Posted on

Indrukken van een Britse diplomaat in Noord-Korea

Noord-Korea

Wat opvalt is dat veel schrijvers van boeken over Noord-Korea informatie van elkaar hergebruiken en uitgaan van de nodige veronderstellingen en informatie van derden. Eelco van Hoecke recenseert een boek dat hierop een uitzondering vormt.

In 2015 bezocht ik samen met een collega de Democratische Volksrepubliek Korea, oftewel Noord-Korea. Aangezien Nederland zoals de meeste Europese landen geen ambassade heeft in Noord-Korea nam ik contact op met de Britse ambassade, omdat Nederlandse burgers in Noord-Korea zich dienen te wenden tot de Britse ambassade in geval van calamiteiten. Het leek me wijs om de Britten op voorhand op de hoogte te stellen van ons bezoek. Het contact verliep allerhartelijkst, met het verzoek aan ons om hen een seintje te geven wanneer we zonder problemen teruggekeerd zouden zijn in China. Gelukkig is het ook zo gelopen. Deze flashback speelde door mijn gedachten toen ik begon aan deze recensie over het boek van John Everard.

Britse ambassadeur in Noord-Korea

Voor mijn Noord-Koreareis heb ik alles gelezen over het land wat ik te pakken kon krijgen, veelal in het Engels. Wat opvalt is dat veel schrijvers informatie van elkaar hergebruiken en uitgaan van de nodige veronderstellingen en informatie van derden. Dit boek is in mijn ogen een gunstige uitzondering. De auteur heeft alles bij elkaar meer dan 2 jaar als Brits ambassadeur in het land gewoond, van 2006 tot en met 2008, en vertelt over zijn eigen ervaringen in Noord-Korea en met name Pyongyang.

Het boek bestaat uit 4 hoofdstukken:
1. Life in the DPRK
2. Foreigners in the DPRK
3. The Nature of the DPRK Regime
4. Dealing with the DPRK

Contact met Noord-Koreanen

Anders dan de meesten had ambassadeur Everard wel degelijk contact met gewone Noord-Koreanen. Ook is hij kriskras door het land gereisd. Zijn informatie is niet afkomstig van vluchtelingen, maar van de buitenste schil van de elite die mag leven in de hoofdstad Pyongyang (ongeveer 1 miljoen mensen, 5% van de bevolking. In totaal wonen in Pyongyang iets meer dan 3 miljoen trouwe communisten, ongeveer 15% van de bevolking).

Beter beeld van alledaagse leven in Noord-Korea

Het beeld dat ambassadeur Everard schetst wijkt niet wezenlijk af van de verhalen van de meeste vluchtelingen. Wel slaagt hij erin om een beter beeld te geven van het alledaagse leven in Noord-Korea: relaties, trouwen, werk, carrière en de strijd die Noord-Koreanen elke dag moeten voeren om een min of meer gewoon leven te kunnen leiden in de paranoïde, disfunctionele Noord-Koreaanse maatschappij. Geen enkel ander boek slaagt er wat mij betreft in om zo’n realistisch beeld van het leven in Noord-Korea te schetsen. Een aantal zaken die door hem in het boek genoemd worden waren voor mij zeer herkenbaar.

Militaire controleposten rond Pyongyang

Zo heeft hij het bijvoorbeeld over de militaire controleposten rond Pyongyang. Diplomaten blijken binnen een straal van 35 km van Pyongyang vrij te mogen reizen. Everard fietst echter graag en komt meestal zonder al te veel problemen langs de verschillende controleposten. Die worden veelal bemand door (vriendelijke) dienstplichtigen. Hij fietst zonder problemen verschillende keren naar het strand bij Nampo. Die controleposten zijn er vooral om mensen die niet in de hoofdstad thuis horen buiten te houden. Enkel trouwe communisten mogen in de hoofdstad wonen. Sinds de hongersnood van de jaren ’90 is het land echter zeer corrupt. Iedereen is om te kopen en veel boeren reizen illegaal naar Pyongyang om hier hun producten tegen hoge winsten te kunnen verkopen op de markt.

Noord-Korea

Toen we met onze bus over een viaduct reden zagen we dat er mensen illegaal met een trein Pyongyang probeerden binnen te komen. Een Britse toerist uit onze groep die tegen de afspraken in foto’s nam van zo’n controlepost werd op een rustige, beschaafde manier uit de bus gehaald en gevraagd om die foto’s in het bijzijn van de militairen te wissen. Daar bleef het bij.

Hongersnood jaren ’90 veranderde samenleving blijvend

Verder heeft Everard het over het feit dat de hongersnood van de jaren ’90 de maatschappij blijvend veranderd heeft. Mannen waren vanwege het feit dat ze voltijds werken gedwongen om elke dag te blijven verschijnen in staatsbedrijven waar amper geld werd verdiend, terwijl de vrouwen konden gaan handelen op de eerste zogenaamde ‘boerenmarkten’ omdat ze niet werkten of slechts deeltijd.

Dit zie je overal in het land: vrouwen en oude mannen hebben kraampjes langs de kant van de weg en verkopen allerhande producten. Het voedsel op straat dient te worden afgerekend in harde valuta maar is van een veel betere kwaliteit dan het voedsel dat je krijgt in staatsrestaurants waar de kwaliteit zeer wisselend is. Zo was op de voorlaatste dag van de reis de helft van onze groep doodziek omdat ze niet tegen de kimchi konden die was geserveerd in een van de staatsrestaurants.

Leven als diplomaat in Noord-Korea

Het mooiste deel van het boek vond ik de verhalen over zijn eigen leven als diplomaat in Noord-Korea. De Britse ambassade zit samen met de vertegenwoordiging van Zweden, Duitsland en Frankrijk in het enorme voormalige gebouw van de Oost-Duitse ambassade. Zelfs DDR-diplomaten hadden het zwaar in Pyongyang en durfden vanwege het gebrek aan controle vanuit het thuisland regels te overtreden. Zo legden ze op staatskosten een enorm “waterbassin” aan. Dit was in werkelijkheid een zwembad om de warme zomers door te komen. Ook beschikte de ambassade over een meer dan goed gevulde bibliotheek om de verveling te verdrijven. Verder luchtten toch verschillende Noord-Koreaanse contacten hun hart over bijvoorbeeld het gebrek aan brandstof/verwarming in de wintermaanden. En dat in Pyongyang!

Pessimistisch over hervormingen

Op verzoek van de uitgever heeft de schrijver de laatste twee hoofdstukken toegevoegd die voor mijzelf minder verrassingen in petto hadden. Everard is pessimistisch over politieke en economische hervormingen en de mate waarin het buitenland invloed kan uitoefenen op Noord-Korea. Iets dat Trump en de VS in hun achterhoofd dienen te houden bij verdere onderhandelingen met het land.

N.a.v. John Everard, Only Beautiful, Please: A British Diplomat in North Korea (Shorenstein Asia-Pacific Research Center, 2012), paperback, 250 pagina’s.

Posted on

Keniacoalitie Brandenburg en Saksen oogt nu al instabiel

Keniacoalitie

Na de verkiezingen voor de landdagen van Saksen en Brandenburg zijn drie-partijencoalities bestaande uit CDU, SPD en Groenen in beide deelstaten de meest waarschijnlijke uitkomst van de coalitieonderhandelingen. Maar voordat men überhaupt met de onderhandelingen voor de zogeheten Keniacoalitie kon beginnen, dienden de eerste problemen zich reeds aan.

In Potsdam waren de verkennende gesprekken amper begonnen of een van de leiders trok zich terug. Ingo Senftlebene, lijsttrekker, partij- en fractievoorzitter van de CDU, trad vijf dagen na de verkiezingen af in alle genoemde functies. CDU-secretaris Steeven Bretz meldde dat Senftleben niet meer aan de verkennende gesprekken voor een coalitie deel zou nemen en dat hij ook niet beschikbaar is voor een post in de deelstaatregering. Met zijn aftreden zou Senftleben een stabiele coalitie van SPD en CDU mogelijk willen maken.

Linkse CDU-leider Brandenburg onder druk

De CDU had onder Senftleben met minder dan 16 procent van de stemmen het tot nu toe slechtste resultaat in de Brandenburgse deelstaatverkiezingen behaald. De christendemocraten vielen daarmee achter de SPD en de AfD terug. Kort na de verkiezingen kwam Senftleben binnen zijn partij al onder druk te staan. In de eerste vergadering van de nieuwe fractie eisten de afgevaardigden Saskia Ludwig en Frank Bommert de verkiezing van een nieuw fractiebestuur. Deze motie werd verworpen. Maar met het oog op de plannen voor een coalitie met SPD en Groenen was het evengoed een alarmsignaal. Van de 15 CDU-afgevaardigden stemden er namelijk zes voor de motie van Ludwig. Dit terwijl de voorgenomen coalitie van SPD, CDU en Groenen in de landdag slechts op een meerderheid van vijf zetels zou steunen.

Groenen waarschuwen voor rechtse overname CDU Brandenburg

Na het aftreden van Senftleben roemde het lijsttrekkersduo van de Groenen, Ursula Nonnemacher en Benjamin Raschke de CDU-politicus als het “liberale en ruimdenkende uithangbord van de CDU”. De Groenen waarschuwden dat een coalitie met hen niet mogelijk zou zijn als de rechtervleugel rond Ludwig en Bommert de CDU-fractie zou overnemen.

Puur rekenkundig is in de Brandenburgse landdag ook een coalitie van SPD, Die Linke en de Groenen of een coalitie van SPD, CDU en Freie Wähler mogelijk. Beide varianten zouden echter slechts een meerderheid van een zetel hebben.

Keniacoalitie enige realistische variant in Saksen

Ook in Saksen geldt een zogeheten Keniacoalitie van CDU, SPD en Groenen als de enige realistische variant, om zonder de AfD een getalsmatig stabiele regeringscoalitie te vormen. Maar net als in Potsdam verlopen ook in Dresden de voorbereidingen al stroef. Terwijl in Brandenburg het aftreden van de CDU-lijsttrekker voor scepsis bij de Groenen zorgde, irriteert de Groenen in Saksen een CDU-nominatie.

Daarbij gaat het om de kandidatuur voor het ambt van voorzitter van de Landdag. Bij een stemming in de CDU-fractie won de zittende voorzitter van de Landdag Matthias Rößler het van Andrea Dombois. Tijdens de campagne sprak Rößler zich voor een minderheidscoalitie en tegen samenwerking met de Groenen uit. Verder kwam Rößler onder vuur te liggen, omdat hij de voormalige chef van de binnenlandse veiligheidsdienst Hans-Georg Maaßen tijdens de campagne als spreker uitnodigde.

Veel conflictstof tussen CDU en Groenen in Saksen

Naast personele kwesties, zijn er in Saksen ook andere potentiële conflicten tussen CDU en Groenen. Op veel beleidsterreinen liggen de standpunten ver uit elkaar, van de Saksische politiewet tot het uitfaseren van steenkool en de Groene eis om leerlingen van verschillende niveau in het middelbaar onderwijs langer bij elkaar in de klas te laten zitten.

http://www.novini.nl/saksen-uitsluiten-coalitie-met-afd-riskant-voor-cdu/

Links eist grote concessies van CDU

De federale partijvoorzitter van de Groenen Robert Habeck zei kort na de verkiezingen al dat hij in coalitiebesprekingen grote concessies van de CDU verwacht. Ook de deelstaatpremier van Thüringen, Bodo Ramelow (Die Linke) deed inmiddels zijn duit in het zakje over de coalitievorming in Saksen. Ramelow, die sinds 2014 regeert met een coalitie van Die Linke, SPD en Groenen, waarschuwde: “Gedwongen coalities als afweer tegen de AfD brengen niets goeds.” Om vervolgens te verduidelijken dat hij daarmee niet bedoelde dat de CDU niet met links moest gaan regeren, maar dat de CDU de linkse partijen vooral hun zin moest geven.

Saksen-Anhalt laat zien dat Keniacoalitie weinig stabiel is

Maar hoeveel concessies de CDU ook aan SPD en Groenen doet, een garantie voor een stabiele regering is het niet. Dat blijkt wel uit het voorbeeld van Saksen-Anhalt. In Magdeburg regeert immers deelstaatpremier Reiner Haseloff (CDU) sinds 2016 met SPD en Groenen. Binnen Haseloffs partij klinkt regelmatig gemor dat hij te veel concessies aan de Groenen doet. Vooral in het landbouwbeleid, asielkwesties en het uitfaseren van steenkool liggen de opvattingen van CDU en Groenen dikwijls ver uit elkaar. Ook tussen belangrijke actoren in de coalitie lijkt het vertrouwen al zover verbruikt, dat er sprake is van een constante crisisstemming. Binnen deze tot nog toe enige Keniacoalitie kwam het reeds meermaals tot dusdanig oplopende conflicten dat de coalitie bijna sneuvelde.

Posted on

‘Hongarije helpt’ bestrijdt vluchtoorzaken ter plaatse

Hongarije helpt

Terwijl veel landen slechts met de mond de bestrijding van migratieoorzaken belijden, maakt Hongarije het concreet. Het is het hoofddoel van het Hongaarse migratiebeleid: Hongarije helpt.

Programma’s voor de bestrijding van migratieoorzaken, die andere landen slechts als een excuus voor een mislukt passief immigratiebeleid lijken te zien, zijn in Hongarije reeds lang het centrale middel van een actief beleid. De regering in Boedapest ontwikkelde projecten, die de bevolking ondersteunen in hun eigen land te blijven, zodat ze niet naar Europa hoeven te vluchten. De regering noemde het programma ‘Hongarije helpt’. Het levert hulp direct aan plaatsen die kampen met conflicten, wat de hoofdoorzaak voor de meeste politieke emigratie is.

‘Hongarije helpt’ schakelt lokale kerken in

De hulp verloopt niet via corrupte regeringen, maar doorgaans via kerken en charitatieve organisaties. Zo is de kans veel groter dat de hulp ook goed terechtkomt. Daarbij is deze manier van hulp veel goedkoper en zowel politiek als sociaal gunstiger dan het opnemen van islamitische immigranten. Die worden immers gelokt door de westerse uitkeringsstelsels, maar hebben geen interesse in integratie in de landen die hen opnemen. Ze vormen zo een gevaar voor de sociale cohesie in die landen.

Vervolgde christenen

Bovendien profiteren de leden van de wereldwijd meest vervolgde religieuze groep, de christenen, het meest van de Hongaarse hulp. Ook moet de Hongaarse hulp vooral ten goede komen van die mensen die zich de dure tocht naar Europa, met behulp van mensensmokkelaars, niet kunnen veroorloven. Naar Europa komen immers vooral die mensen, die mensensmokkelaars tienduizenden euro’s kunnen betalen.

Een nieuw bestaan opbouwen

Volgens de Hongaarse regering hielp ‘Hongarije helpt’ in slechts twee jaar 35.000 mensen om in hun land te blijven en daar een nieuw bestaan op te bouwen. Daaronder zijn vooral vervolgde christenen, die door westerse regeringen en media dikwijls genegeerd worden.

‘Hongarije helpt’ verbetert onderwijs en gezondheidszorg Nigeria

In Nigeria, waar duizenden christenen vermoord werden, stelde Hongarije het katholieke diocees Maiduguri een miljoen euro ter beschikking. Het geld wordt ingezet voor de verbetering van de onderwijs- en gezondheidszorginfrastructuur in het diocees, dat te lijden had onder herhaaldelijke aanvallen van de islamistische terroristische groepering Boko Haram. Verder ondersteunt Hongarije ook landbouwprojecten, die zich erop richten de zelfvoorzienendheid van huishoudens te verbeteren, voedselschaarste terug te dringen en ziektes te behandelen.

‘Hongarije helpt’ en kerken Ethiopië helpen Eritrese vluchtelingen

Ethiopië is een ander Afrikaans land dat Hongaarse hulp ontvangt, via diverse katholieke en protestantse kerken. Het Mai-Aini-vluchtelingenkamp kreeg 1,5 miljoen euro om onderkomens en basisvoorzieningen als schoon drinkwater, onderwijs en dergelijke voor zo’n 15.000 Eritrese vluchtelingen te bieden en hen zo te weerhouden van een verdere gevaarlijke vlucht door Libië. Ook de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk in Addis Abeba heeft een half miljoen euro ontvangen.

Hulp aan families van slachtoffers terrorisme

Overal waar christenen in het grensgebied tussen christendom en islam in Afrika, zij het in Burkina Faso, Centraal-Afrika, Nigeria of Kameroen getroffen worden door islamistische terreur, bieden de Hongaren ook praktische hulp aan families van slachtoffers.

‘Problemen niet hierheen halen, maar hulp daar naartoe brengen’

In de persoon van Tristan Azbej heeft Hongarije een speciale bewindspersoon die voor de organisatie en verdeling van de hulp van ‘Hongarije helpt’ verantwoordelijk is. Zijn officiële titel is staatssecretaris voor de hulp aan vervolgde christenen. “Tijdens het hoogtepunt van de migratiecrisis in 2015 bekritiseerden internationale actoren de regering Orbán erom, dat ze zich streng opstelde tegenover ongedocumenteerde buitenlanders”, aldus Azbej. “Sommigen stelden dat Hongarije harteloos handelde. Onze benadering is eenvoudig: Om een alternatief voor de uitbuiting door mensensmokkelaars en de manipulaties van migratiebevorderende ngo’s te bieden, zetten we alles op alles, zodat de behoeftigen in hun thuislanden kunnen blijven. Om met premier Orbán te spreken: ‘We moeten geen problemen hierheen halen, maar hulp daarheen brengen waar ze nodig is.’ En precies daarvoor zetten wij ons in.”

Niet harteloos, wel rationeel

Westerse media en liberale politici zetten de Hongaarse premier weg als een extreemrechtse ideoloog. Zijn programma ter bestrijding van migratieoorzaken lijkt echter te functioneren en bij de mensen aan te komen die zich de migratie naar Europa niet kunnen veroorloven. De meeste Hongaren houden dit voor een rationelere benadering om met de migratiegolf die Europa sinds de opening van de Duitse grenzen in 2015 teistert om te gaan, dan wat West-Europese regeringsleiders voorstellen.


Ook in Syrië en  Irak helpt Hongarije christenen om weer een bestaan op te bouwen, bijvoorbeeld op de vlakte van Nineveh. In Epoque magazine nr. 2 verscheen een mooie reportage van Jens De Rycke hierover.

Epoque Magazine nr. 2

Posted on

Duitse deelstaatpremiers: beëindig sancties Rusland

In het Pinksterweekend vond in St. Petersburg weer het internationale economische forum SPIEF plaats. Daaraan namen talrijke vertegenwoordigers van de Duitse politiek en bedrijfsleven deel. Hun uitspraken getuigen van een ontluikend partijoverstijgend verzet tegen de door de Duitse federale regering gesteunde sancties tegen Rusland. 

Met zo’n 33 graden was het in St. Petersburg ongewoon warm, toen vertegenwoordigers van politiek en bedrijfsleven elkaar ontmoeten voor het SPIEF. De meeste deelnemers kwamen dit jaar uit China. Vladimir Poetins ontmoeting met de Chinese president Xi Jinping vormde de bekronende afsluiting van het forum en werd op de Russische televisie live uitgezonden.

Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd

Sinds de instelling van de Amerikaanse en EU-sancties tegen Rusland vanwege de Krimcrisis vijf jaar geleden, zijn de Russisch-Chinese handelsbetrekkingen geïntensiveerd. China is het inmiddels gelukt veel marktaandelen te winnen, die voorheen door Europese bedrijven bezet waren. Niet in de laatste plaats de Duitse export lijdt hieronder. Na de recente schermutselingen in de Amerikaans-Chinese handelsoorlog, zal het Chinese telecommunicatieconcern Huawei nu in Rusland de uitbouw van het 5G-net ter hand nemen.

Efficiëntiepartnerschap

Ook Duitse bedrijven investeren echter ondanks de sancties weer meer in Rusland. Zo werd onlangs in de buurt van Moskou, in aanwezigheid van minister van Economische Zaken Peter Altmaier, een nieuwe Mercedes-Benz-fabriek geopend. Tijdens het internationale economische forum ondertekende Altmaier een memorandum over een efficiëntiepartnerschap met Rusland, die de economische en technologische samenwerking moet versterken.

Sterk vertegenwoordigd

Sowieso was Duitsland sterk vertegenwoordigd in St. Petersburg. Naast Altmaier waren de deelstaatpremiers van Mecklenburg-Voor-Pommeren, Manuela Schwesig (SPD) en Saksen, Michael Kretschmer (CDU), alsmede deelstaatminister van Economische Zaken Nicole Hoffmeister-Kraut (CDU) met een 40 koppige delegatie uit het economisch sterke Baden-Württemberg aanwezig. Die laatste ontmoette Russische politici en zakenlieden, bezocht het Moskouse innovatiecentrum Skolkovo en de internetgigant Yandex.

Toenemende export en investeringen

De export van de zuidwestelijke deelstaat naar Rusland is na een neergaande trend in 2017 weer duidelijk gestegen. In 2018 lagen de gezamenlijke Duitse directe investeringen bij in totaal 3,3 miljard euro. Vooral in de machine- en autobouw, bij de uitbreiding van de digitalisering en de robotica zien Duitse bedrijven in Rusland kansen. Terwijl de activiteiten van de deelstaatminister uit Stuttgart geen opzien baarde, kreeg de deelstaatpremier van Saksen felle kritiek te verduren. Hij had in de marge van het forum namelijk een ontmoeting met Poetin en nodigde hem uit voor een bezoek aan Dresden.

Partijoverstijgende oproep tot beëindiging sancties

In het belang van Saksen en andere oostelijke Duitse deelstaten riep Kretschmer op tot het beëindigen van de sancties tegen Rusland. Hij stond daarmee niet alleen, want partijoverstijgend vielen collega’s hem bij. Zowel Schwesig als ook de deelstaatpremier van Saksen-Anhalt Reiner Haseloff (CDU) en zijn Thüringer ambtsgenoot Bodo Ramelow (Die Linke) vielen hem bij. Vanuit het westen van Duitsland kreeg Kretschmer steun van de deelstaatpremier van Niedersachsen, Stefan Weil (SPD). “Wat we nu meemaken, levert niets dan schade op”, aldus Weil. De Russische agrarische markt is voor Duitse bedrijven grotendeels verloren, omdat anderen die onder zich verdeeld hebben, aldus de deelstaatpremier. Ook de Brandenburgse deelstaatpremier Dietmar Woidke (SPD) sloot zich nog bij zijn collega’s aan.

CDU-leider staat op voortzetting sancties

CDU-leider Annegret Kramp-Karrenbauer staat er echter op de sancties voort te zetten. Ze negeert daarbij dat de druk op de federale regering om haar opstelling te veranderen niet alleen van deelstaatpolitici komt, maar ook vanuit het bedrijfsleven toeneemt. Kramp-Karrenbauer maakt met haar stellige uitspraken bepaald geen vrienden binnen haar partij en onder de donateurs daarvan. Dit terwijl haar leiderschap toch al steeds meer in twijfel wordt getrokken bij de christendemocraten.

Duitse industrie gefrustreerd

Vertegenwoordigers van de Duitse industrie zijn gefrustreerd door de sancties tegen Rusland en Iran, maar ook door de onzekerheid die de Amerikaans-Chinese handelsoorlog en de Brexit met zich meebrengen en verliezen steeds meer hun geduld met de huidige politiek.

Vooral voor Duitse machinebouwers staat er veel op het spel. Rusland zou een van de sterkste markten voor hen kunnen zijn, vanwege de omvang en de immense behoefte aan modernisering. De gigantische agrarische oppervlakken zouden fabrikanten van landbouwmachines veel op kunnen leveren. Carl Martin Welcker, voorzitter van de brancheorganisatie VDMA, roept op tot beëindiging van de sancties tegen Rusland, omdat deze politiek effectloos en economisch schadelijk zijn.

Ook Matthias Schepp, bestuursvoorzitter van de Duits-Russische Buitenlandse Handelskamer in Moskou oefende kritiek, door er op te wijzen dat Duitse bedrijven in tegenstelling tot anderen in de EU de sancties meer dan vervuld hebben. Dit heeft vooral middenstanders en familiebedrijven getroffen.

Export van deelstaten naar Rusland

In 2014, voor de sancties, behoorde Rusland voor Saksen nog tot de top 10 qua export. In 2018 zakte het land naar de 17e plaats. In absolute cijfers uitgedrukt betekent dat een terugloop van 1,1 miljard euro naar circa 537 miljoen euro aan geëxporteerde waren in 2018. In Thüringen nam het handelsvolume met Rusland daarentegen sinds 2015 met circa 40 procent naar een kleine 300 miljoen euro in 2018. Voor 455 Thüringer bedrijven is Rusland een belangrijke exportmarkt.

Geen zakelijke discussie

In plaats van zakelijk de discussie over de gevolgen van de sancties voor de Duitse economie aan te gaan, gingen de gevestigde federale politiek en media meteen tot de aanval over. Kretschmer werd verweten tegen de AfD aan te schurken, vanwege de deelstaatverkiezingen in september. Door “met Rusland aan te pappen” zou hij kiezers van de AfD terug willen winnen.

Posted on

Vooruitgang in stroom- en watervoorziening Krim

De voorziening van de Krim met water en stroom boekt vooruitgang. De potentiële aantasting van de zoetwaterlens van het schiereiland blijft echter een punt van zorg.

Nadat de bewoners van de Krim zich vijf jaar geleden in grote meerderheid voor afscheiding van Oekraïne en aansluiting bij de Russische Federatie uitspraken, blokkeerde de Oekraïense overheid niet alleen de verkeerswegen naar het schiereiland, maar ook alle water- en stroomverbindingen. Dit leidde tot grote maatschappelijke en ecologische problemen.

Stroomvoorziening

Rusland reageerde met de aanleg van vier zeekabels vanuit het Koebangebied door de straat van Kertsj naar de Krim met een capaciteit van 800 Megawatt. Verder begon men de bouw van twee thermische elektriciteitscentrales in Sebastopol en Simferopol. Deze konden beide in maart in gebruik genomen worden en zijn in staat nog eens 940 Megawatt stroom te leveren. Samen met de al eerder door Rusland aangeschafte kleine gascentrales voor het hoogseizoen, die via een eind 2016 reeds in gereedheid gebrachte gasbrug beleverd worden, lijkt daarmee voor 2019 de stroomvoorziening van het schiereiland weer helemaal afgedekt.

Watervoorziening

De watervoorziening is echter een groter probleem. Naast het stilleggen van grote delen van de landbouwactiviteiten op de Krim, zet de overheid ook in op het tegengaan van verliezen in het leidingensysteem en de ontsluiting van lokale bronnen door de aanleg van stuwbekkens, omleidingen van natuurlijke waterlopen, het aanboren van bronnen en de bouw van drie waterzuiveringsinstallaties. Op deze manier moet tegen het einde van dit jaar ook een omvattende watervoorziening gerealiseerd zijn.

Zoetwaterlens

Punt van zorg is dat een deel van de maatregelen ten koste gaat van de fragiele zoetwaterlens onder het schiereiland, die door zout water verdrongen dreigt te worden. Dit grote ecologische probleem is eigenlijk alleen goed te verhelpen door hervatting van de watertoevoer van het vasteland. Plannen voor een leidingensysteem over de Straat van Kertsj zijn echter nog niet ter hand genomen.

Posted on

Avondland – Kardinaal Marx doet prinses Maxima na

De Duitse kardinaal Marx (normen est omen) smaakt de term “christelijk Avondland” niet. Tragisch, maar niet verrassend. De katholieke Kerk in Europa is al decennialang in dezelfde ideologische houdgreep als de rest van de Europese bestuurlijke elite en journalistiek.

Voorbeelden hiervan liggen voor het oprapen. Zo was er de Zweedse ambtenaar die ontkende dat er zoiets bestaat als de Zweedse cultuur en dichter bij huis hebben we prinses Maxima die zei dat “de Nederlander” niet bestaat. Nu hebben we dus ook de kardinaal die zegt dat het christelijke Avondland niet bestaat.

Zakelijk bekeken is Avondland een van de vele synoniemen van ons mooie continent Europa. Het woord “Europa” is mogelijk afgeleid van het woord “ereb”, dat “avond” betekent. Een meer etymologische verklaring is een vertaling van de term “Occident” van het Latijn “occidere” voor het ondergaan van de zon. Tegenover het Avondland staat het Morgenland, oftewel de “Oriënt”, het land van de opkomende zon.

Identiteitspolitiek

Maar deze zakelijke betekenis van het woord Avondland is niet de betekenis die aangevallen wordt. Want zegt kardinaal Marx: “Davon halte ich nicht viel, weil der Begriff vor allem ausgrenzend ist”. Zijn afkeer van de term moet dus worden begrepen in het kader van identiteitspolitiek. Ik ga kardinaal Marx natuurlijk niet overtuigen, maar voor de rest die het wil weten volgt er een kort geschiedenislesje.

Romeinse Rijk

In den beginne was er het Romeinse Rijk. Het Romeinse Rijk was woest en vol met intriges. Het gedrag van de Amerikaanse politiek, alle clowns daarin, Donald Trump, de volledige Republikeinse partij, de volledige Democratische partij, vallen in het niet vergeleken met de vulgariteit van de politiek van het Romeinse Rijk. Het Romeinse Rijk werd gekerstend en viel enige tijd later vanwege verschillende oorzaken uit elkaar.

Katholieke kerk

Ondertussen had de Katholieke kerk iets van het succes van het Romeinse Rijk (totdat het definitief mis ging) afgekeken en overgenomen. Behalve dat lag alles aan gruzelementen en zo rond het jaar 500 was het ontwikkelingsniveau van Europa zo ongeveer dat van Afrika. Maar met één duidelijk verschil. De Katholieke kerk had al wortel geschoten in Europa. Er waren verschillende kloosterordes die zich als een netwerk, beginnende rond het Middellandse Zeegebied, langzaam naar het noorden van continentaal Europa uitbreidden.

Kloosters

De kloosters hadden een zeer elementaire functie. Ze bewaarden de kennis over landbouw en pasten die zelf ook daadwerkelijk toe in hun nabije omgeving. Het beste voorbeeld hiervan is Duitsland. Duitsland was een groot bos- en moerasgebied voordat de kloosterorders hun intrede deden. Een zeer vruchtbare landmassa daarna.

Technologie

Na de landbouwfase kwam de langzame toename van technologie. Men moest vanuit een bijna absoluut nulpunt alles uitvinden. En veel dingen die we nu als primitief zien, zoals rudimentaire ijzersmelterijen en eenvoudige toepassingen van windenergie, werden toen onthaald als nieuwe technologie en door het netwerk van kloosterorders verspreid door heel Europa. Van noord tot zuid.

Wetenschap

De technologie werd vanzelfsprekend en er gebeurde bijna parallel iets anders. Men ging studeren in de kloosters. Steeds meer en meer. Niet enkel de elite kon studeren, zoals in de Klassieke Oudheid, maar ook en vooral de lokale middenstand. Vanuit de kloosters waarin gestudeerd werd groeiden vanzelf de universiteiten die we nu voor vanzelfsprekend aannemen. Wetenschap van elk denkbaar soort kon vanaf de Middeleeuwen, beginnend in Europa, enkel floreren omdat de Katholieke kerk deze basis heeft gelegd. Het christelijke geloof zelf rekende af met allerlei heidense praktijken, zodat de geestelijken in de kloosters onbevooroordeeld en ongehinderd door bijgeloof wetenschap konden bedrijven.

Zieken- en weeshuizen

Weer andere kloosterordes hielden zich bezig met goede doelen en het verzorgen van de zieken en wezen. Daaruit groeiden de ziekenhuizen die wij eveneens voor vanzelfsprekend aannemen. Allemaal vanuit een hecht netwerk van kloosters die zich specialiseerden in functies.

Expansie

Dit vormde de ruggengraat voor een tijdperk van Europese verovering van de wereld die na het jaar 1500 aanbrak. Een groot deel van de wereld buiten Europa kent de wortels van universiteiten en ziekenhuizen misschien niet, maar kopieerde ze wel en paste die met ongeveer hetzelfde succes toe.

Beschaving

Ondertussen kunnen we veilig tot de conclusie komen dat het christelijke Avondland wel degelijk bestaat en niet zoveel met identiteitspolitiek te maken heeft. Maar met instituties opbouwen en beschaving uitbreiden. Wie zegt “de term christelijk Avondland sluit mensen uit” zegt iets vergelijkbaars als “ziekenhuizen sluiten mensen uit” of “universiteiten zijn inherent racistisch” en dat is best tragisch. Ons Europa verdient ook daarom een moediger christendom.

Thomas E. Woods ~ De bouwmeesters van Europa. De geboorte van een beschaving uit de katholieke kerk

Posted on

Amerikanen onderzoeken biologische wapens onder diplomatieke status

In het Lugar Centrum in Georgië doet de VS onderzoek naar biologische wapens, zo meldt de Bulgaarse journaliste Dilyana Gaytandzhieva. Tenminste een deel van de onderzoekers werkt onder een diplomatieke status in het land in de Kaukasus. Ook blijken pathogenen (ziekteverwekkers) te zijn vervoerd als diplomatieke vracht door de VS.

In een recent verschenen publicatie toont Gaytandzhieva dit aan. De Bulgaarse journaliste laat documenten zien waaruit blijkt dat pathogenen zijn getransporteerd naar Georgië als diplomatieke vracht. Door de vracht als ‘diplomatiek’ te bestempelen wordt de vracht vrijgesteld van belasting en bovendien van inspectie.

Gaytandzhieva laat zien dat, naast particuliere aannemers, biologen van de US Army Medical Research Unit-Georgia (USAMRU-G) werkzaam zijn in het Lugar Centrum. Één van hen, Joshua Bast, onderdirecteur van het USAMRU-G en entomoloog, is zelfs door Gaytandzhieva gevraagd of hij werkzaam is in het Lugar Centrum. Dit wordt door Bast ontkend, ondanks dat uit een gelekte mailwisseling tussen het Pentagon en het Georgische ministerie van Gezondheid blijkt dat hij daar werkzaam is via het Walter Reed Army Institute. Het is verder interessant dat Basts auto en nog vijf andere voertuigen nummerplaten hebben van de Amerikaanse ambassade. Doordat de onderzoekers officieel zijn geoormerkt als diplomaten genieten ze bijgevolg diplomatieke onschendbaarheid.

Een mysterieuze ziekte

In 2014 was er in Georgië een uitbraak van Krim-Congo-Hemorragische Koorts (KCHK) een ziekte die wordt overgebracht door teken. Een rapport van een lokale dierenarts suggereerde echter dat de uitbraak niet natuurlijk was. Van alle teken die door hen waren verzameld was er slechts één geïnfecteerd. Ook de bloedmonsters van dieren bleken allen negatief voor KCHK te zijn. Er zijn met andere woorden amper teken gevonden die de ziekte bij zich en ook het vee was niet besmet. Uit vertrouwelijke correspondentie tussen de Georgische minister van Gezondheid en de directeur van het Lugar Centrum bleek dat er in totaal 34 mensen geïnfecteerd zijn geraakt in 2014. (Sinds 2009 zijn er een totaal van slechts 60 gevallen van KCHK bekend in Georgië.) Het is verder interessant maar niet doorslaggevend te melden dat de epidemie van 2014 samenvalt met het openen van de entomologie (‘insectenleer’) afdeling in het Lugar Centrum.

Naast onderzoek naar teken werd ook onderzoek gedaan naar muggen en zandvliegen in het Lugar Centrum.

‘Internationaal recht niet van toepassing’

De Bulgaarse journaliste heeft verder documenten verkregen die aantonen dat het Walter Reeds Army Institute en het Georgische Nationale Centrum voor Ziektebestrijding het Pentagon toegang hebben gegeven tot een verzameling van dodelijke biologische agentia. Hieronder bevinden zich de pest, Brucella, hazenpest en Anthrax. De overeenkomst die deze toegang regelt bevat verder clausules dat:

De partijen komen overeen dat geen gerecht, tribunaal of vergelijkbare juridische of administratieve lichamen van de landen van beide partijen of enig andere internationale entiteit of land jurisdictie of autoriteit heeft om te beschouwen, recht te spreken over of een oordeel te vellen in geschillen die ontstaan tussen de partijen van deze overeenkomst.

En wordt in de overeenkomst genoemd dat ‘Het internationale recht niet van toepassing is’ op de overeenkomst.

‘Hoe heeft ze mijn e-mailadres gekregen?’

De Georgische minister van gezondheid, David Sergejenko, weigerde te antwoorden op vragen van Gaytandzhieva. Dit ondanks dat het zeker is dat Sergejenko de e-mail met de vragen heeft gezien. In een e-mail naar zijn perswoordvoerder schrijft hij namelijk: “Who the hell is she and where did she get my e-mail from?”

Het gebied rondom het Lugar Centrum blijkt streng beveiligd te zijn. Mensen die zich in een gebied van 100 meter van het centrum bevinden worden op film vastgelegd. Toen Gaytandzhieva zelf nabij het centrum onderzoek deed is zij eveneens gefilmd en gedwongen haar paspoort te laten zien. Bewoners die nabij het onderzoekscentrum wonen melden ’s nachts gekleurde rook te hebben zien opstijgen van het onderzoekscentrum en klagen over hoofdpijn. Gaytandzhieva zelf meldt ‘een chemische geur’ te ruiken. Ook melden meerdere bewoonsters dat er twee incidenten zij geweest met Filipijnse burgers die werkten op het centrum en plots ernstig ziek zijn geworden.

Andere biowapens

De publicatie van Gaytandzhieva is niet de enige die bio-onderzoek van de VS in een kritisch licht plaats. Zo zetten onderzoekers van het Max Planck Instituut en de Universiteit van Montpellier deze week vraagtekens bij een militair programma van het DARPA (VS) genaamd ‘Insect Allies’, waarin het er om zou gaan via virussen planten genetisch te modificeren. Het doel zou zijn om zo sneller genen te kunnen verspreiden die landbouwproductie ten goede komen. De onderzoekers plaatsen echter vraagtekens bij het programma. Ze zeggen dat er maar weinig informatie beschikbaar is over het programma. Daarnaast lijkt er maar weinig te zijn nagedacht over praktische bezwaren en regulering van zulke projecten. Hetgeen de wetenschappers doet vermoeden dat het hier om het ontwikkelen van biologische agentia voor militaire doeleinden zou kunnen gaan, wat een overtreding zou betekenen van het Verdrag Biologische Wapens.

Daarbovenop kwam het Russische ministerie van Defensie gisteren met een bespreking van een aantal documenten die gelekt zijn door een voormalige Georgische minister. Het Russische ministerie van Defensie wijst er op dat een middel tegen Hepatitis C dat in Georgië is getest op mensen tot een hoog aantal sterfgevallen heeft geleid.

“De documenten laten veel dodelijke aflopen zien onder de patiënten. Ondanks de dood van 24 mensen in december 2015 alleen, werden klinische testen doorgezet in overtreding van internationale standaarden en de wensen van de patiënten. Dit heeft geleidt tot de dood van meer dan 49 mensen.”

Het ‘medicijn’ werd geproduceerd door Gilead Sciences, een Californisch biomedisch bedrijf waarvoor ook Donald Rumsfeld – minister van Defensie van 1975 tot 1977 en van 2001 tot 2006 – heeft gewerkt. Ook in deze zaak bleek het Lugar Centrum in Georgië een rol te hebben gespeeld.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Waarom zijn koeien ‘milieuramp’, maar biobrandstoffen niet?

De overheid kent aan veehouderij een CO2-last toe voor landgebruik, bijvoorbeeld voor teelt van het voer dat koeien gebruiken en bemesting. Terwijl de overheid voor de teelt van biobrandstof nul CO2-emissies rekent.  Dat is meten met twee klimaten.

Uit activisten-rapport van de overheid (Ministeries VROM/LNV) en semi-overheid, (milieuclubs en Wageningen UR) CO2-labeling van voeding (2008): de vooringenomenheid spat van de pagina’s

Want of je nu koolzaad voor veevoer teelt of voor biodiesel, dat maakt voor het landgebruik en (kunst)mestgebruik niet uit. Zo krijgt veehouderij in media en overheidsvoorlichting wel milieulast toebedeeld per kg product (melk en vlees) versmald tot CO2-equivalenten. Maar biobrandstof niet, een liter biodiesel verbranden zou 0 CO2-emissie geven, de emissies uit teelt tellen niet mee.

Oormerken sinds EU-regulering 1997: waarom zou een koe bij een boer een CO2-emitter zijn….

Bij gelijke toerekening van CO2-equivalenten aan de energie-sector en de veehouderij, dus bij gelijke behandeling, zou bijvoorbeeld biodiesel niet meer als 0-emissie-energie per liter mogen gelden. Aan landbouw toegekende emissies, dienen dan op het conto van de energie-sector verrekend.

In dat geval zou het gehele duurzame energie-beleid op de helling kunnen. Omdat de overheid 50 procent van haar ‘groene’ doelen dekt met vele hectares biomassa. Wanneer de overheid die verrekening niet wil maken, dan dient de veehouderij een aanmerkelijke mindering toebedeeld te krijgen voor haar CO2-zonden.

…maar vee op zogenaamd ‘natuurterrein niet?

Feedprint en Agrifootprint
Bij het vaststellen van ‘duurzaamheid’-doelen voor de veehouderij in 2017 zien we hoe een CO2-uitstoot per kilo eiwit is berekend. Dat gebeurde op basis van de Feedprint-methode van Wageningen UR en Hans Blonk Consulting en diverse versies van de Agrifootprint van Blonk. Een milieudoel in de ‘Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij 1.0’ van overheid en veehouderij zou dan zijn om die waarde van CO2/kg product verder omlaag te krijgen.

Die Feedprint-methode, kent een CO2-waarde van 1080 kg per hectare toe aan de teelt van veevoer-gewassen, vanwege Land Use Change (LUC). Dat is een eigen gekozen gemiddelde van emissie-waarden in de literatuur. Wanneer je natuur in landbouwgrond omzet, zou je op landbouwgrond meer CO2-emissies veroorzaken dan in een ‘natuurlijke’ situatie. Dat is LUC.

Via complex verpakte berekeningen, vertalen ze CO2-strafpunten uit LUC dan naar CO2/kg melk of vlees. Zo zien we dat ze voor de teelt van koolzaad voor veevoer op 1 kg CO2 per kilo (Duits) koolzaad komen.

HOE slecht is vlees….De Staatsomroep krijgt honderden milijoenen euro’s voor globalistische agit-prop

Echter, als de emissie-waarden van Blonk, Wageningen UR en RIVM kloppen, dan moet je die LUC- ‘klimaatstrafpunten’ ook toekennen aan koolzaad dat je als biobrandstof teelt. Die hectares zijn evengoed aan de natuur onttrokken, volgens die zelfde redenatie. En dus moet je die CO2-emissie ook toerekenen aan biodiesel. In dat geval kom je niet op 0 CO2-emissie per liter biodiesel, maar al ongeveer 1 kg CO2 per liter.

En daar blijft het niet bij, zoals we zo dadelijk zien. Er zijn nog meer emissie-equivalenten die men de veehouderij toekent, die ook even goed aan biobrandstof zijn toe te schrijven.

Reken deze bloemenweide maar om in ‘CO2-uitstoot’: alleen via papieren toverij kun je van weiland CO2 maken

Een bloemenweide omrekenen naar ‘milieuschade’
Aan de basis van de Feedprint staat eerder onderzoek van Blonk Consulting voor het Ministerie van VROM in 2008 en de Vegetariersbond. De kwantificering van CO2 per kilo vlees staat weergegeven in het rapport ‘Greenhouse Gas Emissions of Meat’’ dat Blonk Consulting dat jaar met oa Wageningen UR en RIVM opstelde voor de VROM/LNV-gefinancierde stichting Duurzame Voedingsmiddelenketen

Hans Blonk zat in de ‘klankbordgroep’ van die stichting, die CO2-waarden per product voor consumenten moest adverteren.

Van de in dit rapport aan veehouderij toegekende CO2-emissie van 12,4 Megaton (6 procent Nederlandse emissies), schrijven ze 4,6 Megaton (1/3de totaal) toe aan ‘land occupation’, dus ook een LUC-waarde als bij de Feedprint en Agrifootprint. De door Blonk geproduceerde 6 procent wordt ook door de website vlees.nl geciteerd.

NOS Propaganda

Op basis van dergelijke berekeningen meldt de NOS dan op 28 maart onder de titel ‘HOE schadelijk is vlees eten’,dat een kilo rundvlees wel 30 kg CO2-emissies zou veroorzaken. De voorlichting van het volledig door de overheid gefinancierde Milieucentraal van Ed Nijpels ( 2,5 miljoen euro subsidie per jaar) slaat een zelfde toonaard aan, om je van vlees-eten af te helpen.

Hier is ‘milieuschade’ ook versmald tot CO2-equivalenten. En ook zij halen vooral Blonk aan als bron.

Hier zien we echter, dat louter de aanwezigheid van koeien op een hectare als ‘milieulast’ geldt. Want hoe meer ruimte scharrelkoeien innemen- dus hoe meer vrije uitloopruimte in de bloemenweide- hoe ‘schadelijker’ ze meetellen bij Blonk zijn rekenmethode van de CO2-voetafdruk.

….

Omdat Blonk ‘Geblokkeerde koolstof-vastlegging per hectare’ voor graslanden met koeien rekent, CO2-strafpunten. De aanname is hier opnieuw: de wilde natuur zou per hectare meer CO2 vastleggen dan een weiland met koeien. Het (papieren) verschil per hectare reken je dus in klimaat-strafpunten om.

En dus kunnen Braziliaanse runderen met hun vlees wel 60 kg ‘CO2’ per kilo vlees produceren: omdat per koe veel vrije graasruimte beschikbaar is op de Brazilliaanse Savanne (Cerrado).

Zo zien we dus dat ‘CO2’ gelijk staat aan ‘landgebruik’ bij CO2-voetafdruk-rekenaars. En dat je zo iets positiefs, scharrelkoe in een ruime weide- als negatief kunt uitleggen met een klimaat-jasje. Want er had op die hectare natuur kunnen groeien die in theorie meer CO2 zou vastleggen ( = LUC)

Slurpt deze vleeskoe wel 3400 liter water op 1 dag, 10 maal zijn lichaamsgewicht?

De Onlogische Voetafdruk

Volgens die zelfde simplistische aanname- landgebruik is milieuschade- komen ook beweringen tot stand van het Voedingscentrum (10 miljoen euro subsidie per jaar), over waterverbruik van vlees. Zij baseren zich op de Watervoetafdruk van de Universiteit Twente en Wereldnatuurfonds, om te beweren dat wel 15000 liter per kilo rundvlees nodig zou zijn.

Echter, neem een pink die in 16 maanden opgroeit tot de slacht in een weide. Als die 125 kilo vlees oplevert, zou zo’n Voedingscentrum-rund per dag (500 dagen lang) wel bijna 10 maal zijn lichaamsgewicht moeten drinken. Hebt U ooit een koe gezien met zo’n ongebruikelijke dorst?

Claims van wel 100 duizend tot 200 duizend liter per kilo rundvlees doen de ronde in de literatuur, en op campagne-sites. Kijk je naar de belangrijkste bron van dergelijke cijfers, de ecoloog David Pimentel, dan zie je ook hier: landgebruik staat gelijk aan ‘water’-verbruik bij de Watervoetafdruk van vlees.

Hoe meer ruimte een koe heeft om te grazen, iets positiefs, hoe hoger de Watervoetafdruk die ze toekennen. Het watervolume staat gelijk aan de hoeveelheid regen die op die begraasde hectares valt….

Met die aanname, wat zal dan wel de milieuschade zijn van de miljoenen hectares biobrandstof die geteeld moeten worden? En is er een reden die wel aan vleesvee toe te kennen, maar niet aan brandstof die men ‘groen’ noemt?

Oude koeienrassen, voor de liefhebber

Andere landbouw-emissies: uit mest
Het lijkt dus tijd om eens eerlijker te rekenen met milieu-lusten en lasten van diverse sectoren. Nu lijkt men de toekenning van emissies op politieke keuzes te baseren, en zo sectoren te discrimineren. Dit hoofdpunt van gelijke behandeling blijft overeind, wat voor technische onzekerheden er in berekening verder ook mogen zijn.

Als je mest van koeien op grasland en veevoer-gewas omrekent in CO2-equivalenten, dan moet je dat ook doen bij hectares met biofuels, als je biobrandstof-land bemest. En dat is wat bijvoorbeeld bij snijmais ruimhartig gebeurt. En dan komt er een forse CO2-emissie aan biodiesel te hangen, die nu op het landbouwbordje landt.

Een groot deel van eerder vermeldde Feedprint-emissies ontstaan namelijk- naast LUC-emissies- door het omrekenen van mestgebruik per hectare naar CO2-equivalent. Een extra vorm van landgebruik in CO2 omgerekend.

Mest is ook de emissie-factor die het RIVM gebruikt, om CO2-schuld aan landbouw toe te kennen.

Zo ver het oog reikt, intensieve mais-plantages voor biofuels

Wanneer je de emissies bekijkt die het RIVM jaarlijks rapporteert aan Klimaatpanel IPCC, dan bestaat hiervan 29 procent uit Soil Use. Dat lijkt op de zelfde ‘landgebruik’ als LUC, maar is het niet. Ook al komt die Soil Use-emissie ook ongeveer uit op 4,5 Megaton CO2-equivalenten, net als in het Blonk 2008-rapport.

We zien hier dat deze waarde totaal anders is berekend dan die van Blonk. Bij rapportage aan IPCC, rekent het RIVM in het geheel niet die LUC-waarde mee van landconversie (ten opzichte van natuurlijke situatie). Dat vermeldt RIVM expliciet (‘geen LULUCF’). Dus worden boeren bestookt met 2 gelijke waarden van 4,5 Megaton CO2-equivalent, die volledig anders zijn berekend.

Die van Blonk met LUC, die van RIVM hier plots zonder. Terwijl beide samenwerken, en beide voor hun werk door de zelfde overheden worden betaald. En alleen de door RIVM-gerapporteerde emissies tellen internationaal mee voor het IPCC.

Bij RIVM zien we dat het leeuwendeel van de ‘Soil Use’-emissies bestaan uit in CO2-equivalenten omgerekende N2O-emissies. En omrekening van andere stikstof-verbindingen.

Zo ver het oog rijkt, intensieve snijmais-plantages

Echter, het zelfde hoofdpunt van gelijke behandeling blijft ook hier staan: of je nu wel of geen LUC mee rekent. Los van de rekenmethode en alle onzekerheden, is er geen reden die Soil Use-emissie WEL aan landbouw toe te schrijven, maar ze niet te verrekenen met emissies door teelt van biobrandstof, die je nu als klimaatvriendelijk (0 emissie) mag opstoken.

En juist die emissies van biobrandstof-teelt zullen fors stijgen.

Stel dat de overheid daadwerkelijk bijvoorbeeld alle aardolie voor merendeels transport (39 procent energiemix 2017) zou vervangen voor biodiesel. In dat geval heb je wel 8-10 miljoen hectare landgrond nodig voor de teelt. (bij een biodiesel-equivalent per hectare van 3700).

Als je van 3 maal Nederland dan ook de LUC-emissies moet meerekenen bij biobrandstof, hoe ‘groen’ is ‘groene’ energie dan nog? En van alle mest-emissie per hectare die je omrekent in CO2-equivalent?

Eet soja voor het klimaat

Is ‘natuurlijk’ gelijk aan ‘onschadelijk’?
Men haast zich overal- ook bij Milieucentraal- om te stellen dat er zoveel onzekerheden bestaan bij emissie-berekening. Dat klopt en klinkt heel wetenschappelijk verantwoord. Maar daarmee omzeil je- naast sectorale discriminatie- een ideologisch addertje onder het gras.

De grootste zwakte van LUC-emissies is: waarom is ‘natuurlijk’ gelijk aan goed, dus dat ‘de natuur’ met haar ‘natuurlijke CO2-emissies’, bijvoorbeeld methaan uit moeras, als ‘normaal’ moet gelden?

Dat lijkt op de naturalistische drogreden, dat ‘de natuur’ gelijk staat aan ‘goed’, en ‘cultuur’ gelijk aan slecht. Immers, een oerbos is het meest natuurlijke bos dat bestaat. Maar via rotting van dood hout, bladeren en respiratie kunnen CO2-emissies hier groter zijn dan opname.

Het schijt-personeel van Fryske Gea dat overal haar keutels neerlegt zonder dat de boswachter er met een zakje achteraan moet lopen

Juist de veehouderij krijgt die naturalistische drogreden om de oren. Bijvoorbeeld wanneer RIVM met Wageningen Livestock Research wel 38 procent van de totale CO2-emissies toekent aan de befaamde koeienscheten: enteric fermentation door methaan, 500 kiloton in 2016. Maar wie beweert dat de natuur bij methaan-emissies vrijuit gaat, komt bedrogen uit.

In de literatuur vindt je enkel al voor de mondiale methaan-emissies van moeras- dus natuurgebied- een waarde van 250-450 maal de methaan-emissie van Nederlandse veehouderij. Plant-etende insecten als termieten kunnen volgens schattingen uit de jaren ’90 door Nijmeegse biologen wel 78 Megaton methaan uitscheiden per jaar.

Dat is evenveel als men nu de mondiale veestapel toerekent. (80 Megaton)

Water in een koe ‘verdwijnt’ niet, ze plassen het ook weer uit, zweten en verdampen, het komt weer terug in de natuur

Conclusie: Gelijke monniken….
Waarom zouden die ‘natuurlijke’ methaan-emissies NIET bijdragen aan het broeikas-effect, maar die van koeien wel? Beide zijn immers kort-cyclisch, afkomstig van via fotosynthese opgenomen plantenmateriaal.

Het kan alleen lang-cyclische CO2 zijn, koolstof uit vroeger geologische periodes, dat bijdraagt aan het broeikas-effect door ophoping van CO2 uit de lange cyclus. Dat is wat fossiele brandstof toevoegt. De enige redenatie die 0-emissies van biobrandstof rechtvaardigt, is dat die emissie kort-cyclisch is. Maar dat geldt ook voor veel emissies van landbouw en veehouderij.

Zo niet, dan geldt opnieuw: het toeschrijven van 0 emissies aan biobrandstof in energiebeleid- zoals de overheid nu doet- is een politieke keuze. Daarmee discrimineert zij landbouw en veehouderij ten opzichte van de energie-sector en haar eigen energiebeleid. Die keuze steunt niet op wetenschap voor CO2-emissie door land- en mestgebruik om die biobrandstof te telen.

LUC-Emissies en mest-emissies (in CO2-equivalent) die je dan aan landbouw toekent, zou je dus eigenlijk aan de energie-sector toebedelen.

Mag biobrandstof WEL haar 0-emissie-waarde houden als klimaatvriendelijke ‘groene’ energie? Dan kunnen de emissies uit koeienscheten en landgebruik OOK op de helling. En is de milieulast van koeien – versmald tot CO2-equivalent- plots 1/3de tot de helft lager.

Posted on

De moord op de Wereldhandelsorganisatie

Het zijn op dit ogenblik zowel voor diplomaten, regeringen als de bedrijfswereld ongetwijfeld zeer hectische dagen. Traden de Verenigde Staten voorheen al uiterst agressief op, dan is het nu helemaal chaos en is het woord handelsoorlog alom. Typerend was dat velen in de media deze week in Brussel al dachten het officieel overlijden van de NAVO te kunnen meemaken. Alsof die niet al op sterven na dood is. Alleen men geeft het bij de lidstaten nog niet toe.

GATT

Ondertussen regent het vanuit de VS strafmaatregelen met ofwel meer sancties dan wel extra invoerrechten tegen zowat alle vermeende bondgenoten – lees vazallen – en handelspartners van de VS. En we zijn nog maar aan het begin. Het gevolg is dat die door extra invoerheffingen getroffen landen zeggen met hun klacht naar de Wereldhandelsorganisatie (WHO) te trekken om de VS te verplichten de regels te volgen. Er is hiermee echter een probleem: De WHO is dood, vermoord door de VS.

De algemene vergadering van de WHO. Officieel nog springlevend maar feitelijk dood. Iets wat men blijkbaar zo stil mogelijk wil houden. Je zult er in de gespecialiseerde media zoals The Financial Times dan ook amper iets over vinden.

De Wereldhandelsorganisatie (in het Engels afgekort als WTO) werd opgericht in 1995 toen er bij het GATT, het General Agreement on Tariffs and Trade, onoverkomelijke problemen ontstonden rond allerlei handelsgeschillen tussen de lidstaten. Vooral de houding van de VS zorgde voor veel herrie.

Dat was de reden waarom de WHO werd opgericht met als bedoeling een beter systeem te krijgen om die geschillen te beslechten. Zowat alle landen met ietwat naam zijn nu lid, ook bijvoorbeeld Jemen en de Seychellen. En in het begin leek dat ook goed te werken, waarbij de grote machtige naties het soms moesten afleggen tegen kleinere staten. Typerend was de door Costa Rica gewonnen rechtszaak over ondergoed tegen de VS.

Volgens de regels van de WHO stapt een land naar het Bureau voor Geschillenregeling (Dispute Settlements Body) van deze organisatie. Die werkt als een soort dienst voor eerste aanleg. Het is echter het Beroepshof (Appelate Body) dat zal beslissen wie gelijk heeft.

Bij consensus

Deze instelling bestaat normaal uit zeven rechters die voor twee jaar worden benoemd, wat dan eenmaal verlengd kan worden. De rechters hier zijn geen beroepsmagistraten maar specialisten in internationale handel. Zo is er de Belg professor Peter Van den Bossche die verbonden is aan een serie onderwijsinstellingen in Bern, Amsterdam, Maastricht; de ULB in Brussel en het Brugse Europacollege.

Deze rechters krijgen een geschil te behandelen dat ze dan moeten onderzoeken. Op hun beslissingen is voor zover bekend nooit veel kritiek geweest. Van de zeven rechters zijn er echter nu nog maar vier over en in september worden er dat praktisch zeker nog maar drie. Dan eindigt immers de termijn van Shree Baboo Chekitan Servansing uit Mauritius.

Zodat de Chinese Hong Zhao op 30 september 2020 achter haar als laatste er het licht uit kan doen. Want op 10 december 2019 eindigen de termijnen van de Amerikaan Thomas R. Graham en de Indische voorzitter Ujal Singh Bhatia en dus blijft die Chinese dame eenzaam en alleen over tot ook zij op 30 november 2020 moet vertrekken.

De insider: “Het probleem is dat men deze mensen bij consensus dient te benoemen en een land ligt al meer dan een jaar dwars. En dat is de VS. Wel mogen de rechters als ze vertrekken de dossiers die ze behandelen normaal verder afwerken. Maar in bepaalde gevallen poogt de VS zich ook hier tegen te verzetten. Het is bovendien onduidelijk waarom de VS neen zeggen tegen tegen de benoeming van nieuwe rechters. Soms krijg je een lijstje met klachten en hebben zij het onder meer over het activisme van de rechters. Namelijk dat zij in de plaats van regeringen beslissingen doorduwen.”

De rechters van het Beroepshof toen ze nog met zes waren. De zevende werd rechts op de fot handig weggesneden. Van links naar rechts Shree Baboo Chekitan Servansing (Mauritius), Hong Zhao (China), Peter Van den Bossche (België), Ukal Singh Bhattia (Indië), Thomas R. Graham (VS) en Ricardo Ramirez-Hernandez (Mexico).

 

Bovendien eisen de VS nu ook dat dit Beroepshof ten laatste binnen negentig dagen een beslissing neemt, zo niet aanvaarden zij die niet meer en stellen zij hun veto. De insider: “Toen men dit reglement in 1995 om ten laatste binnen 90 dagen te vonnissen invoerde werkte dat zoals het hoort, maar sindsdien is het afhandelen van die geschillen veel complexer geworden en lukt dat niet meer. Zo is er natuurlijk een pak jurisprudentie bijgekomen waarmee die rechters rekening moeten houden en bovendien is de wereldhandel een stuk ingewikkelder geworden.”

Steroïden

Het gevolg is natuurlijk dat de WHO wel nog bij naam bestaat maar het niet meer in staat is geschillen op te lossen en we dus een totale chaos dreigen te krijgen, de macht van de sterksten. En dit is wat de VS lijken te willen.

De insider: “Deze aanval op de wereldhandel is goed voorbereid en komt niet zomaar uit de lucht vallen. Eerst legt men de WHO lam en nadien begint men een handelsoorlog. We krijgen de indruk dat de VS terug wil naar het GATT, maar geen enkele andere lidstaat van de WHO gaat hiermee akkoord. Nu werkt men met een soort consensus waarbij een beslissing alleen wordt verworpen als iedereen neen zegt. En dat gebeurt namelijk niet, want wie gewonnen heeft zal nooit neen zeggen. De VS wil het omgekeerde waarbij het vonnis pas aanvaard wordt als iedereen akkoord gaat en elk land zo zijn veto kan stellen, dus ook de VS. Dat kan niet werken. Men speelt hier met vuur.” Op een berg dynamiet.

Verassend is dit echter niet. De VS hebben zich altijd gezien als de leider van de wereld die als heer en meester zegt wat anderen moeten doen. De insider: “Natuurlijk is dit het verder zetten van het beleid van de vorige Amerikaanse presidenten maar onder Trump is dat wel een op steroïden. Zo ging er het verhaal rond dat de VS met Donald Trump de WHO ging verlaten. Maar dat ontkende men dan later.”

Of de VS hier hun slag gaan thuishalen is echter uiterst twijfelachtig. De insider: “De VS is goed voor een 15% van ‘s wereld bnp en 13% van de wereldhandel. Wat een totaal andere toestand is dan toen ze na de Tweede Wereldoorlog oppermachtig de wereldhandel domineerden. Maar met 15% van het BNP en 13% van de wereldhandel kun je de andere landen niet meer op de knieën dwingen. Dat is voorbij.”

De dollar

Voor de wereldeconomie en dus voor iedereen breken er onvoorspelbare tijden aan. De insider: “We gaan naar een periode met veel onzekerheid, en voor bedrijven is dat een ramp. Wat gaan bijvoorbeeld de regels worden om te exporteren? Verder zullen die in nogal wat gevallen niet meer worden toegepast. Ook de VS gaan hier trouwens een groot slachtoffer van worden. Zo voert de VS veel landbouwproducten zoals granen uit naar China maar die onderwerpt men in China nu aan extra invoerheffingen. Niemand gaat de VS nog als een betrouwbare handelspartner zien.”

Zo groot wil president Donald Trump de andere landen.

 

Alleen nog de positie van de dollar zorgt voor het overeind blijven van de VS als de wereldmacht. De insider: “Internationale handel is tegenwoordig er een die werkt volgens de regels van de bevoorradingsketen. Men koopt en verkoopt onderdelen die anderen dan op een bepaalde plaats tot een computer of een auto maken. Wat de VS hier doet is het ondergraven van haar eigen economie en machtspositie.”

Het is dan ook duidelijk dat de positie van de dollar als ‘s wereldhandels- en reservemunt bijgehouden door zowat alle centrale banken, vooral dan de vazalstaten als Japan en het Verenigd Koninkrijk, ten dode is opgeschreven. Nu is al minder dan 60% van de wereldhandel in dollar en praktisch 20% in euro.

Mits maatregelen van de Chinese, Russische, Europese, Indische en Japanse centrale banken om het gebruik van hun munten in de internationale handel te vergemakkelijken, zal het belang van de dollar afnemen. Wat onvermijdelijk lijkt.

Het is in wezen ook in het voordeel van de VS. Door het grote belang van de dollar in de handel is de vraag naar dollars groot en stijgt dus de prijs van die munt tegenover andere munten. Kwestie van vraag en aanbod.

Maar een dure dollar maakt de VS juist minder concurrentieel op de wereldmarkten. En zo knijpt men in de VS de industrie dood. De VS kan in wezen dus alleen maar in eigen vlees snijden, die van wereldmacht of die van de concurrentieel handel voerende natie.

De Britse premier Theresa May ontdekte met de herrie rond de Brexit hoe complex de internationale handel is en dat ze haar land niet zomaar kon isoleren van de EU, haar handelspartner bij uitstek. De VS is nu een aanval begonnen tegen die internationale handel.

 

We gaan op internationaal vlak op termijn dus terug tot de periode van voor 1940 toen er vier munten in de internationale handel in gebruik waren, de Amerikaanse dollar, het Britse pond, de Franse frank en de Duitse mark.

Dat zal dit jaar niet gebeuren maar is iets voor het komende decennium wanneer men hiervoor, soms met veel tegenzin, klaar denkt te zijn. De periode waarbij één munt de wereld overheerste is ook uniek in de geschiedenis en komt aan zijn einde. Wanneer is onduidelijk maar Donald Trump zal dit zeker doen versnellen.