Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

9/11 – De aanslag op het World Trade Center: Deconstructie van een anti-zionistische complottheorie

De politieke wetenschapper Kees van der Pijl kennen we o.a. van Café Weltschmerz waarin hij regelmatig – op zich boeiend – commentaar geeft op de geopolitiek. Recent ontstond er ophef over een tweet – met een verwijzing naar een obscure site – waarin Van der Pijl de nogal boude bewering doet dat Israeli’s met behulp van zionisten in de Amerikaanse regering het World Trade Center (WTC) in New York hebben opgeblazen. De ophef was voor hem echter geen reden voor terughoudendheid. In tegendeel, in de daarop volgende ‘The Richie Allen Show’ laat hij doodleuk weten dat er keihard bewijs is voor zijn beweringen. Van der Pijl beroept zich hierbij op het werk van de onderzoeksjournalist Christopher Bollyn. We lazen diens boek ‘The War on Terror, The Plot to Rule the Middle East‘ (2017) waarin hij een a priori kwaadaardig verondersteld Israël aanwijst als de planmatige dader van de aanval op het WTC.

Yinon-Plan

Als steeds terugkerend thema in zijn boek, begint Bollyn met de feitelijke vaststelling dat Benjamin Netanyahu (de huidige premier van Israël) sinds 1979 – mede via het samen met zijn vader opgerichte Jonathan Netanyahu Institute – consequent de doctrine van de War on Terror heeft gepropageerd. Met steeds als ultiem doel de uitschakeling van Israëls aangrenzende vijanden. ‘Balkanisering’ van de regio (later zo genoemd naar voorbeeld van het uiteenvallen van het vroegere Joegoslavië in de jaren ‘90) was daarbij de te volgen strategie, d.w.z. opdeling van de regio in kleinere etnische en religieuze enclaves die elkaar onderling bestrijden. In 1982 is Netanyahu’s idee als een uitgewerkt operationeel plan in de openbaarheid gebracht onder de naam Yinon-Plan.

In zijn boek plaatst Bollyn dit Plan van meet af aan in een uiterst verdachte hoek. Alsof het staat voor iets onbetamelijks. Maar vanuit het perspectief van Israël dat binnen een vijandige moslim-omgeving moet leven met de voortdurende dreiging om als Joods volk in zee gedreven te worden, zou iedere rechtgeaarde en vaderlandslievende machiavellist zo’n strategisch plan kunnen bedenken. Goed voor het bedreigde Israël maar slecht voor vijandige moslims in de aangrenzende regio. Zo bijzonder is het Yinon-Plan dus niet.

Het complot

Bollyn beschrijft een op het eerste gezicht inderdaad nogal verdachte verzameling van – op zichzelf goed gedocumenteerde (maar niet alle onomstotelijk bewezen) – gebeurtenissen en feiten, die tezamen geframed kunnen worden binnen zijn zionistische complot. Rode lijn van Bollyns (nogal doorzichtige) Zionistische Plot-redenering: Omdat er twijfel bestaat aan de officiële lezing van de aanslag op het WTC (zie hieronder) terwijl die aanslag (inderdaad) Israël vol in de kaart speelde, is Israël DUS de ware dader van deze aanval. En dat zonder ook maar één dode Israëlische soldaat, voegt Alan Sabrosky daar in het voorwoord nogal vilein aan toe. (Alsof Israël geen militaire inzet zou willen leveren om zijn kerndoel – veiligheid – te realiseren!)

Bollyn suggereert dat Israël zich volgens genoemd Yinon-Plan gedurende ruim twee decennia heeft voorbereid op de WTC-aanslag terwijl de mainstream media (volgens Bollyn onder controle van zionisten!) daar bewust over hebben gezwegen. In plaats daarvan hebben die media, en nog steeds onder regie van Israël, de door Bollyn voor onschuldig gehouden (maar door Israëls militaire inlichtingendienst misleidde!) moslim Osama Bin Laden van Al Qaida als zondebok gepresenteerd voor de gewraakte aanslag. Een gefingeerde dader dus, die zich in een Afghaanse rots schuil zou houden. Door dit door Israël georkestreerde plan greep het Westen (aangevoerd door Amerika) deze terreurdaad onmiddellijk aan om Afghanistan, Irak, Libië, Syrië, enz. in hun oorlog tegen het terrorisme te betrekken met precies het resultaat volgens Netanyahu’s oorspronkelijke opzet van 1979 (ofschoon daarin het WTC als provocatief doel niet werd genoemd)!

Cherry picking

Ter onderbouwing van zijn plot gaat Bollyn opvallend selectief te werk. Zo maakt hij melding van een door mediamagnaat Rupert Murdoch geproduceerde, en een half jaar vóór 9/11 vertoonde TV-serie over een op afstand bestuurd, gekaapt passagiersvliegtuig dat het WTC binnen vloog. Bij de opnames werd gebruik gemaakt van een helikopter die de omgeving van het WTC in kaart kon brengen. Bollyn suggereert dan dat deze verfilming wel eens verband zou kunnen houden met de daarop volgende werkelijke WTC-ramp. Maar verder niets over de piloten van de vliegtuigen die het WTC feitelijk binnen vlogen. Ook zwijgt Bollyn over de aanval op het Pentagon. De kans dat de film en de WTC-aanval los van elkaar staan is evenwel groter dan de kans op een causale relatie tussen beide voorvallen, vooral omdat er – ook volgens Bollyn zelf – reeds lang publiekelijk verhalen de ronde deden over een mogelijke terroristische aanslag op een duidelijk zichtbaar Amerikaans machtscentrum in New York. Een kwaadaardige opzet van de verfilming zou in dit klimaat daarom onmiddellijk doorzien zijn. Maar Bollyn kiest onomwonden voor verdachtmakingen jegens Israël!

En natuurlijk ontbreekt niet de theorie dat Al Qaida mede een product is van superieure Israëlische planning, waarmee de Zionisten een ideale vijand van het Westen creëerde. Voorts wijst Bollyn nadrukkelijk op activiteiten van de Mossad (Israëls geheime dienst) die hij alle – zeer speculatief (geen begin van bewijs!) – in de context van de WTC-tragedie plaatst! (Er zullen ten tijde van deze tragedie ongetwijfeld ook Arabische veiligheidsdiensten in New York actief zijn geweest die kennis hadden van het vermaledijde Yinon-Plan, maar daarover zwijgt Bollyn dan weer.)

Het verbaast dan ook niet dat Bollyn de samenwerking tussen Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten in een kwaad daglicht plaatst. Ten onrechte want de Amerikaanse belangen sporen naadloos met die van Israël waardoor een dergelijke samenwerking voor de hand ligt. Ook beweert Bollyn dat de arrestatie na de aanslagen van 9/11 van Israëliërs die volgens hem (maar nooit bewezen) betrokken zijn geweest bij terroristische praktijken met betrekking tot 9/11 opzettelijk is stil gehouden. Tot slot zorgden ministers met een dubbele nationaliteit (VS en Israël, volgens Bollyn ook al verdacht) er volgens Bollyn voor dat George W. Bush binnen zijn regering ruimschoots de benodigde steun verkreeg voor zijn voorstel om de door Israël beoogde War on Terror te beginnen. Dit met als officieel doel de bronnen van het terrorisme dat de WTC-ramp had veroorzaakt uit te schakelen. Tegelijkertijd kon de VS op het thuisfront al langer gewenste maar onpopulaire veiligheidsmaatregelen door het Congres jagen, zoals de al klaarliggende (!) Patriot Act (elektronische surveillance).

Het is een onloochenbaar gegeven dat Bush’s oorlogsverklaring aan het terrorisme een voor Israël gunstige beslissing was omdat het perfect strookte met het Yinon-Plan. Maar zo bijzonder is dat niet, want dat zou ook het geval zijn voor elk ander land in zo’n penibele geopolitieke situatie als Israël. Maar volgens Bollyn was het ganse scenario – inclusief de aanval op het WTC – met kwade opzet door Israël bedacht, gedurende twee decennia voorbereid en tenslotte onder Israëls regie uitgevoerd!

Gesmolten ijzer

Als één van de hoofdoorzaken van de twijfel aan de officiële lezing van 9/11 noemt Bollyn de (volgens hem) haastige afvoer van het gesmolten ijzer afkomstig van de vernietigde WTC-torens. Daardoor werd forensisch onderzoek naar de precieze herkomst van dit ijzer onmogelijk. Hij koppelt de verdachtmaking van genoemde ijzer-afvoer aan de explosieve instorting van één van de WTC-torens. Zeven minuten voorafgaande aan die instorting zou er volgens Bollyn – hij baseert zich o.a. op getuigenissen van brandweerlieden – namelijk sprake zijn geweest van een onverklaarbaar hete soort lavastroom van gesmolten ijzer vanaf de 81-ste verdieping van de Zuid-Toren. Ook voert Bollyn in dit verband een select groepje Mossad -veteranen op die er aldoor op uit waren om een beveiligingscontract voor het WTC te krijgen. Eén daarvan heeft volgens Bollyn sinds 1993 zo’n contract ook daadwerkelijk bemachtigd, waardoor de Mossad ten tijde van de ramp effectief verantwoordelijk was voor de beveiliging. Verder suggereert Bollyn een causaal verband  tussen dit gegeven en door de autoriteiten verzwegen, maar intussen wel goed gedocumenteerde explosies bij het WTC, en stelt dat sprake is van een  terreurdaad die o.a. de karakteristieke fijn structuur van de gesmolten ijzerstof na de ramp verklaart (NB. Er is nooit aangetoond dat de verzwegen explosies het gevolg waren van een terreurdaad).

Maar waarom zou de Mossad – zoals Bollyn suggereert – een dergelijke gloeiendhete ijzer-stroom faciliteren, als er toch al twee Boeings het WTC binnenvlogen? En waarom die ijzerstroom in de ene toren, en niet in de andere? De ‘waarneming’ van gesmolten ijzer voorafgaande aan de instorting van een WTC- toren vertoont dan ook alle kenmerken van inbeelding (zoals de ‘mannen in witte pakken’ die bij de Bijlmerramp zouden zijn waargenomen).

Conclusies

Twijfel aan de lezing van de autoriteiten over de toedracht van de aanslag op het WTC heeft onlangs geleid tot het instellen van een ‘Grand Jury’. Dit toont ook al aan dat de precieze loop van de gebeurtenissen strikt genomen onbekend is. Bollyn neemt de – mede door hem opgeworpen – twijfel niet weg maar presenteert alles bijeen een suggestieve en onsamenhangende verzameling van feiten en gebeurtenissen met als enige constante dat zij allen zonder uitzondering naar Israël wijzen als de planmatige dader van de aanval op het WTC. Omdat Bollyns onderzoek duidelijk blijk geeft van vooringenomenheid jegens zionisten en Israël (de Joodse zionisten zijn volgens Bollyn de oorzaak van al het terrorisme, waarvan de islamitische Palestijnen het slachtoffer zijn) is zijn boek beslist géén betrouwbare informatiebron.

Ter illustratie van ons eindoordeel geldt dat Bollyn in zijn boek een apart hoofdstuk heeft opgenomen waarin hij de volgens hem ten onrechte getroffen moslimgemeenschap in het Midden-Oosten aan het woord laat, terwijl de door hem belasterde Joden geen weerwoord krijgen. Het typeert de werkwijze van een antisemiet. Met zijn onvoorwaardelijke beroep op Bollyn laadt van der Pijl de verdenking op zich tot dezelfde categorie te behoren als Bollyn zelf.

Posted on 2 Comments

Nederland potentieel doelwit in kernoorlog

Door het opzeggen van het INF-verdrag is Nederland teruggekomen in de wereld van de Koude Oorlog. In de oorlog van nucleaire dreigingen is Nederland echter niet een passieve speler, maar speelt het ook zelf actief mee op het nucleaire speelveld. 

Reeds lang wordt vermoed dat er ook op Nederlands grondgebied kernwapens worden opgeslagen, namelijk op de luchtmachtbasis in Volkel. Deze vermoedens werden bevestigd toen Wikileaks een cable naar buiten bracht uit 2009 over een bijeenkomst tussen de Amerikaanse ambassadeur in Duitsland (Phil Murphy), assistent-staatssecretaris Phillip Gordon en Christoph Heusgen, buitenlandse en veiligheidszakenadviseur van bondskanselier Angela Merkel.

In het gesprek merkt Gordon op een gegeven moment op dat het belangrijk is om het voorstel van het verwijderen van kernraketten in het coalitieakkoord goed te doordenken. In de cable staat:

“Bijvoorbeeld, een terugtrekking van nucleaire wapens uit Duitsland en mogelijk uit België en uit Nederland zou het Turkije politiek erg moeilijk maken om haar eigen voorraad te handhaven, ondanks dat het nog steeds overtuigd was van de noodzaak dit te doen.”

Ruud Lubbers

Ook vertelde in 2013 oud-premier Ruud Lubbers in een interview aan National Geographic Channel over zijn tijd als vaandrig op vliegbasis Volkel. In het interview vertelt de oud-premier dat hij in zijn diensttijd ‘nucleaire onderdelen’ heeft moeten categoriseren. Ook vertelt hij over 2013:

“Ik had toch nooit gedacht, dat wij in 2013 nog die onderdelen in Volkel zouden hebben. Ik had toen al lang gedacht dat na Reykjavik en het succes van de 0-0 en na het einde van de Koude Oorlog, dat er op één of andere manier dit allemaal verder zijn weg zou vinden. Maar ergens is nog altijd toch die, ook nu nog weer, die verleiding om weer in een conflict als het ware in een soort Koude Oorlog-verhouding weer te komen.”

Naast de aanwezigheid van nucleaire wapens op de luchtbasis Volkel zijn er geruchten dat er nabij de marinebasis in Den Helder eveneens op enig moment kernwapens opgeslagen zijn. Deze informatie is echter gedateerd, indien correct zou het gaan om kruisraketten.

Kernwapentaak voor Nederland

De atoomwapens die hoogstwaarschijnlijk op vliegbasis Volkel liggen zijn geen wapens die zelfstandig naar hun doel kunnen komen: daar zijn vliegtuigen voor nodig. Momenteel wordt die rol vervuld door de F-16. Maar met de aanschaf van de F-35 door de Nederlandse luchtmacht, zal deze rol moeten worden overgenomen door het nieuwe toestel.

Op Volkel zouden B-61-kernbommen opgeslagen liggen.

Nederland is overigens verplicht een dergelijke missie uit te voeren vanuit NAVO-verband. Dit werd onder andere duidelijk uit een antwoord van toenmalig minister van defensie Hennis-Plasschaert aan de Tweede Kamer. Reagerende op de Motie-Van Dijk in 2014 waarin werd aangenomen dat de F-35 geen kernwapentaak zou mogen uitvoeren, gaf de minister aan:

“Nederland heeft in NAVO-verband een kernwapentaak. Met de uitvoering van deze taak is één squadron F-16’s belast, zoals in antwoord op schriftelijke vragen van het lid Van Velzen (SP), ingezonden op 14 februari 2005, is medegedeeld. Zoals reeds in 2002 op schriftelijke vragen is geantwoord (Kamerstuk 26 488, nr. 9), is het de bedoeling dat de F-35 deze taak van de F-16 zal overnemen.”

Keuze voor Joint Strike Fighter

Het ligt overigens in de rede dat Nederland mede vanwege deze verplichting de F-35 heeft aangeschaft. Veel van de toenmalige concurrenten van de F-35 worden beschouwd als niet in staat te zijn kernwapens af te leveren.

Hoewel de Tweede Kamer zich in 2014 uitsprak tegen het geven van een kernwapentaak aan de F-35, gaf de minister toen ook al aan dit niet uit te kunnen voeren maar dat zij daarvoor in de plaats zou streven naar ontwapening. Aangezien de internationale verhoudingen van Nederland met Rusland zijn verscherpt, is de kans vergroot dat de Tweede Kamer haar opstelling in de toekomst zal wijzigen. Deze kans wordt verder vergroot daar de Adviesraad Internationale Vraagstukken het advies heeft gegeven dat het nieuwe toestel ook dergelijke wapens moet mogen afleveren.

Nederland: een doelwit in een kernoorlog

De aanwezigheid van kernwapens op Nederlands grondgebied en de kernwapentaak maken Nederland ook een potentiële dreiging voor een land als Rusland. Deze kernwapens kunnen namelijk in een eventuele oorlog tegen de Russische Federatie worden ingezet. Nederlandse piloten waren ook voor een dergelijk doel opgeleid in de Koude Oorlog: namelijk om kernwapens te laten vallen op grondgebied van het Warschaupact.

In een eventuele kernoorlog met Rusland zou een dergelijk scenario zich herhalen en dus moeten de Russen rekening houden met de Nederlandse dreiging. Deze dreiging gaat in het geval van Nederland voornamelijk uit van Volkel en mogelijk van Den Helder. Vandaar de vluchten van Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim.

Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim

Het is overigens zeer onwaarschijnlijk dat de Tu-160-bommenwerpers die langs Nederland door internationaal luchtruim vliegen bewapend zijn met kernwapens vanwege veiligheidsoverwegingen. Een ongeluk met een kernwapen zou immers als een nucleaire aanval kunnen worden geïnterpreteerd. Ook is het zeer de vraag of de vluchten gelden als potentiële oefeningen omdat het erg gevoelig ligt dergelijke scenario’s te oefenen. Maar niettemin vervullen de vluchten van de Russische bommenwerpers nabij Nederlands luchtruim een afschrikkingsfunctie naar de Nederlands politiek. De boodschap is: “Jullie hebben kernbommen, gebruik ze niet tegen ons, anders gebruiken wij onze wapens.”

Een Nederlands antiballistisch raketsysteem?

Twee weken na de Kamerbrief dat de Russische 9M729-raket het INF-verdrag zou overtreden, kwam het kabinet met een Nationaal Plan Defensie-uitgaven ten behoeve van de NAVO. Hierin wordt geschreven dat Nederland voornemens is meer F-35-toestellen aan te schaffen, haar speciale en cyberoperaties-component wil vergroten en ook haar vuurkracht te land en ter zee wil vergroten. Vooral dat laatste blijkt interessant te zijn. Hierin wordt de wens uitgesproken om de Nederlandse ‘Zeven Provinciën-klasse’-fregatten uit te rusten met een (verbeterd) antiballistisch raketsysteem (ABM-systeem).

In de bijlage wordt beschreven: “De additionele ABM-systemen zullen de NAVO voorzien van een ABM-sensor en wapensystemen zoals werd verzocht in het ‘2017 capability target package’.”  Hierbij gaat het om het aanschaffen en integreren van raketten die ballistische raketten tot in de ruimte kunnen onderscheppen. De ABM-raketten betreffen waarschijnlijk de SM-3 raket. In eerdere oefeningen bleek verbeterde radar van de ‘Zeven Pronvinciën’-klasse al over voldoende capaciteit te beschikken om dergelijke ballistische-raketten te detecteren, maar het schip is afhankelijk van andere (veelal Amerikaanse) schepen om de ballistische raketten te vernietigen. De aanschaf van de SM-3 raket zou dit veranderen maar wel voor een kostenplaatje van zo’n 20 miljoen per stuk.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

Nederlandse in Donbass: “Ik sluit een derde wereldoorlog echt niet uit”

Met je kinderen vluchten uit de oorlog, het is een nachtmerrie die bij de meeste moeders niet eens zal opkomen. Ilse Kraamwinkel deed echter het omgekeerde, ze vertrok samen met haar vriend en kinderen uit Nederland naar een oorlog. Ze vond dat ze niet langer kon leven met het idee dat ze in Nederland zou bijdragen aan een maatschappij die er volgens haar voor zorgt dat er elders op de wereld oorlog wordt gevoerd. Ilse is om die reden vertrokken naar de Volksrepubliek Donetsk (DNR), een niet-erkend land dat officieel in Oost-Oekraïne ligt. Ze woont daar sinds een jaar en houdt een blog bij over haar leven in de DNR. Haar vriend Pascal vecht als soldaat in het leger.

Wat heeft je bewogen om hiernaartoe te komen?

Lang verhaal, niet kort uit te leggen denk ik. Als je naar het verleden van mijn vriend kijkt, hij heeft in Nederland in militaire dienst gezeten. Toen was hij nog relatief jong. Hij is daar in gegaan met de intenties, net als elke Nederlandse militair eigenlijk, om goed te doen voor de wereld. En vanaf die tijd en na die tijd zijn er steeds meer verhalen naar buiten gekomen over Irak, Srebrenica, Libië. Nadat hij dienst is uit gegaan zijn wij ons steeds meer gaan verdiepen in allerlei zaken. En één ding wat dan duidelijk wordt is dat het beeld dat naar buiten gebracht wordt, dat daar gewoon heel veel niet aan klopt.

Je hebt het over dat er geen goed beeld van de wereld wordt gegeven. Wat voor dingen zijn dat bijvoorbeeld?

Neem bijvoorbeeld toentertijd de beelden van Irak  of de verhalen over Amerikaanse soldaten die de papavervelden zaten te bewaken in Afghanistan. Ik bedoel, ik heb laatst nog op Facebook twee stukjes gepost van de NOS waarbij het gewoon zo overduidelijk was dat ze gewoon hebben zitten knippen en plakken.

Welke twee filmpjes waren dat?

Eentje over Poetin die een interview gaf aan een BBC-journalist over Oekraïne. Het eerste stukje van de NOS wat ze dan laten zien is dat een journalist van de BBC met Poetin gaat praten. En Poetin zegt hem dat ie even zijn mond moet houden en daarna heeft de NOS het afgekapt en laten ze daarna een beeld zien dat hij wat verder weg loopt. Maar goed, RT heeft het hele verhaal laten zien. Daarbij werd het dus heel duidelijk dat Poetin dus zat te wachten op zijn woordvoerder. Hij was aan het wachten op vertaling en daarna heeft hij nog twee minuten met die journalist staan praten om alles te verduidelijken en zijn mening te geven.

Maar ja, dat was filmpje één, filmpje twee ging over een Nederlandse journalist, Joost Bosman, die in Rusland bij een discussieprogramma aanwezig was en die daar zijn zegje zou doen. In de NOS-reportage werd gezegd dat hij amper aan het woord kwam. En uiteindelijk bleek op de originele Russische beelden dat Joost Bosman gewoon zeker anderhalve minuut heeft staan praten.

Je kunt je niet vinden in veel van de dingen die in het westen gebeuren. Maar hoe kom je dan op het idee weg uit Nederland te gaan en naar de DNR te komen?

Al jarenlang hadden we eigenlijk iets van ‘Wat doen we hier eigenlijk nog? Waarom werken we nu nog eigenlijk mee aan dit systeem?’ Maar ja, daarna komt de vraag: ‘Wat dan wel?’ Wat moet je gaan doen? Ergens op een onbewoond eiland gaan zitten? Dat gaat het hem ook niet worden denk ik.

Dus zo hebben we jarenlang gezeten. Na die tijd ben ik me eigenlijk meer op de situatie van hier gaan richten. Pascal had ondertussen contact met een aantal mensen van hier. En ja, goed, dan kom je Rusland op een gegeven moment tegen.

Schrikte Rusland jou niet heel erg af?

Dat vond ik in het begin altijd een moeilijk verhaal, ik vond dat moeilijk te plaatsen. Ik bedoel, je komt eerst terug op alle problemen in de Sovjet-Unie. Na de Sovjet-Unie alle corruptie die in die tijd is ontstaan en dan kom je uit in het nu. En het nu ligt nog ergens tussen de perfecte wereld en de tijd van de corruptie in. Wat men bijvoorbeeld in Nederland vaak niet snapt is dat alles werd geprivatiseerd in een hele korte tijd en daarbij enorm veel corruptie is bewerkstelligd. Daarom kan je de corruptie niet in korte tijd uitbannen.

Ik bedoel, men kan alle privatiseringen terugdraaien, maar dan had de hele wereld ook op zijn kop gestaan. Ik bedoel, men kan niet van elk groot bedrijf de eigenaren eruit trappen. Dat gaat niet. En dat moet stukje bij beetje aan banden gelegd worden. En dat is iets wat men in het westen heel moeilijk ziet. En dat is het beeld wat ik in eerste instantie ook nog niet zag. Dat zie je pas als je er echt in gaat verdiepen en dat is dus het verhaal achter de media, het verhaal dat wij in het westen niet zien.

Is er een belangrijk moment geweest waarom je je vertrouwen bent verloren en uit Nederland wou vertrekken?

Ik denk niet dat daar eigenlijk een duidelijk punt in is geweest. Daar hebben zoveel dagen, uren, weken, maanden aan onderzoek, aan achter de computer zitten, informatie natrekken, ingezeten. En stukje bij beetje gaat de beerput los en zie je steeds meer. Het punt waarop wij echt op het punt stonden om te vertrekken dat is eind vorig jaar geweest of tenminste halverwege vorig jaar.

Ik denk dat je dat heel erg moet terugleiden op dat wat er nu allemaal speelt. De drang naar het demoniseren van Rusland. Hoe het op dit moment in Syrië gaat. Pascal heeft echt al jarenlang van alles zien aankomen. Toen ie er echt mee bezig ging, vanaf dat ze in Libië bezig waren met de no-fly zone. Alles heeft ie aan zien komen. Alles wat daarna gebeurd is hebben we best wel bewust doorgemaakt. Met de vluchtelingenstroom die op gang zou komen. En als je kijkt waar de hele situatie nu toe aan het leiden is…nou ik sluit een derde wereldoorlog echt niet uit. En daar zijn wij heel realistisch in geweest.

En ook al komt die wereldoorlog er niet dan vinden er lokaal nog een paar grote oorlogen plaats en op een gegeven moment waren wij op een punt dat… Ik heb altijd gezegd: ‘Ik wil geen kant kiezen.’ Ik bedoel, we leven op een wereld, we leven op één planeet en we zullen het met elkaar moeten doen. Alleen het jammere is dat heel veel landen daar een stukje anders over denken. Het Westen is op dit moment zo demoniserend tegenover Rusland, China en verschillende andere landen aan het doen in plaats van diplomatiek een verbintenis proberen te zoeken, dat we op een gegeven moment gezegd hebben: het wordt nu tijd om wel een kant te kiezen. En die kant ligt voor ons niet meer in Europa.

Waarom ligt die wel bij Rusland naar jouw idee?

Vanaf het moment dat Poetin aan de macht is gekomen begon je vanuit het Westen een steeds negatievere houding tegenover Rusland te zien. En dat terwijl Poetin al die tijd zo diplomatiek mogelijk met iedereen probeerde te zijn. Dat zie je nu bijvoorbeeld ook terug met Noord-Korea. (Interview is afgenomen in Februari: ‘Rocket man’, ‘My button is bigger and more powerful’ – SB) De gezamenlijke sancties van de VN, daar neemt Rusland deel aan. Men probeert echt wel duidelijk onderscheid te maken in ‘tot hier en niet verder’. Maar tegelijkertijd hebben ze altijd gezegd ‘wij proberen altijd diplomatieke verhoudingen zo goed mogelijk te houden. Want zodra wij niet meer praten dan houd het op. En zodra we niet meer samen kunnen werken, dan gaan we vast zitten en dan gaan de zaken alleen maar verslechteren.’ Het westen daarentegen is op een hele andere manier bezig op dit moment. Terwijl Poetin altijd zijn best daarvoor heeft gedaan, zie je dat hij daar ongelooflijk in tegen wordt gewerkt.

Je zei net dat Rusland altijd een diplomatieke oplossing zoekt. Als je dat tegen sommige Nederlanders zou zeggen, zouden ze zeggen van Nou, oké, je hebt de Krim waar Rusland met militaire middelen heeft geïntervenieerd. Er is Syrië waar Rusland haar luchtmacht naar toe heeft gestuurd en er is constant de dreiging van bommenwerpers die ook in de buurt van Nederland vliegen. Ik denk dat veel mensen in Nederland een beeld hebben van Oké, dit komt helemaal niet diplomatiek over.

Neem Venezuela bijvoorbeeld: Een Amerikaanse diplomaat die ook heeft gezegd van ‘Er zijn verwachtingen dat daar opstanden uit zullen breken en dat men de president wil afzetten. Als dat zo is dan zullen we ze steunen.’ Waarom gaat men in het Westen gelijk over tot het afzetten van? Waarom wordt er niet gepraat? Waarom wordt er niet gepraat over nieuwe verkiezingen. Verkiezingen onder internationale waarnemers zodat er geen fraude kan plaats vinden. Dan zijn er toch een heleboel problemen opgelost? Ik bedoel, je haalde net Syrië aan. Je vergeet ook altijd nog even dat Assad een rechtmatig gekozen president was. Hij was zelfs bereid nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Maar de opstand moest plaats vinden omdat Assad per se weg moest. En in heel veel situaties had het gewóón gekund. Het had in Syrië gekund, het had in de Krim gekund het had hier in Donetsk gekund, maar in het Westen wil men het niet.

Wat de Krim betreft, geldt dat het beeld is dat het door Russische militairen is overgenomen. Hoe kijk jij daartegenaan?

Het klopt dat dat het beeld is: lang leve het nieuws. Degenen die zich er een klein beetje in hebben verdiept, en ieder weet het ergens wel, weet dat er op de Krim netjes een referendum is gehouden voor aansluiting met Rusland. Want ga je de geschiedenis van de Krim bekijken dan wonen op de Krim van oudsher al heel lang etnische Russen. Al eerder, in de jaren ‘90, heeft men al een keer een onafhankelijkheidsreferendum van Oekraïne gehouden. De gedachte van de burgers is daar al heel lang duidelijk: Men wil daar al lang van Oekraïne af.

Het referendum is in de Krim gehouden, de keuze was duidelijk voor Rusland. En het enige wat Oekraïne en wat Europa kan zeggen is: ‘het referendum is niet rechtsgeldig geweest.’ Ga met de burgers van de Krim praten, ik bedoel, er zijn genoeg journalisten die bij de NOS niet in beeld gebracht worden die er geweest zijn, er is een Nederlander die er woont zelfs. En die kunnen je een heel ander verhaal vertellen dan de NOS doet. Maar daar kijkt men niet naar.

Dat geldt hier in Donetsk precies hetzelfde. Er is ook een referendum gehouden voor de onafhankelijkheid. Het enige wat men kan zeggen is ‘het is niet rechtsgeldig’, net zoals ze toen in Catalonië gedaan hebben. Het is gewoon heel makkelijk, de stem van de burger geldt gewoon niet.

Je zegt net dat er eigenlijk niet naar het volk wordt geluisterd. Tenminste, dat het Westen dat niet belangrijk vindt, als ik je goed begrijp.

Nee, dat is gisteren wel duidelijk geworden.

Wat bedoel je met gisteren?

De referendumwet. (De Tweede Kamer stemde een dag voor het interview in met de afschaffing van de referendumwet.) Kijk, Rusland is democratischer dan Nederland wat dat betreft. Want Rusland heeft nog steeds een referendumwet. Het is nog niet definitief, maar de Tweede Kamer heeft het goed gekeurd. Ja, men wil niet naar het volk luisteren, dat heeft men heel duidelijk aangegeven, dacht ik. Want o wee; het volk zal toch eens een stem hebben. En het enige wat ze dan kunnen zeggen is: ‘Het volk begrijpt het niet’. Nou, ik denk dat als we even naar het Oekraïne-referendum kijken, dat heel veel mensen wel degelijk begrepen waar het over ging. Mensen begrepen het maar al te goed, dat de grenzen open zouden gaan en dat Oekraïners naar Nederland toe zouden willen. Ik weet van hier heel goed hoe mensen tegen Europa aankijken. En datzelfde hoor je ook uit landen in Afrika met alle vluchtelingenstromen. Men ziet Nederland en het westen van Europa, Duitsland, Nederland, Engeland. Men ziet het echt als goudbergen, maar men heeft echt geen flauw idee van de kosten die mensen moeten maken. Als je mensen vertelt wat je gemiddeld aan je huur of aan je hypotheek kwijt bent, wat gemiddeld je eten kost, wat je gemiddeld aan verzekeringen kwijt bent en wat je aan belastingen af moet dragen, dan begrijpen ze het allemaal een stuk beter.

Wat heb je zelf gestemd in het referendum over het associatieakkoord?

Ik heb toen ‘nee’ gestemd, omdat ik alles aan zag komen. Het is niet goed voor Europa en het is ook totaal niet goed voor Oekraïne. En de Oekraïense burgers komen er nu achter. Je hoort ook steeds meer geluiden via internet dat men zich op dit moment eigenlijk ongelooflijk bedrogen voelt. Wat heel veel mensen niet niet wisten is dat tegelijkertijd met het associatieverdrag dat daar eigenlijk ook de IMF-leningen aan vastzaten. En dankzij die IMF-leningen gaan vanaf April tot en met Oktober de gasprijzen in Oekraïne, met – geloof ik – 87% omhoog. Dat betekent dat de gemiddelde Oekraïner bijna twee keer zoveel voor zijn gas gaat betalen. Een Oekraïner die nu al bijna niet rondkomt. En dat zijn IMF-eisen geweest. Een van de redenen waarom Janoekovitsj destijds (in 2014, voor de Euromaidan – SB) heeft gezegd: ‘Wij willen dit verdrag nog even uitstellen. Wij willen eerst naar andere opties kijken. Want dit kunnen wij onze burgers niet aandoen.’ Maar dat wordt in de media niet naar buiten gebracht. Daar moeten wij dus weer jaren later achter komen. Men is wat dat betreft gewoon ongelooflijk bedrogen. Zowel wij in Europa als de mensen in Oekraïne zelf.

En dat is voor jou ook één van de redenen om hiernaartoe te komen?

Het is alles bij elkaar, het is als een emmer die op een gegeven moment overloopt. En op een gegeven moment moet je bij jezelf bedenken, ‘Wil ik de rest van mijn leven op deze manier voort blijven gaan en in een maatschappij blijven zitten waar ik het niet mee eens ben?’

Je zei net dat je bang was voor een wereldoorlog die uit kan breken. Wat bedoel je daarmee en hoe zie je dat voor je? Wat voor dreigingen zie je?

Tijdens Bush stond de campagne tegen terreur en de campagne tegen extremisme op de eerste plaats. En nu heeft Trump heel duidelijk gezegd dat dat nu op de tweede plaats komt. China en Rusland zijn nu de grootste dreiging, dat heeft hij letterlijk gezegd. En tegelijkertijd zie we dat in alle mediaberichten terugkomen. Je kunt het zo gek niet bedenken of Rusland heeft het wel gedaan. Soms echt zonder ook maar enige bewijs.

Maar als je nu naar die mogelijke wereldoorlog kijkt, leef je dan nu niet midden op de frontlinie?

Ja, klopt.

Waarom heb je dat gedaan?

Ja, soms wel moeilijk om te begrijpen en moeilijk om daar antwoord op te geven. Het is heel erg makkelijk om te zeggen: ‘We gaan gewoon lekker zo ver mogelijk weg zitten. Het maakt allemaal niet uit.’ Alleen, wij zijn geen mensen die op die manier kunnen weg kijken. We hebben gezegd als we dan werkelijk enige invloed willen hebben en werkelijk een kant kiezen, dan moeten we het ook goed doen. Het zou heel goed kunnen dat we hier inderdaad midden op de frontlinie zitten. Nou ja, dat zij dan zo. Je leeft maar één leven en wij hopen in ons leven een, een… ik wil niet zeggen een belangrijke invloed te kunnen hebben, maar in ieder geval een positieve invloed te kunnen hebben voor onze omgeving. En niet alleen de mensen maar ook gewoon de complete leefomgeving. Zowel voor mensen als natuur, als voor dieren, echt onze complete planeet.

Heb je erover gedacht toen je vriend zei Ik wil eigenlijk deze kant op, om in Nederland te blijven met de kinderen?

Zeker wel, dat is een hele moeilijke afweging geweest. Dat heeft mij heel wat paniek aanvallen en slapeloze nachten gekost. Maar uiteindelijk heb ik me gerealiseerd dat, als je bepaalde dingen aan ziet komen dat je gewoonweg voor jezelf, voor… ik wil niet zeggen voor je eigen gemoedstrust, want zo bedoel ik het niet, maar meer voor je eigen zijn, voor je eigen ziel, voor het diepste van je binnen dat je gewoonweg niet kunt zeggen: ik werk hier nog langer aan mee.

En we hebben het hiervoor gehad over een kant kiezen. En dat we op een gegeven moment toch hebben gezegd van ‘Ja, dan moet er toch een kant gekozen worden.’ En ik heb het heel moeilijk gevonden om vooral hier als gezin zijnde naar toe te gaan. Tegelijkertijd hebben we ook gewoon gesproken met de mensen hier. En wisten we ook van tevoren van waar we nu zitten dat het gewoonweg veilig is. De kinderen spelen hier gewoon buiten op straat. Je kunt hier gewoon rustig je boodschappen doen. En supermarkten en markten liggen vol met eten. Er is een oorlog, maar voor de mensen hier is het ook een heel raar beeld, want zeker in de zomer als je buiten zit, dan hoor je de beschietingen ’s avonds beginnen. Je hoort het wel, maar men is er zo aan gewend.

Posted on

Syrië en de chemische wapens – De centrale rol van de VS

Verhalen rond Syrië en chemische wapens die de wereld recent bijna over de afgrond duwden begonnen al te circuleren in de nazomer van 2012. Toen rukten die salafistische rebellen dankzij de toestroom van tienduizenden buitenlandse Syriëstrijders overal op. Met grote delen van zelfs Damascus en Aleppo, de twee grootste steden, die samen met steeds meer militaire basissen in hun handen vielen. De vrienden van al Qaida & co in onze media zagen hen toen al de macht in Damascus overnemen.

Syrisch gifgas

En op sommige van die basissen – welke was geheim – lagen sarin en mosterdgas in grote hoeveelheden opgeslagen. Zo beschikte het leger over meer dan 1.300 ton gifgas.(1) Specifiek voor gebruik in de oorlog tegen Israël dat naast een vermeende 200 atoombommen nog steeds trouwens over grote hoeveelheden gifgas beschikt.

Een van die militaire basissen die in het jihadistische vizier lag was die van Sjeik Soeleiman, alias Regiment 111 vlakbij de stad Daret Izza in de buurt van Aleppo. In de ochtend van 10 december 2012 na een bijna zes maanden durende strijd viel die basis in handen van al Qaida. Tot dan had de Syrische luchtmacht die jihadisten tegengehouden maar er waren die dagen teveel bewolking en dus geen luchtmacht beschikbaar.

Toen op 21 augustus 2013 in de regio van Oost-Ghouta een aanval met sarin, een zeer dodelijk zenuwgas, gebeurde op de steden Zamalka en Moadamiyah dan waren de massamedia, ngo’s genre Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen en de regeringen van de NAVO, Qatar, Turkije, Israël en Saoedi-Arabië er zeker van: Dit was het werk van het regeringsleger want die ‘verzetsstrijders’, zoals men ze toen veelal noemden, hadden geen sarin en konden dat ook niet produceren. Onzin natuurlijk.

Zogenaamde Iraakse Borak-projectielen met sarin die de CIA in 2015 opkocht.

Zo is er het verhaal van de Japanse sekte Aum Shinrikyo(2) die op 20 maart 1995 sarin gebruikte bij een aanslag op de Tokyose metro. Met als resultaat 12 doden. In het grootste geheim hadden ze in een eigen fabriek, vermomd als een tempel, sarin zitten produceren. En niemand had het gezien.

En dan is er natuurlijk het Iraakse verhaal over het leuren met gifgasbommen, restafval van het leger van Saddam Hoessein dat door een slimme zakenman aan de Amerikaanse CIA werd doorverkocht.(3)

Bommen die in bepaalde gevallen nog 25% van hun capaciteit hadden. Wie de verkoper was is nooit bekend geworden. Wel schreef The New York Times dat de man ze elders dreigde te verkopen indien de VS geen interesse meer hadden.

Sjeik Soeleiman

Mogelijkheden genoeg dus voor die jihadisten om aan sarin te geraken. Maar zoals het verhaal van Sjeik Soeleiman aantoont was hun probleem reeds op 10 december 2012 opgelost.

Volgens de Nederlandse correspondent Harald Doornbos en Jenna Moussa, een journaliste verbonden aan Al Aan TV uit Dubai, nam al Qaida toen 15 containers met chloor en sarin mee. Bijna zeker was daar trouwens ook de voorraad mosterdgas bij. Genoeg materiaal voor 10 grote vrachtwagens. (4)

Waarheen die vertrokken is niet bekend. Wel zal sarin al snel daarna op het slagveld opduiken. Opvallend is echter de houding in deze kwestie van de regering van Barack Obama toen in het najaar van 2012.

Met Amerikaanse steun kon al Qaida het op de basis van Sjeik Soeleiman opgeslagen sarin in handen krijgen. Ze zullen het nadien nog enkele malen ook gebruiken.

 

Zo rakelde men vanuit Washington het probleem van de Syrische gifgassen almaar meer op alsmede het gevaar komende van die ‘hondsbrutale dictator’ uit Damascus. Want die, stelde Obama, dreigde dat te gebruiken. De verklaringen van Obama en Hillary Clinton, toen zijn minister voor Buitenlandse Zaken, werden dan ook steeds harder. Men voerde bewust de spanning rond deze kwestie op.

Begin december zal de Britse krant The Telegraph zelfs stellen dat het Syrisch leger alles in gereedheid had gebracht om sarin te gebruiken.(5) Men was al begonnen met het mengen van de chemische producten om zo sarin te maken opperde deze krant. Zich baserend op niet nader genoemde Amerikaanse regeringsbronnen.

In de zomer van 2012 hadden al Qaida (toen Jabhat al Nusra) samen met de kleinere groepen Mahlis Shura al Mujahideen, Kataib Muhajiri al Sham en Katibat al Battar het stadje Daret Izza al veroverd en begon hun belegering van de nabijgelegen legerbasis. Het waren volgens de berichten vooral ook buitenlanders waaronder Libiërs en mensen uit de vroegere Sovjet-Unie die er vochten.(6)

En dan op 2 december 2012 herhaalden zowel Hillary Clinton als Barack Obama dat moest het Syrische leger chemische wapens gebruiken dan zou dat voor hen een rode lijn zijn, een die tot Amerikaans militair optreden ging leiden. Wat zij eerder al, op 20 augustus 2012, stelden toen de belegering van de basis Sjeik Soeleiman goed op gang was gekomen.(7)

Training al Qaida

Ook stelde Obama dat het beveiligen van dat gifgas voor de VS essentieel was en dat president Bashar al Assad hiervoor persoonlijk verantwoordelijk was. Op 6 december 2012 bracht dan de Amerikaanse website Syria Deeply het verhaal, naar hun zeggen gebaseerd op vier niet bij naam genoemde diplomaten, dat de VS en enkele geallieerden die jihadisten in Jordanië en Turkije leerden om te gaan met dat gifgas.(8)

Zo stelt de website:

The programs were intended to prepare brigades to handle chemical weapons sites and materials they might encounter, as Assad troops lose control over parts of the country.

US contractors have also been on the ground in Syria to monitor the status of regime stockpiles, said an employee with a major US defense consultancy that has been engaged in that work.

Het programma heeft de bedoeling brigades (jihadisten, nvdr.) te leren omgaan met chemische wapens en materiaal waar ze mee in contact kunnen komen.

Amerikaanse onderaannemers zijn ook in Syrië actief met het monitoren van de voorraden (chemische wapens, nvdr.) van het regime, stelde een medewerker van een belangrijke Amerikaanse militaire adviseur die betrokken is bij dit werk.

Ze hadden daarvoor volgens dat verhaal een onderaannemer aangesproken. Iets later had The Washington Post het ook over de betrokkenheid van de CIA en Special Forces, het leger zelf dus.(9)

Ook was hierover volgens die krant ook overleg geweest met Israël en waren Franse en Britse militairen betrokken. De Amerikaanse website NTI stelde gebaseerd op een serie andere bronnen dat er zelfs in Syrië aanwezige Israëlische soldaten bij de zaak actief waren. Wat logisch is.(10)

Jordanië

En alhoewel de locatie van die chemische wapenvoorraden geheim was, lijkt het, mede gezien een serie overlopers van het leger, praktisch zeker dat de VS wist dat in die basis Sjeik Soeleiman gifgas lag opgeslagen. Vandaar ook natuurlijk de training die men volgens de Britse krant The Guardian voorzag in o.a. het Jordaanse King Abdullah II Special Operations Training Center niet ver van de Syrische grens.(11)

Jordanian security sources say the training effort is led by the US, but involves British and French instructors….. The Pentagon said last October that a small group of US special forces and military planners had been to Jordan during the summer to help the country prepare for the possibility of Syrian use of chemical weapons and train selected rebel fighters. That planning cell, which was housed at the King Abdullah II Special Operations Training Centre…

Bronnen bij de Jordaanse veiligheidsdiensten stelden dat bij de door de VS geleide training (van jihadisten, nvdr.) ook Britse en Franse instructeurs betrokken zijn…. Het Pentagon stelde vorige oktober (2012, nvdr.) dat een kleine groep van Special Forces en militaire planners in Jordanië in de zomer hielpen om het land voor te bereiden op het Syrisch gebruik van chemische wapens en het trainen van een geselecteerde groep gewapende opstandelingen. Die groep instructeurs was gehuisvest in de Koning Abdoellah II Special Operations Training Centre…

En dan is er de Israëlische blog Israël Matzav van een orthodoxe maar wel zionistische jood die zich Carl in Jeruzalem noemt en waarschuwt voor het feit dat, zoals hij het stelt, het merendeel van de zogenaamde rebellen die zo’n opleiding krijgen feitelijk leden van al Qaida zijn.(12)

Merkwaardig is ook dat alhoewel de drie jihadistengroepen bij de belegering nauw samenwerkten al Qaida plots in de nacht van 9 op 10 december, tot verrassing van hun ‘bondgenoten’ alleen aanvielen en de basis veroverden. Volgens Doornbos, die zich vooral baseert op de getuigenis van een toen aanwezige jihadist, was het Al Qaida dat er met dat gifgas vandoor ging.

Waarbij de Aramees in Nederland verschijnende blog Aramnahrin bijna als een profetie waarschuwt dat de verovering van een basis met chemische wapens het mogelijk zal maken om er zogenaamde valse vlagaanvallen mee uit te voeren.(13)

Het verhaal van de verovering verscheen op 16 december 2012 in The Washington Post en op 10 december, de dag zelf dat men de basis in handen kreeg, in The Long War Journal van de Amerikaanse en erg zionistische Foundation for the Defense of Democracies. Waarbij beiden het hadden over de vermoedelijke aanwezigheid op die basis van gifgas.

Khan al Asal

Dus terwijl Obama stelde dat Assad persoonlijk verantwoordelijk was voor de veiligheid van die wapens dirigeerde hij jihadisten om die basis te veroveren. En Obama ging zelfs zorgen dat al Qaeda de nodige specialisten kreeg toegewezen om hen te leren hoe ze met die chemische wapens moesten omgaan. Het is dan ook niet verbazend dat de Rode Lijn van Obama snel overschreden zal worden.

De dirigent achter al Qaeda in Syrië en hun chemische wapens.

Slechts vier maanden nadien, op 19 maart 1013, zal het stadje Khan al Asal voor zover bekend als eerste een aanval met sarin ervaren. Khan al Asal werd toen aangevallen door alweer al Qaida en mede dankzij deze gifgasaanval kon men het stadje veroveren.(14)

 

Waarna al Qaida en haar bondgenoten in de stad een waar bloedbad aanrichtten waarbij men zowel burgers als militairen standrechtelijk executeerde.(15) Volgens het rapport van de VN-missie van Ake Sellström die de zaak van die gifgasaanval in 2013 moest onderzoeken kwamen bij die aanval 16 soldaten om alsmede 10 burgers en geen enkele jihadist.(16)

Al snel rees hier het vermoeden dat sarin gebruikt werd. Wat een gespecialiseerd Russisch lab nadien bevestigde. Maar terwijl Syrië naar die jihadisten wees stelden die jihadisten dat het leger hiervoor zelf verantwoordelijk was en daarbij hun eigen troepen per ongeluk hadden aangevallen. Waarbij men elkaar echter tegensprak en de enen het hadden over een mortiergranaat en de anderen over een vliegtuigbom.

Het eigenaardige is echter dat de Syrische leger zweeg over het gifgas van Sjeik Soeleiman en stelde dat het om eigen fabricaat van die jihadisten ging. Waarom men in Damascus over die diefstal zweeg is raar maar niet bekend. (17)

Wel bleek achteraf uit onder meer verklaringen van Ahmet Üzümcu, baas van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag, dat alle Syrische gifgasvoorraden niet meer in handen waren van het leger. Details werden echter door Üzümcu en zijn OPCW nooit gegeven.(18)

Men zal, uiteraard louter symbolisch, vanuit de VS onder meer aan die jihadisten zelfs vragen om ook hun gifgasvoorraden te laten inspecteren en ontmantelen. Natuurlijk zonder dat er ooit van hen een antwoord kwam of dat men vanuit Washington ook maar verder aandrong.

ISIS

Hierbij dient men ook te beseffen dat al Qaida in 2012, toen feitelijk al Qaida in Irak, nog niet in tweeën gesplitst was tussen ISIS en het huidige Hayat Tahrir al Sham, al Qaida in Syrië. Maar dat betekent wel dat ISIS dat pas begin 2014 ontstond ook zo de beschikking kreeg over die chemische wapens en dankzij de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël bovendien de nodige expertise verkreeg over hoe er mee om te gaan.

Op 9 maart 2016 zal volgens getuigenissen en verklaringen van de VS ISIS mosterdgas gebruiken in Irak. Ook veroverden die jihadisten op 8 december 2012, twee dagen voor de val van Sjeik Soeleiman, de vlakbij de stad Safira in de provincie Aleppo gelegen Syrian-Saudi Chemicals Company, de grootste producent van chloor in het land. Wat in Syrië op veel plaatsen voor paniek zorgde.

Daar ISIS bij de verovering van de basis van Sjeik Soeleiman nog in een alliantie met al Qaida zat, kon ook ISIS mee genieten van die voorraad aan chemische wapens en de door de VS en haar bondgenoten geleverde training. Later zal ISIS trouwens zeker één keer mosterdgas gebruiken.

 

Na de aanval op Khan al Asal vroeg de Syrische regering om een onderzoek door de VN van die gebeurtenissen en reeds op 27 maart 2013 werd de Zweed Ake Sellström, een oud-gediende van de zinloze serie inspectierondes van 2002 en 2003 naar de niet-bestaande Iraakse massavernietigingswapens.

Maar het duurde nog tot 18 augustus voor hij met zijn missie in Damascus arriveerde. Plots immers bleken er na Khan al Asal de een na de andere vermeende gifgasaanval te zijn en eiste de VS met haar bondgenoten dat men al die sites met zogenaamde gifgasaanvallen zou onderzoeken. Wat Damascus en Rusland weigerden.

Die hadden immers geen zin in een herhaling van de farce van die andere Zweed Hans Blix die men maandenlang in Irak steeds maar nieuwe plaatsen liet onderzoeken waar de VS beweerde dat er massavernietigingswapens verstopt zaten. Wat de VS zo toeliet om via hun spionnen in die missies allerlei militaire basissen te laten onderzoeken.

Oost-Ghouta

En dan plots gaf de VS toe en liet het de missie van Sellström vertrekken ondanks het feit dat men van Damascus alleen maar twee andere plekken mocht bezoeken. En kijk, toevallig drie dagen nadat de missie van Sellström op 18 augustus 2013 in Damascus arriveerde was er opnieuw een aanval met sarin, en ditmaal dan nog vlakbij Damascus. En het was bovendien nog een heel grote aanval. Tja, toeval nietwaar.

Volgens de verhalen van die jihadisten, westerse regeringen, ngo’s en de massamedia was het de meest dodelijke aanval in de oorlog. De Amerikaanse regering had het zelfs over 1.429 doden waaronder meer dan 400 kinderen. De Franse regering sprak dan weer over 281 doden.

Niemand wist het juiste getal en iedereen raaskalde er maar op los. Ervoor zorgend dat de cijfers liefst zo hoog mogelijk werden opgedreven want men wou het Amerikaanse leger Syrië doen aanvallen. Zo riep Human Rights Watch in een persbericht zelfs op tot het bombarderen van Syrië. De humanitaire (sic) oorlog dus.

Uiteindelijk was het vooral het Amerikaanse leger met stafchef generaal Martin Dempsey die neen zei en Obama die hem volgde.(19) Volgens sommigen om te verhinderen dat al Qaida Syrië in handen zou krijgen en ook met de bedoeling de oorlog en de vernielingen zo lang mogelijk te laten voortduren.

Ake Sellström geeft zijn rapport op 12 december 2013 af aan Ban Ki-moon, de toenmalige secretaris-generaal van de VN. Ondanks de zware problemen waarmee hij kampte leverde zijn team toch een behoorlijke prestatie.

 

Achteraf bleek dat de ene raket die voor zover bekend gebruikt werd en neerkwam in Zamalka slechts maximaal een 2,2 kilometer ver kon vliegen en daarom praktisch zeker uit rebellengebied moest komen. Het plan om Syrië plat te bombarderen en de staat zoals Libië te doen instorten mislukte omdat het Amerikaanse leger en Obama er geen zin in hadden.(19)

Achteraf zal James Mattis, de huidige minister van Defensie van de VS, zelfs verklaren dat er geen bewijs is dat het Syrische leger ooit sarin heeft gebruikt.(20) En dat die jihadisten er geen probleem mee hadden om die wapens te gebruiken en ze ook hadden blijkt ook uit de verklaring van de Nederlandse Turk Salih Yilmaz (4), een oud-gediende van zowel het Turkse als het Nederlandse leger en lid van ISIS, op diens blog:

“Where do you think IS got their chemical weapons from? From our enemies – And thus we use their own weapons against them.”

“Waar denkt U dat IS (ISIS) zijn chemische wapens vandaan haalde? Van onze vijanden – En dus gebruiken wij hun eigen wapens tegen hen.”

Dubieus OPCW

Nadien zullen er in Syrië nog meerdere vermeende aanvallen met chemische wapens plaats hebben, vooral dan met chloor. Zoals met Khan Sheikhoun in april 2015 en recent in de stad Douma. Niet een van die verhalen is echter geloofwaardig.

Allen waren slechts gebaseerd op verhalen van groepen zoals al Qaida en dit zonder enige onafhankelijke getuigenissen of forensisch materiaal dat op een correcte betrouwbare wijze was verkregen. Dat het OPCW hierover rapporten vol insinuaties publiceerde toont alleen de dubieuze natuur aan van deze instelling. Het is een vermeende wetenschappelijke instelling totaal onwaardig.

Zeker de verhalen over Khan Sheikhoun waar sarin door de OPCW werd ontdekt, en Douma zijn te ongeloofwaardig om serieus genomen te worden. Ze dienden alleen als een laatste poging van al Qaida en haar supporters om alsnog de militaire nederlaag af te wentelen. Het werd niks.

De Turkse diplomaat Ahmet Uzumcu, hoofd van de OPCW, wiens organisatie in het dossier van Syrië teveel blunders beging om nog echt aanvaardbaar te zijn. Men had die opdrachten rond die vermeende aanvallen met chloor en die met sarin in Khan Sheikhoun om zuiver professionele reden gewoon moeten weigeren.

 

Conclusie

Nergens in de geciteerde artikels en documenten wordt echt gesteld dat de VS en haar bondgenoten al Qaida en hun vrienden leerden om sarin als wapen te gebruiken. Maar duidelijk is dat de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël al Qaida leerden omgaan met die wapens.

En dan is het gebruik ervan een simpele kleine stap verder. Men kan ook moeilijk verwachten dat Washington zomaar publiek gaat toegeven dat zij die jihadisten trainden om sarin te gebruiken. Een openbaar en doorgedreven onderzoek zou die bewijzen wel kunnen leveren. Maar, wees er zeker van, dit komt nooit.

Bewezen is wel dat al Qaida het gifgas gebruikte tegen het leger en de burgerbevolking. Bewezen is ook dat al Qaeda hier steeds een centrale rol speelde. Zowel met de basis van Sjeik Soeleiman, Khan al Asal, Zamalka en Khan Sheikhoun waar telkenmale met zekerheid sarin werd gebruikt was al Qaida altijd betrokken. Zo viel Zamalka toen op 21 augustus 2013 onder controle van al Qaida. Hetzelfde voor Khan Sheikhoun.

Duidelijk is ook dat Barack Obama, samen met Hillary Clinton, de dirigenten waren die dit gruwelijk oorlogsbeleid leiding gaven en daarom verantwoordelijk zijn voor dit onnoemelijk leed. Spreken over een Rode Lijn en intussen al Qaida een opleiding in chemische wapens bezorgen is grof en je reinste hypocrisie. Het is een zeer zware oorlogsmisdaad.


1) The New York Times, 18 augustus 2014, Alan Rappaport, ‘Syria’s Chemical Arsenal Fully Destroyed, U.S. Says.’ https://www.nytimes.com/2014/08/19/world/middleeast/syrias-chemical-arsenal-fully-destroyed-us-says.html

2) Wikipedia, Aum Shinrikyo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aum_Shinrikyo

3) The New York Times, 15 februari 2015, C.J. Chivers en Eric Schmitt, ‘C.I.A. Is Said to Have Bought and Destroyed Iraqi Chemical Weapons.’ https://www.nytimes.com/2015/02/16/world/cia-is-said-to-have-bought-and-destroyed-iraqi-chemical-weapons.html

4) Foreign Policy, 17 augustus 2016, Harald Doornbos en Jenan Moussa, ‘How the Islamic State Seized a Chemical Weapons Stockpile.’ http://foreignpolicy.com/2016/08/17/how-the-islamic-state-seized-a-chemical-weapons-stockpile/

Het verhaal is een reconstructie van wat toen gebeurde bij de aanval op de militaire basis van Sjeik Soeleiman aan de hand van een bij naam genoemde bron binnen die salafistische groepen, Abu Ahmad. Het verhaal komt overeen met eerder in december 2012 gepubliceerde verhalen over deze episode.

Salih Yilmaz kwam volgens de Britse krant The Daily Mail op 7 september 2016 om het leven bij de gevechten in Rakka.

5) The Telegraph, Richard Spencer, 3 december 2012, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report’. https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

Het gebruiken van anonieme bronnen om verhalen te verspreiden over Syrië is een vaste praktijk in de oorlog tegen Syrië. In wezen is dit soort informatie dan ook grotendeels waardeloos en vooral stemmingmakerij en propaganda. Het is een herhaling van de hysterie rond de Iraakse massavernietigingswapens.

6) The Long War Journal, 10 december 2012, Bill Roggio, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syrian base in Aleppo;’ https://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

The Long War Journal is een website van de Foundation for the Defense of Democracies, een studie- en lobbydienst die in de VS tot de harde zionistische kern behoort. Een van haar medewerkers was in het begin van de Syrische oorlog zelfs lid van die rebellenregering. Bill Roggio is hun man die het Syrische dossier op de voet volgt.

7) The Washington Post, 20 augustus 2012, James Ball, ‘Obama issues Syria a ‘red line’ warning on chemical weapons.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/obama-issues-syria-red-line-warning-on-chemical-weapons/2012/08/20/ba5d26ec-eaf7-11e1-b811-09036bcb182b_story.html?utm_term=.0a4b65982748

Ook: The Telegraph, 3 december 2012, Richard Spencer, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeAst/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

8) Syria Deeply, 7 december 2017, Lare Setrakian en Alex Zerden, ‘EXCLUSIVE: US Trains Rebel Brigades to Secure Chemical Weapons.’ https://www.newsdeeply.com/syria/articles/2012/12/07/exclusive-us-trains-rebel-brigades-to-secure-chemical-weapons

9) The Washington Post, 16 december 2012, Craigh Whitlock en Carol Morello, ‘U.S. plans for possibility that Assad could lose control of chemical arms cache.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/us-plans-for-possibility-that-assad-could-lose-control-of-chemical-arms-cache/2012/12/16/f4912be2-4628-11e2-a685-c1fad0d6cd1f_story.html?utm_term=.ea7a95330836

10) NTI, 10 december 2012, ‘Israel Deploys Commandos to Syria to Monitor WMD: Report.’ http://www.nti.org/gsn/article/israel-deploys-special-operators-syria-monitor-chemical-arms-report/

NTI is een website die zich specialiseert in de problematiek van nucleaire, chemische en biologische wapens en werd opgericht door Ted Turner, stichter van de mediagroep CNN, en Sam Nunn, vroeger op militair vlak een erg invloedrijke Democratische senator. NTI staat voor Nuclear Threat Initiative.

11) The Guardian, 8 maart 2013, Julian Borger en Nick Hopkins, ‘West training Syrian rebels in Jordan.’https://www.theguardian.com/world/2013/mar/08/west-training-syrian-rebels-jordan

De Koning Abdoellah II Operations Training Center is een door het Amerikaanse leger gefinancierde, ontworpen en gebouwde militaire basis. De beslissing hiervoor viel in 2006 en ze werd operationeel in 2009. Twee jaar voor het begin van de oorlog tegen Syrië.

Eind 2006 viel volgens het in The New Yorker gepubliceerde artikel The Redirection van Seymour Hersh de beslissing om Hezbollah uit te schakelen door eerst Syrië te vernielen. In 2006 leed Israël een feitelijke nederlaag tegen Hezbollah toen ze nog maar eens Libanon aanvielen.

Sindsdien laten ze het land min of meer met rust. Deze Jordaanse basis was het voornaamste trainingscentrum in Jordanië voor die salafistische bendes. Zou men hen er ook hebben leren kelen?

12) Israël Matzav, 8 december 2012, ‘US training Syrian rebels to secure chemical weapons.’  http://israelmatzav.blogspot.com/2012/12/us-training-syrian-rebels-to-secure.html

13) Aramnahrir, 30 juli 2012, ‘Syrië: Is de tijd gekomen om een aanslag met chemische wapens in scene te zetten zodat de koloniale machten het land kunnen binnenvallen?’

Aramees was de lingua franca in de Levant. Wat na de Arabische invasies van de zevende eeuw geleidelijk aan veranderde. De taal wordt nog wel gesproken en soms onderwezen in delen van Syrië, Libanon, Irak en Turkije. Het Hebreeuws is er verwant mee.

14) Reuters, 19 maart 2013, Oliver Holmes, Erika Solomon, ‘Alleged chemical attack kills 25 in northern Syria.’, https://www.reuters.com/article/us-syria-crisis-chemical/alleged-chemical-attack-kills-25-in-northern-syria-idUSBRE92I0A220130319

15) BBC, 29 juli 2013, ‘Syria opposition condemns Khan al-Assal ‘executions.’ https://www.bbc.com/news/world-middle-east-23488853

Volgens het Syrian Observatory for Human Rights, een onderdeel van de rebellenbeweging, werden er bij de verovering van de stad op 21 en 22 maart 2013 in totaal 51 mensen, waarvan 30 militairen, standrechtelijk neergeschoten. De regering had het over 123 doden.

De rebellenregering van de Syrische Nationale Raad beloofde toen een onderzoek naar de feiten met indien nodig maatregelen tegen de daders. Het is wachten. Al meer dan 5 jaar lang. Het zal er vermoedelijk komen samen met het Britse onderzoeksresultaat naar de rol van MI5 bij de aanslag op de Manchester Arena van vorig jaar. Met Sint-Juttemis dus.

16) Verenigde Naties, 12 december 2013, ‘United Nations Mission to Investigate Allegations of the Use of Chemical Weapons in the Syrian Arab Republic. Final report.’   https://undocs.org/A/68/663

Het onderzoek in Oost-Ghouta zelf alsmede die elders nadien heeft maar een beperkte waarde daar alle getuigenissen en het verzamelen van bewijsmateriaal gebeurden onder controle van die salafistische groepen, een betrokken partij. Zij bepaalden waar men stalen kon nemen en welke getuigen men mocht ondervragen en onderzoeken. Wat vanuit forensisch oogpunt natuurlijk onaanvaardbaar is.

Zeker is wel dat een raket met sarin werd afgevuurd in Zamalka. Volgens de onderzoekers Theodor Postol, professor Technology and National Security, en Charles M. Lloyd van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bevatte die raket een vijftig liter sarin. Deze kon volgens hen en Ake Sellström een 2,2 kilometer vliegen en kwam dus praktisch zeker vanuit het door die salafistische bendes gecontroleerde gebied. .

Zie: London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin. Zie brief onderaan artikel van beide professoren.

Het eigenaardige van dit onderzoek is dat bij het analyseren van de in de stad Moadamiyah genomen stalen maar een ervan bij de twee aangestelde laboratoria positief bleek voor DIMP, een restproduct van sarin. In Zamalka daarentegen bleken praktisch alle staten positief te testen voor de afbraakproducten van sarin zoals DIMP.

Waarop men zich de vraag moet stellen of er in Moadamiyah wel degelijk gifgas was gebruikt. Uiteindelijk hadden die jihadisten, die men veronderstelde kroongetuigen te zijn van die aanval, de te onderzoeken plekken voor de VN-missie aangeduid.

17) CBRNE World, Februari 2014. Gwyn Winfield, Interview met Ake Sellström. http://www.cbrneworld.com/_uploads/download_magazines/Sellstrom_Feb_2014_v2.pdf

Het is uit dit interview duidelijk dat beiden onvoldoende kennis hadden van de geschiedenis van dit dossier. Anders hadden ze geweten van de episode bij Daret Izza en de basis Sjeik Soeleiman.

18) The New York Times, 14 oktober 2013, Allan Cowell en Anne Barnard, ‘Syrian Rebels Urged to Let Inspectors See Arms Sites.’ https://www.nytimes.com/2013/10/15/world/middleeast/syria.html

19) London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin.

20) Newsweek, 8 februari 2018, Ian Wilkie, ‘Now Mattis Admits There Was No Evidence Assad Used Poison Gas on His People: Opinion.’ http://www.newsweek.com/now-mattis-admits-there-was-no-evidence-assad-using-poison-gas-his-people-801542

Posted on

Waarom is NRC een NAVO-krant?

NRC zegt in haar beginselprogramma de NAVO te steunen. Verklaart dit de heksenjacht op Nederlanders die een vreedzame co-existentie nastreven met Rusland? Wie zijn eigenlijk de financiers van NRC?

Toeval of niet. Drie dagen voordat minister Kajsa Ollongren het jachtseizoen opende op Russisch nepnieuws, verscheen in NRC een artikel waarin CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt beschuldigd werd van het verspreiden van Russische propaganda. Geheel ten onrechte, zoals later bleek, maar het gevolg was wel dat Omtzigt politiek kaltgestellt werd. Hij mocht niet langer namens zijn fractie het woord voeren over MH17. Tot grote teleurstelling van velen. Er was geen ander Kamerlid dat zich zo kritisch had getoond over de rol van het kabinet Rutte bij het boven krijgen van de onderste steen in het onderzoek naar de ramp met MH17.

Wilmer Heck
Wilmer Heck

De karaktermoord van NRC op Omtzigt staat niet op zichzelf. NRC publiceert sinds vorig jaar het ene na het andere artikel over ‘Russische beïnvloeding’. Nederlanders die een andere kijk hebben op MH17 of op andere aan Rusland gerelateerde onderwerpen krijgen vroeg of laat NRC-journalist Wilmer Heck op hun dak. Niet uit interesse voor hun ideeën, maar om uit te vissen met wie ze in contact staan en waar ze hun geld vandaan halen. De achterliggende gedachte hierbij lijkt steeds te zijn dat deze mensen optreden als doorgeefluik van Russische propaganda, zonder dat ze er zelf erg in hebben (de zogeheten ‘nuttige idioten’), of omdat het Kremlin ze er voor betaalt. Kortom: achter elke boom schuilt een Rus. Het is een vorm van paranoia die doet denken aan de donkere dagen van het Mccarthyisme in de VS, toen senator Joseph McCarthy een heksenjacht voerde op Amerikaanse burgers die hij verdacht van communistische activiteiten of sympathieën.

Het laatste slachtoffer in de kruistocht van NRC tegen ‘Russische beïnvloeding’ is De Andere Krant. Dit is een krant die in maart van dit jaar in een oplage van 50.000 exemplaren is verschenen, gratis is verspreid, is bekostigd uit donaties van lezers, tot doel heeft de ‘andere kant’ van het nieuws te belichten en waarvan de eerste editie geheel was gewijd aan het thema ‘Rusland’. Ik ben als auteur en eindredacteur betrokken geweest bij deze eerste editie van de krant. NRC zette meteen de aanval in. NRC-journalist Wilmer Heck oordeelde in zijn eerste artikel over De Andere Krant dat deze ‘pro-Russisch’ is. Geheel ten onrechte, zoals ik heb uitgelegd in mijn artikel ‘NRC op Russenjacht’. De komende nummers van De Andere Krant hebben niks met Rusland te maken, en in het eerste nummer wordt het land nergens opgehemeld.

Smadelijk artikel

Het was nog tot daaraan toe dat Heck De Andere Krant als ‘pro-Russisch’ framede. Zijn tweede artikel over De Andere Krant was ronduit smadelijk. Hij bracht in dit artikel de krant in verband met antisemitisme. Was dat omdat Heck antisemitische teksten had aangetroffen in De Andere Krant? Zeker niet. Geen spoor daarvan. Niks wat er in de verste verte ook maar in die richting wees. Heck schreef dit keer over één van de ruim 150 financiers van de krant, bioboer Hugo Jansen, die hoofdredacteur Sander Compagner had toegezegd financieel bij te springen in het geval er te weinig zou worden opgehaald aan donaties om de kosten van de krant te dekken (6000 euro). Heck onthulde dat deze Jansen onder pseudoniem op zijn eigen blog een strijd voert tegen wat hij noemt ‘de joodse elite’.

Het moet voor Heck een teleurstelling zijn geweest dat de borgsteller van De Andere Krant geen Rus was, en zelfs geen Nederlander die zich laat betalen door het Kremlin of zakelijke belangen heeft in Rusland. Maar gelukkig was het een persoon die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitliet. Zo kon de ‘pro-Russische’ krant alsnog verdacht worden gemaakt. Het is dezelfde truc die Heck uithaalde met Omtzigt. Door de CDA-politicus in verband te brengen met iemand die zogenaamd niet deugde (een MH17-nepgetuige) werd de suggestie gewekt dat hij dan zelf ook wel niet zou deugen. Guilty by association.

NRC Ombudsman Sjoerd de Jong
NRC Ombudsman Sjoerd de Jong

Overigens was Jansen een roepende in de woestijn met zijn blog over ‘de joodse elite’. Door hem volop in de schijnwerpers te plaatsen heeft NRC ervoor gezorgd dat hij nu met zijn boodschap een veel groter publiek bereikt dan toen hij nog anoniem op zijn blog in de marge rommelde. Ik heb NRC Ombudsman Sjoerd de Jong gevraagd wat hij ervan vindt dat zijn krant een podium heeft geboden aan iemand die zich ‘in antisemitische bewoordingen’ uitlaat, compleet met een linkje naar diens blog.

Ik ontving van De Jong een vriendelijke en ook uitgebreide brief terug, maar op deze vraag heeft hij niet geantwoord. Ook niet op mijn vraag trouwens of de hoofdredactie had moeten nadenken over de consequenties voor Jansen. Wat als hem iets ernstigs overkomt? Zoals een aanslag op zijn leven? Zouden Heck en diens werkgever NRC zich hiervoor verantwoordelijk voelen? Aangezien de woonplaats van Jansen in het artikel staat vermeld, en hij enige lokale bekendheid geniet, is het voor kwaadwillenden een peulenschil hem te traceren.

Een klacht van mij over het artikel van Heck heb ik ter beoordeling voorgelegd aan de Raad voor de Journalistiek.

De Lange arm van Uncle Sam

Vanwaar die obsessie van NRC met ‘Russische beïnvloeding’? Het is toch inmiddels voor iedereen duidelijk dat minister Ollongren zelf doet wat ze Rusland verwijt? Haar verhaal over Russen die de publieke opinie in Nederland beïnvloeden was immers het grootste nepnieuws van 2017. Ze noemde als voorbeeld een Russische website die nepnieuws verspreidde over MH17. Heel Nederland heeft naar die website gezocht, maar niemand heeft deze gevonden. De minister noemde later nog een ander voorbeeld, een video op GeenStijl met gemaskerde mannen die dreigende taal uitten jegens de tegenstanders van het associatieakkoord met Oekraïne. Die video was weliswaar nep, maar het is het enige duidelijke voorbeeld van desinformatie in de Nederlandse media afkomstig uit Rusland (al dan niet mede mogelijk gemaakt door de Russische staat).

Vergelijk dit met de invloed die de VS uitoefenen op onze media en politiek. Is die niet vele malen groter? En zo ja, zou NRC daar niet beter een artikelenserie aan kunnen wijden? Ik heb deze vraag voorgelegd aan Wilmer Heck. Zijn antwoord: ‘Is er iemand die de lange arm van Uncle Sam in Nederland ontkent? Ik niet hoor. We zitten niet voor niets samen met de VS in de NAVO. Dat lijkt me geen geheim’.

Ik heb daarom zelf maar eens uitgezocht hoe het zit met de Amerikaanse invloed op de publieke opinie in Nederland. Zie mijn hoofdstuk ‘De Lange arm van Uncle Sam’ in het boek ‘Nepnieuwsexplosie‘. Of zie wat ik hierover gezegd heb in een interview bij Café Weltschmerz. In Nepnieuwsexplosie meld ik onder meer dat er bij NRC en andere landelijke media nogal wat journalisten rondlopen die ‘fellow’ zijn van het German Marshall Fund of the United States. Over de activiteiten van deze Atlantische lobbyclub, zie het boek ‘Gekochte journalisten‘, waarin de auteur, Udo Ulfkotte, uit eigen ervaring hierover vertelt.

Ook meld ik in het boek dat NRC zich indertijd ontdaan heeft van correspondent Jan van der Putten omdat die kritisch berichtte over de militaire dictatuur van Augusto Pinochet in Chili. Van der Putten ging met zijn kritiek in tegen ‘de Atlantische lijn’ van de krant, zo gaf toenmalig hoofdredacteur André Spoor hem te verstaan.

Steun aan de NAVO

Wat meer is: NRC verklaart in haar Beginselen dat zij de NAVO steunt.  ‘Vandaar dat wij de grondslagen van het Atlantisch bondgenootschap aanvaarden’, zo staat er te lezen. Zou het kunnen dat er een NAVO-agenda schuilgaat achter de heksenjacht op vermeende pro-Russische Nederlanders? Anders gezegd: Staat NRC zo vijandig tegenover Rusland en vermeende pro-Russen omdat de NAVO zo vijandig staat tegenover Rusland?

NRC zegt de NAVO te steunen, ‘niet om ideologische redenen’, maar vanuit het idee dat deze ‘vrede en veiligheid’ brengt. Zo staat in de Beginselen te lezen. Hoe geloofwaardig is dat nog?

De NAVO-aanval van 2011 op Libië stortte het land in chaos, wakkerde het terrorisme aan (ISIS kreeg voet aan wal) en zorgde voor een ongekende stroom vluchtelingen van Afrika naar Europa.

Het roekeloze gedrag van sommige NAVO-leden maakt Nederland er ook al niet veiliger op. Op 14 april 2018 voerden de VS, Frankrijk en Groot-Brittannië een raketaanval uit op Syrië. Wat als er daarbij Russische doelen waren geraakt? Dan had Rusland wellicht gedaan wat het beloofd had te zullen doen: het uitschakelen van de lanceerinstallaties van de raketten. En dan was NAVO-artikel 5 in werking getreden: een aanval op één is een aanval op allen. Dan waren we in oorlog gekomen met Rusland. Hoe veilig zouden we dan zijn geweest als NAVO-partner? We hoeven ons geen illusies te maken over de Russische bommenwerpers die geregeld langs onze kustlijn vliegen. Die hebben zeker geen confetti en feestneuzen aan boord. De Russen weten ook wat wij weten: op de Noord-Brabantse vliegbasis Volkel liggen Amerikaanse kernbommen opgeslagen.

Het hele idee van NRC dat de NAVO garant staat voor onze vrede en veiligheid dateert uit een tijd dat er nog zoiets bestond als het ‘Rode Gevaar’. Dat gevaar hield op te bestaan in 1991, toen de Sovjet-Unie en het Warschau Pact implodeerden. Daarna hebben achtereenvolgens Boris Jeltsin en diens opvolger Vladimir Poetin de VS te kennen gegeven aansluiting te zoeken bij de NAVO. De uitgestoken hand van de Russen werd echter volledig genegeerd. De NAVO beantwoordde deze met uitbreiding van het aantal lidstaten tot aan de Russische grens en een bijbehorend propaganda-offensief over een Russische dreiging voor Europa.

Wie gelooft nog in het gevaar van Russische invasie? Diverse Nederlandse Ruslandkenners hebben het afgedaan als lariekoek, onder wie Derk Sauer, Alexander Münninghoff en Bas van der Plas. Dat we in Nederland een minister van Buitenlandse Zaken hadden, Halbe Zijlstra, die loog over Poetin die gezegd zou hebben te streven naar een ‘Groot Rusland’, maakt het gevaar van een Russische invasie voor de Baltische staten er niet geloofwaardiger op. Bij gebrek aan overtuigende feiten worden er letterlijk feiten verzonnen die alsnog moeten overtuigen.

Niettemin blijven politiek Den Haag en de landelijke media, NRC voorop, stug volhouden dat we ons tot op de tanden moeten wapenen omdat anders ‘de Russen’ komen. ‘Onze zwakte is Poetins kracht’, schreef onlangs nog NRC-columnist Bas Heijne. Dat alle NAVO-landen bij elkaar twaalf keer meer uitgeven aan bewapening dan Rusland wordt in dit soort berichtgeving stelselmatig buiten beschouwing gelaten. En ook dat het uiteindelijk Rusland is geweest dat in Syrië de strijd tegen ISIS en Al Qaida beslecht heeft.

Wie financiert NRC?

Vanwaar toch die stelselmatige demonisering van Rusland en de heksenjacht op landgenoten die streven naar een vreedzame co-existentie met Rusland? Als dat is vanwege de steun van NRC aan de NAVO, zoals vastgelegd in de Beginselen, dan kan de hoofdredactie die Beginselen toch herschrijven? Mits uiteraard de financiers van NRC haar die ruimte laten. Want wie zijn dat eigenlijk, die financiers? Nu is het algemeen bekend dat NRC en NRC Next worden uitgegeven door het Vlaamse concern Mediahuis, en dat de aandelen hiervan in handen zijn van Corelio, Concentra en VP exploitatie. Maar… wie zijn de eigenaren van deze bedrijven? Wie zijn de mensen achter de aandelen? Waar wonen ze? Wat zijn hun activiteiten en politieke overtuigingen? Horen daar misschien ook activiteiten en overtuigingen bij die zij liever verborgen houden voor de buitenwereld? Wilmer Heck vond in zijn onderzoek naar de ruim 150 donateurs van De Andere Krant iemand die anoniem blogde over ‘de joodse elite’. Wie weet wat sommige NRC-financiers uitvoeren in hun vrije tijd? Misschien zitten er wel satanisten tussen, kindermisbruikers, necrofielen of verzamelaars van nazi-uniformen. Ik laat dergelijk onderzoek graag over aan anderen. Ik voel mij daar namelijk teveel journalist voor. De overtuigingen en activiteiten van de NRC-eigenaren acht ik alleen van belang voor zover deze iets verklaren over de hoofdredactionele koers van de krant.

P.S.: NRC Ombudsman Sjoerd de Jong heeft een column gewijd aan de vragen die ik hem per brief heb gesteld over de steun van de krant aan de NAVO. Zijn reactie komt neer op: ‘NRC steunt de NAVO, in beginsel. Maar dat is iets anders dan salueren en in de houding springen.’

In een persoonlijke reactie op mijn brief heeft hij verder laten weten mijn kritiek niet te delen op de artikelen van Wilmer Heck over De Andere Krant.

En hoewel hij zich eerder kritisch uitliet over het artikel van Heck over Omtzigt, schrijft hij nu:

“Onweersproken is dat Omtzigt het (irrelevante) relaas van de man (‘MH17-nepgetuige’, EvdB) interessant genoeg vond voor een persoonlijk gesprek, daarna het initiatief nam spreektijd voor betrokkene aan te vragen, en hem een tekst souffleerde die opnieuw twijfel wekte aan de vastgestelde feiten rond de ramp. Dat roept vragen op over het beoordelingsvermogen van het Kamerlid, die in het artikel terecht aan de orde zijn gesteld.”

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Verdwijnen de Skripals?

De Londense zondagskrant The Sunday Times bracht zondag in de saga rond Sergey en Julia Skripal een nieuw verhaal. Het is een mogelijke piste voor de Britten om uit hun zelf gegraven moeras te geraken. Volgens die krant zou men beiden met hulp van de CIA en MI6 in de VS een nieuwe identiteit bezorgen, officieel om hen zo te beschermen tegen mogelijke verdere aanvallen van de Russen.

The Sun schrijft op basis van ‘de veiligheidsdiensten’ deze middag dat beide nu plots geheel herstelde slachtoffers dit zelf vroegen uit schrik dat er nog nieuwe aanslagen op hen zouden komen. We zullen dat maar geloven zeker. Deze krant sprak wel alleen over MI6 en een anoniem nieuw verblijf in het Verenigd Koninkrijk.

Deze informatie van beide bladen komt bijna zeker uit kringen van MI6 zelf. De Sunday Times heeft in het verleden veel stukken gepubliceerd rond al of niet waar zijnde verhalen die duidelijk van MI6 afkomstig waren en waar men nadien nooit meer iets over hoorde.

Ze klonken meestal ook heel sensationeel en haalden dus de wereldpers. Mooie publiciteit natuurlijk voor deze krant van mediamagnaat Rupert Murdoch. En de onbetrouwbare sensatiekrant The Sun heeft diezelfde eigenaar. Die krant beweerde in maart 2003 dat Saddam Hoessein binnen minder dan een uur het Verenigd Koninkrijk kon aanvallen met zijn massavernietigingswapens… Die niet bestonden.

Dit mogelijkerwijs verdwijnen in de anonimiteit van de Skripals geeft de Britten natuurlijk de kans om verder onafhankelijk onderzoek te vermijden. Zo komen er in dit geval geen gesprekken van buitenstaanders met Julia en Sergey Skripal. En Viktoria en de andere familieleden en vrienden zullen haar verder nooit meer horen of zien. Ook medisch onderzoek in Rusland of elders kan dan niet meer.

Met andere woorden, de Britten behouden de totale controle over het verhaal. Er komt nog wel het rapport van de OVCW maar de vraag hierbij is of deze organisatie zelf onafhankelijk stalen heeft kunnen nemen en welke de laboratoria zijn die dit verder onderzoek dan deden en wie dat leidde. Mogelijkerwijs zal men het eerdere Britse verhaal overnemen.

 

Gezien het zeer delicate van de zaak en de controle van de VS over die organisatie kan men hier het ergste verwachten. Een ding is bijna zeker, dit scenario had John le Carré nooit kunnen schrijven. En wat rest er in deze door The Sunday Times  en The Sun gebrachte hypothese van Julia en Sergey Skripal? Wie weet een anoniem graf als er al een zal zijn. In dit geval een luguber en gruwelijk einde.

Posted on

Stelt Trump een oorlogskabinet samen?

De laatste man die nog tussen de Verenigde Staten en oorlog met Iran in staat zou wel eens een vier-sterrengeneraal kunnen zijn die onder zijn mariniers de bijnaam ‘Mad Dog’ heeft.

Generaal James Mattis, de Amerikaanse minister van Defensie, lijkt de laatste overgeblevene te zijn in de Situation Room van het Witte Huis, die gelooft dat het nucleaire akkoord met Iran de moeite waard is om in stand te houden en dat oorlog met Iran een verschrikkelijk idee is. Afgezien van Mattis lijkt president Donald Trump echter bezig te zijn een oorlogskabinet samen te stellen.

Trump zelf heeft gezworen weg te lopen bij het nucleaire akkoord met Iran – “de slechtste deal ooit” – en in mei opnieuw sancties op te leggen. Zijn nieuwe nationale veiligheidsadviseur John Bolton, die een commentaar getiteld “Bombardeer Iran om Irans bom te stoppen” schreef, heeft eerder geroepen om preventieve aanvallen en “regime change”. De beoogde minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo noemt Iran een “wrede politiestaat”, een “despotische theocratie” en “de voorhoede van een kwaadaardig imperium dat zijn macht en invloed uitbreidt over het Midden-Oosten”.

Trumps favoriete Arabische heerser, de 32-jarige Saoedische prins Mohammed bin Salman, noemt Irans ayatollah Khamenei “de Hitler van het Midden-Oosten”. Bibi Netanyahu is monomaniakaal inzake Iran en noemt het nucleaire akkoord een bedreiging voor Israëls voortbestaan en Iran “de grootste bedreiging voor onze wereld”. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN Nikki Haley doet al deze geluiden weerklinken.

Iran lijkt daarentegen geen oorlog te willen. VN-inspecteurs bevestigen regelmatig dat Iran zich strikt houdt aan de voorwaarden van het nucleaire akkoord. Terwijl Amerikaanse oorlogsschepen in de Perzische Golf tussen januari 2016 en augustus 2017 dikwijls in aanraking kwamen met Iraanse snelle aanvalsboten en drones, is dat nu opgehouden. Vaartuigen van beide naties opereren de laatste maanden vrijwel zonder incidenten.

Wat zou het resultaat ervan zijn als Trump het nucleaire akkoord naar de prullenbak verwijst? Ten eerste zouden de Verenigde Staten zich daarmee isoleren. China en Rusland zouden het akkoord niet afbreken, maar Iran welkom heten in hun kamp. Engeland, Frankrijk en Duitsland zouden gedwongen zijn te kiezen tussen het akkoord en de VS. En als Airbus zich gedwongen zou zien om de Iraanse orders voor honderden nieuwe vliegtuigen af te slaan, hoe zouden de Europeanen dat waarderen?

Hoe zou Noord-Korea regeren als de VS het akkoord met Iran naar de prullenbak verwijzen, als ze zouden zien hoe Iran na het accepteren van zware restricties op zijn kernprogramma en het toelaten van hinderlijke inspecties, de door de Amerikanen toegezegde voordelen ontzegd wordt? Waarom zou Pyongyang, na gezien te hebben hoe Amerika Irak aanviel, dat geen massavernietigingswapens had, en Libië, dat zijn massavernietigingswapens opgegeven had om Amerika milder te stemmen, ooit nog overwegen zijn kernwapens op te geven – temeer na het zien van de executies van de leiders van beide naties?

En als de andere vijf ondertekenaars van het akkoord met Iran zouden besluiten er, ondanks de opzegging door Amerika, aan vast te houden en Iran ermee in zou stemmen om de voorwaarden van het akkoord te onderhouden, wat doen we dan? Een casus belli zoeken om te oorlog te trekken? Waarom? Hoe vormt Iran een bedreiging voor Amerika?

Een oorlog, die gevechten tussen Amerikaanse oorlogsschepen en zwermen Iraanse torpedoboten zou inhouden, zou de Perzische Golf afsluiten voor olietransport en tot een crisis in de wereldeconomie leiden. Anti-Amerikaanse sjiitische jihadisten in Beiroet, Bagdad en Bahrein zouden Amerikaans militair personeel aan kunnen vallen. Zouden we dan, aangezien het leger en de mariniers geen manschappen hebben om Iran binnen te vallen en te bezetten, de militaire dienstplicht weer in moeten voeren? En als we zouden besluiten Iran een blokkade op te leggen en te bombarderen, dan zouden we alle anti-schipraketten en onderzeeërs uit moeten schakelen, de marine, de luchtmacht, ballistische raketten en het luchtverdedigingssysteem. En zou een preventieve aanval op Iran de bevolking van dat land niet verenigen in haat jegens ons, net zoals Japans preventieve aanval op Pearl Harbor de Amerikanen verenigde in vastberadenheid het Japanse imperium te vernietigen? Hoe zou de Dow Jones erbij staan na een aanval op Iran?

Trump werd genomineerd voor het presidentschap omdat hij beloofde ons buiten domme oorlogen te houden, oorlogen van het soort waar mensen als John Bolton en de Bush-Republikeinen ons in stortten. Na 17 jaar zijn we nog altijd verwikkeld in Afghanistan, in een poging de Taliban, die we in 2001 van de macht verdreven, ervan te weerhouden terug te keren naar Kaboel. Na onze invasie van Irak in 2003, is dat land, ooit een bolwerk tegen Iran, een sjiitische bondgenoot van Iran geworden. De rebellen die Amerika steunde in Syrië zijn verjaagd. En Bashar Assad heeft – met dank aan de steun van Rusland, Iran, Hezbollah en andere milities – zijn macht weer veiliggesteld. De Koerden die op Amerika vertrouwden zijn teruggeslagen door onze NAVO-bondgenoot Turkije in Syrië en door het Iraakse leger dat we trainden in Irak.

Wat denkt Trump, die ons verzekerde dat er geen domme oorlogen meer zouden zijn, eigenlijk? Truman en LBJ leidden ons oorlogen in die ze niet ten einde konden voeren, en beiden verloren hun presidentschap. Eisenhower en Nixon eindigden die oorlogen en werden beloond met verkiezingsoverwinningen. Na zijn klinkende overwinning in Desert Storm, werd Bush senior een tweede termijn ontzegd. Na het binnenvallen van Irak verloor Bush junior beide huizen van het Congres in 2006 en verloor zijn partij in 2008 het presidentschap aan Barack Obama als anti-oorlogskandidaat. Ooit leek Trump deze geschiedenis te begrijpen.