Posted on

‘Stille nacht’ – Hoe een Kerstlied een wereldhit werd

Een goed lied gaat de wereld over. En er is geen lied waarvoor dat meer geldt dan het kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’. Op 24 december precies 200 jaar geleden zette Franz Xaver Gruber de destijds twee jaar oude tekst van zijn vriend Joseph Mohr op muziek. Het werk werd nog diezelfde avond in Oberndorf bij Salzburg voor het eerst door hen opgevoerd.

Wat geen van beiden kon vermoeden: De toegankelijke melodie zou een wereldhit worden, die tot op heden in meer dan 300 talen en dialecten door zo’n 2,5 miljard mensen ieder jaar met Kerstmis gezongen wordt. Wereldberoemd werd het lied door Bing Crosby’s radio-uitzending in 1934: De opname werd de op twee na meest verkochte muziekplaat aller tijden. Sinds 2011 behoort ‘Stille nacht’ officieel tot het immateriële culturele erfgoed van de mensheid.

Film

De populaire stof inspireerde sinds 1910 de meest uiteenlopende regisseurs tot een hele reeks, niet allemaal even geslaagde, films. Zo eenvoudig als de melodie is, zo moeilijk laat ze zich cineastisch omzetten. In het jubileumjaar heeft de Oostenrijkse tv-zender Servus TV in samenwerking met de Duits-Franse tv-zender ARTE en de Bayrische Rundfunk een nieuwe poging ondernomen. Het is een mix geworden van een muziekfilm en een verhalende documentaire. Een film van 52 minuten, waarin ‘Stille nacht’ nu eens gezongen, dan weer instrumentaal of als achtergrondmuziek voorbijkomt, gezongen steeds in de moedertaal van de vertolker. De variaties op het lied worden geschikt verweven met kerstige blikken op de plaatsen die bepalend waren in het ontstaan en de verspreiding van het lied. Daaronder in de eerste plaats Salzburg, maar ook New York, Londen, Parijs en Jeruzalem. Internationale sterren uit klassieke en popmuziek komen voorbij. Zo presenteren Joss Stone, Kelly Clarkson, Rolando Villazón, Anggun, Lina Makhoul, de Wiener Sängerknaben en het Mozarteumorchester Salzburg exclusief hun eigen versies van ‘Stille nacht’.

Loopgraven

‘Stille nacht’ was door zijn tekst altijd al een lied van hoop en verwachtingsvol uitzien, maar door het gezamenlijk zingen ervan in de wederzijdse loopgraven en de aansluitende verbroedering onder de vijandelijke soldaten aan het Westfront in 1914, werd het lied nog sterker verbonden met het verlangen naar vrede onder de mensen.

Om dit Kerstwonder nog eens na te vertellen, werd Robin Aristorenas met zijn team aan boord gehaald, die eerder onder andere voor de televisieserie Game of Thrones digitale effecten creëerde. De kijker wordt door de hele film geleid door toneelspeler Peter Simonischek, die de buitengewone geschiedenis van het lied simpelweg sprookjesachtig verteld.

https://www.arte.tv/de/videos/079462-000-A/stille-nacht/

Posted on

In deze Zwitserse streek viert men Oud en Nieuw met Klazen volgens Juliaanse kalender

De Juliaanse kalender loopt 13 dagen achter op onze Gregoriaanse kalender. In de Oosters-Orthodoxe kerken wordt deze kalender nog altijd aangehouden. Maar ook in Zwitserland laat de kalender in delen van het kanton Appenzell tot op de dag van vandaag zijn sporen na. Zodoende wordt daar met de Silversterchlaus pas op 13 januari de jaarwisseling gevierd.

Om vijf uur ’s morgens is de winternacht in het ommeland van Appenzell nog pikkedonker en krakend koud. Maar in sommige drinklokalen brandt al licht, want hier maken de zogenaamde Silvesterchläuse zich gereed. Iedere groep van deze gemaskerde Klazen (Nikolazen) bestaat uit vijf tot acht mannen. Een Schuppel wordt zo’n groep genoemd. Ze trekken vrouwenkleren aan met witte kanten schorten of kleurige fluwelen pofbroeken. Katoenen kappen worden omgebonden, witte handschoenen aangetrokken. Ten slotte moeten de grote koebellen en hoeden nog opgezet worden.

Op deze hoofdbedekking, zo groot als een wagenwiel, is het boerenleven in miniatuur verbeeld. Kleine uit hout gesneden figuurtjes zijn te zien aan de dagelijkse arbeid. De mannen dragen dikwijls hele weides in miniatuurformaat op hun hoofd. De Vorrolli, de aanvoerder van een Schuppel, draagt 13 bellen op zijn borst en rug en heeft zo’n grote hoofdversiering, dat hij nog slechts waggelend door de deur naar buiten kan.

Wanneer alles opgetuigd is, breekt de groep terwijl het nog donker is in ganzenpas op en gaat op weg naar de eerste boerderij. Voor de Chläuse wordt het een langer en inspannende dag, want de maskers, hoofdbedekking en bellen wegen bij elkaar zeker 30 kilo, en de weg van boerderij naar boerderij gaat berg op en berg af. Het is een lange weg naar het dorp in het dal.

Hier in Urnäsch, een klein dorp midden in het Zwitserse Appenzellerland, aan de voet van de Säntis, verloopt de tijd anders. Want terwijl overal elders het nieuwe jaar al twee weken oud is, wordt hier nog Silvester gevierd met een unieke traditie, die in het Hinterland van Appenzell Außerrhoden, oftewel in de gemeentes Urnäsch, Herisau, Hundwil, Stein, Waldstatt, Schwellbrunn en Schönengrund, de meest indrukwekkende wintertraditie is.

De wortels van deze traditie kent hier niemand meer precies, maar ze stamt in ieder geval van voor de invoering van de Gregoriaanse kalender. Toen de paus in 1582 de Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de Juliaanse, afkondigde, waardoor oud en nieuw verschoof, besloten de gereformeerde Appenzellers (dus die in Außerrhoden) simpelweg tweemaal oud en nieuw te vieren: volgens de nieuwe kalender op 31 december, maar ook volgens de oude kalender op 13 januari.

Het is een bijzondere eer om een Schuppel te gast te krijgen. Eerst wordt er veel geluid gemaakt met de bellen en dan zetten ze hun Zäuerli in, een hoog mannengezang, dat ver door het dal weerklinkt en nog het meest lijkt op jodelen zonder woorden. De heer des huizes en zijn gezin luisteren aandachtig. Driemaal herhaalt zich het schouwspel van gezang en klokgelui, dan wensen de Chläuse stuk voor stuk met een stevige handdruk een goed nieuwjaar. Als dank krijgen ze glühwein, die ze met een strohalm door een gaatje in hun masker opdrinken. Bij deze gelegenheid wordt er ook onderhands een geldbiljet overhandigd.

Tegen de middag hebben de diverse Schuppels van Chläuse alle boerderijen gehad en naderen ze het dorp. Daar ziet men groepjes van huis tot huis trekken, ondertussen door veel toeschouwers gadegeslagen. De feestelijke stemming wordt steeds meer tot een volksfeest. Uiteindelijk komen de verschillende groepen bij elkaar, de mooie Chläuse wedijveren met de Schö-Wüschten en de Wüsten. De woeste klazen zijn waarschijnlijk de meest oorspronkelijke. Hun gezichten zijn achter vreeswekkende maskers verborgen en door hun bekleding lijken ze op wandelende bomen of struiken. Maar als ze hun klokken en koebellen luiden en beginnen te zingen, gaat van hen dezelfde fascinatie uit.

In de kostuums van de Schö-Wüschten zijn geen grenzen gesteld aan de fantasie. De kostuums bestaan wel steeds uit natuurlijk materiaal, hun gezichten verbergen ze achter dennenappelmaskers, de bekleding bestaat uit mos, schors en gevlochten materiaal.

’s Middags verplaatst het gedruis zich geleidelijk naar de herbergen en taveernes, waar de klazen tot ver na middernacht met de andere gasten drinken en feestvieren en van tijd tot tijd nog een Zäuerli ten beste geven.

Het museum in Urnäsch heeft een expositie over diverse lokale tradities, waaronder deze. Meer informatie is te vinden op www.museum-urnaesch.ch