Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

“Ik hou heel erg van Russen”

Bas van der Plas woont in de stad Narva in Estland, op 100 meter afstand van de Russische Federatie. “Ik heb de NAVO al gezegd dat ze hier geen troepen hoeven stationeren, want ik kijk goed uit mijn raam en als ik de Russische tanks zie aankomen dan bel ik wel even”, aldus de schrijver annex activist.

Hoewel zeer kritisch over de NAVO, het buitenlandbeleid van de VS en de ‘koude oorlogsjournalistiek’ van de Westerse media, kan Van der Plas onmogelijk verdacht worden van pro-Poetin-sympathieën. “Op 7 mei wordt Poetin president van een politiestaat”, twitterde hij in 2012 vanuit zijn toenmalige woonplaats Sint-Petersburg. “Tijd om te vertrekken. In de herfst ben ik hier weg.”

Het is een zienswijze die je in Nederland niet vaak aantreft. Althans niet in de mainstreammedia, waarin het anti-Poetin-geluid vrijwel altijd gelijk opgaat met een pro-NAVO, pro-liberale en pro-VS ideologie.

Bas van der Plas stelt in zijn laatste boek, gewijd aan de oppositie in Rusland, dat de VS protesten aansturen, via liberale partijen die nauwe betrekkingen onderhouden met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Tegelijk beweert hij dat de protesten, die ‘in aantal en kracht toenemen’, een getrouwe afspiegeling zijn van de maatschappelijk onvrede die zou heersen onder brede lagen van de bevolking, over onder meer de stijgende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse oneerlijk verlopen verkiezingen. Vandaar de titel van het boek, Hij maakt alleen de dood leefbaarder, die Van der Plas ontleende aan de tekst die hij op een spandoek zag van een oudere dame die in Sint-Petersburg demonstreerde tegen Poetin.

In de bijlage van zijn boek heeft Van der Plas een opmerkelijk document opgenomen, getiteld De Witte Revolutie, waarvan hij zegt dat het circuleert in liberale kringen. In het document wordt beschreven hoe de liberalen de macht willen grijpen in Rusland. Onder meer door te infiltreren in de redacties van kranten, radio en tv. Volgens het document zou de oppositie de ‘hoogwaardige media’ inmiddels al domineren.

Het is weer bijna Kerst. Ik las vorig jaar op uw Facebook-pagina dat er dan jaarlijks bij uw woonplaats Narva een opmerkelijk vredesinitiatief plaatsheeft?

De Russische Kerstman ontmoet dan op de brug boven de grensrivier de Narva de Estse Kerstman. Die brug wordt genoemd: de Brug van de Vriendschap. Het is om aan te tonen dat het wel meevalt met die zogenaamde vijandigheid tussen de twee landen.

Die Estse Kerstman is niet toevallig een etnische Rus?

Nee, een Est. Een groot deel van de Russen in Estland heeft na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de Estse nationaliteit aangenomen.

De Esten hebben volgens u geen Russische inval te vrezen?

Hier in Narva krijgen we regelmatig Westerse journalisten op bezoek die duidelijk proberen te maken dat de etnische Russen in Estland een soort vijfde colonne van Poetin vormen. Dat slaat nergens op. Het is propaganda om te rechtvaardigen dat de NAVO troepen plaatst en oefeningen houdt in de Baltische staten.

In 2015 was er in Narva een militaire parade van de NAVO. Het wrange was: Die parade begon op 10 meter van de Russische grens. Dat was een duidelijke provocatie aan het adres van de Russen. Van militair machtsvertoon aan de Russische kant van de grens met Narva heb ik nooit iets gemerkt.

Boze brieven schrijven naar de krant heeft geen zin. Die worden toch niet geplaatst. Zoals mijn ingezonden brief aan Trouw over een tendentieus artikel in die krant over Narva. En lees ook vooral mijn open brief aan mijn vrienden en kennissen in Nederland, getiteld Laat je niet ongerust maken door de oorlogshitserij van de Nederlandse media! 

Maar aan een vergelijking tussen de Nederlandse en Russische media wilt u zich niet wagen?

Ik lees met enige regelmaat vier Russische kranten: Novaya Gazeta, Sovetskaya Rossiya, Rossiyskaya Gazeta en Nezavisimaya Gazeta. Ik kijk ook dagelijks op televisie naar de uitzendingen van Vesti, Vremya en Segodnya. Maar van de Nederlandse kranten lees ik alleen nog wat ik toegestuurd krijg van vrienden en kennissen in Nederland, en wat ik voorbij zie komen op Facebook. Via Uitzending Gemist kijk ik nog wel eens naar het NOS Journaal. Dat heeft mij regelmatig bloeduitstortingen aan mijn voeten opgeleverd omdat ik mijn tenen tegen elkaar moest knijpen als ik David Jan Godfroid weer over Rusland hoorde. De suggesties en de verdachtmakingen vliegen je om de oren. Zoals toen met MH17. Godfroid meldde vanuit het oosten van Oekraïne dat “de rebellen enkele dagen de tijd hadden gehad om bewijsmateriaal te laten verdwijnen.” Hij vervolgde: “Ik zeg niet dat ze dat gedaan hebben, maar het zou zomaar kunnen.” Dat is dan het niveau van ‘nieuwsgaring’ over de tragiek van bijna 300 mensen. Het is valse stemmingmakerij, en hij doet dat regelmatig. Hetzelfde gebeurde met zijn voorganger, Peter d’Hamecourt, die er dezelfde verborgen agenda op na hield. De enige tv-correspondent voor wie ik nog enige waardering kon opbrengen was Jeroen Akkermans van RTL4 vanwege zijn open manier van verslaggeving. 

Wat is dan de verborgen agenda van Godfroid en d’Hamecourt? En waarom denkt u dat ze die hebben?

Zij moeten een bepaald beeld in Nederland neerzetten over hoe de situatie in Rusland is, om bijvoorbeeld de sancties tegen Rusland te rechtvaardigen.

U denkt dat ze aangestuurd worden?

Dat zou kunnen. 

Hoe ziet u de website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink die hiervoor drie ton subsidie hebben gekregen van het Rijk?

Ik heb een paar boeken gelezen van Laura Starink en Hubert Smeets, en ze schrijven op zich best goed en ik ben het ook in sommige opzichten met ze eens. Maar dat ze zich verbonden hebben aan Raam op Rusland heeft mijn woede gewekt. Met die drie ton belastinggeld hebben ze hun onafhankelijkheid verkwanseld. Daarbij kan ik Laura Starink ook niet meer serieus nemen vanwege haar propagandistische boekje over Oekraïne. Dat verscheen in de aanloop naar het referendum van 2016 en was alleen maar bedoeld om mensen ervan te overtuigen dat ze moesten stemmen voor het associatieakkoord.

We gaan het over uw boek hebben. U stelt daarin dat de VS protesten aansturen via liberale partijen in Rusland. Waaruit blijkt dat? En wat willen ze er mee bereiken?

Er lopen diverse geldstromen naar de liberale oppositie, onder meer via de Amerikaanse ambassade in Moskou en organisaties die gelieerd zijn aan met name kringen rond personen uit de Democratische Partij als Hillary Clinton en Madeleine Albright. Er is bijvoorbeeld een fonds, Democracy Promotion Community, waaruit diverse organisaties worden gefinancierd, waaronder USAID, National Endowment For Democracy, The Orange Ring en Freedom House. Dat soort organisaties maakt zich sterk voor politieke veranderingen in de Russische Federatie.

Het zijn organisaties die de democratie willen bevorderen in Rusland en in andere landen. Dat betekent niet noodzakelijk dat ze aansturen op protesten, onrust en revolutie.

Juist wel. Want kijk hoe dat gegaan is in onder meer voormalig Joegoslavië, Georgië, Tadzjikistan en Oekraïne.

U merkt in uw boek op dat, hoewel de protesten tegen Poetin vooral georganiseerd worden door de liberalen, het complete politieke spectrum van Rusland er aan deelneemt. Toch maakt dit de liberalen er niet populairder op. Ze blijven een marginale politieke groepering. Hoe verklaart u dat?

Liberalisme en democratie worden in Rusland nog steeds heel sterk geassocieerd met de Jeltsin-periode, toen mensen hun spaargeld en werk kwijtraakten, de roebel zijn waarde verloor, de kosten voor levensonderhoud heel erg stegen, de maffia de macht overnam en de oligarchen opkwamen. Zie mijn boek over de Russische maffia, waarin ik beschrijf hoe in de jaren negentig de georganiseerde misdaad een samenwerking aanging met hoge ambtenaren die doorgaven welke maatregelen er aan kwamen en jonge economen die wisten hoe een kapitalistische maatschappij functioneert.

Is het terecht dat de liberalen van nu in verband gebracht worden met wat er in de jaren negentig is gebeurd?

Dat niet. Maar ze hebben nog wel steeds die naam. Het zit bij de mensen nog stevig verankerd tussen de oren. Het is nog maar kort geleden. De liberalen, of eigenlijk de democraten, want zo worden ze in Rusland genoemd, zijn tot zondebok gemaakt.

U heeft in uw boek een opmerkelijke bijlage opgenomen. Een vertrouwelijke document getiteld De Witte Revolutie, waarvan u zegt dat het in liberale kringen rondgaat, en waarin beschreven staat hoe ze de macht willen overnemen in Rusland. Weet u zeker dat dit een authentiek document is, en niet zoiets als de Protocollen van Zion, bedoeld om een bepaalde groep mensen zwart te maken? 

Ik weet zeker dat het authentiek is. Ik heb het gekregen van mensen die actief zijn in die bewegingen.

Het is niet op internet te vinden?

Dat weet ik niet. Ik denk het niet, want het is mij gepresenteerd als een vertrouwelijk document dat in besloten bijeenkomsten besproken is.

Het is nog niet gelekt naar de Russische pers?

Natuurlijk niet.

U heeft dus de primeur?

Ik ben geen journalist. Ik houd mij niet met primeurs bezig. Ik heb het bij toeval in handen gekregen. Ik heb een groot en breed netwerk in Rusland, dat ik heb opgebouwd via het reisbureau Czarina dat ik jarenlang heb gehad.

Waarom denkt u dat ze u het document hebben toegespeeld? Omdat ze in u een liberaal of democraat vermoeden?

Dat in elk geval niet. Ik had zelf een klein partijtje in Rusland dat bestond uit maar acht leden. Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn politieke overtuiging.

Wat is dan uw politieke overtuiging?

Ik was revolutionair socialist en tegenwoordig ben ik anarcho-socialist. Als revolutionair socialist streef je naar een voorhoedepartij en een sterke staat die de voorwaarden moet scheppen om het socialisme te bereiken. Als je naar de Russische geschiedenis kijkt, dan zie je wat er gebeurt als zo’n partij de macht overneemt. Ik heb het revolutionaire socialisme afgezworen. Het gaat mij er nu om dat mensen vanuit de onderste lagen van de bevolking tot zelfbeheer komen. Daar past geen voorhoedepartij bij en ook geen sterke staat.

Hoe ziet u het document van de Witte Revolutie?

Het document bevat niet alleen een stapsgewijs plan over hoe van Poetin af te komen, maar ook een analyse van de huidige situatie. Zo wordt gesteld dat de oppositie al een belangrijk deel van de sociale media en de ‘hoogwaardige media’ domineren. Genoemd worden: Novaya Gazeta, The New Times, Vedomosti, Moskovsky Komsomolets, Ogonyok, Nezavismaya Gazeta, Echo van Moskou, REN TV en een deel van Kommersant. Als enige hoogwaardige kranten die nog op de hand van de autoriteiten zijn worden genoemd: Komsomolskaya Pravda, de Rossiyskaya Gazeta en een deel van de Izvestia.

Ziet u dat ook zo? Domineren de liberalen de belangrijkste media? Laten de genoemde media een duidelijk liberaal geluid horen?

Toen Garri Kasparov het in de Russische presidentsverkiezingen opnam tegen Poetin beklaagde hij zich er over dat hij geen enkele toegang had tot de Russische media.

Was het terecht dat hij zich hierover beklaagde? Had hij geen toegang tot de Russische media?

Voor een deel niet.

Dus de Russische autoriteiten hoeven zich geen zorgen te maken over de liberale infiltratie van de sociale media en kwaliteitsmedia?

Ik denk het niet. In elk geval niet zolang de overheid nog de belangrijkste televisiekanalen in handen heeft. Ze hebben daarmee een belangrijk propagandamiddel in handen. De meeste mensen in Rusland laten zich informeren over het nieuws via de televisie. Ik kijk daar met kromme tenen naar. Zoals afgelopen maandag, naar het Russische journaal op Kanaal 1 dat een half uur duurt. Het ging een kwartier lang over het feit dat Poetin in Syrië was, daarna acht minuten over een nieuwe televisieserie en tussendoor nog even een halve minuut over een aanslag in New York. Dat was dan het nieuws. Dat is dus de manier waarop het gros van de Russische bevolking geïnformeerd wordt.

Daarnaast is het zo dat de mensen die buiten de grote steden wonen nauwelijks landelijke kranten lezen, maar wel de regionale en lokale kranten. Ik lees die ook graag, omdat de inhoud ervan minder wordt aangestuurd en gecontroleerd door de liberalen of de Poetin-clan. De journalisten van die kranten functioneren redelijk zelfstandig. Ik vind het belangrijkere bronnen dan de grote kranten.

Over de liberale oppositieleider Aleksej Navalny, die het in de presidentsverkiezingen van maart 2018 wil opnemen tegen Poetin, wordt in het document gezegd dat hij niet de juiste figuur is om de  Witte Revolutie te leiden. Men lijkt te wachten op een soort Verlosser?

Eigenlijk wel ja.

Komt het document over de Witte Revolutie uit een Amerikaanse koker?

Het zou kunnen. Ik kan het niet zeggen.

In welke vorm heeft u het ontvangen?

Op een CD-ROM. Het beslaat ongeveer 40 pagina’s. In mijn boek staat alleen een samenvatting. Poetin wordt in het document overigens geen Poetin genoemd, maar ‘VVP’, dus bij zijn initialen, Vladimir Vladimirovitsj Poetin. Ik heb het vertaald naar ‘Poetin’.

Over naar een ander onderwerp: de maatschappelijk onvrede in Rusland, waarvan u zegt dat die breed leeft en grotendeels te verklaren is uit de dalende levensstandaard. U schrijft dat er fors is bezuinigd op sociale voorzieningen; dat de kosten voor het levensonderhoud al jaren sneller stijgen dan de lonen en uitkeringen; dat de lonen steeds vaker vaak niet of niet op tijd worden uitbetaald; en dat steeds meer mensen steeds zwaarder in de schulden komen te zitten.

Op 18 maart 2018 zijn er weer verkiezingen, dus we kunnen voor die datum weer een verhoging van de pensioenen tegemoet zien, om Poetin in een gunstig daglicht te stellen. Maar geen enkele verhoging van de pensioenen compenseert de sterk gestegen kosten voor het levensonderhoud. Ik ben getrouwd met een Russische vrouw. Zij was wetenschapster en ontvangt nu een Russisch pensioen van 120 euro per maand. De woonlasten van de flat die ik met haar bewoonde in Sint-Petersburg bedragen inmiddels 70 euro per maand. Blijft over 50 euro in de maand om van te leven. Zo zijn er dus heel veel mensen in Rusland. Ik heb een groot netwerk van Russen uit alle lagen van de bevolking, werknemers, werklozen, gepensioneerden, geslaagde zakenlieden, stedelingen, mensen in de provincie. Iedereen klaagt over sterke stijging van de woonlasten en de prijzen in de winkels.

De onvrede is te begrijpen. Maar is het terecht de overheid de schuld te geven? U schrijft zelf in uw boek dat de economische problemen van Rusland grotendeels het gevolg zijn van externe factoren: de gedaalde olieprijzen en de Westerse sancties. De inkomsten voor de overheid zijn daardoor flink afgenomen. 

Dat klopt. Maar het geld dat er is wordt op een verkeerde manier uitgegeven. Want wie van de Russische bevolking heeft gevraagd om Olympische Winterspelen en om een WK Voetbal? Het nieuwe voetbalstadion in Sint-Petersburg heeft maar liefst een miljard dollar gekost, en de helft van dat bedrag is verdwenen in de verkeerde zakken.

Maar de overheid kan er toch niks aan doen als de lonen niet of niet op tijd worden uitbetaald?

De overheid zou dan moeten bijspringen. Dat kan ze doen als er niet zoveel winst vanuit de bedrijven zou verdwijnen naar het buitenland, via Cyprus en andere offshore constructies. Zie de Panama Papers en de Paradise Papers.

Poetin heeft niks gedaan tegen de belastingvlucht? In de eerste jaren van zijn presidentschap maakte hij naam met gemaskerde politieteams die binnenvielen bij machtige bedrijven.

Dat was alleen maar schijn. In werkelijkheid veranderde er niets. Het heeft niet geleid tot minder belastingontduiking van de grote bedrijven.

Als oorzaak voor de groeiende maatschappelijke onvrede wijst u in uw boek ook naar de sociale ongelijkheid. U spreekt over een ‘staatskapitalistische onderneming’ en over een ‘ongebreidelde zelfverrijking van de Kremlin-clan’. U verwijst naar het Global Wealth Report 2016 waaruit blijkt dat er in geen ander land ter wereld zoveel rijkdom in handen is van zo weinig mensen. Niettemin wordt Poetin nog steeds gezien als de man die de macht van de oligarchen heeft gebroken die zich onder Jeltsin het land hadden toegeëigend.

De macht van een paar oligarchen is gebroken, waaronder die van de inmiddels overleden Boris Berezovski. Hetzelfde verhaal met Michail Chodorkovski. Maar bijvoorbeeld Roman Abramovitsj spreidt nog steeds zijn rijkdom ten toon, en zo zijn er nog een paar. Je kunt in Rusland gerust een oligarch zijn, als je Poetin maar met rust laat, geen politieke aspiraties toont en wat douceurtjes aan de Russische staat gunt. Zie Alisjer Oesmanov. Die werd aanvankelijk bedreigd met eenzelfde proces als Chodorkovski vanwege zogenaamde belastingontduiking. Die heeft dat afgekocht door de complete kunstcollectie van de cellist Mstislav Rostropovitsj te kopen en die cadeau te doen aan de Russische staat. De collectie staat nu tentoongesteld in het paleis dat Poetin zich heeft toegeëigend in het paleis net buiten Sint-Petersburg.

Rekent u het Poetin persoonlijk aan dat er in Rusland zo’n grote sociale ongelijkheid bestaat? Die was er toch al voor Poetin?

Toen Poetin eind 1999 aan de macht kwam, werd hij gezien als de man die orde op zaken zou stellen en een einde zou maken aan het zogeheten ‘junglekapitalisme’ van Boris Jeltsin. Die belofte heeft hij voor een deel ingelost. Hij heeft gezorgd voor rust en orde in het land. Zo heeft hij met de verhoging van de salarissen van de politie een einde gemaakt aan de ergste uitwassen van de corruptie binnen het politiekorps. En zoals gezegd: Hij is de strijd aangegaan met Berezovski en Chodorkovski. Dat is in het collectieve geheugen gegrift. Hij wordt daarom nog steeds door velen gezien als de redder des vaderlands. Ze zien over het hoofd dat Poetin het met de overige oligarchen heeft laten afweten; dat hij het met ze op een akkoordje heeft gegooid.

Toch geniet Poetin nog steeds een grote populariteit in Rusland.

Dat heeft dus te maken met de successen uit zijn eerste jaren als president. Maar het heeft er ook mee te maken dat er geen alternatief is. Er is geen tegenkandidaat die een serieuze kans maakt op het presidentschap.

Waarom is er geen serieuze tegenkandidaat? Is dat omdat bijvoorbeeld Aleksej Navalny niet mag meedoen aan de verkiezingen?

Het is allerminst zeker dat Navalny niet zal meedoen aan de verkiezingen. Van een adviseur uit het Kremlin hoorde ik dat overwogen wordt hem toch mee te laten doen. Dit om een democratisch tintje te geven aan de verkiezingen, en ook omdat hij gezien wordt als ongevaarlijke kandidaat en zijn deelname de aandacht zou kunnen afleiden van de serieuzere kandidaten.

Heeft Poetin zijn populariteit misschien ook te danken aan het oprukken van de NAVO en de manier waarop hij hierop heeft gereageerd?

Dat denk ik niet. Russen zijn niet bang voor de NAVO. Dat is omdat het Kremlin al heel lang benadrukt dat Rusland een sterke natie is, die veel geld uitgeeft aan de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. Dat wordt ook breed in de pers uitgemeten.

Poetin heeft zich wel populair gemaakt inzake Oekraïne en de Krim?

Daar wel mee. Het was een welkome afleiding voor de belabberde economische situatie.
Maar even terug naar de Jeltsin-periode: Rusland werd toen als een derderangs-natie beschouwd, zonder enige macht internationaal. Onder Poetin werd Rusland terug op de kaart gezet als wereldmacht. Dat was belangrijk voor de Russen. Er is niemand die in een ondergeschikt, derde wereldland wil leven.
Poetin was de juiste man op de juiste plaats, maar die tijd is voorbij. Ik heb de hoop dat de Russische bevolking tot een andere keuze gaat komen.

Uit uw boek spreekt teleurstelling over de linkse oppositie in Rusland. De liberalen gaan voorop in het protest, de Communistische Partij is niet echt communistisch meer en de autoriteiten hebben geweigerd Links Front mee te laten doen aan de verkiezingen.

Ik ben teleurgesteld, niet alleen in de linkse oppositie in Rusland. Ik ben teleurgesteld in de linkse oppositie in de hele wereld. Als ik naar Nederland kijk dan zie ik ook geen enkele linkse partij meer.

In mijn adolescentie werd ik links. Toen ik in de twintig was had ik de overtuiging dat ik tijdens mijn leven nog een andere maatschappij zou meemaken. Ik maak nu een andere maatschappij mee, maar precies het tegenovergestelde van wat ik voor ogen had.

Maar het komt wel weer. Ik blijf hoop houden en ik blijf trouw aan mijn idealen. Van de onlangs overleden PSP-voorman Fred van der Spek, die in een interview erkend heeft dat hij in zijn leven niks heeft bereikt, heb ik het adagium overgenomen ‘Ik wankel niet in mijn overtuiging’. Je kunt toch niet, zoals veel linkse mensen gedaan hebben, van de ene op de andere dag lid worden van D66? Of van een neoliberale club als GroenLinks?

Hoe is uw interesse ontstaan voor Rusland?

Ik heb een tijd gewoond met mijn ouders in Amsterdam-Noord. Daar had je de Oostzanerdijk. Vandaaruit kon je op de fiets naar Zaandam. Daar had je houtzagerijen, en daar lagen schepen uit Rusland die hout kwamen brengen. Ik ben toen als jongetje, een beetje brutaal, de loopplank van zo’n Russisch schip opgelopen. Ik werd daar hartelijk ontvangen door de matrozen. Ik kreeg thee, koekjes en ze gaven mij Russische kopeken. Ik vond dat heel exotisch. Ik heb daarna nog een paar keer dat soort bezoeken gebracht, en heb toen mijn vader gevraagd of hij voor mij een boekje wilde kopen over de Russische taal, Hoe en wat zeg je in het Russisch? Ik leerde zo met handen en voeten met die scheepsbemanningen communiceren. In 1973 ben ik voor het eerst naar Moskou gegaan om bij het Poesjkin Instituut een cursus Russisch te volgen, daarna nog een vervolgcursus. In 1978 heb ik INSUDOK, een informatie en documentatiecentrum over de Sovjet-Unie, opgezet. En zo is het eigenlijk allemaal een beetje gaan lopen.

Ik hou heel erg van Russen. Ze zijn heel warm in vergelijking met Nederlanders. Ik keek laatst naar een uitzending van Nieuwsuur. Die opende met de vraag: ‘Wat kost een dag sneeuw in Nederland?’ Dat is dus typisch Nederlands, het gaat altijd in de eerste plaats over de kosten, en daarna pas over wat het voor mensen betekent. Dat zal je in Rusland nooit meemaken.

Een ander voorbeeld: uitvaarten. Ik was twee weken geleden in Nederland vanwege het overlijden van mijn moeder. Mijn vrouw, die voor het eerst zoiets meemaakte in Nederland, was verbijsterd. Je komt in zo’n uitvaartcentrum, er wordt een toespraak gehouden, na afloop krijg je twee kopjes koffie en een koekje, en dat was het dan. Terwijl in Rusland ga je met z’n allen naar een restaurant of ergens anders heen, om uitgebreid te eten. Voor de overledene wordt ook nog een bordje neergezet en een glaasje wodka ingeschonken Er wordt op hem of haar een toast uitgebracht. Het blijkt dan dat degene die overleden is een hele belangrijke plek innam en ook blijft innemen.

Ik voel mij tegenwoordig meer Rus dan Nederlander, juist vanwege de warmte die je van Russische mensen krijgt, en vanwege de meer intense verhoudingen zonder dat er ook maar over geld of wat dan ook gesproken wordt. Eén van de grootste complimenten die ik ooit gekregen heb was van mijn zwager die zei: ‘Bas is geen buitenlander, hij is één van ons.’ Het is sowieso het mooiste compliment dat je kunt krijgen daar. 

Hij maakt alleen de dood leefbaar is verkrijgbaar via bol.com voor €20,95 (incl. verzendkosten binnen Nederland).

Voor een gesigneerd exemplaar aangetekend verstuurd vanuit Estland: maak €25 over op rekeningnummer NL37INGB0002142763 ten name van B.H.K. van der Plas, onder vermelding van ‘oppositie’ of ‘oppositie gesigneerd’ en de eigen adresgegevens.

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is het laatste deel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eerder verschenen in deze reeks:

Posted on

Waarom Nederland rond 2050 zeker 20 miljoen inwoners telt

In het nieuws lees ik al jaren, dat ten gevolge van de vergrijzing Nederland zal afnemen qua bevolking. Vanaf 2025, zo werd begin jaren ’90 gezegd, zou Nederland gaan krimpen. Nederland zit nu op ruim 17 miljoen inwoners. De top van de toekomstige bevolking wordt geraamd op 18 miljoen inwoners, waarna de bevolking zou gaan afnemen. Die top zal echter ruim overtroffen worden. De CBS-ramingen vallen of staan, bij drie voorwaarden:

  1. vruchtbaarheid blijft onder vervangingsniveau;
  2. migratie neemt niet veel toe en
  3. mensen worden niet nog veel ouder dan nu.

Vooral niet-toenemende migratie is zeer onwaarschijnlijk – en de vruchtbaarheid zal ongetwijfeld toe gaan nemen de komende decennia.

Migratiebronnen

Alhoewel de financiële crisis zal overgaan, zal de economische voorsprong van Noord-Europa ten opzichte van Zuid-Europa en Oost-Europa gigantisch blijven. Met name jonge Italianen, Spanjaarden, Grieken, Polen enz. zullen blijven vertrekken, omdat ze in Noordwest-Europa meer kunnen verdienen en meer carrière kunnen maken. Straks is London geen optie meer. Daarnaast heeft Nederland historisch veel Joegoslaven opgenomen. Het is aannemelijk dat als Kosovo, Bosnië en Servië bij de EU komen, velen zich in Nederland zullen vestigen. Als de EU vrij reizen voor Turkije en Oekraïne toestaat, dan zullen er zonder enige twijfel miljoenen Turken en Oekraïners naar Europa komen – en disproportioneel veel naar Nederland.

Ook de vluchtelingenstromen uit het Midden-Oosten zullen blijven. Zelfs als die regio stabiliseert, en dat is onwaarschijnlijk, dan nog zal er decennialang ketenmigratie plaatsvinden uit Syrië, Irak, Afghanistan, Iran etc. De aanwas van arme Afrikanen die hun geluk willen beproeven in Europa is eveneens enorm. De bevolkingsgroei in Afrika is zó groot dat er rekening gehouden moet worden met migratie van miljoenen; als ze niet legaal mogen komen, zullen velen illegaal komen. Om een indruk te krijgen waar deze mensen toe in staat zijn om te migreren, moet je een blik werpen op de Calais-jungle of de Italiaanse en Griekse stranden. Deze Afrikaanse migranten prefereren destitutie boven hun eigen land. (Laat dat eens tot je doordringen.)

Verder zijn er genoeg unknown-unknowns in migratiebewegingen. Het is nog niet zo lang geleden dat er geen Turk, Syriër, Marokkaan of Iraniër in Nederland woonde. Nu praten we over krap een miljoen totaal. Het is niet ondenkbaar dat er migratie vanuit China, India en Zuid-Amerika zal komen. En wat te denken van nieuwe oorlogen in nieuwe conflicthaarden? Europa staat nu op de kaart als vluchtelingenhaven. Wie weet maakt de opwarming van de aarde wel hele gebieden onleefbaar met migratie tot gevolg.

Politiek

Schijnbaar onbelangrijke politieke beslissingen (en nalatigheden) hebben enorme gevolgen. Pieter Lakemans Binnen zonder kloppen beschrijft heel duidelijk dat de immigratie vanuit Turkije en Marokko voort is gekomen uit een aaneenschakeling van vergissingen en vooruitschuiven van harde beslissingen van de overheid, gelobby van bedrijven en allerlei belangengroepen. Er was zelfs emigratiebeleid en er was een dominante visie dat het dichtbevolkte Nederland geen immigratieland kón zijn. Toch zijn er nu miljoenen immigranten.

Denk ook eens aan het Verenigd Koninkrijk sinds eind jaren ‘90; Tony Blair besloot om, in tegenstelling tot Duitsland en Nederland, geen quota in te stellen voor Oost-Europeanen. Ze hebben in 10 jaar zoveel Roemenen, Polen, Hongaren en Litouwers binnen gekregen, dat er nu meer dan 1 miljoen zijn. In het Verenigd Koninkrijk en Nederland werd verkondigd dat het bij een paar duizend zou blijven. Blair had ook tijdens zijn regeringsperiode besloten, uit electorale overwegingen, om alle inwoners van het Britse wereldrijk staatsburger te laten worden. Beide acties waren pennenstreken. Evenzo, Merkels beslissing om Dublin eenzijdig op te zeggen, betekende een gigantische instroom van allerlei vluchtelingen, meer dan 1,5 miljoen in een paar jaar tijd. Rusland neemt sinds de Oekraïne-oorlog veel Oekraïners op, naar schatting al meer dan een half miljoen.

Bij media, politiek, universiteiten en grote bedrijven is er een voorkeur voor immigratie —  de motieven verschillen weliswaar, van kosmopolitisme tot goedkope arbeidskrachten en van wereldburgerschap tot de open samenleving, maar het effect is hetzelfde. Er zijn grote tegenkrachten, maar of die sterker zijn dan al die invloedrijke groepen samen valt te betwijfelen. Er zullen wellicht wat migratiebeperkende successen behaald worden, maar dan voor bepaalde periodes, zoals het uitstel van de toetreding tot Schengen voor Roemenië of inreisverboden uit conflictgebieden als Syrië en Irak. Voor verdere migratiebeperkende maatregels bestaat nauwelijks animo onder beleidsmakers. Daarnaast vallen Europese landen als Nederland nog onder de EU-voogdij, dus zelfs een Nederlandse regering die migratie wil beperken moet kritiek en vooral politieke druk van de EU weerstaan. Hongarije probeert dit nu, en wordt aan alle kanten tegengewerkt.

Veranderende dynamiek

Verder nemen de vruchtbaarheidstechnieken toe, en het is bekend dat de gewenste vruchtbaarheid van gezinnen lager ligt dan de gerealiseerde vruchtbaarheid. De vruchtbaarheidscijfers zijn vooral laag, omdat er zoveel vrouwen zijn die kinderloos blijven. Als deze vrouwen met behulp van nieuwe technieken niet langer kinderloos blijven  – en uit veel onderzoeken blijkt dat ze dat ook niet wensen – dan zullen vruchtbaarheidscijfers opnieuw stijgen. Het omgekeerde geldt voor de sterftecijfers, deze zullen blijven dalen, omdat de geneeskunde steeds beter wordt. De levensverwachting van nieuwgeborenen zal dus ook nog scherp omhoog gaan, dit betekent eveneens dat de bevolking voorlopig minder hard zal afnemen dan gedacht.

Het CBS stelt dat de kans op een bevolking van meer dan 20 miljoen in 2050 klein is, rond de 5%. Alle boven beschreven bewegingen wijzen in de tegengestelde richting. De kans dat Nederland een krimp doormaakt, is veel minder waarschijnlijk dan geraamd. Het is eerder waarschijnlijk dat de migratiestromen hoog zullen blijven en Nederland rond 2050 zeker 20 miljoen inwoners zal tellen.

Nederland is (en blijft voorlopig) namelijk een uitzonderlijk goed land voor haar ingezetenen. Op de regen na is alles hier bovengemiddeld goed. Een Nederlandse baby uit 2016 zal opgroeien in een rijk, vredig, beschaafd, sociaal, groen en schoon land. Het Nederlandse succes is de magneet die migratie uit alle windstreken aan zal blijven trekken.

http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=82682NED&D1=0&D2=0,21-23&D3=2&D4=a&VW=T

Posted on 3 Comments

Timmermans en de echo van ‘Wehrt euch; kauft nicht bei Juden!’

Deze week diende zich een nieuwe zomerkomkommer aan in de media. En zowaar, het ging weer eens over Israël. Heel specifiek: over producten uit Joodse nederzettingen in betwist gebied. PvdA-minister Frans Timmermans wil maar wat graag de puntjes op de i zetten. Ter bevordering van de vrede, zo heet het. Via Catherine Ashton, ‘chef buitenland’ van de Europese Unie (EU), lijkt hij dit ook voor elkaar te krijgen. Op hoge poten eist zij dat op het etiket van elk exportproduct uit Israël precies staat waar het is geproduceerd. ‘Made in Israel’ volstaat niet. Waarom? De oneliner van minister Timmermans spreekt boekdelen: ‘Het is doodsimpel, de nederzettingen liggen niet in Israël.’

made-in-israel4Doodsimpel? Huh? Een dodelijke versimpeling van de werkelijkheid!

Allereerst weet de minister zeer wel dat de oostgrens van de staat Israël tot op heden niet is vastgelegd. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft in resolutie 242 bepaald dat Israël recht heeft op veilige en erkende grenzen. Verder stelt deze resolutie dat de precieze grens via onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen moet worden bepaald. Maar zonder de uitkomst van deze onderhandelingen af te wachten, lijken Timmermans en de EU al te weten waar die grens moet komen te liggen. Op de zogenoemde ‘Groene Lijn’ van de wapenstilstand in 1949. Onmiddellijk protesteerde Israëls minister-president Netanyahu tegen dit EU-dictaat. Terwijl de EU iedere keer op hoge toon Israël de les leest om zich aan het internationaal recht te houden, treedt de EU dat recht nu zelf met voeten.

Daar komt bij dat de EU-benadering de gewenste vrede geen stap dichterbij brengt. Integendeel. Tot op heden willen de Palestijnen geen vrede met Israël sluiten. Yasser Arafat weigerde in 1993 bijvoorbeeld de Oslo-akkoorden te ondertekenen. Daarvoor bestaat bij de Europese Unie alle begrip van de wereld. Voor het mislukken van vrede krijgt Israël telkens de zwarte piet toegespeeld. Wanneer de EU en de Nederlandse regering vrede tussen Joden en Palestijnen ècht dichterbij willen brengen, dan is het zeer onverstandig om Israël vast te pinnen op de Groene Lijn uit 1949. Je geeft daarmee de Palestijnen alle ruimte om achterover te gaan leunen. Ze weten dat Israël deze grenslijn niet kan accepteren, omdat hiermee de veiligheid van de Joodse staat in het geding is.

Waar Timmermans en de EU hoogst lichtvaardig aan voorbijgaan is het feit dat reeds vóór 1948 er sprake is van Joodse bewoners op de Westelijke Jordaanoever. Na de onafhankelijkheidsoorlog heeft Jordanië de Westelijke Jordaanoever in 1950 geannexeerd. Vervolgens zijn alle Joden uit dit gebied verjaagd of vermoord. Tijdens de Zesdaagse oorlog in 1967 wist Israël de Westelijke Jordaanoever op Jordanië te veroveren. Israël verjoeg of vermoordde overigens niet de Arabieren uit dit gebied. Dit historische feit komt natuurlijk niet in de EU-kraam te pas. Ook wil men beslist niet inzien dat de presentie van Joodse nederzettingen op de Westbank na 1967 niet wezenlijk anders is dan de situatie van voor 1948. Zijn de Joodse nederzettingen allemaal illegaal? Het is eerder moreel laakbaar dat de Nederlandse regering bij monde van een PvdA-minister het streven steunt om de Westelijke Jordaanoever ‘Judenrein’ te maken.

Hoofdreden waarom Israël de Westelijke Jordaanoever in beheer heeft genomen is dat het land zich zo veel beter kan verdedigen tegen de agressie van de omringende Arabische volkeren. Israël is bereid tot militaire terugtrekking uit dit gebied, mits zijn bestaansrecht wordt erkend en de veiligheid van de eigen bevolking is gegarandeerd. Bestaat er reden om te twijfelen aan de bereidheid van Israël om land op te geven in ruil voor duurzame vrede? Nee. In 1978, bij het Camp Davidakkoord, gaf Israël de Sinaïwoestijn terug aan Egypte in ruil voor de erkenning van het bestaansrecht van de Joodse staat Israël door Egypte. Is er reden om te twijfelen aan de bereidheid van de Palestijnen om het bestaansrecht van de Joodse staat Israël te erkennen. Ja, helaas wel. Wenst de EU serieus een tweestatenoplossing te realiseren, dan moet zij eerst bij de Palestijnen peilen of zij werkelijk bereid zijn tot een ondubbelzinnige erkenning van Israëls bestaansrecht. Tot op heden koersen zij aan op een andere ‘oplossing’: een Arabische of islamitische staat en vervolgens alle Joden uit het gebied ten westen van de Jordaan verdrijven.

Timmermans, Ashton en al die andere boycotbepleiters zouden zich eens de vraag moeten stellen of een opgelegde vrede duurzaam kan zijn. Met alleen druk van buitenaf breng je geen vrede tot stand. Wil vrede duurzaam zijn, dan moet zij van onderop komen, bijvoorbeeld doordat Joden en Palestijnen meer gaan samenwerken. De Europese Unie is zelf een voorbeeld van vrede door economische samenwerking. Waarom prijst de EU dit ‘samenwerkingsmodel’ niet aan bij Palestijnen en Joden? Tussen 1967 en 1993 was er in de Westelijke Jordaanoever sprake van een imposante welvaartsstijging. De levensstandaard in dit gebied was begin jaren ’90 voor de Palestijnen hoger dan in de Arabische buurlanden. Zodra Arafat en zijn kompanen het beheer van de Westelijke Jordaanoever overnamen, ging het economisch rap bergafwaarts. Hij verbood Palestijnen om bij Joodse ondernemingen te werken of met Joden zaken te doen. Op grondtransacties met Joden staat zelfs de doodstraf. En intussen wordt de schuld van alle economische misère bij Israël gelegd. Doodsimpel, nietwaar Timmermans?

Een boycot van producten uit de nederzettingen verergert de economische neergang. De gevolgen daarvan zijn desastreus, vooral voor de duizenden Palestijnen die bij Israëlische bedrijven een betaalde baan hebben en zo hun gezinnen kunnen onderhouden. Veel Palestijnen hebben geen enkel vertrouwen in de Palestijnse Autoriteit, hun eigen corrupte overheid die maar liefst 50.000 ambtenaren in dienst heeft, de groei van commerciële banen belemmert en intussen aan terroristen in Israëlische gevangenissen maandelijks 2000 dollar uitbetaalt. Hoe is dat allemaal mogelijk? Mede dankzij de EU wordt de Palestijnse Autoriteit jaarlijks gespekt met 1,5 miljard dollar. Een astronomisch bedrag waaraan geen één voorwaarde ter bevordering van vrede met Israël is verbonden. Hoog tijd dat de Nederlandse belastingbetaler daartegen massaal protesteert.

Commissaris Ashton en minister Timmermans spelen met vuur. Er zit maar een flinterdunne wand tussen de oproep om producten uit Joodse nederzettingen te boycotten en de leus ‘Deutsche! Wehrt euch; kauft nicht bei Juden!’ Uit puur protest heeft mijn vrouw gisteren Israëlische aardappels gekocht. Bij een biologische winkel in hartje Rotterdam. Een goede zaak. Nederlanders, kom op! Koop Israëlische producten!

Jan Schippers, directeur Wetenschappelijk Instituut voor de SGP

Posted on Leave a comment

Na de Europese Unie. Culturele veranderingen: van unidimensioneel naar multidimensioneel denken en terug

Culturele veranderingen zijn hoofdzakelijk gewijzigde manieren van denken. Het denken dringt de cultuur binnen, net zoals het een manier van leven binnendringt, via de politiek.

De eis tot unidimensioneel denken, of ideologisch totalitair gedachtegoed, werd Litouwen opgelegd samen met de bolsjewistische bezetting van 1940. Op vlak van buitenlands beleid betekende dit de promotie van de socialistische wereldrevolutie; op vlak van binnenlands beleid de aanmoediging van industrialisering, de collectivisering van landbouw, en de versterking van militaire macht. In de culturele sfeer leidde het tot de invoering van een ‘correct denken’, of beter gezegd, tot het begrip van hoe de eerder genoemde strategische taken uit te voeren. Het achterliggende doel was de oprichting van het communisme, het beloofde koninkrijk, en het garanderen van de door Marx ontworpen staat van welzijn en geluk.

Dit was een krachtig idee. Het vatte een Europese spirituele queeste samen die al begon vanaf de Renaissance. Bovendien vormde het samen met het alternatief van het nationaalsocialisme de substantie van het leven in de twintigste eeuw. Het was pas na de Tweede Wereldoorlog dat, in een poging om democratisch te blijven, Europa onder de arbitrage van het Noord-Amerikaanse kapitalisme kwam.

In 1983 publiceerde ik een essay in het weekblad Literatūra ir menas(‘Literatuur en kunst’) met als titel ‘De wereld is hier’. Daarin probeerde ik de Litouwse pogingen te verduidelijken om zichzelf te ontdekken binnen de wereld van het Sovjet-internationalisme. Ik wou ook het belang aanduiden van de vreugde om het authentieke leven te ervaren hier in ons eigen land, en niet elders in een verre plaats achter de horizon. De journalist, schrijver en vertaler Juozas Keliuotis [1] noemde het essay een overtuigende analyse van de beleefde realiteit van Litouwen. Vele anderen, onder wie een lezer in een brief,  vroegen zich af: ‘Wie geeft jou het recht om zo te schrijven?’

De controle over onze levens was toen extreem en verregaand: zelfs het recht om te denken moest worden toegestaan.

Vandaag kennen we het lot van deze radicale ideeën uit de twintigste eeuw: stapels beenderen waarrond de geesten van communisme en nationaalsocialisme nog steeds dolen. Maar we weten nog steeds niet wat het lot is van de derde grote actor van de twintigste eeuw – het democratisch kapitalisme, of wat we kunnen noemen, het concept van natuurlijke sociale ontwikkeling. Algemeen gezien kunnen we het volgende aannemen: sinds de opkomst van multinationale bedrijven tijdens de Koude Oorlog verkregen die het soort budgetten welke die van de van natiestaten overstegen, en werden ze bevrijd van de sociale verantwoordelijkheid voor de oorsprong van het kapitaal. De relatie tussen kapitalisme en democratie is sindsdien moeilijk en verontrustend. Bedrijfskapitalisme en globalisering, met zijn recente financiële crisis bijvoorbeeld, doen een stap buiten de aanvaardbare grenzen. Voor dit probleem, inherent aan het kapitalisme, bestaat nog steeds geen oplossing, en op een of andere manier maken we er allen deel van uit omdat we kapitalistisch willen leven.

Litouwers kunnen trots zijn op zichzelf en hun hoofdrol in de omverwerping van de Sovjet-Unie, de hoofdvesting van het communisme.

Welke problemen, vooral problemen betreffende het denken, hebben we geërfd van het tijdperk dat het unidimensionele denken wou opleggen naar het tijdperk van het multidimensionele denken?

De gevolgen daarvan waren traumatisch in de breedste zin van het woord. De eis tot unidimensioneel denken was een harde slag voor de nationale geest, een knock-out waarvan het lange tijd onbewust bleef. De opheffing van het verbod op het denken, dat samenkwam met de onafhankelijkheid, versufte eveneens onze geest: overweldigd door de vreugde van de overwinning kregen we een overdosis vrijheid. Typische voorbeelden? De mentale leegte vanaf de Sovjet-bezetting die het einde betekende van de eerste republiek (1918-1940). Of aan het begin van de tweede republiek, na de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie in 1990, toen de werkgeversorganisatie opriep tot de afschaffing van alle belastingen. Vandaag vieren we in Litouwen nog steeds elk jaar een dag voor ‘Een leven zonder belastingen’.

In ieder geval, samen met het herstel van de Litouwse natiestaat kozen we voor vrijheid van denken in plaats van de gevangenis van het denken.

Gelukkig hebben we onszelf bevrijd van de gevangenis die onze geesten opgesloten hield. Maar vrijheid van denken betekent niet noodzakelijk vrij denken. Vrij denken betekent dat de mens in staat is om van feiten naar generalisaties te gaan, of vice versa, om af te dalen van grote abstracties tot specifieke realiteiten. Om het gedachteproces niet te verstoren moet de denkende mens abstracties behandelen als een gepaste manier van denken zonder empirische feiten te negeren of te verafschuwen; noch moet hij empirische feiten verkiezen boven abstracties. Dit zijn heel oude problemen waar elke cultuur mee geworsteld heeft. De Grieken deden er bijna duizend jaar over tot Aristoteles een manier vond om de balans tussen ervaring en denken te verzekeren, en uitgerust met de nieuwe wetenschap van de logica, begon hij aan de filosofische reconstructie van de wereld. Geobsedeerd als ze waren door hun aangeboren wantrouwen voor abstractie duurde het tweeduizend jaar voor de Europese barbaren deze kunst beheersten, wat zich onder andere manifesteerde in de Kritiekenvan Immanuel Kant, een scepticus van Baltische origine. Litouwers hebben in hun protest tegen de met geweld opgelegde abstracties van het christendom (Teutoonse Orde) een immens rijk opgericht, namelijk het grootvorstendom Litouwen, maar tijdens de expansie en de verdediging ervan zagen ze niet hoe ze werden overspoeld door de cultuur van hun bondgenoten de Polen.[2] In de negentiende eeuw werd Litouwen opnieuw overspoeld door modieuze, nieuwe concepten uit het Westen, namelijk positivisme en pragmatisme, twee stromingen die het klassieke Europese denken wilden deconstrueren.

Het is verrassend hoe efficient de Litouwers deze moeilijk periode van herstel  doormaakten. Op de nieuwe ideologische fundamenten herstelden ze, of beter gezegd creëerden ze, een natiestaat, namelijk de republiek Litouwen (1918), en voerden ze twee decennia politieke strijd voor de door Polen bezette hoofdstad Vilnius. Daarna  – als resultaat van grote druk op het diplomatieke front  – realiseerden ze zich dat het oprichten en in stand houden van een natiestaat inhield dat men de wereldcultuur moest vertalen binnen de nationale cultuur, vooral via zijn belangrijkste uitdrukkingsvorm de nationale taal. Gedurende twee opeenvolgende decennia legden ze daar de filosofische en ideologische fundamenten voor. Eerst was er de filosoof Stasys Salkauskis (1886-1941) met zijn pedagogie van persoonlijke opvoeding; er was de existentialistische kritiek van zijn leerling Antanas Maceina’s (1908-1987); er was Juozas Keliuotis’ moderne nationalisme; er was het manifest Naar volledige democratie; er was het ontstaan van een volledig authenthiek kunstgenre, zoals het werk van de Ars-groep; er waren de gedichten van de jonge Vytautas Mačernis (1921-1944); er was het proza van de immigrant Marius Katiliškis (1949-1980) en van Antanas Škėma (1910-1961).

Karl Marx’ empirische interpretatie van het bestaan was heel aantrekkelijk voor pragmatische geesten wegens zijn praktische benadering. Marx gaf aandacht aan de realiteit maar vermeed geen veralgemeningen over feiten. De filosofie van Marx werd echter verwerkt door de vleesmolen van het Russische massadenken, dat de ideologie van het marxisme-leninisme, met Marx’ economisch determinisme en het proletarische belang, als absolute en onbetwistbare waarheid aannam. De enige conclusie van dat denken was dat elke ontkenning van de marxistische waarheid moest worden opgeruimd. Vladimir Lenin en Jozef Stalin voltooiden dit werk op zowel theoretische als praktische wijze.

Zelfs de Middeleeuwen kenden heftige, scholastische discussies over de vraag of een idee bestaat als een ideëel object of als louter een beweging van de lucht als men het woord uitspreekt. Voor de empirische voorliefde van de Europese geest was de theorie dat een idee niet hetzelfde is als wat een woord beschrijft voor lange tijd ondraaglijk. Als Russische marxisten het woord communisme uitspraken geloofden ze niet dat communisme een abstractie was; communisme was voor hen een realiteit, een heel toegankelijke zelfs. In het na-oorlogse Europa, toen God langzaamaan stierf, werden vele Westerse intellectuelen letterlijk gek van dit marxisme.

De Litouwse naoorlogse mentaliteit wou eveneens de objecten zien achter de woorden die ze probeerde te definiëren, maar niet in marxistische termen zoals de bezetter, wel op christelijke grondslag.  Wie daar problemen mee had, moest vluchten over de Atlantische Oceaan of werd verbannen achter de Oeral.  Nadat de guerrillaoorlog (1945-1952) tegen de Sovjets was overwonnen, kon het marxisme zich rustig nestelen in Litouwen. Het verwierp zonder scrupules zowel ontologie als cognitieve theorieën, en verving de verscheidenheid van het cognitieve door de zogenaamde theorie van reflectie die stelde dat alle concepten de realiteit overheersen. Zo ontstond bijvoorbeeld de methodologie van filosoof Eugenijus Meškauskas (1909-1997) als een poging om een ideologieloos marxisme te stichten, ontdaan van zijn doctrinair en monistisch karakter.[3] Zijn theorie bekritiseerde echter niet het marxisme,  maar liet dit over aan de vrije wil van hen die met zijn ‘methodologie’ kennis maakten.

Toch was de vrije wil manifest aanwezig in de manier waarop jonge denkers de door hen gesmaakte trends uit de Westerse filosofie uitkozen. Ze analyseerden deze filosofieën en publiceerden dan hun teksten als een zogezegde Kritiek van de Westerse bourgeois- filosofie. Dus al voor de onafhankelijkheid interpreteerden de Litouwers het existentialisme. Bijna alle strekkingen van het neopositivisme – van fysicalisme tot logische taalkunde – kwamen op deze manier naar Litouwen en begeleidden Litouwse denkers van de begane treden naar de nieuwe paden van de onafhankelijkheid. Maar enkele jaren na de onafhankelijkheid was er in plaats van het marxisme ineens een afgrond waarin het denken over de staat verdween. We probeerden deze lacune in het denken over de staat op te vullen door het herlezen van de ouderen zoals Stasys Šalkauskis, Antanas Maceina, Vydūnas, enzovoort. We verwijderden het stof der geschiedenis van hun gezichten, en zij kwamen terug in ons leven. Maar al gauw werden ze naar de achtergrond verdrongen door de in Frankrijk werkende semioticus Algirdas Julius Greimas (1917-1992), de in Amerika werkende socioloog Vytautas Kavolis (1930-1996), en anderen.[4] Maar recent verloor ook hun autoriteit aan invloed.

Posted on 1 Comment

Islamisering en de identiteitscrisis van Europa

Na mijn artikels over hoe het christendom in Europa en in het Midden-Oosten onder druk staat, gaat dit artikel over de islamisering van Europa. Met het oog op de huidige trends is het zonneklaar dat islamitische bevolkingsgroepen een meerderheid kunnen worden in 20 of 30 jaar en in in veel West-Europese steden en landen is er reeds een groter aantal praktiserende moslims dan er praktiserende christenen zijn. Nadat ik het rapport van het Barnabas Fund over de islamisering van Europa had gelezen, besloot ik over dit onderwerp te schrijven.

“De islam heeft twee maal voet op Europese bodem gezet en heeft haar twee maal weer verlaten… Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden… Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers (..)”, aldus Youssef el Qaradawi, hoofd van de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek, op Al Jazeera, 24 januari 1999.

“De islam heeft twee maal voet op Europese bodem gezet en haar weer verlaten.” Dat is juist, de islam is tweemaal gekomen, beide keren met legers en heeft twee maal weer moeten vertrekken onder druk van christelijke legers.

Eerst zetten ze voet op Spaanse bodem aan het begin van de 8e eeuw, arriveerden in Frankrijk en werden verslagen bij Poitiers in 732 na Christus. Tweeëneenhalve eeuw later begon de Reconquista van het Iberisch schiereiland, die eind 15e eeuw voltooid werd. Terwijl de christelijke bevolking als slaven was behandeld, werden resterende moslims bekeerd tot het christendom of verbannen en moskeeën werden veranderd in kerken.

Later, aan de andere kant van Europa,  werden Ottomaans-Turkse stammen islamitisch in de 9e eeuw en vestigden zich in Klein-Azië. Ze werden een regionale grootmacht tegen het einde van de 13e eeuw. Territoria die eens geregeerd werden door het Oost-Romeinse rijk vielen een voor een in Ottomaanse handen. De Turken betraden Europa in het midden van de 14e eeuw, ondanks vele glorieuze overwinningen door Europeanen was het grootste deel van Zuidoost Europa tegen het einde van de 16e eeuw onder Ottomaanse heerschappij gebracht.

De Poolse koning Jan Sobieski III drijft de Turken terug bij het Beleg van Wenen, schilderij van Jan Mateiuko.

De onsuccesvolle belegering van Wenen in 1683 leidde tot een zichtbare verzwakking van de Turkse aanwezigheid in Europa en de kruisvaarders bevrijden Boedapest (1686) en de rest van Centraal-Europa in de jaren daarna. Wie zich bekeerd hadden tot de islam bekeerden zich weer tot het christendom. Tegen het begin van de 20e eeuw namen de nationale gevoelens op de Balkan toe en verloor Turkije de meeste van zijn Europese gebieden, Constantinopel (nu Istanbul) bleef echter in Turkse handen, tot op de dag van vandaag. Helaas waren politieke belangen sterker dan godsdienstige solidariteit voor veel Europese leiders. Het islamitisch bestuur werd in 1923 afgeschaft, maar de erfenis van het bewind bleef sterk in diverse gebieden zoals Bosnië, Albanië en de Kaukasus en gebieden rond de Zwarte Zee die in handen van de Tataren waren.

“Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden… Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers”

Rond de Eerste Wereldoorlog was de islam verzwakt, een zwak islamitisch (Ottomaans) rijk, islamitische landen die door Europese landen gekoloniseerd waren, socialistische/communistische ideologie die zich snel verspreidde onder de lagere klasse en pan-Arabische bewegingen die aanhang begonnen te verwerven in Arabischtalige landen.

Na de Tweede Wereldoorlog besloten Europese leiders een economische unie te creëren om onderling oorlog onmogelijk te maken. Het Oude Continent was verwoest na de vernietigende oorlog en in de jaren ’60 kwam hier nog een verandering in denken en levensstijl overheen. De gemiddelde religiositeit nam af, vrouwen kregen minder kinderen naarmate hun rol op de arbeidsmarkt toenam.

Er ontstond behoefte aan goedkope arbeiders; arbeidsmigranten kwamen, eerst uit Italië en Joegoslavië, daarna uit het Midden-Oosten en voormalige kolonies (gemeenschappelijke geschiedenis en taal). Turken gingen naar Duitsland, Algerijnen, Marrokanen en zwarte Afrikanen naar Frankrijk, Indiërs, Pakistanen en zwarte Afrikanen naar het Verenigd Koninkrijk.

In de jaren ’60 waren er enkele honderdduizenden moslims in West-Europa, wat toentertijd geen probleem was. Het geboortecijfer was laag, maar Europeanen waren nog in staat de groei van de samenleving in stand te houden, immigranten brachten nog niet hun gezinnen mee en de verzorgingsstaat was nog niet zo genereus.

Tegen het einde van de jaren ’60 zijn er twee data die als begin van een nieuw tijdperk beschouwd kunnen worden:

  • 1967: 3e Arabisch-Israëlische oorlog. Israël versloeg de Arabische legers die veel groter waren in aantal soldaten en uitrusting en dit veroorzaakte een gigantische publieke verontwaardiging onder Arabische bevolkingen. De Arabische leiders en zelfs de Arabische militaire leiding waren niet in staat een gedisciplineerde strijd te voeren. Rond die tijd realiseerden de mensen zich dat de Arabisch-Nationalistische idee niet in staat is de Arabischtalige naties te verenigen en zelfs niet om een zwakke staat, zoals Israël toen nog was, te verslaan. Dit kan beschouwd worden als de start van een hernieuwde opkomst van de politieke islam.
  • 1968: In Frankrijk breken rellen uit tegen het traditionele maatschappelijke model. Onder andere Daniel Cohn-Bendit leidt een opstand die seksuele vrijheden eist en ‘een betere wereld’, zoals ik in mijn eerdere artikel besprak.

Tegen het einde van het millenium was de Sovjetdreiging niet langer aanwezig, Europese regeringen hadden de gelegenheid zich te concentreren op economische groei en ze zagen immigratie als een oplossing voor het demografische tekort. Met de introductie van de Euro was er een breed gedeelde overtuiging onder politieke elites dat er nooit meer oorlogen uit zouden breken en dat culturele en politieke eenheid in enkele decennia tijd vanzelfsprekend zou worden en dat de multiculturele samenleving, zoals de Verenigde Staten die kennen, sowieso een nastrevenswaardig ideaal is.

Het verschil is dat de immigratie naar Europa geen selectieve immigratie is, en dat er meer rechten dan plichten zijn, immigranten werden aangemoedigd hun eigen tradities en gebruiken te bewaren, in plaats van de taal en de gewoonten van het land van aankomst te leren.

Heden ten dage heeft het aantal moslims 5,5 miljoen bereikt in Frankrijk alleen. In heel Europa tellen zij circa 30 miljoen. De graad van radicalen binnen de islamitische gemeenschap is relatief veel hoger dan in andere gemeenschappen en dit is de bron van conflicten tussen hen en de  samenlevingen waarin zij verblijven.

De spanningen tussen islamitische immigranten en lokale mensen en de opkomst van extreem-rechtse of rechts-populistische bewegingen in Europa hebben vele oorzaken. Ik noem een aantal voorbeelden voor een beter begrip:

  • Demografie: hun aantal groeit veel sneller dan dat van andere gemeenschappen, omdat islamitische vrouwen 2,5 keer zoveel kinderen baren als de gemiddelde vrouw in Europa. Immigranten ontvangen meer subsidie dan dat zij werken en belasting betalen, aldus extreem-rechtse bewegingen en diverse statistieken.
  • Islamisering: In Europese steden worden honderden moskeeën gebouwd, vele financieel bijgestaan door de ‘ a-confessionele’ staat. Olierijke landen financieren islamitische zendingsorganisaties om de islam te verspreiden onder niet-moslims, in plaats van de bestrijding van armoede in eigen land. Ze willen niet-moslims bekeren tot hun religie en een groot, zichtbaar aandeel van de vrouwen draagt een hoofddoek, in het straatbeeld verschijnen geleidelijk meer vrouwen in hijab of niqab, een groot aantal mannen draagt een baard of een djellaba, waardoor het beeld van de bevolking in het algemeen verandert. Mohammed is inmiddels de meest voorkomende naam voor pasggeboren jongens in Brussel, Londen en Milaan.
  • Sociaal: werkloosheid wordt een steeds groter probleem, naarmate goedkope arbeiders worden aangenomen in plaats van lokale mensen in dienst te nemen. In Frankrijk hangt de opkomst van het Front National vooral samen met het grote aantal werklozen in de arbeidersklasse. Een ander punt is het terug sturen van geld door immigranten naar hun land van herkomst, in Frankrijk wordt het jaarlijkse bedrag dat naar buitenlandse familie wordt overgemaakt op 20 miljard euro geschat.
  • Veiligheid: in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, bestaan de meeste bendes uit 2e of 3e generatie immigranten. Een deel van hen die niet in staat waren zich goed te integreren in de samenleving en geen werk hebben, voelen zich gediscrimineerd door de samenleving. Er is hoe dan ook wel enige mate van discriminatie en angst voor hen. Op Duitse scholen zijn Turkse bendes de oorzak van een groot probleem voor hen die zich graag zouden willen richten op het lesgeven en het leren. In het Verenigd Koninkrijk worden groepsverkrachtigen een ernstig probleem dat snel toeneemt.
  • Politieke lobby: islamieten beïnvloeden de binnenlandse en buitenlandse politiek van het land van aankomst. Naarmate hun aantal toeneemt vormen ze een steeds belangrijkere groep kiezers. Veel politici, bijvoorbeeld Jacques Chirac en Gerhard Schröder, spraken zich uit voor toetreding van Turkije tot de EU, om islamitische kiezers voor zich te winnen. Parlementen en gemeenteraden introduceren bestuurlijke maatregelen om de islam gelijke institutionele rechten te geven, ook al zijn ze een nieuwe factor in de publieke samenleving en is hun aantal op het geheel van de bevolking vooralsnog klein.

Om terug te komen op het rapport, de islamisering van Europa wordt op de volgende wijze bereikt. Moslims immigreren op grote schaal naar Europa, krijgen meer kinderen en bekeren niet-moslims met diverse middelen.

Extreem-links, dat zich verzwakt wist na de val van de Sovjet-Unie heeft in de radicale islam een nieuwe bondgenoot gevonden om het christendom en de vrije markteconomie te bevechten. Ze delen een haat voor de Verenigde Staten van Amerika. In de campagne voor de Franse presidentsverkiezingen van 2012, nodigde het Front de Gauche, dat zijn campagne opbouwde rond ‘ sociale gerechtigheid’  en “confiscatie” van het vermogen van de rijken, radicale islamieten uit voor zijn bijeenkomsten.

Moslims hebben een missie: wat veel bekeerlingen in de islam zien is dat zij een strijd hebben en vechten voor hun recht (Palestina, Tsjetsjenië, imperialisme etc.). Islamitische zending (Da’wa) bestaat uit 2 delen: interne en externe zending. Interne da’wa betekent het doen herleven van de praktisering van de religie, externe da’wa betekent het verkondigen van de religie en niet-moslims ertoe brengen haar te aan te nemen.

Ze bouwen steeds meer en steeds grotere moskeeën om hun zelfverzekerdheid en kracht te laten zien, extreem-rechtse bewegingen beschuldigen islamieten dan ook vaak van het demonstratief laten zien van hun kracht door grotere huizen van samenkomst te hebben dan christenen.

Islamieten bidden op straat in Parijs.

Ze willen de islamitische sharia introduceren, terwijl Europese samenlevingen voornamelijk hedonistisch zijn geworden en gebaseerd op consumptie; ze zien hun levensstijl als een antwoord op de problemen van drugsgebruik, alcoholisme en prositutie. Islamitische groepen doen in sommige gevallen een openlijk beroep op het publiek hun sharia te accepteren. In Oost-Londen zijn er enkele wijken waar radicalen de sharia tot de officiële bron van wetten hebben uitgeroepen (inclusief een verbod op gokken, muziek of concerten, prostitutie en drugs).

Naarmate Europese overheden deze interpretaties van de sharia erkennen als representatief voor de gehele islam, versterken zij de positie van radicalen en verzwakken ze die van gematigde moslims. Er bestaan shariarechtbanken in Groot-Brittannië en ze worden ook geïntroduceerd in België, ze worden bestuurd vanuit moskeeën. Dit legt de zwakte bloot van het nationale ‘seculiere’ rechtssysteem.

Ze bedreigen de vrijheid van meningsuiting en dreigen met geweld, hierin zijn ze vergelijkbaar met radicale secularisten en Holebi-organisaties, aangezien ze respect, tolerantie en objectiviteit eisen, maar die niet altijd aan anderen geven.

De fatwa tegen Salman Rushdie (1989) en de moord op Theo van Gogh (2004) laten zien dat radicale moslims een bedreiging vormen voor een ieder die zich openlijk tegen hen uitspreekt. Ze vormen een bedreiging voor de vrijheid van godsdienst, er zijn veel recente voorbeelden waarin bekeerlingen van islam tot christendom werden beledigd, bedreigd en achtergesteld.

Islamisering wordt gefinancierd op uiteenlopende manieren en vanuit diverse landen:

  • Individuen: islamieten doneren intensiever, aangezien zij de moskee vaker bezoeken dan christenen hun kerken. Er zijn gevallen bekend in het Verenigd Koninkrijk en in Denemarken, waarin mensen geld verkregen uit belastingfraude.
  • Islamitische organisaties: overwegend liefdadigheidsorganisaties die zich specialiseren in het helpen van de armen, maar tegelijkertijd de islamitische leer verspreiden en vrouwen aanmoedigen een hoofddoek te dragen.
  • Islamitische staten: veel van deze staten zijn olierijk, de Golfstaten hadden een begrotingsoverschot van bijna 500 miljard USD door hoge olieprijzen, ze geven meestal het geld uit dat verkregen is door beleggingen van hun fondsen en aan liefdadigheidsprojecten. Deze fondsen worden voornamelijk toegekend aan islamitische organisaties. De grootste bijdragers zijn Saoedi-Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Iran, Algerije en Libië.
  • Gemeentebesturen: een voorbeeld, Alain Juppé, de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk en tevens burgemeester van Bordeaux, verkocht 8500 vierkante meter land aan de lokale moslimraad voor een symbolisch bedrag van 1 euro. Bordeaux had conform marktprijzen 677.000 EUR kunnen verdienen.
  • West-Europese staten: In 2004 pleitte Nicolas Sarkozy voor staatsfinanciering voor moskeeën, ondanks het formele secularisme van de Republiek. Volgens een rapport was 30% van de jaarlijkse inkomsten van moskeeën afkomstig van de staat.
  • Islamitisch bankieren: islamitische bankieren is wijdverbreid, zowel in West-Europa als in de Golfstaten. Europa zou graag Arabische investeerders aantrekken. Van Londen wordt wel gezegd dat het de meest shariavriendelijke investeringsbestemming is in Europa.

Ze leggen beslag op onderwijsinstellingen en radicale predikers zijn zeer actief aan Europese universiteiten. Ze vragen om speciale gebedsruimten in scholen en universiteiten en radicale imams worden toegelaten aan universiteiten, veel islamitische terroristen hebben aan Europese universiteiten en hoge scholen gestudeerd. Islamitische meisjes wordt gevraagd een hoofddoek of gezichtssluier te dragen.

Een andere kwestie verwant aan dit onderwerp is de druk op onderwijsinstellingen om onderwerpen gerelateerd aan de islam op zo’n wijze te doceren dat een positief beeld wordt gegeven van hun religie. Regeringen, onderwijzers en uitgevers die willen voorkomen beschuldigd te worden van racisme en islamofobie geven dikwijls aan zulke verzoeken toe.

Hun isolatie en afscheiding bemoeilijkt integratie en assimilatie. Er zijn veel voorbeelden, zoals de zogenaamde ‘homovrije zones’ in het Verenigd Koninkrijk en Kreuzberg in Berlijn. Kreuzberg was een wijk die werd bevolkt door mensen uit de arbeidersklasse en linkse jongeren in de jaren ’20, heden ten dage bestaat de bevolking van de wijk die ongeveer een half miljoen beslaat voor 80% uit Turkse immigranten. In Frankrijk kunnen de voorsteden beschouwd worden als de ghetto’s van de werkloze 1e, 2e en 3e generatie immigranten, de islamisering verspreidt zich daar het snelst.

En alles dat ik hierboven heb beschreven gaat slechts over de islamisering van Europa. Eerder schreef ik al over de vervolging van christenen in islamitische landen.  Om de opsomming van voorbeeld af te sluiten, zou ik nog willen noemen dat het bestuur van een van de meest prestigieuze voetbalclubs van Europa, Real Madrid, recent besloten heeft het kruis uit haar logo te verwijderen om investeerders uit Qatar terwille te zijn (formeel vanwege islamitische fans).

Aangezien het Wereldkampioenschap Voetbal in 2022 in Qatar plaats vindt: ‘Zullen Engeland, Zweden en Denemarken nu moeten kiezen tussen de verticale en de horizontale lijn in hun vlag?’, zoals een Hongaarse blogger zich afvroeg in zijn artikel waarin hij sprak van een ‘re-reconquista’.

“Misschien zal de volgende verovering, zo Allah het wil, door middel van verkondiging en ideologie plaats vinden.”

Nu, het gaat inderdaad om ideologie, verkondiging, geld (misschien wel het belangrijkste) en de identiteitscrisis van West-Europa zelf.

“Misschien zullen we deze landen veroveren zonder legers”

Het lijkt zeer goed mogelijk, maar misschien is er nog een christelijke minderheid in Europa die een missie heeft deze trend te keren.

 

Wat zou dan de oplossing zijn?

“Who wants to avoid suffering, suffers twice” (Wie lijden wil vermijden, lijdt twee maal), zegt een Engels spreekwoord.

Veel Europese leiders denken door het binnenhalen van immigranten in hun landen, zich te verzekeren van genoeg goedkope arbeidskrachten voor de economie en de pensioenen te kunnen redden, dit is volstrekt onverantwoord. Velen geloven dat ze immigranten moeten toelaten in hun land, omdat gekoloniseerde naties veel geleden hebben onder de kolonisatie. Dit denken is wijdverbreid in Frankrijk en is deels waar, maar we moeten wel weten dat het aantal inwoners (Arabieren en Berbers) in bijvoorbeeld Algerije  enkele honderdduizenden besloeg in 1830 en dat deze bevolking 9 miljoen (!) telde in 1960. De meeste infrastructuur en veel monumentale gebouwen in het land zijn door Fransen en andere Europeanen gebouwd. Europeanen onttrekken zich in feite van hun verantwoordelijkheid nu hun samenlevingen vergrijzen en niet in staat zijn hun pensioensysteem in stand te houden en vele anderen accepteren de stelling dat de kolonisatie alleen maar slechte effecten had en christendom een instrument was om mensen te onderdrukken.

Wij Europeanen moeten ons zelfvertrouwen herwinnen, we moeten trots zijn op ons verleden, onze geschiedenis, voorouders en wat onze culturen bereikt hebben en we moeten onze godsdienst en haar heiligen weer leren waarderen. We moeten proberen onze oudere gewoonten weer te doen herleven, respect voor grijze haren, het huwelijk, familie- en burenhulp en algemene solidariteit.

De meeste immigranten komen voor betere carrières, een hogere levensstandaard, maar ze zien dat Europeanen geen sterke overtuiging of identiteit hebben; er zijn te veel scheidingen, drugsproblemen, prostitutie en vereenzaming, ze geven er dan ook de voorkeur aan hun eigen gebruiken te conserveren in plaats van te integreren. De meeste moslims conserveren hun levensstijl, maar islamisten eisen veel van hun omgeving, dat zij zich aanpassen aan hun opvatting van het geloof en de gebruiken die daar bij horen en dit is onacceptabel. Immigranten zouden zich aan moeten passen aan de Europese levensstijl, maar wij moeten dan wel onze godsdienst en ons verleden waarderen, zodat wij een goed voorbeeld geven.

De financiering van de islamisering door Europese staten en instellingen en door buitenlandse mogendheden moet gestopt worden en moslims moeten zelf hun financiën regelen zoals ook andere gemeenschappen dat gewoon zijn. Dit zal spanningen doen afnemen. Moslims moeten zich realiseren dat ze niet bevoordeeld zouden moeten worden, ook niet als hun aantal nog toeneemt. Er zijn maar weinig politici die de moed hebben de verantwoordelijkheid op zich te nemen in deze kwestie, aangezien de druk groot is, zowel van binnen Europa als van buiten. Maar wij zouden ook een georganiseerde en vastberaden drukkingsgroep moeten vormen.

Europeanen moeten leren de kwestie van identiteit te begrijpen. Een immigrant zal nooit Frans of Engels of Duits worden als hij als volwassene aankomt in een land en daar 30 tot 40 jaar kan wonen zonder in te burgeren. Als slechts één van de ouders van een kind Europees is, zal het kind half Europees zijn. In de Verenigde Staten heeft 99% van de bevolking een tweede identiteit, voor of na dat men zich als Amerikaan beschouwt.

In Frankrijk zijn er geen minderheden, op papier althans. Een immigrant heet officieel Frans wanneer hij het paspoort bezit, er zijn echter honderdduizenden kinderen die geboren worden in Frankrijk en Duitsland en de taal van het land niet of zeer gebrekkig spreken en niemand tegen komen van de nationaliteit van het land waarin zij verblijven, behalve op school.

Ten slotte, religie maakt deel uit van de identiteit; dit is iets dat linksen niet willen horen of begrijpen. Een andere religie betekent andere gebruiken, andere feestdagen, een andere liturgische taal, een andere rol van de clerus en een andere visie op het leven, op de mens en de wereld.

Europa moet eindelijk wakker worden, politieke correctheid terzijde schuiven en zich realiseren dat het Christendom haar godsdienst is.