Posted on

Media, waarom werkt u mee aan karaktermoord Assange?

Assange

De afgelopen weken hebben we mooie verhalen kunnen lezen over de bevrijding van Nederland, hoe zorgen over het klimaat tienduizenden samenbrengen en hoe de schokkende moord op een advocaat de Nederlandse rechtsorde onder druk zet. Zonder meer belangrijke verhalen die duidelijk maken dat vrijheid, goede leefomstandigheden en een functionerende rechtsstaat ons allemaal aan het hart gaan. Des te onverkwikkelijker wordt het met de jaren om aan te moeten zien hoe media en politiek de mensen blijven mis-informeren over de zaak Julian Assange. Voor zover überhaupt met inhoudelijke diepgang over de zaak wordt gesproken.

Julian Assange zit op dit moment vast in de Belmarsh-gevangenis in het Verenigd Koninkrijk, ook wel bekend als “the UK’s Guantanamo Bay”. Hij wordt daar vastgehouden onder een regime dat bestemd is voor terroristen en ander levensgevaarlijk volk. Dit betekent dat hij 23 uur per dag in eenzame opsluiting zit en 1 uur per week bezoek mag ontvangen, inclusief bezoeken van advocaten. Wanneer hij van zijn cel mag, wordt ieder contact met andere gevangenen voorkomen. Mensen die Assange bezochten schrokken van zijn zichtbaar slechte gezondheid, waaronder de speciaal rapporteur inzake foltering van de VN.

Assange ‘vluchtgevaarlijk’

Julian Assange’ buitensporige en hoogst ongebruikelijke straf voor het overtreden van de borgtocht die in 2012 gesteld werd naar aanleiding van het welbekende Zweedse onderzoek naar Assange, is inmiddels verstreken. Toch zit hij nog voor onbepaalde tijd vast, omdat hij vluchtgevaarlijk zou zijn.

Maar die redenering gaat compleet mank en is bovendien strijdig met verdragen waar het Verenigd Koninkrijk deelnemer aan is. Julian Assange heeft politiek asiel aangevraagd en gekregen. Daarmee zijn zowel de borgtocht als daaruit voortvloeiende straffen niet langer relevant en is het argument dat Assange vluchtgevaarlijk zou zijn exact het soort cynisme dat we uit andere, doorgaans als onvrij bestempelde landen maar al te goed kennen. De intrekking van Assange’ asiel door Ecuador was bovendien zowel inhoudelijk als procesmatig onverenigbaar met het Geneefse vluchtelingenverdrag. Om over de overdracht van Assange’ eigendommen aan de Verenigde Staten nog maar te zwijgen.

Zweedse aanklaagster onder druk gezet door Britten

Daarnaast moet niet vergeten worden in welke context één en ander zich afspeelde. Achteraf is dankzij de FOIA-verzoeken van de Italiaanse journaliste Stefania Maurizi gebleken dat de Zweden in 2013 al het arrestatiebevel tegen Assange wilden laten vallen – waarna de Zweedse aanklaagster door de Britse Crown Prosecution Service onder druk werd gezet de zaak door te zetten en alles op alles te zetten om Assange naar Zweden te halen in plaats van hem in de ambassade te verhoren. Wiens arrestatiebevel betrof het hier nu eigenlijk? We zullen het fijne er wellicht nooit van weten aangezien veel correspondentie tussen de CPS en de Zweden is vernietigd door de CPS.

Opmerkelijke juridische situatie

Een nieuw arrestatiebevel is onlangs geweigerd door de Zweedse rechter omdat het een buitenproportioneel middel zou zijn. Het vorige arrestatiebevel was slechts door de aanklaagster getekend. Een opmerkelijke juridische situatie die eigenlijk alleen volgens Zweeds recht kon voorkomen (inmiddels zijn zulke bevelen niet langer geldig). Evenals het feit dat alleen volgens Zweeds recht gesproken kan worden van verkrachting als aanklacht/onderwerp van onderzoek dat zwaar genoeg is om een Europees Arrestatiebevel uit te vaardigen. Het enige bewijs dat ooit is geproduceerd in de zaak (het welbekende en tamelijk absurde gescheurde condoom) bleek na onderzoek geen sporen op te leveren.

Verkrachtingszaak in strijd met procesrecht heropend en gerekt

We praten over een vermeende “verkrachtingszaak” die is heropend en jaren achtereen is gerekt (in strijd met Zweeds procesrecht) met onder andere de leugen dat Assange (die al eerder verhoord was in dit kader) niet in de Ecuadoraanse ambassade verhoord zou kunnen worden. Het laat zich dankzij de informatie uit eerder genoemde FOIA-verzoeken wel raden waar dat vandaan kwam. Al die tijd heeft Assange zich beschikbaar gehouden voor het Zweedse onderzoek – in ruil voor de garantie dat hij niet aan de VS zou worden uitgeleverd. Dat is, gezien de Amerikaanse geschiedenis van extraordinary rendition, enhanced interrogation techniques en extrajudicial executions geen buitensporig verzoek.

Vooropgezet spel om Assange in handen te krijgen

Een zaak waarin de Britten de Zweden (de juridische opdrachtgever) er dus van weerhielden één en ander tot een snelle oplossing te bewegen. Een zaak waarin al die tijd dan ook niets is gebeurd, en het ziet er steeds meer naar uit dat er ook nooit meer iets mee zal gebeuren. Een situatie die op gespannen voet staat met Assange’ Zweedse rechtsbescherming, maar ook een verontrustend beeld oproept wanneer je de uiteindelijke ‘zaak’ in een breder perspectief zet. Het heeft er enige schijn van dat het in handen krijgen van Assange een vooropgezet spel is geweest – een zorg van Assange die hem mikpunt van spot maakte, maar die nu toch bewaarheid lijkt te worden.

Assange jaren bespioneerd in Ecuadoraanse ambassade

Afgelopen week kwam nog naar buiten dat Assange jaren bespioneerd is in de Ecuadoraanse ambassade, en dat het materiaal (inclusief gesprekken met advocaten) werd doorgespeeld aan de CIA. De vraag is: waar was u?

Media en politiek, waar was u?

Waar was u toen de VN-Werkgroep Arbitraire Detentie zonder enige feitelijke basis werd weggezet als een publiciteitsstunt, een obscuur werkgroepje, en haar leden als een stel amateurs? Waar was u toen Nils Melzer uit hoofde van zijn functie als Speciaal Rapporteur van de VN inzake o.a. foltering het proces tegen Assange politiek en strijdig met internationaal recht noemde, en de behandeling van Assange als foltering bestempelde? Julian Assange’ leven is niet veilig, zijn fysieke en geestelijke gezondheid zijn in gevaar en hij dreigt te worden uitgeleverd aan een land dat basale mensenrechten niet respecteert.

Waarom werkt u mee aan de (karakter)moord op Assange? Waarom zwijgt u? Waarom werkt u mee aan het toedekken van dit schandaal? Waarom bent u opgehouden nieuwe WikiLeaks-publicaties de aandacht te geven die zij op basis van hun inhoud verdienden?

L. Pronk, namens Free Assange Nederland

Posted on

Edwin Giltay versterkt klokkenluidersplatform GeenDoofpot

Edwin Giltay gaat het onderzoeksteam van GeenDoofpot versterken (foto: Marco Bakker).

Het onderzoeksteam van Stichting GeenDoofpot wordt vanaf deze maand versterkt door freelance redacteur Edwin Giltay. Zo meldt de stichting in een persbericht. 

Giltay heeft zich volgens GeenDoofpot bewezen als uitpluizer van doofpotaffaires en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. Hij voerde de eindredactie over diverse publicaties en schreef voor onder meer Novini.nl. Recent kwam hij met een primeur over de Nederlandse legerbasis in Srebrenica, die op een gifbelt gesitueerd bleek.

Dutchbat-veteranen

Het Ministerie van Defensie had er alles aan gedaan deze zaak binnenskamers te houden. Maar Giltay wist een aantal veteranen zover te krijgen publiek hun verhaal te doen. Vervolgens wijdde EenVandaag er een tv-reportage aan. Voormalig Dutchbatter Remko de Bruijne: “Defensie wist al 24 jaar dat wij waren blootgesteld aan allerlei chemicaliën, asbest en nucleaire straling. Maar pas na publicatie van Giltays artikel werd dit serieus genomen.”

Doofpotgeneraal

In het verleden heeft Edwin Giltay zelf ondervonden hoe klokkenluiders worden tegengewerkt. Nadat hij een schandaal binnen de krijgsmacht aankaartte, maakte de minister van Defensie hem ten onrechte zwart. Hij beschreef de onverkwikkelijke geschiedenis in non-fictiethriller De doofpotgeneraal, die na bezwaren uit defensiekringen door de rechter werd verboden. In hoger beroep veegde het Gerechtshof Den Haag dat vonnis echter resoluut van tafel.

Breedgeschouderde pitbull

Om de verhalen van andere klokkenluiders op te tekenen, komt Giltay – hij noemt zichzelf ‘een breedgeschouderde pitbull’ – het team van GeenDoofpot versterken: “GeenDoofpot heeft oog voor misstanden van groot maatschappelijk belang, net als ik. Een prima match.”

Posted on

De reden voor de heisa rond Huawei

De ganse heisa rond Huawei heeft niets te maken met spionage maar gewoon met het feit dat de VS geleidelijk aan de controle over de telecom en de digitale wereld aan het verliezen is aan Chinese bedrijven als Huawei.

Toch merkwaardig die Britse veiligheidsdiensten. Dankzij Edward Snowden weten wij dat de Britse veiligheidsdiensten, vooral dan GCHQ, in samenwerking en zelfs eerder op vraag van het Amerikaanse National Security Agency wereldwijd iedere computer, ordinaire telefoonlijn en smartphone afluisteren als ze dat willen en dat ook op gigantische schaal doen.

Zoals toen bleek dat de Britten ingebroken hadden in het telefoonsysteem van ons aller Proximus. Zonder twijfel een criminele daad die echter, zo hoort het in dat milieu, ongestraft blijft. Herinner de slogan van Ian Fleming/James Bond: ‘License to kill’.

Huawei

En dan komt zaterdag in De Morgen in het stuk ‘Rusland wel in zee met Huawei’ een zekere Ian Levy van het Cyber Security Centre, een Britse regeringsinstelling, zo te zien zonder gêne of opmerking vanwege die krant ons vertellen dat de beveiliging van de apparaten van Huawei, de Chinese producent van telecomapparatuur, rammelt.

Bewijzen daarvoor levert hij natuurlijk niet. En mede daarom zijn zijn beweringen waardeloos. Een Belgisch topspecialist van de veiligheidsdiensten stelde mij ooit dat je hen niet kan vertrouwen. “Ze vertellen je een verhaal en als je ontdekt dat dit gelogen is komen ze af met een nieuw verhaal, enzovoort. De echte waarheid kom je nooit van hen te weten”, aldus de expert.

Inlichtingendiensten

En de geschiedenis leert dat ook. Waarom hebben regeringen anders steeds meerdere inlichtingendiensten ter beschikking. Simpel. Ze kunnen zo de andere(n) immers beter in de gaten houden. Een geheime dienst mag nooit te machtig zijn. De VS heeft er naar schatting 27 verschillende. Ook België bezit trouwens meerdere officiële diensten die inlichtingen verzamelen. De private sherlocks niet te vergeten.

De ganse heisa rond Huawei heeft niets te maken met spionage maar gewoon met het feit dat de VS geleidelijk aan de controle over de telecom en de digitale wereld aan het verliezen is aan Chinese bedrijven als Huawei. Zeker met de nieuwe technologieën die eraan komen. En dit wil de VS met bruut geweld – het bedreigen van regeringen als ze die Chinese technologie kopen kan je moeilijk anders omschrijven – voorkomen.

Spionage

Uiteraard spioneert China in het buitenland. Dat is de logica waaraan iedereen voldoet. Bedrijf A dat met bedrijf B zaken wil doen zal toch ook eerst eens informeren of B wel betrouwbaar is. En wat is spioneren anders dan het verzamelen van informatie over vriend en vijand?

Huawei-Logo
Als we de Amerikaanse regering en hun Europese vrienden moeten geloven is Huawei het nieuwe Gele Gevaar.

In die zin zijn diplomaten eveneens spionnen want via hun contacten in het gastland verzamelen zij inlichtingen. Het is zelfs hun voornaamste taak. Hetzelfde voor journalisten die dag in dag uit niets anders doen. Lees het stuk over de Witte Helmen. Ook ik ben dus een ‘spion’. Ik beken.

NSO Group

Recent bleek nog dat de Brits-Israëlische NSO Group, tegenwoordig onderdeel van het Britse Novalpina Capital, technologie verkoopt waarmee men alle berichten die iemand via WhatsApp  verstuurt, eigendom het Amerikaanse Facebook, kan meelezen. In die zin is het verhaal van Ian Levy over Huawei en haar ‘rammelende’ technologie voor de Britten, Israëli’s en Amerikanen een goede zaak.

Ze kunnen, als die bewering van Ian Levy natuurlijk klopt, erg gemakkelijk meekijken en -luisteren. Maar of dat waar is is natuurlijk verre van zeker. Want wie gelooft die spionagediensten? Vele journalisten hebben er zo te zien geen probleem mee. Regeringen, zoals de geschiedenis ons leert, blijken er wel meer argwaan over te hebben.

Het Verenigd Koninkrijk

Zie ook het Verenigd Koninkrijk waar politici en hun spionnen openlijk ruziën over Huawei en de vermeende spionage van China. Met de veiligheidsdiensten  die grosso modo zeggen: Oppassen. Een visie die gezien de al decennia oude intense samenwerking met de Amerikaanse collega’s van CIA en NSA logisch te noemen is.

En waarbij in de Britse regering de minister van Defensie waarschuwt voor Huawei en de minister voor Buitenlandse Handel stelt dat er niets aan de hand is. De ene minister die overal in de wereld aan zoveel mogelijk landen, en zeker een economische grootmacht als China, op grote schaal Britse producten wil verkopen.

Buitenlandse politiek

En diens collega op Defensie die nog steeds denkt dat men alleen samen met de VS baasje over de wereld kan spelen. Een nu totaal versleten idee ontstaan in 1940. Met andere woorden: Deze discussie heeft niets met veiligheid te maken maar met buitenlandse politiek. De vraag is: Hoe slaafs wil men zijn ten overstaande van de VS?

Gezien de openlijk vijandige houding van Washington tegenover de EU lijkt een samenwerking met China, en Rusland, niet alleen gewenst maar zelfs essentieel. We hebben nu eenmaal een gezamenlijke vijand. Zo simpel is dat. In de jaren dertig van vorige eeuw voerden de Britten zoals nu een vijandige politiek tegenover de Sovjetunie. Tot men in 1941, te laat, besefte dat beiden een gezamenlijke vijand hadden: Hitler.

Posted on

Strafhof zwicht voor intimidatie VS

Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden in Afghanistan. Tot genoegen van de VS, die al sinds 2002 bedreigingen uiten aan het adres van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Afrikaanse landen zien vermoeden bevestigd: Strafhof is neokoloniaal instrument.

De rechters van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag hebben het verzoek afgewezen van de hoofdaanklaagster, de Gambiaanse Fatou Bensouda, om een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan door de Taliban, het Afghaanse leger en de Amerikanen die in 2001 het land binnenvielen. Dit ondanks het feit dat ook de rechters aannemen dat er misdaden zijn gepleegd.

Vaagheid

De redenen die de rechters aanvoeren voor hun afwijzing van een strafrechtelijk onderzoek blinken uit in vaagheid. Zij voeren aan dat het voorbereidende onderzoek van Bensouda te lang heeft geduurd, dat “de politieke situatie inmiddels is veranderd” en dat ze verwachten dat betrokken partijen te weinig medewerking zullen verlenen.

Intimidatie

Het heeft er alle schijn van dat de rechters van het Strafhof gezwicht zijn voor intimidatie van de VS. De Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton van de regering Trump dreigde in september vorig jaar met strafmaatregelen mocht het Strafhof een strafrechtelijk onderzoek instellen naar de betrokkenheid van Amerikanen bij oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Afghanistan, of naar mogelijke misdaden van Israël of een andere bondgenoot. Personeel van het Strafhof zou door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen, Israëliërs of andere bondgenoten van de VS zou worden gestraft. “We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

The Hague Invasion Act

Aan die bedreiging van Bolton voorafgaand, in 2002, het jaar waarin het Strafhof haar deuren opende, namen de VS een wet aan, The American Service-Members’ Protection Act, bijgenaamd The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden.

http://www.novini.nl/eric-van-de-beek-bij-cafe-weltschmerz-over-the-hague-invasion-act/

Dat het niet bij bedreigingen blijft, maakten de VS begin april van dit jaar duidelijk door het visum van Bensouda in te trekken, zodat zij de VS niet meer inkomt. Dit terwijl op dat moment de rechters van het Strafhof nog geen besluit hadden genomen over haar verzoek een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

Afrikaanse uittocht

Het besluit van de rechters kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van het Strafhof, vooral wat betreft het lidmaatschap van Afrikaanse landen. De Afrikaanse Unie (AU) nam in januari 2017 een resolutie aan waarin staat dat Afrikaanse landen aandringen op forse hervorming bij het Strafhof, omdat ze anders massaal hun lidmaatschap opzeggen. De AU wil dat het Strafhof stopt met, wat zij noemt, “de dubbele standaard”. Het zijn tot nu toe alleen Afrikanen die door het Hof zijn vervolgd en veroordeeld.

Eén Afrikaans land, Burundi, heeft zijn lidmaatschap al opgezegd; Zuid-Afrika en Gambia kondigden afgelopen jaar aan uit het Strafhof te stappen. De president van Namibië, Hage Geingob, heeft verklaard dat zijn land alleen lid blijft als de VS ook lid worden. Het recente besluit van het Hof een machtig westers land als de VS te ontzien, zal daarom veel Afrikaanse en andere niet-westerse landen in hun vermoeden bevestigen dat het Hof een neokoloniaal instrument is van westerse landen en mogelijk resulteren in een massale opzegging van lidmaatschappen.

Statuut van Rome

Er zijn op dit moment 122 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd , en daarmee lid zijn van het Strafhof. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. Belangrijke landen als de VS, Rusland, China, Israël en India zijn geen lid. Toch kunnen ook burgers van die landen door het Strafhof worden vervolgd als zij hun misdaden hebben begaan in één van de landen die wel zijn aangesloten bij het Hof. Zo kan het Hof wel onderzoek doen naar oorlogsmisdaden van Amerikanen begaan in Afghanistan, dat lid is van het Hof, en niet in Irak, dat geen lid is.

CIA’s ‘black sites’

Een aantal misdaden van Amerikanen begaan in Irak, zoals in de Abu Graib-gevangenis, is bestraft in de VS, al bleven de hogere echelons en politiek verantwoordelijken buiten schot. Misdaden begaan door Amerikanen in Afghanistan zijn echter, op één uitzondering na, onbestraft gebleven. Ene David Passaro, een burger die was ingehuurd door de CIA, en die een Afghaanse man, genaamd Abdul Walid, doodsloeg, is veroordeeld tot een gevangenisstraf. Ook John C. Kiriakou, een CIA-officier, belandde achter de tralies; niet omdat hij zich schuldig had gemaakt aan een oorlogsmisdaad of een misdaad tegen de menselijkheid, maar omdat hij als klokkenluider de wereld deelgenoot had gemaakt van de manier waarop de CIA verdachten doorgaans verhoort: door ze met hun hoofd onder water te houden, het zogeheten waterboarding.

De onwil of onkunde van de Amerikaanse justitie om degelijk onderzoek te doen naar Amerikaanse verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan en ze strafrechtelijk te vervolgen en te veroordelen, heeft er toe geleid dat het Internationaal Strafhof in actie kwam. In 2006 startte de voorganger van Bensouda een vooronderzoek naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan. In 2016 presenteerde Bensouda het resultaat. Zij verdenkt tenminste 61 Amerikaanse militairen en 27 CIA’ers van marteling, wrede behandeling, aantasting van de menselijke waardigheid en verkrachting. Die verdachte CIA’ers waren overigens niet alleen actief in Afghanistan, maar ook in geheime centra in Polen, Roemenië en Litouwen, de zogeheten CIA black sites, waar ze verdachte Afghanen verhoorden. Bensouda voegt daar aan toe dat het niet om geïsoleerde gevallen lijkt te gaan , maar dat ze onderdeel uitmaakten van een verhoormethode die van bovenaf was opgelegd.

VS dreigen opnieuw

De Amerikaanse regering heeft haar tevredenheid geuit over het besluit van de rechters van het Strafhof af te zien van strafrechtelijk onderzoek naar Amerikanen in Afghanistan en de CIA-blacksites in EU-landen. President Trump bracht een officiële verklaring uit waarin hij het besluit “een enorme internationale overwinning” noemde en nog eens dreigde dat iedereen die Amerikaanse of Israëlische functionarissen wil vervolgen een ‘robuuste’ reactie kan verwachten.

Bensouda heeft echter aangegeven het er niet bij te laten zitten. Zij zegt te broeden op een juridische reactie. Waarschijnlijk zal dit zijn: heropening van het vooronderzoek, zoals eerder gebeurd is in het geval van Britse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in Irak. De rechters gaven Bensouda geen toestemming een strafrechtelijk onderzoek hiernaar in te stellen, waarna Bensouda het vooronderzoek heropende. Bensouda weet zich gesterkt door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Die laatste liet in een verklaring weten dat het Strafhof “is gezwicht voor Amerikaanse pesterijen en dreigementen” en “op schokkende wijze slachtoffers in de steek heeft gelaten”. Het besluit van de rechters zal, volgens Amnesty, “de geloofwaardigheid van het Hof nog verder aantasten.”

Nieuwe vuurproef

Intussen wacht Bensouda en de rechters van het Hof een nieuwe vuurproef. Bensouda leidt sinds 2015 een vooronderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden van Palestijnen en Israeliërs tijdens het 51-dagen durende conflict rond Gaza in 2014. Hoewel Israël geen lid is van het Strafhof, kan het Hof wel onderzoek doen naar mogelijke oorlogsmisdaden van Israël begaan op Palestijns grondgebied, omdat Palestina wel lid is. Gezien de dreigende woorden van Bolton in september vorig jaar, waarin hij met name Israël noemde als bondgenoot van de VS die met rust gelaten moest worden, kan het personeel van het Internationaal Strafhof opnieuw zijn borst natmaken.

Posted on

De 10 meest gelezen artikels van 2018

In het afgelopen jaar heeft Novini weer iedere week diverse artikels gepubliceerd, uiteenlopend van nieuwsberichten tot uitgebreide interviews en van opiniestukken tot reportages. Sommige artikels trokken meer lezers dan andere, hieronder sommen we de tien meest gelezen artikels van 2018 op.

10. Dutchbat – Militairen bleken op gifbelt gestationeerd

Dit artikel werd pas eind november gepubliceerd en heeft niettemin de top tien van 2018 gehaald. Edwin Giltay haalde met zijn reportage, waarvoor hij met diverse betrokkenen sprak, dan ook feiten boven water die andere media nog niet vermeld hadden.

http://www.novini.nl/dutchbat-militairen-bleken-op-gifbelt-gestationeerd/

9. ‘MH17-onderzoek deugt niet’

De ramp met de MH17 uit juli 2014 hield de Nederlanders ook in 2018 nog altijd bezig. Na zijn duo-interview met Max van der Werff en Marcel van den Berg in juli 2017, sprak hij een jaar later opnieuw met MH17-expert Max van der Werff.

http://www.novini.nl/mh17-onderzoek-deugt-niet/

8. Onzin en hysterie over gifaanval in Verenigd Koninkrijk

Willy Van Damme duikt altijd diep in de materie en zegt vervolgens waar het op staat. In andere artikelen ontleedde hij de oorlog tegen Syrië en de beschuldigingen over gifgasaanvallen. Toen de Britse regering echter Rusland beschuldigde van poging tot moord op Britse ingezetenen, beende Van Damme ook deze kwestie in een reeks artikelen volkomen uit.

http://www.novini.nl/onzin-en-hysterie-over-gifaanval-in-verenigd-koninkrijk/

7. MH17 – ‘JIT-getuige gemarteld door Oekraïne’

In de zomer van 2018 schreef Stefan Beck een reeks artikelen over de ramp met MH17, op basis van zijn journalistieke handwerk ter plaatse. Anders dan mainstream-journalisten snijdt Beck nergens een bocht af, maar blijft hij steeds genuanceerd verschillende kanten en mogelijke scenario’s belichten.

http://www.novini.nl/mh17-jit-getuige-gemarteld-door-oekraine/

6. Defensie flatert voort

Afgelopen zomer publiceerden we op Novini eveneens een artikel van Jeroen Stam, waarin hij een overzicht geeft van recente misstanden bij Defensie. De neiging om zaken in de doofpot te stoppen lijkt wel in het DNA van dit instituut te zitten. Het grote nadeel daarvan is dat het Defensie belemmert om van haar fouten te leren.

http://www.novini.nl/defensie-flatert-voort/

5. “Belasting is diefstal”

Een opvallend geluid, dat door zijn radicaliteit veel lezers trekt en fel bediscussieerd wordt. Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders. Manders staat voor zijn principes en wil ze desnoods voor de rechter verdedigen.

http://www.novini.nl/belasting-is-diefstal/

4. MH17 – Grote brokstukken MH17 nog op rampplek

In de zomer van 2018 schreef Stefan Beck een reeks artikelen over de ramp met MH17, op basis van zijn journalistieke handwerk ter plaatse. Anders dan mainstream-journalisten snijdt Beck nergens een bocht af, maar blijft hij steeds genuanceerd verschillende kanten en mogelijke scenario’s belichten.

http://www.novini.nl/mh17-grote-brokstukken-mh17-nog-op-rampplek/

3. “Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

In februari sprak Eric van de Beek met Marie-Thérèse ter Haar, de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Zij maakt zich ernstig zorgen over de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

http://www.novini.nl/demonisering-poetin-is-zeer-gevaarlijk/

2. “Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.” Dit interview uit juni werd verslonden door de lezers en is in korte tijd uitgegroeid tot een klassieker in de kanon van menig tweep.

http://www.novini.nl/het-zijn-de-slechtsten-die-regeren/

1. Waarom Lubach het nét niet snapt en we juist allemaal op Facebook moeten blijven

Marjolein van Pagee bezorgde ons met dit scherpe opiniestuk de nodige logistieke problemen. Ze haakte ermee in op een oproep van de bekende televisiepersoonlijkheid Arjen Lubach om Facebook te verlaten. Het artikel trok in korte tijd veel lezers. Naast onze vaste lezers, ging het daarbij natuurlijk ook om lezers die zich over het algemeen niet voor (geo)politiek interesseren, maar wel gebruik maken van Facebook en naar Zondag met Lubach kijken. Van Pagee wist met haar opinie door te dringen tot het gesprek van de dag in menig bedrijfskantine.

http://www.novini.nl/waarom-lubach-het-net-niet-snapt-en-we-juist-allemaal-op-facebook-moeten-blijven/

Net buiten de top 10:

Naast deze tien artikels waren er natuurlijk nog ettelijke stukken die net buiten de top tien vallen. Bijvoorbeeld dit stuk van onze vaste columnist Gerard Koning:

http://www.novini.nl/wierd-duk-geeft-antifa-koekje-van-eigen-deeg/

 

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Defensie flatert voort

Er zijn weinig ministeries waar zoveel misstanden worden geconstateerd als Defensie. Het departement ligt nagenoeg permanent onder vuur. Daarbij schiet de afhandeling van diverse affaires voortdurend tekort.

Ondermaatse voedselveiligheid in legerkantines, een op z’n minst discutabele commando-overdracht op Vliegbasis Eindhoven, een verongelukte duiker in Curaçao, corrupte wagenparkbeheerders, dodelijke slachtoffers in Mali wegens ondeugdelijk materieel, een misbruikzaak in de Oranjekazerne en een fataal ongeval op de schietbaan te Ossendrecht.

Het is slechts een bescheiden opsomming van defensieschandalen van de afgelopen paar jaar. Minister Jeanine Hennis en commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp restte begin oktober weinig anders dan het veld te ruimen. Hennis ging even later echter aan de slag bij datzelfde Defensie. Als overste levert ze inmiddels een ‘speciale bijdrage aan gereedsstellingsoefeningen’. Middendorp is ondertussen adjudant van de koning, als dank voor ‘bewezen diensten’ aan de Nederlandse krijgsmacht.

Fouten maakt iedereen – ze vervolgens vakkundig weer herstellen, is de kunst. En daar loopt het bij Defensie een- en andermaal mis. Een gemiddelde werknemer die verantwoordelijk is voor zoveel blunders en de falende afhandeling daarvan, zal na te zijn opgestapt in de regel niet in aanmerking komen voor een eervolle functie bij een aanverwante werkgever. Laat staan dat hij of zij door hetzelfde bedrijf in dienst wordt genomen.

Het is allerminst van de laatste tijd – laat staan incidenteel – dat nalatigheid bij de afwikkeling van ongelukken en schandalen gebrekkig wordt aangepakt. De gevaren van het kankerverwekkende chroom-6 waren volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu al in 1973 bij het departement bekend. Overlevenden en nabestaanden van de vliegtuigcrash in de Ierse Zee in 1981, verklaarden in november vorig jaar dat het ministerie de zaak nog steeds niet naar behoren had behandeld. Srebrenicaveteranen voelen zich jaren later nog altijd in de steek gelaten door hun voormalige werkgever.

Sprookje

Het Srebrenica-drama is zonder twijfel een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van onze krijgsmacht. De door Dutchbat te beschermen moslimenclave in voormalig Joegoslavië werd op 11 juli 1995 onder de voet gelopen door de Servische troepen van generaal Mladić. Vervolgens voltrok zich de ernstigste oorlogsmisdaad op Europees grondgebied sinds de Tweede Wereldoorlog. Het dodental van de genocide bedroeg rond de 8.000. Een rammelend mandaat, gebrekkige voorbereiding, ontoereikende bewapening – het zijn slechts enkele oorzaken van het mislukken van de missie. Nederland hield er een nationaal trauma aan over.

Veteraan Remko de Bruijne was erbij als soldaat eerste klasse: ‘We wisten al weken van tevoren dat de enclave zou vallen. We meldden elke dag de troepenverplaatsingen van bussen, tanks en andere voertuigen vanuit Servië richting Srebrenica. De Servische regering zei dat het een oefening betrof, meer niet. Ik was 20, vers van de luchtmobiele opleiding, maar dat sprookje geloofde ik niet. Oefenen tijdens een oorlog – oorlog is toch geen oefening? De troepenbewegingen werden doorgegeven aan onze operations room in Potočari, die gaf het weer door aan de hogere echelons in Zagreb. Helaas is er niets mee gedaan en het resultaat kennen we allemaal.’

Afgezien van de oorlogshandelingen, waren de werkomstandigheden op de basis van Dutchbat verre van ideaal. “Nabij onze compound lagen bergen wit asbest, open en bloot”, vertelt De Bruijne. “Na een regenbui was alles over het terrein gespoeld. We hebben het in opdracht onbeschermd opgeruimd – daar zijn foto’s van. Ook stond er een open nucleair vat dat gevaarlijke straling bevatte. In een rapport werd gezegd dat men het personeel en het thuisfront niet ongerust wilde maken ‘vanwege dit gegeven’.”

Sceptisch

Jaar in jaar uit verschijnen aanhoudend berichten over de omstreden wijze waarop Defensie met de nasleep van de tragedie omgaat. De Bruijne: “In 2014 bezochten Hennis, premier Rutte en generaal Middendorp een bijeenkomt in Amersfoort, speciaal voor Dutchbat III. Ze hebben daar allerlei beloften gedaan, onder meer over eerherstel en hulp bij psychische problemen. Dat is allemaal op niets uitgelopen. Met mij zijn vele Dutchbatveteranen zeer sceptisch over wat Defensie en de politiek toezeggen. Zelf heb ik al 14 jaar een procedure lopen tegen Defensie. Ze hebben de zaak getraineerd, zijn afspraken niet nagekomen en hebben zich bediend van procedurele trucjes.”

Defensie laat in een reactie weten: “De militairen van Dutchbat hebben een heel moeilijke periode doorgemaakt en helaas hebben sommigen hierdoor schade ondervonden. Defensie biedt hen zorg en ondersteuning; er zijn voorzieningen waarvan zij gebruik kunnen maken. Ook hebben deze veteranen een beroep kunnen doen op de ereschuldregeling om schade op Defensie te verhalen. Veteranen die nog restschade ondervinden, kunnen rechtstreeks contact met ons opnemen. De aanvragen worden zo voortvarend mogelijk en op individuele basis behandeld.”

De Bruijne is niet onder de indruk: “Je kunt natuurlijk ondersteuning aanvragen; alleen wordt in de praktijk alles afgewezen. Je moet meerdere keuringen ondergaan door artsen van Defensie en er is hen weinig aan gelegen om je financieel tegemoet te komen.” Het is de oud-militair verder opgevallen dat het departement het nodige kwijt is over de val van de enclave: “De werkorder Srebrenica: verdwenen. Documentatie over graven op de compound: zoek. Het beruchte fotorolletje: vernietigd.” Dat laatste spreekt minister Bijleveld tegen: “Defensie heeft geen beeldmateriaal achtergehouden. Al het beeldmateriaal waarover Defensie beschikte, is ter beschikking gesteld aan het Joegoslaviëtribunaal en aan het NIOD dat in 2002 het rapport Srebrenica, een ‘veilig’ gebied heeft gepubliceerd.”

Diskrediet

Dat laatste is volgens auteur Edwin Giltay weinig overtuigend: “De bronnen die ik in mijn boek De doofpotgeneraal opvoer, hebben aannemelijk kunnen maken dat fotomateriaal van Dutchbat wel degelijk is achtergehouden.” Zijn non-fictie thriller werd in 2015 door de rechtbank verboden op verzoek van een voormalig defensiemedewerker; volgens haar waren de feiten verzonnen.

De doofpotgeneraal ~ Edwin Giltay

Ank Bijleveld verklaart desgevraagd: “In het boek lopen feiten en fictie inderdaad door elkaar heen.” In hoger beroep veegde het Gerechtshof Den Haag de bezwaren echter van tafel en stelde dat er geen twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het inmiddels weer verkrijgbare boek. “Daar vindt Defensie verder niets van,” zegt Bijleveld.

Giltay werd indertijd in een door het ministerie officieel naar buiten gebracht rapport aangemerkt als “volledig gestoord”. De bewindsvrouw ontkent anno 2018 achter dit rapport te staan: “Defensie heeft zich nooit in deze zin over de heer Giltay uitgelaten.” Het document is desondanks nimmer herroepen en blijkt nog steeds openbaar.

Kwalijker dan dat het ministerie hem in diskrediet brengt, vindt de schrijver dat de waarheid over Srebrenica nog steeds in de doofpot zit: “Het toegeven van fouten is bij Defensie nooit echt ontwikkeld. In tegenstelling tot sommige fotorolletjes.” De Bruijne vult aan: “Liever houden ze alles onder de pet, want anders komen de schadeclaims. Gerechtigheid en waarheid zijn niet relevant voor ze.”

Posted on

Die Linke: Asiel voor Julian Assange, niet voor Witte Helmen

Nu Ecuador met de Britse regering onderhandelt over uitlevering van de journalist en oprichter van het onthullingsplatform WikiLeaks, Julian Assange, die nog altijd in de Ecuadoriaanse ambassade in Londen verblijft, moet Duitsland hem asiel aanbieden en zich inzetten voor een vrijgeleide, in plaats van de omstreden ‘Witte Helmen’ uit Syrië op te nemen. Dat stelt het Duitse Bondsdaglid Heike Hänsel in een persverklaring.

Bondsdaglid Heike Hänsel (foto: Die Linke)

“Terwijl Assange zich ingezet heeft voor transparantie en democratie en Amerikaanse oorlogsmisdaden aan het licht gebracht heeft, worden de zogenaamde Witte Helmen er van verdacht nauwe banden te hebben met islamistische terroristen”, zo licht de buitenlandspecialist en plaatsvervangend fractievoorzitter van de socialistische oppositiepartij Die Linke toe.

“Na zes jaar de facto gevangen te hebben gezeten in de Ecuadoriaanse ambassade loopt Julian Assange nu het onmiddellijke gevaar aan Groot-Brittannië en mogelijk aan de Verenigde Staten uitgeleverd te worden. De VN heeft de strafvervolging tegen hem als willekeurige vervolging veroordeeld en het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens heeft opgeroepen tot zijn bescherming. De Witte Helmen zijn daarentegen in het verleden herhaaldelijk als propagandamakers in de Syrische oorlog ontmaskerd en staan aantoonbaar dicht bij terroristische groeperingen. De ‘Witte Helmen’ zijn de enige ‘humanitaire helpers’ die met camera’s op het hoofd werken het leed van de mensen misbruiken voor propagandadoeleinden of zelfs gefingeerde reddingsacties organiseerden”, aldus Hänsel.

“Het is volstrekt tegenstrijdig dat minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer enerzijds islamistische terreur wil bestrijden en anderzijds deze ondersteuners van islamistische terreurmilities in Duitsland wil opnemen”, zo voegt het Bondsdaglid toe.

Assange richtte in 2006 WikiLeaks op en werd bekend bij het grote publiek in 2010 toen hij een reeks publicaties naar buiten bracht, die gelekt werden door Bradley/Chelsea Manning, deze bevatten onder andere onthullingen over Amerikaanse oorlogsmisdaden in Irak en Afghanistan en een grote hoeveelheid diplomatieke berichten over diverse landen. Sinds 2012 verblijft Assange in de ambassade van Ecuador om te voorkomen dat hij wordt uitgeleverd aan de VS, sinds december 2017 is de voormalige Australiër Ecuadoraans staatsburger. Begin dit jaar wees het Verenigd Koninkrijk een verzoek om Assange diplomatieke status, en daarmee vrije doorgang, te geven af. Rafael Correa, die eind 2017 werd opgevolgd door de huidige president Lenin Moreno, heeft de recente behandeling van Assange door de huidige Ecuadoraanse regering fel bekritiseerd.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Posted on

Wie tipte de Volkskrant? Geen bewijs voor AIVD-hack Cozy Bear

Groot nieuws op 26 januari 2018. ‘AIVD leverde VS het bewijs,’ kopte de Volkskrant. ‘De Russen hacken jullie.’ Agenten van de AIVD zouden in 2014 zijn geïnfiltreerd in het netwerk van de Russische hackersgroep Cozy Bear, en zouden zo getuige zijn geweest van hoe deze de Amerikaanse presidentsverkiezingen probeerde te beïnvloeden. De auteur van het artikel, Huib Modderkolk en degene die hem bij zijn onderzoek had geassisteerd, Nieuwsuur-presentator Eelco Bosch van Rosenthal, werden als helden onthaald in De Wereld Draait Door. Matthijs van Nieuwkerk presenteerde ze als de Nederlandse Woodward and Bernstein, de Amerikaanse journalisten die met hun onthulling van het Watergateschandaal president Richard Nixon ten val hadden gebracht. Nederland gloeide van trots. Onze eigen AIVD had niemand minder dan ‘de Russen’ te grazen genomen en een wit voetje gehaald bij onze vrienden in Amerika.

Referendum Sleepwet

De inhoud van het artikel werd door heel politiek en journalistiek Nederland voor waar aangenomen. Dat de auteur van het artikel, Huib Modderkolk, de lezer in het ongewisse liet over wie hem het verhaal had ingefluisterd, leek niet van belang. Op de sociale media klonken echter al snel kritische geluiden. Sommigen wezen er op dat de timing van het lek – volgens Modderkolk in de zomer van 2017 dus zo’n drie jaar na de AIVD-hack – opmerkelijk was. In diezelfde zomer bereidde namelijk een groepje studenten een referendum voor over de zogeheten Sleepwet, die de bevoegdheden verruimt voor de Nederlandse inlichtingendiensten. Ook opmerkelijk: de dag na publicatie van het artikel in de Volkskrant, greep premier Mark Rutte de ophef erover aan om een warm pleidooi te houden voor diezelfde Sleepwet. Helemaal wonderlijk: Eelco Bosch van Rosenthal, die met Modderkolk had samengewerkt aan het artikel, verklaarde in het tv-programma Nieuwsuur geen bewijzen te hebben gezien voor het verhaal van de AIVD-hack. ‘Het blijft inlichtingenwerk,’ zei hij. ‘Dat betekent dat wij het resultaat daarvan niet te zien krijgen. Maar bij de inlichtingendiensten is er geen enkele twijfel.’

Kennelijk was dus het hele artikel in de Volkskrant volledig gebaseerd op wat inlichtingendiensten Modderkolk en Bosch van Rosenthal verteld hadden, en was er geen enkele twijfel bij de twee journalisten over het waarheidsgehalte van het verhaal omdat de inlichtingendiensten hadden gezegd dat ze zelf geen enkele twijfel hadden. Voor iedereen die iets weet over de werkwijze van geheime diensten komt dat nogal naïef over. Inlichtingendiensten lekken nooit zomaar. Dat doen ze met een reden, en meestal is dat om de publieke opinie te beïnvloeden. ‘Zijn dit dezelfde bronnen die ons in 2002 vertelden over de Iraakse massavernietigingswapens,’ twitterde cybersecurity-deskundige Arjen Kamphuis. ‘Dezelfde bronnen die ons in 1990 vertelden over de gestolen couveuses in Koeweit, in 1984 over het belang van de bewapening van de Afghaanse Moedjaheddien en in 1965 over de ‘winnable’ war in Vietnam?’

Amerikaanse belangen

En inderdaad: Wie was het die de Volkskrant verteld had over een AIVD-hack van Cozy Bear? Waren dat de Amerikanen? Zeker is dat er Amerikaanse belangen spelen in dit verhaal. Door Rusland keer op keer als een groot gevaar af te schilderen, behouden de VS via de NAVO hun machtsbasis in Europa en verdient vooral de Amerikaanse wapenindustrie goed aan de Europese landen die hun militaire uitgaven verhogen. Het verhaal over de AIVD-hack zorgt er bovendien voor dat degenen die de Amerikaanse president Donald Trump vijandig gezind zijn, nieuw ‘bewijs’ aangeleverd hebben gekregen voor hun bewering dat hij in het zadel is geholpen door ‘de Russen’. De VS hebben bovendien een belang bij onze Sleepwet. Nederland vormt een belangrijk knooppunt voor internetverkeer. Als Nederlandse inlichtingendiensten verruimde bevoegdheden krijgen om dit verkeer te monitoren, dan profiteren de Amerikaanse diensten daarvan mee door hun nauwe samenwerking met hun Nederlandse partners.

In een interview in de podcast het Volkskrantgeluid verklaarde Modderkolk dat de AIVD tot de dag van publicatie van zijn artikel over de AIVD-hack ‘van niets wist’. In de zeven jaar dat hij over de AIVD en MIVD schrijft, zouden deze diensten hem ook ‘nog nooit gebeld hebben’ met de boodschap: ‘Ik heb een nieuwtje’. Was het lek dus Amerikaans? Het heeft er alle schijn van.

Zeker is dat Amerikaanse inlichtingendiensten direct invloed uitoefenen op onze eigen inlichtingendiensten. Volgens NSA-klokkenluider Edward Snowden, in een interview met de NOS in 2015, zouden de Amerikanen hun Nederlandse collega’s van de AIVD en MIVD zien als ‘ondergeschikten’ die altijd ‘onbegrensde toegang’ bieden. ‘Zij werken voor de Amerikaanse diensten. Zij hebben geen eigen beleid’, aldus Snowden. ‘Ze doen wat ze wordt opgedragen.’ AIVD-directeur Rob Bertholee deed in NRC die aantijgingen af als ‘absolute bullshit’.

Chantage met inlichtingenmateriaal

Hoe het ook zij. De nauwe samenwerking met de Amerikaanse inlichtingendiensten zorgt er voor dat de Amerikanen meer over ons weten dan ons soms lief is. Volgens de Duitse professor Werner Weidenfeld, die gedurende twaalf jaar voor de Duitse overheid de betrekkingen coördineerde met de VS, chanteren de Amerikanen de Duitsers met vertrouwelijke informatie. ‘Als we met de Amerikanen van mening verschillen over een serieuze kwestie, dan komt er voor Duitsland compromitterend inlichtingendienstmateriaal op tafel en zeggen ze: “Of je doet met ons mee, of het is afgelopen met je.”’ Aldus Weidenfeld in een uitzending van de Duitse talkshow Beckmann op 28 november 2013.

Volgens cybersecurity-expert Arjen Kamphuis, die dagelijks samenwerkt met voormalige medewerkers van de NSA en andere inlichtingendiensten, illustreert de bekentenis van Weidenfeld waar mass surveillance, grootschalige observatie, toe dient. Deze is niet bedoeld om terroristen te vangen, maar voor ‘de politieke en economische spionage in andere landen en de repressie van de democratische oppositie in eigen land.’

In de bundel Nepnieuwsexplosie van Uitgeverij De Blauwe Tijger heel veel meer over de Amerikaanse beïnvloeding van de Nederlandse pers en politiek. Eén van de auteurs, professor Cees Hamelink, schrijft over de hierboven besproken ‘primeur’ van de Volkskrant: “Een artikel met zoveel anonieme, niet verifieerbare bronnen, ongerijmdheden en misleidende onzorgvuldigheden zou ongetwijfeld tot nepnieuws gerekend zijn als het gepubliceerd was op sociale media.”

Voor een uitgebreid interview met Arjen Kamphuis, zie:
‘Ieder mens heeft wel iets te verbergen.’

Posted on

“Laat je niks wijsmaken”

Psycholoog Dr. Jaap van Ginneken is een vreemde eend in de bijt van de communicatiewetenschap. Waar de meesten van zijn generatiegenoten hun ‘systeemkritiek’ op de nieuwsmedia afzwoeren, bleef Van Ginneken een luis in de pels van de journalistiek. Zijn in 1996 verschenen boek, De schepping van de wereld in het nieuws, waarin hij ‘101 vertekeningen van het nieuws’ uiteenzette, werd tot leerboek aan scholen voor journalistiek in tal van landen, waaronder laatst zelfs nog in China.

Deze maand verscheen van Van Ginneken een biografie over het bewogen leven van de joodse Duitser Kurt Baschwitz, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als correspondent naar het neutrale Nederland kwam, terug in de Weimarrepubliek opklom tot hoofdredacteur van het gezaghebbende weekblad voor krantenuitgevers, in 1933 terugkeerde naar Nederland op de vlucht voor de nazi’s, tijdens de Duitse bezetting zat ondergedoken, korte tijd in kamp Westerbork zat opgesloten, na de bevrijding als eerste in Nederland een journalistiekopleiding begon en aan de wieg stond van de communicatiewetenschap in ons land.
De 74-jarige Van Ginneken gaat nu met pensioen. De Baschwitz-biografie is zijn laatste boek. Eerder, in 2004, stopte hij al met het doceren aan de vakgroep communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Een gesprek over het commerciële en propagandistische karakter van de nieuwsmedia.

In de jaren zeventig was er vanuit de Nederlandse communicatiewetenschap veel kritiek op het ‘kapitalistische’ karakter van de pers. Sindsdien is de invloed van adverteerders alleen maar toegenomen en is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden. Maar de kritiek daarop vanuit de communicatiewetenschap lijkt verstomd. Hoe zie jij dat?

Die is inderdaad afgestorven, maar daar zitten twee kanten aan. De systeemkritiek van de jaren zeventig was te primair en te simpel. Die had in die zin geen bestaansrecht meer. Mijn boek De schepping van de wereld in het nieuws is een poging geweest om te laten zien de commerciële invloeden op de nieuwsmedia complexer zijn dan tot dan toe werd gedacht.

Zijn het inmiddels de adverteerders die bepalen of een publicatie kan overleven? Zo ja, welke gevolgen heeft dit gehad voor de manier waarop ons het nieuws wordt gepresenteerd?

Adverteerders oefenen zelden rechtstreeks invloed uit. Als je een lelijk stuk schrijft over bodymilk van Dove is het niet zo dat meneer Unilever op hoge poten met de hoofdredactie belt. Het belangrijkste hier is wat ik heb genoemd het ‘Umfeld’. Er zijn bepaalde redactionele omgevingen waarin een adverteerder graag verschijnt. Glossy-magazines bijvoorbeeld. Die krijgen maar een fractie van hun inkomsten uit de verkoop van losse nummers. Het grootste deel komt uit dure advertenties. Die bladen staan vol redactioneel materiaal waar adverteerders graag tussen willen staan. Stukje over mode, een nieuwe bodycrème, leuke reisjes. De glossy’s venten comfortabele illusies uit die zich helemaal hebben losgezongen van de werkelijkheid.
Het omgekeerde zie je bij een blad als de Groene Amsterdammer, met alsmaar intellectuele stukken, en vroeger: kritisch gezeur over dit is niet goed en dat is niet goed, en de wereld gaat naar de kloten. Dat is voor adverteerders niet erg aantrekkelijk. De Groene heeft een geniaal ding gedaan in de meer dan honderd jaar dat ze bestaan: ze hebben nooit met geld gesmeten, en hebben de verleiding weerstaan geld te lenen om te kunnen expanderen. HP/De Tijd en Vrij Nederland hebben meer financieel risico genomen. Die zijn daardoor van weekbladen tot maandbladen gedegradeerd. Ook het afnemende aantal drank- en tabaksreclames in de opinietijdschriften heeft daar waarschijnlijk aan bijgedragen. Daar bestonden die bladen vroeger goeddeels van.

Je hebt gezegd: “Op zichzelf is er met commercie en reclame niks mis, als de pluriformiteit verder goed gewaarborgd blijft.” Vind jij dat we in Nederland een pluriforme pers hebben?

Op het eerste gezicht als je de kiosk binnenloopt en je ziet al die wanden met bladen, dan denk je: pluriform. Maar dat wordt anders als je ziet dat het bijna allemaal glossy’s en modebladen zijn, dat er nog twee opinieweekbladen over zijn en dat de weekendbijlagen van de kranten zijn verworden tot een soort advertentiefuiken met human interest en rubriekjes over ditjes en datjes. De algemene trend is dat de consumptiepropaganda in de media moeiteloos de echt kritische analyses overstemt.

Wat betreft pluriformiteit: Zien we alle visies die er leven in de maatschappij voldoende weerspiegeld in de Nederlandse pers?

Het is niet zo dat wat het publiek denkt gereflecteerd zou moeten worden in de media. Het is juist de pers die het voortouw zou moeten nemen in het vormen van een visie op wat er in Den Haag gebeurt, hoe onze economie reilt en zeilt, enzovoort. Journalisten worden ervoor betaald kritisch te zijn en met een eigen visie te komen, en dat geldt trouwens ook voor wetenschappers.

We hebben voorbeelden gezien van breed gedragen visies in de maatschappij waar de pers volledig aan voorbij ging. Zoals over de problemen met de multiculturele samenleving, of, meer actueel, over de demonisering van Rusland in de media, waarover in lezersrubrieken veel geklaagd wordt.

Het is waar dat er te weinig en op de verkeerde manier is bericht over problemen die gepaard gingen met de multiculturele samenleving.

Maar je zegt dus eigenlijk: pluriformiteit moet niet komen van een pers die alle geluiden in de samenleving een stem geeft? Pluriformiteit moet komen van journalisten die van bovenaf het publiek vertellen waar de problemen liggen?

Populisme, zoals het genoemd wordt, heeft zeker bijgedragen aan het op de agenda plaatsen van onderwerpen die ten onrechte onbelicht of onderbelicht zijn gebleven. Maar waar het mij om gaat: veel kritiek blijft aan de oppervlakte hangen, graaft niet erg diep, is niet in staat de achterkant van het gelijk inzichtelijk te maken. Er is in de pers te weinig radicale systeemkritiek. Er staan wel kritische artikelen in de krant, maar dat gaat vooral over de ene columnist tegen de andere. Youp van ’t Hek die flink tekeer gaat is natuurlijk wel geestig, maar het is niet wat een kritische pers inhoudt. Het gaat er om dat je redacties uitrust met voldoende middelen om de onderste steen boven te krijgen. Er zou veel meer onderzoeksjournalistiek moeten zijn. Het ideaal van de pers als vierde macht wordt maar in zeer beperkte mate waar gemaakt.

Hoe zie jij de concentratie van de pers? De monopolievorming op de dagbladenmarkt?

Het feit dat er nu twee bedrijven zijn die meer dan negentig procent van kranten in handen hebben hoeft niet per se te leiden tot een slechte journalistiek. Het betekent wel dat winstbejag een grotere rol is gaan spelen. Een onrendabele krantenonderneming kan niet bestaan anno nu. In het verleden waren er veel onrendabele ondernemingen. Die werden gesubsidieerd door de zuil waar ze toe behoorden. Het nadeel daarvan was dat ze de zuil naar de mond praatten. Daar stond tegenover dat ze zich weinig aan de adverteerders gelegen hoefden te laten liggen. Maar in elk geval hadden we in de tijd van de verzuiling wel vijf verschillende ideologieën die met elkaar streden over onderwerpen. Nu is alles onderhorig gemaakt aan de commerciële ideologie, het Umfeld-effect wat ik noemde.

De nieuwsmedia zijn al een halve eeuw een studieobject voor jou geweest. Kun jij nog een krant openslaan of naar een tv-journaal kijken met het doel kennis te nemen van wat er in de wereld gebeurt?

Nee. Ik kan alleen nog naar het nieuws kijken met de vraag: Wat gaat er achter schuil? Waarom is dit opeens in het nieuws? Waarom wordt iets opeens heel groot, terwijl andere zaken nog geen seconde aandacht krijgen? Wie heeft daar belang bij? Was die of die persoon of instelling in de positie om dat nieuws een handje te helpen? Past het binnen een cultuurverschuiving waardoor er opeens iets zichtbaar wordt?

Journaals zijn niet jouw favoriete nieuwsvoorziening?

Zoals de meeste mensen van mijn generatie kijk ik nog trouw naar het journaal, zowel op de Nederlandse als de Franse televisie. Ik zie het televisienieuws als een soort collectieve psychotherapie. Mogelijke bedreigingen van ons wereldbeeld worden opgeroepen, geïdentificeerd, geëtiketteerd, gecategoriseerd, ‘behandeld’ en vervolgens weer opgeborgen. Voor dit doel voert de presentator iedere dag een hele stoet autoriteiten en experts ten tonele. Zij stellen gerust, zodat we onbezorgd kunnen gaan slapen.

Jij hebt vaak gesteld dat objectiviteit niet bestaat, en dus ook niet voor journalisten. Wat is dan volgens jou de juiste grondhouding?

Je moet als journalist kritisch zijn. Geloof nooit meteen wat je verteld wordt. Laat je niks wijsmaken. Je moet je altijd afvragen: ‘Wie heeft er belang bij dat dit verhaal op dit moment bij mij terecht komt?’ Behalve als je te maken krijgt met zoiets als vulkaanuitbarsting in een ver land, dan zal het niet snel gebeuren dat iemand er een speciaal belang bij heeft dat in de krant te krijgen.

Als je als journalist niet objectief kunt zijn, mag je wel geëngageerd zijn?

Het kan legitiem zijn om als journalist begaan te zijn met een bepaalde zaak, en dat je daar alsmaar aandacht voor vraagt. Maar je moet dan uitkijken dat je niet in een bubble belandt, waarin kritische geluiden en relevante tegenspraak je niet meer bereiken.

Wat zijn sinds de jaren zestig de belangrijkste veranderingen die je hebt gezien in de nieuwsmedia?

Over misschien de belangrijkste grote verandering hebben we het al gehad. De media zijn vrijwel allemaal commercieel geworden. De publieke omroepen een beetje minder dan de rest. Maar de strijd om de kijkcijfers werkt deels in het verlengde daarvan.

Een andere grote verandering is de audiovisualisering. Beeld en geluid zijn leidend geworden. Als er geen beeld van is dan zullen de journaals er niet snel mee openen, en dan zullen vervolgens de kranten er minder snel aandacht aan besteden. Het audiovisuele is de belangrijkste bron geworden van informatie en educatie.
De elektronisering heeft er bovendien toe geleid dat elke nieuwtje dat ergens op de wereld bekend wordt een paar seconden later bij ons op internet verschijnt of op de journaals. Met alle hijgerigheid en pseudo-actualiteit van dien.
Dan is er de BN’erisering. Op tv zie je de hele dag Bekende Nederlanders die van het ene naar het andere spelletje rennen en van quiz naar talkshow doorschuiven. Ook in de kranten en bladen is het een komen en gaan van BN’ers.

Je schrijft dat weinig beroepsgroepen zo zelfgenoegzaam en lichtgeraakt zijn als journalisten. Kritische boeken of studies van buiten de beroepsgroep worden vaak unaniem neergesabeld.

Ik leerde al snel dat als je je polemieken op Nederlandse personages en media richtte je dat snel kreeg terugbetaald. Als je je polemieken op het buitenland richtte, bijvoorbeeld op wat er in de VS gebeurde, dan was dat veel veiliger.

Niettemin schreef De Journalist, het toenmalige huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, over jouw boek De schepping van de wereld in het nieuws: “Men kan Van Ginnekens boek afdoen als oude, linkse koek. Maar wie het leest, komt net iets te veel voorbeelden tegen die tot nadenken stemmen.”

Ja, dat was fair. Maar verder heeft het boek weinig veranderd. Behalve misschien dat het de grond rijp heeft gemaakt voor de prachtige boeken die Luyendijk later schreef, over deels dezelfde onderwerpen.

Je hebt een boek geschreven over de joods-Duitse Kurt Baschwitz, die je als een van de grondleggers beschouwt van de communicatiewetenschap in Nederland, en die als eerste een journalistenopleiding begon. Wat is het belangrijkste dat je van hem hebt geleerd? 

Het belang van ruimte voor systematische tegenspraak. Die is er vaak niet. Baschwitz heeft dat gemerkt tijdens de opkomst van het nazisme en antisemitisme in Duitsland. Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog. Ik heb toen vergeefs lopen leuren met een Nederlands artikel waarin ik uitvoerig beargumenteerde dat die atoomwapens van Saddam Hoessein waarschijnlijk helemaal niet bestonden. Niemand wilde het hebben. Het verscheen uiteindelijk pro forma in een klein wetenschappelijk blad.

Noam Chomsky cum suis hebben vastgesteld dat er in de mainstream media impliciete ‘limits of acceptable discourse’ worden gehanteerd, dat de ruimte voor tegenspraak vaak maar zeer beperkt is. Dat geldt bij uitstek bij hoog-emotionele kwesties in het internationale nieuws, en aan de vooravond van interventies en oorlogen. Het blijkt vaak pas decennia later, dat de werkelijkheid daarbij geweld werd aangedaan. 

Opvallend aan Baschwitz is dat hij een vrije pers en de vrijheid van meningsuiting als voldoende voorwaarden lijkt te zien voor een goed geïnformeerd publiek. Hoe zie jij dat? Is dat niet een beetje naïef?

Baschwitz leefde in een tijd van totalitarisme, crisis en oorlogen. De vrije pers en de vrijheid van meningsuiting stonden toen heel erg onder druk. Later is het allemaal een stuk ingewikkelder geworden. Co-optatie is volgens mij een van de meest effectieve maar goeddeels onzichtbare controlemechanismen in onze maatschappij geworden. Fabrikanten co-opteren wetenschappers en onderzoek die laten zien dat hun producten gezond en geenszins schadelijk zijn. De rijksten in de VS co-opteren een beleid en instellingen die hun visie onderbouwen en veel breder verspreiden dan logisch is. Toppolitici co-opteren staf en lagere echelons die inschikkelijk zijn. In al die gevallen wordt er formeel nergens dwang gebruikt, en blijft de fameuze keuzevrijheid schijnbaar onaangetast.

Bijzonder aan Baschwitz is dat hij tegen de tijdsgeest inging van het Interbellum, toen de democratie onder druk stond, vooral in Duitsland, met de zegen van veel intellectuelen. Die laatsten zagen ‘het volk’ als een bedreiging, als een blinde, kolkende massa die met propaganda in de goede richting moest worden gestuurd.

Baschwitz zag het inderdaad precies andersom. De gewone mensen waren volgens hem begiftigd met gezond verstand en medemenselijkheid. De massa is niet dom, maar wordt steeds door de terreur van een kleine minderheid op één hoop gedreven. Het kwaad kwam vooral van de elites, de intellectuelen inbegrepen. Als het volk al moest worden aangestuurd dan vond Baschwitz dat het moest gebeuren door een beroep te doen op hun goedheid, niet door misbruik te maken van hun zwaktes.

Je beschrijft dat Baschwitz ten tijde van de Weimarrepubliek zag hoe in Duitsland banken, ondernemers en overheden telkens opnieuw probeerden om een vinger in de pap te krijgen bij de pers, op zoek naar politieke steun. Hoe ver reikt volgens jou de invloed van de elites?

Uit het Amerikaanse Project Censored komt naar voren dat kwesties die zowel het bedrijfsleven als de overheid heel erg onwelgevallig zijn niet snel het nieuws halen. Terwijl er continu vaste contacten zijn tussen journalisten en ‘establishment’, zijn er veel minder contacten tussen journalisten en alternatieve nieuwsbronnen. Het grootste deel van het nieuws wordt bepaald door persberichten, persconferenties, officiële gebeurtenissen en uitingen van westerse overheidsinstellingen en bedrijven.

In hoeverre zijn wij allen gehersenspoeld, propaganda-slachtoffers? In hoeverre worden wij in ons denken beïnvloed door The Powers That Be?

In de communicatiewetenschap wordt vaak gewezen op het proces van agendasetting: het establishment en de media bepalen niet zozeer wat we denken, maar waarover we denken, de onderwerpen die ons bezighouden.

Frank Zappa zei: ‘Politics are the entertainment branch of industry.’ Staart de pers zich blind op de poppetjes in de politiek?

Ja. Een steeds groter deel van het nieuws bestaat niet uit serieuze informatie maar uit ‘celebrity theater’. Neem de voormalige premier van Italië, Silvio Berlusconi. Media en publiek waren nauwelijks geïnteresseerd in diens vermeende banden met de maffia en het geheime P2-genootschap, maar des te meer in zijn orgies met minderjarige meisjes. Of neem de voormalige president Bill Clinton. Zijn affaire met een stagiaire overschaduwde lange tijd alles wat zich in de Amerikaanse politiek afspeelde. Zelfs de kat en de hond van de Amerikaanse president krijgen meer aandacht in de internationale media dan sommige grote landen elders bij elkaar.

Terug naar Baschwitz. Die verbleef een deel van de Eerste Wereldoorlog als correspondent in Nederland. Je beschrijft hoe hij zich verbaasde over het gemak waarmee geallieerde propaganda in de Nederlandse kranten verscheen. Zoals het verhaal dat de Duitsers hun gesneuvelde soldaten tot veevoer verwerkten. En ook over de cartoons zoals in de Telegraaf over Duitsers afgebeeld als Neanderthalers die vrouwen verkrachtten en hun slachtoffers kruisigden. Er lijkt weinig te zijn veranderd sindsdien? 

In mijn boek Verborgen Verleiders heb ik een apart hoofdstuk gewijd aan oorlogspropaganda. Ik beschrijf daarin hoe de VS steeds weer met succes de media gebruiken door met hele en halve leugens ‘nieuwe bedreigingen voor het Westen’ en hun oorlogen te verkopen. Het proces van agendasetting speelt daar een belangrijke rol in. De regering van de Verenigde Staten bepaalt meer dan enige andere instelling in de wereld wat mensen bezig houdt. Om een voorbeeld te noemen: iedere paar maanden maakt de Amerikaanse regering bekend dat uit haar satellietwaarnemingen blijkt dat deze of gene vijandige mogendheid ‘gevoelige’ technologie importeert, militaire installaties bouwt of legerdivisies in grensgebieden plaatst en daarmee een bedreiging voor anderen vormt. Vaak nemen de media dergelijke beschuldigingen klakkeloos over. Diezelfde bronnen en media vestigen haast nooit de aandacht erop dat de VS en hun bondgenoten ook voortdurend bezig zijn met de ontwikkeling van niet-conventionele wapensystemen en met de verplaatsing van militaire eenheden op een manier die door anderen als een bedreiging kan worden waargenomen.

Vergis ik mij of wordt er in de communicatiewetenschap nauwelijks nog studie gemaakt van oorlogspropaganda?

Er wordt vrijwel niets aan gedaan. Daarom trappen de regering en het parlement ook steeds opnieuw in leugencampagnes om bepaalde militaire interventies te rechtvaardigen. Keer op keer op keer, zonder dat er iets geleerd wordt. Na een paar jaar zijn die politici weer weg. Vaak worden ze pas kritisch als ze geen verantwoordelijkheid meer dragen.

Je schrijft: “Het principe van hoor- en wederhoor dat voor binnenlands nieuws hoog in het vaandel staat, wordt bij internationale conflicten waarbij het Westen partij is slechts hoogst zelden op een evenwichtige manier toegepast. Zodra een bron als ‘vreemd’ of ‘vijandig’ wordt aangemerkt, krijgt die vaak niet langer een serieuze behandeling.” Misschien heeft dat er mee te maken dat de Amerikanen communicatief sterker zijn dan andere volkeren?

De Amerikaanse pers zit in het hart van het wereldwijde communicatiesysteem, en laat zich in hoge mate aansturen door de autoriteiten. Op een conferentie over de Golfoorlog stelde Ed Cody van The Washington Post dat als er een conflict is waar de VS bij betrokken zijn de Amerikaanse regering met zoveel informatie komt dat het vrijwel automatisch de definitie wordt van wat er aan de hand is. Als er een reporter in Saoedi-Arabië, Koeweit of Bagdad zit die zegt: “Ho, wacht eens even, ik zit hier, ik praat juist met een betrokkene, en die zegt dat het helemaal anders zit”; dan wordt het geluid van die persoon wel doorgegeven, maar het legt geen gewicht in de schaal omdat het overstemd wordt door de lawine aan informatie die de Amerikaanse regering dagelijks over de media uitstort.

Hoe zie jij de strijd van overheden tegen wat ‘nepnieuws’ is gaan heten? Is dat een legitieme strijd? Volgens Cees Hamelink zijn overheden de grootste producenten van nepnieuws en zijn journalisten de belangrijkste distributeurs hiervan.

Hij heeft helemaal gelijk.

Zou Baschwitz zich thuis voelen op de Universiteit van Amsterdam anno 2018? Jouw jongere collega, communicatiewetenschapper Tabe Bergman schrijft: “Ik vermoed dat Baschwitz, (..) wiens boeken (..) over propaganda de nadruk legden op de schuld van de elites voor twee wereldoorlogen en andere ellende, zich nauwelijks thuis zou voelen tussen de wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam, die zich, ondanks al hun deugden, hebben toegelegd op kwantitatieve onderzoeken, die moeilijk leesbaar en te doorgronden zijn, zelfs voor de hogeropgeleide leek.”

Tijdens de presentatie van mijn boek in Spui25 in Amsterdam werd de vraag opgeworpen of Baschwitz zou worden aangenomen aan de UvA als hij nu zou solliciteren. De meningen liepen daarover uiteen. Er waren er die weerspraken dat Baschwitz aan de basis heeft gestaan van de communicatiewetenschap. Zij zien Baschwitz eerder als iemand die deel uitmaakte van de voorgeschiedenis, en ook als studeerkamergeleerde. Ik zeg in antwoord daarop: “Erudiet aan de huidige universiteit is eerder een vloek dan een zegen. De huidige universiteit is overgespecialiseerd en overmethodologisch.”