Posted on

Wagenknecht kritisch over omgang Die Linke met AfD-kiezers

Sahra Wagenknecht

De socialistische partij Die Linke was onder de grootste verliezers in de deelstaatverkiezingen in Saksen en Brandenburg. In beide deelstaten zakten de socialisten terug naar ruim tien procent. Mocht hun enige deelstaatpremier Bodo Ramelow eind oktober in Thüringen ook nog weggestemd worden, kon de storm wel eens losbarsten in de partij. Sahra Wagenknecht wil lessen trekken.

De spanning is bij Die Linke toch al om te snijden. Co-fractievoorzitter in de Bondsdag, Sahra Wagenknecht maakte haar partij medeverantwoordelijk voor het goede resultaat van de AfD. Die Linke was volgens de politica “vele jaren lang de stem van de ontevredenen”. “Door ons van onze vroegere kiezers te vervreemden, hebben we het de AfD gemakkelijk gemaakt. In zoverre zijn wij medeverantwoordelijk voor hun succes”, aldus Wagenknecht.

Wagenknecht wil lessen trekken uit stemmenverlies aan AfD

Wagenknecht riep op tot een bezinning, voor wie Die Linke in de eerste plaats politiek wil voeren: “Voor de goed opgeleide, hogere middenklasse in de metropolen of voor hen die steeds harder moeten vechten om hun beetje welvaart. Als de partij mensen buiten de hippe grootstedelijke milieus wil bereiken, moet ze hun kijk op de zaak serieus nemen, in plaats van ze te beleren hoe ze moeten spreken en denken.” De partij moet er volgens de politica mee ophouden begrippen als heimat of veiligheid negatief te duiden. “Voor de meeste mensen is heimat iets heel belangrijks. Ze hechten waarde aan sociale bindingen, gezin en sociale samenhang. Sociale zekerheid is belangrijk, maar ook het beschermen voor criminaliteit. Als we dat niet accepteren, verliezen we de mensen permanent.”

De groeiende afstand tot de belevingswereld van een deel van de kiezers in de voormalige DDR, blijkt volgens Wagenknecht ook uit de omgang van Die Linke met AfD-kiezers. “Die beschimpen we graag generaliserend als racisten, hoewel velen van hen eerder links stemden”.

Rest partijtop minder zelfkritisch

Wagenknechts mede-fractievoorzitter Dietmar Bartsch bleek echter minder zelfkritisch. Tegenover het Franse persagentschap AFP gaf hij weliswaar toe dat het “altijd een nederlaag voor een linkse partij” is, “wanneer rechts zo sterk wordt”. Maar hij wilde verder geen “overhaaste” conclusies trekken. Hij gaf verder toe dat veel mensen Die Linke inmiddels als een te gevestigde partij zien, maar wilde dit niet in verband brengen met de regeringsdeelname van zijn partij in drie deelstaten. Vervolgens merkte Bartsch evenwel op dat je als regeringspartij “niet te veel stampij” kunt maken.

Machtsstrijd onderdrukt in afwachting campagne Thüringen

Achter de schermen woedt reeds langer een machtsstrijd. Nu is er discussie over de aflossing van de beide partijvoorzitters Katja Kipping en Bernd Riexinger. Met het oog op de enige deelstaatpremier van Die Linke, Bodo Ramelow, die campagne voert voor de deelstaatverkiezingen van oktober in Thüringen, wacht men echter nog met de interne putsch. Bondsdaglid Sevim Dagdelen laat er echter geen misverstand over bestaan: “We hebben leiderspersoonlijkheden nodig die bereid zijn tot verandering.”

Posted on

Sahra Wagenknecht neemt afscheid van fractievoorzitterschap Die Linke

Voor de Duitse socialistische partij Die Linke dreigen opnieuw turbulente tijden. Sahra Wagenknecht doet afstand van het fractievoorzitterschap. Dit kan tegelijk een neergang inluiden en nieuwe mogelijkheden bieden.

De vrouw van de voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine gold als tegenstander van een regeringscoalitie met SPD en Groenen. “Tot de politieke mythes hier te lande behoort dat SPD, Groenen en Die Linke in 2013 een meerderheid hadden om een regering te vormen”, zo becommentarieerde Die Zeit de terugtrekking van Wagenknecht. Rekenkundig was dit volgens weekblad weliswaar juist, maar politiek was het een verkeerde inschatting. Alleen doordat SPD-lijsttrekker Peer Steinbrück destijds voor de verkiezingen een coalitie met Die Linke al afwees, kon de SPD op 25,7 procent van de stemmen komen. “Als hij had verklaard dat Rood-Rood-Groen voorstelbaar was, zou het resultaat van de SPD slechter uit zijn gevallen – bijvoorbeeld zoals in 2017 bij Martin Schulz die Rood-Rood-Groen nooit uitsloot”, zo vervolgt het tijdschrift. In de afgelopen maanden heeft de SPD geprobeerd zich weer te profileren op typisch linkse thema’s, maar de peilingen bleven slecht.

‘Partijleiding heeft Wagenknecht slecht behandeld’

Maar nu dreigt ook Die Linke door openlijke conflicten achteruit te boeren. Bondsdaglid Thomas Lutze verweet de partijleiding de fractievoorzitter slecht behandeld te hebben. “Voor een linkse partij was de omgang met Sahra Wagenknecht een onwaardig schouwspel”, aldus Lutz tegenover de dpa. De partijleiding heeft volgens hem geen verantwoordelijkheid genomen. Wagenknecht had aangekondigd in het najaar niet opnieuw kandidaat te zijn voor het fractievoorzitterschap. De 49-jarige voerde daarvoor gezondheidsredenen, stress en overbelasting als redenen aan. Dat uitgerekend Lutze haar ter zijde sprong is opmerkelijk. De Saarlander geldt in zijn deelstaat als verbeten tegenwerker van Lafontaine.

Burn-out

Wagenknecht had in de afgelopen weken vanwege ziekte noodgedwongen een pauze moeten nemen. In Berlijn spreekt men van een burn-out. Begin vorige week liet ze weer van zich horen met opmerkelijk nieuws. Eerst kondigde ze aan dat ze zich terug zou trekken uit de leiding van de nieuwe beweging Aufstehen. Vervolgens verklaarde ze af te zien van het fractievoorzitterschap. Precies 20 jaar eerder – volgens Wagenknecht toevallig -kondigde haar huidige echtgenoot, de toenmalige SPD-politicus Oskar Lafontaine aan dat hij al zijn politieke ambten neerlegde, waarmee hij de splitsing van links bewerkstelligde.

‘Sfeer in fractie onverdraaglijk’

Nu staat links in Duitsland opnieuw voor een cesuur. Het boulevardblad Bild citeert een ingewijde met de woorden “de sfeer in de fractie is onverdraaglijk”. Diverse fractieleden zouden continu samenspannen tegen Wagenknecht en Dagdelen. Er is ook sprake van pesterijen. In de fractie zouden Bernd Riexinger, Katja Kipping, Caren Lay, Anke Domscheit-Berg, Sabin Leiding, Cornelia Möhring en Martina Renner doorlopend tegen ze tekeergaan. Na de terugtrekking van Wagenknecht kondigde dan ook de politiek dicht bij haar staande vice-fractievoorzitter Sevim Dagdelen haar vertrek uit het fractiebestuur aan. Dagdelen werd door sommigen als mogelijke opvolger van Wagenknecht gezien.

Wagenknecht gebruikte de aankondiging van haar vertrek echter niet om vuil te spuien. Ze verklaarde wel dat de afgelopen jaren haar niet in de koude kleren waren gaan zitten. Ze wil overigens wel lid van de Bondsdag blijven, waarschijnlijk ook om te bezien welke politieke mogelijkheden ze heeft.

Retorisch talent

Oud-politiek leider Gregor Gysi, niet bepaald een vriend van Lafontaine, schaarde Wagenknecht in een interview met het weekblad Stern onlangs onder de tien beste sprekers uit de Duitse politieke geschiedenis. Voor Die Linke zou het fataal zijn als ze zich helemaal af zou wenden. Want noch de partijleiders Katja Kipping en Bernd Riexinger, noch co-fractievoorzitter Dietmar Bartsch zijn retorisch erg verfijnd. Bodo Ramelow, de enige deelstaatpremier van Die Linke, staat in Thüringen een problematische verkiezing voor de nieuwe landdag te wachten. Van hem wordt dan ook niet verwacht dat hij op korte termijn naar de federale politiek overstapt.

Linkse coalitie?

Overigens heeft Wagenknechts terugtrekking het debat over nieuwe coalitiemogelijkheden wel weer losgemaakt. Zo stelde Groenen-fractievoorzitter Katrin Göring-Eckardt tegenover de Freie Presse, er voorstander van te zijn dat er meerdere coalitie-opties zijn en dat Die Linke daaraan een bijdrage zou kunnen leveren. Ralf Stegner, die op de linkervleugel van de SPD zit, stelde dat het na Wagenknechts vertrek misschien makkelijker zou worden om een coalitie links van de CDU te realiseren. In de SPD geldt het als een uitgemaakte zaak dat Wagenknechts echtgenoot Lafontaine destijds de drijvende kracht achter de afwijzing van een Rood-Rood-Groene coalitie zou zijn geweest. Maar volgens Stegner markeert de terugtrekking van Wagenknecht dat ook Lafontaines tijd voorbij is.

Posted on

Critici van Sarrazins nieuwe boek spelen op de man

Nog voordat Thilo Sarrazins nieuwe boek ‘Vijandige overname. Hoe de islam de vooruitgang hindert en de samenleving bedreigt’ überhaupt verschenen is en terwijl nauwelijks een criticus het al helemaal gelezen kan hebben, hagelt het al kritiek, die in de meeste gevallen onder de gordel is.

De een heeft commentaar op Sarrazins uiterlijk, een ander spreekt van de “kleingeestige toon van een slechte verliezer” en het aanwakkeren van “anti-islamitisch ressentiment”. Die laatste kwalificatie was voor uitgeverij Random House, die tot nog toe Sarrazins kaskrakers uitgegeven had, aanleiding om het manuscript als “argumentatief zwak” af te wijzen.

In plaats van zich inhoudelijk te verhouden tot de stellingen van Sarrazin en in te gaan op de negatieve kanten van immigratie uit islamitische landen, zoals kindhuwelijken, onderdrukking van de vrouw, haat jegens andersgelovigen, houden Sarrazins partijgenoten van de SPD zich bezig met de zoveelste poging dit dwarse geluid uit hun partij te zetten.

Dat terwijl Sarrazin in zijn boek niet alleen bekritiseerd, maar ook oplossingsrichtingen aandraagt om de falende integratie van immigranten nog te redden. Daarvoor is echter wel een heroriëntatie van de verantwoordelijke politici nodig, die kritische en waarschuwende stemmen liever monddood maken dan problemen serieus te nemen.

Posted on

Nieuwe beweging ‘Aufstehen’ kan immigratiedebat in Duitsland openbreken

Sahra Wagenknecht viel voor een linkse politica reeds langer op met haar uitspraken over immigratie. Nu ze daarom steeds meer onder druk stond binnen de socialistische partij Die Linke, waarvoor zij fractievoorzitter in de Bondsdag is, kiest ze de vlucht naar voren met de oprichting van een nieuwe beweging.

4 september zou wel eens als een belangrijke datum de nieuwe Duitse partijgeschiedenis in kunnen gaan, vergelijkbaar met de oprichting van de Alternative für Deutschland (AfD) in het voorjaar van 2013. Het is de officiële oprichting van de nieuwe beweging ‘Austehen’ (Opstaan) door de iconische fractievoorzitster van Die Linke.

Wagenknecht is in het verleden niet slechts met allerhande slecht te slijten linkse tot radicaal-linkse ideeën opgevallen, zoals voor veel van haar partijgenoten geldt. Ze prees weliswaar het ‘Cubaanse model’ en stelde het socialistische Venezuela ten voorbeeld, maar dit alles wekte in het politieke establishment en de gevestigde media weinig ophef op.

Wat wel voor veel ophef zorgde: De 49-jarige viel ook het asiel- en immigratiebeleid aan en nam het EU-centralisme op de korrel, die ze als in de kern ondemocratische geselde. Daarmee vergreep ze zich aan de heiligen koeien van de globalisten van CDU, SPD, FDP, Groenen en binnen haar eigen partij.

Het bijzonder pijnlijke voor gevestigd links bestond erin, dat Wagenknecht met haar kritiek een hemeltergende tegenspraak blootlegde, die met het ontstaan van haar nieuwe beweging in alle openbaarheid besproken dreigt te worden. Namelijk dat ongecontroleerde massa-immigratie onontkoombaar druk zet op de arbeidsmarkt en de verzorgingsstaat.

Juist lageropgeleiden lijden onder de aanhoudende toestroom van nieuwe concurrenten op de arbeidsmarkt en ook de middelen van iedere verzorgingsstaat zijn vanzelfsprekend beperkt. Wie ze onbegrensd voor de hele wereld beschikbaar stelt, vernietigt de verzorgingsstaat.

Alleen met luide, agressieve en aanhoudende aanvallen ‘tegen rechts’, gepaard gaande met nazi-vergelijkingen, is het de gevestigde politiek tot nu toe gelukt deze overduidelijke samenhangen enigszins buiten het publieke debat te houden.

De nieuwe linkse beweging rond Wagenknecht zou er in kunnen slagen om dit doodslaan van het immigratiedebat met een reductio ad hitlerum te doorbreken. In Duitsland zullen velen er met spanning op zitten te wachten.

Anderzijds valt op dat wat de nieuwe beweging Austehen tot nu toe op dit gebied laat horen, wat ingehouden klinkt in vergelijking met uitspraken die Wagenknecht en haar man Oskar Lafontaine in het verleden al deden. Als de pioniers van de nieuwe linkse beweging echter uitgerekend op dit vlak ervoor kiezen om binnen het kader van de  bestaande linkse partijen te blijven, dan kunnen ze hun boedel gelijk wel weer inpakken. Dat zal niet de voorkeur van Wagenknecht hebben, maar dan moet zij er wel het voortouw in nemen om in het immigratiedebat een onderscheidend geluid te laten horen.

Posted on

Zelfs het politieke midden in Duitsland verlangt naar iets nieuws

De onderhandelingen over een nieuwe grote coalitie leggen bloot hoe versleten de traditionele volkspartijen in Duitsland zijn. De roep om een politieke hergroepering neemt toe.

De (pre-)sonderingen voor een te vormen nieuwe federale regering konden zelfs de gezagsgetrouwe gemiddelde Duitser al slechts matig interesseren. Ook de berichtgeving over de taaie onderhandelingen over een Jamaika-coalitie van christendemocraten, liberalen en groenen lieten de Duitse burgers gelaten over zich heen komen. Maar inmiddels lijken zelfs de mainstream media nog maar met een half oog acht te slaan op de hernieuwde poging om tot een grote coalitie te komen. Niemand wacht ‘koortsachtig’ op de uitkomst van de gesprekken, debatten over het thema leggen noemenswaardige verwachtingen noch grote vrees bloot. Het is allemaal tamelijk om het even.

Politieke belangstelling

En dat terwijl de belangstelling van de Duitsers voor de politiek geenszins teruggelopen is. In tegendeel: Recent onderzoek wijst uit dat de Duitse burgers zich niet minder, maar juist meetbaar meer voor politiek interesseren dan enkele jaren geleden. Het lukt alleen de volkspartijen niet meer om deze belangstelling te baat te nemen.

Het einde van het gevestigde partijsysteem is al dikwijls bezworen. Maar afgezien van het doorbreken van de AfD is er tot nu toe niet veel veranderd. Maar dat zou kunnen veranderen… en het zijn juist de sleetse onderhandelingen over een nieuwe grote coalitie, die op dit punt de verbeelding tot in het midden van het politieke spectrum op gang brengen.

Op links ventileert Oskar Lafontaine reeds het idee van een nieuwe linkse volkspartij bestaande uit delen van Die Linke, SPD en Groenen. Een project dat, met het oog op de vertwijfeling van veel SPD-aanhangers, de verdeeldheid in Lafontaines Linke en de verstarring bij de Groenen na het mislukken van de Jamaica-coalitie, tot de verbeelding spreekt.

Macronisering

In het doorgaans regeringsgezinde dagblad Die Welt droomt een prominente commentator van een “goeroe” die de “macronisering van het Duitse partijenlandschap op gang brengt”. Men verlangt met andere woorden naar een jonge, dynamische charismaticus die de oude partijstructuren compleet uit de scharnieren licht. Dat is opmerkelijk: Tot nog toe werd er hoofdzakelijk over gediscussieerd wie in de CDU Angela Merkel zou kunnen vervangen of wie er de nieuwe ‘kroonprins’ van de SPD zou kunnen worden, nu de Martin Schulz-trein in rook is opgegaan, Olaf Scholz zich kennelijk niet buiten Hamburg waagt en Sigmar Gabriel zich nog altijd niet vast laat pinnen.

Het verlangen naar ‘macronisering’ laat zien hoe de hoop al wegebt dat de beide grote partijen überhaupt nog in staat zijn om zichzelf nog eens te vernieuwen. Voor de CDU zou een dergelijke macronisering bezegelen dat de inhoudelijke willekeur van een Angela Merkel, in combinatie met haar capaciteit om concurrenten binnen haar partij te verdringen, deze ooit grote volkspartij uiteindelijk uitgeput en daarmee overbodig gemaakt heeft.

Posted on

Lafontaine pleit voor linkse hergroepering, gerucht afsplitsing Wagenknecht

Uitgerekend op het moment dat het gerucht de ronde doet dat Sahra Wagenknecht zich uit Die Linke wil terugtrekken, pleit haar man Oskar Lafontaine voor de oprichting van een nieuwe partij om links te verenigen.

“We hebben een beweging om links bijeen te brengen nodig, een soort linkse volkspartij waarin Die Linke, delen van de Groenen en de SPD samenkomen”, aldus de voormalige partijleider van Die Linke tegenover het tijdschrift Der Spiegel. Rechts is steeds dan sterk geworden wanneer het beginsel van de sociale gerechtigheid verwaarloosd werd, grote delen van de bevolking benadeeld werden en deze zich niet meer vertegenwoordigd voelden door de gevestigde partijen, aldus Lafontaine. Dit is volgens de oud-partijleider nu massief het geval.

Het partijsysteem zoals het nu bestaat functioneert volgens hem niet meer: “We hebben een hergroepering nodig. Alleen zo kan er weer een linkse machtsoptie ontstaan.” De SPD bekritiseerde hij opnieuw als ontmoedigd. SPD-leider Martin Schulz heeft zich in zijn optiek aangepast. “Dat heeft de Schulz-hype toch laten zien: Er is potentieel voor een linkse meerderheid onder de kiezers. De mensen wachten zelf op zo’n optie.” De gewenste linkse beweging zou “niet alleen de klassieke partijen, maar ook vakbonden, sociale organisaties, wetenschappers, de culturele sector en anderen moeten omvatten”.

Verdeeldheid

Het voorstel van de fractievoorzitter in de landdag van het Saarland komt op een moment waarop de interne verdeeldheid in Die Linke sterk oplaait. Mede daarom houden vroegere strijdmakkers hem voor nog slechts beperkt in staat tot het sluiten van bondgenootschappen. Lafontaine, die in 1999 als SPD-leider er minister van Financiën onder Gerhard Schröder aftrad en enkele jaren later uit die partij stapte, is “politiek tamelijk retro”, aldus vicevoorzitter van de SPD Ralf Stegner tegenover het dagblad Tagesspiegel en bovendien “als ‘vredesengel’ en adviseur voor politiek links in Duitsland eerder de verkeerde man op de verkeerde plaats”.

Lafontaine wees er vervolgens op dat de SPD in de afgelopen jaren de helft van haar leden een kiezers verloren heeft. “Alleen wanneer ze haar politiek fundamenteel verandert, zal ze weer kiezers voor zich winnen. Ze heeft niet alleen afbouw van sociale regelingen te verantwoorden. Ze heeft ook de het Oost- en Ontspanningsbeleid van Willy Brandt opgegeven. Duitse troepen staan aan de grens met Rusland”, aldus de oud-partijvoorzitter. Voor het overige is het asielbeleid van Die Linke volgens Lafontaine net zo verkeerd als dat van de andere partijen, aangezien het 90 procent van de asielzoekers min of meer buiten beschouwing laat: “Slechts tien procent slaagt er in naar de industriestaten te komen.”

Niet alleen de sociaaldemocraat Stegner, maar ook Groenen-voorzitter Simone Peter liet zich sceptisch tot terughoudend uit over het voorstel van de Saarlander voor een verenigende linkse beweging. Voor zoiets, aldus Peter, is niet de oprichting van een nieuwe partij nodig “maar moed en het vertrouwen van de linkse partijen in de eigen ideeën en visies van politiek en samenleving”.

Lijst Sahra Wagenknecht

Binnen Die Linke dreigt de partij-interne strijd intussen te escaleren. Der Spiegel uit onder aanhaling van Berlijnse partijkringen de speculatie dat Lafontaines voorstel vooral moet dienen om de positie van zijn wederhelft, Sahra Wagenknecht, te versterken, die als fractievoorzitter in de Bondsdag een centrale figuur in de partij-interne conflicten is. In de partij doen namelijk geruchten de rond over een ‘Lijst Sahra Wagenknecht’, die zich van Die Linke af zou kunnen splitsen. Officieel zegt Wagenknecht daarover: “Ik ben niet van plan Die Linke te splijten.”

Oppervlakkig mag dat waar zijn. Lafontaine en zijn vrouw houden de huidige partijformatie echter evident voor achterhaald en te weinig slagkrachtig. Hun inspiratie is kennelijk wat er vorig jaar in Frankrijk gebeurd is. Niet alleen stapte Emmanuel Macron uit de Parti Socialiste om zijn eigen partij te beginnen en vervolgens de presidents- en parlementsverkiezingen te winnen, ook begon Jean-Luc Mélenchon een nieuwe partij, die niet alleen zijn oude blok overschaduwde, maar in de presidentsverkiezingen ook traditioneel links overvleugelde. De nieuwszender NTV schreef op zijn website dan ook “het project ‘Emmanuel Sahra Lafontaine’ is begonnen.

Lafontaine en Wagenknecht hebben echter duidelijk meer affiniteit met Mélenchon dan met Macron. Voor 14 januari is in de hoofdstad een conferentie gepland, waar naast Lafontaine ook partijleider van La France insoumise (Onbuigzaam Frankrijk) Mélenchon zal spreken. Deze door het Bondsdaglid van Die Linke Dieter Dehm georganiseerde conferentie wordt door delen van de Bondsdagfractie zwaar bekritiseerd, omdat er geen spreker vanuit de partijtop van Die Linke in het programma is opgenomen. Opzien wekte ook het feit dat de vroeger SPD-voorzitter en voormalig minister-president van Brandenburg Matthias Platzeck als mogelijke spreker genoemd werd.

Lafontaine, dat staat buiten kijf, was steeds een politicus met een neus voor stemmingen. De politiek van de open grenzen, die nog altijd door de partijleiding gepropageerd wordt, heeft delen van de achterban van Die Linke afgeschrokken. Lafontaine wees er onlangs op dat de partij in vroegere bolwerken als zijn eigen Saarland, maar ook in de voormalige DDR sterk verloren heeft aan de AfD. Zijn echtgenote valt hem daarin bij. “Als iedereen die het standpunt ‘open grenzen voor alle mensen nu meteen’ niet deelt, direct onder verdenking wordt gesteld een racist en halve nazi te zijn, dan is een zakelijke discussie over een verstandige strategische opstelling niet meer voerbaar”, schreef Wagenknecht in een brief aan fractiecollega’s. Velen in de partij houden dit voor een vooraankondiging van haar terugtreden.

Posted on

Scherpe kritiek Oskar Lafontaine op immigratiebeleid Die Linke

In de Duitse politieke partij Die Linke gaan de zaken aanzienlijk anders toe dan in de Alternative für Deutschland (AfD), maar ook daar broeit er iets. Oskar Lafontaine, eminence grise van Die Linke en ooit minister en later kandidaat-bondskanselier van de SPD, valt de partijtop aan op zijn verkeerde opstelling in de asielcrisis.

In eerste instantie luchtte Lafontaine op zijn eigen facebook-pagina zijn hart, daarna sloeg hij alarm met een opiniestuk getiteld “Als vluchtelingenbeleid sociale gerechtigheid opheft”, dat op 27 september j.l. in het dagblad neues deutschland verscheen.

Neues Deutschland was, destijds nog met hoofdletters, het officiële blad van de SED, de staatspartij van de DDR, maar is sindsdien officieel onafhankelijk geworden van de moederpartij, die inmiddels Die Linke heet. In 2007 maakte de firma van de krant zich los van de partij, desalniettemin geldt de krant nog altijd als officieus partijblad, waarin de discoursvorming van de ‘gematigde’ vleugel, die de partij domineert en voorstander is van regeringssamenwerking met SPD en Groenen, plaats vindt.

In tegenstelling tot de kleinere, maar venijnigere, concurrent Junge Welt heeft neues deutschland echter niet alleen lezers verloren (de oplage ligt nog maar bij zo’n 30.000 exemplaren), maar ook een duidelijke inhoudelijke lijn. De aanpassing aan de links-liberale mainstream onder de kleurloze hoofdredacteur Tom Strohschneider heeft ertoe geleid dat de krant in zijn 70e levensjaar vooral één ding is: saai.

Hierin kan tenminste voor het moment verandering gekomen zijn, want Lafontaine zoekt de confrontatie, confrontatie met de meerderheid van het partijkader, waarbij hij er op rekent een meerderheid van de sympathisanten van de partij aan te kunnen spreken. In dit verband is het belangrijk om te bedenken dat grote delen van de partij een beleid voorstaan (of praktiseren) dat grote delen van het (potentiële) electoraat van de Die Linke, in het bijzonder in het oosten van het land, niet zouden blieven als ze volledig op de hoogte zouden zijn van de deels trans-Atlantische, deel anti-Duitse en compleet multiculturele opstellingen van de partij.

Keer op keer komt het zodoende tot dissonanten en conflicten, afkeer en frictie. Hierin spelen Lafontaine en zijn vrouw Sahra Wagenknecht een belangrijke rol. Het paar doet zijn best om aansluiting te vinden bij het volk, stelt zich zeg maar ‘links-populistisch’ op en wil weinig te maken hebben met wat andere invloedrijke partijkaders met de partij en met Duitsland voor hebben.

Onder het partijkader maken Lafontaine en Wagenknecht zich daarmee zacht gezegd niet tot de meest geliefde politici. De jongerenorganisatie van Die Linke heeft er bijvoorbeeld gewoonte van gemaakt om bij toespraken van Wagenknecht, die toch co-voorzitter van de Bondsdagfractie is, uit protest en bloc de zaal te verlaten. Ze zien haar als ‘dwarsfronter’ die standpunten inneemt die in de buurt komen van rechts-populisme, omdat ze de ‘geen mens is illegaal’-retoriek van de partij negeert.

Ook talrijke Landdag- en Bondsdagleden accepteren de rol van Wagenknecht en haar partner slechts tandenknarsend. Dat heeft er natuurlijk mee te maken dat Wagenknecht “onder de mensen” en in de talkshows het populairste gezicht van Die Linke is en in deze hoedanigheid ook in het oosten langzaam maar zeker populairder aan het worden is dan de oud wordende Gregor Gysi. In zekere zin heeft men Wagenknecht nodig als stemmentrekker, men werkt er tegelijkertijd echter constant aan dat zij noch haar standpunten te veel invloed krijgen in de partij.

Hetzelfde kan met betrekking tot Lafontaine gesteld worden. Hij mag dan een van de geestelijk vaders geweest zijn van de fusie van de west-Duitse WASG en de oude Linkspartei (PDS) tot Die Linke, maar zijn opvattingen vallen grotendeels samen met die van Wagenknecht. Ook vandaag de dag is hij in het Westen van Duitsland nog een van de meest prominente politici van Die Linke. Ook hij staat, op zijn laatst sinds zijn ‘Chemnitzer Rede’ in 2005, op de zwarte lijst van het dominante partijkader, is tegelijk echter geliefd bij linkse proteststemmers.

Tot zover deze kleine uitweiding over de verhoudingen binnen de partij Die Linke was nodig, om te duidelijk te maken hoe potentieel explosief het optreden van Lafontaine is. Het compromis binnen Die Linke bestond er met het oog op de Bondsdagverkiezingen van 2017 nu juist in de spagaat tussen het (deels immigratie-kritische) electoraat in het Oosten en de (vrijwel zonder uitzondering immigratie-fanatieke) partijfunctionarissenkaste in zowel het Oosten als het Westen uit te houden, door het onderwerp zo min mogelijk aandacht te schenken of met gemeenplaatsen af te doen zonder de eigen standpunten prijs te geven. Nu komt echter uitgerekend Lafontaine en schiet in de krant met scherp op de partijleiding en hun refugees-welcome-koers.

Lafontaines analyse snijdt overwegend hout, daaraan bestaat geen twijfel. Eerst laat hij de lezers duidelijk zien hoe Die Linke er bij zijn klassieke achterban tegenwoordig voor staat: Nog slechts 11 procent van de werklozen stemden op Die Linke (AfD 22) en slechts 10 procent van de arbeiders (AfD 21). Hij duidt de overstap van die kiezers naar de rechtse concurrent als signaal dat Die Linke het thema van de sociale gerechtigheid uit het oog is verloren of concreter: het thema van de sociale gerechtigheid voor de autochtonen.

De ervaring in Europa leert: Als deze mensen zich niet meer door linkse resp. sociaaldemocratische partijen vertegenwoordigd voelen, kiezen ze in toenemende mate voor rechtse partijen.

Dat klopt inderdaad en het bewijs daarvoor ligt in verschillende landen voor het oprapen. In Oostenrijk bijvoorbeeld waar zo’n 70 procent van de arbeiders niet meer de voorkeur geeft aan de SPÖ (of de communistische KPÖ), maar aan de FPÖ. En ook in Frankrijk, het klassieke politieke laboratorium van Europa ziet men tendensen dat een sociaal gevoelige rechtse partij succesvol meerderheden onder de arbeiders en de werkzoekenden kan verwerven, terwijl links zich met urbaan-kosmopolitische minderhedenthema’s bezig houdt.

Lafontaine werpt ook nog eens een kritische blik op de ‘nieuwe Duitsers’. Alleen een bepaalde laag slaagt er in “duizenden euro’s op te brengen, waarmee men de smokkelaars kan betalen om naar Europa en vooral naar Duitsland te komen”, terwijl de werkelijk noodlijdenden in hun land van herkomst moeten blijven:

Miljoenen oorlogsvluchtelingen vegeteren in de kampen, nog eens miljoenen mensen hebben helemaal geen kans om hun land vanwege honger en ziekte te verlaten. Men helpt onbetwist veel meer mensen, wanneer men de miljarden die een staat uitgeeft om het lot van de armsten van deze wereld te verbeteren ervoor gebruikt om het leven in de kampen gemakkelijker te maken en honger en ziekte in de armoedige gebieden te bestrijden. En wanneer men de miljarden die voor interventieoorlogen en uitrusting uitgegeven worden eveneens ervoor gebruikt om de armsten in de wereld te helpen, dan zou veel goeds bewerkt kunnen worden.

Ook hier verdient Lafontaine bijval. Hulp ter plaatse zou veel duurzamer zijn en bovendien bewerkt een euro daar meer dan een euro hier. Ook de kritiek dat interventieoorlogen en wapendeals juist niet de mensen in nood helpen, maar veeleer andere actoren (de wapenindustrie, investeerders, staten etc.) valt niet te bestrijden.

Het lijkt er in ieder geval op dat kort na de verkiezingen het compromis binnen Die Linke geen stand meer houdt, want Lafontaine laat het hier niet bij:

Het ‘vluchtelingenbeleid’ van de terecht afgestrafte ‘vluchtelingen-kanselier’ Merkel was volstrekt ongeloofwaardig, omdat hij vermeende medelijden met de oorlogsvluchtelingen haar er niet van weerhield via de Golf-emiraten wapens aan de jihadisten te leveren en deel te nemen aan de bombardementen van Syrië, die de mensen op de vlucht dreven.

Deze in essentie juiste uitspraken bergen een geweldige explosieve kracht in zich voor Die Linke. Niet zozeer omdat het geleidelijk steeds meer in de partij post vattende transatlanticisme met het bijbehorende bellicisme impliciet gegeseld wordt. Maar vooral omdat Lafontaine zowel het vluchtelingenbeleid van de regering direct aanvalt als ook bondskanselier Merkel zelf, die met name in de hippe, grootstedelijke linkse kringen tenminste op enige sympathie kon rekenen vanwege haar keuze de grenzen open te houden, steekwoord ‘Wilkommenskultur’.

Een linkse partij mag bij de hulp aan mensen in nood het principe van de sociale gerechtigheid niet buiten werking stellen. Wie bij arbeiders en werklozen zo weinig steun vindt (en dat was in 2009 nog anders!), moet er eindelijk eens over nadenken waar dat aan ligt. Daar helpt ook geen verwijzing naar urbane klassen – waartoe bij mijn weten ook arbeiders en werklozen horen, die merkwaardig genoeg altijd door diegenen als alibi gebruikt wordt, die bij hun verkiezingscampagneactiviteiten in de stedelijke centra in ieder geval bij een handje vol partijleden weerklank vinden.

Deze conclusie kon niet treffender zijn en toch hoeft men zich bij de AfD geen zorgen te maken. Een koerswijziging van Die Linke en het bijbehorende milieu in deze zin is niet te verwachten. Lafontaine ontbeert slagkrachtige netwerken in de partij. Zijn koers, die meer solidariteit met autochtonen en minder fanatisme voor de vluchteling als nieuw revolutionair subject als linkse heilsgestalte impliceert, zal dientengevolge weinig weerklank vinden bij het partijkader. De partijleiding heeft veeleer het tegenovergestelde in de zin.

Het is dan ook geenszins toevallig dat slechts een dag na Lafontaines stuk niemand minder dan Gregor Gysi een repliek in neues deutschland publiceerde. Meer dan de helft van de tekst is niets dan ijdel gezwets. Lafontaine wordt de les gelezen over hoe gul Gysi steeds naar hem geweest is en hoeveel geduld hij met hem geoefend heeft. Pas in het laatste stuk gaat Gysi inhoudelijk op Lafontaine in:

Is ons vluchtelingenbeleid werkelijk sociaal onrechtvaardig? [..] De toenemende stroom aan vluchtelingen is ook uitdrukking van de extreem verschillende sociale ontwikkelingen op de continenten. De oorzaken zijn divers. Oorlog leidt evenzeer tot vluchtelingen als honger, nood, lijden en milieurampen. Juist diegenen die een weinig bezit hebben, vrezen het te verliezen en gebruiken het om te vluchten. Hij zijn ongetwijfeld niet de armsten, maar arm zijn ze niettemin. Welke weg moeten we begaan? Die van de CSU? Moeten we werkelijk bovengrenzen eisen, nationaal egoïsme prediken. Zou dat linkse politiek zijn? [..]

We moeten aan de kant van de zwakken en het midden in de samenleving, overigens ook in de economie staan. Dat is onze opgave. De vluchtelingen zijn zwak, bij ons zelfs de zwaksten, om tegen hen te kiezen zou mijns inziens verraad betekenen aan ons sociale en humanistische uitgangspunt.

De bepalende alinea is de laatste. Hij laat in de kern zien hoe concept- en planloos de grenzen-open-voor-iedereen-opstelling van links ten aanzien van de dubbele uitdaging van massaimmigratie en het ontstaan van de Duitse neerwaartse-sociale-mobiliteitssamenleving is. Het verliest zich in gemeenplaatsen, die misschien nog voldoen voor gevoelsmatig linkse pedagogiek-bachelorstudenten uit Berlijn-Friedrichshain of Leipzig-Connewitz.

De arbeider of de werkloze daarentegen, die in zijn concrete materiële situatie niet door abstract-humanistische stellingen, hoe menselijk ook verpakt, aangetrokken worden, maar wil weten hoe concreet een verbetering van zijn individuele situatie alsmede die van de samenleving als geheel er uit kan zien – zo’n persoon zal er geen genoegen mee nemen dat hij kennelijk niet meer zo belangrijk is voor zijn linkse partij omdat er nu naar verluidt nog zwakkeren zijn (die op grond van het open-grenzenbeleid van Merkel, die door veel linkse politici slechts als opstapje naar nog meer immigratie gezien wordt, überhaupt in deze hoeveelheden ten tonele verschenen).

De sociale belangen van het precariaat, de uitzendkrachten, de werklozen, de wegbezuinigden, de overtolligen, de latent of openlijk door neerwaartse sociale mobiliteit en onzekerheid bedreigden (en deze opsomming omvat een steeds groter deel van de Duitse samenleving) vormen een interessant terrein waarop de AfD zich in toenemende mate zou kunnen begeven zonder dat ze daar met serieuze concurrentie hoeft te rekenen, aangezien het verkosmopoliteerde links, waaronder dus ook Die Linke, het uur van de sociale gerechtigheid, van de duidelijke stellingname, van de aansluiting bij de arbeidersklasse, kortom: het uur van het populisme uit ideologische en moralistische motieven aan zich voorbij heeft laten gaan.

Dat uur is nu aangebroken, maar de kwesties zullen in de toekomst nog aan belang winnen, naarmate de crises verergeren; noch de kredietcrisis, noch de eurocrisis, noch de migratiecrisis is immers fundamenteel aangepakt. En alleen die laatste bergt voor Die Linke al het gevaar in zich van een ernstige interne crisis met het risico van een afscheid van Lafontaine en Wagenknecht of een eventuele afsplitsing. Terwijl Lafontaine en Gysi discussiëren over voor wie en met wie ze eigenlijk een sociaal beleid willen voeren, loopt Die Linke een reëel risico om juist in zijn oost-Duitse stamland nog meer kiezers aan de AfD te verliezen en op termijn zelfs overbodig te worden. Lafontaine trekt aan een dood paard.

 

Posted on

Helmut Kohl wachtte steeds vasthoudend zijn moment af

Oud-bondskanselier Helmut Kohl is vrijdag op 87-jarige leeftijd overleden. Kohl wordt gezien als een van de meest invloedrijke en meest onderschatte politici uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland.

De Rooms-Katholieke Kohl werd in 1930 in Ludwigshafen, op de tegenoverliggende Rijnoever van Mannheim, geboren. Hij studeerde rechten, politicologie en geschiedenis en werd actief binnen de Christelijk Democratische Unie (CDU) in zijn deelstaat Rijnland-Palts, waar hij van 1963 tot ’69 fractievoorzitter in de Landdag was en vervolgens zeven jaar deelstaatpremier. Vanuit deze machtsbasis werd hij verkozen om in 1973 Rainer Barzel op te volgen als federaal partijvoorzitter.

Aanhouder wint

Hij werd door de CDU ook genomineerd als kandidaat-bondskanselier. De Beierse Christelijk Sociale Unie (CSU) gaf schoorvoetend toe. Met de nederlaag in de federale parlementsverkiezingen van 1976 leek Kohl voor buitenstaanders over zijn hoogtepunt heen. Hij was echter zo vasthoudend, dat hij in 1980 opnieuw door de CDU genomineerd werd als kandidaat-bondskanselier. Ditmaal werd hij echter gepasseerd, men besloot voor een meer charismatische, maar ook meer controverse oproepende, kandidaat te kiezen, in de persoon van de CSU-politicus Franz-Josef Strauß.

Dit zou echter een slechter resultaat opleveren dan in ’76. Maar Kohl was zo slim om de touwtjes in handen te houden als fractievoorzitter van de CDU/CSU in de Bondsdag. Toen de liberale FDP in de verleiding kwam om van coalitiepartner te wisselen, werd Kohl in ’82 alsnog bondskanselier. Begin ’83 won hij vervolgens een overtuigende verkiezingsoverwinning en in ’87 won hij opnieuw, met een iets kleinere meerderheid.

Geen expert in buitenlandse zaken

De hereniging van de beide Duitslanden en de Europese integratie zijn zaken waar men tegenwoordig als eerste aan denkt bij Kohl, maar hij was allerminst een expert in buitenlandse zaken. Kohl leunde in dezen aanvankelijk sterk op zijn minister van Buitenlandse Zaken, tevens vice-kanselier voor de FDP, Hans-Dietrich Genscher. Genscher zette onder Kohl zijn beleid van verzoening met het Sovjet-blok inclusief de DDR en het beleid van Europese integratie voort.

Helmut Kohl tijdens een ontmoeting van de Europese Raad in België, 1987, vergezeld door minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher (foto: Bundesarchiv)

Kohl werd lang als saai en boers gezien, bij diverse gelegenheden kwetste hij door onhandigheid buitenlandse gevoeligheden. Anders dan zijn voorganger Helmut Schmidt, sprak hij geen Engels. Hij ging steevast in Oostenrijk op vakantie en leek zijn provinciaalse imago haast bewust te cultiveren. Voor 1990 deed Kohl het maar matig in de populariteitspeilingen, hij lag fors achter op Genscher en op zijn rivalen voor het bondskanselierschap in de SPD.

In ’89-’90 kwam echter zijn politieke instinct weer aan de dag, toen hij het nationale sentiment naar de CDU wist toe te trekken. Zo werd hij in 1990 bondskanselier van een herenigd Duitsland. Na de Wiedervereinigung maakte Kohl zich internationaal vooral hard voor de Europese integratie, hij wilde daarbij naar eigen zeggen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland bewerkstelligen.

Kohls meisje

De politieke erfenis van Kohl is divers. De ‘geistig-moralische Wende’ waarvan hij in de jaren ’80 sprak, kreeg nooit gestalte. Er is de hereniging van Duitsland, die natuurlijk niet alleen zijn werk was, en de ‘bloeiende landschappen’ in de voormalige DDR die uitbleven. En er is de instemming met verdere Europese integratie, de weg naar de Euro en de vestiging van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Maar de nu nog meest bepalende erfenis is misschien wel Angela Merkel als dominante politieke persoonlijkheid in Europa. Net als Kohl werd Merkel, ‘Kohls meisje’, aanvankelijk schromelijk onderschat. Haar politieke instinct was nog sterker dan dat van haar politieke peetvader. Ze was ook meer rücksichtslos in het opzij schuiven van rivalen, zoals ook Kohl zelf heeft mogen ondervinden.

Later zou Kohl – overigens net als oud-bondskanseliers Helmut Schmidt en Gerhard Schröder – Merkel scherp bekritiseren over haar standpunt in de Eurocrisis, haar opstelling tegenover Rusland in de Oekraïnecrisis, en haar benadering van de immigratiecrisis. Hij bracht deze kritiek onder andere onder woorden in zijn boek Aus Sorge um Europa, naar aanleiding waarvan hij in de pers geciteerd werd met de woorden: “Die macht mir mein Europa kaputt.”

Posted on

Duitsland: Overbodige Groenen staan er slecht voor

Terwijl GroenLinks in Nederland haar beste verkiezingsresultaat ooit* viert, staat de Duitse Groenen een slecht verkiezingsjaar te wachten. Voor de verkiezingen voor de Bondsdag in september worden er drie landdagen gekozen, te beginnen met die van Saarland. Voor de Groenen had het niet ongunstiger kunnen zijn.

Recente peilingen zien de Groenen zelfs onder de kiesdrempel van vijf procent. Als de Groenen er op 26 maart in Saarland niet in slagen over de kiesdrempel te komen, zet dat meteen een domper op de campagne voor de verkiezingen daarna.

De partijtop rond Cem Özdemir en Simone Peter doet er dan ook alles aan om demonstratieve gelatenheid uit te stralen. Het Saarland is maar klein, kent allerlei regionale bijzonderheden en is boven nooit een bolwerk van de Groenen geweest, zo klinkt het. Niet onwaar, maar wat de leiders van de Groenen wijselijk verzwijgen is dat de partij in het Saarland steeds alleen dan succes had, wanneer de federale trend positief was. En daarvan is op het moment geen sprake.

Op federaal niveau zien de opiniepeilers de Groenen momenteel tussen de 6,5 en 8 procent van de stemmen. Vier jaar geleden kwam de partij in de verkiezingen voor de Bondsdag nog op 8,4 procent en dat werd toen als een rampzalig resultaat beschouwd.

De kandidatuur van Martin Schulz voor het bondskanselierschap heeft de SPD opgestuwd in de peilingen en de Groenen een serieus probleem bezorgd. Tot nu toe gold voor links georiënteerde kiezers dat de Groenen sterk gemaakt moesten worden om nog een termijn als bondskanselier voor Angela Merkel te doorkruisen. Maar deze tijd is voorbij. “Doordat de SPD de mogelijkheid heeft de grootste partij te worden, verschaft ze zich een ongedacht mobiliseringspotentieel. Voor de Groenen geldt het tegendeel. En Die Linke heeft met vergelijkbare problemen te kampen”, aldus politicoloog Karl-Rudolf Korte van de Universiteit Duisburg-Essen.

Dat de concurrentie van Die Linke eveneens afzwakt, is een schrale troost voor de Groenen. Als de SPD daadwerkelijk de grootste partij wordt, kan ze de Unie van CDU en CSU een junior-rol in de coalitie aanbieden. Voor de Groenen het slechtst denkbare scenario.

Achterhaald door Merkel

De Groenen zoeken momenteel dan ook handenwringend naar een verkiezingsthema. De kernramp van Fukushima bezorgde de partij in 2011 een enorme toeloop en in de deelstaat Baden-Württemberg de eerste minister-president. Daarna kwam de Energiewende, waarmee Merkel het groene kernthema tot staatsraison maakte.

Maar de omschakeling naar hernieuwbare energie is onbeholpen, de kosten zijn immens, het geklaag over windturbines zwelt aan. En de weerklank die de Groenen vinden wordt geringer: “Peilingen zijn momentopnames. In 2002 lagen we bij goed vier procent en haalden we twee keer zoveel. Goed dat er dankzij Schulz überhaupt wat in beweging komt. Dat moet je sportief opnemen”, houdt Özdemir zich groot.

De federale co-partijvoorzitter is samen met de gesjeesde protestantse theologiestudent Katrin Göring-Eckardt  lijsttrekker in de verkiezingen. Dat wilden de leden zo. Özdemir werd 23 jaar geleden voor het eerst in de Bondsdag gekozen, Göring-Eckardt zit nu 19 jaar in het parlement. Nieuwe gezichten zijn het dus niet bepaald. Nieuwe thema’s heeft men tot nog toe ook niet weten te vinden. De partij heeft zich in de loop der jaren van een eerder linkse, pacifistische protestbeweging in een links-liberale partij voor mensen die goed verdienen veranderd.

Multikulti

Tevergeefs zoekt de partijleiding een weg uit de stemmingscrisis. Het centrale thema in het publieke debat van de afgelopen maanden, de binnenlandse veiligheid, was voor de Groenen nooit een sterk punt. Co-partijvoorzitter Simone Peter zorgde voor ophef, toen ze de politie in Keulen racisme verweet vanwege hun controles in de nieuwjaarsnacht. Op 14 mei wordt er daar gekozen voor de landdag van Noord-Rijnland-Westfalen, qua bevolking de grootste Duitse deelstaat.

De multiculturele samenleving is in deze onrustige tijden sowieso een zwakke plek van de Groenen. Inzake immigratie en integratie laat de partij een diffuus beeld zien. Tegenover de oproep van delen van de jongerenorganisatie voor een verblijfsrecht voor iedereen, staat de roep van de realisten uit Baden-Württemberg rond minister-president Winfried Kretschmann en de burgemeester van Tübingen Boris Palmer om meer politie en snellere uitzettingen.

Sociaal versus radicaal ecologisch

In de afgelopen week verspreidden de campagneleiders een discussiestuk van Göring-Eckardt en andere Bondsdagleden over een ‘acht-puntenplan voor een rechtvaardige arbeidsmarkt’. Daarmee wil men schijnbaar op de door Schulz in beweging gezette Hartz-IV-trein springen en ‘sociale gerechtigheid’ tot campagnethema maken. Maar net als bij Schulz blijven de voorstellen vaag en gaan ze vooral de linkervleugel van de partij niet ver genoeg.

De linkervleugel van de partij eist dat men zich vastlegt op radicale ecologische thema’s: “We moeten aansluiting zoeken bij thema’s die de mensen bezighouden”, zegt co-partijvoorzitter Peter. Ze wil duidelijk maken dat sociale en ecologische vraagstukken samenhangen. De vraag is of dit aanslaat bij de kiezer. “Het is geen wetmatigheid dat alleen de [liberale] FDP voor de vijf-procentdrempel moet vrezen. Wie op momenteel negen procent staat en met zo’n verkeerde startpositie als de Groenen, kan ook door deze politieke demarcatielijn heen zakken”, schreef het tijdschrift Cicero onlangs.

Regeren

Een jaar geleden hadden Özdemir en vertrouwelingen nog ontmoetingen met bondskanselier Merkel en de haren. Met het oog op de toenmalige zwakke positie van de SPD en de onzekere toekomst van de FDP, heette het toen dat Angela Merkel geïnteresseerd was in de mogelijkheid van een zwart-groene coalitie na de Bondsdagverkiezingen. Inmiddels liggen de verhoudingen anders. Uiteindelijk blijft voor de Groenen alleen nog de hoop bestaan de een of de ander aan een meerderheid te kunnen helpen.

Mochten de Groenen er in het Saarland toch in slagen over de kiesdrempel te komen, dan zou het niet onwaarschijnlijk zijn dat een linkse coalitie van SPD, Die Linke en Groenen de huidige grote coalitie aflost. En op federaal niveau? “Als CDU en SPD de grote coalitie zat zijn, zullen ze toch iemand nodig hebben om mee te regeren”, houdt Özdemir de moed er in.

Lees ook: Ideologische ledigheid: Hoe een ‘centrumrechtse’ partij het uithoudt met een groene leider


* Afgezien van de Tweede Kamerverkiezingen van 1972 toen CPN, PPR en PSP bij elkaar 16 zetels behaalden.

Posted on

Duitse socialisten verdeeld over vluchtelingen

“Vluchtelingen welkom” staat er op een banner op de site van de Duitse socialistische partij Die Linke (vergelijkbaar met de SP in Nederland). Maar de multiculturele visioenen van de partijtop raken bij de partijbasis niet zonder meer de juiste snaar.

[contextly_sidebar id=”LxpmO59jjh7vzUAnN3UhTXJOl7AplKWh”]De voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine kon naar eigen zeggen dan ook op veel instemmende reacties rekenen toen hij enige afstand van het partijstandpunt nam. Voor de Kerst sprak Lafontaine zich al voor strikte contingenten uit en stelde hij dat vluchtelingen zoveel mogelijk in de buurlanden van Syrië ondergebracht moeten worden om ze zo de gevaarlijke overtocht over de Midddellandse Zee te besparen.

Zijn vriendin Sarah Wagenknecht, lid van de Bondsdag voor Die Linke, liet zich onlangs op vergelijkbare wijze uit. “Natuurlijk is er een bovengrens, objectief kan Duitsland niet nog eens een miljoen vluchtelingen aan”, aldus Wagenknecht na de rellen van oudejaarsavond. “En wie het gastrecht misbruikt, die heeft het gastrecht dan ook verbruikt.”

Dat met Lafontaine en Wagenknecht uitgerekend de landelijk meest bekende vertegenwoordigers van de partij zich kritisch uitlaten over de onbegrensde ‘welkomstcultuur’, treft de partij pijnlijk. Campagneleider Matthias Höhn reageert gechoqueerd: “Het was en is een gevaarlijke dwaling om te denken dat de ruk naar rechts van een samenleving voorkomen kan worden door de eisen van rechts een wat tegemoet te komen.” Dietmar Bartsch, die samen met Wagenknecht het voorzitterschap van de Linke-fractie in de Bondsdag voert en als aartsvijand van Lafontaine geldt, tapte uit hetzelfde vaatje: “Het lijkt me weinig zinvol om de concurrentie met de CSU of zelfs de AfD aan te gaan.”

De interne discussie over het vluchtelingenvraagstuk komt de partij ongelegen. In Baden-Württemberg en Rijnland-Palts willen de socialisten in maart in de landdag komen en in Saksen-Anhalt willen ze hun plaats als grootste partij na de CDU veilig stellen. De strategen op het partijbureau weten echter wel dat de asielcrisis het grote thema zal zijn in de verkiezingscampagnes die zo onderhand beginnen. Officieel is de partij Die Linke multicultureel en asielzoekervriendelijk. Maar het is geen groot geheim dat vooral hun sociaal zwakkere kiezers weinig begrip hebben voor deze standpunten.

De partij bevindt zich dan ook in een spagaat. Duitsland moet volgens Die Linke weliswaar onbegrensd vluchtelingen op blijven nemen, maar de kosten moeten verhaald worden op de EU-landen die relatief weinig vluchtelingen opnemen. Lafontaine houdt dit idee voor slechts gedeeltelijk uitvoerbaar: “Deze landen zijn door het bezuinigingsdictaat van Duitsland al kapot gemaakt.” Het tafeltje voor de vluchtelingen kan alleen “door de rijken of de superrijken gedekt worden.”