Posted on 1 Comment

Hedonistische technocratie houdt ons gevangen in post-adolescentie

Eerder dit jaar filosofeerde ik over het boek Keep the Aspidistra Flying. Daarin maakt George Orwell invoelbaar hoe banaal en afgestompt het leven van de Britse middenklasse was. Nadien verscheen er in Nederland een boek met een soortelijk thema: het is geschreven door Mel Bontje en heet Bart Mittendorf, een zak met niets. Van de film The Matrix (1999) kennen we allemaal de keuze tussen de blauwe en de rode pil. Wie de rode pil slikt, wordt wakker in de harde realiteit maar leeft wel in de authentieke waarheid. De blauwe pil betekent weer in slaap vallen en wegdromen bij comfortabele leugens.

Laat me daarom tevoren één opmerking maken: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar. Reader beware.

Het verhaal heeft raakvlakken met films als Fight Club (1999) en Noise (2007). In Noise ontmoet een man die is voorbestemd voor het leven van de familie doorzon een even wellustige als gewillige filosofiestudente. Zij prikkelt zijn geest en vervult zijn oerinstincten. Hierdoor ziet hij in een moment van helderheid hoe hij gebukt gaat onder een hedonistische technocratie: hij breekt los uit zijn routinebestaan en besluit volledig break the system te gaan.

Vanaf de openingspagina is duidelijk welke auteur voor Mel Bontje een grote inspirator is. Seks in een boek is één ding, maar waarom toch die fascinatie met zelfbevlekking? Een ander feit dat in het oog springt is dat de auteur doorklinkt in de gesprekken. Hij laat zich kennen in zowel zijn fascinatie met aftandsheid en verval, als in zijn erudiete woordkeuzes om sociale analyses uit te drukken. Dit rijmt niet overal met de personages: het zijn deftige zinnen waarmee de jonge geest absoluut en doordringend oordeelt over de werkelijkheid.

De hoofdpersoon Bart Mittendorf loopt een zielloze haptent binnen. “Het enige speelse in de zaak was het geluid van het borrelende frituurvet” (p.38). Elke pagina kent dergelijke zinnen – de auteur is duidelijk getalenteerd. Wel geven de personages lange, gestileerde commentaren op de maatschappij en op wat er speelt in hun leven. Deze reflecties vinden plaats binnen situaties die daar soms te vluchtig voor lijken.

Via deze commentaren drukt het boek het afgrijzen uit van het vooruitzicht een diploma te halen bij een instituut dat zich niet om je bekommert, om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich niet om je bekommert. Ondertussen een sprankelend en levenslustig enthousiasme veinzend om jezelf ‘in de markt te zetten’ – dit afgrijzen wordt met drank, drugs of Netflix gekalmeerd en dit noemen we ‘vrijheid’.

“Ik heb het geprobeerd, maar ik kwam erachter dat ik geen geluk haal uit een leven dat bestaat uit interactie met jongens en meisjes die hun gebrek aan authenticiteit verschuilen achter maat- en mantelpakjes […] Alles voor het behalen van validatie in een absurde, ontwortelde en volledig vervlakte realiteitscontext. Niemand was meer dan een mislukte reproductie van een vacatureomschrijving.” (p.16-7)

Het type leven dat zojuist werd omschreven hebben we ook nog eens uitgeroepen tot het hoogst haalbare in de menselijke geschiedenis, namelijk ‘liberale democratie’. En zo stuurt het boek ons indirect in de richting van een levenswijsheid: niet het hebben van een hoog inkomen is het geheim van de vrijheid, maar het hebben van een laag uitgavenpatroon. De auteur verwoordt dit als volgt: “Zijn buikvet zou schuilgaan achter een maathemd van dure stof. Dag in dag uit zou hij gehuld moeten gaan in een mantel van leugens en opgaan in de grijze massa der kantoorschepsels tot hij niet beter zou weten. Toch wilde hij de chaos in zijn ziel niet laten bedwingen door de dwangbuis van het bedrijfsleven.” (p.17)

De kernzin van het boek – en feitelijk van de Westerse cultuur – vinden we op pagina 52: “Niets dwong me om serieus te worden.” Oftewel de hedonistische technocratie houdt ons gevangen in een post-adolescentie. Het is normaal dat je na je afstuderen een vaste baan vindt met een degelijk salaris en dan een gezin sticht. Tenminste dat geldt voor een beschaving die wil voortbestaan. Onze realiteit na het afstuderen is tig onbetaalde stages, nul urencontracten, tien jaar Tinderen, een leven lang huurwoningen.

Échte volwassenheid betekent in deze situatie: een slaaf worden van het systeem. Steeds meer jongvolwassenen zien dit en slikken de rode pil. Ik ken een arts die maandelijks 4.000 euro verdient en 2.500 overhoudt. Ik ken een consultant die 5.000 verdient en 2.800 overhoudt. Beiden werken dag en nacht. De auteur beschrijft soortgelijke situaties en concludeert dat we welbeschouwd werkvee zijn van een globale elite, die jongeren met kosmopolitische propaganda bestookt om hen in dit keurslijf te lokken:

“Hoe langer de jonge westerling op reis is, hoe meer hij gaat geloven in de maakbaarheid van de wereld, het ideaal van mondiaal pacifisme en postmoderne theorieën. In de Berlijnse hostels krioelt het van de cultuurmarxisten: types die het als hun levensdoel zien om zich op te werpen voor alles wat zwak en zielig is. Ze willen niets liever dan zichzelf wegcijferen voor alles dat als minderheid, onderdrukt of achtergesteld bestempeld kan worden. Het Berlijnse jeugdhostel is de bunker van de Gutmensch.” (p.56)

Dat de welbespraaktheid van de personages niet overal rijmt met hun sociale stratificatie, maakt echter niet dat het geen leuke personages zijn om over te lezen. Neem nu Vera – zij wordt omschreven als slank, blond en goed in vorm. “Vera zweeg, legde haar hand op Barts rug, bracht haar lippen richting zijn hals en klom langzaam op zijn schoot. Ze zat met haar gezicht naar hem toe, met zijn neus onder haar boezem” (p.56). Dit personage vervult een belangrijke pedagogische rol: Vera’s geile gekronkel leert jeugdige lezers dat cultuurrealisme en postprogressivisme wel degelijk kunnen leiden tot goede seks.

Dit is een passend moment om kort iets te zeggen over Houellebecq, met wiens proza er vele gelijkenissen zijn. “Mijn wanstaltige voorkomen zou ze met een enkele blik veroordelen. Zonder woorden zou ze de verwerpelijkheid van mijn gedaante in volle helderheid bevestigen” (p.35). Deze Franse schrijver wordt soms ‘vrouwonvriendelijkheid’ verweten oftewel misogynie – het tegendeel is waar. Deze auteur die in de verleidingskunst wat klungelig is, maakt zijn vrouwelijke personages tot lustvolle sletten die zélf het contact initiëren. ‘Sletterig’ is hier niet in een negatieve zin bedoeld, maar juist in een sekspositieve. De vrouwelijke karakters die hun genot najagen zijn uiterst geëmancipeerd.

Het enige kritiekpunt op Bart Mittendorf is dat de auteur mogelijk teveel doorschijnt in de erudiete volzinnen van de personages. De dialogen van de personages zijn soms te intelligent geschreven voor de proleten die ze zijn. Maar al met al is dit een perfect jeugd- en avonturenboek dat de huidige tijdsgeest weerspiegelt. De anti-Steppenwulf.

“Rustig blijven we onze dagelijkse taken uitvoeren; we hopen dat iedereen elkaar ooit, zonde enige vorm van wrok, de hand zal reiken. In lijn met de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder stellen we ons voor dat culturen elkaar prachtig aanvullen, zoals bloemen in een tuin. Wat we vergeten is dat al die bloemen snakken naar licht, ruimte en lucht. Het hardnekkigste onkruid zal de dienst gaan uitmaken en al het overige verdringen. We laten iedereen binnen en zien alles steeds verder naar de klote gaan. Hierover durven we geen oordeel te vellen.” (p.63)

“We worden uitgeleverd door een politieke elite die zijn machtsgeile gezicht verschuilt achter een masker van valse humanitaire waarden. Het is de neomarxistische elite die de fatale baksteen in het bloedende gezicht van Europa smijt. Ik kan het niet accepteren om als nietszeggend schepsel te worden vertrapt onder de schoenzolen van de botsende beschavingen.” (p.64)

“In de menigte leek iedereen op elkaar: het kroost van het kroost van 68-ers.” (p.77)

“We zijn te laf om de slijmerige realiteit te ontsluieren. Tot dat moment, het moment dat we onszelf hebben ontdaan van de leugen, zullen we enkel leven om vergeten te worden, tot niets groots in staat zijn en louter onzinnig slavengedrag vertonen.” (p.22)

De schrijver Mel Bontje zal natuurlijk niet worden ‘ontdekt’ door ‘kwaliteitsmedia’: daarvoor is het deuggehalte onvoldoende – zo zal duidelijk zijn uit het bovenstaande meesterlijke proza. Maar het boek is zéker de moeite van het lezen waard. Misschien is het hier en daar zelfs net te gepassioneerd geschreven ‘for his own good’. Zoals ik al zei: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar.

Op zaterdag 29 september om 15:00 uur vindt een boekpresentatie plaats van het boek ‘Bart Mittendorf. Een Zak Met Niets’ in Boekhandel Cursief te Gorinchem. Meer informatie hier: https://www.facebook.com/events/1129092800581064/

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on

De impotentie van een Tweede Kamerlid

Onlangs las ik op Novini het begeesterende artikel van Sid Lukkassen over Thierry Baudet en de representatieve democratie. Hij legt op heldere wijze bloot dat het huis van Thorbecke kraakt aan alle kanten. Paradoxaal genoeg legt de samenleving steeds meer problemen op het bordje van de politiek; tegelijk sijpelt de macht gestaag weg van politici naar mondiale multinationals. Graag reageer ik op Lukkassens betoog met een eigen relaas.

Het leven van een Tweede Kamerlid is vast niet altijd even prettig. De meesten verslijten hun jaren in volstrekte anonimiteit, en het betaaldt bovendien verrot slecht in verhouding tot een goede baan in het bedrijfsleven. Bovendien wonen ze verspreid over het hele land, en velen van hen moeten een onderkomen extra huren in Den Haag om niet elke dag te veel te moeten reizen. Ik heb die deprimerende kamertjes wel eens bekeken. Het is bovendien, zelfs voor wie dat zouden willen heel moeilijk om te zien wat een Kamerlid nu eigenlijk allemaal doet, nog minder wat ze bereiken (effectiviteit), laat staan om je daarover een oordeel te kunnen vormen als buitenstaander. De meeste burgers komen niet tot 10 als ze worden gevraagd om de namen van 10 Kamerleden op te noemen. Hier mijn lijstje: Omtzigt, Wilders, Buma, Agema, Graus, Bosma, Pechtold, Beertema, Asscher, Klaver, Baudet, Hiddema en de nieuwste aanwinst van de PVV Kops[1]. Het kostte me moeite. Ik ben de kleinere partijen vergeten en zelfs als ik erg mijn best doe, komt alleen de naam van Thieme boven.

Van het totaal van 150 volksvertegenwoordigers er maar 10 kunnen opnoemen is een indicatie op zich. Het meest actieve Kamerlid en een echte volksvertegenwoordiger Pieter Omtzigt van het CDA zou niet eens Kamerlid zijn gebleven als het aan het partijbestuur onder leiding van Ruth Peetoom en de lijsttrekker Sybrand Buma had gelegen. Hij kwam op eigen kracht en met voorkeurstemmen in de kamer, 36.750 in totaal. Een geweldige prestatie. Bij eerdere verkiezingen stond hij respectievelijk op plaats 51 (2003) 37 (2006) en 29 (2010) alle drie de keren op een vrij onverkiesbare plaats. Het lijkt erop dat dr. Pieter Omtzigt niet zo goed lag bij zijn partij en zelfs nu zie je zelden of nooit dat partijleider Buma zijn meest actieve en aansprekende Kamerlid ondersteunt of in het zonnetje zet. Een beetje leider, zou hem regelmatig publiekelijk complimenteren.

Voor het onderzoek naar de vraag hoe het democratisch gehalte van de Tweede Kamer zou kunnen worden verhoogd, denk ik al langere tijd aan de volgende alternatieven:

  1. Verkleinen van het aantal Kamerleden. In plaats van 150, tenminste de helft minder. Bij een lager aantal doen de individuele stemmen er veel meer toe. De visibiliteit verbetert.
  2. Introductie van het regeerakkoord voor de Nederlandse coalitieconstructies legt al sinds het begin van de 20e eeuw steeds meer vast. Kan dat niet anders, en zo ja hoe dan? Voor het VVD/PvdA regeerakkoord kregen de leden van de beide fracties 2 uur de tijd om het 79 pagina’s tellende akkoord te lezen, en hieraan hun instemming te geven. Het laatste regeerakkoord tussen VVD/CDA/D66 en CU was dusdanig lang uitonderhandeld (225 dagen) en dusdanig gedetailleerd, met als enige doel 100% van alle mogelijke besluiten voor een periode van 4 jaar vast te leggen, dat ook daar geen coalitie-Kamerlid – met slechts 76 zetels meerderheid – enige kanttekening bij durfde te plaatsen. Het zou hem of haar de kop kosten. Mevrouw Ybeltje Berckmoes, tot maart 2017 kamerlid voor de VVD, schreef een prachtige inkijk over het ware leven binnen de Tweede Kamerfractie van de VVD.[2] Een ontluisterend relaas. Sharon Gesthuizen schreef als voormalig Tweede Kamerlid voor de SP, Macht en Liefde over het heimelijke ongezonde leven binnen de Socialistische Partij.[3] Ik kon mij, in tegenstelling tot het boek van Berckmoes, er niet doorheen werken. Het ging teveel over Sharon.
  3. Het debat in de Tweede Kamer is formeel, indirect en loopt altijd via de voorzitter. Het wordt daarmee afstandelijk en meestal saai. Er zijn landen waar dat heel anders gaat, bijvoorbeeld in het Engelse parlement of zelfs in het Oostenrijkse, het Duitse, Italiaanse, Spaanse parlement of zelfs het Europese nepparlement.[4] Thierry Baudet is een van de weinigen die deze regel van de Tweede Kamer durft te tarten.
  4. Fractie- of partijdiscipline: vanwege het eensgezinde optreden van fracties in de Tweede Kamer wordt in iedere fractie op de één of andere manier fractiediscipline afgedwongen, d.m.v. het bespelen van carrièrebelangen, party whip en vertrouwenskwesties volgens een gedetailleerde analyse van Thomassen en Andeweg.[5]
  5. Toegangsdrempels: iedere partij heeft zo zijn eigen regels en procedures, waardoor kandidaten voor de Tweede Kamer worden geselecteerd en uiteindelijk op de kandidatenlijst van een partij komen. Het is een machtig instrument, met de nadruk op macht. Het maakt onder andere dat er vooral beroepspolitici in de Tweede Kamer komen. Mensen die zich als partijtijgers door de interne bureaucratische organisatie en politieke machtsverhoudingen hebben heen geworsteld, soms geslijmd, soms gelikt. Ruim 90% heeft niet tot nauwelijks enige relevante werk- c.q. praktijkervaring.

Hieronder zal ik op elk van de bovengenoemde vijf punten ingaan. Voor het gemak beperk ik deze analyse tot de Tweede Kamer, die slechts een onderdeel is van de gezamenlijke democratische instituties in Nederland.

1. verkleinen aantal volksvertegenwoordigers:
Veruit de meeste Tweede Kamerleden zijn volstrekt onzichtbaar. Volgens de Volkskrant[6] zijn wij inmiddels gewend aan de mediacratie: niet het aantal ingediende moties, amendementen, wetsvoorstellen of schriftelijke vragen bepaalt de moderne Haagse hiërarchie, maar het aantal optredens in de media. Tussen de 500 en 1000 keer de landelijke pers halen in één jaar is de eredivisie en de rest doet er eigenlijk niet toe, is onbekend en onbemind. Ze gaan wel wanhopig op maandag op werkbezoek de provincie in, maar het haalt het nieuws vrijwel nooit. Het is ook verklaarbaar dat de rol van volksvertegenwoordiger is uitgekleed. Ze vertegenwoordigen het volk niet meer, ze stonden toevallig op een lijst van een partij en vertegenwoordigen die partij of lijst in de Tweede Kamer. Ik kan er niet meer van maken. Ze praten ook niet meer zonder last of ruggespraak[7]. Zonder ruggespraak sneuvelde bij een grondwetswijziging in 1983, dus sindsdien kunnen zij altijd overleggen, onderhandelen, de partij raadplegen of overleggen in het torentje van de premier. Zonder last bleef wel gehandhaafd. Formeel dan, want zonder last; het zonder bindend mandaat mogen stemmen zoals men goeddunkt, is ook al lang om zeep geholpen door de volgende punten 2, 4 en zelfs 5. Veel Tweede Kamerleden zijn verworden tot stemvee.

Als ze dan toch stemvee zijn en vrijwel altijd doen wat anderen hen opdragen, dan heb je er geen 150 nodig. Met 60 of 65 van die poppetjes, verhoog je de herkenbaarheid, het belang en het gewicht van hun stem, kun je hun armetierige salaris verdubbelen en kun je op die manier wél kwaliteit aantrekken. Voor 100.000 Euro bruto komt kwaliteit uit het bedrijfsleven niet naar Den Haag om zich vervolgens te laten muilkorven en ringeloren. Gewezen Kamerleden vinden na hun periode in de Tweede Kamer nauwelijks emplooi. Vooral ex-Tweede Kamerleden van de PVV worden getroffen door stelselmatige uitsluiting. Engeland en de VS doen het beter omdat daar via het systeem van het kiesdistrict politici zelf moeten zorgen dat zij in hun eigen district worden gekozen. Ze liften dus niet mee op een obscuur lijstje dat door de partijkartelleiding werd samengesteld op basis van volstrekt ondoorzichtige en ondemocratische methoden, i.e. willekeur en bovenal vriendjespolitiek. Vergist u zich niet, want dat is het: vriendjespolitiek of lobbycratie, waarover Elsevier-columnist Syp Wynia met zoveel hartstocht heeft gepubliceerd.[8]

2. Beperken van de reikwijdte van het regeerakkoord.

In coalitieland Nederland zijn akkoorden tussen regeringspartijen en soms gedoogpartijen over bepaalde aspecten van het te voeren beleid (soms zelfs de visie) onvermijdelijk.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en eindigde 225 dagen later, op 26 oktober 2017, met de beëdiging van het kabinet-Rutte III. Het was de langste kabinetsformatie in de Nederlandse geschiedenis.[9]

Binnen de Nederlandse cultuur geldt de regel “afspraak is afspraak”, dus tenzij er hele schokkende dingen gebeuren zijn de regeringsfracties strikt gehouden om zich gedurende 4 jaar aan de afspraken te houden. Ieder bedrijf dat in de echte wereld opereert gaat geheid failliet als het zo rigide te werk gaat, maar voor de politiek geldt een andere werkelijkheid, een door henzelf gecreëerde virtuele werkelijkheid. In die wereld is niets zoals het lijkt.

De vorig jaar nieuw aangetreden Thierry Baudet heeft een flink aantal frisse ideeën gelanceerd sinds hij in de Tweede Kamer zit, ten einde het democratische proces nieuw leven in te blazen: het referendum, de regeringspartijen en de overige partijen speerpunten laten aanbrengen en die dan door de echte volksvertegenwoordiging te laten beslissen, met wisselende meerderheden, zonder dichtgetimmerd coalitieakkoord (met bijbehorende handtekeningen), en een kenniskabinet laten samenstellen van vakmensen uit de praktijk, in plaats van partijbobo’s die aan de beurt waren voor een bewindspositie. Er moesten in deze huidige coalitie zoveel beloften worden ingelost dat de vier partijen maar liefst 26 bewindspersonen benoemden. Het lijkt wel een Afrikaans land.

3. Het debat is doodsaai.

Het debat in de Tweede Kamer is doodsaai en vreselijk indirect. Het is enkel en alleen te danken aan Geert Wilders en de frisse fractie van de FvD, dat het af en toe aantrekkelijk wordt en amusant. Hetzelfde geldt voor het 760 tellende EU-parlement. Was het niet vanwege Nigel Farage[10], dan zou er geen hond kijken.

Hierboven een video van een briljant optreden van Ewald Stadler in het Oostenrijkse parlement. Zelf in dat land doen ze het met meer emotie, directer, en aansprekender. Het gedoe in Nederland, met geachte voorzitter dit en mevrouw de voorzitter dat, is dodelijk. Kom maar niet aan met de flauwekul dat het om de inhoud gaat, want dat gaat het al een jaar of 25 nauwelijks meer. Het is theater, zoals Thierry Baudet terecht aanvoert. Het is een debat tussen partijen en zogenaamde volksvertegenwoordigers, waarbij het uitwisselen van argumenten er totaal niet meer toe doet. Het enige doel is steun geven aan het kabinet door de nipte meerderheid van Kamerleden die het kabinet verplicht zijn te steunen. Dat kabinet en de bewindslieden komen dus met van alles weg.

4. Fractie en/ of partij discipline:

In het eerder genoemde doorwrochte stuk van Thomassen en Andeweg wordt uitgelegd waarom fractiediscipline positief zou zijn en zij formuleren dat als volgt: “In het publieke debat wordt fractiediscipline veelal als onwenselijk voorgesteld. Deze zou afbreuk doen aan de zelfstandige positie van leden van de volksvertegenwoordiging en de relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban in de weg staan. Deze negatieve waardering van fractiediscipline is allerminst vanzelfsprekend.” Zij voeren aan dat mensen stemmen op een partijprogramma/c.q. een partij en dat individueel afwijkend stemgedrag van Tweede Kamerleden het vertrouwen in de keus voor die partij zou schaden.

Deze redenering gaat mank op verschillende aspecten. Ten eerste, zoals wij vooral nu wederom bij de coalitievorming van VVD/CDA/D66/CU hebben kunnen zien, beschouwen veel kiezers van die partijen zich bekocht. Het CDA stond vierkant achter het verlagen van de eigen bijdrage, D66 maakte zich al sinds 1966 “hard” voor bestuurlijke vernieuwing, waaronder het referendum, VVD liet na om in haar partijprogramma op te nemen dat zij zou komen met een voorstel voor het coalitieakkoord dat er in voorzag dat de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders zou moeten worden afgeschaft (1,4 miljard ten behoeve van Unilever en Shell) en van alle flinke woorden over het aanpakken van de volledig uit de hand gelopen immigratie kwam niets. De CU haalde nog even ruim een miljard meer binnen voor ontwikkelingssamenwerking.  Daarnaast is het juist vanwege de manier waarop kandidatenlijsten worden samengesteld, dat er in de Nederlandse politiek (met uitzondering van Pieter Omtzigt) totaal geen sprake meer is van een relatie van individuele volksvertegenwoordigers met hun eigen specifieke achterban. Democratie en volksvertegenwoordiging zijn een farce geworden. Een klucht. Een schijnvertoning. Theater. Fractie- en partijdiscipline zoals die invulling krijgt in de Nederlandse politiek is dodelijk. Het vergroot de kloof tussen de burger (!) en de zogenaamde volksvertegenwoordigers. Het kan welhaast niet groter, vandaar de enorme frustratie bij een (overgrote) meerderheid van de kiezers.

http://www.novini.nl/illusie-interne-partijdemocratie/

Bovendien zijn politieke partijstructuren uit de tijd, zoals Wilders zo goed heeft begrepen. Dat gezeur van die vreselijke dinosauruspartijen dat alleen zij democratisch zijn. Van het ledenaantal van iets meer dan 300.000 is een klein percentage actief (5%) en het is de toplaag van die 5% (hooguit 10.000 mensen) die uitmaakt wat goed en democratisch is binnen die partij.  Het is uit de tijd. Gebruik open verkiezingen. Gebruik sociale media. Gebruik je verstand. Het FvD heeft in deze YouTube clip precies laten zien hoe het partijkartel dit heeft georganiseerd:

5. Toegangsdrempels politieke partijen:

Wie wordt er nu Tweede Kamerlid? Behalve bij de PVV zitten er bij de meeste andere fracties in de Tweede Kamer vrijwel uitsluitend beroepspolitici. Ik kan hun cv’s wel dromen. Ze deden doorgaans heel erg lang over hun vrij onbetekenende studies, waren lid van dit of dat, idealiter van de jongerenafdeling van een partij, kwamen in besturen, gemeenteraden, werden wethouder en stroomden door in de wondere wereld van Chriet Titulaer. Uitzonderingen hebben enkele jaren irrelevante ‘werkervaring’, meestal in veilige publieke sectorfuncties, waar nooit iets bijzonders van hen werd verwacht.  Mark Rutte werkte enkele jaren bij Unilever op personeelszaken, Alexander Pechtold was 2 jaar veilingmeester (!) en Diederik Samsom verdiende zijn sporen als actievoerder bij Greenpeace.  Alleen bij de PVV zitten mensen die echt iets gedaan hebben in het normale leven, maar die worden met de nek aangekeken, niet alleen omdat ze tot de PVV behoren, maar ook omdat het geen beroepspolitici zijn. Ze zijn echter en dat past niet bij het soort dames en heren die hun leven lang uit de publieke ruif vraten en dat ook willen blijven doen tot de dag dat ze er dood bij neervallen: Loek Hermans, Ed Nijpels, Job Cohen, Hans Wiegel, Dries van Agt, Ernst Hirsch Balin, Piet Hein Donner, Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Maxime Verhagen, Frans Timmermans, Bert Koenders, Ad Melkert en vele, vele anderen.

Als u het blijft slikken, dan verandert er nooit iets, dan klagen uw kinderen en kleinkinderen straks, net zoals u, dat ze in een soort van ‘Animal Farm’ leven. Nu vind ik het leven en wonen op een echte animal farm heerlijk, maar zoals het beschreven werd door George Orwell is onmenselijk, voor mij zelfs ondragelijk:

Na een revolutie op een boerderij, waarbij de mensen verjaagd worden, nemen de varkens, die de doctrine van Animalisme hebben ontwikkeld en de revolutie hebben geleid, geleidelijk aan de touwtjes in handen op het bedrijf. Twee varkens, Napoleon en Sneeuwbal, raken verwikkeld in een machtsstrijd die in de uitwijzing van Sneeuwbal culmineert. Het leven op het bedrijf wordt harder en harder voor de rest van de dieren. De varkens leggen steeds meer controles aan hen op terwijl ze voor zichzelf voorrechten opeisen. Uiteindelijk is alles dat van de ‘Principes van Animalisme’ overblijft de regel dat “alle dieren gelijk zijn, maar sommige meer gelijk zijn dan andere.” Elke stap van deze ontwikkeling wordt gerechtvaardigd door propaganda. Met een groep wrede honden als stok achter de deur, drukt Napoleon zijn zin door en zorgt hij voor een gemakkelijk leven voor zichzelf. De varkens gaan op twee benen lopen. In de laatste scène van het boek bekijken de dieren de varkens en mensen, maar kunnen geen verschil meer zien.[12]

 Ik wens u sterkte.


[1] Wat een verfrissing deze Kops: https://youtu.be/sojpJnxk_7k

[2] https://www.bol.com/nl/f/voorlichting-loopt-met-u-mee-tot-het-ravijn/9200000083037524/

[3] https://www.bol.com/nl/f/schoonheid-macht-liefde/9200000071825012/

[4] https://youtu.be/6dh15ZipMxI Originele bijdrage van Thierry Baudet in militaire outfit.

[5] http://dnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/jb-dnpp/jb05/Thomassen.pdf

[6] http://www.volkskrant.nl/politiek/het-meest-gevoelige-lijstje~a641643/

[7]http://www.parlement.com/id/vituefrhhaq8/het_begrip_zonder_last_en_ruggespraak

[8] https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/blog/2016/11/waar-blijft-de-ontmanteling-van-lobbystaat-nederland-406137/

[9] https://nl.wikipedia.org/wiki/Kabinetsformatie_Nederland_2017

[10]  Heerlijke bijdrage van Nigel Farage https://youtu.be/SJzRa7HWVqs

[12] http://nl.wikipedia.org/wiki/Animal_Farm

Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

“Er zijn altijd alternatieve feiten voorhanden”

“‘Een beroep doen op de feiten’ is een morele of politieke handeling die met wetenschap niets van doen heeft. Zo’n beroep behelst immers onvermijdelijk een keuze uit een scala aan beschikbare feiten die niet op strikt wetenschappelijke gronden kan worden gerechtvaardigd”, schrijft hoogleraar sociologie aan de Katholieke Universiteit Leuven Dick Houtman in de jongste editie van Christen Democratische Verkenningen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

“Er zijn immers altijd ook heus nog wel ‘alternatieve’ feiten voorhanden: feiten die men zelf ‘niet belangrijk’ vindt, of zelfs zo onaangenaam dat men hun bestaan maar liever helemaal verdringt om de roze levensbeschouwelijke bloemetjeswereld waarin men leeft intact te kunnen houden”, zo vervolgt de hoogleraar.

“Feiten zijn niet belangrijk of onbelangrijk; men kan ze alleen maar belangrijk vinden.” Hieruit volgt volgens de socioloog dat verschillende politieke en levensbeschouwelijke groepen, gevraagd naar de belangrijkste maatschappelijke problemen, op verschillende zaken wijzen: “Bij politiek rechts gaat het bijvoorbeeld om criminaliteit, misbruik van sociale voorzieningen, of overheidsbemoeienis met de inkomensverdeling, terwijl politiek links desgevraagd eerder wijst op intolerantie, racisme, of armoede.”

Het hele artikel is hier te lezen: Feiten? Welke feiten?!Over fact-based en fact-free politics (pdf)

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

De bouw van een Nieuwe Kerk

Als ik stel dat we weer kerken zullen bouwen, klinkt dit sommigen als muziek in de oren. Zoals Erik van Goor, die een heldere toelichting schreef. Wat de constatering “we gaan weer kerken bouwen” betekent, is wellicht anders dan u in eerste opzicht vermoedt.

Samenvatting

“Ten eerste is er een Systeem dat een taal bezigt die niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Ten tweede noemt hij het gebrek aan sociale cohesie en groepssolidariteit binnen de geleding van de samenleving die juist om een Yernaz heen had moeten (blijven) staan.

De werking vanuit het systeem maakt dat ‘rechts’ niet in staat is om zich staande te houden als groep met een sociale cohesie. Deze werking is inherent aan het systeem en is onvermijdelijk en niet te ontlopen. Rechts is dus niet hard genoeg om de werking vanuit het systeem te weerstaan. Het ontbeert een eigen ‘systeem’ met een inherente hardheid om krachten van buiten of te weerstaan, of te geleiden, of zelfs te pareren of te verslaan. Men heeft weliswaar de werkelijkheid mee, maar mist de tools om dit belangrijke voordeel om te zetten in een succesformule.”

Oftewel: FvD werd gedeugshamed via Yernaz en bleek gevoelig voor die shaming (hierover verderop meer). Het punt van de ‘hardheid’ is dus extreem belangrijk. In de huidige post-rationele cultuur win je niet door de argumenten van de tegenstander te weerleggen met eigen bewijzen – je wint door hem of haar in sociale status te verlagen. In een video heeft Paul Nielsen deze staat van het huidige publieke debat perfect gedocumenteerd. Van Goor legt uit hoe dit komt:

“Dit is omdat het volksdeel van dit denken een ruimte mist van zelfbepaling, waarin een taal kan worden gebezigd die analoog is aan de werkelijkheid die gezamenlijk wordt gezien, begrepen en ervaren. Een ruimte waarin de wil bestaat om deze werkelijkheid ook gezamenlijk onder woorden te brengen, te ontwikkelen en uit te dragen.

Zo worden de contouren van de ‘kerk’ van Lukkassen zichtbaar. Eenvoudig voorgesteld zijn deze te typeren met het drietal begrippen ‘ruimte’, ‘hardheid’ en ‘samenhang’. Deze ruimte ziet Lukkassen niet alleen als denkruimte, maar ook als een interactieve en fysieke ruimte: gespreks- en caféavonden.”

Open debatcultuur

Om dit verder uit te leggen, beginnen we met een verstaan van wat een rationele open discussiecultuur is: dat is een cultuur die geacht wordt de democratie te dragen. De parlementaire democratie is een formeel machtsspel dat zich afspeelt binnen instituties, maar het publieke debat is het levensbloed van dat spel, de voedingsbodem. Waarden als rationaliteit, logica en feitenkennis maken dat het bloed vrijelijk kan stromen, van het hart naar het lichaam en het brein.

Als deze waarden opdrogen, dan vervliegt het bezielende elan van de democratie. Andere visies zullen dan weer onze zielen aanzuigen: premoderne wijzen om de macht te organiseren en soevereiniteit vorm te geven keren mogelijk weer terug. De macht zal zich weer op andere manieren present willen stellen, omkleed met begeestering, magie, mystiek en mogelijk het sacrale.

Nu nemen wij de Duitse filosoof Julian Nida-Rümelin als uitgangspunt. Hij is bij uitstek de serieuze denker-politicus met een rotsvast vertrouwen in de open debatcultuur als draagsteen van de parlementaire democratie. Lezen we de werken van Nida-Rümelin, dan zien we een democratie voor ons oprijzen die is gebaseerd op overleg, transparantie, feitenkennis en rationaliteit.

“Demokratie ist ohne Wahrheitsansprüche inhaltsleer. Demokratie ist kein bloßes Spiel der Interessen. Politische Entscheidungen sind nicht lediglich »Dezisionen« ohne Begründung und ohne ethischen Gehalt.”  In Demokratie und Wahrheit (2006) stelt de auteur dat aan ieder democratisch besluitsvormingsproces waarheidsclaim over feiten en over ethiek ten grondslag liggen: “Die Wahrheit, das Ringen um das empirisch und normativ Richtige, haben einen zentralen Ort in der Demokratie.”

Censuur opgelegd door ‘68

Inmiddels is de democratie geworden tot iets totáál anders dan wat Nida-Rümelin voor zich zag. Wat Jürgen Habermas noemde de “machtsfreie Dialog” is dood. Hoe kon het zover komen? Dat verklaart Bruno Barnard:

“Het zou lang duren voordat sommige mensen, van uiteenlopende generaties, begonnen in te zien wat er na mei 1968 gebeurd was. Gramsci had gelijk gekregen, er waren stellingen veroverd, in de pers, in het onderwijs, vooral aan de universiteiten, burgerlijke instituten als kerk en huwelijk werden afgebroken en het extreemlinkse denken vrat de burgerij geleidelijk van binnenuit op. De leerlingen werden leraar; de stencildraaiers journalist; de seminaristen vader van weldra te indoctrineren kinderen.”

Nu is het de vraag hoe je jezelf in zo’n “post-Habermasiaanse” situatie nog staande kunt houden. In deze tijd van politieke correctheid en overgevoeligheid zijn zelfs komedie en satire gecensureerd – essentiële zaken voor een open discussiecultuur. Voordat je het weet word je door de ideologische machine die Barnard omschrijft van van alles beschuldigd: die verwijten blijven plakken.

Aangezien alles tegenwoordig googlebaar is, zullen toekomstige werkgevers je erop afrekenen en mogelijk schrikt de controverse zelfs potentiële klanten en afnemers af. Het is een strategie waartegen men zich feitelijk niet meer op een rationele manier kan verweren – en dus is de volgende logische stap het bouwen van een ‘Nieuwe Kerk’. Hiermee bedoel ik een fundament van samenleven dat enige houvast verschaft aan realistisch denkende mensen – van liberale humanisten tot nationaal-conservatieven. Deze mensen wil ik ook gaan samenbrengen op discussie- en caféavonden.

Deugdynamiek

U kunt wel wanhopig deugsignalen gaan uitzenden, als eenmaal zo’n ‘ongevoelige’ uitspraak is gedaan: uzelf vastleggen op selfies omringd met homo’s, moslims of leprapatiënten zo u wilt. Het deugvertoon kan nooit volledig genoeg zijn: hooguit ontstaat er een deugdynamiek waarbij degene die het minst ver gaat in het deugvertoon verdacht zal zijn en zal worden uitgesloten. Als de hoogste boom is omgezaagd is er altijd een volgende hoogste boom. Met rationaliteit heeft dit niets meer van doen.

Wat we krijgen is een communistisch klapfestijn: niemand durft als eerste te stoppen met klappen voor de leider, uit vrees geen goede communist te zijn. Nu de grote politieke discussies zich van economie naar cultuur hebben verplaatst zal deze deugdynamiek nooit meer stoppen.

Dit proces is met de tragiek rond FvD’er Yernaz Ramautarsing nogmaals aan het licht gekomen (luister hier mijn podcast erover). Uiteindelijk zul je een eigen kerk moeten gaan bouwen, waarin je jouw verhaal kunt vertellen en met weldenkende mensen kunt samenzijn. Want dit deugvirus heeft zich als een infectie door de maatschappij verspreid. Denk aan Google, denk aan James Damore. The powers that be zitten Trump nog even uit en willen dan volledig Brave New World gaan. Van PRISM tot het censureren van rechtse Twitter- en YouTube accounts: de voortekenen zijn overal.

Karaktermoorden zijn aan de orde van de dag: artikelen openen met “zijn critici zeggen”, of “voor haar critici is zij een…”. Op deze wijze kunnen allerlei labels op mensen worden geplakt zonder dat er een basis in de realiteit voor hoeft te zijn. De kop hoeft maar te worden opgeschreven of het kwaad is al geschied. Vervolgens komen de algoritmes die, afhankelijk van de levensbeschouwelijke kleur, de ene kop versterken en de tegenkop verzwakken. Het hitpiece dat u een ‘fascist’ noemt gaat omhoog in de rankings: het stuk dat u vrijpleit met de feiten bungelt onderaan de zoekresultaten.

Communicatieve media

Natuurlijk versterkt de komst van de nieuwe communicatiekanalen dit alles met een factor tien. Twee politici voeren één debat, maar maken beiden verschillende video’s. Daarin worden hun eigen hoogtepunten gemaximaliseerd en de sterke punten van de tegenstander worden weggeknipt of afgezwakt. Er worden absurde misrepresentaties van argumenten opgevoerd – alleen de delen waarin de spreker op deze misrepresentaties reageert halen vervolgens het nieuws. Zo kan zelfs de meest belezen persoon aan het volk worden opgevoerd als een mafkees.

Het leidt tot enclaves waarin iedereen voor eigen parochie preekt en waar dezelfde begrippen totaal verschillende associaties opwekken. Ook de staatsomroep is zoals we weten géén neutrale scheidsrechter. Dus trek dit gewoon consequent door: voeg de theorie naar de praktijk in plaats van een dode en bedrieglijke theorie over ‘open debat’ in stand te houden. Geef gewoon eerlijk toe dat het era van het democratische debat als open en eerlijk overredingsproces ten einde is. Bouw die kerken want de kerkgangers zijn er toch al. Ze zitten alleen nog in het verkeerde gebouw, het gebouw van het parlement, waar hun wensen niet meer zullen worden vervuld.

Want de meeste politici zijn vandaag helaas pr-managers zonder inhoudelijk verhaal. Kneedbare en inwisselbare lieden met een ‘bestuurdersmentaliteit’ – er staat geen geestelijke arbeid meer aan de basis van het politiek overtuigingsproces. Staatsburgers worden gestuurd als consumenten, via ‘nudging’ en ‘social proof’ meer dan met feiten, analyses en bewijzen.

Het ‘debat’ wat zo overblijft is een façade. Pure belangen worden doorgewalsd naar de macht, en consciëntieuze mensen met realistische inzichten worden op die weg verpulverd.

Oproep tot actie!

Ik zoek nu mensen met organisatorische vaardigheden, die bijvoorbeeld een debatruimte ter beschikking kunnen stellen met hapjes en drankjes. Een café of een zaal of iets vergelijkbaars met het huiskamermodel van de Batavieren. Onder dit initiatief moet ook een sociaal-economische basis komen. Want de enige manier om aan de beschreven uitsluiting te ontkomen, is het bouwen van een eigen Kerk (waarvoor ook wel de term ‘Nieuwe Zuil’ gangbaar is). “Ik wil gewoon debat, ik wil dat feiten en meningen botsen”, is evident niet meer vol te houden in deze situatie. In de post-Habermasiaanse situatie zijn feiten namelijk ondergeschikt gemaakt aan de deugdynamiek.

Daarom wil ik weer kerken: mooie verhalen om de achterban mee te bezielen. Zodat we geen totale maatschappelijke uitsluiting hoeven te vrezen, omdat we elkaar hebben, en elkaar zullen ondersteunen en versterken. Mijn oproep tot actie is hierbij om anderen dit stuk te laten lezen en mij een verhaal, een ervaring of een probleem toe te sturen. Hierover kan ik weer publiceren om de “kerk” verder uit te denken.

Rapport uit de samenleving

Maar we kunnen natuurlijk niet afsluiten zonder een dergelijk stukje rapport uit de samenleving. Evelina stuurde mij een artikel over de agressie van het progressieve spectrum. De algemene bevinding: rechtse mensen reageren op een statement met discussie, linkse mensen reageren op een statement met morele verwijten. Hierom voelen centrum-denkende mensen minder aandrang om met linksen te discussiëren. Maar uit angst voor confrontatie gaan ze hen publiekelijk naar de mond praten. Hierdoor begint iedereen te denken dat links denken de norm is, waaraan ze zich vervolgens conformeren.

Ook blijkt dat rechtse mensen de argumenten van linkse mensen betrekkelijk goed begrijpen: ze kunnen deze navertellen en uiteenzetten hoe linksen denken. Maar andersom is dit niet het geval. Dit blijkt uit vele studies, waarbij wetenschappers testgroepen lieten discussiëren over linkse en rechtse standpunten. Linkse mensen die zich in de gedachten van rechtse mensen moesten verplaatsen, kwamen niet verder dan wat negatieve morele statements. Het artikel is één lang bewijs dat waarheidsvinding en rationaliteit in het centrum staan van het rechtse denken, terwijl het linkse denken is geconcentreerd op emotie en morele verontwaardiging.

Helaas zijn de massa, de mediacultuur en de democratie inmiddels veroverd door de emotionele cultuur van morele verontwaardiging: dit noodzaakt tot de ‘hardheid’ die Van Goor zo treffend omschreef. Want wat is het alternatief voor een samenleving waar we elkaar niet op basis van argumenten kunnen overtuigen? Where one can’t convince, one must kill. Ter illustratie een nieuw voorbeeld van een ingezonden ‘verhaal uit de samenleving’:

“Goed gesprek met Eric C. Hendriks. Wat jullie daar blootleggen geldt voor de academische wereld in NL en –hoeft het nog gezegd – klopt ook voor de culturele en hoernalistieke instellingen in Vlaanderen (en ongetwijfeld ook voor de academische wereld in Vlaanderen – zie Maarten Boudry).

Met mijn journalistieke achtergrond (vind het bijna bespottelijk om het zo te noemen, maar it is what it is) en ervaring zou ik in principe makkelijk aan een redacteursbaantje moeten raken, maar sollicitatierondes worden meestal na een tijdje afgebroken. Meer dan een warrige HR-uitleg krijg ik dan niet te horen (is voorgevallen bij zowel Humo, waar ik zogezegd uit honderden mensen werd geselecteerd, als Gazet van Antwerpen). Ik werk intussen als ondertitelaar/vertaler maar meer dan een bijberoep is dat eigenlijk niet. Meer nog, het is gewoon een soort studentenjob, waar ik hoegenaamd niet mee rond kom. Steeds als ik solliciteer voor een interim-redacteursfunctie volgt zelfde warrige HR-uitleg.

En dit alles terwijl ik nochtans niet zo rechts ben. Ik hou van underground elektronische muziek en het tribale gevoel binnen de rave-scene, die toch verschrikkelijk social justice is. Dit combineer ik met eurosceptische, libertarische neigingen en ‘populistische’ overtuigingen over het mohammedanisme. Rechts lullen, links vullen. Maar als ik dit niet deed, verzaakte ik mezelf.

Intussen heb ik alle hoop laten varen om nog tewerkgesteld te raken binnen mijn ‘métier’ en begin ik een arbeidersbestaan te overwegen. In de geest van Bukowski lijkt mij zo’n arbeidersbestaan misschien nog enige charme te hebben: werken, schrijven en drinken. Maar het is toch enigszins treurig als dit je enige toekomstperspectief is, vooral als iemand die graag over ideeën praat.”

Gevaarlijk spel

Denk bij dit alles aan een scène in de film Batman. “You’ve crossed the line – you hammered them to the point of desperation. And in their desperation, they turned to a man they didn’t fully understand.” De elite speelt een gevaarlijk spel. Door dissidente geluiden uit te sluiten maken ze mensen met geen weg voorwaarts en geen weg terug. Mensen met niets te verliezen en een wereld te winnen.

Posted on

Talkshows en hun rol in het publieke debat

Hank Johnson heeft vannacht slecht geslapen – als expert in radicalisering is hij gevraagd voor een talkshow en vermoedt nu wat hem boven het hoofd hangt. Zijn opponent zal betogen dat West-Europeanen de gruwelijke aanslagen toch vooral aan zichzelf te wijten hebben. Racistische standbeelden en naamsverwijzingen naar J.P. Coen, Maurits en Michiel de Ruyter, zijn tekenend voor een cultuur die onvoldoende met een eigen duister verleden heeft afgerekend.

De theorieën die Hank moet aanhoren vallen in de UvA-breinen allemaal logisch in elkaar, zoals legoblokjes die solide worden vastgeklikt. Het valt hem op hoe een mooie blondine in het publiek glimlacht bij elk woord van zijn opponent, maar afkeurend nee-schudt wanneer haar kampioen tegengas krijgt. Wat de vragen betreft gaan alle inkoppertjes naar het tegenkamp en alle kritische naar Hank.

Dit spel duurt een tijdje voort totdat Hank een vermoeidheid voelt opkomen. Zijn aandacht glijdt weg van het debat, dat al met al niet verder komt dan “kauwgom voor een lege geest”. Plots schiet hem te binnen wat een columnist onlangs verwoordde:

“De items zijn kort en als ze al enige diepgang hebben, dan moeten ze snel weer naar de oppervlakte worden gebracht met een fragmentje, een grap of de oninteressante mening van één of andere derderangs artiest die ook aan tafel is beland om een cd’tje te pluggen. En het inteeltgehalte is enorm. De talkshow hosts en hun sidekicks kennen hun gasten vaak persoonlijk, al dan niet via half-aristocratische liefdes- en huwelijksverbanden of het netwerk van een politieke partij.”

De acute werkelijkheid dringt weer tot Hank door wanneer de presentator hem tot de tweede keer toe om een antwoord maant. “Oplossingen!” dringt de presentator aan: “Altijd dat kritische, dat zure horen we overal al. Formuleer het eens positief. Biedt eens een oplossing!” Hanks glazige blik keert terug naar het tafelgesprek: hij besluit het over een andere boeg te gooien. Plots spreekt hij met een ijzeren zelfverzekerdheid.

“Discussies ‘om tot oplossingen te komen’ zijn fundamenteel zinloos.”

De presentator kijkt hem onbegrijpend aan. Hank laat een stilte vallen – alle aandacht is nu op hem gericht. Hij spreekt verder.

“Want welke kant er opgedacht kan worden qua oplossingen, staat of valt met het kenschetsen van het probleem, en dus met hoe klein of hoe groot je dat maakt. En zo komen we bij ons uit – bij de talkshows en hoe er hier gesproken wordt. Mainstream media debatplatforms bepalen het frame waarin het probleem wordt geperst en welke woorden er worden gebruikt. Spreekt men van ‘rellen’, ‘ongeregeldheden’, of ‘baldadigheid’? Niet de feiten maar de toonzetting bepaalt het probleem, en daarmee de oplossingsrichting.”

“Wat bedoelt u? Maak het eens concreet!”

“Een probleem zoals professor Ruud Koopmans constateerde – dat zo’n veertig tot vijftig procent van de moslims in Europa opvattingen koestert die ronduit fundamentalistisch zijn – wordt teruggebracht tot de integratieproblemen in een wijk die toevallig in het nieuws is. In die wijk wordt het weer teruggebracht tot een groep hangjongeren en tot slot tot één specifiek ontspoord gezin. Daar wordt dan een buurtcoach op gezet. En zo is de constatering van Koopmans weer uit beeld en moddert men verder. De aannames achter het gevoerde beleid worden op een grotere schaal nooit wezenlijk betwijfeld, laat staan heroverwogen. Het publieke debat zoals het vandaag wordt gevoerd is er niet om dit te veranderen, maar dit te bestendigen.”

De presentator en het publiek kijken verbijsterd en lijken compleet overrompeld terwijl Hank doorpraat.

“En daarom heb ik dus totaal geen zin in een discussie over oplossingen. Oplossingen die écht werken, zijn in de huidige maatschappelijke situatie onbespreekbaar. Als je ze ter sprake brengt, wordt je direct in de hoek van Wilders gedreven, er volgen Breivik-vergelijkingen en vervolgens kun je een maatschappelijke loopbaan wel vergeten. Daarom vormen ‘oplossingen’ het minst interessante deel van iedere huidige maatschappelijke discussie. Allereerst zal een totale omzwenking in het denken nodig zijn: een nieuw denkraam moet zich ontsluiten – een wenkend paradigma dat zich openbaart.”

De presentator knipperde met zijn ogen. Met stomheid geslagen overwoog hij om te vragen wat een paradigma precies was. Voordat hij het moment kon pakken ging Hank door.

“Maar aan zo’n nieuw denkraam komen we dus nooit toe, want de publieke discussie is het voorportaal van hoe er in dit land wordt gedacht. Zowel qua beleidsrichtingen als de mening van het brede publiek. En wie zitten er aan deze tafels om de problemen te duiden? Mensen uit dezelfde netwerken. Dezelfde kringetjes. Ze zien elkaar op de sportschool en bij dezelfde cocktailfeestjes. Ons kent ons – ze hangen ronduit hetzelfde wereldbeeld aan: dat wereldbeeld is linksliberaal, postmodern en georiënteerd op het leefpatroon van de grootstedelijke wereldburger.”

“Wat bedoelt u precies met dit wereldbeeld?” wilde de presentator weten.

“Daarmee bedoel ik: patriottisme is vies en ruikt naar spruitjeslucht. Migratie als maatschappelijk fenomeen is daarentegen geweldig maar individuele migranten moeten niet te dichtbij komen. Diversiteit is gaaf – zolang het gaat om diversiteit van kleur en geaardheid maar niet qua opvattingen. Want dat werkelijke diversiteit leidt tot onverzoenbare wereldbeelden waartussen afgrondelijke spanningen bestaan, dat wil de kosmopolitische talkshowklasse niet horen. In hun denken zijn we aan het ‘einde van de geschiedenis’ aanbeland: de globalisering zou leiden tot een wereldwijde metropolische eenwording. Iedereen dezelfde consumentenleefstijl met hooguit wat smaakaccenten qua kledingkeuze en muziekvoorkeur.”

De presentator fronste zijn wenkbrauwen. “Wie heeft daar baat bij? Hoe ziet het bestuur eruit?”

“Ze zien die metropolische maatschappij voor zich met technocraten aan het roer. Specialisten die zich boven politiek, boven levensbeschouwing en zelfs boven de volkssoevereiniteit verheven achten. Zij besturen ons met algoritmes, positiviteitstrainingen en reclametechnieken. Loop ons niet voor de voeten en verder panem et circenses. Wie dit spel eenmaal doorheeft kan twee dingen doen. Ofwel je trekt je terug uit de publieke discussies en gaat compleet off the grid. Ofwel je speelt mee. Je lacht van je af en slaat elkaar amicaal op de schouders – wie tsjakka-peptalk uitslaat mag ook aan talkshowtafels plaatsnemen. Je verandert in een vervalsing van jezelf.

Als je in waarheid wil leven en dit allemaal aankaart, dan wordt je uitgekotst en is je carrière geruïneerd. Hoe geleerd je ook bent: je zult worden buitengesloten. Dan wek je de toorn van de elite en krijg je de afgunst van de massa over je heen.”

“Verklaar u nader. Wat bedoelt u met ‘de toorn’ en ‘de massa’?”

“Ik doel op uitsluiting. Diezelfde bullebakken die vroeger de slimme kinderen in de klas klein hielden, worden nu ingezet om de critici van het bestel belachelijk te maken. Ondertussen worden we vastgeklemd door een krab met twee scharen. Enerzijds betekent migratie terreurdreiging: dit biedt de instituties de perfecte gelegenheid om veiligheidsmaatregelen te nemen en hun macht te concentreren. Anderzijds ontstaat paranoia omdat het juist zo stil is rond het jihadisme. Als er weer treinen onverwachts vertraagd zijn of camera’s plots geen beelden hebben, weten we nooit wat er écht heeft gespeeld. De elite heeft er immers belang bij om de eigen macht te vergroten, maar ook om het deksel op de pot te houden. In de praktijk betekent dit schaarwerk een informatieachterstand voor burgers.”

“Dat is een somber verhaal. Wat ziet u als uitweg?”

“Zoals Peter Sloterdijk heeft geconstateerd: voordat je ook maar iets kunt doen, moet je eerst boos worden. De gevestigde orde is zich hiervan bewust, vandaar overal de voortdurende nadruk op positiviteit. Terugkomend op de oplossingen – tegen deze keten van belangen en processen is niets te doen tenzij mensen een soort van revolutie op touw zetten. Een revolutie in naam van bezield politiek staatsburgerschap. Om duidelijk te maken dat het volk meer is dan ongeletterde tokkies of schaapachtige consumenten die de hand van hun herder nodig hebben. Maar zo’n opstand, dat durven de mensen niet aan.”

“Waarom niet?”

“Burgers kijken om zich heen en beseffen dat ze hun medeburgers hiervoor onvoldoende vertrouwen. Brood en spelen, verdeel en heers hebben hun werk gedaan. Onze onderlinge banden zijn slap: familiewaarden zijn verzwakt, verenigende tradities zijn uitgewist en heroïsche voorbeeldfiguren worden neergezet als autoritaire witte mannen. Zelfs het leidende cultuurgoed wordt verdacht gemaakt en opgebroken in kleine compartimenten – hierbij komen activistische minderheidsgroepen goed te pas. Zij dienen om het volk tegen zichzelf uit te spelen – alles om een samenballing van opstandige elementen te voorkomen.

Specifieke woorden raken omstreden en gaan voor verschillende groepen iets heel anders betekenen. Tot op het punt dat gesprek en overreding niet meer mogelijk zijn: wie zich rationeel opstelt wordt direct als immoreel afgeschilderd, zoals we onlangs zagen bij het tv-debat tussen Jordan Peterson en Cathy Newman. Gesteund door de mediatycoons en verblind door social justice warrior-ideologie zag ze het als haar missie om de kijkers te leren wat zij van Peterson moeten vinden.

Kortom: door immigratie en identiteitspolitiek verstaat men elkaar niet meer. Groepssolidariteit ontbreekt en sociaal atomisme blijft over. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn we voorgeprogrammeerd op een Brave New World, die nu aanstaande is. De talkshows en de televisie hebben hierin de voortrekkersrol gespeeld.”

“Wat zal er nu gaan gebeuren?”

“Nu een steeds groter deel van het volk via internet zelfstandig informatie zoekt, wordt ook die toegang gesaboteerd. Men trekt de shaming-tactieken uit de kast. ‘Nepnieuws!’ ‘Russische propaganda!’ Dergelijke kreten worden in de media rondgepompt terwijl zich kartels vormen tussen de politieke leiders, topambtenaren en de CEO’s van Silicon Valley. Als gevolg worden kritische mediaplatforms onvindbaar op sociale media en onzichtbaar in zoekresultaten. Als je kanaal eraf wordt gegooid krijg je 100 tekens ter beschikking om een bezwaar te formuleren. Deze ondoorzichtige bureaucratie betekent enerzijds totale willekeur en anderzijds toenemende regulering.”

“Waar leest u dit aan af?”

“Ik lees dit af aan liberale partijen die de bureaucratie bestrijden maar er ondertussen mee versmelten. Nu gaan cryptocurrencies de taboesfeer in, uiteindelijk gevolgd door cash – men mag de tentakels van het kartel niet meer kunnen ontwijken: men moet en zal gelijkgeschakeld worden in de administratieve moloch. Zo sterft het vreedzame verzet een stille dood nog voordat het zich kan organiseren.

Let wel – dit zal allemaal gebeuren in naam van gelijkheid, democratie, transparantie en dat soort taalgebruik. Van deze gelijkschakeling was PRISM een voorbode – de voltooiing zal worden opgediend met een sausje van fluïde en ongrijpbare opwekkingsretoriek zoals we al kenden van Obama. Brave New Worldhere we come. Al met al concludeer ik dat het in deze situatie onzinnig is om te speculeren over ‘oplossingen’ – het overkoepelende maatschappelijke verhouden waarbinnen dit speculeren plaatsheeft is zelf een probleem.”

De presentator en het publiek luisterden met open mond. Er viel een absolute stilte – verbijstering overheerste het moment. Maar ieder moment – hoe briljant ook – duurt slechts een moment. “Okay, en nu is het tijd voor de reclame! Maar eerst de nieuwe hitsingle…” De talkshow rondom Hank denderde verder. Over tot de orde van de dag. Tot de volgende dag.

Als «toetje» voor de liefhebbers.