Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Onverdraagzaam fanatisme extreemlinks leidt tot terreur

Op 19 januari 1984 gooiden zelf benoemde ‘anti-apartheidsactivisten’ – lees: barbaren – de bibliotheek van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging in een Amsterdamse gracht. Twee jaar later belegerde dezelfde mensensoort een hotel in Kedichem, waar de Centrumdemocraten van Hans Janmaat een bijeenkomst hielden. Het gebouw werd in brand gestoken en bij de secretaresse van Janmaat moest na hun vluchtpoging een been worden geamputeerd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was Nederland regelmatig het toneel van veldslagen tussen krakers en hun sympathisanten enerzijds en de overheid en de bevolking anderzijds. Rellen in Amsterdam waren in die jaren aan de orde van de dag, en ook in Groningen, Utrecht en Nijmegen werd door krakers en andersoortige activisten terreur uitgeoefend. Ook het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985 voltrok zich deels in wolken traangas.

De terreur ging nog een stap verder in 1991 met de bomaanslag op het huis van staatssecretaris Aad Kosto, verantwoordelijk voor het vluchtelingenbeleid. De jaren daarvoor werden benzinestations en groothandels, die handel dreven met onder meer Zuid-Afrika, in de brand gestoken. De aanslagen werden opgeëist door RaRa, de Revolutionaire Anti-Racistische Actie. Eén lid van deze terreurgroep werd ooit veroordeeld. Hij woont tegenwoordig in Venezuela!

Voorlopig dieptepunt is de moord op Pim Fortuyn in 2002, die bij ieder publiek optreden al werd belaagd door linkse activisten. En uit eigen ervaring weet ik dat om die moord in progressieve kringen geen traan is gelaten. En al die jaren, tot de dag van vandaag, moeten politici en schrijvers rekening houden met bekladde ramen en muren en dichtgekitte sloten, alleen omdat ze in de ogen van de ‘activisten’ – lees: terroristen – er een verkeerde mening op na houden.

Civitas Christiana

Het laatste slachtoffer van deze linkse terreur is Civitas Christiana. De mensen van deze bij Nijmegen gevestigde stichting staan al regelmatig bloot aan laster en fysiek geweld. Linkse activisten verstoren hun manifestaties. ‘Havanna aan de Waal’ was altijd al een broeinest van extreemlinkse acties. Nu hebben zij afgelopen week het kantoor van Civitas beschadigd en beklad. Uiteraard in de nacht en anoniem, want het daglicht verdragen zij niet.

Het is niet moeilijk te achterhalen uit welke hoek deze activisten komen. Via geplakte stickers en een pamflet (inclusief spelfouten en slechte grammatica) laten zij hun geloofspapieren zien. De verklaring bevat de bekende ronkende zinnen als “Het uiterst conservatieve gedachtegoed van Civitas Christiana is een aanval op ons allen en is exemplarisch voor het politieke klimaat waar we in leven. We moeten als progressieve idealisten ons niet laten verdelen maar zien dat onze strijd een geheel vormt voor een wereld waar gelijkheid, solidariteit en vrijheid centraal staan.”

Voorhoedegedachte

Wie zijn die “allen”? “Exemplarisch politiek klimaat”? Het is opmerkelijk dat activistische minderheden altijd voor ons “allen” praten. De voorhoedegedachte zit diep in de genen bij extreemlinks. En het politieke klimaat lijkt me wat betreft de speerpunten van het anonieme linkse groepje (recht op abortus, rechten voor transgenders, vernietiging patriarchaat) beter dan ooit. De terreurachtergrond van hen wordt echter helemaal duidelijk met deze zinsnede: “Ze zien het als hun missie om katholieke beschaving te verspreiden en om de progressieve waarden die voortkwamen uit bijvoorbeeld de Franse revolutie en de sociale bewegingen uit de vorige eeuw teniet te doen.”

Terreur van links

De Franse revolutie zette namelijk de toon voor de terreur van links. Het was, net als de revoluties in de 20ste eeuw in Rusland, China, Vietnam, Cuba, en Cambodja, een staatsgreep door een fanatieke en intolerante minderheid. Na 1795 maakte de guillotine overuren, net zoals de geheime politie in genoemde landen in de vorige eeuw mensen voor het executiepeleton plaatste.

De voorhoede, het kleine groepje partijleiders, moet het volk leiden naar een glorieuze toekomst. Die toekomst, de marxistische transformatie van socialisme naar communisme en het afsterven van de staat, werd door de ‘proletarische voorhoede’ keer op keer uitgesteld. Zogeheten ‘vijanden van het volk’ belemmerden de realisering van de ‘heilstaat’ en werden daarom opgespoord, verbannen en vermoord. En waar de linkse extremisten er niet in slaagden de macht te grijpen, organiseerden ze zich in terroristische groepen, die het volk rijp moesten maken voor het ‘rode paradijs’.

Alleen al het lezen van biografieën van partijleiders of terroristen laat zien dat de weg naar het paradijs, de heilstaat, niet geplaveid is met goede bedoelingen, maar met de dode lichamen van honderdduizenden onschuldige mensen. Dit scenario is keurig samengevat in ‘De revolutionaire catechismus’ (1869) van Sergej Netsjajev. De catechismus is een opsomming van 26 stellingen met slechts één thema: vernietiging. Stelling 6 bijvoorbeeld:

“Tiranniek ten opzichte van zichzelf, moet hij [de revolutionair] ook tiranniek ten opzichte van anderen zijn. Hij moet alle zachtzinnige, verzwakkende gevoelens van verwantschap, liefde, vriendschap, dankbaarheid en zelfs van eer in zichzelf onderdrukken en moet de ijskoude, doelgerichte hartstocht voor de revolutie ruimte geven. Voor hem geldt slechts één vreugde, één troost, één loon en één bevrediging — het slagen van de revolutie. Dag en nacht mag hij maar één gedachte, één doel voor ogen hebben — de meedogenloze vernietiging. Terwijl hij onvermoeibaar en koudbloedig dit doel nastreeft, moet hij bereid zijn, om zichzelf te vernietigen en met zijn eigen handen alles te vernietigen, wat de revolutie in de weg staat.”

Geldingsdrang

De vraag is waarom mensen overgaan tot dit denken en handelen? Natuurlijk zullen er een paar naïeve idealisten zijn die oprecht denken dat ze aan het werk zijn voor een betere wereld. Voor de rest zal het een mengsel zijn van geldingsdrang, “kijk mij eens bezig zijn voor de goede zaak” en rauwe machtspolitiek. Binnen links lopen heel veel machtswellustige mannen en vrouwen rond, die bereid zijn heel ver te gaan om hun doel te bereiken. Opnieuw, lees de biografieën van de partijleiders. Overtuigd van hun eigen gelijk zijn ze voortdurend op zoek naar doelwitten, binnen én buiten de organisatie. Het elkaar de maat nemen – hoe ver durf jij te gaan, hoe radicaal ben jij eigenlijk? – leidt bijvoorbeeld tot nachtelijk activisme. Zogenaamd voor de goede zaak, maar feitelijk een wedstrijdje elkaar ophitsen wie het meeste durft. Je moet ook wat, als je de hele dag in touw bent voor de realisering van het rode paradijs. Nescio had er een mooie roman over kunnen schrijven.

De jongens en meisjes die afgelopen week het kantoor van Civitas Christiana bekladden zijn een slap aftreksel van de terreur van de Russische nihilisten die zich lieten leiden door ‘De revolutionaire catechismus’. Maar ze staan, net als de anti-apartheidsactivisten en antiracisten, wel degelijk in dezelfde traditie, die begint met intimidatie, geweld, intolerantie, minachting en uiteindelijk leidt naar terreur.

Posted on

Racisme is nieuws, zelfs als het geen racisme is

Deze week verspreidde de NOS een video van een ruzie in een vliegtuig. Een blanke man zou zich racistisch hebben uitgelaten tegen een zwarte medepassagier. Toen ik dit kreeg voorgeschoteld las ik alleen de titel en vroeg me direct af waarom dit zo breed werd uitgemeten. Waarom maakt de NOS een losstaand voorval zó groot? Zijn er niet voortdurend ruzies tussen passagiers in veel te krappe vliegtuigen? Waarom is er geen aandacht voor de systematische anti-blanke plaasmoorde in Zuid-Afrika? De vraag borrelde op, de vraag verstierf – ik swipete verder door het nieuws.

http://www.novini.nl/doelgerichte-eliminatie-blanke-boeren-zuid-afrika/

Later ving ik op dat de blanke man überhaupt niet ‘black’ zou hebben gezegd, maar ‘blasted’, en dat het dus een gevalletje nepnieuws was. Dit was voor mij de aanleiding om hier nog eens op metaniveau bij stil te staan. Wanneer is iets ‘nieuws’? Het komt voor dat ik een idee krijg en direct besluit dat dat idee nieuws is. Zo simpel kan het soms zijn. Natuurlijk niet zomaar elk idee – het moet wel een goed idee zijn. Gelukkig kan ik dat zelf goed afwegen. Maar u snapt mijn punt.

Priming

Ik bedoel dat iedere berichtgeving politieke implicaties heeft – puur door de themakeuze. Als leerlingen van alles leren over kolonialisme, nazisme en Nelson Mandela, maar niets over Joegoslavië, de late periode van het Romeinse Rijk en de Armeense genocide, dan hebben we het over priming. De leerling wordt klaargemaakt om informatie in te nemen die een politiek-correct wereldbeeld versterkt. Hij krijgt kennis over de meest duistere perioden in de historie van onze Europese voorvaderen, maar leert niets over hoe rijken en staten uiteenvallen bij ongecontroleerde migratiestromen en onvoldoende culturele samenhang.

Dit leidt tot de vraag of we het ‘vliegtuigfilmpje’ überhaupt moeten willen behandelen. Het is boeiend om stil te staan bij de voors en tegens. De grote vraag wat de NOS hiermee wil, is interessant voor zowel rechts als links. Want het probleem van de tegenwoordige tijd is dat elke situatie waarin (een lid van) een minderheid benadeeld wordt, waar er zelfs maar de schijn daarvan bestaat, per definitie als racistisch of discriminerend wordt neergezet. Voortdurend versterkt deze berichtgeving de suggestie dat onze maatschappij discriminerender is dan dat deze feitelijk is.

Wie de blanke doorsnee-inwoner van Nederland liefheeft, is nu gedwongen om deze priming casus voor casus te ontmantelen. Dit is ook voor links een groot probleem, want hierdoor blijft het debat over cultuurmarxistische issues gaan. Door überhaupt in te gaan op de casussen blijft het debat geconcentreerd op identity politics en niet op neem nu het hervormen van de huizenmarkt of de flexibilisering van arbeid. Ewald Engelen en de SP zullen mijn gelijk op dit punt moeten erkennen.

http://www.novini.nl/een-reeel-alternatief-voor-de-klassenstrijd-van-ewald-engelen/

De priming van de NOS is dus goed voor cultureel links en economisch rechts, en slecht voor economisch links en cultureel rechts. Dit sluit precies aan bij een analyse die ik al jaren uitdraag en die ik in mijn nieuwe boek Kerkgangers en Zuilenbouwers verder uitwerk. Namelijk dat het neoliberale grootkapitaal plus globalistische multinationals, de handen ineenslaan met cultuurmarxistische academici plus SJW-activisten. Zij trekken samen op tegen de middenklasse. De middenklasse wordt bejegend als cultureel achterblijfsel van het nationalisme, met haar tradities zoals Sinterklaas en Zwarte Piet. De middenklasse vangt tegelijk de economische klappen op van de globalisering, de massamigratie en de automatisering.

De identity politics van links houdt de middenklasse in morele zin gevangen in het defensief, terwijl haar economische belangen tegelijk worden weggespeeld in de globalisering. Alleen de bouw van een Nieuwe Zuil kan deze krab met twee scharen weerstand bieden.

Framing

Ondertussen is de kernzaak, of die man nu het woord ‘black’ of ‘blasted’ gebruikte en of het bericht van een racistisch incident dus wel of niet berust op nepnieuws, ondergesneeuwd door het emotionele geblaat daaromheen. Media als Twitter lenen zich niet voor genuanceerde analyses: toch wordt van sommige twitteraars ieder woord kapot geanalyseerd. Hoe dan ook versterkt dit emotionele geblaat identity politics – het voedt cultuurmarxisme en leidt de aandacht af van de alarmerende toestand van de middenklasse in Westerse landen.

Op zaterdag 8 december organiseer ik een Café Middag in Amersfoort. Hier zal mijn nieuwe boek worden gepresenteerd, Kerkgangers en Zuilenbouwers, dat mogelijk is gemaakt door een crowdfunding. Het boek bevat analyses over vrijheid en het belang van culturele samenhang. Ook komen ‘gewone’ mensen aan het woord die de vrijheid liefhebben en wegens hun mening worden uitgesloten. Bestel hier uw ticket.

Daarom is de video een uitstekende val van de NOS. Want zelfs als je de hele wereld weet te overtuigen dat de razende blanke man geen racist is, dan is hij alsnog een eikel, en wie een eikel verdedigt moet zelf ook wel een eikel zijn. Zo gaat dat in de beeldvorming. Maar wie stewardess is weet: passagiers vechten elkaar dagelijks de tent uit. Door dit asociale gedrag te framen als racisme is de toon weer gezet en zijn daar weer onderzoekjes uit te slepen voor academici van de linkse kerk, die zich warmen aan het dampende lijk van de Europese middenklasse.

Posted on

Anton Jäger en Sid Lukkassen in debat over cultuurmarxisme

Vrijdag is ‘vrijdenkers dag’ bij Klara, een in België geproduceerd radioprogramma/podcast, gepresenteerd door Werner Trio. Onlangs vond daar – naar aanleiding van een bundel over dat onderwerp – een interessante discussie plaats over ‘cultuurmarxisme’, waarin Sid Lukkassen de degens kruiste met Anton Jäger, terwijl Eric Hendriks telefonisch werd geconsulteerd over het onderwerp in relatie tot de Mao’s ‘Culturele Revolutie’ in het China van 1966 tot 1976.

Jäger zet aan het begin uiteen hoe hij het begrip cultuurmarxisme opvat, namelijk als een “rechtse benaming voor een bepaalde tendens ter linkerzijde om maatschappelijke kwesties door de lens van cultuur te gaan interpreteren en dan vooral ook politiek als een culturele taak te gaan opvatten”. Lukkassen stelt daartegenover dat cultuurmarxisme al een oudere term is en niet specifiek een moderne rechtse benaming voor een links verschijnsel. Integendeel zelfs: oorspronkelijk wordt de term in de 60-er jaren al benut in academisch-filosofische kringen. Hij zet uiteen dat het marxisme geleidelijk aan het pad van de economie ontstijgt en inmiddels wordt toegepast in termen van cultuur.

http://www.novini.nl/cultuurmarxisme-een-strijd-om-het-denken/

Met andere woorden: waar het oorspronkelijke marxisme gelijke uitkomsten en opbrengsten bepleit voor deelnemers in de economie, is het nu kennelijk populair hetzelfde toe te passen in het denken over de uitkomsten en opbrengsten van cultuur. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de magere economische en culturele resultaten van Afrikaanse landen, die categorisch worden geweten aan de – voormalige – kolonisatiedrang van het Westen. Dit bracht bijvoorbeeld de Amsterdamse hoogleraar Gloria Wekker tot de slotsom dat “de witte, westerse mens een per definitie racistische mens is”, vanwege het feit dat de vigerende – ‘witte’ – cultuur zou zijn gevestigd uit middelen die zijn vergaard in de koloniale tijd.

Zowel Jäger als Lukkassen gaan diep in op de grondslagen van de filosofie achter het cultuurmarxisme, hetgeen deze podcastaflevering absoluut de moeite waard maakt om te beluisteren.

Posted on

Cultuurmarxisme: een strijd om het denken

Een complottheorie voor extreemrechts? Dat is hoe de term cultuurmarxisme, die onlangs opdook in het Nederlandse publieke debat, veelal wordt weggezet. Met die Pavlovreactie kan ook de bundel “Cultuurmarxisme” worden neergesabeld in de kritieken, zo er überhaupt al aandacht aan wordt besteed. Let wel: een oordeel dat al geveld is voordat er een letter is gelezen.

Dit geeft cultuurmarxisme al enigszins weer als waartoe het in leven is geroepen: een strijd om het denken. Want wat is cultuurmarxisme? Is het gelijk aan de politieke correctheid? Marx toegepast op de cultuur?

De term wordt regelmatig als onwerkbaar beschouwd. Bovendien zouden er geen cultuurmarxisten bestaan. In dit boek schrijft daarentegen iemand mee die zichzelf als voormalig cultuurmarxist bestempelt. Puck van der Land nam jarenlang mee aan het ‘cultuurmarxistische samenlevingsverband’ van de Rotterdamse commune, wat stil ter ziele ging in 1991.

Deze bundel, waar dertien auteurs aan meeschreven, geeft een overzicht van de invloed van het nieuwe en naoorlogse marxisme op verscheidene vlakken van de Nederlandse samenleving en binnen het grotere geheel van de westerse wereld. De revolutionaire en marxistische invloeden in de wetenschap en het onderwijs, kunst en cultuur, politiek en media worden beschreven en bediscussieerd. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar die ene Italiaanse ideoloog.

Gramsci

Medeauteur Sid Lukassen duikt met ons in de invloed van Antonio Gramsci (1891-1937), de leider van de Italiaanse communistische partij ten tijde van Mussolini, die zijn electoraal verlies verklaarde doordat de arbeiders cultureel nog niet waren voorbereid op de marxistische revolutie. Daarom wilde Gramsci de heersende hegemonie van traditionele en religieuze waarden doorbreken om de voorwaarden te scheppen voor de communistische heilsstaat.

Het huidige links kampt met een soortgelijk probleem van mensen die overstappen van socialistische partijen naar bijvoorbeeld de PVV of Front National. Het cultureel conservatieve Europa staat hierin tegenover een ‘diversiteitsdenken’. De perfect storm van het islam-en immigratiedebat, het EU-debat en de vluchtelingencrisis hebben deze tegenstellingen op scherp gezet. Ironisch genoeg kiest West-Europa doorgaans voor een kosmopolitisme met de ontchristelijkte waarden van compassie en openheid, waar het voormalige Oostblok veelal de christelijke identiteit benadrukt.

Gramsci’s cultuurmarxisme betreft de vraag hoe de heersende klasse de instemming van de ondergeschikte klasse verkrijgt en hoe die laatste de oude orde kan omverwerpen en een nieuwe opbouwen. Het verschil tussen Oost-en West-Europa is het verschil tussen Marx en Gramsci, tussen economisme en marxisme als cultuurgoed. Autoriteiten, tradities en historische instituties inspireren loyaliteiten bij de burgers aan koning, kerk en kapitaal, die doorbroken moeten worden. In het Westerse socialisme werd economisme ondergeschikt aan de culturele benadering.

Het nieuwe marxisme

De nieuwe marxistische theorievorming die hiervoor noodzakelijk bleek, werd grotendeels ingevuld door de Frankfurter Schule, die de kritische theorie ontwierp als de ultieme toepassing van de revolutie op de Westerse cultuur. De superstructuur, die bij Marx slechts van ondergeschikt belang was, werd een obsessie voor de nieuwe marxisten.

Gramsci formuleert dit als een revolutionaire stellingenoorlog (WOI) in vergelijking met de snelle revolutie in Rusland. Het is een permanente revolutie die minderheden mobiliseert om de culturele hegemonie te doorbreken. Cultuurmarxisme mobiliseert bijgevolg minderheden tegen de hoofdcultuur en ook de islam leent zich daarvoor.

Zo besteedt historicus Jan Herman Brinks aandacht aan wat hij noemt het ‘drievoudig falen’ van westerse fellow travellers tegenover de totalitaire krachten van het bolsjewisme, maoïsme en islamisme. In de islam is een nieuw proletariaat gevonden dat gered moet worden en dat de blinde intelligentsia noopt om de bevolking opnieuw op te voeden in antifascisme en multiculturalisme.

De uiteindelijke emancipatie

De ultieme bevrijding van het individu, het einddoel van de geschiedenis, moet in het cultuurmarxisme bereikt worden door de mens los te maken van traditionele instituties en autoriteiten. Als zaadjes in een bevroren stuk grond van culturele gewoonten moet men tot ontkieming worden gebracht door het ploegwerk van de staatsmacht.

Het boek is tevens de academische last stand van redacteur Paul Cliteur. Het is een aanklacht tegen de politieke correctheid en tegen de lange mars door de instituties: het veronderstelde cultuurmarxistische project dat ernaar streeft om door geweldloze ondermijning van democratische en niet-politieke instituties macht te verwerven voor het individu.

Zoals genoemd richt cultuurmarxisme zich op de cultuur, waar het klassieke marxisme de economie het primaat gaf, en probeert het de culturele hegemonie binnen de kranten, omroepen en andere media te verkrijgen door de enkeling te emanciperen. Cliteur bestrijdt specifiek de ‘cultuurmarxistische oorlog’ tegen de democratie. Hij ontwaart een zestal cultuurmarxistische trends, waaronder postmodernisme, cultuurrelativisme en identity politics, die consequent toegepast tot het einde van de democratie leiden.

Ironisch genoeg noemt Cliteur hier Karl Popper’s motto om totalitaire uitdagingen te weerstaan: “Geen tolerantie voor de intoleranten.” Een leuze die 80 pagina’s verderop door Brinks wordt verwoord als “geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid”, maar daar als adagium van zowel de Franse als de Russische revolutie geldt.

Is dit credo nu te gebruiken ter bescherming van de democratie tegen totalitarisme en het zogenoemde cultuurmarxisme? Of ging het ontstaan van de moderne democratische idealen gepaard met een kreet die via het liberalisme en bolsjewisme ook in het cultuurmarxisme terecht is gekomen en daarin juist een bedreiging vormt voor onze democratische instituties door ook deze tot in den treure te ‘democratiseren’?

Het laatste essay van deze bundel biedt een uitweg uit deze impasse.

De permanente revolutie

Socioloog Eric Hendriks beschrijft hoe een neo-marxistisch denkschema bestaande uit een tweedeling tussen onderdrukkers en onderdrukten, fundamenteel is voor het cultuurmarxisme en het links-identitaire acitivisme. De oorsprong van dit binaire tweedelingsschema is ouder dan het marxisme en vindt zijn origine in de Franse Revolutie en de absoluut gewaande tegenstelling van gewone burgers tegenover de geprivilegieerden. Mensen uit de adellijke stand kwamen onder de gevreesde guillotine op basis van hun groepsidentiteit. Dat is de politieke misgeboorte van de democratische verlichtingsidealen. Hendriks noemt dat ware diversiteit nooit binair, eenduidig of politiseerbaar is. Door middel van deze theoretische vereenvoudiging is de permanente revolutie desondanks in de moderniteit binnengedrongen en het egalitaire activisme is nooit meer uit de samenleving verdwenen.

In het marxisme kwam dit dualisme terug in de mobilisatie van de arbeiders tegen de kapitalisten. En in de jaren ’60 en het hedendaagse activisme is er sprake van een ‘wit privilege’ of een ‘mannenprivilege’ en komt de tweedeling terug in een veronderstelde strijd van ‘bruin tegen blank’, vrouw tegen man, student tegen docent, kind tegen ouder en allerhande dwaze en generaliserende scheidslijnen.

Hendriks besluit met een oproep om de Revolutie voor altijd achter ons te laten. Deze zit nochtans dieper in ons systeem dan we zelf kunnen toegeven. De huidige politieke correctheid bewijst dat.

N.a.v. Paul Cliteur e.v.a., Cultuurmarxisme. Er waart een spook door het Westen (Aspekt: Soesterberg, 2018), paperback, 300 pagina’s.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Hollywood-activisme in het Interbellum. Hoe de Sovjet-Unie haar propagandamachine uitrolde en westerse beroemdheden voor zich won

[pullquote]“De bourgeoisie heeft in de geschiedenis een hoogst revolutionaire rol gespeeld.” – Karl Marx [i] [/pullquote]

Weinig mensen zullen Willi Münzenberg kennen. Deze mediamagnaat was een meester in de strijd om de politieke waarheid. Na te zijn vermoord door zijn oude werkgever, Stalin, is Münzenberg behendig uit de geschiedenis gelaten. Maar juist daarom is het van belang om zijn loopbaan als propagandist te onderzoeken.[ii] In dit artikel zal ik ingaan op de verregaande culturele invloed van Willi Münzenberg.

Het activisme van een groot aantal acteurs, auteurs en musici in onze tijd is algemeen bekend. Dit wordt veelal slechts als iets modieus gezien. Onschuldige goeddoenerij. Maar waarom is het überhaupt modieus? Lezen over Münzenberg opent een poort naar een vreemde en in nevelen gehulde geschiedenis. Het legt de machinekamer bloot waarmee de westerse intellectueel vanuit Moskou werd verleid. Deze machinekamer bestond uit een groot netwerk van uitgeverijen, filmproductiebedrijven en kranten. Maar het beheerste ook de levens van publieke intellectuelen en grote literaire schrijvers. Het was Wilhelm “Willi” Münzenberg die geknipt bleek om dit propaganda-apparaat te sturen.

Bespeelde levens

Lillian Hellman, Dorothy Parker, Romain Rolland, Felix Frankfurter, Fernand Leger, Paul Eluard, Ella Winter, Elsa Triolet, Louis Aragon, Lincoln Steffens, André Malraux, Clara Malraux, André Gide, Ernest Hemingway, Sinclair Lewis: dat is slechts een greep uit de namen van de beeldbepalende kunstenaars die sympathie hadden voor het stalinisme. Literaire zwaargewichten, prijswinnaars en trendsetters in de jaren twintig en dertig van (West-) Europa en de VS. Zij werden allen, vrijwillig of onvrijwillig, verleid om ‘fellow-traveler’ van de communistische zaak te worden. Een haast schrijnend voorbeeld is dat van Romain Rolland, Frans schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur. Sommige schrijvers werden enkel geschaduwd, maar Rolland’s leven werd direct gemanipuleerd. Maria Pavlova Khoudachova (dit is de Franse transliteratie, hierna wordt de naam steeds weergegeven in de Nederlandse transliteratie, nl. als Choedasjova, red.), een Russische prinses, was een sovjetspion die getraind was om het leven van Rolland te bespelen.[iii] Zij trouwde met hem, beïnvloedde zijn politiek en zijn werk en zou na zijn dood de literaire erfenis blijven manipuleren. Dit gebeurde allemaal zonder dat Rolland ooit de waarheid achter de bedoelingen van Choedasjova leerde kennen. Choedasjova was een succesvolle pion in Münzenbergs strategie om cultureel Europa te veroveren.

Wie was dan die man, die met het grootste gemak het denken van velen bespeelde? Willi Münzenberg, geboren in 1889 in Duitsland, groeide in armoede op. Als zoon van een barman raakte Willi al snel betrokken bij de arbeidersbeweging. Tegen de tijd dat de Eerste Wereldoorlog uitgebroken was, was hij al een graaggeziene gast van Lenin. Münzenberg was op de radar van Trotski gekomen en werd al snel de organisatorisch talentvolle protegé van Karl Radek, een belangrijke spin in de communistische activiteiten in Duitsland. De eerste grote verdienste van Münzenberg, kwam in 1921. Lenin had hem in Moskou uitgenodigd en de taak gegeven om in het westen een inzamelingsactie voor de hongersnood in de Sovjet-Unie te beginnen.[iv] Deze grote propagandaslag liep onverwachts slecht uit, aangezien westerse filantropen en beroemdheden deze actie gebruikten om hun weelde en goedheid te bewijzen. Hoewel er grote bedragen binnenkwamen, kwam de westerse ‘PR’ het beste uit de verf, vergeleken met de armoedige Sovjet-Unie – het binnengehaalde geld was überhaupt van kleiner belang dan een propagandistische winst.

Moskou zag wel het organisatorische talent van Münzenberg. Maar de grootste slag die Moskou geslagen had, was dat zij wisten wat er bij de westerse culturele elite te halen viel. De bespeelbaarheid van hun trots en morele kompas kon gemakkelijk misbruikt worden. Münzenberg kreeg veel middelen tot zijn beschikking. Begin jaren twintig begon hij met het opzetten van zijn media-imperium. Dit deed hij door te beginnen met de aankoop van de distributierechten van vrijwel alle films in Duitsland. Deze bracht hij onder de hoede van een breed scala aan dummy corporations, waaronder de Aufbau, Industrie & Handels A.G.[v] Niet alleen Europa moest eraan geloven. De lange arm van Moskou reikte tot voorbij de Atlantische Oceaan: Münzenberg kreeg in 1925 de opdracht van de Komintern (de organisatie die gericht was op het internationaliseren van het communisme) om van de Amerikaanse communistische partij een propagandacentrale te maken.[vi] In de loop der jaren zou zijn greep hierop toenemen. Vele andere westerse socialistische organisaties stond hetzelfde lot te wachten.

De Publieke Opinie

Het is even interessant als ontluisterend om te zien hoe Münzenberg de onderstroom van de mainstream wist binnen te dringen. Hiervan twee voorbeelden: allereerst was er de Sacco-Vanzetti Case. Dit was een rechtszaak in Amerika tegen twee anarchistische Italianen die een dubbele moord zouden hebben gepleegd, waar de internationale pers lang over zou blijven schrijven. Münzenberg zette de Sacco-Vanzetti Case neer als racistisch gemotiveerd en bevestigde hiermee het idee dat Amerika geen land vol kansen, maar vol bekrompen vooroordelen was. Hiernaast werden er vele protestacties georkestreerd door de communistische partij en zou een inzamelingsactie een half miljoen opleveren – waarvan slechts 6.000 dollar bij Sacco en Vanzetti terecht zou komen.[vii]

Het tweede voorbeeld toont misschien wel Münzenbergs sluwste kant: Tussen 1928 en 1932 orkestreerde Münzenberg een vredesbeweging, die als voorbeeld geldt voor hoe de mythologie van progressieve gedachten wordt verspreid. Hiervoor zette hij The League Against War op. Het culmineerde in meerdere congressen voor vrede, waarbij iedere graad van links denken welkom was. Om de schijn op te houden, dat het geen communistisch georganiseerd congres was, werd de financiering goed verborgen gehouden. Opvallend hierbij is dat de agitatie zich richtte op de VS en moedwillig de opkomst van de nazi’s leek te negeren.[viii] Deze organisatie zou Münzenberg nog lang waardevol zijn en werd, nadat Hitler de macht greep, simpelweg omgedoopt van The League Against War tot The League Against War and Fascism.[ix]

Hoewel Münzenberg een succesvol verleidingsbedrijf draaiende hield, was er natuurlijk ook een verleidingsbereidheid vanuit de linkse intellectueel. Wat zochten zij, in hun toewijding aan het publiekelijk verdedigen van het stalinisme? In het boekje ‘Verre Paradijzen’, over het linkse politieke toerisme, staat:

De intellectuelen die zich in hun eigen maatschappij ontheemd voelden, zochten, in een poging om niet aan totale wanhoop ten prooi te vallen, een samenleving waarin hun idealen van eenheid, gelijkheid en harmonie wel verwezenlijkt leken. Hoe kritischer zij tegenover de maatschappij stonden die zij kenden, des te groter was hun behoefte aan een voorbeeld in de verte, een ver paradijs waar werd getoond hoe het beter kon.”[x]

Deze heimwee naar een onbestaande plek, moest ook verdedigd worden:

Uiteraard lokten de standpunten van de fellow-travelers in het Westen tegenspraak uit. In het publieke debat traden zij naast de communisten op als de belangrijkste peitbezorgers van de socialistische staten. Zij maakten daarbij gebruik van een vast repertoire argumenten waarmee ze de kritiek van hun tegenstanders pareerden. Verreweg de makkelijkste manier om hun critici te bestrijden bestond uit het verdacht maken van de bronnen waarop dezen hun betoog hadden gebaseerd. Het was voor de verdedigers van de Sovjet-Unie niet ongebruikelijk berichten over kampen in dat land af te doen als laster van de Amerikaanse geheime dienst.”[xi]

Nazi’s en communisten als stille kameraden

De antifascistische campagne en het vormen van ‘popular fronts’ waren manieren om jonge intellectuelen in het westen te werven voor de stalinistische zaak, met een als ‘moreel superieur’ gemaskeerd gedachtegoed (want alleen Stalin zou écht anti-Hitler zijn, wat progressieven aansprak).[xii] Maar waarom was Münzenberg dan, tot de machtsgreep van Hitler, niet geïnteresseerd in het bekritiseren van het fascisme? Het fascisme en het communisme waren immers aartsrivalen! Onder de oppervlakte lag de zaak ingewikkelder. Het zou de start van een samenwerking zijn die ook uiting vond in het beruchte Molotov-Ribbentroppact. De communisten hadden oog voor het antikapitalisme van Hitler en hoopten op een wending richting ‘sociaal-fascisme’. Zij konden het ook beter met elkaar vinden dan met de ‘burgerlijke’ liberalen en sociaal-democraten. Zo had Münzenberg veel contacten binnen de linkervleugel van de SA.[xiii]

Hoewel Münzenbergs leven en werk sterk veranderden na de machtsgreep van Hitler, bleef er geheim contact tussen de nazi’s en communisten. Münzenberg vluchtte in 1933 naar Parijs, kwam via een vriend van Sartre in bezit van een grote uitgeverij en begon met het creëren van een antifascistische beweging.[xiv] De boodschap – dat de Sovjet-Unie de ware en enige vijand was van het nazisme – overschreeuwde het stille feit dat de twee vijanden heimelijk samenwerkten.[xv]

Het Interbellum in Parijs

Na de rijksdagbrand was Münzenberg naar Parijs gevlucht. Een beschermheer van Münzenberg in het chique Parijs was Lucien Vogel. Zij kenden elkaar sinds de jaren ‘20. Vogel was een eigenaardige en opvallende smaakmaker en uitgever van tijdschriften, zowel in Berlijn, Parijs als later in de VS. Hij dacht al sinds 1926 na over manieren om socialisme via kunst in West-Europa salonfähig te maken. Twee bladen van hem zouden door Münzenberg gebruikt worden: Vu (dat zich bezighield met high-society) en Lu (een literair blad). Zijn landgoed (dat bekend stond als La Faisanderie, een 16e-eeuws jachtvertrek van Lodewijk XIV) was een constante verzamelplaats voor de links-modieuze bovenklasse in de jaren ‘20 en ‘30: intellectuelen, kunstenaars en spionnen uit de Sovjet-Unie.[xvi] In dit dromerige oord werden liefdes, vriendschappen en rivaliteiten geboren. Ook hier kon Münzenberg weer mensen vinden om om zijn vinger te winden.

In de jaren ‘30 was het in Parijs een komen en gaan van mensen en bezigheden. De vele gevluchte communisten vonden elkaar snel en creëerden een eigen biotoop. Vreemde wandelafspraken en ontmoetingen met sovjetspionnen waren aan de orde van de dag. Begin maart 1933 bracht een koerier uit Moskou opdracht om de World Committee for the Relief of the Victims of German Fascism op te richten. In tegenstelling tot de vredesorganisatie werd het een kleine organisatie, niet gericht op het grote ‘softe’ publiek. Het werd opgericht door Gibarti; een belangrijke, maar mysterieuze medewerker van Münzenberg, waarvan erg weinig bekend is. Het richtte zich op zeer geheime en fijnmazige taken, zoals het voeden van desinformatie richting Churchill.[xvii] Het mag duidelijk zijn dat Münzenberg in staat was tot aan de zon te reiken, als hij deze nodig had voor zijn cultuurpolitiek.

Het einde van Münzenberg

Het mystificeren van de geschiedenis en het verspreiden van onwaarheden is alomtegenwoordig in de Sovjetgeschiedenis. Zo is het algemeen bekend dat in onmin geraakten uit foto’s gewist werden. Ook het samenwerken met ‘oncommunistische’ krachten was niet voor de geschiedenisboeken bedoeld. Zowel de samenwerking met de nazi’s, als met het keizerlijk-burgerlijke Duitsland, leverden geen fraaie propaganda op. Zelfs de geboorte van het sovjetparadijs kon niet plaatsvinden, zonder steun van de Duitsers. Perry Pierik onthuld in zijn biografie over Ludendorff  hoe intensief Duitsland samenwerkte met de revolutionairen. De Duitsers beschouwden de revolutionairen slechts als huurlingen, die de strijd in het oosten konden verlichten.[xviii] Na de revolutie werd iedere verbinding tussen de Russen en Duitsers uit de geschiedenis gehouden, waaronder de mysterieuze Israel Helphand, die de gehele reis had gecoördineerd maar achteraf ook uit de geschiedenis is gewist.

Münzenberg stond hetzelfde lot te wachten. Tegen de tijd dat de oorlog was begonnen, in 1940, was Münzenberg in onmin geraakt bij Stalin. Hij werd achtervolgd door zowel de Russische NKVD als de Duitse SD. Toen zijn situatie te onzeker werd, ging hij op de vlucht richting Zuid-Frankrijk. In oktober 1940 vonden twee jagers hem, opgeknoopt aan een boom. Hoewel het nooit bewezen is, wijst alles erop dat Münzenberg door de NKVD is ingehaald.[xix] Münzenberg was uitgespeeld; bekneld geraakt tussen de totalitaire scharnieren van de geschiedenis.

Dit artikel is onderdeel van een reeks over de cultuurstrijd die de Sovjet-Unie voerde, ten tijde van de Koude Oorlog. Deze artikelen worden bewaard om in boekvorm te verschijnen. Eerder in deze reeks verscheen De rampzalige gevolgen van communistische infiltratie in de Derde Wereld, geschreven door dr. Perry Pierik.


[i] Marx, K. Het Communistisch Manifest. (1848). P 2.
[ii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. (1995).
[iii] Ibid. P 21-22.
[iv] Ibid. P 24.
[v] Ibid. P. 27.
[vi] Ibid. P 30.
[vii] Ibid. P 31-35.
[viii] Ibid. P 38-42.
[ix] Ibid. P 64-65.
[x] Aarsbergen, A. Verre Paradijzen, Linkse Intellectuelen op Excursie naar de Sovjet-Unie, Cuba en China. (1988). P 16.
[xi] Ibid. P 21.
[xii] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 59-61.
[xiii] Ibid. P 41.
[xiv] Ibid. P 62-63.
[xv] Ibid. P 53-54.
[xvi] Ibid. P 69-72.
[xvii] Ibid. P 65.
[xviii] Pierik, P. Erich Ludendorff, Biografie. (2017). P 195-198.
[xix] Koch, S. Stalin, Willi Münzenberg and the Seduction of the Intellectuals. P 309-310.

Posted on

AIVD onderschat extreemlinks

NRC Handelsblad publiceerde in de krant van 30 mei jongstleden een analyse over het al of niet gevaarlijke karakter van extreemlinks. De journalist van de avondkrant maakte de analyse op basis van eigen informatie vanuit de inlichtingendiensten. Het artikel laat, onbedoeld wellicht, maar weer eens zien dat de AIVD haar werk niet goed doet.

De analyse van de NRC maakt een op het eerste oog overzichtelijke, maar rare onderverdeling van extreemlinks in vijf groepen, in rangorde van dreiging: anti-Baudet-activisten, anti-Zwarte Piet-activisten, antiglobalisten, dierenactivisten en antifascisten. Het is op z’n minst alarmerend dat mensen binnen de inlichtingendiensten niet schijnen te beseffen dat de harde kern van extreemlinks zich beweegt in al de genoemde activistische groepen. Want de antifascisten die aanslagen pleegden op Janmaat en Fortuyn, zijn dezelfden als die Baudet bedreigen, die rellen veroorzaken tijdens de intocht van Sint-Nicolaas of vooraan staan bij de demonstraties tegen bijvoorbeeld de G20-bijeenkomsten. Bij iedere gelegenheid zijn de ‘nuttige idioten’ ook van de partij, maar de harde activistische kern vinden we overal terug. Behalve in de dossiers van de AIVD.

Volgens de dienst ontwikkelt extreemlinks zich vooral in reactie op extreemrechts. Ergo: als we de laatsten weghalen verdwijnen de eersten ook. Sterk staaltje wishful thinking van de spionnenafdeling, want zo werkt het in de praktijk helemaal niet. Extreemlinks noemt steeds meer personen en organisaties ‘extreemrechts’, omdat ze er baat bij heeft een zo groot mogelijk vijandsbeeld te creëren. Want als de fascisten uitgestorven zijn, vinden de antifa’s ze gewoon ter plekke opnieuw uit. Uiteindelijk is in het wereldbeeld van extreemlinks iedereen die niet tot hun sekte behoort een fascist. Volgens de Duitse terroristen van de jaren zeventig had “de kleinburgerlijke samenleving het fascisme mogelijk gemaakt”.

Daar komt nog bij dat, binnen de dodelijke fantasiewereld van extreemlinks, het ‘verborgen fascisme’ in de maatschappij aan het licht moet worden gebracht. Zodra het ware gezicht van de machthebbers onthuld wordt komen de “onderdrukte massa’s” in beweging en zullen zij de revolutie uitroepen. Bovendien zochten de radicalen juist de confrontatie met politie en andere overheidsfunctionarissen om het “gewelddadig karakter van de staat” te onthullen. De overheid stond voor een onmogelijke keuze: niets doen betekende meer linkse terreur; wel reageren betekende meer linkse terreur. “Wir sagen, natürlich, die Bullen sind Schweine, wir sagen, der Typ in der Uniform ist ein Schwein, das ist kein Mensch, und so haben wir uns mit ihm auseinanderzusetzen. Das heißt, wir haben nicht mit ihm zu reden, und es ist falsch, überhaupt mit diesen Leuten zu reden, und natürlich kann geschossen werden,” zei Ulrike Meinhoff, een van de grondleggers van de Rote Armee Fraktion, in 1970. Er is een duidelijke samenhang tussen het studentenverzet, de buitenparlementaire acties en de extreemlinkse terreur van de jaren zeventig in Duitsland, stelt Gerd Koenen. Koenen was ooit actief in de studentenbeweging en lid van diverse communistische organisaties. Nu schrijft hij als historicus boeiende analyses van die organisaties en heeft hij afscheid genomen van zijn rode idealen. Koenen noemt de ‘beweging van 68’ een “Weltuntergangssekte”, die ervan overtuigd was “dat oorlog en fascisme zowel als de intriges van het kapitaal een bedreiging vormen, en dat men verplicht is deze te stoppen, het beste door middel van een revolutie”.

De AIVD en Bureau Beke uit Arnhem vinden dat de dreiging van extreemlinks niet overschat moet worden. Het is immers maar een reactie op extreemrechts. En die zijn verzwakt door een aantal arrestaties, melden de onderzoekers. Dus hoeven we van extreemlinks niet veel te vrezen, luidt de conclusie. Het lijkt erop dat de veiligheidsexperts zich niet kunnen voorstellen dat extreemlinks een eigen agenda heeft. Dat is de klassieke blinde vlek als het gaat om radicaal-linkse terreur. Het wordt altijd vergoelijkt én onderschat. Terwijl Gerd Koenen de stelling aandurft dat de communistische ideologie de ‘totalitaire conditie’ (met een knipoog naar Hannah Arendt) veel dichter naderde dan het nationaalsocialisme. Maar zo’n historische analyse gaat de NRC-journalist boven zijn pet. Dan liever een gemakzuchtig stukje over dat het allemaal wel meevalt met de linkse radikalinski’s

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on

“Verräter schlafen nicht” ~ Persoonlijke terugblik op 50 jaar revolutie

“Verräter schlafen nicht”, luidt de wat sinistere titel van het in boekvorm uitgegeven lange interview dat Sebastian Maaß had met de Duitse intellectueel Günter Maschke. In de jaren zestig radicaal links, maar nu overtuigd reactionair. In het linkse kamp krijgt zo’n bekeerling (‘renegaat’) al snel de titel ‘verrader’. “The left is an authoritarian movement that wants total compliance with its dictates with severe punishments for those who disobey,” aldus Daniel Greenfield.

Er valt niet te ontkomen aan ’50 jaar na 1968′. De media staan bol van de terugblikken, interviews, analyses en documentaires van de westerse studentenopstanden. Vorig jaar de ‘Summer of Love’, nu ’50 jaar na de Barricaden’. 2018 betekent niet een afrekening van 50 jaar ideologische verdwazing, een streep er door en er onder, maar eerder een weemoedig terugblikken. De wetenschappers en journalisten die dankzij hun “lange mars door de instellingen” hun huidige posities hebben toegeëigend, zien namelijk hun politieke idealen als zand door hun handen wegglippen. De linkse façade verkruimelt.

2018 is voor deze auteur ook een mooi moment om een streep onder zijn linkse verleden te zetten. Een ‘Afscheid van domineesland’*, met een hat tip naar Menno ter Braak. Want ‘predikers’ zijn het, die linkse ideologen, vergadertijgers, apparatsjiks en activisten, die van ons land een nachtmerrie hebben gemaakt. Ze hebben het onderwijs verwoest. Decennialang hebben ze daadwerkelijk vernietiging en terreur uitgevoerd, nu worden ze hysterisch over haat-symbolen. Ze hebben het christendom uit het publieke leven gebannen. In een poging het daadwerkelijk uit te roeien. Ze hebben hun eigen kansels gecreëerd of veroverd, om van daaruit hun zedenpreken over het schijnbare racisme en schijnbare patriarchale karakter van de Nederlanders te verkondigen. Ze maakten hun eigen Tien Geboden en vaardigden hun eigen dogma’s af: gij zult geen onderscheid maken; gij zult iedere vreemdeling met open armen ontvangen; gij zult geen auto rijden (behalve een Volvo, want die wordt in het linkse paradijs Zweden gemaakt); gij zult eeuwig boetedoening doen over de slavernij; gij zult iedere godsdienst met respect bejegenen, behalve de christelijke. Enzovoorts. Ze kenden hun eigen heiligenpantheon: Castro, Che Guevara, Mao, Ho Chi-min, Baader, Meinhof, Mandela, e.a. Onder leiding van domineeszoon Freek de Jonge en ex-priester Huub Oosterhuis trok het progressieve volksdeel door de burgerlijke woestijn richting het rode land.

Ondergetekende marcheerde enkele decennia mee achter de rode en zwarte vaandels. Hij hield er zelfs een betaalde baan aan over, bij een van de vele gesubsidieerde instellingen die de ‘rooie rakkers’ in snel tempo oprichtten en financierden met heel veel zakken belastinggeld. In de rode wereld lopen opvallend veel ex-gelovigen rond, die deels door een politieke uitleg van de bijbel – de erfenis van de jaren zestig en de vele bevrijdingstheologieën die nadien als paddenstoelen uit de grond opkwamen – een andere roeping gingen volgen. Schrijver dezes was er een van, hoewel ik mij niet meer kan herinneren dat ik politieke theologie heb gehoord. Zo subtiel ging dat. Toch is ergens dat linkse zaadje geplant en tot wasdom gekomen.

Sentimentaliteit speelde (en speelt) een belangrijke rol in het linkse denken, naast ressentiment. Dieren en de minder bedeelden zijn al snel zielig. Dat was voor mij ook de ingang tot het linkse denken. En al snel moet dat (linkse) paradijs hier op aarde en wel binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden. “Progressives are so enthralled by their dreams of a heaven on earth that they see those who oppose their dreams as evil, which is why they hate them,” schrijft David Horowitz. Een stroom van boeken en tijdschriften vergiftigde het denken. Common sense en een natuurlijk besef dat het een en ander absoluut niet klopte, werden verdoofd en ter zijde geschoven met veel alcohol. Waar echte arbeiders voor de Tweede Wereldoorlog trots lid waren van de Blauwe Knoop, sponsorden de linkse activisten van de afgelopen decennia de bierbrouwers. Een voorbehoud ter verdediging: ik heb altijd een zwak gehad voor goed geklede mensen, droeg zelf meestal een wit overhemd en bezat meerdere paren nette herenschoenen. Heel fout, maar dit terzijde.

Begiftigd met een vlotte pen, verschenen al snel opinies en beschouwingen in de diverse linkse ‘zines’ (links codewoord voor tijdschriften). Een paar nachten in een kraakpand genazen mij al snel van dit fenomeen: smerig, koud en uiterst totalitair (zeep gebruiken was uit den boze, want burgerlijk). Er zijn heel wat voetstappen gezet in demonstraties voor welk goed doel dan ook (hoewel ik nog steeds achter de uitgangspunten van mijn allereerste demonstratie sta, het behoud van de kinderboerderij). Affiches en stickers plakken, Zuid-Afrikaanse straatnamen hernoemen met zelfgemaakte borden, en vooral continu opzoek naar fascistische tendensen in de samenleving. En fascisme was voor ons een héél breed begrip. Ik herinner me nog het schema op A1-formaat met alle verbindingen en dwarsverbanden van wat wij extreemrechtse organisaties en personen vonden. Ter illustratie: de EO stond, naast Janmaat en Glimmerveen, in dat schema… Kortom, het fascisme was overal.

Tot die avond toen de VPRO nota bene, het lange interview van Wim Kayzer met Roger Scruton uitzond. Een revelatie in de ware zin van het woord! Eindelijk een persoon die precies verwoordde wat ik al lang dacht, maar niet kon – en durfde! – verwoorden. En ook nog iemand met goede manieren. Het begin van een politieke bekering, die liep via de Edmund Burkestichting – ik was aanwezig op de oprichtingsbijeenkomst – en Catholica tot het conservatief-reactionaire denken van Sezession. Maar echt afscheid nemen van het (radicaal) linkse denken was niet aan de orde. Gebrek aan durf, lafheid? Of simpelweg “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”? Want dat linkse denken, na decennia ondergedompeld te zijn, valt niet een-twee-drie uit te roeien. Het rode monster laat zich niet zo gemakkelijk verslaan. Het is hardnekkiger (en minder fraai) dan Zevenblad.

“I fought with my twin, that enemy within”, zingt Bob Dylan. Links denken betekent een hersenspoeling. Dat moet ook wel, want de common sense van ieder mens weet van nature dat wat links wil, niet kan. En toch gebeurt het. De vlotte pen bood nog steeds zijn diensten aan. De fascisme-radar werd (tot voor kort) niet buiten werking gesteld. En dat resulteerde in artikelen waarin bepaalde katholieke organisaties (Civitas) ontleed en op de korrel werden genomen. Maar ook rechtse politici en opiniemakers (Baudet en Prosman) werden aan een genadeloze analyse op papier onderworpen. Paranoia alom.

Terugblikkend is het lastig om een verklaring te geven. Het eerder genoemde ressentiment speelt zeker een rol. Naast een zucht naar erkenning. En geestelijke luiheid, want een eenmaal getrokken spoor verlaten is hard werken. De sentimentaliteit – de bron waar alles begon – valt ook niet te onderschatten. Het is een bizarre paradox: (radicaal) links is keihard, maar het leeft van zieligheid: zielig diertje, zielige vluchteling, zielige homo, etc. De ‘bruikbare idioten’ (Vladimir Lenin) vallen massaal voor die paradox. Vanuit het (res)sentiment – en misplaatste loyaliteit – andersdenkenden genadeloos aanpakken. Het ontbreekt links inderdaad aan goede manieren.

Goede manieren houdt ook ‘rekenschap geven van’ in. Bij deze de op schrift en aan het publiek gestelde werdegang. Ik wil namelijk eindelijk weer eens goed slapen.


* De typering is uiteraard niet correct en heeft in deze beschouwing ook een geheel andere betekenis dan Ter Braak bedoelde. Want voor de echte dominees licht ik mijn hoed met diep respect.