Posted on

Noord-Korea – Van Kluizenaarskoninkrijk tot Aziatische tijger?

kluizenaarskoninkrijk

Als er vrede gesloten kan worden, kon Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger worden, stelt Michiel Hoogeveen in zijn boek Het kluizenaarskoninkrijk. Het land heeft alles in huis om economisch succesvol te worden.

Samen met een collega bezocht ik in 2015 Noord-Korea. Het boek Het kluizenaarskoninkrijk van Michiel Hoogeveen is voor mij op veel punten dan ook een feest van herkenning. Ook bij ons was het gevaarlijkste moment van de reis de taxirit van het vliegveld naar het hotel in Beijing. Ook wij misten onze echte koffie enorm, ook in onze groep verdroeg 60% de kimchi niet, ook wij waren verbaasd over de relatieve welvaart in Pyongyang en de relatieve moderniteit van deze stad en het feit dat zoveel mensen (in tegenstelling tot China) perfect Engels spraken en zeker niet overkwamen als gevoelloze robots.

Perfect Engels

Tot onze verbazing werden we verschillende keren aangesproken in perfect Engels door verschillende burgers in Pyongyang. Ze wilden simpelweg een praatje maken en gidsen reageerden hier volstrekt normaal op. U dient wel in uw achterhoofd te houden dat enkel de elite in Pyongyang mag wonen.

Honger wordt er niet meer geleden in het kluizenaarskoninkrijk

Buiten de hoofdstad is het een ander verhaal. Zoals Hoogeveen in zijn boek stelt zijn de mensen hier veel armer. Honger wordt echter niet meer geleden. Het land was veel groener en vruchtbaarder dan ik ooit had kunnen denken. Wel is de voeding nog zeer eenzijdig. Zoals Hoogeveen terecht beschrijft wordt het socialisme steeds meer aan de kant geschoven en vervangen door moderne managementtechnieken. Ook de boeren mogen een steeds groter deel van hun oogst op de vrije markt verkopen. Overal in het land zie je dat er een klasse van handelaars ontstaan is die zeer kapitaalkrachtig is. Designerkleren en dure telefoons kom je in Pyongyang steeds meer tegen.

Economische ontwikkeling kan politieke verandering brengen

Net als Hoogeveen vind ook ik dat we met Noord-Korea de dialoog dienen aan te gaan. Ook ik denk dat economische ontwikkeling ook politieke veranderingen teweeg zal brengen. Er is reden tot hoop. Noord- en Zuid-Korea lijken eindelijk officieel vrede te gaan sluiten en Noord-Korea praat met de VS. Hun kernwapens zullen ze niet zomaar opgeven. Die moet men zien als een soort levensverzekering. Door de kernwapens kan het conventionele leger worden ingekrompen. Deze ontwikkeling zal de economie ten goede komen. Hoogeveen stelt met recht dat in geval van vrede Noord-Korea wel eens de nieuwe Aziatische tijger kan worden. Ze hebben alles in huis om economisch succesvol te worden: veel zeldzame grondstoffen, een hardwerkende, hoogopgeleide bevolking.

Dit boek is vooral interessant voor mensen die een boek zoeken dat gemakkelijk leest, zich niet in details verliest, maar wel een goed beeld geeft van de ontwikkelingen in het huidige Noord-Korea.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 2 Comments

Nederland potentieel doelwit in kernoorlog

Door het opzeggen van het INF-verdrag is Nederland teruggekomen in de wereld van de Koude Oorlog. In de oorlog van nucleaire dreigingen is Nederland echter niet een passieve speler, maar speelt het ook zelf actief mee op het nucleaire speelveld. 

Reeds lang wordt vermoed dat er ook op Nederlands grondgebied kernwapens worden opgeslagen, namelijk op de luchtmachtbasis in Volkel. Deze vermoedens werden bevestigd toen Wikileaks een cable naar buiten bracht uit 2009 over een bijeenkomst tussen de Amerikaanse ambassadeur in Duitsland (Phil Murphy), assistent-staatssecretaris Phillip Gordon en Christoph Heusgen, buitenlandse en veiligheidszakenadviseur van bondskanselier Angela Merkel.

In het gesprek merkt Gordon op een gegeven moment op dat het belangrijk is om het voorstel van het verwijderen van kernraketten in het coalitieakkoord goed te doordenken. In de cable staat:

“Bijvoorbeeld, een terugtrekking van nucleaire wapens uit Duitsland en mogelijk uit België en uit Nederland zou het Turkije politiek erg moeilijk maken om haar eigen voorraad te handhaven, ondanks dat het nog steeds overtuigd was van de noodzaak dit te doen.”

Ruud Lubbers

Ook vertelde in 2013 oud-premier Ruud Lubbers in een interview aan National Geographic Channel over zijn tijd als vaandrig op vliegbasis Volkel. In het interview vertelt de oud-premier dat hij in zijn diensttijd ‘nucleaire onderdelen’ heeft moeten categoriseren. Ook vertelt hij over 2013:

“Ik had toch nooit gedacht, dat wij in 2013 nog die onderdelen in Volkel zouden hebben. Ik had toen al lang gedacht dat na Reykjavik en het succes van de 0-0 en na het einde van de Koude Oorlog, dat er op één of andere manier dit allemaal verder zijn weg zou vinden. Maar ergens is nog altijd toch die, ook nu nog weer, die verleiding om weer in een conflict als het ware in een soort Koude Oorlog-verhouding weer te komen.”

Naast de aanwezigheid van nucleaire wapens op de luchtbasis Volkel zijn er geruchten dat er nabij de marinebasis in Den Helder eveneens op enig moment kernwapens opgeslagen zijn. Deze informatie is echter gedateerd, indien correct zou het gaan om kruisraketten.

Kernwapentaak voor Nederland

De atoomwapens die hoogstwaarschijnlijk op vliegbasis Volkel liggen zijn geen wapens die zelfstandig naar hun doel kunnen komen: daar zijn vliegtuigen voor nodig. Momenteel wordt die rol vervuld door de F-16. Maar met de aanschaf van de F-35 door de Nederlandse luchtmacht, zal deze rol moeten worden overgenomen door het nieuwe toestel.

Op Volkel zouden B-61-kernbommen opgeslagen liggen.

Nederland is overigens verplicht een dergelijke missie uit te voeren vanuit NAVO-verband. Dit werd onder andere duidelijk uit een antwoord van toenmalig minister van defensie Hennis-Plasschaert aan de Tweede Kamer. Reagerende op de Motie-Van Dijk in 2014 waarin werd aangenomen dat de F-35 geen kernwapentaak zou mogen uitvoeren, gaf de minister aan:

“Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26 488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen.”

Keuze voor Joint Strike Fighter

Het ligt overigens in de rede dat Nederland mede vanwege deze verplichting de F-35 heeft aangeschaft. Veel van de toenmalige concurrenten van de F-35 worden beschouwd als niet in staat te zijn kernwapens af te leveren.

Hoewel de Tweede Kamer zich in 2014 uitsprak tegen het geven van een kernwapentaak aan de F-35, gaf de minister toen ook al aan dit niet uit te kunnen voeren maar dat zij daarvoor in de plaats zou streven naar ontwapening. Aangezien de internationale verhoudingen van Nederland met Rusland zijn verscherpt, is de kans vergroot dat de Tweede Kamer haar opstelling in de toekomst zal wijzigen. Deze kans wordt verder vergroot daar de Adviesraad Internationale Vraagstukken het advies heeft gegeven dat het nieuwe toestel ook dergelijke wapens moet mogen afleveren.

Nederland: een doelwit in een kernoorlog

De aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied en de kernwapentaak maken Nederland ook een potentiële dreiging voor een land als Rusland. Deze kernwapens kunnen namelijk in een eventuele oorlog tegen de Russische Federatie worden ingezet. Nederlandse piloten waren ook voor een dergelijk doel opgeleid in de Koude Oorlog: namelijk om kernwapens te laten vallen op grondgebied van het Warschaupact.

In een eventuele kernoorlog met Rusland zou een dergelijk scenario zich herhalen en dus moeten de Russen rekening houden met de Nederlandse dreiging. Deze dreiging gaat in het geval van Nederland voornamelijk uit van Volkel en mogelijk van Den Helder. Vandaar de vluchten van Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim.

Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim

Het is overigens zeer onwaarschijnlijk dat de Tu-160-bommenwerpers die langs Nederland door internationaal luchtruim vliegen bewapend zijn met kernwapens vanwege veiligheidsoverwegingen. Een ongeluk met een kernwapen zou immers als een nucleaire aanval kunnen worden geïnterpreteerd. Ook is het zeer de vraag of de vluchten gelden als potentiële oefeningen omdat het erg gevoelig ligt dergelijke scenario’s te oefenen. Maar niettemin vervullen de vluchten van de Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim een afschrikkingsfunctie naar de Nederlands politiek. De boodschap is: “Jullie hebben kernbommen, gebruik ze niet tegen ons, anders gebruiken wij onze wapens.”

Een Nederlands antiballistisch raketsysteem?

Twee weken na de Kamerbrief dat de Russische 9M729-raket het INF-verdrag zou overtreden, kwam het kabinet met een Nationaal Plan Defensie-uitgaven ten behoeve van de NAVO. Hierin wordt geschreven dat Nederland voornemens is meer F-35-toestellen aan te schaffen, haar speciale en cyberoperaties-component wil vergroten en ook haar vuurkracht te land en ter zee wil vergroten. Vooral dat laatste blijkt interessant te zijn. Hierin wordt de wens uitgesproken om de Nederlandse ‘Zeven Provinciën-klasse’-fregatten uit te rusten met een (verbeterd) antiballistisch raketsysteem (ABM-systeem).

In de bijlage wordt beschreven: “De additionele ABM-systemen zullen de NAVO voorzien van een ABM-sensor en wapensystemen zoals werd verzocht in het ‘2017 capability target package’.”  Hierbij gaat het om het aanschaffen en integreren van raketten die ballistische raketten tot in de ruimte kunnen onderscheppen. De ABM-raketten betreffen waarschijnlijk de SM-3 raket. In eerdere oefeningen bleek verbeterde radar van de ‘Zeven Pronvinciën’-klasse al over voldoende capaciteit te beschikken om dergelijke ballistische-raketten te detecteren, maar het schip is afhankelijk van andere (veelal Amerikaanse) schepen om de ballistische raketten te vernietigen. De aanschaf van de SM-3 raket zou dit veranderen maar wel voor een kostenplaatje van zo’n 20 miljoen per stuk.

Posted on

VS en Rusland zeggen INF-verdrag op, wapenwedloop dreigt

Nadat de VS afgelopen vrijdag aankondigden uit het INF-verdrag te stappen, heeft vandaag Rusland aangekondigd in dat geval hetzelfde te doen. Een nieuwe wapenwedloop lijkt hiermee onvermijdelijk. Rusland heeft inmiddels opdracht gegeven voor de eerste hypersonische raket voor de middellange afstand. 

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Mike Pompeo, verklaarde vrijdag op een persconferentie:

“Ruslands overtredingen [van het INF-verdrag] zorgen ervoor dat miljoenen Amerikanen en Europeanen een groter risico lopen. Het is erop gericht om de VS militair te benadelen en het ondergraaft ons handelen om bilaterale relaties in een betere richting te doen bewegen. Het is onze plicht om dienovereenkomstig te handelen. Als een verdrag zo onbeschaamd wordt genegeerd en onze veiligheid zo openlijk wordt bedreigd, moeten we handelen.”

Rusland ontkent schending

Rusland heeft steeds ontkend dat het het INF-verdrag zou overtreden. De beide verdragspartners konden het de afgelopen tijd echter niet eens worden over de nodige stappen om het verdrag overeind te houden. Zo eisten de VS van Rusland de vernietiging van alle raketten die het INF-verdrag zouden overtreden. Van Russische zijde wordt echter ontkend dat de bewuste raketten het bereik hebben dat de Amerikanen er aan toeschrijven.

NAVO steunt VS

De NAVO steunt de beslissing van de VS om het INF verdrag op te zeggen. Zo schreef Jens Stoltenberg op Twitter:

Pompeo en Stoltenberg doelen in hun uitspraken op de ontwikkeling van de 9M729-raket door Rusland. Volgens de VS en de NAVO zou deze raket een bereik hebben dat wordt verboden door het INF-verdrag. In de afgelopen maanden zou het aantal bataljons uitgerust met deze raketten zijn verhoogd van drie naar vier. Hoewel veel informatie over de 9M729 afkomstig is uit militaire bronnen van westerse overheden, is het goed mogelijk dat de 9M729-raket de aangewezen capaciteiten heeft. In ieder geval is duidelijk dat Rusland in staat is om dergelijke wapens te produceren sinds het afvuren van de Kalibr-M-raketten door de Russische Kaspische Zee-vloot.

Rusland stapt ook uit INF-verdrag

De dag erop kwam het Russische antwoord op het opzeggen van het INF-verdrag door de VS bij monde van president Poetin. Bij een uitgezonden zitting van de Russische president Poetin met de minister van Defensie Sjoigoe en minister van Buitenlandse zaken Lavrov, verklaarde Poetin:

“Onze reactie zal identiek zijn. De Amerikaanse partners hebben aangekondigd hun deelname aan het verdrag op te schorten: Wij zullen ook uit het verdrag stappen.”

De Russische president droeg tevens het ministerie van Defensie op een hypersonische, vanaf de grond afgevuurde raket voor de middellange afstand te ontwikkelen.

Dat Rusland in staat is om dergelijke wapens te produceren is waarschijnlijk. De eerdergenoemde vanaf de zee afgevuurde Kalibr-M raketten zijn in staat dergelijke afstanden af te leggen. Ook heeft Rusland met de presentatie van de hypersonische Kanzjal-raket aangetoond dat het ook hypersonische wapens kan produceren. Dit overigens waarschijnlijk als eerste land ter wereld.

‘VS al sinds 1999 in overtreding’

Tijdens de zitting stelde minister Lavrov dat de VS al sinds 1999 het INF-verdrag overtreedt door het gebruik van drones, die Rusland ook als een soort raket beschouwt.  Deze kunnen de 500-kilometergrens van het verdrag overschrijden. Verder wees Lavrov op het in Roemenië gestationeerde Aegis-ashore systeem.

Het Aegis-ashore systeem is reeds lang een doorn in het oog voor Moskou. Dit anti-ballistisch-raketsysteem  (ABM-systeem) is oorspronkelijk in Oost-Europa gestationeerd om, volgens de VS, te beschermen tegen een raketaanval uit Iran. Moskou wees er al eerder op dat het plaatsen van een ABM-systeem het MAD-principe ondergraaft en daardoor kan leiden tot een nieuwe wapenwedloop.

“In 2014 begonnen de VS met het inzetten van lanceerplatforms voor ABM-systemen, de Mk41-lanceerplatforms, die kunnen worden gebruikt – zonder het maken van veranderingen (aan het systeem) – om Tomahawk middellangeafstandsraketten af te vuren.”

Nederland en het INF-verdrag

Vanuit Nederland wordt door verschillende politieke partijen met afkeur gereageerd op de Amerikaanse en Russische beslissingen, waarbij de schuld veelal eenzijdig bij Rusland wordt gelegd.

Eind november vorig jaar stuurde minister van Defensie Bijleveld de Tweede Kamer een brief over de Russische 9M729-raket. Volgens de minister beschikte Nederland over bewijs dat de raket inderdaad het INF-verdrag zou schenden. Zo’n twee weken hierna kwam de regering met een nationaal plan voor de NAVO. Hierin werd gemeld dat Nederland wil inzetten op het ontwikkelen van een eigen ABM-systeem door het aanschaffen van nieuwe radarsystemen voor de ‘Zeven Provinciën’-klasse-fregatten en het aanschaffen van SM-3-raketten.

Russische bommenwerpers in Venezuela

Nadat eerder deze maand al duidelijk was geworden dat de VS uit het INF-verdrag zouden stappen, kondigde Rusland aan strategische lange-afstandsbommenwerpers te stationeren in Venezuela. Deze supersonische Tu-160-bommenwerpers, die uitgerust kunnen worden met nucleaire wapens, zijn zo vlak bij de Amerikaanse zuidkust gestationeerd. De stationering van de bommenwerpers in Venezuela werd door de Russische luchtmacht direct in verband gebracht met de dreigende opzegging van het INF-verdrag door de VS.

Posted on

VS stappen definitief uit INF-verdrag

De Verenigde Staten hebben woensdag aangekondigd zich niet langer gebonden te voelen aan het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag met Rusland. De Amerikaanse regering beschuldigt Rusland van het schenden van het verdrag. De Russische regering weerspreekt dit en wijst op het Amerikaanse raketschild in Europa dat eveneens een (potentiële) schending van het verdrag zou zijn.

Meer over het belang van het INF-verdrag, de achtergronden ervan en de redenen waarom het verdrag nu op de helling staat, leest u in deze artikels:

http://www.novini.nl/de-ondermijning-van-het-inf-verdrag-en-de-nucleaire-pariteit/

http://www.novini.nl/russische-generaal-plaatsing-raketten-in-europa-dwingt-tot-preventieve-aanvalsdoctrine/

Posted on

Noord-Korea: Voorspelling voor 2019

The National Interest, een toonaangevend tijdschrift over internationale betrekkingen, heeft onlangs aan 27 Noord-Korea experts gevraagd om in 500 woorden aan te geven wat hun voorspellingen zijn voor 2019. Gaan we terug naar “Fire and Fury” of ligt er een duurzame Koreaanse vrede in het verschiet? Via Novini doe ik graag mijn bijdrage. 

Waar 2017 bekend stond om ‘Fire and Fury’, was 2018 het jaar van ‘de Koreaanse vrede die niet kwam’.

Op 1 januari 2018 deed Kim Jong-un in zijn nieuwjaarstoespraak – naast aangeven dat zijn nucleaire arsenaal was voltooid – een handreiking aan Zuid-Korea om de relaties te verbeteren. Vanaf dat moment greep de toenaderingsgezinde president Moon Jae-in van Zuid-Korea zijn kans op een diplomatieke doorbraak. En die kwam er. Succesvolle diplomatie tijdens de Olympische Winterspelen in Pyeongchang, en topontmoetingen tussen de leiders van Noord- en Zuid-Korea volgden. Het hoogtepunt van 2018 was op 12 juni toen in Singapore de historische ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un plaatsvond. Beide leiders spraken het vertrouwen in elkaar uit om in goede wil te gaan onderhandelen om de problemen op het Koreaanse schiereiland op te lossen. Richtlijn voor deze onderhandelingen was het ‘June 12 Joint Statement’, waarin werd aangegeven dat beide landen zouden toewerken naar ‘duurzame vrede’ en de ‘denuclearisatie van het Koreaanse Schiereiland’.

Onderhandelingen zitten muurvast

Al snel werd echter duidelijk dat, ondanks de zalvende woorden van Trump en Kim, de Amerikanen en de Noord-Koreanen nog steeds lijnrecht tegenover elkaar staan. Het probleem komt op het volgende neer: De Amerikanen willen dat Noord-Korea per direct alle nucleaire wapens opgeeft, en willen dan pas onderhandelen over vrede. De Noord-Koreanen zien dit als onvoorwaardelijke overgave, en willen het ‘Joint Statement’ stapsgewijs implementeren: eerst onderhandelen over veiligheidsgaranties voor het regime en sanctieverlichting, dan over denuclearisering, daarna over een vredesverdrag.

Denktanks

De onderhandelingen tussen beide landen zitten dus muurvast. Daarbij heeft de vooringenomen berichtgeving in de media ook niet geholpen. Regelmatig werd er informatie ‘gelekt’ door militair-industriële denktanks dat de Noord-Koreanen zouden ‘vals spelen’ en ‘niet te vertrouwen zijn’. Hetgeen niet mogelijk is aangezien er nooit een bindende overeenkomst is getekend.

Onenigheid in het Witte Huis

Wat ook niet heeft geholpen is de onenigheid in het Witte Huis over hoe met de Noord-Koreanen te onderhandelen. De onconventionele president Trump gaf meerdere keren aan vredesonderhandelingen een kans te geven. “KOREAN WAR TO END!”, twitterde hij op 27 april. Maar zijn adviseurs en medewerkers staan hier minder welwillend tegenover.

Toenadering

Wat kunnen we verwachten in 2019? Ik verwacht dat Noord- en Zuid-Korea onverminderd door zullen gaan met het beleid van toenadering. Onlangs werden er landmijnen en bewakingsposten verwijderd uit de zwaarbewapende ‘gedemilitariseerde zone’, en er lijkt binnenkort een trein over de grens te gaan rijden. Kleine maar belangrijke stappen om wederzijds vertrouwen te creëren.

Nieuwe top

Daarnaast verwacht ik dat er een tweede ontmoeting plaats zal gaan vinden tussen Trump en Kim. Waarschijnlijk ergens in het voorjaar. Aangezien het voor de beleidsmakers van beide landen niet mogelijk is gebleken om verder te komen met de onderhandelingen, moet een nieuwe top tussen de leiders de impasse doorbreken.

Diplomatie

Ik verwacht niet dat de spanningen uit 2017 snel zullen terugkeren. Dat is in niemands belang. Een nieuwe nucleaire test of raketoefening van Noord-Korea zal al het opgebouwde krediet van Kim Jong-un op het wereldtoneel teniet doen. Daarin moet de rol van China ook niet worden vergeten. Peking heeft altijd laten weten niets op te hebben met de testen. Voor Trump zou het afbreken van de onderhandelingen de ultieme diplomatieke nederlaag betekenen. De kans is groot dat oorlogszuchtige haviken in het Witte Huis dan over willen gaan op daadwerkelijke militaire actie. Zover zullen beide leiders het hopelijk niet laten komen.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Russische generaal: “Plaatsing raketten in Europa dwingt tot preventieve aanvalsdoctrine”

In een interview heeft generaal b.d. Viktor Yesin van de Russische Strategische Rakettroepen verklaard dat Rusland geen effectieve reactie heeft op eventuele plaatsing van Amerikaanse nucleaire raketten in Europa. Een dergelijke situatie wordt mogelijk door het opzeggen van het INF-verdrag door de VS. Bijgevolg zou Rusland in dat geval gedwongen zijn af te stappen van haar represaille-aanvalsdoctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanvalsdoctrine moeten aannemen.

“Als de Amerikanen beginnen met het plaatsen van hun raketten in Europa hebben we geen keuze behalve het afstappen van een represaille-aanval-doctrine en over te gaan naar een preventieve-aanval-doctrine”, verklaarde Yesin.

Russische rakettroepen oefenen in het zuiden van Rusland, maart 2018 (foto: mil.ru).

De woorden van de gepensioneerde generaal zijn een reactie op de recente beslissing van de Amerikaanse president Trump om het INF-verdrag op te zeggen, het verdrag over het verbod van middellangeafstandsraketten. Door het voornemen van Trump om eenzijdig het INF-verdrag op te zeggen is de mogelijkheid opnieuw geopend dat korte en middellangeafstandsraketten bewapend met kernkoppen geplaatst kunnen worden in Europa. Het probleem met dergelijke raketten is dat als ze worden afgevuurd de tijd om te reageren maar zeer kort is.

Wederzijds gegarandeerde vernietiging

De belangrijkste factor die landen ervan weerhoudt kernwapens in te zetten wordt daarmee ernstig beperkt, namelijk dat indien één van de partijen kernwapens gebruikt, beide partijen gegarandeerd worden vernietigd (het zogeheten MAD-principe – ‘Mutual Assured Destruction’). Door de korte vliegafstand van dergelijke middellangeafstandsraketten is er maar zeer korte tijd om een beslissing te nemen voor een tegenreactie. Eveneens is er zelfs te weinig tijd om antwoordende middellangeafstandsraketten in staat van paraatheid te brengen. Het gevolg is dat lanceerinstallaties als vernietigd zijn tegen de tijd dat ze in staat van paraatheid zijn gebracht.

http://www.novini.nl/de-ondermijning-van-het-inf-verdrag-en-de-nucleaire-pariteit/

Door deze situatie wordt een represaille-aanval onmogelijk en is ook de ruggengraat van de nucleaire afschrikking (het MAD-principe) niet meer functioneel. Bijgevolg blijft er alleen de mogelijkheid over om een preventieve aanval uit te voeren indien er een ernstig dreigende situatie ontstaat. Dat wil zeggen dat als deze partij zich ernstig bedreigd voelt op grond van een concreet vermoeden dat haar tegenstander op het punt staat een nucleaire aanval te lanceren, deze partij dan kan besluiten preventief zelf een dergelijk aanval uit te voeren.

Generaal buiten dienst Yesin geeft dus aan dat, als dergelijke raketten worden geplaatst in Europa, Rusland zal afstappen van haar huidige represaille-aanval-doctrine en daarvoor in de plaats een preventieve-aanval-doctrine zal ontwikkelen. Dergelijke woorden zijn des te verontrustender aangezien de Russische president Vladimir Poetin al meerdere malen heeft aangegeven dat het op land geplaatste AEGIS-systeem in Roemenië in staat is om middellangeafstandsraketten af te vuren.

‘Dode Hand’

Generaal b.d. Yesin heeft in hetzelfde interview eveneens verklaard dat het dode hand-systeem ‘Perimetr’ operationeel en gemoderniseerd is: “Het Perimeter-systeem is functioneel en is zelfs verbeterd.”

Indien een nucleaire aanval alle Russische commandoposten heeft uitgeschakeld, geeft dit systeem automatisch opdracht aan alle overgebleven lanceerinstallaties (inclusief onderzeeërs) om over te gaan tot lancering.

Hoewel dit uit de Koude Oorlog stammende systeem alleen wordt geactiveerd in het geval dat een kernoorlog op het punt staat om uit te breken, blijkt het, volgens Yesin, nog steeds te bestaan en is het zelfs gemoderniseerd. In het geval dat de wereld zich op de rand van een kernoorlog begeeft kan dit systeem dus worden geactiveerd.

Posted on

De ondermijning van het INF-verdrag en de nucleaire pariteit

Met de recente aankondiging dat de Verenigde Staten uit het INF-verdrag willen stappen, lijkt een einde te komen aan de beperking op het ontwikkelen en inzetten van middellangeafstandsraketten. Het besluit van Trump om uit het verdrag te stappen volgt op een vermeende overtreding van het verdrag door Rusland. De opzegging van het INF-verdrag slaat weer één van de pijlers weg onder de non-proliferatie in een steeds instabieler wordende wereld. Een overzicht van een aantal gebeurtenissen die hebben geleid tot het begin en het nakende einde van het INF-verdrag.

Brussel, 2 oktober, de Amerikaanse ambassadrice voor de NAVO Kay Bailey Hutchison doet een uitspraak waarvan u waarschijnlijk niets weet, maar die kort daarna tot scherpe reacties uit Moskou leidt. Tegenover de pers verklaart Hutchison dat als Rusland besluit een gloednieuwe raket in gebruik neemt, de VS zal “gaan zoeken naar mogelijkheden om raketten uit te schakelen die andere landen kunnen raken.” Hutchison zei verder: “De tegenmaatregelen (van de VS) zouden zijn om de raketten uit te schakelen die ontwikkeld worden door Rusland.”

De uitspraken van Hutchison werden kort daarna al flink op de hak genomen door de woordvoerster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken Maria Zacharova: “Mensen die zulke uitspraken doen zijn niet bekend met de mate van hun verantwoordelijkheden en het gevaar van agressieve retoriek.”

Hutchison lichtte haar uitspraak later nader toe: “Ik sprak niet over een preventieve aanval op Rusland. Mijn punt is: Rusland moet zich weer houden aan het INF-verdrag. Anders moeten wij hun capaciteiten evenaren om de belangen van de VS en de NAVO te beschermen.” De situatie is een schoolvoorbeeld van hoe een verkeerd gekozen uitspraak wereldwijd de spanningen op scherp kan zetten.

Nieuwe Russische raket

De reden van de spanningen bij de VS is de Russische 9M729-raket. Volgens zowel de Amerikaanse minister van Defensie, James Mattis, als secretaris-generaal van de NAVO Jens Stoltenberg, zou de 9M729-raket het INF-verdrag overtreden omdat deze een groter bereik zou hebben dan 500 km. “Volgens de VS is Rusland begonnen met het inzetten van die raket. Ze hebben die informatie met ons gedeeld”, aldus Stoltenberg. De Amerikaanse minister van Defensie Mattis was rond die tijd in Europa om te praten over de vraag wat er met het INF-verdrag moest gebeuren als Rusland zich niet aan het verdrag zou houden. “Ik kan niet voorspellen waar het naartoe zal gaan”, vertelde Mattis de pers, “dat is een beslissing voor de president.”

De reactie kwam amper een maand later, toen president Trump verklaarde het verdrag te willen opzeggen omdat Rusland zich niet aan het verdrag zou houden. Trump verklaarde: “Wij zijn degenen die zich aan het akkoord hebben gehouden. Maar Rusland heeft, helaas, het verdrag niet geëerbiedigd. Dus we gaan het verdrag beëindigen en we trekken ons terug.”

Totstandkoming INF-verdrag

Het Intermediate Nuclear Forces Treaty, oftewel INF-verdrag kwam tot stand aan het einde van de Koude Oorlog en werd opgesteld door de regeringen van Reagan en Gorbatsjov. Het verdrag legt een verbod op het ontwikkelen en gebruiken van middellangeafstandsraketten met een bereik van 500 tot 5500 kilometer die vanaf het land worden afgevuurd op. Het verdrag is ondertekend door de VS en de USSR, andere landen hebben het verdrag dus niet ondertekend en zijn in principe vrij om dergelijke wapens te ontwikkelen en gebruiken.

Gorbatsjov en Reagan ondertekenen het INF-verdrag in 1987.

Een van de belangrijkste redenen voor het verdrag was dat het niet duidelijk was of een dergelijke raket een conventioneel wapen bij zich droeg of een nucleaire. Als een dergelijk wapen werd gebruikt was het voor de andere partij met andere woorden niet duidelijk met wat voor soort wapen ze werden aangevallen. In de gespannen sfeer van de Koude Oorlog waren politici bekend met het feit dat een klein misverstand kon leiden tot een eventuele fatale beslissing en daarmee een nucleaire oorlog. Het gebruik van een middellangeafstandsraket met een conventionele kop zou dus kunnen leiden tot een vergeldingsaanval met een nucleair wapen, met een eventuele nucleaire oorlog tot gevolg.

Het is ook belangrijk te benadrukken dat het INF-verdrag alleen geldt voor raketten die vanaf land worden afgevuurd. De reeds ontwikkelde Amerikaanse Tomahawk-raketten die vanaf zee worden afgevuurd vielen dus buiten het verdrag. Ook heeft de USSR besloten om haar Oka-raketten uit dienst te doen. Ondanks dat deze raketten een bereik hadden van 450 kilometer, en daarmee dus buiten het verdrag vallen, werden ze toch buiten dienst gesteld.

ABM-verdrag

Het proces dat zou leiden tot het opzeggen van het INF-verdrag werd in gang gezet met het opzeggen van een ander verdrag. In december 2001 zegde toenmalig president Bush het Anti-Balistic Missile (ABM) -verdrag op. De reden die hiervoor gegeven werd, was dat er in die tijd in de VS angst bestond voor een nucleaire aanval van een ‘schurkenstaat’ en/of terroristische groeperingen. Specifiek werd er gesproken over Noord-Korea en Iran. Hoewel Iran in die tijd Iran niet beschikte over een ballistische raket met voldoende bereik, noch was aangetoond dat Iran een nucleair programma had voor niet-vreedzame doeleinden, werd gesteld dat de dreiging bestond dat Iran mogelijk Europa of zelfs de VS zou aanvallen.

De VS verklaarde bijgevolg dat het Antiballistische raketten wou stationeren in Europa zodat zij in staat zou zijn ballistische raketten uit Iran te kunnen onderscheppen en vernietigen. Deze ABM-installaties zouden moeten worden geplaatst in Polen en Tsjechië. Dit was echter tegen het zere been van Rusland. Het zou immers veel logischer zijn geweest om deze ABM-installaties verder naar het zuiden te plaatsen en niet tussen Rusland en Europa. In Rusland werd het ABM-systeem – ook wel raketschild genoemd – waargenomen als tegen Russische ballistische raketten gericht. Ruslands tegenvoorstel voor de VS was om een Russisch radarstation te gebruiken in het veel dichter bij Iran gelegen Azerbeidzjan.  De VS wees het Russische voorstel echter van de hand en het ABM-systeem werd uiteindelijk gebouwd in Polen en Roemenië. Hier werd een AEGIS-systeem gebouwd dat doorgaans alleen geïnstalleerd wordt op schepen.

De weerzin van Rusland over het opzeggen van het ABM-verdrag door de VS werd niet begrepen in Europa en andere delen van de wereld. Het ging hier om een antiballistisch raketsysteem, met andere woorden een systeem dat moest beschermen tegen een nucleaire aanval. En wie is nou tegen een bescherming tegen nucleaire wapens?

Mutually Assured Destruction (MAD)

De reden voor de Russische weerwil is dat een raketschild het MAD-principe ondermijnt. Dat principe houdt In dat kernmachten op voorhand weten dat als ze een kernoorlog beginnen ze zelf ook volledig verwoest zullen worden. Hoe luguber dit ook mag klinken, dit principe lag aan de grondslag van de relatief vreedzame periode waarin wij de afgelopen decennia hebben geleefd. Het idee dat beide nucleaire machten elkaar volledig zouden vernietigen, het zogenaamde Mutually Assured Destruction (MAD, wederzijds gegarandeerde vernietiging), maakt een potentiële oorlog voor beide partijen onaantrekkelijk. Een nucleair conflict zou immers enkel verliezers kennen. Het idee is dus dat zolang er een zeker evenwicht bestaat tussen beide partijen met kernwapens, beide partijen niet geneigd zijn elkaar aan te vallen. Dit evenwicht wordt nucleaire pariteit genoemd.

Door de ban op ABM-systemen op te heffen, is het niet meer zeker dat beide partijen de ander kunnen vernietigen. Met andere woorden, één partij heeft in principe de mogelijkheid om een oorlog te beginnen zonder daarbij zelf te worden vernietigd. Een van de partijen heeft in zo’n situatie een groot strategisch voordeel ten opzichte van de andere partij. De nucleaire pariteit wordt zo verbroken.

De partij zonder een raketschild zal bij een dreiging, wetende dat zij zich in het nadeel bevindt, voorzorgsmaatregelen moeten nemen. Haar strategische wapens zijn immers minder effectief. Bij een vermeende dreiging zal zij dus eerder geneigd zijn om het initiatief te nemen door bijvoorbeeld preventief aan te vallen. Het gebrek in nucleaire pariteit leidt dus tot situaties waarin de partij die zich in het nadeel bevindt eerder geneigd is om haar nucleaire wapens in te zetten.

Dit was voor Rusland overigens begin jaren 2000 meer het geval dan nu. Dit komt omdat haar conventionele strijdkrachten zich toen in een zeer slechte toestand bevonden en de Russische Federatie voornamelijk afhankelijk was van haar nucleaire wapens ter verdediging. Met een beter georganiseerd leger, is Rusland nu ook minder afhankelijk van zijn nucleaire wapens voor zijn verdediging.

Naast dat het wegvallen van nucleaire pariteit leidt tot een situatie waarin landen eerder geneigd zijn hun nucleaire wapens in te zetten, leidt het ook tot een nieuwe wapenwedloop. Het land dat zich in het nadeel bevindt moet haar militaire potentieel verbeteren om de pariteit te herstellen. Deze verbeteringen in wapensystemen van land A leiden weer tot verbeteringen in wapensystemen in land B. Het gevolg is een peperdure wapenwedloop. Het zijn precies de enorme kosten van een dergelijke wapenwedloop die de Sovjet-Unie en de VS destijds deden besluiten om dergelijke ABM-systemen in de ban te doen.

De 9M729 Een overtreding van het INF-verdrag?

Het Amerikaanse antiraketschild heeft in Rusland precies tot de reactie geleid die door Poetin was voorspeld. Misschien wel het meest herkenbare element hiervan kwam in maart dit jaar toen Poetin een zestal gloednieuwe wapens presenteerde die allen het Amerikaanse ABM-systeem op hun eigen wijze wisten te omzeilen. Een wapen dat niet in de presentatie van Poetin zat is de 9M729.

Zoals hierboven al genoemd zijn de VS en ook NAVO Secretaris-Generaal Stoltenberg ervan overtuigd dat de 9M729-raket een bereik heeft dat voorbijgaat aan de 500 kilometergrens opgelegd door het INF-verdrag. Rusland spreekt dit tegen. De informatie van zowel de VS als van de Russische Federatie is, vanwege haar militaire aard, moeilijk te controleren.

Dat Rusland de knowhow in huis heeft om dergelijke raketten te produceren is bekend sinds 2015. De wereld werd wakker geschud toen vier relatief kleine Russische schepen vanuit de Kaspische Zee ISIS-doelwitten bombardeerden in Syrië. Westerse bronnen vermoeden dat de 9M729-raket een gemodificeerde versie van de Ch-101 of van de 3M-54 Kalibr-raket is aangepast voor lanceerinstallaties op land. Indien dat laatste waar is, is de Amerikaanse claim dat de raket verder kan vliegen dan 500 kilometer zeer waarschijnlijk waar.

De 9M729-raket zou afgevuurd worden vanaf een aangepaste versie van de mobiele Russische raketinstallatie Iskandr-M. Omdat het platform dat de 9M729-raket afvuurt veel zou lijken op dat van de Iskandr-M is het moeilijk vast te stellen wat voor soort wapen ergens is gestationeerd. De raketten zouden tijdens hun vlucht in staat zijn te manoeuveren. Hierdoor wordt het erg moeilijk om dergelijke raketten neer te schieten omdat op voorhand niet duidelijk is wat hun doel is en dus ook niet wat hun baan is. Het neutraliseren van potentiële inkomende raketten wordt verder bemoeilijkt doordat een typische brigade van de Iskandr-M lanceerinstallaties bestaat uit 12 van dergelijke voertuigen, elk met twee raketten. Het gelijktijdig afvuren van zoveel raketten verzadigd een anti-raketsysteem waardoor het nog moeilijker is te beschermen voor een dergelijke raketaanval.

Overtredingen INF door VS?

Rusland wijst van zijn kant al enige tijd op een overtreding van het INF-verdrag door de VS, namelijk op de ABM-installaties die zijn geïnstalleerd in Roemenië en Polen. Het systeem wat hiervoor is gebruikt is het AEGIS-systeem, een anti-luchtdoelraketsysteem dat veelal wordt gebruikt op Amerikaanse marineschepen. De lanceerinstallaties die voor het ABM-systeem worden gebruikt zouden volgens de VS een zuiver kinetische werking hebben, d.w.z. ze halen raketten neer door er tegenaan te botsen. Volgens Rusland zijn deze ABM-systemen echter makkelijk om te bouwen, zodat de lanceerinstallatie ook kruisraketten kunnen lanceren. Onlangs verklaarde Poetin hierover nog:

“En de VS hebben (het INF-verdrag) al overtreden door ABM-raketsystemen te plaatsen in Roemenië en daarvoor AEGIS-systemen te gebruiken en die op land neer te zetten. Wat hebben ze gedaan? Deze AEGIS-systemen kunnen worden gebruikt om aanvalsraketten te lanceren, niet alleen voor ABM-raketten. Daarvoor hoeven ze alleen een computerprogramma aan te passen. Dat is alles. Het is een werk van enkele uren. We zullen zelfs niet weten wat er gebeurd. (…) En aanvalsdrones zijn ook overtredingen (van het INF-verdrag – SB). Ze verschillen niet van raketten van korte en middellange afstand. (Beiden verboden door het INF – SB)”

Net als de claims die de VS over de Russische raketten maakt, zijn ook deze beweringen moeilijk te controleren.

Europa en het INF-verdrag

Hoewel de VS vrij makkelijk afstand lijken te hebben genomen van het INF-verdrag lijkt het opzeggen van het verdrag bij Europa op meer weerstand te botsen. De reacties zijn veelal afkeurend. Immers, anders dan voor de VS, zijn het de raketten van middellange afstand die juist een bedreiging vormen voor de Europese staten. De grote angst is dat de 9M729 raketten worden gestationeerd in het Russische Kaliningrad waarvandaan de raketten, indien ze daadwerkelijk het voorspelde bereik hebben, veel Europese landen kunnen bereiken.

De VS worden door het opzeggen van het INF-verdrag veel minder benadeeld dan Europese landen. Afgezien van het dunbevolkte Alaska, grenzen de VS vooral aan vriendelijke staten, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat Russische middellangeafstandsraketten in de nabijheid van de VS worden gestationeerd. Hoogstens een (onwaarschijnlijke) stationering van dergelijke raketten op Cuba zou eventueel een mogelijkheid zijn. Waardoor overigens een herhaling van de Cubacrisis op zou kunnen treden, toen het stationeren van Amerikaanse raketten in Turkije ertoe leidde dat de USSR soort gelijke raketten op Cuba plaatste.

Het risico ligt dus voornamelijk bij Europa. Dit werd Europese landen ook duidelijk gemaakt door Poetin. Op een recente persconferentie verklaarde de Russische president het volgende:

“Wat Europa betreft, als de VS zich uit het INF-verdrag terugtrekken, dan is de belangrijkste vraag wat ze zullen gaan doen met deze opnieuw verschenen raketten. Als ze worden geleverd aan Europa dan, natuurlijk, zullen we op een overeenkomstige manier reageren. En de Europese landen die daarmee akkoord gaan, als het zover komt, moeten begrijpen dat ze hun territorium onder het risico plaatsen van een mogelijke vergeldingsaanval (op een aanval met Amerikaanse raketten).”

Met het nakende einde van het INF-verdrag wordt weer een stap gezet naar de verdere afbraak van nucleaire non-proliferatie, nadat eerder al het ABM-verdrag was gesneuveld. Als volgende lijkt het New START-verdrag aan de beurt te zijn, aangezien zowel Trump als zijn Nationale Veiligheidsadviseur, John Bolton, zich al kritisch over dat verdrag hebben uitgelaten. In ieder geval benadrukt het opzeggen van het INF-verdrag de slechte (diplomatieke) relatie tussen Rusland en de VS. Het wegvallen van het INF-verdrag betekent eveneens dat de optie weer open is dat het afvuren van een conventionele raket kan worden geïnterpreteerd als een nucleaire aanval. In de schaarse momenten die dan overblijven voor het beslissingsproces voor het bepalen van een tegenreactie kan dit zomaar leiden tot de fout die de mensheid heel duur kan komen te staan.

Posted on

China en Noord-Korea: tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld

De ogen waren in het Westen steeds gericht op Trump en Kim Jong-un, maar hoe staat het eigenlijk met de verhouding tussen Noord-Korea en China? Na al het retorische geweld en vervolgens de vredige top tussen de leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea, blijft het uiterst relevant te weten welke invloed China achter de schermen uitoefent. Hoe zag de verhouding tussen China en Noord-Korea er de afgelopen decennia überhaupt uit? En welke ontwikkelingen maken dat, na een dieptepunt in 2015, de betrekkingen nu plotseling aanzienlijk beter lijken te zijn?

Het is 4 september 2015. In de Chinese hoofdstad Peking zit de toenmalige Zuid-Koreaanse president Park Gyeun-hye prominent naast haar Chinese collega president Xi Jinping. Geamuseerd kijken ze naar een legerparade ter ere van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl beide leiders innig in gesprek zijn, zit Choe Ryong-hae – een hoge functionaris uit Noord-Korea – op enkele meters afstand. Decennia geleden had een vertegenwoordiger van Noord-Korea op de stoel naast de Chinese president gezeten en was dit beeld ondenkbaar geweest. De functionaris, die werd uitgezonden als de persoonlijke vertegenwoordiger van Kim Jong-un, werd zelfs een korte ontmoeting met Xi Jinping geweigerd. Het onderstreepte de diepe kloof die bestond tussen de twee landen.

De Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye kreeg een prominente plaats op de tribune bij een militaire parade ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Peking, 2015.

Hoe anders is het beeld sinds maart 2018. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is inmiddels tot drie keer toe op bezoek geweest bij de Chinese president. Met zijn zwaar gepantserde trein raasde Kim door het Chinese landschap. Peking werd compleet voor hem stilgelegd. Na een innige ontmoeting en een urenlange bespreking waren Kim en zijn vrouw te gast bij een uitgebreid staatsbanket. Speeches volgden. Beide leiders prezen de zeventig jaar lange ‘goede’ relatie tussen beide landen. Xi beloofde economische samenwerking. Alsof er drie jaar geleden niets was gebeurd. Het is tekenend voor de ongemakkelijke relatie tussen beide landen. China is niet blij met het gedrag van Noord-Korea, dat al jarenlang aan een nucleair wapenarsenaal werkt. Toch blijft China trouw steun verlenen aan Kims regime. Waar komt deze onvoorwaardelijke steun vandaan? Wat belemmert het machtige China in te grijpen? En hoe verhoudt deze ongemakkelijke relatie zich tot het geopolitieke schaakspel dat Noordoost-Azië sinds de Koude Oorlog in haar greep houdt?

Veiligheidsparaplu
De innige vriendschap tussen beide communistische volkeren ontstond tijdens de Koreaanse Oorlog die van 1950 tot en met 1953 gevoerd werd. Het Chinese volksleger van Mao Zedong schoot de Noord-Koreanen te hulp nadat de troepen van de Verenigde Naties dicht bij de Chinese grens kwamen. Met hulp van de Chinezen werden de VN-troepen weer teruggedrongen naar de 38-ste breedtegraad. Het is dankzij de Chinezen dat Noord-Korea überhaupt bestaat.

Na de wapenstilstand van 1953 – een vredesverdrag werd nooit getekend – trokken China en Noord-Korea samen op. Hun onvoorwaardelijke vriendschap werd verankerd in het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag van 1961. In dit verdrag verklaren de twee staten zich met ‘alle nodige maatregelen’ te zullen verzetten tegen elk land of elke coalitie van landen die één van hen zou kunnen aanvallen. Na de Koreaanse Oorlog schaarde Noord-Korea zich onder de ‘veiligheidsparaplu’ van China. Zuid-Korea schaarde zich onder die van de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog veranderde er weinig in de Sino-Noord-Koreaanse betrekkingen. Hoewel er ten tijde van de Culturele Revolutie spanningen waren – naar verluidt vonden de Noord-Koreanen het ‘een grote krankzinnigheid’ – heeft China decennialang onvoorwaardelijke economische en politieke steun verleend. Voor China heeft Noord-Korea altijd gediend als een ideale bufferstaat tussen China zelf en het kapitalistische Zuid-Korea en Japan, die beide onder invloed van de Verenigde Staten staan. Hoewel arm en weinig invloedrijk, diende Noord-Korea de belangen van China door in de regio tegen de Amerikanen te ageren.

Een faalveilig mechanisme
Na de Koude Oorlog veranderde dit beeld. Toen de Sovjet-Unie instortte en wegviel als economische donor van Noord-Korea, probeerde China het gat op te vullen. China kreeg echter al snel te maken met eigen economische problemen. Hierdoor kwam Noord-Korea er alleen voor te staan. Overal ter wereld zag het Noord-Koreaanse regime voormalige onvoorwaardelijke allianties uit elkaar vallen. Socialistische dictaturen werden bloedig omvergeworpen en maakten plaats voor de liberale marktdemocratie. In 1994 overleed president Kim Il-sung en was de Noord-Koreaanse economie volledig ingestort, met een enorme hongersnood tot gevolg. Noord-Korea stond op de rand van de afgrond.

China transformeerde ondertussen tot een economische grootmacht. In dit proces haalde China zelfs de banden met Zuid-Korea aan. Terwijl Zuid-Korea als soeverein land werd erkend door China en Rusland, weigerden Japan en de Verenigde Staten hetzelfde te doen met Noord-Korea. De Chinese ‘veiligheidsparaplu’ leek weg te vallen. Wat was het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag nog waard? Het kwetsbare Noord-Korea had een faalveilig mechanisme nodig om overleving van het regime te garanderen. Het besloot kernwapens te ontwikkelen.

Speldenprikjes
China heeft de afgelopen decennia vaak laten weten niets op te hebben met deze nucleaire ambities. De constante spanningen die erdoor oplaaien in de regio zijn niet in het belang van de Chinezen. Zij willen juist regionale stabiliteit ten behoeve van de groei van de Chinese economie.

Toch heeft China bijzonder weinig gedaan om de ontwikkeling van Kims kernwapenprogramma tegen te werken. Terwijl de internationale gemeenschap na iedere nucleaire test steeds weer strengere sancties oplegde, bleef China Noord-Korea oogluikend ondersteunen. VN-resoluties werden afgezwakt door Chinees toedoen en in de praktijk vaak niet uitgevoerd. Terwijl Peking beweerde zijn best te doen de sancties tegen Noord-Korea te handhaven, werd in Dandong aan de grens met Noord-Korea nog volop gehandeld.

De maatregelen die China wél tegen Noord-Korea heeft genomen zijn slechts speldenprikjes geweest. Voorbeelden daarvan zijn het tijdelijk afknijpen van de olietoevoer, het aan banden leggen van de import van Noord-Koreaanse kolen en het geven van een diplomatieke voorkeursbehandeling aan Zuid-Korea. Hoewel de Chinese maatregelen leidden tot ongemakken in de Noord-Koreaanse samenleving, hebben ze op geen enkel moment het regime aan het wankelen gebracht. China heeft er altijd voor gezorgd dat Noord-Korea het hoofd boven water kon houden.

De reden daarvoor is dat het alternatief voor de Chinezen nog vele malen onaantrekkelijker is. Een ineenstorting van het Kim-regime zou voor China desastreus uitpakken. China zou ten eerste te maken krijgen met een ongekende vluchtelingenstroom aan zijn grenzen. Ten tweede is het allerminst zeker wat voor regime de macht in Noord-Korea zou overnemen. Bij regime change is bijna altijd sprake van bloedvergieten. Zeker omdat daar kernwapens bij kunnen worden ingezet, wil China dat risico liever vermijden. Ten derde zal China met het wegvallen van Kim aanzienlijke regionale politieke invloed verliezen. Als Zuid-Korea – met een economie bijna veertig keer zo groot als die van de noorderbuur –- invloed zou krijgen over Noord-Korea, kunnen de Amerikanen heel dicht bij de Chinese grens komen.

Amerikaanse druk
De Amerikanen ergeren zich al jaren aan het tegenstrijdige beleid van China. Zij willen het liefst Noord-Korea politiek en economisch zoveel mogelijk onder druk zetten tot Kim eindelijk zal toezeggen zijn kernwapens op te geven. President Trump zei: “Zonder de hulp van China kan Noord-Korea niet eens eten. Om het Noord-Koreaprobleem op te lossen, moeten we achter China aan.”

Trump voerde de druk op China op om de strenge sancties tegen Noord-Korea te handhaven. President Xi werd voor het blok gezet. Óf het Kim-regime blijven steunen, óf de Chinese handelsbelangen met Amerika behartigen. Even leek China voor het laatste te kiezen. Onder druk van de Amerikaanse president werd recent zelfs de handel in de Chinese grensgebieden zo goed als stil gelegd. Tot er iets historisch gebeurde. Kim Jong-un beloofde te stoppen met het testen van nucleaire wapens en langeafstandsraketten. Van kreupelende sancties en oorlogsretoriek ging het ineens over het sluiten van een vredesverdrag en diplomatieke toenadering. Op 12 juni 2018 vond een ontmoeting plaats tussen Trump en Kim Jong-un. Dat was de eerste keer dat een leider van Noord-Korea en een zittende Amerikaanse president elkaar ontmoetten. De twee leiders beloofden met elkaar te onderhandelen. Hierdoor was de diplomatieke druk van de ketel. Omdat de Amerikanen toenadering zochten tot Noord-Korea, kon Xi zich losweken van de druk om de sancties uit te voeren. Sinds de top van 12 juni wordt er weer volop gehandeld over de Chinese grens. Er gaat zelfs het gerucht dat president Xi binnenkort naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zal afreizen om Kim te ontmoeten.

Breekijzer
Xi ziet het liefst een politiek stabiel en economisch voorspoedig Noord-Korea aan de grens. Daarom wil China dat Noord-Korea zijn economie hervormt, zoals het land zelf onder Deng Xiaoping eerder in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft gedaan. China zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog in een vergelijkbaar parket als waar Noord-Korea momenteel in zit. Er is sprake van een totalitaire leider, een failliet economisch systeem en het land wordt bovendien internationaal verguisd vanwege het kernwapenprogramma en de massale schending van de mensenrechten. In een opmerkelijke en tegelijkertijd indrukwekkende transformatie veranderde China binnen enkele decennia in een economische en politieke wereldmacht. Noord-Korea zou op zijn minst een vergelijkbare ontwikkeling op economisch gebied kunnen doormaken.

vrachtwagens wachten tot ze de grens tussen China en Noord-Korea over mogen (foto: Roman Harak).

Momenteel vinden officieus al op beperkte schaal economische hervormingen in Noord-Korea plaats. Maar hoewel zo’n tachtig procent van de bevolking afhankelijk is van de kapitalistische grijze en zwarte markten, blijft de regering vasthouden aan het socialistische ideaal. Evenals China stelt Noord-Korea bij alle ontwikkelingen altijd de veiligheid en het voortbestaan van het regime voorop. Daarom kan er pas nu Noord-Korea zijn kernwapenprogramma op orde heeft worden toegewerkt naar een hervorming van de economie. Dat gebeurt langzaam maar gestaag. Sinds enkele jaren mogen Noord-Koreaanse staatsbedrijven wat ze produceren boven de door de overheid voorziene quota zelf op de markt brengen en de winst behouden. Bedrijven zijn vrij om dat geld zelf te investeren. Het resultaat is een flexibelere economie, die steeds meer in contact treedt met het buitenland.

Een glimp daarvan valt op te vangen bij de halfjaarlijkse Pyongyang International Trade Fair. Een soort huishoudbeurs waar Chinese bedrijven hun producten slijten aan vermogende Noord-Koreanen. Tijdens mijn reizen heb ik gezien dat er een enorme aanloop was op deze beurs. Flat screentelevisies, keukenapparatuur en zelfs zonnepanelen werden massaal verhandeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het vond bij de Noord-Koreanen gretig aftrek. Op de beurs wordt, opvallend genoeg, afgerekend in Chinese yuan of Amerikaanse dollars. De Chinezen zien nieuwe zakelijke kansen in Noord-Korea en hopen met het investeren in de Noord-Koreaanse economie het land meer te openen naar de buitenwereld, en vooral naar  China toe.

De Nieuwe Zijderoute
Uiteraard vormt de economie ook een belangrijk onderwerp bij de besprekingen tussen Xi en Kim. In het eerste gesprek met Kim vertelde Xi zeer verheugd te zijn met het besluit van Pyongyang om prioriteit te geven aan economische ontwikkeling. Een vervolg liet niet lang op zich wachten. In mei 2017 nodigde China Noord-Korea uit voor de eerste Belt and Road-top. Noord-Korea maakt vooralsnog geen deel uit van China’s Belt and Road-initiatief – een reusachtig plan voor het bouwen van hoogwaardige infrastructuur op het Euraziatische continent. Maar dat ziet China graag veranderen. Met de uitnodiging aan Noord-Korea om deel te nemen aan dit initiatief geeft China aan klaar te staan om flink in Noord-Korea te investeren. Daar wil China niet alleen financieel wijzer van worden.

Een prioriteit is om van Noord-Korea een stabielere en voorspelbaarder bondgenoot te maken. Het valt nog te bezien of Kim Jong-un gevoelig is voor het Chinese grote geld. Noord-Korea blijft als de dood dat buitenlandse investeerders zich in binnenlandse politieke aangelegenheden zullen mengen. Maar als Kim zijn economie op het beloofde ‘wereldniveau’ wil brengen, zal hij het ook moeten aandurven om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Of dit gaat gebeuren hangt voor een groot deel af van de gesprekken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten. Als die onderhandelingen mislukken, kunnen de spanningen tussen China en Noord-Korea ook snel weer groter worden. De druk van de Verenigde Staten op China om de sancties te handhaven zal dan weer toenemen. Het bewijst eens te meer dat de relatie tussen Noord-Korea en China een bijzonder ongemakkelijke is. Het is dan ook de vraag of Kim Jong-un bij een eventueel bezoek aan een toekomstige, grote Chinese militaire parade naast Xi Jinping mag zitten, of genoegen moet nemen met een plekje achterin.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Syrië en de chemische wapens – De centrale rol van de VS

Verhalen rond Syrië en chemische wapens die de wereld recent bijna over de afgrond duwden begonnen al te circuleren in de nazomer van 2012. Toen rukten die salafistische rebellen dankzij de toestroom van tienduizenden buitenlandse Syriëstrijders overal op. Met grote delen van zelfs Damascus en Aleppo, de twee grootste steden, die samen met steeds meer militaire basissen in hun handen vielen. De vrienden van al Qaida & co in onze media zagen hen toen al de macht in Damascus overnemen.

Syrisch gifgas

En op sommige van die basissen – welke was geheim – lagen sarin en mosterdgas in grote hoeveelheden opgeslagen. Zo beschikte het leger over meer dan 1.300 ton gifgas.(1) Specifiek voor gebruik in de oorlog tegen Israël dat naast een vermeende 200 atoombommen nog steeds trouwens over grote hoeveelheden gifgas beschikt.

Een van die militaire basissen die in het jihadistische vizier lag was die van Sjeik Soeleiman, alias Regiment 111 vlakbij de stad Daret Izza in de buurt van Aleppo. In de ochtend van 10 december 2012 na een bijna zes maanden durende strijd viel die basis in handen van al Qaida. Tot dan had de Syrische luchtmacht die jihadisten tegengehouden maar er waren die dagen teveel bewolking en dus geen luchtmacht beschikbaar.

Toen op 21 augustus 2013 in de regio van Oost-Ghouta een aanval met sarin, een zeer dodelijk zenuwgas, gebeurde op de steden Zamalka en Moadamiyah dan waren de massamedia, ngo’s genre Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen en de regeringen van de NAVO, Qatar, Turkije, Israël en Saoedi-Arabië er zeker van: Dit was het werk van het regeringsleger want die ‘verzetsstrijders’, zoals men ze toen veelal noemden, hadden geen sarin en konden dat ook niet produceren. Onzin natuurlijk.

Zogenaamde Iraakse Borak-projectielen met sarin die de CIA in 2015 opkocht.

Zo is er het verhaal van de Japanse sekte Aum Shinrikyo(2) die op 20 maart 1995 sarin gebruikte bij een aanslag op de Tokyose metro. Met als resultaat 12 doden. In het grootste geheim hadden ze in een eigen fabriek, vermomd als een tempel, sarin zitten produceren. En niemand had het gezien.

En dan is er natuurlijk het Iraakse verhaal over het leuren met gifgasbommen, restafval van het leger van Saddam Hoessein dat door een slimme zakenman aan de Amerikaanse CIA werd doorverkocht.(3)

Bommen die in bepaalde gevallen nog 25% van hun capaciteit hadden. Wie de verkoper was is nooit bekend geworden. Wel schreef The New York Times dat de man ze elders dreigde te verkopen indien de VS geen interesse meer hadden.

Sjeik Soeleiman

Mogelijkheden genoeg dus voor die jihadisten om aan sarin te geraken. Maar zoals het verhaal van Sjeik Soeleiman aantoont was hun probleem reeds op 10 december 2012 opgelost.

Volgens de Nederlandse correspondent Harald Doornbos en Jenna Moussa, een journaliste verbonden aan Al Aan TV uit Dubai, nam al Qaida toen 15 containers met chloor en sarin mee. Bijna zeker was daar trouwens ook de voorraad mosterdgas bij. Genoeg materiaal voor 10 grote vrachtwagens. (4)

Waarheen die vertrokken is niet bekend. Wel zal sarin al snel daarna op het slagveld opduiken. Opvallend is echter de houding in deze kwestie van de regering van Barack Obama toen in het najaar van 2012.

Met Amerikaanse steun kon al Qaida het op de basis van Sjeik Soeleiman opgeslagen sarin in handen krijgen. Ze zullen het nadien nog enkele malen ook gebruiken.

 

Zo rakelde men vanuit Washington het probleem van de Syrische gifgassen almaar meer op alsmede het gevaar komende van die ‘hondsbrutale dictator’ uit Damascus. Want die, stelde Obama, dreigde dat te gebruiken. De verklaringen van Obama en Hillary Clinton, toen zijn minister voor Buitenlandse Zaken, werden dan ook steeds harder. Men voerde bewust de spanning rond deze kwestie op.

Begin december zal de Britse krant The Telegraph zelfs stellen dat het Syrisch leger alles in gereedheid had gebracht om sarin te gebruiken.(5) Men was al begonnen met het mengen van de chemische producten om zo sarin te maken opperde deze krant. Zich baserend op niet nader genoemde Amerikaanse regeringsbronnen.

In de zomer van 2012 hadden al Qaida (toen Jabhat al Nusra) samen met de kleinere groepen Mahlis Shura al Mujahideen, Kataib Muhajiri al Sham en Katibat al Battar het stadje Daret Izza al veroverd en begon hun belegering van de nabijgelegen legerbasis. Het waren volgens de berichten vooral ook buitenlanders waaronder Libiërs en mensen uit de vroegere Sovjet-Unie die er vochten.(6)

En dan op 2 december 2012 herhaalden zowel Hillary Clinton als Barack Obama dat moest het Syrische leger chemische wapens gebruiken dan zou dat voor hen een rode lijn zijn, een die tot Amerikaans militair optreden ging leiden. Wat zij eerder al, op 20 augustus 2012, stelden toen de belegering van de basis Sjeik Soeleiman goed op gang was gekomen.(7)

Training al Qaida

Ook stelde Obama dat het beveiligen van dat gifgas voor de VS essentieel was en dat president Bashar al Assad hiervoor persoonlijk verantwoordelijk was. Op 6 december 2012 bracht dan de Amerikaanse website Syria Deeply het verhaal, naar hun zeggen gebaseerd op vier niet bij naam genoemde diplomaten, dat de VS en enkele geallieerden die jihadisten in Jordanië en Turkije leerden om te gaan met dat gifgas.(8)

Zo stelt de website:

The programs were intended to prepare brigades to handle chemical weapons sites and materials they might encounter, as Assad troops lose control over parts of the country.

US contractors have also been on the ground in Syria to monitor the status of regime stockpiles, said an employee with a major US defense consultancy that has been engaged in that work.

Het programma heeft de bedoeling brigades (jihadisten, nvdr.) te leren omgaan met chemische wapens en materiaal waar ze mee in contact kunnen komen.

Amerikaanse onderaannemers zijn ook in Syrië actief met het monitoren van de voorraden (chemische wapens, nvdr.) van het regime, stelde een medewerker van een belangrijke Amerikaanse militaire adviseur die betrokken is bij dit werk.

Ze hadden daarvoor volgens dat verhaal een onderaannemer aangesproken. Iets later had The Washington Post het ook over de betrokkenheid van de CIA en Special Forces, het leger zelf dus.(9)

Ook was hierover volgens die krant ook overleg geweest met Israël en waren Franse en Britse militairen betrokken. De Amerikaanse website NTI stelde gebaseerd op een serie andere bronnen dat er zelfs in Syrië aanwezige Israëlische soldaten bij de zaak actief waren. Wat logisch is.(10)

Jordanië

En alhoewel de locatie van die chemische wapenvoorraden geheim was, lijkt het, mede gezien een serie overlopers van het leger, praktisch zeker dat de VS wist dat in die basis Sjeik Soeleiman gifgas lag opgeslagen. Vandaar ook natuurlijk de training die men volgens de Britse krant The Guardian voorzag in o.a. het Jordaanse King Abdullah II Special Operations Training Center niet ver van de Syrische grens.(11)

Jordanian security sources say the training effort is led by the US, but involves British and French instructors….. The Pentagon said last October that a small group of US special forces and military planners had been to Jordan during the summer to help the country prepare for the possibility of Syrian use of chemical weapons and train selected rebel fighters. That planning cell, which was housed at the King Abdullah II Special Operations Training Centre…

Bronnen bij de Jordaanse veiligheidsdiensten stelden dat bij de door de VS geleide training (van jihadisten, nvdr.) ook Britse en Franse instructeurs betrokken zijn…. Het Pentagon stelde vorige oktober (2012, nvdr.) dat een kleine groep van Special Forces en militaire planners in Jordanië in de zomer hielpen om het land voor te bereiden op het Syrisch gebruik van chemische wapens en het trainen van een geselecteerde groep gewapende opstandelingen. Die groep instructeurs was gehuisvest in de Koning Abdoellah II Special Operations Training Centre…

En dan is er de Israëlische blog Israël Matzav van een orthodoxe maar wel zionistische jood die zich Carl in Jeruzalem noemt en waarschuwt voor het feit dat, zoals hij het stelt, het merendeel van de zogenaamde rebellen die zo’n opleiding krijgen feitelijk leden van al Qaida zijn.(12)

Merkwaardig is ook dat alhoewel de drie jihadistengroepen bij de belegering nauw samenwerkten al Qaida plots in de nacht van 9 op 10 december, tot verrassing van hun ‘bondgenoten’ alleen aanvielen en de basis veroverden. Volgens Doornbos, die zich vooral baseert op de getuigenis van een toen aanwezige jihadist, was het Al Qaida dat er met dat gifgas vandoor ging.

Waarbij de Aramees in Nederland verschijnende blog Aramnahrin bijna als een profetie waarschuwt dat de verovering van een basis met chemische wapens het mogelijk zal maken om er zogenaamde valse vlagaanvallen mee uit te voeren.(13)

Het verhaal van de verovering verscheen op 16 december 2012 in The Washington Post en op 10 december, de dag zelf dat men de basis in handen kreeg, in The Long War Journal van de Amerikaanse en erg zionistische Foundation for the Defense of Democracies. Waarbij beiden het hadden over de vermoedelijke aanwezigheid op die basis van gifgas.

Khan al Asal

Dus terwijl Obama stelde dat Assad persoonlijk verantwoordelijk was voor de veiligheid van die wapens dirigeerde hij jihadisten om die basis te veroveren. En Obama ging zelfs zorgen dat al Qaeda de nodige specialisten kreeg toegewezen om hen te leren hoe ze met die chemische wapens moesten omgaan. Het is dan ook niet verbazend dat de Rode Lijn van Obama snel overschreden zal worden.

De dirigent achter al Qaeda in Syrië en hun chemische wapens.

Slechts vier maanden nadien, op 19 maart 1013, zal het stadje Khan al Asal voor zover bekend als eerste een aanval met sarin ervaren. Khan al Asal werd toen aangevallen door alweer al Qaida en mede dankzij deze gifgasaanval kon men het stadje veroveren.(14)

 

Waarna al Qaida en haar bondgenoten in de stad een waar bloedbad aanrichtten waarbij men zowel burgers als militairen standrechtelijk executeerde.(15) Volgens het rapport van de VN-missie van Ake Sellström die de zaak van die gifgasaanval in 2013 moest onderzoeken kwamen bij die aanval 16 soldaten om alsmede 10 burgers en geen enkele jihadist.(16)

Al snel rees hier het vermoeden dat sarin gebruikt werd. Wat een gespecialiseerd Russisch lab nadien bevestigde. Maar terwijl Syrië naar die jihadisten wees stelden die jihadisten dat het leger hiervoor zelf verantwoordelijk was en daarbij hun eigen troepen per ongeluk hadden aangevallen. Waarbij men elkaar echter tegensprak en de enen het hadden over een mortiergranaat en de anderen over een vliegtuigbom.

Het eigenaardige is echter dat de Syrische leger zweeg over het gifgas van Sjeik Soeleiman en stelde dat het om eigen fabricaat van die jihadisten ging. Waarom men in Damascus over die diefstal zweeg is raar maar niet bekend. (17)

Wel bleek achteraf uit onder meer verklaringen van Ahmet Üzümcu, baas van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag, dat alle Syrische gifgasvoorraden niet meer in handen waren van het leger. Details werden echter door Üzümcu en zijn OPCW nooit gegeven.(18)

Men zal, uiteraard louter symbolisch, vanuit de VS onder meer aan die jihadisten zelfs vragen om ook hun gifgasvoorraden te laten inspecteren en ontmantelen. Natuurlijk zonder dat er ooit van hen een antwoord kwam of dat men vanuit Washington ook maar verder aandrong.

ISIS

Hierbij dient men ook te beseffen dat al Qaida in 2012, toen feitelijk al Qaida in Irak, nog niet in tweeën gesplitst was tussen ISIS en het huidige Hayat Tahrir al Sham, al Qaida in Syrië. Maar dat betekent wel dat ISIS dat pas begin 2014 ontstond ook zo de beschikking kreeg over die chemische wapens en dankzij de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël bovendien de nodige expertise verkreeg over hoe er mee om te gaan.

Op 9 maart 2016 zal volgens getuigenissen en verklaringen van de VS ISIS mosterdgas gebruiken in Irak. Ook veroverden die jihadisten op 8 december 2012, twee dagen voor de val van Sjeik Soeleiman, de vlakbij de stad Safira in de provincie Aleppo gelegen Syrian-Saudi Chemicals Company, de grootste producent van chloor in het land. Wat in Syrië op veel plaatsen voor paniek zorgde.

Daar ISIS bij de verovering van de basis van Sjeik Soeleiman nog in een alliantie met al Qaida zat, kon ook ISIS mee genieten van die voorraad aan chemische wapens en de door de VS en haar bondgenoten geleverde training. Later zal ISIS trouwens zeker één keer mosterdgas gebruiken.

 

Na de aanval op Khan al Asal vroeg de Syrische regering om een onderzoek door de VN van die gebeurtenissen en reeds op 27 maart 2013 werd de Zweed Ake Sellström, een oud-gediende van de zinloze serie inspectierondes van 2002 en 2003 naar de niet-bestaande Iraakse massavernietigingswapens.

Maar het duurde nog tot 18 augustus voor hij met zijn missie in Damascus arriveerde. Plots immers bleken er na Khan al Asal de een na de andere vermeende gifgasaanval te zijn en eiste de VS met haar bondgenoten dat men al die sites met zogenaamde gifgasaanvallen zou onderzoeken. Wat Damascus en Rusland weigerden.

Die hadden immers geen zin in een herhaling van de farce van die andere Zweed Hans Blix die men maandenlang in Irak steeds maar nieuwe plaatsen liet onderzoeken waar de VS beweerde dat er massavernietigingswapens verstopt zaten. Wat de VS zo toeliet om via hun spionnen in die missies allerlei militaire basissen te laten onderzoeken.

Oost-Ghouta

En dan plots gaf de VS toe en liet het de missie van Sellström vertrekken ondanks het feit dat men van Damascus alleen maar twee andere plekken mocht bezoeken. En kijk, toevallig drie dagen nadat de missie van Sellström op 18 augustus 2013 in Damascus arriveerde was er opnieuw een aanval met sarin, en ditmaal dan nog vlakbij Damascus. En het was bovendien nog een heel grote aanval. Tja, toeval nietwaar.

Volgens de verhalen van die jihadisten, westerse regeringen, ngo’s en de massamedia was het de meest dodelijke aanval in de oorlog. De Amerikaanse regering had het zelfs over 1.429 doden waaronder meer dan 400 kinderen. De Franse regering sprak dan weer over 281 doden.

Niemand wist het juiste getal en iedereen raaskalde er maar op los. Ervoor zorgend dat de cijfers liefst zo hoog mogelijk werden opgedreven want men wou het Amerikaanse leger Syrië doen aanvallen. Zo riep Human Rights Watch in een persbericht zelfs op tot het bombarderen van Syrië. De humanitaire (sic) oorlog dus.

Uiteindelijk was het vooral het Amerikaanse leger met stafchef generaal Martin Dempsey die neen zei en Obama die hem volgde.(19) Volgens sommigen om te verhinderen dat al Qaida Syrië in handen zou krijgen en ook met de bedoeling de oorlog en de vernielingen zo lang mogelijk te laten voortduren.

Ake Sellström geeft zijn rapport op 12 december 2013 af aan Ban Ki-moon, de toenmalige secretaris-generaal van de VN. Ondanks de zware problemen waarmee hij kampte leverde zijn team toch een behoorlijke prestatie.

 

Achteraf bleek dat de ene raket die voor zover bekend gebruikt werd en neerkwam in Zamalka slechts maximaal een 2,2 kilometer ver kon vliegen en daarom praktisch zeker uit rebellengebied moest komen. Het plan om Syrië plat te bombarderen en de staat zoals Libië te doen instorten mislukte omdat het Amerikaanse leger en Obama er geen zin in hadden.(19)

Achteraf zal James Mattis, de huidige minister van Defensie van de VS, zelfs verklaren dat er geen bewijs is dat het Syrische leger ooit sarin heeft gebruikt.(20) En dat die jihadisten er geen probleem mee hadden om die wapens te gebruiken en ze ook hadden blijkt ook uit de verklaring van de Nederlandse Turk Salih Yilmaz (4), een oud-gediende van zowel het Turkse als het Nederlandse leger en lid van ISIS, op diens blog:

“Where do you think IS got their chemical weapons from? From our enemies – And thus we use their own weapons against them.”

“Waar denkt U dat IS (ISIS) zijn chemische wapens vandaan haalde? Van onze vijanden – En dus gebruiken wij hun eigen wapens tegen hen.”

Dubieus OPCW

Nadien zullen er in Syrië nog meerdere vermeende aanvallen met chemische wapens plaats hebben, vooral dan met chloor. Zoals met Khan Sheikhoun in april 2015 en recent in de stad Douma. Niet een van die verhalen is echter geloofwaardig.

Allen waren slechts gebaseerd op verhalen van groepen zoals al Qaida en dit zonder enige onafhankelijke getuigenissen of forensisch materiaal dat op een correcte betrouwbare wijze was verkregen. Dat het OPCW hierover rapporten vol insinuaties publiceerde toont alleen de dubieuze natuur aan van deze instelling. Het is een vermeende wetenschappelijke instelling totaal onwaardig.

Zeker de verhalen over Khan Sheikhoun waar sarin door de OPCW werd ontdekt, en Douma zijn te ongeloofwaardig om serieus genomen te worden. Ze dienden alleen als een laatste poging van al Qaida en haar supporters om alsnog de militaire nederlaag af te wentelen. Het werd niks.

De Turkse diplomaat Ahmet Uzumcu, hoofd van de OPCW, wiens organisatie in het dossier van Syrië teveel blunders beging om nog echt aanvaardbaar te zijn. Men had die opdrachten rond die vermeende aanvallen met chloor en die met sarin in Khan Sheikhoun om zuiver professionele reden gewoon moeten weigeren.

 

Conclusie

Nergens in de geciteerde artikels en documenten wordt echt gesteld dat de VS en haar bondgenoten al Qaida en hun vrienden leerden om sarin als wapen te gebruiken. Maar duidelijk is dat de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël al Qaida leerden omgaan met die wapens.

En dan is het gebruik ervan een simpele kleine stap verder. Men kan ook moeilijk verwachten dat Washington zomaar publiek gaat toegeven dat zij die jihadisten trainden om sarin te gebruiken. Een openbaar en doorgedreven onderzoek zou die bewijzen wel kunnen leveren. Maar, wees er zeker van, dit komt nooit.

Bewezen is wel dat al Qaida het gifgas gebruikte tegen het leger en de burgerbevolking. Bewezen is ook dat al Qaeda hier steeds een centrale rol speelde. Zowel met de basis van Sjeik Soeleiman, Khan al Asal, Zamalka en Khan Sheikhoun waar telkenmale met zekerheid sarin werd gebruikt was al Qaida altijd betrokken. Zo viel Zamalka toen op 21 augustus 2013 onder controle van al Qaida. Hetzelfde voor Khan Sheikhoun.

Duidelijk is ook dat Barack Obama, samen met Hillary Clinton, de dirigenten waren die dit gruwelijk oorlogsbeleid leiding gaven en daarom verantwoordelijk zijn voor dit onnoemelijk leed. Spreken over een Rode Lijn en intussen al Qaida een opleiding in chemische wapens bezorgen is grof en je reinste hypocrisie. Het is een zeer zware oorlogsmisdaad.


1) The New York Times, 18 augustus 2014, Alan Rappaport, ‘Syria’s Chemical Arsenal Fully Destroyed, U.S. Says.’ https://www.nytimes.com/2014/08/19/world/middleeast/syrias-chemical-arsenal-fully-destroyed-us-says.html

2) Wikipedia, Aum Shinrikyo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aum_Shinrikyo

3) The New York Times, 15 februari 2015, C.J. Chivers en Eric Schmitt, ‘C.I.A. Is Said to Have Bought and Destroyed Iraqi Chemical Weapons.’ https://www.nytimes.com/2015/02/16/world/cia-is-said-to-have-bought-and-destroyed-iraqi-chemical-weapons.html

4) Foreign Policy, 17 augustus 2016, Harald Doornbos en Jenan Moussa, ‘How the Islamic State Seized a Chemical Weapons Stockpile.’ http://foreignpolicy.com/2016/08/17/how-the-islamic-state-seized-a-chemical-weapons-stockpile/

Het verhaal is een reconstructie van wat toen gebeurde bij de aanval op de militaire basis van Sjeik Soeleiman aan de hand van een bij naam genoemde bron binnen die salafistische groepen, Abu Ahmad. Het verhaal komt overeen met eerder in december 2012 gepubliceerde verhalen over deze episode.

Salih Yilmaz kwam volgens de Britse krant The Daily Mail op 7 september 2016 om het leven bij de gevechten in Rakka.

5) The Telegraph, Richard Spencer, 3 december 2012, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report’. https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

Het gebruiken van anonieme bronnen om verhalen te verspreiden over Syrië is een vaste praktijk in de oorlog tegen Syrië. In wezen is dit soort informatie dan ook grotendeels waardeloos en vooral stemmingmakerij en propaganda. Het is een herhaling van de hysterie rond de Iraakse massavernietigingswapens.

6) The Long War Journal, 10 december 2012, Bill Roggio, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syrian base in Aleppo;’ https://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

The Long War Journal is een website van de Foundation for the Defense of Democracies, een studie- en lobbydienst die in de VS tot de harde zionistische kern behoort. Een van haar medewerkers was in het begin van de Syrische oorlog zelfs lid van die rebellenregering. Bill Roggio is hun man die het Syrische dossier op de voet volgt.

7) The Washington Post, 20 augustus 2012, James Ball, ‘Obama issues Syria a ‘red line’ warning on chemical weapons.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/obama-issues-syria-red-line-warning-on-chemical-weapons/2012/08/20/ba5d26ec-eaf7-11e1-b811-09036bcb182b_story.html?utm_term=.0a4b65982748

Ook: The Telegraph, 3 december 2012, Richard Spencer, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeAst/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

8) Syria Deeply, 7 december 2017, Lare Setrakian en Alex Zerden, ‘EXCLUSIVE: US Trains Rebel Brigades to Secure Chemical Weapons.’ https://www.newsdeeply.com/syria/articles/2012/12/07/exclusive-us-trains-rebel-brigades-to-secure-chemical-weapons

9) The Washington Post, 16 december 2012, Craigh Whitlock en Carol Morello, ‘U.S. plans for possibility that Assad could lose control of chemical arms cache.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/us-plans-for-possibility-that-assad-could-lose-control-of-chemical-arms-cache/2012/12/16/f4912be2-4628-11e2-a685-c1fad0d6cd1f_story.html?utm_term=.ea7a95330836

10) NTI, 10 december 2012, ‘Israel Deploys Commandos to Syria to Monitor WMD: Report.’ http://www.nti.org/gsn/article/israel-deploys-special-operators-syria-monitor-chemical-arms-report/

NTI is een website die zich specialiseert in de problematiek van nucleaire, chemische en biologische wapens en werd opgericht door Ted Turner, stichter van de mediagroep CNN, en Sam Nunn, vroeger op militair vlak een erg invloedrijke Democratische senator. NTI staat voor Nuclear Threat Initiative.

11) The Guardian, 8 maart 2013, Julian Borger en Nick Hopkins, ‘West training Syrian rebels in Jordan.’https://www.theguardian.com/world/2013/mar/08/west-training-syrian-rebels-jordan

De Koning Abdoellah II Operations Training Center is een door het Amerikaanse leger gefinancierde, ontworpen en gebouwde militaire basis. De beslissing hiervoor viel in 2006 en ze werd operationeel in 2009. Twee jaar voor het begin van de oorlog tegen Syrië.

Eind 2006 viel volgens het in The New Yorker gepubliceerde artikel The Redirection van Seymour Hersh de beslissing om Hezbollah uit te schakelen door eerst Syrië te vernielen. In 2006 leed Israël een feitelijke nederlaag tegen Hezbollah toen ze nog maar eens Libanon aanvielen.

Sindsdien laten ze het land min of meer met rust. Deze Jordaanse basis was het voornaamste trainingscentrum in Jordanië voor die salafistische bendes. Zou men hen er ook hebben leren kelen?

12) Israël Matzav, 8 december 2012, ‘US training Syrian rebels to secure chemical weapons.’  http://israelmatzav.blogspot.com/2012/12/us-training-syrian-rebels-to-secure.html

13) Aramnahrir, 30 juli 2012, ‘Syrië: Is de tijd gekomen om een aanslag met chemische wapens in scene te zetten zodat de koloniale machten het land kunnen binnenvallen?’

Aramees was de lingua franca in de Levant. Wat na de Arabische invasies van de zevende eeuw geleidelijk aan veranderde. De taal wordt nog wel gesproken en soms onderwezen in delen van Syrië, Libanon, Irak en Turkije. Het Hebreeuws is er verwant mee.

14) Reuters, 19 maart 2013, Oliver Holmes, Erika Solomon, ‘Alleged chemical attack kills 25 in northern Syria.’, https://www.reuters.com/article/us-syria-crisis-chemical/alleged-chemical-attack-kills-25-in-northern-syria-idUSBRE92I0A220130319

15) BBC, 29 juli 2013, ‘Syria opposition condemns Khan al-Assal ‘executions.’ https://www.bbc.com/news/world-middle-east-23488853

Volgens het Syrian Observatory for Human Rights, een onderdeel van de rebellenbeweging, werden er bij de verovering van de stad op 21 en 22 maart 2013 in totaal 51 mensen, waarvan 30 militairen, standrechtelijk neergeschoten. De regering had het over 123 doden.

De rebellenregering van de Syrische Nationale Raad beloofde toen een onderzoek naar de feiten met indien nodig maatregelen tegen de daders. Het is wachten. Al meer dan 5 jaar lang. Het zal er vermoedelijk komen samen met het Britse onderzoeksresultaat naar de rol van MI5 bij de aanslag op de Manchester Arena van vorig jaar. Met Sint-Juttemis dus.

16) Verenigde Naties, 12 december 2013, ‘United Nations Mission to Investigate Allegations of the Use of Chemical Weapons in the Syrian Arab Republic. Final report.’   https://undocs.org/A/68/663

Het onderzoek in Oost-Ghouta zelf alsmede die elders nadien heeft maar een beperkte waarde daar alle getuigenissen en het verzamelen van bewijsmateriaal gebeurden onder controle van die salafistische groepen, een betrokken partij. Zij bepaalden waar men stalen kon nemen en welke getuigen men mocht ondervragen en onderzoeken. Wat vanuit forensisch oogpunt natuurlijk onaanvaardbaar is.

Zeker is wel dat een raket met sarin werd afgevuurd in Zamalka. Volgens de onderzoekers Theodor Postol, professor Technology and National Security, en Charles M. Lloyd van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bevatte die raket een vijftig liter sarin. Deze kon volgens hen en Ake Sellström een 2,2 kilometer vliegen en kwam dus praktisch zeker vanuit het door die salafistische bendes gecontroleerde gebied. .

Zie: London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin. Zie brief onderaan artikel van beide professoren.

Het eigenaardige van dit onderzoek is dat bij het analyseren van de in de stad Moadamiyah genomen stalen maar een ervan bij de twee aangestelde laboratoria positief bleek voor DIMP, een restproduct van sarin. In Zamalka daarentegen bleken praktisch alle staten positief te testen voor de afbraakproducten van sarin zoals DIMP.

Waarop men zich de vraag moet stellen of er in Moadamiyah wel degelijk gifgas was gebruikt. Uiteindelijk hadden die jihadisten, die men veronderstelde kroongetuigen te zijn van die aanval, de te onderzoeken plekken voor de VN-missie aangeduid.

17) CBRNE World, Februari 2014. Gwyn Winfield, Interview met Ake Sellström. http://www.cbrneworld.com/_uploads/download_magazines/Sellstrom_Feb_2014_v2.pdf

Het is uit dit interview duidelijk dat beiden onvoldoende kennis hadden van de geschiedenis van dit dossier. Anders hadden ze geweten van de episode bij Daret Izza en de basis Sjeik Soeleiman.

18) The New York Times, 14 oktober 2013, Allan Cowell en Anne Barnard, ‘Syrian Rebels Urged to Let Inspectors See Arms Sites.’ https://www.nytimes.com/2013/10/15/world/middleeast/syria.html

19) London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin.

20) Newsweek, 8 februari 2018, Ian Wilkie, ‘Now Mattis Admits There Was No Evidence Assad Used Poison Gas on His People: Opinion.’ http://www.newsweek.com/now-mattis-admits-there-was-no-evidence-assad-using-poison-gas-his-people-801542