Posted on

Khalifa Haftar – De sterke man in Oost-Libië

Begin deze maand is de Libische eenheidsregering er na een belegering van zes maanden in geslaagd om de laatste IS-terroristen uit Sirte, dat eens hun bolwerk in Libië was, te verdrijven. Sirte was ook de geboorteplaats van de man die Libië lange tijd leidde, Moeammar al-Khadaffi, wiens bewind vijf jaar geleden door een westerse militaire interventie omvergeworpen werd. Een interventie die het land in de chaos gestort heeft die tot op de dag van vandaag voort bestaat.

Nadat de laatste IS-strijders na zes maanden weer hun weg naar de woestijn zochten waaruit ze ooit gekomen waren, zijn er echter direct weer andere conflicthaarden ontstaan, die het tussen twee regeringen en parlementen en talrijke milities omstreden land nog lang niet tot rust laten komen.

Aan de afmattende slag om Sirte namen ook de Amerikanen na enige jaren van afwezigheid weer met luchtaanvallen deel, ofschoon president Barack Obama onlangs toegaf dat de interventie in Libië de grootste fout van zijn ambtstermijn was.

De nieuwe sterke man in het oosten van Libië, Khalifa Haftar, gaf er de voorkeur aan zich buiten de slag om Sirte te houden. Hij heeft in dezelfde periode geprobeerd geheel Benghazi onder zijn controle te brengen, evenals de centrale oliehaven rond Ras Lanoef in het midden van het land, dat de belangrijkste inkomstenbron van het land is.

Haftar (rechts) met de Russische minister van Defensie Sjoigoe in Moskou.

Anders dan de eenheidsregering in Tripoli verwacht Haftar het niet meer van de hulp van het Westen, maar van Moskou. Een stad die Haftar, die generaal was onder Khadaffi, nog goed kent van zijn militaire opleiding. Driemaal heeft hij in het laatste halfjaar Rusland bezocht en met de minister van Defensie Sergej Shoigu en minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov gesproken. Zijn reizen naar Moskou mondden uit in een akkoord en militaire samenwerking op de grond. Volgens berichten van het nieuwsportaal Al-Araby Al-Jadeed is reeds een onbekend aantal Russische militaire experts in het oosten van Libië aangekomen. Egypte zou de contacten gestimuleerd hebben.

Rusland helpt de strijdkrachten van Haftar te reorganiseren, wapensystemen te moderniseren en lucht- en zeeverdedigingssystemen efficiënter te maken. Haftars regeringszetel is de stad Tobroek, die op slechts 100 kilometer van de Egyptische grens ligt. De militaire overeenkomsten tussen Tobroek en Rusland belopen zo’n vier miljard dollar. Het geld daarvoor hoopt Haftar te verkrijgen uit de sinds september weer binnenkomende inkomsten uit de olie van Ras Lanoef.

Haftar, die lang in de Verenigde Staten gewoond heeft, staat bekend om zijn ‘law and order’-standpunten. Na de gebeurtenissen die de afzetting en dood van Khadaffi tot gevolg hadden, keerde de krijgsgevangen genomen commandant uit de grensoorlog met Tsjaad (1978-1987) in 2011 uit zijn Amerikaanse ballingschap naar Libië terug en stelde zich aan de zijde van de seculiere krachten, die in de enige vrije verkiezingen als winnaar naar voren kwamen.

In mei 2014 startte Haftar de operatie ‘Libische waardigheid’, nadat de niet ontwapende islamistische milities een staatsgreep pleegden tegen de gekozen regering. Terwijl Haftar probeert om na de verdrijving van IS het gehele oosten van Libië, de historische regio Cyrenaica, onder zijn controle te brengen, zijn in de hoofdstad Tripoli weer niet gevechten losgebarsten tussen rivaliserende islamistische milities. Dat voorspelt weinig goeds, want Libië geldt in zekere zin als proeftuin voor Irak en Syrië, waar de offensieven tegen IS van jongere datum zijn.

Rusland is overigens niet het enige land dat Haftar ondersteunt, zo moest Frankrijk afgelopen zomer, na het verlies van een helikopter toegeven dat het ook via Tobroek probeert weer enige stabiliteit in Libië te brengen, na de val van Khadaffi waarin ook de Fransen een groot aandeel hadden. De Fransen hebben een internationale militaire basis nabij Benghazi, waar ook de Britten gebruik van maken.

Lees ook:

Posted on

Potentiële bondskanselier Steinmeier weggepromoveerd, Martin Schulz mogelijke opvolger op Buitenlandse Zaken

De Duitse regeringspartijen CDU en SPD zijn het er na wekenlange onderhandelingen eindelijk over eens geworden wie de vertrekkende federale president Joachim Gauck op moet volgen: de huidige minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier.

Steinmeier is in opinie-onderzoeken een van de meer populaire politici van de sociaaldemocratische SPD. Die partij doet het al langer slecht in de peilingen. Door Steinmeier te nomineren voor het ambt van Bundespräsident heeft de veel minder populaire SPD-leider Sigmar Gabriel zijn belangrijkste concurrent voor het partijleiderschap weg gepromoveerd.

Aangezien de regeringspartijen een meerderheid hebben in de Bundesversammlung (een vergadering waarvan de leden gekozen worden door het federale parlement en de deelstaatparlementen) die in februari de nieuwe president moet kiezen, lijkt het vrijwel zeker dat Steinmeier in een stemronde gekozen kan worden. Met de nominatie van Steinmeier bewijst Gabriel misschien zichzelf maar niet zijn partij een goede dienst. De huidige minister van Buitenlandse Zaken zou namelijk een veel betere kans gehad hebben om verkiezingswinst te boeken voor de SPD.

Steinmeier, die er bijvoorbeeld om bekend staat meer geneigd te zijn tot een pragmatische houding in de relatie met Rusland, zou een veel geduchter concurrent zijn voor de huidige bondskanselier Angela Merkel. Veel Duitse kiezers kunnen zouden hem ook liever als bondskanselier zien dan Gabriel, zoals keer op keer uit peilingen naar voren komt. Uit die peilingen kwam ook naar voren dat Steinmeier de enige SPD-politicus was die veel kiezers het wel toevertrouwden Merkel te verslaan.

Dit verklaart hoe CDU en SPD het eens konden worden over Steinmeier als gezamenlijke kandidaat. Dat Duitsland momenteel een linkse president heeft – Gauck is momenteel geen partijlid maar was eerder lid van Bündnis 90, een van de samenstellende delen van Bündnis 90/Die Grünen – is al opmerkelijk genoeg, aangezien de CDU de grootste partij is. Dat ook de volgende president uit het linkse kamp zal komen is nog opmerkelijker. Merkel en Gabriel zijn echter graag van Steinmeier af.

Martin Schulz

De SPD moet nu nadenken over de vraag van Steinmeiers opvolging op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In de wandelgangen geldt de huidige voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz als favoriet.

Schulz nadert het einde van zijn termijn als voorzitter van het Europees Parlement. Hij heeft aangegeven door te willen in deze functie, maar dat ligt gevoelig  bij de fractie van de Europese Volkspartij omdat het ingaat tegen eerder gemaakte afspraken.  Schulz verzekerde zich zodoende eerder al van een veilige plaats op een kandidatenlijst voor de Bondsdagverkiezingen die in oktober 2017 plaats moeten vinden.

De Frankfurter Allgemeine Zeitung meldt op basis van goed ingevoerde bronnen dat partijbaronnen in de SPD Schulz via de post van minister van Buitenlandse Zaken aan bekendheid onder de kiezers willen laten winnen, zodat hij in de loop van volgend jaar gelanceerd zou kunnen worden als SPD-kandidaat voor het bondskanselierschap. Anders dan Steinmeier, die binnen de huidige regering eerder een stem is voor ontspanning in de relatie met Rusland, zal Schulz veeleer de confrontatie met de Russische regering zoeken. Dat Schulz Merkel zou kunnen verslaan is zeer onwaarschijnlijk, maar naar het zich laat denken ook niet de bedoeling. Voorlopig lijkt Merkel toch nog een termijn te ambiëren.

Bij de christendemocraten gaan intussen ook stemmen op voor het naar voren schuiven van een opvolger voor Steinmeier uit de eigen partijgelederen. In dit verband wordt de huidige minister van Defensie Ursula von der Leyen (CDU) genoemd, maar het is zeer de vraag of Merkel die promotie aan haar partij-interne concurrent gunt.

Lees ook:

Posted on 1 Comment

India en Pakistan treden toe tot Shanghai Samenwerkingsorganisatie, Iran volgt

Op de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO) in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent vandaag zijn zowel India als Pakistan lid geworden van de Euraziatische politieke, economische en militaire samenwerking, zoals op de top van vorig jaar reeds was besloten. Ook Iran beoogt op termijn lid te worden van de SSO.

De gelijktijdige toetreding van aartsvijanden India en Pakistan tot deze op veiligheid en stabiliteit gerichte organisatie moet gezien worden in het licht van de recente bereidheid van beide staten op het Indische subcontinent om de onderlinge spanningen af te bouwen.

Vertegenwoordigers van Iran zijn eveneens aanwezig op de top in Oezbekistan, de islamitische republiek wil op termijn ook graag toetreden. De Russische president Vladimir Poetin heeft de Iraanse vraag om gesprekken over toetreding te openen van harte aanbevolen bij de andere lidstaten van de SSO, China, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Oezbekistan. Ook China liet op voorhand positieve geluiden horen over eventuele toetreding van Iran.

In Iran wordt toetreding tot de SSO mede gezien als een nieuwe stap in het doorbreken van de geïsoleerde positie van het land. Hoewel Iran goede contacten onderhoudt met de huidige regering van Irak en die van Syrië, moet het van de zijde van de Golfstaten, Saoedi-Arabië, Turkije en organisaties als de Arabische Liga en de Organisatie voor Islamitische Samenwerking met toenemende vijandigheid rekenen.

Volgens een Iraanse regeringswoordvoerder biedt toetreding tot de SSO kansen op het gebied van economische en militaire samenwerking en de bestrijding van terrorisme en internationale misdaadnetwerken.

Posted on

Zogenaamd belangrijkste oppositiegroep Syrië frustreert onderhandelingen

Veel media berichten dat “de belangrijkste Syrische oppositiegroep“,* het zogenaamde “Hoge Onderhandelingscomité” eist dat president Assad vertrekt zonder dat de bevolking zich daarover uit kan spreken.

De typering van het “Hoge Onderhandelingscomité” als “de belangrijkste Syrische oppositiegroep” is echter zeer dubieus. Het samenwerkingsverband van islamistische strijders met de bombastische naam werd pas in december vorig jaar opgericht. Aan de organisatie zijn nagenoeg geen bekende politici, laat staan oppositieleiders verbonden.

Het belangrijkste oogmerk van de door Saoedi-Arabië gesponsorde groep lijkt het frustreren van de onderhandelingen te zijn. Zo weigert het HOC met vertegenwoordigers van de Syrische regering om de tafel te gaan. VN-bemiddelaar Staffan de Mistura sprak vrijdag in Geneve dan ook alleen met vertegenwoordigers van de Syrische regering, terwijl het HOC zelfs weigerde indirect via De Mistura met de Syrische regering te onderhandelen. Het HOC eist simpelweg dat Assad verdwijnt.

Daarnaast kunnen er sowieso vraagtekens gesteld worden bij de zin van de onderhandelingen, wanneer belangrijke andere groepen niet vertegenwoordigd zijn. Zo is de Syrisch-Koerdische Democratische Unie Partij (PYD) niet uitgenodigd voor de gesprekken, terwijl deze partij met haar gewapende tak een belangrijke speler in de strijd tegen ‘Islamitische Staat’ (IS) is.

De deelname van de Koerden aan de onderhandelingen werd effectief tegengewerkt door de Turken. De Turken willen het ontstaan van een onafhankelijke  Koerdische staat in Noord-Syrië voorkomen. Vertegenwoordigers van de PYD verlieten Geneve vrijdag dan ook.

Ook de Syrische Democratische Raad, die verschillende Koerdische, Arabische en christelijke groepen vertegenwoordigd is niet betrokken in de gesprekken.

Het zogenaamde Hoge Onderhandelingscomité werd in december 2015 in de Saoedische hoofdstad Riaad opgericht en wordt naast Saoedi-Arabië onder andere door Qatar en Turkije gesteund. Het Al Nusra Front werd door de Saoedische autoriteiten niet uitgenodigd voor deze conferentie omdat het deel uitmaakt van het Al Qaida-netwerk. Diverse andere salafistische organisaties zoals Jaysh al-Islam en Ahrar al-Sham nemen wel deel aan het comité. Deze en andere organisaties maken weer deel uit van andere samenwerkingsverbanden met het Al Nusra Front.

Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken deelde zaterdag mee dat minister Sergei Lavrov en zijn Amerikaanse ambtsgenoot John Kerry op 11 februari de eerste balans van de gesprekken op te willen maken. Mogelijk wordt er op 11 februari een treffen over Syrië gehouden in de marge van de Veiligheidsconferentie in München.

Intussen rukt het Syrische leger, ondersteund door de Russische luchtmacht, op in het noordwesten van Syrië. Dit tot misnoegen van Turkije dat dan ook prompt met een nieuwe vermeende schending van haar luchtruim door de Russen op de proppen kwam.

__________

* Dat bij uiteenlopende media woordelijk dezelfde formulering te vinden is, maakt maar weer eens duidelijk hoe zeer media op berichtgeving door een klein aantal persbureau’s leunen.

Posted on

Leveren VS bewust wapens aan Islamitische Staat?

Syrische oppositiegroepen, in het bijzonder de Syrisch-Turkmeense Sultan Murad Brigade die rond Aleppo actief is, zouden nieuwe Amerikaanse anti-tankwapens van het type BGM-71 TOW hebben gekregen, zo meldt persbureau Reuters. Het persbureau vermeldt niet wie de wapens geleverd heeft, het ligt niettemin voor de hand aan te nemen dat het de Amerikanen zelf waren.

De nieuwe anti-tankwapens komen voor de gewapende groepering in het noordwesten van Syrië als geroepen aangezien regeringstroepen juist een groot offensief zijn begonnen. Issa al-Turkmani, commandant van de Sultan Murad Brigade liet zich tegenover Reuters van zijn zelfverzekerde kant zien, zijn groepering heeft naast de anti-tankwapens ook nieuwe granaten voor hun granaatwerpers gekregen. “Na deze leveringen zijn we goed uitgerust”, aldus Turkmani. Niet al zijn collega-officieren zijn zo tevreden, sommigen menen dat het te weinig is om het regeringsleger aanhoudend weerstand te bieden. Meer wapenleveranties worden verwacht, maar laten nog op zich wachten.

Medio oktober ontdekte het Iraakse leger een groot arsenaal Amerikaanse wapens en munitie, inclusief TOW-II-raketten. Het arsenaal bevond zich in een regio die kort daarvoor was heroverd op ‘Islamitische Staat’ (IS). Het Amerikaanse ministerie van Defensie werd hierover door de pers bevraagd, waarop het Pentagon stelde dat de wapens sinds vorig jaar “vermist waren”. Men weersprak echter dat men IS wapens geleverd zou hebben.

Dit werd ronduit tegengesproken door een woordvoerder van de Iraakse strijdkrachten. Hij bevestigde dat Amerikaanse vliegtuigen en helikopters de wapens in de buurt van de stad Baiji (op de weg van Bagdad naar Mosul) voor IS hadden afgeworpen. Het zou niet voor het eerst zijn dat de Amerikanen wapens afwerpen voor IS. In andere gevallen waarin IS vanuit de lucht afgeworpen Amerikaanse wapens in handen kreeg, weten de Amerikanen dit aan vergissingen waardoor de wapens op de verkeerde plek zouden zijn afgeworpen.

Deze verklaring is echter volstrekt ongeloofwaardig, want de enige zogenaamd gematigde militaire groepering die in Syrië tegen het regeringsleger vecht, is het zogenaamde Vrije Syrische Leger dat alleen nog een stuk land in het zuiden van Syrië, in een punt tussen Libanon, Israël en Jordanië bezet houdt. Er worden van daar reeds lang geen noemenswaardige gevechtshandelingen gemeld. Tot de Russische interventie werd het noordwesten van Syrië gecontroleerd door het al-Nusra-front, de Syrische afdeling van Al Qaida. Verder wordt grofweg het oosten beheerst door IS en het noorden door Koerden. Nergens staat dus een groepering die ‘gematigd’ genoemd kan worden zo dicht bij door IS gecontroleerd gebied, dat wapens die voor de ‘gematigden’ bedoeld zijn per ongeluk bij IS terecht kunnen komen. Daarvoor zouden de Amerikaanse piloten in Syrië zo’n 200 à 300 kilometer over hun doel heen moeten vliegen.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov twijfelt er dan ook niet aan dat de wapens die de Verenigde Staten nu weer massaal aan de ‘gematigde oppositie’ leveren uiteindelijk goeddeels bij IS terecht komen. “Waar komt dat allemaal terecht?”, zo vroeg de minister zich af op een persconferentie gevraagd naar een bericht over een levering van 50 ton wapens en ander militair materieel. “Het valt te vermoeden dat alles direct in handen van IS komt.” Als voorbeeld wees Lavrov op de Toyota-pick-up-trucks die vanuit Amerika naar Syrië geleverd werden en bij IS opdoken. IS bracht een propagandafilmpje uit waarin te zien was hoe IS-strijders in een haast onafzienbare file van spiksplinternieuwe pick-ups door de woestijn rijden. “Voor ons leidt het geen twijfel”, aldus Lavrov, dat ook van de nieuwe wapenleveringen “tenminste een aanzienlijk deel bij terroristen terecht komt.”

Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwt de betrokken landen dan ook scherp geen luchtafweerraketten aan terroristen te leveren. Wie dat wel doet, moet met ernstige consequenties rekenen, aldus vice-minister Oleg Syromolotov. “Tot nu toe hebben de terroristen geen moderne luchtafweersystemen. Maar er zijn aanwijzingen dat ze aan vanaf de schouder afgevuurde luchtdoelraketten van westerse makelij proberen te komen. Wanneer een land luchtafweerraketsystemen aan terroristen zou leveren, zou dat betekenen dat het land in kwestie zich aan de zijde van de terroristen geschaard heeft en wel met alle consequenties van dien”, aldus de top-diplomaat.

Dat de VS op zijn minst behoedzaam omgaan met IS en andere Syrische extremisten, blijkt ook naar aanleiding van de beschieting van de Russische ambassade in Damascus. De ‘westerse waardengemeenschap’ weigerde een verklaring van de VN-Veiligheidsraad te ondersteunen die de beschieting van de Russische ambassade als daad van terreur zou veroordelen. “Het is droevig dat onze Amerikaanse collega’s zich in dit geval niet aan de zijde stellen van hen die de terreur bestrijden en veroordelen”, aldus Lavrov. “Eens te meer moeten we op deze dubbele moraal wijzen.”

Posted on 1 Comment

Rusland wil Libisch scenario voor Syrië voorkomen

Rusland wil voorkomen dat zich in Syrië een ‘Libisch scenario’ voltrekt. Daarom versterkt het land haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dat maakt Poetin uiteraard eens te meer tot boeman in het Westen.

De acties van de Amerikaanse regering inzake Syrië gelden als weinig geslaagd. Nog altijd duurt de oorlog tussen het bewind van president Bashar al-Assad en de ‘Islamitische Staat’ (IS) voort. De talrijke luchtaanvallen van de Amerikanen op stellingen van IS hebben dat tot nog toe niet kunnen verhinderen. Dat de Russische president Vladimir Poetin nu openlijk de effectiviteit van de Amerikaanse luchtaanvallen in twijfel trekt, zit Obama en de zijnen natuurlijk niet lekker.

Het is echter niet alleen de Russische kritiek die in Washington wrevel wekt, maar ook het doortastende Russische handelen. Zo begon enkele dagen geleden in Jableh ten zuiden van de havenstad Latakia in het westen van Syrië de opbouw van een Russische luchtmachtbasis.

Op deze basis moeten zo’n 1000 militairen gestationeerd worden en naast gevechtsvliegtuigen komen er ook luchtafweer-raketsystemen van het type Pantsir-S-1. Deze militaire inspanningen vinden niet zonder reden plaats. Per slot van rekening is Rusland al een oude bondgenoot van Syrië en Assad. Syrië was ook al een bondgenoot van de Sovjet-Unie en heeft vanuit deze tijd nog een schuld van ongeveer 10 miljard Amerikaanse dollars uitstaan bij Rusland. Rusland beschikt ook nog altijd over een marinebasis in het Syrische Tartus. Dat is het enige militaire steunpunt van Rusland in het Middellandse Zeegebied, zodat het belang ervan duidelijk mag zijn.

Er zijn kortom oppervlakkig al genoeg redenen waarom Rusland de regering van Assad nog ondersteunt. Die steun krijgt sinds enige tijd gestalte in de vorm van wapenleveringen en militaire adviseurs/trainers. Er zijn echter ook diepere redenen voor de Russische opstelling.

Het gaat de Russische regering er namelijk vooral om in Syrië een ‘Libische scenario’ te voorkomen. De westerse militaire interventie in Libië ligt bij de Russen nog vers in het geheugen, maar niet op de manier waarop de politiek-mediale klasse in het Westen hierover spreekt. Rusland ziet het bombarderen van Libische regeringstroepen in 2011 terecht als misbruik van VN-resolutie 1973. Die resolutie legitimeerde immers geen militaire aanval op het bewind van Khadaffi, maar slecht een militair ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen. Poetin voelde zich in dezen door het Westen bedrogen. En dat zal hem geen tweede keer gebeuren.

Vrede in Syrië zonder Assad niet haalbaar

De situatie in Libië na de val van Khadaffi laat bovendien een scenario zien, dat Rusland in Syrië in geen geval wenselijk acht. Libië is immers diep verzonken in terroristische chaos en een vergelijkbaar scenario in Syrië, zou voor Rusland betekenen dat de terroristen in de Noord-Kaukasus, waarmee Rusland sinds enige tijd in opnieuw toenemende mate te kampen heeft, een blijvende uitvalsbasis in het Midden-Oosten krijgen. Dat zou de bestrijding van deze groepen uiteraard bemoeilijken.

Bovendien gelooft in Moskou, anders dan in Washington en Brussel, niemand serieus dat een vreedzame oplossing in Syrië mogelijk is zonder Assad en zijn regering daarin te betrekken. Een verenigde oppositie met brede steun die na het vertrek van Assad  het bestuur over zou kunnen nemen, is er immers feitelijk niet.

Terwijl Rusland op de grond feiten schept, zijn de Verenigde Staten niet in staat een vreedzame oplossing voor Syrië na te streven die niet de val van Assad inhoudt, omdat de Amerikaanse bondgenoot Saoedi-Arabië die als ononderhandelbare voorwaarde stelt. Het wahabitische regime in Riaad wil Assad als de hoofdverantwoordelijke zien voor de ruim 200.000 doden van de nog altijd voortdurende oorlog, en wast de eigen handen in onschuld. Daarbij komt dat de Saoedi’s de positie van Iran, dat een belangrijke bondgenoot van Assad is, op alle mogelijke manieren wil verzwakken. In de afgelopen weken zou Iran daadwerkelijk troepen naar Syrië hebben gestuurd, het gaat naar verluidt om zo’n 1000 soldaten van de Revolutionaire Garde die het Syrische regeringsleger moeten versterken. Een en ander zou in nauw overleg met de Russen gebeurd zijn.

Zowel Rusland als Iran staan dus een oplossing voor Syrië zonder Assad in de weg. Turkije heeft intussen in eigen land de handen vol aan het oplaaiende conflict met Koerdische milities. Een oplossing voor Syrië die een versterking van de Koerdische positie zou betekenen en daarmee waarschijnlijk een burgeroorlog in Turkije, zal de Turkse regering uiteraard niet accepteren. Daar kunnen Rusland, Iran en Assad op rekenen, ongeacht hoe de Turkse opstelling tegenover Assad an sich is.

Door het Russische optreden in Syrië is kortom een vrede in Syrië mét Assad waarschijnlijker geworden. Of de Verenigde Staten of Saoedi-Arabië dit nog weten te verhinderen moet de toekomst uitwijzen.

Posted on

NAVO-landen trekken Patriot-raketten uit Turkije terug

De Verenigde Staten hebben aangekondigd hun Patriot-raketten uit Turkije terug te trekken. De inzet van de luchtafweersystemen die tot oktober loopt, wordt daarna niet verlengt, zo lieten de Amerikaanse strijdkrachten weten. Woensdag had de Duitse regering reeds besloten de inzet van haar Patriots in het zuiden van NAVO-lidstaat Turkije te beëindigen.

Als reden voor het beëindigen van de missie wordt zowel door Washington als Berlijn gesteld dat er geen dreiging meer is van luchtaanvallen van de zijde van het Syrische regeringsleger. Recentelijk is de internationale kritiek op het Turkse beleid toegenomen, Turkije bombardeerde zowel Koerdische doelen als doelen van ‘Islamitische Staat’ (IS).

Ondertussen versterkte de Russische regering de positie van de Syrische president Bashar al-Assad. De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov stelde dat het voor Rusland onaanvaardbaar is, wanneer het aftreden van Assad als president als voorwaarde voor onderhandelingen gesteld wordt. “Wanneer men het in de optiek van sommige van onze partners beslist vooraf eens moet worden, dat de president aan het einde van een overgangsperiode zijn ambt moet verlaten, dan is dat voor Rusland geen acceptabel standpunt”, aldus Lavrov maandag.

In de afgelopen maanden is de Islamitische Staat er in geslaagd grote delen van Syrië te veroveren. Naast de Koerden is het Syrische regeringsleger de enige serieuze overgebleven machtsfactor in het land.

De Amerikaanse, Duitse en Nederlandse Patriot-systemen werden in het zuiden van Turkije aan de grens met Syrië gestationeerd nadat projectielen vanuit Syrië in Turkije terecht waren gekomen. Naar later zou blijken ging het in het geval van de bewuste projectielen om granaten met NAVO-belettering, wat deed vermoeden dat vanuit Turkije illegaal wapens geleverd waren aan rebellengroepen in Syrië. De Nederlandse Patriot-systemen werden in januari jongstleden reeds terug gehaald.

Posted on

OVSE: ‘Geen aanwijzingen voor aanwezigheid Russische militairen in Oekraïne’

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft op grond van haar waarnemingen in het oosten van Oekraïne geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Russische legereenheden in Oekraïne. Dat zegt een woordvoerder van de OVSE tegenover het blad Deutsche Wirtschafts Nachrichten (DWN). Er zijn zo’n 250 medewerkers van de organisatie in de regio aanwezig, die relatief ongehinderd zaken waar kunnen nemen.

De NAVO beweerde onlangs bewijzen te hebben voor Russische militaire operaties op Oekraïens grondgebied. De regering in Kiev spreekt al dagen van een “invasie” door het Russische leger. Roland Bless, woordvoerder van het Zwitserse voorzitterschap van de OVSE zegt tegenover DWN echter: “De OVSE heeft op grond van haar waarnemingen geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Russische legereenheden op Oekraïens grondgebied.”

De NAVO kwam kort geleden met satellietbeelden die een sterke Russische aanwezigheid in de regio aan zouden moeten tonen. De Verenigde Staten spraken van toenemende bewijzen van directe Russische operaties in Oekraïne. De Oekraïense regering sprak van een invasie en president Porosjenko stelde dat de Russen zijn land binnen marcheerden. De Litouwse regering twijfelt niet aan wat de Amerikaanse regering en de illegale de facto-regering in Kiev beweren en ziet Rusland in oorlog met Oekraïne en dus met Europa, aldus de Litouwse president Dahlia Grybauskaite – die haar politieke carrière ooit begon bij de Communistische Partij van de Sovjet-Unie – op de top van de Europese Raad, waar zij uiteindelijk als enige tegen de benoeming van de Italiaanse Federica Mogherini tot Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands- en Veiligheidsbeleid stemde, omdat ze niet anti-Russisch genoeg zou zijn. Op maandagmorgen had ook bondskanselier Angela Merkel van president Poetin uitleg geëist over de vermeende aanwezigheid van Russische troepen in Oekraïne.

OVSE-woordvoerder Bless stelt daarentegen niets te hebben kunnen vaststellen dat wijst op de aanwezigheid van het Russische leger in Oekraïne: “De opdracht van de waarnemingsmissie bestaat er in door anderen naar voren gebrachte voorstelling van zaken te objectiveren door haar waarneming ter plaatse.” De OVSE gaat te werk op twee niveau’s: enerzijds voert ze waarnemingen uit op twee punten aan de Russisch-Oekraïense grens. Gezien de lengte van de grens kan de OVSE daarmee natuurlijk niet alles controleren. Maar anderzijds bewegen OVSE-waarnemers zich ook door de hele regio en beschikt de zogeheten Special Monitoring Mission inmiddels over een goed netwerk. De OVSE is een van de conflictpartijen onafhankelijke organisatie die haar rapporten samenstelt op basis van waarnemingen van eigen medewerkers. “Onder de gegeven omstandigheden kunnen de medewerkers van de OVSE vanwege hun eigen veiligheid slechts beperkt opereren. Niettemin is de organisatie in 10 oblasten op verschillende plaatsen aanwezig, waaronder ook die waar de strijd woedt.

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De medewerkers van de OVSE kunnen zich na een moeilijke start volgens Bless nu vrijer bewegen. Aan het begin van de missie werden twee teams van de OVSE door rebellen opgehouden. De aanwezigheid van militairen onder de OVSE-waarnemers had hun argwaan gewekt. Inmiddels heeft de OVSE, aldus Bless, tot op zekere hoogte het vertrouwen van alle partijen in het conflict kunnen winnen. Dat zou doorslaggevend kunnen zijn voor een eventuele rol als bemiddelaar. Voorlopig is het echter nog niet zo ver.

“De volgende stap” moet volgens Roland Bless zijn “dat de conflictpartijen het eens worden over een wapenstilstand. Dan kan de OVSE een nadere rol opnemen.” Bless stelt verder dat diverse Europese landen meer zouden kunnen doen om de enige onafhankelijke partij in het conflict te versterken. Zo is er een mandaat om nog eens 250 waarnemers in te zetten, ook zou Bless graag apparatuur inzetten voor het waarnemen van vluchtbewegingen.

De OVSE neemt ook deel aan een contactgroep, waaraan de Oekraïense regering in Kiev en de Russische regering deelnemen en die in de Wit-Russische hoofdstad Minsk bijeenkomt. Ook een leider van de rebellen zou aan deze ontmoeting deelnemen.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat Rusland geen invasie van Oekraïne voorheeft en voorstander is van een door de OVSE bemiddelde wapenstilstand.