Posted on

Voetnoten bij Bolsonaro

Wie is die mysterieuze man die de verkiezingen in Brazilië gewonnen heeft? De reguliere media doen met de precisie van een atoomklok hun gebruikelijke ding. Voorspelbaar als een socialist die oproept tot meer solidariteit roept de media in koor dat Bolsonaro een vreselijke fascist is. Het enige wat anders was is dat de journalisten in kwestie niet tot vijf minuten voor de uitslag bleven roepen dat Bolsonaro volkomen kansloos was, zoals met de verkiezing van Trump. Maar voor de rest is het same old, same old.

Bolsonaro is een parachutistenkapitein die na een korte militaire carrière koos voor de politiek voor een groot aantal wisselende politieke partijen. Waar de vergelijkingen met het fascisme vandaan komen wordt gevoelsmatig duidelijk zodra hij begint te praten. Zijn taalgebruik is nogal kleurrijk en hij schuwt hyperbolen niet. Ben je echter een fascist als je taalgebruik wat aan de ruwe kant is? Het antwoord is nee. Dit is niet de plek om nog eens uiteen te zetten wat fascisme is, maar de tijdgenoten van het echte fascisme van de jaren ‘20, ‘30 en ‘40 beschrijven iets heel anders.

Brazilië heeft grote problemen. Er zijn achterbuurten die niet zouden misstaan in een derdewereldland, er is gigantische criminaliteit, gigantische aantallen verkrachtingen, moorden en elke andere negatieve statistiek die je maar kunt bedenken scoort vrij hoog. Brazilië is een rijk land waar de politie de orde handhaaft door af en toe naar de achterbuurten te trekken om daar de grootste lokale drugshandelaren koud te maken. De Braziliaanse geest lijkt klaar voor een sterke man om wat zaken grondig aan te pakken. En omdat een sterke man en zijn publiek altijd twee zijden zijn van dezelfde medaille vinden de Brazilianen en Bolsonaro elkaar hierin.

LHBTQI-alfabetsoep

Positief is dat Bolsonaro staat voor een duidelijke breuk met het pro-minderheden-beleid dat de gehele beschaafde wereld teistert en waar niemand, behalve een kleine internationale kliek, echt gelukkig mee is. De agenda om iedereen in een heel klein hokje te zetten heeft een heel duidelijk doel. Het doel is de hele bevolking op te knippen in hele kleine groepjes, zodat niemand meer een vuist kan maken tegen de zittende macht.

Zodra iedereen in 1 van de letters van de LHBTQI-alfabetsoep valt kan de zittende macht er van op aan dat iedereen bezig is met zijn/haar allerindividueelste goestingen in plaats van zichzelf af te vragen hoe het komt dat iedereen, ook diegenen met een heel behoorlijk inkomen, steeds minder geld uit te geven heeft. Hoe het komt dat de straten steeds onveiliger worden. Hoe het komt dat politici in dienst van de macht steeds maar weer wegkomen met de meest publieke vorm van corruptie denkbaar. Hoe het komt dat drugshandelaren vrij spel hebben, maar een lokale horecaondernemer een boete krijgt als hij zijn reclameborden iets te lang op de stoep laat staan? Bolsonaro lijkt vooralsnog een stap verder in de mondiale breuk met dit beleid met een duidelijk beroep op de meerderheid van de Brazilianen.

Chicago boys

Geheel in stijl met autoritaire regimes in Zuid-Amerika heeft ook Bolsonaro liberale adviseurs. In het oog springt ene Paulo Guedes. Een exponent van de Oostenrijkse / Chicago-school van vrije markt economie. Zijn succesformule voor alles is “privatisering”. Dat beleid kennen wij hier in Europa. Het enige echte succesverhaal hier in Europa van privatisering is het privatiseren van de telefonie-sector. Wat een revolutie in de communicatietechnologie teweeg heeft gebracht. Buiten dat wapenfeit blijft het een beetje stil. In Brazilië speelt vooral de discussie over het privatiseren van het staatsgasbedrijf. Een interne discussie zou je denken. Dit is volgens mij niet het geval. Juist iets als energievoorziening is een grote factor in internationale politiek gebleken. Een gasbedrijf privatiseren of niet heeft merkbare gevolgen voor de relevantie van een land in het internationale diplomatieke verkeer.

Politieke midden verdampt

Wat ook geheel in de mondiale trend past, is dat ook in Brazilië het politieke midden verdampt. Het positieve aspect hieraan is de genade van duidelijkheid en heldere keuzes. In Nederland wordt er graag nog wel eens wat opschepperig gedaan over het “overlegmodel” of “poldermodel”, maar eigenlijk is er weinig positiefs aan dit beleid. Juist het poldermodel staat garant voor een geestdodende en alles onderdrukkende consensuspolitiek. De Brazilianen vrezen het geweld in de straten, maar over een Braziliaanse versie van het poldermodel hoeven de Brazilianen zich in elk geval geen zorgen te maken getuige de zetelverdeling.

Al met al is de geschiedenis duidelijk niet afgelopen en Brazilië kan weer een nieuwe weg in. Bolsonaro heeft een duidelijk mandaat gekregen en het is zijn opdracht zijn kiezers niet teleur te stellen.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

De Bitcoin-revolutie

In “The Mystery of Banking”[1] schrijft Murray Rothbard over de werking van het fiatgeldsysteem in het bankwezen. Rothbard beargumenteert in dit boek dat inflatie een gevolg is van het uitbreiden van de geldvoorraad. Centrale banken drukken geld bij en lenen dat uit aan de banken; banken lenen dit geld weer uit aan huishoudens en bedrijven. Geld wordt dus gecreëerd op basis van de verwachting dat er toekomstige, economische activiteit tegenover wordt gezet. Maar de realiteit is dus wel dat geld in principe uit het niets gecreëerd wordt. De redenatie is dat de economie hiermee draaiende gehouden wordt, omdat geldcreatie investeringen en consumptie stimuleert. Om die reden hebben centrale banken een inflatiedoelstelling van 2%[2] – betekenis: 2% groei van de geldvoorraad per jaar.

Tot zover het positieve verhaal, nu het negatieve verhaal: een uitbreiding van de geldvoorraad betekent tegelijk dat de waarde van geld (per stuk) daalt. Alleen als de economie harder groeit dan de inflatie, dan stijgt de waarde van het geld (per stuk). In praktijk komt die situatie zelden voor; meestal is de inflatie hoger dan de groei van de economie. Om die reden is er een continue geldontwaarding gaande. Rothbard gaat vervolgens nog in op een nog negatiever aspect van het fiatgeldsysteem: overheden lenen geld van centrale banken, zodat zij aan hun schulden kunnen voldoen. In praktijk betalen ze dit geld niet terug[3], het staat gewoon op de balans van de centrale bank als “uitstaande lening”.

Milton Friedman sprak daarom van een “verborgen belasting”[4]: via inflatie ontnemen overheden munten van een deel van hun waarde. Het is goed dat mensen zich de implicatie van dit systeem goed realiseren. Zuur verdiend spaargeld wordt dus ook steeds minder waard. Als lonen minder hard stijgen dan de inflatiecorrectie, dan worden lonen ook minder waard (en neemt de koopkracht af). Mensen merken dit doordat producten en diensten duurder worden. Geldontwaarding is (helaas) al zo oud als de uitvinding van geld zelf. Om die reden zijn er ook steeds pogingen ondernomen om geld “hard”[5] te maken, i.e. geldontwaarding moeilijk maken. Dat kan bijvoorbeeld door geld te koppelen aan een gewild schaars goed zoals goud, zilver, e.d.

Alternatieven voor inflatie

De economie bestaat dus in een inflationaire wereld: fiatgeld dat continu minder waard wordt. Maar dit systeem is niet vanzelfsprekend; het is ook mogelijk om in een deflationair geldsysteem te leven: geld dat continu méér waard wordt. Ten tijde van de goudstandaard was (milde) deflatie ook precies de situatie. Het nadeel van deflatie is dat schulden dus ook steeds meer waard worden, mensen kunnen minder gemakkelijk schulden aangaan en daardoor dus minder snel investeren, consumeren en speculeren. De meeste economen vinden de nadelen van deflatie daarom groter dan de nadelen van inflatie – maar niet alle economen. Er zijn genoeg economen die waarschuwen tegen de nadelen van inflatie als groter gevaar, zoals Friedrich Hayek.

In zijn Nobelprijs-acceptatiespeech brak Hayek[6] een lans voor concurrerende, gedenationaliseerde geldsoorten om inflatiemisbruik tegen te gaan. Hayek wilde niet dat overheden nog langer de mogelijkheid zouden hebben om geld te ontwaarden voor eigen gewin. Hij stelde daarom voor om geld volledig los te koppelen van de overheid of de natiestaat; iedereen moest vrij zijn om met anderen te handelen in de muntsoort of het ruilmiddel dat zij wenselijk achtten. Hayek zag dit zelfs als een noodzakelijk nieuw amendement voor de grondwet. Het grote voordeel van concurrentie tussen geldsoorten is dat mensen kunnen ontsnappen aan geldsystemen waarvoor ze niet gekozen hebben en nooit zouden kiezen. De beste munt zou dan het meeste waard worden, omdat mensen hier hun rijkdom in bewaren; concurrerende munten zouden zich op andere gewilde functies van geld kunnen onderscheiden. Zo houden munten elkaar in een bepaald evenwicht – en slecht geld zal, net als slechte bedrijven, uit de markt verdwijnen, omdat het geen functie heeft.

Goldbugs[7] zien in het pleidooi van Hayek hun gelijk bevestigd; zij willen graag een alternatief voor fiatgeld, een alternatief dat beter zijn waarde behoudt. Zij zijn daarom voorstander van goud als een internationaal parallel geldsysteem, omdat de waarde van goud een stuk stabieler is dan het alsmaar in waarde dalende fiatgeld. Daarnaast geloven ze dat goud nooit geheel waardeloos kan worden, zelfs niet ten tijde van een crisis van het geldsysteem. Als het goudsysteem namelijk in elkaar dondert, dan kan goud nog altijd gebruikt worden voor andere zaken, bijvoorbeeld grondstof voor juwelen – dit in tegenstelling tot fiatgeld dat na hyperinflatie volledig waardeloos zal zijn. Alle vroegere fiatgeldsystemen zijn dan ook geëindigd met een intrinsieke waarde[8] van “nul”. Goldbugs hebben echter één cruciale blinde vlek: de goudstandaard is overal waar deze is ingevoerd weer verdwenen.[9] De goudstandaard zit overheden al snel dwars in hun mogelijkheden en om die reden zullen overheden geld al snel weer ontkoppelen van goud. Het is vrij naïef om te denken dat als de goudstandaard weer wordt ingevoerd, ontkoppeling niet opnieuw zal gebeuren.

De jurist Nick Szabo kwam daarom met het voorstel van BitGold.[10] Szabo zag de fout van de goldbugs (en de fiatgeldvoorstanders) in: deze systemen hebben altijd een “trusted third party” nodig om te functioneren. Zowel goud als fiat moeten in omloop gebracht worden, opgeslagen, beschermd, enz. Een ideaal geldsysteem zou geen derde partij nodig hebben om te functioneren; het zou de mogelijkheid moeten bieden om tussen twee partijen te handelen. 1-op-1, veilig, anoniem en volledig vrijwillig. Tot BitGold was er nooit een geldsysteem geweest dat deze wensen tegelijk in zich verenigde. Helaas bleef BitGold lange tijd een abstract idee, een theorie zonder praktische implementatie – totdat bitcoin verscheen.

De intellectuele basis onder bitcoin

Onder het pseudoniem “Satoshi Nakamoto”[11] onthulde een anonieme programmeur en hard geld-activist na de kredietcrisis een open-source software project genaamd “Bitcoin: a peer-2-peer electronic cash system”. De intentie van Nakamoto was om het BitGold idee in praktijk te brengen. Nakamoto wilde dat gewone mensen beschermd zouden zijn tegen toekomstige bank bail-outs van overheden om banken te redden. Het was tijdens de kredietcrisis vrij duidelijk geworden dat overheden handhaving van de status quo als eerste prioriteit zagen en het belang van de burger als laatste prioriteit. Rechtvaardigheid speelde al helemaal geen rol, want normale (niet-bank)bedrijven hadden overheden gewoon failliet laten gaan[12] en frauderende bankiers zijn vrijwel allemaal vrijuit[13] gegaan.

Nakamoto’s open source project sloeg direct aan en allerlei geïnteresseerde ontwikkelaars hielpen Nakamoto zijn project verder te ontwikkelen. Het idee van bitcoin[14] was om de goede eigenschappen van goud digitaal te simuleren (schaarste, waardevastheid, stabiel) en te koppelen aan de goede eigenschappen van fiatgeld (draagbaar, deelbaar, licht gewicht en anoniem). Nakamoto kreeg ook veel steun en aandacht van “hard geld”-activisten en libertariërs, die lovende artikelen over zijn initiatief[15] schreven. Nakamoto[16] deelde ook Szabo’s vaststelling, dat het vertrouwen, dat mensen gedwongen moeten hebben in conventionele geldsystemen juist de fatale zwakte is van geldsystemen; “Het kernprobleem met conventionele geldsystemen is dat ze op vertrouwen gebaseerd zijn om het werkbaar te maken. De centrale bank moet vertrouwd worden om de munt niet te ontwaarden, maar de geschiedenis van fiatgeld staat bol van de voorbeelden van schending van vertrouwen. Banken moeten vertrouwd worden om geld aan te houden en elektronisch over te maken, maar ze lenen het [fiatgeld] uit in golven van kredietbubbels zonder een fractie in reserve aan te houden. We moeten ze vertrouwen met onze privacy, ze vertrouwen om identiteitsfraudeurs om onze rekening leeg te halen.” Kortom: een geldsysteem, dat niet berust op vertrouwen, maar op harde, onveranderbare principes is superieur aan de conventionele geldsystemen.

Nakamoto loste Szabo’s “trusted third party” probleem op met de uitvinding van de blockchain: een grootboekrekening, die alle transacties van het systeem steeds controleert en (her)bevestigt. Met deze blockchain wordt fraude voorkomen en de veiligheid van het bitcoin-betaalnetwerk gegarandeerd[17]. De technische aspecten van de blockchain, cryptografie, mining, proof-of-work, hashing, wallets, etc. laat ik weg uit deze bitcoin-bespreking, omdat deze irrelevant zijn voor de economische case vóór bitcoin. (Wie dat wel wil weten, verwijs ik graag door naar de presentatie van Konrad Graf in de voetnoot.[18])

Groei, prijs en waarde

Op de website blockchain.info wordt bijgehouden hoeveel nieuwe gebruikers en transacties er bijkomen; deze groei is exponentieel. Hetzelfde geldt voor het aantal klanten van een bedrijf als BitPay – een bitcoin-intermediair die bedrijven helpt om bitcoin te accepteren als betaalmiddel. De internationale groei van exchanges, analysetools en blockchain-techbedrijven is gigantisch. Het aantal (prominente) softwareprogrammeurs, die vrijwillig meewerken aan de verdere ontwikkeling van bitcoin is al jaren zeer hoog.

Bitcoin-rivalen, altcoins genaamd, zoals Ethereum, Litecoin en Bitcoin Cash experimenteren met allerlei variaties op het bitcoin-protocol. Uit deze concurrentiestrijd is nu een geheel nieuwe financiële sector voortgekomen: cryptocurrency. Iedereen kan zijn eigen coin starten en in de markt zetten. Ironisch genoeg maakt deze concurrentie bitcoin niet zwakker maar sterker. Bitcoin heeft namelijk zo’n grote voorsprong qua netwerkeffecten, dat overstappen naar een andere currency enorme overstapproblemen geeft aan het ecosysteem. Bitcoin is ook open-source, daardoor kunnen de meest interessante usecases van altcoins gemakkelijk ingepast worden. Om die reden is de redenatie dat Bitcoin de AltaVista of MySpace van cryptocurrency is, die door Google en Facebook uit de markt zijn gedrukt, verkeerd. AltaVista en MySpace hadden met een open source-model zeer waarschijnlijk de beste aspecten van Google en Facebook kunnen integreren.

Sinds de implementatie van bitcoin is bitcoin vrijwel constant gestegen in waarde, van $0,10 tot $4400[19] afgelopen week – alhoewel met constante schommelingen in de prijs. Een ander voordeel van bitcoin is dat het – net als goud – een internationaal, niet-staat gebonden geldsysteem mogelijk maakt. Precies zoals Hayek dat zich had voorgesteld. En nog belangrijker: deelname aan het bitcoin-geldsysteem is, in tegenstelling tot fiatgeld, volledig op vrijwillige basis. Als iemand geen heil in bitcoin ziet, bitcoin niet begrijpt of bitcoin om bepaalde redenen immoreel vindt, dan hoeft hij of zij er niet aan mee te doen.

Een eerste, veelgehoorde bedenking ten aanzien van bitcoin is dat het een tulpenmanie/bubbel zou zijn: de prijs neemt namelijk zo snel toe dat er vrijwel geen andere vergelijking bestaat, dan met die twee fenomenen. Maar toch, het ligt ditmaal niet zo simpel. Er zullen uiteindelijk slechts 21 miljoen bitcoins bestaan, maar er zijn nu slechts zo’n 16 miljoen bitcoins in omloop. Daarnaast zijn er bitcoins verloren gegaan als gevolg van vergeten paswoorden en defecte harde schijven. Hierdoor is bitcoin dus schaars. Zeer schaars. Doordat de vraag exponentieel toeneemt, maar het aantal bitcoins zeer langzaam stijgt, zal de prijs heel hard stijgen. De huidige waarde van bitcoin is onmiskenbaar speculatief, omdat veel mensen verwachten dat bitcoin meer waard wordt en daarom bitcoins opsparen; ze zien bitcoin als een manier om snel rijk te worden. Het gaat echter te ver om te stellen dat bitcoin’s prijs alleen op manie gebaseerd is. Een tweede bedenking is dat bitcoin een Ponzi- of piramidespel zou zijn. Op basis van de snel stijgende prijs leek dit op voorhand een goede duiding, maar er zijn een aantal duidelijke verschillen. Zo heeft een Ponzi-spel een Ponzi nodig, een oplichter – die is er niet. De enige mensen die lijken te profiteren van bitcoin zijn de gebruikers en bezitters van bitcoin. (Wie meer weerleggingen van onterechte bitcoin-kritieken wil lezen, kan goed beginnen bij de blogs van Peter Surda[20] en Konrad Graf.)

In een binnen de bitcoin-scene zeer gewaardeerde youtube-video[21], gemaakt door bitcoin-supporter James DeAngelo, wordt een alternatieve verklaring voor de scherpe prijsstijging gegeven. DeAngelo vergeleek bitcoin met een snelgroeiende startup als Twitter. Toen Twitter startte hadden ze maar 50 gebruikers, maar het aantal gebruikers bleef steeds verdubbelen, totdat ze uiteindelijk miljoenen gebruikers hadden. Het was geen perfect exponentiële ontwikkeling, gemeten op dag- of weekniveau; er waren tal van tegenslagen, concurrenten, geldzorgen, technische uitdagingen, enz. Toch bleef Twitter hard en gestaag doorgroeien, daardoor nam de waarde per aandeel steeds meer toe. Uiteindelijk werd Twitter een miljardenbedrijf en een globale, dominante speler in media. DeAngelo’s theorie is, dat het bij de bitcoinprijs dus niet om een spel van oplichters of speculatiemanie gaat, maar om de dynamiek van een volatiele valuatie van een snelgroeiend ecosysteem – vergelijkbaar met het aandeel van een snelgroeiende startup. Hij vergelijkt de bitcoinprijs met een aandeel in Twitter.

Internet als voorbeeld

Er is een precedent voor snel in waarde toenemende, virtuele assets geweest: dotcom-domeinnamen. Midden jaren ’90 werden de beste domeinnamen opgeslokt door domeinhandelaren. Domeinhandelaren kochten deze domeinen op, omdat ze de visie hadden dat domeinnamen een digitaal onroerend goed waren. Domeinnamen zijn een waardevolle bezitting gebleken.[22] Sinds de stormachtige groei van het internet, zijn domeinen gemiddeld steeds duurder geworden. Logisch: een schaars goed, ook als dit virtueel is, wordt meer waard als er meer vraag is. Dit prijsmechanisme geldt voor elk jaar sinds ’95[23] en dat zal zo door blijven gaan – zolang het internet blijft groeien.

Daarnaast, een tweede gevolg van domeinnamen-schaarste: elke domeinnaam kan maar eenmalig uitgegeven worden. Om die reden is een domeinnaam als home.com veel geld waard. Op dit stukje digitaal onroerend goed kunnen vele soorten bedrijven zich huisvesten – qua mogelijkheden is home.com te vergelijken met een stukje onroerend goed op het Londense Picadilly Circus! Domeinnaamhandelaren zagen destijds dus correct in, dat toekomstige bedrijven en ondernemers deze domeinnamen in de toekomst voor veel geld weer van hen over zouden nemen. Veel bitcoinbezitters denken hetzelfde bij bitcoin: ze zien het als digitaal goud en zijn niet van plan het opnieuw af te staan totdat ze er, in hun ogen, een fair value voor krijgen. Als bitcoin blijft doorgroeien tot de munteenheid van het internet dan zal 10-100x zoveel zijn als nu – in de verre toekomst, dat wel.

Voorts, niet alle domeinnamen zijn gelijk geschapen. Een korte, herkenbare, pakkende domeinnaam zonder streepje en – allerbelangrijkst! – met DOTCOM op het eind is veel geld waard. Home.com is veel meer waard dan huizen-bekijken-innederland.net. Dotcom is de de facto standaard[24] van domeinnamen geworden en dat is niet meer terug te draaien. Zie hier de link met bitcoin en altcoins: bitcoin is de dotcom-standaard van cryptocurrency. Bitcoin heeft de meeste status, alleen een crypto-concurrent die vele malen beter is dan bitcoin zou een kans maken – en zo jong is bitcoin ook niet meer, het stamt uit ’98. Ter vergelijking: Google stamt uit ’98 en AltaVista uit ’95 – zoveel tijd zat er niet tussen. MySpace stamt uit 2003 en Facebook uit 2004. De voorsprong van bitcoin ten opzichte van andere altcoins neemt echter nog steeds toe. De huidige concurrenten voldoen niet.

Toekomst

Het is natuurlijk mogelijk dat bitcoin uiteindelijk toch niet zal slagen, als gevolg van een technologische bug die niet voorzien was; omdat er een altcoin blijkt te zijn, die 10x beter is; omdat bitcoin op verkeerde, economische principes is gebaseerd; omdat overheden bitcoin succesvol konden uitbannen nadat de ecologie meer centraliseerde; omdat bitcoin toch meer speculatie dan asset was; enz. enz. Allemaal mogelijkheden die bestaan, maar deze risico’s zijn met de tijd steeds onwaarschijnlijker, omdat bitcoin al een aantal extreme tests heeft doorstaan.

Bitcoin overleefde bugs, een mogelijke 51% attack, het faillissement MtGox, hacks van (destijds) belangrijke exchanges als Bitcoinica en Tradehill, exit-scams als Cryptsy, associaties met SilkRoad, Russisch verbod, Ethereum’s opkomst en andere altcoin-uitdagers, een onverwachte hard fork en een continue stroom van chaotische taferelen die breed uitgemeten worden in de media. Elke tegenslag van bitcoin lijkt bitcoin juist sterker te maken. Bijvoorbeeld, toen de SilkRoad-website[25] in 2013 door de FBI werd ontmanteld, begon de bitcoin-prijs kort daarna hard te stijgen. Geheel tegen de verwachting in, omdat bitcoin door tegenstanders als vehikel voor criminelen werd versleten. In realiteit was het opheffen van de SilkRoad-website juist positief voor bitcoin: mensen durfden te beleggen in en betalen met een digitale munt die niet langer 1-op-1 met criminaliteit werd geassocieerd. Bitcoin lijkt het voorbeeld van “antifragiel”[26] te zijn; door elke uitdaging lijkt het bitcoin-ecosysteem sterker en groter te worden en stijgt vervolgens de prijs.

Het is goed mogelijk dat bitcoin crasht of gecrasht is, terwijl dit stuk uitkomt en/ of gelezen wordt. Gezien de enorme stijging van de bitcoin-prijs is dit zelfs zeer aannemelijk. Wel is het dan goed om erop te wijzen dat bitcoin al 5 grote crashes[27] heeft gehad en zich na de crash steeds herstelde op een hogere gemiddelde prijs dan voor de crash. Op de lange termijn is de bitcoin-prijs ook elk jaar toegenomen[28], met uitzondering van een correctie in 2014. Daar moet wel bij gemeld dat bitcoin in 2013 5500%(!) steeg. Bitcoin heeft nog steeds veel problemen en zal nog heel veel problemen tegemoet treden in de toekomst – zonder meer. Maar er moet langzamerhand ook serieus rekening gehouden worden met het meest onwaarschijnlijk denkbare scenario: bitcoin zou weleens kunnen slagen.


[1] https://mises.org/library/mystery-banking

[2] https://www.ecb.europa.eu/mopo/strategy/pricestab/html/index.en.html

[3] https://www.ronpaul.com/fiat-money-inflation-federal-reserve-2/

[4] https://www.youtube.com/watch?v=GJ4TTNeSUdQ

[5]http://www.fon.hum.uva.nl/rob/Courses/InformationInSpeech/CDROM/Literature/LOTwinterschool2006/szabo.best.vwh.net/shell.html

[6] https://mises.org/library/choice-currency-0

[7] https://www.goodreads.com/book/show/25894053-the-new-case-for-gold

[8] https://en.wikipedia.org/wiki/Fiat_money

[9] Meer hier http://nakamotoinstitute.org/static/docs/denationalisation.pdf

[10] http://nakamotoinstitute.org/bit-gold/

[11] Ik vermoed zelf dat Satoshi Nakamoto een alias van Nick Szabo is. De vergelijkingen tussen Bitcoin en BitGold zijn zo sterk en opvallend, dat er vrijwel zeker een link moet zijn.

[12] http://www.econtalk.org/archives/2012/09/barofsky_on_bai.html

[13]  https://www.theatlantic.com/business/archive/2016/08/why-arent-any-bankers-in-prison-for-causing-the-financial-crisis/496232/

[14] https://bitcoin.org/bitcoin.pdf (Satoshi Nakamoto – Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System)

[15] https://www.coindesk.com/live-free-or-mine-how-libertarians-fell-in-love-with-bitcoin/

[16] https://freedomnode.com/blog/66/21-wise-and-funny-bitcoin-quotes-by-satoshi-nakamoto#h-central-banking-is

[17] https://www.youtube.com/watch?v=HvfO5u4ImAU&t=856s (Bitcoin Decrypted II)

[18] Szabo en Nakamoto waren absoluut niet de enige ontwikkelaars, die probeerden om een digitaal cash-alternatief te bedenken en/of te ontwerpen; zo zijn er Chaum’s DigiCash, Adam Back’s HashCash, Jackson & Downey’s e-Gold, PayPal’s originele implementatie, Wei Dai’s B-Money, etc. Al deze projecten stammen uit eind jaren ’90. Meer hier: https://bitcoinmagazine.com/articles/quick-history-cryptocurrencies-bbtc-bitcoin-1397682630/

[19] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zvzl (Rond de $4440 per 17-8-’17)

[20] http://www.economicsofbitcoin.com/

http://www.konradsgraf.com/bitcoin-theory/

[21] https://www.youtube.com/watch?v=qHUPPYzzZrI&t=22s&list=PLzctEq7iZD-7-DgJM604zsndMapn9ff6q&index=16

[22] Zie het essay op http://www.jointventures.com/ van Rick “Domain King” Schwartz, meer hier: http://www.ricksblog.com/2015/12/rick-schwartz-20th-anniversary-post-trust-numbers-not-people/#.WZcDHD4jHIU

[23] http://domainnamewire.com/2016/01/14/impressive-domain-name-stats-from-escrow-com/

[24] https://www.domainstate.com/registrar-tld-breakup.html

[25] http://edition.cnn.com/2013/10/04/world/americas/silk-road-ross-ulbricht/index.html

[26] https://btctheory.com/2015/01/16/antifragile-bitcoin/

[27] https://www.youtube.com/watch?v=XbZ8zDpX2Mg

[28] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zi1gRSIzvzl

Posted on

“Gelukkig is er in Amerika meer rapaille dan in Duitsland!”

De Amerikaanse historicus en filosoof Paul Gottfried geldt als vooraanstaand denker in de paleoconservatieve beweging en als eerste die de term ‘alternative right’ (alternatief rechts) gebruikte, voordat Alt Right een merknaam werd. De nu 76-jarige professor uit Elizabethtown, Pennsylvania, is al decennia een centrale figuur op rechts in Amerika, tussen libertariërs en conservatieven. Hij is of was goed bevriend met belangrijke actoren als Richard Nixon, Pat Buchanan, Murray Rothbard en Hans-Hermann Hoppe, waarbij het hem er steeds om te doen was oud rechts en nieuw rechts, libertariërs en conservatieven bij elkaar te brengen in oppositie tegen het oorlogshitsende, neoconservatieve establishment dat de Republikeinse partij in zijn greep heeft. Minder bekend is zijn liefde voor Duitsland. Novini sprak met hem – in het Duits, daar stond Gottfried op – over de toekomst van Amerika, Duitsland en Europa.

Over ruim anderhalve maand kiezen de Duitsers de leden van de Bondsdag. U volgt de situatie vanuit Amerika op de voet, niet waar?

Ja, diep bedrukt en met weinig hoop kijk ik naar de situatie in Duitsland. Ik betreur het dat een patriottische partij er nog ver van verwijderd is het roer over te nemen.

U doelt op de AfD?

Het is betreurenswaardig dat de AfD er niet in slaagt haar interne conflicten op te lossen. Bovendien probeert de gematigde, door Frauke Petry aangestuurde vleugel de media een antifascistisch getuigschrift af te geven, wat evident strategische onzin is. Ondanks deze voorbehouden, zou ik als ik Duitser was op de AfD stemmen. Het is de enige partij die geschikt en bereid is om het immigratievraagstuk ter hand te nemen.

U heeft eens gezegd dat Duitsland en grote delen van Europa toch al “verloren” zijn.

Ja, aan de lange termijnvooruitzichten van een op afkomst en cultuur gebaseerde Duitse natie moet ik helaas twijfelen. Het lage geboortecijfer van de autochtone Duitsers maakt me even sceptisch als de zelfkastijding die de Duitsers door hun politieke en mediale elites opgelegd wordt. Daarbij komt de kadaverdiscipline waarmee het Duitse electoraat het anti-Duitse establishment volgt.

Als tot 200.000 Duitsers per jaar het land de rug toekeren, is binnen de volgende zes generaties een krimp van de autochtone bevolking te verwachten van 64 naar 11 miljoen. Het in Duitsland als staatsgodsdienst hoogtij vierende nationaal-masochisme zal er voor zorgen dat de Duitsers een minderheid in eigen land worden.

Het cruciale thema van onze tijd is in veler ogen de immigratie. Het ligt echter in de aard van de zaak, dat niet allen die zich aansluiten bij het verzet tegen de massamigratie, het over alle kwesties eens zijn. 

Desalniettemin moet het mogelijk zijn om, bijvoorbeeld met politiek-economisch andersdenkenden, een gelegenheidscoalitie te sluiten om samen tegen een acute dreiging op te treden. Het moet er nu om gaan Duitsland te redden van de uitwissing van zijn cultuur.

Ziet u in Europa of het Westen in het algemeen bewegingen op personen, waarop rechts in Duitsland zich kan oriënteren?

Zo voor de vuist weg: Viktor Orbán.

Welke opstelling staat u voor ten aanzien van de Europese Unie?

Frontale oppositie. De EU is tot een anti-nationaal, anti-vrijheids-, multicultureel en anti-christelijk gedrocht geworden. De globalisten hebben een verdere vervanging van de Europese naties voor en beschikken met de EU over het middel hiertoe.

Als een oppositiebeweging kans van slagen wil hebben, moet ze steeds twee zaken bij elkaar houden: verstand en gevoel. In de VS kan men op het patriottische, vrijheidsgezinde erfgoed van de Founding Fathers teruggrijpen en het debat zo in een voor de rechtse oppositie gunstige gevoelsrichting sturen. Welke gebeurtenissen, tijdperken of personen ziet u in de Duitse geschiedenis die libertariërs of conservatieven voor dergelijke doeleinden kunnen gebruiken?

Het schijnt me toe dat de Duitsers een liberale traditie hebben, maar geen libertarische. Ik wijs er op dat de gevormde burgerij in de 19e eeuw zijn liberale opvattingen in evenwicht wilde brengen met de nationale eenwording. Al waren dit dan de laatste decennia van het klassieke liberalisme in Duitsland, toch zou het zeer misplaatst zijn om de Duitsers een liberaal erfgoed te willen ontzeggen. In vergelijking met de tegenwoordige antifascistische semidictatuur in Duitsland en andere westerse landen laat het Duitse keizerrijk een voorbeeldige constitutionele rechtstatelijkheid zien.

Komen we te spreken over de situatie in uw land, de Verenigde Staten. Ook daar is de samenleving uiterst gepolariseerd, zoals men recent aan rellen in Berkeley, Californië kon zien. Sterke mediale waarneming geniet hierbij ook de zogeheten Alt Right-beweging, waarvan gezegd wordt dat u er de naamgever van bent.

De term komt van mij, maar de beweging heeft zich inmiddels ver verwijderd van mijn ideeën. Wat echter blijft, is de vaststelling dat het oude Republikeinse establishment, dat wil zeggen de neoconservatieven, nauwelijks nog in staat is, zichzelf als echte oppositie tegen de Democraten te verkopen. De doorsnee leeftijd van de kijkers van Fox News nadert de zestig al. De meeste lezers van bladen als de National Review en Weekly Standard zijn minstens even grijs en onnozel.

Tegenwoordig associeert men de jonge Alt Right-beweging echter veeleer met personen als Richard Spencer. Hoe heeft zich de politieke oriëntatie van de beweging in de afgelopen jaren veranderd?

Tot eind vorig jaar identificeerden zich ettelijke groepen met het koepelbegrip Alt Right, een zeer breed spectrum. Toen de alliantie van linkse media en gutmenschen vervolgens veel drukte maakte over het begrip Alt Right, liepen de gematigden weg. Vervolgens namen diegenen die het in de eerste plaats om “blanke identiteit” gaat, met Richard Spencer voorop, dit al grotendeels versmalde begrip voor zichzelf in beslag.

De drievoudige presidentskandidaat Patrick J. Buchanan stelde met zijn meest recente boek (Suicide of a Superpower) de provocatieve vraag of Amerika kan overleven tot 2025 of voordien uiteen zal vallen. Hoe ziet u de politieke, economische en demografische toekomst van de Verenigde Staten?

Ik moet toegeven dat ik net als Pat een multiculturele, door een ‘diepe staat’ geleide, toekomst van Amerika voor me zie. Wat ons echter van de volkomen heropgevoede Duitsers onderscheidt, is de aanwezigheid van zogenaamd rapaille (Gottfried gebruikt hier het Duitse woord ‘Pack’, dat SPD-minister Sigmar Gabriel gebruikte met betrekking tot deelnemers van Pegida, WB), dat nog altijd voor de burgerlijke normaliteit en het christelijke fatsoen wil strijden. Bij ons ligt het aandeel van de bevolking dat uit deze onbuigzamen bestaat net als in Frankrijk rond de 40 à 45 procent. Dat ook uit dit bevolkingsdeel stemmen opkomen voor meer staatsingrijpen, is te betreuren, maar niet te veranderen.

Als u de Duitsers nog een raad kon geven, wat zou dat dan zijn?

Verwerk de verwerking van het verleden! Wees trots op jullie erfgoed! En krijg meer kinderen!

Posted on

Denemarken krijgt eurosceptische minister van Buitenlandse Zaken

Premier Lars Løkke Rasmussen (niet te verwarren met Anders Fogh Rasmussen) zag zich genoodzaakt om een nieuw kabinet te vormen. Twee partijen die zijn vorige regering gedoogden krijgen nu een aantal ministersposten. Zo gaat het ministerie van Buitenlandse Zaken naar een euroscepticus.

Rasmussen regeerde tot nu toe met een minderheidsregering met louter ministers van zijn eigen agrarisch-liberale partij Venstre (Links). Die regering werd gedoogd door de nationaal-conservatieve Deense Volkspartij, de Liberal Alliance en de Conservatieve Volkspartij. De Liberal Alliance had echter gedreigd haar steun voor de regering in te trekken als het hoogste tarief van de inkomstenbelasting niet voor het eind van het jaar met vijf procentpunten verlaagd zou worden.

Het lastige voor Rasmussen is dat zijn eigen partij maar 34 van 179 zetels in het parlement heeft en hij om te regeren afhankelijk is van drie andere partijen. Daarbij moet hij een balans bewaren tussen de verschillende partijen. Zo zijn zijn eigen Venstre en de Conservatieve Volkspartij eurofiel en willen ze een aantal van de opt-outs die Denemarken heeft opgeven, maar zijn de Deense Volkspartij en de Liberal Alliance eurosceptisch. Op economisch vlak liggen de verhoudingen weer anders, zo is de Liberal Alliance meer libertarisch georiënteerd, terwijl de Deense Volkspartij vooral de verzorgingsstaat op peil wil houden.

Rasmussen heeft nu opnieuw een compromis gevonden waar alle vier de partijen zich in kunnen vinden. Aan de eis van de Liberal Alliance voor belastingverlaging wordt gedeeltelijk tegemoet gekomen en daarnaast treedt die partij net als de Conservatieve Volkspartij toe tot de regering. De Liberal Alliance krijgt daarbij een aantal belangrijke posten. Zo wordt partijleider Anders Samuelsen minister van Buitenlandse Zaken en krijgt de partij verder onder meer het ministerie van Economische en Binnenlandse Zaken.

Ook Rasmussens nieuwe regering blijft overigens als minderheidskabinet afhankelijk van de steun van de Deense Volkspartij, die met 37 parlementszetels groter is dan alle drie de regeringspartijen.

Posted on 1 Comment

Nieuwe rechtse concurrent voor Deense Volkspartij

Denemarken heeft er een nieuwe partij bij. De ‘Nieuwe Burgerpartij’ zegt een nog strenger immigratiebeleid te willen dan de nationaal-conservatieve Deense Volkspartij voorstaat en is bovendien bereid om Denemarken uit de Europese Unie te halen als hervormingen niet haalbaar blijken, op economisch gebied positioneren de Nieuwe Burgers zich als libertarisch.

Terwijl de Deense Volkspartij kampt met het schandaal rond de 67.000 euro aan subsidie die de partij terug moet betalen aan het Europees Parlement, omdat Europarlementariër Morten Messerschmidt het geld niet volgens de regels had uitgegeven, krijgt de partij met een nieuwe concurrent te maken.

De Nieuwe Burgerpartij (Nye Borgerlige) zegt een nog strenger immigratiebeleid voor te staan dan de Deense Volkspartij, die met dat thema de tweede partij van het land is geworden. Daarnaast willen de Nieuwe Burgers dat Denemarken uit de Europese Unie stapt als hervormingen van bijvoorbeeld Schengen niet haalbaar blijken. Ook moet Denemarken diverse internationale verdragen opzeggen.

De Deense Volkspartij heeft daarentegen zijn euroscepsis in de laatste jaren juist enigszins gematigd, zodat ze bijvoorbeeld in het Europees Parlement de samenwerking met de UK Independence Party kon inruilen voor samenwerking met de Britse Conservatieven. Over de vraag of er na de Brexit ook een Dexit moet komen, spreekt de Deense Volkspartij zich bewust niet uit. Maar ze is wel voor een referendum over die vraag.

Op economisch gebied positioneren de Nieuwe Burgers zich als libertarisch en bekritiseren de Deense Volkspartij als in feite sociaaldemocratisch. De Nieuwe Burgers zullen op de kiezersmarkt dan ook niet alleen concurreren met de Deense Volkspartij, maar ook met centrumrechtse partijen als de agrarisch-liberale Venstre, de rechts-liberale Liberale Alliantie en de liberaal-conservatieve en eurofiele Conservatieve Volkspartij.

De nieuwe partij werd vorig jaar opgericht door leden van de Conservatieve Volkspartij, sindsdien hebben zich onder andere acht gemeenteraadsleden en één lid van een regioparlement bij de partij aangesloten, alsmede de bekende publicist en islam-criticus Lars Hedegaard. Vorige maand konden de Nieuwe Burgers bekend maken de benodigde 20.000 handtekeningen opgehaald te hebben om deel te mogen nemen aan de parlementsverkiezingen en inmiddels heeft het Ministerie bevestigd dat de partij aan de verkiezingen mee mag doen.

Massale aanhang heeft de partij nog niet, maar ze schommelt in de peilingen tussen de twee en de vijf procent zodat ze goede kans lijkt te maken een aantal parlementszetels te veroveren. Nationale parlementsverkiezingen staan pas voor 2019 op de rol, maar gezien de tegenstellingen tussen de Deense Volkspartij en de Liberale Alliantie, die beide de minderheidsregering van Venstre  gedogen, is het mogelijk dat de regering voor die tijd valt en er vervroegd verkiezingen gehouden moeten worden.

Posted on

De Benoist over het domino-effect van de Brexit

“We kunnen de betekenis van de Brexit alleen begrijpen door het in een groter perspectief te plaatsen, namelijk de wereldwijde revolte tegen de zelfbenoemde elites, waarvan de opkomst van het populisme alleen de meest zichtbare politieke vertaling vormt. En het ‘nee’ in het referendum van 2005 tegen het project van de Europese Grondwet is het symbolische vertrekpunt daarvoor.” Dat stelt de Franse nieuwrechtse intellectueel Alain de Benoist in een interview met Boulevard Voltaire, dat we hieronder in vertaling weergeven.

De Brexit weerklonk als een donderslag bij heldere hemel, wat zelfs de voorstanders ervan verrast lijkt te hebben. Hoe is het zo gekomen? En wat is de betekenis van deze  gebeurtenis?

De Engelsen hebben het eerste schot gelost: Het is werkelijk een historische gebeurtenis. Maar eerst deze opmerking: Ze hadden om te beginnen nooit tot [de Europese Gemeenschap] moeten toetreden. Zoals generaal De Gaulle in zijn tijd heel goed begreep, heeft Engeland altijd meer verwantschap gevoeld met de Verenigde Staten (” de roep van de open zee”) dan met Europa, waar het nooit ophield de rol van Atlanticistisch paard van Troje te spelen en de regels nooit volledig accepteerde. In deze zin heeft de scheiding een einde gemaakt aan een huwelijk dat nooit echt geconsummeerd is.

De belangrijkste motieven voor deze keuze zijn, zoals al vaak gezegd is, de immigratiekwestie en bovenal het gevoel van sociale, politieke en culturele verlatenheid dat voeding geeft aan een grote weerstand tegen de traditionele politieke klasse en de geglobaliseerde elites. Daarbij stelde het referendum niet de leden van de Conservatieve en de Labour-partij tegenover elkaar, maar de voor en tegenstanders van een Brexit in beide kampen, wat betekent dat het de links-rechts-scheiding oversteeg.

Ten slotte merken we op dat de liberale en bedrijfsmilieus zelf ook verdeeld waren. Ook als de meerderheid naar het blijven van Groot-Brittannië in de Europese Unie neigde, waren er niettemin sommigen onder hen die zich hard maakten voor een Brexit om de eenvoudige reden dat de Europese Unie nog niet genoeg tegemoet was gekomen aan het ideaal van een algemene deregulering (vergeet niet dat Nigel Farage in economische zaken ultra-liberaal is). Het is een groot verschil tussen Frankrijk en Engeland. Terwijl te onzent de meerderheid van de liberalen overtuigd blijft dat het essentiële doel van de Europese verdragen is om liberale beginselen op te leggen, te beginnen met vrij verkeer van goederen en diensten, mensen en kapitaal, geloven velen in Engeland dat de markt verdragen noch instituties nodig heeft. Vandaar een soevereinisme dat niet zozeer aangedreven wordt door nationale identiteit, culturele onzekerheid of volkssoevereiniteit, als wel door eiland-mentaliteit, verbonden met het idee dat de commerciële waarden van de Zee moeten prevaleren over de continentale, tellurische en politiek waarden van de Aarde – dezelfde mensen die dromen van een vruchtbare alliantie met het Gemenebest en de Verenigde Staten.

Maar we kunnen de betekenis van deze stembusgang alleen begrijpen door het in een groter perspectief te plaatsen, namelijk de wereldwijde revolte tegen de zelfbenoemde elites, waarvan de opkomst van het populisme slechts de meest zichtbare politieke vertaling vormt en het ‘nee’ in het referendum van 2005 tegen het project van de Europese Grondwet is het symbolische vertrekpunt daarvoor. De Brexit is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van het Front National in Frankrijk evenals die van de FPÖ in Oostenrijk, Syriza in Griekenland of Podemos in Spanje, de verkiezing van een vertegenwoordiger van de Vijfsterrenbeweging tot burgemeester van Rome, de verschijnsels Trump en Sanders in de Verenigde Staten, etc. Overal komen de mensen in opstand tegen de transnationale oligarchie die ze niet langer steunen. Het is daarin dat de Brexit essentieel is: Het bevestigt een fundamentele beweging. Na decennia van expansie, komen we nu in een tijdperk van afscheidingen.

Wat gaat er nu gebeuren?

Anders dan vaak gezegd wordt, zullen de belangrijkste gevolgen niet economisch of financieel zijn, maar politiek. In Groot-Brittannië, waar het referendum al tot een politieke crisis geleid heeft, zal de Brexit de Schotse onafhankelijkheidsbeweging doen opleven en leiden tot een herleving van het debat over de status van Ulster en zelfs die van Gibraltar. De City van Londen zal zich nog sterker dan voorheen concentreren op haar rol van belastingparadijs. In Europa, waar de Europese Unie voorheen rustte op het evenwicht van drie grote machten (Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk), zal Duitsland nu de enige dominante grote macht worden – het is nu verantwoordelijk voor bijna een derde van het BBP en 40% van de nieuwe industrie van de nieuwe Europese Unie als geheel – maar het verliest de voordelen die het ontleende aan zijn de facto alliantie met Engeland, dikwijls in het nadeel van Franse belangen.

Maar bovenal is er het domino-effect, dat wil zeggen het besmettingsgevaar dat men zal voelen. De keuze van de Engelsen laat zien dat er leven is na de Europese Unie – en dat er een ander Europa voorstelbaar is. De Slowaken die dezer dagen het voorzitterschap van de Europese Unie overnemen, zijn zelf eurosceptici. Ongunstige taxaties van de Europese Unie overheersen al de gunstige in Frankrijk, Spanje en Griekenland. In andere landen, zoals Nederland, Denemarken, Finland, Portugal, Hongarije, zelfs Polen, vallen andere referenda niet uit te sluiten.

Is het het begin van de Europese afbraak of de aanvang van een nieuwe start?

In theorie zou het vertrek van de Engelsen een reveil van de Europese constructie op een gezonder basis kunnen toelaten. Maar in de praktijk zal dat niet gebeuren. Om ‘Europa opnieuw op te richten’, zoals sommigen niet aarzelen te zeggen, zouden de eurocraten ten volle moeten erkennen wat er gebeurd is, dat wil zeggen, begrijpen wat de burgers niet meer willen. Maar het tegenovergestelde is gebeurd, omdat ze dag aan dag volhouden dat zij die klagen onwetend zijn en smakeloos, xenofoob, bejaard etc. En dat om hen het medicijn te doen slikken, het volstaat om de dosis te verdubbelen. Verstijfd van schrik als konijntjes in het licht van de koplampen, likken de leiders van de Europese Unie hun wonden. Maar ze weigeren zichzelf te bevragen: De enige les die ze uit dit referendum zullen trekken is dat ze alles moeten doen om te voorkomen dat de mensen hun stem kunnen laten horen. Wie zei ook alweer dat waanzin erin bestaat steeds hetzelfde te doen in de hoop op een ander resultaat? Dezelfde oorzaken geven dezelfde resultaten, ze zullen doorgaan olie op het vuur te gooien en uiteindelijk zal het alles verzwelgen.

Posted on 2 Comments

Niet leven met terreur, maar terugschieten

“We moeten leren leven met terreur”, sprak minister-president Valls van Frankrijk na de aanslag in Nice. In Duitsland klinken inmiddels vergelijkbare geluiden vanuit de politiek. Zelfs in Nederland spraken meerdere deskundigen in het Parool van 27 juli jongstleden die woorden uit: “Accepteer de kans dat je iets kan overkomen”. Het is niets minder dan pure lafheid. Waarom zouden we ons als makke lammetjes naar de slachtbank laten leiden? Dat is helemaal niet nodig.

Waar we behoefte aan hebben is een effectieve mogelijkheid om onszelf te verdedigen. Momenteel worden de politieagenten zwaarder bewapend, militairen ingezet en wordt de beveiliging uitgebreid. Maar is dat de oplossing? Je kunt niet op iedere straathoek een politieagent neerzetten, zeker niet nu de terroristen zich ook richten op plaatsen buiten de symbolische locaties en grote steden. Dorpjes in Frankrijk en Duitsland worden geraakt, binnen de steden zijn er al aanslagen gepleegd in supermarkten en cafés. Dat is dus geen werkbare optie, moeten we dan maar leren leven met terreur?

Nee. Er is een voor de hand liggende oplossing: burgers bewapenen met vuurwapens. Terroristen worden nu doorgaans al uitgeschakeld door getrainde, met vuurwapens bewapende, mannen en vrouwen. Waarom zou je die hoeveelheid niet vergroten door burgers de mogelijkheid te geven een vuurwapen aan te schaffen? Op dit moment weet een terrorist één ding zeker: hij kan een kwartier, vaak nog veel langer, ongestoord zijn gang gaan voordat hij zich zorgen hoeft te maken over de politie. Burgers zijn loslopend wild; volledig weerloos en kunnen enkel bukken, kruipen en wegrennen, als ze dat geluk al hebben. Zouden terroristen ook zo zelfverzekerd een concertzaal binnenstappen als zij weten dat er direct terug kan worden geschoten?

De terroristen komen zelf allang aan vuurwapens. Zij hebben geen enkel probleem de wapenwet te overtreden, daar zijn het immers terroristen voor. Gewone burgers worden intussen in het nauw gedreven.

Veel Europese landen hebben in de laatste decennia hun wapenwetten strenger gemaakt: het Verenigd Koninkrijk in 1997, België in 2006, Duitsland in 2009. Het Nederlandse strikte wapenbeleid is veel ouder en stamt al uit de vroege twintigste eeuw, toen Piter Jelles Troelstra een revolutiepoging deed in Nederland. Dat was voor de Nederlandse politiek destijds reden om de toegang tot vuurwapens te beperken. De socialistische coupplegers luisterden daarnaar, de islamisten van nu helaas niet. Zij hebben niet eens altijd vuurwapens nodig, ook alledaagse voorwerpen als dönermessen en vrachtwagens blijken effectief als je een massaslachting wilt aanrichten.

Er zijn dan ook landen die er anders tegenaan kijken, Tsjechië bijvoorbeeld. Tegen de rest van Europa in, liberaliseerde het land de wapenwet in 1995. Sindsdien kan iedere Tsjech een wapenvergunning aanvragen ter zelfverdediging, onder de voorwaarden dat hij een medische (en psychologische) check ondergaat, een Verklaring Omtrent Gedrag kan tonen en toetsen over het veilig omgaan met een vuurwapen haalt. Sinds 1995 is het aantal moorden in Tsjechië meer dan gehalveerd en is het land volgens de Global Peace Index het zesde veiligste land ter wereld, vijftien plaatsen boven Nederland, maar ook hoger dan Duitsland (16e), België (18e) en het Verenigd Koninkrijk (47e).

Ongeveer twee maanden geleden is Vrij Wapenbezit Nederland opgericht met als doel de Tsjechische wapenwet hier in Nederland over te nemen. De laatste jaren is het aantal voorstanders van liberalere wapenwetten sterk toegenomen. De politiek lijkt daar echter blind voor te zijn. Zolang dat zo blijft, zijn zij medeverantwoordelijk voor de onveiligheid.

Jasper de Groot is oprichter van Vrij Wapenbezit Nederland

Posted on

“Nederlands referendum geeft ook andere Europese burgers weer moed”

Beatrix von Storch, europarlementariër voor de eurosceptische partij Alternative für Deutschland, begroet op de voorpagina van het Duitse weekblad Junge Freiheit de uitslag van het Nederlandse referendum over het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne: “Het referendum van onze buren is een motie van wantrouwen tegen het machtskartel in Brussel.”

Von Storch roept in herinnering dat de gevestigde partijen na het referendum in 2005, waarin de EU-grondwet door de Nederlanders werd verworpen, het verdrag cosmetisch aanpasten om het vervolgens niet meer aan de kiezer voor te leggen. “Zo is het maar al te vaak gegaan: Als het aan de meerderheid van de burgers had gelegen, was er geen euro gekomen, geen massa-immigratie en ook geen politieke unie.”

“De EU en haar beleid kunnen in deze vorm slechts bestaan doordat ze ondemocratisch zijn. Burgerparticipatie en directe democratie zijn de eurocraten daarom net zo doorn in het oog als onafhankelijke parlementariërs en democratisch gekozen regeringen die de Unie-agenda niet steunen. De EU-politici zien geen probleem in een Europese superstaat maar veeleer in de democratie.”

De Duitse politica ziet het feit dat de fractieleider van de Groenen/EVA in het Europees Parlement, de Duitse Rebecca Harms, zich tegen referenda over EU-gerelateerde onderwerpen heeft uitgesproken, als goed voorbeeld daarvan. “Dat de Groenen, die zichzelf ooit voordeden als ‘anti-autoritair’ en basisdemocratisch en tot de voorvechters van directe democratie behoorden, daar vandaag de dag niets meer van willen weten, is inmiddels wel duidelijk.” Dit bevestigt volgens Von Storch dat de Groenen onderdeel zijn gaan uitmaken van de gevestigde politiek.

“De gevestigde partijen, EU-bureaucratie, financiële sector en Europees links aan de universiteiten en in de redacties vormen een nieuw machtskartel in Europa. Tot hun agenda behoort de schepping van een Europese superstaat door de afschaffing van de natiestaten, door de parlementen van hun macht te beroven en door democratische alternatieven uit te sluiten, door een gestuurde publieke opinie door te zetten door middel van internetcensuur en het lasteren van politiek andersdenkenden, door de vernietiging van het traditionele gezin en de humane, door het christendom gestempelde cultuur van Europa door gender mainstreaming en een beleid van onbegrensde immigratie vanuit islamitische landen.”

“Een geatomiseerde en cultureel ontwortelde samenleving kan effectiever gesurveilleerd, beïnvloed en beheerst worden. Dat is de ‘weg naar de slavernij’ die de liberale sociaal-filosoof Friedrich August von Hayek in zijn gelijknamige boek beschreef.”

“Zoals ieder systeem dat aan zijn eigen interne tegenstrijdigheden ten onder dreigt te gaan, probeert ook de EU door imperialistische grote projecten en het scheppen van steeds nieuwe vijandbeelden de aandacht af te leiden van haar falen. Terwijl het euro-debacle miljoenen mensen in armoede en werkeloosheid gestort heeft en de spaarcentjes van burgers bedreigt, heeft de EU praktisch buiten de openbaarheid om met de Oekraïne een associatieovereenkomst afgesloten. Dat is alle ontkenningen ten spijt niets anders als een voorstadium voor de opname van de Oekraïne in de EU – en dan ook in de NAVO. Voor een zo verreikende politieke beslissing was een breed politiek debat nodig geweest.”

De burgers van de meeste EU-lidstaten zijn volgens Von Storch echter nauwelijks geïnformeerd over het associatieverdrag, laat staan dat ze zich erover uit hebben kunnen spreken, aangezien het geen deel uitmaakte van de verkiezingscampagnes. In plaats daarvan is buiten de burgers om een nieuw conflict in Oost-Europa op de koop toe genomen.

De onlangs overleden oud-bondskanselier Helmut Schmidt sprak in verband met de Oekraïne-politiek van de EU in het voorjaar van 2014 dan ook van “grootheidswaan” en verweet EU-politici Europa in een situatie te brengen die vergelijkbaar is met die in augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. “Het associatieverdrag is namelijk niet slechts een vrijhandelsakkoord, het is tegelijkertijd een militair pact”, zo licht de europarlementariër de Duitse lezers voor. “Zo voorziet het bijvoorbeeld in manoeuvres met de Oekraïne in het kader van een gezamenlijk veiligheids- en defensiebeleid. Daarmee begeeft de EU zich op een directe politieke en zo mogelijk in de toekomst ook militaire confrontatiekoers met Rusland. Deze confrontatiekoers was niet wat de vredelievende burgers van Europa wilden en ze zijn daar ook niet over bevraagd.”

Von Storch ziet de stem van de Nederlanders tegen het associatieverdrag dan ook als een stem voor de vrede, “tegen geopolitieke avonturen die Europa in de afgrond zouden kunnen storten.”

Omdat de nationale parlementen het af hebben laten weten, nemen de burgers het heft met direct-democratische middelen zelf in handen. Nationale soevereiniteit naar buiten en directe democratie naar binnen, zijn volgens de AfD-politica dan ook twee zijden van dezelfde medaille.

In plaats van de autoritaire Europese superstaat met zijn gevaarlijke streven naar wereldmacht, ziet Von Stroch liever een alliantie van soevereine, direct-democratisch ingerichte natiestaten, die haar grenzen bewaakt en in vrede met haar buren leeft. “De Nederlanders hebben een daad gesteld voor vrijheid, vrede en soevereiniteit”, besluit Von Storch. “Daaraan zouden wij een voorbeeld moeten nemen.”

Posted on

Het geweer van Moroni

Toen Amalickiah, een vooraanstaand leider der Nephieten, er niet in slaagde om zichzelf tot koning te laten maken, liep hij over naar de Lamanieten. Een burgeroorlog ontstond. Kapitein Moroni van de Nephieten riep zijn volk te wapen. Hij deed dit door zijn mantel te nemen, hem te scheuren tot hij bruikbaar was als een vlag en schreef erop “In de gedenkenis van God, onze religie, en vrijheid, en onze vrede, en onze vrouwen, en onze kinderen”. Deze mantel werd de “title of liberty” genoemd en in de oorlog die volgde werd er een versie op elke toren gehesen die veroverd werd op de aspirant-tiran Amalickiah: “And it came to pass also, that he caused the title of liberty to be hoisted upon every tower which was in all the land, which was possessed by the Nephites; and thus Moroni planted the standard of liberty among the Nephites.” Daarna zou er nog een poging komen om een koning te installeren, die de bestaande kritocratie (heerschappij door rechters) omver wou werpen. De aanvoerder van deze poging, Pachus, botste op zijn beurt op Moroni en moest tevens het onderspit delven. Moroni toonde zijn volk dat om vrij te zijn van staatsdwingelandij men op God moest vertrouwen. Ieder die zich tot koning durfde kronen, of een koninklijk gedrag vertoonde, was een gevaar en moest verwijderd worden. Aldus staat geschreven in het boek van Mormon.

Men moet bij de titel koning niet puur het monarchale zien, maar het in de context zien zoals Lucius Junius Brutus het gezien zou hebben. Die verdreef de laatste Romeinse koning, Tarquinius Superbus, en zorgde ervoor dat het woord koning een gruwelijk verwijt werd. Zo gruwelijk dat Gaius Julius Caesar, die de gedragingen van een koning vertoonde, vermoord moest worden om zo de heilige waarden te beschermen.

De Bundy ranchers

Het is vanuit die redenering dat momenteel in Burns (Oregon, Verenigde Staten van Amerika) gewapende militieleden onder leiding van de Bundy familie grond bezetten die officieel in handen is van de Amerikaanse federale overheid. Amanda Peacher, journaliste voor OPB (Oregon Public Broadcasting), vroeg aan de persoon die de toegang tot de gronden bewaakte zijn naam. Het antwoord was: “I am captain Moroni, from Utah”. Utah is een Amerikaanse staat in het Midwesten en is gesticht vanaf 1847 door Mormoonse kolonisten onder leiding van Brigham Young. Zij waren daarvoor in oorlog geweest met staatsmilities uit Illinois. Stichter van de Mormoonse kerk, de Church of Latter Day Saints (LDS), Joseph Smith was in juni 1844 gelyncht door een menigte, daartoe aangezet door de Democratische gouverneur van Illinois Thomas Ford. Young had de Mormonen naar wat later Utah zou worden gebracht omdat gouverneur Ford hen begon uit te drijven met behulp van gewapende milities.

De Mormonen zouden nooit meer een grote fan zijn van de federale overheid. Ook door de rest van de Amerika werden en worden zij met een scheef oog bekeken. Mitt Romney, voormalig Republikeins presidentskandidaat, is een actief Mormoon en heeft een ietwat positiever beeld van de volgelingen van de LDS kunnen ophangen. Desondanks blijft het wantrouwen naar deze sekte/religie groot.

In 1910 breekt in Mexico een gewapende revolutie uit en moet Mormoon Abraham Bundy vluchten. Eerder in 1890 had hij zijn woonplaats in Beaver Dam Wash moeten ontvluchten door overstromingen. Aangekomen in  Arizona stichtte hij het dorpje Mount Trumbull, dat door iedereen Bundyville werd genoemd. In de winter van 1936-1937 werd Bundyville drie maanden afgesneden van de buitenwereld. Vee stierf bij de honderden. De Bundy’s waren echter taai. Zoals typisch is voor Mormonen, hadden zij zeer grote gezinnen. Matriarch Chloe had op haar 63 jaar reeds 50 kleinkinderen en achterkleinkinderen, nadat zij zelf 14 kinderen op de wereld had gezet. Eén van haar dochters, Genieve, had 16 kinderen gebaard en had al haar tanden nog (wat bij zwangere vrouwen met gebrekkige medische bijstand wel eens een probleem kan zijn). Alle Bundy’s waren gezond, intelligent en aantrekkelijk volgens schrijfster Maurin Whipple. Geen enkele afwijking onder al die kinderen te bespeuren, een taaie familie. Zij waren veeboeren en tussen 1925 en 1940 hadden zij bijna 4.000 are in bezit. Met de opkomst van een regulering van graasrechten verkregen zij echter niet de nodige rechten op water in hun graaslanden. Opnieuw moesten Mormonen vertrekken omdat hun leven onmogelijk werd gemaakt door een Amerikaanse staat.

De Bundy’s trokken naar Bunkerville (Nevada) in de jaren 1950 en begonnen met het verkrijgen van 160 are land. Deze keer wel met genoeg waterrechten. Huidig patriarch van de familie, Cliven Bundy, had in 1997 waterrechten verkregen bij een dozijn putten voor 100 veestuks tegelijk, bij sommige 250. In de jaren ’60 waren echter reeds de eerste donderwolken verschenen. Openbare gronden werden omgevormd van gebied voor mijnbouw en veeteelt naar ecologische bescherming en publieke ontspanningsgebieden. Het Bureau of Land Management (BLM) zou voortaan belastingen heffen op het vee en jaarlijks aanpassingen van de aantallen vee in de kuddes eisen. Eind jaren ’70 werden de activiteiten van ranchers zoals de Bundy’s als niet-prioritair beschouwd. Het zorgde voor de zogenaamde Sagebrush Rebellion, een beweging die eiste dat federale gronden werden overgedragen naar staten. Cliven Bundy zou deze zaak hartstochtelijk steunen. In 1993 moest zijn graasvergunning voor de vierde keer hernieuwd worden. Opnieuw verlaagde het BLM het aantal toegestane kuddedieren en verhoogde het de bestaande graastaksen. Tevens waarschuwde het BLM dat er nog meer veranderingen op til waren omdat men besloot de woestijnschildpad te beschermen. In andere woorden: de kans was groot dat Cliven Bundy voor de tweede keer zou kunnen verkassen. Opnieuw door regulering van een Amerikaanse staat. Begrijpelijk dat de man, zowel uit eigen ervaring als de geschiedenis van zijn geloofsgemeenschap, hier meer in zag dan enkel bureaucraten aan het werk. Vanaf 1998 begon Cliven Bundy aan een reeks rechtszaken om dit te tegen te gaan. Sinds 1994 was hij, uit protest tegen het BLM, al gestopt met het betalen van graastaksen. De meest recente uitspraak op 9 juli 2013 (United States vs Cliven Bundy) stelde alvast dat het publieke belang gebaat was bij het tegenhouden van grazend vee op federaal land.