Posted on

Partij in Libische burgeroorlog dreigt duizenden migranten door te laten

Het Libische ‘Algemene Volkscongres’ heeft Europa gedreigd met het doorlaten van duizenden vluchtelingen, als de Europese Unie de partij in de Libische burgeroorlog niet onverwijld als legitieme regering erkent en financieel ondersteunt.

“Waarom zouden we nog de miljoenen kostende verzorging van deze mensen voor onze rekening nemen, als de EU ons niet als staat erkent?”, aldus woordvoerder Jamal Zubia tegenover de Daily Telegraph.

“Ik heb mijn regering reeds meermalen aangeraden boten in beslag te nemen en de vluchtelingen daarin naar Europa te sturen. Wij beschermen de poorten van Europa, maar Europa ontzegt ons erkenning. Waarom zouden we dan de migranten bij ons ophouden?”, aldus de politicus verder tegen het Britse dagblad.

Het ‘Algemene Volkscongres’ waar Zubia voor spreekt, heeft afgelopen jaar met geweld de macht overgenomen in de Libische hoofdstad Tripoli, in het westen van het land en de internationaal erkende regering naar Tobroek in het oosten verdreven.

Sinds de val van Muammar Gadaffi in 2011, mede mogelijk gemaakt door luchtbombardementen door diverse westerse landen, vechten verschillende gewapende groepen in het land om de overhand. In 2012 kreeg Libische Dageraad in het westen van het land de overhand. De regio rond Tobroek is nog in handen van de internationaal erkende regering. Het zuidwesten wordt gecontroleerd door Toearegs en verder zijn verschillende islamistische milities actief, waaronder Islamitische Staat in de kuststrook rond Sirte.

Libië is een belangrijk doorgangsland voor Afrikaanse asielzoekers. Afgelopen jaar kwamen uit Libië al 170.000 vluchtelingen in Italië aan.

De Libische dictator Muammar Gadaffi profeteerde kort voor zijn val, in een in mei 2011 door het Russische blad Zavtra gepubliceerd interview, al:

“Hoort, o volkeren der NAVO, u bombardeert een muur die tot nu toe tegen de Afrikaanse migratie naar Europa en de terroristen van Al Qaida standgehouden heeft. Deze muur is Libië en u bent er op uit die af te breken. Wat voor narren bent u! U zult daarvoor in de hel garen, dat u deze lawine van migranten uit Afrika toegelaten en Al Qaida ondersteund heeft. Zo zal het zijn. Ik lieg nooit. En ik lieg ook ditmaal niet.”

 

Posted on 1 Comment

Rusland wil Libisch scenario voor Syrië voorkomen

Rusland wil voorkomen dat zich in Syrië een ‘Libisch scenario’ voltrekt. Daarom versterkt het land haar militaire aanwezigheid in Syrië. Dat maakt Poetin uiteraard eens te meer tot boeman in het Westen.

De acties van de Amerikaanse regering inzake Syrië gelden als weinig geslaagd. Nog altijd duurt de oorlog tussen het bewind van president Bashar al-Assad en de ‘Islamitische Staat’ (IS) voort. De talrijke luchtaanvallen van de Amerikanen op stellingen van IS hebben dat tot nog toe niet kunnen verhinderen. Dat de Russische president Vladimir Poetin nu openlijk de effectiviteit van de Amerikaanse luchtaanvallen in twijfel trekt, zit Obama en de zijnen natuurlijk niet lekker.

Het is echter niet alleen de Russische kritiek die in Washington wrevel wekt, maar ook het doortastende Russische handelen. Zo begon enkele dagen geleden in Jableh ten zuiden van de havenstad Latakia in het westen van Syrië de opbouw van een Russische luchtmachtbasis.

Op deze basis moeten zo’n 1000 militairen gestationeerd worden en naast gevechtsvliegtuigen komen er ook luchtafweer-raketsystemen van het type Pantsir-S-1. Deze militaire inspanningen vinden niet zonder reden plaats. Per slot van rekening is Rusland al een oude bondgenoot van Syrië en Assad. Syrië was ook al een bondgenoot van de Sovjet-Unie en heeft vanuit deze tijd nog een schuld van ongeveer 10 miljard Amerikaanse dollars uitstaan bij Rusland. Rusland beschikt ook nog altijd over een marinebasis in het Syrische Tartus. Dat is het enige militaire steunpunt van Rusland in het Middellandse Zeegebied, zodat het belang ervan duidelijk mag zijn.

Er zijn kortom oppervlakkig al genoeg redenen waarom Rusland de regering van Assad nog ondersteunt. Die steun krijgt sinds enige tijd gestalte in de vorm van wapenleveringen en militaire adviseurs/trainers. Er zijn echter ook diepere redenen voor de Russische opstelling.

Het gaat de Russische regering er namelijk vooral om in Syrië een ‘Libische scenario’ te voorkomen. De westerse militaire interventie in Libië ligt bij de Russen nog vers in het geheugen, maar niet op de manier waarop de politiek-mediale klasse in het Westen hierover spreekt. Rusland ziet het bombarderen van Libische regeringstroepen in 2011 terecht als misbruik van VN-resolutie 1973. Die resolutie legitimeerde immers geen militaire aanval op het bewind van Khadaffi, maar slecht een militair ingrijpen om de burgerbevolking te beschermen. Poetin voelde zich in dezen door het Westen bedrogen. En dat zal hem geen tweede keer gebeuren.

Vrede in Syrië zonder Assad niet haalbaar

De situatie in Libië na de val van Khadaffi laat bovendien een scenario zien, dat Rusland in Syrië in geen geval wenselijk acht. Libië is immers diep verzonken in terroristische chaos en een vergelijkbaar scenario in Syrië, zou voor Rusland betekenen dat de terroristen in de Noord-Kaukasus, waarmee Rusland sinds enige tijd in opnieuw toenemende mate te kampen heeft, een blijvende uitvalsbasis in het Midden-Oosten krijgen. Dat zou de bestrijding van deze groepen uiteraard bemoeilijken.

Bovendien gelooft in Moskou, anders dan in Washington en Brussel, niemand serieus dat een vreedzame oplossing in Syrië mogelijk is zonder Assad en zijn regering daarin te betrekken. Een verenigde oppositie met brede steun die na het vertrek van Assad  het bestuur over zou kunnen nemen, is er immers feitelijk niet.

Terwijl Rusland op de grond feiten schept, zijn de Verenigde Staten niet in staat een vreedzame oplossing voor Syrië na te streven die niet de val van Assad inhoudt, omdat de Amerikaanse bondgenoot Saoedi-Arabië die als ononderhandelbare voorwaarde stelt. Het wahabitische regime in Riaad wil Assad als de hoofdverantwoordelijke zien voor de ruim 200.000 doden van de nog altijd voortdurende oorlog, en wast de eigen handen in onschuld. Daarbij komt dat de Saoedi’s de positie van Iran, dat een belangrijke bondgenoot van Assad is, op alle mogelijke manieren wil verzwakken. In de afgelopen weken zou Iran daadwerkelijk troepen naar Syrië hebben gestuurd, het gaat naar verluidt om zo’n 1000 soldaten van de Revolutionaire Garde die het Syrische regeringsleger moeten versterken. Een en ander zou in nauw overleg met de Russen gebeurd zijn.

Zowel Rusland als Iran staan dus een oplossing voor Syrië zonder Assad in de weg. Turkije heeft intussen in eigen land de handen vol aan het oplaaiende conflict met Koerdische milities. Een oplossing voor Syrië die een versterking van de Koerdische positie zou betekenen en daarmee waarschijnlijk een burgeroorlog in Turkije, zal de Turkse regering uiteraard niet accepteren. Daar kunnen Rusland, Iran en Assad op rekenen, ongeacht hoe de Turkse opstelling tegenover Assad an sich is.

Door het Russische optreden in Syrië is kortom een vrede in Syrië mét Assad waarschijnlijker geworden. Of de Verenigde Staten of Saoedi-Arabië dit nog weten te verhinderen moet de toekomst uitwijzen.

Posted on

Migratie: Meerderheid bevolking voor opschorten ‘Schengen’

Een duidelijke meerderheid van de bevolking is voor het tenminste tijdelijk opschorten van de verdragen van Schengen die voorzien in het visumvrije reizen tussen de EU-lidstaten en het weer invoeren van vaste grenscontroles, dit blijkt uit een peiling van IFOP in opdracht van het Franse dagblad Le Figaro.

SchengenDesgevraagd antwoordde maar liefst 67% van de Fransen met ja, net als 63% van de Britten, 59% van de Nederlanders, 56% van de Italianen en 53% van de Duitsers. Uit het onderzoek van IFOP, blijkt dat niet alleen 89% van de Front National-kiezers en 77% van de LR(UMP)-kiezers, maar met 53 procent ook een meerderheid van de kiezers van de regerende Parti Socialiste voor opschorting van ‘Schengen’ is.

De regeringen van de lidstaten zijn het nog altijd niet eens over een aanpak van de immigratiecrisis.

Posted on

Het asielsysteem in Europa loopt op zijn laatste benen

Terwijl men er in EU-verband niet uitkomt hoe de vluchtelingen over de lidstaten verdeeld moeten worden, breekt aan steeds meer grenzen totale chaos uit.

Voor de Franse havenstad Calais hebben vrachtwagenchauffeurs te kampen met straten die vergeven zijn van de immigranten. Er zijn verscheidene tentdorpen ontstaan, niet alleen bij Calais, maar ook in de hoofdstad Parijs. De vrachtwagens kunnen in Calais soms slechts stapvoets rijden en moeten regelmatig stil houden, terwijl immigranten proberen in te breken om als verstekeling mee te gaan naar Engeland. De politie doet niets. De chauffeurs kunnen zich niet verweren tegen de meutes en sluiten zich op in hun cabines. Inmiddels duiken vergelijkbare filmpjes uit Bulgarije en Roemenië op. Dat de oversteek bij Calais moeilijk is, maakt dat steeds meer illegalen via de Nederlandse veerboten naar Engeland proberen te komen.

De hausse aan immigranten brengt steeds meer Europese landen in de problemen. Zo kondigde Hongarije aan uit nood gedreven een hek te gaan plaatsen aan de grens met Servië.

Vooral in Italië raakt men steeds verder de controle kwijt. De maffia verdient goed aan het overzetten van illegale immigranten. Het bracht Frankrijk er al toe diverse grensovergangen te sluiten. Aan de Italiaanse kant van de grensovergangen, maar ook in een grote stad als Milaan, houden zich duizenden illegalen op. Italië wil er vanaf, Frankrijk wil ze ook niet opnemen. Alleen het Italiaanse deel van Zwitserland resteert nog als ventiel, maar ook hier overweegt de overheid inmiddels de grensovergang te sluiten. De Italiaanse premier Matteo Renzi probeert druk te zetten op zijn Europese collega’s door te dreigen de illegalen Schengenvisums te geven.

En dan zijn er nog grote problemen op Malta, op de Spaanse exclaves in Noord-Afrika, in Griekenland en Bulgarije. Oostenrijk dat een relatief snelle asielprocedure kent, heeft een opnamestop aangekondigd en gaat vooral naar uitzettingen kijken. In Noorwegen dreigt de Vooruitgangspartij de stekker uit de regering te trekken als er geen volksraadpleging over het asielsysteem komt.

In vrijwel alle EU-lidstaten stijgen de asielaantallen inmiddels dramatisch. In sommige landen is zelfs sprake van een toename van 100%. De meeste asielzoekers willen naar Duitsland, Engeland en de Scandinavische landen. Zodoende is een steeds ongelijkere verdeling over de verscheidene EU-lidstaten ontstaan. De Europese Commissie wil nu tot een verdeelsleutel komen. Duitsland en Italië zijn daar voor. Verzet is er vooral van het Verenigd Koninkrijk en diverse Midden- en Oost-Europese landen, die relatief weinig asielzoekers opnemen, een verdeelsleutel zou dat recht trekken. Een compromis is niet in zicht.

Het akkoord van Dublin, dat inhoudt dat asielzoekers hun aanvraag moeten doen in de EU-lidstaat waar ze het eerst binnen komen, is al lang geen praktijk meer. Hongarije heeft het onlangs dan ook maar officieel opgezegd. Brussel ziet intussen hulpeloos toe hoe het asielsysteem in de ene lidstaat na de andere op zijn grenzen stuit.

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.

Posted on Leave a comment

Westen is verleerd strategisch te denken over militaire interventie

Zo betoogde prof. dr. Isabelle Duyvesteyn vorige week bij haar aantreden als hoogleraar Strategische Studies in Leiden.

“Vooral in de laatste twintig jaar is het ‘strategisch analfabetisme’ toegenomen: we zijn het verleerd om haalbare politieke doelstellingen te formuleren, om realistische militaire plannen ­daaraan te verbinden en om die twee in evenwicht en proportie toe te passen. Militaire bevelhebbers hebben geleerd zichzelf te zien als apolitiek en de opdrachten van hun politieke meesters op te volgen. Problemen volgen als de politiek steken laat vallen en geen eenduidige opdrachten stelt. De vertaalslag naar een militair uitvoerbaar plan liet vaak te wensen over”, aldus de nieuwe hoogleraar die vervolgens een aantal voorbeelden bespreekt, zoals de diverse invasies van Irak en de oorlog in Afghanistan.

Australische en Amerikaanse genisten bouwen een brug in Afghanistan. " " (Foto: Army.mil)
“We richten ons vooral op het lokaal opbouwen van basale civiele en militaire capaciteiten.” Australische en Amerikaanse genisten bouwen een brug in Afghanistan. (Foto: Army.mil)

“We kunnen niet anders dan concluderen” schrijft Duyvensteyn vervolgens, “dat we redelijk goed zijn in tactische verstoring van onze vijand in plaats van het genereren van strategisch effect. Recente conflicten laten zien dat het ontwikkelen van een strategische visie ontbreekt over hoe het verder moet met Irak, Afghanistan, ­Libië en Mali. We richten ons vooral op het lokaal opbouwen van basale civiele en militaire capaciteiten en het verstoren van de vijand – met bijvoorbeeld droneaanvallen in het Afghaans-Pakistaanse grensgebied, Jemen en Somalië en het afstoppen van irreguliere groeperingen die pogen stedelijk gebied te bezetten in het binnenland van Mali. Een politieke visie over hoe het realistisch verder zou moeten, is afwezig.”

Duyvensteyn is dan ook van mening dat het Westen een groot deel van de voortdurende problemen in landen als Irak, Afghanistan, Libië en de buurlanden aan zichzelf te danken heeft.

De volledige inaugurele rede is hier te vinden: Strategisch analfabetisme : de kunst van strategisch denken in moderne militaire operaties

Posted on Leave a comment

Syrië: Typisch 21ste-eeuws conflict? (video)

De Mediawerkgroep Syrië organiseerde onlangs in Leuven een avond waar de jurist Fernand Keuleneer sprak. Keuleneer is onder andere gespecialiseerd in Internationaal Recht.

In zijn spreekbeurt gaat Keuleneer onder meer in op de opzichten van waaruit het conflict in Syrië wordt geanalyseerd en bejegend. Hij legt de vinger bij de eenzijdige focus op mensenrechten en misdaden tegen de menselijkheid in de officiële analyse van het conflict in Syrië, en overigens ook van vergelijkbare conflicten, en bij de soms willekeurige toepassing daarvan.

… Dat is het einde van het internationaal recht natuurlijk.

Verder merkt hij op dat er van het begin af aan geen sprake is geweest van neutraliteit, maar van partijdigheid van de zijde van internationale instellingen zoals EU en VN: “Zo maakte hij duidelijk dat ‘internationaal recht’ werd omgevormd tot een ‘globaal recht’, met een selectieve inmenging in staten onder het mom van ‘mensenrechten’. Gelijke rechten tussen staten vallen weg en er ontstaat een asymmetrie die de neutraliteit van organisaties zoals de Verenigde Naties (VN) op de achtergrond drukt. De VN, die destijds werd opgericht om geschillen tussen staten te beslechten, gaat nu eenzijdig de kant kiezen van een bepaalde groepering of bepaalde individuen met meer conflicten en zwakkere staten als gevolg.”

Een video van de spreekbeurt is hieronder te bekijken:

Posted on Leave a comment

Er zit potentie in gezamenlijk EU-buitenlandsbeleid

Trineke Palm reageert op Peter van Dalen

Peter van Dalen stelt de vraag: wat is de echte toegevoegde waarde van de Hoge Vertegenwoordiger en EDEO? Het woordje “echte” geeft de richting van zijn antwoord al aan: weinig. Zijn analyse dat het conflict in Syrië de beperktheden van de EU als internationale actor blootlegt, is een breed gedeelde observatie. Zijn conclusie dat de positie van de HR moet worden overwogen en EDEO kan worden afgeslankt, ligt echter minder voor de hand.

Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton spreekt de minister van Buitenlandse Zaken, bijeen als Europese Raad, toe (Foto: EEAS).
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton spreekt de ministers van Buitenlandse Zaken, bijeen als Europese Raad, toe (Foto: EEAS).

Aan de hand van het (gebrek aan) optreden van de EU in het conflict in Syrië, en daarvoor Mali en Libië, beargumenteert Van Dalen dat de macht van de EU in het internationale speelveld beperkt is. Dit is een breed gedeelde observatie. De gevolgtrekking die Van Dalen hieruit maakt, namelijk dat de positie van de HV moet worden overwogen en EDEO in afgeslankte vorm verder moet, ligt echter minder voor de hand.

Ten eerste, hoewel deze conflicten kritiek zijn in de zin dat het op deze momenten aankomt, zijn ze tevens een heel hoge standaard om een geheel buitenlands beleid aan af te meten. Ook de NAVO en de VN hebben dit conflict (nog) niet succesvol ten einde weten te brengen.

Ten tweede, het heroverwegen van de positie van de HV en het afslanken van EDEO lossen het probleem van Syrië ook niet op. Het is een te makkelijke oplossing om de verantwoordelijkheid van de EU als geheel weg te schuiven en daarmee de weg vrij te maken voor andere grootmachten.

Ten derde, vanuit dezelfde analyse kan gepleit worden voor het versterken van de positie van de HV, o.a. door EDEO te versterken. Pas dan kan er tegenwicht worden geboden aan het “eigenhandig” optreden van lidstaten en andere grootmachten. Zoals Van Dalen aangeeft, juist de EU kan een onderscheidende positie innemen. Er zit dus potentie in een gezamenlijk buitenlands beleid. Dan is het dus zaak om, ook vanuit het Europees Parlement, vanuit een constructief kritische houding te kijken hoe dit vorm kan worden gegeven. De notie om publieke gerechtigheid te zoeken, één van de kernbegrippen in het christelijk politieke denken, beperkt zich niet tot een bepaalde overheidslaag. Juist het zoeken van publieke gerechtigheid is misschien wel van toepassing op het EU buitenlands beleid.

Posted on Leave a comment

Syrië en de Barones

De opstand in Syrië is de afgelopen twee jaar uitgemond in een sektarische burgeroorlog waar de internationale politiek geen antwoord op lijkt te hebben. Waar andere landen actief zoeken naar overleg, of één van de partijen daadwerkelijk steunt, is de afwezige in het debat de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, barones Catherine Ashton. Dat doet de vraag rijzen of een gemeenschappelijk Europees buitenlandbeleid op alle onderdelen haalbaar is. Wat is de echte toegevoegde waarde van deze functie van de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Dienst van Extern Optreden (EDEO)?

Dubbele pet Ashton
De functie van de Hoge Vertegenwoordiger is geregeld in het Verdrag van Lissabon in 2009. Tot de taken behoren leiding geven aan de instrumenten van het buitenlands beleid, dus onder andere de diplomatieke dienst van de EU, de EDEO. Maar wat deze functie bemoeilijkt, is dat de vertegenwoordiger een functie in de Europese Raad combineert met een functie in de Europese Commissie. Mevrouw Ashton heeft dus een dubbele pet op. De verhoudingen tussen de Europese instellingen vertroebelt op deze manier. Want namens wie spreekt Ashton? Namens de lidstaten of namens de Europese Commissie? De vertegenwoordiger mag uitsluitend op punten waar consensus heerst namens alle lidstaten optreden, een verzwarende factor dus. Want dit zal in de praktijk vooral onderwerpen betreffen die letterlijk of figuurlijk ver van Europa afstaan. De Eurofractie van de ChristenUnie heeft zich altijd uitgesproken tegen dit gevaar van de twee, mogelijk tegenstrijdige, functies die Ashton vertegenwoordigt.

Toegevoegde waarde Hoge Vertegenwoordiger beperkt
We zagen al eerder dat de rol van Ashton in de internationale politiek beperkt is. Zowel de escalatie in Mali en de situatie in Libië lieten zien dat Europa geen collectieve vuist kan maken, maar individuele lidstaten het initiatief naar zich toetrekken. Maar nu ook in Syrië, een conflict dat na twee jaar al meer dan 93.000 mensen het leven heeft gekost, is Ashton opnieuw onzichtbaar. Dit zorgt er voor dat de geloofwaardigheid van de Europese Unie in het buitenlandse beleid aan betekenis inboet. Met Syrië had de Europese Unie bijvoorbeeld een belangrijk verschil kunnen maken in de organisatie van de conferentie in Genève die mogelijk aanstaande is. Die bijeenkomst, waar zowel de oppositie als vertegenwoordigers van het regime aanwezig zijn, kan een van de laatste mogelijkheden zijn om een echte oplossing van het conflict te vinden. De Europese Unie had een rol kunnen spelen omdat het zich onderscheidt van andere machtsblokken en zowel met de oppositie als het regime zou kunnen overleggen. In tegenstelling tot met name Rusland en de Verenigde Staten. De tijd slinkt echter, en we hebben 27 mei jl. al het einde van het wapenembargo voor de Syrische oppositie gezien.

Hoge Vertegenwoordiger Catherin Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)

De kans voor Europa om deze onderhandelingen te leiden is gemist en toont dat bij de echt grote internationale onderwerpen en conflicten het de grootmachten als de Verenigde Staten, Rusland, maar ook Groot-Brittannië en Frankrijk, zijn, die de dienst uitmaken. De EDEO blijft ook afhankelijk voor informatie en inlichtingen van de nationale lidstaten. Primair Frankrijk en Engeland. Dit zijn echter ook de landen die de grootste voorstanders waren van het beëindigen van het wapenembargo in Syrië. Dat maakt de Hoge Vertegenwoordiger erg kwetsbaar.

EDEO terug naar kerntaken
De rol van de Hoge Vertegenwoordiger en de EDEO moet worden heroverwogen. De toegevoegde waarde van de EDEO is beperkt aangezien op belangrijke internationale vraagstukken er geen EU-consensus te bereiken is. Dat betekent dus ook dat de dienst kan worden afgeslankt. Om zich te concentreren op taken en aandachtsvelden waar de Europese landen het met elkaar eens zijn en waarvoor geen bevoegdheden op militair en inlichtingengebied naar Brussel hoeft te worden overgeheveld. Dit zijn taken zoals het ondersteunen bij en coördineren van concrete missies bijvoorbeeld bij de bestrijding van piraterij voor de kust van Somalië. Adequate hulp aan vluchtelingen uit Syrië kan ook zo´n missie zijn. En focus op heel concrete onderwerpen als opkomen voor vrijheid van godsdienst en steunverlening bij de opbouw van jonge democratieën als Birma. Door zo’n aanpak wint de EDEO aan geloofwaardigheid. Geloofwaardigheid die Barones Ashton helaas vooral met het Syrische conflict heeft verloren.

Posted on Leave a comment

6500 betogers voor Franse staatstelevisie tijdens interview Hollande

Gisteravond hebben 6500 mensen deelgenomen aan het protest tegen president Hollande voor de gebouwen van de Franse staatstelevisie. Ditmaal hebben de organisatoren met meerdere ploegen de manifestanten geteld bij hun aankomst voor de televisiestudio’s. Het aantal deelnemers wordt systematisch door de officiële media gereduceerd tot in het belachelijke. Als men weet dat er gisteren meer dan 500 ordehandhavers gemobiliseerd zijn, dan gaat het niet over een betoginkje van een paar honderd mensen zoals vele nieuwssites (zie onder andere het filmpje onderaan dit bericht) beweren.

2380785_manifestation-contre-le-mariage-homosexuel-a-paris-le-28-mars-2013

De manifestanten eisen de intrekking van het wetsvoorstel voor het homohuwelijk, dat na de goedkeuring in de Assemblée vanaf volgende week in de Senaat wordt besproken. Om zijn populariteit op te krikken liet Hollande zich interviewen door David Pujadas van de overheidszender France 2. Het homohuwelijk kwam pas aan het einde van het interview aan bod. Eerst ging het over de slechte economische situatie, de hoge belastingdruk, de militaire interventie in Mali, … In het algemeen maakte de president een onzekere en zwakke indruk. Zelfs de regeringsvriendelijke krant Le Monde schrijft vandaag dat de populariteit van Hollande niet zal stijgen en dat hij te weinig voluntarisme in zijn pleidooi stak. Zowel links als rechts zijn het er over eens dat het sop de kool niet waard is.

Demonstranten schenken bloemen aan de ordetroepen, die hen verleden zondag hardhandig met traangas en wapenstok van de Champs Elysées verdreven.
Demonstranten schenken bloemen aan de ordetroepen, die hen afgelopen zondag hardhandig met traangas en wapenstok van de Champs Elysées verdreven.

Hollande verklaarde niet te willen terugkomen op het homohuwelijk. Hij accepteert het gegeven dat er protest is, maar vind dit niet de moeite waard om bij stil te staan. Hij is vooraf met het Parlement overeengekomen om de adoptie door homokoppels onder bepaalde omstandigheden toe te staan; de kunstmatige voortplanting (PMA: procréation médicalement assistée) door te verwijzen naar een ethische commissie, die aan het einde van het jaar een beslissing zal nemen; en het draagmoederschap (GPA: gestation pour autrui) zal tijdens zijn ambstermijn niet gelegaliseerd worden. Zo verzekerde hij.

Gedurende de 17 jaar dat Chirac en Sarkozy president waren, kwam er geen homohuwelijk, euthanasie, migrantenstemrecht, … Nu links weer de meerderheid heeft in het parlement en ook het presidentschap, raast het laïcisme als een dolgedraaide stier door de Franse samenleving, om zo snel mogelijk de ethische achterstand in te halen op landen als Belgë, Spanje, Nederland, …

De manifestanten zijn echter vastberaden om niet op te geven en hun acties te radicaliseren om het voorstel in de Senaat te laten blokkeren. Overal in Frankrijk zijn actiecomités tegen het homohuwelijk werkzaam, om ministers en regeringsleden luidruchtig te verwelkomen tijdens hun werkbezoeken. Via sms-berichten zijn in een mum van tijd honderden mensen gemobiliseerd in steden zoals Lyon.