Posted on

Sea Watch heeft recht noch moraal aan haar zijde

Sea Watch 3

Het indringen van de Sea Watch 3 in de haven van Lampedusa stort de betrekkingen tussen Duitsland en Italië in een crisis. Dit terwijl Sea Watch zich op recht noch moraal kan beroepen voor haar roekeloze acties.

De Berlijnse reactie op de arrestatie van de “Kapitänin” van het schip Sea Watch 3, Carola Rackete, door de Italiaanse autoriteiten was bijna eensluidend. “Wie mensenlevens redt, kan geen misdadiger zijn”, loofde president Frank-Walter Steinmeier Rackete en de haren. Minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) stelde dat “redding op zee” niet “gecriminaliseerd” mag worden. En minister van Ontwikkelingshulp Gerd Müller (CDU) zei te “verwachten” dat de EU de “onmiddellijke vrijlating eist”.

Sea Watch interpreteert zeerecht naar willekeur

De Sea Watch 3 had op 12 juni voor de Libische kust 53 asielzoekers opgepikt die door mensensmokkelaars de zee op gebracht waren, alwaar ze vermoedelijk volgens plan “in nood” raakten. De bemanning weigerde meer nabij gelegen havens aan te doen, bijvoorbeeld in Tunesië, om de “schipbreukelingen” aan land te brengen, zoals het zeerecht voorschrijft. In plaats daarvan wilde men per se de reis naar Italië afdwingen.

Sea Watch drong met geweld haven binnen

Afgezien van mensen in acuut levensgevaar, wees Rome dit echter af. Uiteindelijk drong de Sea Watch 3 dan met geweld de haven van Lampedusa binnen. Een Italiaanse patrouilleboot werd naar zeggen van zijn commandant bij deze manoeuvre bijna “gekraakt” door het schip van 600 ton. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini spreekt van een “oorlogshandeling”. Het Europese Gerechtshof had spoedprocedures van de Berlijnse Sea Watch-organisatie om de opname van asielzoekers in Italië reeds afgewezen. Het staat dan ook buiten kijf dat het zich gewelddadig toegang verschaffen tot een Italiaanse haven illegaal was.

Sea Watch en medestanders wanen zich met hun “waarden” boven de wet

Duitse politieke leiders storen zich daar echter niet aan. Ze staan met hun “waarden” kennelijk boven de wet. Dat wil zeggen, bij hen gaat ideologie boven recht. Zelfs het argument van de humaniteit is misleidend. Want pas door de meer rigide grenscontroles aan en op de Middellandse Zee kon het aantal bij de overtocht verdronken asielzoekers van bijna 4600 (2016) naar 341 in het eerste half jaar van 2019 teruggedrongen worden. De reden is simpel: Veel minder mensen waagden zich aan de gevaarlijke overtocht, omdat door Salvini’s beleid het uitzicht op toelating tot de EU was afgenomen. Het vooruitzicht dat zogenaamde “reddingsschepen” je naar binnen kunnen loodsen, trekt echter nog altijd de nodige mensen aan. Daardoor begeven zich tienduizenden zwarte Afrikanen noordwaarts.

Recht noch moraal

Wat de deugseiners in politiek en media ook beweren, Sea Watch en gelijkgezinden kunnen zich op het recht noch op een verantwoorde moraal beroepen. Het ene verachten ze, het andere hebben ze in werkelijkheid niet. Ondertussen zet Berlijn, door zich aan de zijde van rechtsovertreders met dubieuze moraal tegen de soevereiniteit van een andere lidstaat te stellen de samenwerking binnen de EU onder druk. Dat kon Duitsland nog wel eens duur komen te staan. In Rome zullen ze het niet snel vergeten.

Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on

Asielzoekers verdwenen – Salvini ziet zijn gelijk bevestigd

Het schip van de Italiaanse kustwacht ‘U. Diciotti’ (CP 941) liep op 20 augustus jongstleden met 177 uit de Middellandse Zee voor de kust van Libië opgepikte immigranten de haven van Catania op Sicilië binnen. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken en Lega-leider Matteo Salvini  weigerde aanvankelijk om, naast minderjarigen en medische noodgevallen ook de overige passagiers van boord te laten.

Pas na tien dagen stemde hij in met het aanbod van de Rooms-Kahtolieke Kerk in Italië en van Albanië en Ierland om de immigranten op te nemen. Na slechts enkele dagen waren de meeste van de 100 in Italië ondergebrachte overwegend Eritrese asielzoekers echter al weer uit de opvang verdwenen.

De Italiaanse bisschoppenconferentie noemde het onderduiken van de immigranten “onverstandig”. De voorzitter van de bisschoppenconferentie, kardinaal Gualtiero Bassetti verklaarde dat hij de keuze van de immigranten om verder te trekken weliswaar respecteert, ook al beschouwt hij die als “grotendeels absurd”.

De katholieke kerk in Italië had zich er bij de regering voor ingezet, om de mensen aan boord van de U. Diciotti aan land te laten en zelf 100 van 177 personen in kerkelijke instellingen opgevangen. De kerk zag het echter alleen als haar taak om opvang te bieden en kon niet bewaken waar de immigranten bleven, aldus de kardinaal. Bassetti zei tegenover Italiaanse media te vrezen dat ze in het criminele circuit terecht zijn gekomen, “Ze zijn niet gekomen om in Italië te blijven”.

Saillant detail: Een dag voor het verdwijnen van de groep immigranten had kardinaal Konrad Krajewski als pauselijke vertegenwoordiger voor liefdadigheid het kerkelijke opvangcentrum in Rocco di Papa nog bezocht. In Rocco di Papa bevinden zich nog enkelen uit de groep van 100. Het is te verwachten dat ook zij binnenkort verdwenen zijn.

Wat er van de immigranten geworden is die door Albanië zijn opgenomen is eveneens onduidelijk. Het laat zich denken dat zij zich ook reeds via de Balkanroute naar elders begeven hebben.

De Italiaanse regering ziet in het verdwijnen van de zogenaamde hulpbehoevenden een duidelijk bewijs dat deze helemaal niet hulpbehoevend waren en voelt zich zodoende bevestigd in haar beleid van gesloten havens. Volgens minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini is het verdwijnen van de asielzoekers van de U. Diciotti het bewijs dat “diegenen die in Italië aankomen geen skeletten zijn die voor oorlog en honger vluchten”. De asielzoekers in kwestie hadden “zo zeer behoefte aan bescherming, bed, bad en brood, dat ze zodra ze dat kregen ervoor kozen te verdwijnen”, schimpte Salvini op Twitter.

Posted on

Is er licht aan het einde van de vluchtelingencrisis?

De reactie van een aantal Amerikaanse commentatoren op de Europese topbijeenkomst van 28 juni jongstleden over de Afrikaanse vluchtelingencrisis, is even pragmatisch als onuitvoerbaar en even onmenselijk als verwerpelijk. Er wordt gesproken van een Trumpiaanse oplossing. “Laat Europa gewoon een hoge muur bouwen langs de Noord-Afrikaanse kustlijn en doe dat op kosten van Afrika zelf” In feite de Mexicaanse aanpak, die echter zelfs in Amerika als onnodig hard en meedogenloos wordt ervaren, maar die tot op heden niet wordt gestopt. Zoveel is zeker. De Amerikaanse politiek evenals de Europese, lopen beide op hun achterste benen en zijn in feite disfunctioneel geworden ten opzichte van oude idealen als vrijheid en verlichting, menselijkheid en beschaving, tolerantie en democratie.

Bijzonder is het niet, maar nog steeds is het wel opmerkelijk dat de betaalplicht voor zo’n nieuw te bouwen muur bij Afrika zelf wordt gelegd, ook nu naar voorbeeld van Amerika. Op zich niet zo’n gekke gedachte. Laten we beginnen bij het zwaar tot zeer zwaar fiscaal belasten van de rijke tot allerrijkste bovenlaag van veel Afrikaanse landen, inclusief het geld dat deze elites in het buitenland hebben gestald. Nee, dat geld moet Europa niet in eigen zak steken, maar juist terug laten vloeien naar Afrika zelf  in de vorm van onderwijs en innovatie.

Sommige commentatoren zoeken de oplossing voor de vluchtelingencrisis meer in het opzetten van gevangeniseilanden, vanwege de afschrikwekkende werking die er van deze eilanden uitgaat. Hoe berucht is niet het eiland Alcatraz in de baai van San Fransisco dat al in 1963 werd gesloten, maar zelfs nu nog tot de verbeelding spreekt? Of het Noorse gevangeniseiland Bastoy dat als schoolvoorbeeld moet dienen voor een humaan beleid voor criminelen. In Nederland kennen we ook een soort gevangeniseiland maar dan op het land, namelijk in Veenhuizen. Ooit is deze concentratie van gevangenissen begonnen als heropvoedingsplek voor schooiers en vandalen, naar het verlichte ideaal van Jonkheer van den Bosch.

Hongarije kent inmiddels al een muur en weet zich daarin gesteund door de Visegrad-landen, een groep van EU-lidstaten (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije) die samenwerkt op diverse terreinen, waaronder op het gebied van identiteit en veiligheid. Langzaam maar zeker vormen deze lidstaten op die thema’s een beetje een eiland van eensgezindheid in de zee van politieke onbekwaamheid van Europa. Helaas wordt er steeds meer gesproken van een Europa dat in zijn huidige vorm stervende is. Ik had het graag anders gezien.

Een muur helpt niet. Een eiland helpt ook niet. Opvangkampen helpen niet, net zo min als detentiecentra. Is er iets wat nog wel zou kunnen werken? Ja, eigenlijk wel. Europa zou bijvoorbeeld in samenspraak met de  UNHCR een enorme reeks van universiteiten en hogescholen langs de gehele kustlijn van Noord-Afrika kunnen vestigen naar voorbeeld van het bestaande campusmodel van Amerikaanse universiteiten. Alle mogelijke vormen van onderwijs, ontwikkeling en innovatie kunnen in deze ‘politieke vrijplaatsen’ worden gegeven en hele nieuwe steden van economische slagkracht kunnen ontstaan, waarna afgestudeerde studenten zelf kunnen kiezen in welk land zij zich uiteindelijk willen vestigen. Zo’n aanpak kost inderdaad veel geld. Maar dat kost de huidige crisis ook.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Interpol waarschuwt: IS-strijders komen als bootvluchtelingen

Interpol heeft alarm geslagen en een lijst van 50 vermoedelijke IS-strijders gepubliceerd, die in de afgelopen maanden als ‘bootvluchtelingen’ naar Italië gekomen zijn en die nu hun weg zouden kunnen vinden naar andere EU-lidstaten. Het gaat daarbij om Tunesische staatsburgers, zo meldt het Britse dagblad The Guardian.

De lijst van verdachten werd op 29 november reeds aan het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken doorgespeeld. Deze heeft de lijst doorgeleid naar de EU-coördinator voor terrorismebestrijding. Volgens informatie van de Verenigde Naties zouden zich reeds duizenden Tunesiërs bij IS hebben aangesloten. Na de nederlagen van IS in Irak en Syrië, zouden veel Tunesische IS-leden via hun vaderland proberen Europa te bereiken.

Vier verdachte Tunesiërs op de Interpol-lijst waren reeds bekend bij de EU-coördinator, aldus The Guardian. Een van hen zou de Italiaans-Franse grens zijn overgestoken en in het departement van de Gard gesignaleerd zijn. De meeste Tunesiërs zouden in de periode tussen juli en oktober 2017 aan boord van vissersboten Sicilië bereikt hebben. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Marco Minniti waarschuwde al herhaaldelijk voor het gevaar dat IS-strijders zouden kunnen proberen aan boord van ‘vluchtelingen’-boten naar Europa te komen.

Alleen al sinds juli hebben 3.000 Tunesiërs de kust nabij de Siciliaanse stad Agrigento, bekend om zijn ruïnes van tempels uit de Oudheid, bereikt. De Italiaanse overheid kon tot op heden slechts 400 van hen identificeren. In het hele jaar 2017 werden volgens het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken 5.500 Tunesiërs na hun aanlanding in Italië geïdentificeerd.

Posted on

Lega Nord onderstreept: niet separatistisch meer

De Italiaanse politieke partij Lega Nord heeft besloten in de komende parlementsverkiezingen niet meer exclusief de nadruk te leggen op de belangen van het noorden, zo melden Italiaanse media. Zo zal de partij op haar promotiemateriaal de naam Lega voeren in plaats van Lega Nord, hoewel die naam formeel wel behouden blijft.

De Lega Nord wierp zich vanouds op als voorvechter van het noorden van Italië, binnen de partij ‘Padanië’ genoemd. Het separatisme is echter al jaren een minderheidsstroming binnen de partij. Wel zijn belangrijke regionale partijgeledingen voor meer autonomie voor hun regio. Zo werden onlangs nog referenda hiervoor georganiseerd in Venetië en Lombardije.

Onder de leiding van Matteo Salvini heeft de partij zich echter ingespannen om meer kiezers in het zuiden van het land aan te spreken. Zo profileert de Lega zich nu sterk op het gebied van het immigratiebeleid en de Europese Unie. Als de Lega er in slaagt ook in het zuiden van Italië grotere groepen kiezers aan te spreken, kan het de grootste partij op rechts worden.

De Italiaanse parlementsverkiezingen moeten uiterlijk op 20 mei 2018 plaats vinden. Momenteel gaat de Lega nek aan nek in de peilingen met Silvio Berlusconi’s Forza Italia, die net als de Lega rond de vijftien procent fluctueert.

Internationaal werkt de Lega Nord samen met eurosceptische en nationalistische partijen als het Front National, de FPÖ, Vlaams Belang en PVV, bijvoorbeeld in de ENF-fractie in het Europees Parlement.

Posted on

Interview met Nigel Farage over Brexit, Merkel en de toekomst van Europa

De Duitse europarlementariër Beatrix von Storch (AfD) heeft onlangs oud-UKIP-leider Nigel Farage geïnterviewd toen hij een bezoek bracht aan Berlijn in het kader van de Duitse verkiezingscampagne. Von Storch en Farage spraken over de aanloop naar de Brexit en de toekomst na de Brexit, over de moeilijkheden bij het van de grond komen van eurosceptische partijen als UKIP en AfD en over politieke factoren die daarbij een rol speelden, uiteenlopend van het Britse kiesstelsel tot Merkels besluit om de grenzen open te gooien voor iedereen die maar komen wil. Het is een interessant, goed gedraaid interview geworden, dat in twee delen op YouTube gepubliceerd is, Engels gesproken en Duits ondertiteld. Zeer de moeite waard om te bekijken:

Posted on

Martin Schulz kan er ook niets aan doen

Iedereen valt over die arme Martin Schulz heen. Hij zou veel te lief zijn geweest voor Merkel in het ‘duel’ dat vorige week zondag op tv was, zou zich compleet hebben laten hullen in haar wolk van nietszeggend blabla. En bovendien veel te vaak instemmend geknikt hebben wanneer de bondskanselier haar gemeenplaatsen debiteerde. De uitdager had moeten knokken, echt knokken!

Ach, wat zijn we toch oneerlijk tegenover Schulz. Hoe zou iemand nu ineens moeten knokken, die met zijn 61 jaar nog nooit echt in de ring heeft gestaan? De arme drommel was burgemeester van Würselen, en dan nog in een tijd toen de echte beslissingen nog door een ambtenaar genomen werden, terwijl meneer de burgemeester zich met zijn gouden ambtsketen ‘onder de mensen’ begaf, toespraakjes hield en lintjes doorknipte. Dat is in Noord-Rijnland-Westfalen pas een paar jaar geleden veranderd. Sindsdien kiezen de burgers een voltijd-burgemeester, die ook echt aan de bak moet.

Als lintjesknipper klom hij in 1994 op naar het Europees Parlement, waarbij hij zijn onbezoldigde burgemeestersfunctie nog vier jaar aanhield – wat nog maar eens duidelijk maakt, hoe veeleisend die functie geweest moet zijn. Bij de EU zat hij in een ‘parlement’, waarvan zo’n 80 procent van de afgevaardigden over alle wezenlijke vraagstukken dezelfde mening is toegedaan en dat sowieso weinig te zeggen heeft. In onderling overleg worden daar posten en ambten verdeeld, waarbij Schulz met de post van voorzitter de vetste kluif heeft weten te bemachtigen.

Wat hij in zijn mooie, lange loopbaan echter nooit tegen is gekomen, dat is de keiharde strijd om macht en het realiseren van doelen die ‘politiek’ heet. En nu zou hij dat opeens moeten kunnen? Hoe dan? Zijn slotwoord bij het ‘tv-duel’ leek op een toespraak in het Europees Parlement, het gezwets dat we van Brussel gewend zijn. Daarbij laste de SPD-leider kunstmatige pauzes in die dermate lang waren, dat af en toe de vraag opkwam of de kandidaat soms voor de lopende camera het bewustzijn had verloren.

Wie is er nu schuldig aan deze ramp? Schulz in ieder geval niet, die kan niet beter, zoals we hebben kunnen zien. De SPD dan? Kun je ook niet zeggen. In principe was voor het Willy Brandt-huis ook wel duidelijk dat de SPD Merkel ditmaal sowieso nog niet zou verslaan. Voor de vorm moest men echter wel een of andere arme drommel de ring in sturen om de klappen op te vangen en uiteindelijk met de verantwoordelijkheid voor de nederlaag naar huis gestuurd te kunnen worden, zodat de echte SPD-partijbonzen ook na het onvermijdelijke fiasco onbeschadigd verder kunnen.

In een dergelijke val trapt natuurlijk alleen iemand, die niet alleen geen greintje verstand heeft van het werkelijke politieke bedrijf. Hij moet bovendien dermate van zichzelf overtuigd zijn, dat hij denkt alles te kunnen. Martin Schulz voldeed ook als geen ander aan deze tweede voorwaarde.

Individuele gevallen

Extra bemoeilijkend is daarbij dat Merkel van links nauwelijks vatbaar is voor aanvallen, aangezien ze iedere linkse eis op den duur overneemt en niet zelden overtreft. In het tv-‘debat’ viel dat bijzonder op toen de asielvloed ter sprake kwam. Toen streden beide ‘opponenten’ schouder aan schouder om de waarheid te verdoezelen. Of het nu ging om de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers, om de kwestie hoe van illegale immigranten die een bedreiging voor de openbare veiligheid vormen af te komen of wat Duitsland nu aanmoet met de honderdduizenden Syriërs die door gezinshereniging nog naar Duitsland zullen komen – het antwoord was bij beiden steeds hetzelfde: Dat moet “per geval bekeken” worden.

Men kan ieder politiek antwoord uit de weg gaan, door een verschijnsel voor te stellen als een verzameling incidenten die geen mens overziet. De vraag blijft dan echter wat dat nog met politiek te maken heeft. De politiek is immers geroepen om de richting voor het geheel van de samenleving te zoeken in plaats van slechts er bij te staan en ernaar te kijken. Doen Merkel en Schulz nog wel aan politiek?

Toch wel, maar het is een politiek die niet voor het grote publiek is, vandaar het verhullende geklets over “individuele gevallen”. De ongeoefende Schulz liet de kijker evenwel heel kort achter de coulissen kijken. Iemand die, zo stelde de SPD-kandidaat, al langer in Duitsland verblijft en “goed geïntegreerd” is, die moet je sowieso niet meer uitzetten. Aha: Het komt er dus maar op aan de procedure in al die “individuele gevallen” zo lang mogelijk te rekken en op enig moment voor “goed geïntegreerd” door te kunnen gaan. Dan doet het er niet meer toe of de persoon in kwestie werkelijk een vluchteling is of recht op asiel heeft of dat hij zonder papieren vanuit een veilige regio in overtreding van de wet is binnengekomen – hij kan blijven.

In die zin boekt Duitsland grote vooruitgang: In 2016 duurden asielprocedures in doorsnee nog goed zeven maanden, in het eerste kwartaal van 2017 daarentegen sleepten ze gemiddeld al 10,4 maanden voort en in het tweede kwartaal konden ze zowaar opgerekt worden tot gemiddeld 11,7 maanden. Aan kop gaan de hoogst individuele gevallen uit Congo Kinshasa, dossiers die in doorsnee bijna anderhalf jaar heen en weer worden geschoven tot een beslissing wordt genomen. Ruim tijd om een vrijwilligersfunctie in een kerkelijke gemeente, een lidmaatschap van een voetbalvereniging of een ander bewijs van “goede integratie” op te doen. Al wordt de Congo zo vredig en democratisch als Zwitserland, dat er vanuit Duitsland nog iemand naar uitgezet wordt kun je vergeten.

Grensbewaking

Dat is dus wat Merkel en Schulz verbergen in een wolk van “individuele gevallen”. Maar het gaat zelfs nog simplistischer. De CDU-leider warmde vorige week zondag haar oude stelling nog eens op, dat Duitsland zijn grenzen helemaal niet zou kunnen controleren. Ditmaal echter in iets gewijzigde vorm, namelijk met de veelzeggende toevoeging dat de Duitse grens 3000 kilometer lang is. Boodschap: te lang om effectief bewaakt te kunnen worden. Derhalve moet men de grensbewaking op Europese niveau organiseren, zo concludeerde Merkel. Een vreemde logica: Zijn de buitengrenzen van de EU dan korter dan die van Duitsland? Vanzelfsprekend niet.

Ook hier ging het weer om een afleidingsmanoeuvre. Voor het falen van nationale grenscontroles zou de bondskanselier immers verantwoordelijk gehouden kunnen worden. Hapert het echter in Griekenland, Italië of een ander buitenland, dan kan ze alles op de verantwoordelijken daar schuiven en frasen uitbraken als: “We voeren een intensieve dialoog met de regering in XY, om een oplossing voor het probleem dichterbij te brengen”, of iets van dien aard. Daarbij zullen de burgers dan weer eens aandachtig naar hun bondskanselier opkijken, hoe ze zich overal in de wijde wereld om de zorgen van de mensheid bekommert.

Niet alle Duitsers trappen echter in dergelijke doorzichtige opzetjes. Ook om die reden regende het kritiek op het harmonische optreden van Merkel en Schulz. Sommige commentatoren vatten het zelfs zo samen, dat de hele vertoning maar één partij geholpen had: de AfD. Die partij heeft in dit opzicht inderdaad niet te klagen. Nu schiet zelfs het stadsbestuur van Neurenberg de AfD te hulp, zij het onbedoeld. Neurenberg wil een optreden van AfD-lijsttrekker Alexander Gauland verhinderen vanwege zijn uitspraken over staatssecretaris Özoguz, waarin hij het woord “entsorgen” gebruikte, dat normaliter betrekking heeft op afval. De verontwaardiging is echter selectief, aangezien dit woord in overdrachtelijke zin al jaren door allerhande politici en media gebruikt wordt met betrekking tot personen. In het geval van Gauland moet het echter het voorwendsel zijn om hem de toegang tot een locatie in Neurenberg te ontzeggen. Als je niet wist hoe klein de campagnekas van een kleine, jonge partij als de AfD is, zou je kunnen denken dat de partij de stad ervoor betaald heeft.