkoek binnen om te voorkomen dat het afgesneden wordt van Irak in een burgeroorlog of secessie door de Koerden.

Waar staat Iran in dit alles? In de oorlog tegen ISIS, waren ze de facto bondgenoten. Want ISIS is net als Al Qaida soennitisch en haat sjiieten even zeer als christenen. Maar als de VS van plan zijn de SDF te gebruiken om de Iraaks-Syrische grens onder hun controle te brengen, dan jagen ze daarmee Syrië, Iran, Hezbollah en Rusland tegen zich in het harnas. Zijn de VS bereid tot een dergelijke confrontatie?

Wij Amerikanen worden geconfronteerd met een aantal nieuwe realiteiten. De mensen die de toekomst van het Midden-Oosten gaan bepalen, zijn de mensen die daar wonen. En onder deze mensen zal de toekomst bepaald worden door hen die het meest bereid zijn om – nog jaren en in aanzienlijk aantallen – te vechten, bloeden en sterven om die toekomst te realiseren. Wij Amerikanen echter gaan niet nog een leger sturen om nog een land te bezetten, zoals we deden met Koeweit in 1991, Afghanistan in 2001 en Irak in 2003.

Bashar al Assad, zijn leger en luchtmacht, gesteund door Vladimir Poetins luchtmacht, de Islamitische Revolutionaire Garde van Iran en Hezbollah hebben de Syrische burgeroorlog gewonnen omdat ze meer bereid waren te vechten en te sterven om die te winnen. Zij hadden daar dan ook een veel groter belang bij dan wij Amerikanen. Wij wonen daar niet. Slechts weinig Amerikanen weten wat daar aan de hand is. Nog minder interesseert het.

Onze oude bondgenoten in het Midden-Oosten willen vanzelfsprekend dat wij hun 21e-eeuwse oorlogen uitvechten, zoals de Britten ons inschakelden om hun 20e eeuwse oorlogen te helpen uitvechten. Maar Donald Trump werd niet gekozen om dat te doen. Of dat dachten sommigen van ons toch.

Posted on

Wie wil er, behalve ISIS, nog meer een oorlog tussen Amerika en Iran?

“Iran moet vrij zijn. De dictatuur moet vernietigd worden. Containment is appeasement en appeasement is overgave.”

Zo wijst onze Churchill, Newt Gingrich, terzake van Iran, het containmentbeleid van de hand. Een beleid dat ontwikkeld werd door George Kennan en uitgevoerd door negen Amerikaanse presidenten en dat leidde tot een overwinning zonder bloedvergieten in de Koude Oorlog.

Waarom is containment overgave? “Omdat vrijheid overal bedreigd wordt zolang deze dictatuur aan de macht blijft”, aldus Gingrich. Maar hoe wordt de vrijheid van Amerikanen bedreigd door een bewind met 3 procent van het Amerikaanse BBP en dat al bestaat sinds Jimmy Carter president was?

Gelukkig heeft Gingrich een leider gevonden om het Iraanse bewind omver te werpen en de vrijheid van de mensheid veilig te stellen. “In ons land was dat George Washington en … de markies de Lafayette. In Italië was het Garibaldi”, aldus Gingrich. Wie heeft hij gevonden, die zich kan meten met Washington en Garibaldi? Maryam Rajavi.

Wie is dat? De leider van de Nationale Verzetsraad van Iran of de Iraanse Volksmoedjahedien, die tegen de sjah waren, braken met de oude Ayatollah, samenspanden met Saddam Hoessein en tot 2012 door het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken als een terroristische organisatie beschouwd werden.

Op de conferentie van deze organisatie in Parijs eerder deze maand waar Gingrich sprak, en de spreekvergoeding was naar verluidt uitstekend, waren John Bolton en Rudy Giuliani ook te vinden. Giuliani sprak van de tweemaal verkozen president Hassan Rouhani als “een gewelddadige, wrede moordenaar” en stelde dat “de tijd gekomen is voor regime change.”

Ook Bolton deed een duit in het zakje: “Teheran is niet slechts een kernwapendreiging, het is niet slechts een terroristische dreiging, het is een conventioneel gevaar voor iedereen in de regio”. En derhalve “zou het omver werpen van het bewind van de moellahs in Teheran het officiële beleid van de Verenigde Staten van Amerika moeten zijn”. We zullen het samen vieren in Teheran in 2019, zo verzekerde Bolton zijn toehoorders van de Nationale Verzetsraad van Iran.

Succes! Maar zoals de New York Times gisteren stelde, drijft al deze praat, die overal in Washington weerklinkt, ons recht naar een oorlog. “Een patroon van provocatieve woorden, expliciete dreigementen en acties – van president Trump en enkele van zijn vooraanstaande medewerkers, alsmede van soennitische Arabische leiders en Amerikaanse activisten – voert spanningen op die kunnen leiden tot gewapend conflict met Iran.”

Is dat wat Amerika wil of nodig heeft – een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, tegen een land dat drie keer zo groot is als Irak? Zouden, na Afghanistan, Irak, Libië, Syrië en Jemen, Amerika en de wereld gediend zijn met een oorlog met Iran die een soennitisch-sjiitische godsdienstoorlog in het hele Midden-Oosten zou kunnen ontketenen?

Bolton noemt Iran een “kernwapendreiging”. Maar in 2007 verklaarden alle Amerikaanse inlichtingendiensten met grote zekerheid dat Iran geen kernwapenprogramma had. Ze herhaalden dit in 2011. Onder de kerndeal heeft Iran bijna al zijn uranium geëxporteerd, is het land gestopt met verrijken tot 20 procent, heeft het duizenden centrifuges stilgelegd, beton in de kern van zijn zwaar water-reactor gegoten en staat het VN-inspecteurs toe om alle faciliteiten uit te kammen.

Zou Iran, ondanks dit alles, een geheim kernwapenprogramma runnen? Of is dit oorlogspropaganda die bedoeld is ons nog een oorlog in het Midden-Oosten in te slepen? Om de waarheid te achterhalen, zou de commissie Buitenlandse Zaken van de senaat de hoofden van de CIA en DIA en de Director of National Intelligence op moeten roepen, om in een publieke zitting te getuigen.

Men zegt ons dat we ook geplaagd worden door een sjiitische halve maan die opkomt en zich uitstrekt van Beiroet tot Damascus, Bagdad en Teheran. Maar wie heeft deze sjiitische halve maan tot stand gebracht? Het was George W. Bush die bevel gaf tot het omver werpen van het soennitische bewind van Saddam, waardoor Irak in handen kwam van zijn sjiitische meerderheid. Het was Israël wiens invasie en bezetting van Libanon van 1982 tot 2000 het sjiitische verzet voortbracht dat nu bekend staat als Hezbollah. En wat Bashar al Assad in Syrië aangaat, zijn vader stuurde troepen om zij aan zij met de Amerikanen te vechten in de Golfoorlog.

Het bewind van de ayatollahs, de Islamitische Revolutionaire Garde en de Basji-militie staan vijandig tegenover Amerika. Maar Iran wil geen oorlog met de Verenigde Staten – en met goede reden. Iran zou aan stukken geslagen worden als Irak, en zijn onvermijdelijke opkomst als het grootste en meest ontwikkelde land aan de Perzische Golf zou afgebroken worden.

Bovendien hebben we gemeenschappelijke belangen: Vrede in de Perzische Golf, waarvandaan Irans olie vloeit en waarzonder Iran niet kan groeien, zoals Rouhani beoogt, door Irans banden met Europa en de ontwikkelde wereld te verdiepen.

En we hebben gemeenschappelijke vijanden: ISIS, al Qaida en al de soennitische terroristen wiens wildste droom het is om hun Amerikaanse vijanden hun sjiitische vijanden te zien bevechten. Wie wil er nog meer een Amerikaanse oorlog met Iran, behalve ISIS?

Helaas is hun getal legio: Saoedi’s, Israëli’s, neocons en hun denktanks, websites en magazines, haviken in beide partijen op Capitol Hill, democratie-kruisvaarders en velen in het Pentagon die hun gram willen halen voor wat door Iran gesteunde sjiitische milities in Irak gedaan hebben.

President Trump neemt een sleutelpositie in. Als hij doet wat de oorlogspartij wil, zal dat zijn nalatenschap zijn, zoals de Irakoorlog de nalatenschap is van George W. Bush.

Posted on

China kampt met toenemend Oeigoers terrorisme

De Volksrepubliek China is een seculiere staat en de meeste ingezetenen rekenen zich niet tot een bepaalde religie. Tot de uitzonderingen hierop horen onder andere de naar schatting 23 miljoen islamieten in China, die deels voor grote problemen zorgen.

De islam wordt vooral aangehangen door de Oeigoeren en andere Turkse volken in de noordwestelijke grensprovincie Xinjiang. De Oeigoeren maken ongeveer de helft van alle islamieten in China uit. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de circa elf miljoen Hui, die verwant zijn aan de Han-Chinezen. Het religieuze centrum van de Hui ligt in Linxia, dat ook wel als ‘Klein-Mekka’ aangeduid wordt. De gezagsgetrouwe Hui bezorgen de leiding in Peking echter geen noemenswaardige problemen.

Dat is wel anders met de Oeigoeren in het Oeigoerse autonome gebied Xinjiang, dat onder andere aan de islamitische landen Pakistan en Afghanistan grenst. De Oeigoeren streven vanouds naar onafhankelijkheid van China en raakten vanaf 1990 in het vaarwater van het islamitische extremisme. Daarvan getuigt niet in de laatste plaats het ontstaan van terroristische organisaties als de East Turkestan Islamic Movement (ETIM) en de later daaruit voort gekomen Turkestan Islamic Party (TIP). Deze organisaties werken samen met Al Qaida en verwante organisaties. Daartoe behoorde ook de Islamic Movement of Uzbekistan, tot deze het Al Qaida-netwerk verruilde voor dat van IS, wat op forse kritiek van TIP kwam te staan.

Al Qaida en IS

Er vechten ook Oeigoeren in Syrië. Een deel van hen is echter ontevreden over hoe de Syrische Al Qaida-tak, voorheen Jabhat al-Nusra, nu Jabhat Fateh al-Sham, zich minder ‘al Qaida-achtig’ en meer Syrisch probeert voor te doen, zodat een klein deel van de Oeigoerse strijders inmiddels is overgegaan naar ‘Islamitische Staat’.

De ‘kalief’ van IS, Abu Bakr al-Baghdadi noemde China in zijn inaugurele rede in juli 2014 als een land dat moslims onderdrukt. Daarop volgde in het voorjaar van 2015 een indirecte oorlogsverklaring van IS via internet. In november van het zelfde jaar vermoordden beulen uit naam van Allah de eerste Chinese gijzelaars.

Kort daarop verbreidde het al-Hayat Media Center van de terreurorganisatie in Syrië strijdliederen met de oproep aan de moslims in het “rijk van het midden” om “te ontwaken” en “naar de wapenen te grijpen”. Nog duidelijker viel de volgende boodschap van IS aan het adres van Peking uit, daarin heette het onder andere dat de “soldaten van het kalifaat” zouden komen om “stromen van bloed te laten vloeien en de onderdrukten te wreken!” Deze dreigementen werden in het Chinees uitgesproken door Oeigoerse IS-strijders. Volgens gegevens van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, die aangehaald worden door het dagblad Yediot Aharonot, zouden er momenteel enkele honderden tot mogelijk enkele duizenden Oeigoerse strijders in Syrië zijn. Daarvan vechten de meeste voor aan Al Qaida gelieerde groepen en een kleiner aantal voor IS.

Dat betekent dat mettertijd vele Oeigoeren met gevechtservaring vanuit Syrië en Irak naar huis terugkeren, wat het gevaar van islamitische opstanden doet toenemen. Peking voelde zich derhalve genoodzaakt tot omvattende repressiemaatregelen in Xinjiang.

Per slot van rekening heeft de noordwestelijke provincie van China een niet te onderschatten economische betekenis voor het rijk van het midden. Er bevindt zich namelijk een derde van de olie en gasvoorraden van het land. Daarbij komen bodemschatten als goud, koper en uranium. Ook bevindt zich in de provincie het vroegere kernwapenproefterrein aan de Lop Nor, dat binnenkort als eindstation voor het hoogradioactieve afval van de Chinese kernindustrie moet dienen.

Duizenden doden

In Xinjiang kwam het in de afgelopen decennia tijdens de vastenmaand Ramadan steeds weer tot heftige rellen. Die eisten alleen in juli 2009 al zo’n 200 slachtoffers en verliepen steeds volgens hetzelfde patroon: Eerst trokken Oeigoeren-bendes door de straten en lynchten Han-Chinezen, dan sloegen de ordebewakers van het centrale gezag met harde hand terug.

Bovendien pleegden islamitische terroristen regelmatig aanslagen in andere delen van het land. Daardoor kwamen sinds 1990 reeds duizenden mensen om het leven. De laatste tijd worden de aanslagen vrijwel altijd opgeëist door ETIM of TIP. Dat was bijvoorbeeld het geval met de mesaanval van Kunming in Zuid-West-China, waarbij op 1 maart 2014 30 reizigers en politieagenten om het leven kwamen, en vergelijkbare moorden in Guangzhou en de hoofdstad van Xinjiang, Ürümqi, in de lente van 2014.

Daarbij komen bomaanslagen als die van mei en september 2014 op de treinstations van Ürümqi en Luntai met tientallen doden. Net zulke bloedige gevolgen lieten in 2008 aanvallen op lijnbussen zien in de steden Shanghai, Kunming en elders in de provincie Yunnan.

De meest symbolisch geladen actie van ETIM had plaats op 28 oktober 2013. Toen raasde een met jerrycans met benzine volgestouwde SUV direct onder het grote portret van Mao op het Plein van de Hemelse Vrede in het centrum van Peking tussen de flanerende toeristen door en brandde vervolgens uit. Daarbij vielen vijf doden en 40 gewonden. Voor het staats- en partijhoofd Xi Jinping was het aanleiding om zijn politieke koers tegenover de Oeigoeren in de onrustige provincie Xinjiang duidelijk te verscherpen.

Historische speelbal

Dat Peking het separatistische streven van de Oeigoeren als serieuze bedreiging ziet en zodoende met alle middelen bestrijdt, heeft ook historische redenen. Er ontstonden in Xinjiang namelijk al tweemaal afvallige gebieden. Zo riepen de Oeigoeren in november 1933 de Islamitische Republiek Oost-Turkestan uit.

Die zou echter slechts enkele maanden bestaan en door de Mantsjoerijse krijgsheer Sheng Shicai  met wapensteun van de Sovjets beëindigd worden. Aansluitend veranderde hij de nominaal weer Chinese provincie in een protectoraat van de Sovjet-Unie. Die stationeerde troepen in Xinjiang en begon met het delven van bodemschatten. Daarbij ging het niet in de laatste plaats om uraniumerts, dat Moskou nodig had voor zijn kernprogramma.

De verkrijging van de strategisch belangrijke delfstof was vanaf 1943 een belangrijke taak van Josef Stalins chef van de geheime dienst Lavrenti Beria. En die moest al snel vaststellen dat Sheng, die op enig moment zelfs lid was geworden van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, nu met de nationalistische Chinese regering van Tsjang Kai-shek samenwerkte. Derhalve initieerde Beria een “volksopstand” van de Oeigoeren en andere islamitische volken in Xinjiang.

In de loop van die opstand riepen de rebellen onder Elihan Tore Saghuniy en Ehmetjan Qasimi op 12 november 1944 opnieuw een Republiek Oost-Turkestan uit. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze meteen zou toetreden tot de Sovjet-Unie, maar Stalin had er al snel geen belangstelling meer voor. Enerzijds omdat hij vreesde dat het radicaal-islamitische elan naar het aangrenzende Russisch-Turkestan over zou kunnen slaan. Anderzijds omdat hij sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog toegang had gekregen tot het uranium in Tsjechië en wat de DDR zou worden.

Derhalve liet Stalin de in de Chinese burgeroorlog triomferende communistenleider Mao weten dat hij de Oeigoeren-staat op kon heffen en de provincie Xinjiang weer onder controle van Peking kon brengen. En dat deed de grote roerganger eind 1949 dan ook. Door het voortbestaan van het onafhankelijkheidsstreven van de Oeigoeren, blijft Xinjiang echter een zwakke plek van China, die zich leent voor door buitenlandse machten gestimuleerde agitatie.